Tag: Latijns-Amerika

  • De Chileense concurrent voor ChatGPT

    De Chileense concurrent voor ChatGPT

    Er bestaat kunstmatige intelligentie die buiten big tech om wordt ontwikkeld. In Chili bouwen meer dan twintig Latijns-Amerikaanse landen aan Latam-GPT, een open en traceerbaar AI-model dat hun eigen geschiedenis en cultuur centraal zet.

    Wie wil mag naar binnen. Bijna iedereen komt uit nieuwsgierigheid. Maar deze man, die vooralsnog wantrouwig is en aan een leeg tafeltje gaat zitten, komt met de bedoeling om het systeem te foppen. Hij heeft zich voor een willekeurige laptop geïnstalleerd. Verder is de tafel leeg. De laptop is door wetenschappers van het vasteland meegenomen. Op het scherm zie je twee kolommen. In de ene mag hij een woord schrijven. Eén enkel woord, maakt niet uit welk. Net als diverse andere nieuwsgierigen die al zijn langsgekomen en zullen blijven langskomen in de loop van de dag.

    De wetenschappers, die toekijken hoe hij daar zit, hebben verteld dat het gaat om kunstmatige intelligentie. Ze zijn hier niet voor het eerst. Een jaar eerder, in november 2023, kwamen ze al eens uit Santiago op uitnodiging van leden de Taalacademie van het eiland Rapa Nui [Paaseiland], om een woordenboek te maken dat de oude taal, die op sterven na dood is, nieuw leven in te blazen. Er zijn nog geen tweeduizend sprekers meer over op de hele wereld, bijna allemaal op het eiland zelf, de helft ouder dan veertig, terwijl nog maar een op de tien kinderen daar de taal verstaat.

    AM Meeting in kring compressed
    © Latam-GPT

    En nu zit hier die wantrouwige man. Hij heeft zijn woord al gekozen. Een woord dat niet bestaat. Hij heeft er goed over nagedacht: het gaat om een woord dat nog nooit iemand op Rapa Nui heeft uitgesproken. Dat niets te maken heeft met hun leven of hun wereld. Hij brengt zijn vingers naar het toetsenbord en tikt: astronaut.

    Even gebeurt er niets. De machine denkt na. Of niet. Het lijkt of hij nadenkt: hij is aan het verwerken. Het woord bestaat niet. Niemand heeft ooit ‘astronaut’ gezegd in het Rapa Nui. Maar de machine doet wat hij moet doen. Op het scherm voor de wantrouwige man verschijnen twee woorden: ha’ere hetu’u – wandelaar van de sterren. Astronaut bestaat niet in het Rapa Nui, maar de machine heeft iets vergelijkbaars bedacht en de eerst zo wantrouwige man is gefascineerd.

    ‘Wat een mooie vertaling,’ zegt hij.

    Ook de wetenschappers in het vertrek zijn gefascineerd. Ze zien dat hun app leert en werkt. En dat geldt ook voor hun werkmethode. Ze weten ook dat ze iets veel groters in handen hebben.

    Latam-GPT

    ‘Ik wil dat we allemaal horen over Latam-GPT,’ zegt Ben Cashdan, een cineast en activist uit Zuid-Afrika, die optreedt als gastheer en uitnodigend gebaart naar Alexandra García. ‘In Chili proberen ze een eigen model op te zetten. Wij wensen ze succes bij het uitdagen van de grote en machtige bedrijven. Wat is jullie doel?’ García glimlacht en knikt. De jonge biochemicus is naar deze bijeenkomst in Genève gekomen om uit te leggen waar ze mee bezig zijn in het Cenia, het Nationaal Centrum voor Kunstmatige Intelligentie in Chili, waar zij werkt aan haar postdoc en de dataploeg aanvoert.

    ‘We proberen een nieuw model te bouwen, ja. Een gezamenlijk model,’ zegt ze. ‘We proberen contact te leggen met alle instanties in Latijns-Amerika. We vinden dat modellen als ChatGPT, Gemini of Claude, die we allemaal gebruiken, onze regio niet vertegenwoordigen zoals wij dat willen. Ze spreken Spaans, maar onze cultuur en kennis zien we er niet in terug.’

    Hierover is men komen discussiëren in het hoofdkantoor van de Wereldorganisatie voor Intellectuele Eigendom (WIPO), die valt onder de Verenigde Naties.

    ‘Het huidige verhaal wil doen geloven dat de enig mogelijke AI die is van de vijf bigtechbedrijven die we allemaal kennen. En die een roofmodel hebben om aan hun data te komen. Maar er zijn een heleboel kleinere AI-projecten die levensvatbaar zijn en culturele diversiteit weerspiegelen.’

    AM Programmeren compressed edited
    © Latam-GPT

    Beatriz Busaniche, een Argentijnse activist op het gebied van digitale rechten, steekt haar vinger op. ‘Ja,’ zegt ze. ‘Er is sprake van een wedloop, dat is zo. Waar het om gaat, is dat niet alle neuzen dezelfde kant op staan.’

    García brengt het gesprek terug op Latam-GPT en legt uit waarin het zich onderscheidt. ‘Voor ons is het grootste probleem de weergave en transparantie van data. Als je in de technische rapporten van de grote bedrijven leest waar zij hun data vandaan halen, word je geen cent wijzer. Er staat dat die uit boeken en van Wikipedia komen. We tasten in het duister als we die technologie gebruiken.’

    In dit gat, het ontbreken van betrouwbare bronnen, wil Latam-GPT springen. Het is een deel van hun kracht: dat ze hun dataset opbouwen met wetenschappelijke, openbare en particuliere instellingen uit de regio, naast een eigen taalmodel dat de gegevens verwerkt en coherente tekst kan genereren, vragen kan beantwoorden, kan vertalen en verschillende taken met betrouwbare informatie kan uitvoeren.

    ‘Voor ons is het grootste probleem de weergave en transparantie van data’

    Het taalmodel van Latam-GPT zal zijn bron openhouden. Het omvat 70 biljoen parameters, elk met een numerieke waarde, een instructie die het systeem geschikt maakt om te leren specifieke taken uit te voeren. De inhoud is vergelijkbaar met die van Deep Seek (dat tussen de 70 en 90 biljoen parameters heeft), maar haalt het niet bij Gemini (200 biljoen), ChatGPT (175 biljoen), of Claude (130 biljoen).

    Het einddoel van Latam-GPT is niet alleen een grote chatbot met algemene thema’s. De dataset en het taalmodel moeten beschikbaar zijn voor iedereen die de handschoen opneemt en afwijkende apps wil ontwerpen. De vertaaltool in het Rapa Nui was een eerste experiment van die aard, dat het Cenia uitvoerde samen met het Centrum voor Toegepaste Antropologie van de Katholieke Universiteit van Chili. Ze verwachten veel meer tools te kunnen ontwikkelen.

    Het model verschilt qua schaal en filosofie van alles wat tot nu toe is gedaan. García twijfelt niet: ‘Wij proberen de manier waarop AI zich ontwikkelt te veranderen.’

    Mayonaise

    Latam-GPT zal tegen de herfst worden gelanceerd. In juni 2025 worden de aanwezige buitenlandjournalisten in Santiago toegesproken door de Chileense minister van Wetenschap, Technologie, Kennis en Innovatie en de directeur van het Cenia. Omdat het project moeilijk uit te leggen is, kiest iedereen zijn eigen metaforen. Ook Álvaro Soto spreekt de journalisten toe. Vandaag draagt hij een donker overhemd, maar op bijna alle officiële foto’s zie je hem in een T-shirt met korte mouwen en een ketting om zijn hals. Hij woonde een groot deel van zijn leven in de Verenigde Staten, waar hij in de cognitieve robotica werkte tot hij bedacht dat het geen zin had om te doen wat iedereen in Noord-Amerika al deed. Hij kon zich beter inzetten voor iets wat niemand in het Zuiden deed. Terug in Chili richtte hij in 2021 het Cenia op.

    ‘Eén ding moet je goed begrijpen over deze technologie,’ zegt hij. ‘Ik zie het als het maken van mayonaise. Je doet olie en eieren in een kom, en roeren maar. Alleen ging het bij AI niet om eieren maar om data, algoritmes. Die almaar door elkaar werden geroerd. Tot iemand zich afvroeg wat er gebeurde als we sneller gingen roeren. En ze voegden meer berekeningen en meer data toe. Zo veel, dat er sprake was van miljarden operaties en er ineens een zelflerend proces ontstond dat we niet eerder hadden gezien. Dat is wat er met ChatGPT gebeurde. Iets waar de hele wereld versteld van stond.’

    AM Meeting aan tafel compressed
    © Latam-GPT

    Het Cenia wordt gefinancierd door de Chileense regering en internationale instanties. Er zijn momenteel ruim honderd wetenschappers van vijftien Chileense universiteiten aan verbonden, die werken aan diverse AI-gerelateerde initiatieven. Minstens dertig van hen, mannen en vrouwen in verschillende stadia van hun leerproces, zijn betrokken bij Latam-GPT en doen het mensenwerk, verdeeld over vier fases, waaronder ethiek. Het niet-menselijke werk, de fase waarin het systeem zelflerend wordt, vindt plaats in een computercentrum van de Universiteit van Tarapacá, dat is opgezet in de woestijnachtige provincie Arica, aan de grens met Bolivia.

    De informatie bestrijkt een breed aantal onderwerpen, uiteenlopend van wetenschap, politiek en sport tot kunst, gezondheid en recreatie. Latam-GPT zal een ‘antigedicht’ van Nicanor Parra nauwkeurig kunnen begrijpen, kunnen vertellen waarom Chili buiten de boot viel bij het laatste WK voetbal, weten wie Tía Pikachu is en wat de nieuwe rechten in de regio zijn, en hoe het zit met de diverse posities van de inheemse gemeenschappen wat betreft recht op water in de Lithiumdriehoek.

    Nog een andere Argentijnse bijdrage van was cruciaal voor de Cenia-ploeg. Toen zij Álvaro Soto leerde kennen, vroeg Beatriz Busaniche hem naar het beleid van Latam-GPT ten aanzien van intellectueel eigendom. De directeur van Cenia vroeg of zo’n beleid dan nodig was. Busaniche waarschuwde hem: een van de grote problemen waar big tech mee kampt, zijn de vele aanklachten uit de culturele sector vanwege het gebruik en de invoer van hun werk in de databases waarmee vervolgens winst wordt gemaakt.

    Auteursrecht

    In Latijns-Amerika zitten de experts op dit gebied aan de andere kant van de Río de la Plata [de natuurlijke grens tussen Argentinië en Uruguay]. Zo is Data Uruguay een ngo die zich bezighoudt met technologie en mensenrechten. In 2024 sloot de organisatie zich aan bij Latam-GPT. Vanuit Montevideo leggen ze uit wat hun werk inhoudt. ‘Bijvoorbeeld: mag je de notulen van alle parlementen, van tientallen jaren debat tussen overlegorganen van Latijns-Amerika, zomaar overnemen? In eerste instantie denk je misschien dat het gaat om openbare informatie. Maar de toespraken vallen onder het auteursrecht en de bepalingen over de toegang tot openbare informatie zijn niet duidelijk. Bovendien verschillen ze per land. Daar moet je allemaal op letten.’

    Busaniche licht toe dat de bigtechbedrijven geen moeite hebben met de rechtszaken die grote onder- nemingen uit de culturele sector tegen hen aanspannen en rustig doorgaan met het verzamelen van data, maar organisaties met minder economische en financiële armslag zullen zwaar worden getroffen. Latam-GPT besloot dit punt op te lossen door een disclaimer toe te voegen met een e-mailadres waar iedere instantie of persoon zich desgewenst kan melden met het verzoek om verwijdering van zijn data.

    AM Man en vrouw compressed
    © Latam-GPT

    ‘Het grote probleem van dit gedeelde verzamelmodel zijn de transactiekosten,’ zegt Patricia Díaz, een andere betrokkene. ‘Alle werkuren die gaan zitten in het tekenen van overeenkomsten om gegevens te verkrijgen. En de tijd: Deep Seek werd bijvoorbeeld in zes maanden opgezet; Latam-GPT is al
    twee jaar bezig met het verzamelen van data. Maar dat is de prijs voor fatsoen en nette praktijken. Dat is deels waarmee dit project zich onderscheidt.’ Bij het slotbanket van een bedrijfsevenement in de VS kwam Soto eens een oude studievriend tegen, laten we hem Damián noemen. Het was 2005 en ze waren elkaar al een paar jaar uit het oog verloren. Soto vroeg hoe het hem was vergaan en toen de ander begon te vertellen over zijn nieuwe werk, gaf een van de mensen aan de andere kant van de ronde tafel hem een seintje. Damián trok zijn gezicht in de plooi, stond op en liep naar de man toe, die hem kort iets influisterde. Toen hij weer op zijn plaats zat, zei hij tegen Soto: ‘Sorry, ik kan er verder niks over zeggen.’

    Later ontdekte Soto dat daar toen bijna allemaal leidinggevenden van Google zaten, het bedrijf waar zijn oude vriend was gaan werken. Twintig jaar later vertelt de directeur van Cenia in Santiago dat hij tijdens dat banket begreep dat bigtechbedrijven terughoudend begonnen te worden over hun vorderingen en er niets meer over kwijt wilden. Maar met ChatGPT ging het anders: ‘Het is niet zo dat een paar wetenschappers een geheime formule aan het bedenken waren en wij nu dertig jaar achterlopen omdat we zulke wetenschappers niet hadden, iets wat wel gebeurt bij andere technologische ontwikkelingen. Het was een recept dat iedereen kende. Het ging om OpenAI, dat daarna veranderde in ClosedAI, maar zijn poorten een beetje te laat sloot. Het is niet als bij Coca-Cola, dat iemand zegt: Jeetje, wat zou de formule van Coca-Cola zijn. Nee, hier is alles openbaar en kunnen we allemaal Coca-Cola maken. Net als mayonaise. Dat is de formule die wij willen hanteren en proberen op te schalen.’

  • Uruguay: oud-president en links icoon José ‘Pepe’ Mujica (89) overleden

    Uruguay: oud-president en links icoon José ‘Pepe’ Mujica (89) overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schotland: parlement stemt voor wetsvoorstel om euthanasie te legaliseren

    » Riyad: Trump kondigt aan Amerikaanse sancties tegen Syrië te zullen opheffen

    Hij werd wel de ‘armste president ter wereld’ genoemd

    ‘Pepe, zo noemde iedereen hem in Uruguay. Hij zal herinnerd worden om de wijsheid van zijn woorden’, reageerde het Argentijnse dagblad Página 12. De voormalige guerrillastrijder die het kleine Latijns-Amerikaanse land van 2010 tot 2015 bestuurde, overleed dinsdag, een week voor zijn negentigste verjaardag, aan slokdarmkanker. ‘Hij was een van de meest invloedrijke en unieke figuren in de Uruguayaanse en Latijns-Amerikaanse politiek. Hij onderscheidde zich door zijn sobere stijl, zijn humanistische discours en zijn inzet voor maatschappelijke doelen’, benadrukt het Uruguayaanse dagblad La República.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tijdens zijn presidentschap daagde hij de traditionele conventies uit en promootte hij progressieve maatregelen voor Latijns-Amerika, zoals de legalisering van cannabis, abortus en het homohuwelijk. De man, die korte metten maakte met het consumentisme en naar eigen zeggen een boerenachtergrond had, werd ook wel de ‘armste president ter wereld’ genoemd en doneerde bijna zijn hele presidentiële inkomen aan een sociaal huisvestingsprogramma. ‘Zijn politieke en ethische erfenis laat een blijvend stempel achter op de hedendaagse geschiedenis van het land’, concludeert La República. Dinsdag bracht de linkse president van Mexico, Claudia Sheinbaum, hulde aan hem en noemde hem ‘een voorbeeld voor Latijns-Amerika en de hele wereld’.

  • Wat de spanningen tussen Ecuador en Mexico zeggen over buitenlandpolitiek in Latijns-Amerika

    Wat de spanningen tussen Ecuador en Mexico zeggen over buitenlandpolitiek in Latijns-Amerika

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Latijns-Amerika, waar de diplomatieke spanningen tussen Ecuador en Mexico het kookpunt hebben bereikt nadat de Ecuadoraanse politie de Mexicaanse ambassade in Ecuador binnenviel. Wat zegt dit over buitenlandpolitiek in Latijns-Amerika?

    Waarom viel Ecuador de ambassade van Mexico binnen?

    De Ecuadoraanse politie viel vrijdagnacht de Mexicaanse ambassade in Quito binnen. Een voormalige vicepresident, die daar asiel had aangevraagd, werd naar buiten gehaald, zo schrijft The Washington Post. Het veroorzaakte een diplomatieke crisis in een regio die steeds meer gepolariseerd raakt tussen links en rechts. Toen de Mexicaanse consul een van de voertuigen probeerde tegen te houden, greep de politie hem vast en trok hem tegen de grond.

    NBC News heeft meer details over de inval. ‘De Ecuadoraanse politie brak door de buitendeuren van de ambassade om Jorge Glas, die daar sinds december verbleef, te arresteren. Glas had politiek asiel aangevraagd op de ambassade nadat hij was aangeklaagd wegens corruptie’, zo schrijft de Amerikaanse nieuwssite. De autoriteiten doen onderzoek naar Glas vanwege vermeende onregelmatigheden tijdens de wederopbouw na een krachtige aardbeving in 2016, waarbij honderden mensen om het leven kwamen. Hij werd veroordeeld voor omkoping en corruptie in andere zaken.

    De Mexicaanse president Andres Manuel Lopez Obrador noemde de arrestatie een ‘autoritaire’ daad en een schending van het internationaal recht en de Mexicaanse soevereiniteit, zo meldt Al Jazeera. Hij droeg zijn minister van Buitenlandse Zaken onmiddellijk op om de diplomatieke banden met Ecuador op te schorten. Al het ambassadepersoneel in Ecuador werd naar huis geroepen.

    In een verklaring beschuldigde de president van Ecuador Mexico ervan ‘misbruik te hebben gemaakt van de privileges die zijn verleend aan de diplomatieke missie waar de voormalige vicepresident was gehuisvest, en diplomatiek asiel te hebben verleend in strijd met het internationale conventies’.

    ANP 495297659 1
    De politie valt in bij de Mexicaanse ambassade in Quito, Ecuador om de voormalige Ecuadoraanse vicepesident Jorge Glas aan te houden. – © David Bustillos / AP

    De spanningen tussen Mexico en Ecuador waren in de dagen voor de inval al opgelopen, schrijft de BBC. Vorige week woensdag zei de Mexicaanse president dat de moord op presidentskandidaat Villavicencio in Ecuador door rechts werd gebruikt om linkse kandidaten in de verkiezingen, gewonnen door de huidige president Daniel Noboa, aan de kant te schuiven. De volgende dag, donderdag dus, verklaarde Ecuador de Mexicaanse ambassadeur tot persona non grata en kreeg deze te horen het land te moeten verlaten.

    Hoe reageerden Latijns-Amerikaanse landen?

    Na de inval schaarden een groot aantal Latijns-Amerikaanse landen – waaronder regionale giganten Brazilië en Argentinië – zich achter Mexico om Ecuador te veroordelen, zo schrijft CNN. ‘Verschillende landen wezen op een schending van de Conventie van Wenen voor Diplomatieke Betrekkingen, het internationale verdrag dat een kader schept voor de betrekkingen tussen landen.’

    Anderen wezen ook op een schending van het asielrecht van Glas. Nicaragua besloot, net als Mexico, om de diplomatieke banden met Ecuador te verbreken. Zelfs de rechtse regering van Argentinië veroordeelde de inval.

    De president van Chili, Gabriel Boric, veroordeelde de actie als een ‘onacceptabele inbreuk’ op de Mexicaanse soevereiniteit, zo schrijft The Guardian. De kritiek uit Caracas was extravaganter: de leider van Venezuela, Nicolás Maduro, beschreef de inval als een fascistische ‘daad van barbaarsheid van een soort dat nooit eerder is gezien in Latijns-Amerika. Zelfs tijdens de meest verschrikkelijke dictaturen in de regio – zoals die van Augusto Pinochet in Chili of Jorge Rafael Videla in Argentinië – heeft zoiets niet plaatsgevonden’.

    Deutsche Welle citeert de reacties vanuit Europa en Noord-Amerika. ’De Verenigde Staten veroordelen elke schending van het Verdrag van Wenen inzake diplomatieke betrekkingen en neemt de verplichting van gastlanden onder internationaal recht om de onschendbaarheid van diplomatieke missies te respecteren zeer serieus’, zei Matthew Miller, woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

    ANP 495537963 1
    President van Ecuador Daniel Noboa heeft tot op heden geen excuses aangeboden voor de inval. – © Dolores Ochoa / AP

    Het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat ‘het met geweld binnendringen van de ambassade van Mexico in Quito een schending van het Verdrag van Wenen uit 1961 vormt, inzake diplomatieke betrekkingen’. En de Hondurese president Xiomara Castro omschreef de inval op X als ‘een ontoelaatbare daad voor de internationale gemeenschap’.

    The New York Times sprak met experts over wat de president van Ecuador kan hebben bewogen tot een inval van een ambassade. De Amerikaanse krant verwijst naar de geweldsgolf van de afgelopen maanden in Ecuador en de beloften van de nieuwgekozen president Noboa om dat geweld aan te pakken. ‘Het vermogen van Noboa om de openbare orde te herstellen kan cruciaal blijken voor zijn herverkiezing’, aldus de krant. Volgens veel experts verklaren deze politieke aspiraties de arrestatie op de ambassade, waarmee Noboa namelijk aantoont ard op te treden tegen straffeloosheid.

    Wat betekent de inval in de ambassade voor de toekomst van Latijns-Amerika? 

    Mogelijk leidt de inval tot meer dan alleen een breuk van diplomatieke betrekkingen tussen Mexico en Ecuador. Volgens Le Monde heeft Mexico aangekondigd een klacht tegen Ecuador in te zullen dienen bij het Internationaal Gerechtshof. ‘Vanaf morgen gaan we naar het Internationaal Gerechtshof om deze zaak voor te leggen,’ aldus minister van Buitenlandse Zaken Alicia Barcena toen ze het ambassadepersoneel uit Ecuador in Mexico verwelkomde. ‘We verwachten deze zaak snel te kunnen winnen.’

    Maar ook voor de rest van Latijns-Amerika heeft de inval mogelijk grote gevolgen hebben. ‘Toen ze de Mexicaanse ambassade binnendrong om de arrestatie te verrichten, drong de Ecuadoraanse politie binnen op Mexicaans soeverein grondgebied’, zegt Natalia Saltalamacchia, professor internationale betrekkingen aan het Autonoom Technologisch Instituut van Mexico, tegen persbureau AP. ‘Wanneer een staat als Ecuador zo’n beslissing neemt, breng je alle ambassades van alle staten ter wereld in gevaar. Je komt in een staat van anarchie terecht, een soort junglewet.’

    Vanuit internationaal perspectief is het moeilijk om een potentiële positieve kant te ontdekken aan de Ecuadoraanse actie, schrijft de Ecuadoriaanse analist Sebastián Hurtado in Americas Quarterly. ‘Er zal weinig aandacht worden besteed aan de details achter de vraag of de veroordeelde vicepresident Glas inderdaad asiel had moeten krijgen en of Mexico geen internationale conventies aan zijn laars lapte door hem in de ambassade onder te brengen. Het beeld van Ecuador, als instabiel land met weinig respect voor internationale normen, dat voortdurend onderhevig is aan de grillen van lokale politieke leiders die politiek gewin op korte termijn nastreven, zal enkel worden versterkt.’

    ANP 495674980 1
    De Mexicaanse president Andres Manuel Lopez Obrador kondigt aan dat Mexico Ecuador naar het Internationaal Gerechtshof sleept. – © Jose Mendez / EPA

    In een regio waar de politieke richtingaanwijzer tijdens verkiezingen steeds weer van links naar rechts lijken te schieten, is continuïteit rond internationale samenwerking een groot probleem. Door ideologie gedreven leiders weigeren samen te werken met hun ideologische tegenstanders. Een goed voorbeeld vormen Argentinië en Mexico. Voormalig Argentijns president Alberto Fernández, een linkse leider, was een bondgenoot van de Mexicaanse president López Obrador. Onder de rechtse Javier Milei zijn de relaties tussen Mexico en Argentinië echter tot een nulpunt gedaald.

    ‘De wispelturige leiders van een aantal van de grootste landen in Latijns-Amerika hebben een uitgesproken minachtende houding ten opzichte van diplomatieke betrekkingen. In een regio die ver verwijderd is van wereldwijde conflicten, zijn presidenten hier verwikkeld in het soort verbale schermutselingen die je normaal gesproken op schoolpleinen ziet – een woordenstrijd die zich afspeelt op televisie en via berichten op X’, schrijft de Wall Street Journal. (Oud-)presidenten Evo Morales (Bolivia), López Obrador (Mexico), Daniel Ortega (Nicaragua), Nicolás Maduro (Venezuela), Javier Milei (Argentinië), Gustavo Petro (Colombia), Daniel Noboa (Ecuador); de lijst met voorbeelden van Latijns-Amerikaanse leiders die elkaar op volkomen onpresidentiële manier in de haren vliegen, enkel omdat ze van ideologie verschillen, is ellenlang.

    En dat terwijl het belang van samenwerking in Latijns-Amerika enorm is, zo schrijft denktank Carnegie. ‘Latijns-Amerikaanse regeringen moeten dringend samenwerken om de vele uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd aan te pakken. De gebeurtenissen van de afgelopen decennia hebben immers aangetoond dat als er geen betere regionale mechanismen kunnen worden gevonden, binnenlandse en transnationale uitdagingen – van georganiseerde misdaad en milieuverontreiniging tot migratie en anemische economische groei – nog moeilijker aan te pakken zullen zijn.’

  • Latijns-Amerikaanse leiders voeren een kruistocht tegen gendergelijkheid

    Latijns-Amerikaanse leiders voeren een kruistocht tegen gendergelijkheid

    Onder het mom van ‘bescherming van traditionele waarden’ proberen extreemrechtse leiders als Milei en Bukele vrouwenrechten in te perken en inclusieve taal en beleid te verbieden. Ondertussen is geweld tegen vrouwen in Latijns-Amerika aan de orde van de dag.

    De culturele strijd onder leiding van president Javier Milei in Argentinië is erop gericht het gelijkheidsbeleid dat het feminisme het afgelopen decennium heeft gepromoot uit te wissen. Na om te beginnen het bestaan van de loonkloof tussen mannen en vrouwen – die volgens officiële statistieken 25 procent bedraagt – te hebben ontkend en het ministerie van Vrouwen, Gender en Diversiteit te hebben gedegradeerd tot een subsecretariaat, kondigde de regering aan dat ze inclusief taalgebruik en ‘alles wat te maken heeft met gendergelijkheid’ in de nationale overheidsdiensten zal verbieden.

    Het officiële argument is dat gendergelijkheid is ingezet ‘als een politiek middel’ en bijdraagt aan de vernietiging van waarden. Om die reden acht de regering het noodzakelijk om de ideologie uit te bannen. De regering heeft niet gespecificeerd hoe ze zich zal verzetten tegen beleid dat buiten de bevoegdheid van de ministeries valt en deel uitmaakt van de internationale verplichtingen van Argentinië, zoals de Agenda 2030 van de Verenigde Naties of de Conventie van Belém do Pará tegen gendergerelateerd geweld. In enkele belangrijke programma’s beginnen de gevolgen van de bezuinigingen echter al voelbaar te worden, zoals lijn 144 voor slachtoffers van gendergeweld of de opvanghuizen die voor hen zijn opgezet.

    Lesprogramma’s

    Carolina Villanueva, directeur van de organisatie Grow Género y Trabajo, betwijfelt of de overheid het gebruik van inclusief taalgebruik in openbare instellingen kan controleren. Toch beschouwt ze de aankondigingen als onderdeel van een brede strategie om verworven rechten te herroepen, zoals de wet op uitgebreide seksuele voorlichting en de legalisering van abortus. De reactie van feministische bewegingen was op 8 maart, Internationale Vrouwendag, op straat te horen. Ondertussen heeft Milei gezelschap gekregen van andere ultrarechtse Latijns-Amerikaanse leiders, zoals Nayib Bukele.

    De onderwijsautoriteiten van El Salvador hebben besloten om wat president Nayib Bukele ‘genderideologie’ noemt ‘te verwijderen’ uit de lesprogramma’s van openbare scholen. De beslissing werd aangekondigd door de minister van Onderwijs, José Mauricio Pineda, en leidde tot kritiek van feministische organisaties die zeggen dat het Midden-Amerikaanse land een van de landen in de regio is met het hoogste percentage geweld tegen meisjes en vrouwen. Kort daarvoor haalde Bukele tijdens een bijeenkomst van de Conservative Political Action Conference in de Verenigde Staten hard uit naar gendergelijkheid. De controversiële president zei dat hij ‘zulke ideologieën niet zou toestaan op scholen en universiteiten’. Minister Pineda zei bovendien dat ‘elk gebruik en ieder spoor van genderideologie uit de openbare scholen is verwijderd’, zonder uit te weiden over de implicaties van deze beslissing.

    Statistieken tonen aan dat vrouwen in El Salvador vaak op gewelddadige wijze om het leven komen. Uit gegevens van UN Women blijkt dat dit in 2019 om 6,48 op de 100.000 vrouwen ging. Daarnaast haalt de organisatie rapporten aan van het Openbaar Ministerie waaruit blijkt dat in de eerste helft van 2021 315 vrouwen als vermist werden opgegeven, terwijl uit de Nationale Enquête Seksueel Geweld van 2019 bleek dat 63 procent van de vrouwen in het hele land (zes op de tien) aangaf ten minste één daad van seksuele agressie te hebben meegemaakt. ‘In het algemeen hebben vrouwen en meisjes te maken met voortdurende vormen van geweld en discriminatie die geworteld zijn in het patriarchale systeem en die alleen met een alomvattende en geïntegreerde aanpak kunnen worden uitgeroeid’, waarschuwt UN Women.

    Ook in het jaar 2016 bleek de verborgen kracht die conservatieve groeperingen kunnen uitoefenen ter verdediging van het ‘traditionele gezin’. Op 2 oktober verwierpen de Colombianen het vredesakkoord tussen de regering van Juan Manuel Santos en de FARC-guerrilla. Van de verschillende redenen die een meerderheid van de burgers ertoe brachten om tegen het akkoord te stemmen, was het genderstandpunt – gelijkheid tussen mannen, vrouwen, homoseksuelen, heteroseksuelen en mensen met verschillende identiteiten – het punt dat de meeste controverse veroorzaakte.

    ‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn’

    Het klimaat van verzet was al maanden aan het broeien. Evangelische en katholieke groeperingen, die steun kregen van de partij van voormalig president Álvaro Uribe, waren die zomer de straat opgegaan tegen de ‘indoctrinatie van de genderidentiteit’ door de regering. 

    Het debat werd opgestookt door nepnieuws en virale berichten die de werkelijkheid verdraaiden, maar de woede aanwakkerden van een sector die diep geworteld is in de conservatieve Colombiaanse samenleving en veel invloed heeft. María Fernanda Cabal, de leidende senator van de meest radicale vleugel van rechts, zei bijvoorbeeld dat ‘genderideologie walgelijk is’.

    In Brazilië gebruikten Bolsonaro en de zijnen het vage begrip ‘genderideologie’ tussen 2014 en 2022 minstens 206 keer op hun sociale netwerken, volgens een telling van het agentschap Diadorim. Het gebruik van de term steeg met elke naderende verkiezing; blijkbaar werkte het goed om hun achterban te mobiliseren, vooral het machtige evangelische electoraat. Extreemrechtse parlementsleden dienden zelfs wetsvoorstellen in om gendergelijkheid op scholen te verbieden, die echter geen van alle werden aangenomen. Het Hooggerechtshof verklaarde vier gemeentelijke wetten van deze strekking ongrondwettelijk.

    In tegenstelling tot in sommige buurlanden heeft inclusief taalgebruik in Brazilië nooit echt wortel geschoten. Desondanks sprak het hoofd van het cultuurbeleid onder Bolsonaro zijn veto uit over inclusieve taal in projecten voor belastingvoordelen, en de voormalige president zelf spotte met de Argentijnse regering toen Alberto Fernández aankondigde over te gaan op inclusief taalgebruik in officiële communicatie. ‘Wat schiet zijn volk ermee op? Waar het om gaat is dat er nu tekorten, armoede en werkloosheid zijn. Moge God onze Argentijnse broeders en zusters beschermen en ons uit deze moeilijke situatie helpen,’ zei hij.

    Directe reactie

    Inclusief taalgebruik en gendergelijkheid zijn niet de belangrijkste onderwerpen in de conservatieve kruistocht van de leider van de Chileense extreemrechtse Republikeinse Partij, José Antonio Kast, maar al wel aanwezig. De partij, in 2019 door hem opgericht, is tegen het homohuwelijk, adoptie van kinderen door koppels van hetzelfde geslacht, abortus, seksuele voorlichting op scholen en tegen wat ze genderideologie noemen.

    In zijn eerste presidentiële voorstel in de aanloop naar de verkiezingen van november 2021, in een deel van Kasts cultuurprogramma genaamd Recuperemos el Lenguaje, no más deformación cultural’ (Laten we de taal ontdekken, geen culturele deformatie meer) werd erop gewezen dat ‘het ten onrechte zo genoemde inclusieve taalgebruik deel uitmaakt van een politiek-ideologische agenda, niet van een culturele. We gaan het correcte gebruik van taal versterken, zonder enige vorm van discriminatie en zonder taalafwijkingen op te dringen’. Maar toen hij naar de tweede ronde ging in de strijd met Gabriel Boric, die in december van dat jaar werd gekozen, noemde hij het idee niet meer.

    In augustus 2022 diende een groep afgevaardigden uit verschillende fracties, waaronder Benjamín Moreno van de Republikeinse Partij, een wetsvoorstel in om de Algemene Onderwijswet te wijzigen om ‘het correcte gebruik van taal en het verbod op zogenaamd “inclusief taalgebruik” in alle onderwijsinstanties’ tot een van de taken van onderwijsprofessionals en assistenten te maken. De parlementariër zei vervolgens dat deze taal ‘vanuit de ideologie probeert de manier waarop we communiceren te veranderen en vanaf jonge leeftijd begint met het ideologiseren van onze kinderen en jongeren’.

    In Mexico hebben ultraconservatieve groeperingen het einde van wat zij de genderideologie noemen ook bovenaan hun agenda gezet. Dit is een directe reactie op het gelijkheidsbeleid en de uitbreiding van rechten voor vrouwen en de seksueel diverse gemeenschap. Ze zijn echter niet de enigen die zich tegen deze standpunten uitspreken. Meer traditionele partijen, zoals de Nationale Actiepartij (PAN), stemmen al decennialang tegen abortuswetgeving en proberen huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht tegen te houden. 

    Eduardo Verástegui, voormalig acteur, religieus fanaat en de laatste vertegenwoordiger van de meest conservatieve rechtse partijen, probeerde mee te doen aan de verkiezingen in juni, maar slaagde er niet in genoeg handtekeningen te verzamelen om zich als kandidaat te registreren. Desondanks wist hij munt te slaan uit de ontevredenheid van een deel van de maatschappij over de regering van López Obrador en creëerde hij een flinke aanhang. Hij heeft banden met extreemrechtse milieus, zoals de Spaanse partij Vox, en extreemrechtse leiders als Donald Trump en Javier Milei, en slaagt er in zijn zoektocht naar stemmen, clicks en ‘likes’ net als hen in om zijn antirechtendiscours te verspreiden. Zo noemde hij abortus ‘een misdaad’ en linkte hij de lhbtq-gemeenschap aan pedofilie.

  • Colombia dodelijkste land voor milieuactivisten

    Colombia dodelijkste land voor milieuactivisten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Medeoprichter OneCoin krijgt 20 jaar gevangenisstraf

    » Huis van Afgevaardigden gaat afzetting president Biden onderzoeken

    De meeste moorden werden in Latijns-Amerika gepleegd

    Colombia was in 2022 het dodelijkste land ter wereld voor milieuactivisten, met ruim zestig doden in één jaar tijd. Dat schrijft The Guardian op basis van het Global Witness Report. Daarmee werd in Colombia een derde van alle moorden op milieuactivisten wereldwijd gepleegd. Daarnaast is het een verdubbeling ten opzichte van 2021.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Latijns-Amerika was sowieso de regio met de meeste moorden: bijna 90 procent van de milieuactivisten werd hier vermoord. Naast Colombia bleken ook Brazilië en Mexico zeer gevaarlijk voor activisten. Een derde van alle vermoorde milieuactivisten kwam van een inheemse groepering.

    Verder valt op dat veel moorden in het Amazonewoud werden gepleegd: ruim 20 procent. In het gebied is veel georganiseerde misdaad actief, die verdient aan illegale houtkap, illegale visserij, illegale mijnbouw en de productie van cocaïne.

    Lees ook:

  • Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    In landen als Colombia, Bolivia en Peru worden de bladeren van de cocaplant steeds vaker gebruikt in voedingsmiddelen: van bieren en wijnen tot meel en thee. Producenten en koks streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug.

    Vroegere bewoners van de Andes geloofden dat geen enkele belangrijke activiteit kon gedijen zonder coca. Volgens het inheemse wereldbeeld voorziet de cocaplant het menselijk handelen van een heilig aura. Cocablad is een zegen voor het land en de gewassen. Het is voedsel dat energie en vitaliteit biedt om hard te kunnen werken en het is een remedie tegen hoogteziekte en maagproblemen. Coca is een symbool van dankbaarheid en vormt een centraal onderdeel van voeding en landbouw.

    Cocablad wordt al sinds mensenheugenis gebruikt, en voor veel inheemse volkeren van Amerika was het een symbool van goddelijkheid: het speelde een culturele, spirituele en medicinale rol. Nog steeds maakt het deel uit van de identiteit van het leefgebied van honderden volkeren. Maar de meeste landen zien cocablad vooral als grondstof voor een van de meest problematische exportproducten in de hedendaagse geschiedenis. 

    ‘Cultureel gezien is coca geworteld in de Boliviaanse samenleving, en voor ons is het een heilige plant, vertelt Marsia Taha, chef-kok van restaurant Gustu in La Paz. ‘Bolivia is sterk met de cocacultuur verbonden, maar tegelijkertijd zien we het conflict dat er wereldwijd omheen is ontstaan. Gelukkig duikt het cocablad steeds vaker op in de gastronomie. In ons restaurant gebruiken we het voor allerlei zaken zoals cocaboter, brood, cocktails, infusies of ijsjes.’ 

    Coca wordt tot op de dag van vandaag omgeven door taboes en stigma’s, ook al is het heel wat anders dan cocaïne. De kloof tussen de twee ogenschijnlijk onverenigbare realiteiten kan worden verkleind door een keuken die zich richt op terugkeer naar de oorsprong en het herstel van lokale gebruiken, zoals de voorouderlijke toepassingen van deze plant.

    Het heilige blad

    Coca is afgeleid van het woord khoka in het Aymara – de taal van afstammelingen van de Tiwanaku, een beschaving die voorafging aan het Incarijk. De plant is een royale bron van vitaminen, proteïnen en mineralen. Calcium, kalium, magnesium, ijzer, natrium, vitamine C, E, B1 en B2 zijn slechts enkele van de gunstige bestanddelen van deze bladeren. In verschillende vormen en toepassingen zijn ze populair in de landen waar ze van oudsher worden geconsumeerd – Colombia, Bolivia en Peru.

    Het eerste wereldwijde culinaire gebruik van cocablad was in de vorm van een drankje, zoals het Coca Museum in de Boliviaanse hoofdstad La Paz laat zien. In 1886 was John Pemberton op zoek naar een medicijn tegen maagklachten. Hij experimenteerde met cocabladeren en kolanoten en creëerde zo een vloeistof die de naam van zijn twee belangrijkste grondstoffen kreeg: Coca-Cola. De frisdrank wordt tegenwoordig niet meer van de cocaplant gemaakt, maar inmiddels zijn er nieuwe initiatieven die de voordelen van deze bladeren uit het Amazonegebied proberen te benadrukken en de taboes die de plant oproept achter zich willen laten.

    ‘Coca Nasa in Colombia is een gigantisch industrieel bedrijf. Het maakt frisdranken, bieren, thee, koekjes, oliën en zelfs rum met coca,’ zegt Alejandro Osses, directeur van het Futuro Coca-festival. Het festival werd opgericht om de stigma’s rond deze plant te verdrijven en de verschillende toepassingen te verkennen. Het bedrijf, opgericht door de inheemse Nasa-bevolking in het zuidwesten van Colombia, cultiveert en consumeert coca voor medicinale en rituele doeleinden. In 1998 begon het bedrijf met de verkoop van infusies van de bladeren en de promotie van hun voedzame eigenschappen. Vandaag de dag heeft het een hele lijn voedingsmiddelen en cosmetische producten, waaronder Coca Beka-wijn en de hydraterende drank Coca Sek.

    Del Condor doet iets soortgelijks. Dat bedrijf verdiept zich in voorouderlijke geneeskunde om die op de hedendaagse markt te brengen in de vorm van mambe-pillen. Die worden gemaakt van het poeder van geroosterde cocabladeren gemengd met de as van yarumo-bladeren, en ze worden door sjamanen gebruikt voor spirituele en medicinale doeleinden. Er is ook een eigen chai-thee uit het Amazonegebied, gemaakt van matcha, cacao, gember en cocabladmeel. Vanwege de smaak en het lokale karakter wordt matcha-thee in deze gebieden steeds vaker vervangen door thee van cocabladeren, zoals de Esmeralda chai – een thee gemengd met cocameel, kardemom en kruidnagel in poedervorm, die wordt verkocht in Diosa Café in Bogotá.

    ‘Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog’

    Cocablad heeft ook zijn weg gevonden naar de haute cuisine. Een klant die plaatsneemt aan een van de tafels in restaurant Oda in Bogotá – op 2625 meter boven zeeniveau – krijgt als eerste het traditionele aftreksel van cocablad geserveerd om hoogteziekte te bestrijden. ‘Onze leverancier is een inheemse man uit Putumayo die ons de gedroogde bladeren stuurt zodat wij ze in de keuken kunnen verwerken zonder dat ze hun voedingsstoffen verliezen. Als dessert hebben we een millefeuille met geitenkaas en cocapoeder en een sponscake met chocolade uit de Amazone doordrenkt met poeder van cocablad. We moeten het poeder zorgvuldig afwegen, want het heeft een indringende en bijzondere smaak,’ vertelt Jefferson García, chef-kok bij Oda. Hij voegt eraan toe dat ze het blad in hun cocktailbar ook verwerken in het drankje Luna de ciervo, ‘bereid met een likeur van guanabana [zuurzak], viche [alcoholische drank van suikerriet] doordrenkt met cocablad, prosecco en Tanqueray Rangpur’.

    In de wereld van de dranken werkt sommelier Laura Hernández al meer dan tien jaar aan haar wijn Territorio. ‘Die is gericht op het presenteren van de verschillende regio’s van Colombia door middel van distillaten, gefermenteerde producten en traditionele dranken. Het doel is om de sensaties en emoties van elk van deze oorden over te brengen met een drankje,’ zegt ze. In haar restaurant en cocktailbar La Sala de Laura in Bogotá heeft Hernández van cocabladeren een gedistilleerde Piedemonte gemaakt, een eerbetoon aan de bergen van de Andes die uitlopen in de oostelijke vlaktes, het land van cocabladeren, cacao nibs, en gefermenteerde coca.

    Al deze koks en hun leveranciers streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug. Uit deze filosofie ontstond in restaurant Salvo Patria in Bogotá de ramen [noedelgerecht] van mambe-noedels met spek, vers palmhart, zoete chili, maiskolf en koriander, waarmee een van de bijproducten van deze plant op tafel wordt gezet. Maar er zijn nog veel meer projecten op basis van deze grondstof, zoals de in cocablad gemacereerde viche van Onésimo González – Onésimo genaamd – of Pajarita Caucana van Ginger Blonde, waarvoor vrouwen uit Cauca stoffen verkopen die geverfd zijn met cocabladeren waarmee ze meer dan 96 verschillende kleuren hebben gemaakt.

    Ondanks de vele toepassingen en voordelen van deze plant, is ze wereldwijd gedemoniseerd en gestigmatiseerd. Om bekendheid te geven aan de talrijke initiatieven die bestaan rond coca met als doel het historische en culturele belang van deze bladeren te benadrukken, werd het Futuro Coca-festival geboren, dat op 30 juli in het Modern Gymnasium in Bogota plaatsvond. ‘We hebben de mogelijkheid om het heersende verhaal, dat is gebaseerd op taboes en stigmatisering, te veranderen. Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog. Dit festival is in het leven geroepen zodat we collectief leuke en verrijkende manieren kunnen bedenken om ons te verhouden tot deze plant. Ze biedt ons een nieuwe wereld van mogelijkheden,’ aldus festivaldirecteur Carmen Posada.

    Lees ook:

  • EU ontmoet Latijns-Amerikaanse landen in Brussel

    EU ontmoet Latijns-Amerikaanse landen in Brussel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland zet punt achter graandeal met Oekraïne

    » Europa zucht onder ongekende hittegolf

    Europa kijkt naar de regio vanwege grondstoffen

    Regeringsleiders uit Europa en Latijns-Amerika ontmoetten elkaar op maandag in Brussel voor het eerst in acht jaar. Het gaat om de EU-CELAC-top, die twee dagen lang duurt. El País schrijft dat de EU op tientallen gebieden economisch wil samenwerken met de regio, onder meer om minder afhankelijk te worden van China.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Van mineralen als lithium en koper tot afzetmarkten voor Europese producten: Latijns-Amerika is een regio die lang door Europa over het hoofd is gezien. China is de afgelopen jaren juist in het gat gesprongen dat de VS hebben achtergelaten en met de top in Brussel proberen Europese leiders die betrekkingen te lijmen.

    Op politiek niveau zijn er ook obstakels. Zo zien meerdere Latijns-Amerikaanse landen de Russische invasie in Oekraïne als een provocatie van de NAVO, en is militaire steun vanuit Latijns-Amerika tot dusver uitgesloten. Met name landen als Bolivia, Nicaragua, Cuba en Venezuela zijn op de hand van Rusland en weigeren steun aan Oekraïne uit te spreken.

    Lees ook:

  • De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De harde hand van Nayib Bukele krijgt steeds meer Latijns-Amerikaanse bewonderaars

    De Salvadoraanse president wordt vanwege zijn harde optreden tegen bendegeweld ervan beschuldigd de mensenrechten te schenden en de democratie af te breken. Maar in de regio is zijn mano dura-aanpak voor velen een voorbeeld.

    Volgens critici heeft Nayib Bukele, de president van El Salvador, zich ontwikkeld tot een meedogenloze hardliner, die eerlijke rechtsgang en andere civiele bescherming met voeten treedt. Maar in Latijns-Amerika heeft hij met zijn gemilitariseerde optreden tegen bendes een fanclub verworven die maar blijft groeien. Prominente politici en doorsneeburgers tonen bewondering voor zijn beleid. Niet alleen in aangrenzende landen, maar ook in het verder gelegen Peru en Chili. Ze wensen dat hun eigen land een soortgelijke aanpak volgt.

    Na de mano dura – de aanpak met harde hand die escaleerde toen Bukele afgelopen maart de uitzonderingstoestand afkondigde – is het aantal moorden in El Salvador teruggedrongen en keerde relatieve veiligheid terug in steden en dorpen die jarenlang door geweld werden geteisterd. Maar daarmee is ook het recht op een eerlijk proces nagenoeg verdwenen voor degenen die ervan worden beschuldigd lid van een bende te zijn. Ongeveer zestigduizend Salvadoranen werden in minder dan een jaar tijd gevangengezet. De regering van Bukele werd het doelwit van berispingen en sancties van de VS en is door mensenrechtenorganisaties veroordeeld. Maar in veel delen van Latijns-Amerika zijn de reacties een stuk positiever.

    Bukele is bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land

    In het door geweld geteisterde Guatemala en Honduras hielden burgers pro-Bukele-demonstraties en tijdens het bezoek van de Salvadoraanse president aan die landen werd hij toegejuicht. De minister van Veiligheid van Costa Rica, Jorge Torres, riep zijn regering op om Bukele na te volgen. Rodolfo Hernández, de bij de presidentsverkiezingen van Colombia nipt werd verslagen, reisde vóór de verkiezingen af naar San Salvador, om het beleid van Bukele uit eerste hand te observeren. Rafael López Aliaga, burgemeester van de Peruaanse hoofdstad Lima en rechtse presidentskandidaat, beloofde een ‘Bukele-strategie’ om de stedelijke criminaliteit aan te pakken. Zelfs in het verre Chili, waar de criminaliteit sterk toeneemt, waren pro-Bukele-demonstraties een veelbesproken onderwerp op sociale media.

    Critici van Bukele in Latijns-Amerika daarentegen zijn opmerkelijk dun gezaaid. De Ecuadoriaanse president Guillermo Lasso, die door critici onder druk werd gezet om zich uit te spreken over de verslechterende veiligheidssituatie in eigen land, vond dat Bukele te ver was gegaan. Hij klonk als een roepende in de woestijn. Niet zo gek, want een recente opiniepeiling laat zien dat Bukele bij de Ecuadorianen twee keer zo populair is als alle andere politici in het land.

    Weldoener

    De soft power van Bukele – ongewoon voor een president van zo’n klein land – is de vrucht van jarenlange diplomatieke arbeid. Al voordat hij in 2019 president werd gaf hij aan dat hij de banden met zijn buurlanden wilde aanhalen, maar zijn echte kans kwam daarna. Het lanceerplatform werd de pandemie, die de doodsklok luidde voor zittende presidenten in de hele regio.

    Om zijn internationale imago te promoten profiteerde hij van de relatief doeltreffende – zij het draconische – reactie van zijn regering op de pandemie. In mei 2021 schonk zijn land 34.000 vaccins aan juichende menigtes in Honduras, waar een tekort was ontstaan door corruptie en incompetentie. Nadat verwoestende orkanen de regio troffen, stuurde zijn regering ook medische noodhulp naar Honduras en Guatemala en bood zij aan om Nicaraguaanse artsen in dienst te nemen die waren ontslagen omdat ze kritiek hadden geuit op de dictatuur van Daniel Ortega. Net als zijn jeugdidool Hugo Chávez lapte Bukele de presidentstermijnen aan zijn laars en zuiverde hij de rechterlijke macht in eigen land. Ondertussen cultiveerde hij het imago van weldoener in het buitenland, om zijn regering te beschermen tegen kritiek.

    In 2023 lijkt Bukele dat script te herhalen, alleen exporteert hij nu zijn veiligheidsbeleid. De Salvadoraanse minister van Veiligheid, Gustavo Villatoro, vertelde eind vorig jaar aan de Hondurese El Heraldo dat de Salvadoraanse autoriteiten sinds afgelopen maart regelmatig bijeenkomen met hun Guatemalteekse en Hondurese collega’s om informatie uit te wisselen over het gaan en staan van verdachte bendeleden die de grens oversteken. Een bendeleider die werd gezocht voor een reeks moorden werd in december door Guatemala overgedragen aan El Salvador, en de Hondurese president Xiomara Castro stuurde militaire politie naar de grens met El Salvador om te voorkomen dat verdachte criminelen die zouden oversteken. ‘Wat we in El Salvador hebben bereikt, is haalbaar voor alle landen,’ zei Villatoro na een bijeenkomst in februari waar de ministers van Veiligheid van Mexico, de Dominicaanse Republiek en verschillende Centraal-Amerikaanse landen besloten tot coördinatie van hun strategie tegen bendes.

    De trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador zouden Bukele de wind uit de zeilen kunnen nemen

    Ideologie lijkt niet te bepalen welke buitenlandse volgelingen zich aansluiten bij Bukele. Castro, die als links politicus campagne voerde met de bedoeling het misbruik door de veiligheidstroepen van Honduras aan banden te leggen, noemde Bukele een lichtend voorbeeld. Castro heeft in zestien van de achttien departementen van het land de permanente uitzonderingstoestand uitgeroepen – massale aanhoudingen laten nog op zich wachten. De conservatieve Zury Ríos, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze dit jaar de aan kop zal gaan bij de presidentsverkiezingen in Guatemala, prijst op sociale media het veiligheidsbeleid van Bukele en heeft banden gesmeed met zijn getrouwen.

    Porfirio Chica, een Salvadoraanse mediastrateeg die nauw heeft samengewerkt met Bukele, vertelde Americas Quarterly dat Ríos hem tweemaal heeft geraadpleegd over de politieke strategie in het kader van de komende verkiezingen. Hij merkt daarbij op dat Bukele de soevereiniteit van zijn buren altijd strikt heeft gerespecteerd. De invloed van het veiligheidsbeleid van Bukele reikt nog veel verder. In januari verklaarde de Salvadoraanse vicepresident Félix Ulloa dat regeringsambtenaren een ontmoeting hadden met de Haïtiaanse premier Ariel Henry. Hij wil in Port-au-Prince een agentschap vestigen om een strategie te ontwikkelen tegen bendes in Haïti.

    De ideeën en retoriek van Bukele verspreiden zich nog steeds snel, maar het is niet duidelijk hoe ver hun invloed werkelijk reikt. Verschillende krachten zouden hem de wind uit de zeilen kunnen nemen – bijvoorbeeld de trage groei en kolossale buitenlandse schuld van El Salvador. Het IMF voorspelt dat deze tegen 2027 – mede gevoed door de dure campagne tegen bendegeweld en de populistische economische hervormingen – 97,5 procent van het bbp zal bedragen. De regering zal de uitgaven moeten beperken, want dat politie en soldaten gratis gaan patrouilleren, is onwaarschijnlijk.

    Diversiteit

    De diversiteit van Midden-Amerika, die voor landen al vaker een sta-in-de-weg is geweest om onderling te integreren, is een ander potentieel obstakel. De regeringen in Guatemala en Honduras hebben te maken met een groter, geografisch diverser gebied en met andere betrokken maatschappelijke organisaties. Die zien het waarschijnlijk niet zitten om de agressievere handhavingsmethode van Bukele te kopiëren. In Costa Rica, en wellicht ook in de Dominicaanse Republiek en Panama, kan het relatief sterke rechtssysteem een rem zijn, als daar de aanpak van Bukele wordt geïmiteerd. Ook burgers zelf kunnen zich ertegen verzetten. Bukele heeft zich weliswaar gepresenteerd als een moderne Francisco Morazán – de negentiende-eeuwse onafhankelijkheidsstrijder die een groot deel van Midden-Amerika verenigd wilde houden – voor anderen doet hij juist denken aan Operatie Condor.

    De zoektocht van Bukele naar soft power in Latijns-Amerika is vooralsnog te succesvol om hem nu al af te schrijven. Gewelddadige criminaliteit, de voedingsbodem voor zijn soort beleid, is vrijwel overal in Latijns-Amerika een groot probleem. Zowel burgers van Chili en Ecuador, waar het altijd rustig is geweest, als die van chronisch gewelddadige landen zoals Haïti, Honduras en Colombia, hebben conventioneel veiligheidsbeleid al te vaak zien mislukken. Voor velen is de aantrekkingskracht van Bukele juist zijn radicale aanpak van misdaad. Mano dura-presidenten in de regio die hem voorgingen – zoals Antonio Saca van El Salvador of Otto Perez Molina van Guatemala – lijken vergeleken met hem voorzichtig en gezagsgetrouw. Vooralsnog nemen de ambtsgenoten van Bukele er nota van.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/wat-gebeurt-er-allemaal-in-el-salvador/
  • In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    In Latijns-Amerika is horror onderdeel van het dagelijks leven

    Latijns-Amerikaanse schrijvers als Mónica Ojeda en Samantha Schweblin zijn belangrijke namen in een nieuw soort gothic literatuur. Hun ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ verbeeldt de terreur waar veel vrouwen van Mexico tot Argentinië dagelijks mee te maken hebben.

    ‘Ik ben een auteur van korte verhalen, dus ik ga het ook kort houden.’ Met deze woorden sprak de Argentijnse schrijver Samantha Schweblin afgelopen woensdag tegenover een New Yorks publiek haar dank uit bij de uitreiking van de National Book Award, een van de meest prestigieuze literaire prijzen van de Verenigde Staten. Ze deelt haar prijs in de categorie vertaalde literatuur met Megan McDowell, die zorg droeg voor de Engelse vertaling van de winnende verhalenbundel Siete casas vacías (Seven Empty Houses, in het Nederlands vertaald als Zeven lege huizen).

    Het is al de derde prijs waarmee de schrijver zich dit jaar profileert. Bovendien is ze de eerste Argentijnse die de National Book Award wint sinds Cortázar dat in 1967 deed met Rayuela: een hinkelspel. Schweblin was echter niet de enige genomineerde Latijns-Amerikaanse schrijver: finaliste in dezelfde categorie was Mónica Ojeda uit Ecuador met haar roman Mandíbula (in het Engels vertaald als Jawbone). Al verschilt Schweblins stijl van die van Ojeda, Siete casas vacías en Mandíbula hebben veel gemeen: beide boeken ademen een ongewone sfeer waarin de horror flirt met het bovennatuurlijke maar ook deel uitmaakt van het verontrustende, gewelddadige dagelijkse leven van de personages. 

    GettyImages 846140432
    Voor de Calabiuza-parade tijdens de viering van de Dag van de Doden in San Salvador, El Salvador, schminken kinderen een doodshoofd op hun gezicht. Op deze feestdag worden precolumbiaanse tradities gecombineerd met de katholieke versie van Allerheiligen. – © Jan Sochor / Getty Images

    Schweblin en Ojeda zijn twee van de bekendere namen in een reeks Latijns-Amerikaanse schrijvers van wat Alejandra Amatto, onderzoeker aan de Universidad Nacional Autónoma de México (UNAM) en coördinator van het Seminar over Fantastische Literatuur aan dezelfde instelling, typeert als niet-realistische literatuur. In het rijtje Latijns-Amerikaanse schrijvers met succes bij zowel de kritiek als het publiek en met speciale belangstelling voor ‘gruwelijke, fantastische, speculatieve fictie’ horen ook Mariana Enríquez, Liliana Colanza, María Fernanda Ampuero, Giovanna Rivero, Cecilia Eudave en Fernanda Trías thuis.

    Dagelijkse horror 

    ‘Sinds 2016 is niet alleen de belangstelling bij het lezerspubliek gegroeid, ook uitgeverijen publiceren en verspreiden inmiddels gretig het werk van diverse Latijns-Amerikaanse schrijvers,’ laat Alejandra Amatto aan elDiario.es weten. ‘In de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw vond een herijking van niet-realistische genres plaats die boven tafel brengen wat de ware dagelijkse vormen van terreur zijn voor ons als Latijns-Amerikaanse vrouwen,’ aldus de academica.

    Het gaat niet aan om zulke uiteenlopende schrijvers uit verschillende windstreken te reduceren tot een bepaalde generatie of een uitgeeffenomeen, maar Mónica Ojeda (Guayaquil, 1988) is het met Amatto en andere door elDario.es geïnterviewde schrijvers eens dat de laatste jaren een groter onthaal ten deel viel aan literatuur ‘waarin wordt gewerkt met angst’. ‘Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat we leven in een wereld die steeds angstaanjagender wordt en dat we die benaderen vanuit nieuwe invalshoeken, bijvoorbeeld vanuit de angst voor raciaal of seksueel geweld,’ licht ze telefonisch toe. Voor Ojeda zit het bijzondere van de Latijns-Amerikaanse schrijvers in het feit dat ze ‘de angst via de geografie belichten’. ‘Omdat onze geografie vanuit het globale noorden altijd als een perifere en marginale plek is gezien, brengen we de lezers iets nieuws waar ze tevoren geen weet van hadden. Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald, daarom levert de beschrijving ervan overal een andere filosofie van de angst op,’ benadrukt ze.

    Angst is geografisch, historisch en maatschappelijk bepaald

    Deze geografische component van de angst krijgt zorgvuldig gestalte in uiteenlopende thematische interesses: Enríquez schrijft over vormen van staatsterreur die te maken hebben met de dictatuur in Chili, Argentinië en Uruguay, Colanzi behandelt de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen en de landonteigening die veel inheemse groeperingen treft in landen als Bolivia, en auteurs als Ojeda of Ampuero richten zich op patriarchale vormen van geweld in de intiemere, familiaire context, die niettemin verbonden is met de realiteit van Ecuador. ‘Het is niet alleen een thematisch maar ook een structureel perspectief, dat kan worden beschouwd vanuit de context van het genre en van de Latijns-Amerikaanse geografie, maar de reikwijdte is universeel: schrijvers als Enríquez zijn in meer dan vijftig landen vertaald,’ aldus Amatto. 

    Ojeda wijst er ook op dat veel van haar tijdgenoten ‘schrijven over angst en terreur maar niet per se vanuit het genre’. Amatto is het met haar eens en beaamt dat deze Latijns-Amerikaanse schrijvers uit de niet-realistische hoek de mechanismen van het kwaad doorgronden zonder de klassieke parameters van het genre te hoeven volgen, en zich bovendien laten inspireren door nationale en regionale esthetische tradities – de fantastische literatuur van Argentinië, de gothic van de Andes of de ‘zonderlinge’ literatuur van Uruguay – met thematische en esthetische overlappingen.

    GettyImages 1179293733
    © Jan Sochor/Getty Images

    ‘Deze schrijvers werken niet vanuit afgebakende genres en de kritiek moet altijd waken om niet alles over één kam te scheren; zo kunnen we in het geval van Mariana Enríquez denken aan fantastische, angstaanjagende teksten, en in dat van Lilianza Colanzi zie je een mix van Andes-elementen en sciencefiction,’ specificeert de onderzoekster van de UNAM.

    Herontdekt

    Elena Garro, Amparo Ávila, Inés Arredondo, Armonía Sommers en Silvina Ocampo zijn enkele van de Latijns-Amerikaanse schrijvers die zich in de twintigste eeuw bezighielden met horror en fantastische en speculatieve thema’s en nu worden herontdekt door nieuwe generaties schrijvers en vrouwelijke academici. ‘Het genre was vanaf het begin moeilijk in kaart te brengen en werd als minderwaardig beschouwd omdat daarin vanzelfsprekend de dominante maatschappelijke thema’s en codes worden gemeden of juist uit diverse hoeken en percepties worden bevraagd,’ zegt Lola Ancira (Querétaro, 1987), een van de schrijvers die in het Latijns-Amerikaanse panorama uitblinkt met boeken als Despojos of El vals de los monstruos. ‘Ik juich alles wat er rondom door vrouwen geschreven genrefictie gebeurt enorm toe, want die werd decennialang niet erkend of serieus genomen.’

    De Mexicaanse Laura Baeza (1988, Campeche), die in haar verhalenbundel Una grieta en la noche Mexico-Stad gebruikt als spookachtig decor, denkt dat het succes van de Latijns-Amerikaanse schrijvers met hun niet-realistische werk ‘verder gaat dan een historische rechtzetting of een uitgeeffenomeen, maar te maken heeft met hun kwaliteit. ‘Overigens,’ zegt ze, ‘juich ik het toe dat velen bij onafhankelijke uitgeverijen publiceren. Ook de migratie verbindt ons. Er is nog geen aanduiding voor de schrijvers van Midden-Amerika tot aan de grens met de Verenigde Staten, en we moeten het ook hebben over Guatemala, over Belize, over de grens vanuit het specifieke oogpunt van de terreur.’

    ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd’

    ‘Wij zijn de erfgenamen van een Latijns-Amerikaanse literatuur waarin het fantastische genre heel belangrijk was en groeiden op in een tijd waarin zich de democratisering van de film en de popcultuur voltrok, met alle gruwelverhalen van dien,’ verklaart María Fernanda Ampuero (Guayaquil, 1976), die in de verhalenbundels Pelea de gallos en Sacrificios humanos huiselijk geweld en vrouwenmoorden aankaart met een stijl die zowel bloederig als poëtisch kan zijn. ‘Ik heb het mechanisme van het geweld van kinds af aan bestudeerd, sinds onheuglijke tijden is er die maatschappelijke bezorgdheid die niet te maken heeft met een satanische idee-fixe maar met wat ons in het echte leven overkomt, en ik gebruik dat mechanisme, dat ik goed ken, om over onze tijd te spreken.’

    Ojeda schrijft naar eigen zeggen niet om maatschappelijke thema’s aan te kaarten, want voor haar ‘is de literatuur geen middel maar een doel op zich’, wat niet betekent dat zij of andere schrijvers als zij hun ogen sluiten voor bepaalde misstanden in Latijns-Amerika, zoals de vrouwenmoorden, de verdwijningen en andere gewelddaden die in het bijzonder vrouwen treffen. ‘Ik voel dat ik veel gemeen heb met schrijvers die de angst, het geweld en de pijn voelbaar willen maken. Ik weet niet of je kunt spreken van een generatie, maar ik zie wel overeenkomsten qua interesses, al vind ik het vooral boeiend om de verschillen en het eigene van iedere blik binnen een collectief te herkennen,’ aldus Ojeda. ‘Het lijkt me niet goed om de eigenaardigheden van bepaalde schrijvers te verdoezelen om ze maar te laten passen in een bepaald frame.’

    Verwantschap

    Baeza zegt zich juist onderdeel te voelen van ‘een generatie die zich voedt met andere generaties’. Eerder heeft ze de roman Niebla ardiente gepubliceerd met de gruwelijke vrouwenmoorden in Mexico als uitgangspunt, maar de bundel Una grieta en la noche is haar eerste horrorboek. In een land waar iedere dag tien vrouwen worden vermoord blijft Baeza schrijven over femicide, want ‘dat is waarmee ik iedere dag wakker word’. ‘Maar,’ zegt ze, ‘ik moest daarvoor wel de werkelijkheid vervormen, en die vrijheid heb ik binnen dit genre en het korte verhaal, dat voor mij een onuitputtelijk laboratorium is.’

    ‘Ik voel verwantschap met een heleboel andere Latijns-Amerikaanse schrijvers wat hun zoektocht betreft, maar niet qua resultaat. Ieder van ons volgt een eigen weg, de een schrijft realistisch, de ander schept een complete kosmogonie,’ benadrukt María Fernanda Ampuero. Los van het strikt literaire voelt ze zich als vrouw met andere Latijns-Amerikaanse schrijfsters verbonden in de aanklacht: ‘Wij zijn bang, wij maken ons grote zorgen om het geweld tegen vrouwen en meisjes, tegen het ecosysteem, tegen de inheemse gemeenschappen die de strijd aangaan met grote ondernemingen, en dat komt vanzelfsprekend in de literatuur terecht.’

    La creacion de las aves Remedios Varo 2
    In La creación de las aves combineert de Mexicaanse surrealistische schilder Remedios Varo een hoge dosis surrealisme, symboliek en fantasie. Een vreemd wezen, een kruising tussen uil en mens, gebruikt wetenschap en magie om verschillende vogels te creëren. – © Museo de Arte Moderno de México

    Er is weliswaar een lange rij van in de jaren zestig, zeventig of begin tachtig geboren schrijvers die volledig door de kritiek en de lezers zijn omarmd, maar er zijn ook schrijvers die nu doorbreken en aandachtig naar de vorige lichting kijken. Alicia Mares (1996) en Andrea Chapela (1990), beiden uit Mexico, publiceerden onlangs in Spanje hun verhalenbundels Cocodrilario (uitgegeven door Horror Vacui) en Ansibles, perfiladores y máquinas de ingenio (uitgegeven door Almada). Mares gebruikt lijfelijke, brute horror die direct is terug te voeren op bijvoorbeeld Ojeda’s stijl, terwijl Chapela in verschillende van haar verhalen een apocalyptisch en hypertechnologisch Mexico oproept.

    ‘Al spelen mijn verhalen in Tlaxcala, Tijuana of Veracruz, wat ik beschrijf is een terreur die zich afspeelt in een intiem bestek, binnen de vier muren van een huis, in een gemeenschap,’ vertelt Mares, terwijl ze als haar grote voorbeelden onder andere de verhalenbundel Las voladoras van Mónica Ojeda noemt en meer schrijvers uit de Andes, zoals Giovanna Rivero. Mares maakt deel uit van een generatie die veel van haar literaire voorbeelden heeft leren kennen via sociale media, wat voor Amatto het succes verklaart van deze schrijvers, die met hun volgers in gesprek zijn en in real time berichten delen, een manier om literatuur buiten academische en specialistische kringen te verspreiden.

    Eigen stijlmiddelen

    Lola Ancira komt nog met namen als Viridiana Carrillo, Magdalena López en Yesenia Cabrera, ‘die het genre ieder voor zich benaderen vanuit eigen perspectieven en met eigen stijlmiddelen’. ‘De nauwste band die ik voel met andere schrijvers van mijn generatie betreft het onheilspellende en lichamelijke: linksom of rechtsom komt de vrouwelijke lichamelijkheid in ons werk aan bod,’ meent ze. ‘En ook het vraagstuk van het afwijkende moederschap. Thema’s die tot voor kort te intiem en onbeduidend werden gevonden, terwijl juist het intieme eigenlijk het publieke verandert.’

    De canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen

    Het is een feit: de canon wordt breder en ruimt plaats in voor nieuwe verhalen, horizonten en problemen. Schweblin wilde het in haar dankwoord dan misschien kort houden, maar zowel zij als vele andere Latijns-Amerikaanse schrijvers hebben nog een lange weg te gaan. ‘Wat ik belangrijk vind is dat we elkaars werk lezen, ik leer van degenen die er waren, die er zijn, en die net komen kijken,’ aldus Laura Baeza. En Ojeda acht de speculatieve, horror-gerelateerde literatuur niet alleen waardevol om ‘je eigen tijd goed te lezen, maar ook om te anticiperen op de toekomst’. ‘Interessant voor Latijns-Amerika is dat vele schrijvers zich via deze genres afwenden van de richtsnoeren van het globale noorden en naar binnen kijken, naar wat hen omringt: ze distantiëren zich van de canon die is geschreven door witte mannen en gaan nadenken over hoe het bij henzelf toegaat – speculatieve fictie op een andere plek, dat is het echt interessante,’ concludeert ze.

  • Zeker 34 doden bij aardverschuiving Colombia

    Zeker 34 doden bij aardverschuiving Colombia

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen jaar cel geëist tegen prominente Kremlincriticus

    » Overblijfselen laatste Tasmaanse tijger gevonden

    Onder de doden zijn drie minderjarigen die in een bus zaten

    Bij een aardverschuiving in het noordwesten van Colombia zijn zeker 34 mensen om het leven gekomen. De bus waarin zij zaten raakte bedolven onder de modder, schrijft El Espectador. De regio in het Zuid-Amerikaanse land kampt al enkele weken met zware regenval, waardoor met name regionale wegen steeds sneller onbegaanbaar raken.

    Het merendeel van de passagiers van de bus overleed bij het ongeluk, slechts vijf mensen werden levend uit het wrak gehaald. Autoriteiten hebben de lichamen van de slachtoffers naar een sporthal in het plaatsje Pueblo Rico gebracht en gezegd dat nabestaanden hulp krijgen.

    Door de ongebruikelijk zware regenval dit jaar zijn al 216 mensen om het leven gekomen in Colombia, regelmatig door lokale overstromingen of aardverschuivingen. 48 mensen worden nog vermist. Ruim een half miljoen mensen, met name in de rurale regio’s van het land, zijn dakloos geraakt door het aanhoudende noodweer.

    Lees ook:

  • Noodtoestand in delen van Ecuador na bendegeweld

    Noodtoestand in delen van Ecuador na bendegeweld

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Denemarken: sociaaldemocraten weer de grootste na verkiezingen

    » Bolsonaro reageert na verlies en weigert Lula te feliciteren

    Zeker vijf agenten zijn gedood op een dag

    Bij bendegeweld in Ecuador zijn dinsdag zeker vijf politieagenten om het leven gekomen. Volgens persbureau Reuters waren de slachtoffers doelwit vanwege eerdere overplaatsingen van bendeleiders naar andere gevangenissen. Na de aanvallen heeft de regering in twee provincies de noodtoestand afgekondigd.

    In de steden Guayaquil en Esmeraldas vonden dinsdag explosies plaats. De aanslagen waren volgens president Lasso gericht op politieagenten. In de genoemde regio’s is een avondklok afgekondigd en het leger wordt ingezet om te helpen de orde te bewaken. In Esmeraldas werden zeven gevangenisbewakers korte tijd gegijzeld uit protest tegen de overplaatsingen van bendeleiders.

    Ecuador kampt al jarenlang met overvolle gevangenissen waar bendes de dienst uitmaken. Sinds 2020 zijn zeker vierhonderd gevangenen omgekomen bij bendegeweld in gevangenissen. De overheid probeert met name de leiders uit deze inrichtingen over te plaatsen.

    Lees ook:

  • Biden belooft economische hulp en ‘ambitieuze acties’ voor Latijns-Amerika

    Biden belooft economische hulp en ‘ambitieuze acties’ voor Latijns-Amerika

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïens graan: Turks voorstel stuit op bezwaren van Kyiv en Moskou

    » VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    Veel afwezigheid op topconferentie van de VS

    Joe Biden, de president van de Verenigde Staten, heeft op de top van Amerikaanse Staten een voorstel aangekondigd voor een nieuw economisch partnerschap met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, bedoeld om de groeiende invloed van China tegen te gaan, bericht Al Jazeera.

    Als gastheer van de regionale top in Los Angeles probeerde Biden de verzamelde leiders te verzekeren van de inzet van zijn regering voor de regio, ondanks de aanwezige bezorgdheid dat de VS soms nog steeds proberen hun armere zuidelijke buren de wet voor te schrijven.

    De Mexicaanse president en verscheidene andere leiders bleven uit protest weg

    Op de top ontstond onenigheid over de gastenlijst, schrijft Al Jazeera. Het aantal aanwezige staatshoofden en regeringsleiders werd teruggebracht tot eenentwintig nadat Biden Cuba, Venezuela en Nicaragua had uitgesloten, wat de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador en verscheidene andere leiders ertoe aanzette om uit protest weg te blijven.

    De Amerikaanse regering blijft er echter bij dat de top ondanks de afwezigheid van een aantal belangrijke leiders een succes kan worden. ‘Omdat wij democratieën zijn, bespreken wij onze meningsverschillen met wederzijds respect en dialoog,’ aldus Biden. Hij beloofde dat de bijeenkomst gepaard zou gaan met ‘gedurfde ideeën, ambitieuze acties’ die ‘onze burgers zullen laten zien hoe groot het vermogen van democratieën is om het leven voor iedereen beter te maken’.

    Lees ook:

  • Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Dalende autoverkopen in Brazilië en Argentinië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje: extreemrechts komt voor het eerst in een regionale regering

    » Omstreden Israëlische wet sluit Palestijnen uit van route naar staatsburgerschap

    Automarkt krimpt in Latijns-Amerika

    Van alle Latijns-Amerikaanse landen daalden de autoverkopen in januari het sterkst in Argentinië en Brazilië. Dit blijkt uit een rapport van de Association of Automotive Companies of Ecuador (AEADE) over de regionale automarkt met gegevens van automarkten in tien Latijns-Amerikaanse landen. De Latijns-Amerikaanse automarkt vertoonde een algehele daling van 9,2 procent ten opzichte van dezelfde maand in 2021, bericht MercoPress.

    Voor Brazilië en Argentinië was de negatieve ontwikkeling in de autoverkoop het grootst: die daalde respectievelijk met 26,1 procent en 13,0 procent. Uit het rapport blijkt ook dat Venezuela en Paraguay een omzetgroei van respectievelijk 143,6 proecnt en 49,6 procent konden noteren, vergeleken met dezelfde maand in 2021.

    Lees ook:

  • VN: extreme armoede in Latijns-Amerika gestegen als gevolg van corona

    VN: extreme armoede in Latijns-Amerika gestegen als gevolg van corona

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Europese Commissie gaat Polen korten wegens onbetaalde boete

    » Macron, Scholz en Duda zetten zich samen in om ‘een oorlog in Europa te voorkomen’

    Latijns-Amerika nog kwetsbaarder

    Het aantal inwoners dat in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in extreme armoede leeft is tussen 2020 en 2021 met ongeveer 5 miljoen mensen is gestegen, meldt de Economische Commissie voor deze gebieden (ECLAC) in haar jaarverslag Social Panorama of Latin America, gepubliceerd door MercoPress. De VN-organisatie pleit voor een steviger stelsel van sociale zekerheid voor deze kwetsbare groep mensen.

    De pandemie woedt nog steeds en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied vormen ’s werelds meest kwetsbare regio. Door de langdurige gezondheids- en sociale crisis als gevolg van corona, steeg het extreme armoedecijfer in Latijns-Amerika van 13,1 procent van de bevolking in 2020 naar 13,8 procent in 2021.

    Lees ook:

  • Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    Latijns-Amerika snakt naar échte democratie

    In vrijwel alle Latijns-Amerikaanse landen verzet de bevolking zich tegen ongelijke verdeling van welvaart en macht. Een op het oog kleine maatregel kan een massa op de been brengen.

    DOSSIER DE STRAAT OP

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 171, december 2019.

    Latijns-Amerika is het zat. Zo zat dat het bloed van de demonstranten ervan door hun aderen kolkt en de straten in de steden ervan zinderen. Zat zijn ze het, omdat er al sinds het begin van deze eeuw institutioneel noch economisch iets aan de problemen is gedaan. Nul komma nul. Daarom gaan de mensen – met name in Uruguay, Bolivia, Chili, Ecuador en Haïti – weer de straat op om te laten zien hoe zat ze het nog steeds zijn, en om de discussie aan te zwengelen over de structurele problemen van de maatschappij, die door hun regeringen worden verdoezeld, uit de weg gegaan en gerelativeerd.

    In 2001 gingen in Argentinië miljoenen burgers de straat op om te protesteren tegen de economische en sociale crisis onder de leuze ‘Dat ze allemaal oprotten!’ In 2011 demonstreerden duizenden studenten in Chili voor meer toegang tot het hoger onderwijs. In 2013 kwam de Braziliaanse bevolking in opstand tegen de verhoging van de tarieven in het openbaar vervoer en de verspilling van miljoenen dollars aan de voorzieningen voor het wereldkampioenschap voetbal. Maar tot nog toe zijn de regeringsleiders erin geslaagd de diffuse macht van het protest te neutraliseren, door middel van beloften die uiteindelijk niet worden nagekomen of door hervormingen die niet meer dan pleisters op de wonden zijn, of anders door pure onderdrukking.

    De onvrede onder de bevolking uit zich op zichtbare wijze – demonstraties – en op onzichtbare wijze – in 2010 gaf 30 procent van de bevolking nog aan tevreden te zijn over de economie, terwijl dat cijfer in 2018 was gezakt naar 16 procent; over diezelfde periode zakte de tevredenheid over de democratie van 61 procent naar 48 procent. De paradox is: de landen die in 2018 het meest tevreden waren over hun economie, Chili en Ecuador (30 procent), zijn uitgerekend de landen waar de meeste demonstraties tegen de ongelijkheid werden gehouden – de grief was dat de economische ontwikkeling uitsluitend ten goede komt aan een klein deel van de bevolking.

    Woede

    In Haïti eisen demonstranten al maanden het aftreden van een president die geen bevredigende verklaring heeft kunnen geven voor de grote armoede in het land en die geen weerwoord heeft op de aantijgingen van corruptie. Honduras maakt een ernstige politieke crisis door, en ook daar eisen de demonstranten het aftreden van de president, die wordt verdacht van banden met de georganiseerde criminaliteit. Ecuador beleefde woelige dagen na een verhoging van de brandstofprijzen. De opstand, waarbij ten minste zeven doden vielen, brak uit nadat de regering een akkoord had gesloten met het Internationaal Monetair Fonds. In Bolivia is een politieke crisis uitgebroken omdat er werd getwijfeld aan de geldigheid van de verkiezingen.

    Al die conflicten komen voort uit de specifieke omstandigheden in de individuele landen, maar allemaal draaien ze om dezelfde onderliggende thema’s: ontevredenheid met en wantrouwen tegen de regering, concentratie van rijkdom bij een kleine minderheid, waardoor de structurele ongelijkheid en de sociale uitsluiting worden versterkt.

    Van begin deze eeuw tot 2015 is de regio er qua economische groei en kwaliteit van leven op vooruitgegaan. De indicatoren voor sociale inclusiviteit in de gezondheidszorg, het onderwijs en de infrastructuur zijn significant verbeterd, evenals de indicatoren voor werk en inkomen. Veel factoren hebben aan deze vooruitgang bijgedragen, en die verschillen van land tot land; maar fundamenteel hebben ze te maken met overheidsmaatregelen om de ongelijkheid terug te dringen en met een periode van economische groei die het gevolg was van een stijging van de grondstofprijzen op de internationale markt.

    De landen in Latijns-Amerika zijn weliswaar verschillend, maar wat ze gemeen hebben is dat in de afgelopen jaren de armoede in de hele regio is toegenomen. In een rapport van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika van de Verenigde Naties (CEPAL) uit 2019, getiteld Economische perspectieven van Latijns-Amerika, staat dat de armoede tussen 2015 en 2018 in de hele regio met 1,7 procentpunt is gestegen en de extreme armoede met 2,5 procentpunt. Dat wil zeggen dat drie op de tien personen in de regio onder de armoedegrens leven en een op de tien in extreme armoede.

    Na dagen van protesten en een golf van geweld in Chili heeft president Sebastián Piñera de maatregel ingetrokken die de aanleiding vormde voor het conflict: de prijsverhoging van een metrokaartje met 30 peso (ongeveer 4 eurocent). Hij dacht misschien dat daarmee de protesten zouden ophouden, zoals enkele weken eerder in Ecuador was gebeurd, toen president Lenín Moreno het decreet had ingetrokken waarmee de subsidie op fossiele brandstoffen werd afgeschaft. Maar dat gebeurde niet. Integendeel: de protesten namen toe. Op straat hadden de mensen een simpele leuze voor de politieke klasse die er blijkbaar niets van begreep: ‘Het zijn geen 30 peso, het zijn 30 jaar’.

    Die simpele leuze drukt uit hoezeer de bevolking de ongelijkheid zat is. Latijns-Amerika is de meest ongelijke regio ter wereld, niet alleen in termen van inkomen, maar ook in termen van toegang tot het recht. Het economisch herstel (met een terugval in 2015) bracht wel een verbetering van het armoedepercentage, maar zorgde niet voor structurele veranderingen. De mensen die de armoede zijn ontstegen vormen een kwetsbare opkomende middenklasse wier positie onzeker is en die, omdat ze niet kunnen sparen of zelfs tot over hun oren in de schulden zitten, constant het gevaar lopen opnieuw in armoede te vervallen.

    Volgens het eerder geciteerde rapport van de CEPAL uit 2019 bevindt 40 procent van de bevolking in de hele regio zich in deze situatie, met slecht betaald, laaggeschoold werk en weinig of helemaal geen sociaal vangnet. De vooruitgang stagneert, omdat alles structureel bij het oude blijft.

    Voor de ongelijkheid zijn weliswaar meerdere oorzaken aan te wijzen, maar de wortels ervan reiken diep in het productiesysteem van de hele regio. De productie in Latijns-Amerika kent weinig diversificatie en is zeer ongelijksoortig, met een concentratie van 50 procent van het laaggeschoold werk in de kwetsbare sectoren die onder de macro-economische groeicijfers blijven. Bovendien steunt de economie historisch op de winning van grondstoffen. Die afhankelijkheid heeft op alle fronten negatieve gevolgen: de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio’s in de wereld is uitzonderlijk laag en er is geen enkel perspectief op duurzaamheid. Bovendien brengt de winning van grond-stoffen zowel de natuur als de samenleving onherstelbare schade toe.

    Maar het zijn niet alleen materiële factoren die de ongelijkheid veroorzaken. Het koloniale verleden heeft de regio met een culturele erfenis van privileges opgezadeld die een tweede natuur is geworden. In de collectieve verbeelding heeft zich het idee vastgezet dat sommige mensen rechten hebben en andere niet. Zo heeft een inheems meisje op het platteland veel meer kans op een leven in armoede, zonder toegang tot schoon drinkwater of goed onderwijs, dan een jongetje uit de grote stad. En het zijn niet alleen sociaal-economische factoren die de rechten van het individu bepalen, maar ook parameters als het geslacht, de etniciteit en de geografie. Gelijkheid in de zin van volledige aanspraak op alle mensenrechten, ongeacht de omstandigheden, is voor Latijns-Amerika een stip op een zeer verre horizon.

    Maar de cultuur van privileges betekent niet dat de ongelijkheid zomaar passief wordt geaccepteerd. Integendeel: dat is de soep waarin de sociale opstand gaar kookt. Ongelijkheid is om te beginnen al een hinderpaal voor sociale integratie. De scherpe scheiding tussen de maatschappelijke klassen komt op velerlei niveaus tot uiting: van de segregatie in de stad in het onderwijs en de huisvesting tot aan de levensverwachting toe.

    Naarmate de economie groeit, worden grote delen van de samenleving in de marge gedrukt, en dat roept spanningen op, vooral als de mensen zien dat de privileges berusten op overgeërfde posities, of op vriendjespolitiek of regelrechte corruptie. Dat ondergraaft de legitimiteit van de instituties en genereert onbehagen en maatschappelijke instabiliteit die uiteindelijk leiden tot massale protesten.

    Uitsluiting

    Als we kwesties onder de loep nemen, zoals de gezondheidszorg, de voedselvoorziening, de toegang tot schoon drinkwater, huisvesting en vast werk, zien we duidelijk de realiteit van het dagelijks leven achter de macro-economische variabelen. Zo is de toegang tot schoon drinkwater, een voorziening die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2010 werd erkend als een van de rechten van de mens, lang niet altijd gegarandeerd.

    40% van de Latijns-Amerikanen loopt het risico om in armoede te vervallen door onzeker werk en gebrek aan een sociaal vangnet.

    In 2015 beschikte 65 procent van de Latijns-Amerikanen over een betrouwbare watervoorziening en was slechts 22 procent aangesloten op riolering. Vooral de plattelandsbevolking heeft van dit gebrek te lijden. Aan de andere kant leeft een kwart van de bevolking in de stedelijke gebieden in armoedige omstandigheden. En ten slotte zijn er, volgens een rapport van de Inter-nationale Arbeidsorganisatie, in de regio 140 miljoen mensen zonder vast werk. Dat is de helft van de werkzame bevolking.

    De statistieken over de hele regio laten de omvang van de uitsluiting zien, en de nationale en lokale cijfers brengen de ongelijkheid aan het licht. Beide tonen de realiteit van een regio die, ondanks alle vooruitgang, nog steeds moeite heeft de structuren te ontmantelen die verhinderen dat de hele bevolking in staat wordt gesteld haar volledige sociale, politieke, economische en culturele rechten uit te oefenen.

    Privéonderwijs

    In 2011 gingen in heel Chili studenten de straat op om te demonstreren voor openbaar en inclusief onderwijs. Die protesten brachten aan het licht hoe exclusief het hoger onderwijs is, hoe het alleen toegankelijk is voor een klein segment van de bevolking dat het kan betalen, terwijl de rest zich diep in de schulden moet steken om te kunnen studeren. Maar tegelijk barstte daarmee de discussie los over de maatschappelijke ongelijkheid en de toegang tot basisvoorzieningen als zorg en onderwijs. Binnen het huidige model, dat is gebaseerd op accumulatie van macht, rijkdom en prestige, leidt een systeem van privéonderwijs onherroepelijk tot een consolidatie van de ongelijkheid, die bovendien nog wordt gerechtvaardigd door een cultuur van privileges.

    In alle landen van Latijns-Amerika vind je privéscholen en privé-universiteiten, en wat openbaar onderwijs wordt genoemd is in feite staats-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen van de staat hebben een hoog niveau en genieten veel aanzien, maar voor vele geldt dat ook niet, en de kwaliteitskloof in het onderwijs, tussen en binnen landen, is nog steeds erg groot. Daarom spreken we van staatsonderwijs in plaats van openbaar onderwijs, want een openbare voorziening dient voor iedereen dezelfde kwaliteit te hebben en op dezelfde wijze bij te dragen aan de waardigheid van de burger.

    De helft van de werkzame bevolking in Latijns-Amerika zit zonder vast werk

    Bernardo Toro, een Colombiaanse filosoof en lid van de Fundación Avina, een ngo die zich inzet voor duurzame ontwikkeling in Latijns-Amerika, zegt dat ‘wanneer het onderwijs van verschillende kwaliteit is, het niet leidt tot de ontplooiing maar tot de afbrokkeling van de maatschappij’.

    In Latijns-Amerika zal een proces van integratie pas mogelijk zijn als er wordt afgerekend met een situatie waarin sommigen beter onderwijs krijgen dan anderen. Dat impliceert dat de bijl aan de wortel van het systeem moet worden gezet om gelijke kansen voor iedereen te creëren, en dat betekent ingrijpen in alle sectoren van de samenleving: gezondheidszorg, vervoer, veiligheid en openbare ruimte. Om de ongelijkheid te verminderen moeten er meer openbare voorzieningen komen en dat vereist een transitie naar een nieuw model dat, in tegenstelling tot het huidige, zorg voorop stelt en alle lagen van de bevolking en alle nationale staten achter hetzelfde doel verenigt: het creëren van voorwaarden om iedereen een waardig leven te gunnen.

    Bezet de politiek

    De instelling van nieuwe democratische instituties en de versterking en uitbouw van hun sociale en politieke bevoegdheden zullen ervoor zorgen dat de machtsverhoudingen verschuiven en er meer ruimte komt voor participatie in alle geledingen van de democratie. Een voorbeeld is de consolidatie van politieke actiegroepen zoals Ocupar la Política [Bezet de Politiek] in Brazilië, Mexico en Colombia, die niet alleen politiek en beleidsmatig aan de knoppen willen draaien, maar ook bereid zijn actie te ondernemen voor de invulling en implementatie van hervormingen in het democratisch bestel. Die nieuwe actiegroepen bieden een platform voor andere stemmen en andere segmenten van de bevolking die traditioneel werden buitengesloten van de macht.