Tag: lockdown

  • Hamstergekte in Phnom Penh | Afghanen vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’

    Hamstergekte in Phnom Penh | Afghanen vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’

    Lockdown in Cambodja leidt tot hamsteren

    De viering van het boeddhistische Nieuwjaar in Cambodja lijkt in het water te vallen. De traditionele feestdag, waarop families en vrienden het hele land doorreizen om voor enkele dagen samen te komen, wordt dit jaar getekend door de plotselinge aankondiging van een strenge lockdown in hoofdstad Phnom Penh en de naburige provincie Kandal. Het besluit, dat op de avond van 14 april werd bekendgemaakt, is bedoeld om een derde coronagolf te stoppen.

    De lockdown zal naar verwachting twee weken duren, tot 28 april, aldus The Phnom Penh Post. Tijdens deze periode mogen de mensen hun huis niet verlaten, behalve voor noodzakelijke boodschappen, maar ook het doen van inkopen is beperkt tot drie keer per week en met slechts twee leden van hetzelfde huishouden tegelijkertijd. Ook is er een landelijk verbod op de verkoop van alcohol afgekondigd om samenscholingen te voorkomen.

    ‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen’

    In de middag voor de aankondiging, toen er al geruchten rondgingen van een verregaande lockdown, haastten de inwoners van Phnom Penh zich al naar de geldautomaten en winkels en markten. Hierdoor ontstonden in veel supermarkten en op de straten paniek en chaos.

    In de Super Duper-supermarkt in het Toul Tom Poung-district waren geen winkelwagentjes meer beschikbaar en de gangpaden van de winkel stonden vol met rijen mensen, meldt Khmer Times. Hetzelfde gold aan de overkant van de straat bij Asia Express, waar het druk was met Chinese migranten.

    Lees ook:

    In een interview met Khmer Times beschreef Chann Borima, de oprichter van Nham24, een bezorgdienst, een toevloed van bestellingen: ‘We krijgen veel verzoeken om boodschappen te bezorgen en de winkels hebben moeite om daarop in te gaan. Onze bezorgers werken hard om ervoor te zorgen dat mensen genoeg boodschappen krijgen.’

    Tuktukchauffeur Horm Kaka is ook overspoeld door klanten en heeft geen tijd gehad om te pauzeren: ‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen.’

    De woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid riep het publiek op om kalm te blijven: ‘Vertrouw op de maatregelen die door de regering zijn genomen. De winkels zullen openblijven om de toegang tot voedsel te garanderen.’

    Volgens de officiële cijfers van 15 april, schrijft The Phnom Penh Post, heeft het land in 24 uur 344 nieuwe gevallen geregistreerd. Het totaal aantal doden die dag was 36. Ter vergelijking: in Nederland werden gisteren 8734 positieve tests gemeld en vielen 13 doden.

    Het totaalaantal geregistreerde doden in Cambodja was op 14 april 5218.


    Afghaanse media vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’

    In Afghanistan zijn de reacties op het bekendgemaakte uitstel van het definitieve vertrek van de Amerikaanse soldaten uit het land gemengd. Zeker, president Ashraf Ghani verzekerde dat de Afghaanse regering het besluit van Joe Biden om tegen 11 september de laatste troepen uit het land terug te trekken ‘respecteerde’, meldt Tolo News.

    Hij zei ook dat hij bereid was met zijn ‘Amerikaanse partners’ samen te werken voor een ‘soepele overgang’. Het staatshoofd is van mening dat de Afghaanse veiligheidstroepen nu ‘volledig in staat zijn om het land en zijn bevolking te verdedigen’.

    ‘We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen’

    Op woensdag 14 april gaf de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, een uitvoerige motivering voor het uitstel. ‘Bijna twintig jaar geleden, na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, gingen we naar Afghanistan om af te rekenen met degenen die ons aanvielen en om ervoor te zorgen dat Afghanistan niet opnieuw een toevluchtsoord voor terroristen zou worden (…) We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen.’

    Lees ook:

    Afghanistan Times is het daar niet mee eens: ‘De terugtrekking is onverantwoord en zal ernstige gevolgen hebben, niet alleen voor Afghanistan maar voor de hele wereld, vooral voor de Verenigde Staten zelf. Om een nieuwe terroristische aanslag in de stijl van 11 september te voorkomen, is een goed doordacht vredes- en terugtrekkingsplan nodig.’

    Lees ook:

    Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’

    De oorlog ‘tegen het terrorisme’ was de enige slogan van de Amerikanen, zij kwamen om ‘de terroristische groeperingen die van Afghanistan hun toevluchtsoord hadden gemaakt uit te schakelen’, maar ook om ‘hun democratisch systeem, dat min of meer werkt, hier te vestigen’, schrijft de Afghaanse krant.

    Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’ en met de ‘vrijheid van meningsuiting en de eerbiediging van de rechten’ van vrouwen en kinderen, terwijl laatstgenoemde groepen ‘onder het talibanregime [1996-2001] volledig werden genegeerd’, vervolgt Afghanistan Times. Het probleem is dat de opstandelingen en andere terroristische groeperingen sinds 2006 ‘weer opgekomen’, en wel in die mate dat zij nu ‘in een sterke positie verkeren’.

    Lees ook:

    De taliban bepalen nu opnieuw de agenda. ‘Hun woordvoerder heeft op maandag 12 april gewaarschuwd dat zij niet zullen deelnemen aan de internationale vredesconferentie’ die van 24 april tot 4 mei door de Amerikanen in Istanbul wordt georganiseerd, zo schrijft The Kabul Times.

    Washington dringt ook aan op de vorming van een interimregering in Kaboel, zonder nieuwe presidentsverkiezingen, en op de oprichting van een islamitische adviesraad ‘die advies moet uitbrengen over alle wetten om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de islamitische beginselen’. Dit zijn ‘voor de hand liggende’ concessies aan de eisen van de taliban.

    Antony Blinken rechtvaardigt deze aanpak door te zeggen dat een Amerikaanse militaire terugtrekking ‘zonder een politieke overeenkomst’ de regering van Ashraf Ghani ‘kwetsbaar’ zou maken. Van zijn kant wil Ghani zo snel mogelijk verkiezingen, om geen streep te zetten door de democratische vooruitgang van de afgelopen jaren.


    Wanneer krijgen we het geld van het Europese herstelplan te zien?

    Meer dan acht maanden na de goedkeuring door de Europese Raad heeft het grote ‘herstelplan voor Europa’, dat ‘Next Generation EU’ wordt genoemd en soms als ‘revolutionair’ wordt omschreven aangezien een gezamenlijke schulduitgifte nooit eerder is voorgekomen, nog lang niet alle hinderpalen overwonnen die een doeltreffende uitvoering ervan in de weg staan.

    Niet alleen hebben 10 van de 27 lidstaten het besluit waarop dit plan van 750 miljard euro is gebaseerd nog steeds niet geratificeerd, maar, zoals het Poolse dagblad Dziennik Gazeta Prawna opmerkt, hebben vier landen zelfs nog niet aangegeven wanneer zij van plan zijn dat te doen: Nederland, Oostenrijk, Hongarije en Polen.

    In Duitsland, waar het parlement het plan al heeft goedgekeurd, is de ratificatie in afwachting van een beslissing van het grondwettelijk hof, die ‘tegen 26 april’ wordt verwacht.

    Lees ook:

    In het Poolse geval vraagt Dziennik Gazeta Prawna zich af of ‘de stemming [in het parlement] zal gaan over het plan of over de regeringscoalitie’. Ondanks het risico dat ‘Polen in totaal 770 miljard zloty’s [ongeveer 169 miljard euro] zal mislopen’, volhardt de meest radicale vleugel van de conservatieve regeringspartij PiS (Recht en Rechtvaardigheid) in haar afwijzing van een instrument dat ‘de soevereiniteit van de Poolse staat bedreigt, de richting uitgaat van een federale staat’ en ‘een dictaat van Brussel en Berlijn’ vertegenwoordigt.

    ‘Het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de regio te vergroten.’

    De oppositiepartijen zijn in beginsel voorstander van het herstelplan, maar verlangen in ruil voor hun steun garanties met betrekking tot de verdeling van de middelen.

    Lees ook:

    De directeur van het bureau voor Europese fondsen van het Warschause burgemeestersambt (centrumrechts, pro-Europees) betreurt het feit dat ‘het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de landelijke gebieden te vergroten’, schrijft Gazeta Wyborcza.

    Omgekeerd zouden de grote steden, waar de oppositie in het bestuur zit, opzettelijk worden benadeeld door aanvullende eisen zoals die waarin wordt bepaald dat ‘Europees geld niet kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van tram- en metronetwerken’.

    Toch, zo voegt Dziennik Gazeta Prawna eraan toe, zal ook de Europese Commissie een stem hebben in deze besprekingen, aangezien zij de door de regeringen voorgestelde ‘nationale herstelplannen’ moet valideren voordat de Europese kredieten worden vrijgegeven.

    Polen is niet de enige die in dit opzicht voor vertraging zorgt, want ‘de helft van de naar Brussel gezonden plannen moet nog worden bijgesteld. Dit zou de datum waarop het geld in de nationale hoofdsteden arriveert aanzienlijk kunnen vertragen. Volgens plan zou het er half juli zijn, maar dat is niet meer zeker.’

  • Merkel zegt sorry | Executiekoploper Virginia schaft doodstraf af

    Merkel zegt sorry | Executiekoploper Virginia schaft doodstraf af

    ‘Angela Merkel heeft haar geloofwaardigheid verloren’

    Woensdag 24 maart is een dag om te onthouden, aldus de Duitse pers. ‘Op één dag heeft de bondskanselier zich drie keer verontschuldigd: een keer voor de burgers, een andere keer voor de minister-presidenten [van de deelstaten] en ten slotte in de Bondsdag’, schrijft de krant Die Welt over de nasleep van Merkels plotselinge ommekeer in haar coronabeleid. ‘We waren getuige van een dag waarop de chaos, de ontevredenheid en het wanbeleid van de coronacrisis hun hoogtepunt bereikten.’

    De bondskanselier heeft woensdag de vijf dagen durende strenge lockdown, die een dag eerder was afgekondigd voor Pasen, weer geannuleerd. Na felle kritiek zag Merkel zich gedwongen de maatregel in te trekken.

    ‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’

    Merkel gaf haar fout toe en verontschuldigde zich. Maar deze vergissing is eerder ‘een symbool van de grote hulpeloosheid, wanorde en het gebrek aan structuur in het hele overleg tussen deelstaatleiders’, merkt de Süddeutsche Zeitung op. De bondskanselier heeft dit besluit niet alleen genomen, zoals de Beierse minister-president Marküs Söder al snel opmerkte, en ook hij heeft zijn verontschuldigingen aangeboden aan het Duitse volk. De leider van de Christelijk-Sociale Unie (CSU) staat momenteel zeer hoog in de peilingen om Angela Merkel op te volgen als kanselier.

    ‘Is dit nog serieuze politiek of een komedieshow?’ opent het commentaar van Die Tageszeitung. ‘Misschien zijn wij getuige van een crisis van het federalisme? Een federalisme dat te log zou zijn om lange crises doeltreffend te beheren.’ Feit blijft dat ‘een regering die haar besluiten niet meer op een plausibele manier kan uitleggen, het vertrouwen van haar burgers verliest’, aldus het alternatieve linkse dagblad, en ‘de huidige regering is bezig haar gezag tot het nulpunt te reduceren’.

    Angela Merkel heeft volgens de krant haar geloofwaardigheid verloren. Het is waar dat een verontschuldiging een goede indruk maakt, maar ‘het publiek ziet vooral dat de tovenares niet meer kan toveren’. ‘Vanaf nu is Merkel een lame duck’, ‘het einde van Merkel nadert’, aldus Die Tageszeitung.

    De parlementsleden van de oppositie (AfD, Die Linke en FDP) aarzelden woensdag niet om de vertrouwenskwestie aan de orde te stellen.


    Myanmar houdt ‘stille staking’ nadat militairen kind doodden

    De dood van de zevenjarige Khin Myo Chit, die tijdens een militaire inval in het huis van haar ouders in de buik werd geschoten, heeft in Myanmar een schokgolf teweeggebracht. Als eerbetoon aan het meisje waren de steden op woensdag 24 maart uitgestorven.

    Ze is het jongste slachtoffer van de militairen die op 1 februari een staatsgreep pleegden: Khin Myo Chit, zeven jaar oud, werd op dinsdag 23 maart in haar huis doodgeschoten tijdens een militaire razzia in de stad Mandalay. Het meisje ‘werd in de buik geschoten terwijl ze op de schoot van haar vader zat’, meldt Myanmar Now.

    Lees ook:

    De oudere zus van het slachtoffer, Aye Nyein San, vertelde aan de Myanmarese nieuwssite dat de militairen de deur van hun huis openbraken en alle familieleden dwongen te gaan zitten, alvorens te vragen of zich verder nog iemand in het huis schuilhield: ‘Hun vader herhaalde dat de zes familieleden in de kamer de enige mensen in het huis waren. Een soldaat zei dat hij loog en schoot hem neer, voegde Aye Nyein San eraan toe. Maar de kogel raakte Khin Myo Chit in plaats van hem.’

    De begrafenis van het meisje vond reeds plaats op woensdag 24 maart, zoals te zien is op een video van de South China Morning Post. Haar vader, Hashin Bai, sprak tijdens de ceremonie in tranen: ‘Ze schoten haar in mijn armen neer. Ik droeg haar en rende weg.’

    De soldaten sloegen vervolgens de negentienjarige broer van het slachtoffer ‘met de kolf van hun geweer’ en namen hem mee, vervolgt Myanmar Now. ‘We konden niet voorkomen dat ze hem meenamen’, getuigde de oudere zus. ‘Ze zeiden: “Willen jullie dat we weer gaan schieten?”’

    Volgens de zus vroegen de soldaten haar vader hen het lichaam van het meisje te geven, wat hij weigerde. De volgende dag, woensdagavond 24 maart, deden de soldaten een tweede inval in hun huis, zo schrijft Myanmar Now in een ander artikel, in een poging het stoffelijk overschot van het kind terug te vinden. Daarom had de familie besloten haar begrafenis die ochtend in allerijl te houden.

    ‘De wrede moord op dit kleine meisje in de armen van haar vader’, schrijft CNN, ‘is er een in een lange reeks van mishandelingen en willekeurig geweld door de Myanmarese veiligheidstroepen, die niet alleen ongewapende demonstranten treffen, maar ook omstanders, burgers in hun huizen, en kinderen’. Sinds de militaire staatsgreep van 1 februari zijn naar verluidt ten minste 275 mensen door Myanmarese troepen gedood.

    In de nasleep van de dood van Khin Myo Chit riepen prodemocratieactivisten op woensdag 24 maart op tot ‘een stil protest, waarbij mensen worden aangespoord thuis te blijven en bedrijven en winkels worden opgeroepen de rolluiken neer te laten’, aldus de Amerikaanse zender, ‘met als doel hele dorpen en steden plat te leggen’.


    De Amerikaanse staat Virginia schaft de doodstraf af

    De staat met het hoogste aantal executies in de Verenigde Staten heeft op woensdag 24 maart de doodstraf afgeschaft. Volgens de Democratische gouverneur Ralph Northam is de ultieme straf, die ten onrechte tegen zwarten wordt gebruikt, in Virginia ‘een vorm van een door de staat gesponsorde lynchpartij’ geweest.

    ‘Na ongeveer 1400 executies in meer dan 400 jaar, is de doodstraf dood in Virginia’, schrijft The Virginian-Pilot. Op woensdag 24 maart ondertekende de Democratische gouverneur Ralph Northam een wetsvoorstel tot afschaffing van de doodstraf in de staat, ‘die meer mensen heeft geëxecuteerd dan enige andere’ in de Verenigde Staten.

    Northam tekende de nieuwe wet tijdens een ceremonie in het Greensville Correctional Center in Jarratt, tachtig kilometer ten zuiden van Richmond, waar de afgelopen dertig jaar dodelijke injecties en elektrocuties zijn uitgevoerd. Hij verklaarde daarbij: ‘De doodstraf is een fundamentele fout. Het is moreel juist dat er een eind aan wordt gemaakt.’

    ‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’

    Virginia is de drieëntwintigste staat die de doodstraf afschaft, en ‘de eerste in het Zuiden’, schrijft The Virginian-Pilot. De eerste geregistreerde executie in wat later de Verenigde Staten zouden worden, vond plaats in de voormalige koloniale nederzetting Jamestown in Virginia, in 1608. Sindsdien zijn er bijna 1400 mensen geëxecuteerd in de staat. ‘De jongste ter dood veroordeelde was 12, de oudste 83’, aldus de The Richmond Times-Dispatch.

    296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd waren Afro-Amerikanen

    Volgens The Virginian-Pilot wees Ralph Northam er onder meer op dat de doodstraf ten onrechte is gebruikt tegen zwarte mensen, waarbij hij zelfs verwees naar ‘een vorm van door de staat gesponsorde lynchpartijen’. De gouverneur haalde statistieken aan waaruit blijkt dat 296 van de 377 mensen die in de twintigste eeuw in Virginia zijn geëxecuteerd Afro-Amerikanen waren en dat een beklaagde drie keer meer kans heeft de doodstraf te krijgen als het slachtoffer wit is in plaats van zwart. ‘Het is gewoon niet te rechtvaardigen,’ aldus Northam.

    Lees ook:

    Volgens het wetsvoorstel dat in februari door leden van het Huis en de Senaat van Virginia werd aangenomen, zullen de twee overgebleven terdoodveroordelingen worden omgezet in levenslang zonder voorwaardelijke vrijlating, zo meldt The Richmond Times-Dispatch.

    De afschaffing van de doodstraf in Virginia komt op het moment dat Joe Biden onder druk staat binnen de Democratische Partij om de straffen van de overgebleven federale terdoodveroordeelden om te zetten naar levenslang, schrijft ook The New York Times.

    Tegen het einde van de ambtstermijn van Donald Trump had de Amerikaanse regering dertien gevangenen geëxecuteerd, meer dan een vijfde van de gevangenen die in afwachting waren van de doodstraf. Volgens het dagblad in New York heeft de inauguratie van Joe Biden een einde gemaakt aan deze golf van executies, maar blijft er onzekerheid bestaan over het lot van de resterende veroordeelde gevangenen.

  • ‘Hier zijn ze veilig.’ Bij deze club kunnen Keniase meisjes terecht nu de scholen dicht zijn

    ‘Hier zijn ze veilig.’ Bij deze club kunnen Keniase meisjes terecht nu de scholen dicht zijn

    Sinds de scholen in Kenia zijn gesloten, organiseert de 23-jarige Winnie Achieng activiteiten voor tienermeisjes in haar wijk in Nairobi. De lockdown maakt hen kwetsbaar voor seksueel geweld. ‘Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding.’

    Op de eerste verdieping van een buurtcentrum in Mathare, een sloppenwijk in Nairobi, steken een aantal meisjes hun hand op nadat ze een vraag is gesteld. Christine, zeventien jaar, krijgt het woord. ‘Een relatie is als twee of meer mensen een band met elkaar hebben, zoals ik en mijn zus,’ antwoordt ze zelfverzekerd. 

    De bijeenkomst staat in het teken van relaties: zowel familierelaties als vriendschappelijke en romantische relaties. Deze meisjes nemen deel aan een workshop die is georganiseerd door de 23-jarige Winnie Achieng. Toen de Keniase scholen begin 2020 vanwege corona hun deuren sloten, zag Achieng in haar wijk veel doelloze tienermeisjes met een vergrote kwetsbaarheid voor seksueel misbruik. 

    Ze besloot een project op te starten om meisjes door middel van sociale en educatieve activiteiten van de straat te houden. Het doel van de workshops is de veiligheid en het welzijn van de tienermeisjes te bevorderen door middel van ervaringsgerichte lessen. 

    ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief’

    ‘Tijdens deze pandemie zijn jongeren overgeleverd aan tal van zaken: gesloten scholen, seksueel geweld, politiegeweld, het virus zelf. Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding,’ vertelt Achieng. ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief.’

    De eerste workshop van Achieng en vrijwilligster Sarah Milanoi, 27 jaar, telde vijftien deelneemsters. Inmiddels is hun aantal gegroeid tot veertig, verdeeld over twee groepen. Het project vormt een veilige thuishaven voor tienermeisjes, die er dagelijks terecht kunnen. 

    Het belang van een veilige plek wordt benadrukt door de veertienjarige Shameem: ‘We weten dat meisjes worden aangerand en verkracht, en we moedigen al onze vriendinnen aan om ook hierheen te komen, zodat we gezellig samen zijn.’ 

    ‘Soms maak ik dingen mee waar ik mijn ouders liever niet mee wil lastigvallen’

    ‘De workshops houden ons bezig en bovendien is het veel leuker om je tijd met leeftijdgenoten door te brengen dan de hele dag thuis te zitten,’ voegt de zeventienjarige Alicia hieraan toe. Maar ze prijzen ook de ervaringsgerichte lessen, nu de scholen alweer bijna zeven maanden dicht zijn. ‘Tijdens de bijeenkomsten krijgen we toch een beetje het gevoel dat we op school zitten,’ zegt Shameem. 

    ‘Onze ouders hebben het met deze lockdown al moeilijk genoeg een fatsoenlijk inkomen te verdienen om in onze levensbehoeften te voorzien,’ vertelt Christine, zeventien jaar. ‘Soms maak ik dingen mee waarmee ik ze liever niet wil lastigvallen. Hier kunnen we onze verhalen kwijt. Winnie is als een zus, een vriendin, zelfs als een moeder voor ons.’ 

    ‘En ze regelt ook nog eens dingen als maandverband,’ zegt de dertienjarige Jackline. ‘Er wordt ons regelmatig op het hart gedrukt situaties te vermijden die ons in de problemen kunnen brengen,’ vertelt de veertienjarige Adelaine. ‘Winnie, Akinyi [een andere vrijwilligster] en Sarah geven ons vaak advies hoe we met seksuele intimidatie om moeten gaan en seksueel misbruik kunnen melden.’ 

    Intuïtie

    Milanoi helpt Achieng bij de lessen over onderwerpen als menstruatie, reproductieve gezondheid, seksuele instemming, voorbehoedsmiddelen en het opbouwen van een gezonde relatie. ‘Bij onze gesprekken over seksuele veiligheid komt ook misbruik aan de orde,’ vertelt Milanoi. ‘We leren de meisjes om voor zichzelf op te komen en te vertrouwen op hun intuïtie als ze het gevoel hebben dat er iets niet klopt.’ 

    Zoals zoveel Kenianen hoorde Achieng in april op het nieuws over de toename van tienerzwangerschappen in Kenia, hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij de betrouwbaarheid van de gebruikte statistieken, want onderstaande grafieken tonen een ander beeld. Maar als jonge moeder van twee had Achieng geen statistieken nodig om te weten welke gevaren voor jonge tienermeisjes in Huruma en Mathare bij de schoolsluiting op de loer liggen. 

    ‘Ik zag al van verre aankomen dat gezondheidscentra zich volledig zouden richten op het coronavirus en dat zaken als reproductieve gezondheid en seksueel misbruik naar het tweede plan zouden verschuiven,’ vertelt ze. ‘Ik ben in deze buurt opgegroeid, dus ik ken het hier goed. Ik maakte me zorgen dat jonge meisjes door de coronabeperkingen geen toegang hadden tot informatie over seksueel misbruik en de aangifte daarvan.’ 

    Schermafbeelding 2021 02 17 om 15.56.59
    Data die verzameld zijn door de auteurs.

    Achiengs initiatief steunt op vrijwilligers die op verschillende manieren bij het project zijn beland. ‘Een paar weken nadat de scholen sloten, hoorde ik via de Community Health Volunteers in Huruma dat ze vrijwilligers zochten,’ vertelt Mary Meul, 22 jaar, bijvoorbeeld. ‘We kregen allemaal een aantal huishoudens toegewezen, die we bezochten om te kijken of er hulp nodig was. Aan het begin van de pandemie gaven we vooral informatie over het nut van handen wassen en het dragen van mondkapjes.’ 

    Een paar weken nadat ze met het vrijwilligerswerk was begonnen, hoorde Mary over een incestslachtoffer in haar wijk. ‘Ze was pas tien. Dat raakte me enorm. Daarop besloten mijn vriendin en ik om ons bij Winnie aan te sluiten. We moedigen meisjes in verschillende delen van Mathare aan om naar het buurtcentrum te komen,’ vertelt ze. ‘Hier zijn ze veilig, al is het maar voor een paar uur.’

    Natuurlijk zijn niet alleen meisjes getroffen door de lockdown. Achieng zou dolgraag ook een project voor jongens willen optuigen, maar stuit vooralsnog op te veel hobbels. ‘Voor jongens moet je andere activiteiten organiseren,’ zegt ze. ‘Ze kunnen niet zoals meisjes urenlang stilzitten. Iets sportiefs zou perfect zijn, maar ik heb nog geen middelen gevonden om een speelveld, voetballen en dat soort zaken te regelen.’

    ‘Toen de scholen sloten,’ vertelt de 17-jarige Charles, ‘veranderde in één klap alles. Ik moet voor mijn broertjes en zusjes zorgen, dus ik moest op zoek naar een inkomen. Eerst sloot ik me aan bij een straatbende, omdat ze me geld boden.’ 

    Een paar weken later werd zijn beste vriend voor zijn ogen vermoord. ‘Toen ben ik afgehaakt en tweedehands kinderkleding gaan verkopen,’ vertelt hij. ‘Het valt allemaal niet mee, maar het is wel een stuk veiliger.’ 

    ‘Tienerjongens worden ook hard geraakt door de sluiting van de scholen,’ zegt Achieng. ‘De meeste ouders zijn hun bron van inkomsten door de pandemie kwijtgeraakt, waardoor hun toch al moeilijke levensomstandigheden verder verslechteren. Er zijn talloze tieners zoals Charles die hun families met kleine bedrijfjes onderhouden.’

    Beperkte internetbundels

    Na de sluiting van de Keniase scholen was Achieng niet de enige die in actie kwam. Andrew Muli, een 26-jarige middelbareschooldocent in Mathare, vond een nieuwe manier om les te blijven geven toen livelessen niet langer mogelijk waren.

    ‘Ik heb een WhatsAppgroep opgezet waar zo’n honderd leerlingen in zitten. Ik deel aantekeningen en toetsen, en de leerlingen sturen me hun antwoorden,’ vertelt hij. Zo geeft hij vier virtuele lessen per week waarmee hij een klein percentage van de jongeren bereikt. 

    ‘De opkomst is erg laag omdat maar twintig procent van de leerlingen toegang heeft tot het internet. De meeste leerlingen die in de WhatsAppgroep zitten, gebruiken de mobiele telefoon van hun ouders. Dat betekent dat ze afhankelijk zijn van hun werktijden en beperkte databundels.’ 

    Zijn lessen komen natuurlijk niet in de buurt van de ondersteuning die leerlingen op school zouden krijgen en die Winnie met haar workshops probeert te geven. ‘Op school kunnen leerlingen bij eventuele problemen meteen terecht bij een docent, die niet alleen helpt, maar ook naar ze luistert. Virtueel kun je onmogelijk dezelfde hulp bieden,’ besluit Muli.

  • Niks doen en tijd om na te denken

    Niks doen en tijd om na te denken

    We moeten deze tijd benutten om te heroverwegen wat belangrijk is, stelt de Franse filosoof Bruno Latour. ‘Mijn hypothese, en die van velen met mij, is dat de gezondheidscrisis de weg bereidt voor de klimaatcrisis.’

    Het samenvallen van een algehele lockdown dit voorjaar met de vastentijd was weliswaar onvoorzien, maar bood een mooie gelegenheid om tijdens de deze seculiere en republikeinse ramadan na te denken over wat belangrijk is en wat niet. 

    Zo kon dit virus dienen als generale repetitie voor de volgende crisis, namelijk die waarin veranderen van levensstijl voor iedereen geldt en voor alle aspecten van het dagelijks leven, die we dan zorgvuldig moeten leren kiezen. Mijn hypothese, en die van velen met mij, is dat de gezondheidscrisis de weg bereidt voor de klimaatcrisis. Een opmaat die ons ertoe aanzet ons daarop voor te bereiden. Nu moeten we die hypothese nog testen.

    De pandemie is net zo min een ‘natuurlijk’ verschijnsel als de hongersnoden van vroeger of de huidige klimaatcrisis

    Het virus is maar één schakel in een keten. Wat het verbinden van deze twee crises rechtvaardigt is het plotselinge en pijnlijke besef dat de klassieke definitie van ‘de maatschappij’ – het samenzijn van mensen onder elkaar – geen betekenis meer heeft. De sociale orde hangt altijd af van verbanden tussen vele actoren, waarvan de meeste geen menselijke vorm hebben. Het geldt voor microben – dat weten we sinds Pasteur – maar ook voor het internet, het recht, de gezondheidszorg, de bevoegdheden van de staat en evengoed voor het klimaat.

    En natuurlijk, ondanks al het lawaai rond de ‘oorlog’ tegen het virus, is dat virus maar één schakel in een keten waarin de beschikbaarheid van mondkapjes of coronatests, de regelgeving omtrent het eigendomsrecht, omgangsvormen en uitingen van solidariteit allemaal even zwaar meewegen in de mate van kwaadaardigheid van de ziekteverwekker.

    Duidelijkheid

    Als je begrijpt dat het virus maar een schakel is in een wereldwijd netwerk, is het niet verwonderlijk dat het op een andere manier te werk gaat in Taiwan, Singapore, New York of Parijs. De pandemie is net zo min een ‘natuurlijk’ verschijnsel als de hongersnoden van vroeger of de huidige klimaatcrisis. 

    De maatschappij houdt zich al heel lang niet meer aan de beperkte maatschappelijke grenzen.

    Toch weet ik niet of die parallel veel verder gaat dan dat. Want uiteindelijk zijn gezondheidscrises niets nieuws, en het snelle en radicale ingrijpen van de staat lijkt tot nu toe niet veel verandering te brengen. Je hoeft alleen maar het enthousiasme van president Macron te zien, nu hij eindelijk het staatsmanschap kan tonen dat hem tot nu toe zo treurig ontbrak. Veel beter dan de aanslagen, die ondanks alles vooral een zaak voor de politie zijn, geven de pandemieën een soort duidelijkheid, zowel voor de leiders als voor hun volgelingen: ‘Wij moeten u beschermen’, en ‘u moet ons beschermen’. Door die duidelijkheid krijgt de staat zijn gezag terug en kan hij dingen eisen die in elke andere omstandigheid tot rellen zouden leiden.

    Maar die staat is niet de staat van de eenentwintigste eeuw en van de ecologische veranderingen, het is de staat van de negentiende eeuw en van wat de ‘biomacht’ is gaan heten. Om met statisticus Alain Desrosières te spreken is het de staat van de statistieken: management van afgebakende populaties, van bovenaf uitgevoerd door een machtige groep deskundigen. Precies wat we nu weer zien opkomen, met als enige verschil dat het stap voor stap wordt gereproduceerd, tot het de hele wereld omspant.

    Het nieuwe van de huidige situatie is in mijn ogen dat wij, opgesloten in ons eigen huis terwijl buiten de politiebevoegdheden worden uitgebreid en de ambulances loeien, collectief een karikaturale uitbeelding spelen van de grafiek van de biomacht die rechtstreeks weggelopen lijkt te zijn uit een college van filosoof Michel Foucault. Daarin ontbreken de vele onzichtbare arbeidskrachten die toch moeten werken opdat de anderen zich thuis kunnen blijven verschuilen  – en niet te vergeten de migranten die onmogelijk op één plek te houden zijn. Maar zelfs dat is een karikatuur uit een tijd die niet meer de onze is.

    ANP 415707555monde 2
    De Franse president Emmanuel Macron gaf op 29 juni 2020 een speech over klimaatverandering voor het Élysée-paleis in Parijs. – © Christian Hartmann / Pool / AFP

    Een immense kloof

    Er is een immense kloof tussen de staat die kan zeggen: ‘Ik bescherm u voor eeuwig’ – dat wil zeggen: tegen de infectie door een virus dat alleen deskundigen kunnen opsporen en waarvan de effecten duidelijk worden door het bijhouden van de statistieken – en de staat die zou durven zeggen: ‘Ik bescherm u voor eeuwig, want ik zorg voor het behoud van de levensomstandigheden van alle levende wezens waarvan u afhankelijk bent.’

    Laten we een gedachte-experiment doen. Stel je eens voor dat president Macron op even Churchilliaanse toon een reeks maatregelen had aangekondigd om de olie- en gasvoorraden in de aarde te houden, om een eind te maken aan het gebruik van pesticiden, om het diepploegen uit te bannen en om, het toppunt van stoutmoedigheid, terrasverwarming op terrassen te verbieden. Als je bedenkt dat alleen al het verhogen van de accijns op benzine de gelehesjesbeweging heeft ontketend, huiver je bij de gedachte aan de rellen die het land zouden overspoelen. En toch is de noodzaak om de Fransen voor hun eigen bestwil tegen de dood te beschermen bij de klimaatcrisis oneindig veel groter dan bij de gezondheidscrisis, want daarbij gaat het letterlijk om de hele wereld en niet slechts om een paar duizend mensen – en niet tijdelijk, maar voor altijd.

    Welnu, het is duidelijk dat die staat niet bestaat. En nog zorgwekkender is dat we niet weten of de staat zich er wel op voorbereidt om van de ene crisis over te gaan op de andere. In de gezondheidscrisis speelt de overheid de klassieke pedagogische rol, en haar gezag valt volmaakt samen met de oude nationale grenzen: de archaïsche terugkeer naar Europese grenzen is daarvoor het treurige bewijs.

    Latour

    In de gezondheidscrisis is het inderdaad het volk dat opnieuw, als op de kleuterschool, braaf moet leren de handen te wassen en in de elleboog te niezen. Maar voor de ecologische ommekeer geldt het tegenovergestelde: daar is de overheid de leerling die van een veelvormig volk, op vele niveaus, moet leren hoe het bestaan eruit moet zien, op terreinen die totaal veranderd zijn door de noodzaak om uit de huidige geglobaliseerde productie te stappen. Dan kan de staat onmogelijk van bovenaf maatregelen opleggen. 

    Het zijn de mensen

    Maar er is nog een reden die de statistiek van de ‘oorlog tegen het virus’ onbegrijpelijk maakt: in de gezondheidscrisis is het misschien zo dat de mensen met zijn allen ‘tegen de virussen vechten’, ook al trekken die zich daar niets van aan en doen ze via keel en neus gewoon hun dodelijke werk. Maar in de ecologische verandering is de situatie tragisch omgekeerd: de ziekteverwekker die met verschrikkelijke kracht de levensomstandigheden van alle aardbewoners heeft veranderd is hier niet het virus, het zijn de mensen! En niet alle mensen, maar bepaalde mensen die oorlog tegen ons voeren, zonder ons de oorlog te hebben verklaard. En op die oorlog is de nationale staat zo slecht voorbereid, zo slecht toegerust, zo slecht ingericht als maar mogelijk is, want er zijn vele fronten, die ons allemaal raken. In die zin bewijst de ‘algehele mobilisatie’ tegen het virus in geen enkel opzicht dat we klaar zijn voor de volgende. Militairen zijn niet de enigen die altijd een oorlog achter lopen.

    Maar je weet het nooit, uiteindelijk kan een vastentijd, ook al is die niet-religieus en republikeins, misschien spectaculaire veranderingen brengen. Voor het eerst in jaren herontdekken miljoenen mensen die thuis opgesloten zitten deze vergeten luxe: tijd om na te denken en te zien waar ze zich altijd zo onnodig druk om maken. Laten we deze lange, onverwachte vastentijd goed benutten. 

  • Zweden houdt ook na vernietigend rapport vast aan soepel coronabeleid

    Zweden houdt ook na vernietigend rapport vast aan soepel coronabeleid

    Uit een rapport van de Zweedse coronacommisie blijkt dat de virusaanpak van de regering – een van de minst ingrijpende van Europa – heeft gefaald. Het hoge sterftecijfer in het Scandinavische land is vooral te wijten aan de gebrekkige bescherming van ouderen, is het oordeel.

    ‘Het zou vreemd zijn als we na een pandemie als deze niet de conclusie zouden trekken dat het anders moet’, aldus de sociaaldemocratische premier Stefan Löfven tijdens de persconferentie gisteren (15 december). ‘Deze en vorige regeringen moeten de verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat de zorg voor ouderen in het algemeen niet toereikend is geweest’, tekent zakenblad Dagens Industri op uit de mond van de premier.

    Diezelfde dag is een vernietigend rapport verschenen van de Zweedse coronacommissie, die was ingesteld om de aanpak van het virus tijdens de eerste golf te evalueren. Vooral de bescherming van ouderen in verpleeghuizen krijgt harde kritiek, schrijft de Zweedse tabloid Expressen. De commissie wijst onder meer op de ‘al lang bekende structurele tekortkomingen’ in de ouderenzorg, wat problemen veroorzaakte toen het virus toesloeg. De eindverantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de regering, aldus het rapport.

    Het coronabeleid van de Zweedse overheid is er altijd op gericht geweest om de ouderen te beschermen door ze te isoleren. Zo hoopte ze het normale leven en de economie zoveel mogelijk buiten schot te houden, en toch sterfgevallen te kunnen voorkomen. Het is daarom extra pijnlijk voor Löfven en zijn kabinet dat het rapport concludeert dat ze juist op dit punt hebben gefaald.

    Hoge sterfte

    The Independent meldt dat Zweden tot gisteren een totaal van 320.098 besmettingen telde en dat er 7.514 mensen in het land zijn overleden aan het virus – een veel hoger dodental dan buurlanden Noorwegen, Finland of Denemarken.

    Volgens epidemioloog Anders Tegnell, de Zweedse Jaap van Dissel, is het hoge sterftecijfer in Zweden (706 per miljoen inwoners, Nederland telt er zo’n 586 per miljoen inwoners) te wijten aan de hogere bevolkingsdichtheid in vergelijking met Noorwegen en Finland en het hoge aantal migranten in steden, schrijft Expressen. De krant is kritisch op deze onderbouwing en stelt dat Denemarken het met een veel hogere bevolkingsdichtheid toch aanzienlijk beter doet. De Denen hebben echter wel strenge maatregelen genomen om het virus in te dammen. Zo sloten in Denemarken al in maart de scholen, werden alle bijeenkomsten met meer dan tien personen verboden en gingen de landsgrenzen dicht.

    ‘Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen het eenmaal gebeurde, werden de tekortkomingen blootgelegd’

    Behalve het advies om afstand te houden, thuis te werken en je te laten testen bij klachten, is Zweden erg terughoudend geweest met het invoeren van maatregelen. Scholen, winkels en horeca zijn altijd open gebleven. Na stijgende besmettingscijfers in de herfst besloot de regering wel om de verkoop van alcohol na tien uur ’s avonds te verbieden, ook mogen mensen niet meer samenkomen in groepen groter dan acht personen, meldt Euronews.

    ANP 425036500 1 1
    Winkelend publiek in het centrum van Stockholm. In Zweden zijn alle winkels, ondanks de hoge besmettingscijfers, nog open. – © Fredrik Sandberg / TT / EPA

    ‘Meedogenloos’ is de kritiek op de ouderenzorg in het rapport, schrijft een commentator van SVP, de Zweedse publieke omroep. ‘Alles wordt op de korrel genomen, van onduidelijke verantwoordelijkheden tot een onhoudbare personeelssituatie. Er waren geen voorbereidingen om met een pandemie om te gaan en toen die er eenmaal was, werden de tekortkomingen blootgelegd.’ De commissie bekritiseert ook de huidige regering wegens het onvoldoende of te laat doorvoeren van maatregelen tijdens de eerste golf. Vooral een landelijk bezoekverbod voor ouderen in verpleeghuizen had veel eerder moeten worden ingevoerd, aldus de commissie. ‘Deze kritiek is voor de regering van Löfven moeilijk te pareren, omdat het gericht is op wat de regering wel of niet heeft gedaan tijdens de crisis’, analyseert Mats Knutson van SVP.

    ‘De overheid verantwoordelijk – wat betekent dat?’ vraagt columnist Mårten Schultz van Svenska Dagbladet zich af. ‘Kunnen de regering of ministers strafrechtelijk worden vervolgd?’ Dat lijkt Schultz onwaarschijnlijk, maar ‘het is niet onwaarschijnlijk dat iemand een schadeclaim zal indienen tegen de staat of een gemeente’. Toch stelt hij dat de regering haar verantwoordelijkheid niet voor de rechtbank maar vooral in het parlement moet afleggen.

    Verwaarloosd

    De oppositie heeft dan ook haar messen geslepen. Ebba Busch, leider van de christendemocraten, vindt dat premier Löfven moet overwegen of hij nog wel de juiste man is om Zweden door deze crisis te leiden, bericht Göteborgs-Posten. ‘KD [de christendemocratische partij] vertrouwt Stefan Löfven niet. Wij vinden dat hij de ouderen en de zorg al voor de pandemie heeft verwaarloosd.’

    Löfven leidt een minderheidskabinet van de sociaaldemocraten en een groene partij, Miljöpartiet, met gedoogsteun van de centrumpartij en de liberalen. Maar vooralsnog lijkt hij niet te vrezen over zijn positie, dat erkent ook Ebba Busch, die geen motie van wantrouwen richting het kabinet indient: ‘Op dit moment staat een meerderheid achter de regering van Löfven.’

    Ook Jimmie Åkesson, leider van de nationalistische Sverigedemokraten (SD), is uiterst kritisch over de premier. ‘Het tussenrapport dat vandaag is uitgekomen wijst op een mislukking. Het toont aan hoe slecht premier Stefan Löfven en zijn regering hebben gehandeld in een situatie waar veel druk op staat. Maar bovenal is het een tragisch verhaal over hoeveel mensen in 2020 in Zweden onnodig stierven’, bericht Expressen.

    Kerst

    Het rapport lijkt er niet toe te leiden dat Zweden hardere maatregelen, zoals lockdowns, gaat instellen. De focus voor de regering-Löfven ligt vooral bij het verbeteren van de ouderenzorg. ‘Mijn beeld is dat het al veel beter gaat in de verpleeghuizen’, aldus minister van Sociale Zaken Lena Hallengren, verantwoordelijk voor de verpleeghuiszorg, tegen Svenska Dagbladet. De minister zet vooral in op sneltesten voor bewoners en personeel, wat moet voorkomen dat het virus zich onder kwetsbare ouderen verspreidt.

    Svenska Dagbladet stelde ook een overzicht op van de geldende adviezen met Kerst, een feest waar de Zweden erg aan hechten. Zo luidt het advies om zo min mogelijk met het openbaar vervoer te reizen. Vooralsnog gelden er geen beperkingen. Ook mogen Zweden nog steeds hun oudere vrienden of familieleden bezoeken, zelfs in verpleeghuizen. Daarbij luidt het advies is om afstand te bewaren tijdens het bezoek en tien dagen van tevoren extra voorzichtig te zijn door het contact met anderen te beperken. Samenkomsten van meer dan acht personen worden ernstig afgeraden en Kerst moet dan ook in kleine kring gevierd worden. Hierbij wordt geen uitzondering gemaakt voor de Kerstman; ook die moet tot die kleine kring van acht behoren, volgens de Zweedse instantie voor volksgezondheid.

  • Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.

    Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.

    De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.

    ‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’

    ‘Normaal’

    Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.

    De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.

    In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’

    Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.

    Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten

    Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.

    Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’

    Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.

    Coronamaatregelen

    Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.

    Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen

    Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.

    Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.

    Universeel basisinkomen

    ‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.

    Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.

    Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.

    Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.

    Meer effect

    Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.

    Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.

    Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag

    Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.

    De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.

    Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.

    Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.

    Steuntje in de rug

    Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

    De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.

    In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.

    Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?

  • Nachtvlinders terug in eenzame cocon

    Nachtvlinders terug in eenzame cocon

    Er is in Portugal nog weinig over van het nachtleven. Behalve aan de economie brengen de gezondheidsmaatregelen ook schade toe aan de samenleving, de geestelijke gezondheid en de dynamiek van de steden. Wat zijn de gevolgen op de lange termijn? Sociologen, filosofen en nachtbrakers buigen zich over de antwoorden.

    ‘Op alle afbeeldingen waarop Socrates binnenshuis of in een tuin te zien is, is hij altijd in gesprek met anderen,’ zegt filosoof António de Castro Caeiro van de Universidade Nova de Lisboa. Hij haalt een uitspraak van Aristoteles aan, die zei dat ‘de mens een rationeel wezen’ is. Niet helemaal een correcte vertaling, volgens de filosofieprofessor, maar een voorbeeld waarmee hij wil aantonen hoe belangrijk het is dat mensen ‘met elkaar praten, ideeën uitwisselen, rationeel kunnen zijn’.

    Daarom is de mens, ‘niet alleen in filosofisch maar ook in praktisch opzicht’, bij uitstek een wezen dat ‘zich van het woord bedient, gesprekken voert, naar buiten gaat om mensen te ontmoeten’. Dit idee staat nu op gespannen voet met de maatregelen in de huidige gezondheidscrisis die het menselijke contact juist ernstig beperken. Vanwege de risico’s die samenkomsten zouden kunnen hebben worden deze oeroude sociale gewoontes en rituelen noodgedwongen doorbroken.

    Socrates liep rond op de Agora, wij hebben tegenwoordig andere publieke ruimtes waar we ideeën kunnen uitwisselen, onder andere in het sociale nachtleven. De nacht is zeer geschikt voor dergelijke ontmoetingen, maar ook voor andere behoeftes en verlangens – er wordt geconverseerd, samengeleefd, gecreëerd, geëxperimenteerd, verleid, er worden grenzen overschreden, het onverwachte kan gebeuren, nieuwe werkelijkheden dienen zich aan.

    ‘Het nachtleven stond voor seks.’ Of op zijn minst voor ‘communicatie’

    Helaas is sinds het begin van de pandemie deze democratische ontmoetingsplek niet meer dezelfde. Het nachtleven zoals we dat kenden zit op slot en, naast de negatieve economische gevolgen voor de uitgaanssector doemt er zo langzamerhand een andere vorm van schade op. Wat zijn bijvoorbeeld op de korte, middellange en lange termijn de gevolgen hiervan voor ons sociale leven, voor onze geestelijke gezondheid en de stadscultuur?

    Het is niet verwonderlijk dat het wegvallen van deze ontmoetingsruimte consequenties heeft – in feite zijn die allang merkbaar. Psycholoog Mauro Paulino, een van de redacteuren van het boek A psicologia da pandemia  [De psychologie van de pandemie], verwacht een sterke toename van het aantal psychische aandoeningen, veroorzaakt door het isolement waarin veel mensen door het ingeperkte uitgaansleven terecht zijn gekomen, vooral bij degenen die er erg actief in waren. Deze psychische problemen zullen volgens hem erg lijken op de problemen die je ziet als mensen om wat voor reden dan ook geïsoleerd raken. Toch is hij vrij optimistisch en gelooft dat de meeste mensen zich redelijk aan de nieuwe situatie kunnen aanpassen. Maar er blijven altijd individuen die er meer moeite mee hebben dan anderen.

    De academicus ziet het nachtleven als een ruimte waarin je je even helemaal kunt losmaken van de persoon die je in het dagelijks leven bent. Vaak is het dagelijkse leven zo bepalend voor het zelfbeeld dat het moeilijk is om je ervan te distantiëren, je wordt precies zoals anderen verwachten dat je bent.

    Volgens Paulino is deze ontsnappingsmogelijkheid voor veel mensen bijna een kwestie van overleven, ze gaan eraan onderdoor als ze niet zo nu en dan kunnen breken met hun dagelijkse routine. Maar als dat klopt, welke gevolgen kunnen we dan verwachten als deze ontsnappingsroute wordt afgesneden? ‘Tijdens de pandemie is toenadering in de openbare ruimte nauwelijks meer mogelijk en wordt het alledaagse leven geheel in beslag genomen door ofwel werk ofwel gedwongen rust.’

    Ontoegankelijk

    ‘De buitenwereld wordt ontoegankelijk en we zijn gedwongen om thuis te blijven; spontane gesprekken, het delen van gevoelens, of simpelweg genieten van de elementen, de zee, de natuur, dat alles is verboden of op zijn minst sterk gereguleerd. Wat overblijft is thuiszitten, met familie of alleen.’

    Natuurlijk is daarmee de behoefte om te ontsnappen aan de dagelijkse routine niet verdwenen. Deze noodzaak, die wellicht eigen is aan onze soort, maakt dat men al gauw ergens anders heen vlucht. Om te kunnen omgaan met het ‘verbod’ en de ‘leegte’ die de nachten nu beheerst, ontstaat de noodzaak om ‘een nieuwe plek te vinden waar je kunt ontspannen’, aldus Paulino.

    Alternatieven

    De horecasector zoekt naarstig naar alternatieve manieren van uitgaan, vertelt sociaal-wetenschapper Jordi Nofre van de Universidade Nova de Lisboa. Hij is oprichter van een internationaal wetenschappelijk netwerk voor onderzoek naar het nachtleven, LXNIGHTS, en vindt dat de sector te veel de dupe wordt van de coronamaatregelen.

    Behalve over de economische gevolgen maakt hij zich zorgen over de invloed van dit ‘verbod’ op het welzijn van mensen. ‘Het nachtleven wordt puur als economische activiteit gezien. Maar het is net zo goed een cultuurgoed, er wordt cultuur geproduceerd en geconsumeerd. Bovendien is het een bron van sociaal en emotioneel welbevinden, van gemeenschapszin, van onderlinge steun tussen mensen,’ zegt hij. Nofre benadrukt hoe belangrijk het is om zo snel mogelijk weer alles open te gooien, ‘helemaal na een periode van lockdown’.

    De onderzoeker denkt dat het gemak waarmee een avondklok wordt ingesteld, ook te maken heeft met het heersende idee dat het nachtleven een ‘zondige plek’ is waar zich ‘immorele’ dingen afspelen. Juist daarom wil hij wijzen op de positieve kant ervan, de ontsnapping die het biedt ‘uit het leven van alledag, met werkstress en een onzekere toekomst’. Hij vindt daarom dat bij de beslissing om het nachtleven te sluiten het risico van infectie moet worden afgewogen tegen de negatieve effecten die sluiting heeft op de geestelijke gezondheid van mensen.

    Maar wat is het alternatief? ‘Goede mondkapjes gebruiken, minder mensen toelaten, afstand houden. Maar ook onderbrekingen inlassen, bijvoorbeeld door om de twee uur schoon te maken en te desinfecteren. Festivals in de open lucht organiseren, met deejays van grote clubs.’ Hij signaleert een grote behoefte aan ‘helder beleid’, zodat het risico zo klein mogelijk wordt dat er een ‘nieuw nachtleven’ gaat komen waarin onduidelijk is ‘wie er deel van mag uitmaken’. ‘We lopen het risico dat generaties door angst worden getekend en helemaal hun huis niet meer uit komen. Terwijl het nachtleven juist moet verbinden, niet verdelen. Die belangrijke vrijheden en verworvenheden mogen we niet meer opgeven.’

    camilo jimenez 2s9z me5owy unsplash
    Volgens zanger Rui Reininho was er voor de coronapandemie in Lissabon altijd wel een café waar je ‘tot in de late uurtjes’ terecht kon ‘voor nog een fadootje, nog een glaasje, nog een quasidiepzinnig gesprek’. © Camilo Jimenez / Unsplash

    ‘Het lijkt wel of de mensen noodgedwongen afstandelijker worden,’ zegt Rui Reininho, die de laatste tijd ‘minder nachtmens’ is geworden. De zanger van de popgroep GNR was een bekend gezicht in het nachtleven van Porto. Hij baseert deze indruk op een bezoek aan Lissabon van een week eerder, en zijn observaties in zijn eigen wijk Leça de Palmeira in Porto. ‘Ik kwam om tien uur ’s avonds aan en goddank kon ik in mijn hotel nog wat te eten krijgen. Om halfelf is alles potdicht,’ vertelt hij. Maar ook in Leça is er na dat tijdstip ‘vrijwel niemand meer op straat’.

    Reininho denkt terug aan de tijd dat hij in de wijk Alfama in Lissabon woonde, waar hij vaak de fadocafés frequenteerde die openbleven ‘tot in de late uurtjes’. Hij bleef hangen ‘voor nog een fadootje, nog een glaasje, nog een quasidiepzinnig gesprek’. Er was toen ‘minder televisie en minder Netflix’ en ‘meer tijd om te filosoferen’.

    Door de pandemie zijn de mensen meer ‘op hun hoede’, vertelt Cláudia Rodrigues, die werkt aan een proefschrift met als titel ‘De nachtelijke stad: een urbane ritmografie van een partydistrict in Porto’. Naar haar overtuiging spoort die voorzichtige houding slecht met het idee van een ‘feestje’ dat hoort bij het nachtelijke bohémienleven. ‘Het gaat lijnrecht in tegen het idee van transgressie, bevrijding, lichamelijke verlangens.

    Lichamelijkheid doet ertoe en de pandemie vormt daarvoor een bedreiging,’ gaat ze verder. Ze ziet het als een heilloze weg als we elkaars ‘politieagent’ gaan spelen. ‘We moeten ervoor zorgen dat we het nieuwe normaal niet internaliseren, want dan blijven we elkaar voorgoed de maat nemen.’

    Clandestiene feesten

    De sociologe denkt dat het nachtleven sinds de opkomst van clandestiene feesten elitairder is geworden, antidemocratischer en dat er minder ruimte is voor ‘verschillende culturen en afwijkende identiteiten’. Die nieuwe werkelijkheid, waarin het nachtleven zich achter gesloten deuren afspeelt, ‘is niet wat je in een stad wilt hebben’.

    ‘Het nachtleven is de plek waar mensen kunnen zijn wie ze zijn, kunnen doen waar ze zin in hebben, en bovendien waar de stad zelf een smoel krijgt. Je kunt er grenzen overschrijden en spelen met sociale conventies, maar dat ligt nu allemaal stil. Je bent al grensoverschrijdend bezig als je alleen al de deur uitgaat, ook zonder een club in te gaan,’ zegt Rodrigues.

    Radiopresentator Álvaro Costa frequenteerde het nachtleven van Porto veertig jaar geleden, een tijd waarin het ‘niet verboden’ was, maar wel ‘verborgen’ en ‘gold als een zondige plek’. Het was, bovenal, een ‘cultuur van discotheken’. ‘Het nachtleven stond voor seks.’ Of toch op zijn minst voor ‘communicatie’. Volgens hem is alcohol bijzaak. ‘Uitgaan is behalve een cultureel en commercieel ook een politiek concept. Het was zó belangrijk voor mijn bewustwording, ik ben er een toleranter mens van geworden.’

    ‘Je vindt er aanraking, lijven, zweet, kussen, geuren, parfum. Wat ik bedoel is dat het echt een magische, vrijheidslievende plek is, onderdeel van de menselijke conditie,’ vindt hij. Door de coronamaatregelen zal het een van de sectoren zijn die het laatst weer open zullen gaan en het oude ritme zullen kunnen hervatten, verwacht hij. Costa vreest dat er een jonge generatie opstaat die een ‘tijdlang niet geleefd heeft’. ‘Een hele generatie die niet heeft meegemaakt hoe het is om samen in een gesloten ruimte te zijn, met muziek en veel mensen. Dat gaat vast psychosomatische gevolgen krijgen de komende tijd, misschien wel de komende jaren.’

    Al vóór het begin van de pandemie merkte Maria Ferreira, programmeur en dj bij Passos Manuel in Porto, een verschil in het nachtelijk gedrag van het jonge publiek. ‘Ze kwamen meer introvert op me over,’ vertelt ze. Dat uitte zich onder andere in het consumptiegedrag van sommige van de allerjongsten. ‘Ze drinken minder alcohol en nemen meer drugs’, alhoewel ze niet durft te generaliseren. Volgens haar is dat karakteristiek voor een meer gereserveerde en minder sociale houding. ‘Als ze toch al in hun bubbel zitten komen ze er daardoor nog minder uit,’ vreest ze.

    Op- en weer afbouwen

    Tot zeven maanden geleden was Ferreira dagelijks in contact met agenten en artiesten om de continuïteit van de programmering van haar bar te garanderen. Maar na het begin van de pandemie is ze meer bezig met de op- en afbouw van het terras dat ze nu noodgedwongen voor de deur uitbaat.

    Het uitgaansleven speelt zich in tegenstelling tot vroeger nu vooral buiten af, gedanst wordt er niet, aangeraakt nog veel minder, omdat iedereen afstand houdt. Wel is er in de bar aan de Passos Manuel in Porto als vanouds muziek en kun je er drinken – en sinds kort vanaf een bepaald tijdstip ook eten – maar helaas zonder de mogelijkheid om het feest binnen voort te zetten. Niet zelden is het tegen middernacht nog druk. Maar helaas beseft iedereen dan dat de zaak enkele minuten later zal moeten sluiten.

    De opties zijn dan naar huis gaan, eventueel met wat vrienden, op straat blijven rondhangen in kleine groepjes en de verplicht sociale afstand respecteren, of je melden bij een van de clandestiene feesten achter gesloten deuren, als je tenminste hoort bij de selecte groep die weet waar die zich afspelen.

    Erkenning en aandacht

    ‘Ik vind niet dat de discotheken morgen weer open zouden moeten gaan, dat is een slecht idee, maar ik vind wel dat we tenminste een beetje erkenning en aandacht verdienen,’ zegt Ferreira. Tijdens de lockdown probeerde Kosmicare, een stichting die zich bezighoudt met drugsgebruik in het nachtleven, een beeld te krijgen van waar en hoe men in de nieuwe situatie drugs consumeerde. Het doel was te begrijpen op welke manier de informele markt voor recreatief gebruik van verdovende middelen doorging met functioneren.

    De stichting startte een onderzoek met 600 respondenten, waarvan momenteel de antwoorden worden verwerkt; de resultaten zullen eind dit jaar verschijnen. Maar nu al is duidelijk dat in het algemeen de consumptie sinds het begin van de pandemie is afgenomen.

    Helena Valente, onderzoeker aan de psychologiefaculteit van de universiteit van Porto is een van de drijvende krachten achter het onderzoek. Ze kan al onthullen dat, naast de algemene afname van het gebruik, bij degene die al geregeld gebruikten, met name alcohol of cannabis, de dagelijkse dosis juist toenam. Alleen het gebruik van stimulerende middelen als cocaïne en xtc daalde. Wie weinig gebruikte en vooral in sociale situaties, is vaak gestopt omdat de drugs simpelweg niet beschikbaar zijn.

    “Nu gebruiken ze om het isolement beter te kunnen verdragen”

    Wat de kalmerende middelen alcohol en cannabis betreft, die worden volgens Valente nu vaak gebruikt om de angsten mee te onderdrukken die het isolement bij veel mensen oproept. ‘Vroeger gebruikten ze voor hun plezier, maar nu doen ze dat om hun angsten te verminderen, beter te slapen en het isolement beter te kunnen verdragen.’

    De groep die meedeed aan het onderzoek is redelijk onproblematisch, heeft een ‘gecontroleerd’ gebruikspatroon, geconcentreerd rondom het uitgaansleven, wat zou kunnen verklaren waarom het gebruik bij hen afnam. Maar ook onder hen, vervolgt de psychologe, zijn er mensen die de stichting om hulp hebben gevraagd bij het stoppen met gebruiken, omdat hun inkomsten door de pandemie scherp waren afgenomen.

    Gezien de sluiting van bars en clubs en de aard van de onderzoeksgroep, zijn de resultaten misschien weinig verrassend. Wel is Kosmicare bezorgd over de veiligheid op de clandestiene feesten. ‘Verboden op het gebruik van drugs hebben een geschiedenis van meer dan honderd jaar en het blijkt dat die het gebruik nooit hebben kunnen verhinderen,’ vertelt zij. En waar er vóór het begin van de pandemie nog ambulances en medische teams klaarstonden voor noodgevallen, is op de clandestiene feesten ‘dit laatste redmiddel niet voorhanden’.

    Besmettingsgevaar

    Uiteraard is ook het infectiegevaar niet gering. ‘Op een illegaal feest is het niet mogelijk om een veilige situatie te garanderen. In een discotheek zou je – als dansen weer wordt toegestaan – de zaak beter onder controle kunnen houden.’ Op ‘ondergrondse’ feesten of in ‘slecht geventileerde’ ruimtes is dat lastig en is het besmettingsgevaar ‘waarschijnlijk veel groter’.

    Maar door alleen oog te hebben voor het besmettingsrisico is volgens Valente het belang van ‘het sociale en culturele aspect’ op de achtergrond geraakt. De psychologe noemt als voorbeeld de lgbtiq+-gemeenschap: de leden daarvan vinden in het nachtleven vaak gelijkgestemden, kunnen relaties aanknopen en zelfs ‘gemeenschappen creëren om elkaar tot steun te zijn’.

    Nu echter is deze gemeenschap, net als die van veel andere nachtvlinders, afgesneden van een netwerk – van de steun van hun danspartners.

  • Het eenzame brein

    Het eenzame brein

    Het onderzoek naar eenzaamheid van neurowetenschapper Kay Tye kan ons helpen de psychologische gevolgen van sociaal isolement beter te begrijpen. Want eenzaamheid wordt in verband gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Ook belemmert eenzaamheid het immuunsysteem en kan het leiden tot kanker, hartkwalen en alzheimer. Maar hoe ziet dat eenzame brein eruit?

    Lang voordat de wereld ooit van covid-19 had gehoord, ging Kay Tye op zoek naar een antwoord op de vraag die in het tijdperk van sociale afstand een nieuwe weerklank heeft gekregen: wanneer mensen zich eenzaam voelen, snakken ze dan op dezelfde manier naar sociale interactie als iemand die honger heeft snakt naar eten?

    Hebben zij en haar collega’s deze ‘honger’ in de neurale circuits van de hersenen kunnen ontdekken en meten? ‘Eenzaamheid is iets universeels,’ zegt Tye, neurowetenschapper bij het Salk Institute of Biological Sciences in San Diego, Californië. ‘Het lijkt redelijk om te betogen dat eenzaamheid een neurowetenschappelijk begrip zou moeten zijn. Alleen heeft niemand ooit een manier gevonden om het fenomeen te testen en in specifieke cellen te lokaliseren. Dat proberen we nu te doen.’

    De afgelopen jaren is er een stortvloed van wetenschappelijke boeken verschenen waarin eenzaamheid in verband wordt gebracht met depressie, angst, alcoholisme en drugsgebruik. Er zijn zelfs steeds meer epidemiologische publicaties die aantonen dat je door eenzaamheid meer kans maakt ziek te worden: er lijkt een chronische toevloed van hormonen door ontketend te worden die een goede werking van het immuunsysteem belemmert. Biochemische veranderingen als gevolg van eenzaamheid kunnen de uitzaaiing van kanker versnellen en hartkwalen en alzheimer bespoedigen, of uiterst vitale mensen de wil ontnemen om verder te leven. Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen
    om risicogevallen te identificeren en nieuwe interventiemethoden te ontwikkelen.

    De komende maanden, zo waarschuwen velen, zullen we wereldwijd de gevolgen zien van covid-19 voor de geestelijke gezondheid. ‘Het zal niet lang meer duren voordat iedereen beseft wat de impact van sociale isolatie is op de rest van de geestelijke gezondheid,’ zegt Tye. ‘Ik denk dat die behoorlijk heftig is en snel optreedt.’

    56a83e270ec399efa4bf241b7d7ce257 1
    Een bezoeker van de Innovation for Health-conferentie, op 13 februari jl. in Rotterdam, bevoelt een opblaasbaar brein. Een belangrijk deel van het conferentieprogramma was gewijd aan dementie en alzheimer. – © Michel Porro / Getty

    Moeilijk te identificeren

    Maar het identificeren en zelfs definiëren van eenzaamheid is een moeilijk karwei. Zo moeilijk zelfs dat neurowetenschappers het onderwerp lange tijd hebben gemeden. Eenzaamheid, zegt Tye, is inherent subjectief. Een hedendaags voorbeeld: je kunt deelnemen aan een Zoom-gesprek met geliefden in een andere stad en je sterk verbonden voelen, of nog eenzamer dan vóór het gesprek. Deze ambiguïteit zou de merkwaardige resultaten kunnen verklaren die aan het licht kwamen toen Tye, voordat ze in 2016 haar eerste wetenschappelijke verhandeling over de neurowetenschappelijke kant van eenzaamheid publiceerde, onderzoek deed naar andere publicaties over het onderwerp. Hoewel ze in de psychologische literatuur studies over eenzaamheid aantrof, was er geen enkele publicatie waarin ook de woorden ‘cellen’, ‘neuronen’ en ‘hersenen’ voorkwamen.

    Hoewel de grootste geesten op het gebied van filosofie, literatuur en beeldende kunst zich al millennia over het hoe en waarom van eenzaamheid buigen, gaan neurowetenschappers er sinds lange tijd van uit dat vragen over de manier waarop het menselijk brein ermee omgaat niet in hun datagedreven labs beantwoord kunnen worden. Tye hoopt daar verandering in te brengen door een geheel nieuw terrein te ontwikkelen, gericht op het analyseren en begrijpen van de manier waarop onze zintuiglijke waarnemingen, eerdere ervaringen, genetische predisposities en levenssituaties samenwerken met onze omgeving om een concrete, meetbare toestand te creëren die we eenzaamheid noemen. En ze wil ontdekken hoe die schijnbaar ondefinieerbare ervaring eruitziet wanneer ze geactiveerd wordt in de hersenen.

    Als Tye daarin slaagt, zouden er nieuwe instrumenten kunnen worden ontwikkeld om mensen te identificeren en te volgen die het risico lopen op ziekten die door eenzaamheid worden verergerd. Ook zou het betere manieren kunnen opleveren om een mogelijke openbare gezondheidscrisis als gevolg van covid-19 aan te pakken.

    Tye heeft zich geconcentreerd op specifieke neuronenpopulaties in de hersenen van knaagdieren die met een meetbare behoefte aan sociale interactie lijken te worden geassocieerd, een honger die kan worden gemanipuleerd door die neuronen zelf rechtstreeks te stimuleren.

    Wetenschappers wisten al lange tijd dat het stimuleren van de amygdala een dier kan doen ineenkrimpen van angst. Maar door het labyrint van verbindingen te volgen dat de verschillende delen van de amygdala in en uit loopt, was Tye in staat aan te tonen dat het ‘angstcircuit’ van de hersenen zintuiglijke stimuli op een veel genuanceerdere manier kan beïnvloeden dan voorheen werd aangenomen. Zelfs moed leek door het circuit te worden gemoduleerd.

    Tegen de tijd dat Tye in 2012 haar lab had ingericht op het Massachusetts Institute of Technology (MIT), volgde ze de neurale verbindingen van de amygdala met plekken als de prefrontale cortex, die de hersenen aanstuurt, en de hippocampus, de zetel van het episodisch geheugen. Het doel was de circuits in de hersenen in kaart te brengen waarop we vertrouwen om de wereld beter te kunnen begrijpen, onze moment-tot-momentervaring te duiden en op verschillende situaties te reageren.

    Onverwachte ontdekking

    Dat ze eenzaamheid begon te bestuderen, berustte grotendeels op toeval. Bij het zoeken naar nieuwe postdocs stuitte Tye op het werk van Gillian Matthews, die als promovenda aan het Imperial College London een onverwachte ontdekking had gedaan, toen ze de muizen die ze bij haar experiment gebruikte van elkaar scheidde. Sociale isolatie, het pure feit alleen te zijn, leek de hersencellen die DRN-neuronen worden genoemd zodanig te hebben veranderd dat ze wellicht tot eenzaamheid leidden. Tye zag onmiddellijk de mogelijkheden. Ze herinnert zich nog hoe ongelooflijk ze deze ontdekking vond. Dat de tekenen van sociale isolatie naar een specifiek deel van de hersenen konden worden herleid, vond ze volstrekt logisch. ‘Maar waar zitten die tekenen en hoe zou je ze kunnen vinden? Als dit het specifieke deel was, dacht ik, dan zou dat superinteressant zijn.’ Bij al haar neuronenonderzoek, zegt Tye, ‘ben ik nooit eerder iets over sociale isolatie tegengekomen. Nooit.’

    Het opsporen en meten van eenzaamheid zou kunnen helpen om risicogevallen te identificeren

    Tye realiseerde zich dat als zij en Matthews een kaart van een eenzaamheidscircuit zouden kunnen maken, ze in het lab precies het soort vragen zouden kunnen beantwoorden die ze hoopte te onderzoeken: hoe veroorzaken de hersenen onbedoeld sociale isolatie? Hoe en wanneer verandert de objectieve ervaring van het niet samen met anderen zijn in de subjectieve ervaring van eenzaamheid?

    De eerste stap was het doorgronden van de rol die de DRN-neuronen spelen bij deze geestesgesteldheid. Een van de eerste dingen die Tye en Matthews opmerkten, was dat wanneer ze deze neuronen stimuleerden, de dieren eerder sociale interactie met andere muizen zochten. Bij een later experiment toonden ze aan dat dieren, wanneer ze de keus hadden, doelbewust delen van hun kooi meden die bij hun binnenkomst de neuronen activeerden. Dit deed vermoeden dat hun zoeken naar sociale interactie eerder werd gemotiveerd door een verlangen om pijn te vermijden dan om plezier te genereren.

    Bij een vervolgexperiment plaatsten de onderzoekers enkele muizen 24 uur lang in eenzame opsluiting om ze vervolgens weer in sociale groepen te introduceren. Zoals te verwachten viel, besteedden de dieren toen ongewoon veel tijd aan interactie met andere dieren, alsof ze ‘eenzaam’ waren geweest. Daarna isoleerden Tye en Mattthews dezelfde muizen opnieuw, ditmaal met gebruikmaking van optogenetics om de DRN-neuronen uit te schakelen na de periode van afzondering. Nu taalden de dieren niet meer naar sociaal contact. Het was alsof de sociale isolatie niet tot hun hersenen was doorgedrongen.

    Tye en Matthews leken het equivalent te hebben gevonden van een homeostatische regulator voor de basale behoefte van knaagdieren aan sociale contacten. Volgende vraag: wat betekenen deze bevindingen voor mensen?

    Om die vraag te beantwoorden werkt Tye samen met onderzoekers in het lab van Rebecca Saxe, hoogleraar cognitieve neurowetenschap van MIT en gespecialiseerd in menselijke sociale cognitie en emotie.

    ‘Behoefte aan sociaal contact en behoefte aan eten lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen’

    Sociale signalen

    De experimenten met mensen zijn veel moeilijker te ontwikkelen, omdat de voor optogenetics vereiste hersenoperaties geen optie zijn. Wel is het mogelijk eenzame mensen met beelden van vriendelijke mensen te confronteren die sociale signalen uitzenden, zoals een glimlach, en dan met behulp van een fMRI-scan de verandering in de bloedstroom naar diverse delen van de hersenen te volgen en vast te leggen. En dankzij eerdere experimenten hebben wetenschappers een goed idee van de plek waar ze in de hersenen moeten zoeken, namelijk een gebied dat analoog is aan datgene wat Matthews en Tye bij muizen hebben bestudeerd.

    Vorig jaar heeft Livia Tomova, een postdoc die het onderzoek in het lab van Saxe leidt, veertig vrijwilligers geronseld die volgens eigen zeggen een groot sociaal netwerk hadden en een zeer laag eenzaamheidsniveau. Tomova verbande haar proefpersonen naar een kamer in het lab en verbood tien uur lang iedere vorm van menselijk contact. Ter vergelijking nodigde Tomova dezelfde deelnemers opnieuw uit voor een tien uur durende sessie waar volop sociale interactie was, maar geen eten.

    Aan het eind van beide sessies kregen de proefpersonen het verzoek in een fMRI-scanner te klimmen en werden ze met verschillende beelden geconfronteerd, sommige van mensen die non-verbale sociale signalen uitzonden, andere waarop eten was te zien.

    Anders dan Tye en Matthews was Tomova niet in staat zich op individuele neuronen te richten. Wel kon ze veranderingen in de bloedstroom
    volgen binnen grotere delen van de scan, de zogeheten voxels; elke voxel toonde de veranderende activiteit van afzonderlijke populaties van enkele duizenden neuronen. Tomova concentreerde zich op de middenhersenen waarvan bekend is dat ze rijk aan neuronen zijn die worden geassocieerd met het produceren en verwerken van de neurotransmitter dopamine. Bij andere experimenten is al aangetoond dat deze gebieden verband houden met het ‘verlangen’ of ‘snakken’ naar iets. Het zijn gebieden die oplichten bij beelden van eten wanneer iemand honger heeft, of bij drugsgerelateerde afbeeldingen in het geval van mensen met een verslaving. Zouden ze hetzelfde doen bij eenzame mensen die afbeeldingen van een glimlach te zien krijgen?

    Het antwoord was duidelijk: na de sociale isolatie toonden de hersenen van de proefpersonen veel meer activiteit in het middenhersengebied wanneer ze de beelden van sociale signalen te zien kregen. Wanneer de proefpersonen honger hadden maar niet sociaal geïsoleerd waren geweest, reageerden ze even sterk op de etenssignalen, maar niet op de sociale. ‘Of het nu behoefte aan sociaal contact is of behoefte aan andere dingen zoals eten, ze lijken op een sterk overeenkomstige manier tot uiting te komen,’ zegt Tomova.

    Inzicht in de manier waarop de behoefte aan sociaal contact in de hersenen tot stand komt zou meer inzicht kunnen verschaffen in de rol die sociale isolatie bij sommige ziekten speelt. Het objectief meten van eenzaamheid in de hersenen, in tegenstelling tot het vragen aan mensen hoe ze zich voelen, zou bijvoorbeeld het verband tussen depressiviteit en eenzaamheid kunnen verduidelijken. Het is de kip of het ei: veroorzaakt depressiviteit eenzaamheid, of veroorzaakt eenzaamheid depressiviteit? En zou tijdige sociale interventie depressiviteit kunnen helpen bestrijden?

    Verslaving

    Inzicht in het eenzaamheidscircuit in de hersenen zou ook enig licht kunnen werpen op verslaving, waar geïsoleerde dieren volgens bepaald onderzoek vatbaarder voor zijn. Daarvoor lijkt vooral sterk bewijs te bestaan bij adolescente dieren, die gevoeliger lijken te zijn voor de effecten van sociale isolatie dan oudere of jongere soortgenoten. Bij mensen zullen vooral jongeren tussen de 16 en 24 waarschijnlijk zeggen dat ze zich eenzaam voelen, en dat is ook de leeftijd waarop zich veel storingen op het gebied van de geestelijke gezondheid beginnen te manifesteren. Is er een verband?

    Maar waar momenteel misschien wel de grootste behoefte aan is, is een reactie op de sociale afstand waartoe de covid-19-pandemie noopt. Volgens sommige onlineonderzoeken is er geen algehele toename van eenzaamheid sinds het begin van de pandemie, maar hoe zit het met mensen voor wie de kans op geestelijke gezondheidsproblemen het grootst is? Op welk moment komt hun psychologische en fysieke welzijn in gevaar wanneer ze worden geïsoleerd? Als we eenzaamheid eenmaal kunnen meten, zal het veel makkelijker worden om doelgerichte interventies te ontwikkelen.

    ‘Een belangrijke vraag voor toekomstig onderzoek is hoeveel en wat voor soorten positieve interactie volstaan om in de basisbehoefte te voorzien en daarmee de neurale verlangensrespons te elimineren,’ schreven Tomova en Tye eind maart in een voor-publicatie van hun komende verhandeling. De pandemie ‘benadrukt het belang van een beter begrip van menselijke sociale behoeften en het neurale mechanisme dat aan sociale motivatie ten grondslag ligt. Deze studie zet een eerste stap in die richting.’

    Dat is, in de bedekte termen die typerend zijn voor wetenschappelijke taal, de aankondiging van de geboorte van een heel nieuw onderzoeksterrein, waarvan je maar zelden getuige bent, laat staan dat je eraan deelneemt.

    ‘Het is voor mij zo opwindend, omdat dit allemaal begrippen zijn waarover we in de psychologie al een miljoen keer hebben horen spreken; en nu hebben we voor het eerst echt cellen in de hersenen die we aan het systeem kunnen linken,’ zegt Tye. ‘En als je eenmaal één cel hebt, kun je terugzoeken en vooruitzoeken; je kunt kijken wat er stroomopwaarts is, je kunt kijken wat alle neuronen die zich stroomopwaarts bevinden doen, en wat voor boodschappers er worden gestuurd. Nu kun je het hele circuit ontdekken, je weet waar je moet beginnen.’

  • Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    CNN-verslaggever Christiane Amanpour en voormalig oorlogscorrespondent is zich meer dan ooit bewust van de verantwoordelijkheid die zij heeft als journalist.  ‘Mijn aanwezigheid in Bosnië was zinloos geweest als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.’

    ‘Toen CNN veertig jaar geleden begon, was de Koude Oorlog op zijn hoogtepunt. Onze oprichter Ted Turner wilde een internationale nieuwsorganisatie opzetten om in een van de angstigste periodes van de wereld mensen bijeen te brengen. De grootste angst in die tijd was de dreiging van een kernoorlog. Ik kwam in 1983 bij het team, rechtstreeks uit de collegebanken. Toentertijd dacht ik: “Geweldig, hier kan ik al doende het vak leren en dan zoek ik daarna een fatsoenlijke baan bij een echt netwerk.” Wist ik veel dat CNN tot de allergrootste zou gaan horen.

    Teds motto bij CNN was: “Leid, volg of ga uit de weg”. En ik heb altijd geprobeerd me daaraan te houden. Mijn eerste grote proef als buitenlandcorrespondent kwam toen ik in de zomer van 1990 op pad werd gestuurd. Binnen een paar maanden viel Saddam Hoessein Koeweit binnen, wat tot de eerste Golfoorlog leidde.

    Niemand is er ooit op voorbereid als een gewoon leven omslaat in een extreem leven. En een bestaan als oorlogs- en rampenverslaggever, dat is extreem. Je verkeert op de rand van het leven en dus op de rand van de dood. Het duurde even voordat ik als kersverse correspondent gewend was te leven tussen mensen die onder vuur lagen, op een plek waar iedereen slachtoffer kon zijn. Maar ik moest mijn werk doen, dus stap voor stap leerde ik en paste ik me aan.

    koshu kunii 6m9F6QrJskY unsplash
    Met de leus ‘No justice, no peace’ eisen Black Lives Matter- demonstranten gerechtigheid voor politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. – © Koshu Kunii / Unsplash

    Lockdown

    Mijn volgende oorlog was in Bosnië, waar ik verslag deed vanuit Sarajevo, dat toen in volledige lockdown was.

    Je was ofwel aan het werk of je sliep in een soort slaapzaal in het enige hotel dat open was. Je kon elk moment door een sluipschutter op de korrel worden genomen of in een bombardement terechtkomen. En omdat de wereld niet wilde ingrijpen om een eind aan het geweld te maken, zeiden grootmachten als de Amerikanen, de Britten en de Fransen: “Alle strijdende partijen zijn even schuldig. En wij kunnen er niets aan doen.” Nou, ik kon ter plaatse met eigen ogen zien dat dat niet waar was. Er was een agressor en er waren slachtoffers. En ik realiseerde me al snel dat mijn aanwezigheid daar zinloos was als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.

    Op dat moment heb ik geleerd dat het in de journalistiek niet om neutraliteit gaat. Je kunt niet neutraal zijn wanneer je getuige bent van iets als genocide. Het gaat om objectiviteit, bereid zijn alle kanten te onderzoeken. Maar je kunt niet alle partijen gelijk behandelen, als die duidelijk niet gelijk zijn. Het veranderde mijn hele kijk op mijn verantwoordelijkheid als verslaggever. En sindsdien is mijn mantra altijd gebleven: “wees waarheidsgetrouw, niet neutraal”.

    Deze manier van verslaggeving is niet zonder risico. Ik ben op plekken geweest waar werd geschoten, ik heb in malariagebieden gewoond, ik was in Rwanda toen daar de volkerenmoord plaatsvond en zwaar gedrogeerde mensen als gekken met machetes in het rond sloegen. En ook journalisten zijn soms doelwit.

    Lichtpuntjes

    Ja, het was vaak gevaarlijk, maar de andere kant van de medaille is dat ik heb geleerd om uit te kijken naar lichtpuntjes. Waar ik ook was, ik heb altijd geprobeerd dat kleine beetje menselijkheid te vinden. Ik put vreugde en troost uit de manier waarop mensen in tijden van narigheid bij elkaar komen. En zeker nu, met de coronapandemie, zien we dat volop gebeuren.

    In bepaalde opzichten is het alsof de ervaringen die ik als buitenlandverslaggever heb opgedaan een soort training waren voor de moeilijke omstandig-heden waarmee we nu te maken hebben. Het was training voor een lockdown, voor noodmaatregelen, en voor het op afstand per telefoon vergaren van feiten en informatie. Die overlevingstactieken zijn des te belangrijker omdat we nu te maken hebben met een ander soort vijand, die misschien nog wel verwoestender is, aangezien hij ervoor heeft gezorgd dat de hele wereld knarsend tot stilstand is gekomen.

    Dit is iets totaal anders dan alle oorlogen, rampen, epidemieën en andere ellende waarvan ik verslag heb gedaan. Het is altijd mijn instinct geweest om snel op pad te gaan naar wat er ook gaande was. Maar dit is anders dan een oorlog of terrorisme, waarbij je zorgt dat je ter plaatse bent en laat zien dat je niet bang bent. Nu zitten we allemaal achter gesloten deuren. Ik woon alleen en werk vanuit huis, dus ik begrijp de stress die veel mensen nu doormaken. En als journalist in het tijdperk-Trump, dat één eindeloze aanval vanuit het Witte Huis op de media is, ben ik scherper dan ooit op waarheid en feiten.

    Mensen hebben hun vertrouwen in deskundigen en instituties verloren.
    Er zijn zelfs mensen die vraagtekens plaatsen bij de wetenschap. Dat is in mijn ogen verschrikkelijk gevaarlijk. Juist nu is wetenschap het verschil tussen leven en dood. De afgelopen jaren hebben gewetenloze leiders onophoudelijk campagne gevoerd om de journalistiek verdacht te maken, om feiten verdacht te maken, maar we hebben nu meer dan ooit deskundigen nodig. Ik strijd voor de waarheid. Dat zal ik absoluut blijven doen. Het kan me niet schelen of de machthebbers me aardig vinden. Ik zal tot mijn laatste snik blijven vechten.

    Gerechtigheid

    Als buitenlandcorrespondent heb ik ook talloze demonstraties, manifestaties en revoluties verslagen. Toen ik tijdens de Arabische Lente reportages maakte over de protesten in landen als Libië, Irak en Libanon, benoemde ik wat er gaande was: een beweging van mensen die de straat op gingen tegen onrecht en voor gelijkheid en vrijheid. En dat is precies wat we op dit moment, sinds de brute moord op George Floyd, in de Verenigde Staten en over de hele wereld zien: een opstand voor gerechtigheid en tegen het straffeloos vermoorden van zwarte mensen.

    Mijn hele carrière lang ging het erom mensen rekenschap te laten afleggen: voor oorlogsmisdaden, voor mensenrechtenschendingen, voor ongelijkheid van ras en gender. Vandaar dat ik me altijd sterk met het rechtssysteem heb beziggehouden. En in mijn ogen is de protestleus “No justice, no peace” niet zomaar een kreet. Hij is van groot, wezenlijk belang. En hij drukt precies uit waar dit moment in de geschiedenis om gaat.

    Deze protesten bevatten een zeer belangrijk politiek element. Ze zijn bedoeld om tot verandering te leiden, dus we moeten doorgaan en we moeten de grote vragen stellen.

    Institutioneel racisme bestaat en het moet worden uitgeroeid. Dit is daarvoor het moment. En onze politieke leiders moeten luisteren.

    Eindelijk zien we dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor hun racistische slavernijverleden. Sinds de moord op George Floyd heb ik veel mensen uit de zwarte gemeenschap geïnterviewd, maar ook vooraanstaande witte leiders die zeggen: “Wij hebben dit veroorzaakt, dus wij moeten ook deelnemen aan het oplossen ervan.” Die samenwerking is uiterst belangrijk, want gerechtigheid bereik je niet met maar één groep of met een andere, dit gaat de hele samenleving aan.

    Ik zal mijn schijnwerper blijven richten op de Black Lives Matter-beweging, want ik wil niet zien dat politici, bedrijven of individuen slechts een “hashtagmoment” hebben. Dit is geen kwestie van “en nu weer over tot de orde van de dag”. We moeten onze wereld verbeteren. Politiegeweld is een symptoom van structureel racisme, gebaseerd op structurele armoede.

    Het systeem is zo ingericht dat de ene groep wordt onderdrukt zodat een andere kan bloeien. Ik vind dat we op alle maatschappelijke terreinen onze deuren moeten openzetten en onderwijs-, economische en professionele kansen toegankelijker moeten maken. Anders is het allemaal alleen maar lippendienst. En we kunnen het ons niet veroorloven om dit moment onbenut te laten.

    De twee pandemieën, die van het coronavirus en die van het racisme, hebben ons een enorme kans geboden. Nu moeten we intelligent genoeg, dapper genoeg, empathisch genoeg en eerlijk genoeg zijn om die kans te grijpen en te doen wat nodig is. We moeten weer ergens zien te komen waar deze hyperpartijpolitieke polarisatie, die zo giftig is, begint te vervagen.

    Ik hoop dat er licht is na dit alles. Ik hoop dat we de uitdaging aankunnen. En ik hoop echt dat we dankzij deze periode onze menselijkheid met andere ogen gaan bezien, of het nu gaat om klimaatverandering, mensenrechten, kapitalisme of gewoon de kwaliteit van het leiderschap dat we kiezen. De waarheid is dat de donkerste dagen soms de juiste soort verandering brengen.’