Tag: Kunstwerken

  • Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea vergroenen. ‘We verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is’

    Franse musea proberen hun energiegebruik te verminderen door hun kunstwerken op een andere manier te bewaren en te vervoeren. De grootste winst valt echter te behalen bij de gasten: 99 procent van de CO2 die het Louvre uitstoot, wordt veroorzaakt door de bezoekers.

    Alle toevoer afsnijden! Water, gas, elektriciteit! Afgelopen lente heeft het Maison des arts de Malakoff in het departement Hauts-de-Seine zijn energiegebruik uit eigen beweging volledig stilgezet: geen enkele expositie meer, een radicale stop van vijf maanden. ‘We hadden al veel milieumaatregelen genomen, zoals het opvangen van regenwater, het planten van een boomgaard en het installeren van andere verlichting,’ vertelt directeur Aude Cartier. ‘We moeten de milieuangst omzetten in initiatieven die mensen mobiliseren en de wereld veranderen in plaats van haar te versomberen, en onze instellingen kunnen daarbij een rol spelen.’

    Lampen op zonne-energie, emmers water in de wc’s… Aude Cartier en haar team hebben elk onderdeel van het dagelijks leven een nieuwe invulling gegeven. In de vorm van sculpturen, een broodoven in de tuin, fermentatieworkshops voor het maken van miso, kombucha en kimchi, het middels allerlei acrobatische toeren kweken van paddenstoelen en het voeren van talloze discussies over morgen.

    Niet alle Franse musea en kunstencentra gaan zo ver, maar aandacht voor het milieu is onontkoombaar sinds de coronapandemie. De klimaatrampen van 2022 hebben alles nog in een stroomversnelling gebracht. Er is geen groot museum meer zonder duurzaamheidsadviseur. Doel, volgens het collectief Les Augures dat de groene transitie in de beeldende kunst begeleidt, is ‘het reduceren van de negenduizend ton CO2 die een gemiddeld museum jaarlijks uitstoot, de voetafdruk van achthonderd Fransen’. In Malakoff heeft het collectief een maximaal aantal gegevens verzameld, variërend van de wijze waarop bezoekers naar het museum komen tot de psychologische impact die bepaalde veranderingen hebben op het team. Alles is geïnventariseerd en geanalyseerd, ‘om te kunnen bepalen wat werkt en wat niet, en om ook anderen van onze bevindingen te laten profiteren’, legt Aude Cartier uit.

    ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen‘

    Want dat is het grootste struikelblok. ‘Musea weten vaak niet waar ze moeten beginnen, het valt buiten hun competentie en stelt ze voor een aantal heel uiteenlopende uitdagingen,’ onderstreept Fanny Legros, die drie jaar geleden Karbone Prod heeft opgericht, een ander bureau dat zich in procesbegeleiding op dit gebied heeft gespecialiseerd.

    Een toekomstig museum dat 100 procent duurzaam is? Daarvoor moet je het verbruik van een vrachtauto kunnen berekenen, expert worden op het gebied van isolatie, de herkomst van de vis in je restaurant kunnen vermelden, op de hoogte zijn van het Franse decreet van 2019 dat bepaalt dat het energieverbruik van openbare gebouwen in 2030 met 40 procent verminderd moet zijn, in 2040 met 50 procent en in 2050 met 60 procent, je bezoekers aansporen om op de fiets te komen, de levenscyclus van de bekleding van je banken achterhalen, een toekomst bedenken voor afgedankte vloerbedekking. Een duizelingwekkende hoeveelheid uiteenlopende expertises.

    Recycling

    ‘Maar we hebben geen keus: binnen enkele jaren zal Frankrijk het klimaat van Andalusië hebben,’ benadrukt Sandra Patron, die een voortvarend actieplan heeft gelanceerd voor het Musée d’Art Contemporain in Bordeaux dat ze sinds 2019 leidt. ‘Ons hoofdgebouw? Het is binnenkort misschien te warm om daar exposities te houden. Maar we verwerpen het idee dat de toekomst uitzichtloos is. De vragen die voorliggen zijn even fascinerend als beangstigend. En hoe meer je op de zaken vooruitloopt, des te intelligenter de antwoorden.’ Patron zet vooral in op recycling: komende herfst zal Bordeaux een ondergrondse recyclinginstallatie in gebruik nemen die het ‘afval’ van de culturele instellingen van de stad zal inzamelen en herverdelen. Een prijzenswaardig initiatief dat is gestart door de Réserve des arts de Pantin in het departement Seine-Saint-Denis en sinds 2020 ook in Marseille is gerealiseerd. In 2022 heeft de organisatie 722 ton materiaal ingezameld bij tal van grote en kleine musea en kunstenaars; 520 ton daarvan is weer in gebruik genomen door de 13.000 aangeslotenen. Vooral hout, maar ook metaal, textiel, leer. Een succes dat helaas wordt bedreigd: omdat de Réserve binnenkort moet verhuizen wordt wanhopig naar een nieuwe locatie gezocht, terwijl er nog nooit zo’n groot beroep op de organisatie is gedaan. Want veel instellingen hebben zich met name op het meest voor de hand liggende afvalitem gestort: expositiepanelen. Deze worden voor elke tentoonstelling op maat gemaakt en belandden voorheen systematisch in de afvalcontainer. Maar dat is nu verleden tijd.

    ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt’

    En verder? De musea wisselen steeds meer ervaringen uit, maar ieder voor zich blijft de regel. Frankrijk kent geen equivalent van de in het Verenigd Koninkrijk opgerichte Gallery Climate Coalition, waarbij momenteel 800 musea aangesloten zijn, van PS! in New York tot Barbican in Londen, die tussen nu en 2030 hun CO2-uitstoot willen halveren en streven naar 0 procent afval. Het enige aangesloten Franse museum is het Musée Picasso in Parijs.

    ‘Frankrijk loopt een beetje achter, want het ontbreekt ons aan gegevens over de werkelijke voetafdruk van de cultuursector, die geen deel uitmaakt van de koolstofarme strategie die de overheid voorstaat,’ zegt Fanny Legros spijtig. Karbon Prod en Augures hebben daarom de handen ineengeslagen om een instrument voor dataverzameling te ontwikkelen waarvoor ze de financiering op korte termijn hopen rond te krijgen; een tiental Franse musea zou als ‘bêtatesters’ fungeren. ‘Het wordt hoog tijd dat een expositie van begin tot eind milieubewuster verloopt en dat er meetinstrumenten komen voor elk afzonderlijk geval,’ aldus Legros. 

    Permacultuur als model

    Intussen voltrekt de facelift zich zo goed en zo kwaad als het gaat: de exposities worden langer, er wordt vaker een beroep gedaan op plaatselijke collecties, koolstofboekhouding vindt steeds meer ingang. Maar dat volstaat in de ogen van Guillaume Désanges niet voor een duurzaam ontwikkelingsbeleid: de directeur van het Palais de Tokyo in Parijs wil verder gaan en permacultuur, een duurzame landbouwmethode, als model gebruiken. ‘Natuurlijk moeten we de koolstofuitstoot beperken, maar we moeten vooral weer ontdekken dat het nodig is om dingen anders te doen. Wij gaan prat op onze vrolijke, creatieve nederigheid. Voor ons is duurzaamheid geen gespreksonderwerp, maar het uitgangspunt van de manier waarop we werken.’

    Dankzij sponsorgelden heeft het Palais de Tokyo het bureau Utopies in de arm kunnen nemen voor het opstellen van een koolstofboekhouding. In 2021 heeft het museum 7200 ton CO2 uitgestoten, constateert het rapport. Oftewel 16 kilo per bezoeker, twee keer zo veel als het Gugenheim in Bilbao. Drie kwart daarvan wordt veroorzaakt door de bezoekers van exposities, die voor het overweldigende merendeel uit het buitenland komen. Een situatie die op nationale schaal aangepakt zou moeten worden: van de 4 miljoen ton CO2 die het Louvre uitstoot wordt 99 procent veroorzaakt door de bezoekers.

    Voor het overige beschikt het Palais de Tokyo nog over de nodige manoeuvreerruimte, verzekert de directeur. Doel is 42 procent minder CO2-uitstoot in 2030. Eerst genomen beslissing in de zomer van 2023 was de sluiting van de glazen zaal op de begane grond, die tijdens grote hitte onbruikbaar is. De tienduizend vierkante meter met airco koelen is ondenkbaar. Het hele parcours is herzien: vanuit de frisse tuinen komt men binnen via het souterrain en de expositie van Laura Lamiel wordt omsloten door dikke muren. ‘Deze initiatieven helpen om het cynisme te doorbreken van de kunstwereld, waar veel over duurzaamheid wordt gesproken zonder werkelijk te beseffen wat er aan de hand is. Maar het belangrijkste is dat we een opwaartse spiraal creëren,’ vervolgt Guillaume Désanges. ‘Het Palais is een levend ecosysteem dat niet als monocultuur mag worden gebruikt, maar waar de gebruiksintensiteit varieert en er soms ruimte onbenut blijft.’

    Op het programma van dit duurzame Palais staat een intensievere dialoog met andere instellingen en het afwijzen van ‘concurrentiestrategieën zodat de artistieke en intellectuele inbreng voorrang krijgt. Altijd haantje de voorste zijn? Die logica is zijn doel voorbijgeschoten. Wij houden ons liever aan de tijd van de kunstenaars.’ En ook aan hun vergroeningstempo, dat ze zichzelf inmiddels heel vaak opleggen. Zo heeft Davide Balula het project Artists Commit gelanceerd, dat de voetafdruk van een expositie haarfijn wil analyseren.

    Grote oceaanstomer

    Bij musea met oude kunst speelt deze aandrang minder. Hoe kunnen we deze grote oceaanstomers een draai laten maken? ‘Bij al onze projecten houden we de energietransitie in het oog; daar staan we met onze teams dagelijks bij stil,’ verzekert Virginie Donzeau, directielid van het Musée d’Orsay.

    ’s Winters één graad minder, ’s zomers één graad meer: eind 2021 heeft Orsay een plan aangenomen voor een haarfijne afstelling van verwarming en airconditioning, aldus Donzeau. Resultaat is dat de energiekosten in de winter van 2022 met 16 procent zijn gedaald. Er zal onder geen beding een beroep worden gedaan op de uitzonderingsclausule voor monumenten die in het energiedecreet van 2019 is opgenomen: voor 2024 wordt gemikt op een daling van het energiegebruik met 25 procent, en voor 2050 met 60 procent, conform de eisen die het decreet stelt aan alle openbare gebouwen van meer dan duizend vierkante meter. ‘Ons gebouw, een spoorstation uit de negentiende eeuw dat aan vier windrichtingen is blootgesteld, is onze grootste uitdaging, maar we zien die complicatie ook als een kans,’ verzekert Donzeau.

    In alle tentoonstellingszalen is inmiddels ledverlichting aangebracht, en de andere ruimtes zullen binnenkort volgen. De renovatie van de entree zal het verbruik ook doen dalen. Er wordt zelfs aan gedeeltelijke geothermie gedacht. ‘De daling van de CO2-uitstoot die in 2022 is gerealiseerd heeft ons een beetje verrast,’ vervolgt ze, ‘want die is nogal contra-intuïtief. Als je de bezoekers niet meetelt komen de exposities zelf pas op de vierde plaats qua energieverbruik, na het gebouw, de winkelactiviteiten en de horeca.’ Transporteurs bewegen tot verduurzaming van hun wagenpark, met verzekeraars onderhandelen om een of twee kunstwerken meer in dezelfde vrachtwagen of hetzelfde vliegtuig te mogen vervoeren, elk detail wordt onder de loep genomen om de uitstoot van broeikasgassen tussen nu en 2030 met 30 procent te verminderen.

    Het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is, blijft een knelpunt

    Origineler is nog dat het museum een project heeft geïnitieerd voor vergroening van de oevers van de Seine in Argentueil in het departement Val d’Oise, naar voorbeeld van de impressionistische doeken waarop het destijds nog ongerepte landschap staat afgebeeld.

    Maar er blijft een knelpunt, namelijk het beheer van de museumcollecties, waar nog heel wat werk aan de winkel is. Zelfs de International Council of Museums breekt zich daar het hoofd over: ‘Sommige normen voor preventieve conservering dateren van dertig jaar geleden. Zijn die nog valide en werkbaar in de huidige tijd?’ Sandra Patron gaat nog verder: ‘Kun je nog werken in koelcellen conserveren à raison van 15.000 euro per jaar? Je moet verder durven denken, zelfs als dat in strijd is met de regels.’

    Lees ook:

  • Een tentoonstelling met uitsluitend vrouwen

    Een tentoonstelling met uitsluitend vrouwen

    Na een langdurige stilte lijkt het erop dat de kunstwereld nu eindelijk heeft ontdekt dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen al sinds mensenheugenis kunst maken. Goede kunst. Het is een besef dat uiterst langzaam is doorgedrongen.

    In de inleiding van haar vorig jaar verschenen boek The Story of Art without Men schetst de Britse kunsthistorica Katy Hessel haar eigen aanvankelijke gebrek aan kennis: ‘In oktober 2015 liep ik op een kunstbeurs en ik realiseerde me dat er van de duizenden kunstwerken die ik zag, niet één van een vrouw was. Dat riep een reeks vragen op: zou ik uit mijn hoofd twintig vrouwelijke kunstenaars kunnen opnoemen? Tien van voor 1950? Iemand van voor 1850? Het antwoord was: nee. Had ik de kunstgeschiedenis hoofdzakelijk vanuit een mannelijk perspectief bekeken? Het antwoord was: ja.’

    Daarmee laat ze eerlijk zien dat de vragen die ze stelt ook voor kunsthistorici lastig te beantwoorden zijn, wellicht omdat het fundament van hun kennis bestaat uit History of Art van Horst Janson of The Story of Art van Ernst Gombrich. De titel van haar boek, schrijft Hessel, is een knipoog naar dit werk van Gombrich, ‘de zogenaamde inleidende “bijbel” van de kunstgeschiedenis. Dat is een prachtig boek, op één foutje na: in de eerste editie (1950) stonden nul vrouwelijke kunstenaars en zelfs in de zestiende editie staat er maar één.’ Volgens Hessel blijkt uit een in 2019 gepubliceerd onderzoek dat in de collectie van achttien grote Amerikaanse musea 87 procent van de kunstwerken van mannen is. En, voegt ze eraan toe, ‘momenteel vertegenwoordigen vrouwelijke kunstenaars slechts 1 procent van de collectie van de National Gallery in Londen’. Maar ze erkent ook dat er inmiddels sprake is van toegenomen aandacht voor niet-mannelijke kunstenaars, ‘mede dankzij het feit dat er voor het eerst in de geschiedenis vrouwen aan het roer staan van de Tate, het Louvre en de National Gallery of Art in Washington D.C., om er maar een paar te noemen’.

    De rol van vrouwelijke kunstenaars is consequent gebagatelliseerd

    Ook de directeur van de Londense Whitechapel Gallery is een vrouw: Gilane Tawadros volgde oktober vorig jaar haar vrouwelijke voorganger Iwona Blazwick op. Wellicht is dat van invloed geweest op de huidige expositie, die nog tot begin mei in dit centrum voor moderne en hedendaagse kunst loopt: Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940-70 [‘Actie, gebaar, verf: Vrouwelijke kunstenaars en mondiale abstractie 1940-1970’]. De expositie presenteert vrouwen die zich bezighielden met wat misschien wel de meest macho kunstvorm van de afgelopen tachtig jaar was: het abstract expressionisme, ook wel The New York School genaamd. Die stijl van schilderen, die wel wordt aangemerkt als de eerste echte moderne Amerikaanse stroming in de beeldende kunst, werd geïntroduceerd door een stel luidruchtige mannen die – voornamelijk in New York – hun testosteron botvierden met grote hoeveelheden verf op doeken van enorm formaat, Jackson Pollock met zijn drip painting voorop.

    DSC4644HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    Het machismo van de groep, waarvan drinkebroer Pollock, Willem de Kooning, Mark Rothko, Franz Kline en beatschrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac de kern vormden, was zo groot dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat ook vrouwen zich op het pad van het abstract expressionisme begaven. ‘In de beginjaren waren vrouwelijke kunstenaars verre van welkom,’ schrijft Francesca Peacock in The Telegraph. ‘Een criticus zei tegen Lee Krasner, de vrouw van Pollock, dat een van haar schilderijen ”zo goed was dat je niet zou geloven dat het door een vrouw was gemaakt”.’ Peacock geeft de expositie in Whitechapel vier sterren uit vijf. Ook Jackie Wullschläger van de Financial Times is enthousiast. Ze noemt de tentoonstelling met werken van onder meer Elaine de Kooning, Lee Krasner, Helen Frankenthaler, Gillian Ayres en Wook-kyung Choi ‘een mijlpaal’ die ‘barst van het gevoel’: ‘een viering van zo veel vrouwen die hun eigen stem hebben gevonden’.

    Geschiedenis herzien

    Kunstcriticus Adrian Searle van The Guardian denkt dat de tentoonstelling is bedoeld ‘zo niet om de canon omver te werpen, dan toch zeker om de geschiedenis te herzien. Veel van de kunstwerken zijn afgeleid van het abstract expressionisme, waarin de rol van vrouwelijke kunstenaars consequent is gebagatelliseerd. Deze tentoonstelling wil een correctie aanbrengen, niet alleen door de aandacht te vestigen op de enkele bekendere vrouwen die in de jaren veertig en vijftig met de New York School verbonden waren, maar ook op kunstenaars uit Europa, Latijns-Amerika, China, Japan, Iran en elders. De meeste werken ontstonden in de periode tussen de suffragettes en het feminisme van de tweede golf in de jaren zestig. Om überhaupt kunst en carrière te maken was voor hen een zware strijd.’ Ook Searle is enthousiast over de tentoonstelling en noemt het geheel a punch in the face – een klap in het gezicht.

    DSC4658HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    Een heel ander geluid is te horen bij Eliza Goodpasture in haar recensie voor ArtReview met de veelzeggende titel The Problem with All-Women Exhibitions [‘Het probleem van tentoonstellingen met uitsluitend vrouwen’]. Goodpasture schrijft dat Griselda Pollock, de grande dame van de feministische kunstgeschiedenis en overigens geen familie van Jackson Pollock, in de catalogus van de tentoonstelling betoogt ‘dat selectieve en revisionistische tentoonstellingen als deze een belangrijke rol spelen in de kruistocht om het seksistische kunsthistorische verhaal te corrigeren’. Vervolgens meldt Goodpasture: ‘Dat is de enige verklaring die wordt gegeven voor deze genderspecifieke tentoonstelling, en ik bewonder de eerlijkheid ervan. Maar is het een goede reden om een tentoonstelling met alleen vrouwen te houden, louter omdat er te veel tentoonstellingen met alleen mannen zijn geweest?’

    DSC4675HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    En dan legt ze de vinger op de zere plek: ‘Natuurlijk zijn de machtsdynamiek en politieke implicaties van een expositie met alleen vrouwen fundamenteel anders dan van een met alleen mannen. Maar het hier getoonde verhaal is net zo onvolledig. De geest van de mannen waart rond in Whitechapel: de namen van eminente mannelijke kunstenaars als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Robert Motherwell en critici als Greenberg vullen de teksten op de muur, net zoals zij het leven van de hier getoonde kunstenaars vulden als minnaars, vrienden en collega’s. Zijn we in 2023 nog steeds niet in staat een tentoonstelling van moderne kunst te organiseren waarin mannelijke en vrouwelijke kunstenaars de muren én het hele kunsthistorische verhaal delen?’

    De tentoonstelling Action, Gesture, Paint is t/m 7 mei te zien in Whitechapel Gallery in Londen (whitechapelgallery.org) en reist daarna naar de Fondation Vincent van Gogh in Arles en de Kunsthalle in Bielefeld

  • NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    NFT’s hebben de kunsthandel met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet

    Tot voor kort was digitale kunst een niche waar weinig geld in omging. Maar de opkomst van NFT’s, oftewel digitale eigendomscertificaten, heeft tot speculatie en astronomische bedragen geleid. ‘De kunsthandel is radicaal veranderd door techspeculanten.’

    Hebt u weleens gehoord van ene Mike Winkelmann, alias Beeple? Tot een jaar geleden was hij een relatief onbekende grafisch ontwerper en animatiekunstenaar uit de Verenigde Staten. In maart 2021 veranderde hij ineens in de op twee na populairste levende kunstenaar ter wereld – na de Britten David Hockney en Damien Hirst – toen het veilinghuis Christie’s zijn werk Everydays: The First 5000 Days verkocht voor 69,5 miljoen dollar (62,3 miljoen euro). Het gaat niet om een doek of beeldhouwwerk. Je kunt het niet aanraken. Het is een mozaïek bestaande uit vijfduizend plaatjes en video’s die Beeple dag na dag in zijn social media plaatst en dat hij heeft gecodificeerd als een uniek digitaal bestand. 

    Welkom in het universum van de NFT’s, dat voor een omwenteling in de kunsthandel heeft gezorgd. 2021 kan in de bewuste drie letters worden samengevat. Zelfs het Collins-woordenboek koos NFT (non fungible token) als woord van het jaar: ‘Een digitaal certificaat dat dient om het eigendom van een afbeelding te registreren als kunstwerk of verzamelobject.’ Op zich is een NFT niets materieels: het is alleen een gesloten link, een via blockchaintechnologie versleuteld bestand, waardoor je bent verzekerd van een bepaald eigendom, of het nu gaat om een tweet, een meme, een liedje of een artikel… In één jaar tijd heeft dit technologische gereedschap de kunstwereld met astronomische verkoopcijfers op z’n kop gezet. 

    Beeple 1536x1536 1
    Uit Everydays: The First 5000 Days

    Nieuw veilingrecord

    Zeven maanden na de aftrap bij Christie’s was Beeple goed voor een nieuw veilingrecord: 28,9 dollar voor Human One, een eenzame astronaut die almaar, dag en nacht, bij zon en bij regen (de omgeving verandert al naargelang de tijd en de plaats waar het werk wordt geïnstalleerd) door postapocalyptische landschappen struint. Het werk kan dienen als een vingerwijzing voor de weg die NFT-kunst zal gaan: ook die zal echt worden. Beeple presenteerde zijn videosculptuur in twee formats, het ene zuiver digitaal, het andere als fysiek object: een soort cabine waarin de astronaut rondloopt op een paar langzaam draaiende LED-schermen. Hij had maar twee veilingen nodig om 2021 af te sluiten met 100 miljoen dollar. 

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten’

    ‘Fantastisch, nu kunnen dus ook kunstenaars veranderen in kleine kapitalistische idioten.’ Aldus Brian Eno, die meer dan veertig jaar de grenzen van de muziek en de kunst heeft opgerekt door te experimenteren met digitale omgevingen en het componeren van uiterst avant-gardistische stukken. Nog radicaler laat David Hockney zich erover uit: ‘Internationale dieven en oplichters,’ liet hij zich met z’n 83 jaar ontvallen in een podcast. Hockney, de koning van de meest verfijnde popart, een van de eerste klassieke schilders die met zijn iPad overging op digitaal tekenen, kwalificeerde de NFT-kunstwerken als ‘belachelijk kinderachtig’. Damien Hirst daarentegen, die het best heeft weten te profiteren van marketing als artistieke handeling, sloot zich snel bij de NFT-golf aan en lanceerde zijn eigen collectie van 10.000 pixels of kleurenpuntjes (gebaseerd op een van zijn werken uit 2016). 

    Vijandige en sceptische tongen waarschuwen voor een speculatieve zeepbel terwijl enthousiaste technologen gewagen van een digitale revolutie zonder weerga. Filosofen als Gilles Lipovetsky en Zygmunt Bauman predikten een vloeibare moderniteit; inmiddels zijn we beland in het tijdperk van de niet-dingen, zoals de modieuze denker Byung-Chul Han het zegt. En de NFT’s manifesteren zich als de apotheose van de vloeibaarheid en de niet-dingen

    Duizelingwekkende cijfers

    Hoewel het moeilijk is om aan officiële cijfers te komen en de bedragen variëren al naar gelang het adviesbureau, bedroeg de wereldwijde NFT-omzet het afgelopen jaar rond de 20 miljoen euro, aldus het in blockchain gespecialiseerde bedrijf DappRadar. In het meest recente onderzoek van het verzekeringsbedrijf Hiscox wordt geschat dat de onlinekunstmarkt vergeleken met 2019 zo’n 280 procent is gestegen dankzij de NFT-omzet, die meer dan 3 miljard euro bedroeg. 

    De VIP-apenkoorts

    Neymar Jr. heeft zijn profielfoto op Twitter verruild voor die van een aap. 

    De populaire presentator Jimmy Fallon en de rapper Eminem hebben hem ook: hun kostte hij respectievelijk 220.000 en 462.000 dollar; omdat Neymar later kwam moest hij 1,1 miljoen dollar neertellen voor twee apen. Steeds meer acteurs, zangers en basketbalvedettes hebben hun eigen verveelde aap: ze zijn een statussymbool en maken dat je ‘cool’ overkomt, maar ze geven daarnaast toegang tot de meest exclusieve, virtuele én echte, privéfeesten. De serie ‘Bored Ape Yacht Club’, uit de Yuga Labs-studio, begon als een beperkte editie van 10.000 apen, in feite een soort luxe plaatjes (een ervan bracht 3,4 miljoen op bij Sotheby’s). Adidas kleed ze aan, voor een miljoenenakkoord.

    Is er sprake van speculatie? ‘Zeker.’ Gaat het om een revolutie? ‘Ook.’ ‘De NFT-speculatieboom is nauw verbonden met de pandemie. Historisch vallen tijden van crisis samen met wilde speculatieve transacties,’ stelt Daniel Canogar (Madrid, 1964), een van de pioniers op het gebied van digitale kunst in Spanje. Canogar is allesbehalve een fan van NFT’s en hij stopte zijn kritiek in een digitaal kunstwerk, Shred, dat via een algoritme in real time de NFT-werken die online te koop waren uit elkaar haalde. Hij stelde het kunstwerk afgelopen jaar op de kunstbeurs ARCO tentoon en het ‘baarde veel opzien bij pers en kritiek, maar deed qua verkoop niets’. Tot zijn galerie in New York hem overhaalde het te verkopen als NFT (het bestand wordt versleuteld via blockchaintechnologie). Toen was het wel degelijk in recordtijd uitverkocht. Een NFT-werk dat NFT’s bekritiseert? Cryptoverzamelaars lusten er wel pap van.

    ‘NFT is en blijft technologie en is goed noch slecht. In feite profileert NFT zich als de toekomst van de niet-tactiele media, als de manier om een digitaal werk te waarborgen. Maar toch… inhoudelijk stelt het heel weinig voor en heeft het meer te maken met grafisch ontwerp en emoji’s, instant-esthetiek en videospelletjes… Misschien is dat de tijdgeest. Maar ik mis makers die het gereedschap bewuster gebruiken, ik zou graag complexere werken zien,’ constateert Canogar, die al zeker vijftien jaar werkt aan een even doordacht als poëtisch oeuvre door de mogelijkheden van de technologie te verkennen en dieper door te dringen in de dematerialisatie van de kunst en de moderne tijd.

    Voor de Madrileense kunstenaar ‘heeft het fenomeen NFT niets te maken met de wereld van de kunst maar met cryptomunten’. ‘Het doet me een pervers genoegen als ik zie hoe radicaal de kunsthandel op z’n kop is gezet door de techspeculanten. Zo’n schok kán goede dingen teweegbrengen: minder elitisme, meer verantwoordelijkheid van de kunstenaars voor hun eigen werk,’ geeft Canogar toe.

    chayka boredapeclub
    Een eigen verveelde aap als profielfoto is inmiddels statussymbool.

    Paradigmawissel

    Om de paradigmawissel in het profiel van de verzamelaar te begrijpen is het miljoenenbod op The First 5000 Days verhelderend. De voornaamste bieder was de Chinese multimiljonair Justin Sun (31 jaar), CEO bij Bit Torrent en oprichter van het cryptomuntenplatform Tron. Maar een zekere MetaKovan ging op het laatste moment over zijn bod heen en bemachtigde de toen al historische Beeple. Achter het pseudoniem MetaKovan zit de impresario Vignesh Sundaresan (32 jaar), de ontwerper van de geldautomaten voor bitcoins. Voor hij miljonair werd in Singapore was Sundaresan een immigrant die India verliet zonder een cent op zak. ‘Cryptomunten vormen een nivellerende kracht tussen het Westen en de rest, het hele Zuiden komt in opstand,’ verklaarde hij bij die gelegenheid. 

    ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair’

    Enfin, binnen een paar weken nam Justin Sun revanche door een Picasso (een echte, uit 1932) voor 20 miljoen te kopen en er een token van te maken, dus een NFT-versie voor zijn virtuele kunstcollectie, die hij op de metaverse toegankelijk wil maken. ‘Mijn leven is er drastisch door veranderd. Eerst kon ik niet van mijn werk rondkomen en nu ben ik miljonair,’ laat ook de kunstenaar Javier Arrés (Motril, 1982) vanaf Fuerteventura weten. Moest Arrés voorheen zijn kunstenaarschap combineren met een baan in een animatiestudio om het eind van de maand te halen, het afgelopen jaar beliep de omzet van zijn werk een miljoen euro. 

    Arrés was een traditionele tekenaar, zo een die de kunstacademie heeft afgerond. Zijn illustraties en muurschilderingen hadden een heel hoog detaillistisch gehalte, bijvoorbeeld het werk dat hij met inkt en viltstift maakte voor de Biënnale in Londen waarmee hij in 2019 in zijn discipline de eerste prijs won. Tot hij het potlood verwisselde voor een tablet (‘Het is hetzelfde, behalve dat het potlood digitaal is’) en zijn Visual Toys (Visueel speelgoed) ging maken: bewegende constructies, microkosmossen waarin van alles gebeurt. 

    ‘Het is een soort puzzel met digitale stukken. Vroeger wist ik niet hoe ik dit aan de man moest brengen. Maar NFT is het ideale format voor dit soort digitale, niet-statische werk. Ik begrijp dat er veel verwarring over NFT bestaat, je ziet een hoop flauwekul, maar er zijn digitale werken met een heel ambachtelijke inslag,’ wil hij benadrukken. 

    Met het oog op de NFT-boom overweegt ook Arrés om een pauze in te lassen. ‘Al die speculatie is niet goed, de markt raakt oververzadigd. In 2019 kostte de creatie van een werk [in NFT veranderen en met blockchain versleutelen] maar 10 dollar. Normaal zou dat bedrag rond de 80 dollar schommelen, maar het is inmiddels gestegen naar 250 of 300 dollar, gewoon waanzin. Er is te veel vraag: er wordt als een gek ingebracht.’

    Voordelen

    Wat zijn de voordelen voor de kunstenaar? ‘De toegang tot de markt is democratischer en transparanter geworden. Er is geen tussenpersoon die profiteert, geen galerie die 50 procent voor jouw werk opstrijkt. Bovendien krijg je als dat werk binnen bepaalde tijd opnieuw wordt verkocht een deel van de opbrengst, bij wijze van auteursrecht. Dat is nooit eerder vertoond,’ aldus Arrés.

    In 2020 was de cryptokunst nog een undergroundbeweging die zich afspeelde op platforms voor cryptomunten en op metaversen als Decentraland of Cryptovoxels (virtuele universums die lijken op een videospel, met hun eigen wijken, galeries en musea). Nu wordt ervoor geadverteerd in de straten van New York, betaal je met Visa (het is niet nodig virtuele munten als ethers of bitcoins te hebben) en geldt Paris Hilton als influencer. Niemand heeft de NFT’s in de Verenigde Staten zo populair gemaakt als zij. Als muze, verzamelaar en mecenas lanceerde ze haar eigen collectie, Planet Paris, in samenwerking met de kunstenaar Blake Kathryn (haar virtuele Barbie-portret, Iconic Crypto Queen, werd voor 1,1 miljoen verkocht).

    Historische misstand  

    Kunnen NFT’s een historische misstand rechtzetten? Dat vraagt de cineaste en activiste Carmen Peláez zich af in haar manifest over de Amalia’s, de schilderijen van haar oudtante Amalia Peláez, die ze in NFT-versie online heeft gezet.

    Amalia Peláez (1896-1968) was een van Cuba’s belangrijkste schilders. Zo exposeerde ze in het MOMA in New York en introduceerde de avant-garde op haar geboorte-eiland. In haar stijl combineert ze het modernisme van Parijs met de meer uitgelaten aard van Cuba.

    Alle schilderijen die ze bij haar dood naliet, werden uiteindelijk door het regime van Fidel Castro geconfisqueerd en maken nu deel uit van de collectie van het Museum van Schone Kunsten in Havana.

    De achternicht, die in Miami woont en directeur van de Stichting Peláez is, heeft haar toevlucht tot NFT’s genomen om het werk van de kunstenares ‘aan de wereld terug te geven’. De opbrengsten komen ten goede aan de productie van een overzichtscatalogus en aan diverse organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten op Cuba. ‘Amalia heeft nooit deel uitgemaakt van de revolutie. Ze zal altijd horen bij Cuba én bij de Cubanen, waar ze zich ook bevinden,’ aldus Peláez.

    De NFT’s hebben zich al enigszins toegang verworven tot de wereld van de galeries en musea. Het eerste museum in Europa dat een zaal reserveerde die permanent was gewijd aan cryptokunst was het Museum of Modern and Contemporary Art (MOCO), dat afgelopen oktober in Barcelona aftrapte met de nieuwste kunst, van Kaws tot Banksy. Het MOCO is net als z’n naamgenoot in Amsterdam een particulier museum waarachter de Nederlandse verzamelaars Lionel en Kim Logchies zitten, directeuren van de Lionel Gallery. 

    Potentieel

    ‘2022 wordt het jaar waarin we zullen zien hoe de NFT’s de traditionelere musea en instituten veroveren. Cryptokunst is een revolutie op zich. Die zal veel dingen decentraliseren en veranderen, door alle makers kansen te geven,’ voorspelt Kim Logchies. Het MOCO, dat is gevestigd in het zestiende-eeuwse Palacio Cervelló, in de historische wijk El Born, is uitgegroeid tot het meest op instagram geposte museum van Barcelona, vooral vanwege de overweldigende digitale kunstinstallaties. In de NFT-zaal zijn zeven werken te zien van kunstenaars als Beeple, Daniel Arsham, de Argentijn Andrés Reisinger (die de aandacht op zich heeft gevestigd met zijn hybride mix van digitaal en fysiek werk) en… Blake Kathryn, die namens Paris Hilton in Bedroom Bliss, een roze fantasieslaapkamer creëert die ‘de kijker een etherisch vredesmoment bezorgt’. ‘Het potentieel is ongelooflijk. NFT’s en de digitale kunst in het algemeen kunnen onze creativiteit nog meer prikkelen dan traditionele kunst. Maar ze zullen altijd naast elkaar blijven bestaan,’ wil Logchies nog kwijt.

    De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens

    In november waren de NFT’s al een van de voornaamste attracties in de Miami Art Week en ze zullen ook een plaats krijgen op de volgende editie van de ARCO (Madrid, van 23 tot 27 februari), een van de meest invloedrijke kunstmanifestaties. ‘NFT-technologie speelt vandaag de dag en in de toekomst ongetwijfeld een rol en de vraag is hoe die zich in de kunstwereld zal ontwikkelen. Het is belangrijk om in gedachten te houden dat NFT gebruikmaakt van blockchaintechnologie om de uniciteit van de werken te waarborgen; het gaat op zich om digitale werken die al jarenlang in de kunstwereld meedraaien,’ aldus Maribel López, directeur van ARCO.

    Dat het NFT is, wil niet zeggen dat het kunst is. Dat Warner 100.000 avatars uit The Matrix online zet voordat de film in première gaat (zelfs Keanu Reeves kon zijn verbazing niet verbergen) betekent niet dat die virtuele kosmossen kleine kunstwerken zijn, eerder lucratieve merchandising: met 5 dollar per avatar is de actie goed voor zo’n 5 miljoen. Zelfs Melanie Trump kwam aanzetten met een NFT van haar ogen. Zangers en voetballers als Shakira en Piqué bleven niet achter. De NFT’s zijn gewoon een typisch eenentwintigste-eeuws gereedschap met hun schaduwkanten en voors en tegens.