Tag: lokaal eten

  • Rijk Duitsland, armeluis-eten

    Rijk Duitsland, armeluis-eten

    In Duitsland is iets vreemds aan de hand. Het land telt meer topkoks en sterrenrestaurants dan ooit, maar tegelijk ziet de gemiddelde Duitser zijn Wiener Schnitzel of pasta met tomatensaus nog altijd als het toppunt van culinair genot. Waar komt die schizofrenie vandaan?

    Dit is een pleidooi voor het goede eten. En omdat het Duitsland betreft moeten we 
een beetje grof te werk gaan. Niet met een voorsnijvork, maar met een voorhamer. Minder 
elegant, maar wel nodig, anders snapt uiteindelijk weer niemand het. We zeggen het dus maar meteen: culinair gezien zijn de Duitsers het gênantste volk van Europa. Zoiets kun je natuurlijk nooit bewijzen, maar de aanwijzingen zijn overstelpend.

    Of moeten we spreken van symptomen? Want de relatie van de Duitsers met de hogere kookkunst 
is inmiddels ernstig pathologisch. Het ziektebeeld: een bizarre vorm van schizofrenie.

    In november verscheen de editie 2016 van de grote culinaire gidsen Michelin en GaultMillau, en werd er weer flink gejubeld. Het zogeheten Duitse keukenwonder duurt nu al bijna dertig jaar en komt maar geen einde aan. Duitsland, een wereldmacht aan 
het fornuis, roepen de recensenten: 290 sterrenrestaurants, een record – alleen Frankrijk heeft er meer. Duitse koks? Technisch briljant! Een exporthit van Rome tot aan Bangkok! Maar die fijnproeversgidsen kunnen zeggen wat ze willen. De enige vraag die er werkelijk toe doet is: hoe kan het dat tegenover deze indrukwekkende keukenbrigade, zelfs twintig jaar na Eckart Witzigmanns uitverkiezing tot ‘de kok van de eeuw’, nog altijd een natie staat die culinair zo veel schuchterheid aan de dag legt?

    Voorbeelden te over. Zoals de uitkomst van de laatste kantine-enquête op kantoor: steviger en goedkoper eten graag! Of de goedverdienende buurvrouw die vraagt welk restaurant we kunnen aanbevelen, ja, het mag beslist wat kosten, zo’n 30 euro ongeveer?

    Niemand in Europa besteedt minder geld aan zijn eten dan de Duitser

    Of de collega met een leidinggevende positie die besmuikt fluistert dat hij onlangs in de Tantris is geweest, de allerbeste gelegenheid van München [Tantris was in 2009 44ste op de lijst van 50 beste restaurants ter wereld van Restaurant Magazine], 
‘Tja, wat zal ik zeggen, het was fantastisch, maar vertel het alsjeblieft niet verder!’

    De Duitse eter – verscheurd tussen begeerte, gierigheid, genotzucht, jaloezie en schuldgevoel. Hoe spijtig. Over de gedragsafwijkingen die deze verscheurdheid veroorzaakt kan vrijwel elke topkok meepraten. Het pijnlijkst blijkt dat in het buitenland, waar de Duitsers – ondanks alle vervaging van nationale eigenaardigheden – nog altijd bekendstaan als kampioen klagen. Cijfers ontbreken, maar vraag je de bediening in een wereldberoemd toprestaurant naar ‘lastige gevallen’, dan zeggen ze in essentie dit: de Japanse obsessie met kwaliteit is vermoeiend, de dikdoenerij van de Russen vervelend, maar het allermoeilijkste is het om ‘de Duitse gast een glimlachje op de lippen te ontlokken’.

    Op zoek naar de oorzaken voor die scepsis, kun je 
op geen enkel niveau heen om de oer-Duitse vraag: wat krijg ik ervoor?

    De voormalig Duitse president Horst Köhler en zijn echtgenote Eva Luise eten een broodje curryworst bij de legendarische cafetaria Konnopke in Prenzlauer Berg, Berlijn. – © HH
    De voormalig Duitse president Horst Köhler en zijn echtgenote Eva Luise eten een broodje curryworst bij de legendarische cafetaria Konnopke in Prenzlauer Berg, Berlijn. – © HH

    Bij de koks gaan Duitsers door voor gasten die het maximale voor hun geld willen. In principe is daar niets mis mee. Maar toch zit er een bijsmaakje aan, zegt Otto Koch, de Münchense grandseigneur van 
de Duitse haute cuisine: ‘Nog altijd irriteert het me mateloos dat gasten bij ons alleen vragen wat een gerecht kost, nooit wat het waard is.’

    Die obsessie voor prijs-kwaliteit wordt aangewakkerd door het nauwgezette onderscheid dat het land van de Bildungsbürger maakt tussen de zogeheten ‘hoge cultuur’ en al het andere. Tweehonderd euro voor een operapremière? Geen enkel probleem. Tweehonderd euro voor een diner? Ja, dan kun je je goeie geld net zo goed meteen maar op straat gooien!

    Gourmettempel

    Zo bleef de topkeuken altijd iets overdrevens en 
elitairs houden. Dat wantrouwen zit ook verankerd in de taal. Woorden die genot uitdrukken ontbreken vrijwel. Verbazingwekkend hardnekkig is, zelfs als het niet ironisch gebruikt wordt, het woord ‘Gourmettempel’, een benaming voor toprestaurants. Alsof 
het gaat om een overblijfsel uit een nouvellecuisine-parodie van Louis de Funès.

    Alleen in Duitsland doen absurde broodjeaapverhalen de ronde waarin topkoks worden beticht van discriminatie van gasten. De tante van een kennis van een vriend zou bijvoorbeeld gevraagd zijn het fijnproeversrestaurant te verlaten omdat ze te hard praatte.

    Bij de rekening was een grove mededeling gevoegd: ‘Wij verzoeken u ons niet nog eens met een bezoek 
te vereren.’ Bekende chefs als Alfons Schuhbeck en Johann Lafer hebben beloningen van duizenden euro’s uitgeloofd voor de gast die een dergelijk briefje zou kunnen laten zien. Geïncasseerd werden ze nooit.

    Driesterrenkok Thomas Bühner kreeg zelfs anonieme dreigbrieven te verwerken. Hoewel hij twijfelde, maakte hij de voortdurende beledigingen twee jaar geleden toch openbaar, op een persconferentie. ‘De enige juiste beslissing,’ zegt hij nu. Bühners beroemde restaurant La Vie in het centrum van Osnabrück is een voorbeeld van het dilemma van topkoks. Gasten komen speciaal uit Tokio of Los Angeles om bij hem te dineren, maar in eigen stad is het ingewikkeld om klanten te trekken. Zelfs veelverdieners zijn veel sceptischer en prijsgevoeliger dan hij dacht, zegt de kok. ‘Duitsers houden van wat ze kennen, de Italiaan op de hoek met zijn vijf standaardpastasauzen.

    Wanneer wij in de voetgangerszone voor La Vie gratis blind zouden laten proeven, zijn velen bang dat ze kikkerbilletjes of gesauteerde sprinkhaan in hun mond geschoven krijgen.’


    De briefaffaire heeft Bühler duidelijk gemaakt dat het belangrijk is om zo veel mogelijk ‘gewone mensen’ in zijn restaurant te krijgen. Om ‘aan iedereen 
te laten zien wie wij zijn’. Dus biedt hij doordeweeks nu zeven gangen voor 98 euro aan. Drie sterren voor koopjesjagers. Een succes. En een risico. Omdat zulke prijzen tot de onjuiste conclusie kunnen leiden dat topprestaties niet duur hoeven te zijn. En dat terwijl de fijnproeverskeuken tegenwoordig meer dan ooit een financiële zelfmoordoperatie is. Niet voor de gast, maar voor de chef.

    Volksaard

    Aan tafel blijven ondertussen velen hardnekkig geloven in het bespottelijke idee dat een bord al avant-garde is als daarop kalfsragout ligt, gedecoreerd met stukjes bladerdeeg, romanescoroosjes en modieuze plukjes pompoen- en bietenpuree. ‘Het is haast alsof de Duitsers ergens tijdens het Wirtschaftswunder allemaal besloten hebben om voortaan slecht te eten en daarvan dan een heleboel,’ zegt Marin Trenk, hoogleraar etnologie aan de Goethe-universiteit van Frankfurt. En hoe verklaart de wetenschap dit? ‘Lastig,’ zegt Trenk, die onderzoek doet naar globalisering van het eten en de Duitse eetgewoonheden. ‘Misschien moeten we gewoon accepteren dat genot bij sommige volken, zoals de Thai, de Chinezen of de Fransen, in de volksaard verankerd zit, en bij andere niet.’

    Een blik in de geschiedenis is interessant, maar helpt weinig. Zo beschreef de Romeinse historicus Tacitus 2000 jaar geleden al de tafelgewoonten van de Germanen; hun smakeloze voedsel en hun drinkgelagen als een vroege vorm van het Oktoberfeest. Of neem ‘aardappelkoning’ Frederik de Grote in het spartaanse Berlijn, wiens karige keuken berucht was bij de Franse gezanten die ziek van heimwee werden. Honderd jaar later zag men in de keizerlijke rijkshoofdstad al te kostbare diners nog altijd als overdreven Frans.

    Königsberger Klopse, gehaktballen met kappertjessaus. – © Dieter Heinemann / HH
    Königsberger Klopse, gehaktballen met kappertjessaus. – © Dieter Heinemann / HH

    Fransenhaat, Germanendorst en Pruisendom, oorlogen, hongersnoden en het bescheiden protestantisme – ze kunnen allemaal een bijdrage leveren aan het debat, maar ze vormen geen afdoende verklaring voor de genotsscepsis van de Duitsers. Tenslotte zijn ook de protestantse nakomelingen van de Vikingen binnen een tijdsbestek van tien jaar wereldberoemd geworden met hun ‘nieuwe Noordse keuken’. In Denemarken, het land van de roze industriesalami, kende men tot voor kort nog geen vijf recepten voor varkensvlees, schertste Kopenhagens sterrenkok René Redzepi. Vandaag de dag is Denemarken een bedevaartsoord voor smulpapen.

    Genot zit bij sommige volken verankerd, en bij andere niet

    Dat de topkeuken economisch interessant is, hebben niet alleen de regeringen in Parijs, Kopenhagen, Madrid en Stockholm door, maar ook die in het arme Peru, het gewelddadige Mexico of het regelgekke Singapore. Zij steunen koks, sturen ze op tournee. Duitsland daartegen verstopt zijn topchefs niet alleen, de politiek voedt het kleine culinaire denken zelfs door zich er naarstig aan te spiegelen. ‘Duitse politici zien een Wiener Schnitzel in (de Berlijnse bobotent) Borchardt nog altijd als een toppunt van genot,’ merkte GaultMillau bijtend op. Grotendeels 
om culturele redenen, zo vermoeden koks; en vaak ook om bij de kiezers in het gevlij te komen. Om maar geen verdenking van verkwisting te wekken!


    Waartoe een hedonistische, flamboyante levensstijl in de politiek leidt, weten we immers sinds 1968, toen je in Berlijn de (heimelijk bewonderde) Toscanefractie had, een groep champagnesocialisten die zijn vakanties graag in Italië doorbracht. Hoe actueel dit jaloeziedebat is, mocht voor het laatst SPD-kanselierskandidaat Peer Steinbrück ervaren. Toen hij tijdens de verkiezingsstrijd vertelde dat hij nooit Pinot beneden de 5 euro dronk, was het hele land verontwaardigd.

    ‘In het buitenland heeft men respect voor ons, thuis hecht men geen waarde aan onze prestaties,’ vat Berlijns hoogst gewaardeerde chef Tim Raue de situatie samen. Natuurlijk zijn er wel mensen die goed uit eten gaan, maar een cultuur die het geheel draagt zoals een sportgek publiek de Olympische Spelen, kennen we hier niet; in de politiek noch in het bedrijfsleven. Driesterrenkok Thomas Bühner geeft toe dat hij op reis in het buitenland jaloers constateert ‘hoe vanzelfsprekend bedrijven daar fijnproeversbijeenkomsten sponseren’. En Joachim Wissler, wiens restaurant Vendôme tot de beste 
van de wereld wordt gerekend en die zonder enig probleem stromen internationale gasten naar het weinig aantrekkelijke Bergisch-Gladbach haalt, 
stelt droogjes vast: ‘Nog geen wegwijsbordje heeft 
de gemeente voor ons over.’

    De Duitse eter wordt verscheurd tussen begeerte, gierigheid, genotzucht, jaloezie en schuldgevoel

    Niemand verwacht overigens dat de natie constant aan het vijfgangendiner zit. Maar misschien komt 
de politiek er ooit eens achter dat andere landen een topkeuken met goede ingrediënten allang weten te waarderen vanwege zijn duurzame karakter. Topkoks ondersteunen immers kleinschalige productie, produceren relatief weinig afval, laten gasten zien wat hun fornuis te bieden heeft en wat kwaliteit kosten moet. Hedonisme als een vormingsprogramma – dat zou een benadering zijn die Duitsland past.

    Nieuwsgierigheid

    Maar tot het zover is, gedijt de schizofrenie van de koopjescultuur – ondanks de populariteit van groene producten en alle in een schrikbarend klein kringetje gevoerde debatten over kwaliteit en gezondheid. 
Het verontrustend reële, want statistisch onderbouwde cliché laat bovendien het volgende beeld zien: niemand in Europa besteedt minder geld aan zijn eten dan de Duitser (gemiddeld 6200 euro). 
En daarbij gebruikt hij olijfolie die minder kost dan 
de motorolie voor zijn auto. In de Consumentengids leest hij vervolgens hoe beroerd die olie versneden is, om zich daarna bij de borrel op te winden over levensmiddelschandalen. Rijk Duitsland, armeluis-eten.

    Maar af en toe wint toch de nieuwsgierigheid. Zoals twee jaar geleden toen de bondskanselarij onverwachts aan Tim Raue vroeg om het menu bij het bezoek van Barack Obama te verzorgen. Enige restrictie: het protocol vereiste Königsberger Klopse [Oost-Pruisisch streekgerecht van gekookte vleesknoedels in witte saus met kappertjes]. Nu is er niets tegen Klopse, en 
al helemaal niet als die van Tim Raue komt. ‘Achteraf was die voorwaarde een zegen,’ vertelt hij enthousiast. ‘Sindsdien wil iedereen bij ons de Obama-Klopse.’

    Aan de andere kant: stel je eens voor wat er gebeurd zou zijn wanneer deze superchef bij het staatsdiner echt had mogen laten zien waartoe hij in staat is. Misschien hadden zijn gasten dan wel smaak ontwikkeld.

    Auteur: Marten Rolff
    Vertaler: Marten de Vries

    Beeld bovenaan: Pretzels en pullen bier op het Oktoberfest in München. 
– © Michaela Rehle / Reuters

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | oplage 445.000
    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

    Kevin Fehling © Axel Heimken / HH
    Kevin Fehling © Axel Heimken / HH

    CONTEXT: Keven Fehling

    In november vorig jaar vervulde een jonge chefkok van 38, Kevin Fehling, de uitdaging die hij zichzelf 
had gesteld. ‘Niet één, niet twee, maar in één klap drie Michelinsterren,’ vat het weekblad Die Zeit samen. Hij is de eerste die dat kunststukje heeft uitgehaald in Duitsland. En nog sterker: in een recordtijd. Zijn restaurant The Table werd pas geopend 
in augustus van datzelfde jaar in de nieuwe wijk HafenCity in het oude havengebied van Hamburg.

    Twintig couverts maximaal, een open keuken en 
op het bord klassiekers in een eigentijds jasje. Het succes van The Table is terecht, juicht de Duitse pers. Die Welt bijvoorbeeld, roemt ‘de precisie’ van de 
‘aromatische composities’ van Fehling. ‘Het lijken 
wel sterrenbeelden’ – een verwijzing naar een 
andere liefhebberij van de chef, de astronomie. ‘Fehling ziet zijn gerechten als planetaire systemen, waarin hij soms de dialoog aangaat met de zon.’ De kop van het artikel in Die Zeit luidde: ‘De poëzie van de komkommer’. ‘Voor een diner rekent Kevin Fehling 290 euro per persoon. In ruil daarvoor kokkerelt hij chips van ossentong en knutselt hij met groenten. 
Is dat gekte of ware kunst?’

    Auteur: Lambiek Berends

    CONTEXT: Jonge Duitse koks zorgen voor ‘frisse wind in de keuken’

    Duitsland telt sinds vorig jaar 290 restaurants met één of meer (in totaal 349) Michelinsterren, waaronder tien in de hoogste categorie: drie sterren. Dat zijn 26 restaurants meer dan voorheen. Berlijn gaat aan kop met twintig restaurants. Maar een driesterrenrestaurant ontbreekt nog in de hoofdstad.

    Duitsland raakte één driesterrenrestaurant kwijt, 
door sluiting van de Amador in Mannheim na het vertrek van de chef, de Spaanse gastarbeiderszoon Juan Amador, naar Wenen. Er zijn nu nog tien restaurants met drie sterren – nog altijd het hoogste aantal per land na Frankrijk. Nieuw in deze categorie is The Table van Kevin Fehling, in Hamburg. Fehling was voorheen driesterrenchef in La Belle Epoque in Travemünde.

    In Hotel Adler in Häusern kan men specialiteiten nuttigen als een confit van beekforel met appel of Geschmorte Kalbsbacke mit Knusperspeckpüree

    Onder de nieuwkomers zijn veel jonge koks, zelfs jonger dan dertig jaar. ‘De Duitse gastronomie behoort op dit moment tot de wereldtop,’ zegt Michael Ellis, de internationaal directeur van de Guide Michelin. ‘Een hele generatie uitstekend opgeleide, zeer gemotiveerde en innovatieve koks zorgt voor een frisse wind.’

    Veel van die jonge koks hebben het vak geleerd van 
de Oostenrijker Eckart Witzigmann, die in 1979 in Aubergine in München de Beieren liet kennismaken 
met de nouvelle cuisine, en daarvoor prompt een jaar later van Franse zijde werd beloond met drie Michelinsterren. Een andere meesterkok is Harald Wohlfahrt, die al sinds 1980 een potje kookt in de Schwarzwaldstube in Baiersbronn-Tonbach in het Zwarte Woud en sinds 1992 elk jaar is bekroond met drie sterren. Zijn leerlingen zijn in de jongste Michelingids voor Duitsland samen goed voor 70 sterren. De Duitse uitgave van 
de Franse gids bestaat in 2016 vijftig jaar. Eén restaurant is sinds de eerste editie jaarlijks bekroond: Hotel Adler in Häusern, in het zuiden van het Zwarte Woud, waar men specialiteiten kan nuttigen als een confit van beekforel met appel of Geschmorte Kalbsbacke mit Knusperspeckpüree. 


    Jana Stegemann, Süddeutsche Zeitung

  • 7. Duurzaam dineren is lucratieve groeimarkt

    7. Duurzaam dineren is lucratieve groeimarkt

    In de VS worden klimaatneutrale restaurants steeds populairder. Zeker nu blijkt dat je er ook goed aan kunt verdienen.

    Bij Farmers Fishers Bakers, in Washington D.C., zet men zich al zeven jaar lang in voor klimaatneutraal dineren – en dat begint op het moment dat de klant de deur door komt. Een klein bordje nodigt de gasten uit om het restaurant te betreden door de uitbundig versierde draaideur. (Draaideuren, zo heeft een onderzoeksteam van het Massachusetts Institute of Technology ontdekt, zijn acht keer zo energie-efficiënt als traditionele deuren.) Eenmaal binnen in het chique, biologische restaurant, ziet de klant hergebruikt sloophout, herwonnen marmer en karaffen water uit een buurtwinkel. Op de menukaart staat uitdrukkelijk vermeld dat de ingrediënten afkomstig zijn van plaatselijke leveranciers en dat de restjes de volgende dag gebruikt kunnen worden voor een voorafje.

    ‘We verleiden de klant met duurzaamheid, verse producten, het aangename gevoel dat je weet waar alles vandaan komt,’ zegt Jennifer Motruk, plaatsvervangend hoofd marketing en communicatie van de Farmers Restaurant Group, waar Farmers Fishers Bakers onder valt, net als de Founding Farmers-restaurantketen. ‘Bij elke beslissing die we nemen stellen we onszelf de vraag: Zou ik hier ook voor kiezen als ik een boer was?’ Men streeft ernaar dat alles wat op tafel staat zo van het land komt, en dat alles in een omgeving die zo veel mogelijk klimaatneutraal is.

    Alles wat er gedaan kán worden op het gebied van duurzaamheid, wórdt ook gedaan. Founding Farmers composteert, recyclet, gebruikt linnen servetten, drukt de menukaarten met soja-inkt op hergebruikt papier, geeft het eten mee in bakjes van afbreekbaar materiaal, gebruikt natuurlijke schoonmaakmiddelen, maakt zelf groente in en bakt het brood ter plaatse.

    Founding Farmers Restaurant. – ©  Davis Staedtler
    Founding Farmers Restaurant. – © Davis Staedtler

    Ongekend winstgevend

    Deze filosofie wordt doorgetrokken tot op het toilet, met bewegingssensoren en waterbesparende stortbakken. Tot slot wordt de klant op het hart gedrukt dat het bedrijf doet aan klimaatcompensatie via Carbonfund.org, om de schadelijke uitstoot te compenseren van het wekelijkse transport van een kleine duizend kilo graan vanuit North Dakota naar het District of Columbia.

    Sinds de eerste Founding Farmers-zaak in 2008 de deuren opende is de keten uitgegroeid tot een concern met vier vestigingen die ongekende populair zijn. Volgens Motruk voeren de Founder Fathers al 49 maanden de lijst aan van restaurants die worden gereserveerd via OpenTable. Daarnaast is de keten ongekend winstgevend. In 2014 bedroeg de omzet meer dan 35 miljoen. En hoewel Founding Farmers slechts een kleine keten is in een industrietak van immense omvang, wordt het concept van klimaatneutraal eten en het verkleinen van de ecologische voetafdruk steeds populairder. Het bedrijf probeert iets te veranderen binnen een energieverslindende bedrijfstak.

    Klanten zijn steeds meer gericht op duurzaamheid, en sommige lokale overheden schrijven dat ook voor

    Het systeem waarin voedsel wordt verbouwd, verscheept, bereid en weggegooid, is wereldwijd verantwoordelijk voor 30 procent van de koolstofemissie. Van elke dollar die een Amerikaan aan eten uitgeeft gaat 47 procent naar een restaurant – en daarvan is het land er bijna één miljoen rijk, afgaande op de cijfers van de National Restaurant Association.

    Laura Abshire, hoofd duurzaamheidsbeleid en overheidszaken van de National Restaurant Association, qua ledental de grootste vakbond in de voedselindustrie ter wereld, zegt dat restaurants zich er terdege van bewust zijn dat ze een grote invloed kunnen hebben op het milieu, maar ze willen het natuurlijk ook de klant naar de zin maken. Wat de klant meer en meer wil, zegt ze, is dat de zaak die hij bezoekt begaan is met het milieu.

    Het filiaal van Farmers Fishers Bakers in Washington D.C.
    Het filiaal van Farmers Fishers Bakers in Washington D.C.

    ‘Klanten zijn steeds meer gericht op duurzaamheid, en sommige lokale overheden schrijven dat ook voor,’ zegt Abshire. ‘Restaurants hebben er alleen maar bij te winnen. Ze kunnen geld besparen en klanten trekken.’

    In San Francisco opent binnenkort 
een nieuw restaurant haar deuren, een restaurant dat vanuit een iets andere invalshoek streeft naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering. Het Perennial is de droom van het echtpaar Anthony Myint en Karen Leibowitz, die al naam hebben gemaakt in de Bay Area met twee andere restaurants met een charitatief oogmerk.

    Ze zullen gebruikmaken van een bijna tweehonderd vierkante meter grote 
kas en een ecologisch verantwoorde combinatie van visteelt en hydrocultuur om de voedselrestanten te verwerken en groenten en kruiden voor het restaurant te verbouwen. Ze gaan 
de samenwerking aan met leveranciers die klimaatneutraliteit hoog in het vaandel hebben staan bij de productie van rundvlees en graan, en ze zullen gebruikmaken van typisch milieuvriendelijke pijlers als energiezuinige keukenapparatuur en een daktuin. 
Met al die middelen hopen Myint en Leibowitz een aangename, educatieve omgeving te scheppen die duidelijk maakt dat het voedselsysteem ook op een meer verantwoorde wijze kan functioneren.

    Spitsroeden

    ‘Het is lastig omdat klimaatverandering en milieukwesties mensen ook kunnen afschrikken,’ zegt Myint. ‘Het is een beetje spitsroeden lopen om dat aan de kaak te stellen in een restaurant waar mensen het vooral naar hun zin willen hebben.’

    Myint is ook een van de oprichters van een non-profit-consultancy dat een richtlijn met ‘best practices’ beschikbaar wil stellen voor restaurants die hun ecologische voetafdruk willen 
verkleinen – Zero Foodprint geheten. Ze willen een klimaatneutrale bedrijfsvoering binnen de restaurantwereld presenteren als iets om trots op te zijn, vergelijkbaar met vrijhandel, waarbij chefs of restauranthouders een bepaalde procedure moeten doorlopen om gecertificeerd te worden. Kennis is macht, zegt Myint, en nadenken over klimaatverandering wil nog niet zeggen dat je niet langer zou nadenken over eten. ‘Rundvlees heeft een gigantische ecologische voetafdruk,’ zegt hij. ‘Ik eet nog steeds rundvlees, maar met de kennis die ik nu heb ben ik wel kieskeuriger.’

    Auteur: Brittany Patterson
    Vertaler: Annemie de Vries

    Environment & Energy Publishing
    VS | eenews.net

    Online-mediumbedrijf sinds 1998. Publiceert dagelijks zo’n 70 artikelen over energie- en milieubeleid.