Tag: lifestyle

  • De onzichtbare stad. Het ondergrondse leven van een verborgen dakloze

    De onzichtbare stad. Het ondergrondse leven van een verborgen dakloze

    Dominic Van Allen heeft werk, een telefoon, een bankrekening met wat geld erop, maar geen huis. Totdat hij besluit een stukje grond te ‘lenen’ van een chique park in Noord-Londen. Geen methlab of moordenaarshol, gewoon zijn eigen ondergrondse bunker.

    Voordat het allemaal misging bracht Dominic Van Allen de laatste uren van zijn avonden meestal door in een pub genaamd The Garden Gate. Daar viel hij al drinkend en kletsend niet snel uit de toon en stak hij zelfs keurig af bij de andere gasten, die verschillende gradaties van slonzigheid vertoonden. Honduitlaters kwamen met doorweekte honden aanzetten. Uitgeputte artsassistenten sloften na hun dienst met opgestroopte mouwen naar binnen. Er waren oudere mannen in nette kleding, broos als antieke kapstokken, en nonchalant geklede professionals die in de financiën of het entertainment werkten en dure huizen bezaten in de buurt. ‘En juist die rijke klootzakken,’ verwonderde Van Allen zich, ‘konden het zich veroorloven er het minst verzorgd uit te zien.’ Zelf droeg hij stevige laarzen, een kakibroek en een leren motorjack, en kon hij doorgaan voor een fietskoerier, bouwvakker, misschien een klusjesman uit het nabijgelegen ziekenhuis, waar ze hem in de personeelskantine kenden omdat hij soms bij zonsopgang een kopje koffie met korting kwam kopen. 

    Die winter van 2017 was Van Allen 44 jaar oud – lang, met kortgeknipt blond haar, blauwe ogen en een licht Yorkshire-accent. Als het te laat werd, dronk hij zijn drankje op en ging naar buiten, waar hij vanuit de pub noordwaarts liep richting een met bomen omzoomde weg langs Hampstead Heath, een enorme open vlakte net boven het centrum van Londen. Elke dag komen er duizenden mensen: hardlopers, natuurzwemmers, toeristen, vogelliefhebbers op zoek naar grasmussen en zwartkoppen in de struiken of putters en torenvalken in de bomen. De zomer brengt zonaanbidders, picknickers en studenten die in kringen bij elkaar zitten, terwijl in de winter in de zeldzame gevallen dat het sneeuwt mensen erheen gaan om te sleeën.

    Deze avond, december 2017, was er lichte sneeuw voorspeld. Van Allen liep hard door om snel binnen te zijn.

    Screenshot 2020 11 27 at 16.27.34
    Hampstead Heath. Onder de grond bevond zich Van Allens bunker. – © Getty

    Hij liep langs de westelijke rand van de vlakte, voorbij het struikgewas waar een wirwar van berenklauw groeide en de braamstruiken groter waren dan hijzelf. Het was bekend dat daklozen soms in dit struikgewas sliepen en hier in het donker tenten opzetten. Van Allen had dit ook wel eens gedaan. Dat hij dakloos was hield hij meestal voor zichzelf. ‘Zou jij dat niet doen dan?’ Hij wist dat er veel mensen waren zoals hij, die losse klussen deden, stamgasten in pubs waren, paspoorten bezaten en telefoons met de juiste opladers, maar geen plek hadden om te wonen. Hij zou waarschijnlijk nooit genoeg verdienen om in Londen te kunnen huren. Sociale woningen waren net buiten zijn bereik. Een hypotheek was volstrekt ondenkbaar. In plaats daarvan had Van Allen een manier gevonden om – onofficieel – nacht na nacht een plekje in deze dure buurt te huren. Aangekomen bij een rij herenhuizen die uitkeken over de vlakte, sloeg hij af en volgde een voetpad door het struikgewas.

    Zichtbare onzichtbaren

    Sommige aspecten van het verhaal van Van Allen zijn uitzonderlijk. Andere zijn bij lange na niet uitzonderlijk genoeg. Er is nooit een nauwkeurige telling geweest van mensen zoals hij, de zichtbaar onzichtbare daklozen. Hoewel we weten dat er tussen de 55.000 en 60.000 officiële daklozen zijn (dat wil zeggen: mensen die een aanvraag indienen om gebruik te maken van overheidsfaciliteiten) en hoewel er inspanningen worden gedaan om jaarlijks het aantal wildslapers te tellen (waarvoor in de herfst een speciaal team op pad gaat), is er een enorme populatie waarvan de statistici geen weet hebben. ‘Het zou zomaar kunnen dat je naast iemand zit en het niet weet,’ zegt Van Allen. ‘Er bestaat een redelijke kans dat de barman die je vanavond bediende in een schuilplaats of kraakpand slaapt, sofa-surft of nachten doorbrengt in een auto of busje.’ Van Allen zegt dat je op miljoenen uitkomt als we de definitie van daklozen verruimen naar mensen die zo’n onzekere huisvesting hebben dat ze deze binnen een maand, een week, in een oogwenk kunnen verliezen. Liefdadigheidsinstellingen proberen regelmatig de aandacht te vestigen op het gecompliceerde probleem van verborgen dakloosheid, een wereld van overvolle matrassen, bedden in schuren, de achterbank van nachtbussen. Het is juridisch gezien grijs gebied – alles wat zich afspeelt tussen een vast adres en ‘de winkelwagentjesfase’, zoals Van Allen het later zou noemen, toen hij werd gearresteerd en verhoord door de politie.

    Halverwege het voetpad slaat hij weer af en dit keer stapt hij de dichte braamstruiken in. Hij volgt een smalle passage die ertussendoor is uitgekapt en komt zigzaggend bij een kleine open plek, waar hij in het donker bukt en op de aarde klopt. Een verborgen luik. Van Allen trekt het met zijn vingers open en daalt af in de aarde, waarna hij het luik weer sluit. Beneden doet hij met een schakelaar het licht aan. Hij hangt zijn jas op.

    Commando terrorismebestrijding, hoofdondervrager: ‘Dit klinkt misschien als een domme vraag. Maar waar was het kamp voor?’

    Dominic Van Allen: ‘Huisvesting. Geen plek om te wonen.’

    CT: ‘(…) Je hebt er een permanente verblijfsplaats van gemaakt door ondergronds te gaan, door te graven … Wanneer was dat?’

    Van Allen: ‘Ze zijn, wanneer was het, februari 2018 met bulldozers gekomen? Dus het was [twee jaar daarvoor], de lente van 2016. De laatste dooi had net ingezet… We dachten laten we gewoon blijven. Waarom niet?’

    In de bunker was ruimte voor twee veldbedden die tegenover elkaar tegen de muren waren geschoven. In het 1 meter brede gangpad tussen de bedden kon Van Allen comfortabel staan ​​zonder met zijn hoofd het houten dak te raken. De vloer onder hem was in beton gestort. Hij had haken opgehangen voor zijn jas, zijn tas en zijn kookgerei, en er waren planken bij het bed bevestigd om spullen op te zetten. LED-lampjes met drukknoppen waren met tape aan de muren geplakt. Er stond hier beneden een draagbaar gasfornuis, en nu Van Allen binnen was, stak hij het aan en goot een blik soep in een pan. Na het eten waste hij af met natte doekjes. Het afval werd in plastic zakken gestopt, om de volgende ochtend vroeg naar een verre vuilnisbak te worden vervoerd, voordat de parkwachters van de heide hun ronde maakten.

    Over het algemeen sliep Van Allen goed. Achter de houten muren zat nog een betonlaag om het grondwater buiten te houden, en samen met de Hampstead-klei dempte deze alle behalve de meest extreme geluiden. (Op vuurwerknacht hoorde hij de knallen, maar niet het geknetter.) Toen hij hier net was komen wonen, maakte Van Allen zich soms zorgen dat hij zich zou verslapen en zette hij een wekker op zijn telefoon. Het was nooit nodig. Hij was al tientallen jaren getraind om op pad te zijn voordat de stad ontwaakte, voordat Londen weer werd bevolkt door bewakers, parkwachters en politieagenten die een van zijn tijdelijke onderkomens zouden kunnen ontdekken en alles zouden verpesten.

    Zelfs naar zijn eigen maatstaven (en Van Allen had een rijke geschiedenis in het bemachtigen van guerrilla-accommodatie) was de bunker waanzinnig. Hij wist dat de uiteindelijke ontdekking ervan onvermijdelijk was. Hij wist ook dat, zolang ze kleine voorzorgsmaatregelen in acht namen, dat moment lang kon worden uitgesteld.

    Geen vuilnis achterlaten dus. Overdag niet bij het luik blijven hangen. En geen opschepperij, niet bij The Garden Gate, niet als klusjesman in de stad. Van Allen was geliefd bij zijn vrienden vanwege zijn zwartgallige humor. Hij vertelde hen dat hij een landhuis had gebouwd. Wat hij er niet bij zei, was dat zijn ranch drie bij vier meter was, ongeveer zo groot als een royale invalidentoilet, en verborgen lag onder een van de drukste openbare parken van het land.

    Die dag in december, zag hij toen hij ’s ochtends wakker werd en zijn hoofd naar buiten stak dat de weersverwachting bleek te kloppen en er ’s nachts enkele centimeters sneeuw op het dak van de bunker was neergedaald. Dankzij de goede isolatie had Van Allen desondanks in een T-shirt kunnen slapen; tevreden, zoals hij meestal was vanwege kleine technische triomfen, sjokte hij in de richting van het ziekenhuis om koffie te halen in de kantine. Hij liet laarsafdrukken achter, maar al snel zouden de rodelaars tevoorschijn komen om op slechts enkele meters van zijn luik de helling af te zoeven en hun eigen sporen achter te laten.

    Commando voor terrorismebestrijding: ‘Vertel eens iets over jezelf, Dominic.’

    Van Allen‘Zoals…?’

    CTC: ‘Gewoon je geschiedenis, eigenlijk.’

    Van Allen: ‘Ik ben al 26 jaar dakloos. Ik weet het niet, ik was vroeger podiumbouwer. Ik heb een soort botziekte gekregen…’

    CTC: ‘Dat was het einde van die carrière?’

    Van Allen: ‘Dat was het einde.’

    Hij werd geboren in 1973, in de buurt van Wakefield, en vertrok op zijn 21ste zuidwaarts richting Londen. Hij werkte als barman, schilder en decorateur, arbeider en vrachtchauffeur op de luchthaven voordat hij een baan vond die hem beviel: podiumbouwer. Van Allen werkte voornamelijk bij muziekconcerten en tv-uitzendingen, en kwam bekend te staan als betrouwbare ‘steigeraap’ omdat hij er nooit moeite mee had wankele steigers te beklimmen om bijvoorbeeld de belichting bij te stellen. Hij plaatste een hekwerk voor U2 in Hyde Park en haalde daar ooit een nacht door om de backstageruimte voor Live 8 neer te zetten. Hij deed klussen voor Channel 4, L’Oréal, de Proms. Het werk paste bij Van Allens levensstijl in die zin dat het achter de schermen plaatsvond, tot laat doorging en inhield dat stadsterreinen moesten worden aangepast aan de specifieke behoeften van het moment.

    Toen de flat waar hij verbleef te duur werd, ging hij kraken. Tien jaar lang wisselde hij tussen verschillende gemeentelocaties in Londen, tot 2011, toen de wetten voor kraken strenger werden, plekken schaarser werden en er steeds krachtiger ellebogen nodig waren om een ​​slaapplaats te bemachtigen. Van Allens gezondheid was slecht. Toen hij zich tijdens een tv-uitzending een keer verstapte, brak hij een been. Terwijl hij nog met krukken liep, brak hij ook zijn andere been. Toen begon hij zich zorgen te maken. Artsen stelden een botaandoening vast en waarschuwden dat er zich zonder voldoende rust spontane breuken zouden blijven voordoen. Hij moest stoppen met zijn werk en kon de keiharde concurrentie om een ​​plek in een kraakpand niet bijhouden. Hij deed een tijdje zijn best om officieel aan te tonen dat hij (in zijn eigen woorden) de lul was. Ziekenhuizen verwezen hem door naar organisaties, organisaties naar woningcorporaties. Er lagen aanvragen van hem bij de stadsdelen Camden, Hammersmith en Fulham, bij de woningbouwcorporaties Peabody Trust en Guinness Partnership. Er waren wachtrijen. Formulieren. Tests en medische evaluaties. Er waren slechte dagen, in wachtkamers, waarop hij zijn geduld verloor en ruzie maakte met de gestreste medewerkers achter hun beschermglas. Van Allen was niet bijzonder jong of oud, geen verslaafde, geen ouder. Er waren zoveel anderen (mijn woorden) meer de lul. Hij kwam nooit boven aan de lijsten terecht en kreeg uiteindelijk te horen: ‘Het is niet waarschijnlijk dat je in aanmerking komt voor een huis.’

    Als je er eenmaal over begint, biertje in de hand bij The Garden Gate, kan Van Allen losgaan. ‘We zijn een eiland van, wat is het, 250.000 vierkante kilometer? De bevolking is enorm, groeit en heeft hetzelfde aantal huizen als veertig jaar geleden. Te veel mensen! Te weinig huizen! Ik en de meeste van mijn vrienden, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, een gemeenschap van honderdduizenden mensen. Zijn niet in de goot beland, hebben betaald werk en zijn allemaal de lul – al jaren. Het komt door hoe de wetgeving in elkaar zit… We hebben dit verdomde pad niet gekozen. Dit komt door de huisvestingswet van 1996 en alle onzin die sindsdien is ingevoerd. Het is niet ons pad. Ik heb er jarenlang tegen gevochten en toen heb ik de handdoek in de ring gegooid. Ik zei tegen mezelf: “Fuck it, ik ga kamperen.”’

    Crusoe-instelling

    Hij had een paar duizend op de bank apart gezet, en kon nog steeds werk aannemen als klusjesman, wat planken bevestigen of meubels monteren voor 20 of 30 pond per keer, eenmalige klussen die hij vaak regelde via een app op zijn telefoon. Van Allen was gehavend en moe, maar had nog steeds die Crusoe-instelling die hem nooit helemaal in de steek liet. Hij kocht goede laarzen en een goede tent en verplaatste zijn bestaan naar buiten. Zoals bij veel mensen die dakloos worden, kwam de handigheid stukje bij beetje. Van Allen schoor zijn haar kort, zodat het gemakkelijk met zeep kon worden gewassen. Hij leerde welke zwembaden de goedkoopste eenmalige toegangsprijzen hadden om te kunnen douchen; welke inloophuizen hij als postadres kon gebruiken. Hij kocht grote goedkope hoeveelheden ondergoed en T-shirts online, zodat deze indien nodig konden worden weggegooid. Hij werd een vaste klant in een katholieke kerk waar ze dagelijks een ontbijt voor daklozen bereidden.

    Bezittingen die niet in zijn vijftienliterrugzak pasten, waren sowieso van tijdelijke aard. Spullen werden gestolen, geconfisqueerd en vernield, dus Van Allen leerde van de essentiële voorwerpen een reserve-exemplaar te bewaren, vooral van tenten. Hij had deze overal onder struiken en op daken verstopt, van Camden in het noorden tot Stratford in het oosten, van Southwark onder de rivier tot Richmond in het westen. Mocht kamperen vanwege het slechte weer niet kunnen, dan had hij aan zijn sleutelbos een bepaald soort sleutel die nooddeuren kon openen, bedoeld voor gebruik door de brandweer. Hij begon zich vertrouwd te voelen in het schaduwrijke Londen, waarbij hij de voorkeur gaf aan plaatsen waar geen andere mensen kwamen: cv-ruimten, achtertrappen, parken in het donker, de daken van flats.

    In de maanden dat het goed weer was, kampeerde hij in Hampstead Heath, waar hij vertrouwd raakte met het nachtelijke ritme van het park – eerst het moment waarop de parkwachters afhaakten, dan de laatste hondenuitlaters en vervolgens de schemering waarin daklozen tevoorschijn kwamen, samen op banken een ​​biertje dronken of een joint rookten voordat ze naar bed gingen en het park overlieten aan de eksters en de mollen. Om één of twee uur ’s nachts kon op het veld een absolute stilte heersen – een stilte die regelmatig werd verstoord door de komst van joyriders, die met hun auto’s over het lege gras raasden om even plotseling als ze waren gekomen weer te verdwijnen. Een helikopter, een militaire, vermoedde Van Allen, vloog vaak rond 5 uur ’s ochtends rond en gaf aan dat het bijna tijd was om op te staan ​​en zijn tent af te breken en te verbergen voordat de parkwachters arriveerden. Na jaren op deze manier te hebben geleefd, begon Van Allen naar iets permanenters te verlangen. 

    Commando voor terrorismebestrijding: ‘Vertel eens wat je weet over dit stuk van Hampstead Heath.’

    Van Allen: Ik zit er nu ongeveer zeven jaar … Klinkt stom, om een bunker te graven … [maar] ik word te oud om tenten uit elkaar te halen en onder struiken te schuiven.’

    Al eeuwenlang hebben allerlei groepen geprobeerd een stuk van het terrein voor zichzelf te annexeren. Mensen die op de vlucht waren voor de pest kampeerden hier in de zeventiende eeuw, evenals evangelisten, reizigers op doortocht en struikrovers (van wie sommigen hier ook zijn opgehangen). In de jaren 1830 probeerde een opgewonden heer van een naburig landgoed die zijn lippen al aflikte bij het idee, een stuk van de vlakte in te sluiten voor privégebruik. Hij werd gedwarsboomd door de rechtbank, en de brutaliteit van die poging droeg eraan bij dat Hampstead Heath in 1879 openbaar bezit werd. Dieren zijn altijd gekomen en gegaan, middeleeuwse wolven, later Keats’ nachtegaal, weer later een zeldzame wallaby, die in de lente van 2019 werd gespot. Tuinmannen mochten hier tijdens de Eerste Wereldoorlog volkstuinen aanleggen, en in de Tweede werden de velden opgeëist voor dreunend luchtafweergeschut. Waarschijnlijk zijn de meest discrete kolonisten van de vlakte – in ieder geval totdat Van Allen met een schop, een zak cement en een Makita-motorzaag aan kwam zetten – altijd de kevers geweest die de verweerde houten palen en hekken bevolken.

    Van Allen ging niet meteen voor zijn meest ambitieuze plan: de bunker. In de maanden voordat hij een rechthoek vrijmaakte en de eerste spade in de grond stak, bereidde hij zich voor door te oefenen met graven, zijn materiaal uit te proberen en andere, minder groots opgezette ondergrondse plannen uit te voeren. Tussen 2013 en 2015 groef Van Allen samen met een medeplichtige een reeks gaten verspreid over het park. Elk gat had exact de grootte van een afvalcontainer – want daar waren ze voor bedoeld: de containers werden rechtop zodanig begraven dat het deksel nog te gebruiken was, zodat ze ideaal waren voor opslag.

    Van Allen en Wójcik ontwikkelden een nachtelijke routine, waarbij ze tot ongeveer middernacht wachtten, een biertje dronken voor de energie en dan een uur of langer aan het graven waren

    Zijn medeplichtige was een Poolse arbeider, toen midden dertig, genaamd Marek Wójcik. (Zijn naam is in dit verhaal veranderd. The Guardian heeft geen contact met hem kunnen opnemen om zijn versie van de gebeurtenissen te vernemen.) Volgens Van Allen was Wójcik informeel tewerkgesteld als arbeider op bouwterreinen in Londen. Hij kon timmeren, metselen en fundamenten leggen, vaardigheden die een goede aanvulling vormden op Van Allens eigen improvisatietechnieken, die hij kende van de korte tijd dat hij als podiumbouwer had gewerkt. Met een biertje op een bankje hadden de twee mannen het ambitieuze plan doorgesproken. Wat denk je, vroeg Wójcik, vanavond beginnen? De nachtpatrouille van het park was in de verte langs de normale, voorspelbare route uit zicht verdwenen. Ze zouden pas uren later terugkomen. ‘Prima,’ zei Van Allen, ‘waarom niet?’

    De plek die hij had voorbereid bevond zich in het struikgewas waar zich altijd al kampeerders schuilhielden, maar dan beter weggestopt. Hij had van een enorme, doornige braamstruik de binnenkant weggesnoeid met behulp van een betonschaar. De site lag dicht bij een cluster van hun ondergrondse opslagbakken, wat handig was omdat de bakken nu diverse gereedschappen en materialen bevatten: voorraden cementpoeder, kunstmest en bijtende soda; een accuboormachine en een elektrische zaag; twee schoppen. Van Allen en Wójcik ontwikkelden een nachtelijke routine, waarbij ze tot ongeveer middernacht wachtten, een biertje dronken voor de energie en dan een uur of langer aan het graven waren.

    Toen ze de afvalcontainers begroeven was het een hels karwei geweest om boomwortels door te hakken. Nu mengden ze een oplossing van bijtende soda en doordrenkten de grond ermee om alles wat daaronder groeide te verzachten. Stenen moesten met de hand worden uitgegraven. Telkens wanneer het tussen hun nachtelijke opgravingen door regende, moesten ze als ze terugkwamen eerst urenlang natte klei scheppen, wat het werk vertraagde maar er ook voor zorgde dat de bunker uiteindelijk veel groter werd dan bedoeld. Omdat de opgeschepte aarde een ring vormde tussen de braamstruiken, was Van Allen bang dat het terrein van bovenaf zou worden opgemerkt. Door een drone-liefhebber? Of door satellieten die afbeeldingen aan Google Earth leverden? Hij pauzeerde het werk voor de zekerheid om een camouflagenet te kopen.

    Toen ze eenmaal ongeveer 1 meter 80 diep waren, konden ze beginnen met het installeren van houten stutten. Voor de bunker zouden ze veel hout nodig hebben. Later hield hij vol dat dit afkomstig was van omgevallen boomtakken. Toen ze klaar waren om de muren te versterken en de vloer te gieten, rolde Van Allen in het donker een afvalcontainer naar een van de zwemvijvers van het park. (Eén deel water.) Daarna naar de zanderige parkeerplaats. (Eén deel zand.) Gemengd met vier delen cementpoeder, vormde dit hun beton. Houten latten vormden het dak, dat was voorzien van isolatieschuim en een vlak, scharnierend luik.

    Terwijl ze wachtten tot het beton was uitgehard, begon Van Allen aan een programma van tactische tuinbouw. Hij ontwortelde meidoornstruiken in zijn geheel en plantte ze opnieuw rond de open plek bij wijze van vestingwerk. Voor het geval iemand daar desondanks doorheen zou komen, begon hij overal compost te verspreiden om de braamstruik aan te moedigen alle kanten op te groeien. Met behulp van vierkante stukken kippengaas, verkregen van weggegooide barbecues en bestrooid met kunstmest en zaad, lieten ze gras groeien op het bunkerdak. Al snel was er geen camouflagenet meer nodig en viel moeilijk te zeggen, tenzij je zelf op dit idee was gekomen, waar de grens tussen de oude vlakte en het bewerkte stukje grond lag. Van Allen had 100 pond gebudgetteerd voor de klus en kwam goedkoper uit. Het had ongeveer twee maanden geduurd. Op een avond namen ze er zonder veel ophef hun intrek.

    Commando voor terrorismebestrijding: ‘Zijn er dieren in het wild gedood?

    Van Allen: ‘Nee … we zijn geen Australiërs … ik ben geen man van het land.

    CTC: ‘Oké. Wat ik bedoel, is dat er een vuurwapen op je kampeerterrein is gevonden.

    Van Allen: ‘We schieten geen wild af… Er is een Marks & Spencer verderop.

    Enkele regels voor het bunkerleven anno 2016-18. ’s Nachts geen geritsel in het kreupelhout als je moet plassen. Van Allen bewaarde om deze reden een lege fles bij zijn bed. (Het merk Innocent was het beste. Wijde hals.) Als je een warme maaltijd wilde, verwarmde je soep in de bunker, soms kant-en-klare aardappelpuree of de mildere Thaise curry’s die M&S verkocht, maar geen geuriger voedsel, niets dat een nieuwsgierig dier naar de open plek zou kunnen lokken. ‘Bij elke hond’, luidde een andere regel van Van Allen, ‘hoort een baasje. En Fido kan gevaarlijker voor je zijn dan de buurtwacht.’ Met vossen was het weer anders. Toen steeds dezelfde vos op de open plek verscheen, wist Van Allen dat dit betekende dat de vlakte grotendeels verlaten was en dat hij kon ontspannen. Hij raakte gesteld op het dier en kocht er soms huisdierenvoer voor.

    Hij had zich nooit zo herkend in het sombere beeld dat door sommige liefdadigheidsinstellingen werd geschetst. Hij was dakloos, maar hij had een reispas, een fiets die bij het ziekenhuis op slot stond, een bankrekening. De bunker voorzag in andere aspecten van een normaal, alledaags leven: het veldbed, planken voor spullen, een plek om hardop naar de radio te luisteren, een plek om zijn hoofd te scheren. Toen ik voor het eerst hoorde dat Van Allen een bunker had gebouwd onder een park dat jaarlijks door zo’n 9 miljoen mensen wordt bezocht, vroeg ik me af waarom hij een plek zo dicht bij de bewoonde wereld had gekozen, op een paar passen van de weg en de huizen. Was het een provocatie? Een statement? Later, toen alles mis was gegaan, gaf Van Allen een meer prozaïsche reden, een reden die makelaars instinctief zouden begrijpen. Betere infrastructuur.

    Jaren geleden wilde Erno Goldfinger een betonnen flat bouwen op dezelfde locatie. De beroemde architect had een enorm, grijs, hoekig gebouw voor ogen, waar sceptische buren uiteindelijk tegen protesteerden. (Degenen die tegen het plan waren, waren onder meer de schrijver Ian Fleming, die toen aan zijn spionageboeken werkte en in een positie was om Goldfingers naam voor altijd te bedoezelen door hem aan een Bond-slechterik te geven.) Later, in 2017, kocht een vrouw een stuk grond dat aan het park grensde en bouwde er een mooi houten huisje op. Opnieuw werd er protest aangetekend en deze keer slaagden de buurtbewoners erin een sloopbevel te regelen. Dat jaar, terwijl Van Allen ondergronds zat, maakten zijn naaste buren reclame voor hun eigen huis. Zes bedden. Vijf verdiepingen. Een dubbele brede garage net boven het struikgewas. ‘Bieden vanaf 9 miljoen pond.’

    Van Allen twijfelde er niet aan dat het aanleggen van zijn bunker in strijd was met de parkregels. Hij was zich ervan bewust dat wat hij beschouwde als wildkamperen door anderen vandalisme zou worden genoemd, en hij accepteerde de mogelijkheid van een boete, misschien een kleine aanklacht, als prijs voor een stabiel onderkomen. De bunker was een experiment. Vertoon van lef. Tegen de tijd dat de sneeuw in december 2017 viel, woonde hij er al langer dan hij ooit had verwacht.

    Van Allen: ‘[We nodigden] af en toe een paar andere daklozen uit, maar echt niet vaak … Eens in de paar maanden … Mensen die we ontmoetten die een beetje in de problemen waren… mensen die de lul waren.

    Commando terrorismebestrijding: ‘En waarom …?

    Van Allen: ‘Omdat je ze ziet zitten op een bankje. En ze zien er verloren uit. Het is 10 uur ’s avond en ze hebben geen plek om te verblijven… [We] [bieden ze] een sigaret aan en zeggen: “Hé, we zitten daar, vriend.”’

    Hij was een bekende geworden van de parkwachters, ze groetten elkaar hartelijk. Van Allen noemde ze ‘Parky’ – allemaal. Hij vroeg zich af hoe achterdochtig Parky was geworden. ‘Ik was er altijd op verdachte tijden,’ zei hij later tegen de autoriteiten. ‘Zonder een hond om uit te laten.’ De parkwachters wisten het en wisten het niet. Lange tijd werden wildslapers in het park gewoon weggejaagd, liefst over de gemeentegrenzen heen, zodat ze het probleem van iemand anders werden. Meer recent, vertelt een boswachter me, was er een beleid van ‘vriendelijk beheer’ aangenomen. Deze methode betekende geduld, wachten op het juiste moment om een ​​proactief duwtje in de rug te geven, zodat de dakloze die ze in het vizier hadden zelf hulp zou zoeken.

    Vaak wachtten de parkwachters tot de winter om dit te doen, als er minder begroeiing was en de tenten makkelijker te ontdekken waren. De winter was ook een periode om zwerfafval op te ruimen en andere verrassende achtergebleven items – buggy’s, winkelwagens, oude wapens, lege flessen champagne. In de loop der jaren hadden ze lichamen ontdekt in het park, slachtoffers van moord en zelfmoord. Toch kwam het als een verrassing, vertelt een parkwachter me, toen ze een plek tegenkwamen waar stoom opsteeg uit wat solide grond had moeten zijn.

    Thuis kan een simpele kwestie van afbakening zijn. Dat alles voor jullie allemaal! Dit kleine beetje voor mij

    Op de sneeuw volgde dagenlang zware regen. Van Allen werd door vocht uit de bunker verdreven en verbleef enige tijd in een opvangcentrum in de buurt van Bloomsbury, tot het weer droog zou zijn. Bij zijn terugkeer, op een nacht, klom hij door de braamstruik en zag dat er een geplastificeerd briefje bij het luik was achtergelaten. De parkwachters hadden hun moment gekozen. In het briefje werd hij aangemoedigd om het park te verlaten en de gemeente of een woningbouwvereniging te benaderen voor hulp bij huisvesting. Toen hij het las, dacht Van Allen wrang: ‘Ja. Dat zal vast helpen.’

    Hij vond een aantal bezittingen terug en verplaatste deze naar de containers die vlak bij nog onverstoord onder het struikgewas zaten ingegraven. Hij zou het veldbed moeten achterlaten; dat was vervelend. Maar verder was Van Allen niet sentimenteel en hij verliet de bunker zonder nog eens om te kijken. Dagen later brak een minigraafmachine de plek open. Met het dak eraf, vertelt een parkwachter me, was het alsof je neerkeek op de fundamenten van iemands huis.

    Vier muren. Een dak. Een deur in een gemeenschappelijke gang of een hek met een degelijke grendel aan het einde van een oprit – of dus een luik in de modder. Dit zijn de fundamenten van een huis, en ze isoleren en beschutten, ze zorgen voor een beetje privacy en stellen onze lievelingsspullen veilig. Thuis kan een simpele kwestie van afbakening zijn. Dat alles voor jullie allemaal! Dit kleine beetje voor mij. Zonder duidelijke drempel wordt alles gecompliceerd en gecompromitteerd: veiligheid, toevluchtsoord, een gevoel van geworteldheid en controle. Van Allen had lang geleden geleerd dat hij, zonder legale scheidingswanden of grenspalen rond zijn schuilplaatsen, altijd bezittingen kon verliezen waar hij blij mee was of die hij nodig had. Hij had niet verwacht dat hij op een dag zou moeten discussiëren over het bezit van spullen waar hij niets mee te maken wilde hebben.

    Als hij het advies in het geplastificeerde briefje had opgevolgd en het park had verlaten, zou dat het einde van deze fase van Van Allens leven kunnen zijn geweest. Hij zou ergens in zijn schaduwstad ronddwalen. Maar hij en Wójcik sloegen hun tenten op in het struikgewas bij hun containers. Van Allen rouwde niet om de verloren bunker, maar werd steeds onvoorzichtiger. Het kamp begon zich uit te breiden. Ze lieten het zwerfafval slingeren (sommige van de weggooi-T-shirts van Van Allen werden later in de braamstruiken gevonden) en namen meer risico’s. Van Allen en Wójcik raakten een weekend in september 2018 overmoedig toen ze probeerden een enorme nieuwe container te begraven zonder de grond eerst met bijtende middelen zachter te maken. Het was geen klus die in één nacht kon worden geklaard, en omdat ze de bak nergens konden verbergen, lieten ze hem halfbegraven liggen, zodat hij gedeeltelijk zichtbaar was vanaf het pad. Een paar nachten later, na zijn gebruikelijke biertje in The Garden Gate, liep Van Allen in het donker de heuvel op en kwam terecht op een plaats delict.

    Van Allen: ‘Jullie moeten een hoop spullen van me, [mijn] kleding, in de struiken hebben gevonden?

    Commando voor terrorismebestrijding: ‘Klopt.

    Op de parkeerplaats van het park stonden politiebusjes, en agenten in uniform hadden een lang, slingerend cordon gevormd dat zijn kamp omsingelde. Later zou de politie blauw-gele forensische tenten opzetten en honden, rechercheurs in burgerkleding en rechercheurs in overalls en regenlaarzen binnenbrengen. Van Allen liep naar het cordon en veranderde zijn accent, Hampstead-stijl, om te vragen wat er aan de hand was. Hij zag dat er agenten waren uit naburige stadsdelen, veel meer dan nodig waren om eigenwijze daklozen te vervoeren. ‘Je kunt hier niet doorheen,’ kreeg Van Allen te horen. Hij keerde op zijn schreden terug en stak de donkere vlakte over naar de zwemvijver, waar hij Wójcik op hun gebruikelijke bank aantrof. ‘Wat is er allemaal aan de hand?’ Ze waren het erover eens dat het er niet best uitzag. Ze deelden nog een laatste biertje samen. Van Allen had andere plaatsen waar hij kon slapen. Een met tapijt beklede hoek in een openbaar gebouw, waar een sympathieke conciërge hem liet slapen. De pompruimte van een flat. Terwijl hij tussen deze plaatsen heen en weer ging, bleef hij de hele herfst nadenken over al die ophef op de plaats delict.

    Breaking Bad

    Van Allen vertelde een vriend, een man genaamd Keong Lim, dat hij er niets van begreep. Al die politie voor een paar begraven afvalcontainers? Zijn schop en afgedankte T-shirts? Lim werkte in de katholieke kerk waar ze het gratis ontbijt serveerden. Hij was gesteld op Van Allen en was hem dankbaar voor het repareren van allerlei dingen in de kerk. Op een dag, herinnert Lim zich, vroeg Van Allen hem te helpen om meer te weten te komen over wat er in het park was gebeurd. Ze zochten het online op en vonden een verhaal in de plaatselijke krant, de Hampstead & Highgate Express, dat was overgenomen en uitgebreid door verslaggevers van The SunMirror en Evening Standard. In Hampstead Heath was een ‘Breaking Bad-achtig provisorisch crystal meth-lab’ ontdekt, lazen ze. ‘Bosrijk gebied … Containers gevonden … Afzettingen aangebracht.’ Van Allen wendde zich tot Lim en zei: ‘Wel verdraaid. Dit gaat over mij.’

    Hij vroeg zich af of ze zijn voorraad witte, korrelige bijtende soda hadden gevonden en die voor iets duisters hadden aangezien. Nieuwskanalen vanuit de VS en Australië hadden het verhaal van het methlab in Hampstead gebracht, meestal met een illustratie erbij van de acteur Bryan Cranston als scheikundige alias drugsbaron Walter White. Van Allen had Breaking Bad niet gezien. Hij keek liever naar de zender BBC Parliament en geloofde – met reden – dat het leven raar genoeg was zonder fictie. Maar hij begreep het idee. Hij besloot zich gedeisd te houden.

    In februari 2019 nam de politie contact met hem op. Toen de onderzoekers het kamp uitkamden, hadden ze een gewatteerde envelop in het struikgewas gevonden. Die kwam van een bouwbedrijf waar Van Allen soms online bij winkelde. Op de oude envelop stond zowel zijn naam als het adres van een inloophuis dat hij voor post gebruikte. Onderzoekers hadden zijn telefoonnummer getraceerd en nu vertelden ze Van Allen dat ze met hem wilden praten over het provisorische kamp. Oprecht nieuwsgierig vroeg Van Allen: ‘Waarom nu pas?’ Het was inmiddels maanden later. Sindsdien was hij niet meer in het park geweest.

    Zonder dat Van Allen het wist was het onderzoek sinds die fantasievolle krantenberichten over een drugslaboratorium veranderd. Bij het opgraven van het kamp had de politie een zelfgemaakt wapen gevonden, een in elkaar geflanst geweer, ongeveer met de grootte en vorm van een fietspomp, dat ondiep was begraven naast een van zijn containers. De zaak was overgedragen aan agenten van het commando terrorismebestrijding. Van Allen kreeg te horen dat hij zelf niet in de problemen zat; maar zou hij willen afspreken om te praten? Hij stelde een McDonald’s voor, niet ver van het park, in de veronderstelling dat de zaak in een kwartiertje zou zijn afgehandeld.

    Commando voor terrorismebestrijding: ‘Dus we hebben je vandaag bij  McDonald’s ontmoet… En toen je begon te praten over wat je onder de grond verborgen had … besloten we je te arresteren, toch?’

    Van Allen: ‘Mm-hm.

    CT: ‘We wilden je gewoon de kans geven om op band met ons over de situatie te praten.

    Van Allen: ‘Mm-hm.

    Hij werd gearresteerd en voor verhoor meegenomen naar het politiebureau van Colindale, waar hij uitvoerig sprak over het kamp in het struikgewas. Weinig onder de indruk van de tekening die een agent had gemaakt van de plek die hij zelf had gecreëerd en met zorg had ingericht (‘Dit is een belabberde schets,’ zei hij tegen de politie), leende Van Allen een potlood en bracht verbeteringen aan. Vragen over het handgemaakte pistool beantwoordde Van Allen met een ‘vierkante ontkenning’, zoals de ondervragers in hun aantekeningen noteerden. Hij zei tegen hen: ‘Ik zit daar al zeven jaar en heb het daar niet geplaatst. Het heeft niets met mij te maken.’ Later kreeg hij te horen dat er enkele sporen van zijn DNA op het wapen waren gevonden. Van Allen kreeg van zijn advocaat het advies om niets meer te zeggen, althans niet op zijn gebruikelijke nonchalante manier. In plaats daarvan kwam hij met een tweede, schriftelijke ontkenning.

    Van Allens proces voor het bezit van een vuurwapen vond plaats in de Blackfriars Crown Court in de zomer van 2019. Zijn juridische team vond dat het driedaagse proces al met al redelijk goed was verlopen. De eigen deskundige van de aanklager, een DNA-specialist, had toegegeven dat er geen manier was om te achterhalen of Van Allens DNA zich op het vuurwapen bevond door middel van primaire dan wel secundaire overdracht – dat wil zeggen, of hij het ooit fysiek had aangeraakt. De advocaat van Van Allen had de jury over een andere mogelijke verdachte verteld en stond erop dat ze niet konden uitsluiten dat iemand Van Allens kleding had gebruikt om het wapen af ​​te vegen voordat het werd begraven. Toch besloten de juryleden na de beraadslaging dat hij schuldig was. De rechter veroordeelde Van Allen tot vijf jaar.

    Hij werd overgeplaatst van HMP Pentonville naar HMP Thameside, weer zo’n doos van beton. Hij wilde er niks van weten dat zijn nieuwe situatie beter zou zijn dan dakloosheid. Vrijheid was vrijheid, waar je ook verbleef.

    Droomhuis

    Niet lang nadat Van Allen was veroordeeld, liep ik regelmatig de pub The Garden Gate uit, over de weg langs Hampstead Heath, het struikgewas in. Het kostte wat moeite om door de braamstruiken te komen, die bezaaid waren met blikjes en hondenballen, maar uiteindelijk lukte het: een gebleekte open plek in het kreupelhout was alles wat er over was van zijn oude bungalow. De parkwachters hadden stapels takken neergelegd om de gaten van de containers te bedekken. Eén keer scharrelde er een rat ter grootte van een hardloopschoen over de open plek. Muggen zoemden in de rondte, gestoord door mijn aanwezigheid. Ik had sterk het gevoel dat ik een indringer was. Achteraf vertelde een parkwachter dat sinds Van Allen vertrokken was, een andere dakloze de plek had ingepikt. De parkwachter had rode wangen nadat hij de hele ochtend bezig was geweest met het wegkappen van de braamstruiken die over het pad kropen. Hij legde uit hoe snel de braam groeide en hoe heftig hij zich verzette tegen een snoeibeurt – alsof, dacht ik, de grond onder ons ook een opstandige geest had en zich niet liet vertellen waar hij voor diende.

    In de gevangenis had Van Allen een nieuwe advocaat gekregen en werkte hij toe naar een hoger beroep. Degenen die met hem spraken, zeiden dat hij een opgeruimd humeur had. Zijn gevoel voor humor, zwart als een nachtje in een bunker, was een zegen. Als onderdeel van zijn herintegratie werd hij gevraagd deel te nemen aan een zelfverbeteringscursus, waarin onder andere werd ingegaan op zijn huisvestingsbehoeften. Had hij er na zijn vrijlating over gedacht om een aanvraag in te dienen bij een woningcorporatie? Van Allen zag er de lol wel van in.

    Ook tijdens zijn proces was er ruimte voor lol. Verdachten, politie, advocaten, leden van de jury – allemaal grinnikten ze samen om Van Allens verwoordingen terwijl hij werd ondervraagd. Op een gegeven moment had hij weemoedig over de oude bunker gesproken: ‘Mijn absolute droomhuis’ noemde Van Allen die. ‘Gewoon de ideale plek. Je had het treinstation, je had een café, je had een Starbucks, je had het ziekenhuis, je had bus 168, de 24, de 46… Je kon niet naar binnen kijken vanaf het pad. Het was verdomme briljant.’

  • Hij is 83, zij 84, en ze zijn een enorme Instagram-hit

    Hij is 83, zij 84, en ze zijn een enorme Instagram-hit

    De eigenaren van een wasserette in het centrum van Taiwan zijn Instagram-sterren geworden door foto’s in achtergelaten kleding te posten.

    De meeste kledingstukken die bij Wansho Laundry in het centrum van Taiwan worden afgeleverd komen gestoomd, gewassen of chemisch gereinigd weer in handen van hun rechtmatige eigenaars – schoner dan toen ze werden gebracht.

    Maar soms ook belanden achtergelaten kledingstukken op Instagram.

    De blouses, rokken en broeken sieren daar de lichamen van de tachtigjarige eigenaren van de wasserij, Chang Wan-ji en Hsu Sho-er, die wereldberoemd zijn geworden door het showen van outfits samengesteld uit de honderden vergeten items die verstrooide klanten achterlieten.

    Niemand is verbaasder over de hernieuwde bekendheid van het echtpaar dan hun 31-jarige kleinzoon en onofficiële stylist, Reef Chang. ‘Ik stond perplex,’ vertelt Chang jr. ‘Ik had geen idee dat zoveel buitenlanders belangstelling voor mijn grootouders zouden tonen.’

    Hij was degene die het Instagram-account bedacht. Hun zaken gingen achteruit tijdens de coronapandemie en zijn grootouders waren huiverig om naar buiten te gaan, ook al nam Taiwan zeer effectieve maatregelen om het virus te bestrijden. (Met bijna 24 miljoen mensen heeft Taiwan slechts 458 gevallen gemeld, 55 lokale transmissies en zeven doden.)

    ‘Ze hadden niets te doen’, zegt hij. ‘Ik zag hoe verveeld ze waren en wilde hun leven opfleuren.’

    Ze zijn naturals voor de camera. Mevrouw Hsu, 84, straalt de hooghartigheid uit van een supermodel, maar behoudt een vleugje speelsheid. De heer Chang, 83, vult de branie van zijn vrouw perfect aan met zijn nonchalante houding, gebruikmakend van zijn borstelige wenkbrauwen.

    Schermafbeelding 2020 11 18 om 13.15.29

    ‘Zijn wenkbrauwen zijn echt bijzonder,’ zegt mevrouw Hsu glimlachend tijdens een interview achter in de wasserette, waar ze naast een klein heiligdom zit voor de aardgod Tudigong, dat je in traditionele Taiwanese huizen veel ziet.

    De kleding die ze etaleren is eclectisch, funky en vrolijk. Ze dragen vaak dezelfde sneakers en kleurrijke petten en hoeden. Hij draagt soms een blinkende zonnebril. Op één foto leunt zij koeltjes, de armen gekruist, tegen een gigantische wasmachine, terwijl hij nonchalant grijnzend de open deur vasthoudt. Ze poseren op een plek die ze goed kennen: hun winkel, die een ijverige achtergrond biedt van de was van hun klanten, gestapeld en opgerold tot plastic bundels of hangend aan rekken.

    De jeugdige houding van het paar spreekt een groeiend aantal volgers aan – begin november zijn dat er 659.000 en het aantal blijft toenemen – terwijl ze sinds ze op 27 juni begonnen slechts 46 posts op hun account @wantshowasyoung hebben geplaatst.

    ‘Mijn kleinzoon is erg creatief,’ zegt mevrouw Hsu. ‘Zijn creativiteit heeft ons en vele anderen gelukkig gemaakt.’

    Het account trok fans uit heel Taiwan en de rest van de wereld aan, waarvan velen de foto’s zagen als een remedie tegen alle zorgen van het afgelopen jaar – een wereldwijde pandemie, economische verwoesting, klimaatverandering en geopolitieke spanningen.

    ‘Als ik naar de foto’s van Wan-ji en Sho-er kijk, voel ik me meteen beter’, schreef een Instagram-gebruiker genaamd tibbar1 in reactie op een foto ter ere van de meer dan 100.000 volgers van het account. ‘Hun foto’s hebben echt een charmante uitstraling, dat krijgt niet iedereen zomaar voor elkaar.’

    ‘De eerste keer dat ik haar zag, was ik verrukt. Niet veel later begonnen we over het huwelijk te praten’

    Het stel is nu beroemd op internet, maar hun 61 jaar samen begonnen traditioneler. Hun verhaal loopt synchroon met de ontwikkeling van het moderne Taiwan. Het begon tijdens het repressieve tijdperk, toen het land onder staat van beleg stond, en ontvouwde zich terwijl Taiwan geleidelijk meer naar buiten gericht en zelfverzekerder werd.

    Meneer Chang, destijds 21, ontmoette mevrouw Hsu eind jaren vijftig, toen haar oudere zus en tante hem benaderden in Houli, een semirurale wijk in het noorden van Taichung City waar het echtpaar geboren werd. Het doel was een huwelijkspartner voor Hsu te vinden. Toen ze hem mee naar huis namen om haar te ontmoeten, bleef hij tot haar ontzetting niet lang.

    ‘Ik wilde dat hij bij me kwam zitten, maar dat deed hij niet,’ vertelt ze. Het ging er toen veel conservatiever aan toe. ‘Hij was behoorlijk verlegen,’ voegt ze eraan toe.

    Laundry

    Maar hij liet zich zeker niet afschrikken. ‘De eerste keer dat ik haar zag, was ik verrukt,’ zegt Chang. ‘Niet veel later begonnen we over het huwelijk te praten.’

    Het echtpaar trouwde in 1959 en kreeg twee zonen en twee dochters, en uiteindelijk zes kleinkinderen. Ze werkten samen in het bedrijf dat hij sinds zijn veertiende runde, waar hij de kleren reinigde voor de buurtbewoners, in Houli. Ze bouwden een grote klantenkring op, van wie sommigen nog altijd hun was komen brengen, ook al zijn ze lang geleden naar het centrum van Taichung verhuisd.

    Niet oud

    Nu is Wansho Laundry, dat zijn naam ontleent aan de tweede letters van de namen van de eigenaren, dagelijks geopend van 8.00 uur tot 21.00 uur, hoewel de zaak als het regent soms vroeg sluit, zegt meneer Chang. Hij en zijn vrouw zijn de enige werknemers.

    In de jaren tachtig, toen er een einde kwam aan de 38 jaar staat van beleg van Taiwan, begonnen de twee naar het buitenland te reizen en bezochten ze de Verenigde Staten, Japan, Europa en Australië. Nu helpen die reizen hen om de berichten die vanuit alle hoeken van de wereld binnenkomen op hun Instagram-foto’s te plaatsen, vertelt Chang junior.

    ‘Ik lees ze soms berichten voor en vertel ze waar de afzenders vandaan komen. En dan zeggen ze: ‘”Ah, daar ben ik geweest!”’

    Meneer Chang hoopt dat de ervaring van hem en zijn vrouw andere oudere inwoners van Taiwan en elders ertoe aanzet actief te blijven.

    107309335 148484213504431 4477562269510001716 n

    ‘Het is beter dan tv kijken of dutten,’ zegt hij. ‘Ik mag er dan flink wat jaren op hebben zitten, maar ik voel me niet oud.’

    Volgens zijn kleinzoon was de afgelopen periode heel bijzonder voor zijn grootouders – klanten bleven wat langer hangen en kletsen, wat het paar zichtbaar gelukkig maakte. De vriendelijke berichten vanuit de hele wereld dragen daaraan bij. ‘De laatste tijd zie ik als we samen eten dat ze echt opgetogen zijn,’ zegt Chang.

    Internetfaam is vluchtig, en de eigenaren van Wansho Laundry hoeven er geen geld mee te verdienen. Hoewel meneer Chang zegt blij te zijn als de honderden mensen die hun was vergaten terug zouden komen. ‘Het zou leuk zijn om met ze te praten,’ zegt hij met opgetrokken wenkbrauw. ‘En om betaald te worden.’

    Onlangs gebeurde dat voor het eerst. Een klant die meer dan een jaar geleden kleding had afgegeven bij Wansho Laundry en het stel in het lokale nieuws had gezien, kwam eindelijk terug om zijn pakket op te halen – en om de rekening te betalen.

  • De droom van Utopia, een plek zo volmaakt dat hij alleen op Instagram kan bestaan

    De droom van Utopia, een plek zo volmaakt dat hij alleen op Instagram kan bestaan

    Op surfer mum Courtney Adamo’s Instagramfeed, die bijna geheel bestaat uit foto’s van haarzelf, haar prachtige kinderen en haar fotogenieke vriendinnen, onveranderlijk gekleed in gekreukelde linnen kleren in aardetinten, lijkt het leven niet zozeer een oneindige vakantie, als wel een oneindige reisreportage. Is er ook een schaduwkant?

    Keuze uit het archief

    Uit verschillende onderzoeken blijkt dat Instagram en andere sociale media een slechte invloed hebben op de mentale gezondheid. Ook veel influencers zeggen gebukt te gaan onder de grote druk om altijd maar perfecte foto’s te posten en zo veel mogelijk likes te vergaren. Deze reportage uit Vanity Fair over de Australische Courtney Adamo laat de realiteit zien achter de perfect gestylede gezinsfoto’s van deze mom influencer.

    Courtney Adamo’s minimalistische keuken vol vintage houten meubelen is fantastisch, maar dat weet je al als je haar volgt. Haar huis behoort tot de eerste huizen die ooit in het historische stadje Bangalow in New South Wales werden gebouwd en is misschien wel het meest bekeken huis van Australië. Met zijn paneelkastdeurtjes, houten krukken, glazen weckpotten vol gedroogde etenswaren, aanrechtbladen van Blanc Marble (‘ietsje duurder dan Carrara’, vertelt ze in een blogpost over de verbouwing van haar keuken, ‘maar we zijn zo blij dat we het gedaan hebben’), Chelsea-hanglampen van Dunlin (669 dollar per stuk), SMEG-koelkast (2870 dollar), Lacanche-oven en -kookplaat (‘het fornuis van mijn dromen’, ongeveer 10.000 dollar), kan de keuken zo zijn weggelopen uit ‘Het kleine huis op de Trustfonds-prairie’. Adamo (@courtneyadamo, 264.000 Instagramvolgers) is een family lifestyle micro-influencer, wat, als je dat nog niet wist, een echt beroep is.

    Adamo begon haar Instagramaccount in 2011 om foto’s van de kinderen met haar familie te delen. Ze wist niet dat haar account openbaar was, tot ze voor het eerst een reactie van een vreemde kreeg. Nu zit ze op een kwart miljoen volgers, maar gaat nog op dezelfde manier te werk. Nog steeds ziet ze haar feed als haar ‘persoonlijke ding’. Toch is er iets aan de eindeloze stroom foto’s – met altijd hetzelfde palet van beige, wit, oker en poederig roze, de op elkaar afgestemde kleren, het gestylde leven, de gesponsorde content, de kinderen als een soort hedendaagse Von Trappjes – waardoor het allemaal één grote reclamecampagne lijkt. Maar waarvoor? Voor kinderen? Goede genen? Goede smaak? Geluk hebben? In de commentaren willen haar fans weten hoe ze haar huis zo smetteloos houdt met vijf kinderen. (En het ís smetteloos.) Ze willen weten welk haarproduct ze gebruikt. Ze willen weten waar ze die jurk vandaan heeft, die kleur verf, die schoenen, dat leven. Ze willen weten wat haar geheim is.

    Kruidenthee

    Een regenachtige mogen op de laatste schooldag voor de paasvakantie, en Adamo, die Amerikaanse is maar al Australisch begint te klinken, zet thee: Earl Grey voor mij en kruidenthee voor haar tweejarige zoon Wilkie. Haar voorkomen – diep gebruind, opgestoken haar, geen make-up, chic-slobberig, havermoutkleurig vest van het Spaanse gebreide kledingmerk Babaà, blote voeten – is ontspannen, toch lijkt er niet helemaal met haar hoofd bij. Wilkie kruipt rond over de ontbijtbar, terwijl hij uit een porseleinen beker drinkt. Elke keer als hij die neerzet, verwacht ik dat de beker aan stukken gaat. Die beker heeft vier broertjes en zusjes overleefd, vertelt Adamo me, en zal hem ook wel overleven. Want Wilkie, wiens hele leven, inclusief zijn thuisgeboorte, online is vastgelegd, heeft een ‘ouderwetse kindertijd’: geen schermen, en absoluut geen plastic.

    ‘Hoe is het om steeds met je gezin te werken? Is dat moeilijk?’ vraag ik.

    ‘Nog meer thee?’ vraagt Wilkie, en hij houdt zijn beker omhoog.

    ‘Geen thee meer, schatje. Nee. Nee, we zijn allemaal klaar. Het is op. Wil je een beetje yoghurt?’

    ‘Ja,’ zegt Wilkie.

    ‘Ja graag, mama,’ zegt zij.

    ‘Ja graag,’ zegt Wilkie. ‘Ik vind yoghurt lekker.’

    ‘Je vindt yoghurt lekker, hè?’ zegt zij. Dan, tegen mij: ‘Wat vroeg je?’

    ‘Hoe je het vindt om met je gezin te werken.’

    ‘Ik weet het niet. Ik vind het heerlijk. Ik ben dol op mijn gezin. En ze snappen wat ik doe. Gisteren, toen mijn kinderen uit school kwamen, zei ik: “Jongens, Millie is er. Ik heb gezinsfoto’s nodig.”’ Ze heeft het over lifestylefotograaf en vriendin Amelia Fullarton (@ameliafullarton, 50.000 volgers). ‘Millie is er!’ zegt Wilkie.

    ‘Ja, Millie wás er, hè?’ Ze lacht tegen hem. ‘Gisteren.’

    ‘We hadden foto’s nodig voor het project waar ik mee bezig ben,’ gaat ze verder. ‘En dan snappen ze gewoon wat ze moeten doen, en doen ze het.’

    Na een uitgebreid in de pers gevolgde, licht gesponsorde wereldwijde zoektocht van anderhalf jaar naar het langzame leven, streken ze neer in Byron Bay, Australië

    Voor ze naar Byron kwam, heeft Adamo tien jaar in Londen gewoond. Halverwege de jaren 2000 werd ze een soort beroemdheid met haar mamablog, als medeoprichter van Babyccino, ‘een internationale lifestylewebsite voor moderne mama’s’, waar ouders die niet willen dat hun kinderen het standaardwinkelstraatspul dragen, kleding en speelgoed van exclusieve merken kunnen vinden. Adamo kwam in 2011 op Instagram en verwierf een aardige hoeveelheid volgers dankzij het blog, de lifestyletips en af en toe een stuk in een krant (ze heeft een journalistieke opleiding gevolgd). Maar in 2014 postte ze een schattige foto van haar toen anderhalf jaar oude dochter Marlow, die haar shirtje optrekt om haar navel te bekijken. Instagram verwijderde de foto, omdat die tegen de regels was. Adamo postte hem nog een keer en Instagram blokkeerde haar account. In een blogpost voor Babyccino klaagde Adamo dat Instagram ‘vier jaar familiefoto’s en herinneringen’ had gewist: ‘al onze reisfoto’s, de verjaardagsfoto’s van mijn kinderen… Allemaal weg’. Er kwamen meelevende hashtags. Adamo’s verhaal ging de hele wereld over. Toen het stof was neergedaald, was haar account weer toegankelijk en had zij genoeg volgers verzameld om ‘het Wembleystadion twee keer vol te krijgen’, zoals haar echtgenoot Michael het uitdrukte.

    Ongeveer een jaar later namen Courtney, Michael en hun vier oudste kinderen (Easton van 14, Quin van 12, Ivy van 10 en Marlow van 6) een ‘gezinstussenjaar’; ze verkochten het huis, de auto en veel bezittingen en gingen op wereldreis. Adamo luidde de onderneming in met een afscheidsartikel in de Telegraph en de lancering van haar reisblog: ‘Somewhere Slower’. Na een uitgebreid in de pers gevolgde, licht gesponsorde wereldwijde zoektocht van anderhalf jaar naar het langzame leven, streken ze neer in Byron Bay, Australië. (Ze hebben nooit overwogen naar de VS terug te keren, zegt ze, omdat Michael een hekel heeft aan het consumentisme.) Daar werd Wilkie geboren, de oudere kinderen gingen er naar school en na anderhalf jaar met hun visa bezig te zijn geweest, begon Michael vanuit huis aan zijn baan als directeur van een animatiebedrijf in Melbourne. Tweeënhalf jaar na hun komst hier zijn de Adamo’s helemaal ingeburgerd. Soms beginnen ze de dag met een ‘surf sesh’ voor schooltijd. ’s Middags gaan ze soms ‘als gezin samenwerken.’

    Aardetinten

    Op Adamo’s Instagramfeed, die bijna geheel bestaat uit foto’s van haarzelf, haar prachtige kinderen en haar fotogenieke vriendinnen, onveranderlijk gekleed in gekreukelde linnen kleren in aardetinten, lijkt het leven niet zozeer een oneindige vakantie, als wel een oneindige reisreportage; een iets overbelicht, subtiel verzadigd, contrastrijk beeld van zorgeloze orde en beheersing. Maar op dit moment is ze gespannen. Er is veel te doen. Ze heeft vijf kinderen. Ze blogt nog steeds (zij het minder) voor Babyccino. Ze beheert haar Instagramaccount. En ze staat op het punt om een nieuwe zakelijke onderneming te lanceren in het lifestyledomein (inmiddels is die gelanceerd). Zoveel mensen inspireren is een hoop werk.

    Die droom van Utopia – van een bestaan in een gezonde, gelukkige, langzaam levende, duurzame, afgezonderde gemeenschap van mooie dromers die willen ontsnappen aan de harde, materialistische, wrede wereld – is er altijd geweest, of in ieder geval sinds 1516, toen sir Thomas More dat woord koos als de naam van een fictief eiland waar alles volmaakt was en iedereen het met elkaar kon vinden. Utopia is een woordspeling op het Griekse woord voor ‘geen plaats’, dat in het Engels klinkt als het Griekse woord voor ‘goede plaats’: een plaats die zo volmaakt is dat hij alleen in de fantasie kan bestaan. Of op Instagram.

    Sommigen volgen die droom naar verre landen, beveiligde woonoorden of zelf gevormde gemeenschappen. Anderen volgen gewoon mensen op sociale media, om via hen te leven. Byron Bay was lange tijd een ware hippie-surfer-welness- en alterna-lifestyle-bestemming, maar is inmiddels ook een soort virtueel Utopia geworden, mede dankzij alle verantwoorde, biologische, duurzame, bewuste modemerken die er de laatste jaren gevestigd zijn. En omdat acteur Chris Hemsworth er woont. En dankzij influencers.

    Toen Adamo in 2016 in Byron arriveerde, was ze bij enkele plaatselijke micro-influencers wel bekend, al had zij nooit van hen gehoord. Op de eerste dag werd ze al uitgenodigd voor het lanceringsfeest van een tijdschrift. ‘Dat kwam zó goed uit,’ zegt Adamo. ‘Het leek me de perfecte kans om mensen te leren kennen.’ Het feest vond plaats in The Farm, die inderdaad een boerderij is maar ook een restaurant herbergt waarvan een van de eigenaars de echtgenoot is van influencer en kookboekenschrijfster Magdalena Roze (@magdalena_roze, 41.000 volgers). Aimee Winchester (@little.winnie, 87.700 volgers) was er ook, net als Claire Alexander-Johnston (@jetsetmama, 116.000 volgers), en Fullarton, die later Adamo zou fotograferen, onder andere voor de Spaanse Vogue en het kledingmerk Dôen.

    ‘De volgende dag gingen we samen koffiedrinken,’ zegt Adamo over de vrouwen die ze leerde kennen, ‘en daarna werden we echt goede vriendinnen en onze kinderen konden het ook met elkaar vinden. Al na een paar dagen in Byron Bay dachten wij: Ja, dit is onze plek. Dat wisten we gewoon.’

    Byron Bay ligt op het oostelijkste puntje van het Australische vasteland. Het kreeg zijn naam van kapitein James Cook, die de plek vernoemde naar medewereldreiziger John Byron, grootvader van dichter lord Byron. Al ken je het verhaal niet, dan nog ken je het eigenlijk wel omdat dit over de hele wereld hetzelfde is gegaan. De mensen van het Bundjalungvolk, die het land 20.000 jaar lang hadden beheerd, werden onteigend. In maart van dit jaar heeft het Australische hooggerechtshof het belangrijkste oordeel in decennia geveld over de aanspraken van Aboriginals op het land, en daarmee over de traditionele rechten van inheemse volken op hun land en water. Maar tot 1968 mochten zij niet eens hun eigen kinderen grootbrengen, of vrijelijk rondreizen, hadden ze geen toegang tot onderwijs, mochten ze niet meer dan een bepaald bedrag verdienen, niet in restaurants eten, in openbare zwembaden zwemmen of stemmen.

    Eind jaren zestig van de vorige eeuw ontdekten longboardsurfers Wategos Beach. In de jaren tachtig maakten de strandhutjes op Wategos plaats voor villa’s, en de hippie-surfervibe sloeg al snel over op de rest van de gemeenschap. De laatste jaren werkt de stad als een magneet op makers en vestigen veel kleine kledinglabels en onafhankelijke merken zich er.

    In deze jonge, grotendeels witte, a-historische, neoliberale utopie van de verbeelding kan iedereen overal naartoe gaan

    Dit is wat je ziet in Byron: mooie, maar volle stranden, chique winkels en leuke cafés, de gebruikelijke dagjesmensen, toeristenwinkels en Greyhoundbussen, linnen kleding in een verbijsterende variatie aan prijsklassen en voedzame grainbowls bestrooid met bloemblaadjes. In het Byron van je digitale, en steeds meer door merken gesponsorde fantasie zie dat allemaal, minus de lelijkheid: een zorgvuldig samengestelde verzameling plaatjes die precies verbeelden waar je al je hele leven naar verlangt (als je naar zulke dingen verlangt). Het is een land van grote ‘nomadische nesten’, die ‘hun stam vinden’ op de ‘reis van het leven’. Wat maakt het uit dat het Australische immigratie- en vluchtelingenbeleid draconisch, bijna onmenselijk is. In deze jonge, grotendeels witte, a-historische, neoliberale utopie van de verbeelding kan iedereen overal naartoe gaan. Je hoeft alleen maar een garage sale te houden, in de zigeunerwoonwagen te stappen, een punt op de kaart te prikken en een legale verblijfsstatus te krijgen op de plek die de beste achtergrond vormt voor jouw lifestyle.

    Joe Galiese is een van de oprichters van Viral Nation, een bureau voor influencermarketing en -talent gevestigd in Toronto. Volgens hem bestaat er geen tweede plek als Byron Bay: een groep vriendinnen met een en hetzelfde publiek waarin ze de aandacht op elkaar vestigen, reclame voor elkaar maken en elkaar versterken, die leven, werken, liefhebben en hun ideale lifestyle vertonen in een zeer Insta-waardig paradijs. ‘Byron is is een sprookjesplek,’ zegt hij. ‘Dit is een voorbeeld van hoe de toekomst eruitziet: behoorlijk eng of behoorlijk cool, het is maar hoe je het bekijkt.’

    De vrouw achter de Herz-counter wil weten waarom ik hier naartoe ben gereisd voor werk. Als ik haar vertel dat ik een artikel over influencers schrijf, kijkt ze me ongelovig aan. ‘In Byron?’ Ja, min of meer. Ze kijkt niet al te opgetogen. ‘En daar betalen ze je voor?’ Eh, ja. Ze wendt zich tot haar zwijgende collega en zegt: ‘Tja, zo kun je van alles doen, hè?’

    Volgens de GPS moet ik de bij de rotonde de afslag nemen naar Hinterland Way, die niet zo afgelegen is als hij klinkt. Ik rijd achter de gedeukte witte Kia van de Adamo’s aan naar Wategos Beach. Het busje, met Michael achter het stuur, is volgeladen met kinderen en surfplanken. Ik rijd 75 aan de verkeerde kant van de bochtige weg vol gaten. Ik voel me net Hunter S. Thompson, maar dan nuchter en met veiligheidsgordel om. We komen bij het strand aan en na een half uur vind ik een plek om te parkeren. Ik tref de Adamo’s en hun vrienden weer in de buurt van de barbecueplaatsen. Het begint te miezeren, maar iedereen is gekomen om te surfen. De kinderen scharrelen vrijelijk rond, de nieuwe baby poept. Iedereen eet sandwiches, die mosterd missen, of iets dergelijks. Wilkie dwaalt af en wordt teruggebracht door een aardige onbekende vrouw. Iedereen vindt het erg grappig dat zij dacht dat hij een meisje was, omdat zijn haar in een knotje zit.

    Murfers

    Alle ‘murfers’ zijn er – een samentrekking van mum en surfer. Zij vormen Adamo’s kring van knappe, stijlvolle, ondernemende en creatieve jonge moeders met minstens twee kinderen, die met hun ontspannen, ongestructureerde leven een duizelingwekkende combinatie vertonen van fomo [fear of missing out, de angst om ergens niet bij te zijn] en squad goals. Ze wonen in ouderwetse huizen en geven hun zorgvuldig ongestylde kinderen namen die bedacht lijken voor een samenwerking tussen Goop [lifestyle- en kledingmerk] en Lemony Snicket [pseudonym van de Amerikaanse kinderboekenauteur Dan Handler]. Ze zijn getrouwd met behulpzame, knappe, nonchalant ogende, daadkrachtige mannen. Ze bepalen hun eigen dagindeling, bereiden hun eigen eten en maken hun eigen zeep. Ze hebben hun eigen merk. Ze zijn hun eigen merk.

    Volgens minstens één Australisch tijdschrift hebben de murfers ‘precies de ideale lifestyle te pakken’, wat klinkt alsof ze moeiteloos een lastige manoeuvre uitvoeren waaraan alleen een elite van zeer goed getrainde enkelingen zich kan wagen zonder risico zich ernstig te verwonden.

    Neem Aimee Winchester, Adamo’s beste vriendin, die klein en knap is, en getrouwd met de professionele bodyboarder Dave. Ze heeft vijf dochtertjes (Coco, 11, Autumn, 9, Juniper, 5, Clementine, 3 en Daisy, 3 maanden) en een kindernachtgoedlijn, Little Winnie, die vrijwel alleen online opereert. Ze heeft een opleiding tot yogalerares gevolgd, maar zodra ze die achter de rug had, raakte ze in verwachting van Coco.
    Of neem Amanda Callan (@churchfarmgeneralstore, 26.600 volgers), een lang en slank voormalig model met een droog gevoel voor humor en twee zoons, Banjo en Percy. Zij runt samen met haar echtgenoot, musicus Andrew Morris van de Wilson Pickers, hun eigen bedrijf ChurchFarm General Store, een merk dat ‘handgemaakte en thuis gekweekte’ zeepjes en sausen maakt.

    Byron Bay. Hier ijkt het leven niet zozeer een voortdurende vakantie, als wel en voortdurende reisreportage; een iets overbelicht, subtiel verzadigd, contrastrijk beeld van zorgeloze orde en beheersing. – © Unsplash
    Byron Bay. Hier ijkt het leven niet zozeer een voortdurende vakantie, als wel en voortdurende reisreportage; een iets overbelicht, subtiel verzadigd, contrastrijk beeld van zorgeloze orde en beheersing. – © Unsplash

    En dan zijn er de aanbiddelijke en onmogelijk coole gezusters Taninaka (@miaeatswolves, 24.000 volgers) is kunstenares en moeder van Ziggy, 5, Taro, 2, en Koa, 4 maanden. Hana (@hanataninaka 16.300 volgers) is expert in linnen, heeft twee zoons: Zephyr, 4, en Dali, 2, en is in verwachting van een meisjestweeling. Samen runnen ze het door henzelf opgerichte Taninaka (@taninaka.san, 10.100 volgers): verantwoord, met plantaardige kleurstoffen geverfd, biologisch beddengoed voor baby’s. Mia en Hana zijn opgegroeid in Sydney en hebben ook in Bali gewoond. Ze zijn getrouwd met Jasson (@jasson.salisbury, 9.287 volgers), meditatieleraar, en Jeremy (@jdleefurniture, 11.400 volgers), die timmerman is maar nu fictie wil leren schrijven. Hana helpt Jeremy met de boeken (voor de meubelzaak, niet voor het schrijven).

    ‘Ik wist niet eens dat Courtney op Instagram zat,’ zegt Hana, als ik vraag hoe zij elkaar hebben leren kennen.

    ‘Ik weet nog goed, toen ik jou voor het eerst ontmoette, Aimee,’ zegt Mia. ‘Ik dacht bij mezelf: O, zij is rad! en iemand stuurde me je Instagramlink en ik dacht’ – haar stem wordt sceptisch – ‘Dát is niet hetzelfde meisje.’

    Hana moet lachen.

    ‘Echt waar?’ vraagt Winchester verbaasd. ‘Waarom dan?’

    ‘Ik weet het niet!’ zegt Mia en ze barst in lachen uit.

    Winchester had al een persoonlijk account voor ze haar bedrijf begon en daarna heeft ze alleen de naam van haar account veranderd, ‘dus het is altijd een mengeling geweest van persoonlijk en zakelijk.’

    ‘Amanda heeft het grootste bedrijf,’ zegt Mia. ‘Zij is de meest professionele van ons. Voor ons is het gewoon iets dat we ernaast doen.’

    ‘Ja, voor ons is het belangrijkste toch dat we thuisblijfmoeder zijn,’ zegt Winchester.

    ‘Wat zij hebben is fantastisch,’ zegt Mia, doelend op ChurchFarm. ‘Ze verkopen zeep, currypasta, hot sauce. Fantastisch.’

    ‘Amanda doet het samen met haar partner,’ legt Winchester uit. ‘Onze partners hebben een ander bedrijf. Dus voor ons gaat het in golven. Amanda’s bedrijf is bestendiger.’

    “Mensen weten denk ik dat de vibe in Byron in het algemeen nogal chill is,” lacht Edwards

    Imogen Edwards (@imogen_imaginations, 7.900 volgers) valt in. Edwards is lang, blond, mooi. Ze woont en surft hier al haar hele leven. Het bruin op haar benen ziet eruit alsof de basis ervoor in de jaren tachtig is gelegd.
    ‘Er zijn veel merken rond Byron en we kennen elkaar allemaal,’ zegt ze, ‘Het is een soort epicentrum voor het opbouwen van bedrijven. Een verzamelpunt voor slow merken.’

    ‘Iedereen probeert zijn eigen stukje te veroveren,’ zegt Winchester.

    ‘Ja, zodat we het niet allemaal aan de grote jongens overlaten,’ zegt Mia.

    Edwards heeft geen merk, maar ze heeft wel drie dochters, en ze doet af en toe iets voor het muziekfestival Splendour in the Grass. Ze is geboren in een stadje dat Main Arm heet, een eindje landinwaarts vanaf Byron. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze nog klein was en haar moeder, een van de eerste vrouwelijke surfers die wedstrijden surfte, huurde een huisje op het strand en werkte in een natuurvoedingswinkel. Soms kregen ze een bijstandsuitkering. Edwards heeft pas vorig jaar een Instagram-account aangemaakt, toen zij en haar partner in een opwelling hadden besloten om naar Zuid-Frankrijk te verhuizen. Ze deed het om nieuwe mensen te leren kennen en contact te kunnen houden met vrienden. In Parijs leidde dat account tot een koffiedate met een fantastische vrouw die twee kinderen op een antroposofische school had en surfte.

    Ik vraag me af waarom de Franse vrouw contact met haar legde.

    ‘Mensen weten denk ik dat de vibe in Byron in het algemeen nogal chill is,’ lacht Edwards.

    ‘Wat?’ houdt Mia zich van de domme.

    ‘Zoals: wat is je sterrenbeeld…?’

    ‘Laten we gaan mediteren onder een boom.’

    ‘Het is de Byron-bubbel,’ lacht Mia. ‘Ik denk dat het een vrij bewust levende gemeenschap is, dus er zijn veel mensen die “jouw mensen” zijn.’

    Ze zwijgen allebei even.

    ‘Het is goed om weg te gaan,’ zegt Mia dan. ‘Je moet soms wel weggaan.’

    ‘O ja, je moet soms weggaan,’ zegt Edwards begrijpend.

    ‘Maar dan kom je terug en dan is het zo’n fijne plek om thuis te komen.’

    Het is even stil, terwijl ze hierover nadenken en dan stelt Edwards voor dat ik in mijn artikel de naam van de stad verander, om er niet nog meer reclame voor te maken.

    ‘Moeten we daar niet heen verhuizen?’ doet Edwards iemand na die net dit artikel heeft gelezen. ‘Hoe kunnen we vriendinnen worden met Mia en Hana, alsjeblieft?’

    ‘Het hele jaar door toeristenseizoen,’ lacht Mia.

    Hana weet nog hoe iemand een keer op een camping in West-Australië Mia herkende en hen uitnodigde in haar café. Laatst, in het park, was er iemand die Callan herkende, of haar sandwich, dat ontging me even.

    ‘Ik liep een keer met Courtney op straat, toen Wilkie nog een baby was,’ vertelt Mia, ‘en toen was er een dame die riep “Wilkiiiie!” En Courtney had iets van…’ Mia doet alsof ze verschrikt terugdeinst. ‘En die vrouw zegt: “Ik volg jou op Instagram!”’

    Net als papa’s

    Later, terug in Los Angeles, FaceTime ik met Callan, die voor de paasvakantie naar de Gold Coast is getrokken. Callan was degene die als eerste de term ‘murfers’ gebruikte, als grapje nadat de groep vrouwen was begonnen met surfen. Ze had een heleboel geweldige foto’s waarvan ze niet wist wat ze ermee moest doen, en zo ontstond afgelopen mei @byronbaymurfers (5.126 volgers; ‘Mama’s zijn net als papa’s, alleen durven ze meer’). Aanvankelijk zette ze de feed op privé. ‘Maar de meiden zeiden: “Dit is zo cool… zet het gewoon openbaar!”’ We doen gewoon gek,’ zegt Callan.

    Op Callans eigen feed, het ChurchFarm-account, kunnen mensen contact hebben met het merk via foto’s van de producten op de feed, natuurlijk, maar verder bestaat die grotendeels uit aantrekkelijke foto’s van het aangename leven op de farm: Callan en Morris die in de tuin werken of een vuurtje stoken. Beelden van de recente fotoshoot voor het merk Dôen, die de Church Farm gebruikte als achtergrond voor zijn voorjaarscampagne. Een clipje gemaakt door een plaatselijke filmer, van kleine momenten op de boerderij – Morris die groente oogst, Percy die eenden knuffelt, Callan in een babydolljurk van Dôen, die aardbeien plukt en Banjo knuffelt. De video, met een uitgebleekt super-8-achtig filter eroverheen en een slepend jarenzestig-Californisch garagerocknummer van de psychedelische rockband Allah-Las eronder, ziet eruit als een privéfilmpje uit een verloren tijd. Als ongebruikte beelden uit Wild Wild Country. Als een fotoshoot voor een chic modeblad.

    Toen Callan en Morris acht jaar geleden van Sidney naar Byron verhuisden, kenden ze er niemand en hadden ze geen idee hoe ze hun geld zouden gaan verdienen. Ze wisten alleen dat ze het stadsleven spuugzat waren. Ze huurden een huis aan South Golden Beach en namen allerlei baantjes aan. Callan werkte in boerderijwinkels en Morris deed wat boerenwerk. Ze liepen tegen hun huis aan toen ze een ritje maakten in Northern Rivers. ‘We dachten: zou het niet cool zijn als die kerk te koop was,’ vertelt ze. En ja, er stond een bord. Ze kochten het huis rechtstreeks van de kerk.

    Niet lang nadat ze hun bedrijf waren begonnen, stond het stel op de cover van het blad Slow Living. ‘We stonden in al die tijdschriften over langzaam leven, jeweetwel,’ lacht ze. ‘Andrew en ik maakten er wel eens grapjes over, omdat het best veel moeite kostte om alles voor elkaar te krijgen met onze kinderen en ons bedrijfje; dan waren we weer als gekken bezig om bestellingen de deur uit te krijgen ofzo, in de tijd dat we nog geen personeel hadden: “Jaja, slow leven hè?”’ lacht ze. ‘Het was bijna grappig dat wij zo werden neergezet, in die langzame, luie levensstijl, terwijl we het juist superdruk hadden. Het is zwaar om kinderen en een bedrijf te hebben! Het is gewoon hetzelfde leven, alleen in een andere omgeving.’

    ‘We maken weleens grappen over Instagram,’ zegt Callan. ‘Mijn schoolvriendin komt vrijdag hierheen vanuit Brisbane en zij zegt dan: “Ik kan maar beter mijn linnen jurkjes klaarleggen!” Ik heb veel vriendinnen in andere steden en die vragen me vaak: ‘Is het in Byron altijd zo? Dat jullie allemaal linnen dragen en met jullie kinderen spelen en uit picknickmandjes eten?’ Maar niemand doet alsof. We brengen echt veel tijd met onze kinderen door. Het is gewoon een iets andere lifestyle dan in de stad, denk ik. Ik weet wel dat het er van buitenaf gek uitziet.’

    In het begin voelde Instagram als een soort balsem voor de geest – een wereld apart, weg van de voortdurende woede op Twitter en de verschrikkingen op Facebook. Al die mooie foto’s van schattige kindjes en prachtige interieurs en verre oorden werkten kalmerend, geruststellend. Toen kocht Facebook in 2012 Instagram en begon een jaar later met gesponsorde posts. In 2016 ging het bedrijf van een chronologische over op een algoritmische feed om te bepalen welke ‘momenten wij denken dat jij het meest koestert’. In 2018 waren er 3,7 miljoen merkgesponsorde influencersposts op de app, en volgens Statista zullen dat er in 2019 4,95 miljoen zijn. Binnen een paar jaar is de app voor sommige mensen (van allerlei pluimage) een echte baan geworden: je leven eruit laten zien als een vakantie. En voor anderen is het iets wat je er continu aan herinnert dat kijken naar mensen die leven alsof ze op vakantie zijn, de enige vakantie is die de meeste mensen zich kunnen veroorloven. Uit onderzoek is gebleken dat dit socialemediaplatform het schadelijkst is voor het geestelijk welzijn.

    Courtney Adamo volgen is een ervaring die sterk lijkt op de val door het konijnenhol uit Alice in Wonderland. Je passeert verschillende niveaus, zoals gemeenschap en escapisme, dan ga je door de spiegel; je weet dat het niet kan, maar toch zie je haar schijnbaar moeiteloos een onbeheersbaar aantal kinderen van verschillende leeftijden beheersen, in een voortdurend gezellig samenzijn, tijdens eindeloze reizen, waarna ze zich nestelen in het volmaakte poppenhuis waar het zo te zien nooit rommelig wordt. Mensen volgen iemand als zij om geïnspireerd te worden, om het ideaalbeeld, om de projectie van hun eigen fantasie, de dosis dopamine, of om even te ontsnappen aan peutergekrijs, tienerdrama, financiële problemen, voorverpakt voedsel dat je niet zou eten als je niet zo blut of gespannen of gehaast was, huwelijksmoeilijkheden en lelijke plastic rotzooi. Mensen volgen anderen om zichzelf te beschadigen, om net zo lang te peuteren aan het verlangen en de onvervulde wensen tot er schaamte uit bloedt.

    Uit onderzoek is gebleken dat dit socialemediaplatform het schadelijkst is voor het geestelijk welzijn

    Onderaardse spiegelwereld

    GOMIblog (de afkorting van ‘Get Of My Internets’) is ook een konijnenhol, maar dan duisterder; het leidt naar een afschrikwekkende onderaardse spiegelwereld, waar de kijkers obsessief bezig zijn met het ontmaskeren van de internetberoemdheden waarnaar ze het niet kunnen laten te kijken. De haat die Adamo daar over zich heen krijgt is diep. In commentaren wordt ze meedogenloos bekritiseerd – omdat ze niet transparant is over gesponsorde posts, over partnerschappen met merken en over de cadeaus die ze daarvan krijgt. Omdat ze haar kinderen exploiteert en tot product maakt. Omdat zij geen schermen mogen gebruiken, terwijl hun moeder hen op honderdduizenden schermen vertoont, waar andere mensen hen kunnen zien, maar zij zichzelf niet. GOMI-bezoekers pluizen fanatiek haar achtergrond uit – hoe de vaak genoemde tulpenboerderij waar ze is opgegroeid, gesticht door haar grootvader van vaderskant, de grootste leverancier van bloembollen ter wereld is. Hoe zij een achter-achter-achterkleindochter is van W.E. Scripps, de oprichter van het Scripps-mediabedrijf, dat zo succesvol was dat het in de jaren twintig van de vorige eeuw werd ondergebracht in een trust voor de familie, waarna het weer zo groot werd dat het in de jaren zeventig werd opgebroken. Het gedeelte dat Adamo’s grootmoeder van moederskant kreeg, Pioneers Newspapers, omvatte 22 publicaties in Washington, Montana, Oregon, Utah en Idaho. In 2013 kreeg het een nieuwe naam, The Pioneer News Group. Toen die grootmoeder overleed, werd Marnie Roozen, Adamo’s moeder, bestuursvoorzitter. In 2017 verkocht het bedrijf zijn krantendivisie aan Adams Publishing. De rest van het bedrijf is in het bezit van Roozen en haar broer en twee zussen, samen met ‘acht familieleden van de volgende generatie’, van wie een een invloedrijke murfer is.

    ‘Wij hebben een heerlijk leven en je hoort mij er natuurlijk niet over klagen,’ zegt Adamo later aan te telefoon. ‘Maar ik leid ook geen luxe, extravagant leven. En trouwens, dat is heel subjectief. Wat voor de één luxueus is, hoeft dat voor een ander niet te zijn.’

    Het is lastig te achterhalen hoeveel een influencer verdient, maar volgens Instagram-marketingbedrijf Later kun je als vuistregel aanhouden dat influencers honderd dollar per post per 10.000 volgers krijgen, dus iemand met 250.000 volgers zou dan 2500 dollar per post verdienen. Factoren als categorie-exclusiviteit (de influencer mag niet posten over concurrenten) en het uitgeven van licenties voor content, waardoor het merk de content van de influencer op zijn eigen platformen kan posten, kunnen ook bijdragen tot de inkomsten van de influencer. De mate van betrokkenheid – likes, commentaren, interacties – neemt de laatste tijd af, maar dat geldt minder voor micro-influencers als Adamo, die met hun grote kring van betrokken volgers aantrekkelijk zijn voor merken die een partnerschap willen aangaan. Als een influencer bereid is zich aan een merk te binden, kan daar een lucratief langetermijncontract uit voortkomen. En betrokkenheid is wat de merken belangrijk vinden.
    ‘Reageren de influencers op de commentaren van fans? Krijgen ze reacties? Dat is belangrijk voor merken,’ zegt Lisa Jammal, directeur van Social Intelligence Agency, een socialemediabureau in Los Angeles. De markt voor mama-influencers is oververzadigd, maar Jammal schat dat iemand als Adamo zo’n 15.000 tot 20.000 dollar verdient als ze per maand twee of drie campagnes doet. Adamo, van wie de laatste negen posts (op het moment van schrijven) drie gesponsord waren, zegt dat ze dat inkomen bij lange na niet haalt. ‘Als ik het voor het geld deed, zou ik elke promotie aannemen, of veel meer concessies doen aan de merken die ik promoot,’ zegt ze. ‘Deze week nog heb ik er drie afgewezen, en dat waren echt grote.’

    “Als je iemands leven ziet en haar mooie huis en haar volmaakt geklede kinderen, en je krijgt daardoor het gevoel dat je zelf tekortschiet, volg die persoon dan niet”

    De dag voordat ik uit Byron vertrok, ging ik nog een keer bij Adamo langs, om te praten over haar nieuwe onderneming, een op abonnementen gebaseerde online combinatiecursus over gezinslifestyle. Het was schoonmaakdag en twee vrouwen aan wie ik niet werd voorgesteld, waren bijna klaar met de keuken. Over een week moest de cursus live gaan en Adamo had het druk. Haar programma was overvol. Na mij stond er nog een afspraak gepland.

    De online cursus – die ze in drie maanden heeft bedacht en geproduceerd – heet In the Loop (@theloopcommunity, 1.208 volgers, besloten profiel). Hij bestaat uit vijf pdf’s met links naar video’s waarin Adamo en verschillende plaatselijke vriendinnen/deskundigen tips en adviezen geven over eten, interieur, ouderschap en gezinslifestyle. Volgens Adamo missen mensen communitygevoel in hun leven. Zij is dankbaar voor haar ‘geweldige community van vrouwen’ van wie ze elke dag leert, of dat nu op het strand is, tijdens een meidenetentje of waar dan ook. ‘Ik kom terug en ik ben geïnspireerd en ik heb geleerd.’ Met In the Loop wil Adamo dat community-gevoel uitbreiden en te gelde maken. Een abonnement kost 175 dollar. Er is geen gesponsorde content, afgezien van de ‘exclusieve kortingen’, zoals ze later aan BuzzFeed vertelde, op enkele van haar favoriete merken. ‘Ik zie het als een kans om iets te doen wat totaal niet gesponsord is,’ zegt ze. ‘Ik deel alleen dingen waar ik zelf echt dol op ben.’

    De onlinecursus werd gelanceerd met een reclamevideo, een wazige montage van Adamo en haar gezin die met hun surfplanken naar het strand lopen over een pad onder een baldakijn van bomen. Het is een softfocusoptocht van vlechten, strooien hoedjes, linnen hesjes, tuinbroeken en gekruiste banden, met een aanstekelijke jingle in Braziliaanse sfeer. Het lijkt wel een trailer voor de remake van Picnick at Hanging Rock. ‘Als ik iets heb geleerd in veertien jaar moeder zijn,’ zegt Adamo in de voice-over, ‘dan is het dat het ouderschap een reis is die telkens weer verandert.’

    De reacties variëren van zwijmelend tot woedend: ‘Leert de cursus je ook hoe je je kinderen grootbrengt in een bevoorrechte bubbel of over white privilege in de hele wereld, en met name in de Australische geschiedenis?’ vraagt iemand. ‘En hoe het is om een nanny te hebben, een huisman en massa’s extra hulp en ondersteuning?’ vraag een tweede. Daar heeft Adamo op geantwoord: ‘Plaats hier alsjeblieft geen onware reacties. Wij hebben al geen nanny of hulp met de kinderen meer sinds we uit Londen zijn vertrokken. Mijn man heeft een baan en werkt vijf dagen per week. We hebben geen hulp of familie in de buurt (afgezien van behulpzame vrienden) – niet dat ik vind dat er iets mis mee is als je dat wél hebt, maar ik vind het gewoon niet eerlijk om hier zomaar zulke totaal ongefundeerde leugens te schrijven. Bedankt.’

    Authentiek beeld

    In het artikel van BuzzFeed erkende Adamo dat ze ‘geboft heeft’ in haar leven, maar dat ‘het concept bevoorrecht zijn natuurlijk geheel subjectief is’. Ze heeft vier uur in de week huishoudelijke hulp. Ze vind het treurig dat sommige mensen het makkelijker vinden haar geluk te verklaren door onjuiste beweringen te doen over hoe ongelooflijk bevoorrecht zij wel moet zijn.

    ‘Toen we voor het eerst gingen reizen, waren er mensen die van alles zeiden, zoals: “Jullie gaan gewoon in chique vijfsterrenhotels logeren.” En dat was niet zo. We logeerden in Airbnb’s die tamelijk primitief waren.’

    ‘In het begin vatte ik dat heel persoonlijk op,’ zegt Adamo over de negatieve commentaren, die ze soms verwijdert. ‘Nu kan het me werkelijk niet meer schelen. Ik word ouder en zit beter in mijn vel – het maakt me gewoon niet meer uit of iemand negatief over me denkt.’

    ‘Ik vind wel dat als je een grote groep volgers hebt, het je verantwoordelijkheid is om een authentiek beeld te creëren. Niet dat ik de bal terug wil spelen, maar als je iemands leven ziet en haar mooie huis en haar volmaakt geklede kinderen, en je krijgt daardoor het gevoel dat je zelf tekortschiet, volg die persoon dan niet.’

    Vorig jaar heeft Adamo’s buurvrouw, Claire Alexander-Johnston (de hierboven genoemde @jetsetmama), besloten om een socialemediapauze van vijf maanden te nemen, om wat rust in haar hoofd te krijgen. Een maand na mijn terugkeer uit Australië sprak ik Alexander-Johnston, die uit Londen komt en nog steeds Engels klinkt, aan de telefoon. Ze is niet meer zo bezig met internet. ‘Ik wilde gewoon niet meer in beslag genomen worden door mijn telefoon en dat voortdurende “ping, ping, ping”.’ Vroeger was ze dol op Instagram vanwege de creativiteit en het communitygevoel dat het netwerk bood. Toen kocht Facebook het, ‘en opeens heeft iedereen het over influencer zijn en algoritmes en hoe je dat doet’, zegt ze. ‘Dat kwam ineens allemaal op gang: “Kunnen we daarmee verdienen?” Mensen stuurden eerst gratis spullen en daarna begonnen de grote bedragen binnen te stromen: “We betalen je 5000 dollar als je deze babyvoeding promoot.” Ik kan wel 5000 tot 8000 dollar krijgen. Het is fantastisch! Die betrokkenheid moet je vasthouden! En toen dacht ik: Weet je, die betrokkenheid heb ik omdat ik niet de hele tijd dingen verkoop.’

    Ze dook in de gesponsorde-niet-gesponsorde posts, tot ze besefte dat ze het niet meer wilde doen. Ze had het inkomen niet nodig. (Het bedrijf van haar man Richard Johnston, TripADeal, is een van de succesvolste reisorganisaties van dit moment.) Ze wilde nog steeds graag bedrijven ondersteunen, maar nam geen cadeaus meer aan. ‘Ik moest voor mezelf uitvinden hoe ik deel van die wereld kon uitmaken zonder het gevoel te hebben dat ik mezelf verkocht.’

    Vroeger scrolde je door Instagram of bladerde in een tijdschrift en dan wist je dat je daar niet de werkelijkheid te zien kreeg. ‘En nu leek het opeens of iedereen zei: “Dit is wél mijn werkelijkheid. En het zou ook jouw werkelijkheid moeten zijn. En weet je wat, ik geef je mijn tien slimste tips om deze volmaakte werkelijkheid ook jouw werkelijkheid te maken,”’ zegt Alexander-Johnston. ‘En volgens mij is het echt moeilijk voor mensen – ook voor mij – om dat begrijpen en ertegen te kunnen. Het roept zoveel onzekerheden op: “Ik zal nooit genoeg zijn, ik ben niet genoeg, Ik ben niet goed genoeg. Ik ben niet schoon of netjes of knap of wit genoeg. En ik draag al helemaal niet genoeg linnen.”’

    Schadelijk

    Alexander-Johnston is zich nu meer dan voorheen bewust van het beeld dat werd geschapen van dat volmaakte leven en die fantastische vriendschappen. ‘Ik besefte hoe schadelijk het kan zijn voor vrouwen die eenzaam zijn of geen vriendinnen om de hoek hebben of werkende moeder zijn en hun kinderen elke dag naar de opvang moeten brengen… Ik zag in dat al dat vertoon van witte bevoorrechting behoorlijk confronterend werd voor de rest van de wereld, maar ook voor mij.’

    Adamo werkt graag op een organische manier met merken. Elke keer als ze een e-mail krijgt met een verzoek, kijkt ze ernaar met Michael. Is het iets dat ze zelf zouden gebruiken, dan vragen ze of ze het eerst mogen testen. Ze wijst op het Babaà-truitje dat ze zelf aanheeft. Dat Spaanse bedrijf voor gebreide kleding vindt het belangrijk om zijn monsters te doneren aan vluchtelingen. ‘Ik werk met Marta (Bahillo, die Babaà leidt), aan twee of drie promoties in een jaar. Dat doe ik nu al drie jaar. In Engeland is een kindermerk, Nellie Quats, waarmee wij elk nieuw seizoen samenwerken. Veel merken waar ik mee werk zijn kleine, onafhankelijke labels gerund door vrouwen. Het is echt fijn om te kunnen bijdragen aan de groei van hun merk.’

    Ik vraag hoe ze haar kinderen zover krijgt dat ze aantrekken wat zij wil, deels omdat mijn eigen tienjarige al sinds ze tweeënhalf was niet meer draagt wat ik wil.

    ‘We doen gewoon heel erg ons best om tegenover onze kinderen geen nadruk te leggen op wat ze aanhebben,’ zegt Adamo. ‘Ik bedoel, Easton is nu tiener, en natuurlijk heeft hij een mening. Als hij iets niet aan wil, wil hij het niet aan, en daar heeft hij gelijk in. Maar echt, we leggen nooit de nadruk op kleren. Soms, als bijvoorbeeld familieleden van mijn man, zijn zussen of zijn moeder, mijn kinderen zien, zeggen ze dingen als “O, wat een leuke jurk.” Ik wil niet dat dat belangrijk wordt gemaakt, dus wij proberen niet over kleren te praten.’

    Authenticiteit speelt een belangrijke rol in wat Adamo verkoopt – net als het idee dat het leven dat zij leidt bereikbaar is. In de manier waarop ze op kritiek reageert, klinkt door hoezeer ze het gevoel heeft dat anderen haar ervan beschuldigen dingen te verbergen – dat ze een hele rits nanny’s heeft bijvoorbeeld. Maar dat beeld klopt niet. Dat ze zo bevoorrecht is, is niet wat mensen dwarszit. Wat mensen wél ergert is dat ze niet wil toegeven hoe die bevoorrechting dat zuivere, simpele leven mogelijk maakt. Die ongerijmdheid brengt mensen ertoe om zich in de giftige wereld van GOMIblog te storten. Omdat iedereen weet hoe verschrikkelijk moeilijk het is om kinderen groot te brengen, je huis op orde te houden, de rekeningen te kunnen betalen, te overleven. En het volgen van mensen die dat allemaal met gemak voor elkaar lijken te krijgen, die doen alsof het een talent en een verdienste is om gelukkig te zijn, wekt in de ogen van die volgers een ondraaglijk gevoel van vervreemding. Het is alsof je gek wordt gemaakt. Het maakt van Instagram een reusachtig, steeds jonger wordend portret van Dorian Gray, weggestopt in onze collectieve kast, mooier en mooier naarmate de wereld grotesker wordt.

    Soms zit iemand een sigaret te roken en dan krijgen ze al die negatieve reacties over zich heen

    Het pad naar Whites Beach bij Broken Head is weelderig en overschaduwd door een baldakijn van bomen. Het komt uit op een breed, wit, besloten zandstrand. De Adamo’s zijn hier vandaag met de Winchesters en een stel vrienden uit Finland naartoe gekomen. Adamo is aan het surfen. Winchester wiegt de pasgeboren Daisy. Clementine rijdt Wilkie rond als een pony.

    Winchester is acht jaar geleden vanuit Sydney hierheen verhuisd omdat ze haar kinderen een ‘ouderwets leven’ wilde geven, zegt ze. ‘Daarom stuur ik hen naar de antroposofische school enzo – geen testen, geen tech – om te proberen hen langzamer te laten leven in een snelle wereld.’ Soms vindt ze het jammer dat ze haar persoonlijke Instagramaccount niet gescheiden houdt van haar zakelijke account, zegt ze. Adamo kijkt haar verbaasd aan. ‘Maar mensen verbinden zich juist aan het merk vanwege jou!’

    Later die middag heb ik een afspraak met Mia en Hana en hun zoontjes in Brunswick Heads bij Ethel Foodstore, een café aan een drukke doorgaande weg. Zij bestellen flatbread, hun kinderen vragen om kombucha. De zussen wonen in Mullumbimby, waarover de site van de toeristeninformatie zegt: ‘Als je je afvraagt waar alle hippies van Byron gebleven zijn, rij dan naar Mullumbimby!’

    Hana en Mia zijn blij dat ze even uit het huis van hun ouders weg zijn, waar ze wonen zolang ze allebei hun eigen huis hebben verhuurd voor de vakantie.

    Afgelopen zomer hebben ze drie maanden vrij genomen om rond te reizen. Ze hadden hun eigen huis verhuurd om ‘wat schulden weg te werken enzo’ en hebben drie maanden lang gekampeerd.

    ‘Ik was de hele tijd zwanger, dus op het laatst was ik doodop,’ vertelt Mia.

    ‘Ik geloof dat ik na twee weken zwanger raakte,’ zegt Hana. ‘Het was leuk.’

    ‘Het is zwaar,’ zegt Mia.

    ‘Twaalf weken achter elkaar, zonder warme douche,’ voegt Hana toe.

    ‘Ja, ik geloof dat de langste periode zonder warm te douchen, een echt warme douche, zes weken was,’ lacht Mia. ‘De kinderen waren smerig, ze moesten zich in een emmer wassen.’

    Hun afwezigheid heeft hen er nog eens aan herinnerd waarom ze het hier zo fijn vinden. Dat ze hier kunnen wonen, danken ze aan Instagram. ‘Ik weet niet hoe bedrijven vroeger ooit van de grond kwamen,’ zegt Mia. ‘Dat was zoveel moeilijker.’

    ‘Het is ons contact met de buitenwereld,’ zegt Hana.

    Zij gingen pas Instagrammen toen ze een product hadden, vertelt Mia, terwijl merken met meer verstand van marketing eerst een schare volgers opbouwen voordat ze een product op de markt brengen.

    ‘Die hebben dan al een publiek,’ zegt Hana, ‘en dan zeggen ze: “O, ja, dit doen we óók.” Terwijl wij hebben gewacht tot we alles hadden… en toen kwamen we met “Hier is onze Instagram!”’ Ze lachen.

    ‘Ik denk dat het leuk voor mensen is als ze zien dat je ook moeder bent, dat je ook al die toestanden hebt, maar toch een bedrijf kunt runnen en op een bepaalde manier kunt leven,’ zegt Mia. ‘Ik weet eigenlijk niet wat ik vroeger postte, terwijl ik nu bijna het gevoel heb dat ik een merkidentiteit heb.’ Ze zwijgt even. ‘Hoe minder tijd je er aan kunt besteden, hoe beter, eigenlijk.’

    Socialemediaknooppunt

    Er wordt veel gezegd over de Instagramcommunity, maar minder over het effect van Instagram op echte gemeenschappen. Byron is klein en geïsoleerd, en de enorme schaalvergroting die het sociale netwerk met zich meebrengt, kan soms wringen. ‘Als je in het gewone leven uitgaat met vriendinnen, zijn er niet honderdduizenden mensen die ook zien hoe jij spaghetti zit te eten,’ zegt Alexander-Johnston. ‘Maar in Byron Bay kan dat zomaar gebeuren.’ Haar man is in Byron Bay opgegroeid en moet altijd erg lachen als hij ziet hoe zijn stadje in een socialemediaknooppunt verandert. ‘Je bent influencer, en je gaat om met vriendinnen die 500 volgers hebben. Opeens, van de ene dag op de andere, hebben zij er 5000, 10.000. Dan ben je zomaar ineens allemaal Instagram-beroemd dankzij elkaar. Het plant zichzelf voort.’

    Die influencerwereld is een lastige plek om in te zijn en tast vriendschappen aan. ‘Ik weet dat ik in die absurde bubbel van witte bevoorrechting leef,’ zegt Alexander-Johnston. ‘Dat weet ik. Maar ik geef ook oprecht om vrouwen en om verandering en communityvorming, en ik hou van mijn kinderen.’

    Er is nu meer begrip voor de waarde van privacy. Niet iedereen vindt het geweldig dat haar picknicks steeds worden geüpload. Alexander-Johnston denkt dat er een tegenbeweging aankomt, waar zij zelf nu al van geniet. ‘Het is pas iets van de laatste zes maanden, en ik vind het fantastisch,’ zegt ze. ‘Mensen die hun verjaarsfeest of hun babyshower houden, zeggen: “Dit is een no-Instagram-evenement en je mag geen foto’s of video’s maken, uploaden of posten.’

    Mensen willen er niet de oorzaak van zijn dat anderen zich naar voelen omdat ze niet bij een verjaardag of etentje zijn. ‘Of soms zit iemand een sigaret te roken – ze zijn moeder en zondigen eens in het halfjaar met een sigaret – en verschijnt dan zo op de achtergrond van iemands Instagramvideo; en dan krijgen ze al die negatieve reacties over zich heen… Of mensen willen gewoon niet dat hun babyshower over vijftien verschillende Instagrams wordt uitgesmeerd. Ze willen dat gewoon niet meer. Dit komt in deze omgeving steeds vaker voor, eigenlijk, en dat vind ik leuk. Het is verfrissend.’

    Als je van Instagram af gaat, krijg je echt minder uitnodigingen

    Daar staat tegenover, heeft ze gemerkt, dat je, als je van Instagram af gaat, echt minder uitnodigingen krijgt. ‘Hier in de stad gaat het heel vaak van: “laten we iets bij The Farm doen”. Die en die geeft gratis dingetjes weg, en al je vriendinnen gaan erheen… Het punt is, er is verder niets om naartoe te gaan. Er zijn misschien drie plekken. Het is maar een klein stadje aan de oostkust van Australië, dat heb je zelf gezien. Er is niet veel te doen.’

    Terug in Los Angeles belde ik Imogen Edwards. Zij en haar partner hebben onlangs het huis in Frankrijk verkocht en zijn naar Byron teruggegaan.

    ‘Het was eigenlijk alleen maar een fantasie: “Wauw, dit zouden we zomaar kunnen doen!”’ zegt ze over de verhuizing naar Frankrijk. ‘Ik had het niet echt doordacht. Het ging niet verder dan “Laten we ervaringen opdoen in ons leven! We kunnen dit doen! Wat zijn wij een geluksvogels dat we dit kunnen doen.”’

    Ik merk op dat het eigenlijk grappig is, hoe ze het ene fantasieleven opgaf voor een ander, gelijksoortig fantasieleven.
    ‘Je hebt geen idee van al die mensen die me berichten sturen, die eigenlijk tegen me schreeuwen: “Wat doe jij verdomme?” Veel Franse meiden zeggen: “Ik volg jullie omdat ík júllie leven wil!”’

    Edwards zegt dat ze er, toen ze terugkwam, heel eerlijk over is geweest dat ze met ‘nare gevoelens’ terugkeek op die ervaring van het verhuizen naar een ander land. ‘En dat is de werkelijkheid,’ zegt ze. ‘Alles ziet er mooi uit, maar er ontbrak iets voor mij.’

    Ze besefte dat iedereen naar dat perfecte leventje streeft, perfecte foto’s post, de druk voelt om te zeggen dat alles perfect is. ‘Maar ik wil niet hoeven zeggen dat het perfect is. Ik wil niet dat mensen denken dat ik een perfect leven heb, want dat heb ik helemaal niet. Snap je? Niemand weet van de innerlijke strijd en de ups en downs – ik ben het gewoon zat om dat weg te poetsen.’

    ‘Mama-instagrammen,’ zegt ze, kan ervoor zorgen dat je een echte band met anderen krijgt en zo het isolement van het jonge moederschap verlichten. ‘Het kan je het gevoel geven dat iemand je steunt: “O, ik ben niet alleen!”’

    Maar het schept ook een schijnintimiteit waarin je geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen. Je kunt iemand deleten. Je kunt zelf verdwijnen. De community is een gedeelde illusie die alleen echt is voor zo lang het duurt.

    Over Frankrijk gesproken, ik vraag of zij heeft gehoord dat kinderen daar nu hun ouders voor de rechter mogen dagen omdat die kinderfoto’s van hen op sociale media hebben gepost.

    ‘Ik denk dat de kinderen op een dag zullen zeggen: “Mam, waarom heb je die foto van mij gepost? Ik zie er vreselijk uit!” Je krijgt vast verzet van je kinderen… Dat weet je pas als ze groot zijn en dan keren ze zich tegen je: “Verdorie, mam! Ik snap niet dat je dat hebt gedaan!” Terwijl een ander kind misschien wel tegen haar moeder zegt: “Bedankt dat je dat gedaan hebt, mam! Ik ben nu supermodel! Ik heb daar nooit voor hoeven knokken, omdat jij me dit podium hebt gegeven!”’