Tag: laatste buitenland nieuws

  • Woon je in Alaska en geen zin om te koken? Je hamburger komt nu per vliegtuig

    Woon je in Alaska en geen zin om te koken? Je hamburger komt nu per vliegtuig

    Met de hulp van bushpiloten hebben mensen die op plekken wonen waar geen restaurants of kruidenierswinkels zijn, toegang tot alle keukens die de dichtstbijzijnde stad te bieden heeft. ‘Ik had wel eens pizza’s gezien op tv, maar er nog nooit een gegeten.’

    Dat Robert Golike zich de duurste voedselbezorger ter wereld voelt, komt waarschijnlijk omdat hij een Cessna gebruikt.

    Golike, piloot voor Alaska Air Transit, stond onlangs op een ochtend op de landingsbaan van Merrill Field, een vliegtuig met negen zitplaatsen, vol te laden met onder andere poststukken, etenswaren en luiers. Hij zou deze goederen afleveren in de Upper Kuskokwim-regio, meer dan 300 kilometer verderop.

    Aan boord bevond zich ook een lading waar misschien wel het meest naar werd uitgezien: twee bestellingen van DoorDash, een Amerikaanse onlinevoedselbezorger. De ene bevatte steak taco’s en churros van Pedro’s Mexican Grill in Anchorage, en de andere een verzameling Chinese afhaalklassiekers van Famous Wok, waaronder lo mein, rundvlees met broccoli en General Tso’s kip.

    Verderop verheugden Natalia Navarro en haar gezin zich al op de bezorging van hun ‘stadse eten’. ‘Je kunt echt alles bestellen wat je wilt,’ aldus Navarro. ‘En als het er eenmaal is genieten we met volle teugen.’

    Voordat ze aan tafel konden, moest de bestelling via een lange luchtreis door de piloot worden getransporteerd

    Voordat ze aan tafel konden, moest de bestelling via een lange luchtreis door de piloot worden getransporteerd over de slibrijke wateren van Cook Inlet, de steile sneeuwtoppen van de Alaska Range en het met meren bezaaide gebied rond het vliegveld in Nikolai, waar hij zou landen.

    Daar werd de doos met het eten, enigszins gedeukt, overhandigd aan de 29-jarige Natalia Navarro, die als gezondheidsassistente werkt in de kliniek van het dorp. Er zijn geen kruideniers of restaurants in deze gemeenschap met minder dan honderd mensen, dus een of twee keer per maand bestelt haar familie eten bij DoorDash om de eentonigheid van op kip en eland gebaseerde soepen en stoofschotels te doorbreken.

    Na het opwarmen van hun bestelling, die de middag tevoren op het vliegveld van Anchorage was afgeleverd, konden Navarro en haar gezin aanvallen.

    Stadsvoedsel

    Het is weliswaar niet helemaal hetzelfde als stadsvoedsel eten in een stad, zei ze, ‘maar het is wel fijn om de optie te hebben om zoiets te bestellen. Het is niet warm, het is niet vers. Maar het heeft wel de smaak waarnaar je verlangt.’

    Om aan deze verlangens te kunnen voldoen, helpt een fijnmazige bevoorradingsketen van bezorgers, luchtvaartpersoneel en piloten om de smaken van de stad naar de bush en de toendra te brengen. Alaska Air Transit is een van de tientallen kleine regionale luchtvaartmaatschappijen die mensen en goederen naar honderden afgelegen gemeenschappen in Alaska vervoeren. Daarbij gaat het om alledaagse benodigdheden als Netflix-dvd’s, outdooruitrustingen en boodschappen, maar ook om pizza’s, Big Macs en stevig verpakte bakjes Vietnamese pho.

    ‘Ik snakte naar andere dingen, maar DoorDash bestond toen nog niet’

    Vijf jaar geleden, toen ze in het dorp Fort Yukon aan de Yukon River woonde, net ten noorden van de poolcirkel, was het een belevenis om 225 kilometer verderop pizza te halen in Fairbanks, vertelt Supanika Ordonez. In Fort Yukon kon je nergens uit eten, en er was slechts één kleine dorpswinkel. Aan haar maandelijkse zending boodschappen voegde ze een enkele keer een bestelling bij Pizza Hut toe, die op de luchthaven werd bezorgd. Destijds waren pizza en Chinees eten de enige bezorgopties op het vliegveld, zegt ze. ‘Ik snakte naar andere dingen, maar DoorDash bestond toen nog niet.’

    Dankzij de alomtegenwoordige maaltijdbezorgdiensten hebben mensen die op plekken wonen waar geen restaurants of kruidenierswinkels zijn tegenwoordig toegang tot alle keukens die de dichtstbijzijnde stad te bieden heeft.

    Regionale luchtvaartmaatschappijen

    Robert Golike (38) vertelt dat hij op bijna elke vlucht naar locaties in Prince William Sound bestellingen van afhaalvoedsel vervoert. ‘Het populairst is KFC,’ zegt hij.

    Midnight Air, een luchtvaartdienst uit Anchorage, vervoert op zijn vluchten ongeveer drie keer per week bestellingen van DoorDash en Uber Eats, vertelt eigenaar Robert May. Lake & Peninsula Airlines, een regionale luchtvaartmaatschappij die vliegt op de regio’s Lake Clark en Kuskokwim in Zuidwest-Alaska, levert dagelijks bestellingen van bezorgdienst Instacart en ‘nagenoeg om de dag’ van DoorDash, aldus medewerker Katie Burrows (29).

    Josie Owen, eigenaar van Alaska Air Transit, zag hoe bezorgapps stedelijk eten toegankelijker maakten voor mensen die ver weg wonen van het belangrijkste wegennet in de staat. Om de toestroom van bestellingen te verwerken, heeft haar bedrijf een grote tent op de parkeerplaats gezet. Daar labelen leveranciers de bestellingen met de naam van het dorp en de ontvanger voordat ze aan het luchtvaartpersoneel worden overhandigd.

    Het kost alleen al tussen de tien en dertig dollar [9,50 tot 28,50 euro] om het eten in het vliegtuig te krijgen

    Owen vertelt dat hoewel sommige mensen op het platteland van Alaska wel eens boodschappen halen in de dichtstbijzijnde stad, velen van hen een zelfvoorzienende levensstijl hebben en hun eigen voedsel oogsten. ‘Het bezorgde eten is vaak gewoon een traktatie,’ zegt ze.

    De meeste luchtvaartmaatschappijen landen alleen op de afgelegen plekken als er een passagier naartoe gaat of vertrekt. De mensen in het dorp weten dan dat ze kunnen bestellen bij DoorDash, Grubhub, Uber Eats of een lokale expediteur die ook klusjes doet voor de bewoners. De voedselbezorger haalt de bestellingen op en brengt ze rechtstreeks naar de luchtvaartmaatschappij. Afhankelijk van de bestemming, het gewicht van het eten en de beschikbare ruimte op de vlucht kost het de plattelanders van Alaska alleen al tussen de tien en dertig dollar [9,50 tot 28,50 euro] om hun eten in het vliegtuig te krijgen.

    De meeste mensen hebben zulke bedragen ervoor over, merkt Katie Burrows op. ‘Er zijn letterlijk geen wegen die deze mensen verbinden met McDonald’s, KFC of wat dan ook. Een expediteur of DoorDashing betalen om naar ons te gaan en dan nog eens twintig dollar erbovenop is nog altijd een stuk goedkoper dan naar de stad reizen.’

    Vluchten annuleren

    Het aantal bestellingen kan afhangen van het weer, want als vluchten vanwege een onverwachte storm worden geannuleerd, blijven de vliegtuigen aan de grond. Als dat gebeurt, moeten maaltijden in de koeling bewaard worden, of worden ze opgegeten.

    ‘Die DoorDash-bestellingen zijn er dan al, dus een goede oplossing is vaak dat ons personeel in Anchorage de maaltijden opeet en ze dan opnieuw bestelt en betaalt, zodat ze hopelijk de volgende dag verzonden kunnen worden,’ aldus Burrows.

    Voor veel bewoners van het platteland spelen expediteurs een sleutelrol. Caiti O’Connor en haar tweelingzus Shari van tweeëntwintig, afkomstig uit Dillingham maar tijdens het schooljaar woonachtig in Anchorage, hebben in de herfst van 2020 een expeditiebedrijf opgezet. De zussen helpen plattelandsbewoners van Alaska met verschillende klusjes, zoals het ophalen van huisdieren op het vliegveld voor een bezoek aan de dierenarts in de stad, het bergen van voertuigen of het op het vliegveld afleveren van Panda Express-maaltijden ter waarde van 300 dollar, voor een personeelsfeest op St. Paul Island. ‘We beschouwen onszelf hier als “de nichtjes”,’ zegt Caiti O’Connor.

    De afhaalmaaltijden per vliegtuig lopen zo goed dat Kristen Taylor (40) in juni 2020 een franchise van restaurantketen Papa Murphy’s in Anchorage kocht en kort daarna een tweede bedrijf startte, Alaska Sky Pie, dat de verzending van diepvriespizza’s, taarten en feestversieringen in heel Alaska verzorgt.

    Door contracten af te sluiten met verschillende luchtvaartmaatschappijen in Anchorage, kan ze nu naar ‘zowat elk dorp’ pizza’s van 40 centimeter doorsnede verzenden voor minder dan 5 dollar. Vanaf tien pizza’s is de verzending gratis.

    ‘Ik had wel eens pizza’s gezien op tv, maar er nog nooit een gegeten’

    In de zomer, wanneer veel Alaskanen druk zijn met vissen, jagen en voedsel verzamelen voor de winter, verstuurt ze 25 tot 50 pizza’s per week. In de herfst en winter gaat het om enkele honderden pizza’s per dag. Taylor schat dat ze 7500 pizza’s per jaar naar afgelegen delen van Alaska verstuurt, voor gelegenheden als verjaardagen, diplomauitreikingen, begrafenissen, bruiloften en schoolfeesten. ‘Ik leef erg mee met de ontberingen van mensen in afgelegen streken,’ zegt ze.

    De briefjes die ze soms ontvangt van families die haar pizza’s ontvangen, ontroeren haar. Bijvoorbeeld dat van een meisje uit Arctic Village: ‘Ik had wel eens pizza’s gezien op tv, maar er nog nooit een gegeten.’

  • Deze invloed heeft extreme hitte op onze gezondheid en welzijn

    Deze invloed heeft extreme hitte op onze gezondheid en welzijn

    Nu ernstige hittegolven met angstaanjagende regelmaat grote delen van de wereld treffen, onderzoeken wetenschappers of we van leven in een hetere wereld sneller ziek zullen worden of zelfs doodgaan.

    Keuze uit het archief

    We zitten weer in de zomertijd, wat afgelopen week te merken was aan de temperaturen die ruim boven de twintig graden lagen. Deze toenemende hitte, die tot een wereldwijd fenomeen is uitgegroeid, roept de vraag op wat de gevaren zijn als we te veel aan deze warmte worden blootgesteld.
    Dit artikel van de NYT van twee jaar geleden loopt een aantal onderzoeken langs van wetenschappers die onderzocht hebben welke gevolgen de extreme temperaturen voor ons lichaam hebben. De uitkomsten van hun onderzoek liegen er niet om: overmatige hitte wordt in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord, en mensen die vaak in de hitte werken verouderen veel sneller.

    Toen W. Larry Kenney, professor in de fysiologie aan de Pennsylvania State University, begon met zijn onderzoek naar schade bij mensen door extreme hitte, richtte hij zich op arbeiders van de door een ramp getroffen kerncentrale van Three Mile Island in 1979, waar de temperatuur was opgelopen tot 165 graden Fahrenheit, bijna 74 graden Celsius.

    In de daaropvolgende decennia onderzocht hij hoe hittestress mensen in specifieke, intense situaties beïnvloedt: voetballers, soldaten in beschermende pakken, langeafstandslopers in de Sahara. Maar de laatste tijd richt zijn onderzoek zich op een meer alledaags onderwerp, op gewone mensen die gewone, alledaagse dingen doen, in deze tijd waarin de aarde wordt geteisterd door klimaatverandering.

    Wetenschappers onderzoeken de vraag of het leven in een hetere wereld ons ziek zal maken of zal doden

    Hitteadviezen en waarschuwingen voor overmatige hitte waren maandag 13 juni van kracht in een groot deel van het oostelijke binnenland van de Verenigde Staten, na een weekend met recordtemperaturen in het zuidwesten van het land. Volgens de National Weather Service zou de hitte zich de komende dagen verder naar het noordoosten verplaatsen, naar de Mississippi Vallei, het westen van de Grote Meren en de Ohio Vallei.

    Nu ernstige hittegolven met angstaanjagende regelmaat grote delen van de wereld treffen, onderzoeken wetenschappers de vraag of we van leven in een hetere wereld sneller ziek zullen worden of zelfs doodgaan. Hun doel is om meer grip te krijgen op het aantal mensen dat zal worden getroffen door hitte-gerelateerde kwalen en de mate en frequentie van hun lijden. En om te begrijpen hoe we de meest kwetsbaren beter kunnen beschermen.

    Geen goede voorspellers

    Eén ding is zeker, zeggen wetenschappers: de hittegolven van de afgelopen twee decennia zijn geen goede voorspellers van de risico’s die ons de komende decennia te wachten staan. Het verband tussen broeikasgasemissies en broeierige temperaturen is nu al zo duidelijk dat sommige onderzoekers zeggen dat het binnenkort geen zin meer heeft om de vraag te stellen of de meest extreme hittegolven zo’n twee eeuwen geleden hadden kunnen plaatsvinden, voordat de mens de planeet begon op te warmen. Dat had namelijk niet gekund.

    Als de opwarming van de aarde niet wordt afgeremd, zal de heetste hittegolf die veel mensen ooit hebben meegemaakt, de nieuwe norm voor hun zomer worden, aldus Matthew Huber, klimaatwetenschapper aan Purdue University. ‘Het zal niet iets zijn waaraan je kunt ontsnappen.’

    Hittestress is het product van veel factoren: vochtigheid, zon, wind, hydratatie, kleding, lichamelijke conditie

    Wat voor wetenschappers moeilijker te bepalen is, aldus Huber, is op welke schaal deze klimaatverschuivingen de gezondheid en het welzijn van de mens zullen beïnvloeden. Dit geldt vooral voor ontwikkelingslanden, waar grote aantallen mensen er nu al onder lijden maar waar goede gegevens schaars zijn. Hittestress is het product van veel factoren – vochtigheid, zon, wind, hydratatie, kleding, lichamelijke conditie – en veroorzaakt zo’n scala aan schade dat het moeilijk is de toekomstige effecten met enige precisie te voorspellen.

    Huber zegt ook dat er nog niet genoeg onderzoek is gedaan naar hoe het is om fulltime te leven in een warmere wereld, in plaats van alleen af ​​en toe een brandende zomer te ervaren. ‘We weten niet wat de langetermijngevolgen zijn van elke dag opstaan, drie uur werken in bijna dodelijke hitte, zweten als een gek en dan weer naar huis gaan,’ zegt hij.

    Groeiende urgentie

    De groeiende urgentie van deze problemen trekt onderzoekers aan die zichzelf voorheen niet echt als klimaatwetenschappers hebben beschouwd, zoals Kenney. Voor een recente studie plaatsten hij en zijn collega’s jonge, gezonde mannen en vrouwen in speciaal ontworpen kamers, waar ze op een hometrainer moesten fietsen met lage intensiteit. Vervolgens voerden de onderzoekers de warmte en vochtigheid op.

    Zij ontdekten dat hun proefpersonen gevaarlijk oververhit raakten bij veel lagere ‘natteboltemperaturen’ – een maat die rekening houdt met zowel warmte als vochtigheid – dan werd verwacht op basis van eerdere theoretische schattingen van klimaatwetenschappers. In stoombad-achtige omstandigheden absorbeert ons lichaam sneller warmte uit de omgeving dan dat we kunnen zweten om onszelf af te koelen. En ‘we kunnen helaas niet veel meer zweten om op peil te blijven’, zegt Kenney.

    Hitte is klimaatverandering op zijn intiemst, want niet alleen landschappen, ecosystemen en infrastructuur, maar ook de diepste diepten van individuele menselijke lichamen worden verwoest.

    Slachtoffers van hitte sterven vaak alleen, in hun eigen huis. Afgezien van een hitteberoerte kan hitte ineenstorting van het hart- en vaatstelsel en nierfalen veroorzaken. Ze beschadigt onze organen en cellen en zelfs ons DNA. De schade neemt toe bij zeer oudere en jongere mensen, bij mensen met hoge bloeddruk, astma, multiple sclerose en andere aandoeningen.

    Overmatige hitte wordt ook in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord

    Als het kwik hoog staat, zijn we minder effectief op het werk. Onze denk- en motorische functies worden aangetast. Overmatige hitte wordt ook in verband gebracht met meer criminaliteit, angst, depressie en zelfmoord.

    Persoonlijk

    De aanslag op het lichaam kan opmerkelijk persoonlijk zijn. George Havenith, directeur van het Environmental Ergonomics Research Center aan de Loughborough University in Engeland, herinnert zich een experiment van jaren geleden met een grote groep proefpersonen. Ze droegen dezelfde kleren en deden hetzelfde werk gedurende een uur, in een hitte van 35 graden en een vochtigheid van 80 procent. Maar aan het eind varieerde hun lichaamstemperatuur van 37,7 graden tot 39,2 graden Celsius.

    ‘Met veel van ons werk proberen we te begrijpen waarom de ene persoon aan de ene kant van het spectrum belandt en de andere aan de andere,’ zegt Havenith.

    Vidhya Venugopal, professor milieuhygiëne aan de Sri Ramachandra Universiteit in Chennai, India, bestudeert al jaren wat hitte doet met werknemers in de staalfabrieken, autofabrieken en steenovens van India. Velen van hen lijden aan nierstenen die worden veroorzaakt door ernstige uitdroging.

    ‘Toen bedachten we: warmte maakt mensen ouder’

    Een ontmoeting van tien jaar geleden is haar bijgebleven. Ze ontmoette een staalarbeider die al 20 jaar dagen van 8 tot 12 uur draaide in de buurt van een oven. Toen ze hem vroeg hoe oud hij was, zei hij 38 tot 40 jaar.

    Ze was ervan overtuigd dat ze het verkeerd begrepen had. Zijn haar was half grijs. Zijn gezicht was verschrompeld. Hij zag er niet jonger uit dan 55. Dus vroeg ze hoe oud zijn kind was en hoe oud hij was toen hij trouwde. De rekensom klopte. ‘Voor ons was dat een keerpunt,’ zegt Venugopal. ‘Toen bedachten we: warmte maakt mensen ouder.’

    Adelaide M. Lusambili, een onderzoeker aan de Aga Khan Universiteit in Kenia, onderzoekt de effecten van hitte op zwangere vrouwen en pasgeborenen in Kilifi County, aan de kust van Kenia. In deze gemeenschappen halen vrouwen water voor hun gezinnen, en dat kan betekenen dat ze urenlang in de zon moeten lopen, ook als ze zwanger zijn. Studies tonen een verband tussen blootstelling aan hitte en vroeggeboortes en ondergewicht bij baby’s

    De meest hartverscheurende verhalen, aldus Lusambili, zijn van vrouwen die lijden na de bevalling. Sommigen liepen grote afstanden met kinderen van een dag oud op hun rug, waardoor de baby’s blaren op hun lichaam en mond kregen en borstvoeding bemoeilijkt werd. Dit alles was genoeg, zegt ze, om zich af te vragen of de vooruitgang van Afrika bij het terugdringen van sterfte onder pasgeborenen en kinderen, is teruggedraaid door klimaatverandering.

    Airco’s

    Aangezien niet veel mensen toegang hebben tot airco’s, die op hun beurt de planeet opwarmen door het verbruik van enorme hoeveelheden elektriciteit, zullen samenlevingen duurzamere beschermingsmiddelen moeten vinden, zegt Ollie Jay, professor in hitte en gezondheid aan de Universiteit van Sydney.

    Jay bestudeerde hoe het lichaam reageert op het zitten in de buurt van een elektrische ventilator, het dragen van natgemaakte kleding en het afsponzen met water. Voor één project heeft hij een kledingfabriek uit Bangladesh nagebouwd in zijn laboratorium. Hij test daar goedkope manieren om veiligheid te creëren voor werknemers, bijvoorbeeld met groene daken, elektrische ventilatoren en regelmatige pauzes om water te drinken.

    De mens is enigszins in staat om zich aan te passen aan een warme omgeving

    De mens is enigszins in staat om zich aan te passen aan een warme omgeving. Onze hartslag daalt, er wordt meer bloed gepompt bij elke slag. Meer zweetklieren worden geactiveerd. Wetenschappers begrijpen echter voornamelijk hoe ons lichaam zich aanpast aan hitte in gecontroleerde laboratoriumomgevingen, maar niet in de echte wereld, waar veel mensen hun huizen en auto’s met airconditioning in en uit kunnen duiken, zegt Jay.

    Ook in het laboratorium vereist het opwekken van dergelijke veranderingen dat mensen wekenlang gedurende meerdere uren per dag aan oncomfortabele inspanning moeten worden blootgesteld, aldus Jay, die precies dat met zijn proefpersonen heeft gedaan.

    ‘Dat was niet bijzonder aangenaam,’ zegt hij. En niet echt een praktische oplossing voor het leven in een verstikkende toekomst, of, voor mensen op sommige plaatsen nu al, in een steeds benauwder wordend heden. Verdergaande veranderingen in het aanpassingsvermogen van het lichaam zullen alleen gebeuren op de tijdschaal van de menselijke evolutie.

    Venugopal raakt gefrustreerd als er over haar onderzoek naar Indiase arbeiders wordt gezegd: ‘India is toch een heet land, dus wat is precies het probleem?’

    Niemand vraagt wat er zo erg is aan koorts, terwijl een hitteberoerte het lichaam in een vergelijkbare toestand brengt. ‘Dat is de menselijke fysiologie,’ aldus Venugopal. ‘Die kun je niet veranderen.’

  • Geen algoritme is ook geen oplossing

    Geen algoritme is ook geen oplossing

    Polarisatie, haat, desinformatie: de formules die Facebook, TikTok en Instagram gebruiken om hun beelden, teksten en foto’s te sorteren zouden verantwoordelijk zijn voor grote veranderingen in de wereld. Was het maar zo simpel.

    Vladimir Poetin, Donald Trump en dan komt het algoritme al. Naast mannen met te veel macht en te weinig moraal worden sociale media verantwoordelijk gehouden voor alles wat misgaat in de wereld. Facebook zou samenlevingen polariseren, YouTube gebruikers radicaliseren, TikTok tieners verleiden. De boosdoener is het algoritme dat wordt gebruikt om inhoud te sorteren die platforms aan mensen voorschotelen. Als een vorm van zwarte magie zou het in staat zijn het hoofd van mensen op hol te brengen en democratieën omver te werpen. 

    Dit is niet geheel onwaar, maar het is slechts een deel van de waarheid. Deze visie reduceert de realiteit tot een paar veronderstelde oorzakelijke verbanden. Rechtspopulisme en complottheorieën zouden ook zonder sociale media bestaan. Als alle platforms zich van hun algoritmes zouden ontdoen, zouden mensen niet vreedzamer zijn, de wereld niet harmonieuzer. Concerns zouden niet minder verantwoordelijkheid hebben. Algoritmes vormen niet het enige en niet het grootste probleem, maar ze zijn een probleem. Om hier verandering in te brengen zijn transparantie en regulering nodig. Platforms moeten zich openstellen voor onderzoekers en hun aanbevelingslogica kritisch laten bekijken. Aangezien ze zich tot nu toe verzetten, zijn er blijkbaar nieuwe wetten nodig. Bovendien moeten meer mensen begrijpen wat algoritmes zijn, waarom ze een bepaalde inhoud voorgeschoteld krijgen en hoe ze zelf invloed uit kunnen oefenen. Een verheldering in vijf hoofdstukken.

    1. Een leven zonder algoritmes is onmogelijk

    Algoritmes zijn overal, zelfs in een kookrecept: giet het water af als de pasta al dente is. Algoritmes geven machines of mensen duidelijke instructies over wat ze wanneer moeten doen. Als Amira een foto van Hakan met een ‘like’ beloont, laat Amira dan meer foto’s van Hakan zien. Om van beetgare pasta een maaltijd te bereiden zijn verdere stappen nodig: meng de pasta met pesto en Parmezaanse kaas. Om met Hakans foto’s een sociaal netwerk tot stand te brengen zijn vele miljoenen regels programmacode nodig. Er is niet één Instagram-algoritme, verschillende algoritmes nemen samen een belangrijke beslissing: wat ziet Amira als ze de app opent?

    Facebook of Google lezen op veel websites en apps mee

    In fracties van een seconde evalueren machines duizenden datapunten. Dit omvat het gedrag op het platform zelf, likes en commentaren, kliks en directe berichten. Maar de beheerders halen hun informatie bijna overal vandaan. Het web zit vol met verborgen bugs, Facebook of Google lezen op veel websites en apps mee. Techbedrijven creëren persoonlijkheidsprofielen op basis waarvan algoritmes voorspellen in welke inhoud gebruikers geïnteresseerd zijn.

    Algoritmes geven niet alleen vorm aan tijdlijnen op sociale netwerken, maar aan de hele samenleving. Zij beslissen wie een lening krijgt, helpen ondernemers bij de selectie van vrouwelijke sollicitanten of doen voorspellingen over welke delinquenten zouden kunnen recidiveren. Hoe ingewikkelder de taken zijn die de algoritmische systemen moeten oplossen, hoe ingewikkelder hun code wordt. En hoe moeilijker het is ze onafhankelijk te verifiëren.

    2. Algoritmes zijn machtig, maar niet magisch

    Welke foto’s Amira ziet, lijkt van weinig invloed op de wereldgebeurtenissen. Veel algoritmische beslissingen werken niet op individueel niveau. Maar Meta, het moederconcern van Facebook en Instagram, verbindt drieënhalf miljard mensen met elkaar. De kleinste gedragsveranderingen hebben dan ook grote invloed. Als Facebook mensen aanmoedigt te gaan stemmen, kan dat een verkiezingsuitslag beïnvloeden. Als een Russische propagandavideo zich op TikTok viraal verspreidt, realiseert misschien een groot gedeelte van de gebruikers zich dat het om desinformatie gaat – maar niet iedereen.

    Computers zijn niet slecht, maar ze hebben geen geweten

    Veel algoritmes ontwikkelen zich zelfstandig verder. Ze worden gevoed met data en passen hun gedrag aan. Dit machinale leren kan helpen bij het opsporen van kanker en het eerlijker toewijzen van plaatsen in de kinderopvang, maar het kan ook structurele discriminatie en systematisch racisme versterken. Algoritmes internaliseren en reproduceren vooroordelen. Het web was lange tijd een World White Web, waarop zwarte mensen overwegend in een negatieve context opduiken. Ook vrouwen kunnen door algoritmische systemen benadeeld worden, doordat trainingsdata de machtsverdeling in de westerse wereld weergeven: wit en mannelijk. 

    Dit wordt pas gevaarlijk wanneer mensen uitsluitend vertrouwen op de veronderstelde intelligentie van machines. Computers zijn niet slecht, maar ze hebben geen geweten. Ze voeren bevelen uit, ze herkennen geen ongewenste bijwerkingen. Algoritmes zijn geen magie, maar technologie die door en voor mensen werd gemaakt – en door mensen kan worden veranderd, als ze dat willen.

    3. Geen algoritme is ook geen oplossing

    Mensen hebben weinig nodig om gelukkig te zijn: wereldvrede en een chronologische tijdlijn. Die indruk kun je krijgen wanneer je de opvattingen over het zogenaamd kwaadaardige algoritme bekijkt. Facebook heeft meermaals steekproefsgewijs getest wat er gebeurt als inhoud strikt wordt gesorteerd op het tijdstip van verzending in plaats van op andere, ondoorzichtiger criteria: gebruikers verborgen significant meer berichten. Volgens een intern document nam het aandeel niet-serieuze en ongewenste inhoud ‘explosief toe’. Hoewel de controlegroep minder tijd doorbracht op Facebook, verdiende het concern meer geld. Mensen moesten langer scrollen om bijdragen te vinden die hen interesseerden en zagen daardoor meer advertenties. Deze experimenten zijn enkele jaren oud, hun methodes voldoen niet aan wetenschappelijke normen en de uitkomsten roepen nieuwe vragen op, zoals: wat zou er gebeuren als Facebook de nieuwsfeed een langere periode chronologisch zou sorteren? Al dertien jaar lang sorteren algoritmes de inhoud, gebruikers zijn eraan gewend geraakt. Als Facebook hun de tijd en de juiste tools geeft, kunnen ze misschien leren hun eigen tijdlijn zelf samen te stellen.

    Maar de experimenten leiden ook tot één heldere conclusie: het probleem ligt niet bij de algoritmes zelf, maar bij de metriek op grond waarvan de platforms hun systemen optimaliseren. Mensen moeten de apps regelmatig openen en hun smartphone het liefst helemaal constant in handen houden. Alleen dan zien ze de advertenties, waarop het businessmodel van de concerns is gebaseerd. Dit is niet het enige criterium, maar wel het belangrijkste. Mensen reageren het meest op inhoud die gevoelens oproept, zoals woede, angst en verontwaardiging. Met hun kliks en commentaren vragen ze de algoritmes om meer. En die leveren bereidwillig, zonder bij de gevolgen stil te staan.

    4. Andere algoritmes zouden een oplossing kunnen zijn 

    Na de Amerikaanse verkiezingen van 2020 nam Facebook ongebruikelijke maatregelen. Trump probeerde met leugens twijfel te zaaien over het resultaat, het land werd bedreigd door onrust en geweld. Dus paste Facebook zijn algoritmes aan. Serieuze media kregen meer gewicht, dubieuze bronnen en desinformatie verloren bereik. Later vroegen ontwikkelaars of het mogelijk was om deze ‘genuanceerdere nieuwsfeed’ permanent te behouden. Dat kon niet, kort na de verkiezingen keerde Facebook terug naar de oude weging.

    De afgelopen jaren hebben medewerkers van Facebook meerdere malen geprobeerd de aanbevelingslogica fundamenteel te hervormen. Ze vroegen zich af hoe polariserende inhoud, haatdragende commentaren en desinformatie kunnen worden beteugeld. Maar ze stuitten op interne weerstand: hun voorstellen vormden een bedreiging voor de groei, en groei is heilig voor Meta. ‘Misschien is het goed voor de wereld, maar niet voor ons’, schreef Zuckerberg in een intern bericht. Hiermee verwees hij weliswaar niet naar algoritmes, maar de zin onthult hoe hij denkt. Het belangrijkste voor Meta is Meta. Platforms als TikTok opereren op een soortgelijke manier.

    5. Algoritmes dienen de mens

    Het is niet mogelijk om alle risico’s en bijwerkingen van sociale media met één druk op de knop te doen verdwijnen. Algoritmische systemen zijn complexe ontwerpen, zelfs de ontwikkelaars kunnen niet precies voorspellen welke effecten veranderingen teweeg zullen brengen. Om te beginnen moeten concerns worden verplicht de wetenschap en het publiek inzicht te geven. Onafhankelijke onderzoekers proberen al jaren tevergeefs de algoritmes van platforms te onderzoeken. Media bouwen technische instrumenten en werken met vrijwillige testers om op zijn minst enig licht in de duisternis te werpen – maar krijgen geen enkele toegang. De noodzakelijke regulering moet zich richten op twee vragen: waarom wordt inhoud aanbevolen? Maar ook: welke inhoud wordt aanbevolen? De huidige voorstellen in de Europese Unie en de Verenigde Staten zijn gefocust op de eerste vraag. Ze zijn bedoeld om platforms te verplichten delen van hun algoritmes openbaar te maken. Algoritmische systemen bestaan echter niet alleen uit formules, maar ook uit input en output. Tot nu toe kan iedere gebruiker zien wat er in zijn tijdlijn verschijnt, maar het is bijna onmogelijk te achterhalen welke resultaten algoritmes bij anderen opleveren. Dit is echter essentieel om in een tweede stap suggesties te kunnen doen over hoe aanbevelingssystemen die het algemeen belang dienen eruit zouden kunnen zien. 

    Tot het zover is, zijn gebruikers van algoritmes niet hulpeloos overgeleverd aan algoritmes. De belangrijkste factor voor de output is de input, en die heeft men zelf in de hand. Wie minder slechte grappen van zijn voetbalmaatje wil zien, kan zich een like uit beleefdheid beter besparen. In plaats van te klikken op sensatiebeluste koppen en vervolgens boos te worden over het lage peil van de inhoud, kun je beter snel verder scrollen en daarmee je desinteresse overbrengen. Je kunt onbeschofte mensen blokkeren, saaie accounts ontvolgen en specifieke berichten verbergen.

    Als dat allemaal niet helpt, dan kun je nog altijd cold turkey stoppen met algoritmes. Op Facebook en Twitter kan de inhoud ook strikt chronologisch gesorteerd worden. Instagram is onlangs begonnen met de invoering van deze mogelijkheid, die binnenkort voor alle gebruikers beschikbaar moet zijn. Een leven zonder algoritmes is onmogelijk – maar op sociale media kun je er tenminste nog omheen.

    Lees ook:

  • Hoe Poetin zijn elitetroepen in Kazachstan klaarstoomde voor Oekraïne

    Hoe Poetin zijn elitetroepen in Kazachstan klaarstoomde voor Oekraïne

    Het dodelijke geweld waarmee in januari een protest in Kazachstan werd neergeslagen, was een oefening voor de invasie van Oekraïne de maand daarop. ‘Poetin moest de onrust in Kazachstan uit de weg hebben vóór Oekraïne.’

    Een benauwende mistroostigheid vult het luxeappartement aan de rand van Almaty in Kazachstan. Taxichauffeur Aidos Meldechan kreeg het in januari door de Kazachse autoriteiten toegewezen nadat zijn vierjarige dochter door een sluipschutter was doodgeschoten. In ruil daarvoor wilden ze zijn stilzwijgen.

    Aykorkem, de dochter van Meldechan, is een van de ongeveer tweehonderdvijftig mensen die zijn omgekomen in wat activisten een mislukte revolutie hebben genoemd. De onrust, de grootste in de dertigjarige post-Sovjetgeschiedenis van Kazachstan, stelde de Russische president Vladimir Poetin in staat om zijn elitecommando’s te testen met het oog op de geplande missie om zes weken later Kyiv in te nemen.

    Toen The New Statesman bij zijn appartement arriveerde, was Meldechan nerveus uit het raam aan het turen. Meteen nadat hij ons met een knik begroette, ging zijn telefoon. ‘Dat ging over jou,’ zei Meldechan na afloop. ‘Ze hebben overal spionnen. De aanklager zei dat ik niet met de Engelse journalist mocht praten, maar het kan me niet schelen.’

    Protesten

    In het opstandige westelijke deel van het land ontstond op 2 januari onrust nadat de regering de maximumprijs voor lpg had geschrapt en de brandstofprijs verdubbelde. Binnen enkele dagen leidden haat tegen de hebzuchtige Kazachse elite, belichaamd door de voormalige president Noersoeltan Nazarbajev, woede over het gebrek aan politiek pluralisme en frustratie over economische stagnatie tot protesten in het hele land.

    In bijna elke grote stad gingen duizenden mensen de straat op. De protesten verliepen overwegend vreedzaam, hoewel er ook gevechten met de politie plaatsvonden. Maar rond 5 januari leek het alsof er in Kazachstan een revolutie aan de gang was.

    ‘Het was opmerkelijk,’ zegt een Europese diplomaat in Nur-Sultan, de hoofdstad van Kazachstan. ‘Het was er ineens en ontwikkelde zich snel.’

    Dit was het moment waarop troepen die loyaal waren aan Nazarbajev een couppoging ondernamen en een machtsstrijd binnen de elite ontketenden, die Poetin in staat stelde zich aan Kazachstan op te dringen en zijn bondgenoot, de Kazachse president Kassim-Zjomart Tokajev, te steunen. Nazarbajev had Tokajev in 2019 gekozen als zijn opvolger, maar de betrekkingen tussen de twee mannen waren bekoeld.

    ‘Toen de Russische soldaten verschenen, zag ik dat als een bezetting’

    Volgens in Kazachstan gevestigde politieke waarnemers was de strategie voor de couppoging tweeledig. Het topkader van de Kazachse veiligheidsdiensten daagde het gezag van Tokajev uit en probeerde de machthebbers over te halen hun macht op te geven, terwijl ingehuurde criminelen in Almaty ondertussen regeringsgebouwen aanvielen en winkels plunderden om de bevolking te tonen dat Tokajev de controle kwijt was. Tijdens het geweld op 5 januari werden verscheidene politieagenten gedood, voornamelijk in Almaty. En dus kwam het Kremlin in actie.

    In de vroege uren van 6 januari stuurde Poetin tweeduizend Russische commando’s naar Kazachstan om de orde te herstellen. Ze werden ingezet onder de paraplu van het CSTO, het Collectieve Veiligheidsverdrag. Dat is een door het Kremlin geleide militaire alliantie van voormalige Sovjetstaten die nooit eerder was ingezet.

    De Russische actie was een schok voor de Kazachen en herinnerde hen eraan dat het Kremlin nog steeds controle over hen kon uitoefenen. ‘Toen de Russische soldaten verschenen, zag ik dat als een bezetting,’ zegt Dinara Jegeoebajeva, een gepensioneerde televisienieuwslezer die interviews en analyses over de onrust via haar Instagramkanaal verspreidde. ‘Ik moest iets ondernemen.’

    ‘Poetin moest de onrust in Kazachstan uit de weg hebben vóór Oekraïne’

    Het officiële verhaal is dat Tokajev de CSTO om hulp vroeg, maar sommige analisten zeggen dat Poetin, met de geplande invasie van Oekraïne in zijn achterhoofd, Tokajev gebeld heeft met de mededeling dat hij Russische soldaten naar Kazachstan zou sturen. ‘Hij moest de onrust in Kazachstan uit de weg hebben vóór Oekraïne, en dit was zijn manier om dat te bereiken,’ aldus een analist in Nur-Sultan.

    De – voornamelijk Russische – CSTO-soldaten hadden als taak om luchthavens en andere strategische installaties te bewaken, maar hun nadrukkelijk op televisie getoonde aankomst in de vroege uren van 6 januari vormde een belangrijk machtsvertoon voor Tokajev, die het Nazarbajev-gezinde hoofd van de veiligheidsdiensten van Kazachstan liet arresteren.

    De inzet van Russische commando’s gaf het nu loyale Kazachse leger de ruimte om Almaty binnen te trekken, waar volgens Tokajev ‘twintigduizend terroristen’ probeerden de regering omver te werpen. Hij gaf bevel om met scherp te schieten, sneed telefoon- en internetverbindingen af en sloot de grenzen.

    Psychologisch effect

    Volgens een analist heeft de succesvolle inzet van de Russische commando’s grote invloed gehad op Poetin planning voor de invasie in Oekraïne. ‘Hij zag het psychologische effect van de aanwezigheid van Russische commando’s in Kazachstan en was van mening dat in Oekraïne een vergelijkbaar effect zou optreden,’ aldus de Kazachse analist.

    Het monument voor de Onafhankelijkheid staat centraal op het Plein van de Republiek in Almaty, de voormalige hoofdstad van Kazachstan. Het is een symbool van het Kazachse nationalisme, maar de sokkel is nu beschadigd door de inslag van kogels. Onbekende schutters schoten hier op 6 januari, vlak na zonsondergang, op vreedzame demonstranten die daardoor de dood vonden.

    De Kazachse regering heeft gezegd dat die schietpartij onderzocht moet worden, hoewel er geen zogenaamde terroristen werden gesignaleerd en het gebied op dat moment onder toezicht van soldaten zou hebben gestaan.

    Ooggetuigen vertelden The New Statesman dat ze soldaten burgers zagen neerschieten

    Op 7 januari had het Kazachse leger de controle over Almaty herwonnen. Antiregeringsdemonstranten waren uit de straten verdreven en er was een avondklok ingesteld, maar sommige mensen gingen op zoek naar winkels in de hoop dat ze misschien nog open waren. Aykorkem reed die avond met haar achttienjarige broer en oudere zus door de stad. In de buurt van het Plein van de Republiek werd hun auto beschoten. Ooggetuigen vertelden The New Statesman dat ze soldaten burgers zagen neerschieten zonder dat die vooraf waren gewaarschuwd.

    In de daaropvolgende week drongen politieagenten met zwarte bivakmutsen de ziekenhuizen van Almaty binnen. Ze sleepten honderden gewonden mee naar politiebureaus, waar ze werden gemarteld. Ten minste zes van hen stierven in hechtenis.

    In een interview beschuldigde de Kazachse viceminister van Buitenlandse Zaken, Roman Vassilenko, criminele elementen binnen de politie van het martelen van de demonstranten. Hij kondigde aan dat de regering een onderzoek zou instellen.‘Het is een zeer ernstige situatie,’ zei hij. ‘Er lopen 243 onderzoeken naar marteling.’ Hij ontkende ook dat Poetin Tokajev had verteld dat hij zijn commando’s naar Kazachstan zou sturen.

    Waarschuwing

    Voor Dimasj Alzjanov, een Kazachse politiek analist, laat het mislukken van de protesten in januari zien dat het zinloos is om in opstand te komen tegen kleptocratische regimes die door Poetin worden gesteund. De schietpartijen en de systematische martelingen, zegt hij, waren waarschuwingen aan het adres van gewone Kazachen om zich gedeisd te houden. ‘Je moet Rusland, Kazachstan en Belarus zien als één geheel en niet afzonderlijk,’ zegt hij. ‘Dit is de directe erfenis van het post-Sovjettijdperk.’

    West-Europese ambassades hebben zich intussen over het algemeen achter Tokajev geschaard en willen hem belonen voor zijn neutrale houding ten opzichte van de Russische inval in Oekraïne en zijn herhaaldelijke belofte om Kazachstan naar een democratischer toekomst te leiden.

    Andere diplomaten zijn sceptischer en zeggen dat de 69-jarige Tokajev een continuering van het Nazarbajev-tijdperk is. Sinds de onlusten heeft hij Nazarbajevs familie toegestaan hun belangrijkste economische bezittingen, waaronder de grootste bank van Kazachstan, te behouden. Wel zijn hun politieke macht en invloed binnen de Kazachse veiligheidsdiensten ingeperkt.

    ‘Het opvolgingsproject van Nazarbajev heeft niet gewerkt’

    Nazarbajev is een ijdele man, die zich bezighoudt met zijn erfenis. Hij regeerde Kazachstan sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 en noemt zichzelf Elbasy, ofwel ‘Vader van de Natie’. Toen hij in 2019 stopte als president, veranderde hij de naam van de hoofdstad in die van zichzelf, en in een gedenkwaardig interview vorig jaar lepelde hij zijn successen als Kazachse leider op aan een enthousiaste jonge tv-interviewer, aan wie hij ook zijn nogal houterige golfswing met vergulde driver liet zien.

    Ondanks zijn aftreden als president heeft Nazarbajev geprobeerd de controle over Kazachstan te behouden door zowel onschendbaarheid voor vervolging als het voorzitterschap van de zo belangrijke Nationale Veiligheidsraad te verankeren in de grondwet. Dat was zijn oplossing voor het opvolgingsprobleem waarmee leiders van kleptocratische Sovjetregimes worden geconfronteerd als ze de macht willen overdragen zonder aan rijkdom en invloed in te boeten.

    Maar sinds de onlusten in januari ligt dit alles overhoop. Nazarbajev verblijft in Nur-Sultan en fungeert binnen het systeem, maar nu als gemarginaliseerde figuur. ‘Het opvolgingsproject van Nazarbajev heeft niet gewerkt,’ zegt een diplomaat. ‘Leiders in de voormalige Sovjet-regio dachten dat hij misschien een oplossing had gevonden. Maar ze zullen nog verder moeten nadenken.’ Het is een les die Poetin, die bijna zeventig is en sinds 1999 aan het hoofd staat van de Russische politiek, waarschijnlijk niet zal zijn ontgaan.

    Muurschildering

    In zijn appartement scrolt Meldechan door foto’s op zijn mobiele telefoon. Ze tonen een zwarte auto met kogelgaten in de voorkant, beide zijkanten en de achterkant. Een van de kogels raakte Aykorkem in het hoofd. ‘In Kazachstan heb je geen rechten,’ zegt hij, en hij vertelt dat hij van plan was om de dag erna het land te ontvluchten.

    Vervolgens loopt Meldechan door naar zijn slaapkamer, waar hij voorzichtig een kast opent. Daarin hangen de jurken van Aykorkem netjes op een rij, eronder een paar kleine sportschoenen.

    Het overlijden van Aykorkem kreeg grote bekendheid in Almaty en als eerbetoon werd haar afbeelding op de zijkant van een klein elektriciteitsgebouw geschilderd, dat eigendom is van een staatsbedrijf. Om ‘veiligheidsredenen’ werd het begin juni door werklieden overgeschilderd.

    ‘Dat is onzin,’ zegt Meldekhan. ‘Ik had niets met die muurschildering te maken, maar ik kon het niet geloven. Ze willen niet eens dat er een herinnering aan haar blijft bestaan. Aan mijn kleine meisje.’

    Lees ook:

  • Augustusnummer | Echt virtueel

    Augustusnummer | Echt virtueel

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » ‘De werkelijkheid is de hallucinatie waarover we het allemaal eens zijn’

    » Inheemse bewoners leren met gps hun reservaat te bewaken

    » Van oorlogscorrespondent tot staatsvijand

    » Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Ervaring of illusie

    Redactioneel

    De Australische wetenschapper David Chalmers verdiept zich al jaren in wat wordt gezien als het grootste actuele vraagstuk in de filosofie, namelijk hoe een ‘klont organisch materiaal’ in staat is de ervaring van zelfbewustzijn te creëren. Chalmers weet meer dan menigeen, maar een sluitend antwoord is vooralsnog te veel gevraagd. Helemaal sinds de technologie druk doende is om meerdere werkelijkheden zo echt te laten lijken, dat wat ‘echt’ is het op twee na grootste actuele vraagstuk in de filosofie wordt. 

    Want wat is echt, of misschien beter gezegd: wat wil je dat echt is? Met het voortschrijden van de techniek zullen dergelijke begrippen als vanzelf mee moeten groeien. Misschien zelfs totdat we in de toekomst niet meer malen om de werkelijke werkelijkheid, maar net zo veel genoegen nemen met andere varianten. Volgens Chalmers raken die parallelle universa na verloop van tijd ingebakken in onze perceptie van de werkelijkheid. Kunnen we kiezen. Dan maakt het niet meer uit of iets een ervaring of illusie is.

    Over echtheid valt te twisten

    Het enige probleem met een andere werkelijkheid dan die waarmee we nog steeds opgroeien, is dat ze niet tastbaar is. Met een avatar kun je dankzij een alomvattende 3D-omgeving online vergaderen of met vrienden eten, maar een hand op je knie is er niet bij, laat staan een omhelzing. Daar zit hem toch wel de grote voorsprong van die ene werkelijkheid waarin dat wél kan. Hoewel aan die basisbehoefte ook alweer wordt getornd door mensen die zelfs met een digitaal samengestelde huwelijkspartner trouwen. En die weliswaar niet aangeraakt kunnen worden door hun geliefde, maar wie weet een veel rijker en avontuurlijker leven hebben dan zonder partner, of met partner van vlees en bloed. 

    Over echtheid valt dus te twisten, omdat de uiterlijke verschijning van iets niets zegt over de diepste aard van dat ‘iets’ en virtuele objecten dus net zo waarachtig kunnen zijn. 

    Neem een zandkorrel die blijkt de meest fascinerende wezens te herbergen. Vaak slechts tienden van millimeters groot, maar bekijk je ze onder de microscoop, dan staart een leger komkommerachtige en geschubde gasten je aan, met langwerpige zuigende snuiten en uitstulpende interne organen. Buikharigen, die je eerder in een virtuele werkelijkheid zou verwachten, zijn met het blote oog niet te zien. Het zandstrand ziet er zelfs onbewoond uit. Is het dan what you see is what you get? Filosofen vertel ons, hoe zit het nou met die werkelijkheid? 

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    360 210 Cover

  • Hoe deze correspondent in Ethiopië in staatsvijand veranderde

    Hoe deze correspondent in Ethiopië in staatsvijand veranderde

    Tom Gardner, correspondent in Ethiopië voor The Economist, werd tegen wil en dank oorlogscorrespondent. Tot hij na een schimmige, tegen hem gerichte onlinehaatcampagne het land moest verlaten.

    Afgelopen juli reisde ik naar Amhara in de hoop soldaten te interviewen die gewond waren geraakt in Ethiopiës strijd tegen de rebellen van Tigray. Ik werd vergezeld door een jonge Ethiopische journalist, die tevens fungeerde als tolk. Voor een ziekenhuis werden we aangehouden door een groep federale politieagenten, die ons vervolgens in een jeep met een open dak gooiden. Terwijl wij op onze hurken in het voertuig zaten dat zich een weg baande naar een politiebureau, werden we omringd door vier of vijf agenten. Aan beide kanten van de straat stonden omstanders te joelen. De man die de auto achter ons bestuurde, staarde naar me en maakte een gebaar dat hij mijn keel zou doorsnijden. De politie begon ons te slaan, en de mond van mijn Ethiopische collega liep vol bloed van de klappen. Ik werd minstens twee keer met een geweerkolf op mijn hoofd geslagen. Ik smeekte de agenten met gebaren om te stoppen; ze lachten. Dat was een keerpunt voor mij. Het toch al autoritaire regime werd in deze burgeroorlog alleen nog maar bruter. Iedereen kon de vijand worden. Ook ik.

    Ik had niet verwacht dat ik oorlogscorrespondent zou worden. Net als veel mensen associeerde ik Ethiopië aanvankelijk met nieuws over hongersnood. Ik kreeg een genuanceerder beeld toen ik een master Afrikaanse politiek deed. In de paar jaar voordat ik in 2016 voor The Economist correspondent in Ethiopië werd, leek het land zich in een vreedzame, historische transformatie te bevinden. Ik raakte betoverd door het diepe historische besef van het land – de nationale mythe is zo’n drieduizend jaar oud –, door de schoonheid en door de energie van de hoofdstad. De staat bleef rigide en autoritair; de protesten ertegen werden steeds heviger. Maar van veraf leek Ethiopië nog steeds een land vol ambitie en mogelijkheden.

    In het begin schreef ik over verstedelijking en infrastructuur – spoorwegen, nieuwe huisvestingsprojecten, industrieparken en megadammen die dankzij Chinese investeringen en een Chinees model van door de staat geleide groei een enorme impuls hadden gekregen. De opkomst van Abiy Ahmed als premier in 2018 werd door velen gevierd en leidde zelfs tot ‘abiymania’. In popliedjes met titels als He Awakens Us (‘Hij maakt ons wakker’) werd zijn opkomst bezongen, mensen droegen T-shirts met zijn beeltenis en in een razend populair boek werd hij met Mozes vergeleken. Abiy bood ook een sprankje hoop op politieke openheid en persvrijheid; in 2019 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede, voor het vredesakkoord met buurland Eritrea. Toen ik aan boord stapte van de eerste commerciële vlucht tussen de twee landen in twintig jaar en getuige was van de hereniging van geëmotioneerde families, voelde ik me tevens getuige van een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis.

    Tegenstromen

    Toch waren er ook tegenstromen. De kortstondige eenheid die Abiy bracht verhulde een complexe en pijnlijke realiteit. De tientallen jaren van dictatuur en het slepende grensconflict met Eritrea hadden de rivaliteit verdoezeld tussen de drie machtigste etnische groepen van het land: de Oromo, de Amhara en de kleinste van de drie, de Tigreeërs, die slechts 6 procent van de bevolking uitmaken maar tot voor kort veel macht hadden. De breuklijnen werden groter.

    Het Eritrese regime en Abiy hadden een gemeenschappelijke tegenstander in het Tigrayan People’s Liberation Front (TPLF, het Bevrijdingsfront van Tigray), dat in 1975 was begonnen als een bende guerrillero’s. In 1991 bracht het de militaire dictatuur van Ethiopië ten val en het domineerde vervolgens het regime dat het land gedurende meer dan een kwarteeuw zou besturen. Abiy verdreef het TPLF na publieke protesten tegen het heerszuchtige bewind van de partij en gaf het herhaaldelijk de schuld van de problemen in het land. Nadat Abiy vrede had gesloten met Eritrea, vreesden de leiders van het TPLF dat de legers van Eritrea en Ethiopië hun krachten zouden bundelen om Tigray, hun thuisland in het noorden, te belagen.

    Toen ik eind oktober 2020 Tigray bezocht, lag de mobiele communicatie urenlang lang plat vanwege de oplopende spanningen, een voorbode van een veel langere stroomstoring in de regio. Enkele dagen later brak de oorlog uit, nadat Tigrese troepen een kazerne van het federale leger hadden aangevallen. De oorlogskoorts greep snel om zich heen in Addis Abeba, met bloedinzamelingen en betogingen ter ondersteuning van de regeringstroepen. Tigrese militieleden richtten een bloedbad aan onder Amhara in een grensstad in Tigray; bij vergeldingsaanvallen werden Tigrese burgers gedood of uit hun huis verjaagd. Er doken video’s op van stapels lijken; lichamen werden door huilende familieleden door de straten gedragen. Het regime van Abiy greep deze beelden aan om het conflict met terugwerkende kracht te rechtvaardigen. De propagandastrijd was begonnen.

    ‘Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen’

    Opeens deed ik verslag van een oorlog. Voor sommige aanhangers van Abiys regering diende ik een geheim doel: op sociale media bestempelden leden van de Ethiopische diaspora mij als een agent van de CIA (later zou ik ook een agent van MI6 worden genoemd). Samen met andere journalisten werd ik ervan beschuldigd de kant van het TPLF te kiezen. Aanvankelijk lachte ik dergelijke samenzweerderige beschuldigingen weg. Er waren op dat moment weinig tekenen dat de regering dergelijke praatjes serieus zou nemen. Maar onafhankelijke Ethiopische journalisten stonden al onder druk. Na het uitbreken van de oorlog werden er regelmatig journalisten gearresteerd die het hadden gewaagd de officiële regeringslijn tegen te spreken. Sommigen van hen werden fysiek mishandeld.

    Een groot Brits complot

    Al snel namen de aanvallen van het regime toe, tegen mij en andere buitenlandse journalisten, tegen medewerkers van mensenrechtenorganisaties, de Verenigde Naties en andere internationale instellingen. In december 2020 publiceerde een plaatselijk tijdschrift een coverstory waarin ik, samen met een absurd lange lijst van buitenlandse en plaatselijke journalisten, ervan werd beschuldigd deel uit te maken van een groot Brits complot om de regering van Abiy omver te werpen.

    Dat een gevestigde journalist dergelijke leugens kon verspreiden in een blad dat door velen als respectabel werd beschouwd, wees op een verontrustende verschuiving. Regeringsambtenaren leken zich achter het verhaal te scharen. Een van hen raadde het zelfs aan een ander lid van de buitenlandse pers aan.

    Regeringsgezinde activisten en trollen deden online soortgelijke aanvallen op mij en anderen. Op Facebook begon een bericht te circuleren: een verzameling politiefoto’s van buitenlandse en Ethiopische journalisten en academici – waaronder die van mij – moest suggereren dat we misdadigers waren en het TPLF steunden. Het bericht dook telkens op wanneer in de westerse pers een verhaal verscheen waarin het regime van Abiy in een negatief daglicht werd gesteld. En dat gebeurde vaak, want regeringstroepen blokkeerden de regio; mensenrechtengroeperingen beschuldigden de troepen van etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid, waaronder massamoord, uithongering en verkrachting. Ik deed verslag van deze gruweldaden, net als andere journalisten, en twitterde erover. Er verscheen een Facebookpost met beelden van twaalf buitenlandse correspondenten, waaronder ik: ‘Volg deze mensen op Twitter en stel hun leugens aan de kaak’, aldus het bericht waarin wij ‘sympathisanten van het TPLF’ werden genoemd.

    ‘Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie’

    Twitter en Facebook hadden tijdens de oorlog allebei een andere functie. Twitter was een forum voor internationale, Engelstalige discussies, waar leden van de diaspora en mensen in Ethiopië een propagandaoorlog voerden die, althans ten dele, was bedoeld voor een buitenlands publiek. Op Facebook verspreidden Ethiopiërs in toenemende mate haatzaaiende taal en desinformatie in lokale talen, die soms aanzette tot geweld in de echte wereld.

    Propagandaoorlog

    Ook Abiy zelf gooide olie op het vuur van de propagandaoorlog. In april 2021 drong hij er bij Ethiopiërs op aan niet te zwichten voor de ‘campagnes’ van westerse media. In augustus riep hij op tot een massale socialemediacampagne om ‘leugens’ in de westerse media te bestrijden. Diezelfde maand beschuldigden staatsmedia mij, samen met journalisten van de BBC, CNN en The New York Times ervan voor het TPLF te werken. De staat moedigde nu openlijk vijandigheid aan tegen westerse media en tegen mensenrechtengroeperingen en internationale instellingen die toezicht hielden op de oorlogsmisdaden van het regime.

    Tigreeërs en andere Ethiopiërs hadden het meest te lijden. Rond augustus 2021 hadden buitenlandse media en Amnesty International de systematische verkrachting en seksuele uitbuiting van Tigrese vrouwen door Eritrese en Ethiopische soldaten gedocumenteerd. Door Tigrese troepen bleken eveneens massale verkrachtingen te hebben plaatsgevonden tegen vrouwen in de regio’s Amhara en Afar. Op sociale media voerden regeringsfunctionarissen en hun aanhangers een wrede campagne om de Tigrese beschuldigingen in twijfel te trekken. Zij beweerden dat de getuigenissen van slachtoffers vals of overdreven waren, dat verkrachtingen alleen in Tigray voorkwamen en dat veel van die aanrandingen in werkelijkheid waren gepleegd door Tigrese criminelen die uit de gevangenis waren vrijgelaten. Ook werden Tigrese vluchtelingen in Soedan afgeschilderd als aanstichters van een bloedbad, zodat Tigrese beweringen over oorlogsmisdaden in een kwaad daglicht werden gesteld. Verdedigers van het regime bagatelliseerden gruwelijke daden en bestempelden enkele gedocumenteerde incidenten zelfs als leugens, waaronder een video waarop te zien is dat veiligheidstroepen een man levend verbranden. Ethiopië leek tweet na tweet, Facebookpost na Facebookpost verder te worden verscheurd.

    ‘Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin’

    Verzet tegen buitenlandse belangen van welke aard dan ook stapelden zich op. Een campagne met de hashtag #NoMore werd eind 2021 trending op Twitter en Facebook, waarbij #NoMore sloeg op een einde aan westerse inmenging, kolonialisme en leugens. Op sociale media verschenen voortdurend berichten met mijn gezicht erin. Voelde ik me voorheen veilig in Addis Abeba, nu begon ik me zorgen te maken dat ik in het openbaar zou worden herkend en mishandeld, of dat ik op een dag thuis zou komen en ontdekken dat mijn huisbaas de sloten had veranderd.

    Deels was ik paranoïde. In die tijd werden duizenden Ethiopiërs, meestal etnische Tigreeërs, opgepakt en in interneringskampen gegooid. Toen mijn Ethiopische collega en ik in Amhara in elkaar werden geslagen, kreeg mijn collega het zwaarder te verduren. Buitenlanders waren relatief veilig. Maar ik merkte dat die onlinezwartmakerij mijn echte leven begon binnen te sijpelen. Medio 2021 hingen in delen van Addis Abeba reclameborden met de oproep aan ‘blanke duivels’ om het land te verlaten. Ze waren afkomstig van een hel-en-verdoemenisprediker die reclame maakte voor zijn YouTubekanaal. Maar het was veelzeggend dat de regering ze liet hangen.

    GettyImages 1364509277 1
    Het wrak van een grote tank in de stad Haik in de Ethiopische regio Wollo. Haik is een van de steden die langdurig zijn bezet door het Tigrayan People’s Liberation Front sinds de invasie in de regio Amhara, die in juli 2021 begon. – © J. Countess / Getty

    Status als buitenstaander

    Ik werd me steeds meer bewust van mijn status als buitenstaander: gewantrouwd, onwelkom. Ik was met vrienden op reis in de oostelijke stad Harar toen de eigenaar van een bar me op een avond zei dat ik, omdat ik Brits was, wel journalist moest zijn – en dat ik, als ik een Britse journalist was, wel door het TPLF zou worden betaald. Geschrokken verdween ik in de nacht. Toen het regime eind vorig jaar de noodtoestand afkondigde, begon de politie overal in de hoofdstad huiszoekingen te doen en arrestaties te verrichten. Wekenlang heb ik onrustig geslapen, in afwachting van die luide klop op de deur.

    In maart dit jaar kwam de regering een wapenstilstand overeen met het TPLF. De situatie was rustiger geworden en de betrekkingen tussen het regime van Abiy en het Westen waren aan het verbeteren. Ik bleef me verdiepen in het mechanisme achter de oorlog. Ik was geïnteresseerd in hoe onderzoek dat in Ethiopië werd uitgevoerd door een westerse geleerde de regering in staat leek te stellen oorlogsmisdaden te vergoelijken, waaronder het gebruik van honger als wapen tegen Tigray. Een beleefde e-mail die ik op 1 mei naar een westerse denktank stuurde, leidde tot een nieuwe onlinehaatcampagne die twee weken duurde, dit keer tegen mij persoonlijk. Mijn e-mail aan de denktank werd openbaar gemaakt op Twitter, waar regeringsgezinde figuren opnieuw de beschuldiging verspreidde dat ik in naam van het TPLF opereerde. Maar er was ook iets veranderd: er gingen nu ook stemmen op om mijn accreditatie als journalist in te trekken.

    ‘De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten’

    Sommige berichten op sociale media waren afkomstig van de Ethiopische diaspora, andere van westerse verdedigers van Abiy. Staatsmedia publiceerden opnieuw beweringen over mijn ‘verachtelijke gedrag’, samen met de suggestie dat ik ‘naar huis zou worden geroepen om ontslagen te worden’. Op 13 mei ontboden de media-autoriteiten van de regering me op hun kantoor en overhandigden me een brief: mijn persaccreditatie was ingetrokken. De volgende dag belde een immigratiebeambte me om te zeggen dat ik 48 uur had om het land te verlaten. Van het ene op het andere moment was mijn leven in Ethiopië voorbij.

    Arrestaties

    Sinds mijn vertrek in mei zijn in korte tijd nog veel meer Ethiopische journalisten en activisten gearresteerd. Een van de gearresteerden is de auteur van het verhaal in het tijdschrift waarin ik en andere journalisten aan het begin van de oorlog werden aangevallen. Zelfs hij had zich niet trouw genoeg getoond aan de regeringslijn. (Volgens zijn familie is hij tijdens zijn hechtenis geslagen.) Hij is een van de tientallen andere schrijvers, commentatoren en fotografen die sinds 2020 gevangen zijn gezet. Vorig jaar werden twee journalisten vermoord. Verscheidene andere buitenlandse journalisten zijn verbannen of hebben een werkverbod gekregen. De Ethiopische commissaris voor de mensenrechten noemde de situatie een ‘nieuw dieptepunt’ voor het land.

    Vrienden in Addis Abeba stuurden me een video die een paar dagen nadat ik het land was uitgezet werd gepost. Een Ethiopische commentator, Seyoum Teshome, was mijn vertrek aan het vieren in een talkshow op YouTube. Als een opgehitste Tucker Carlson schreef hij in zijn tweets het woord ‘journalisten’ tussen aanhalingstekens. Nu expliciteerde hij zijn beschuldiging dat ik en anderen voor het TPLF werkten. ‘Tom Gardner is het land uitgezet, toch? En waarom?’ zei hij, in het Amhaars. ‘Ik heb dertig of veertig keer bewezen dat hij een crimineel is. Voordat hij het land werd uitgezet, zei ik al tegen jullie: houd hem in de gaten, nietwaar?’ Hij zei ‘duizend keer’ te hebben bewezen dat ik deel uitmaakte van het TPLF.

    Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd

    Deze tirade op televisie, inmiddels meer dan honderdduizend keer bekeken op YouTube, was de kroon op de lange digitale campagne tegen mij. Moderne digitale oorlogsvoering, bedoeld om verwarring te zaaien, wordt nu overal gevoerd, van Oekraïne en Syrië tot China en verder. Deze ervaring herinnert me er op pijnlijke wijze aan dat China niet alleen model heeft gestaan voor de door de staat gestuurde economische ontwikkeling van Ethiopië. De regering heeft duidelijk meer verontrustende lessen geleerd van China en andere autoritaire staten. Ze heeft geleerd hoe ze een moderne, digitale autocratie kan worden.

  • Het bewogen leven van een zandkorrel

    Het bewogen leven van een zandkorrel

    In het zand krioelt het van de kleine wezens, vaak maar tienden van millimeters groot. Maar onder de microscoop worden het ‘komkommerachtige en geschubde gasten met uitstulpende interne organen’.

    Vakantie aan zee: halfnaakte mensen liggen te zonnen op bontgekleurde handdoeken, kinderen bouwen zandkastelen en slotgrachten, sportievelingen joggen of worstelen met de golven. Maar op het strand is er nog meer aan de hand. Want niet alleen op, maar ook onder het badlaken krioelt het van leven. In het vochtige labyrint van zandkorrels kruipen, kronkelen en woelen piepkleine beestjes, zo klein dat het blote oog de meeste niet kan zien.

    ‘In een handvol zand kunnen honderden, soms duizenden organismen leven,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa, conservator bij het Centrum voor Natuurkunde in Hamburg en specialist in ongewervelde dieren. De samenstelling van die populatie is zeer divers: de rand van de zee wordt bevolkt door tienduizenden soorten. In microscopisch kleine ruimten die zijn achtergelaten door minerale deeltjes, die zelf vaak slechts een fractie van een millimeter groot zijn, wonen ze in poriën die gevuld zijn met water dat een wijdvertakt systeem van minikanaaltjes heeft gevormd. De bewoners hebben zich goed aangepast aan deze ongewone habitat. Vooral in het gebied met hoog- en laagwater hebben zij voortdurend te kampen met temperatuurschommelingen en een wisselend gehalte aan voedingsstoffen, maar ook met stormen die hun habitat kunnen wegvagen en de kolkende zee, die soms met tonnen wegende brekers op het strand neerklettert.

    Complexe structuur

    Deze interstitiële fauna, oftewel de dierenwereld die tussen de zandkorrels leeft, is een van de meest fascinerende gemeenschappen op de planeet. Een wereldwijde inventarisatie ervan is nog in volle gang. Telkens weer vinden biologen nieuwe, onbekende familieleden, zoals onlangs nog op de stranden van Italië. Onderzoekers willen weten welke rol elk afzonderlijk dier speelt in de zeer complexe structuur. Ze willen ook weten hoe de minder mobiele wezens erin zijn geslaagd om biotopen in de hele wereld te veroveren en hoe milieuveranderingen, zoals vervuiling van de zee, de gemeenschappen beïnvloeden. Er zijn nog veel leemten in de kennis over het rijk der zandkloofjes.

    De wezens die de kuststrook bevolken zien er bizar uit. Ze zijn vaak slechts tienden van millimeters groot, maar onder de elektronenmicroscoop groeien ze uit tot vreemde en angstaanjagende monsters. Voor het oog van de waarnemer verschijnen borstelige wezens zonder ogen, komkommerachtige en geschubde gasten, soms met zuigende proboscisorganen [langwerpige, multifunctionele snuiten], soms met uitstulpende interne organen.

    In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan

    In de kuststrook wonen ook dinoflagellaten, organismen die normaal gesproken uit slechts één cel bestaan. Zij kunnen noch bij dieren, noch bij planten worden ingedeeld en vormen een zelfstandige tak in de stamboom van het leven. Omdat veel soorten een schild van cellulose dragen, worden ze ook wel ‘gepantserde flagellaten’ genoemd.

    De meeste hebben twee lange flagellen [zweepharen]: ranke aanhangsels die hen helpen door de waterige poriën te roeien en van richting te veranderen. Sommige dinoflagellaten kunnen de energie die ze nodig hebben zelf produceren met behulp van chlorofyl, dat in hun cellen wordt opgeslagen en van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het licht dat ze nodig hebben voor fotosynthese halen ze uit de bovenste, zonovergoten zandlagen, en koolstof komt uit het zeewater.

    Buikharigen

    Ook gastrotricha of buikharigen bevolken de zandbodem. Met trilhaartjes aan de buikzijde kruipen of glijden ze door de fijne gangenstelsels, terwijl zintuigharen op hun kop de omgeving scannen. Hun favoriete voedsel bestaat uit kiezelalgen en bacteriën. Die zuigen ze op met hun slokdarm in het darmkanaal dat door hun hele lichaam loopt. Wanneer ze dreigen weg te spoelen, scheiden ze uit klieren aan hun achterste een soort lijm af waarmee ze zich in een oogwenk aan een zandkorrel kunnen hechten; andere klieren produceren dan weer een soort oplosmiddel, dat hen helpt om los te komen. ‘Bovendien lijken gastrotricha verdedigingsstoffen te produceren waarmee ze zich beschermen tegen roofdieren zoals platwormen,’ zegt Alexander Kieneke van het Duitse Centrum voor Onderzoek naar Mariene Biodiversiteit in Wilhelmshaven, dat onderzoek doet naar deze diertjes. Hij en zijn collega’s kennen tot nu toe bijna duizend soorten. Toch is dat maar een fractie van de werkelijke diversiteit. ‘In zandkloofjes leven ongeveer vijfduizend tot achtduizend soorten in totaal,’ schat de bioloog.

    Andere specialisten in de jungle van zandkorrels:

    Tardigrades oftewel beerdiertjes. Deze soorten die in het zand leven, zijn ongeveer een millimeter groot en hun mollige lichaam verplaatsen ze met acht pootstompjes. Daarmee klauteren ze over minerale deeltjes, waaraan ze zich met klauwen of kleefschijfjes kunnen vasthouden. Ze voeden zich met algen of gaan op jacht. Ze vangen rotifera oftewel raderdieren, draadwormen of andere beerdiertjes, die ze uitzuigen. Dat doen ze door de kegel van hun bek tegen hun prooi aan te drukken, waarna er scherpe stekels naar buiten schieten om het slachtoffer te steken. Om actief te kunnen zijn is een dun laagje water al genoeg voor ze. Soortgenoten die op korstmossen en mossen leven, weten zelfs hoe ze zich moeten behelpen als hun territorium opdroogt. Dan trekken ze hun poten in, scheiden een groot deel van hun lichaamsvocht uit en verschrompelen tot een tonnetje. In die doodse toestand kunnen deze overlevingskunstenaars het jaren uithouden – totdat de omgeving weer vochtig wordt.

    Dan zijn er dieren die oorspronkelijk in grotere maten in het water of op het land leefden en in de loop van de evolutie zijn gekrompen tot dwergformaat om zich te kunnen aanpassen aan de omstandigheden op de bodem: slakken, krabben en kwallen. De Parhedyle cryptophthalma bijvoorbeeld, een piepklein, schelploos slakje, of de Pleurocope dasyura, een schaaldier. De Halammohydra, een 1,3 millimeter grote medusa, is tijdens deze verkleining zelfs zijn schild kwijtgeraakt; daarmee had hij onmogelijk vooruit kunnen komen in het nauwe kanalenstelsel. Naast deze organismen, die hun hele bestaan doorbrengen in het verborgene, zijn er ook andere, tijdelijke gasten. ‘Dat zijn jongere stadia van dieren die uiteindelijk groter worden; ze maken alleen gebruik van deze ruimtes zolang ze erin passen,’ zegt Kieneke. Daaronder bevinden zich de nakomelingen van veel mariene anneliden, oftewel ringwormen.

    Bedrijvigheid

    De bedrijvigheid in de kuststrook is ongelijk verdeeld: landinwaarts, waar ook bij het hoogste getij geen golven meer zijn, wordt die steeds minder. Daar is alleen nog iets te vinden in zeer diepe, vochtige lagen. Dichter bij de zee, in het gebied van eb en vloed, gedijt alles weelderig, tot in zee, waar zand de bodem bedekt. ‘Sommige bewoners migreren ook, hetzij in een jaarlijkse cyclus, hetzij in de loop van hun leven, hetzij met de getijden,’ zegt Schmidt-Rhaesa. Zo hebben tardigrades de neiging om in de zomer en de herfst in de bovenste lagen te blijven, en in de winter en de lente naar grotere diepten weg te kruipen.

    Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn

    Op alle continenten hebben biologen inmiddels op stranden gegraven. Tot hun verbazing vonden ze soms dezelfde soorten op plekken die ver van elkaar verwijderd zijn. Sommige soorten lijken zelfs kosmopoliet te zijn, en dat ondanks het feit dat de meeste van hen nauwelijks in staat zijn hun woonplek te verlaten. Evenmin laten ze in het water larven los, die naar nieuwe kusten zouden kunnen drijven. ‘We hebben nu met behulp van genetische analyses kunnen aantonen dat de soorten waarvan we aanvankelijk dachten dat ze identiek waren, vaak niet meer dan zeer nauwe verwanten zijn,’ zegt Kieneke. ‘Maar toch moeten hun gemeenschappelijke voorouders ooit enorme afstanden hebben afgelegd voordat zij nieuwe populaties op verre kusten konden vestigen.’

    De onderzoeker uit Wilhelmshaven wilde samen met een internationaal expeditieteam te weten komen hoe de diertjes dat voor elkaar kregen. Aan boord van het Duitse onderzoeksschip Meteor voeren ze in 2018 naar de Azoren. Daar namen ze monsters van de zandgronden in de ondiepe wateren voor de eilanden en van nabijgelegen onderwaterbergen. Ze zijn nog steeds aan het evalueren wat ze mee naar huis hebben genomen, maar het is nu al duidelijk dat er soorten voorkomen die voorheen alleen bekend waren van de kusten op het vasteland. ‘Blijkbaar speelden oceanische eilanden in de uitgestrekte diepzee een belangrijke rol als bruggenhoofd voor geleidelijke verspreiding,’ zegt Kieneke. Hij wil nu met genetische analyses duidelijk krijgen in hoeverre het genetisch materiaal van de levende soorten die ver uit elkaar leven met elkaar overeenkomt.

    Koloniseren

    En hoe overbrugden deze kleine dieren de modderige, bijna zandloze bodem van de uitgestrekte oceanen om vervolgens eerst eilanden op volle zee en daarna verre kusten te koloniseren? ‘Plukjes bruine algen die op het water drijven of zwemmende zeeschildpadden kunnen ze hebben vervoerd,’ zegt Kieneke. ‘Kloofbewoners voelen zich thuis op planten en de pantsers van dieren.’

    Andere wetenschappers onderzoeken wat menselijk ingrijpen in de natuur voor de kleintjes in de kloof betekent. Olielozingen op stranden en grootschalige zandwinning brengen grote en langdurige schade toe aan het onderaardse volk. Uit studies blijkt dat klimaatverandering het ecosysteem aantast door verzuring en stijging van de watertemperatuur. Biologen houden bij hoe het aantal en de diversiteit van de strandbewoners verandert.

    Ook fijngemalen plastic afval uit zee is in de zandkloofjes terechtgekomen. ‘We vinden nanodeeltjes en nanovezels in de diertjes. Ze verwarren die vreemde dingen met voedsel en krijgen ze binnen,’ zegt Andreas Schmidt-Rhaesa uit Hamburg. ‘We weten echter nog niet of en hoe dit schadelijk is voor individuele organismen.’ Effecten op de wereld van deze kleine wezens zijn uiterst moeilijk te meten en het onderzoek ernaar is nog maar net begonnen.

    _____

    Uit studies is gebleken dat sommige tardigrades bestand zijn tegen kou van min 200 graden en hitte van 148,9 graden. Ze wonen niet alleen in het zand, maar in een verscheidenheid van extreme habitats. Omdat ze zo veerkrachtig zijn, konden ze zelfs op de maan landen: onderzoekers vermoeden dat enkele duizenden exemplaren de crash van een Israëlische sonde daar in 2019 hebben overleefd.

    In 1933 werd de term ‘interstitiële fauna’ voor het eerst gebruikt door de Duitse zoöloog Adolf Reman, voor kleine diertjes met een lengte tussen ongeveer 30 micro- en 1 millimeter die zich tussen zandkorrels kunnen voortbewegen zonder dat de korrels verschuiven.

  • Waarom de Engelsen van luie sporten houden

    Waarom de Engelsen van luie sporten houden

    Cricket, croquet en zelfs tennis behoorden ooit tot de grote zweetvrije Britse sporten, waarbij deelnemers een lange broek, trui en zelfs stropdas droegen. ‘Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis.’

    Er was eens een tijd, toen de trofee van Wimbledon bijna exclusief door Britse handen werd vastgehouden, dat je op de baan in Zuidwest-Londen kon winnen met een lange broek. Zelfs met een stropdas, als je ver genoeg teruggaat. Maar in die lang vervlogen dagen was tennis nog een zweetvrije sport.

    Nou ja, een paar druppeltjes misschien, maar er vloog beslist minder vocht in het rond dan tegenwoordig, nu zweetbandjes, transpiratie en regelmatig afvegen met de handdoek een onderdeel zijn geworden van een fetisjistische show van pijn en inspanning. Een show die vaak gepaard gaat met verbale ejaculaties van soms nogal alarmerende intensiteit. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die het geluid van Wimbledon zachter moet zetten vanwege het voortdurende gebrul aan de baseline. 

    Maar zo was het niet altijd. Lang voordat vrouwen hartstochtelijk gingen kreunen, serveerden zij onderhands, gekleed als de weduwen van Downton Abbey, terwijl de mannen – denk aan Fred Perry, drievoudig winnaar in de jaren dertig – zelfs een trui droegen. Het feit dat dit bovendien de periode was dat Groot-Brittannië uitblonk in tennis, is intrigerend.

    Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis

    Cricket is ook al zo’n geweldige zweetvrije sport: zelfs tot op de dag van vandaag is zweten niet gepast, tenzij je langdurig en intensief aan het bowlen bent. Zweten doe je dus niet, behalve als het echt heel heet is, wat in Groot-Brittannië meestal niet het geval is. Bovendien zit het spel zo in elkaar dat de fysieke inspanning die de spelers moeten leveren slechts zes ballen duurt. Daarna kunnen ze weer gaan luieren op het buitenveld en nadenken over hun volgende Mr Kipling.

    GettyImages 3365348
    – De Engelsman Fred Perry (rechts) en de Duitser Gottfried von Cramm voorafgaand aan de finale in het enkelspel voor heren op de Wimbledon Lawn Tennis Championships in 1935. Perry won met 6-2 6-4 6-4.  © A. Hudson / Topical Press Agency / Getty Images

    Daar zit wat in: geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis. Ik weet zeker dat ik eindeloos rustige worpen zou kunnen doen met mijn rechterarm zonder dat er ook maar een enkele zweetklier gaat werken, en volgens mij ben ik niet de enige. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het slechte Engelse weer, want waar ter wereld hebben spelers bij een zomersport een wollen trui nodig die net zoveel weegt als een dwergteckel? 

    Maar het blijft een feit dat buiten adem raken bij cricket hetzelfde betekent als hevig transpireren op de golfbaan: je lichaam waarschuwt je dat er iets anders is om je druk over te maken dan je slaggemiddelde. Hoog tijd om naar de huisarts te gaan.

    Croquet

    De nummer 1 van de Britse zweetvrije sporten is croquet, het vriendelijke gezicht van het sadomasochisme uit de Home Counties [de regio Londen / Zuidoost-Engeland]. Bij croquet is het ogenschijnlijk de bedoeling dat je de bal door poortjes krijgt, maar in werkelijkheid gaat het erom dat je je tegenstander vernedert. In veel opzichten is de sport vergelijkbaar met golf, vooral in die zin dat het enige waardoor je transpireert de emotionele druk is en niet zozeer de fysieke inspanning die het kost om een houten hamer of een golfclub te hanteren. 

    Is het een verrassing dat Engeland bij croquet vaak bovenaan het wereldklassement staat? Op de voet gevolgd door de Schotten en de Welsh?

    GettyImages 3135932
    – Een speler ligt in de juiste positie om goed zicht door het poortje te krijgen tijdens een croquetwedstrijd. © Stan Meagher / Express / Getty Images

    Uiteraard staan eten en drinken centraal bij alle Engelse sporten. De negentiende hole bij golf – de bar – is minstens zo geliefd bij de meeste spelers als de achttien holes die eraan voorafgaan. In die zin lijken golf en croquet ook op elkaar. Het is geen geheim dat je croquet probleemloos kunt spelen op een verfrissend glas Pimm’s of een gin-tonic. 

    Net als de andere zuiver zweetvrije sporten vereist croquet nul conditie en is er geen leeftijdsgrens: mijn vader vierde zijn zeventigste verjaardag door alle tegenstanders te verslaan tijdens een rijkelijk besprenkelde croquetmarathon in de sneeuw.

    Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is

    Dat brengt ons bij snooker, een andere sport die zo typisch Engels is dat drinken en roken tot voor kort op het hoogste niveau verplicht waren. Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is: als je een paar trappen op kunt lopen zonder tintelingen in je linkerarm te voelen, heb je je fitnessprogramma duidelijk te serieus genomen. Snooker en darts zijn misschien wel de laatst overgebleven bolwerken van echt zweetvrije topsport.

    Niet voor niets zijn deze terreinen van menselijke inspanning ofwel volledig genegeerd door het Internationaal Olympisch Comité, ofwel genoten ze een veel te korte olympische opflakkering. Cricket en croquet waren alleen op de Spelen van 1900 toegelaten (respectievelijk Groot-Brittannië en Frankrijk streken met de eer), terwijl golf in 1900 en 1904 meedeed en pas in 2016 weer een olympische discipline werd. Het schijnt dat ook darts hoopt op een plaatsje bij de Spelen. We zullen zien.

    GettyImages 3320883
    – Meervoudig kampioen John Solomon bij de jaarlijkse croquetkampioenschappen in Hurlingham. © Edward Miller / Keystone / Getty Images

    Schieten

    Tot de overige geweldige zweetvrije sporten behoort natuurlijk ook het schieten; een activiteit die zelfs origami fysiek zwaar doet lijken. Je kunt het beoefenen met een stropdas om en een sigaret in je mond (indien toegestaan), zelfs als je lijdt aan morbide obesitas, en dat allemaal zonder dat je hartslag ook maar een tikkie omhooggaat. In dit opzicht is schieten de zweetvrije sport bij uitstek, en dat het nog steeds op het olympisch programma prijkt is beslist een ongewone overwinning voor de zorgeloze schutters. Moge deze nog lang voortduren.

    Hoe komt het dat de Britten zich zo aangetrokken voelen tot sporten die nul fysieke inspanning vergen? Zit het misschien in het bloed? Zonder twijfel zit het in ons culturele dna gebakken dat wij ons niet moe maken aan voorbereiding of training vlak voor een wedstrijd. Het hoort niet en we vinden het zelfs iets weg hebben van bedrog. Natuurlijk mag je wel winnen, maar God verhoede dat je daarvoor te hard je best doet. De Engelsman is meer onder de indruk van behendigheid.

    Dus de volgende keer dat het plaatselijke cricketteam je vraagt om te batten, of als de dominee je uitnodigt voor een potje croquet, doe dan enthousiast mee, maar breng jezelf niet in verlegenheid door je al te veel in te spannen. En vergeet niet een dikke trui mee te nemen.

  • Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbal biedt Jemenieten troost in slepende oorlog

    Voetbaltoernooien zijn een manier om het aanhoudende oorlogsgeweld in Jemen even te kunnen vergeten. Bovendien versterken de patriottische liederen van het publiek de hoop op een vreedzame toekomst voor iedereen.

    Keuze uit het archief

    Te midden van de oorlog en de humanitaire crisis die in Jemen woeden en die deze week weer zijn opgelaaid na de Amerikaans-Britse aanval op de Houthi’s, is er één ding waar de Jemenieten troost en voldoening uit halen: voetbal. De teamsport zorgt ervoor dat de bevolking de oorlog, die al sinds 2014 gaande is, even kan vergeten en brengt mensen uit heel het land bij elkaar, zoals deze reportage van Al Jazeera uit 2022 laat zien. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ aldus een van de voetballers.

    De gewelddadige strijd in Jemen heeft al aan ruim 370.000 mensen het leven gekost. De liefde voor voetbal die veel Jemenieten koesteren helpt hen het hoofd te bieden aan de verwoestingen, het geweld en de humanitaire crisis die hun land teisteren.

    Officieuze voetbaltoernooien in dorpen en steden brengen Jemenitische jongens en mannen samen en bieden hun een schijn van een normaal bestaan. Op geïmproviseerde voetbalvelden van zand en steen tonen amateurspelers hun vaardigheden aan een juichend publiek dat vaak van heinde en verre is toegestroomd. Stoeltjes zijn er niet. De toeschouwers – van achthonderd tot vijftienhonderd man – moedigen hun helden de hele wedstrijd staand aan met spreekkoren en gezang. 

    Zoals aan veel aspecten van het openbare leven in Jemen kwam er ook een abrupt einde aan officiële voetbalcompetities, nadat de oorlog in 2014 was uitgebroken.

    In het politieke vacuüm dat volgde op het aftreden van Ali Abdullah Saleh, de man die vele jaren president van het land was geweest, probeerde de door Iran gesteunde Houthi-groepering de macht in Jemen te grijpen. De Houthi’s veroverden de hoofdstad Sana’a en verdreven de door de Verenigde Naties erkende regering en haar president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die de steun genoot van Saoedi-Arabië en andere regionale spelers.

    Voor 5 miljoen mensen dreigt hongersnood en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen

    Meer dan de helft van de 370.000 doden is omgekomen door honger, gebrek aan gezondheidszorg en onveilig water, die weer het gevolg zijn van een zwaar beschadigde infrastructuur. Bijna 25 miljoen Jemenieten hebben nog steeds hulp nodig, voor 5 miljoen dreigt hongersnood, en meer dan 1 miljoen mensen hebben cholera opgelopen. 

    In deze erbarmelijke omstandigheden zoeken veel Jemenieten hun toevlucht tot voetbal, niet alleen in de vorm van officieuze toernooien, maar ook straatvoetbal.

    Sportieve infrastructuur

    Volgens Sami al-Handhali, voetbalcommentator en voormalig speler van Al-Ahly Taiz, is de sportieve infrastructuur vermorzeld. Stadions en sportcentra waren het doelwit van aanvallen of werden omgebouwd tot militaire bases. Hoewel de officiële voetbalcompetities in september vorig jaar werden hervat, blijft de financiering van sportclubs en sporters schamel, zegt hij.

    ‘Door eigen evenementen te organiseren op geïmproviseerde voetbalvelden hebben Jemenieten het enthousiasme voor het voetbal nieuw leven ingeblazen,’ aldus Al-Handhali tegen Al Jazeera. ‘Zo kunnen ze hun benarde situatie weer een beetje aan. Mooi is ook dat er op deze manier nieuwe talenten zijn ontdekt, door zowel clubs als door het nationale team. Bovendien voorkom je op deze manier dat jonge mannen in het oorlogsgeweld verwikkeld raken, omdat de banden tussen spelers en publiek van allerlei regio’s en stammen zo worden aangehaald.’

    Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen

    De wedstrijden versterken niet alleen de verbondenheid met een dorp of provincie, maar komen ook gevoelens van nationale eenheid ten goede, ondanks de jarenlange verdeeldheid, met twee rivaliserende regeringen. Het publiek zingt vaak patriottische liederen en roept op tot een verenigd en vreedzaam thuisland voor iedereen.

    Voor Ramzy Mosa’d (25) zijn de voetbaltoernooien een kans om contact te maken met landgenoten op een manier die hij niet gewend is. Hij behoort tot de Muhamasheen, een gemarginaliseerde bevolkingsgroep van Afrikaanse afkomst. Het is voor hem moeilijk te ontsnappen aan de sloppenwijken van Jibla, een plaatsje in het zuidwesten van Jemen, vlak bij de stad Ibb. Hier wonen de Muhamasheen, afgezonderd van andere Jemenieten, opeengepakt in onderkomens van riet of karton. Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, schoon water, sanitair en ononderbroken stroom zijn er niet.

    Vandaar dat de uitnodiging aan het Muhamasheen-voetbalteam ‘Elnaseem’ om deel te nemen aan een toernooi in het district Assayani en te spelen tegen andere teams uit de regio Ibb ‘ons hart verwarmde’, zegt Mosa’d. ‘Dat de bevolking van Assayani naar onze wedstrijden kwam kijken, was van onschatbare waarde. We waren overweldigd en zielsgelukkig toen de menigte ons toejuichte alsof we zonen van de streek waren.’ Als klap op de vuurpijl won zijn team het toernooi.

    Als gevolg van een eeuwenoude sociale hiërarchie waarin de Muhamasheen helemaal onderaan staan wordt deze bevolkingsgroep uit de samenleving geweerd. Juist daarom werd de uitnodiging om deel te nemen aan het toernooi zo enorm gewaardeerd. ‘We wilden anderen laten zien dat wij ook talentvolle voetballers hebben en dat we graag deel van de samenleving willen worden.’

    ANP 408052981
    – Jonge Jemenieten voetballen in 2020 in een wijk in Sana’a. De nationale competitie van Jemen is opgeschort vanwege de burgeroorlog, die in 2015 begon. © EPA/Yahya Arhab

    Nieuwe levenskracht

    Dit specifieke toernooi vindt sinds 2017 elke winter plaats in de regio waar de Houthi’s het voor het zeggen hebben, vertelt Motee’ Dammaj, een van de organisatoren en financiers van het toernooi in Assayani. Er worden uitnodigingen verstuurd naar liefst zestien teams uit dorpen in Assayani en Jibla. ‘We willen dergelijke evenementen organiseren omdat de liefde van de Jemenieten voor de sport ons welbekend is,’ zegt Dammaj, ‘en om veel Jemenieten die door de oorlog zijn getroffen nieuwe levenskracht te geven en de sociale banden tussen hen te versterken.’

    De situatie in het land maakt deelname echter niet altijd voor iedereen mogelijk, zegt Dammaj. ‘Elk jaar is er veel publiek, doen veel spelers mee, de stemming zit er altijd goed in. Door het acute brandstoftekort is het voor velen moeilijk om naar het toernooi te komen, maar toch lukte het acht teams om mee te doen.’ Hij is vooral blij met de deelname van de Muhamasheen. ‘Het is belangrijk om de spiraal van discriminatie te doorbreken waarmee deze minderheid al jaren wordt geconfronteerd’.

    In 2017 ontvluchtte Hamza Mahrous, toen dertien jaar, samen met honderdduizenden anderen de havenstad Hodeida aan de Rode Zee vanwege het escalerende geweld. Hij vestigde zich met zijn familie in Taiz, dat ook niet voor geweld gespaard bleef en sinds 2015 zucht onder een blokkade door de Houthi’s.

    Al op jonge leeftijd ontwikkelde Mahrous, die afkomstig is van het Jemenitische platteland, een grote liefde voor voetbal. Hij sleepte diverse onderscheidingen in de wacht, als spits in zijn schoolteam en voor een lokale club. In Taiz draafde hij op in officieuze toernooien die werden gespeeld in de door oorlog verwoeste straten van de wijk Al-Masbah, waar hij woonde. Hij werd al snel ontdekt door lokale teams, waaronder Talee’ Taiz en Ahly Taiz. In 2019 werd hij opgemerkt door een groep scouts die op zoek waren naar spelers voor het nationale elftal. Hij kreeg een uitnodiging om zich bij de selectie onder 15 te voegen.

    Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht

    ‘Ik had nooit durven dromen dat ik nog eens voor het nationale team zou spelen, gezien de zware tijden die we hebben gehad na onze vlucht,’ vertelt Mahrous. ‘Maar door vol te houden en te oefenen, op straat en op voetbalvelden, en dankzij de steun van mijn ouders, is het gelukt.’

    In december 2021 gaven Mahrous en zijn medespelers hun landgenoten een zeldzame reden om te gloeien van nationale trots: ze wonnen het West-Aziatisch kampioenschap voor junioren door Saoedi-Arabië in de finale na strafschoppen te verslaan. De Jemenieten vierden feest in de straten, waar trots en eensgezindheid heersten. Sommigen schoten van pure blijdschap hun wapens leeg in de lucht. 

    ‘Ik merkte dat ik had bijgedragen aan een gevoel van geluk waar miljoenen Jemenieten zo naar verlangden en dat ze zo nodig hadden. Dat kon alleen door voetbal – een sport waar iedereen van houdt,’ zegt Mahrous.

    Stilstand

    Saad Murad (30) vertelt dat hij door de oorlog zijn voetbalcarrière niet heeft kunnen voortzetten. Na ruim tien jaar, waarin hij zich had opgewerkt van schooltoernooien in zijn thuisstad Damt tot speler op het hoogste niveau bij de club Dhu Reidan, leek hij klaar voor het nationale team. Maar toen de competitie en alle officiële sportactiviteiten werden opgeschort, kwam Murads carrière tot stilstand. Alleen de officieuze toernooien die ‘s winters plaatsvinden herinneren hem aan zijn vroegere voetballeven.

    ‘Deze lokale toernooien bieden troost en geven me een manier om mijn verloren dromen te accepteren,’ zegt Murad, die geen baan kan vinden door de erbarmelijke economische situatie in het land.

    Met de deelname van tweeëndertig officiële voetbalclubs en spelers van het nationale team was het toernooi dat afgelopen winter in Damt werd gehouden een van de grootste voetbalevenementen in het land in zeven jaar. Volgens Moammar al-Hajri, lid van het organisatiecomité in Damt, vindt dit toernooi sinds 2018 jaarlijks plaats dankzij onafhankelijke financiering en donaties en door steun van zakenlieden, bedrijven en Jemenieten in het buitenland.

    ‘Het winnende team won dit jaar ongeveer 500.000 Jemenitische riyal [bijna 2000 euro] aan prijzengeld, en de verliezend finalisten ontvingen 300.000 Jemenitische riyal [bijna 1200 euro],’ zegt Al-Hajri. Dat zijn grote bedragen in een land waar de lokale munt forse devaluaties heeft ondergaan als gevolg van de oorlog. Banen zijn verloren gegaan, salarissen worden niet uitbetaald, miljoenen mensen houden met moeite het hoofd boven water. En tot overmaat van ramp heeft een brandstoftekort de inflatie opgedreven.

    ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven’

    Mahioub al-Marisi, een vijftigjarige ambtenaar die dit jaar met zijn kinderen de meeste wedstrijden van het toernooi bijwoonde, stond versteld van het grote aantal bezoekers uit verre streken, die vaak te voet waren gekomen. ‘De velden waren zanderig, maar dat kon het enthousiaste publiek niet deren,’ zegt hij. ‘De mensen stonden tot op de rand van boerengebied om een ​​glimp op te vangen van de wedstrijden, zo blij waren ze dat ze erbij konden zijn. Het heeft het moreel van de Jemenieten voor een deel hersteld.’

    Buiten deze toernooien gaat de 22-jarige Jameel Nasher bijna dagelijks naar een veldje in de buurt van zijn huis aan de weg naar Taiz in Ibb, waar hij ‘s middags andere liefhebbers ontmoet om tot ’s avonds laat te voetballen. Hij is groot fan van Mohamed Salah en draagt het ​​Liverpool-shirt met nummer 11 van de Egyptenaar.

    Nasher heeft een team van acht spelers samengesteld. Op het veld is er een bonte verzameling kleuren, elke speler draagt een shirt ​​van de club waar hij fan van is. ‘Ons leven is door oorlog verwoest, maar de liefde voor voetbal en het spelen op straat zijn gebleven,’ zegt hij. ‘We zijn opgegroeid met voetbal, en het is een geruststellend idee dat dat ons niet is afgenomen.’

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Woede in Iran over bekroonde film

    Kritisch beeld of propaganda?

    FILM | Een moordenaar keert ’s nachts terug naar huis, nadat hij zich heeft ontdaan van een lichaam. De camera beweegt omhoog en laat Mashhad, de op een na grootste stad van Iran, van bovenaf zien. De verlichte straten, met in het centrum de grootste moskee van Iran, Imam Reza, doen denken aan de draden van een spinnenweb. Dat is een van de beelden waar recensenten van Holy Spider over vallen, analyseert de Iraanse diasporanieuwssite IranWire, gevestigd in Londen. Deze nieuwe film van regisseur Ali Abbasi, die werd geboren in Teheran en nu in Denemarken woont, is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een seriemoordenaar, bijgenaamd ‘de spinnenmoordenaar’, die in 2000 in Mashhad zestien prostituees wurgde. Nadat hij was veroordeeld, verklaarde hij dat hij de ‘ontucht in de straten van de heilige stad had willen uitroeien’, een missie die hem een ​​zekere populariteit opleverde.

    Hoewel Holy Spider in Cannes de prijs voor beste vrouwelijke vertolking won, hebben Iraanse kranten er geen goed woord voor over. Zo hekelt de krant Al-Quds de ‘politieke keuze’ van het festival van Cannes om een ​​film te belonen die een ‘vertekend beeld’ geeft van de Iraanse samenleving. Volgens de ultraconservatieve krant Kayhan is Holy Spider geen film, maar ‘visuele propaganda tegen het Iraanse volk en de islam’, ‘gemaakt door een groep geëmigreerde Iraniërs’.

    Jamé Jam spreekt van ‘een politiek project’ dat erop gericht is ‘Iran en de islam zwart te maken’

    ‘Met uitzondering van een paar gestoorde mensen, die vaak dicht bij de moordenaar stonden, heeft geen enkele moslim ooit zijn misdaden [van Saïd Hanaï, de spinnenmoordenaar] goedgekeurd’, verduidelijkt Farhikhtegan. Ook dagblad Jamé Jam, een publicatie van de staatstelevisie, spreekt van ‘een politiek project’ dat erop gericht is ‘Iran en de islam zwart te maken en een gewelddadig beeld te schetsen’ van de samenleving.

    Abbasi kon de film dan ook niet in Iran opnemen. Als alternatief werd Jordanië gekozen. En hoewel de prijswinnende actrice, Zahra Amir Ebrahimi, die in 2008 ook nog eens gedwongen Iran had verlaten vanwege een seksschandaal, op Twitter werd gefeliciteerd door voormalig vicepresident Mohammad Ali Abtahi – ‘Ze laat zien dat we ondanks de ontberingen naar de top kunnen stijgen’ – zal de film (voorlopig) niet in Iran worden vertoond.

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2022 07 22 om 13.21.20

    De grootste kunstwerken in één clip

    De populaire megalomanie van Jay Chou

    VIDEOCLIP | Op 6 juli uploadde de Taiwanees Jay Chou, een van de beroemdste Chineestalige popsterren, de videoclip voor zijn nieuwe nummer, waarvan de titel zich vertaalt naar ‘The Greatest Works of Art’. Het is afkomstig van een album dat op 15 juli werd uitgebracht, het eerste album van de artiest sinds 2016. ‘In de clip is te zien hoe Chou zich verkleedt als bewaker in La Samaritaine en het Parijse warenhuis binnenglipt om een magische piano te bespelen’, beschrijft ArtNet News. Na een paar noten verplaatst hij zich naar een ander tijdperk, waarin hij grootheden als Dalí, Magritte en Monet ontmoet.

    The greatest works of art zijn dus allemaal buitenlands?’

    De clip werd sinds de release vele miljoenen malen bekeken, volgens de Chinese site Sixth Tone onder meer omdat deze een ‘balsemende werking zou hebben’ op ‘alle Chou-bewonderaars op het vasteland van China, die vanwege covid-19 geen reizen naar het buitenland hebben mogen maken en heimwee hebben naar de Europese kunst en cultuur’. Maar er is ook kritiek. ‘In deze roerige tijden hoef ik, de koning van de muziek, niet als een schilderij ingelijst te worden. Mijn muzieknoten vormen de toekomst van de kunst’, citeert Art News uit het liedje om de grootheidswaanzin van de artiest aan te stippen, die bijvoorbeeld ook blijkt uit zijn insinuatie dat tovertrucs van hem tot bepaalde kunstwerken zouden hebben aangezet, zoals de gebogen lepel van Dalí.

    Een gebruiker van Weibo, de Chinese variant van Twitter, postte de retorische vraag: ‘The greatest works of art zijn dus allemaal buitenlands?’ The Straits Times, een dagblad uit Singapore, schrijft scherp: ‘Woody Allen draaide Midnight in Paris [waarin de held ook naar het Parijs van de jaren twintig reist] om op zoek te gaan naar overblijfselen van de belle époque. Jay reist naar Parijs om zichzelf te vergelijken met Monet, Van Gogh en Matisse.’

    Door Laura Weeda

    Schermafbeelding 2022 07 22 om 13.15.53

    Knoesterig stemgeluid 

    Onverslijtbare gitarist blijft trouw aan zichzelf 

    MUZIEK | Internationale critici betuigen unaniem groot respect voor de Amerikaanse gitarist en singer-songwriter Willie Nelson, die op zijn 89ste verjaardag met A Beautiful Time zijn 72ste album presenteert. 

    Thoralf Koss, redactiechef van het Duitse MusikReviews, vraagt zich af of we het album wel los van Nelsons leeftijd kunnen beluisteren: ‘Is het ironie dat het openingsnummer I’ll Love You til the Day I Die heet?’ Muzikaal blijft Nelson volgens Koss trouw aan zichzelf en zijn ‘typerende en charismatische’ stemkleur: ‘Hij klinkt geenszins gebrekkig en zijn articulatie is uitstekend.’ 

    In zijn recensie voor de Italiaanse muzieksite Rock Online verwijst Paolo Panzeri naar tijden dat onze samenleving het concept ‘jong’ vooropstelde. ‘Maar Nelson komt uit een andere tijd en is nooit uit de mode geraakt. Het is misschien oude countrymuziek, maar ik vind het leuk.’ Uit de manier waarop hij de laatste fase van zijn leven bezingt, haalt Panzeri ‘een nuance die schommelt tussen sarcastisch en teder’.

    ‘Zijn stem is extra knoesterig en daardoor nog interessanter geworden’

    Neil McCormick van The Telegraph vindt dat Nelson de veertien tracks – acht covers en zes nieuwe songs – perfect weet te brengen ‘met zijn losse, haast terloopse gevoel voor timing’: ‘Zijn stem is extra knoesterig en daardoor nog interessanter geworden, terwijl het aangeboren melodieuze allerminst is verdwenen.’

    Recensent Joe Breen noteert voor The Irish Times één ‘merkwaardige misser’ op het album: bij With a Little Help from My Friends van The Beatles ligt het tempo volgens hem te hoog. Met Tower of Song van Leonard Cohen maakt Nelson dat ruimschoots goed, ‘alsof dit nummer is gemaakt voor zijn prachtige stem. Echt waar: ook wanneer deze man uit het telefoonboek zingt, klinkt het interessant.’

    Het album A Beautiful Time van Willie Nelson is begin mei uitgekomen.

    Door Diederik Samwel

    uxvj4i abeautiful preview m3

    Spannende thriller over Russische witwaspraktijken

    Te goed om niet waar te zijn

    LITERATUUR | Het journalistieke boek Freezing Order van de Amerikaan Bill Browder bevat alle ingrediënten van een thriller, schrijft Andrew Anthony in The Guardian: ‘Omkoping, bedreiging, vergiftiging of pogingen daartoe, mensen die zomaar van een wolkenkrabber naar beneden storten. Een ongelooflijk verhaal, met tempo en flair verteld.’

    Vooral ongelooflijk omdat Browder zijn eigen verhaal vertelt, vindt Anthony. Vanaf halverwege de jaren negentig wist hij zich met zijn investeringsmaatschappij Hermitage Capital Management op te werken tot Ruslands grootste buitenlandse financier in het postsovjettijdperk. Browder introduceerde onder meer aandeelhoudersconstructies bij grote concerns als Gazprom. Aanvankelijk floreerde zijn bedrijf ook onder Vladimir Poetin. Tot Sergei Magnitsky, een van Browders stafleden, in 2008 een witwasoperatie van 230 miljoen dollar door de Russische overheid aan het licht bracht. Magnitsky werd gearresteerd en overleed een jaar later in zijn cel, vermoedelijk als gevolg van mishandeling en uitputting. Browder had zich toen al in Londen gevestigd.

    Freezing Order gaat vooral over de manier waarop Poetin zijn vijand Browder op alle fronten tegenwerkt

    Daar startte hij een uitgebreide, internationale lobby die zou leiden tot de Magnitsky Act, een wet die tegoeden bevriest van politieke leiders en zakenlieden die de mensenrechten hebben geschonden. Freezing Order gaat over de totstandkoming van deze wet en vooral over de manier waarop Poetin zijn vijand Browder op alle fronten tegenwerkt. 

    ‘Een essentieel boek van iemand die al jaren in de gaten heeft hoe corrupt Russische zakenmensen en politici opereren en hoe buitenlandse lobbyisten en communicatiestrategen hun daartoe alle ruimte boden’, vindt Timothy Frye in The Washington Post. Al te subtiel gaat Browder niet te werk, schrijft hij verderop: ‘Helden worden gedreven door rechtvaardigheid, slechteriken door hebzucht.’ In die tweede categorie zijn volgens Frye niet zozeer Russische juristen vertegenwoordigd als wel hun collega’s in de westerse wereld: ‘Gepassioneerd nagelt Browder hen met naam en toenaam aan de schandpaal.’ 

    Andrew Ross Sorkin noemt Browder in The New York Times ‘bij uitstek deskundig’ binnen de dialoog over sancties tegen Rusland om de oorlog in Oekraïne te stoppen: ‘Browder biedt een uniek perspectief op de manieren om Poetins strategie te beïnvloeden.’

    ‘Browders verhaal is simpelweg te goed om niet waar te zijn’

    Katie Stallard van de New Statesman ziet in Freezing Order een ‘krachtig pleidooi voor alle juridische mogelijkheden om Poetins geldschieters van hun buitenlandse tegoeden en luxejachten af te houden.’ Al krijgt Stallard wel de indruk dat Browder zichzelf ‘iets te nadrukkelijk op de voorgrond plaatst’.

    Een heel andere vraag is of Browders verhaal eigenlijk wel klopt. In Der Spiegel presenteert Benjamin Bidder een uitgebreide analyse van de Magnitsky Act, waarin hij vaststelt dat Browder bronnen opvoert die later hun verklaringen hebben ingetrokken. Ook blijken er verschillende verhalen in omloop over de door Magnitsky geopenbaarde witwasoperatie. Niettemin schat Bidder de kans dat de wet in steeds meer landen in werking treedt hoog in: ‘Browders verhaal is simpelweg te goed om niet waar te zijn.’

    Freezing Order verscheen half juni in de Nederlandse vertaling van Nannie de Nijs Bik-Plasman bij uitgeverij Atlas Contact.

    Door Diederik Samwel

    Freezing

  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Zonder grenzen

    FILM | Onlangs, schijnbaar uit het niets, kondigde de Amerikaanse succesregisseur Jordan Peele de naam van zijn derde film aan: Nope, slang voor ‘nee’, meestal gebruikt om verdere discussie te ontmoedigen. Ook liet hij de poster van zijn nieuwste film zien: een foto van een onheilspellende wolk die boven een bergdorp zweeft. Waar de film precies over gaat, werd niet meteen duidelijk. Wel zei Peele dat hij weer een spektakel wilde maken. Verontrust over de toekomst van de cinema, schreef hij Nope, The Great American UFO Story.

    Peele is acteur, komiek, scenarist en regisseur; hij trad jarenlang op bij het comedy-collectief Boom Chicago in Amsterdam. In zijn debuutfilm Get Out overrompelde hij menig bezoeker met zijn keiharde kritiek op ingebakken racisme, juist bij mensen met hardnekkige goede bedoelingen, door op een rauwe en komische manier te laten zien hoe ongemakkelijk het is om zwart te zijn in een witte wereld. 

    Horror is een geschikt genre voor sociale satire doordat de ongeschreven afspraak met het publiek is dat alles mag

    Dat horror een geschikt genre is voor sociale satire, komt volgens Peele doordat de ongeschreven afspraak met het publiek is dat alles mag; er zijn geen ontoelaatbare grenzen, je mag de diepste angsten aansnijden in de veilige omgeving van het medium. Datzelfde geldt voor satire. Die twee genres samen-gevoegd blijken een perfect paar te vormen.

    In Los Angeles, waar de film in première ging, waren de eerste reacties volgens Variety eensluidend lovend. De draai die Peele maakte naar sciencefiction leverde hem de vergelijking op met een van ’s werelds voornaamste regisseurs, Steven Spielberg.

    Nope is vanaf 18 augustus in de bioscoop te zien.

    Nope st 3 jpg sd low Copyright 2022 Universal Pictures All Rights Reserved


    Where Is Home?

    MUZIEK | Cellist Abel Selaocoe, geboren in Zuid-Afrika en opgeleid in Engeland, plaatst westerse en niet-westerse muziek naast elkaar, van Bach tot beatboxing. In Where Is Home? laat hij zich inspireren door familie en aanverwante thema’s. Met het Bantu Ensemble in het Concertgebouw, Amsterdam, 7/8.

    Where Is Home? is met het Bantu Ensemble op 7 augustus te zien in het Concertgebouw, Amsterdam.

    Abel Selaocoe crop

    Couture-koningin

    MODE | De Chinese modekoningin Guo Pei, bekend van de enorme gele creatie die popster Rihanna in 2015 droeg naar het Met Gala in New York, is het toonbeeld van exquise vakmanschap, weelderig borduurwerk en onconventionele kledingtechnieken. Ook al vlogen de meme’s in de rondte waarin Rihanna’s jurk als grote omelet werd afgebeeld. 

    In de ontwerpen van Guo Pei, smelten de invloeden van China’s keizerlijke verleden samen met de grandeur van het Europese hofleven, architectuur en de botanische wereld. Couture Fantasy, is de eerste uitgebreide tentoonstelling van haar baanbrekende werk. De tentoonstelling omvat meer dan 80 ensembles uit de afgelopen twee decennia. In Close Upvertelde zij soms wel vijftigduizend uur aan één kledingstuk te besteden. Inmiddels werken een kleine 500 borduursters voor Pei.

    Guo Prei: Couture Fantasy is tot 5 augustus te zien in Fine Arts Museum, San Francisco.

    2 Photo by Sarah Walker

    Vergeten verhalen

    THEATER | De Amerikaan Taylor Mac maakt al twintig jaar internationaal bekroonde voorstellingen. A 24-Decade History of Popular Music is zijn subjectieve geschiedenis van de VS sinds 1776, verteld vanuit het perspectief van groepen wier verhalen vaak worden ‘vergeten, verworpen of begraven’.

    A 24-Decade History of Popular Music is tot en met 6 augustus te zien in het Internationaal Theater Amsterdam.


    Licht, vorm en pastelwolken

    BEELDENDE KUNST | Pitzhanger Manor, het landgoed van de Britse architect Sir John Soane (1753-1837) in West-Londen, presenteert een solo-tentoonstelling van kunstenares Rana Begum (Bangladesh, 1977). Haar opvallende werken verkennen de perceptie van licht, kleur en vorm en doen de grenzen vervagen tussen beeldhouwkunst, architectuur, design en schilderkunst.

    Omdat Soane in Pitzhanger op een in-genieuze manier met licht speelde, is Begum een voor de hand liggende keuze. Ze was dan ook getroffen door de sierlijkheid van Soanes kamers, ‘alsof je voortdurend in het licht staat’. Ze wilde dat haar expositie Dappled Light daarop zou reageren en nam de zichtlijnen en ingewikkelde decoratieve schema’s binnenin mee in haar ontwerp.

    Nieuw is een grote zwevende installatie van gaas met zachte geometrische wolken in pasteltinten die tot de on-eindigheid kunnen worden aangevuld – zo lijkt het. Ook te zien is Begums eerste videowerk, dat het vluchtige licht vastlegt in een bos, terwijl ze door de seizoenen fietst.

    Rana Begum: Dappled Light is tot 11 augustus te zien in Pitzhanger Manor & Gallery, Londen.

    Installation view of Dappled Light photo Andy Stagg PHM RAN 005.web

    Beste dansers en grote beloften

    Tijdens Summer Dance Forever komen dansers van over de hele wereld een week naar Amsterdam. Omschreven als ‘een internationaal dansfeest met het beste van vandaag en de grote beloften van morgen’.

    Summer Dance Forever is op 24 augustus op verschillende locaties in Amsterdam te zien.

    SDF T GHOST 1. foto 1. jpeg 2022 05 18 144056 onuv

  • Zware aardbeving treft noorden van Filipijnen

    Zware aardbeving treft noorden van Filipijnen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Tunesië: nieuwe grondwet aangenomen die macht Kais Saied vergroot

    » Polio duikt voor het eerst in tien jaar op in Verenigde Staten

    Aardbeving had een magnitude van 7

    Een aardbeving met een magnitude van 7 op de schaal van Richter heeft woensdag de Filippijnen getroffen, aldus het Amerikaans seismologisch instituut USGS, meldt CNN. De aardbeving trof het noorden van Luzon, het dichtstbevolkte eiland van het land, om 8.43 uur plaatselijke tijd. Het epicentrum lag ongeveer 13 kilometer ten zuidoosten van het stadje Dolores in de provincie Abra, met een diepte van 10 kilometer, aldus het USGS.

    De impact van de aardbeving werd gevoeld in de hoofdstad Manilla, op meer dan 400 kilometer afstand, waar arbeiders en inwoners uit gebouwen evacueerden en zich op straat verzamelden. Het Filippijnse Instituut voor Vulkanologie en Seismologie (Phivolcs) zei dat burgers zich schrap moesten zetten voor eventuele naschokken, maar voegde eraan toe dat het geen tsunamiwaarschuwingen had afgegeven, omdat de aardbeving landinwaarts werd waargenomen.

    Lees ook:

  • Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Politieke affiches die vooral in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog baanbrekend waren, worden door ontwerpers opnieuw gebruikt om inspiratie uit te putten. Ze gaan terug naar het straatactivisme, recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig.

    Maatschappelijke en politieke bewegingen hebben vaak baanbrekend grafisch ontwerp voortgebracht. Van de overvloed aan propaganda-affiches tijdens de Tweede Wereldoorlog tot het telkens hergebruikte portret van Che Guevara en de uiterst effectieve aids-poster Silence = Death uit de jaren tachtig: een goed ontworpen affiche kan invloed uitoefenen, verandering brengen en inspireren.

    Maar nu de wereld meer dan ooit in het onlinedomein verkeert, is het de vraag hoe relevant een medium nog is dat altijd bij uitstek zichtbaar was op straat. Sinds de snelle commercialisering en commodificering van de ontwerpkunst worden nu vaak gedachteloos dezelfde beelden en stijlen gereproduceerd, en daarmee is de kans op een radicale en innovatieve aanpak afgenomen. Maar via collectieven als Labour Party Graphic Designers en Autonomous Design Group zijn ontwerpers bezig uit dat stramien los te breken, nieuwe esthetische wegen te zoeken en het radicale affiche nieuw leven in te blazen. 

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering. Het collectief is in 2018 opgericht door freelance ontwerper Kevin Kennedy-Ryan en was aanvankelijk bedoeld om linkse ontwerpers bij politieke discussies te betrekken en de partij een praktische manier van communiceren te bieden. Kevin benadrukt dat LPGD ‘onofficieel’ gelieerd is met de Labour Party. Hij weet nog goed hoe de partij vlak na de oprichting van het collectief (dat toen voornamelijk vanuit zijn flatje opereerde) contact met hem legde. ‘De eerste boodschap die we ooit van de partij kregen was: “Hé, cool project. Kun je wel een disclaimer toevoegen dat jullie niet met ons verbonden zijn?”’ Sana Iqbal, freelance strategisch ontwerper en pas later lid geworden van LPGD, heeft onlangs met de afdeling Lewisham van de Labour Party samengewerkt. Daarvoor werd ze benaderd via ‘een berichtje in mijn direct mails’ zegt ze. ‘Ik werk meestal alleen en het was fijn om met een collectief te werken en meer mensen te leren kennen met dezelfde politieke ideeën en ontwerpinteresses.’

    1935.6 SqCQOd7.format webp.width 1440 Ab5C19JT6jJNCggh
    Verkiezingsposter van onbekende ontwerper, 1935. – © The Labour Party

    Archiefnerd

    De designgeschiedenis van Labour is een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het collectief en in hun werk proberen ze vaak de levendigheid, kracht en invloed van de vroegere Partij-ontwerpen te hervinden. Volgens Kevin, die zichzelf een ‘archiefnerd’ noemt, zijn vooral de jaren dertig tot het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw een bepalende periode geweest voor het linksgeoriënteerde design. Hij vertelt over zijn liefde voor de sterk typografische affiches in boekdruk en houtsnede uit de jaren dertig, maar ziet ook de jaren vlak na de oorlog als een bepalende periode, ‘toen de partij terugkeerde naar de ideeën van het millennianisme, wedergeboorte en de opbouw van een beter land’. 

    Sana zag bij een recent en verhelderend bezoek met LPGD aan het People’s History Museum in Manchester hoeveel geld en aandacht Labour vroeger voor grafisch ontwerp over had. De tentoongestelde voorbeelden, met hun emblemen, goudfolie, illustraties en kalligrafie, stonden voor een veel grotere boodschap. ‘Het was bijna een manier om tegen de kijker te zeggen: “Wij vinden jou zo belangrijk, dat we je niet zomaar een stukje plastic geven, we geven je iets dat zo prachtig is dat je het wilt hebben en bewaren,”’ vertelt ze een beetje weemoedig.

    Dus wanneer is het misgegaan? Kevin: ‘Tussen eind jaren tachtig en eind jaren negentig werd communicatie veel meer ”verfijnd”. New Labour deed dat uitzonderlijk goed en zo kreeg de partij waarschijnlijk voor het eerst zeer strikte merkrichtlijnen opgelegd.’ Volgens Sana is als gevolg van deze vercommercialisering ‘de centrale functie van het design zijn fundament kwijtgeraakt en nu is het naar mijn idee net een reusachtig verkoopapparaat, en daar heb ik gewoon niets mee’. Het is deze aanpak waartegen LPGD iets probeert te doen: het vluchtige wegwerpkarakter van onverschillig politiek design.

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches. Deze pakketten stellen altijd een actueel thema aan de orde, zoals de vierdaagse werkweek, de privatisering van de National Health Service, het belang van vakbonden en de klimaatcrisis. Hiervoor creëert de groep visuele elementen waaraan evenveel zorg en aandacht zijn besteed als aan de affiches uit het verleden, met de bedoeling iets te maken wat ‘mooi’ is. Sana: ‘Van oudsher bestond de opvatting dat kunst aan alle mensen toebehoort en dat die “beautification” iets is waarnaar we allemaal moeten streven: het idee dat het leven voor mensen uit de arbeidersklasse mooier moet zijn. En dat is wat LPDG probeert te doen: dingen maken waarvan mensen denken: “Dit is zo mooi, dat wil ik in mijn huis.”’

    628b3f28e461d3b1878b8b5c Simon Pates

    Een van de middelen waarmee LPDG deze ‘beautification’ wil bereiken is door afstand te doen van de archetypische kleurkeuzes. Sana: ‘De functie van kleuren is met de tijd echt veranderd. “Conservatief blauw” en “Labour rood” gaven ooit echt onderscheid aan. Maar nu vervaagt dat onderscheid.’ Het verlangen om niet door kleur te worden beperkt wordt duidelijk als je naar de vele artpacks van LPDG kijkt. In zijn affiche voor het artpack Public Spaces gebruikte Keir Barnett paarse, roze, gele en oranje tinten om een opvallend, in het licht van een zonsondergang badend berglandschap te creëren. Talitha Cargil gaf haar affiche – in het artpack over de privatisering van de NHS – een zuurstokroze achtergrond met pastelkleurige typografie. Dat uiterst zoete beeld vormt een scherp contrast met de serieuze boodschap van het affiche.

    Helderheid en directheid

    Nog een aspect van het historische Labour-design dat LPDG probeert terug te brengen is het gevoel van helderheid en directheid. ‘Hoe verder je teruggaat, hoe meer visuele eenvoud je ziet,’ zegt Kevin. ‘De boodschap is heel effectief, met name wanneer die goed samengaat met de visuele kant.’ Kijkend naar het werk van LPDG noemen Kevin en Sana het affiche van Toby Forster uit het New Green Deal-artpack als een voorbeeld van een ontwerp dat het potentieel van een simpel beeld bewijst. Met een figuur die op een windturbine in aanbouw staat, is het affiche een volmaakt voorbeeld van het adagium ‘show, don’t tell’.

    ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken’

    De Autonomous Design Group is een anoniem ontwerperscollectief, opgericht door een groep individuele ontwerpers die voornamelijk voor linkse activistische organisaties werken. Verreweg de meeste groepsleden, die affiches ontwerpen over actuele maatschappelijke en politieke kwesties zoals huisvesting, vakbonden en de politie, hebben het vak in de praktijk geleerd: maar twee leden hebben een academische kunstopleiding gevolgd. Belangrijke motivatie voor dit collectief is dat iedereen toegang tot design zou moeten hebben, zodat het medium in feite wordt ‘gedemocratiseerd’; leden van de groep organiseren en leiden vaak workshops voor organisaties als People and Planet, The World Transformed en de huurdersbond Acorn. ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken.’

    Nog een kerndoel van ADG is om de ontwerpen van de groep op straat te krijgen: ‘Wij ontwerpen niet alleen om het ontwerpen, of om ons werk in een galerie te laten zien. We willen het als instrument inzetten en daarvoor gebruiken we de straat.’ Voor deze manier van werken heeft ADG zich vooral laten inspireren door Atelier Populaire. Dit was een groep radicale studenten die in het Parijs van 1968 demonstraties organiseerde en affiches maakte ter ondersteuning van de arbeidersstakingen. Door de affiches gratis te verspreiden en een kleurige, opvallende, maar simpele zeefdrukstijl te hanteren, gebruikte de groep de straat als megafoon. ADG is ook beïnvloed door de Cubaanse politieke organisatie OSPAAAL (Organización de Solidaridad con los Pueblos de Asia, Europa, África y América Latina), die vooral bekend is uit de jaren zestig, en door See Red Women’s Workshop, een feministische zeefdrukstudio die in de jaren zeventig tegen de kleinerende behandeling van vrouwen protesteerde. Wat al deze bewegingen verbindt is het ‘idee van collectief ontwerpen’, volgens ADG. De groep kan zo twee van de belangrijkste redenen opnoemen waarom er in het Verenigd Koninkrijk nu zo weinig van dit type bewegingen zijn: de voortdurende afbraak van de verzorgingsstaat en van het recht op kraken.

    628684dc3d12e7bebdde79c5 Untitled 26

    Dit verlangen om de verloren gegane waarden van het zichtbare straatactivisme een nieuw bestaan en nieuwe kracht te geven drijft het werk van ADG. En misschien is de belangrijke esthetische invloed die ADG ondergaat van groepen als Atelier Populaire, OSPAAAL en See Red Woman’s Workshop wel hun neiging om affiches te maken die recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig zijn. ‘Omdat ons echte doel is om kunst te maken die gewone mensen op straat kunnen zien.’ Dit betekent dat er ook designbewegingen in het verleden zijn die ADG esthetisch gezien verwerpt, met name het werk van de anarchisten uit de jaren negentig. Het collectief vindt dat veel van die ontwerpen door het overheersende gebruik van rood en zwart ‘angstaanjagend’ overkomen, waardoor de politieke en maatschappelijke boodschap die de makers proberen over te brengen, ‘intimiderend’ kan overkomen. ‘Die ideeën zouden niet supereng moeten zijn, of alleen gericht op een bepaald subgroepje in de samenleving. Door je eigen esthetiek te bederven, schiet je jezelf in de voet.’

    Rent Strike-posters

    Een briljant voorbeeld van de kleurige en betrokken benadering van ADG is te vinden in de door het collectief zelf geïnitieerde Rent Strike-posters, waarvan vele tijdens de pandemie werden ontworpen, toen al langer bestaande huisvestingsproblemen en ongelijkheden extra duidelijk naar voren kwamen. Een ervan – The Rent is too Damn High. RENT Strike – is een collage in de sfeer van de Franse affiches uit de jaren zestig: een brutalistisch flatgebouw, bijna verscholen achter weelderige palmbomen, met daaronder de slogan in een retro-lettertype. Op een ander opvallend exemplaar – Landlords Need Us, We Don’t Need Landlords – breekt zo’n brutalistisch gebouw door de diepblauwe achtergrond heen, terwijl de barsten zijn versierd met roze bloesems. Beide posters vertonen schoonheid en een zichtbaar optimisme en geven zo hoop op de mogelijkheid van een betere toekomst. Het is het zeldzame type politiek affiche, zowel anekdotisch als visueel, dat je in je slaapkamer zou willen hangen.

    ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken’

    Met dit soort opvallende en unieke ontwerpen hoopt het collectief mensen aan te trekken. ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken.’ Daarom zijn naast de beeldkeuze ook de tekst en formulering voor het collectief van groot belang. Net als LPGD streeft ADG naar eenvoud, toegankelijkheid en samenhang. ‘Links heeft een veel te grote neiging naar onnodig wollige taal. Maar die is niet bevorderlijk om een idee toegankelijk over te brengen.’ Daarom discussieert de groep vaak uitgebreid over de ‘exacte’ formulering van een slogan, de hoeveelheid tekst en hoe zichtbaar die moet zijn. Daarbij wordt altijd één belangrijke vraag gesteld: ‘Als mensen hierlangs lopen, zien ze het dan en, belangrijker: begrijpen ze het?’

    628b3df8a5a4f75d3a2305b7 Peter Brawne2

    Het is duidelijk dat de twee collectieven bepaalde kernaspecten van hun ontwerpen, hun aanpak en hun ethische opvattingen gemeen hebben. Beide zien ontwerpersbewegingen uit de twintigste eeuw als krachtiger en overtuigender, terwijl een verenigde, radicale ontwerpcultuur in hun ogen momenteel ontbreekt. Ze vinden het belangrijk om levendigheid, kleur en visuele herkenbaarheid in hun affiches terug te brengen en dat onderscheidt hen van de saaie monotonie waaronder het huidige politieke design lijdt. Ten slotte willen ze afstand nemen van al te grote gecompliceerdheid en zich juist op eenvoud en toegankelijkheid richten. Daarom zijn hun affiches niet alleen esthetische objecten, maar ook een middel om een duidelijke en inzichtelijke boodschap af te geven. Bij de discussie over de toekomst van hun projecten zijn LPDG en ADG tot dezelfde conclusie gekomen, namelijk dat ze meer middelen moeten verwerven en op zoek moeten gaan naar creatieve samenwerkingsverbanden tussen individu en collectief. Met deze aanpak kunnen de affiches van nu weer even vooruitziend, tijdloos en overtuigend worden als die uit het verleden.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Neon White is niet alleen voor freaks

    Razendsnelle, Japans geïnspireerde magie

    GAME | Terwijl het laatste oordeel al nadert, bevinden er zich nog binnengedrongen demonen in het Paradijs die koste wat kost op tijd moeten worden verdreven. Dat is het uitgangspunt van het spel Neon White, dat in juni werd uitgebracht op pc en Nintendo Switch en gemaakt is door Ben Esposito en de kleine studio Angel Matrix. Als speler ben je een van de huurmoordenaars die deze helse taak toebedeeld krijgt (en heb je ook amnesia). ‘Het is een understatement om te zeggen dat dit spel erg snel gaat,’ aldus de Britse gamesite Eurogamer

    Game Informer is onder andere enthousiast over de invloed van vroegere Japanse actiegames. ‘Volgens Esposito is het spel bedoeld voor “een heel specifiek publiek,”’ aldus het Amerikaanse tijdschrift. ‘Anders gezegd (…): het is gemaakt voor freaks.’

    ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde’

    Toch is het nu al razend populair. Andrew Webster van technologiesite The Verge ‘kan er geen genoeg van krijgen’ en noemt de game ‘enorm bevredigend’. Eric Van Allen van gamesite Destructoid beschreef hoe ‘geweldig (…) het voelt om eindelijk een level onder de knie te hebben’. Blake Hester van Game Informer sprak van ‘een van mijn meest vermakelijke speelervaringen in jaren’. ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde, minder dan een milliseconde voor mijn concurrenten. Als dat geen magie is, weet ik het ook niet meer,’ schreef ook Eurogamer-recensent Oisin Kuhnke. Spelsite Kotaku vat het samen: ‘Neon White is echt zo goed als iedereen beweert.’

    Door Laura Weeda

    ss 7ebe34f5d96739a0901619b31b8f5a2a1c43bc50.1920x1080


    Over het verstrijken van tijd en pure existentie

    Filmcamera als nieuwsgierige antropoloog

    SPEELFILM | In zijn film Il Buco reconstrueert de Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino een expeditie uit 1961 in een bijna 700 meter diepe grot in Calabrië, de zuidelijkste regio van Italië. Terwijl een team speleologen steeds verder de diepte induikt, wordt een oude, doodzieke herder door zijn metgezellen verzorgd op een van de naast gelegen bergflanken.

    In een poëtisch geschreven recensie voor het Spaanse filmmagazine El Antepenúltimo Mohicano omschrijft Javier Acevedo Nieto Il Buco als een ‘meeslepende film’. Door de fraaie cameravoering en het ontbreken van dialogen maakt de regisseur van de grot ‘haast een levend organisme dat ademt, huilt en resoneert’. Volgens Nieto grijpt Frammartino terug naar de ‘grootsheid van primitieve cinema met een camera die als een nieuwsgierige antropoloog fungeert, waarbij de verrichtingen van de mens volledig in het niet vallen’. 

    Diego Battle van de internationale filmssite Otros Cines noemt het ‘cinema van de contemplatie’, maar dan letterlijk: ‘Onderdompeling. Waar veel hedendaagse films worden gedomineerd door hyperstimulatie en duizeling wekken, is Il Buco een balsem voor de bioscoopbezoeker.’ 

    ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven’

    ‘Docufictie met uitsluitend prachtige beelden,’ luidt de conclusie van Jessica Liang, criticus van Variety. Ze vindt het een geslaagde keuze dat de parallel tussen de zieke herder en de grotexpeditie door wetenschappelijke buitenstaanders ‘niet leidt tot een dramatisch conflict, maar bewust vaag is gehouden’. 

    Minder enthousiast is Liang over de poging om in de film de sfeer van begin jaren zestig op te roepen: ‘Klassieke canvastenten, een antieke leren voetbal en een tijdschrift met Sophia Loren op de cover. Dat komt gekunsteld over. Vooral omdat deze film niet zozeer een paar decennia overbrugt maar terugvoert naar een lang vervlogen geologisch tijdperk.’

    Peter Bradshaw gaat in zijn bespreking voor The Guardian nog een stap verder: ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven. Daardoor dwingt hij ons na te denken over iets existentieels dat verder gaat dan het verstrijken van de tijd.’

    Il Buco van Michelangelo Frammartino is vanaf 23 juni te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    Il Buco ps 1 jpg sd low


    Weggezet als homoseksuele roman

    Een nieuwe kans voor James Purdy

    LITERATUUR | Toen auteur Jon Michaud in een artikel voor een literair tijdschrift de naam James Purdy noemde, kreeg hij van de redacteur de suggestie deze er maar uit te laten, omdat niemand toch van hem had gehoord, vertelt Michaud in The New Yorker. Deze typering als outsider heeft de Amerikaanse auteur, die in 2009 in New Jersey overleed, zijn leven lang achtervolgd. Toen hij begon met verhalen inzenden, aldus Purdy geciteerd in het Amerikaanse weekblad, ontving hij keer op keer ‘boze, knorrige, verontwaardigde afwijzingen van de gelikte tijdschriften uit New York, en zo mogelijk nog vijandiger commentaar van de kleinere bladen’. ‘Hij schreef over liefde en verlangens tussen mensen van hetzelfde geslacht en zei dat dat iedereen kan overkomen,’ aldus biograaf Michael Snyder. ‘Bovendien combineerde hij die thematiek met kwesties van ras en macht. New Yorkse critici hebben hem gewoon de mond gesnoerd.’ Ook The Guardian beschrijft hoe ‘deze witte schrijver uit het Midwesten, die schreef over outsiders – vrouwen, Afro-Amerikanen, homo’s, inheemse Amerikanen – (….) zelf [werd] verstoten door het Amerikaanse literaire establishment’. 

    ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief’

    Inderdaad werd een van zijn vroege werken (1965) door The New York Times weggezet als een ‘homoseksuele roman’ en door een collega-auteur getypeerd als een ‘vijfderangs avant-gardesoap [over] gebed en flikkerij’. Ondanks dat het zijn bestverkochte boek was, met een recensie in de Sunday Times door George Steiner waarin deze Purdy’s gave prees ‘om zenuwen en botten te laten spreken’, en ondanks dat hij al bij leven fans had als Dorothy Parker, Susan Sontag en Paul Bowles, bleef het label ‘homoseksuele schrijver’ de rest van zijn carrière aan hem kleven. ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief,’ luidde zijn commentaar.

    Dit lijkt de aangewezen tijd voor een herwaardering van zijn werk, dat zijn biograaf typeert als ‘jazz’ en door The Guardian met dat van Wes Anderson wordt vergeleken. Bij uitgeverij Athenaeum verschijnt in juli Ik ben Elijah Thrush, uit 1972. Zou hij daar zelf blij mee zijn geweest? Als mensen al te zeer gesteld op hem zouden raken, merkte hij ooit op, ‘zou ik denken dat er iets was misgegaan’.

    James Purdy, Ik ben Elijah Thrush, verschijnt in juli bij uitgeverij Athenaeum in een vertaling van Harm Damsma en met illustraties van Charlotte Schrameijer.

    Door Laura Weeda


    Album als therapeutische sessie 

    Persoonlijke bekentenissen op meesterlijke muziek 

    HIPHOP | Met zijn nieuwe album Mr. Morale & The Big Steppers bewijst de Amerikaanse rapper en songwriter Kendrick Lamar (34) zich opnieuw als ‘absolute meester van de hiphop’, schrijft Luc Lorfèvre in de Waalse krant Dernière Heure. Volgens de recensent verstaat Lamar de ‘kunst van concieze communicatie’, terwijl hij met ‘een alomtegenwoordige piano, rijke klankpaletten en samples van soul en jazz uiterst gevarieerde sferen oproept en zijn gehoor in een sprankelende flow brengt’. 

    Zijn collega van Forbes India staat uitgebreid stil bij Lamars literaire verdiensten die hem in 2018 als eerste muzikant in de geschiedenis de Pulitzer Price opleverden: ‘Hij geldt als een van de meest invloedrijke hedendaagse schrijvers die in zijn lyriek verbanden legt tussen politiek, sociaal onrecht en zijn persoonlijke leven. Op zijn nieuwe album is het alsof hij mediteert om innerlijke demonen en onderdrukte emoties te bedwingen. Tegelijkertijd probeert hij in balans te komen met zijn gezinsleven en zijn wereldfaam.’

    ‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel’

    ‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel. Meestal komt hij met gefundeerde kritiek van sociaal-maatschappelijk belang,’ schrijft Pedro Ibarra voor Correio Braziliense. Maar op Lamars laatste album draait het vooral om zelfreflectie, denkt Ibarra: ‘Hij gebruikt verhalen uit zijn eigen leven om kwesties aan te kaarten die zijn persoonlijke belang ver te boven gaan. Van seksuele intimidatie waarmee hij in zijn jeugd te maken kreeg tot homofobie en de bejegening van zwarte mensen. Zo ontstaat een therapeutische sessie waar de hele wereld baat bij heeft.’

    Ook Michael Dwyer van The Sydney Morning Herald vergelijkt Lamars nieuwe album met een therapie: ‘Inclusief persoonlijke bekentenissen over zijn seksverslaving en zijn giftige interpretatie van het begrip mannelijkheid.’ Muzikaal vernieuwend klinkt het niet, maar daar zit Dwyer helemaal niet mee: ‘Lamar blijft comfortabel in zijn kenmerkende, jazz-getinte wereld waarin een elegante piano voor harmonie zorgt. De manier waarop zijn songs je hart veroveren heeft dan ook meer weg van Marvin Gaye dan van Dr. Dre.’

    Nadat hij met zijn vorige albums de wereld een spiegel heeft voorgehouden, doet Lamar dat ditmaal bij zichzelf, schrijft Will Pritchard in The Telegraph: ‘En daarbij komt hij tot een doorbraak, een ware openbaring. Meesterlijk, teder én volkomen rauw.’

    Mr. Morale & The Big Steppers, het vijfde album van Kendrick Lamar is eind mei wereldwijd uitgebracht.

    Door Diederik Samwel

    attachment kendrick lamar mr morale hotsteppers cover

  • Kraanwater moet weer cool worden

    Kraanwater moet weer cool worden

    Waarom wordt overal ter wereld water uit flessen gedronken, zelfs in gebieden waar kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is? Antwoord: omdat water uit de kraan niet het gigantische marketingbudget heeft waar multinationals 217 miljard dollar per jaar mee omzetten.

    Het Penrose Recreation Center in het noorden van Philadelphia heeft een nieuwe lik verf gekregen. Na de onthulling afgelopen september zien de omwonenden nu op een van de muren een helblauw portret van een heuse buurtgenote die met een grijns op haar gezicht een slok neemt uit haar navulbare drinkfles. Het is een van de twee muurschilderingen die het drinkwaterbedrijf van Philadelphia heeft laten maken om het plaatselijke kraanwater te promoten, toen aan het licht kwam dat veertig procent van de inwoners thuis uitsluitend flessenwater dronk. Ook bleek dat flessenwater vooral werd gekocht door mensen met een Afro-Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond en uit de lagere inkomensklasse.

    Dat was een zorgwekkende ontdekking, ‘vooral in een stad als Philadelphia, waar het kraanwater van verbazingwekkend goede kwaliteit is’, zegt Maura Jarvis van het plaatselijke drinkwaterbedrijf. De drinkwatervoorziening in de Verenigde Staten als geheel behoort tot de veiligste ter wereld en het water in Philadelphia voldoet aan de officiële veiligheidsnormen en valt binnen de geadviseerde grenzen voor bepaalde synthetische stoffen waarvoor nog geen regels bestaan. Het drinkwaterbedrijf heeft zich ten doel gesteld het vertrouwen in het plaatselijke kraanwater te herstellen. Maar dat zal niet meevallen.

    ‘Het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen’

    ‘We moeten concurreren met een gigantische flessenwaterindustrie die haar status quo wil behouden,’ zegt Jarvis. ‘Maar het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen.’

    De flessenwaterindustrie is wereldwijd goed voor een omzet van 217 miljard dollar, een bedrag dat jaarlijks 11 procent stijgt. En van de 29 miljard waterflessen die Amerikanen jaarlijks kopen wordt maar een op de zes gerecycled. De rest heeft duizend jaar nodig om te vergaan, waarbij de nodige vervuilende stoffen in de watersystemen terechtkomen. Volgens het Barcelona Institute for Global Health is de impact van het drinken van flessenwater op onze ecosystemen veertienhonderd keer hoger dan die van kraanwater en zijn er alleen om aan de vraag in de VS te voldoen al zeventien miljoen vaten olie per jaar nodig. Een zaak dus met grote gevolgen voor zowel milieu en volksgezondheid als sociale gelijkheid.

    Maar hoewel we weten dat flessenwater een aanslag is op onze portemonnee, onze gezondheid en onze planeet blijven we het kopen, zelfs in gebieden waar de toevoer van kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is. Dus hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voor het alternatief kiezen?

    Hoe massaal werd overgestapt op flessenwater

    Het idee om water te bottelen en naar nieuwe bestemmingen te transporteren ontwikkelde zich tot een commercieel fenomeen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen Perrier agressief reclame begon te maken voor haar flessen bruisend H₂O als een chic, ambitieus alternatief voor kraanwater. In de jaren negentig volgden Coca-Cola en Pepsi, die hun distributienetwerken gebruikten om de markt te overspoelen met hun eigen merken flessenwater.

    Wat er in deze flessen zit is niet per se beter, zoals tests uitwijzen. Maar flessenwater heeft iets heel belangrijks wat kraanwater mist: een gigantisch marketingbudget. Richard Wilk, hoogleraar antropologie aan Indiana University, schreef in 2006 in het Journal of Consumer Culture dat de alomtegenwoordigheid van flessenwater te danken is aan marketeers, of zoals hij het uitdrukt, ‘tovenaars die alledaagse en in overvloed aanwezige zaken in exotische kostbaarheden veranderen’. Tegenwoordig zijn er zelfs chique hotels en restaurants die watersommeliers aanstellen.

    ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben’

    Door lyrische verhalen op te hangen over natuurlijke bronnen en hun flessen te versieren met plaatjes van gletsjers en bossen, hebben ze ons ervan overtuigd dat wat zij verkopen gezonder, smakelijker en natuurlijker is dan wat via leidingen ons huis binnenkomt. Die strategie is zo succesvol dat velen zich niet realiseren dat de bron van hun water veelal dezelfde is als die van ons. ‘Deze bedrijven kunnen miljarden dollars aan reclame besteden,’ zegt Wilk. ‘Een staats- of gemeentebestuur dat met zijn beperkte middelen ook nog duizend andere dingen moet doen, kan met geen mogelijkheid op tegen de marketing van een softdrinkbedrijf.’

    Sam Höller werkt voor a tip: tap, een non-profitorganisatie die kraanwater promoot in Duitsland. Hij zegt: ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben. Dat is geweldig nieuws, zeg ik dan. Ik ken meer mensen zoals jullie.’ Toch is flessenwater een bloeiende bedrijfstak die aan veel mensen werk biedt, zodat het promoten van een gratis alternatief minder makkelijk is dan je zou denken. Maar a tip: tap doet zijn best. In Berlijn heeft de organisatie sinds 2010 het aantal openbare waterfonteintjes helpen groeien van zestien tot meer dan tweehonderd.

    Hoe de kraan terrein wint

    Langzaam maar zeker worden consumenten zich bewuster van het afval dat flessenwater produceert en stappen ze over op navulbare waterflessen of eisen ze betere verpakkingsalternatieven. Toen Kim Kardashian haar Instagramvolgers in 2020 een rondleiding gaf in haar keuken, zullen ze hebben gezien dat haar koelkast uitsluitend water bevatte van merken die glas of karton als verpakking gebruiken en geen plastic. In 2019 promootte Gwyneth Paltrow gebotteld water van Flow, een B-merk dat recyclebare Tetra Pak-verpakkingen gebruikt.

    PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt

    Ook grote bedrijven beginnen zich aan te passen aan de veranderende consumentenvoorkeur. Volgens Euromonitor is de verkoop van flessenwater in Duitsland (de op een na grootste Europese consument van het product) in 2021 met drie procent gedaald. Dit leidde ertoe dat Coca-Cola in 2021 zijn merk Apollinaris uit de Duitse supermarkten haalde, nadat de verkoop van hun segment ‘hydrateringsproducten’ met 11 procent was gedaald. PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt. Ondertussen lanceert zowel Danone als Nestlé zijn eigen systeem om thuis kraanwater een smaakje te geven, te laten bruisen en te filteren.

    Maar de Europese campagnegroep Break Free From Plastic klaagt dat de reactie van de grote bedrijven op het plasticprobleem meestal voorbijgaat aan de kern van de zaak. In plaats daarvan besteden ze de meeste energie aan het hypen van onbewezen technieken, het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de consument of het simpelweg aankondigen van projecten die nooit zullen worden gerealiseerd. Wat echt nodig is, is een transitie naar nieuwe systemen die zijn gebaseerd op hergebruik, aldus de campagnegroep.

    Hoe de regels worden veranderd

    Vorig jaar heeft de Europese Unie verscheidene plastic items voor eenmalig gebruik in de ban gedaan, maar geen flessen. De VN hebben zich voorgenomen een eind te maken aan de plasticvervuiling, maar een bindende overeenkomst laat nog op zich wachten. Toch is er op plaatselijk niveau al een aantal succesverhalen. In Cape Cod, Massachusetts, heeft de campagnegroep Sustainable Practices actie gevoerd om de verkoop van flessenwater binnen de gemeentegrenzen te verbieden. Negen gemeenten hebben het idee inmiddels overgenomen en toegepast. ‘Flessenwater komt uit een bron in iemands gemeente. Het komt niet van een andere planeet,’ zegt Madhavi Venkatesan, verbonden aan de economische faculteit van Northeastern University in Boston en directeur van Sustainable Practices. ‘Dus zitten er dezelfde vervuilende stoffen in als in je plaatselijke water, maar met een plastic fles vererger je die vervuiling.’

    Het verbieden van plastic flessen is een voortdurende strijd: zo gaat het dorp Sandwich in Massachusetts binnenkort voor de derde keer over de kwestie stemmen, nadat het verbod vorig jaar tot tweemaal toe door de gemeenteraad was goedgekeurd en vervolgens weer verworpen. Volgens Venkatesan maken tegenstanders van het verbod (dat tijdens de laatste campagne 38 van de 300 stemmen tekortkwam) zich vooral zorgen over de gevolgen voor winkeliers of willen ze het gemak behouden van het kopen van flessenwater.

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik. Voor 95 procent van de in plastic gebottelde waterproducten kon de luchthaven een geschikte alternatieve verpakking bieden. ‘De winstmarge voor onze verkopers is nagenoeg gelijk gebleven,’ zegt Erin Cooke, directeur duurzaamheid van de luchthaven. ‘En we hebben ze de mogelijkheid geboden meer premiumproducten te verkopen, zoals herbruikbare flessen van glas of ander materiaal.’ Om het makkelijker voor consumenten te maken om hun eigen waterfles mee van huis te nemen, heeft de luchthaven honderd navullocaties geïnstalleerd en wordt reizigers meegedeeld dat ze met een lege waterfles moeiteloos door de security komen.

    Waar San Francisco een ongebruikelijk verbod op plastic flessen heeft ingesteld, ondernemen veel andere luchthavens stappen om alternatieven aan te bieden. De luchthaven van Manchester in het VK heeft zich aangesloten bij het landelijke programma Refill, dat mensen met behulp van een app helpt de dichtstbijzijnde plek te vinden om hun fles te vullen.

    Terug naar Philadelphia, waar het drinkwaterbedrijf blijft peilen hoe inwoners over kraanwater denken, om te zien of de boodschap doorkomt. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van de campagne te kunnen beoordelen, zegt Maura Jarvis, maar de houding is al een klein beetje positiever geworden. ‘Mensen moeten zelf kiezen wat het beste is voor hun gezin en hun huishouden,’ zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat ze voor flessenwater kiezen zonder dat ze de feiten kennen.’