De premier van Groenland, Mute Egede, zei maandag dat het autonome Deense gebied bereid is om ‘zaken te doen met de Verenigde Staten’, met name in regio’s met onontgonnen minerale hulpbronnen. ‘We zijn de dialoog aangegaan en zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking met Trump,’ benadrukte de leider. Toch herhaalde hij dat Groenlanders geen Amerikanen willen worden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Trump, die op 20 januari als president aantreedt, zorgde vorige week voor opschudding toen hij weigerde militair ingrijpen uit te sluiten om Groenland onder controle van de VS te brengen. ‘De hernieuwde interesse van internationale machten in de natuurlijke hulpbronnen van het gebied gaat hand in hand met Groenlands zoektocht naar onafhankelijkheid, en deze verleiding is alleen maar toegenomen,’ merkt de speciale gezant van The New York Times in Nuuk, Jeffrey Gettleman, op. ‘Tegelijkertijd zijn veel mensen hier [in Groenland] huiverig om de banden met Denemarken volledig te verbreken vanwege de honderden miljoenen dollars aan subsidies die Kopenhagen elk jaar verstrekt.’
Met de opwarming van het klimaat kan Kopenhagen waarschijnlijk hevige regenval verwachten. De Deense hoofdstad heeft daar al ervaring mee, en daarom worden parken en straten aangepast om snel enorme hoeveelheden water te kunnen afvoeren.
Op een grijze woensdagmiddag in een park in Kopenhagen-Zuid vertelt Ditte Juul Sørensen hoe ze van plan is de hondenweide als het nodig mocht zijn onder water te zetten. De groene ruimte bestond voorheen alleen uit een doorweekt grasveld, een vervallen speelplaats en een stuk of wat modderige paden. De laatste zeven jaar heeft de 46-jarige landschapsarchitect het terrein echter een volledig andere aanblik gegeven.
Tegenwoordig markeert het de monding van een onzichtbare rivier die door Kopenhagen slingert en die is aangelegd om de stad te redden in geval van hevige regenval. ‘De weide gaat het water opvangen,’ zegt Sørensen, ‘en dankzij deze kunstmatig gevormde rivierbedding zal het worden afgevoerd.’ Ze wijst naar een rood-geel geplaveid pad dat terugvoert naar een kinderboerderij. In totaal kan de onzichtbare opvangplaats 15.000 kubieke meter water bevatten, wat ruwweg neerkomt op 83.000 tot de rand gevulde badkuipen.
Het park is een van de eindpunten van een uitgebreid netwerk van bovengrondse en ondergrondse kanalen, groenplaatsen, speciaal aangepaste wegen en afwateringsvijvers. Het Skybrudsplan, of ‘wolkbreukbeheerplan’, kost 1,8 miljard euro en moet de stad de komende honderd jaar beschermen tegen perioden met zeer ernstige regenval.
Extreem weer
Extreem weer trof afgelopen zomer heel Europa en zal zich in de toekomst, met de toenemende opwarming van de aarde, waarschijnlijk nog vaker voordoen. Sommige delen van het continent hadden te maken met hittegolven, branden en droogte, andere werden getroffen door onvoorspelbare stormen. De Deense hoofdstad is een van de locaties die worden bedreigd door hevige regenval en overstroming. In juli viel er in Denemarken twee keer zo veel regen als normaal, meer dan de afgelopen 149 jaar ooit in één maand was waargenomen.
Er dreven dode ratten door de straten
Velen dachten daarbij terug aan 2011, het jaar dat de stad een soort collectief trauma beleefde, een moment van chaos dat achteraf kan worden gezien als een wake-upcall. In de avond van 2 juli van dat jaar viel in een paar uur net zoveel regen uit de hemel als normaal gesproken in twee maanden. Tienduizenden mensen zaten zonder stroom, het traumacentrum van het academisch ziekenhuis moest worden geëvacueerd, delen van de historische citadel stortten zelfs in en kapotte verwarmingsbuizen bezorgden meerdere mensen brandwonden. De telefoonlijnen van de politie waren drie dagen buiten gebruik, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie haar Europese hoofdkwartieren moest sluiten en de boedel uit het pretpark Tivoli moest worden geëvacueerd.
Later dreven er dode ratten door de straten. Onderzoek wees uit dat 22 procent van de betrokken werknemers in de weken dat de rommel werd opgeruimd ziek werd. Eén persoon stierf aan een infectie. Gevangenen kregen maaltijden van McDonald’s, omdat de keukens niet bruikbaar waren. In Kopenhagen alleen al werd de schade geschat op 800 miljoen euro. De stad reageerde besluitvaardig. Nog geen jaar later presenteerde Kopenhagen zijn eerste Skybrudsplan. Sindsdien is het concept ieder jaar verder ontwikkeld, en tot tenminste 2035 staat een verdere uitbreiding gepland.
Water temperen
Jan Rasmussen (61) werkt sinds 1990 als ingenieur voor de stad en is een van de opstellers van het plan. Hij heeft zich zijn hele leven op het water toegespitst, waarbij hij zich de eerste twintig jaar van zijn carrière inzette om het schoner te maken. Hij zorgde er samen met medewerkers van de watervoorziening voor dat het ooit zo gore water in de haven schoon genoeg werd om in te zwemmen. ‘Eerlijk gezegd had ik zelf nooit gedacht dat het zou lukken,’ aldus Rasmussen.
Tegenwoordig doet hij zijn uiterste best om het zo te houden. Als er in korte tijd te veel water uit de hemel valt, raken ook de beste afvoersystemen overvoerd. Rioolzuiveringscentrales en afvoerbuizen kunnen de toevloed niet aan en ondergrondse ruimtes stromen over. In een dichtbevolkte stad zijn er weinig natuurlijke wegen voor het water om te ontsnappen, dus volgt het de weg van de minste weerstand en baant het zich in een vieze, modderige stroom een weg door de stad.
‘Je moet het temperen en in banen leiden, zodat het geen schade veroorzaakt,’ zegt Rasmussen. Na de storm van 2011 maakte hij samen met andere experts een overstromingsplattegrond van het regenwater. Ze documenteerden de stijgingen en dalingen en markeerden ook dichte oppervlakten, daken en groene stukken grond in hun overzicht. De plattegrond gebruikten ze om de routes uit te lichten die het water zou nemen, evenals de plekken waar het op obstakels zou stuiten.
‘Het Skybrudsplan levert meer op en kost minder’
Uiteindelijk stond de stad voor drie keuzes. De eerste was helemaal niets doen. Op basis van het IPCC-klimaatrapport berekenden Rasmussen en zijn team de kosten van de gevolgen van die optie op meer dan 2 miljard euro in de komende honderd jaar – meer een gedachtenexperiment dan een reële optie. De tweede optie was het klassieke draaiboek volgen en zorgen voor meer afvoerbuizen en bassins. De derde optie was verrassender en zacht gezegd ongebruikelijk, maar leek verreweg de efficiëntste weg om te bewandelen.
Het behelsde de ontwikkeling van een model dat bestond uit een combinatie van een ondergronds netwerk van faciliteiten voor het afvoeren en opvangen van overtollig water, parken die zouden dienen als reserveopvanglocatie en straten die in periodes van intense regen konden fungeren als rivieren. ‘We hebben hiervoor gekozen omdat het zinniger is. Het Skybrudsplan levert meer op en kost minder,’ meent Rasmussen. Het idee is dat Kopenhagen een stad wordt die ondanks de bevolkingsdichtheid het water kan opnemen en langzaam weer kan vrijgeven.
Sponsstad
Het ‘sponsstad’-concept is niet uniek voor Denemarken en ook met name snel groeiende Chinese metropolen hebben al elementen van het idee overgenomen. Maar nergens is het zo voortvarend ter hand genomen als in Kopenhagen. Zeker driehonderdvijftig individuele projecten maken deel uit van het plan. ‘We hadden echt geen enkel voorbeeld in de wereld om te volgen,’ zegt Rasmussen. ‘We zijn pioniers.’ Slechts een klein deel van de projecten is gefinancierd met belastinggeld, met die toevoeging dat het drinkwaterbedrijf het meeste kapitaal vergaarde via een heffing op huishoudens en bedrijven.
‘Zelfs een VN-organisatie liet ons weten dat Kopenhagen als locatie een risico was’
Rasmussen ziet zo’n financieringsmodel, dat direct aan consumptie is gelinkt, als de makkelijkste en eerlijkste oplossing. Voor een vierpersoonshuishouding is het watertarief met ongeveer 120 euro per jaar gestegen. ‘Maar als je kijkt naar de risico’s als gevolg van de klimaatverandering zijn zulke kosten gerechtvaardigd,’ aldus de ingenieur. Na de overstroming in 2011 dreigde menig verzekeringsmaatschappij om polissen te schrappen en een aantal bedrijven begon al over het verlaten van de stad. ‘Zelfs een VN-organisatie liet ons weten dat Kopenhagen als locatie een risico was,’ zegt Rasmussen.
Het is zijn bedoeling om tot aan zijn pensioen, over enkele jaren, te blijven werken aan de verwezenlijking van het Skybrudsplan. Zijn plattegronden zijn inmiddels uitgebreid en voorzien in bredere slagaders die aanzienlijke hoeveelheden water kunnen verstouwen, parkeerplaatsen waar het langzaam kan wegvloeien en zijstraten die zorg moeten dragen voor al het water dat van de daken naar beneden stroomt.
Meer kleur en meer natuur
Ditte Juul Sørensen, de projectmanager en landschapsarchitect – een van de elf die door Kopenhagen voor het Skybrudsplan in dienst werden genomen – gaat ons voor naar een strook groen. De locatie op de Scandiagade is zo klein dat ze niet eens op Google Maps als park staat aangegeven. Hier zijn zeven betonnen bassins geïnstalleerd die op het eerste oog nauwelijks te zien zijn. Er is een vlindertuin, er zijn moestuintjes en er hangt zelfs een hangmat. Een felgekleurd looppad verbindt het ene bassin met het andere. Het voorbeeld toont perfect hoe de stad het Skybrudsplan wil aanwenden om de kwaliteit van leven voor bewoners te verbeteren.
RADICAAL ALTERNATIEF
De huizen die de Indiase architect Bijoy Jain ontwerpt zijn vrijwel volledig met de hand gebouwd, op basis van traditionele technieken. Ze bieden daarmee een radicaal alternatief voor de hedendaagse bouwwijze. ‘We hebben geen elektriciteit nodig, geen lijm, geen metaal – echt waar, dat is geen grap’, zegt hij. Met zijn aandacht voor het behoud van traditionele kennis en het gebruik van lokale grondstoffen wijkt Jain af van de standaardbouwkunde en wil hij de band tussen de mens en diens natuurlijke omgeving behouden. Hij biedt ‘een radicaal tegenproject aan het gedigitaliseerde en geautomatiseerde leven’, waarin veel mensen in het westerse wereld, en steeds meer mensen in India, met een paar muisklikken hun inkopen doen bij Ikea en Amazon
‘Het projectteam vroeg de mensen hier wat ze wilden,’ zegt Sørensen, en de consensus was meer kleur en meer natuur. Dus werd de ongebruikte strook land omgetoverd in een stadstuin. Alleen het laatste bassin, helemaal aan het eind, bevat momenteel een beetje regenwater, de grond is er vochtig. De weg parallel aan de groene strook werd enigszins aangepast zodat tijdens zware regenval water vandaar in de bassins kan stromen. Vanuit de bassins kan het water ofwel in de grond sijpelen, ofwel via ondergrondse kanalen naar de haven worden afgevoerd. Publieke participatie heeft ervoor gezorgd dat de meerderheid het project steunt,’ zegt Sørensen.
En dat is niet de enige reden waarom de lokale bevolking erbij is betrokken: de hoop is dat de stadstuin de bewoners zal aanmoedigen om de boel goed te onderhouden en te voorkomen dat de bassins vol komen te liggen met rotzooi.
Weinig protest
Toch vraag je je af hoe Kopenhagen het met relatief weinig protest voor elkaar heeft gekregen om parken en wegen op te knappen voor hoogwaterbescherming, terwijl een stad als Berlijn niet eens 500 meter fietspad kan aanleggen zonder dat daar enorme heisa van komt. ‘Natuurlijk was er onenigheid,’ zegt Sørensen. En discussies liepen niet altijd zo goed als bij het Scandiagade-project. In de buurt rond het Karens Minde Kulturhaus, een cultureel centrum, waren de bewoners aanvankelijk niet erg enthousiast over de plannen om hun park om te bouwen tot afwateringsgebied voor de rest van de stad.
Ze zegt dat ze drie jaar lang regelmatig bijeenkomsten met omwonenden belegde en hen verzekerde dat de linden en populieren, die beschermd zijn, zouden blijven staan. Uiteindelijk mochten de buurtbewoners de straatstenen en banken in het park kiezen, maar het plan zelf stond nooit ter discussie. ‘We dragen allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid,’ aldus Sørensen.
Iedereen heeft nog duidelijke herinneringen aan de ramp in 2011
Sommige van de projecten zijn overigens zo onopvallend dat niemand ze überhaupt opmerkt. Meer naar het noorden bijvoorbeeld, in Enghaveparken, is een inlinehockeyveld aangelegd, omringd door een lage betonnen muur. Leden van de jeu-de-boulesclub ernaast gebruiken die muur om op te zitten of hun wijnglas op te zetten. Ze zijn verbaasd als ze horen wat de ware functie van de muur is en zeggen nooit te hebben bevroed dat de ruimte bedoeld is als bassin om regenwater in op te vangen. Iedereen heeft nog duidelijke herinneringen aan de ramp in 2011 – aan trouwjurken die onder de modder zaten en aan vernield meubilair.
‘Het is absoluut de juiste beslissing voor de stad om dit te doen,’ zegt Rasmus Lütken, een kunstenaar en architect die lid is van de jeu-de-boulesclub. Wat hem betreft, zegt hij, is de grootste vraag of het plan wel ver genoeg gaat en of er niet meer moet worden gedaan. ‘Bovendien,’ voegt hij met een grijns toe, ‘het ziet er geweldig uit.’
Leden van de Amerikaanse 6 januari-commissie die de bestorming van het Capitool in Washington vorig jaar onderzoekt, reisden af naar Kopenhagen om filmbeelden te bekijken van de zeer omstreden Trump-bondgenoot en lobbyist Roger Stone, die in 2020 gratie kreeg van Trump na een veroordeling voor meineed. De commissie bekeek ruim 170 uur materiaal van de Deense documentairemaker Christoffer Guldbrandsen, die Stone gedurende lange periodes volgde met zijn camera. Zijn ploeg was ook bij hem op 6 januari 2021, toen een menigte het Capitool bestormde in een poging Trump aan de macht te houden.
Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen
Uit rechtbankdossiers blijkt dat verschillende leden van Stones persoonlijke beveiliging op de dag van de rellen lid waren van de extreemrechtse Oath Keepers; sommige daarvan zijn later beschuldigd van betrokkenheid bij de bestorming. Guldbrandsen zou beelden hebben van Stone in zijn hotelkamer, kijkend naar de bestorming. Daarbij was ook Joshua James aanwezig, een Oath Keeper die later schuld bekende aan opruiende samenzwering vanwege zijn betrokkenheid bij de vermeende plannen van de groep. Stone is ook te zien terwijl hij zijn mobiele telefoon gebruikt, waarop via een versleutelde app contacten zijn te zien met de extreemrechtse Proud Boys-leider Enrique Tarrio en Oath Keepers-leider Stewart Rhodes.
Stones contacten met extreemrechts worden onderzocht door de 6 januari-commissie en het ministerie van Justitie, aldus Politico. Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen. ‘De onderzoekers zullen de documentaire misschien vermakelijk vinden, maar zullen geen bewijs vinden van wangedrag,’ liet hij in een verklaring weten.
Stockholm in plaats van Rome? Oktober in plaats van juli? Toeristen in Europa zullen waarschijnlijk hun vakanties aanpassen vanwege de stijgende temperaturen. Het continent wordt door klimaatonderzoekers aangemerkt als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte.
Afgelopen week vielen er in een aantal landen meerdere doden als gevolg van de extreem hoge temperaturen. Zo bezweken in Griekenland verschillende toeristen – waaronder een presentator van de BBC – aan de hitte, terwijl er bij de hadj in Mekka al minstens duizend doden gevallen zijn.
Dit artikel van The New York Times van de zomer van twee jaar geleden wijst een trend aan die onder toeristen zichtbaar begint te worden: het uitstellen van een vakantiereis of het wijzigen van een bestemming in verband met extreme hitte. Steeds vaker kiezen mensen voor een vakantie die buiten de zomermaanden valt. ‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ aldus een klimaatexpert.
Het was midden juli, hoogseizoen voor zomervakanties, en het nieuws uit Europa zag er slecht uit. Vanwege een door hitte veroorzaakt ‘defect aan het oppervlak’ was de landingsbaan op de Londense luchthaven Luton kortstondig gesloten. Treinen in heel Groot-Brittannië waren vertraagd of werden geannuleerd wegens oververhitte sporen. Meer dan twee dozijn weerstations in Frankrijk registreerden de hoogste temperaturen ooit. En natuurbranden laaiden op in toeristische gebieden in Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië en Griekenland, onder meer vlakbij Athene.
‘Als je van het centrum van de stad naar buiten keek, zag je de Acropolis en daarachter kon je in de verte een rode waas zien,’ zegt Peter Vlitas, onderdirecteur van Internova Travel Group, die in Athene was tijdens bosbranden die de brandweer inmiddels onder controle heeft.
Vlitas voegt eraan toe dat hij de rook vanuit zijn hotel kon ruiken en dat hij soms zijn deur moest sluiten om te voorkomen dat fijne as zijn kamer binnenwaaide. Maar het leven in Athene, zegt hij, ging gewoon door.
‘De tavernes zitten ’s avonds vol en de taxichauffeurs hebben het druk, wat altijd een goede indicatie is,’ zegt Vlitas, die nog steeds in Athene is. ‘Griekenland ervaart wat de rest van Europa ook ervaart: een recordaantal toeristen.’
De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met koelere maanden
Na meer dan twee jaar uitstel van hun vakanties, zijn reizigers niet geneigd om reizen te annuleren, ook niet vanwege weersomstandigheden die voor krantenkoppen zorgen. Maar verschillende mensen in de sector spreken van een toenemend aantal reizigers dat, rekening houdend met hoge temperaturen, van bestemming verandert, dagschema’s aanpast of hun reis voor een maand of twee uitstelt.
Gezien het tempo en de ontwikkeling van klimaatverandering, zullen dergelijke aanpassingen de komende jaren waarschijnlijk steeds vaker voorkomen – en steeds noodzakelijker worden. Dat geldt met name voor reizen naar Europa, een regio die door klimaatonderzoekers wordt omschreven als een ‘hot spot’ voor ernstige zomerse hitte, waar hittegolven volgens de voorspellingen in de toekomst langer, frequenter en heviger zullen zijn.
Ondanks de hoge toeristencijfers van deze zomer zijn er al subtiele tekenen dat de hitte veranderingen in de hand werkt die in de toekomst wel eens de norm zouden kunnen worden. De zomerse reiskalender van Europa begint zich uit te breiden met de kalmere (en koelere) maanden april, mei, september en oktober, terwijl veel reizigers hun reisroutes verleggen naar het noorden en in de richting van de kust.
Veranderde reisplannen
Karen Magee, onderdirecteur en algemeen manager van In the Know Experiences, zegt dat haar reisbureau sinds medio juli van klanten de vraag begon te krijgen of hun reisplannen konden worden aangepast, rekening houdend met de warmte.
‘Dat was nieuw,’ zegt Magee. ‘Ik kan niet herinneren dat mensen eerder belden en zeiden: “Misschien slaan we Rome over en kiezen we voor een stad die makkelijker toegang tot het strand biedt.” Of ze hebben bijvoorbeeld hun verblijf in de stad ingekort en ervoor gekozen om iets eerder naar het platteland te gaan dan ze hadden gepland.’
Dolev Azaria, de oprichter van Azaria Travel, hielp een familie die op het laatste moment besloot de eerste vijf dagen van hun vakantie in Amsterdam door te brengen in plaats van in Rome, alleen maar om de hitte te vermijden. Andere klanten schrapten hun plannen voor Toscane en boekten om naar Sicilië, waar ten minste een mediterraan briesje zou zijn.
Steden als Kopenhagen en Amsterdam komen naar voren
‘Het doel is om een klant te verplaatsen van een oververhitte stad naar een plek bij het water,’ zegt Azaria. ‘Dan komen steden als Kopenhagen en Amsterdam naar voren, bestemmingen die onze klanten oorspronkelijk misschien niet zouden hebben gekozen.’
Azaria zegt dat ze tot nu toe nog geen volledige annuleringen heeft gehad. ‘Er is zoveel opgehoopte vraag. We zijn in deze zomer eigenlijk de uitgestelde reizen van de afgelopen twee jaar aan het organiseren.’
Vooruitblikkend naar volgend jaar houdt Azaria rekening met een verlengd zomervakantieseizoen. ‘We zien al dat de zomer zich echt uitstrekt tot het einde van september, zelfs tot half oktober,’ zegt ze.
Reizigers die misschien overwegen om aanspraak te maken op hun verzekering vanwege de extreme hitte, zullen ontdekken dat annuleringsverzekeringen weinig mogelijkheden bieden tot restitutie. Zo maakten klanten van reisadviseur en oprichter van Pyxis Guides Jude Vargas zich zorgen over de hitte tijdens een aanstaande familiereis naar Portugal, maar ze gingen uiteindelijk wel.
‘Ze maakten zich zorgen over hun kinderen,’ zegt Vargas. ‘Maar ze realiseerden zich dat ze eraan vastzaten.’
Het is onwaarschijnlijk dat reisverzekeringen reizigers zullen dekken die een reis annuleren als gevolg van een hittegolf, zegt ook Dan Drennen, directeur verkoop en marketing bij Travel Insurance Center. De enige polis die in een dergelijk scenario van toepassing zou kunnen zijn, is een ‘annuleringsverzekering om welke reden dan ook’, aldus Drennen. Hij voegt eraan toe dat een dergelijke verzekering meestal zo’n veertig procent duurder is dan een normale dekking en over het algemeen maximaal 75 procent van de totale reiskosten vergoedt. Hij raadt reizigers aan om onderzoek te doen en met een adviseur te overleggen voordat ze een verzekering nemen, zodat ze weten wat er wordt gedekt en wat niet.
‘Mensen nemen aan dat deze verzekeringen in alles voorzien, maar dat doen ze dus niet,’ aldus Drennen.
Aanpassingen onderweg
Mensen met reisplannen kunnen een aantal praktische stappen doen om met de hitte om te gaan. Vargas hielp haar klanten om hun reizen in de middag te verzetten naar de koelere avonduren, maar omdat het dit reisseizoen zo druk is, kunnen lastminuteplekken moeilijk te vinden zijn. Ze beveelt ook aan om te reizen met een spuitfles met een ventilator eraan, een draagbaar apparaat dat ze omschrijft als ‘een redder in nood, zeker als je kinderen hebt’. Gebruik van een paraplu als parasol kan ook helpen. Vooruitkijkend naar volgend jaar voegt ze toe dat ze zich zal gaan richten op reizen in maanden als mei en oktober.
Héctor Coronel Gutiérrez, directeur toerisme van de gemeente Madrid, adviseert bezoekers die hoogzomer naar zijn stad komen om groene gebieden op te zoeken, waaronder het Madrid Río-park, met veel schaduwrijke plekken en een zone met fonteinen waar kinderen in het water kunnen spelen. Hij voegt eraan toe dat juli en augustus weliswaar heet zijn, maar dat de stad dan over het algemeen rustiger is dan in mei en juni, zodat het makkelijker is om mensenmassa’s te vermijden.
Het is ook gemakkelijk om in Spanje airconditioning te vinden, hoewel Amerikaanse bezoekers de gebouwen warmer zouden kunnen vinden dan ze gewend zijn. In een poging om het energieverbruik te verminderen, kondigde de Spaanse regering eerder deze week aan dat winkelcentra, bioscopen, luchthavens en andere locaties hun thermostaat niet langer op temperaturen onder 27 graden Celsius mogen instellen.
‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast’
Schrijver en touroperator Rick Steves, die onlangs terugkeerde uit Spanje, zegt dat reizigers Madrid in de zomer wel eens comfortabeler zouden kunnen vinden dan steden als Londen, Parijs of Frankfurt, waar hoge temperaturen en dus airconditioning niet de norm zijn.
‘Oorden die gewend zijn aan absurde hitte, zoals Spanje, hebben hun levensstijl eraan aangepast – ze houden een siësta, er zijn trottoirs met canvas luifels erboven zodat mensen schaduw hebben terwijl ze rondlopen en ze hebben restaurants die zo zijn ingericht dat ze mensen koelte bieden,’ aldus Steves.
Naast praktische stappen zoals het gebruik van zonnebrandcrème en veel water drinken adviseert Steves reizigers om kaartjes voor musea vooraf te boeken om te voorkomen dat ze in de hitte in de rij moeten staan. Hij sluit zich aan bij Vargas met het advies om in de toekomst voor reizen het voor- en naseizoen te overwegen: dat wordt door zijn bedrijf nu gedefinieerd als april en oktober en niet langer als mei en september.
CO2-uitstoot
‘Dit is een periode van aanpassing, waarin we ons voorbereiden op verergering van de gevolgen van klimaatverandering,’ aldus Steves, die wijst op de ironie van reizigers die klagen over hogere temperaturen terwijl ze wel op vluchten met een grote CO2-uitstoot naar Europa stappen. Hij vindt dat reisorganisaties moeten investeren in klimaatbewustzijn, klimaatvriendelijke landbouw en soortgelijke initiatieven om de uitstoot van reizen naar Europa te verminderen. CO2-compensatie is een andere optie, maar deskundigen zijn het er in het algemeen over eens dat die programma’s alleen niet voldoende zijn om de volledige CO2-kosten van onze vluchten te dekken.
Zelfs als we vandaag alle broeikasgasemissies zouden stoppen, is een bepaalde hoeveelheid extra opwarming al ingebakken in het systeem, zegt Rebecca Carter, die als hoofd klimaatadaptatie werkt bij het World Resources Institute, een denktank gevestigd in Washington D.C. Maar we zijn niet gestopt met de uitstoot van broeikasgassen: de uitstoot van kooldioxide neemt toe en de aarde warmt sneller op dan ooit tevoren.
De intense hitte van deze zomer ‘is geen toevalstreffer’, zegt Carter, ‘maar eerder het begin van een trend waarvan we meer zullen gaan zien’.
Het bewijs ervan in Europa is duidelijk: in de historische weerstatistieken van Groot-Brittannië (die teruggaan tot 1884) dateren de tien warmste jaren allemaal uit deze eeuw. In Duitsland is het gemiddelde aantal ‘warme dagen’ per jaar (dagen met temperaturen van 30 graden Celsius of meer) sinds de jaren vijftig aanzienlijk gestegen. En wetenschappers berekenden in Frankrijk dat de gemiddelde temperaturen in de noordoostelijke stad Straatsburg nu ongeveer gelijk zijn aan die in de jaren zeventig in Lyon, dat bijna vijfhonderd kilometer zuidelijker ligt.
Carter voegt eraan toe dat klimaatverandering zich zal blijven manifesteren in de vorm van hittegolven en andere extreme weersomstandigheden, die de reislogistiek zullen verstoren. Ze wijst er bijvoorbeeld op dat vliegtuigen niet gecertificeerd zijn om boven bepaalde temperaturen te vliegen en dat door die limiet in het verleden al vluchten aan de grond zijn gehouden. Maar als het aankomt op individuele reisbeslissingen zal veel neerkomen op persoonlijke tolerantie voor hitte.
‘De hitte zal een grote rol gaan spelen in het bepalen waarheen we gaan, wanneer we gaan en of we gaan,’ zegt Carter.
De Syrische schrijver en journalist Odai Al Zoubi vluchtte in 2015 via Istanboel naar Denemarken. In dit verslag vertelt hij hoe het hem vergaat in Scandinavië.
‘Het Noorden is een beproeving, een oord van verveling.’ – Salim Barakat, Syrisch-Koerdische dichter (tegenwoordig gevestigd in Zweden)
Ik ben begin 2015 in Istanboel aangekomen en er aan het eind van dat jaar weer weggegaan. Ik had niet bewust gekozen om me daar te vestigen en ook niet om er weg te gaan. Het was de wil van het lot, waarop wij geen enkele greep hebben.
We staan bij het consulaat van Denemarken in Istanboel: Irakezen, Syriërs, Arabieren en Koerden. Er zijn hier geen Turken, die vragen hun visum aan via internet. De Irakezen vertellen me over hun vrees voor Syrië, hun liefde voor Homs en Damascus. In dit rustige gesprek is de soenniet die zich verzet tegen de sjiitische milities makkelijk te onderscheiden van de sjiiet die boos is op Islamitische Staat. De slecht Arabisch sprekende Syrische Koerden in het consulaat wachten op toestemming voor gezinshereniging.
Een oude vrouw met een hoofddoek bidt tot God en roept daarmee nog meer verwensingen op. Een meisje van acht klampt zich aan haar vast, terwijl een nog jonger jongetje achter zijn moeder aan gaat die voor het loket van een Deense employé staat te wachten. De oma zegt tegen mij dat ze uit Ayn Tarma [een voorstad van Damascus] komt en vertelt me haar verhaal: ‘Mijn oudste dochter verzoekt om gezinshereniging zodat ze naar haar man in Denemarken kan gaan.’ Als haar dochter weggaat, zal de oma hier helemaal alleen wegkwijnen; gaat ze niet, dan zullen ze hier samen met de twee kinderen wegkwijnen. ‘Mijn enige zoon is zestien jaar en hij wil ook vertrekken. Ik wil het beste voor hem, maar wat moet ik doen als hij weggaat? Uit bedelen gaan? Zou jij dat voor je moeder willen?’ Ze richt zich niet echt tot mij, en verwacht ook geen antwoord. Ze smeekt God om haar terug te brengen naar het dorp waar ze vandaan komt: ‘In Ayn Tarma heb je alles wat je wilt, niemand heeft daar honger en de mensen houden van elkaar.’
De dochter probeert haar zoontje over te halen om weer bij zijn oma te gaan staan. ‘Anders geven de Denen ons de papieren niet, wees stil, houd je mond nu. De Denen zijn niet zo lawaaiig als wij… Dit is al de vijfde keer dat we hier zijn, we wachten al twee jaar op die papieren, hopelijk lukt het deze keer.’ De Deense medewerker wenkt de moeder naar het loket en geeft haar de papieren. ‘Mabroek!’ [‘Gefeliciteerd!’] De vrouw barst in tranen uit. Haar twee kinderen volgen haar voorbeeld. Iedereen om hen heen feliciteert de vrouw, ook de Koerden in hun gebrekkige Arabisch en de Irakezen die geroerd zijn door dit tomeloze verdriet.
Het kleine meisje fluistert: ‘Mama, ik wil niet naar Denemarken, ze zeggen dat het daar heel erg koud is.’ De moeder drukt haar huilend tegen zich aan: ‘De hele wereld is ijskoud.’
Ergens in mijn achterhoofd vraag een duiveltje geamuseerd: “In Damascus bent je nooit geïntegreerd, gaat het je hier dan wel lukken?”
Ik probeer uit te zoeken wat ik mee wil nemen in mijn derde ballingschap en ik vind: een aantekenboekje over mijn lezingen van tien jaar geleden, een oude, stoffige koffer die niet open is geweest sinds ik in Istanboel ben aangekomen, souvenirs uit Londen en Norwich, rekeningen voor mijn Engelse mobiele telefoon waar ik niets meer aan heb, tijdelijke arbeidscontracten bij een verre universiteit, officiële papieren en loonstrookjes, belastingoverzichten, verlopen visumaanvragen, tweehonderd Syrische ponden in biljetten en dirhams van de Emiraten, kaartjes van vrienden in Engeland, een verlopen paspoort dat ik niet durf weg te gooien uit angst dat een buitenlandse instantie me er om veiligheidsredenen naar zal vragen, een kruisje dat ik uit een Armeense kerk heb gestolen tijdens een verrassingsbezoek, verschillende dvd’s met films (Buñuel, Sofia Coppola), te krappe truien die ik van het ene continent naar het andere meesleep in de hoop dat ze ooit nog om mijn buik zullen passen die sinds mijn dertigste steeds dikker wordt, de laatste dichtbundel van Mahmoud Darwish [Palestijnse dichter, 1942-2008], en een van Al-Mutanabbi [Arabische dichter uit de tiende eeuw, bekend om zijn omzwervingen], een bloemlezing van gedichten van Borges, mijn master- en doctoraaldiploma, een paar basketbalschoenen die nog vrijwel nieuw zijn, al heb ik ze meer dan vijf jaar geleden gekocht, en het gevoel van een ballingschap die permanent wordt.
Ik heb geen enkele foto bij me, zelfs niet op mijn computer of op mijn telefoon. Ik houd er niet van om rond te zeulen met herinneringen aan een verleden dat geen band heeft met het heden. Wie heeft behoefde aan foto’s als de herinneringen in het geheugen gegrift staan?
Op het vliegveld van Kopenhagen loop ik ineens tussen mooie lange slanke vrouwen en knappe blonde mannen. Een beetje schutterig loop ik door, de kleine dichter met het gitzwarte haar en de gedrongen gestalte. Een aankondiging waarschuwt dat mensen met een Syrische of Somalische nationaliteit geen toeristenvisum kunnen krijgen, wat ook de reden is voor hun aanvraag. Alleen gezinshereniging is mogelijk, onder financiële en administratieve voorwaarden die even draconisch zijn als vernederend. Racisme is in Denemarken niet langer verborgen, het is nu even zichtbaar als dat van de Syriërs tegenover de Somaliërs. Mijn landgenoten vragen zich verbijsterd af: ‘Echt? Somaliërs en wij? Dat is idioot. Wij zijn beschaafd, goed opgeleid, wij zijn ambachtslieden en ondernemers… niet zoals die zwarte Afrikanen.’ Zelfs onze jarenlange oorlog heeft ons niet van onze fouten genezen.
Staand voor de medewerker van de immigratiedienst bereid ik me voor op het zoveelste verhoor over mijn relatie met Islamitische Staat en andere vreemde vragen over mijn verleden en mijn toekomst, zoals op elke luchthaven waar ik mijn verdoemde Syrische paspoort liet zien. ‘Welkom in Denemarken, uw tweede vaderland. Ik wens u een prettig verblijf.’
Ik geloof mijn oren niet: ‘Moet ik soms ergens anders heen waar ze me willen ondervragen?’ ‘Nee hoor. We moeten ons alleen wel verontschuldigen voor het slechte weer. Ik hoop dat u daartegen kunt.’
Ik ben niet gewend aan dit klimaat. Hier in dit koude Noorden kampen de mensen voortdurend met depressies, een diepe narigheid die tot in de haarvaten van hun vermoeide geest trekt. In de winter lopen ze door de straten als witte spoken bedekt met menselijk vlees dat huivert van eenzaamheid. Ze hebben haast om thuis of op hun werk te komen en laten de straten leeg achter, als mooie ruïnes, schoon en geordend. Op de weinige warme dagen vertonen ze zich in de zon, als primitieve wezens die bij de eerste zonnestralen naar buiten komen. Hun zwijgzame stemming wordt jovialer en zuidelijker. Dan glimlachen en lachen ze zoals wij, de kinderen van het warme zuiden. Ze trekken hun kleren uit en gaan in de openbare parken liggen.
Volgens de officiële documenten van de Deense overheid ben ik nu ‘immigrant’. Twee weken na mijn aankomst heb ik een afspraak met de medewerkster die mij de komende jaren onder haar hoede heeft en mijn ‘integratie’ in de Deense samenleving zal begeleiden. Ergens in mijn achterhoofd vraag een duiveltje geamuseerd: ‘In Damascus bent je nooit geïntegreerd, gaat het je hier dan wel lukken?’
Zittend achter haar computer houdt de medewerkster officiële papieren in drie talen in haar handen: Arabisch, Engels en Deens. Ik ga tegenover haar zitten, gewapend met maar één document dat geen waarde heeft maar voor mij belangrijk is: mijn verdoemde paspoort. De bijeenkomst begint met het officieel voorlezen van mijn rechten en plichten. De administratieve papierwinkel heeft me altijd afgeschrikt. Het doet me denken aan de vernederingen in Syrië, elke keer als wij ons wilden inschrijven bij de universiteit, bij de vakbond of zelfs voor het registreren van een auto. Ik buig mijn hoofd en neem de domme houding van de vluchteling aan.
De woordenstroom stokt: ‘Luistert u wel?’
‘Natuurlijk,’ antwoord ik.
Even blijft het stil. ‘Heeft u psychische problemen?’
Een stemmetje in mij weerstaat de lust om te antwoorden: ‘Tja lieverd, zoals alle Syriërs. Ik heb geen vrienden meer. Die zijn via de ballingschap verspreid geraakt, ik heb ze al in geen vijf jaar meer gezien.’ Ik stel mijn ondervraagster gerust: ‘Nee, nee, geen psychische problemen.’
Zij pakt haar papieren weer op. ‘Hebt u een lichamelijke of geestelijke handicap waarvan wij moeten afweten?’ Het stemmetje binnenin mij fluistert: ‘Ja, ik durf het huis niet uit. Ik kan er niet tegen als iemand me vragen stelt over Syrië. Europeanen stellen ons vragen over Syrië alsof het over een Hollywood- of Bollywoodfilm gaat. Die blik, waarmee ze dan “O” zeggen en het gebaar waarmee ze vervolgens hun hand op onze schouder leggen, als uit medeleven.’
Hardop: ‘Nee, alles is normaal.’
‘Kunt u terug naar Syrië?’
‘Dat weet ik niet. Als Turkije de grens openstelt, zou ik naar de noordelijke gebieden kunnen, die worden beheerst door de oppositie. Ik denk niet dat ik naar de gebieden kan gaan waar het regime de baas is. Maar er is geen formele aanklacht tegen mij.’
Weer stilte. Voor me op het bureau liggen foldertjes, bedoeld voor vrouwen, in het Turks, Pasjtoe, Farsi, Arabisch en Urdu: ‘Als uw echtgenoot, uw broer of een ander familielid u slaat of verbaal mishandelt, kunt u contact met ons opnemen en dan kunnen wij u beschermen.’ Ik pak er een en laat het in mijn zak glijden.
De vrouw glimlacht. ‘Laten we het over uw integratie hebben.’ Inwendig overweeg ik te antwoorden: ‘Ik zal u eens heel simpel uitleggen hoe het zit: de Syriër kan nergens integreren zolang zijn land in brand staat. Dat is logisch, mevrouw. Onze families, onze vrienden, onze straten, onze herinneringen, onze toekomst, onze muziek, onze godsdienst, ons land, onze grenzen, onze bedrijven, onze tradities, onze dialecten, onze literatuur, onze overtuigingen, de stem van onze voorouders, hun foto’s en hun graven, alles op de wereld dat belangrijk voor ons is, verdwijnt alsof het nooit heeft bestaan. Zelfs te midden van de mensen voelen wij ons alleen. Laat ons in deze oorlogsjaren met rust. We willen niet integreren en zelfs al zouden we het willen, we kunnen het niet.’ Ik antwoord uiteindelijk: ‘Ja, natuurlijk, dat is belangrijk.’
‘Hebt u problemen met aanpassen aan de Deense samenleving?’
‘Ik geloof het niet.’
‘Weet u dat zeker? Er bestaan verscheidene programma’s om de integratie makkelijker te maken en ik zou graag willen dat u daar eens naar kijkt.’
Ze geeft me wat folders, die ik een beetje vermoeid doorblader. Vrijwilligers die je de stad willen laten zien, andere vrijwilligers die je Deens kunnen leren. Er worden bijeenkomsten georganiseerd over Denemarken, over de cultuur van het land, de keuken. Er zijn gesprekken voor psychologische ondersteuning…
Deense waarden
‘Goed, laten we het dan nu over de komende vijf jaar hebben.’
Ik, in mezelf: ‘Mijn lieve dame, laten we het van dag tot dag bekijken. Ik zit voor twee jaar goed met mijn visum, daarna zien we wel weer verder.’ Zij vraagt me of ik het contract dat de overheid me heeft voorgelegd wel heb gelezen. Dat ben ik kwijtgeraakt, maar ik antwoord bevestigend en zeg dat ik al het heb getekend.
Zij weer: ‘Zolang u hier bent, mag u uw vrouw, uw kinderen of iemand anders niet slaan.’
Ik, in mezelf: ‘En mag ik dat buiten Denemarken dan wel?’
Zij: ‘Dat hoort bij onze waarden in Denemarken.’
Ik, weer inwendig: ‘Ik zou wel eens willen weten wat de Deense waarden onderscheidt van de Zweedse of de Europese. Zijn dat niet dezelfde als die van de Arabieren en de islamieten die in Syrië wonen? Waarden kun je niet vastleggen in een contract dat je afsluit met een denkbeeldig wezen dat “de staat” heet.’
Zij: ‘U verplicht zich om respect te hebben voor minderheden en alle verschillen…’
Ik, in mezelf: ‘Hoe zit het dan met de Deens volkspartij [de Dansk Folkeparti], een extreemrechtse club die bij de parlementsverkiezingen van 2015 de tweede partij van het land is geworden? Die wil uit het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens stappen en de doodstraf weer invoeren. De groep heeft het openlijk over het inperken en onderdrukken van moslims. Deelt u die waarden?’ Dan hardop: ‘Natuurlijk zal ik de Deense waarden respecteren.’
Hoe moeten we onze taal leven in een land waar die in verband wordt gebracht met terrorisme? We schamen ons om die taal te gebruiken op vliegvelden, op stations, in bussen en cafés
De Koerdisch-Syrische dichter Salim Barakat woont ver van alles vandaan in Zweden, waar hij zich in 1999 heeft gevestigd. Ik heb overwogen om contact met hem op te nemen en er daarna weer van afgezien. Ik denk aan zijn vreemde lot. Een Arabischtalige Koerd in een ver land. Hij schrijft nog steeds. Wie zijn lezers zijn hangt af van het onderwerp waar hij het over heeft. Sommigen bewonderen zijn totale en volmaakte beheersing van het strikt letterlijke Arabisch, terwijl anderen vinden dat zijn taal absurd is en leeg, een doel op zichzelf geworden. Toch drukt de man er een heel herkenbaar stempel op zowel voor het oog als voor het oor.
De relatie met de taal is een zwakke plek van alle Arabieren die racistische mythen over de superioriteit van hun taal herhalen. Die mythe is terug te voeren op de religieuze oorsprong van het Arabisch en de tijd van de grote veroveringen. De taal van de Koran is gewapenderhand en via bekeringen opgedrongen aan volken en staten. Op dezelfde manier bestaan in het Westen racistische legendes over de superioriteit van de westerse talen ten opzichte van die van het Oosten. Het koloniale verleden blijft leven in de denkbeelden van het volk en van de academische wereld, die van het Oosten een gebied maken dat onderontwikkeld en anders is, en waarvan de taal nooit de vrije gedachte zal kunnen uitdrukken. Toch zijn volgens de moderne linguïstiek alle talen gelijk in hun vermogen om ideeën en gevoelens te formuleren, de voortgang van de moderne wetenschap te begrijpen en een gemeenschappelijke mystiek van alle volken uit te drukken. Geen taal is beter, preciezer, mooier, poëtischer, vrijer, opener of geslotener dan een andere.
Ik hou van het Arabisch, niet omdat het een superieure taal is, maar omdat het mijn taal is. Net als Salim Barakat wil ik in geen andere taal schrijven. Maar hoe moeten we onze taal leven in een land waar die in verband wordt gebracht met terrorisme? We schamen ons om die taal te gebruiken op vliegvelden, op stations, in bussen en cafés. In ieder geval is het onmogelijk om in een land werk te vinden zonder de taal van dat land machtig te zijn. Het Deens is dus mijn toekomst. Een taal die onmogelijk is om uit te spreken, want hij mist de gutturale klanken waar mijn keel naar staat. Ik denk aan het lot van de ballingen die hun taal naar elders hebben gebracht: Nabokov, Cortázar, Ibsen, Marx of Bakoenin. Wat hebben zij met hun oorspronkelijke taal gedaan na tientallen jaren ballingschap?
Ik fiets door de straten van de hoofdstad, met een waterdicht pak over mijn gewone kleren, net als de Europeanen. Kopenhagen heeft nooit oorlog of bezetting gekend, behalve die van de Duitse Führer. De stad heeft zich aan Hitler overgegeven om verwoesting te voorkomen, net als Parijs. Het centrum is rustig en veilig. Dit is de stad met het grootste percentage vrouwen in het politieke en economische leven, de beste sociale programma’s en het kleinste verschil tussen rijk en arm ter wereld. Hoe kun je níét van dit koude noordelijke landje houden?
Ik ga in de bibliotheek zitten om _Woorden van dag en avond _van Naguib Mahfouz te lezen [Egyptische winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur; dit boek is niet vertaald]. Het is onmogelijk om niet de bezorgde blikken te zien van mensen die mij, met mijn dikke zwarte baard, iets in het Arabisch zien lezen. Vanuit de verte word ik in de gaten gehouden door gewapende mannen. De bibliotheek kijkt uit op de enige synagoge in Kopenhagen. Twee jaar geleden heeft een Deen van Palestijnse afkomst, die geboren was in Kopenhagen en betrokken bij drugshandel, joden aangevallen bij de ingang van de synagoge, roepend dat hij dat deed uit naam van Palestina en de islam. Er vielen doden en gewonden. Sindsdien wordt de synagoge bewaakt.
Dit land is lange tijd homogeen geweest. Joden kwamen er pas laat naartoe. Vervolgens heeft de overheid na de Tweede Wereldoorlog Turken en Pakistanen binnengehaald om het zware werk te doen. De Palestijnen zijn gekomen tijdens de oorlogen in Libanon [1975-1990]. Zij werden in de jaren negentig gevolgd door Somaliërs en Eritreërs, tegelijk met Oost-Europeanen na de ineenstorting van de Sovjet-Unie. In diezelfde periode zijn ook de Koerden gekomen, op de vlucht voor de woede van het Turkse leger; vervolgens kwamen de Irakezen, Arabieren en Koerden die verjaagd waren door de oorlog tussen Irak en Iran en daarna door de Amerikaanse interventie. Nu zijn het de Syriërs.
Ik kijk naar de joden met hun keppeltje. Glimlachende oude mannen die langzaam bewegen, kuis geklede vrouwen, die sterk contrasteren met de alomtegenwoordige naaktheid in dit land, verlegen jongeren die achter hun familieleden aanlopen. Niemand in deze stad lijkt zo sterk op ons als deze praktiserende joden.
Ik ga naar buiten en loop door de straten. Geen gewapende wachters bij het parlementsgebouw. Een vredesactiviste staat hier elke dag te demonstreren tegen de regering. Ze roept leuzen tegen Amerika en voor Assad. Ik vraag haar wat ze van de chemische wapens vindt die de Syrische president volgens een rapport van de VN in het opstandige noorden van het land heeft ingezet. Ze antwoordt dat dat allemaal leugens zijn van voorstanders van Amerika en Israël. Ik loop door, verdwaald in een stad die ik nog slecht ken.
Tranen
In een smal straatje speelt een Egyptenaar met zijn zoon, die danst op een wijsje van Amr Diab [bekende zanger in Egypte]. Dan zet het kind het op een lopen en roept iets in het Deens, tot grote wanhoop van zijn vader: hij wil geen Arabische liedjes horen. Ik probeer vergeefs mijn tranen in te houden. Ik huil zonder reden. Mijn vrienden en geliefden zeggen dat ze voortdurend huilen. Degenen die naar Damascus gaan, huilen bij elk bezoek, zowel bij aankomst als bij vertrek. Degenen die er niet heen gaan, krijgen om het minste of geringste tranen in hun ogen, behalve om zichzelf. Wat moet je doen in een land waar Amr Diab ons aan het huilen brengt?
Overal rijden fietsers, er hangt een gigantische poster van de Deense volkspartij met een foto van blonde en blanke Denen. Eenvormiger dan de inwoners van de hoofdstad, vertegenwoordigen zij de campagnes met een duidelijke boodschap: wij zijn de Deense familie. Onder een laagje beschaving borrelen de ergste vormen van fascisme en fanatisme. De leden van deze beweging willen dat de grenzen gesloten worden, dat vluchtelingen worden uitgezet en dat ook de islamitische immigranten het land uit worden gestuurd, net als zigeuners, of dat nu Roemenen, Polen of Bulgaren zijn. Ze beweren dat Denemarken al die armen niet kan helpen: waarom zou het land een last moeten dragen die zijn krachten te boven gaat? Iets in dit affiche blokkeert elke poging tot communicatie tussen ons en die Deense familie. De volkspartij blijft maar hameren op de superioriteit van een beschaving die twee eeuwen geleden de wereld heeft veroverd, en zo het lot van volken, landen en individuen heeft verstoord, die daarvan nog altijd niet zijn hersteld. Afrikanen, Indiërs en Inuit werden onderworpen, tot de Denen stuitten op andere Europeanen, de Engelsen.
Nu verschijnen er partijen die nog extremistischer en gekker zijn dan de volkspartij. Een ongekende angst maakt zich meester van het land. De inwoners herkauwen even stom als nerveus het sprookje van een gelukkig land. Wij zijn superieur en gelukkig. Wij werken acht uur per dag en we houden van ons land. De rest van de wereld begrijpt niet dat wij gelukkig zijn, dat we hart hebben voor het milieu, dat wij goed zijn en open, dat we niets anders willen dat in dit land leven – alleen! Mensen staren zich blind op die zoektocht naar geluk en volmaaktheid. Niets is zo dodelijk voor het geluk als er dag en nacht naar zoeken, zonder de tijd te nemen om ervan te genieten of te denken aan het lot van je ongelukkige broeders, ver van dit ijzige en paradijselijke Noorden.
Ik kom bij de kerk waar ik vlakbij woon. Aan de muur hangt een reusachtig affiche in regenboogkleuren, symbool van de homoseksuelen. Op een houten bankje daaronder speelt een oude Pakistaan met zijn kleinkinderen. Ergens vandaan klinkt klassieke muziek, Mozart misschien. Tientallen kinderen staan in de rij om met hun leerkrachten de straat over te steken. Het onschuldige lawaai van gelach, geschreeuw, gehuil. Straks zal mijn zoon zich bij die scholieren voegen, zonder vragen te hoeven beantwoorden zoals ik.
De oude Pakistani tilt zijn kleindochter op en neemt haar op een holletje mee. De schaterlach van het kleine meisje weeft een onzichtbare draad tussen de kou van het Noorden en de warmte van het Zuiden. De blijheid van een kind omspant de hele wereld.
Deze Syrische journalist, schrijver en dichter werd in 1981 geboren in Damascus. Hij is medewerker van een groot aantal publicaties en websites van de Syrische oppositie. Met zijn literaire stijl heeft hij in de Arabische wereld al veel prijzen gewonnen. Hij is ook de auteur van een boek dat in 2016 is verschenen: As-Sam (De stilte, niet in het Nederlands vertaald). Al Zoubi, die in Engeland een doctoraal in de filosofie heeft gehaald aan de Universiteit van East Anglia, woont momenteel in Kopenhagen.
Al-Jumhuriya (De Republiek) is een website voor onderzoek en discussie die in maart 2012 in Istanboel is opgericht door een groep intellectuele Syrische ballingen, onder wie Yassin al-Haj Saleh, Nayla Mansour en Yassin Swehat. De site publiceert artikelen, enquêtes en wetenschappelijk onderzoek naar de politieke, sociale en culturele transformaties in Syrië en de rest van de Arabische wereld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.