Het presidentschap van Donald Trump is niet onoverkomelijk, schrijft journalist Gary Younge. Trumps overwinning illustreert de zwakte van de Republikeinse leiders, niet hun kracht. En ondanks zijn opschepperij blijft de nieuwe president kwetsbaar.
Kort voor het eind van het jaar werd de komende president gevraagd te reageren op een Republikeinse partijgenoot die aandrong op sancties tegen Rusland, vanwege de vermeende deelname van dat land aan het hacken tijdens de verkiezingen. Hij zei: ‘Ik denk dat computers het leven erg ingewikkeld hebben gemaakt. Het hele, hoe heet het, computertijdperk is op een punt gekomen dat niemand meer weet wat er gebeurt. We hebben snelheid en we hebben een heleboel andere dingen, maar ik ben er niet zeker van of we het soort veiligheid hebben dat je nodig hebt. Maar ik heb niet met de senatoren gesproken en dat zal ik over een tijdje zeker doen.’
Het wordt een lange paar jaar, dus laten we ons maar schrap zetten. Donald Trump is een hansworst. Hij is een racist. Hij is een vrouwenhater. Hij is een schurk met lange tenen en een charlatan. Hij is een ordinair burgermannetje en een xenofoob. Hij is een leugenaar en een plutocraat. Dat is allemaal waar; maar daar gaat het niet om. Wie zich daarop concentreert, bouwt een gloeiend hete oven van zelfingenomen woede waar je hoogstwaarschijnlijk aan onderdoor gaat. Het kan een inspiratiebron zijn voor geweldige sketches en memes, en een gevoel van wanhoop en wrok voeden dat je in een badje van zelfgenoegzaamheid kunt marineren. Linkse lieden die boos willen zijn, zullen hun lol op kunnen. Maar wie die woede in effectief verzet wil omzetten, wordt met een zwaardere uitdaging geconfronteerd.
Niet de eerste
Het wemelt op de wereld van pathologische types als Donald Trump die zichzelf en hun omgeving het leven zuur maken. Trump is niet de uitvinder van racisme, stompzinnigheid, islamofobie of nationalisme. Hij is niet de eerste die het Witte Huis met discriminerende bedoelingen betrekt. Het presidentschap is geen meritocratie – er hebben al veel te veel domme blanke mannen in dat kantoor gezeten om serieus te kunnen geloven dat het alleen wordt bezet door degenen die het meest geschikt zijn om een land te leiden.
Evenmin zal Trump een autoritair regime hoeven op te bouwen dat de mensenrechten met voeten treedt; hij treft een bouwwerk aan dat volledig intact is, opgetrokken door voorgangers van beide partijen. De werkelijkheid is al erg genoeg; we hoeven de gruwelen ervan niet met mythes te versterken. Zo iemand als hij hebben we nog nooit gezien, maar hij komt niet vanuit het niets.
Trump is gevaarlijk. Zijn campagne heeft allerlei bekrompen soortgenoten aangemoedigd; ze vond niet alleen weerklank in de VS, maar ook in de rest van de wereld, waar uiterst rechts, van Frankrijk tot Finland, het grootste electorale profijt heeft getrokken uit de financiële crisis. Trumps campagne lapte electorale normen aan haar laars ten gunste van gewelddadigheid en racistische ophitsing. Als zodanig was zijn kandidatuur niet alleen een bedreiging voor de democratie, maar ook, op veel langere termijn, het product van een democratie die al in een crisis verkeerde. De reden dat Trump van belang is, is niet omdat hij een afschuwelijke figuur is. Het probleem met Trump is niet dat hij stompzinnig is. Het probleem is dat hij heeft gewonnen, dat hij deze eigenschappen aan het land heeft getoond en er zelfs openlijk en schaamteloos mee heeft gepronkt, en als overwinnaar uit de bus is gekomen.
Dit laatste punt wordt gemakkelijk overschat. Hij heeft niet de meeste stemmen gekregen. Dankzij een van de laagste opkomsten in twintig jaar heeft Trump een kleiner percentage van de stemmen binnengehaald dan John Kerry, John McCain, Mitt Romney en Gerald Ford toen zij naar het presidentschap dongen – en zij hebben allemaal verloren. Hij heeft hetzelfde deel van de blanke stemmen gekregen als Romney in 2012 en Bush in 2004, en maar net iets meer dan McCain in 2008. Dit was geen stormloop van leden van uiterst rechts; ze liepen gewoon door een open deur die op een kier werd gehouden door de ambivalentie van velen en de arrogantie van een enkeling.
Maar het valt niet te ontkennen. ‘Verkiezingen hebben gevolgen,’ waarschuwde Barack Obama de Republikeinen, kort nadat hij in 2008 aan de macht was gekomen. En omdat Trump heeft gewonnen, heeft hij nu de macht – het soort macht dat levens kan beëindigen en de planeet kan vernietigen. De ooit naar pussy grijpende handen hebben nu toegang tot de codes. Zijn persoonlijkheid stuit tegen de borst; maar zijn macht is pas echt eng.
Hoewel rechts in de kaart is gespeeld, is het niet in opkomst. Trumps overwinning illustreert de zwakte van de Republikeinse leiders, niet hun kracht. Ze wilden iemand anders en nu kunnen ze hem niet meer in toom houden. Hij bespot en treitert hen openlijk. Ondanks zijn opschepperij blijft hij kwetsbaar. Zijn agenda is niet onaantastbaarder dan zijn overwinning onbegrijpelijk was.
Maar Trumps presidentschap is niet onoverkomelijk. Als links hem de komende jaren effectief wil uitdagen, zal men lessen moeten trekken uit de nederlaag. De Democratische machine moet niet worden bijgesteld, maar compleet worden gereviseerd. Veel te lang is ze te arrogant, zelfgenoegzaam of minachtend geweest (en soms alle drie tegelijk) om met een beter argument te komen dan ‘wij zijn tenminste niet zoals zij’.
De reden dat Trump aan de macht heeft kunnen komen is niet omdat hij betere ideeën had, of betere argumenten, of een grotere organisatie, of omdat hij meer geld heeft uitgegeven. De reden dat hij kon winnen was dat degenen die oppositie tegen hem moesten voeren geen hoop boden maar vasthielden aan de status quo, in een land waar het verschil tussen arm en rijk en zwart en blank toeneemt. Hij won omdat zijn opponenten in hun eigen pr geloofden. Overmoed deed hen naar Arizona gaan, terwijl nederigheid hen in Pennsylvania had moeten laten blijven. Hij won omdat, na een periode van economische crisis, de multimiljonair en zakenman die het ‘Je bent ontslagen’ in de mond bestorven ligt minder op een vertegenwoordiger van de gevestigde orde leek dan zijn liberale tegenstander, die beweerde dat ze voor de belangen van de armen opkwam. Als hij stompzinnig is, wat zijn wij dan?
Donald Trumps onsamenhangende en krankzinnige persconferentie op 11 januari versterkt het idee dat de nieuwe president de grootste bedreiging voor de democratie is die we ooit hebben gekend. Hij heeft weinig op met de grondwet, de rechtstaat of de belangrijkste democratische instituties.
Trumps persconferentie was het beste bewijs dat we een krachtige en onafhankelijke minister van Justitie nodig hebben die de president weerwoord kan bieden. Maar terwijl Trump op het podium raaskalde, betoogden burgerrechtenactivisten in de Senaat dat zijn beoogde minister van Justitie, Jeff Sessions, een van de belangrijkste rechten in een democratie zou ondermijnen: het kiesrecht. ‘Er zal van hem worden verwacht dat hij het kiesrecht toegankelijker maakt, maar zijn staat van dienst doet het tegendeel vermoeden,’ zei senator Cory Brooker van New Jersey, die als eerste in de geschiedenis tegen een collega-senator getuigde.
Burgerrechtenicoon John Lewis getuigde als een van de laatsten tijdens de twee dagen durende hoorzitting, maar weinigen spraken zich duidelijker uit. ‘Mensen die op de bres staan voor gelijke rechten in onze samenleving vragen zich af of de roep van senator Sessions om orde en gezag vandaag de dag hetzelfde betekent als destijds in Alabama, toen ik politiek actief werd,’ zei hij. ‘Toen werd de wet gebruikt om de mensen- en burgerrechten te schenden van de armen en mensen met een kleur.’ Lewis zei dat hij was komen getuigen namens ‘miljoenen Amerikanen die vrezen dat sommige leiders decennia van vooruitgang ongedaan zullen maken en terug willen naar het duistere verleden, toen de wet werd gebruikt om de door de grondwet beschermde vrijheden te verloochenen’.
In 1965 kwam Lewis bijna om het leven tijdens een mars voor de wet op het algemeen kiesrecht, een wet die door Sessions ‘een inbreuk’ werd genoemd. Een van de mensen die vlak achter Lewis liepen tijdens die ‘Bloody Sunday’, was Albert Turner Jr., die twintig jaar later door Sessions werd vervolgd wegens stemfraude. Terwijl Lewis genadeloos in elkaar werd geslagen door de politie van Alabama, rende Turner voor zijn leven.
‘Hoe aardig senator Sessions ook glimlacht, hoe vriendelijk hij ook is, wat hij ook tegen u zegt, we hebben iemand nodig die opstaat en zich uitspreekt voor mensen die hulp nodig hebben, voor mensen die zijn gediscrimineerd’
Sessions verdedigde zijn behandeling van de stemfraudezaak uit 1985 in Perry County, Alabama om zijn reputatie op het gebied van de burgerrechten op te poetsen. ‘Ik werd ervan beschuldigd dat ik als aanklager in de stemfraudezaak in Perry County het kiesrecht van Afro-Amerikanen schaadde,’ verklaarde hij op 11 januari. ‘De stemfraudezaak was een reactie op Afro-Amerikaanse kandidaten die beweerden dat per brief op hen uitgebrachte stemmen waren gestolen of veranderd ten gunste van hun opponenten. Als aanklager wilde ik de integriteit van de stemprocedure beschermen, niet mensen hun stem ontnemen. Het was een stemrechtzaak.’ Dat was een opmerkelijke uitspraak van Sessions. Het vervolgen van stemrechtactivisten een ‘stemrechtzaak’ noemen is hetzelfde als zeggen dat de rassenscheiding over ‘de hygiëne van drinkfonteintjes’ ging.
Dit zijn de feiten:
Een blanke officier van justitie drong er bij Sessions op aan om de burgerrechtenactivisten te vervolgen – dezelfde officier die in Selma alle zwarte juryleden wegstuurde, onder wie zes vanwege ‘geringe intelligentie’, en vervolgens een geheel blanke jury vroeg een zwarte man ter dood te veroordelen. (Sessions verdedigde de aanklacht in hoger beroep.)
De zwarte kandidaten in Perry County die de achter de aanklacht stonden, werden gesteund door de White Citizens Council, een groepering die segregatie bepleit, en door het plaatselijke blanke establishment, zo meldde Emily Bazelon van The New York Times Magazine.
De burgerrechtenactivisten die door Sessions werden vervolgd, hadden zich eerder tot het ministerie van Justitie gewend met de klacht dat blanke stemmers schriftelijk hun stem uitbrachten. Ze kregen te horen dat zwarte kandidaten dan zelf ook maar per brief moesten stemmen. Toen ze dat deden, stelden het ministerie van Justitie en de FBI een onderzoek tegen hen in. ‘Sessions stelde geen onderzoek in tegen degenen die blanke stemmers hielpen, maar wel tegen degenen die zwarte stemmers hielpen,’ getuigde David Cole, juridisch directeur van de American Civil Liberties Union.
Van de zevenhonderd per brief uitgebrachte stemmen die tijdens de verkiezingen van 1984 werden onderzocht, kon slechts in 27 gevallen worden aangetoond dat ze veranderd waren; getuigen namens de regering, onder wie oudere en vaak ongeletterde zwarte stemmers, verklaarden dat ze Albert Turner om hulp hadden gevraagd bij het invullen van hun stembiljet.
Dit was geen doorsneezaak, maar een uitzonderlijke en historische vorm van machtsmisbruik. Zoals The Washington Post opmerkte, was Sessions de eerste Amerikaanse procureur-generaal die burgerrechtenactivisten vervolgde wegens stemfraude sinds de wet op het algemeen kiesrecht in 1965 was aangenomen. De mensen die hij vervolgde hadden hun strijd voor stemrecht bijna met de dood moeten bekopen. Het proces vond plaats in Selma, op de twintigste verjaardag van de mars van Selma naar Montgomery. De jury sprak de activisten binnen drie uur vrij van alle aanklachten. De zaak in Perry County was een van de belangrijkste redenen waarom Sessions in 1986 niet als federale rechter werd benoemd.
Sessions deed zich voor als Martin Luther King, maar hij had meer weg van een fanatieke voorstander van segregatie. ‘Als hij een voorvechter van de burgerrechten was geweest, zou de hele burgerrechtenbeweging hem dan niet hebben gesteund, in plaats van zich bijna unaniem tegen hem te keren?’ vroeg afgevaardigde Cedric Richmond, voorzitter van de kring van zwarte Congresleden.
Dit alles is van belang omdat er geen bewijs is dat Sessions sindsdien is veranderd. ‘Senator Sessions’ verleden als aanklager van stemfraude is rechtstreeks van invloed op de huidige wetgeving die het sommige mensen moeilijk maakt om te stemmen,’ getuigde Cornell Brooks.
Sessions pleitte ervoor dat ‘onze wetten met harde hand moeten worden uitgevoerd, zodat elke Amerikaan zijn stem kan uitbrengen’, maar hij hield vast aan zijn karakterisering van de wet op het algemeen kiesrecht als een ‘inbreuk’ en zei dat het ‘een goed gevoel gaf’ dat het hooggerechtshof de wet had uitgekleed. Hij zei dat wetten die eisen dat stemmers zich identificeren ‘mij niet discriminatoir lijken’, ook al hebben rechtbanken in North Carolina en Texas dergelijke wetten veroordeeld als een doelbewuste poging om zwarte en Latijns-Amerikaanse stemmers te discrimineren. Toen Sessions werd doorgezaagd over de uitspraken in North Carolina en Texas, zei hij daarmee ‘niet bekend’ te zijn, ook al behoorden ze tot de meest spraakmakende zaken die door Obama’s ministerie van Justitie waren aangespannen.
Nagel aan Lincolns doodskist
Tijdens een van de meest onthullende vraaggesprekken in de twee dagen vroeg senator Al Franken Sessions te reageren op Trumps tweet dat in 2016 ‘miljoenen mensen illegaal hebben gestemd’. ‘Gelooft u dat er tijdens de presidentsverkiezing miljoenen frauduleuze stemmen zijn uitgebracht?’ vroeg Franken.
‘Ik geloof dat er tijdens verkiezingen regelmatig frauduleuze activiteiten plaatsvinden,’ antwoordde Sessions. Dat was een opmerkelijke uitspraak, gezien het feit dat er in 2016 maar vier gevallen van stemfraude zijn geconstateerd op een totaal van 135 miljoen uitgebrachte stemmen. Maar Sessions hanteerde een beproefde Republikeinse strategie, namelijk om een mythe over stemfraude te verspreiden, zodat de stemwetten worden aangescherpt ten nadele van Democratische stemmers en mensen met een kleur.
Tijdens de hoorzitting deelden medewerkers van Trump een artikel uit van Hans Spakovsky, de aanstichter van de stemfraudemythe, getiteld ‘Hoe zwarte Democraten stemmen stalen in Alabama en hoe Jeff Sessions heeft geprobeerd dat te voorkomen’. Toen Sessions zei dat hij ‘de integriteit van het verkiezingsproces wilde waarborgen’, doelde hij op toekomstige maatregelen om dat proces verder in te perken, zoals strengere identificatiewetgeving, het verbieden van vroeg stemmen, inperking van de kiezersregistratie en zuivering van het kiesregister. ‘Dat er volgens u drie miljoen frauduleuze stemmen zijn uitgebracht, gebruikt u als excuus om het stemrecht in te perken,’ reageerde Franken.
Tijdens een toespraak vorig jaar zei Sessions dat hij ‘meer op de voorgrond had moeten treden’ in de burgerrechtenperiode. Toen senator Chris Coons Sessions vroeg wat hij nog meer had kunnen doen en waarom hij wetsvoorstellen om het algemeen kiesrecht te herstellen niet steunde, gaf Sessions geen antwoord. De maatregelen die hij heeft genomen, zoals het uitreiken van de gouden Congresmedaille aan de betogers van Selma, waren zuiver symbolisch.
Ook eiste Sessions de eer op dat hij de Ku Klux Klan had vervolgd wegens het lynchen van een zwarte man in Mobile in 1981, ook al getuigde de eerste zwarte openbare aanklager van Alabama dat er druk op hem was uitgeoefend om ‘de zaak te laten rusten’. Sessions zei dat hij de National Association for the Advancement of Colored People nooit ‘on-Amerikaans’ had genoemd, al verklaarden talrijke getuigen in 1986 van wel. Na herhaalde vragen van Franken gaf Sessions toe dat hij niet aan ‘twintig tot dertig’ desegregatiezaken had gewerkt, zoals hij aanvankelijk had beweerd, iets wat bestreden werd door voormalige juristen van Justitie, en dat hij een van de advocaten die een belangrijke zaak behandelden waarover hij naar eigen zeggen de leiding had, niet eens kende.
Sessions wordt waarschijnlijk wel benoemd omdat hij goed ligt bij zijn collega’s. Maar de senatoren moeten naar zijn staat van dienst kijken, niet naar zijn persoonlijkheid, aldus Lewis. ‘Hoe aardig senator Sessions ook glimlacht, hoe vriendelijk hij ook is, wat hij ook tegen u zegt, we hebben iemand nodig die opstaat en zich uitspreekt voor mensen die hulp nodig hebben, voor mensen die zijn gediscrimineerd.’
Er zijn heel wat eerdere ministers van Justitie geweest die vijandig stonden tegenover het algemeen kiesrecht. De ministeries van Nixon en Reagan drukten er wetgeving door om het algemeen kiesrecht uit te hollen. John Ashcroft maakte van het opsporen van stemfraude een persoonlijke kruistocht, en de regering-Bush ontsloeg procureurs die geen verzonnen fraudeurs wensten te vervolgen. Maar deze pogingen waren grotendeels onsuccesvol: een tweepartijencoalitie in het Congres versterkte de kiesrechtbescherming onder Nixon en Reagan en bekrachtigde onder Bush opnieuw de wet op het algemeen kiesrecht. De wet was zo populair dat hij in 2006 met 98 tegen 0 stemmen door de Senaat werd aangenomen, en ook Sessions stemde voor.
Maar die coalitie is ten onder gegaan, omdat Republikeinen overal in het land hebben besloten het stemmen te bemoeilijken. Sessions zal uitzonderlijk gevaarlijk zijn vanwege zijn eigen extreme standpunten, omdat het Congres hem niets in de weg zal leggen, omdat zijn baas weinig op heeft met democratie en omdat de Republikeinse Partij die hij vertegenwoordigt nu volstrekt aan de verkeerde kant staat wat de burgerrechten betreft. De partij van Lincoln is al een hele tijd dood, maar wanneer Sessions als minister van Justitie wordt benoemd, zal dat de laatste nagel aan zijn doodskist zijn.
Auteur: Gary Younge
Vertaler: Peter Bergsma
The Nation
Thailand | dagblad | oplage 50.000
Deze onafhankelijke Engelstalige krant heeft in november 1998 een Aziatische editie op de markt gebracht. Opgericht door Thaise journalisten.


