360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken,films en exposities die naar Nederland of België komen.
KUNST – Raymond Pettibon punkt voort
Recalcitrante kunst die iedereen goed vindt
Raymond Pettibon is een pseudoniem – geen nom de plume maar een nom de punk, in de woorden van Bomb Magazine. De ware naam van Pettibon is Ginn, Raymond is de broer van Greg Ginn, oprichter en gitarist van de legendarische punkband Black Flag. Kortstondig was Raymond bassist van die band, maar zijn bijdrage aan Black Flag en de punk is vooral visueel gebleken. Al snel liet hij de bas staan om alleen nog maar de pen vast te houden. Wat begon met logo’s en flyers voor de band, en later beroemde albumhoezen voor onder andere Sonic Youth, is uitgegroeid tot een eigenstandig oeuvre vol humor en grimmigheid, nu te zien in een groot retrospectief in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Punk, het woord dat altijd valt als het over Pettibon gaat, was eigenlijk maar een aanleiding. In The Guardian beklaagt de kunstenaar zich over het anti-intellectualistische dogma van de punk. ‘Nieuwsgierigheid was slecht, humor was slecht, ik bedoel: Sid Vicious was de belangrijkste intellectuele kracht van de punk.’
Pettibon heeft een onstilbare intellectuele honger, die terug te zien is in zijn werk. Hij combineert
het verhaal van sekteleider Charles Manson met poëzie van William Blake, verwerkt citaten van James Joyce in zijn tekeningen en legt tussendoor op Twitter uit waarom Donald Trump niet de
antichrist kan zijn. (‘Niet charmant genoeg’.)
De New Yorker noemt hem ‘raadselachtig’ maar ook ‘fabelachtig erudiet’. Het retrospectief onder
de titel A Pen of All Work was eerder te zien in het New Museum in New York. ‘Deze show bezoeken voelt als verdwalen in een onbekende maar op een rare manier ook vertrouwde stad, waar losgezongen stemmen in allerlei klanken schreeuwen,
fluisteren of sputteren, en je blijft twijfelen of je
de humor en de wijsheid ervan wel goed hebt
verstaan.’
“Een scherpe ziener van de duistere hoeken in deze wereld, wiens woede altijd paraat is”
Voor de minder erudiete bezoeker legt de New Yorker uit dat de titel A Pen of All Work een citaat is uit Byrons ‘The Vision of Judgement’, waarin een matige dichter aan de satan voorstelt om als diens ghostwriter op te treden, en als de Boze dat afwijst hetzelfde voorstel doet aan de aartsengel Michaël. ‘Een manier van doen die Pettibon op het lijf geschreven staat.’
‘Deze tentoonstelling is als een rondgang door de psyche van de kunstenaar’, schrijft Financial Times. ‘De grote aantallen inkttekeningen lijken spontaan te zijn ontstaan, veel zijn uitgevoerd met de driftige pennenstreken uit het kladboek van een verveelde tiener. [Pettibon] lijkt eerder intrigerend dan aardig: prikkelbaar, romantisch, snel in de gordijnen te jagen, mild maar mopperend. Een scherpe ziener van de duistere hoeken in deze wereld, wiens woede altijd paraat is. Waar hij ook kijkt ziet hij leugens, valse profeten en gefnuikte mogelijkheden.’ Vulture wordt vrolijk van ‘zijn geestdriftige, profetische oog voor het groteske’. Afgaande op de kritieken in de Amerikaanse pers is een bezoek aan het Bonnefantenmuseum een gegarandeerd succes; de eerste negatieve recensie van Pettibons overzichtstentoonstelling moet nog geschreven worden. Hyperallergic lijkt alle andere media te willen overtreffen in exaltatie. Na de eerste zaal van de show te hebben doorlopen, is Thomas Micchelli al zo verpletterd dat hij zich afvraagt: ‘Kan hij hier nog iets aan toevoegen? Het antwoord luidt: ja dat kan hij. (…) De inherente tegenstrijdigheden in Pettibons oeuvre werken als een filter waarmee het gif zichtbaar wordt gemaakt dat sinds de jaren zestig van de vorige eeuw uit het bestuurlijk apparaat druipt. En zo schetst hij de contouren van onze samenleving, in een geloofwaardig verslag van de diepste horror en de kleinste sprankjes hoop die het nieuws ons dagelijks brengt.’
FILMS – Lachjes, gebaren en zuchten
Een meevoelende film over het onmenselijke
Slachtoffers die beulen worden en zelf weer slachtoffers maken. Misschien is het de geschiedenis van de mensheid in een notendop, maar zeker is dit het verhaal van de kindsoldaten uit het leger van Joseph Kony, ’s werelds meest ongrijpbare oorlogsmisdadiger die zich nog altijd schuilhoudt in het grensgebied tussen Oeganda en Zuid-Soedan. Een maand geleden besloten de VS om de 150 special forces die samen met 1500 Afrikaanse militairen meer dan tien jaar naar Kony zochten, terug te trekken. De kans dat Kony ooit voor het Internationaal Strafhof verschijnt is daarmee verkeken.
Sinds de jaren tachtig ontvoerde Kony’s Verzetsleger van de Heer zestigduizend kinderen. Zij werden voor de keuze gesteld: doden of gedood worden. Nu Kony’s positie is verzwakt, keren steeds meer voormalige kindsoldaten terug in de Oegandese maatschappij. Een blanke westerling die daarover een film wil maken, begeeft zich op uiterst glad ijs. Jonathan Littell deed het. Het resultaat, ruim twee uur documentaire getiteld Wrong Elements, werd vorig jaar vertoond op het filmfestival van Cannes en in Nederland op het IDFA. De film draait nu in de Belgische filmhuizen, distributie in Nederland volgt later dit jaar. (Zie 360 nr. 116 voor een interview met Littell dat Der Spiegel ten tijden van de opnamen optekende in Oeganda.)
‘Wrong Elements breekt de borstkas van Oeganda open om een licht te werpen op de gewonde ziel van een gebroken land’
Littell is niet zomaar een debutant natuurlijk. In 2006 won hij de Prix Goncourt, de belangrijkste literaire prijs in Frankrijk, voor zijn roman De welwillenden. Na de roman is de documentaire eigenlijk het derde middel om zich uit te drukken dat Littell kiest, want tussendoor heeft hij zich ook in de journalistiek bewezen. Welke vorm Littell ook kiest, telkens is zijn onderwerp hetzelfde: de vele gedaanten van dokter Frankenstein en de monsters die hij de wereld schenkt.
In het interview met Der Spiegel zei Littell dat Wrong Elements ‘niet meer dan weer een film van een blanke man over Afrika’ zou zijn. Nu de film voor het publiek te zien is, kan de balans worden opgemaakt. Africultures vindt Littells film een verbetering ten opzichte van voorgangers ‘die Afrika afschilderen als een en al wreedheid’, zoals The Silent Army van Jean van de Velde (2008), ‘waarin het geweld afkomstig is van een achterlijke tiran, die als platte karikatuur wordt weergegeven. De benadering van Jonathan Littell daarentegen, is heel zuiver, gebaseerd op respect en een verstandhouding. Op geen enkel moment veroordeelt hij de mensen die hij interviewt, ook al zijn het moordenaars.’
Libération noemt de film ‘een klein cinematografisch wonder’ vanwege Littells benadering. ‘In plaats van de overlevenden één voor één te laten praten, heeft hij ervoor gekozen om ze zo veel mogelijk onderling te laten praten. (…) hun lachjes, gebaren en zuchten vormen de interpunctie in de verhalen over standrechtelijke executies, verkrachtingen en het verlies van dierbaren. Indiewire noemt de film ‘vermoeiend maar ongelooflijk krachtig. Wrong Elements breekt de borstkas van Oeganda open om een licht te werpen op de gewonde ziel van een gebroken land.’ Littell, schrijft Le Monde, heeft het heldere journalistiek verhaal niet losgelaten, maar je ziet hoe hij zich de kracht van de cinema toe-eigent om van de jongelui die hij filmt echte, complexe personages te maken, die méér zijn dan hun afschuwelijke verleden.’
Auteur: Pieter van den Blink

