Tag: koraal

  • Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Door een groeiende behoefte aan grondstoffen staan ondernemingen in de rij om ertsen en metalen van de zeebodem te halen. Dat gaat uiteraard niet zonder ernstige milieuschade. Het team van wetenschapper Pedro Martínez Arbizu onderzoekt in hoeverre het leven in de diepzee zich kan herstellen.

    Tweeduizend kilometer uit de kust van Mexico glijdt de Sonne over de nachtzwarte Stille Oceaan. Het schip sleept een instrument achter zich aan dat is uitgerust met foto- en videocamera’s en vlak boven de zeebodem zweeft. Aan boord kijkt Lilian Böhringer van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven gefascineerd naar de livebeelden uit een diepte van 4500 meter. De vlakke bodem is bezaaid met steenklompen zo groot als aardappelen. Op het eerste gezicht lijkt die vreemde wereld op een dood maanlandschap. Maar in het licht van de schijnwerper ontwaart de bioloog overal tekenen van leven in het zachte sediment: kruipsporen, wormgaten, de omtrek van een zeester die zich heeft ingegraven.

    Dan trillen er vreemdsoortige diepzeebewoners op haar beeldscherm. Een paar hebben een houvast gevonden op de stenen: anemonen die op bloemen lijken, fragiele koraalboompjes en sponzen op steeltjes, waaraan slangsterren zich vastklampen. Elke twintig seconden maakt de camera een foto van de bodemfauna. Böhringer vergroot het laatste snapshot. ‘Een prachtige zeekomkommer!’ roept ze enthousiast. Het bizarre wezen draagt een soort zeil op de rug en door het roze, bijna transparante lichaam schemert het spijsverteringskanaal. ‘In de diepzee zijn deze dieren bonter en veelsoortiger dan in de koraalriffen.’ Algauw zijn er ook witte, oranje en violette zeekomkommers te zien, stekelige worsten en buikige zeevarkens met beenstompjes.

    Sonne Expedition CCZ TimK 6
    De mangaanknollen op de bodem van de Stille Oceaan zijn miljoenen jaren oud. Ze worden gevormd door vulkanische processen en bevatten behalve mangaan en ijzer ook kostbaardere metalen zoals kobalt, nikkel en platina. – © Tim Kalvelage

    Geleidelijk verandert het uitzicht: de steenklompen zijn steeds meer bedekt met sediment, de levende wezens worden minder talrijk. Na een paar honderd meter is de zeebodem veranderd in een zandwoestijn. ‘We benaderen bijna het ontginningsgebied,’ zegt de onderzoekster na een blik op haar kaart met de positie van het schip. Kort daarna verschijnen op de bodem de anderhalve meter brede sporen van een tonnen zwaar rupsvoertuig. Op de doorploegde akker zitten een paar zee-egels. Een rood oplichtende garnaal zwemt door het beeld. Het gesteente is verdwenen en daarmee ook de dierenwereld die erop leeft.

    Op een diepte van 4000 tot 6000 meter over een oppervlak groter dan de EU ligt 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen

    In de herfst van 2022 is vanuit Californië in het noordoosten van de Stille Oceaan een expeditie vertrokken met het Duitse onderzoeksschip Sonne. Een team van 38 mensen wil onderzoeken welke schade de mijnbouw in de oceaan achterlaat. Anderhalf jaar geleden testte de Belgische onderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) in deze regio een oogstmachine met de afmetingen van een maaidorser. Die werd ontwikkeld om ertsen te verzamelen van de zeebodem: mangaanknollen die in de loop van miljoenen jaren op de diepzeevlaktes zijn ontstaan. Ze bevatten felbegeerde metalen zoals kobalt, koper en nikkel, die van belang zijn voor nieuwe technologie. Maar de ontginning zou een nog nauwelijks onderzocht ecosysteem op grote schaal kunnen verwoesten.

    Maritieme eldorado

    De Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een zeegebied tussen Hawaï en Mexico, is het maritieme eldorado. Op een diepte van 4000 tot 6000 meter ligt daar over een oppervlak groter dan de EU ongeveer 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een VN-organisatie, beheert deze reusachtige voorraden erts. Ze geeft licenties uit voor internationale wateren – tot dusver alleen voor de verkenning van de bodemschatten. Op dit moment werkt de autoriteit aan een reglement voor de ontginning. Deze Mining Code zou deze zomer goedgekeurd kunnen worden en meteen het startschot zijn voor de diepzeemijnbouw.

    Naast GSR behoort ook de Duitse Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffen tot de zeventien licentiehouders in de CCZ. De claims omvatten elk 75.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Beieren. In 2021 heeft GSR in het Belgische en het Duitse licentiegebied twee grote knollenvelden van ongeveer 30.000 vierkante meter geoogst en de klompen aan de rand van de testvelden overgeladen. Tegelijkertijd voerde het Europese onderzoeksproject MiningImpact, gecoördineerd door onderzoeksinstituut Geomar uit Kiel, een onafhankelijke milieustudie uit. Nu keren de wetenschappers met de Sonne terug om de gevolgen voor het ecosysteem te onderzoeken.

    Fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen

    ‘De soortenrijkdom in de CCZ is even groot als in de tropische regenwouden, vooral vanwege de mangaanknollen. Daarop vestigen zich veel dieren, die op hun beurt weer andere organismen aantrekken,’ vertelt expeditieleider Pedro Martínez Arbizu van het Duitse onderzoekscentrum naar mariene biodiversiteit in Wilhelmshaven, tijdens de tocht naar het Duitse licentiegebied. ‘Bij eerdere reizen hebben we honderden nieuwe soorten geregistreerd.’

    Mijnbouw in de diepzee zou hun leefruimte onherstelbaar beschadigen, vreest hij, omdat oogstmachines de knollen verwijderen en veel stof doen opwaaien. ‘De sedimentwolken verspreiden zich tot ver buiten het mijngebied,’ aldus de bioloog. ‘Filtreerdieren zoals sponzen worden onder de deeltjesregen begraven en zouden kunnen stikken.’

    Sonne Expedition CCZ TimK 5
    Met de onderwaterrobot zijn bewegingen op de zeebodem mogelijk met een precisie tot op de centimeter. Met de grijparm neemt het team proefmonsters op een experimenteerveld. – © Tim Kalvelage

    Voor de expeditie, die acht weken zal duren, werden containers vol meetinstrumenten en apparatuur om monsters te nemen ingeladen, waaronder miljoenen kostende hightechapparaten voor diepzeeonderzoek: een op afstand bestuurbare duikrobot met grijparmen en een torpedovormige autonome duikboot om de zeebodem mee in kaart te brengen.

    Haperingen

    Het begin van de reis verloopt moeizaam. Het coronavirus heeft zichzelf aan boord weten te smokkelen. De besmette mensen moeten zich isoleren in hun hutten. Voor de anderen geldt: mondkapjes dragen en afstand houden. Gegeten wordt er in ploegen – haastig en zwijgzaam. Bovendien hapert de techniek: de gps-lokalisering werkt niet goed, de instrumenten landen niet op de bedoelde coördinaten op de zeebodem. De duikrobot heeft een lek en als er een touw breekt, verdwijnen waardevolle instrumenten ongecontroleerd de diepte in.

    Maar onderzoekers en scheepsbemanning lossen de problemen op. Ook de verloren apparatuur kan met behulp van de duikrobot op de oceaanbodem worden gelokaliseerd en onbeschadigd worden geborgen. En na tien dagen klinkt het verlossende bericht van de kapitein door de luidsprekers: ‘Alle PCR-tests zijn negatief!’ Bij het avondeten is de stemming in de eetzaal uitgelaten.

    Nog 100 meter, 50… ‘Stop!’ zegt Martínez Arbizu. De matroos stopt de lier. Het apparaat schommelt nu enkele meters boven de bodem, op 4100 meter diepte. Op het beeldscherm zijn een paar plastic buizen te zien, en daaronder de zeebodem. Geen mangaanknollen te bekennen. De onderzoekers willen het door een dikke laag sediment bedekte gebied rondom de mijnlocatie onderzoeken. De lier loopt weer en de buizen boren zich in het sediment.

    Sonne Expedition CCZ TimK 3
    Sedimentmonsters worden op het schip gehesen. – © Tim Kalvelage

    Ruim een uur later is het apparaat terug aan dek. Meteen stelt een tiental wetenschappers de kostbare monsters veilig. Een tropische regenbui klettert op het scheepsdek. Een paar minuten later zijn de sedimentkernen al op weg naar de laboratoria. Ze moeten onder andere laten zien of door diepzeemijnbouw zware metalen uit de zeebodem vrijkomen en hoe de samenstelling van de bacteriële gemeenschap verandert.

    Het team van Martínez Arbizu speurt in het sediment naar dieren die nog geen millimeter groot zijn. Die vormen een groot deel van de diepzeefauna, volgens de bioloog. Op de werktafel voor hem ligt een plas modderig water. Het ruikt naar ethanol. Hij zeeft een sedimentmonster door een fijnmazige stalen zeef. De kleinste levende wezens die daarop achterblijven worden geconserveerd in alcohol en later in Duitsland geteld en gedetermineerd. ‘Het meest vinden we roeipootkreeftjes,’ zegt hij, ‘en draadwormpjes. Alleen al in het Duitse licentiegebied zijn er daarvan ongeveer tienduizend keer zoveel als sterren in onze Melkweg.’

    Oceaanschatten

    Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor grondstoffen in de diepzee. Naast metaalrijke zwavelertsen en kobaltkorsten op onderzeese bergen zijn de knollenvelden bijzonder gewild. Al in de jaren zeventig werden er pogingen gedaan om ze te benutten, uit angst voor een tekort aan reserves aan land. Nu zijn de energietransitie en de digitalisering de grote aanjagers van de zoektocht naar de oceaanschatten. Mangaanknollen bevatten meerdere metalen die onontbeerlijk zijn voor elektrische auto’s, windmolens en smartphones. Experts schatten dat de hoeveelheid kobalt in de CCZ drie tot zes keer zo groot is als de wereldwijde reserves aan land.

    Voorstanders argumenteren dat diepzeemijnbouw niet alleen zou kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan grondstoffen, maar ook onze afhankelijkheid zou verminderen van politiek instabiele en ondemocratische staten. Bijvoorbeeld van Congo, waar ruim tweederde van alle kobalt ter wereld vandaan komt, en van China, dat dominant is bij de verdere verwerking van het metaal. Bovendien zouden de maatschappelijke en de milieukosten geringer zijn dan bij mijnbouw aan land, aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden, en minder giftig afval ontstaat.

    Sonne Expedition CCZ TimK 4
    Als diepzeegesteente wordt gewonnen, verliezen sedentaire dieren hun leefgebied. Als alternatief biedt Sabine Gollner op proef kunstknollen aan. – © Tim Kalvelage

    Wetenschappers waarschuwen daarentegen voor enorme schade aan het gevoelige ecosysteem door het oogsten van de knollen, die zo belangrijk zijn voor het overleven van veel soorten, door het opgewerveld sediment en het lawaai van oogstvoertuigen in de zeer stille diepzee en het slijk dat transportschepen terugstorten in zee. De traag groeiende fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen. Dat blijkt ook uit een experiment voor de kust van Peru, waar onderzoekers in 1989 een knollenveld omploegden. Bijna dertig jaar later waren de sponzen daar nog niet teruggekeerd.

    Diepzeemijnbouw heeft minder milieukosten aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden

    De kennis over de diepzeefauna en hun biotoop is nog heel onvolledig. Hoe oud worden de organismen en hoe groot is hun verspreidingsgebied? Hoe planten ze zich voort? Welke soorten hebben een sleutelpositie in het ecosysteem? Deze vragen moeten worden beantwoord om het risico van de diepzeemijnbouw serieus te kunnen inschatten. Anders sterven soorten uit voordat ze worden ontdekt.

    Desondanks wil de Internationale Zeebodemautoriteit in juli regels voor de diepzeemijnbouw goedkeuren. Reden voor die haast: Nauru, een klein eilandstaatje in de Stille Oceaan met een licentie in de CCZ, heeft in 2021 een beroep gedaan op een paragraaf in het internationale zeerecht. Volgens die paragraaf moet de autoriteit binnen twee jaar een reglement produceren. In de Mining Code moeten de toegestane grootte van de mijngebieden, de milieuvoorwaarden en de verdeling van de opbrengsten worden vastgelegd. Met de resultaten van de ontginningstest willen de onderzoekers aanbevelingen opstellen, bijvoorbeeld voor het aanwijzen van beschermde gebieden en voor milieucontroles.

    Sonne Expedition CCZ TimK 2
    Met de duikrobot verkennen de onderzoekers de zeebodem op ruim 4000 meter diepte. Na een succesvolle inzet wordt de robot weer op het achterschip van de Sonne gehesen. – © Tim Kalvelage

    De Sonne is intussen al vier weken onderweg op de Stille Oceaan. Dag en nacht gaan instrumenten het water in. ’s Nachts zie je vermoeide gezichten van onderzoekers die uit hun kooi zijn gebeld omdat er monsters aan dek komen. Tijdens nachtenlange sessies met de camera verkent Lilian Böhringer de zeebodem. Overdag werkt ze zich in het zweet in de fitnessruimte of geniet ze aan dek van het zonnige weer en maakt ze kruiswoordpuzzels. ’s Avonds haalt ze met een stralende blik zeekomkommers en andere diepzeedieren uit de verzamelbox van de duikrobot, als die weer aan dek komt.

    Prototype

    Bij het expeditieteam hoort ook een vertegenwoordiger van de industrie, François Charlet, die leiding geeft aan de grondstofverkenning van GSR in de CCZ. De geoloog heeft in 2021 al de milieustudie begeleid. Tijdens de dagelijkse meeting voor wetenschappers in de conferentieruimte – de Sonne is nu in het Belgische licentiegebied – laat hij een video zien van de ontginningstest. Te zien is hoe het oogstvoertuig de knollen en de bovenste sedimentlaag opzuigt. In technisch opzicht was de test een succes: ‘De Patania II heeft 90 procent van de knollen geoogst,’ zegt hij.

    De Patania II was slechts een prototype. De Patania III moet drie keer zo groot worden en in 2025 voor het eerst worden ingezet. Dan heeft GSR een ontginningstest gepland met een boorschip en een transportsysteem dat de knollen naar de oppervlakte brengt. Ook GSR meent dat mijnbouw in de diepzee minder verwoestend zal zijn dan aan land vaak het geval is. Op basis van wetenschappelijke inzichten zou men internationaal geldende regels overeen kunnen komen. ‘Wij willen feedback van het wetenschappelijk onderzoek om de mijnbouw zo milieuvriendelijk mogelijk vorm te geven,’ zegt Charlet. Dan zou men in 2028 kunnen beginnen, na verdere milieustudies en als er een milieumanagementplan is opgesteld. Mocht diepzeemijnbouw onverantwoord blijken, dan zal GSR geen licentie voor ontginning aanvragen.

    De concurrentie wil al snel beginnen met de knollenoogst. Kort voor de Sonne was The Metals Company met een boorschip naar de CCZ gevaren. Op basis van een overeenkomst met Nauru, Tonga en Kiribati neemt die Canadese onderneming deel in drie licentiegebieden. In oktober 2022 bracht het meer dan 3000 ton mangaanknollen naar de oppervlakte. De Internationale Zeebodemautoriteit had het plan voor de milieucontroles weliswaar bekritiseerd, maar uiteindelijk toch toestemming gegeven voor de test. Vanaf 2024 wil The Metals Company op industriële schaal gaan ontginnen.

    Zou de fauna van de knollenvelden zich daarvan herstellen? Zou ze daarbij geholpen kunnen worden? Diepzee-ecoloog Sabine Gollner van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel wil dat uitzoeken. In de container op het achterdek kijkt ze naar een wand vol beeldschermen. Voor haar zitten de piloot van de duikrobot en een collega die de grijparm bedient. Na de landing trekt de arm plastic frames uit een box, het ene na het andere, en plaatst deze op het spoor van het rupsvoertuig in het testgebied. Andere komen daarnaast. Aan het frame zijn knollen van klei bevestigd: een pottenbakker heeft er drieduizend voor haar gemaakt. ‘Het experiment moet antwoord geven op de vraag of sponzen, anemonen en koralen zich ook vestigen op kunstmatige knollen,’ zegt ze. ‘Zo ja, dan zouden ontgonnen gebieden daarmee hersteld kunnen worden.’ Maar de kosten zouden enorm zijn.

    Ecosysteem

    Al sinds 2021 worden zulke frames in het testgebied uitgezet. Een aantal daarvan wil de onderzoekster nu weer omhoog halen. Opnieuw strekt de duikrobot zijn grijparm uit. Een grenadiervis met grote ogen duikt kalmpjes op in het licht van de schijnwerper en verdwijnt weer in de duisternis. Later krabt Gollner in het laboratorium met een scheermesje de knollen schoon. Op Texel zal ze de biofilm analyseren. Het zou weleens vele jaren kunnen duren voordat er grotere organismen op de kunstmatige knollen groeien. In het gunstigste geval.

    Sonne Expedition CCZ TimK 1
    Expeditieleider Pedro Martínez Arbizu zoekt in sedimentmonsters naar de kleinste levende organismen. – © Tim Kalvelage

    Na bijna twee maanden op zee is er weer land in zicht. Kort voor Kerst bereikt het schip de Californische kust. In de tussentijd heeft de Duitse Bondsregering verklaard dat ze de diepzeemijnbouw voorlopig niet zal steunen. De risico’s en het ecosysteem van de diepzee moeten eerst beter worden onderzocht. De volgende reizen van de Sonne staan al gepland.

    Lees ook:

  • Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Piepkleine eilandnatie in de Stille Oceaan wil 100 procent van haar wateren beschermen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tunesië: president Kais Saied ontslaat 57 rechters

    » Denemarken sluit zich aan bij Europees defensiebeleid

    Niue verklaart haar wateren tot beschermd natuurgebied

    De eilandstaat Niue in de Stille Oceaan heeft aangekondigd dat het 100 procent van de oceaan in zijn exclusieve economische zone (EEZ) tot beschermd natuurgebied gaat verklaren, bericht The Guardian. Het betreft een gebied van 317.500 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Vietnam.

    Niue is de enige plaats waar de katuali – een zeeslang – voorkomt

    De omringende wateren van ’s werelds grootse koraalatol – een eiland gefundeerd op een koraalrif – bieden onderdak aan een uitzonderlijk ecosysteem. Zo is het de enige plaats waar de katuali voorkomt – een zeeslang die leeft in de honingraat van onderwatergrotten van het eiland. Daarnaast migreren bultrugwalvissen van Antarctica naar Niue om te bevallen, zwemmen er langsnuitdolfijnen langs de kust en heeft Niue de grootste dichtheid grijze rifhaaien ter wereld.

    Toch worden de riffen van dit geïsoleerde eiland in de Stille Oceaan, op 600 kilometer van het dichtstbijzijnde buurland Tonga, bedreigd. Illegale visserij is een ernstig probleem in de Stille Oceaan. Niue ondervindt ook de gevolgen van de klimaatcrisis, met warmere zeetemperaturen die leiden tot verbleking van het koraal en extreme weersomstandigheden die schade toebrengen aan het milieu en de infrastructuur, schrijft The Guardian. Door zijn wateren als natuurreservaat te verklaren hoopt Niue, een zelfbesturende staat in vrije associatie met Nieuw-Zeeland, zijn zeeleven te beschermen.

    Lees ook:

  • Aanbevolen door de redactie. Een bos vol fladderende vlinders & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Een bos vol fladderende vlinders & Meer

    Deze hilarische analyse van het Oprah-interview van Meghan en Harry druipt van de Ierse schadenfreude. Verder: een prachtige fotoreportage van de 5000 kilometer lange trek van de monarchvlinder & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en fotoreportages die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Clownsgekke buurman

    Mocht je nog niet genoeg hebben van de dreun die Meghan Markle en Prins Harry uitdeelden aan het Britse koningshuis tijdens hun interview met Ophrah Winfrey, dan is deze hilarische analyse van Patrick Freyne in The Irish Times een aanrader, al is het maar omdat het druipt van de Ierse schadenfreude, aldus redacteur IJsbrand van Veelen.

    Freyne begint zijn stuk als volgt: ‘Het hebben van een monarchie naast de deur is zoiets als het hebben van een buurman die dol is op clowns, zijn huis heeft volgekalkt met muurschilderingen van clowns, poppen van clowns in alle vensterbanken heeft staan en een ontembaar verlangen heeft om alles te willen weten en te bespreken over clowngerelateerde zaken. Meer specifiek: voor Ieren is het alsof ze zo’n clownsgekke buurman hebben en dat hun grootvader door een clown is vermoord.’ Smullen.


    Red het vlinderbos

    Elk jaar in november, rond de Dag van de Doden, dalen miljoenen monarchvlinders neer in een bos van oyamelsparren in de bergen van Centraal-Mexico.

    De vlinders hebben het bos nooit eerder gezien, maar ze weten – misschien door een innerlijk kompas – dat ze hier thuishoren. Ze verlaten Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten in de nazomer en vliegen gedurende twee maanden bijna 5000 kilometer over het continent.

    De reis is de evolutionair meest geavanceerde migratie van alle vlinders die bij ons bekend zijn, en misschien wel van alle insecten die we kennen, vertelt The New Yorker. Maar klimaatverandering en verlies van leefgebied, zowel in het bos in Mexico als in de VS, tasten de aantallen de monarchen snel aan.

    Ondanks dit droevige gegeven is dit een prachtig troostrijk portfolio van The New Yorker om dit weekend vanuit je huiskamer de wereld in te trekken, al dan niet met vlindergefladder op de achtergrond, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.


    ‘Het is hier geen Amsterdam’

    ‘Het is hier geen Amsterdam’, dat krijgen pleitbezorgers van de fiets blijkbaar vaak te horen in Mexico. Toch betoogt Armando Pliego Ishikawa in het Mexicaanse tijdschrift Nexos dat het Latijns-Amerikaanse land, ondanks cultuurverschillen, veel kan leren van ons kleine kikkerlandje wat betreft verkeersveiligheid. Een aanrader van redacteur Joep Harmsen.

    Pliego brengt in herinnering brengt dat Amsterdam begin jaren zeventig ook geen paradijs van verkeersveiligheid was. ‘In die tijd werd het aantal verkeersdoden in Nederland geteld per duizenden en Amsterdam voerde de lijst aan. In 1971 alleen al kwamen meer dan 400 kinderen om bij verkeersongevallen. Zo ontstond Stop de Kindermoord, een campagne met een eenvoudig maar ambitieus doel: kinderen het recht teruggeven op veilige en leuke straten, waar spelen, fietsen of wandelen met hun vriendjes geen risico vormt.’

    NL HaNA 2.24.01.05 0 933 3335.tjp 1 1
    © Sjakkelien Vollebregt / Anefo / Nationaal Archief

    Zoals bekend was de campagne succesvol, met als resultaat dat er in 2019 geen 400, maar 26 minderjarigen omkwamen in het verkeer, en dat in heel Nederland. Natuurlijk, nog altijd 26 te veel.

    Toch is het fijn, in deze tijd waarin Nederland zijn voortrekkersrol op het internationale podium heeft verloren, om te lezen dat de wereld ons nog op één punt als lichtend voorbeeld ziet. Als het land waar de minister-president elke dag op zijn stalen ros naar zijn werk gaat en alle zorgen weglacht.


    Stralend koraal

    Een documentaire die deze week voorbij kwam over het zelf genezende systeem van koralen in de Great Barrier Reef laat de bovenmenselijke kracht van de natuur zien. Wellicht gesneden koek voor velen, maar in deze tijden waarin herstel ons mantra is, kunnen we ons niet genoeg laven aan de perfectie van de natuur. Als de mens haar maar met rust laat. Een tip van editor at large Katrien Gottlieb.

    Het gigantische koraalrif van meer dan 2300 kilometer lang is gedeeltelijk verbleekt door de waterkwaliteit. Zoöxanthellen, eencellige algsoorten geven koraal kleur. Als de omstandigheden niet optimaal zijn, stoot het koraal de algen af, verbleekt het en als dit stadium te lang aanhoudt, sterft het.

    Dit proces blijkt niet onomkeerbaar te zijn, onderzoekers zijn erachter gekomen dat het rif zichzelf kan herstellen als de waterkwaliteit en temperatuur weer naar leefbare waarden terugkeren.

    Blijkt (jaren geleden al) dat verloren gewaand koraal als laatste redmiddel pigmenten kan produceren die een beschermend laagje vormen tegen invallend zonlicht en algen aanmoedigen om terug te keren zodat de symbiose kan worden hersteld. Op riffen absorberen koralen schadelijke golflengten van het licht en stralen dit uit als indrukwekkend roze of paars neonlicht. Ik had het nog nooit gezien, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.

  • Milieuschade meten? Luister naar de oceaan

    Milieuschade meten? Luister naar de oceaan

    Het geluid van vissen en andere zeedieren blijkt veel te zeggen over de gezondheid van een kustecosysteem. Hoe stiller de dieren zijn, hoe slechter het gaat.

    In 2013 luisterde Katherine Indeck naar opnamen van geluiden uit een kanaal tussen de Golf van Mexico en Tampa Bay in Florida. Sommige van deze audiobestanden waren opgenomen in een periode in 2005 waarin er extreem veel algenbloei was geweest. Veel vissen, dolfijnen en zeeschildpadden hadden het niet overleefd. Andere opnamen waren gemaakt nadat het ecosysteem zich was begonnen te herstellen.

    Tijdens deze periode van herstel hoorde Indeck geluiden van dieren als pistoolgarnalen, die volgens haar nog het meeste klinken als bakkend ontbijtspek in een koekenpan. Maar tijdens de algenbloei heerste op haar opnamen een griezelige stilte. Het was alsof ‘er geen levende ziel te bekennen was’, vertelt Indeck, die nu als maritiem ecoloog werkt aan de Universiteit van Queensland in Australië. ‘Op die opnamen was vrijwel geen enkel omgevingsgeluid te horen.’

    In een verslag dat Indeck in 2015 van haar observaties publiceerde, beschrijft zij hoe uit een soundscape – het totaal aan geluiden van dieren, het weer, de golven en menselijke activiteiten – de gezondheid van een kustecosysteem valt op te maken. Onderzoekers hopen dat met akoestische bewaking milieuschade in de toekomst gemakkelijker en goedkoper kan worden ontdekt dan met visuele inspectie door duikers. Vissen produceren geluiden variërend van gekwaak tot geknal en snelle pulsen: veranderingen in deze geluidspatronen kunnen duiden op verschuivingen in hun aantallen, diversiteit of gedrag. Met behulp van deze data kunnen wetenschappers de effecten van menselijke activiteit op het zeeleven in beeld brengen. Zo nodig staaft dat hun argumenten, wanneer ze er bij politici en managers op aandringen om iets aan de oorzaken van deze bedreigingen te doen.

    Waarschijnlijk zal deze akoestische methode visuele inspectie niet geheel overbodig maken, maar een plotseling invallende stilte kan voor wetenschappers voldoende aanleiding zijn om poolshoogte te gaan nemen. ‘Als er iets is voorgevallen en vervolgens wordt het plotseling stil, dan is dat een goede reden om ter plekke meer data te verzamelen,’ aldus Indeck.

    Mensen denken vaak dat het in oceanen doodstil is, afgezien misschien van de geluiden van walvissen en dolfijnen, maar ook kleine dieren kwetteren wat af.

    Monnikvissen maken bijvoorbeeld een brrp-brrp-geluid bij het openen en sluiten van hun kaken, trekkervissen wrijven hun borstvinnen tegen hun lichaam, wat klinkt als kiek-kiek-kiek en ombervissen spannen spieren rondom hun zwemblaas aan en maken daarbij een dreunend geluid. ‘Sommige vissen zijn behoorlijk luidruchtig,’ vertelt bio-akoesticus Frédéric Bertucci van het Centre de Recherches Insulaires et Observatoire de l’Environnement in Perpignan.

    Voor een onderzoek waarover Bertucci en zijn collega’s vorig jaar publiceerden, onderzochten zij of akoestische metingen iets kunnen zeggen over de gezondheid van koraalriffen. Hiervoor maakten 
zij opnamen in vier onderwaterreservaten en vier andere, onbeschermde locaties onder water langs 
de kust van het Frans-Polynesische eiland Moorea. Daarnaast telden duikers de vissen, identificeerden soorten en namen de stand van het koraal op. Het bleek dat locaties met meer koraal meer lawaai produceerden. Het koor aan geluiden was overdag in gebieden met meer biodiversiteit over het algemeen gevarieerder. ‘Natuurlijk kun je het verschil horen,’ zegt Bertucci. ‘Koraalriffen waar het goed mee gaat zijn erg lawaaiig.’

    Van een bos naar een veld onkruid

    Andere onderzoekers wisten akoestische veranderingen te koppelen aan processen als oceaanverzuring, vervuiling en overbevissing. Eén onderzoeksgroep keek hoe de soundscapes van locaties in Italië en Nieuw-Zeeland verband hielden met de hoeveelheid opgeloste kooldioxide, en dus met verschillen 
in zuurgraad. Daarnaast keken ze naar gezonde zeewierbossen in Australië en naar vervuilde stukken zee niet ver daarvandaan die volledig overgenomen waren door algen.

    ‘Het is alsof je van een bos naar een veld onkruid gaat,’ vertelt co-auteur Tullio Rossi, een zeebioloog die nu als onafhankelijke wetenschapsjournalist werkt in Adelaide. In beide gevallen maakten pistoolgarnalen op de vervuilde plekken minder lawaai. Voor een in januari gepubliceerd onderzoek deden Franse wetenschappers eenzelfde soort analyse van kalkwiervelden, afzettingen van rode algen waarin dieren leven als zee-egels, zeesterren en mosselen. De onderzoekers merkten dat het in een kalkwierveld waarin gevist was, drie keer zo stil was als in een ongerept veld.

    Dit alles geeft hoop dat met akoestische bewaking 
de gezondheid van kustecosystemen kan worden 
gecontroleerd. Nu zijn het vooral duikers die deze ecosystemen in de gaten houden, maar dit is een tijdrovende methode, die bovendien de rust van de dieren verstoort. Daar komt bij dat visuele inspectie alleen bij daglicht in helder water en maar voor korte periodes kan gebeuren. Een alternatief is dat onderzoekers onderwatermicrofoons neerzetten en maandenlang gegevens verzamelen, zelfs in donker of 
ondoorzichtig water. ‘Je kunt er dag en nacht mee doorgaan,’ aldus Bertucci.

    Zodra de pistoolgarnalen weer van de algenbloei waren hersteld, overstemde hun onophoudelijke geplop de geluiden van de tuimelaars die ze eigenlijk wilde bestuderen

    Toch werkt deze aanpak misschien niet voor alle locaties. Akoestisch ecoloog Erika Staaterman van het Smithsonian Environmental Resource Center in het Amerikaanse Maryland kwam in de problemen toen zij met haar collega’s opnames wilde maken van rif-, mangrove-, zand- en zeegrashabitats in Panama. 
Op veel plekken kwaakte één kikvorsvissensoort zo 
luid, dat de wetenschappers de andere dieren nauwelijks meer konden horen. ‘Ze overheersten gewoon 
de hele soundscape,’ vertelt ze. Indeck merkte iets soortgelijks toen zij haar opnamen uit Florida beluisterde. Zodra de pistoolgarnalen weer van de algenbloei waren hersteld, overstemde hun onophoudelijke geplop de geluiden van de tuimelaars die ze eigenlijk wilde bestuderen.

    Maar volgens Indeck kunnen onderzoekers best locaties uitzoeken waar niet het geluid van één 
enkele soort alles overheerst. Nadat ze ter referentie de normale soundscape hebben leren kennen, kunnen ze daarna ongewoon stille momenten 
detecteren – en uitvinden hoe het komt dat het er zo stil is.

    Auteur: Roberta Kwok
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Openingsbeeld: Een gezond koraalrif in de Rode Zee. – © Getty

    Ensia
    VS | ensia.com

    Gefinancierd door de Universiteit van Minnesota. Wil door middel van onderzoek concrete oplossingen ontwikkelen. Drie onderzoeken worden jaarlijks gepubliceerd.