Tag: lincoln

  • We kunnen Trump er best onder krijgen

    We kunnen Trump er best onder krijgen

    Het presidentschap van Donald Trump is niet onoverkomelijk, schrijft journalist Gary Younge. Trumps overwinning illustreert de zwakte van de Republikeinse leiders, niet hun kracht. En ondanks zijn opschepperij blijft de nieuwe president kwetsbaar.

    Kort voor het eind van het jaar werd de komende president gevraagd te reageren op een Republikeinse partijgenoot die aandrong op sancties tegen Rusland, vanwege de vermeende deelname van dat land aan het hacken tijdens de verkiezingen. Hij zei: ‘Ik denk dat computers het leven erg ingewikkeld hebben gemaakt. Het hele, hoe heet het, computertijdperk is op een punt gekomen dat niemand meer weet wat er gebeurt. We hebben snelheid en we hebben een heleboel andere dingen, maar ik ben er niet zeker van of we het soort veiligheid hebben dat je nodig hebt. Maar ik heb niet met de senatoren gesproken en dat zal ik over een tijdje zeker doen.’

    Het wordt een lange paar jaar, dus laten we ons maar schrap zetten. Donald Trump is een hansworst. Hij is een racist. Hij is een vrouwenhater. Hij is een schurk met lange tenen en een charlatan. Hij is een ordinair burgermannetje en een xenofoob. Hij is een leugenaar en een plutocraat. Dat is allemaal waar; maar daar gaat het niet om. Wie zich daarop concentreert, bouwt een gloeiend hete oven van zelfingenomen woede waar je hoogstwaarschijnlijk aan onderdoor gaat. Het kan een inspiratiebron zijn voor geweldige sketches en memes, en een gevoel van wanhoop en wrok voeden dat je in een badje van zelfgenoegzaamheid kunt marineren. Linkse lieden die boos willen zijn, zullen hun lol op kunnen. Maar wie die woede in effectief verzet wil omzetten, wordt met een zwaardere uitdaging geconfronteerd.

    Niet de eerste

    Het wemelt op de wereld van pathologische types als Donald Trump die zichzelf en hun omgeving het leven zuur maken. Trump is niet de uitvinder van racisme, stompzinnigheid, islamofobie of nationalisme. Hij is niet de eerste die het Witte Huis met discriminerende bedoelingen betrekt. Het presidentschap is geen meritocratie – er hebben al veel te veel domme blanke mannen in dat kantoor gezeten om serieus te kunnen geloven dat het alleen wordt bezet door degenen die het meest geschikt zijn om een land te leiden.

    Evenmin zal Trump een autoritair regime hoeven op te bouwen dat de mensenrechten met voeten treedt; hij treft een bouwwerk aan dat volledig intact is, opgetrokken door voorgangers van beide partijen. De werkelijkheid is al erg genoeg; we hoeven de gruwelen ervan niet met mythes te versterken. Zo iemand als hij hebben we nog nooit gezien, maar hij komt niet vanuit het niets.

    Trump is gevaarlijk. Zijn campagne heeft allerlei bekrompen soortgenoten aangemoedigd; ze vond niet alleen weerklank in de VS, maar ook in de rest van de wereld, waar uiterst rechts, van Frankrijk tot Finland, het grootste electorale profijt heeft getrokken uit de financiële crisis. Trumps campagne lapte electorale normen aan haar laars ten gunste van gewelddadigheid en racistische ophitsing. Als zodanig was zijn kandidatuur niet alleen een bedreiging voor de democratie, maar ook, op veel langere termijn, het product van een democratie die al in een crisis verkeerde. De reden dat Trump van belang is, is niet omdat hij een afschuwelijke figuur is. Het probleem met Trump is niet dat hij stompzinnig is. Het probleem is dat hij heeft gewonnen, dat hij deze eigenschappen aan het land heeft getoond en er zelfs openlijk en schaamteloos mee heeft gepronkt, en als overwinnaar uit de bus is gekomen.

    Dit laatste punt wordt gemakkelijk overschat. Hij heeft niet de meeste stemmen gekregen. Dankzij een van de laagste opkomsten in twintig jaar heeft Trump een kleiner percentage van de stemmen binnengehaald dan John Kerry, John McCain, Mitt Romney en Gerald Ford toen zij naar het presidentschap dongen – en zij hebben allemaal verloren. Hij heeft hetzelfde deel van de blanke stemmen gekregen als Romney in 2012 en Bush in 2004, en maar net iets meer dan McCain in 2008. Dit was geen stormloop van leden van uiterst rechts; ze liepen gewoon door een open deur die op een kier werd gehouden door de ambivalentie van velen en de arrogantie van een enkeling.

    Maar het valt niet te ontkennen. ‘Verkiezingen hebben gevolgen,’ waarschuwde Barack Obama de Republikeinen, kort nadat hij in 2008 aan de macht was gekomen. En omdat Trump heeft gewonnen, heeft hij nu de macht – het soort macht dat levens kan beëindigen en de planeet kan vernietigen. De ooit naar pussy grijpende handen hebben nu toegang tot de codes. Zijn persoonlijkheid stuit tegen de borst; maar zijn macht is pas echt eng.

    Een vergelijking van het aantal bezoekers van de inauguraties van Trump (rechts) en Obama. Still uit een filmpje van CNN.
    Een vergelijking van het aantal bezoekers van de inauguraties van Trump (rechts) en Obama. Still uit een filmpje van CNN.

    Hoewel rechts in de kaart is gespeeld, is het niet in opkomst. Trumps overwinning illustreert de zwakte van de Republikeinse leiders, niet hun kracht. Ze wilden iemand anders en nu kunnen ze hem niet meer in toom houden. Hij bespot en treitert hen openlijk. Ondanks zijn opschepperij blijft hij kwetsbaar. Zijn agenda is niet onaantastbaarder dan zijn overwinning onbegrijpelijk was.

    Maar Trumps presidentschap is niet onoverkomelijk. Als links hem de komende jaren effectief wil uitdagen, zal men lessen moeten trekken uit de nederlaag. De Democratische machine moet niet worden bijgesteld, maar compleet worden gereviseerd. Veel te lang is ze te arrogant, zelfgenoegzaam of minachtend geweest (en soms alle drie tegelijk) om met een beter argument te komen dan ‘wij zijn tenminste niet zoals zij’.

    De reden dat Trump aan de macht heeft kunnen komen is niet omdat hij betere ideeën had, of betere argumenten, of een grotere organisatie, of omdat hij meer geld heeft uitgegeven. De reden dat hij kon winnen was dat degenen die oppositie tegen hem moesten voeren geen hoop boden maar vasthielden aan de status quo, in een land waar het verschil tussen arm en rijk en zwart en blank toeneemt. Hij won omdat zijn opponenten in hun eigen pr geloofden. Overmoed deed hen naar Arizona gaan, terwijl nederigheid hen in Pennsylvania had moeten laten blijven. Hij won omdat, na een periode van economische crisis, de multimiljonair en zakenman die het ‘Je bent ontslagen’ in de mond bestorven ligt minder op een vertegenwoordiger van de gevestigde orde leek dan zijn liberale tegenstander, die beweerde dat ze voor de belangen van de armen opkwam. Als hij stompzinnig is, wat zijn wij dan?

    Donald Trumps onsamenhangende en krankzinnige persconferentie op 11 januari versterkt het idee dat de nieuwe president de grootste bedreiging voor de democratie is die we ooit hebben gekend. Hij heeft weinig op met de grondwet, de rechtstaat of de belangrijkste democratische instituties.

    Trumps persconferentie was het beste bewijs dat we een krachtige en onafhankelijke minister van Justitie nodig hebben die de president weerwoord kan bieden. Maar terwijl Trump op het podium raaskalde, betoogden burgerrechtenactivisten in de Senaat dat zijn beoogde minister van Justitie, Jeff Sessions, een van de belangrijkste rechten in een democratie zou ondermijnen: het kiesrecht. ‘Er zal van hem worden verwacht dat hij het kiesrecht toegankelijker maakt, maar zijn staat van dienst doet het tegendeel vermoeden,’ zei senator Cory Brooker van New Jersey, die als eerste in de geschiedenis tegen een collega-senator getuigde.

    Burgerrechtenicoon John Lewis getuigde als een van de laatsten tijdens de twee dagen durende hoorzitting, maar weinigen spraken zich duidelijker uit. ‘Mensen die op de bres staan voor gelijke rechten in onze samenleving vragen zich af of de roep van senator Sessions om orde en gezag vandaag de dag hetzelfde betekent als destijds in Alabama, toen ik politiek actief werd,’ zei hij. ‘Toen werd de wet gebruikt om de mensen- en burgerrechten te schenden van de armen en mensen met een kleur.’ Lewis zei dat hij was komen getuigen namens ‘miljoenen Amerikanen die vrezen dat sommige leiders decennia van vooruitgang ongedaan zullen maken en terug willen naar het duistere verleden, toen de wet werd gebruikt om de door de grondwet beschermde vrijheden te verloochenen’.

    In 1965 kwam Lewis bijna om het leven tijdens een mars voor de wet op het algemeen kiesrecht, een wet die door Sessions ‘een inbreuk’ werd genoemd. Een van de mensen die vlak achter Lewis liepen tijdens die ‘Bloody Sunday’, was Albert Turner Jr., die twintig jaar later door Sessions werd vervolgd wegens stemfraude. Terwijl Lewis genadeloos in elkaar werd geslagen door de politie van Alabama, rende Turner voor zijn leven.

    ‘Hoe aardig senator Sessions ook glimlacht, hoe vriendelijk hij ook is, wat hij ook tegen u zegt, we hebben iemand nodig die opstaat en zich uitspreekt voor mensen die hulp nodig hebben, voor mensen die zijn gediscrimineerd’

    Sessions verdedigde zijn behandeling van de stemfraudezaak uit 1985 in Perry County, Alabama om zijn reputatie op het gebied van de burgerrechten op te poetsen. ‘Ik werd ervan beschuldigd dat ik als aanklager in de stemfraudezaak in Perry County het kiesrecht van Afro-Amerikanen schaadde,’ verklaarde hij op 11 januari. ‘De stemfraudezaak was een reactie op Afro-Amerikaanse kandidaten die beweerden dat per brief op hen uitgebrachte stemmen waren gestolen of veranderd ten gunste van hun opponenten. Als aanklager wilde ik de integriteit van de stemprocedure beschermen, niet mensen hun stem ontnemen. Het was een stemrechtzaak.’ Dat was een opmerkelijke uitspraak van Sessions. Het vervolgen van stemrechtactivisten een ‘stemrechtzaak’ noemen is hetzelfde als zeggen dat de rassenscheiding over ‘de hygiëne van drinkfonteintjes’ ging.

    Dit zijn de feiten:

    Een blanke officier van justitie drong er bij Sessions op aan om de burgerrechtenactivisten te vervolgen – dezelfde officier die in Selma alle zwarte juryleden wegstuurde, onder wie zes vanwege ‘geringe intelligentie’, en vervolgens een geheel blanke jury vroeg een zwarte man ter dood te veroordelen. (Sessions verdedigde de aanklacht in hoger beroep.)

    De zwarte kandidaten in Perry County die de achter de aanklacht stonden, werden gesteund door de White Citizens Council, een groepering die segregatie bepleit, en door het plaatselijke blanke establishment, zo meldde Emily Bazelon van The New York Times Magazine.

    De burgerrechtenactivisten die door Sessions werden vervolgd, hadden zich eerder tot het ministerie van Justitie gewend met de klacht dat blanke stemmers schriftelijk hun stem uitbrachten. Ze kregen te horen dat zwarte kandidaten dan zelf ook maar per brief moesten stemmen. Toen ze dat deden, stelden het ministerie van Justitie en de FBI een onderzoek tegen hen in. ‘Sessions stelde geen onderzoek in tegen degenen die blanke stemmers hielpen, maar wel tegen degenen die zwarte stemmers hielpen,’ getuigde David Cole, juridisch directeur van de American Civil Liberties Union.

    Van de zevenhonderd per brief uitgebrachte stemmen die tijdens de verkiezingen van 1984 werden onderzocht, kon slechts in 27 gevallen worden aangetoond dat ze veranderd waren; getuigen namens de regering, onder wie oudere en vaak ongeletterde zwarte stemmers, verklaarden dat ze Albert Turner om hulp hadden gevraagd bij het invullen van hun stembiljet.


    Dit was geen doorsneezaak, maar een uitzonderlijke en historische vorm van machtsmisbruik. Zoals The Washington Post opmerkte, was Sessions de eerste Amerikaanse procureur-generaal die burgerrechtenactivisten vervolgde wegens stemfraude sinds de wet op het algemeen kiesrecht in 1965 was aangenomen. De mensen die hij vervolgde hadden hun strijd voor stemrecht bijna met de dood moeten bekopen. Het proces vond plaats in Selma, op de twintigste verjaardag van de mars van Selma naar Montgomery. De jury sprak de activisten binnen drie uur vrij van alle aanklachten. De zaak in Perry County was een van de belangrijkste redenen waarom Sessions in 1986 niet als federale rechter werd benoemd.

    Sessions deed zich voor als Martin Luther King, maar hij had meer weg van een fanatieke voorstander van segregatie. ‘Als hij een voorvechter van de burgerrechten was geweest, zou de hele burgerrechtenbeweging hem dan niet hebben gesteund, in plaats van zich bijna unaniem tegen hem te keren?’ vroeg afgevaardigde Cedric Richmond, voorzitter van de kring van zwarte Congresleden.

    Dit alles is van belang omdat er geen bewijs is dat Sessions sindsdien is veranderd. ‘Senator Sessions’ verleden als aanklager van stemfraude is rechtstreeks van invloed op de huidige wetgeving die het sommige mensen moeilijk maakt om te stemmen,’ getuigde Cornell Brooks.

    Sessions pleitte ervoor dat ‘onze wetten met harde hand moeten worden uitgevoerd, zodat elke Amerikaan zijn stem kan uitbrengen’, maar hij hield vast aan zijn karakterisering van de wet op het algemeen kiesrecht als een ‘inbreuk’ en zei dat het ‘een goed gevoel gaf’ dat het hooggerechtshof de wet had uitgekleed. Hij zei dat wetten die eisen dat stemmers zich identificeren ‘mij niet discriminatoir lijken’, ook al hebben rechtbanken in North Carolina en Texas dergelijke wetten veroordeeld als een doelbewuste poging om zwarte en Latijns-Amerikaanse stemmers te discrimineren. Toen Sessions werd doorgezaagd over de uitspraken in North Carolina en Texas, zei hij daarmee ‘niet bekend’ te zijn, ook al behoorden ze tot de meest spraakmakende zaken die door Obama’s ministerie van Justitie waren aangespannen.

    Nagel aan Lincolns doodskist

    Tijdens een van de meest onthullende vraaggesprekken in de twee dagen vroeg senator Al Franken Sessions te reageren op Trumps tweet dat in 2016 ‘miljoenen mensen illegaal hebben gestemd’. ‘Gelooft u dat er tijdens de presidentsverkiezing miljoenen frauduleuze stemmen zijn uitgebracht?’ vroeg Franken.

    ‘Ik geloof dat er tijdens verkiezingen regelmatig frauduleuze activiteiten plaatsvinden,’ antwoordde Sessions. Dat was een opmerkelijke uitspraak, gezien het feit dat er in 2016 maar vier gevallen van stemfraude zijn geconstateerd op een totaal van 135 miljoen uitgebrachte stemmen. Maar Sessions hanteerde een beproefde Republikeinse strategie, namelijk om een mythe over stemfraude te verspreiden, zodat de stemwetten worden aangescherpt ten nadele van Democratische stemmers en mensen met een kleur.

    Tijdens de hoorzitting deelden medewerkers van Trump een artikel uit van Hans Spakovsky, de aanstichter van de stemfraudemythe, getiteld ‘Hoe zwarte Democraten stemmen stalen in Alabama en hoe Jeff Sessions heeft geprobeerd dat te voorkomen’. Toen Sessions zei dat hij ‘de integriteit van het verkiezingsproces wilde waarborgen’, doelde hij op toekomstige maatregelen om dat proces verder in te perken, zoals strengere identificatiewetgeving, het verbieden van vroeg stemmen, inperking van de kiezersregistratie en zuivering van het kiesregister. ‘Dat er volgens u drie miljoen frauduleuze stemmen zijn uitgebracht, gebruikt u als excuus om het stemrecht in te perken,’ reageerde Franken.

    Tijdens een toespraak vorig jaar zei Sessions dat hij ‘meer op de voorgrond had moeten treden’ in de burgerrechtenperiode. Toen senator Chris Coons Sessions vroeg wat hij nog meer had kunnen doen en waarom hij wetsvoorstellen om het algemeen kiesrecht te herstellen niet steunde, gaf Sessions geen antwoord. De maatregelen die hij heeft genomen, zoals het uitreiken van de gouden Congresmedaille aan de betogers van Selma, waren zuiver symbolisch.

    Ook eiste Sessions de eer op dat hij de Ku Klux Klan had vervolgd wegens het lynchen van een zwarte man in Mobile in 1981, ook al getuigde de eerste zwarte openbare aanklager van Alabama dat er druk op hem was uitgeoefend om ‘de zaak te laten rusten’. Sessions zei dat hij de National Association for the Advancement of Colored People nooit ‘on-Amerikaans’ had genoemd, al verklaarden talrijke getuigen in 1986 van wel. Na herhaalde vragen van Franken gaf Sessions toe dat hij niet aan ‘twintig tot dertig’ desegregatiezaken had gewerkt, zoals hij aanvankelijk had beweerd, iets wat bestreden werd door voormalige juristen van Justitie, en dat hij een van de advocaten die een belangrijke zaak behandelden waarover hij naar eigen zeggen de leiding had, niet eens kende.

    Sessions wordt waarschijnlijk wel benoemd omdat hij goed ligt bij zijn collega’s. Maar de senatoren moeten naar zijn staat van dienst kijken, niet naar zijn persoonlijkheid, aldus Lewis. ‘Hoe aardig senator Sessions ook glimlacht, hoe vriendelijk hij ook is, wat hij ook tegen u zegt, we hebben iemand nodig die opstaat en zich uitspreekt voor mensen die hulp nodig hebben, voor mensen die zijn gediscrimineerd.’

    Er zijn heel wat eerdere ministers van Justitie geweest die vijandig stonden tegenover het algemeen kiesrecht. De ministeries van Nixon en Reagan drukten er wetgeving door om het algemeen kiesrecht uit te hollen. John Ashcroft maakte van het opsporen van stemfraude een persoonlijke kruistocht, en de regering-Bush ontsloeg procureurs die geen verzonnen fraudeurs wensten te vervolgen. Maar deze pogingen waren grotendeels onsuccesvol: een tweepartijencoalitie in het Congres versterkte de kiesrechtbescherming onder Nixon en Reagan en bekrachtigde onder Bush opnieuw de wet op het algemeen kiesrecht. De wet was zo populair dat hij in 2006 met 98 tegen 0 stemmen door de Senaat werd aangenomen, en ook Sessions stemde voor.

    Maar die coalitie is ten onder gegaan, omdat Republikeinen overal in het land hebben besloten het stemmen te bemoeilijken. Sessions zal uitzonderlijk gevaarlijk zijn vanwege zijn eigen extreme standpunten, omdat het Congres hem niets in de weg zal leggen, omdat zijn baas weinig op heeft met democratie en omdat de Republikeinse Partij die hij vertegenwoordigt nu volstrekt aan de verkeerde kant staat wat de burgerrechten betreft. De partij van Lincoln is al een hele tijd dood, maar wanneer Sessions als minister van Justitie wordt benoemd, zal dat de laatste nagel aan zijn doodskist zijn.

    Auteur: Gary Younge
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Nation
    Thailand | dagblad | oplage 50.000

    Deze onafhankelijke Engelstalige krant heeft in november 1998 een Aziatische editie op de markt gebracht. Opgericht door Thaise journalisten.

  • 2. Man van de rede

    2. Man van de rede

    Geen enkele Amerikaanse president stak meer werk in zijn speeches dan Barack Obama. Zijn toespraken waren prachtig geschreven en zorgvuldig samengesteld en werden theatraal uitgesproken. Maar welke zal de geschiedenis ingaan als de allerbeste?

    Weinig politieke carrières en presidentschappen zijn zo sterk bepaald door toespraken als die van Barack Obama. Dankzij zijn redevoering voor de Democratische Conventie in 2004 kreeg hij bekendheid in het hele land. In 2008 redde hij met zijn speech over ras zijn haperende presidentscampagne. Obama’s grootste en belangrijkste momenten als president waren vaak toespraken – zijn onbeantwoorde oproep in Caïro aan de islamitische wereld, zijn redevoering in Oslo bij de aanvaarding van de Nobelprijs voor de Vrede, over de sombere noodzaak van oorlog, en zijn grafrede voor negen vermoorde kerkgangers in Charleston.

    De beste Obama-speeches zijn prachtig geschreven en zorgvuldig samengesteld en worden theatraal uitgesproken. Het zijn verhalen over onze angsten, fouten, tekortkomingen en successen. ‘Geen enkele andere president heeft zo veel werk in zijn toespraken gestoken,’ zegt historicus Douglas Brinkley, die is gespecialiseerd in het presidentschap. ‘Hij gebruikt pen en papier om zijn gedachten te ordenen.’

    In slechts 272 woorden herdefinieerde Abraham Lincoln in Gettysburg de idealen van het land. John F. Kennedy zal altijd herinnerd worden om zijn inaugurele rede: ‘Vraag niet wat het land voor u kan doen, vraag wat u voor het land kunt doen.’ Die uitdaging is des te indringender door het offer dat hij zelf bracht. Ronald Reagan leek de loop van de geschiedenis te veranderen toen hij bij de Brandenburger Tor in Berlijn rechtstreeks tot de leider van de Sovjet-Unie sprak: ‘Mr. Gorbatsjov, haal deze muur neer!’

    Dus als kinderen over tientallen jaren op school nog een toespraak van Obama lezen, welke zal dat dan zijn?

    ‘Hij schept een beeld van hoe het zou kunnen zijn, maar helaas is het een sprookje’

    Om op die vraag een antwoord te krijgen, heb ik Republikeinen, Democraten en enkele zeer loyale medewerkers van de president geïnterviewd. Ik ben op zoek gegaan naar diens eigen voorkeuren. Welke speech zou Obama zelf kiezen? Het is onmogelijk om in de toekomst te kijken, en onder degenen die ik heb gesproken was meer discussie dan overeenstemming.

    Bij de presidentiële staf in Obama’s West Wing wordt algemeen aangenomen dat zijn toespraak voor de Conventie in 2004 de speech is die zal voortleven. Op het moment dat Obama deze rede hield, dong hij naar een zetel in de Senaat, maar hij was nauwelijks bekend en had een naam – Barack Hussein Obama – die associaties opriep met de vijanden van het land. Hij gebruikte zijn eigen biografie als bewijs van de uitzonderlijke aard van Amerika: hij stamde af van een Keniaanse kok, een man uit Kansas die nog in het leger van Patton had gevochten en ouders die geloofden dat ‘in een tolerant Amerika je naam geen belemmering is voor succes’ en dat je ‘in een ruimhartig Amerika niet rijk hoeft te zijn om jezelf te ontplooien’. Belangrijker nog: Obama verwierp politieke polarisatie als een giftig bijproduct van een disfunctioneel Washington: ‘Er is niet een liberaal Amerika en een conservatief Amerika; er zijn de Verenigde Staten van Amerika. Er is niet een zwart Amerika, een blank Amerika, een latino Amerika en een Aziatisch Amerika; er zijn de Verenigde Staten van Amerika.’

    Die speech op de conventie, die Obama zelf, zonder speechschrijver, had geschreven, ging later in zijn Witte Huis fungeren als een soort oertekst. Telkens als de presidentiële speechschrijvers moeite hadden een toespraak op te stellen, raadde Obama’s adviseur en vriend David Axelrod ze aan om de rede van 2004 nog eens te lezen. ‘Obama’s liefdesbrief aan Amerika’, noemde Axelrod hem. Jon Favreau, de belangrijkste speechschrijver van de president in diens eerste termijn, had een van de beroemdste zinnen uit die speech aan de muur van zijn appartement in Los Angeles gehangen: ‘In geen enkel ander land op aarde zou mijn verhaal mogelijk zijn.’


    Toch heeft die toespraak ook zwakke kanten. De middelste delen zijn nogal gezwollen, vol Democratische clichés en een eerbetoon aan John Kerry, die toen de weinig inspirerende Democratische kandidaat voor het presidentschap was. En ook dan al is de tekst een tikje treurigmakend. ‘Hij schept een beeld van hoe het zou kunnen zijn, maar helaas is het een sprookje,’ zegt Jeff Shesol, die ten tijde van Bill Clinton als speechschrijver in het Witte Huis werkte. ‘Obama’s hele presidentschap is in tegenspraak met die redevoering.’ In zijn laatste State of the Union nam Obama zelfs enigszins afstand van de meest optimistische stukken in die ‘oerspeech’: ‘Een van de weinig dingen uit mijn presidentschap die ik betreur, is dat de verbittering en het wantrouwen tussen de partijen groter zijn geworden in plaats van kleiner.’

    Als er iets echt dramatisch aan de hand is, kan een toespraak extra lang blijven hangen. Obama’s toespraak over ras in 2008, die werd geschreven nadat er een video was opgedoken waarin zijn vroegere geestelijk raadsman Amerika vervloekte, vertegenwoordigt zo’n moment. Obama vocht voor zijn politieke leven en hield een persoonlijke toespraak zoals de meeste Amerikanen er nog nooit een hadden gehoord.

    Met zijn gemengde afkomst kon Obama zich vrijelijk tot zowel zwarte als blanke Amerikanen richten. Hij riep blanken op begrip te hebben voor pastor Jeremiah Wright, die als marinier had gediend en opgegroeid was in de tijd van de segregatie. En hij maande zwarten om te denken aan zijn blanke grootmoeder, die bang was voor zwarte mannen op straat en soms zulke racistische dingen zei dat hij ervan ineenkromp. ‘Deze mensen zijn deel van mij,’ zei Obama, ‘en ze zijn deel van Amerika, het land waarvan ik houd.’

    In de hectische laatste maanden van Obama’s presidentschap, getekend door woedende protesten, aanslagen op politiemensen en verhitte politieke retoriek, blijft de speech uit 2008 nog steeds overeind.

    Geestelijk leider

    Veel historici zoeken ‘de’ toespraak – die ene die voortleeft – onder de redes die Obama hield na de massa-schietpartijen en terroristische aanslagen die in de loop van zijn presidentschap met een dodelijke regelmaat plaatsvonden. ‘Obama legt zijn hele ziel en zaligheid in die toespraken,’ vertelt Brinkley.

    Elke president neemt op een bepaald moment de rol van geestelijk leider op zich. Reagan deed dat met een eenvoudige, maar ontroerende toespraak waarin hij schoolkinderen en volwassenen troostte na de ontploffing van de Space Shuttle Challenger. Bill Clinton sprak prachtig na de bomaanslag in Oklahoma City. Maar geen enkele president heeft deze rol zo gespeeld als Obama, die het telkens weer opnieuw deed – in Tuscon, in Newtown, in Dallas.

    Volgens Brinkley zouden toekomstige generaties uit een bloemlezing van Obama’s herdenkingsredes veel kunnen opmaken over het Amerika van nu. Een van de opvallendste daarvan is de redevoering die de president hield in Charleston, na de moord op negen parochieleden in de methodistische Emanuelkerk. Die is vooral bijzonder door de meeslepende manier waarop hij over Gods genade spreekt en door de verrassing van een president die een christelijk lied zingt.

    Obama maakte van de moorden in Charleston een door God geïnspireerd keerpunt. In de dagen na de moordpartij stemde een grote meerderheid van het parlement in South Carolina voor het verwijderen van de Confederale vlag van het parlementsgebouw. Het land, zo zei Obama, had op de wrede moorden gereageerd met ‘een grootmoedigheid, een bedachtzaamheid en zelfonderzoek die we in het openbare leven zelden zien’.

    Hij riep het land op om in die geest verder te gaan en de wapenwetten te hervormen, de armoede aan te pakken en het strafrecht te hervormen. Maar al die pogingen liepen op niets uit. De moorden in Charleston – hoe choquerend en tragisch ook – verdwenen al snel uit de herinnering, net als de moorden die daarvoor hadden plaatsgevonden en de moorden die nog zouden volgen.

    Net als Lincoln herschreef Obama de Amerikaanse geschiedenis, door rebellen, kunstenaars en immigranten in het hart van dat verhaal te plaatsen

    De beroemdste presidentiële toespraak – de norm waartegen alle andere Witte Huis-toespraken worden afgezet – is de Gettysburg Address. Op de gewijde grond waar zich een van de bloedigste veldslagen uit de Burgeroorlog had afgespeeld, probeerde Abraham Lincoln met die speech alle Amerikanen – Noorderlingen en Zuiderlingen – te verenigen onder één gemeenschappelijke visie. De toespraak gaat niet in op details, noemt geen namen van de doden en vertelt niet over het verloop van deze verwoestende slag. Het onderwerp slavernij wordt geheel buiten beschouwing gelaten. Lincoln gebruikt zijn speech om de Amerikaanse geschiedenis opnieuw vorm te geven, door gelijkheid te verheffen boven vrijheid als het belangrijkste ideaal van het land.

    Met de speech die hij vorig jaar hield ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het bloedig neerslaan van de protestmars in Selma, Alabama, haalde Obama eenzelfde kunststuk uit. Hij sprak op de gewijde grond van Selma en vergeleek de gebeurtenissen op de Edmund Pettus-brug met die in Gettysburg. Net als Lincoln herschreef Obama de Amerikaanse geschiedenis, door rebellen, demonstratieleiders, outcasts, kunstenaars en immigranten in het hart van dat verhaal te plaatsen. ‘Kijk naar onze geschiedenis,’ verzocht hij dringend. In zijn opsomming van Amerikaanse helden noemde hij de ‘Lost Boys of Sudan’, ‘de mensen die vol hoop de Rio Grande oversteken’, ‘de slaven die het Witte Huis hebben gebouwd’ en ‘de homoseksuele Amerikanen van wie het bloed is gevloeid op de straten van San Francisco en New York’. De stichters van Amerika en de ‘jonge soldaten’ van de Tweede Wereldoorlog werden slechts in het voorbijgaan genoemd. Voor het eerst waren ze naar de zijlijn verwezen.

    De speech in Selma, die vijf keer werd herschreven, was de meest ambitieuze en radicale toespraak van Obama’s presidentschap. Hij beschreef een Amerika dat voortdurend in verandering is en chronisch ontevreden, dat eeuwig blijft streven naar de idealen die de oprichters van de natie voor ogen stonden. ‘Wat is een grotere uiting van geloof in het Amerikaanse experiment dan dit?’ zei Obama in Selma. ‘Welke grotere vorm van vaderlandsliefde is er dan het geloof dat Amerika nog niet af is, dat we sterk genoeg zijn om kritisch tegenover onszelf te zijn, dat elke nieuwe generatie onze onvolmaaktheden onder ogen kan zien en besluiten dat we in staat zijn dit land nog verder te hervormen en zo nog dichter bij onze hoogste idealen te brengen?’

    Zelfs in deze weerbarstige tijden blijft de speech in Selma bewondering oogsten, zowel onder Republikeinen als onder Democraten. ‘Dit is het soort toespraak dat elk kind op school zou moeten lezen,’ zegt Michael Gerson, de belangrijkste speechschrijver van president George W. Bush en nu columnist bij The Washington Post. Volgens medewerkers is de speech in Selma ook Obama’s favoriete toespraak, omdat die het helderst zijn kijk op de buitengewoonheid van Amerika verwoordt.

    Genie

    Maar het ware genie van de Selma-speech is dat hij de Amerikaanse toekomst aanspreekt. Volgens cijfers van het Amerikaanse bureau voor de statistiek zal de blanke bevolking van de VS in 2044 niet langer een meerderheid vormen. Deze verschuiving heeft onrust gebracht onder blanken en waarschijnlijk een impuls gegeven aan de presidentscampagne van Donald Trump. Het is deels de oorzaak van het verzet tegen Obama’s presidentschap en de vraagtekens die worden geplaatst bij zijn staatsburgerschap, zijn vaderlandsliefde en zijn geloof.

    Maar op een dag zal deze demografische verschuiving gezien worden als een onvermijdelijk deel van het Amerikaanse verhaal. ‘Selma’ is de eerste, grootse, presidentiële speech die zich richt tot dat Amerika, en alleen onze eerste zwarte president had hem kunnen houden.

    Selma, dat is de toespraak die blijft.

    Auteur: Greg Jaffe

    Beeld bovenaan: Obama neemt zijn applaus in ontvangst tijdens zijn State of the Union in 2014.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.