Tag: leeftijd

  • Zijn jongere vaders betere vaders?

    Zijn jongere vaders betere vaders?

    Duitse mannen worden steeds later vader. In 2022 waren ze gemiddeld 34,7 jaar oud toen hun kinderen werden geboren. In veel andere landen is er een gelijke trend te zien. Is dat een ongunstige ontwikkeling? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

    JA: ‘De fysieke conditie van jonge vaders is een groot voordeel’ 

    Onredelijk, onvolwassen, onbekwaam: wie jong en mogelijk ongepland kinderen krijgt, wordt vaak onterecht belasterd. Op de vraag of oudere mannen betere vaders zijn dan jongere mannen, is geen algemeen antwoord te geven. Maar er zijn goede argumenten om op jonge leeftijd kinderen te krijgen – vanuit medisch, psychologisch, professioneel en misschien zelfs filosofisch oogpunt.

    Vanuit medisch oogpunt is halverwege de twintig voor mannen de beste leeftijd om zich voort te planten. Uit een onderzoek blijkt dat de leeftijd van vaders een vergelijkbaar effect kan hebben op het kind als de leeftijd van moeders. Zo neemt de hoeveelheid en kwaliteit van het sperma af naarmate de man ouder wordt, waardoor het risico op een miskraam en ziekten zoals autisme, leukemie en hartaandoeningen toeneemt. Als alles goed gaat en de baby gezond ter wereld komt, speelt de fysieke conditie van de vader ook een rol. 

    Vroeg gaan werken ondanks slaapgebrek is als vijfentwintigjarige misschien gemakkelijker dan als je begin vijftig bent. Ja, een baan en een baby vormen een dubbele belasting, maar fysieke kwalen en kinderen zijn ook een dubbele belasting. Skiën en voetballen met de kinderen? Geweldig op je dertigste, maar met artrose in de knie of een hernia wordt dat een stuk lastiger.

    Het leven met kleine kinderen vereist niet alleen een vast inkomen, maar ook fantasie en gevoel voor humor

    Een van de redenen waarom de gemiddelde leeftijd van ouders stijgt, heeft te maken met de angst voor geldgebrek. Wie tijdens zijn studie voor het eerst vader wordt en nog geen vaste baan heeft en geen goede woning of auto, krijgt vaak de vraag: gaat dat wel? Het antwoord: dat gaat. Niet alles hoeft van tevoren gepland te zijn, van de kinderkamer in op elkaar afgestemde pasteltinten tot het organogram voor het gelijkmatig verdelen van de flesvoeding. In het alledaagse leven van jonge ouders valt sowieso weinig te plannen. Als het gezin wordt gesteund door vrienden en familie, is leeftijd niet echt een probleem.

    ‘Hij is zelf nog een kind,’ zeggen critici graag over jonge vaders. En dan? Misschien ben je begin twintig gewoon nog geen burgermannetje. Gelukkig maar! Want het leven met kleine kinderen vereist niet alleen een vast inkomen, maar ook fantasie en gevoel voor humor. En wat ziet er kinderachtiger uit dan een man van midden zestig die rondloopt met een baseballpet en een hip shirt om maar een jeugdige uitstraling te hebben?

    In tegenstelling tot hun leeftijdsgenoten kunnen jonge ouders zich niet uitleven en onbeperkt dingen uitproberen. Terwijl vrienden feesten en reizen plannen, moeten zij geld verdienen en voor hun kinderen zorgen. Maar twintig jaar later is de situatie omgekeerd: terwijl latere ouders om hun vijftigste met pubers te maken hebben, hebben jonge ouders dan inmiddels hun vrijheid terug – en wel in de bloei van hun leven.    

    Het belangrijkste argument ten gunste van vroeg ouderschap: overlappende levensfasen. Als je vroeg kinderen krijgt en dan nog lang gezond en hopelijk ook nog redelijk aanspreekbaar blijft, bijvoorbeeld tot halverwege de tachtig, kun je als alles goed gaat zestig jaar samenleven als gezin. Als je kinderen ziet als het belangrijkste en mooiste wat er is, dan wil je dat natuurlijk liever dan slechts tien of twintig jaar met ze zijn. In die zin is vader worden op jonge leeftijd zowel zinvol als belonend.

    Titus Arnu, geboren in 1966 in Laufenburg in Zwitserland, schrijft bij Süddeutsche Zeitung voornamelijk voor de rubrieken maatschappij, stijl en panorama. Hij werkte eerder voor het tijdschrift SZ Wissen en schreef voor SZ-Magazin, Spiegel, Geo, Natur en Mare. Hij studeerde aan de Duitse School voor Journalistiek en studeerde literatuurwetenschap en journalistiek in München.


    NEE: ‘Latere vaders hebben minder last van stress van werk’

    Je kunt de openingsvraag heel snel beantwoorden, namelijk: nee, waarom zou dat beter zijn? Of iemand een ‘goede’ vader is of niet, is geen kwestie van leeftijd. Is een vader van halverwege de twintig die met zijn kind zou kunnen voetballen, maar daar helaas geen tijd voor heeft omdat hij gestrest op zijn werk zit, een betere vader dan een vader van midden vijftig die weliswaar niet meer de snelste is, maar wel voor het avondeten thuis? 

    In 2008 schreef de Zwitserse journalist Philipp Dreyer, die zelf pas op bijna vijftigjarige leeftijd vader werd, een boek over ‘late vaders’. In een voorwoord beschreef de beroemde Zwitserse kinderarts Remo Largo, die in 2020 overleed, een belangrijk verschil tussen vroege en late vaders. In dit geval betekent een late vader iemand die na zijn vijftigste voor het eerst vader wordt. Zo iemand heeft het grootste deel van zijn professionele leven al achter de rug. Hij heeft zijn professionele doelen bereikt of hij heeft er vrede mee dat hij ze niet meer zal bereiken. ‘Nu hij de stress van zijn carrière achter zich heeft gelaten, is hij duidelijk opener van geest en ryolar. De vaders laten het kind dicht bij hen komen. Ze hebben behoefte aan sensuele ervaringen,’ schrijft Largo.

    ‘Sinds ik kinderen heb, heb ik geen zin meer in een carrière’

    Alle vaders die in het boek aan het woord komen, hebben ondanks hun verschillen één ding gemeen: hun eigen instelling is volledig veranderd als gevolg van het krijgen van een kind. Dingen die voorheen belangrijk waren voor hun zelfbeeld, zijn op de achtergrond geraakt. ‘Sinds ik kinderen heb, heb ik geen zin meer in een carrière,’ zegt een van hen bijvoorbeeld. Zou iemand van dertig dat ook zeggen?

    Kinderen brengen niet alleen veel geluk, maar vragen ook om veel opofferingen. De eerste jaren met een klein kind zijn uitputtend – ieder die iets anders beweert, houdt zichzelf voor de gek. Later, tijdens de schooljaren, zijn er weer andere dingen voor ouders om zich zorgen over te maken. Een puberende tiener is een puberende tiener, hoe oud de vader ook is. En de wanhoop vanwege de onwil om naar school te gaan, die vaak op deze leeftijd ontstaat, kan voor een vader van midden veertig, die zelf nog veel stress heeft op zijn werk, groter zijn dan voor een vader van zestig jaar of ouder die meer kalmte en relativeringsvermogen heeft.

    Als je op jonge leeftijd vader wordt, kun je accepteren dat je offers maakt, in de wetenschap dat je de achterstand later weer in kan halen. Maar een oudere vader die in zijn jongere, kinderloze jaren volop heeft geleefd zonder zulke offers te maken, zal daar ook geen problemen mee hebben omdat hij simpelweg niets in te halen heeft.

    Je moet klaar zijn voor een leven met kinderen, hoe oud je ook bent. Het is geen taak om af te vinken, zoals je op je werk doet. Ouder zijn betekent je kind helpen zijn talenten en persoonlijkheid te ontwikkelen. Het een stabiel gevoel van eigenwaarde en een moraal meegeven. Interesse tonen voor zijn vreugde en ontberingen. Antwoorden geven op vragen. Samen kleine en grote conflicten oplossen. Er zijn wanneer je nodig bent en tegelijkertijd steeds meer loslaten zodat het kind zijn eigen ervaringen kan opdoen. Vertrouwen geven en vertrouwen hebben. Dat is veel en het is niet altijd gemakkelijk. Onvermijdelijk zul je ook fouten maken. Sommigen meer, anderen minder. Een goede vader zijn en blijven: dat kan op elke leeftijd. Net zoals je op elke leeftijd kunt falen.

    Na gewerkt te hebben voor de Donaukurier, Stern, Frankfurter Rundschau en Die Woche, trad Peter Fahrenholz in december 2000 in dienst bij Süddeutsche Zeitung als politiek verslaggever. Van 2006 tot 2007 was hij plaatsvervangend hoofd van de afdeling binnenlandse politiek. Van 2015 tot 2020 hoofd van de afdeling Reizen, mobiliteit, speciale onderwerpen en van 2021 tot 2022 hoofdredacteur van de afdeling politiek.

  • Zijn Afrikaanse leiders te oud?

    Zijn Afrikaanse leiders te oud?

    Afrikaanse leiders worden vaak bekritiseerd om hun hoge leeftijd. Maar is het echte probleem niet dat ze te lang blijven regeren?

    Toen de 73-jarige Ronald Reagan zich in 1984 kandideerde voor een tweede presidentstermijn, verklaarde hij: ‘Leeftijd speelt voor mij geen rol: ik zal de jeugdigheid en onervarenheid van mijn opponenten niet uitbuiten voor politiek gewin.’ Met deze handige omdraaiing maakte de Republikeinse politicus van zijn hoge leeftijd – in principe zijn zwakke plek – juist zijn kracht. De voormalig acteur werd herkozen. Dertig jaar later vormt de leeftijd van Hillary Clinton – 69 jaar oud tegen de tijd dat ze zal moeten aantreden – opnieuw onderwerp van discussie.

    Kan iemand vanaf een bepaalde leeftijd nog wel regeren? Bij opiniepeilingen over dit thema hangt het antwoord veelal af van de politieke voorkeur van de ondervraagde: Democraten die eerst Reagan te oud vonden, geven nu ontwijkend antwoord op de vraag of het aantal lentes van Clinton een probleem vormt of niet. De kiezer denkt er schijnbaar pragmatisch over.

    Ook Afrika ontsnapt niet aan deze polemiek. De lawine aan commentaren die de benoeming van de negentiger Robert Mugabe als hoofd van de Afrikaanse Unie losmaakte, was te voorzien. ‘Mugabe is te oud om zich nog te kunnen concentreren,’ reageerde de Zuid-Afrikaanse politicoloog William Gumede. Sowieso hoor je vaak dat er op het continent wel erg veel oude despoten al decennialang aan de macht zijn.

    De leeftijd van de leiders ligt nauwelijks boven het wereldwijde gemiddelde

    Toch zien we dit niet terug in de cijfers. Weliswaar komen drie van de vijf oudste presidenten ter wereld van het Afrikaanse continent, maar de gemiddelde leeftijd van de leiders is er nauwelijks hoger dan het wereldwijde gemiddelde: 63 versus 61 jaar. Is de vraag niet veel wezenlijker hoelang iemand al aan de macht is? Op dit punt scoort Afrika inderdaad het allerhoogst.

    Alleen al het drietal Teodoro Obiang Nguema Mbasogo (Equatoriaal-Guinea), José Eduardo dos Santos (Angola) en Paul Biya (Kameroen) regeert samen al meer dan een eeuw. Of neem Omar Bongo Ondimba (Gabon): hij was 41 jaar lang ononderbroken aan de macht, heel wat langer dan de 31 jaar van Fidel Castro of de 21 jaar van de Noord-Koreaan Kim Il-sung… Macht is slopend en veel leiders beseffen dat te laat: ‘Ik merk dat ik, na dertig jaar in de slangenkuil van de politiek, doodop ben,’ gaf de president van Burkina Faso, Blaise Compaoré, kort na zijn val toe. Werden Ben Ali en Mubarak dan soms verdreven omwille van hun leeftijd? Absoluut niet. Maar de wijsheid schijnt met de jaren te komen. Dan zouden deze aan het pluche verslaafde heersers toch moeten inzien dat ze beter kunnen plaatsmaken, als ze de teugels niet uit handen willen laten glippen.

    Te oud? Niet per se. Te lang aan de macht? Zodra die vraag zich voordoet, is het antwoord bijna altijd een volmondig ‘inderdaad’.


    Wat zegt de grondwet? In de meeste Afrikaanse landen vermeldt de grondwet een minimumleeftijd om je verkiesbaar te mogen stellen als president (35 tot 40 jaar). Maar er zijn er maar weinig waar ook een maximumleeftijd geldt. Congo (70 jaar), Ivoorkust (75 jaar) en Tsjaad (70 jaar) zijn zulke uitzonderingen. Veel gebruikelijker is het dat een grondwet stipuleert dat een kandidaat gezond moet zijn. In Niger bijvoorbeeld bestaat geen maximumleeftijd, maar wel de grondwettelijke bepaling dat ‘niemand het presidentschap mag bekleden die niet in goede geestelijke en lichamelijke gezondheid verkeert’. De tekst gaat zelfs nog verder en eist ‘een goede moraal, vast te stellen door een hiertoe geëigende overheidsdienst’. In de Algerijnse grondwet is zo’n clausule niet opgenomen, tot grote spijt van de Algerijnen: de kranten staan vol van de gezondheidsproblemen van president Abdelaziz Bouteflika.

    Michael Pauron

    Muurschildering van Abdelaziz Bouteflika. - © Thierry Ehrmann / Flickr
    Muurschildering van Abdelaziz Bouteflika. – © Thierry Ehrmann / Flickr