Tag: liberaal

  • Het laatste gevecht van de Poolse president tegen het liberalisme

    Het laatste gevecht van de Poolse president tegen het liberalisme

    Afgelopen oktober gaven de kiezers PiS na acht jaar de bons, waardoor Donald Tusks centrumcoalitie aan de macht kwam. Terwijl de nieuwe regering probeert de veranderingen die PiS in Polen heeft veroorzaakt ongedaan te maken, voert Andrzej Duda een achterhoedegevecht om haar nalatenschap te beschermen.

    Op 9 januari werden twee mannen door de achteringang van het presidentieel paleis in Warschau gereden. Officieel waren Mariusz Kaminski, voormalig minister van Binnenlandse Zaken, en Maciej Wasik, een van zijn plaatsvervangers, daar om de investituur van nieuwe adviseurs van de president, Andrzej Duda, bij te wonen. Maar de werkelijke reden was duisterder. Beide mannen waren voortvluchtig en Duda hielp hen zich te verstoppen voor de politie.

    In 2015 werden Kaminski en Wasik veroordeeld voor machtsmisbruik toen ze de leiding hadden over een anticorruptieagentschap. Duda, die net was gekozen voor zijn eerste termijn, verleende hun algauw gratie. Afgelopen juni beval het Poolse hooggerechtshof een nieuw proces, en in december werden Kaminski en Wasik voor een tweede keer schuldig bevonden. Toen een rechtbank een arrestatiebevel tegen hen uitvaardigde, bood Duda aan de mannen onderdak te verlenen.

    De zet was bedoeld om Donald Tusk, Polens nieuwe premier, te laten zien wie de baas was. Duda, een eenenvijftigjarige met een jongensachtig rond gezicht, had het grootste deel van zijn presidentschap samengewerkt met Wet en Rechtvaardigheid (PiS), de populistisch-nationalistische partij waartoe Kaminski en Wasik behoren. Afgelopen oktober gaven de kiezers PiS na acht jaar de bons, waardoor Tusks centrumcoalitie aan de macht kwam. Terwijl de nieuwe regering probeert de veranderingen die PiS in Polen heeft veroorzaakt ongedaan te maken, voert Duda een achterhoedegevecht om haar nalatenschap te beschermen en zijn eigen nalatenschap te consolideren.

    De zaak-Kaminski en Wasik is een van de meer kleurrijke episodes in het lopende drama. Naarmate de dag vorderde, zaten miljoenen Polen aan hun scherm gekluisterd om te zien wat er zou gebeuren. Op een gegeven moment stapten de voortvluchtigen, beiden gekleed in zwarte overjassen, uit het paleis om de pers te ontmoeten terwijl politieagenten toekeken. ‘We verstoppen ons niet,’ zei Kaminski. ‘Als we in de gevangenis belanden, dan zullen we daar zitten als politiek gevangenen.’

    Hij en Wasik hebben nooit geslapen in de gastenkamers die voor hen waren klaargemaakt. Later die dag vertrok Duda voor een ontmoeting met de Wit-Russische oppositieleider. Kort daarna daalde een tiental politieagenten neer op het paleis. Duda haastte zich terug van zijn vergadering, maar zijn autocolonne werd opgehouden door een kapotte bus. Tegen de tijd dat hij terugkeerde, waren Kaminski en Wasik in handboeien afgevoerd.

    Obstakels

    De Europese liberalen haalden opgelucht adem toen Tusk weer aan de macht kwam. Hij was premier van Polen tussen 2007 en 2014, voordat hij voorzitter werd van de Europese Raad. Toen hij niet aan de macht was, bond de Poolse regering de strijd aan met de Europese Unie, die haar ervan beschuldigde de rechtsstaat niet te handhaven.

    Tusk heeft beloofd om schoon schip te maken in de rechtbanken en de staatsmedia, die PiS had volgepropt met loyalisten, en om Polens aanzien in Europa te herstellen. Dagen na haar beëdiging ontsloeg zijn regering de hoofden van de staatstelevisie- en radiostations en het nieuwsagentschap. Ambtenaren en spionnen uit het PiS-tijdperk zijn voor het parlement gesleept en beschuldigd van verschillende misdrijven, zoals het gebruik van spionagesoftware tegen politieke rivalen.

    Maar er zijn twee dingen die Tusk in de weg staan. Een daarvan is zijn eigen coalitie, die bestaat uit links, liberalen en conservatieven, die het niet eens zijn met Tusks plannen om Polen sociaal liberaler te maken. (Voor de verkiezingen beloofde hij om homopartners wettelijk te erkennen en om het bijna totale verbod op abortus te versoepelen.)

    Het grotere obstakel, althans voorlopig, is Duda. Sommigen in Polen hadden gehoopt dat de president, wiens tweede en laatste termijn eindigt in 2025, open zou staan voor compromissen met een nieuwe regering. Die hoop is grotendeels de bodem ingeslagen. In Polen besturen de premiers en hun kabinetten het land. Maar de president heeft ook echte bevoegdheden en de laatste tijd heeft Duda die maar al te graag gebruikt.

    Hij heeft zijn veto uitgesproken over een wetsvoorstel om de morningafterpil zonder recept verkrijgbaar te maken en aangegeven dat hij pogingen om de abortusregels te liberaliseren zou tegenhouden. Abortus is momenteel in bijna alle omstandigheden verboden, zelfs wanneer de foetus ernstige afwijkingen vertoont. ‘Een verzoek om abortus,’ zei Duda, ‘betekent een verzoek om het recht om te doden.’ 

    De verdediging van Kaminski en Wasik door de president dreigt de Poolse politiek lam te leggen. Duda zal elk wetsvoorstel dat uit het parlement komt naar het door PiS gedomineerde constitutionele hof sturen voor herziening, tenzij de mannen, die vorig jaar in het parlement werden gekozen, weer worden aangesteld als parlementsleden. (Nadat ze waren veroordeeld, mochten ze beiden vijf jaar lang geen openbare functies meer bekleden. PiS en Duda betwisten het verbod en de veroordeling).

    Op 23 januari verleende Duda Kaminski en Wasik voor de tweede keer gratie en diezelfde dag werden ze vrijgelaten uit de gevangenis. Twee weken later probeerden ze het parlement binnen te dringen, met Jaroslaw Kaczynski, de PiS-leider, aan hun zijde. Bewakers duwden hen terug.

    Collega’s herinneren hem als beleefd en hardwerkend, maar ook als saai en nauwelijks geschikt voor het presidentschap

    Van presidenten in Polen wordt verwacht dat ze hun partijbanden achterlaten bij hun aantreden, maar in de praktijk gebeurt dit zelden. Toen Duda nog maar enkele maanden president was, hielp hij PiS om het Poolse constitutionele hof te veroveren door rechters te benoemen die door het nieuwe parlement waren voorgedragen, en weigerde hij de door het vertrekkende parlement geselecteerde rechters te beëdigen. Het hoogste gerechtshof van het land is nu onderworpen aan PiS en grotendeels disfunctioneel.

    Twee decennia geleden hadden weinigen kunnen voorspellen dat Duda zo’n polariserende figuur zou worden. Hij was een frisse voormalige advocaat uit Krakau die als lid van het Europees Parlement werkte toen Kaczynski hem als presidentskandidaat van PiS aanwees voor de presidentsverkiezingen van 2015. Hij was niet eens bekend binnen zijn eigen partij. Collega’s herinneren hem als beleefd en hardwerkend, maar ook als saai en nauwelijks geschikt voor het presidentschap.

    ‘Hij was geen vechter,’ vertelde een PiS-politicus (die anoniem wilde blijven) me bij een kop koffie en een roerei in een café in de buurt van het presidentieel paleis in Warschau. ‘Duda stond ergens tussen de vijftigste en honderdste plaats in de pikorde.

    Opiniepeilingen suggereerden dat de zittende president, Bronislaw Komorowski, van Tusks centrumrechtse partij, op koers lag om nog een termijn te winnen. ‘Om te verliezen, zou hij onder invloed een zwangere non bij een zebrapad moeten aanrijden,’ zei Adam Michnik, een van Polens bekendste publieke intellectuelen, op dat moment.

    Kaczynski koos Duda omdat hij dacht dat hij vervangbaar was, volgens Michal Kaminski (geen familie van Mariusz), een voormalige PiS-spindoctor. Na een reeks van verliezen in algemene en lokale verkiezingen, wilde Kaczynski voorkomen dat hij het gezicht van een nieuwe PiS-nederlaag zou worden. Hij had iemand nodig die niet alleen zou instemmen met deelname aan een race waarin hij geen schijn van kans maakte, maar die ook te zwak was om zijn autoriteit binnen PiS uit te dagen als hij boven verwachting zou presteren. ‘Hij dacht,’ denkt Kaminski, nu senator voor een centrumpartij in de regeringscoalitie, ‘dat Duda middelmatig genoeg was.’ 

    Duda verraste iedereen, niet in het minst zichzelf, door Komorowski in de eerste ronde voor te blijven en in de tweede ronde overtuigend te winnen. Hij was een energieke campagnevoerder en zijn euroscepsis en sociaal conservatisme pasten bij een electoraat dat naar rechts dreef. Gesterkt door zijn overwinning behaalde PiS in oktober een meerderheid in de parlementsverkiezingen. Kaczynski werd de machtigste politicus van Polen, ook al bleef hij een gewoon parlementslid (op twee korte periodes als vicepremier na).

    De pen

    In de daaropvolgende jaren begonnen hij en PiS het land te transformeren. Ze haalden de rechtbanken onderuit, weigerden te voldoen aan de vluchtelingenquota’s die door de EU waren vastgesteld – zich afzettend tegen de migratie uit het Midden-Oosten – en lanceerden een campagne tegen de ‘homo-ideologie’, waarvan Duda ooit zei dat die ‘gevaarlijker was dan het communisme’. De EU reageerde op de pogingen van de regering om de rechterlijke macht in te dammen door 137 miljard euro (148 miljard dollar) aan fondsen die bestemd waren voor Polen te bevriezen.

    De staatsomroep TVP, ooit een betrouwbare nieuwsbron, begon regeringspropaganda te verspreiden die zo ongenuanceerd was dat kijkers het gevoel kregen dat ze teruggevoerd waren naar het Sovjettijdperk. ‘De regering verdedigt de Poolse belangen’ luidde een typische lichtkrant, of ‘Brussel, Duitsland en de oppositie zijn tegen Polen’.

    Bartosz Weglarczyk, de redacteur van Onet, een populaire nieuwswebsite, vertelt me over de keer dat de moeder van een van zijn verslaggevers hem in paniek opbelde en vroeg of haar zoon gearresteerd zou worden. ‘Waarom zou hij gearresteerd worden?’ vroeg Weglarczyk. ‘Omdat ze op televisie zeiden dat hij een verrader was,’ zei ze.

    Kritiek

    Critici noemden Duda ‘dlugopis’, of ‘de pen’, een verwijzing naar zijn gewoonte om elk wetsvoorstel van PiS dat op zijn bureau belandde te ondertekenen. De sociale media stonden bol van de memes waarin de spot werd gedreven met zijn toewijding aan Kaczynski (en met Duda’s onhandige Engels). Een online sitcom, ‘Ucho Prezesa’ (Het oor van de voorzitter), ging over een enthousiaste maar niet erg slimme Poolse voorzitter, genaamd Andrzej, die wanhopig op zoek ging naar een audiëntie bij de baas van zijn partij, maar daar steevast niet in slaagde.

    Maar in 2021 sprak Duda zijn veto uit over een wet die landen van buiten de Europese Economische Ruimte zou verbieden een meerderheidsbelang te nemen in Poolse omroepen. De wet was gericht op TVN, Polens grootste onafhankelijke omroep, die eigendom is van Discovery, een Amerikaans bedrijf, en kritisch was geweest over de PiS-regering. Duda zwichtte onder de druk, voornamelijk vanuit Washington. Hierdoor klaarde de lucht op tussen hem en president Joe Biden, wiens regering kritisch was geweest over de PiS-regering.

    Vorig jaar liet Duda PiS de door hem goedgekeurde wetgeving afzwakken die iedereen die pro-Russisch zou zijn, verbood zich verkiesbaar te stellen. Duda veranderde van gedachten nadat de Amerikaanse regering en de EU protesteerden dat de wet PiS de macht zou geven om oppositiekandidaten, waaronder Donald Tusk, buiten spel te zetten. 

    Op dat moment had Kaczynski zijn geduld met de president al verloren. Volgens insiders van PiS spreken de twee mannen al minstens twee jaar niet meer met elkaar. Kaczynski was vooral geërgerd toen Duda in 2017 zijn veto uitsprak over hervormingen die de regering nog meer controle over de rechtbanken zouden hebben gegeven. ‘Duda kwam niet door de test heen bij Kaczynski, omdat hij niet 100 procent gehoorzaam was,’ zei Kaminski, die gelooft dat er ook een meer gecompliceerde psychologie in het spel is.

    In 2010 kwamen Kaczynski’s identieke tweelingbroer Lech, toen president van Polen, Lechs vrouw en 94 anderen, waaronder hoge legerofficieren, om bij een vliegtuigongeluk in de buurt van de Russische stad Smolensk. Duda, die op dat moment de staatssecretaris van de president was, had op de vlucht moeten zitten. Hij bleef thuis omdat zijn dochter ziek was.

    Kaczynski ziet Duda als een politiek en intellectueel lichtgewicht vergeleken met zijn overleden broer, zegt Kaminski. ‘Hij kan het niet verkroppen dat Duda in Lechs bed slaapt, dat hij in Lechs schoenen loopt. Hij veracht hem als mens.’

    Kaczynski’s minachting voor Duda verbleekt bij de haat die hij koestert voor de nieuwe premier. Ondanks een officieel onderzoek dat de crash wijt aan een fout van de piloot en slecht weer, beschuldigt Jarosław Kaczynski Rusland van het neerhalen van het vliegtuig. Absurd genoeg beschuldigt hij Tusk, die toen zijn eerste termijn als premier uitzat, van medeplichtigheid. De regering van Tusk verdoezelde ‘een beslissing die op het hoogste niveau van het Kremlin is genomen’, zei Kaczynski twee jaar geleden, ‘omwille van een soort macabere verzoening met Rusland’.

    ‘Als hij zou kunnen, zou hij Tusk naar de gevangenis sturen,’ zei Andrzej Stankiewicz, een journalist. ‘En Tusk zou hetzelfde doen met Kaczynski.’

    ‘Zonder alcohol kan Duda een vreselijke zeur zijn. Met alcohol is hij het tegenovergestelde’

    Duda lijkt vandaag minder gedreven door loyaliteit aan PiS dan door zijn verlangen om serieus genomen te worden als president: om zijn mannetje te staan en zijn prerogatieven te verdedigen. Toen hij Kaminski en Wasik in 2015 gratie verleende, was dat omdat dat van hem geëist werd, door PiS en Kaczynski. Toen hij hun dit jaar bescherming en nog een pardon aanbood, was dat omdat hij geloofde dat zijn autoriteit als president op het spel stond.

    Critici beschuldigen Duda ervan geen eigen politiek kompas te hebben. ‘Duda is gemaakt van stopverf,’ zegt Boguslaw Chrabota, redacteur van de krant Rzeczpospolita. De man die zijn imago en beleid vormgeeft Marcin Mastalerek, een pr-man die in 2015 Duda’s campagne leidde en onlangs de stafchef van de president werd. Ik vroeg een van de voormalige medewerkers van Duda hoe de president is veranderd onder invloed van Mastalerek. ‘Hij is besluitvaardiger,’ zei hij. ‘En hij heeft minder scrupules.’

    Duda’s beste moment kwam in 2022. Een maand voordat Rusland Oekraïne binnenviel, ontving hij Volodymyr Zelensky, de Oekraïense president, in het bergresort Wisla. Duda beloofde dat Polen Oekraïne zou steunen en zich zou verzetten tegen elke concessie aan Rusland. Gedurende twee dagen van vergaderingen, stelden hij en Zelensky noodplannen op in het geval van een Russische aanval. Hun onderhandelingen werden naar verluidt op gang geholpen met drank. ‘Zonder alcohol kan Duda een vreselijke zeur zijn’, schreef een diplomaat die getuige was van de gesprekken. ‘Met alcohol is hij het tegenovergestelde.’ 

    Na de invasie werd Polen een toevluchtsoord voor miljoenen Oekraïners en de grootste doorvoerhaven voor NAVO-wapentransporten. Het vliegveld van Rzeszów, een stad in het oosten van Polen, werd een de facto Amerikaanse basis, vol met radars en Patriot-batterijen. Vorig jaar werd Polen het eerste NAVO-lid dat gevechtsvliegtuigen naar Oekraïne stuurde. Duda was de belangrijkste cheerleader van Oekraïne in de EU en drong er hard op aan dat het blok toetredingsonderhandelingen met het land zou openen. Volgens opiniepeilingen hadden de Oekraïners in 2021 en 2022 meer vertrouwen in de Poolse president dan in enige andere buitenlandse leider.

    Maar Duda’s relatie met Zelensky is verzuurd. In september verbood de Poolse regering de import van graan uit Oekraïne, in strijd met de EU-maatregelen om Oekraïense voedselproducenten vrije toegang tot haar markten te geven. Duda steunde de maatregel, die was bedoeld om de boeren van zijn land te sussen, die klaagden dat ze te weinig voor hun waren kregen. ‘Oekraïne gedraagt zich als een drenkeling,’ zei hij, ‘in staat om iedereen die hem helpt naar beneden te trekken.’ Zelensky reageerde door Polen ervan te beschuldigen Rusland in de kaart te spelen.

    Tusks regering heeft het verbod gehandhaafd. Maar Poolse boeren eisen nog strengere maatregelen. Een paar dagen na mijn reis in maart gingen duizenden van hen de straat op om te eisen dat Polen zijn oostgrens zou sluiten voor handel met Oekraïne. Tractoren met Poolse vlaggen blokkeerden snelwegen en er werd mest gedumpt buiten het huis van de voorzitter van het parlement. (Tusk heeft tot nu toe geweigerd hun tegemoet te komen in deze kwestie.)

    Averechts

    Duda heeft misschien ooit gehoopt dat de rol die hij in Oekraïne heeft gespeeld hem na zijn presidentschap een internationale functie zou bezorgen. Maar door zijn steun voor het verbod op Oekraïens graan en zijn reputatie als dwarsligger is de kans daarop nu klein. In plaats daarvan heeft Duda zijn aandacht op zijn eigen land gericht, waar hij genoeg gevechten zal moeten leveren, niet alleen over abortus en wettelijke hervormingen. In maart zei de regering dat ze vijftig ambassadeurs zou terugroepen die onder de vorige regering waren benoemd. Een woedende Duda, die het laatste woord heeft over diplomatieke, militaire en EU-benoemingen, beweerde dat hij overrompeld was door het besluit.

    Duda’s steun voor Kaminski en Wasik heeft een averechts effect gehad. Veel Polen fronsen hun wenkbrauwen over zijn capriolen en de liefde voor de mannen binnen PiS is ver te zoeken (ze stonden erom bekend dat ze de vuile was van hun collega’s buiten hingen). Mogelijk uit een gevoel van loyaliteit, of om hen te belonen voor hun diensten, heeft Kaczynski Kaminski en Wasik een plaats aangeboden op de lijst van zijn partij bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in juni. In theorie zou het overbrengen van de voortvluchtigen naar Brussel een einde kunnen maken aan de impasse tussen de president en de premier.

    Op het gebied van nationale veiligheid en defensie zitten Duda en Tusk tenminste ongeveer op dezelfde golflengte. Ondanks de verhardende houding van de Poolse kiezers tegenover Oekraïense vluchtelingen, zien beiden de noodzaak in om wapenleveranties aan Oekraïne voort te zetten, om het Poolse leger (dat het grootste van het continent wil worden) op te waarderen en om ervoor te zorgen dat Europa zijn gewicht in de schaal legt binnen de NAVO.

    Toen dat nodig was, tijdens een reis naar het Witte Huis in maart om te vieren dat Polen vijfentwintig jaar geleden lid werd van de NAVO, toonden Duda en Tusk dat ze een gesloten front konden handhaven. ‘Als het gaat om Rusland en Oekraïne en trans-Atlantische betrekkingen, is er bijna volledige consensus in Polen,’ zei Tusk tijdens het bezoek. ‘Ik wou dat onze bondgenoten, de VS, hetzelfde over zichzelf konden zeggen.’ 

    Tusk heeft goede relaties in Amerika, maar nog betere in Brussel, waar hij vijf jaar lang de vrede heeft bewaard tussen de staatshoofden. Duda daarentegen, die al vaak een standje heeft gekregen van de EU, is veel meer geïnteresseerd in zijn relatie met Amerika, en vooral met Donald Trump. De twee mannen kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Tijdens een bezoek aan het Witte Huis in 2018 streelde Duda Trumps ego door het idee te opperen om een nieuwe Amerikaanse basis in Polen ‘Fort Trump’ te noemen.

    Privé maken sommige PiS-politici zich zorgen over nog een presidentschap van Trump, omdat ze vrezen dat hij de NAVO zal ondermijnen en de Amerikaanse steun voor Oekraïne zal verminderen. Of Duda een tweede Trump-termijn zou willen zien is onduidelijk, maar hij bereidt zich er zeker op voor. Op 17 april, tijdens een reis naar New York, bezocht Duda Trump Tower, waar hij een paar uur doorbracht met zijn oude vriend. ‘Hij heeft fantastisch werk geleverd en hij is een goede vriend,’ vertelde Trump aan verslaggevers, eraan toevoegend: ‘We staan helemaal achter Polen.’ 

  • Wat kunnen we 
leren over 
Aziatische waarden?

    Wat kunnen we 
leren over 
Aziatische waarden?

    Voorlopig is het economische succes van China en India voor andere landen het beste argument om beleid gebaseerd op niet-westerse ideeën te ontwikkelen. Verschillende perspectieven leiden meestal tot innovatie. Het wachten is op toetsbare modellen en theorieën.

    In 1998, toen de Chinese economie net aan zijn opmars was begonnen, stak Kishore Mahbubani de lont in het intellectuele kruitvat met zijn boek Can Asians Think? Twee decennia later, nu Azië het hart van de wereldeconomie vormt en China de Amerikaanse hegemonie in de Aziatisch-Pacifische regio en zelfs de hele wereld naar de kroon steekt, vindt Mahbubani’s vraag opnieuw weerklank, en misschien nog wel meer dan eerst.

    Het zal duidelijk zijn dat Mahbubani zich niet afvroeg of het de Aziaten ontbrak aan de cognitieve vaardigheden van andere wereldbewoners. Hij vroeg zich af of Azië – met zulke uiteenlopende landen als Japan en Singapore in de gelederen – over eigen intellectuele denkkaders beschikt, naast het dominante westerse paradigma. Beschikten Aziatische volken over specifieke waarden die konden verklaren waarom Azië zo razendsnel moderniseerde?

    Nieuwe impuls

    Sommige politieke beschouwers antwoordden op Mahbubani’s vraag dat Aziatische kernwaarden, zoals hard werken, pragmatisme en het gezin als hoeksteen, niet specifiek Aziatisch zijn. Anderen beweerden dat Aziatische waarden niet alleen uniek zijn, maar ook superieur aan die van het Westen. Ook Mahbubani vond dat Azië over eigen waarden en intellectuele tradities beschikt, die volgens hem minstens zo veel aandacht en waardering verdienen als de westerse, al was het maar vanwege het wisselvallige succes van die laatste. Op het moment waarop hij zijn boek publiceerde, had de Aziatische financiële crisis van 1997 nog maar net verschillende economieën in de regio de nek omgedraaid, volgens veel Aziaten als gevolg van overheersende westerse economische ideeën.

    Nu, twintig jaar na Mahbubani’s boek, krijgt de discussie over de intellectuele eigenheid van Azië opnieuw een impuls, deels door het zelfverzekerde politieke leiderschap van de Chinese president Xi Jinping en de Indiase premier Narendra Modi. Dat leidt tot de volgende drievoudige vraag: wat kunnen we leren van het debat over Aziatische waarden, wat schort eraan en hoe kan het op productieve wijze worden gestimuleerd?

    Toen Mahbubani’s boek verscheen, vormde het een schril contrast met Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama, dat vijf jaar daarvoor nóg enthousiaster was ontvangen. Fukuyama beweerde dat de liberale democratie en het vrijemarktkapitalisme na de val van het communisme als overwinnaars uit de strijd tevoorschijn waren gekomen. Geen ander politiek stelsel, aldus Fukuyama, kon zich met het democratisch kapitalisme meten als het ging om politieke vrijheid en economische welvaart.

    Een tijdlang bleek Fukuyama’s profetie juist. Voormalige communistische landen, zoals die in Midden- en Oost-Europa, werden democratischer en omarmden de markt. Dat zelfs Deng Xiaoping ervoor pleitte China te ‘hervormen en open te stellen’ leek de weg vrij te maken voor een toekomstige open houding van China ten opzichte van de democratie. Of er nu een ‘einde’ aan de geschiedenis was gekomen of niet, de democratische, kapitalistische wereld was the place to be.

    De Aziatische financiële crisis leek dat idee aanvankelijk te bevestigen, want maakte een einde aan enkele economische succesverhalen in de regio en bracht de Aziatische aanpak schijnbaar in diskrediet. Maar doordat landen als Maleisië, dat de door het IMF voorgestelde economische remedie afwees, zich veel sneller herstelden dan landen die de IMF-adviezen opvolgden, ontstond in heel Azië twijfel over de westerse wijsheid. Westerse ideeën waren misschien toch niet zo belangrijk geweest voor de overwinning van het democratisch kapitalisme.

    Zelfs de VS, het boegbeeld van het westerse democratische kapitalisme, kampt met problemen, belichaamd in president Donald Trump

    Tien jaar na de verschijning van Mahbubani’s boek leken de kansen nog verder te keren. De VS en Europa stortten zich in een zo ernstige zelf veroorzaakte crisis dat de rest van de wereldeconomie erin leek te worden meegesleurd, tot grote ergernis van Aziatische landen, die juist pijnlijke hervormingen hadden doorgevoerd om dat soort toestanden te voorkomen.

    Het zag ernaar uit dat halfbakken ideeën de crisis van 2008 hadden veroorzaakt. Om Friedrich von Hayek te citeren, toen hij in 1974 sprak bij de instelling van de Nobelprijs voor de economie, werden de ‘volmaakte’ economische modellen waarmee westerse regeringen en economen de toekomst voorspelden, ontmaskerd als ‘valse schijn’. Von Hayek schilderde het westerse economische denken af als een keizer die weliswaar nog niet al zijn nieuwe kleren aanhad, maar toch al in vergevorderde ontklede staat verkeerde.

    De gevolgen van deze schertsvertoning waren ernstig: behalve het ongedaan maken van tien jaar economische groei ook stagnatie, westerse overheden die zaten opgezadeld met enorme schulden en centrale banken die hun balans opkalefaterden met zoiets experimenteels als kwantitatieve versoepeling, een vorm van directe geldschepping. Tegelijkertijd namen de economische ongelijkheid, de kwetsbaarheid van de democratie en de politieke polarisatie toe, wat de Aziatische twijfel aan westerse ideeën alleen maar vergrootte, en ook die aan de westerse dominantie in de wereldeconomie.

    Sterker nog, het toenemende besef dat de panacee van de vrijemarktpolitiek, neergelegd in de zogeheten Washington-consensus, had gefaald, en ook de vooraanstaande politici die erin hadden geloofd, heeft bijgedragen aan de opkomst van schijndemocratieën en autocratieën in Hongarije, Polen, Turkije en andere landen. Zelfs de VS, het boegbeeld van het westerse democratische kapitalisme, kampt met dergelijke problemen, belichaamd in president Donald Trump, die het protectionisme heeft omhelsd en het systeem van ‘checks and balances’, de basis van de Amerikaanse democratie, met zo veel woorden op losse schroeven heeft gezet.

    Confucius (links) en Mencius.
    Confucius (links) en Mencius.

    Geen wonder dat de twijfel van Azië aan westerse ideeën er alleen maar groter op is geworden. In China wil de overheid dat scholen en universiteiten meer aandacht besteden aan het Chinese gedachtegoed (een hervorming die naadloos aansluit op de wens van de overheid om haar intellectuele en politieke legitimiteit te versterken). Ook andere Aziatische landen, zoals Zuid-Korea en India, proberen hun eigen intellectuele tradities op te poetsen, niet zozeer om ze rechtstreeks te laten concurreren met westerse ideeën, maar zodat ze op z’n minst kunnen dienen als gelijkwaardige tradities om de wereld te duiden.
    Eerlijk gezegd stonden Fukuyama en vergelijkbare beschouwers van de democratie niet kritiekloos te juichen over het Westen, zoals sommige experts ons hebben willen doen geloven. Integendeel, want Fukuyama gaf toe dat het dominante westerse liberaal-democratische stelsel feilbaar was en zelfs niet bruikbaar in elk land. In ‘Orde en verval’, het tweede deel van zijn boek De oorsprong van onze politiek uit 2014, ging hij zelfs een stap verder toen hij erkende dat de recente ervaringen van China laten zien dat ‘autoritaire overheden soms beter dan democratische in staat zijn om definitief met het verleden te breken’.

    Robert Skidelsky van de Universiteit van Warwick wijst erop dat de intellectuele schraalheid van de economische leer een zwakte van het westerse economische denken is. Uit de Grote Depressie van de jaren dertig kwam de keynesiaanse economie voort. De stagflatie van de jaren zeventig leidde tot het monetarisme van Milton Friedman, dat een revolutie in het overheidsbeleid teweegbracht. Maar tien jaar na de Grote Recessie bestaat er geen eensgezindheid over een nieuwe doorbraak in het westerse economische denken.

    ‘De rest’

    Terwijl het Westen met problemen blijft worstelen, gaat het Azië voor de wind. De economieën van China, India en Zuidoost-Azië zijn bij elkaar goed voor een groei van 63 procent van het wereldwijde bbp en meer dan de helft van de nieuwe consumptie in de afgelopen vijftien jaar. De landen die Fareed Zakaria ooit ‘de rest’ noemde, staan op het punt het Westen in te halen als het gaat om productie, consumptie en spaartegoeden.

    Dat doet vermoeden dat de recente groei van Azië niet zomaar kan worden afgedaan als een kwestie van een paar ontwikkelingslanden die de ontwikkelde landen hebben bijgehaald. In plaats daarvan lijken de Aziatische economieën, zoals Hamid Dabashi van Columbia-universiteit beweert, na eeuwenlange imperialistische overheersing eindelijk te draaien op eigen ideeën. In zijn boek Can Non-Europeans Think? uit 2015, een titel die zelfverzekerd naar die van Mahbubani verwijst, stelt Dabashi dat het probleem niet zozeer was dat ‘de rest’ niet over eigen theoretische kaders beschikte, maar dat die werden gebagatelliseerd en genegeerd.

    Dabashi wijst op het boek Oriëntalisten (1978) van wijlen Edward Said, ook van Columbia-universiteit, dat een overzicht biedt van neerbuigende westerse voorstellingen van ‘het Oosten’ als een regio met minder geavanceerde, minder rationele en uiteindelijk inferieure samenlevingen. Hun manier van denken en hun prestaties werden vaak als minderwaardig beschouwd: misschien waren ze ter plaatse toepasbaar, maar niet universeel, in tegenstelling blijkbaar tot eurocentrische kaders. Daardoor kostte het niet-westerse intellectuelen moeite om op voet van gelijkheid met hun westerse evenknieën te discussiëren.

    Maar hoe geïntimideerd niet-westerse denkers zich misschien ook hebben gevoeld, daar komt een einde aan nu de gebreken van westerse ideeën en modellen aan het licht treden. Dat Trump en de zijnen de feiten, de rede en de wetenschap onder vuur nemen verzwakt de positie van het Westen nog verder. De vraag is of niet-westerse denkers deze kans om de invloed van hun eigen intellectuele kaders uit te breiden zullen grijpen.

    Een belangrijke uitdaging voor Aziatische denkers is dat ze hardnekkige westerse vooroordelen moeten overwinnen. Engelstalige uitgevers hebben nog steeds de neiging om vanuit eurocentrisch perspectief bij te dragen aan de duiding van de wereldpolitiek. Er zijn bijvoorbeeld allerlei waardevolle wetenschappelijke publicaties over China, vooral van Chinese wetenschappers die in het Westen wonen en werken (onder wie Yasheng Huang en Minxin Pei). Die lijken echter vooral bedoeld om de Chinafobie aan te wakkeren of het risico van een crisis of een totale ineenstorting te benadrukken. Het werk van niet-westerse denkers blijft in Europese landen meestal onvertaald, hoewel de kennis en de waardering van kenners voor het werk van bijvoorbeeld Confucius, Mencius en Han Feizi [Chinese geleerden] niet-ingewijden ongetwijfeld zullen helpen hun politieke en zakelijke gesprekspartners in China beter te begrijpen.

    Het verschil tussen India en het Westen is alleen werkelijk te begrijpen als iemand de praktijk van _purva paksha_ (zoiets als “wederzijdse betrokkenheid”) begrijpt en erkent dat daar “harmonieuze maatschappelijke en spirituele groei” voor nodig is

    Doordat zulken boeken maar weinig in het Westen worden uitgegeven, stellen vooral in het Engels schrijvende Indiërs het westerse denken ter discussie. Zo laat historicus Pankaj Mishra in zijn Op de ruïnes van het imperialisme (2012) zien hoe vroeg-twintigste-eeuwse Aziatische intellectuelen als Gandhi, Kang Youwei en Mohammed Abdoe zich genoodzaakt zagen hun eigen tradities – respectievelijk het hindoeïsme, het confucianisme en de islam – opnieuw vanuit westers perspectief te bezien.

    Om hun ideeën verder te verbreiden moeten niet-westerse denkers met doorwrochte, overtuigende betogen laten zien dat die origineel, waardevol en universeel zijn. Ze zouden dat kunnen doen op Mishra’s manier, namelijk door zich te bedienen van eurocentrische middelen. Ze zouden die aanpak ook links kunnen laten liggen en helemaal buiten Europese modellen om kunnen denken. Of ze zouden de twee kunnen integreren in een consistent, universeel analytisch denkraam.

    Welke aanpak niet-westerse denkers ook kiezen, denkwijzen, opvattingen en concepten die hun waarde in eigen land allang hebben bewezen, zullen moeten worden aangepast om ze universeel geldig te maken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

    De Indiase auteur Rajiv Malhotra laat met zijn boek Being Different: An Indian Challenge to Western Universalism zien hoe ingewikkeld dat is. Niemand zal betwisten dat India verschilt van het Westen. Malhotra beweert echter dat iemand dat verschil alleen werkelijk kan begrijpen als hij de praktijk van purva paksha (zoiets als ‘wederzijdse betrokkenheid’) begrijpt en erkent dat daar ‘harmonieuze maatschappelijke en spirituele groei’ voor nodig is. En dat kan alleen als hij ook het begrip ‘dharma’ uit Indiase religies begrijpt en aanvaardt.

    Een Chinese lezer zal dat niet zo heel veel moeite kosten, want dharma vertoont enige gelijkenis met het begrip ‘tao’ uit de traditionele Chinese filosofie. Maar een seculiere westerse wetenschapper zal zulke lastig te definiëren begrippen niet zomaar snappen. En zelfs al doet hij dat wel, dan zal hij misschien niet bereid zijn om dharma of tao te accepteren als grondslag voor een bruikbaar intellectueel kader, want geen van beide kan wetenschappelijk worden getoetst of empirisch worden geverifieerd.

    Een andere grote uitdaging voor niet-westerse denkers is dat ze hun ideeën – en vooral de intellectuele bouwstenen van het Chinese economische wonder – zodanig moeten verpakken dat die zich kunnen meten met de Washington-consensus. Ook al hebben miljoenen Chinezen een westerse opvoeding of opleiding genoten, er bestaat geen samenhangende of overtuigende Chinese analyse van de oorzaken van China’s economische succes. Doordat een dergelijke ‘Beijing-consensus’ ontbreekt, kunnen westerse waarnemers China’s ervaringen afdoen als idiosyncratisch, waarmee ze verhinderen dat de lering die eruit valt te trekken brede ingang vindt.

    Han Feizi.
    Han Feizi.

    Gegeven die combinatie van conceptuele belemmeringen en weerstand tegen onbekende denkkaders zal het niet eenvoudig zijn het Westen ervan te overtuigen dat ‘de rest’ iets te bieden heeft. Voorlopig is het concrete bewijs dat het Aziatische beleid succes heeft waarschijnlijk het beste argument om niet-westerse opvattingen over te nemen. Zo zou de invoering, in India, van een unieke digitale identiteitscode (‘Aadhaar’ genaamd) meer kunnen betekenen voor de totstandkoming van een inclusieve economie dan welke academische publicatie ook.

    Toch zullen niet-westerse denkers hun ideeën op de lange termijn moeten vertalen in toetsbare modellen en theorieën. Vanwege de complexiteit en de onderlinge verbondenheid van bestaande stelsels zal dat waarschijnlijk niet de verdienste van één individu zal zijn, een nieuwe John Maynard Keynes of Milton Friedman, maar eerder een collectieve onderneming op basis van gedeelde kennis. De Chinese traditie om voor elke dynastie een ‘encyclopedie’ te maken, schept in dat verband een nuttig precedent.

    In het bedrijfsleven leidt grotere diversiteit tot groter succes. De verschillende perspectieven die verschillende partijen inbrengen, en zelfs het ongemak dat uit die verschillen kan voortkomen, leiden meestal tot innovatie. Nu de wereld de problemen probeert aan te pakken die voortkomen uit de westerse visie op groei en ontwikkeling, zoals economische ongelijkheid en maatschappelijke onvrede, is juist dat soort uit diversiteit geboren doorbraken nodig. Het Westen heeft zijn zegje gedaan. Nu is de rest aan de beurt.

    Auteur: Andrew Sheng
    Vertaler: Nico Groen

    Andrew Sheng is momenteel professor aan de Tsinghua-universiteit in Beijing. Zijn laatste boek verscheen onder de titel From Asian to Global Financial Crisis in 2009 bij de Cambridge University Press.

    Project Syndicate
    Praag | project-syndicate.org

    Deze non-profitorganisatie, opgericht in 1994, produceert commentaren en journalistiek door bekende economen, politici, academici en andere maatschappelijk betrokken schrijvers voor een wereldwijd publiek. PS levert content aan 459 media in 155 landen.

    mahbubani

    Hoe Azië het Westen pijlsnel inhaalt

    Het Westen stond de afgelopen tweehonderd jaar aan kop in de wereldgeschiedenis, maar die tijd is voorbij. Volgens Kishore
    Mahbubani, een van de bekendste denkers van Azië, zijn onder andere China en India hard bezig om het Westen over te nemen, op zowel
    economisch als intellectueel vlak.

    De Balie nodigde Mahbubani uit in de serie De Balie Invites om uit te vinden wat de oorzaak is van deze verandering. Hoe moet het Westen reageren?

    Podium. Zaterdag 14 april om 14:00 uur.

  • 4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    4. De Polen kiezen voor het Chinese model

    Warschau vertrouwt op de economische ontwikkeling, maar zonder democratische garanties. Een politiek die weerklank vindt onder de bevolking.

    In de tijd van de liberalen [die van 2007 tot 2015 de regering vormden] zou Polen een tweede Ierland worden. Dat paste in de ideologie in het land, die een combinatie was van economisch liberalisme, de klassieke instituties van de liberale democratie en een uiterst conservatieve katholieke traditie. Anders dan de voorgaande regering ziet de Partij voor Recht en Rechtvaardigheid (PiS) het echter niet als haar enige doel om de maatschappij te voorzien van ‘warm water uit de kraan’. De partij wil van Polen een macht van betekenis maken en kiest daarom voor het Chinese model: een sterke economie die nationale trots wekt maar waarin burgerlijke vrijheden slechts schijn zijn.

    De partij heeft het er zelfs over om een uniek Poolse versie van de democratie te creëren, die niet per se liberaal is. In de praktijk betekent dit dat ze de scheiding der machten afschaft, de rol van de inlichtingendiensten versterkt en controle wil hebben over het internet, onder andere door, net als in China, bepaalde sites te blokkeren. De partij centraliseert de staat, beknot de bevoegdheden van plaatselijke overheden en eist een overheersende rol op 
in maatschappelijke organisaties.

    Ook heeft de regering zeggenschap over de rechtbanken en komt er, net als in China, een systeem van ‘volkscontrole’, waarin zogenaamd gerechtelijke organen al vóór de zitting een oordeel op schrift geven.

    Brood in plaats van vrijheden

    Het Hooggerechtshof moet binnenkort een kamer accepteren die als volkstribunaal zal functioneren en vraagtekens kan plaatsen bij uitspraken van professionele rechters, die toch definitief zouden moeten zijn. Sinds ze de macht over het Constitutioneel Hof kreeg, heeft de PiS daarvan een instrument gemaakt voor wetgeving die haar goeddunkt. Afgelopen november hebben PiS-afgevaardigden het Hof gebruikt om de wetgeving over abortus [toch al een van de minst liberale in Europa] opnieuw te bezien.

    Het Chinese model biedt brood in plaats van vrijheden en is daarmee een succes geworden, dat economische macht combineert met individuele tevredenheid en nationale trots. Volgens een enquête uit juli 2017 in vier voormalige volksdemocratieën (Hongarije, Polen, de Tsjechische Republiek en Slowakije) hechten de Polen bijna twee keer zoveel belang aan materiële zaken als aan de democratie. Zo’n 22 procent van de ondervraagden beoordeelt een regering in de eerste plaats vanuit het gezichtspunt van ‘levensstandaard, de prijzen van producten en toegankelijkheid van diensten’, terwijl 12 procent ‘de vrijheid, de democratie en de mogelijkheid om zijn eigen mening te uiten’ op de eerste plaats zet. In de staten van ons ‘blok’ [de Visegradlanden] is de steun voor de democratie en de vrijheid gemiddeld 15 procent.

    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH
    Aanhangers van regeringspartij PiS doen armbanden om bij een demonstratie. – © HH

    Blijkbaar heeft de PiS met haar keuze voor het Chinese model de publieke opinie haarfijn aangevoeld. Natuurlijk, wij zijn (nog) geen economische macht, maar de regering onderstreept voortdurend dat alles prima gaat. Wij worden liever de schandvlek van Europa dan een politieke macht, en zijn daarmee 
het voorbeeld van de eeuwige ‘homo sovieticus’ [de stereotype inwoner van de communistische landen van Oost-Europa die passief is en niet in staat om individueel initiatief te nemen], maar we zijn er 
niet minder trots om.

    Zo voedt de PiS ook de verering van de ‘vergeten 
strijders’ [guerrillabewegingen die in de jaren na 
de Tweede Wereldoorlog tegen het communistische regime vochten], terwijl de staatstelevisie alleen maar macht en succes uitstraalt. Nu al volgt de jongere generatie nieuwe onderwijsprogramma’s ter bevordering van goed ‘burgerlijk en patriottisch gedrag’. De Europese Unie beklaagt zich over ons, maar wat hebben wij aan de Europese Unie? Wij kunnen een andere bondgenoot kiezen, en veel 
tekenen wijzen erop dat die bondgenoot China zal zijn. Wij bezetten een sleutelpositie in het Chinese project van de nieuwe zijderoutes, waarlangs Chinese producten naar de Europese markt zullen stromen. Daarom gaan de Chinezen een nieuw vliegveld voor ons aanleggen dat voldoet aan de eisen van het Europa van de eenentwintigste eeuw en zullen wij hun pakketjes over heel Europa gaan rondbrengen, volgens een contract dat afgelopen najaar tussen de beide nationale postbedrijven is gesloten.

    Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s

    Bovendien steken we ons bij China in de schulden. Polen heeft voor 400 miljoen euro aan staatsobligaties afgegeven in yuans, die we zullen terugbetalen in euro’s. Tenslotte heeft een staatssecretaris afgelopen september nog verklaard dat wij zouden kunnen afzien van Europese subsidies als de EU ons zou helpen om de helft van de oorlogsherstelbetalingen van Duitsland te krijgen. De Europese fondsen maken deel uit van de EU, dus de suggestie dat wij daarvan kunnen afzien komt neer op zeggen dat de PiS-regering een ‘Polexit’ voor mogelijk houdt.

    Het versterken van de samenwerking met China kan betekenen dat dat land voor ons de EU zal vervangen. Niet een Europese maar een mondiale partner, die 15 procent van de economieën van Zuid-Amerika controleert en de helft van al het land in Siberië. Voor China kan Polen de poort zijn naar de overheersing van Europa. In hun dialoog met Beijing beschrijven de Poolse autoriteiten hun land zelf als ‘de poort tot Europa’.

    De geschiedenis is geneigd zich te 
herhalen en Big Brother kan opnieuw zorgen voor een eenpartijsysteem in Polen. Zoals het er nu uitziet werkt 
de westerse democratie niet.

    Auteur: Ewa Siedlecka
    Vertaler: Annemie de Vries

    Gazeta Wyborcza
    Polen | oplage 396.000

    ‘De Verkiezingsgazet’ is opgericht na de val van de Muur en uitgegroeid tot een grote krant. Doelstelling: nieuws brengen op informatieve en seculiere wijze.

  • Singapore vs. Hongkong: the battle

    Singapore vs. Hongkong: the battle

    De succesvolle Aziatische metropolen Hongkong en Singapore worden vaak in één adem genoemd. Toch hebben de twee steden tegengestelde kapitalistische modellen: de een is ultraliberaal, de ander ultradirigistisch. Le Monde legde de rivalen langs de meetlat.

    De rivaliserende steden Hongkong en Singapore vergelijken zich onophoudelijk met elkaar. Er gaat geen week voorbij of er is een enquête of peiling waarin ze met elkaar wedijveren, of het nu over de beheersing van het Engels gaat (voorsprong Singapore), over het aantal beursintroducties (voorsprong Hongkong) of zelfs over het gemiddelde IQ (gelijkspel: de twee steden zouden tot de wereldtop behoren). De kleinste nieuwtjes van de een worden angstvallig in de gaten gehouden door de ander.

    Zo lanceerde de Michelingids in 2016 een editie voor Singapore – zeven jaar na Hongkong, het werd tijd! Eind februari maakte de pers in Hongkong melding van een sterke stijging van de watertarieven in Singapore, en vroeg zich meteen af of zo’n maatregel er ook in zat voor Hongkong.

    De rivaliteit strekt zich uit tot alle sectoren, met name die van de ‘FinTech’ (nieuwe financiële technologieën). Hongkong hield van 7 tot 11 november 2016 zijn FinTech Week. Singapore ging daar drie dagen later overheen met zijn FinTech Festival. Hongkong groter, Singapore schoner; Hongkong Chinezer, Singapore kosmopolitischer; Hongkong dynamischer, Singapore ordelijker – aan het spelletje ‘zoek de verschillen’ tussen de Aziatische schijntweeling komt nooit een eind.

    Tegenovergestelde modellen

    Beide steden wekten in de eerste helft van de negentiende eeuw de hebzucht van de Britse kroon. De twee ‘parels van de Oriënt’, gescheiden door 2600 kilometer zee, waren strategisch gelegen langs de maritieme zijderoute: Singapore met de Straat van Malakka, Hongkong met de Parelrivierdelta. Hun identiteit is daarom sterk getekend door de internationale vrijhandel, en beide hebben hun essentiële rol daarin weten te behouden. In 2005 onttroonde Singapore Hongkong als grootste containerhaven ter wereld, om in 2010 zelf naar de tweede plaats te worden verwezen door Shanghai. Hongkong nam revanche door de grootste luchthaven voor vrachtverkeer te wereld te worden.

    Ten tijde van de kolonisatie was hun geringe omvang een voordeel. ‘De 
twee gebieden waren gemakkelijk te besturen voor het Verenigd Koninkrijk, dat dan ook flink investeerde in infrastructuur (opslagplaatsen, wegen, waterleiding) en openbare instellingen (rechtbanken, scholen, ziekenhuizen). Daarna zijn er andere initiatieven genomen, zoals een enorm programma voor sociale huisvesting,’ aldus Donald Low van de Lee Kuan Yew-school voor Openbaar Bestuur van de Nationale Universiteit van Singapore. Ook het rechtssysteem is een erfenis van de Britse kolonisator. ‘De rechtsstaat die beide steden kennen onderscheidt ze van alle andere landen in de regio,’ voegt Low eraan toe. ‘Alleen op die manier konden ze uitgroeien tot geloofwaardige financiële centra.’ Zowel Singapore als Hongkong richtte een agentschap op om corruptie te bestrijden. Dit weerhoudt beide er 
overigens niet van om te flirten met 
de status van belastingparadijs.

    Beide voormalige parels aan de Britse kroon hebben hun bijzondere ontwikkeling natuurlijk mede te danken aan hun geografische ligging, aan het uiterste noorden en zuiden van de Zuid-Chinese Zee. Hongkong, dat zich in 1997 bij de Volksrepubliek China aansloot (volgens het principe ‘een staat, twee systemen’), is altijd sterk 
op China georiënteerd geweest. Het is inmiddels een belangrijk financieel centrum voor grote Chinese bedrijven. Singapore is de onontkoombare 
metropool van Zuidoost-Azië en het Zuid-Pacifische gebied geworden.

    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH
    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH

    Na twee eeuwen parallelle ontwikkeling behoren de twee steden tot de wereldtop op het gebied van moderniteit en technologie. Toch hebben ze 
ook de nodige crises en epidemieën gekend. Bovendien zijn ze tussen 1941 en 1945 door de Japanners bezet. 
Hun wegen scheidden zich met het uitroepen van de Republiek Singapore in 1965, nadat de stad zich in 1963 had afgescheiden van de Federatie van Maleisische Staten en onafhankelijk was geworden. Hoewel de microstaat zich aan de Britse betutteling heeft ontworsteld, zijn de Britse instituties en het architecturale erfgoed er behouden gebleven, evenals het Engels als lingua franca, waarvan de gesproken variant met zijn speciale intonatie 
zich tot het singlish (Singapore English) heeft ontwikkeld. Het Engels dat er gesproken wordt is nog altijd van een hoger niveau dan dat in Hongkong, dat weliswaar tot 1997 Engels is gebleven maar waar slechts 6 procent van de bevolking de taal voldoende beheerst en slechts 1,5 procent deze vloeiend spreekt, volgens een studie van de 
Universiteit van Hongkong uit 2015.

    Tegenwoordig onderscheiden de steden zich vooral door hun diametraal tegenovergestelde maatschappijmodellen. Het ‘dirigistische’ model van Singapore, waarvan de resultaten overal ter wereld bewondering afdwingen, behoort tot de meest geavanceerde en vreemdste van de planeet. Alles wordt er berekend, geanalyseerd, voorzien 
en gemonitord. ‘Planning’ is het sleutelwoord. De stad belichaamt orde, properheid, veiligheid, excellentie en perfectie. Singapore is tegenwoordig 
de ‘smartste’ van de ‘smart cities’: 
up-to-date, doelmatig, duurzaam en toonaangevend op onderzoeksgebied.

    De openbare orde lijkt er tot het uiterste doorgedreven, zoals blijkt uit het beroemde verbod op kauwgum. 
Ook het milieu is een prioriteit. In Hongkong zijn het de burgers die, geconfronteerd met de apathie van 
de overheid, het initiatief nemen om de stranden schoon te maken. Wie in Singapore afval niet in een vuilnisbak deponeert, riskeert de eerste keer een boete van 1350 euro, de tweede keer 
het dubbele en de keer daarna vijf keer zoveel. Hardnekkige overtreders 
worden gedwongen te werk gesteld 
bij de gemeentereiniging.

    Sinds de onafhankelijkheid heeft 
Singapore nauwelijks sociale conflicten gekend, afgezien van twee stakingen (in 1986 en 2012) die beide nog geen twee dagen duurden. De Hongkongers gaan meerdere keren per jaar massaal de straat op. In de herfst van 2014 transformeerde de jeugd verschillende wijken in de stad tot surrealistische kampen om te protesteren tegen het plan van Beijing om de invloed van stemmingen te beperken. Dit zogeheten ‘parapluprotest’ duurde 79 dagen, wat in de tuinstad ondenkbaar zou zijn. ‘Singapore is het eerste land ter wereld dat het communisme in de marxistische zin van het woord heeft gerealiseerd,’ chargeert Jake van der Kamp, commentator van de ultraliberale 
South China Morning Post. ‘Zo’n 85 procent van de woningen wordt gesubsidieerd door de staat, de regering houdt naast andere belastingen 37 procent van alle salarissen in voor een collectief verzekeringsfonds en de hele zakenwereld staat onder overheidstoezicht.’

    De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn

    De Singaporese regering bestuurt haar volk met dezelfde chirurgische precisie. Het geboortebeperkingsbeleid van de jaren zeventig, dat niet gespeend was van eugenetische trekjes, was zo doeltreffend dat de tegenovergestelde opdracht, aan het eind van de jaren tachtig, niet aansloeg. Om in de behoeften van de plaatselijke economie te voorzien moet de stad sindsdien mensen van buiten laten komen. Inmiddels is 40 procent van de bevolking van buitenlandse afkomst, wat 
het toch al multiculturele, Chinees-Indonesisch-Maleise Singapore een veel kosmopolitischer gemeenschap maakt dan Hongkong, dat voor 95 procent door Chinezen wordt bevolkt. De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn. Nieuwe ondernemingen die zich er komen vestigen worden actief ondersteund.

    Waar de dynamische Singaporese overheid altijd tuk is op verbeteringen, is het gebrek aan visie bij de overheid in Hongkong een vast thema onder lokale zakenlui. Hongkong zou zijn critici kunnen antwoorden dat het zijn dynamiek en aantrekkelijkheid dankt aan zijn bewoners en zijn markteconomie, en niet aan de overheid. In tegenstelling tot Singapore hangt Hongkong het ultraliberalisme aan. De economie zou er zelfs de liberaalste ter wereld zijn, volgens de zeer conservatieve Amerikaanse denktank Heritage Foundation. De werkloosheid van maar 3 procent (tegen 2 procent in Singapore) lijkt aan te tonen dat dit recept ook werkt.

    Behalve vanwege de vrijheid en faciliteiten voor ondernemers is Hongkong ook aantrekkelijk vanwege zijn belastingstelsel. Door de geringe douanebarrières is het bijna een vrijhaven. Een beroemd voorbeeld blijft de afschaffing van de accijns op geïmporteerde wijn in 2008, die de ontwikkeling van een hele economische sector mogelijk maakte. Een ander voorbeeld is de markt voor moderne kunst die bloeiender is dan in Singapore, waar toch forse subsidies bestaan. Binnen enkele jaren hebben zich internationaal gerenommeerde galeries en grote veilinghuizen in Hongkong gevestigd, evenals een beurs voor moderne kunst, Art HK, die al snel werd opgekocht door wereldleider Art Basel. ‘De dynamiek van Hongkong is onvergelijkbaar. Dat is voor 
een groot deel te danken aan buurman China,’ bevestigt een ondernemer die beide steden goed kent. De energie 
die wordt geleverd door de nabijheid van China is onmiskenbaar. Singapore, daarentegen, is een beetje provinciaals. ‘De Hongkongers komen naar Singapore om op adem te komen; de 
Singaporezen gaan naar Hongkong om zichzelf weer te motiveren,’ zo vat een Singaporese taxichauffeur de situatie samen op grond van zijn dagelijkse observaties.

    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images
    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images

    De Hongkongers koesteren hun vrijheden en aarzelen niet om daarvan te profiteren, tot leedwezen van Beijing. ‘De ironie wil dat de burgers in Hongkong het recht hebben om te betogen en hun ongenoegen te uiten maar dat ze niet hun eigen leiders kunnen kiezen, terwijl in Singapore, waar kritiek amper wordt getolereerd, de burgers het recht hebben om naar de stembus te gaan,’ constateert Cherian George, hoogleraar Journalistiek.

    Paradoxaal genoeg hebben deze zeer verschillende systemen tot soortgelijke resultaten geleid, en tot soortgelijke gebreken. Geen enkele ontwikkelde 
economie ter wereld kent momenteel zulke grote verschillen tussen rijk en arm als deze twee steden. Op de grote avenues van Hongkong duwen dubbelgevouwen oude vrouwtjes karretjes met kartonnen dozen voor recycling voort tussen glimmende Ferrari’s en Tesla’s. Huisvesting is zo duur voor wie geen toegang heeft tot sociale woningbouw, dat een Chinese ondernemer op het idee is gekomen om ‘capsuleappartementen’ te introduceren, een moderne versie – met wifi – van de oude ‘kooiwoningen’, stapelbedden met tralies ervoor die dienst deden als onderkomen.

    De twee steden blinken ook uit in 
crony capitalism, nepotistisch kapitalisme. Op een ranglijst van de grootste plutocratieën ter wereld die in 2014 werd opgesteld door het Britse weekblad 
The Economist, prijkte Singapore op de vijfde en Hongkong zelfs op de eerste plaats. Onder het mom van grote economische vrijheid is Hongkong in vijftig jaar tijd uitgegroeid tot een oligarchie waar maar enkele families de dienst uitmaken in 
de belangrijkste economische sectoren.

    Als we de balans opmaken van het voortdurende duel tussen de twee 
steden, lijken economische argumenten zwaarder te wegen dan elke andere politiek-filosofische overweging. De vrees voor een braindrain van Hongkong naar Singapore is een steeds terugkerend thema in de pers van Hongkong. Met als reden de exorbitant hoge huren, de luchtvervuiling en de toenemende bemoeienis van China. Of, doodeenvoudig, het charmeoffensief van de Singaporese regering. Singapore lijkt zich plotseling te bevrijden van zijn lichte minderwaardigheidscomplex. 
De periode van beroering die de wereld momenteel doormaakt, heeft de kritiek op het sociale en politieke model doen verstommen. Dat doet weliswaar 
verstikkend aan, maar als puntje bij paaltje komt is het behaaglijk en geruststellend.

    Auteur: Florence de Changy

    Openingsbeeld: © HH

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders).

    uss buffalo and uss stethem depart changi naval base for the at sea 28506939156

    CONTEXT: Washington of Beijing? Een dilemma voor Singapore

    De stadstaat ging een keus tussen de supermachten altijd slim uit de weg, maar dreigt nu voor het blok te worden gezet.

    Washington of Beijing: voor Singapore, dat 14.000 keer kleiner is dan China en een militaire bondgenoot van de VS, is het lastig kiezen. Beijing sluit overal in Zuidoost-Azië bondgenootschappen, terwijl Washington met twee monden blijft spreken over de duur van zijn betrokkenheid bij de regio. Lee Kuan Yew, de stichter van de in 1965 uitgeroepen Republiek Singapore, onderhield uitstekende betrekkingen met zowel Henry Kissinger, als met Deng Xiaoping, van 1956 tot 1967 secretaris- generaal van de Communistische Partij van China. Lee Kuan Yew bracht zelfs zijn ‘vakantie’ door in Taiwan; dat ging allemaal probleemloos. Maar de tijden zijn veranderd.

    ‘Binnen drie tot vijf jaar dreigt Singapore moeilijke keuzes te moeten maken,’ voorspelt Donald Low van de Nationale Universiteit van Singapore. Tot overmaat van ramp hebben de Verenigde Staten op 23 januari jl. het Trans-Atlantisch Partnerschap (TPP) geannuleerd, een verkiezingsbelofte van Donald Trump. ‘Dat heeft de Singaporese regering ernstig in verlegenheid gebracht,’ bevestigt een diplomaat. ‘Hier is de vrijhandel meer dan een religie, het is het hart van het systeem. Als de internationale handel tot stilstand komt, gaat Singapore dicht.’ In werkelijkheid beschikt Singapore nog altijd over een twintigtal bilaterale vrijhandelsverdragen, met onder andere de VS, Japan en China. Dat neemt niet weg dat de houding van Washington weinig goeds belooft voor het regionale evenwicht en dat Singapore beseft hoe kwetsbaar zijn positie is.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt

    In augustus 2016 verzekerde president Barack Obama: ‘Singapore is de ankerplaats van onze aanwezigheid in de regio.’ Dit bondgenootschap berust op een memorandum van overeenstemming. ‘De marinebasis van Changi ontvangt Amerikaanse vliegdekschepen, het commando van de Amerikaanse strijdkrachten in de Grote Oceaan heeft zijn logistieke basis in Sembawang (aan de noordkant van Singapore) en de VS beschikken over een eskader op de luchtmachtbasis Paya-Lebar,’ aldus Eric Frecon, onderzoeker aan het marine-instituut en coördinator van het Observato- rium voor Zuidoost-Azië.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt. In november 2016 liet China zijn ongeduld blijken door negen Singaporese pantservoertuigen die terugkwamen uit Taiwan, waar Singapore al meer dan veertig jaar zijn troepen laat oefenen, tijdens een tussenstop in Hongkong in beslag te nemen. De voertuigen werden teruggegeven ter gelegenheid van het Chinees Nieuwjaar. Er was minstens één geheime missie naar Beijing nodig om dat voor elkaar te krijgen.

    Een andere bron van Chinese ergernis is het feit dat Singapore in juli 2016 het Hof van Arbitrage heeft ingeschakeld in het conflict over de Zuid-Chinese Zee. Als reactie daarop voerde de Global Times, de propagandatabloid van de Communistische Partij van China, een felle lastercampagne tegen Singapore. Sommigen mompelen dat de boodschap is doorgekomen: de oefeningen in Taiwan zijn opgeschort, in elk geval ‘voorlopig’. Hoe dan ook lijkt de ergste kou tussen de landen uit de lucht. De vergadering van de bilaterale samenwerkingsraad, die in 2016 wegens spanningen was geannuleerd, is op maandag 27 februari jl. alsnog gehouden in Beijing.