Tag: Kuper

  • Van Pogba tot Mbappé: waarom Parijs zoveel voetbaltalent levert

    Van Pogba tot Mbappé: waarom Parijs zoveel voetbaltalent levert

    De regio Parijs brengt de laatste jaren meer voetbaltalent voort dan Azië, Afrika en Noord-Amerika bij elkaar. Sportjournalist en Financial Times-columnist Simon Kuper legt uit hoe dat komt.

     

    Keuze uit het archief

    De deze week overleden Braziliaanse voetballegende Pelé is de enige voetballer ooit die drie WK’s wist te winnen. Voetbalkenners zeggen dat de huidige Franse voetbalster Kylian Mbappé misschien wel de enige voetballer is die dat ook kan bereiken. Hij komt in ieder geval uit de juiste omgeving: de regio Parijs is een haast overstromende vijver aan voetbaltalent. In dit stuk uit 2018 ontdekken we waarom.

    Bijna tien jaar geleden noemde [Arsenal-coach] Arsène Wenger de regio Parijs de op een na beste leverancier van voetbaltalent, na het Braziliaanse São Paulo. Maar inmiddels staat de Franse hoofdstad onbetwist aan de top.

    Ziehier een paar hedendaagse spelers die in de Parijse regio zijn opgegroeid: Paul Pogba, Anthony Martial, N’Golo Kanté, Kingsley Coman, Blaise Matuidi en Kylian Mbappé, plus drie andere spelers die tot de vaste opstelling van Paris Saint-Germain behoren, de Algerijnse internationals Riyad Mahrez en Yacine Brahimi, en diverse Senegalese en Marokkaanse internationals die tijdens het komende Wereldkampioenschap zullen spelen. In feite brengt Île-de-France waarschijnlijk meer talent voort dan Azië, Afrika en Noord-Amerika bij elkaar. Hoe komt dat?

    Dat vraag ik me ook elk weekend af.

    Ik woon in Parijs en sta meestal op zaterdagochtend langs de lijn bij voetbalwedstrijden van mijn kinderen. Over het algemeen verlopen die ochtenden volgens een vast patroon: je propt je in iemands auto en rijdt naar een spartaans maar goed onderhouden sportcomplex in de banlieues, de buitenwijken. Mijn favoriete complex, in een banlieue die vroeger communistisch stemde, heet ‘Stade Karl Marx’. Gewoonlijk is het er ijskoud. De velden worden in de regel omringd door sjofele appartementencomplexen. De meeste Parijse banlieues zijn onaantrekkelijk, maar ondanks buitenlandse vooroordelen over deze regio zijn het geen verpauperde, van terroristen vergeven inferno’s. Saai is waarschijnlijk de beste omschrijving.

    Voetballende kinderen in de migrantenwijk Goutte d’Or in Parijs. – © Hollandse Hoogte
    Voetballende kinderen in de migrantenwijk Goutte d’Or in Parijs. – © Hollandse Hoogte

    Terwijl de kinderen zich omkleden, halen de ouders koffie, idealiter bij een lokale bakkerij of in het ergste geval bij een automaat in het clubhuis. Daarna komen er jongens van allerlei tinten uit de kleedkamers gestroomd. Op het hek rond het nieuwerwetse kunstgrasveld hangen vaak borden met ‘Fairplay’, dat in het Frans als één woord wordt geschreven. Tijdens de wedstrijd zie je meestal een aantal behoorlijk indrukwekkende passeerbewegingen. Je moet zelf de score bijhouden want aan het eind worden er geen uitslagen bekendgemaakt, doelbewust beleid van de voetbalbond om kinderwedstrijden niet uit de hand te laten lopen. Na afloop geeft iedereen elkaar een hand. Tegen lunchtijd kun je eindelijk naar huis om te ontdooien.

    De mars naar de voetbaltop van Île-de-France is geleidelijk verlopen. De meeste banlieues van de metropool werden in de naoorlogse decennia gebouwd; naarmate er meer mensen kwamen wonen, voornamelijk immigranten, en er meer sportcomplexen werden gebouwd en bemand, werd 
het plaatselijke voetbal beter.

    Aanvankelijk werd het meeste talent hier waarschijnlijk niet gescout. Geen van de spelers in het Franse team dat in 1984 het EK won groeide op in de Parijse regio. In 1998 telde het Franse wereldkampioensteam drie memorabele voortbrengselen van de Parijse banlieues: Thierry Henry, Patrick Vieira en Lilian Thuram. Tegenwoordig levert de regio in de regel meer dan een derde van het Franse team. Ondertussen was 27 procent van de spelers in het Franse eredivisieseizoen 2013-2014 geboren 
in Île-de-France, tegen 10 procent in 1995-1996, aldus Bastien Drut en Richard Duhautois in hun boek Sciences sociales football club.

    Alleen maar voetbal

    In 2016 vroeg ik Pogba tijdens een interview in Turijn waarom er zoveel talent is in de Parijse banlieues. Zijn antwoord: ‘Omdat er alleen maar voetbal is. Op school of buiten in de wijk, iedereen voetbalt. En dat helpt mensen om niet niks te doen of stommiteiten uit te halen. Elke dag is er de bal. En verder niks.’

    Het extreemste geval is misschien wel Les Ulis, een satellietstad van Parijs die zo geïsoleerd is dat je er niet eens een treinstation vindt. De plaatselijke voetbalclub heeft Henry, Martial en Patrice Evra voortgebracht.

    Pogba groeide op met zijn moeder en oudere tweelingbroers in de oostelijke satellietstad Roissy. Naast hun vroegere appartementencomplex is een klein sportveld, met basketbalringen en voetbalgoals. Dat is typerend: in deze dichtbevolkte voorsteden wemelt het op de speelplaatsen van de kinderen die aan hun krappe appartement ontsnappen om een balletje te trappen. Zelfs in het smartphonetijdperk oefenen velen van hen de talloze uren die nodig zijn om de top te bereiken, zonder dat ze worden afgeleid door vakanties of vioolles. Om diezelfde reden brengen Amerikaanse binnensteden basketbalsterren voort.

    Veel vaders in de Parijse banlieues wijden hun leven (meestal tevergeefs) aan het opleiden van hun kinderen tot voetbalmiljonairs. Pogba’s vader, een immigrant uit Guinee, trainde zijn drie zoons (die allemaal prof werden) met ballen die hij keihard had opgepompt, omdat hij dacht dat daardoor hun schotkracht zou verbeteren. In het arme Seine-Saint-Denis, ten noordoosten van Parijs, coachte ook de Kameroense vader van Mbappe zijn zoon, zowel thuis als op zijn plaatselijke club AS Bondy. Die combinatie is cruciaal. Zelfs de armste Franse banlieue beschikt over een door de staat gesubsidieerde sportclub met gediplomeerde trainers.

    Op een korte wandeling vanaf het vroegere appartementencomplex van Pogba bevindt zich de plaatselijke club, US Roissy. In een naar de grootse naam ‘Bureau Football’ luisterende ruimte hangen getekende shirts van alle drie de broertjes Pogba. Op de enige tribune van het hoofdveld vroeg ik Pogba’s vroegere jeugdtrainer, Sambou Tati 
(nu voorzitter van de club), of de kleine Paul altijd al prof wilde worden.

    ‘Alle jongens willen prof worden,’ zei Tati. ‘Het enige probleem was dat hij dribbelde. Dan zei ik: “Nee, Paul, zo verlies je tijd. Als je dat doet ben je geen goede speler.”’ En Tati imiteerde Pogba’s woeste reactie: ‘Waah!’ Maar Pogba leerde ervan, min of meer.

    In deze banlieues, misschien wel meer dan waar ook ter wereld, wordt talent verbeterd door een efficiënte, door 
de staat bevorderde sportstructuur. 
De beste buurtkinderen promoveren algauw naar het profcircuit. Volgens Jamel Sandjak, voorzitter van de bond van Paris-Île-de-France, is vergeleken met de rest van Frankrijk ‘het gemiddelde niveau hoger in Île-de-France 
en zijn de jongeren gemotiveerder om prof te worden. De profclubs hebben bijna overal in onze regio scoutingnetwerken.’

    Als Mbappe wat minder bedreven was geweest, zou hij waarschijnlijk hebben gespeeld voor het Kameroen van zijn vader, of voor het geboorteland van 
zijn moeder, Algerije

    Zo werd Pogba op zijn dertiende gerekruteerd door de voetbalacademie van Le Havre. ‘Ze hadden hem al lange 
tijd gevolgd,’ zei Tati. ‘Op de dag dat 
Le Havre hem contracteerde, wilde Le Mans hem ook hebben, maar ze visten achter het net.’ Op zijn vijftiende vertrok Pogba naar Manchester United.

    Tegenwoordig zou hij waarschijnlijk zijn gespot door een beter georganiseerd Paris Saint-Germain, dat ervoor zorgt geen enkel talent in de regio over het hoofd te zien. Maar ook de buitenlandse concurrentie snuffelt inmiddels rond. De allerbeste spelers stromen door naar Clairefontaine, de Franse nationale academie in de bossen ten zuidwesten van Parijs. Dankzij deze infrastructuur groeide Mbappe uit tot een angstaanjagende combinatie: een geboren atleet die de beste coaching ter wereld genoot. Hij dribbelt en scoort, maar hij kan ook passeren en doet zijn werk in de defensie.

    Als Mbappe wat minder bedreven was geweest, zou hij waarschijnlijk hebben gespeeld voor het Kameroen van zijn vader, of voor het geboorteland van 
zijn moeder, Algerije. Veel kinderen van Afrikaanse immigranten die het 
in Frankrijk niet redden kiezen voor een ander nationaal elftal. Pogba’s tweelingbroers zijn international bij Guinee, terwijl het Algerijnse team, 
dat zo goed presteerde tijdens het WK van 2014, voor driekwart uit in Frankrijk geboren spelers bestond. Senegal komt deze zomer in Rusland uit met een half dozijn spelers uit Île-de-France.

    In 2018 staat de Parijse talentenpoel voor twee grote uitdagingen. Frankrijk, aantoonbaar het getalenteerdste nationale team ter wereld, is van plan het WK te winnen. En Paris Saint-Germain hoopt zijn eerste Champions League te winnen met een team dat veel meer van eigen bodem is dan waarnemers willen geloven.

    Ondanks alle ophef rond Neymar maken keeper Alphonse Aréola (24), centrale verdediger Presnel Kimpembe (22), middenvelder Adrien Rabiot (22) en de 18-jarige Mbappe dit seizoen deel uit van de vaste PSG-opstelling – allemaal geboren in of rond Parijs. Als PSG oplettender was geweest, zou het nog een andere plaatselijke speler hebben gestrikt, Kingsley Coman, die op zijn negende naar de PSG-academie ging maar op zijn achttiende door Juventus werd weggepikt. (Een jaar later ging 
hij naar Bayern München.)

    Zelfs zonder hem zou een PSG-overwinning echt een Parijse overwinning zijn, die een licht-aubade door de Eiffeltoren zeker zou verdienen.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Peter Bergsma

    ESPN
    VS | oplage 1.536.346

    In 1998 opgericht als aanvulling op het gelijknamige televisienetwerk dat 24 uur per dag sportgerelateerde programma’s uitzendt. Het blad is eigendom van de Disney-groep en wist een plek op de markt te veroveren naast Sports Illustrated, waarvan wekelijks 3 miljoen exemplaren over de toonbank gaan. De luchtige lay-out en rijk geïllustreerde verhalen wonnen veel prijzen.