Tag: Lesotho

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Dave Chappelle weet het luchtig te houden

    Podcast en muzikale soundtrack ineen

    PODCAST | ‘Het zou me niks verbazen als Dave Chappelle nog nooit een podcast had geluisterd voordat hij er zelf een maakte’, schrijft Carrie Battan van The New Yorker. The Midnight Miracle van de Amerikaanse komiek en satiricus is geen podcast in ‘talk-radio-stijl’, en ook geen verhalende show. ‘Chapelle doet niet aan overdreven preludes, introducties of wegwijzers. In plaats daarvan beweegt The Midnight Miracle van verhaal naar verhaal, subtiel afgewisseld door zorgvuldig geselecteerde muzikale intermezzo’s.’ Cultuursite NME spreekt zelfs van een muzikale soundtrack, bestaande uit onder andere Charlie Parker, Dizzy Gillespie, Thelonious Monk, D’Angelo, Heatwave featuring Johnnie Wilder en veel meer. Inspiratie op dit vlak is mede afkomstig van rappers Yasiin Bey (Mos Def) & Talib Kweli, met wie Chappelle de show samen maakt. In de woorden van entertaimentsite Deadline ‘verlegt [The Midnight Miracle] de grenzen van de podcast en ontstaat een audio-ervaring die luisteraars nooit eerder hebben gehoord’.

    In de show komen naast muziek en humor ook maatschappelijke issues aan bod, van racisme tot eenzaamheid tot verslaving. Zo heeft Bey het in een van de afleveringen over Amy Winehouse, met wie hij bevriend was, en over het belang van niet oordelen wanneer anderen in nood zijn. Ook in zulke afleveringen, prijst Battan Chappelle, blijft de toon luchtig zonder dat de makers in algemeenheden vervallen.

    Elke twee weken is een nieuwe aflevering van Midnight Miracle te beluisteren via verschillende podcastplatforms.

    Laura Weeda


    Wereldberoemd animefilmpje uitgewerkt tot boek

    ‘Hartverwarmend maar niet sentimenteel’

    LITERATUUR / ANIME | In 1999 bedacht en regisseerde de Japanse Makoto Shinkai de animefilm Kanojo to kanojo no neko, beter bekend als She and Her Cat, een vijf minuten durend verhaal over de relatie tussen een kat en zijn baasje, verteld vanuit het perspectief van de kat. Shinkai maakte de film in een tijd dat hij in een klein appartement woonde met rondom telefoonpalen met elektrische draden. ‘Ook al was de omgeving een warboel van lelijke dingen, ik wilde de schoonheid vinden in de dingen om me heen’, vertelt hij aan Otaku in Review. ‘Ik was geïnspireerd door de games die ik destijds veel speelde, waarin de omgeving rijk en gedetailleerd is.’ De illustraties zijn van eigen hand, voor de 3D-scènes gebruikte hij Adobe After Effects. Het project, waaraan behalve de kat drie mensen meewerkten, groeide uit tot een internationaal succes en werd wereldwijd ruim 550 miljoen keer bekeken. Anime UK News prijst het verhaal als ‘hartverwarmend zonder overdreven sentimenteel te zijn’. Volgens Manga Bookshelf raakt de serie je ‘recht in het hart’ en wordt het verhaal knap verteld, waarbij ook het leven van de vrouw in de Japanse samenleving wordt belicht, stipt Anime Feminist aan.

    Naruki Nagakawa, auteur van o.a. toneelstukken en manga’s, publiceerde in 2013 samen met Shinkai het gelijknamige boek. De geïllustreerde roman geeft, in de woorden van Nederlandse uitgever Meulenhoff, ‘een inkijkje in de belevingswereld van katten en de mensen op wier leven ze zo’n enorme impact hebben’.

    Zij en haar kat verschijnt in augustus bij Meulenhoff, in een vertaling van Geert van Brem.

    Laura Weeda


    Volop spiegels aan de wand

    Toeschouwer als deelnemer bij speelse installaties

    KUNST | Voor de expositie Mirror | Mirror in Amersfoort heeft samensteller Judith van Meeuwen installaties van dertig nationale en internationale beeldend kunstenaars bij elkaar gebracht. Het thema is (zelf)reflectie in brede zin: vanuit wetenschappelijke, kunsthistorische of verhalende invalshoek. Het museum is gevuld met spiegels in de meest onverwachte en uiteenlopende verschijningsvormen. Een spiegel waarin je pas iets ziet wanneer je lacht, een spiegel die ’s winters het zonlicht weerkaatst of eentje die je met een hometrainer in beweging moet brengen om een nieuw perspectief te krijgen.

    Het laatste kunstwerk, Mobile Mobile van de Deense kunstenaar Jeppe Hein, is voor het eerst te zien. Andere ontwerpen zijn van onder meer Kathrin Schlegel, Berk Ilhan en landschapskunstenaar Andy Goldsworthy.

    Ingeborg Ruthe schrijft in de Berliner Zeitung dat Hein, ‘kort na de eeuwwisseling een van de meest succesvolle internationale kunstenaars’, veel lichtere werken maakt nadat hij was hersteld van een totale burn-out. Pas na tussenkomst van een boeddhistische non kwam hij er weer bovenop. ‘Tegenwoordig is hij, juist vanuit zijn drukke omgeving in Berlijn, voortdurend op zoek naar het speelse en alledaagse.’

    Volgens Gabriela Angeleti, recensent van The Art Newspaper, ligt het accent bij Hein nu nog meer op meditatieve en interactieve kunst: ‘Tijdens het maken en ontwerpen komt hij weer op adem en dat probeert hij over te brengen op de toeschouwer.’

    ‘Het is Hein altijd te doen om het concept waarin de kijker iets in gang zet, waarna het kunstwerk de controle overneemt’, schrijft Kaytie Johnson in het Artpulse Magazine. ‘Zo is de museumbezoeker toeschouwer en deelnemer tegelijk.’

    Hannah Jane Parker van The Guardian kan nog wel waardering opbrengen voor het idee achter de slimme lachspiegel van Berk Ilhan: het opvrolijken van kankerpatiënten. Maar de criticus noemt het ‘idioot’ om het product voor een paar duizend dollar op de markt te brengen: ‘Wie kanker heeft en nog niet doodmoe is geworden van het advies om positief te blijven, kan vast beginnen met sparen.’

    De tentoonstelling Mirror | Mirror is tot en met 29 augustus te zien in Kunsthal KAdE in Amersfoort.

    Diederik Samwel


    De teloorgang van een bergdorp in Lesotho

    Staalkaart van menselijk uithoudingsvermogen

    FILM | Het bergdorpje Nasaretha in het door Zuid-Afrika omsloten Lesotho dreigt onder water te verdwijnen als het plan van de overheid voor een grote stuwdam werkelijkheid wordt. De oude en wijze vrouw Mantoa wil koste wat het kost voorkomen dat de begraafplaats en daarmee de hele dorpscultuur wordt weggespoeld en leidt de opstand van het dorp. Dat is het op feiten gebaseerde uitgangspunt van de speelfilm This is not a burial, it’s a resurrection van de in Lesotho geboren regisseur Lemohang Jeremiah Mosese.

    John Lynn van de internationale filmsite International Cinephile Society is vol bewondering voor het kleurgebruik en de kadrering en vond het de mooiste film van het afgelopen jaar. ‘De camera maakt een levend organisme van een dorpsgemeenschap en laat haarscherp zien hoe moderne ontwikkelingen onze cultuur bedreigen.’

    In Los Angeles Times beschrijft Robert Abele de film als ‘poëtisch en schilderachtig’ en vindt hij het ‘een schande’ dat Mosese er geen Oscarnominatie aan overhield. Wel vraagt hij zich af wat er van de film was geworden zonder hoofdrolspeelster Mary Twala Mhlongo: ‘Met haar verweerde gezicht, tere maar ongebroken postuur en bewonderenswaardige vasthoudendheid vormt ze een staalkaart van het menselijk uithoudingsvermogen.’

    Volgens Andy Crump van het Amerikaanse Paste Magazine is het vooral ook een film over leven en dood: ‘Mosese maakt duidelijk dat je leeft in het land waar je geliefden zijn begraven. Noch de levenden, noch de doden kunnen dat ongestraft achter zich laten.’

    Criticus Anthony Lane van The New Yorker kan zich voorstellen dat sommige kijkers de bredere context missen. Want in werkelijkheid is in Lesotho een veelomvattend meerjarenplan uitgevoerd om de lokale bevolking van water en stroom te voorzien. Maar daar gaat het Mosese niet om, schrijft Lane: ‘Hij wil de invloed van politiek en bestuur tot mythische proporties brengen. Letterlijk, door natuur en gemeenschap als een Grieks koor op te voeren, inclusief klaagzangen.’

    Guy Lodge heeft op een vergelijkbare manier naar de film gekeken, schrijft hij in Variety: ‘De film brengt het aardse bestaan samen met een mystieke droomwereld.’ Hij vindt dat deze ‘avant-garde Zuid-Afrikaanse vertelling’ ook buiten het art house circuit de volle aandacht verdient. Lodge noemt het een ‘onvoorspelbare film met een hoekige sound design die dialogen doet verstommen. Door de natuurlijke lichtinval en het kleurenpalet wordt de kijker aan de grond genageld en dan meegevoerd naar een magisch-realistische sfeer.’

    This is not a burial, it’s a resurrection van Lemohang Jeremiah Mosese is vanaf 29 juli te zien in de bioscoop.

    Diederik Samwel

  • De textielindustrie in Lesotho ligt aan het infuus

    De textielindustrie in Lesotho ligt aan het infuus

    Het kleine Lesotho exporteert jaarlijks voor 227 miljoen euro kleding naar de Verenigde Staten zonder invoerrechten te hoeven betalen. Maar zodra er een eind komt aan dit handelsakkoord, zal de sector instorten.

    Meestal verdwijnt het loon van Mamoleboheng Mopooane als sneeuw voor de zon. Het gaat op aan schoolgeld voor haar kinderen, aan boodschappen, aan huur en aan het steunen van werkloze familieleden. Mamoleboheng Mopooane is naaister in een fabriek die spijkerbroeken maakt voor een groot Amerikaans merk. Ze verdient maar negentig euro per maand. ‘Deze fabrieken hebben geen toekomst,’ zegt ze. En toch weet ze dat diezelfde fabrieken haar leven hebben veranderd. Ze kan nu haar kinderen onderhouden zonder steun van een man. Haar twee kinderen zullen de eerste in de familie zijn die de middelbare school afmaken.

    Voor Mamoleboheng Mopooane en zo’n 32.000 andere arbeiders in Lesotho – een bergachtig dwergstaatje in zuidelijk Afrika – keerde het fortuin toen er zestien jaar geleden een handelsovereenkomst werd getekend met een immense fabriek op dertienduizend kilometer van de plek waar ze haar dagen doorbrengt.

    De African Growth and Opportunities Act (AGOA), een overeenkomst ter bevordering van de economische groei in Afrika, werd in mei 2001 getekend door de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton. Sindsdien kunnen tientallen landen in Sub-Saharaans Afrika een reusachtige variëteit aan producten – olie, auto’s, textiel – naar de Verenigde Staten exporteren zonder invoerrechten te betalen.

    Een textielarbeidster aan het werk in een fabriek in Maseru, Lesotho. – © Pieter Bauermeister / Getty
    Een textielarbeidster aan het werk in een fabriek in Maseru, Lesotho. – © Pieter Bauermeister / Getty

    Lesotho is een van de landen die het meest profiteren van de AGOA. De Lesothaanse kledingsector – een van de belangrijkste van het continent – is de grootste private werkgever van het land geworden. De twintig fabrieken in de hoofdstad Maseru exporteren elk jaar voor 227 miljoen euro aan producten die zijn bestemd voor grote merken als Levi’s, Walmart en Old Navy. En in een land waar het van oudsher de mannen zijn die in het gezinsinkomen voorzien door in de Zuid-Afrikaanse mijnen te werken, bestaat 85 procent van de textielwerknemers nu uit vrouwen.

    Maar de situatie in Lesotho laat tegelijkertijd zien hoe kwetsbaar en precair de industriële vooruitgang is die door de AGOA in gang is gezet. Vijftien jaar na de ondertekening van het verdrag zijn de aandelen van de Lesothaanse kledingindustrie nog altijd volledig in buitenlandse handen – voornamelijk van Taiwanese investeerders – en is de bedrijfstak nog altijd sterk afhankelijk van zijn voorkeurspositie op de Amerikaanse markt.

    Overigens kan men niet oneindig op de AGOA blijven rekenen. De overeenkomst, die elk jaar wordt vernieuwd, zal in 2025 aflopen en vermoedelijk niet worden verlengd. Bovendien kunnen landen die niet aan de bestuursnormen en andere criteria (zoals mensen- en werknemersrechten) van de Verenigde Staten voldoen, van de overeenkomst worden uitgesloten. Dat is gebeurd met Swaziland en Madagaskar, die hun opkomende textielindustrie op deze manier te gronde hebben zien gaan. En door de mislukte staatsgreep in Lesotho in 2014 en de politieke repercussies die daaruit zijn voortgevloeid dreigt voor Lesotho volgend jaar hetzelfde lot.

    ‘Aan de ene kant hebben de Verenigde Staten veel moeite gedaan om de democratie in dit land te versterken, wat op hoge prijs wordt gesteld, maar aan de andere kant, als ze ons land uitsluiten van de AGOA, dreigen ze een relatie die van fundamenteel belang is tot nul te reduceren,’ zegt Joshua Setipa, minister van Handel van Lesotho, die net terug is uit Washington om daar te lobbyen bij Congresleden. Zijn redenering is simpel: in een land waar meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft en het officiële werkloosheidspercentage rond de 30 procent schommelt, is de politieke stabiliteit afhankelijk van de economische stabiliteit. En de economische stabiliteit berust op de AGOA.

    In 2004 was bijna de helft van de Lesothanen op de officiële arbeidsmarkt werkzaam in de kledingindustrie

    Ook elders op het Afrikaanse continent heeft de overeenkomst een gunstig effect. Sinds de ondertekening ervan is de export van Sub-Saharaanse niet-olielanden naar de Verenigde Staten tussen 2001 en 2014 gestegen van 1,3 naar 3,7 miljard euro. Een groot deel van deze groei kan worden toegeschreven aan Zuid-Afrika, dat met behulp van de AGOA een bloeiende auto-industrie heeft kunnen opbouwen die goed is voor 62.000 nieuwe banen. Vorig jaar heeft Zuid-Afrika op basis van de voorwaarden van het akkoord voor zo’n 1,5 miljard dollar aan goederen geëxporteerd. Hoewel Zuid-Afrika het land is waar de AGOA het meeste geld heeft opgeleverd, zijn het over het algemeen de minder ontwikkelde economieën die het meest van het akkoord hebben geprofiteerd.

    Vóór de ondertekening van het handelsakkoord stelde de export van Lesotho weinig voor, op goedkope arbeidskrachten na. Volgens de cijfers van de Wereldbank bedroeg het geld dat naar het buitenland werd gestuurd in 2013 nog altijd bijna een vijfde van het Lesothaanse bbp. Bovendien wordt ongeveer 90 procent van de consumptiegoederen uit Zuid-Afrika geïmporteerd. 


    Toch heeft de geografische ligging van Lesotho het land een ruime voorsprong gegeven bij de ontwikkeling van zijn textielindustrie. In de jaren tachtig van de vorige eeuw begonnen Taiwanese bedrijven met een vertegenwoordiging in Zuid-Afrika zich in Lesotho te vestigen om de sancties te ontlopen die werden opgelegd aan het apartheidsregime.

    Sinds 2000 kunnen alle textielproducten die in Lesotho worden geproduceerd zonder invoerrechten de Verenigde Staten binnenkomen, waardoor ze zo’n 15 procent goedkoper zijn dan de kleding uit Oost-Azië. Nieuwe Taiwanese ondernemingen waren er als de kippen bij en de industrie is tot grote bloei gekomen. In 2004 was bijna de helft van de Lesothanen op de officiële arbeidsmarkt werkzaam in de kledingindustrie.

    Maar volgens zakenman en diplomaat Nkopane Monyane is het fundament altijd wankel gebleven. ‘Lesotho heeft nooit industrie gehad, alleen maar industriëlen.’ Volgens hem zijn de Aziatische textielondernemingen nooit echt lokaal geworteld geraakt. Voor het leiden van de naaiateliers laten ze liever mensen uit Taiwan en China overkomen.

    Geen springplank

    Maar het grootste probleem is waarschijnlijk dat de meeste landen die van de AGOA hebben geprofiteerd – Lesotho niet uitgezonderd – van de overeenkomst geen springplank hebben weten te maken. Meer dan een decennium later bevinden Mamoleboheng Mopooane en haar collega’s zich nog altijd in dezelfde positie, helemaal onder aan de mondiale kledingproductieketen. En Lesotho hoeft de voordelen van de AGOA maar te verliezen of hun banen zullen naar een concurrerender land verdwijnen.

    Ondertussen wacht Joshua Setipa, de minister van Handel, nog altijd op het moment dat de Verenigde Staten hun beslissing bekendmaken. Volgens hem heeft het land de negen jaren die nog resten voor het aflopen van de AGOA hard nodig om zich voor te bereiden op het fatale verlies van zijn status van bevoorrechte handelspartner.

    Elke dag vraagt Mamoleboheng Mopooane zich af of de politieke leiders van haar land haar enige en unieke kans hebben verpest om haar familie voor armoede te behoeden. ‘Die politieke problemen hebben niets met ons te maken,’ zegt ze spijtig. ‘Eén ding is zeker: als we worden uitgesloten van de AGOA, ziet het er slecht voor ons uit.’

    Auteur: Ryan Lenora Brown
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Christian Science Monitor
    Verenigde Staten | csmonitor.com

    Na meer dan een eeuw is deze krant uit Boston in 2009 gestopt met de printversie en verdergegaan op internet. Heeft nog wel een wekelijkse printeditie. Niet religieus, dankt zijn naam aan de financier: de Christian Science Church.