In Nederland blijken kinderen tegenwoordig kleiner te zijn dan hun ouders, terwijl de Nederlandse man in twee eeuwen 18 centimeter gegroeid is en nu de langste ter wereld is. Waarom die lengte nu weer afneemt is nog niet helemaal duidelijk.
Het is lastig om de fysieke gezondheid van een land of een regio te bestuderen, aangezien er nauwelijks consistent verzamelde indicatoren van gezondheid voorhanden zijn. Maar in ons recente onderzoek hebben we gekeken naar het duidelijke verband tussen de gezondheid van een bepaalde bevolkingsgroep en één simpel, veelvuldig vastgelegd gegeven: lichaamslengte.
Lichaamslengte is gedurende vrijwel de hele geschiedenis van de mens min of meer een constante geweest. Tot 1800 schommelde de gemiddelde lichaamslengte in Europa tussen de 1 meter 65 en de 1 meter 70, maar in de laatste tweehonderd jaar is er iets opmerkelijks gebeurd: de gemiddelde lengte is, over de hele wereld, maar met name in Europa, spectaculair toegenomen. In veel Europese landen is de gemiddelde lengte met meer dan 15 centimeter toegenomen, en dat is met name goed te zien in Nederland; de gemiddelde Nederlandse man is gegroeid van 1 meter 66 in 1810 tot 1 meter 84 anno nu, een toename van 18 centimeter in minder dan twee eeuwen. Op dit moment zijn Nederlandse mannen de langste ter wereld.
Hoewel DNA zonder meer een rol speelt bij lichaamslengte, kan zo’n enorme verandering bij een hele bevolking niet worden verklaard aan de hand van enkel de evolutie – want als dat het geval was, zouden we deze verandering van lichaamslengte terugzien over een veel langere periode.
In Nederland is er, net als in een groot deel van de rest van de wereld, de afgelopen tweehonderd jaar sprake geweest van een enorme verbetering van de levensstandaard, op alle vlakken: van een afname van oversterfte en besmettelijke ziekten tot een grotere beschikbaarheid van kwalitatief hoogstaand voedsel. De snelle toename van de lichaamslengte laat dan ook een duidelijk verband zien tussen leefomstandigheden en een gezondere, langere bevolking.
Tijdens onze ontwikkeling worden zowel lichaamslengte als gezondheid bepaald door deels dezelfde factoren, waarvan voeding de belangrijkste is. Om te groeien en gezond te zijn moeten mensen hun lichaam voorzien van voedingsstoffen. Maar het kan zijn dat andere lichaamsfuncties meer energie nodig hebben, waardoor de voedingsstoffen niet kunnen worden gebruikt voor groei; factoren als ziekte, stress of zware lichamelijke arbeid kunnen allemaal resulteren in een minder lange bevolking.
Recente onderzoeken hebben aangetoond dat in het Nederland van de negentiende eeuw langdurige of terugkerende ziekten samenhingen met een geringere lichaamslengte onder volwassenen, terwijl minder langdurige, eenmalige periodes van ziekte de groei juist bevorderden. De reden daarvan is vermoedelijk dat minder ernstige ziekten zorgden voor een betere immuniteit tegen toekomstige infecties.
De dood van ouders, met name van de moeder, leidt tot een geringere lichaamslengte
Verder is gebleken dat de dood van ouders, met name van de moeder, leidde tot een geringere lichaamslengte. Bij heel jonge kinderen is de verklaring hiervoor vermoedelijk dat ze afhankelijk waren van hun moeder voor voeding. Het ging echter ook op voor oudere kinderen, wat erop duidt dat het immens veel stress oplevert als een van de belangrijkste zorgverleners overlijdt.
Opmerkelijk genoeg bleek het verlies van een moeder bij kinderen te leiden tot een geringere lichaamslengte – zowel in Nederland als elders – terwijl dat niet opging voor het verlies van een vader. Mogelijk is dat het gevolg van de verschillende genderrollen bij de zorg voor kinderen in deze periode.
Over het algemeen genomen kan lengte worden gezien als een weerspiegeling van de kwaliteit en de kwantiteit van het voedsel dat mensen tot zich hebben genomen – en van de afwezigheid van stressfactoren die de energie van die voeding wegnemen – vanaf de geboorte tot aan het einde van de puberteit.
gezondheidstoestand
Bij het meten van de gezondheidstoestand van volwassenen is lengte een ingewikkelder gegeven. Vandaag de dag hebben mensen van meer dan gemiddelde lengte – en met name mannen – over het geheel genomen een geringere kans om te overlijden. Daarentegen hebben extreem lange mannen (1 meter 90 of langer) een net iets groter risico om te overlijden, voornamelijk omdat ze een grotere kans hebben op verschillende soorten kanker. Men vermoedt dat dit iets heeft te maken met de lichaamsmassa; langere lichamen hebben meer cellen en meer celdelingen, wat betekent dat er meer kans bestaat dat daar verstoringen optreden. Langere mensen nemen meestal ook meer calorieën tot zich, wat ook een rol zou kunnen spelen.
De bevindingen van onderzoek naar bevolkingen uit vroeger tijden (dat wil zeggen, van voor de Eerste Wereldoorlog) maken het nog complexer: langere mensen, en dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen, overleden over het algemeen op jongere leeftijd, zelfs als ze naar hedendaagse maatstaven relatief klein waren (zoals vrouwen van 1 meter 55).
Die hogere sterftecijfers waren vermoedelijk te wijten aan het feit dat kleinere mensen minder calorieën nodig hebben dan hun langere leeftijdgenoten. In perioden van schaarste, die in het verleden gebruikelijker waren, liepen kleinere mensen dan ook minder risico om ondervoed te raken.
Onder bevolkingen uit vroeger tijden overleden ook meer mensen aan besmettelijke ziekten dan tegenwoordig, en de combinatie van die twee factoren betekende een verhoogd overlijdensrisico voor langere mensen.
is ons voedingspatroon verslechterd? Belemmert obesitas bij kinderen de groei?
Ons onderzoek richtte zich primair op het belang van de factor lichaamslengte bij onderzoek naar het verleden, maar het heeft ook belangrijke implicaties voor de gezondheidszorg van vandaag de dag, vooral in gebieden die lastig te bereiken of in kaart te brengen zijn. Momenteel verzamelt de WHO gegevens over dwerggroei, dus of kinderen al dan niet achterblijven bij wat als een gezonde groeicurve wordt beschouwd. Deze gegevens worden algemeen gebruikt om een inschatting te maken van de mate van ondervoeding in een bepaald land of een bepaalde regio.
In Nederland zijn kinderen tegenwoordig kleiner dan hun ouders, maar het is onduidelijk waardoor de reuzen van de moderne wereld weer beginnen te krimpen. Dat roept een aantal serieuze vragen op: is ons voedingspatroon verslechterd? Belemmert obesitas bij kinderen de groei?
Door te ontrafelen waarom bevolkingen langer worden – of juist krimpen – kunnen we meer inzicht krijgen in de gezondheid op landelijk niveau, in plaats van op individueel niveau.
Lang zijn heeft over het algemeen onze voorkeur. Maar kleinere mensen hebben de toekomst: ze leven langer en besparen tonnen voedsel per jaar.
Vanuit mijn gezichtspunt – met mijn lengte van 1 meter 52 – is lang zijn een wijdverbreide superioriteitsfantasie die al lang geleden met pensioen had moeten gaan. Het was zinvol om te zwijmelen over lengte toen het ging om overleven. Eeuwen geleden, toen de noodzaak om je te verdedigen zich dagelijks, zo niet elk uur voordeed, konden lange mensen gemakkelijker hun familie beschermen en tegelijk wat steak van de wolharige neushoorn mee naar huis brengen. Wie het uithoudings-vermogen heeft om de hele dag in een kantoorstoel door te brengen, neemt tegenwoordig in plastic verpakt vlees mee naar huis.
Er is een aanhoudend debat over de gemiddelde lengte van een bevolking en wat dat betekent voor de welvaart en status van een natie, maar ik ben meer geïnteresseerd in lengte op individueel niveau. Ons succes als individu hangt niet af van het in elkaar kunnen slaan van andere mensen of dieren. En zelfs als dat wel zo was: in dit tijdperk van wapens en drones maakt lang zijn je alleen maar een makkelijker doelwit.
In Size Matters schreef journalist Stephen S. Hall dat Frederik Willem I van Pruisen in de achttiende eeuw exorbitante bedragen neertelde om ‘reusachtige’ soldaten uit de hele wereld te rekruteren, waarmee hij ‘voor het eerst in een grote, post-middeleeuwse samenleving de wenselijkheid van lang zijn’ institutionaliseerde en daarmee aan lengte een tastbare waarde toekende, die nog tot in de moderne tijd doorklinkt.
50 centimeter lang
Arne Hendriks, 1 meter 95, is initiatiefnemer van The Incredible Shrinking Man, een artistiek, prijswinnend onderzoek naar de mogelijkheden om een mens te creëren van vijftig centimeter lang, een mens die beter op aarde past.
Er bestaat ook een Klub Lange Mensen in Nederland, alleen toegang boven de 1.80 m., waar praktische, motorische en gedragsmatige problemen onder de aandacht van de overheid, producenten en leveranciers worden gebracht. Klub Lange Mensen was bijvoorbeeld nauw betrokken bij het ontwerp van een nieuwe vliegtuigstoel.
De echo van deze vroege menselijke verlangens en vooroordelen is in onze geest blijven hangen als een bijzonder pakkende marketingjingle, zozeer zelfs dat we onze stem uitbrengen op lange kandidaten in de veronderstelling dat zij betere leiders zijn. Ook kiezen we vaak lange mensen als partner zonder dat er doorslaggevende data zijn waaruit blijkt dat zij betere echtgenoten zijn. John Kenneth Galbraith, de ruim twee meter lange econoom en diplomaat, beschouwde onze voorkeur voor lange mensen als ‘een van de meest flagrante en algemeen geaccepteerde vooroordelen in onze samenleving’. Anderen gaan tot het uiterste voor een paar centimeter erbij – steeds meer mensen geven tot wel 150.000 dollar uit voor ondraaglijke operaties om hun ledematen te verlengen, en ouders geven gezonde kinderen behandelingen met groeihormonen waarvan de bijwerkingen onbekend zijn.
Dat weet ik omdat ikzelf een van die kinderen was. Als tiener injecteerde ik drieënhalf jaar lang Humatrope in mijn dijen op aandringen van mijn ouders, die vreesden dat ik buiten de boot zou vallen omdat ik klein was. Ik begrijp waarom ze dat dachten, gezien de manier waarop kleine mensen in onze maatschappij worden behandeld – een liedje met de tekst ‘short people got no reason to live’ stond een paar jaar voor mijn geboorte op nummer 2 in de Billboard Hot 100.
Nu heb ik een tweeling, en mijn twee kinderen behoren tot de kleinsten van hun kleuterschool, maar in plaats van ze medicijnen te geven vanwege een verouderd maatschappelijk vooroordeel, laat ik ze zijn zoals ze zijn: klein. Want klein is beter, en klein is de toekomst.
Minder cellen
We zeggen maar eens in de vier jaar iets positiefs over iemand die klein is, wanneer Simone Biles ons betovert in haar turnpakje. Daardoor blijven de vele voordelen die kleine mensen hebben, onderbelicht. Korte mensen leven gemiddeld langer en krijgen minder vaak kanker. Volgens een theorie komt dit omdat er met minder cellen een kleinere kans bestaat dat er iets fout gaat. Dat heb ik liever dan kunnen dunken bij basketbal.
Kleine mensen zijn ook inherente natuurbeschermers, een cruciaal gegeven in deze wereld met acht miljard mensen. Thomas Samaras, die al veertig jaar onderzoek doet naar lengte – en in kleine kring bekendstaat als de ‘Godfather of Shrink Think’, een onbekende filosofie die kleinheid superieur acht – berekende dat als we alleen al in Amerika met behoud van dezelfde proporties 10 procent korter zouden zijn, we 87 miljoen ton voedsel per jaar zouden besparen (om nog maar te zwijgen van biljoenen liters water, biljarden eenheden aan energie en miljoenen tonnen afval).
‘Ik wil niet dat lange mensen zich slecht voelen over zichzelf,’ zegt Samaras oprecht, ‘maar de tijd is rijp om klein te zijn.’
Ouders scheppen op over hoe hun kinderen ‘hun de oren van het hoofd eten’, en al binnen een week uit hun schoenen zijn gegroeid – alsof ze daar een medaille voor verwachten. Mijn kinderen eten als knaagdiertjes en dat is prima – ze zijn gezond. Door hun lage percentielen besparen we geld en voedsel, en ze passen een jaar lang in hetzelfde paar schoenen. Groeien als onkruid? Nee, bedankt. Ik ga voor groeien als een cactus.
Kleine mensen besparen niet alleen grondstoffen, maar zijn misschien ook het best aangepast om op lange termijn te overleven
Kleine mensen besparen niet alleen grondstoffen, maar omdat grondstoffen schaarser worden door de groeiende wereldbevolking en de opwarming van de aarde, zijn ze misschien ook het best aangepast om op lange termijn te overleven (en niet alleen omdat er meer van ons in een ruimteschip passen als we deze door ons vernielde planeet moeten verlaten). Yuval Noah Harari schreef in zijn boek Sapiens over een vroege menselijke soort die een eiland bewoonde dat Flores heet. Door een stijging van de zeespiegel was het eiland afgesneden van andere landmassa’s.
‘De grotere mensen, die veel voedsel nodig hadden, stierven als eersten’, schreef Harari. Na een evolutieproces van vele generaties was de gemiddelde lengte van de mensen op het eiland slechts anderhalve meter. Ze konden alles wat grotere mensen konden – gereedschap maken, jagen – maar ze konden ook in leven blijven in moeilijke tijden.
Door te paren met kleinere mensen, verklein je de behoeften van volgende generaties en red je mogelijk de planeet. Door op datingsites in je profiel de gewenste minimumlengte van potentiële partners te verlagen zet je een stap in de richting van een groenere planeet.
Compenseren
Nancy Blaker, een onderzoeker in Nederland die sociale status heeft bestudeerd, zegt dat kleine mannen, tegen de heersende stereotypen in, hun kleine lengte mogelijk ‘compenseren’ door positieve eigenschappen te ontwikkelen. ‘Het gaat niet om agressief en gemeen zijn,’ zegt ze. ‘Kleine mannen gedragen zich slim en strategisch en dat kan ook betekenen dat ze zich prosociaal opstellen.’
Mijn man, die 1 meter 67 is, zegt dat lang zijn een stuk makkelijker zou zijn geweest dan te moeten investeren in zijn gevoel voor humor, maar ik weet wel dat ik niet met hem zou zijn getrouwd als mijn wangen niet zo’n pijn hadden gedaan van het lachen op onze eerste date.
Het probleem is dat we nog steeds de illusie koesteren en als stelregel hanteren dat ‘meer van iets’ altijd waarde toevoegt. Het was Alberto Hayek – mijn vroegere, inmiddels gepensioneerde endocrinoloog van het Rady Children’s Hospital in San Diego – die me hierop heeft gewezen. Ik vroeg hem waarom ouders een behandeling met groeihormonen willen voor kinderen die geen onderliggende medische aandoening hebben. Hij zei dat het streven naar lengte vanzelfsprekend is in een kapitalistische maatschappij. ‘Alles is groot – de gebouwen, de bedrijven,’ zei hij en legde uit dat het ideaalbeeld dat ouders van hun kroost hebben wordt bepaald door de gedachte dat groter beter is.
‘Er zijn kleine mensen die het goed doen en een fantastisch leven leiden, en er zijn lange mensen die zich ellendig voelen’
Een andere endocrinoloog, Adda Grimberg, wetenschappelijk directeur van het Growth Center van het Children’s Hospital of Philadelphia, zegt dat lengte-discriminatie weliswaar bestaat, maar dat bezorgde ouders ten onrechte denken dat lang zijn de sleutel is tot succes en erbij horen. ‘Er zijn kleine mensen die het goed doen en een fantastisch leven leiden, en er zijn lange mensen die zich ellendig voelen,’ aldus Grimberg. ‘Het is niet de lengte op zich die het resultaat bepaalt.’
Daar ben ik het mee eens. Als klein persoon heb ik gemerkt dat er maar één ding is wat ik niet kan: dingen uit hoge schappen pakken. Maar dat gaat prima in de supermarkt, want lange mensen reiken graag naar dingen – het geeft ze het gevoel dat hun buitensporige ledematen tenminste een doel hebben.
In sommige delen van de wereld wordt klein zijn juist gevierd. Arne Hendriks, een docent en kunstenaar van 1 meter 95, gebruikt optredens en tentoonstellingen om mensen aan te moedigen hun kleinere lengte te omarmen. Hij heeft zelfs de hoeveelheid zuivel en suiker in het dieet van zijn zoons teruggebracht in een poging hun groei te beperken en hen te behoeden voor de nadelen van lang zijn. ‘Het is tijd voor lange mensen om hun arrogantie te laten varen,’ zegt Hendriks. ‘Wees niet overmoedig als je lang bent, want je zult waarschijnlijk jonger sterven, meer gezondheidsproblemen hebben en voor meer vervuiling zorgen.’
De toekomst die ik voor ogen heb, is anders: ik wil dat de kinderen van mijn kinderen de waarde van klein zijn inzien. Ik wil dat ze zichzelf klein maar fijn noemen! En als de een roept: ‘Ik ben de kleinste’, hoop ik dat de ander door zijn knieën gaat om zich kleiner te maken en roept: ‘Nee, ik ben de kleinste!’
New York Times-journalist Nicholas Kulish is voor Amerikaanse begrippen uitzonderlijk lang. In een essay voor de website Topic beschrijft hij hoe dit zijn identiteit heeft gevormd.
Ik was altijd een beetje huiverig voor Dick de Dwerg. In mijn favoriete bar in Hongkong, The Globe, noemde iedereen hem accountant Dick als hij in de buurt was, aangezien hij de boekhouding van de bar deed, maar hij had zijn hielen nog niet gelicht of we hadden het over Dick de Dwerg omdat hij klein was. Ik was huiverig voor Dick de Dwerg omdat ik, op mijn tweeëntwintigste, net mijn volwassen lengte had bereikt: iets meer dan twee meter. Ik ging ervan uit dat hij dat pijnlijk zou vinden. Dus toen hij op de barkruk naast me kwam zitten, me van top tot teen opnam en zei: ‘Lijkt me lastig, zo lang zijn,’ dacht ik dat hij me in de maling nam. ‘Hoe bedoel je?’ vroeg ik aarzelend. ‘Je kunt geen schoenen vinden. Je kunt geen broek vinden. Vliegen moet een nachtmerrie zijn.’ ‘Klopt,’ beaamde ik enigszins op mijn hoede. ‘Maar wat weet jij daarvan?’ ‘Ik probeer mijn problemen altijd van de andere kant te bekijken,’ lichtte hij toe. ‘De wereld is gemaakt voor mensen van gemiddelde lengte.’
Dit gesprek vond zo’n twintig jaar geleden plaats en terugkijkend begrijp ik wel dat Dick zo aardig tegen me was. In zijn ogen was ik jong en klunzig en zat ik niet lekker in mijn vel. Terwijl hij zelfvertrouwen uitstraalde. Hij vertelde verhalen over zijn leven als straatartiest, over de tijd dat hij zijn geld had verdiend als clown. ‘Je kent het wel, een beetje jongleren, wat grappen en grollen,’ zoals hij het zelf formuleerde. Hij was inmiddels getrouwd en had een goede baan als accountant. Ik geneerde me voortdurend voor mijn ellebogen, mijn knieën en mijn grote voeten die alle kanten uit staken. Ik stootte geregeld mijn hoofd tegen een lage deurpost. Ik was anders en de mensen in Hongkong zagen er geen been in me daar voortdurend op te wijzen. In het voorbijgaan maakten ze sprongen om de bovenkant van mijn hoofd aan te raken, of ze liepen achter me aan, met hun handen in de lucht, tot grote hilariteit van hun vrienden. De vrouwen op de groentemarkt naast mijn huis wezen soms alleen maar naar me en begonnen dan te lachen. Ik geloof niet dat ik in die periode erg gelukkig was. Ik herinner me dat ik een keer een kort verhaal schreef voor mijn vrienden, waarin ik uit een raam sprong maar met mijn enorme voeten bleef haken achter een vlaggenstok, die mijn val brak voordat ik te pletter zou slaan. Mijn lichaam en mijn identiteit waren nog niet versmolten. Ter verdediging kan ik aanvoeren dat ik geen vrienden of familieleden had die ook zo lang waren. Daarnaast was het ook nog eens mogelijk dat ik nog niet was uitgegroeid.
Ideale lengte
De gemiddelde Amerikaanse man is net iets langer dan één meter vijfenzeventig. Voor vrouwen is de norm net iets onder de één meter tweeënzestig. De grafiek van de verschillende lengtes ingedeeld naar alle staten van Amerika (gebaseerd op het National Health and Nutrition Examination Survey, een onderzoek uitgevoerd in 2007 en 2008) stopt zo’n vijf centimeter voordat ik aan de beurt ben. Een lengte van één meter achtennegentig is een afrondingsfout, die in de meeste leeftijdscategorieën nog geen tiende van een procent bedraagt.
Gevraagd naar het aandeel van de bevolking dat langer is dan twee meter, laat een woordvoerder van het National Center for Health Statistics weten: ‘Onze statistici beschikken niet over de middelen om die gegevens te achterhalen.’ Over het algemeen wordt het als indrukwekkend en imponerend gezien wanneer iemand langer is dan gemiddeld. Er zijn onderzoeken die uitwijzen dat iemand die langer is dan gemiddeld meer kan verdienen en zelfs meer kans heeft om een hoge leeftijd te bereiken. Ik loop zonder enig probleem ’s nachts door onbekende steden en word zelden lastiggevallen, er worden hooguit wat opmerkingen gemaakt over mijn lengte. Maar uit veel van die studies blijkt ook dat voor mannen de voordelen van hun lengte in de hogere regionen weer afnemen: vanaf één meter negentig neemt de kans op een langer leven weer af, de kansen op een hoger salaris keren bij één meter achtennegentig. Ik heb al die lengtes gehad en ik kan het weten: voor een man is één meter negentig de ideale lengte. Met elke centimeter extra neemt je aantrekkelijkheid af en schuif je op richting rariteit, om te eindigen als een spreekwoordelijke kermisattractie. Anders dan bij veel zeer lange mensen, begon ik pas op latere leeftijd te groeien. Als kind was ik al lang voor mijn leeftijd maar op de middelbare school bleef ik een paar jaar steken. Mijn klasgenoten haalden me in en ik legde me erbij neer dat ik één meter tachtig zou worden, met opmerkelijk grote voeten, schoenmaat 49. Ik was een boekenwurm en ik werd gepest door groepjes oudere jongens op school en in de buurt. Niet geheel onterecht, want ik had een grote bek en ik wist niet goed waar de grenzen lagen. Ik stopte met basketballen, hoe leuk ik dat ook vond, omdat de coaches wilden dat ik point-guard zou worden in het team van de eerstejaars, terwijl ik tot dan toe alleen center had gespeeld. Mijn laatste schooljaar schoot ik pas echt de hoogte in en in mijn eerste studiejaar was ik één meter negentig. Al was ik voor mijn gevoel nog dezelfde die ik altijd was geweest, mijn omgeving reageerde anders op me. Het is lastig precies vast te stellen maar ik had het gevoel dat ik door mijn lengte meer succes had bij de meisjes en dat ik in zijn algemeenheid iets meer aanzien genoot in de klas. Mijn vrienden vielen me nog wel altijd in de rede, namen me nog steeds in de maling en behandelden me net als alle anderen, maar toch was er een geleidelijke verschuiving merkbaar.
Ik kan me nog levendig een studentenfeestje herinneren, de bedompte lucht van vele vaten goedkoop bier, de schemerige ruimte slechts verlicht door kerstlampjes. Een medestudent liep expres tegen een kleine, nerdy vriend van mij op, telkens wanneer die zijn wegwerkbekertje kwam vullen. Ik ging naar die student toe, keek hem indringend aan – om niet te zeggen vernietigend – en liep met hem mee naar de achterdeur, waardoor hij vertrok. Ik had een pestkop geïntimideerd en het was opwindend en tegelijkertijd angstaanjagend, intimideren bleek net zo eng als geïntimideerd worden. Vervolgens boezemde ik ook onbedoeld een paar mensen angst in, zowel vrouwen als mannen, werd een paar keer voor monster uitgemaakt, werd aangezien voor Lurch uit The Addams Family en voor Lennie uit Of Mice and Men, die, als mijn geheugen me niet bedriegt, per ongeluk een vrouw wurgde, waarna zijn vriend van normale lengte hem een kogel door het hoofd schoot, als daad van barmhartigheid. En ik bleef maar groeien, ik werd langer dan wie ook in mijn familie, zowel van vaders- als van moederskant. Mijn moeder ging met me naar een endocrinoloog. Er werd bloed afgenomen en een echo gemaakt om te kijken of ik leed aan gigantisme, of aan het syndroom van Marfan, of een andere afwijking die zou kunnen verklaren waarom ik niet was opgehouden met groeien. Ik werd op alles negatief getest, maar tegen de tijd dat ik naar Hongkong ging voor mijn eerste baan, de zomer na mijn afstuderen, was het nog altijd de vraag of ik ooit zou stoppen met groeien, of ik geheel buiten de lengtestatistieken zou komen te vallen. Als je me vraagt wat ik destijds voor iemand was, dan zou ik zeggen: een lezer en een schrijver, de zoon van een immigrant, een fervent reiziger, misschien ook nog wel iemand die te veel praatte. Maar mijn lichaam kwam altijd op de eerste plaats en pas daarna volgde mijn persoonlijkheid, wat ik vanbinnen voor iemand was. Mijn lengte was een gegeven waarmee ik me niet identificeerde, het was een extern gegeven, iets wat ik domweg had meegekregen, iets wat ik pas gaandeweg leerde internaliseren. Misschien geldt dat wel altijd, als het om identiteit gaat. Maar het overkwam mij zo laat in mijn leven dat ik het me scherp bewust was.
Vorig jaar kwam op zeker moment het nieuws naar buiten dat het toenmalige hoofd van de FBI, James Comey, die net als ik meer dan twee meter is, zich tijdens een bijeenkomst in januari 2017 achter de gordijnen van het Witte Huis had proberen te verstoppen zodat de president hem niet in het oog zou krijgen. Dit beeld van die reusachtige man die als een enorme kameleon probeert op te gaan in de plooien van de gordijnen was dermate krankzinnig, om niet te zeggen lachwekkend, dat het even iets van lucht gaf aan een land dat op de rand van een constitutionele crisis verkeerde. Maar zelf kon ik me er van alles bij voorstellen. Lange mensen proberen altijd zoveel mogelijk op te gaan in hun omgeving, we proberen te voorkomen dat anderen in het theater over onze enorme voeten struikelen, dat onze ellebogen op de dansvloer in iemands gezicht slaan. Een groot deel van onze tijd gaat heen met pogingen onszelf zo klein mogelijk te maken, om niet al zeer in het oog te lopen, hoewel dat haast onvermijdelijk is. Op internet gaat een meme rond van een lange man die een nieuwsgierige onbekende een visitekaartje overhandigt. ‘Ja, ik ben lang,’ staat erop te lezen. De verdere tekst is net even anders in de verschillende versies die de ronde doen. In het ene filmpje staat er: ‘Scherp gezien.’ En dan volgt er een lengte, ‘twee meter’ in het ene geval, ‘twee meter tien’ in het andere geval, gevolgd door ‘serieus, ja,’ bij de eerste lengte, en ‘Nee hoor, geintje,’ bij de tweede. Er volgen meer antwoorden op vragen die niet zijn gesteld, een soort Jeopardy, maar dan eenrichtingsverkeer. ‘Nee, ik ben geen basketballer. En ja, het is heerlijk weer, hierboven.’ De memes die ik heb gezien eindigden allemaal met een variatie op ‘Fijn dat we er even over hebben kunnen praten’. De grap van de meme zit erin dat we die vragen zo vaak hebben gepareerd dat we alle varianten kennen, elke mogelijke wending van het gesprek. Ik krijg ze geregeld opgestuurd, alsof de grap voor mij is bedoeld, terwijl hij eigenlijk juist is bedoeld voor de anderen. Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder dat ik een dergelijk gesprekje voer. Meestal zijn het vragen: ‘Hoe lang ben je?’ of ‘Speel je basketbal?’ Daarnaast zijn er mensen die hun hart bij me willen uitstorten. Mensen die ik nog nooit van mijn leven heb ontmoet voelen de noodzaak om me te vertellen wie er binnen hun familie het langst is. Met name vrouwen vertellen graag over hun vader, hun man of hun broer, over de langste man met wie ze ooit iets hebben gehad of over hun langste collega. Vervelender zijn de discussies, wanneer bijvoorbeeld iemand me op straat staande houdt, vraagt hoe lang ik ben en vervolgens zegt dat ik het mis heb, dat ik volgens hem net even langer ben, of net even kleiner.
In de kroeg komen de mannen van één meter negentig altijd op me af met de woorden: ‘Hé, meestal ben ik de langste.’ Het heeft iets agressiefs en tegelijkertijd iets zeurderigs, en het gebeurt ongelooflijk vaak. Tijdens het debacle van Comeys ontslag wees ik er geregeld op dat Comey meer dan twee meter was en dat Trump beweert één meter negentig te zijn.
De gesprekken over lengte zijn te prefereren boven de ontmoetingen met mensen die me opnemen alsof ze amateur-antropoloog zijn: ze houden hun handen op, steken hun voeten uit, gaan met hun rug tegen mijn rug staan. Soms gaat het er echter nog grover aan toe. ‘Hoe doen jullie het?’ is me wel eens gevraagd terwijl ik met een kleinere vriendin in een kroeg stond. Maar goed, het komt natuurlijk wel vaker voor dat een of andere griezel dat soort intieme vragen stelt. Meestal zijn de vragen goedmoedig van aard. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Glimlach. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Grijns. ‘Hoe is het weer daarboven?’ Prima. Het houdt domweg niet op. ‘Ik probeer mezelf keer op keer voor te houden dat deze mensen gewoon contact proberen te maken en dat dit nu eenmaal de woorden zijn die van hun lippen rollen,’ aldus de schrijfster Arianne Cohen, die één meter negentig is. In 2009 bracht ze The Tall Book uit, een gedegen verslag van de voordelen die het heeft om heel lang te zijn, en van de uitdagingen die ermee gepaard gaan. ‘De afgelopen tien jaar zijn mannen tot het inzicht gekomen dat het niet altijd gepast is om het uiterlijk van vrouwen te becommentariëren in termen van al dan niet aantrekkelijk, maar opmerkingen over iemands lengte lijken nog wel door de beugel te kunnen.’ Online dating en dating-apps hebben het liefdesleven van lange mensen makkelijker gemaakt, aldus Cohen, en dat geldt zeker voor lange vrouwen die op zoek zijn naar een man die even lang is, of langer.
Aanvankelijk had Cohen haar ware lengte in haar profiel vermeld, waarop ze werd bedolven onder reacties van mannen ‘met een lengtefetisj, mannen die wilden weten hoeveel ik weeg en wat voor schoenmaat ik heb.’ Ze stelde het bij naar één meter tachtig en de berichtenstroom droogde op. Cohen deed er weer een schepje bovenop: één meter vijfentachtig. Ze krijgt nog wel eens een reactie van een of andere creep, maar daar kan ze wel mee leven. Want al zijn die constante vragen over basketballen nog zo irritant, het is wel duidelijk een verbetering. Als we Cohen mogen geloven denken de meeste mensen tegenwoordig dat uitzonderlijk lange mensen miljoenen binnenhalen als profbasketballer, terwijl vroeger werd gedacht dat we in het circus werkten, of bij een freakshow. Dat zou je een vooruitgang kunnen noemen.
Wij, lange mensen, begeven ons in het openbare leven en krijgen ongekend veel aandacht, maar toch blijven we een mysterie. Waarom lopen we haast verend en duikend door de metrostellen in New York City, als in een merkwaardige dans? Voeren we een show op, om daarna met de pet rond te gaan? Nee, we willen gewoon ons hoofd niet stoten tegen de metalen rails waar anderen houvast bij zoeken. Bij ons dreunen ze tegen onze slaap of ons achterhoofd, als we niet oppassen. In de metrotunnels maken wij ons vermoedelijk het meeste zorgen om de roestige schroeven die uit het plafond steken en die onze schedel openhalen als we niet uitkijken. Realiseer je dat wij op regenachtige dagen extra moeten uitkijken voor de punten van jullie paraplu’s, die als wrede klauwen in onze zachte delen steken: onze ogen en oren. En in tegenstelling tot mensen van gemiddelde lengte weten wij hoe het zit met plafondventilatoren: het zijn geen helikopterbladen. Als je je hand erin steekt, loop je misschien een bult of een bloeduitstorting op, maar ze zijn niet zo gevaarlijk als je zou denken. Toch sympathiek dat je zo met ons meeleeft! Soms zijn we spionnen in jullie midden. Als jullie ons thuis uitnodigen, weten wij hoe de bovenkant van jullie koelkast eruitziet. (Die moet je nodig schoonmaken. Het is alweer een hele tijd geleden. Geloof me.) Zodra het feestje goed op gang komt, kunnen wij jullie nauwelijks meer verstaan omdat het gesprek zich zo’n dertig centimeter onder ons afspeelt en het lastig is om voortdurend voorovergebogen te staan, met gedraaid bovenlijf. Vind je dat we een rare houding hebben? Dan doen we vermoedelijk de bekkenkanteling, een extreme versie van de contraposto van Michelangelo’s David, om een paar centimeter lager te komen. We zijn ook heel handig. Het spreekt waarschijnlijk voor zich dat jullie bij een concert aan ons vragen of wij even een foto van de artiest kunnen maken, of van jullie zelf, aangezien een foto vanuit een hoger camerastandpunt flatteuzer is. Ik moet altijd grinniken als vrienden op een drukbezocht festival niet besluiten om op een bepaalde tijd bij een bepaald markeringspunt af te spreken, maar gewoon zeggen: ‘Oké, om drie uur bij Nick.’ In een menigte kun je het beste achter ons aan lopen. Wij zien de open plekken, wij zien waar de ruimte ontstaat, wij zien waar de rij voor de wc en de rij voor de drankjes samenkomen en er een menselijke opstopping ontstaat.
Bij een rij mensen doet zich een van de merkwaardigste fenomenen voor die ik associeer met lengte. Zodra er iemand voordringt zie ik hoofden draaien, zie ik vragende blikken. Pas na enige tijd dringt tot me door dat de meeste mensen naar mij kijken, in een onbewust besluit om mij te belasten met de verantwoordelijkheid, en de mensen blijven me aanstaren totdat ik voldoende moed heb verzameld om te roepen: ‘Hé, de rij begint daar, hoor.’ Ik weet niet waarom het zo is, maar in anonieme situaties, waar mensen enkel op het uiterlijk kunnen afgaan, krijgen we stilzwijgend een soort autoriteit toegedicht. Mensen die ik nog nooit van mijn leven heb gesproken vragen me om zware dingen te verplaatsen of iets van een hoge plank te pakken, alsof ik een soort buurtkruiwagen of -ladder ben. Zelf ben ik dan nog het liefst de buurtladder omdat ik dan iets voor anderen kan doen, maar als kruiwagen ben ik niet zo geschikt omdat ik, zoals veel lange mensen, last van mijn rug heb. Dit is niet objectief vastgesteld, maar ik heb het idee dat mensen mij ook vaker de weg vragen. Misschien roep ik associaties op met een wegwijzer. Als verslaggever die is gespecialiseerd in buitenlandprojecten heb ik me neergelegd bij een leven in kleine hotelkamers en krappe vliegtuigstoelen. Ik heb nauw contact met de ergonoom van mijn werk, Tom. Toen ik hem achttien jaar geleden ontmoette, in mijn vorige baan, noemde hij me een ‘onafwendbare computergerelateerde ramp’. Hij legde bakstenen onder de poten van mijn werktafel. Zijn hulpmiddelen zijn inmiddels een stuk geavanceerder, zoals een mechanisch bediende zit-statafel en een reusachtige, op maat gemaakte stoel die door tenminste een van mijn collega’s is vergeleken met de IJzeren Troon van Westeros [uit de tv-serie Game of Thrones]. (Hij is bijna net zo groot maar helaas met een kussen van schuim in plaats van omgesmolten metalen zwaarden.) Hoewel veel New Yorkers zich verheugen in de anonimiteit die de stad biedt, bevind ik me in een veel interactievere stad. Als je wilt weten wie dé blanke basketballer van dit moment is, moet je samen met mij door Brooklyn lopen. Kreten als ‘Yo, Nowitzki!’ zijn de opmaat geweest voor nog veel zangerige hommages aan de nieuwe, Litouwse forward van de Knicks: ‘Porzingis!’ Plaats een uitzonderlijk lang iemand in het centrum van de grootsteedse anonimiteit en hij wordt bedolven onder aandacht, zegt Rosemarie Garland-Thomson, hoogleraar lichaamstudies aan Emory University, in het boek van Cohen. ‘Zet zo iemand in een kleinere plaats en op de een of andere manier trekt hij minder bekijks. Er zijn enkele reuzen geweest die min of meer ongehinderd in een klein plaatsje hebben gewoond.’
In januari ben ik van Hudson in New York, door glibberige sneeuwbui, naar Massachusetts gereden, op zoek naar Asa Palmer, de jongste van drie broers die allemaal net zo lang zijn als ik, of zelfs langer. Toen we klein waren, woonden Palmer en ik bij elkaar om de hoek, in Arlington, Virginia. Hun gezin was beroemd, de lange ouders met de drie superlange zoons die basketbalden. Toen ik tijdens de kerst tegen mijn moeder zei dat ik in het nieuwe jaar een afspraak had met Asa, haalden mijn moeder en zus herinneringen op aan de drie jongens, waarbij ze het vooral veel hadden over de middelste broer, Crawford, de All-American topsporter, drie decennia na zijn avonturen in Arlington. Asa Palmer en ik hadden op amateurniveau gespeeld. Hij begon als center voor het Optimist-basketbalteam, en ik probeerde hem te dekken voor mijn Kiwanis Club, wat steeds moeilijker werd omdat mijn groei tijdelijk tot stilstand kwam terwijl hij gewoon verder de hoogte in schoot. Uiteindelijk verhuisden de Palmers en verloor ik ze uit het oog, maar mijn nieuwsgierigheid dreef me er nu toe de besneeuwde wegen van New England te trotseren tijdens de snijdende winterkoude, op zoek naar de jongste zoon van het gezin. Palmer bleek boomchirurg te zijn geworden. Hij had grote, sterke handen en zijn dikke, donkere baard zat vol grijs, de eerste vorst van de middelbare leeftijd diende zich aan. Net op het moment dat ik hem bezocht was hij aan huis gekluisterd vanwege een gebroken enkel. Een deken van januarisneeuw lag over de Berkshire Hills, waar zijn huis staat; ingeklemd tussen een moeras en een begraafplaats. Tegen de lente zal hij weer in boomstronken moeten klauteren, met behulp van een elf millimeter dik nylonkoord – tenzij de boom gekapt moet worden, dan kan hij naar boven klauteren met behulp van speciale schoenen met ijzers, omdat hij zich dan geen zorgen hoeft te maken over de beschadigingen die hij veroorzaakt in de bast en de stam. Palmer en ik dronken Sierra Nevada-bier, we aten kaas en we bekeken foto’s van zijn dochtertje van vier. We lachten om de kwinkslagen die hij had bedacht om de gesprekken over zijn lengte af te kappen. Wanneer iemand vraagt hoe lang hij is, zegt Palmer: ‘Ligt aan de luchtvochtigheid’ of: ‘Ligt eraan hoe laat het is.’ We knikten instemmend, we herkenden van alles, zoals het feit dat we ’s nachts op straat met een boogje om vrouwen heen lopen omdat het overduidelijk is dat ze ons doodeng vinden, alsof het monster van Frankenstein weer tot leven is gekomen. Hij vroeg of ik ook zo verschrikkelijk veel moeite had om schoenen en broeken te kopen in deze wereld van one-size-fits-all, en hij informeerde naar het littekenweefsel boven op mijn hoofd. We deelden ons leed over het voeteneinde van veel bedden, om nog maar te zwijgen van vliegtuigstoelen. We hadden het erover dat we niet meer in de achtbaan durfden, als de dood dat de veiligheidsbeugel niet goed sluit en dat we in een bocht of tijdens een loop uit het stoeltje geslingerd worden. (Veel achtbanen werken met een maximumlengte: wie langer is dan één meter vijfennegentig mag bij Six Flags niet in de Mind Eraser en boven de twee meter mag je niet in de Batwing Coaster. Ik heb ooit in Guatemala een tokkelbaan gedaan en kwam met een bloederige streep bij mijn slaap beneden aan; ik was te lang en de kabel brandde in mijn huid terwijl ik naar beneden scheerde. Palmer herinnerde zich de vervreemding van zijn lichaam dat maar langer en langer werd, wist nog precies hoe het voelde om in de brugklas ‘een tandenstoker te zijn met voeten die uit het niets de lengte in schoten.’ Hij herinnerde zich dat hij in zijn jeugd de verwarmingen hoorde trillen wanneer zijn vader, die één meter achtennegentig was, in de kelder met het wasgoed bezig was en zijn hoofd stootte tegen de leidingen. Ook herinnerde hij zich de gesmoorde kreten van pijn. (Palmer deed het voor me na – de kreet van een vliegend reptiel uit de prehistorie.) Hij moest lachen bij de herinnering. Palmer lachte veel om de beproevingen van lange mensen en het zal niemand verbazen dat hij een diepe, resonerende lach heeft. Zo haalde hij herinneringen op aan de keer dat hij op zijn negentiende met een vriendin naar het Foxboro Stadium ging, voor een optreden van Elton John en Billy Joel. Er kwam steeds iemand van het stadium zijn kant op, en die scheen dan met een zaklamp in Palmers ogen. Hij had geen idee wat hij verkeerd deed totdat iemand riep: ‘Ga toch zitten, man!’ En dan was er nog de familievakantie naar Peru met zijn vader, die Latijns-Amerikaanse politiek doceerde. Daar zag hij hoe de plaatselijke bevolking keurig in de rij ging staan om een voor een op de foto te gaan met Walter, zijn oudste broer – enkel en alleen omdat Walter langer was dan twee meter tien.
Walter deed precies wat iedereen denkt dat lange mensen doen: hij speelde in de NBA, een tijdje bij de Utah Jazz en de Dallas Mavericks. De middelste zoon van de Crawfords, die twee meter vijf is, sprong er al op de middelbare school uit en ging bij de Duke Blue Devils spelen. Hij zou later het Franse kampioenschap binnenhalen als een professionele, internationale speler. Ook won hij met zijn team zilver op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Palmer heeft zich, anders dan ik, nooit geschaamd voor zijn lengte. Hij heeft geen idee waarom of wanneer zijn familie de hoogte in is geschoten – ze komen niet uit Zuid-Soedan of de Balkan, zoals mijn familie, het is gewoon een echt blank, Amerikaans allegaartje – maar naast de één meter achtennegentig van zijn vader, was zijn moeder ook al één meter zevenentachtig. ‘Ik herinner me dat ze het er een hele tijd geleden over hadden, met mijn broer, geloof ik, en zij hadden iets van: “Het is juist iets om trots op te zijn. Je moet je rug recht houden.”’ Palmer zei ook tegen me: ‘Als je over de twee meter tien bent, dan kijkt echt iedereen naar je. Walt trekt zich daar helemaal niets van aan. Bij een concert gaat hij gewoon vooraan staan omdat hij het allemaal al eens heeft meegemaakt.
Zelfs bij mij werkt het zo, ik vind hem ook lang. Maar ik vind het heerlijk om omhoog te kijken wanneer ik met iemand praat. Dat gebeurt me echt zelden.’ Tijdens ons gesprek rende zijn dochtertje door het huis, een en al energie, nu al lang voor haar leeftijd. Ik herhaalde het grapje dat ik vaker maak, dat als ik ooit kinderen krijg, mijn dochter één meter vijfennegentig wordt en mijn zoon één meter vijfenzestig en dat ze me allebei zullen verafschuwen. Maar bij Palmer thuis speelde dat helemaal niet. ‘In deze familie zie je dan bijvoorbeeld zijn nichtjes van één meter negentig en één meter drieënnegentig, prachtige lange vrouwen die zich op geen enkele manier druk maken om hun lengte,’ zei Asa’s vrouw Wenonah. Zelf is ze één meter zeventig, net iets langer dan gemiddeld maar ruim binnen de gebruikelijke marges. ‘Het is een wonder, het is fantastisch, en ik ben er enorm blij om.’ In mijn familie is niemand zo lang als ik. Als je afwijkt, heb je mensen in je omgeving nodig die dat begrijpen, die de problemen zien maar die er ook om kunnen lachen. Zo’n voorbeeld heb ik nooit gehad, ik heb nooit een Walter gehad om me duidelijk te maken dat ‘lange mensen heel normaal zijn en dat iedereen het prima vindt en dat er echt niets raars aan is,’ zoals Asa zei. ‘Het is iets om trots op te zijn,’ hielp hij me herinneren.
Auteur: Nicholas Kulish
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
In 2017 opgerichte foto-, video- en verhalensite van First Look Media, het mediabedrijf van journalist Glenn Greenwald en documentairemaker Laura Poitras. De verhalen op topic.com gaan altijd over één thema, dat maandelijks wisselt.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.