Peter Doig is groot bewonderaar van impressionistische en postimpressionistische kunstenaars als Cézanne, Gauguin, Manet, Monet, Pissarro en Van Gogh. Nu hangt hij er zelf naast in de collectie van de Londense Courtauld Gallery.
Heel even was een schilderij van Peter Doig – in 1959 in Schotland geboren en opgegroeid in Trinidad en Canada – het duurste werk van een nog levende Britse kunstenaar. In 2017 werd zijn Rosedale uit 1991 geveild voor bijna 29 miljoen dollar. Portrait of an Artist (Pool with Two Figures) van David Hockney verbrijzelde dat record later met 90,3 miljoen dollar, maar het moge duidelijk zijn: Peter Doig is hot.
In zijn werk lijken kano’s, bossen met zilverberken, sneeuwsluiers en zinderende stranden te verwijzen naar zijn jeugd op uiteenlopende plekken. Op zijn grote expressionistische doeken wisselen vrieskou en tropische omstandigheden elkaar af. ‘Deze kunst is ontworpen om te resoneren in zowel de geest als het oog,’ schreef kunstcriticus Mark Hudson in The Telegraph. Dit is ‘weelderig magisch realisme voor het digitale tijdperk, met willekeurige, zoekmachine-achtige verbanden’, aldus Hudson, verwijzend naar de manier waarop Doig eigen observaties vermengt met filmbeelden, fotografie, werk van andere kunstenaars en vroeger eigen werk.
Zo leerde hij door een bijbaan als schilder van film- en toneeldecors met grote formaten overweg te kunnen
Tijdens zijn opleiding aan verschillende Londense kunstacademies was schilderkunst weinig populair; kunstenaars hielden zich liever bezig met opgezette haaien (Damien Hirst) of onopgemaakte bedden (Tracy Emin). Maar in een schuur bij zijn ouders in Canada bleef Doig zijn vaardigheden ontwikkelen. Zo leerde hij door een bijbaan als schilder van film- en toneeldecors met grote formaten overweg te kunnen. In 1994 werd hij genomineerd voor de Turner Prize en in 2002 verhuisde hij met zijn omvangrijke gezin (hij heeft zeven dochters en een zoon) terug naar Trinidad. Nu is hij tot eind mei even terug in Londen met een tentoonstelling bij The Courtauld Gallery.
Alpinist, Peter Doig, 2019-22. Privécollectie.
Vissers
Peter Doig baseerde Soca Boat op een foto van vissers die trots hun vangst omhoog houden, maar veranderde de vissers in muzikanten. De titel ontleende hij aan het nummer ‘Dat Soca Boat’ (1979) van de zanger Mighty Shadow, (Winston McGarland Bailey, 1941-2018) een van de beroemdste socamuzikanten van Trinidad, die zingt over zijn passie voor muziek en het niet willen laten zinken van ‘dat soca boat’. Terwijl de boot voorbijvaart, lijkt het alsof de muziek te horen is, al is het alleen in de verte.
Op het doek Music Shop, 2019-2023, verschijnt Shadow, gekleed in een skeletkostuum, in de deuropening van een oude muziekwinkel. Doig schilderde de winkel als een toegangspoort tot het eiland zelf, met uitzicht over de zee in de ramen.
Night Bathers speelt zich af aan Trinidads Maracas Bay, een van de populairste stranden van het eiland. In plaats van een zonovergoten paradijs schildert Peter Doig een nachtelijk tafereel met een maanbadende vrouw. De glinsterende kleuren verwijzen naar de gloed van miljoenen zeeorganismen.
Trinidad
Dit imposante zelfportret toont de kunstenaar in zijn studio op Trinidad. Hij staat voor zijn grote schilderij Stag (2002-2005) en klampt zich vast aan een boom. Het schilderij laat zien hoe de werken van Peter Doig in elkaar overvloeien en het schilderproces een continue reis wordt. Doig schildert vaak ’s nachts. Zijn studio gebruikt hij regelmatig voor wekelijkse openbare filmvertoningen.
The Morgan Stanley Exhibition: Peter Doig, tot 29 mei 2023. The Courtauld Gallery, Londen.
De Amerikaanse kunstenaar Nick Cave werd bekend met zijn Soundsuits, als reactie op het brute politiegeweld in 1991 tegen Rodney King. Met de pakken creëerde Cave een tweede huid; een manier om woede en onmacht over etnische profilering om te vormen tot een visueel opvallend pantser.
Op de overzichtstentoonstelling Forothermore in New York is een stekelig, alles bedekkend kostuum te zien dat de Amerikaanse kunstenaar Nick Cave maakte van takken en twijgen. Het is een van zijn Soundsuits. Die titel, een neologisme, zegt veel over de taak die Cave zichzelf heeft gesteld om levenslang ruimte vrij te maken voor hen die zich gemarginaliseerd voelen.
Dat de Soundsuits dertig jaar na hun ontstaan nog steeds relevant zijn, benadrukt Caves engagement. Daarover zegt hij zelf: ‘Ik ben op aarde om kunst te gebruiken als voertuig voor verandering.’ Cave heeft bijna vijfhonderd exemplaren gemaakt, met de jaren zijn het steeds autonomere wezens geworden. Dat geldt voor alles wat hij maakt, en wat hij betovert met sprankelende kleuren, eigenaardige vormen en een scala aan verschillende gerecyclede materialen, liefst glimmend. Terwijl de boodschap minder vrolijk is: het idee is dat de drager enorm opvalt en veel aandacht oproept (zwarte mensen worden er vaak als eerste uitgepikt door bijvoorbeeld de politie), maar dat onzichtbaar blijft wie er qua ras, gender of huidskleur in zit, waardoor dagelijkse vooroordelen worden overstegen.
Cave heeft het met Forothermore over de vreselijke geestelijke en lichamelijke wreedheden die zwarte Amerikanen hebben ondergaan (en nog steeds ondergaan) en gebruikt een zee van plastic rommel die ons dreigt te verstikken als metafoor. Zoals mensen ook kunnen stikken in een maatschappij die andere prioriteiten heeft. Zijn werk is zo veelomvattend, uitbundig en overdonderend dat de tijd die het kost om alles te bekijken je ook aan het denken zet.
Nick Cave: Forothermore. Solomon R. Guggenheim Museum, New York, t/m 10 april 2023.
De Nederlandse ontwerper Hella Jongerius wil met haar innovatieve technieken de starheid van de designindustrie aan de kaak stellen. Om mensen weer in contact te brengen met productieprocessen onderzocht ze bijvoorbeeld de helende werking van weven op maatschappij en milieu.
Moderne en eigentijdse kunstenaars hebben vaak de oude kunst van het weven laten herleven als manier om contact te leggen met het verleden. De Nederlandse designer en kunstenaar Hella Jongerius ziet deze techniek juist als middel om naar de toekomst te kijken door traditioneel handwerk, innovatieve processen en verantwoorde productie in haar werk te combineren.
‘We zijn allemaal aan een draad geboren’
‘We zijn allemaal aan een draad geboren,’ zegt Jongerius als we door haar studio in het Prenzlauer Berg-district in Berlijn lopen, een haptisch wonderland waarin het wemelt van de spoelen garen en weefsels. ‘Mensen probeerden de wereld te begrijpen door een draaiende spoel te vergelijken met de omwenteling van de aarde. De cyclus van de maan en de zon kwam overeen met het weefproces.’
In haar studio, waarin sinds 2009 haar designpraktijk, het Jongeriuslab, is gehuisvest, is een dwarsdoorsnede te zien van de contrasterende sferen van ambacht en technologie, het handgemaakte en het industriële, dat Jongerius in haar werk combineert. De muren zijn versierd met haar vele geweven experimenten, die ogenschijnlijk uit van alles en nog wat zijn gemaakt: draadjes wol, papier, massa’s geknoopte koorden. Stalen textiel delen de ruimte met een digitaal jacquard-weefgetouw, een apparaat dat met behulp van software complexe patronen produceert die de kunstenaar gebruikt om een geweven portret te maken.
Industrieel weefster
‘Weven is al lang een belangrijk onderdeel van mijn carrière,’ vertelt ze. ‘Ik ben begonnen als industrieel weefster voor Maharam, een textielbedrijf in New York, maar de laatste vijf jaar wilde ik technologie gebruiken om te onderzoeken wat voor soort werk je allemaal door middel van industriële processen kunt maken. Daarom heb ik deze jacquard-machine gekocht. Met deze machine kun je nieuwe vragen en antwoorden vinden.’
Met gebruik van jacquard-weeftechnieken kon Jongerius opnieuw definiëren wat er mogelijk is met draad, of het nu gaat om het weven van driedimensionale ‘stenen’, die potentieel kunnen fungeren als ecovriendelijke, architecturale elementen, of ‘geweven ramen’ die met hun warme, sensuele, kleurige rasters op abstracte schilderijen lijken.
Ze voelde zich aangetrokken tot de kunstwereld, maar ze had een studie nodig met meer ‘grenzen’
Voor Jongerius is het weven verbonden met haar persoonlijke geschiedenis. Ze vertelt dat ze tijdens haar jeugd op een boerderij in de buurt van Utrecht via textiel voor het eerst in contact kwam met kunst en design. ‘Er was niet veel cultuur bij ons thuis,’ zegt ze. ‘Mijn vader was boer en mijn moeder tekende patronen. En als opgroeiende meisjes in de jaren zeventig leerden we alleen breien en macramé.’
Ze voelde zich aangetrokken tot de kunstwereld, maar ze had een studie nodig met meer ‘grenzen’. De in 1963 geboren Jongerius schreef zich uiteindelijk in bij de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven. Een paar jaar nadat ze was afgestudeerd, toonde ze haar ontwerpen in musea, van het MoMa in New York tot het Stedelijk Museum in Amsterdam. In 2007 werd ze aangesteld als directeur kleuren en materiaal bij Vitra, waardoor ze kon rondneuzen in het archief van het Zwitserse meubelmerk, een periode van onderzoek die, zoals ze zegt, ‘een hele studie op zichzelf werd, en op een zeker moment klaar was om tentoongesteld te worden’.
Kleur als materiaal
In 2017 presenteerde ze een serie voorwerpen en textielwerken in het Londense Design Museum en op de tentoonstelling Breathing Colour. Met die werken, waarvan sommige gedempte en sommige juist heldere kleuren hadden, liet ze zien hoe bepaalde pigmenten en garens – die door industriële fabrikanten doorgaans gemeden worden vanwege hun veranderlijkheid – reageerden op licht en gedurende de dag veranderden. ‘Kleur is voor mij een materiaal,’ zegt ze. ‘Als designer zijn de enige kleuren die je in deze bedrijfstak kunt gebruiken stabiel… je werk ziet er ’s morgens hetzelfde uit als ’s avonds. Maar ik denk dat kleuren op die manier niet tot hun recht komen. Ik vind dat ze moeten kunnen ademen, moeten kunnen reageren op het licht.’
Met deze innovatieve benadering van materialen – die Jongerius ook commerciële projecten voor merken als Ikea, Kvadrat, Vitra en de KLM heeft opgeleverd – wil de kunstenaar de starheid van de designindustrie aan de kaak stellen, vooral waar het de gangbare ideeën over productie en duurzaamheid betreft.
‘De saamhorigheid die gepaard gaat met het weven is een hele tijd een belangrijk sociaal aspect geweest van het ambacht’
Een belangrijk onderdeel daarvan is mensen weer in contact brengen met productieprocessen. Vorig jaar onderzocht ze de helende werking die weven zou kunnen uitoefenen in de maatschappij en het milieu in een solotentoonstelling getiteld Woven Cosmos in het Gropius Bau-museum in Berlijn.
In alle zalen installeerde Jongerius weefgetouwen die in werking gezet moesten worden door meerdere handen. Bij een van die installaties, ‘Dancing a Yarn’, konden bezoekers samen een koord maken door in de zaal rond te lopen met strengen draad in hun hand die verbonden waren met breimachines. ‘De saamhorigheid die gepaard gaat met het weven is een hele tijd een belangrijk sociaal aspect geweest van het ambacht,’ zegt Jongerius. ‘Maar sinds fast fashion is daar veel van verloren gegaan. Daarom wilde ik er de aandacht op vestigen.’
Dringende kwesties
Tegenwoordig onderzoekt ze dringende kwesties uit de designindustrie het liefst op het terrein van de kunst. ‘Ik denk dat mijn stem krachtiger klinkt in een museum. Daar kun je echt contact maken met mensen via de materialen of het handwerk, meer dan via een product. Naar esthetische objecten kijk je aandachtiger. En omdat de bezoekers niet naar hun beurs hoeven te grijpen, kijken ze anders naar dingen. Ze zijn ontvankelijker.’
Jongerius hoopt dat die ervaringen zich tot buiten de grenzen van het museum zullen uitstrekken en ons zullen aanmoedigen om ontvankelijker te zijn voor de voorwerpen om ons heen, van de kleren die we dragen tot aan de kleur van ons meubilair. ‘Ik geloof dat dat ook de rol van de designer is,’ zegt ze. ‘Dat je mensen kunt laten zien wat er mogelijk is en ze kunt helpen om zich meer verbonden te voelen met de dingen die ze kopen.’
De Amerikaanse kunstenaar Barbara Kruger maakt in haar werk onder andere gebruik van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten en memes. Ze laat met een enorme visuele kracht zien wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. ‘De beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan veranderen ons leven,’ zegt ze tegen The Drift.
Toen in juni bekend werd dat het Amerikaanse Hooggerechtshof het arrest Roe versus Wade de nek had omgedraaid en daarmee het federale recht op abortus, waren wij niet de enigen die moesten denken aan Barbara Krugers beroemde zeefdruk Untitled (Your Body Is a Battleground). Net als veel ander werk van Kruger blijft het uit 1989 daterende portret actueel, of we dat nu leuk vinden of niet. Haar onmiddellijk herkenbare en veelvuldig geïmiteerde stijl heeft enkele van de meest onuitwisbare afbeeldingen uit de moderne kunst voortgebracht.
Op haar zevenenzeventigste is Kruger nog volop actief en maakt ze zowel geheel nieuwe kunst als nieuwe versies van oudere werken onder een andere invalshoek of met een nieuw medium. Dit jaar reisde Thinking of You. I Mean Me. I Mean You. de VS af: een overzichtstentoonstelling die vier decennia omspant en die een kans biedt om stil te staan bij de reikwijdte van haar inspiratiebronnen en haar eigen invloed op anderen. Kruger is een omnivoor die gebruikmaakt van reclame, internet, rechts getinte aanplakbiljetten, memes en zelfs plagiaat op haar eigen werk, zoals imitaties door modemerk Supreme en krugereske beelden op Tumblr. De vooral uit grote installaties bestaande tentoonstelling is een verzameling van grootschalige collages, geluids-werken, van aantekeningen voorziene teksten en videofilms waarin jonge poesjes worden gecombineerd met rechtse retoriek.
Via Zoom spraken we met Kruger over haar carrière, haar mediadieet, haar politieke standpunten, de altijd kolkende stroom beelden en woorden en – wat anders? – reality-tv.
Een van uw beroemdste werken, Untitled (Your Body Is a Battleground), werd aanvankelijk gemaakt voor de vrouwenprotestmars naar Washington in 1989, die bedoeld was om abortus gelegaliseerd te krijgen. Hoe staat u tegenover de nieuwe protestmarsen van vrouwen en het herroepen van Roe versus Wade?
‘Ik hoop vooral dat de mensen die nu meedemonstreren voor reproductieve rechten en zeggenschap over het eigen lichaam de macht van het Hooggerechtshof in hun achterhoofd hadden toen ze bij de laatste presidentsverkiezingen en de tussentijdse verkiezingen hun stem uitbrachten. Hun keuzes, die tot een nipt verschil in de uitslagen leidden, hebben ons de samenstelling van het huidige hof opgeleverd. Wat er gebeurde ten aanzien van Roe was heel erg voorspelbaar en had voorkomen kunnen worden. Het is noodzakelijker dan ooit dat mensen strategisch stemmen en beseffen hoezeer hun stem, gezien de gevolgen voor de rechtspraak, bepalend zal zijn voor hoe zij zich – of hoe wij ons – dag en nacht voelen.’
‘Ik stem niet “met mijn geweten”, want de wereld is groter dan het narcistische geweten van mijzelf of wie dan ook. Jarenlang verzekerden veel kandidaten van andere partijen dan de Democraten of Republikeinen ons dat als Roe zou worden herroepen, dat geen probleem zou zijn omdat het dan gewoon een kwestie van individuele Amerikaanse staten zou worden. En dat kwam altijd uit de koker van een man zonder baarmoeder. Ik ga de geleidelijke veranderingen in het beleid van de Democratische Partij hier niet verdedigen, maar ik moet strategisch stemmen. Ik zal de tijd van “Bush versus Gore” nooit vergeten, toen veel stemmen uit kringen rond de Universiteit van Florida, gecombineerd met de macht van Hooggerechtshoflid Sandra Day O’Connor, ons het begin brachten van de huidige ruk naar rechts van het Hooggerechtshof – hoewel die eigenlijk zelfs al eerder in gang was gezet door die verfoeilijke Clarence Thomas.’
Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien
‘“Oud links” is nooit echt buiten de gebaande paden getreden, zelfs niet toen het bestond uit jonge studenten. Het bleef zaken als gender en ras marginaliseren en weigerde in te zien dat deze kwesties tegelijkertijd en dringend moeten worden aangepakt.
Trump is niet verantwoordelijk voor dit gedoe. Rechts is al bijna drie eeuwen bezig om olie op dit vuur van wrok en superioriteitsgevoelens te gooien. Maar nu is de geest volledig uit de fles. En dat hoeft niemand te verbazen.’
In enkele van uw nieuwste werken gaat u expliciet in op het presidentschap van Trump –
‘Dat bestrijd ik. Ja, er waren twee momenten in Untitled (No Comment) dat Trump een fractie van een seconde te zien was en er waren beelden van Michael Cohen. Ik heb covers gemaakt voor The New York Times en New York (inclusief, in oktober 2016, een afbeelding van Trumps gezicht met het woord LOSER over zijn neus in het lettertype Futura Bold Oblique, Krugers handelsmerk) op heel specifieke momenten, naar aanleiding van bepaalde incidenten, maar voor het meeste van mijn werk gaat dat niet op. Ik probeer de manier waarop macht met cultuur is verweven in een breder perspectief te plaatsen, en ook de manier waarop we ons tot elkaar verhouden, hoe we elkaar aanbidden of verafschuwen, hoe we elkaar strelen, kussen of slaan. Dat zijn dingen die me bezighouden. Maar ik denk echt niet dat het zo vaak over Trump gaat. Alleen is Trump een geweldige verkoper en kopen een heleboel mensen wat hij ze voorhoudt.
Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst
Ik maak geen politieke kunst. Ik maak geen feministische kunst. Ik ben een vrouw die ook feminist is. Ik maak geen vrouwenkunst. Ik vind dat die categorieën ieders werk marginaliseren. Ik houd me bezig met ideeën over macht en manieren van afbeelding, over plezier en straf, over levens en het begin en eind daarvan, en met de vraag hoe er, te midden van momenten van plezier en tederheid, explosies van vernieling en onderwerping kunnen bestaan, en de waanzin van oorlog.’
Iets wat ons opviel toen we door uw tentoonstelling liepen, was dat uw werk veel meer leek te spelen met stijlfiguren van internet en die leek te bekritiseren dan de kunst van veel tijdgenoten die met internet zijn opgegroeid. Wat zijn uw ervaringen met internet en waarop wilt u kritiek leveren?
‘Ik zou het woord “kritiek” niet eens in de mond nemen. Eigenlijk weet ik niet eens wat dat op een bepaald niveau betekent. Met Untitled (I Shop Therefore I Am) stond ik stil bij de overweldigende macht van marktcultuur, of die nu heel erg stedelijk of landelijk is, en of het nu via fysieke winkels of digitaal gaat. Wat ik doe is kijken naar de manier waarop ons leven tot op zekere hoogte een soort rampplek is geworden voor narcisme en voyeurisme. Kunnen we ons leven blijven leiden zonder ons voor de lens te bevinden, of achter de lens? Als je in een museum bent en een foto maakt van een voorwerp, dan is dat niet genoeg – je moet in het voorwerp zijn, in de afbeelding. Het “ik was hier”-achtige daarvan is heel veelzeggend. Ik was hier. Dit is er gebeurd. Ik ben hier. Kijk naar me. Dit zijn mijn “likes”. Dat is tegenwoordig misschien wel het bewijs dat je leeft.’
Waardoor wordt die tendens ingegeven?
‘Ik heb het idee dat de beschikbaarheid van beelden en de verspreiding ervan, of het nu beelden van dingen zijn of de manier waarop we naar onszelf kijken – het feit dat die beelden beschikbaar zijn en dat wat we erover te zeggen hebben ook ogenblikkelijk beschikbaar is – de momenten van ons leven veranderen. Wat betekent “wees hier, nu”? Betekent het “wees hier op het moment zelf” of “leg dat moment vast”? Dat zijn verschillen die de kop hebben opgestoken door veranderingen op het gebied van receptie, methodologie en technologie.’
In hoeverre hebt u het over mensen van andere generaties, en in hoeverre hebt u het ook over uzelf?
‘Ik ga nog liever naar de hel dan dat ik me laat fotograferen. Maar dat komt door de jaren dat ik voortdurend met mijn neus in de foto’s zat bij uitgeverij Condé Nast. Ik was daar fotoredacteur en keek naar de modellen, de kleren, de lichamen, de markteconomie van koopwaar en hoe lichamen ook tot die koopwaar behoorden. Maar ik denk ook dat er tot op zekere hoogte erkenning moet zijn voor de macht die het geeft wanneer je de camera op iemand anders richt. Dat verandert wanneer je hem op jezelf richt. Generaties straatfotografen en fotojournalisten zijn op zoek gegaan naar de gruwelijkste gebeurtenissen, de goddelijkste eigenaardigheden, de meest “andere” anderen. Ik denk dat het “vangen” van beelden vaak gepaard gaat met de mogelijkheid, zo niet de onvermijdelijkheid, van uitbuiting. In veel opzichten zijn de conventionele fotojournalistiek en de zogeheten “straatfotografie” jammerlijk onderbelicht gebleven als manieren van afbeelden. Maar als mensen ervoor kiezen om zichzelf af te beelden, wordt het een andere vorm. Dan verandert het.’
De woorden ‘jij’, ‘ik’ en ‘mij’ duiken telkens opnieuw op in uw werk. Hoe denkt u over universaliteit en individualiteit? Wie is de ‘ik’ en wie is de ‘jij’?
‘Ik denk niet na over “universaliteit”. Ik ben te zeer beducht voor de manier waarop je daardoor verschillen kunt reduceren en wegpoetsen. En wat dat “jij”, “wij” en “ik” betreft, ik vraag me gewoon af hoe de plaats van het onderwerp werkt, hoe aanspreekvormen werken. Rechtstreeks aanspreken is een drijvende kracht achter een groot deel van mijn werk geweest. Maar ik geloof niet dat er een specifiek of vast “jij”, “zij” of “wij” bestaat. Ik denk dat het veelomvattender en vloeibaarder is. Je kunt afwijzen of accepteren dat je wordt aangesproken, of iets daartussenin.’
In de loop der jaren, naarmate uw werk beroemder werd, hebben veel mensen zich uw afbeeldingen toege-eigend, en uw nieuwste werk omvat enkele van die toe-eigeningen. Ziet u dat als een vorm van samenwerking of als een vorm van kritiek?
‘Het voelt als geen van beide. Ik zou willen zeggen dat het me altijd is blijven verbazen en amuseren – en tot op zekere hoogte plezieren – dat mijn werk zo’n onderdeel van de cultuur is geworden. Ik had nooit verwacht dat mensen mijn naam of mijn werk zouden gaan kennen, dus dit is het zoveelste voorbeeld van die willekeur, van de rol van historische omstandigheden en maatschappelijke betrekkingen die tezamen bepalen wie er gezien wordt en wie niet, wie er gehoord wordt en wie niet. En de razendsnelle verspreiding van beelden, woorden en eigennamen heeft alles versneld en beïnvloed.
Ik denk dat de komst van film, radio, televisie en internet verschillende kansen heeft geboden voor het rechtstreeks aanspreken. En onlinelevens gaan natuurlijk enorm over de beloften en afstraffingen van het rechtstreeks aanspreken, niet alleen via teksten maar ook via oogcontact, of van oor tot oor via ASMR.
Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt
Ik heb het altijd belangrijk gevonden om voor ogen te houden welke volstrekt marginale rol beeldende kunst in de VS speelt. Wie denkt erover na? Van veel kunstenaars kent bijna niemand de naam, en ik neem niet aan dat iemand weet wie ik ben, behalve in bepaalde kleine subculturen. Maar nu ik mijn honderdste nader, krijg ik opeens deze steun via allerlei instituties. Steeds meer mensen hebben mijn werk gezien, en het reist nu digitaal sneller rond dan het ooit heeft gedaan. Maar ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de zogeheten “kunstwereld” een heel benauwde en bekrompen plek kan zijn. Zelf zie ik kunst in een veel ruimere zin: als een spuitbus van commentaar, een enorme visuele, filmische, sonische en tekstuele creatie van wat het betekent om in een bepaalde tijd te leven. Een vermogen om de ervaringen van de wereld te visualiseren of op schrift of muziek te zetten.’
Beïnvloedt dat ook uw werkwijze als docent beeldende kunst?
‘Dat deed het wel, maar ik ben dit jaar gestopt met lesgeven. Maar weet u, ik heb altijd lesgegeven op een openbare universiteit, niet op een kunstacademie, En omdat ik zelf geen bachelor- of masteropleiding heb gevolgd, vond ik het belangrijk om les te geven op een openbare universiteit met veel eerstegeneratiestudenten, eerstegeneratiefamilies, studenten die tot de eerste generatie Engelstaligen behoorden. Het betekende iets dat deze jonge mensen op een openbare universiteit studeerden of een beroepsopleiding volgden waar hun een heel breed perspectief werd geboden op wat ze van hun leven konden maken, in plaats van op een privéacademie waar de jongste studenten soms al bezig waren met het plannen van hun carrière in de kunstwereld. Daar is op zich niets mis mee, maar ik vond het geen context waarin ik van erg veel nut kon zijn.’
Voelt u zich meer thuis in zo’n omgeving dan in het door galeries bevestigde kunstcircuit?
‘Ik heb de subcultuur van de kunst altijd erg intimiderend gevonden. Elke keer als ik een galerie binnenliep, had ik gevoel dat ik een kledingborstel bij me moest hebben, vanwege dat idee van perfectie en zo. Jonge kunstenaars bedenken manieren om zichzelf in leven te houden – sommige kiezen ervoor om assistent te worden van een gerenommeerde kunstenaar, of om in een galerie te werken. Dat was voor mij nooit weggelegd. Voor mij was het heel erg een klassenkwestie. Ik heb gewoon jarenlang negen-tot-vijfbaantjes gehad.’
Is er iets veranderd? Zijn er ontwikkelingen gaande in de kunstwereld die u hoopvol stemmen over de toekomst ervan?
‘Ja, natuurlijk is er iets veranderd. Ik bedoel, goddank is er iets veranderd, maar de strijd is nog niet gestreden. Ik herinner me dat begin jaren tachtig de situatie begon te veranderen voor (witte) vrouwen. Maar nu zien we enorme verschuivingen op het gebied van macht en vertegenwoordiging. Veel meer mensen kunnen zich tegenwoordig moeiteloos kunstenaar noemen. Het duurde een hele tijd voordat ik mezelf als kunstenaar zag. Ik heb weleens gezegd dat de “kunstwereld” eruitzag als twaalf witte mannen in Lower Manhattan. Maar er was altijd veel meer aan de hand. Er waren zo veel kunstenaars die op zo veel niveaus gemarginaliseerd en onzichtbaar gemaakt waren. Factoren als ras, klasse en gender waren doorslaggevend om al dan niet gezien te worden. Nu maken we een historische “reset” mee die absoluut dringend noodzakelijk is, zelfs als je bedenkt dat een deel ervan misschien wel wordt aangejaagd door een uitermate speculatieve markt en allerlei spijtbetuigingen.’
In uw nieuwe tentoonstelling figureren ook enkele oudere werken van uw hand. Wat betekent het voor u om terug te grijpen op eerder werk en om een bredere kijk op kunst te hebben, namelijk als een doorlopend proces dat op het heden is georiënteerd?
‘Pas de afgelopen vier jaar, tijdens het inrichten van deze tentoonstelling, die een jaar werd uitgesteld vanwege corona, ben ik me weer in die werken gaan verdiepen. Wat wordt “iconisch” en wat niet, wat komt in de canon, neemt toe in waarde of wordt waardeloos geacht? Als ik probeer te bepalen wat een heel tijdelijke “canoniciteit” bezit (laten we zeggen de komende twintig minuten), moet ik rekening houden met de grilligheid van smaak en waarde. Van wat wordt vergeten en twintig jaar later door kunsthistorici wordt opgegraven. Alles wordt zo sterk bepaald door de grilligheid van de markt.
Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet
Het is een heel complexe mengeling van wat in het oog springt en wie een echte naam wordt en wie niet. En daar ben ik me altijd erg van bewust geweest, omdat ik aan beide kanten heb gezeten, en ook in het midden. Jaren geleden had ik een tentoonstelling, genaamd Picturing “Greatness”, die inging op de manier waarop grootsheid tot stand komt – de willekeurigheid ervan, de investeringen, de opwinding en de verhalen eromheen. Mensen die echt in grootsheid geloven wens ik alle succes en macht toe. Maar voor mijzelf is het zo’n bouwwerk van inflatoire markten en claims. Ik heb eerder gezegd dat geen enkel kunstwerk, geen schilderij, beeld, film, muziekstuk of gebouw ooit zo groots, belangrijk en briljant is – of zo beschadigd en onbeduidend – als de maker ervan voor ogen had. Alles is een vorm van overdrijving. Dat is ofwel een verkoopargument of het komt voort uit een behoefte om in het idee van “het meesterwerk” te geloven, of in de uitzonderlijkheid van een bepaalde schepper. Dat hoort er allemaal bij, maar ik ben geneigd er met enige argwaan naar te kijken.’
Is er nog iets anders waar u het over wilt hebben?
‘Nou, iets waarover ik heb nagedacht is de wisselende belangstelling voor het narratief en de rekbaarheid van de aandachtsspanne. De grote filmstudio’s zijn natuurlijk bijna te gronde gegaan door het teruglopende bioscoopbezoek en hebben ervoor gekozen om vooral te investeren in grote spektakel- en vervolgfilms. Dat leek in veel opzichten ten koste te gaan van het verhalen vertellen en van de vertelvormen van kleinere films. De aandachtsspanne leek meer berekend op episodisch kijken. En mijn werk, mijn bewegende beeldende kunst, is veel meer episodisch dan narratief in lineaire zin. Maar streaming heeft zowel nieuwe belangstelling voor het narratief gewekt als een enorme liefde voor – zo niet een verslaving aan – episodisch kijken. Als je niet naar films kijkt, kijk je naar seriëlere, tv-achtige dingen. In de precoronatijd duurde het narratief te lang – is het nou nog niet afgelopen? We zijn zo gewend aan de snelheid van online, of het nu memes zijn of snelle beelden. En ik denk dat de segmentering van verhalen via streaming de mogelijkheid heeft geopend voor meer narratief, maar dan in korte stukjes en afleveringen. We zien gestreamde dingen die van de oude filmstudio’s nooit het groene licht zouden hebben gekregen.
Vóór corona had ik nog nooit naar [de animatieserie] BoJack Horseman gekeken, maar in mijn ogen is dat een kunstwerk. Ik bedoel, de mensen die die shit schreven moeten aan de paddo’s zijn geweest, want het was echt zó’n pakkende tragedie. Over leven en doodgaan. Het was niet alleen maar grappig – ik bedoel, af en toe moest ik huilen. Alles van Jordan Peele heb ik gezien; Ozark was geweldig; Small Axe van Steve McQueen, alle vijf die films, dat was echt ongelooflijk; Euphoria was visueel zo sterk, ook al was het te veel uitgesponnen. Maar allemaal voelde het nog steeds episodisch en gesegmenteerd. Het was niet zoiets als drie uur in een bioscoop zitten, snap je? Vanaf het begin van corona, toen ik negentien maanden LA niet uit ben geweest, heb ik zo veel schitterende dingen gestreamd. En ook reality-tv – dat was een escapistische reddingsboot. Kun je het je voorstellen? Reality-tv als brenger van geestelijke gezondheid. Zo is de wereld eraan toe.’
Naar wat voor reality-tv kijkt u?
‘Nou, ik kijk er nu veel minder naar, maar bijvoorbeeld Real Housewives, Black Ink Crew, Vanderpump Rules, 90 Day Fiancé, bijna alles van HGTV [Home & Garden Television] – absolute onroerendgoedporno.’
U hebt bij uw werk vaak gebruikgemaakt van ‘lagere cultuur’, zoals ook in deze tentoonstelling: onlinememes en kattenfilmpjes…
‘Ik kom er niet onderuit dat een bepaalde mallotigheid altijd een belangrijke rol in mijn werk heeft gespeeld, een gebruik van de lach die zowel bevrijdend als meedogenloos kan zijn. Vooral in deze tijd waarin mensen huizenhoog op het schild worden geheven of genadeloos voor schut worden gezet. Maar niets werkt zo goed als jonge poesjes en hondjes. Tenzij je totaal gestoord bent raak je vertederd door puppy’s en kittens, door hun intense schattigheid. Ik denk niet dat veel mensen immuun zijn voor die beelden; ze geven toegang tot een ander soort emotionele ruimte, die warmer is en vaak grappig.’
Hoe voelt het om die naast de beelden van Trump te zetten, en naast de teksten die u hebt geschreven?
‘Voor mij voelt het levensecht. Ik denk dat ik het zo het best kan omschrijven. Het voelt levensecht.’
Om de negentienhonderdste verjaardag van de Muur van Hadrianus te vieren, heeft kunstenaar Morag Myerscough een eigentijdse versie gemaakt.
Om de 1900ste verjaardag van de Muur van Hadrianus te vieren, de muur waarmee de Romeinse keizer Hadrianus de noordelijke grens van het Romeinse Rijk wilde markeren en beschermen, is kunstenaar Morag Myerscough gevraagd een eigentijdse versie van het originele noordelijke poortgebouw te maken.
Myerscough plaatste felgekleurde houten platen over een groot steigerframe en vroeg dichteres Ellen Moran om woorden en zinnen voor de installatie. De plaatselijke gemeenschap hielp via workshops de borden te beschilderen volgens de ontwerpen van de kunstenaar.
In Moldavië kan je tien maanden per jaar een speld horen vallen. Pas in de zomer keren duizenden Moldaviërs terug naar hun familie, die ze vaak noodgedwongen hebben achtergelaten om elders geld te verdienen. Tijd om de barricaden op te gaan. ‘Așa sună democrația!’, roept de aanzwellende massa in de straten van Chisinau. ‘ Zo klinkt democratie’.
_ Dit is een bijdrage van AWE, een Nederlands non-profitmediacollectief, opgericht voor en door jonge Europeanen._
De democratie in Moldavië wordt ernstig bedreigd. Het armste land van Europa, met de minste toeristen, gaat gebukt onder grootschalige corruptie, chronische werkloosheid en – het belangrijkst – massale emigratie.
Moldavië is het snelst krimpende land ter wereld. Naar verwachting zal de bevolking in 2100 zijn gehalveerd, waarmee de toekomst van het land op het spel komt te staan. Jongeren zouden daarom prioriteit moeten krijgen, maar de meeste hervormingen worden gedwarsboomd door chronische corruptie en een haperende economie. De EU en Rusland lonken vanwege de betere carrièrekansen. Dus nu staan jonge Moldaviërs voor de keuze: weggaan of blijven?
Hoewel velen hebben gekozen voor een toekomst in het buitenland, voelen zij zich momenteel genoodzaakt weer terug naar huis te gaan, omdat de democratie zo onder vuur is komen te liggen. Ze sluiten zich – al dan niet tijdelijk – aan bij de strijd voor democratie. Hoe slecht de economie er ook voor staat, ze hebben hun land nog niet opgegeven.
40%
van de jonge Moldaviërs had in 2014 geen regulier onderwijs, opleiding of werk.
80%
van de Moldaviërs zegt nauwelijks of geen vertrouwen te hebben in de overheid en het rechtssysteem. Vooral politici, rechters, openbaar aanklagers en de politie worden als corrupt gezien.
73%
van de Moldaviërs geeft aan dat hun inkomen niet of nauwelijks toereikend is om in de eerste levensbehoeften te voorzien.
6%
van de jongeren neemt deel aan demonstraties, waaruit blijkt hoe weinig maatschappelijke betrokkenheid er is onder de jonge Moldaviërs.
Gestolen Stemming
In juni 2018 werd Andrei Nastase democratisch gekozen als burgemeester van de Moldavische hoofdstad Chisinau. Nastase is leider van de grootste oppositiepartij, Waardigheid en Waarheid. Het nationaal hof verklaarde zijn overwinning nietig. Nastase postte op de verkiezingsdag een livefilmpje op Facebook om mensen op te roepen toch vooral te gaan stemmen – niet per se voor hem. Het hof bestempelde het filmpje als een vorm van campagnevoeren, wat niet is toegestaan op de dag van de verkiezingen.
Het besluit van het hof leidde tot diverse golven van protest tegen wat in Moldavië bekend is komen te staan als de ‘Gestolen Stemming’.
Occupy Guguta
Occupy Guguta is een permanente protestbeweging die deze zomer opkwam in reactie op de Gestolen Stemming. De jonge leden van de beweging willen dat Moldavië een echte democratie wordt, die waakt over mensenrechten en zich inzet voor de bevolking. Het is een open beweging, zonder hiërarchie of officieel vastgelegde structuur. De naam is afgeleid van een koffietentje, Guguta, in het Stefan cel Mare-park in Chisinau. In 2009 leidde de onwettige privatisering ervan tot grote woede onder de bevolking, want het café was een geliefde plek voor veel inwoners van de stad. Guguta groeide uit tot een symbool van illegaal geprivatiseerde openbare plekken door het hele land. Tegenwoordig is het terras van Guguta de plek waar de beweging samenkomt.
Vitali, de pianist
Vitali (31) probeert vanuit Moskou, zijn thuisbasis, Moldavië nieuw leven in te blazen met behulp van alles wat hij in het buitenland heeft geleerd.
‘Moldavië is een klein land. De hele bevolking past op het Grote Nationale Assembleeplein [het centrale plein in Chisinau]. Als alle Moldaviërs daarnaartoe komen, zal de overheid wel moeten luisteren naar wat de bevolking heeft te zeggen’, aldus Vitali.
Als concertpianist zit Vitali geregeld in vliegtuigen en hotelkamers. Hij heeft net 1000 kilometer afgelegd van Moskou naar Chisinau om aanwezig te kunnen zijn bij een demonstratie, waar hij met duizenden anderen te hoop loopt tegen de Gestolen Stemming. Het is niet voor het eerst dat Vitali grote afstanden aflegt om zich sterk te maken voor veranderingen in zijn vaderland. Toen in juni dit jaar de lokale verkiezingen plaatsvonden, kwam hij helemaal terug vanuit Nieuw-Zeeland. ‘Ik ben het er niet mee eens dat één stem niets zou uitmaken. Ik wil dat mijn stem meetelt.’
We zitten in een gezellig restaurantje in het centrum van Chisinau. Het duurt niet lang of de piano in de hoek lokt Vitali. Hij neemt plaats op de kruk en legt zijn vingers op de toetsen. Even later klinkt er een melancholieke melodie.
In 2006 verliet Vitali zijn vaderland Moldavië om aan het conservatorium van Moskou te gaan studeren. Zijn enige kans om een pianist van wereldfaam te worden was om naar Moskou te gaan, vertelt hij. ‘Het is een van de beroemdste conservatoria ter wereld. Alle piano-opleidingen, ook die in Chisinau, hebben nauwe banden met de Russische opleidingen.’ Ook dat bevestigt dat er sterke culturele en economische banden zijn tussen Moldavië en ‘Moedertje Rusland’. In Vitali’s geval is het duidelijk een goede zet geweest om naar Moskou te verhuizen: sinds zijn afstuderen heeft hij opgetreden in uitverkochte concertzalen in vijftien verschillende landen.
‘Ik ben het er niet mee eens dat één stem niets zou uitmaken. Ik wil dat mijn stem meetelt’
Hoewel Vitali veel reist, keert hij geregeld terug naar het land waar hij is opgegroeid. Telkens wanneer hij in zijn vaderland komt, merkt hij dat de situatie is verslechterd. ‘Het onderwijs gaat in snel tempo achteruit’, zegt hij. ‘Om nog maar te zwijgen van het culturele leven.’ De grote armoede onder brede lagen van de bevolking betekent dat mensen geen kaartje kunnen kopen voor een klassiek concert. De andere kant van diezelfde medaille is dat musici geen fatsoenlijke boterham kunnen verdienen. Vitali is ervan overtuigd dat een gezonde economie en goed onderwijs van cruciaal belang zijn voor een bloeiende cultuur. Als zelfbenoemd lid van de gestaag groeiende diaspora van Moldaviërs die in het buitenland wonen en werken, levert Vitali een bijdrage aan het herstel van de culturele sector in zijn vaderland: ‘We doen ons best om iets terug te geven, om de Moldaviërs te laten delen in wat wij hebben geleerd, om betrokken te zijn.’
De Moldavische economie is voor een onthutsend groot deel afhankelijk van overboekingen uit het buitenland: elke maand maakt de diaspora 100 miljoen dollar over op rekeningen in Moldavië. In 2016 kwam dat neer op maar liefst een kwart van het Moldavische bnp. ‘Iedereen weet hoe groot de bijdrage is die wij leveren’, zegt Vitali. ‘Er komt jaarlijks een miljard uit de diaspora. Een gestolen miljard, feitelijk. En we blijven maar geld sturen, zelfs als we weten dat het geld vermoedelijk weer gestolen zal worden.’
Maar Vitali’s activisme gaat verder dan alleen het overmaken van geld. In 2011 hielp hij met de organisatie van een festival voor klassieke muziek, dat de symbolische naam Home had en bestond uit een performance gebaseerd op Prométhée ou le poème du feu, een radicaal meesterwerk van de Russische componist Alexander Skrjabin, begeleid door een volledig orkest bestaande uit buitenlandse musici die Vitali had uitgenodigd. En dit jaar gaf hij gratis pianolessen aan de Rachmaninov-muziekschool – de school waar hij zelf als kind op heeft gezeten. ‘Het was geweldig om er nu terug te keren als docent, om met de kinderen te werken en ze wat adviezen te kunnen geven’, zegt hij met een glimlach.
Op de vraag waarom hij zich achter dergelijke initiatieven schaart, geeft hij een simpel antwoord: ‘Uit liefde.’ Liefde voor zijn familie, maar ook voor zijn land. ‘Het feit dat ik ben teruggekomen voor de protesten, is geen politieke daad. Het gaat om maatschappelijke betrokkenheid. Ik wil een land dat functioneert’, zegt hij.
Ana, de activist
Ana (26) is onlangs teruggekeerd naar Moldavië en sindsdien uitgegroeid tot een gedreven activist. Nu staat ze voor de keuze: weggaan of blijven?
‘Mijn band met Moldavië is altijd sterk geweest’, zegt Ana, die haar vingers door haar korte, bruine pony haalt. Ze zit op een tweepersoonsbed in een kamer in het appartement van haar ouders in het centrum van Chisinau, met haar kinderdeken over haar benen. Na jaren in het buitenland te hebben gewoond, is ze teruggekeerd naar huis om te strijden voor de democratie in Moldavië. In ieder geval voorlopig. ‘Ik ben hier geboren, maar eind jaren negentig, net na de kleuterschool, ben ik met mijn ouders verhuisd naar Iasi, in het noorden van Roemenië.’ Ana ging elke week met haar ouders en haar jongere broer de grens over om haar grootouders in Moldavië op te zoeken.
Hoewel Ana is opgegroeid in Roemenië – dat nooit deel heeft uitgemaakt van de Sovjet-Unie – wordt haar identiteit nog altijd in sterke mate bepaald door de Russische cultuur, die in elke voormalige Sovjet-republiek nog zeer sterk voelbaar is. Haar ouders hebben het grootste deel van hun leven onder het Sovjetbewind geleefd, zoals de ouders van de meeste Moldaviërs van Ana’s generatie.
‘Het eerste wat mijn ouders deden toen ze in Roemenië waren, was de televisie aansluiten op de satelliet, zodat ze toegang hadden tot de Russische kanalen’, zegt Ana. Haar lach galmt door het appartement. Ze heeft haar hele puberteit naar Russische talkshows gekeken, over politiek en cultuur. Elk jaar zat het hele gezin met Oud en Nieuw voor de buis om naar Sovjetfilms te kijken. Zelfs het eten dat op tafel kwam, was doortrokken van politiek, want haar moeder maakte borsjtsj en boekweit – exotisch eten naar Roemeense maatstaven.
Toen de kinderen naar het buitenland emigreerden, keerden Ana’s ouders terug naar Moldavië. Haar vader woont momenteel in West-Oekraïne, de enige plek waar hij een baan kon vinden. Haar moeder heeft een baan bij het openbaarvervoerbedrijf, waar ze volgens Ana bitter weinig verdient.
Laten we onze aandacht richten op wat ons bindt, niet op wat ons verdeelt
Er zijn velen zoals Ana’s ouders: afgaande op cijfers van de Verenigde Naties leeft meer dan 14 procent van de Moldaviërs onder de armoedegrens (4,3 dollar per dag) en de werkloosheidscijfers zijn de afgelopen jaren de hoogte in geschoten, tot maar liefst 60 procent. Zodoende worden velen gedwongen hun heil in het buitenland te zoeken. ‘Toen ik op de middelbare school zat, zei mijn moeder altijd: “Wanneer vertrek je? Ga hier weg! Ga weg en maak iets van je leven”’, zegt Ana.
Uiteindelijk is dat precies wat Ana heeft gedaan. Op haar achttiende is ze van Roemenië naar Polen verhuisd om politieke wetenschappen te studeren, een mengeling van sociologie, filosofie en antropologie. Door te studeren ging ze meer van de wereld begrijpen en zo veranderde ook geleidelijk de manier waarop ze tegen haar eigen identiteit aankeek. ‘Als ik met mensen praatte, vroegen ze me altijd naar Moldavië. Ik wist nooit goed wat ik moest zeggen. Meestal zei ik maar gewoon dat de situatie zeer somber was en dat er maar weinig gebeurde’, zegt ze.
Langzaam maar zeker werd door de belangstelling van anderen haar eigen nieuwsgierigheid aangewakkerd. Ze begon het nieuws over Moldavië te volgen en ging geleidelijk inzien met hoeveel uiteenlopende problemen het land kampt. Wat was haar relatie met het land en hoe kon zij helpen?
Dit besef betekende een keerpunt. Langzamerhand groeide bij Ana het idee om terug te gaan naar haar vaderland. ‘Hoe meer ik me realiseerde hoe slecht het land eraan toe was’, zegt ze, ‘des te meer het me ging interesseren.’ Uiteindelijk deed ze zelfs een casestudy naar het maatschappelijk middenveld in Moldavië, als onderdeel van haar masterthesis.
Maar de passieve kant van onderzoek doen is niets voor haar. ‘Ik kan niet tegen onrechtvaardigheid.
Permanente protestbewegin
Als ik van mijn familie hoor hoe slecht het land eraan toe is, roept dat bij mij de vraag op: wat kunnen we daaraan doen?’ Nadat ze afgelopen juli haar master haalde, besloot Ana terug te keren naar haar familie, naar huis. Bij toeval raakte ze direct verzeild in de rumoerige politieke ontwikkelingen die de democratie van het land op haar grondvesten doen schudden. Nadat oppositieleider Andrei Nastase op 3 juni democratisch werd gekozen tot burgemeester van Chisinau, greep het nationale hof in en verklaarde het de uitslag nietig op grond van een onzinnige aanklacht.
In de daaropvolgende maanden ontstond een permanente protestbeweging, Occupy Guguta, die honderden mensen, onder wie Ana, verenigt in één doel: de roep om democratie. Als hartstochtelijk deelnemer aan de demonstraties en de maatschappelijke projecten van de beweging is Ana zeer met dit doel begaan: ‘Ik zie heel veel potentieel in deze beweging en de mensen die de beweging dragen, omdat er een nieuwe visie uit spreekt. In een stad als Chisinau kom je dat niet vaak tegen.’
Ana vindt dat Occupy Guguta een spilfunctie moet vervullen – een plek waar mensen hun problemen kunnen delen en oplossingen kunnen vinden. ‘Een sociale ambulance’, zegt ze. ‘We wonen tenslotte allemaal in Chisinau, we hebben dezelfde problemen. Het maakt niet uit of je Oekraïner of Bulgaar bent. De wegen zijn slecht, het onderwijssysteem stelt niets voor… Laten we onze aandacht richten op dat wat ons bindt, niet op dat wat ons verdeelt.’
Victor, de kunstenaar
Victor (38) is een in Chisinau woonachtige kunstenaar, die deel uitmaakt van Occupy Guguta.
In de herfst van 1987 krijgt een zevenjarige jongen op een lagere school in Macaresti, een pittoresk plaatsje in het oosten van Moldavië, een potlood van zijn tekenleraar. Een uur later heeft hij het Kremlin in Moskou getekend, versierd met ballonnen en vlaggen, en met het woord mir – ‘vrede’ in het Russisch – op de gevel.
Het is de eerste keer dat Victor een potlood op papier zet. Op dat moment wordt de kunstenaar tot wie hij zal uitgroeien geboren. Al vanaf zijn tiende smeekt Victor zijn ouders om hem naar de kunstacademie in de hoofdstad Chisinau te laten gaan. Zijn ouders stribbelen tegen, maar met behulp van zijn broers weet hij ze uiteindelijk over te halen.
Het brandende verlangen om te schilderen is niet de enige reden waarom Victor naar de stad wil: heimelijk hoopt hij ook te ontsnappen aan het leven van zware fysieke arbeid dat hem wacht op het platteland. ‘Ik zag mezelf niet tot in lengte van dagen op het land werken’, zegt hij.
Na zijn afstuderen aan de kunstacademie in Chisinau verhuist Victor naar Roemenië om zich verder te bekwamen in keramiek, schilderen en beeldhouwen. Eind jaren negentig keert hij terug naar zijn vaderland, voornamelijk gedreven door een verlangen zijn vrienden te zien. ‘Mijn besluit was niet echt ingegeven door vaderlandsliefde. Het was meer een kwestie van toeval’, zegt hij. ‘Ik denk dat ik me op de een of andere manier een vreemdeling voelde, en ik had het nodig me ergens thuis te voelen.’
‘Ondanks de protesten zal alles bij het oude blijven’
Maar thuis treft hij een land aan dat wordt geteisterd door corruptie, een land waar democratische waarden worden uitgehold. Wanneer hij hoort over de opkomst van Occupy Guguta hoeft hij niet lang na te denken en sluit hij zich aan. ‘Met veel van de mensen die bij de beweging zijn betrokken, was ik al bevriend. We deden veel dezelfde dingen en gingen naar dezelfde cafés. Op een bepaald moment voelden we dat het goed zou zijn om onze energie te bundelen. Door een paar dingen die gebeurden, was de maat vol. En toen was er ook nog de Gestolen Stemming. Dat was de druppel.’
De Gestolen Stemming was een keerpunt in het democratiseringsproces van Moldavië, sinds het land in 1991 onafhankelijk was geworden van de Sovjet-Unie. Het legde de corruptie en het quasi-autoritarisme bloot die het land sindsdien in de greep houden. ‘Dit land schreeuwt al langer om een beweging zoals die van ons’, zegt Victor.
VC: Hoe zou je de situatie in Moldavië omschrijven?
Victor: ‘Vernederend. Een onophoudelijke vernedering – de situatie wordt steeds nijpender.’
Wat verwacht je van de protesten?
‘Ik heb geen enkele verwachting. Ik geloof niet dat de protesten ook maar iets zullen veranderen.’
Waarom doe je het dan?
‘Het is belangrijk vanuit een langetermijnperspectief. Maar ondanks de protesten zal alles bij het oude blijven.’
Wat versta je onder een langetermijnperspectief?
‘Over drie of vier maanden, misschien na de volgende parlementsverkiezingen, zal er iets veranderen. Mogelijk verandert er ook niets tot aan de verkiezingen en zal de bevolking na de verkiezingen nog gefrustreerder zijn, nog teleurgestelder. Dan zullen de mensen het niet langer pikken en massaal de straat op gaan.’
En komt er weer een protestbeweging, bedoel je?
‘Na de verkiezingen, denk ik, en dan veel ingrijpender. Want onze beweging wordt nu nog ernstig beperkt door een gebrek aan middelen en invloed.’
Aliona, de patriot
Terwijl anderen het land verlieten, bleef Aliona (28) achter om zich in te zetten voor een betere toekomst.
‘Wat mij betreft is iedereen die het land verlaat een verrader’, zegt Aliona zachtjes. Ze veegt de vloer van een van de twee flexwerkruimtes die ze beheert in het centrum van Chisinau. Het licht dat door de ramen naar binnen valt, strijkt langs de afbladderende verf van de muren van het oude kantoorgebouw. Met een snelle beweging maakt ze de ruimte schoon. Haar stijlvolle outfit en haar retromoderne bobkapsel passen perfect in het sjofel-chique interieur. ‘Ik begrijp niet dat mensen vertrekken. Als je over bepaalde talenten beschikt, moet je die inzetten waar ze het hardst nodig zijn, vind ik.’
Voor Aliona is dat in Moldavië. Ze heeft zich nog nooit afgevraagd of ze er wel goed aan heeft gedaan om in haar vaderland te blijven. ‘Ik heb het naar mijn zin in Moldavië. Dit is de plek waar ik de meest waarachtige en authentieke versie van mezelf kan zijn, dit is de plek waar ik me begrepen voel’, zegt ze.
In tegenstelling tot andere mensen van haar leeftijd ziet Aliona Moldavië als een land van mogelijkheden – een land waar jonge mensen kunnen experimenteren zonder een al te hoge prijs te hoeven betalen voor hun vergissingen. Zij is daar het levende bewijs van: als medeoprichter en manager van twee flexwerkruimtes heeft zij haar droom van een eigen onderneming weten te verwezenlijken.
Maar haar vrienden hebben soms moeite te begrijpen waarom zij per se in het snelst krimpende land ter wereld wil blijven wonen. ‘“Waarom verdoe je je tijd?” vragen ze me. Maar voor mij dient het een hoger doel – om mijn ouders hier te kunnen zien’, zegt ze.
‘Als je over bepaalde talenten beschikt, moet je die inzetten waar ze het hardst nodig zijn’
Aliona is niet de prototypische patriot; op haar dertiende liep haar band met Moldavië een ernstige deuk op, toen haar beide ouders het land verlieten om elders te gaan werken. ‘Dat was een pijnlijk moment.’ Haar stem breekt. Destijds gingen Aliona’s ouders naar het buitenland om het geld terug te verdienen dat ze verschuldigd waren na een mislukte landbouwonderneming. ‘Mijn ouders hebben keihard gewerkt om hun zaak op te zetten. Ze zijn er niet rijk van geworden. Uiteindelijk moesten ze naar het buitenland om geld te verdienen voor schulden die ze niet op een andere manier konden aflossen’, zegt ze.
Aliona is niet het enige kind in Moldavië dat zonder ouders is opgegroeid. Meer dan 150.000 Moldavische kinderen leven alleen of worden opgevoed door oudere broers of zussen, of door hun grootouders. Sommige groeien op in eenoudergezinnen. De ouders in het buitenland zorgen voor hen door geld over te maken.
Dat Aliona zo toegewijd is aan Moldavië, wil niet zeggen dat ze haar ogen sluit voor de problemen van haar vaderland. Toen de uitslag van de lokale verkiezingen ongeldig werd verklaard, en daarmee dus ook de stem van de bevolking, had ze het gevoel dat ze geen lucht meer kreeg. ‘We konden alles verliezen’, zegt ze. ‘Hoop en democratie.’
Samen met een groot deel van haar vrienden sloot ze zich aan bij een protestbeweging, Occupy Guguta – vernoemd naar een populair café dat illegaal was geprivatiseerd.
Sindsdien heeft ze geholpen met het organiseren van bijeenkomsten, het schilderen van protestborden en het mobiliseren van de leden van de beweging op social media. ‘We willen de overheid laten weten dat we zien waar ze mee bezig is, dat we haar volgen en dat we haar niet zomaar haar gang laten gaan.’
Belofte
Onafhankelijkheidsdag
Nadat duizenden mensen in Chisinau hebben gedemonstreerd tegen hun corrupte regering, brengen Ana, Victor en Aliona de nacht door in de buurt van het standbeeld van Stefanus III de Grote, een middeleeuwse vorst die in Moldavië wordt vereerd als een nationale held. Samen met andere demonstranten van Occupy Guguta wachten ze op de dageraad van Onafhankelijkheidsdag – de dag waarop het land viert dat het in 1991 onafhankelijk werd van de Sovjet-Unie.
De dag breekt aan. Als de demonstranten weigeren het plein te verlaten, worden ze met geweld verwijderd door de oproerpolitie. Deze plaatst hekken om hen te scheiden van de Moldavische regeringsvertegenwoordigers die bloemen komen leggen bij het standbeeld. ‘Weg met de regering, weg met de maffia!’ scandeert de menigte. De stemmen worden langzaam overstemd door een naderend fanfarekorps van het leger. ‘Ineens werden we omringd door honderden agenten, drie rijen dik’, vertelt Victor later. ‘Alleen al het enorme aantal agenten was intimiderend.’
*Vermoorde onschuld *
Op hetzelfde moment ontruimen gewapende troepen het Occupy Guguta-bolwerk in het park, een paar honderd meter verderop, hoewel de beweging een demonstratievergunning heeft, geldig tot december. ‘Er werd gehuild, iedereen was woedend; het was heel intens’, zegt Aliona. Voor haar maakt het onwettige optreden van de politie duidelijk dat de strijd voor hervormingen nog lang niet voorbij is.
De overheid speelt de vermoorde onschuld. ‘Als mensen zich niet aan de wet houden, heeft de politie het recht om in te grijpen. Het optreden van de politie was legitiem’, zegt Andrian Candu, woordvoerder van het parlement.
Ondertussen laten oppositieleiders Maia Sandu en Andrei Nastase, die ook van het plein zijn verwijderd, weten dat ‘het verzet niet is gebroken’. ‘De vrijheid van Moldavië mag niet in handen liggen van dictators – die behoort toe aan de mensen die met hun bloed, zweet en tranen dit land hebben opgebouwd’, aldus Nastase.
Belofte
Zal die belofte ooit worden ingelost? De geschiedenis heeft keer op keer aangetoond dat wezenlijke democratische hervormingen tijd kosten en zelden van de ene op de andere dag worden bereikt. Hoewel de protesten van augustus in veel opzichten een succes waren, is Moldavië daarmee niet als bij toverslag van alle plagen verlost.
En terwijl jonge Moldaviërs nog steeds worstelen met de cruciale vraag of ze moeten blijven of vertrekken, maakt hun betrokkenheid duidelijk dat er nog altijd voldoende mensen zijn die bereid zijn hun stem te verheffen en te vechten voor verandering. Hun stem en strijd kunnen van doorslaggevend belang zijn bij de komende parlementsverkiezingen, in februari 2019.
Tekst : Victoria Colesnic
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
Fotografie : Ramin Mazur
Are We Europe
Stichting Are We Europe (AWE) is opgericht als platform voor Europese storytelling. In Europa heerst toenemende onvrede en onzekerheid. Grenzen gaan dicht, en tegelijkertijd groeit er een generatie op die geen grenzen kent. AWE verzamelt en vertelt hun verhalen.
LaTurbo Avedon is de avatar van een anonieme kunstenares. Ons leven online is net zo echt als ons offlinebestaan, zegt ze.
LaTurbo Avedon is een aantrekkelijke jonge vrouw met blond haar, dat ze vaak in een paardenstaart draagt – als we tenminste kunnen afgaan op haar Instagramfoto’s. Zoals de meeste millennials speelt ze games, zit met haar vrienden op Facebook, houdt haar Twitterfeed bij en post selfies op Tumblr. Ze is een digitale autochtoon – maar dan ook echt letterlijk, in tegenstelling tot veel van haar leeftijdgenoten. Ze is online geboren, een knipperende cursor op een inlogpagina van een chatroom. Ze is gelijk met het internet volwassen geworden, heeft vrienden gemaakt, updates geplaatst en een onlineprofiel aangemaakt – geen profiel van een mens, maar van een avatar, een digitale vertegenwoordiger van iemand die, in dit geval, weigert zijn of haar identiteit bekend te maken.
Het is een dagtaak om een cyberpersonage te zijn. Avedon is een kunstenares die over de hele wereld tentoonstellingen heeft gehad, in Polen, Zuid-Korea, Peru en in het Whitney Museum in New York. Met behulp van dezelfde software die ontwerpers gebruiken om videogames te maken, maakt zij ‘digitale omgevingen en sculpturen’, om haar eigen woorden te gebruiken: animaties waarin ze door verlaten, spelonkachtige clubs loopt en met haar mobieltje bezig is; beelden van objecten met allemaal stekelige, scherpe randen, waarop licht en schaduw een spel spelen dat zo realistisch is dat haar afbeeldingen bijna driedimensionaal lijken – alsof het echte beelden zijn.
Onlangs, op een tentoonstelling in Somerset House in Londen, waar Avedon artist in residence is, zetten de toeschouwers een virtual reality-headset op om de beelden te kunnen zien in hun natuurlijke omgeving. In Club Rothko, een virtuele galerie waar zij dj is en waar ze haar werk tentoonstelt, draaien haar monumentale beelden rond. Op andere plekken hangen ze aan de wand, afgedrukt op dibond, naast schermen waarop haar animaties zijn te zien. Avedon is werkzaam in het domein van de net.art – sinds de jaren negentig wordt hierin werk gemaakt dat is ontsproten aan het internet. De nieuwste kunstenaars van deze beweging, zoals Amalia Ulman en Artie Vierkant, zijn opgegroeid in chatrooms en op forums, en zijn uiteindelijk overgestapt naar Twitter, Facebook en Instagram. Ze zijn van mening dat het internet is verweven met het leven van alledag.
Ze houdt van nagellak, Britney Spears en Jean Baudrillard, ze is aardig – en grillig
Die mening deelt Avedon. Wat haar onderscheidt van anderen is niet haar visuele kunst, maar haar performancekunst. Ze is een virtueel personage dat het scenario volgt dat ze zelf heeft geschreven. Het dramatische effect hiervan schuilt in de manier waarop ze deze gedachte, dat internet inmiddels een onlosmakelijk onderdeel van ons bestaan vormt, consequent doorvoert. En zo komt ze tot de onweerlegbare conclusie dat het internet niet alleen is verweven met allerlei facetten van haar bestaan, maar dat internet haar bestaan ís. Ze is niets meer dan een verzamelingen nullen en enen die door een glasvezelkabel jagen, en al die bits en bytes samen vormen een persoonlijkheid. (Ze houdt van nagellak, Britney Spears en Jean Baudrillard, ze is aardig – en grillig.) De anonimiteit van haar maker en het feit dat ze erop staat dat we meegaan in het idee – dat ze een avatar is die voor zichzelf staat – dwingen ons erover na te denken hoe de nabije toekomst eruit zou kunnen zien wanneer artificiële intelligentie in staat is een persoonlijkheid te creëren die net zo complex is als wij. Avedon is een gedachte-experiment dat zich presenteert als kunst.
Het merkwaardige aan Avedon is dat ze het feit dat ze virtueel is hoog in het vaandel heeft staan, maar anderzijds met klem zegt: ‘I’m real’ (een knipoog naar de hit van Jennifer Lopez en Ja Rule uit 2001), alsof ze een van ons wil zijn. Waarom?
Het is lastig communiceren met een avatar: je kunt niet afspreken of even bellen. In plaats daarvan sturen Avedon en ik elkaar berichtjes op Gmail Chat, en later, na een paar valse starts (zoals ik al zei, ze is grillig) tref ik haar in een club op Second Life, een virtuele wereld waarin gebruikers zich bewegen vanuit het gezichtspunt van hun avatar. Avedon begeeft zich heel veel op Second Life.
Club Culture baadt in blauw licht en uit de speakers klinkt housemuziek, maar op het moment dat mijn avatar binnenkomt is de club verlaten. Dan zie ik Avedon ineens, in een korte, witte jurk, waarvan de zoom licht lijkt te geven. Terwijl ze begint te breakdansen (mijn avatar kan het nauwelijks bijhouden) sturen we elkaar berichtjes.
‘Ik ben er niet op uit om de indruk te wekken dat ik een echt mens ben,’ zegt ze, terwijl ze over de dansvloer paradeert. Wat zij wil, is ons ertoe aanzetten eens goed na te denken over onze relatie met de virtuele wereld. ‘Veel mensen houden zich vast aan het idee dat er een drempel is tussen echt en nep, tussen ons fysieke lichaam en de virtuele wereld,’ zegt ze. ‘Een soort geruststellende tweedeling.’ Het acroniem IRL (in real life), dat vaak wordt vaak gebruikt om activiteiten aan te geven die zich ver van de computer afspelen, illustreert dit mooi. Als de offlinewereld echt is, is de gedachte, dan is de onlinewereld nep – een visie die het belang van de virtuele wereld tenietdoet.
Net als een gedachte
Avedon vindt het niet juist om op zo’n manier tegen het internet aan te kijken: al heeft het virtuele geen fysieke verschijningsvorm, het is nog wel echt. Net als Avedon. ‘Je zult me misschien nooit in het park tegenkomen, of me over straat zien lopen,’ zegt ze, ‘maar dat wil nog niet zeggen dat mijn ervaringen in een virtuele wereld niet echt zouden hebben plaatsgevonden, of geen geldigheid zouden hebben.’ Ze bestaat dáár waar ze kans ziet een bepaald besef van haar aanwezigheid over te brengen op anderen, of dat nou in een chatroom is of aan de muur van een galerie. Ze bestaat in ons hoofd, net als een gedachte.
Inmiddels heb ik geleerd de bewegingen van mijn avator te sturen, en ik dans een shimmy met Avedon. Ze wil nog één ding kwijt: ‘Avatars zijn veel gecompliceerder dan veel mensen misschien denken.’ Ik vraag haar een definitie te geven van een avatar. Het is ‘een presentatie van het zelf. In onze gedachtewisseling [op Second Life en Gmail Chat] heb ik jou, de avatar Charlie, leren kennen op de manier zoals jij jezelf hebt willen presenteren.’ Of het nou online is of offline, iedereen heeft vele rollen om te spelen. De wereld is een schouwtoneel, en alle mannen en vrouwen zijn weinig meer dan avatars.
Met die woorden bedank ik haar voor haar tijd en log uit van Second Life. Mij wordt duidelijk dat de grens tussen het virtuele en het fysieke steeds poreuzer wordt.
Mensen met een smartphone gaan aan de lopende band die grens over, en in zekere zin geldt datzelfde voor Avedon. Zij toont haar werk in galeries, houdt lezingen voor studenten en heeft een netwerk van menselijke vrienden en collega’s. Ze is aanwezig in de fysieke wereld. Met het voortschrijden van augmented reality zou ze op een goed moment ook een fysieke gedaante kunnen aannemen. Maar ik hoop van niet. Ik zie haar liever als een Galatea van het digitale tijdperk: onstoffelijke internetkunst met een eigen mening.
Mijn telefoon trilt. Een berichtje van Avedon: ‘Was leuk je te spreken! xoxo’
Auteur: Charlie McCann
The Economist
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180
Instituut van de Britse journalistiek. Opgericht in 1843 door een Schotse hoedenfabrikant tegen ‘de onnozelheid’ die de vooruitgang in de weg stond. Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Voor 85 procent buiten het koninkrijk verkocht en voor de helft eigendom van de Financial Times.
Het werk van Gerard Fieret, de excentrieke Nederlandse ‘fotograficus’ die in de jaren zestig de grenzen van de fotografie verlegde, is ontdekt in Spanje. El País over het universum van een zonderlinge kunstenaar.
Hij stierf straatarm, omringd door duiven. Tussen de smerige troep in een bouwval van een huis stonden tientallen dozen en plastic containers met zijn werk. Aangevreten door het vocht en de muizen, maar het was springlevend. Bijna vijftig jaar lang voedden chaos en passie het werk van Gerard Petrus Fieret (Den Haag, 1924-2009). Zwart-witfoto’s die door hun grensverleggende karakter en originaliteit tot de opvallendste behoren in het Europa van de jaren zestig en zeventig, en die het medium fotografie oprekten. In weerwil van dit alles is de fotograaf – en dichter – nog steeds een onbekende buiten zijn geboorteland. De tentoonstellingshal Le Bal in Parijs organiseert nu zijn eerste expositie in Frankrijk.
Buitenissigheid
Vanaf het moment dat Hripsimé Visser, conservator fotografie van het Stedelijk Museum in Amsterdam, aan het eind van de jaren zeventig de foto’s van Fieret zag, was ze gefascineerd door hun buitenissigheid. ‘Ze pasten helemaal in de tijdgeest met hun verwerping van conventies en hun omarming van alles wat onkies, rauw, spontaan en authentiek was’, schrijft ze in het boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling is uitgegeven door Xavier Barral Editions. De fotograaf leidde een antiautoritair leven en maakte antiautoritaire foto’s. In zijn kunst hield hij zich bezig met het marginale, dat wat niet tot een gevestigde orde behoort, zowel in visueel als in technisch opzicht. ‘Waar ik naar op zoek ben in de fotografie is anarchie: mijn foto’s zijn binnen de context van een conservatieve maatschappij agressief. De intensiteit van het leven, de passie – een gezonde passie voor het leven – daar gaan ze over,’ zei Fieret.
Hoewel elk onderdeel van zijn dagelijks leven voor de productieve fotograaf het onderwerp kon zijn voor een foto, bestond het universum van Fieret voornamelijk uit vrouwen. Hij nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. Zijn zachte, onscherpe naakten lijken op geen andere, en vaak is het de grote betrokkenheid en interactie, die je intuïtief voelt tussen de fotograaf en zijn model, die zijn werk zo vitaal maakt. ‘Zijn werk gaat over tederheid. Die naakten worden nooit pornografisch. Ik vind het een prachtig liedje van verlangen,’ zegt fotograaf Willem Diepraam in Foto en copyright by G.P. Fieret, een documentaire die Frank van den Engel in de laatste twee jaar voor de dood van de fotograaf maakte. Fieret bekende tegenover Frans van Burkom, schrijver van een monografie over hem, dat hij nooit ‘een echt erotische relatie met een vrouw heeft gehad’. In de documentaire zegt de fotograaf dat hij ‘tien vrouwen in huis heeft gehad’, maar dat vanwege zijn onrustige karakter ‘het totale pakket veel te georganiseerd was voor mij. Ik wilde vrij zijn’.
Fotografie en dierenliefde waren waarschijnlijk zijn enige duurzame passies. Zijn leven werd vanaf zijn tweede jaar getekend door verlating, toen zijn vader het huis uitging en zijn moeder met de zorg voor drie kinderen achterliet. Een jaar later deed zijn moeder, die tbc had, hem in een kindertehuis. Volgens eigen zeggen werd hij in een van die katholieke internaten seksueel misbruikt. In de oorlog werd hij vanwege zijn gemengd joodse afkomst naar verschillende werkkampen gestuurd. Later ging hij naar de Haagse Kunstacademie. Hij wilde schilder worden en maakte houtskoolportretten, terwijl hij een handeltje dreef in Aziatische en Afrikaanse antiquiteiten. Hij schreef ook gedichten en publiceerde meer dan tien boeken.
‘Je zou kunnen zeggen, de poëzie is in mijn context een machtige rivier, uit haar ontsproten twee krachtige armen, het tekenen en de fotografie. Op den duur evolueerden de drie mediums in gelijkwaardigheid… Uiteindelijk versmolten de drie; foto werd poëzie, poëzie werd foto (metafysiek) en het tekenen werd een schrijfwijze, het tekenen, het dichten werd een zien en foto tot een enjambement in de gangen van het labyrint’, schreef Fieret.
Halverwege de jaren zestig begon hij zich volledig aan de fotografie te wijden. Zijn werk trok algauw aandacht en werd opgenomen in de collectie van verschillende Nederlandse musea. Er waren geen kunsthandelaren die zeiden wat hij moest maken, zodat hij altijd deed wat hij zelf wilde. Het toeval en het experiment bepaalden zijn werk. Er was geen keurslijf dat zijn verbeelding aan banden legde. Soms gebruikte hij bedorven ontwikkelaar zodat zijn foto’s geel werden. Of hij haalde de afdrukken te vroeg uit de fixeer en legde ze onder zijn bed, waardoor ze een solarisatie-effect kregen. Elk beeld was uniek en onherhaalbaar. Hij was wars van het intrinsieke vermogen tot serialiteit van de fotografie.
Soms maakte hij meerdere afdrukken van een negatief, die allemaal verschillend waren. Hij noemde zich liever geen fotograaf, maar ‘fotograficus’ (een foto-grafisch kunstenaar). ‘Een grafisch kunstenaar behoudt de controle over de technische middelen en buit die voor zijn doel uit, terwijl een fotograaf afhankelijk is van de techniek om zo duidelijk en waarachtig mogelijk te communiceren wat hij wil vastleggen. Dat verschil is de kern van de aversie die het fotografisch establishment in hem opriep,’ stelt conservator [fotomuseum Den Haag] Wim van Sinderen. ‘Ik ben niet zo’n Hasselblad-type,’ zei Fieret. Hij ging voor een goedkope Praktica-spiegelreflex.
Zijn argwanende en vijandige houding ten opzichte van de gevestigde fotografie drukte hem in een steeds groter isolement. De stempels met zijn naam en adres en zijn buitensporig vette handtekening, die vaak een opvallende plaats op zijn foto’s uit de jaren tachtig innamen, vormden weliswaar formeel onderdeel van het werk, maar verrieden ook een paranoïde trekje dat zich met grote regelmaat manifesteerde in het leven van de kunstenaar, die ervan overtuigd was dat iedereen zijn werk wilde stelen.
Zijn psychische problemen verergerden steeds meer. Gaandeweg veranderde hij in een zonderling die in Den Haag bekendstond als de man die altijd duiven voerde, op straat panfluit speelde en tekeningen maakte op bierviltjes. Maar met het verminderen van zijn productiviteit groeide zijn roem onder Amerikaanse galeriehouders, en zijn werk is momenteel opgenomen in de collectie van het MoMA.
Vijf jaar voor zijn dood wijdde het toen pas opgerichte Fotomuseum in Den Haag een retrospectief aan hem.
Hij maakte van de camera een experimenteel instrument waarmee hij zijn eigen identiteit smeedde. ‘Dit is descartiaans. Ik neem de camera ter hand, dus mijn derde oog, observeer en herken mij in de werkelijkheid, “dus ik ben”’, schreef Fieret.
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.