Het geschil over de naam ‘Macedonië’ vergiftigt nu al bijna dertig jaar de betrekkingen tussen Athene en Skopje. Maar volgens de Kroatische krant Jutarnji List is er een compromis in zicht.
In de ‘namenoorlog’, waarin Griekenland en Macedonië tegenover elkaar staan, gebeuren soms grappige dingen. Zo heeft Griekenland Macedonië ooit gewaarschuwd voor ‘de territoriale pretenties van Skopje’ (de naam die de Grieken gebruiken om Macedonië aan te duiden, als ze het VN-acroniem FYROM niet gebruiken: the former Yugoslav Republic of Macedonia). Een Macedonische minister reageerde prompt met de opmerking dat zijn land maar over een paar helikopters beschikt, die bovendien geschonken zijn door Griekenland, een NAVO-lidstaat. En met die paar helikopters wordt het land geacht zich te beschermen tegen een aanval.
Een andere keer wilde een Griekse minister bij een bezoek aan het buurland niet landen in Skopje, omdat de luchthaven daar de naam ‘Alexander de Grote’ draagt. Hij landde liever op de luchthaven Adem-Jashari van Pristina, de hoofdstad van Kosovo, een staat die Griekenland niet erkent, terwijl die luchthaven de naam draagt van de stichter van het UCK (het bevrijdingsleger van Kosovo). De minister in kwestie werd vervolgens van Pristina met de auto naar Skopje gereden.
Tijdens debatten in Brussel maken sommige leden van het Europese Parlement graag grapjes over het geschil rond de naam Macedonië. Ze vragen zich dan af hoe de burgers van het land Fyrom eigenlijk moeten worden genoemd. Fyromiërs? Fyromenzen? Fyromezen? Dat klinkt de Macedoniërs als een diepe belediging in de oren.
Oplossing
Macedonië is het enige land dat is ontstaan uit de voormalige Republiek Joegoslavië dat geen grensgeschil heeft met buurlanden. Maar het geschil tussen Skopje en Athene over de naam duurt al bijna dertig jaar. En hoewel het gaat om een geschil tussen twee staten, betaalt alleen Macedonië hiervoor een prijs. Macedonië heeft jaren verloren in het toetredingsproces tot de NAVO en de EU. Achtentwintig jaar geleden lag het land ver voor op Kroatië. Het was het eerste voormalige Joegoslavische land dat in aanmerking kwam voor EU-programma’s en een stabilisatie- en associatieovereenkomst sloot met ‘Brussel’. Het land was ook het eerste op de westelijke Balkan dat een vredespartnerschap sloot, een samenwerkingsprogramma van de NAVO. Maar inmiddels heeft Kroatië, dat vijf jaar geleden eveneens een partnerschap sloot met de EU en negen jaar geleden tot de NAVO toetrad, het land ruim ingehaald. Macedonië is zelfs ingehaald door Albanië en heeft grote achterstand opgelopen ten opzichte van Servië en Montenegro. Zonder de Griekse blokkade zou Macedonië ongetwijfeld allang zijn toegetreden tot de NAVO en de EU, en zouden de etnische problemen die verband houden met de status van de Albanezen in het land op de achtergrond zijn geraakt. De vertraagde Euro-Atlantische integratie heeft het ongenoegen van de Albanezen van Macedonië gevoed.
De manifestatie tegen ‘de uitverkoop van Macedonië’ die onlangs werd georganiseerd in Thessaloniki (er kwamen volgens neutrale waarnemers honderdduizend mensen op af, volgens de organisatoren een half miljoen), toonde aan hoe hoog de nationalistische gemoederen nog steeds oplopen. Het was een van de grootste demonstraties in Griekenland, groter dan de protestdemonstraties tegen de bezuinigingsmaatregelen die werden opgelegd door de EU of tegen de corruptie. Ook in Macedonië is het gemakkelijker om mensen op de been te krijgen voor het geschil over de naam van het land dan om te protesteren tegen de corruptie, de georganiseerde misdaad of de schendingen van de mensenrechten en de mediavrijheid.
Toch heeft de manifestatie laten zien dat een oplossing van het geschil in zicht is. Natuurlijk zetten de Grieken altijd maximaal in – en als je de betogers mag geloven zou de enige aanvaardbare oplossing er een zijn waarin de naam Macedonië niet voorkomt. Maar omdat dit onmogelijk is, wordt er waarschijnlijk een geografisch compromis gesloten zoals ‘Noord-Macedonië’ of ‘Vardar-Macedonie’ (naar de rivier die door het land stroomt). Of anders ‘Nieuw-Macedonië’. De naam ‘Slavisch Macedonië’ is niet aanvaardbaar voor de Albanezen in het land, die 30 procent van de bevolking uitmaken – en geen ‘Slaven’ zijn. Door een nieuwe naam te aanvaarden voor hun land zouden de Macedoniërs een duidelijk signaal kunnen afgeven en toegeven dat zij niet de erfgenamen zijn van Alexander de Grote, omdat zij pas ver na de Klassieke Oudheid op de Balkan zijn gearriveerd (in de zesde en zevende eeuw).
We kunnen de moed van Skopje en Athene om te zoeken naar een oplossing van hun geschil alleen maar prijzen
We kunnen de moed van Skopje en Athene om te zoeken naar een oplossing van hun geschil alleen maar prijzen. Hoewel Brussel tot dusver geen druk heeft uitgeoefend op Griekenland om minder onbuigzaam te zijn in deze kwestie, is destabilisering van het buurland (en van alle andere Balkanstaten) absoluut niet in het belang van Athene. De spanningen dreigen weer op te lopen bij iedere nieuwe vertraging in het toetredingsproces van Macedonië tot de NAVO en de EU, nu het idee om Kosovo en Bosnië en Herzegovina op te delen weer de kop opsteekt.
Voor de EU is het onontbeerlijk om het toetredingsproces van Macedonië weer op gang te brengen. Macedonië voldeed zeven jaar geleden al aan alle voorwaarden om de onderhandelingen te beginnen. In deze maand februari zal de Europese Commissie haar goedkeuring hechten aan een uitbreidingsstrategie voor de Westelijke Balkan. Voor het eerst gaat zij een tijdschema opstellen voor de toetreding van de meest gevorderde kandidaat-lidstaten, te weten Servië en Montenegro. De kans is groot dat de Commissie ook zal aanbevelen om toetredingsonderhandelingen met Albanië en Macedonië te beginnen.
Zo zou Macedonië zijn achterstand voor een deel kunnen inlopen. Griekenland en de EU zouden er aan geloofwaardigheid mee winnen, en het zou een positief effect op de regio kunnen hebben. Nu er weer een krachtmeting dreigt tussen het Westen en Rusland is het van belang de Russische invloed in deze regio zo veel mogelijk te beperken.
Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.
De Macedonische hoofdstad Skopje stond bekend om zijn fraaie modernistische gebouwen. Maar dat erfgoed wordt in rap tempo vervangen door kitscherige neoclassicistische gevels die de tijden van Alexander de Grote moeten doen herleven.
Slavko Brezoski was al een beroemd architect toen, op een julidag in 1963, de stad waarin hij woonde door een zware aardbeving veranderde in een verzameling ruïnes. De aardbeving kostte meer dan duizend mensen het leven en vernielde driekwart van de gebouwen in Skopje. Het grote warenhuis in de stad bleek een van de zeldzame bouwwerken die bestand waren tegen de aardschokken. Het was in 1956 door Brezoski ontworpen en in 1960 gebouwd aan het belangrijkste plein van de Macedonische hoofdstad. Het vijf etages tellende gebouw, van marmer en glas, behoort tot de modernistische stroming die destijds de Joegoslavische architectuur domineerde. En het is aan de architecten van deze stroming (en dus onder anderen aan Slavko Brezoski) te danken dat Skopje kon worden herbouwd in een futuristische stijl die zijn weerga in de regio niet kent.
Toch is het gebouw, dat inmiddels in een winkelcentrum is veranderd, vandaag de dag onherkenbaar. Het is een van de tien gebouwen die inmiddels verdwenen zijn of binnenkort verdwenen zullen zijn achter nieuwe façades in neoclassicistische stijl, in het kader van een radicaal renovatieproject dat Skopje 2014 werd gedoopt. Doel is de antieke wortels van Macedonië te benadrukken en de erfenis van Alexander te Grote [die in de vierde eeuw v.Chr. vanuit Macedonië vertrok om een wereldrijk te stichten] op te eisen als fundament voor een nationale identiteit.
Slavko Brezoski is nu 94 jaar oud en heeft er grote moeite mee dat zijn ontwerpen worden verminkt. Mager en verzwakt, maar met krachtige stem verklaarde hij op de website van het BIRN [Balkan Investigating Reporting Network] dat Koce Trajkovski, de burgemeester van Skopje, hem in 2013 verzocht een document te ondertekenen waarin hij zijn goedkeuring zou hechten aan de geplande werkzaamheden. Hij had geweigerd. ‘Ik keur de wijzigingen aan de gevel niet goed’, had hij in de marge geschreven. Maar men hield geen rekening met zijn verzet, noch met dat van de andere architecten. Ook het gebouw waar de regering zetelt is inmiddels opgetuigd met een façade die doet denken aan het Witte Huis.
Stadsmoord
Wij hebben drie keer geprobeerd een afspraak te maken met burgemeester Trajkovski. Tevergeefs. We hebben de klachten van de architecten met betrekking tot de schending van hun auteursrecht naar het stadhuis gestuurd. Het hoofd van de pr-afdeling stuurde ons de volgende brief: ‘De stad Skopje verleent de vergunningen voor de ingrepen aan de façades in overeenstemming met de bouwwet, en niet in overeenstemming met de wet op de auteursrechten. Het is dus het stadsbestuur dat besluit over het aanzicht van de gevels en dat de bouwvergunningen verleent.’
Maroje Mrduljas, architectuurdocent aan de Universiteit van Zagreb, kwalificeert wat er in Skopje gebeurt als ‘urbicide’, stadsmoord. Hij beschrijft hoe Skopje na de aardbeving het toneel werd van een progressief architecturaal experiment, waaraan werd meegewerkt door Joegoslavische en internationale architecten. Zij gingen uit van een vernieuwende visie op het stadscentrum van de Japanse architect Kenzo Tange. Het project van Tange is slechts ten dele gerealiseerd, maar het heeft zijn sporen nagelaten in de stad. ‘Nu zijn we getuige van een ander experiment, dat overigens nog nooit op deze schaal is vertoond,’ aldus Mrduljas.
Het project Skopje 2014 was het troetelkind van de voormalige conservatieve premier Nikola Gruevski. De omvang van de reconstructie is fascinerend. Volgens gegevens die zijn verzameld door het BIRN heeft de overheid 669 miljoen euro uitgegeven voor de bouw van 27 neoklassieke en barokke gebouwen, de aanleg van vijf pleinen met fonteinen, de oprichting van tientallen monumenten en een triomfboog zoals de Arc de Triomphe in Parijs. Ter vergelijking: de jaarlijkse begroting van heel Macedonië bedraagt naar schatting 3 miljard euro.
De regering zegt Skopje te willen transformeren tot een Europese stad, na meerdere eeuwen onder Ottomaans bewind en decennia van communisme. Critici van het project zijn van mening dat het nationalistische waanzin is, een onhandige poging om het moderne Macedonië te laten aanknopen bij het glorieuze tijdperk van Alexander de Grote. Tot groot ongenoegen van Griekenland trouwens.
Criticasters noemen het nieuwe Skopje ‘het toppunt van kitsch’, of een ‘mini-Las Vegas’. Een van de gevolgen van de reconstructie is dat het gebouw van de Opera en het Nationaal Ballet – een mooi voorbeeld van het Joegoslavische modernisme, ontworpen door het Sloveense architectenbureau Biro 71 – aan het oog wordt onttrokken. Het gebouw wordt afgesneden van de oever van de rivier de Vardar door een reeks neoklassieke gebouwen met Romeinse zuilengalerijen en namaakkandelabers. ‘Het was een mooi ontwerp, verfijnd, complex en tegelijkertijd eenvoudig,’ aldus de Sloveense Maja Ivanic, voorzitter van de architectenvereniging van Ljubljana. ‘Skopje kon bogen op vernieuwende architectuur, ver voordat Zaha Hadid toonaangevend werd. Het spijt me zeer dat de Macedonische regering dit niet snapt,’ zegt ze.
Ten minste acht van de architecten die na de aardbeving hebben meegewerkt aan de wederopbouw van Skopje, hebben geweigerd in te stemmen met de wijziging van hun ontwerpen. Volgens artikel 10 van de Macedonische auteurswet heeft de ontwerper een vetorecht. Maar processen wegens schending van de intellectuele eigendom op architecturaal gebied zijn uiterst gecompliceerd. En zelfs als de architect in het gelijk wordt gesteld, is het vaak te laat om het oorspronkelijke ontwerp te redden.
‘O, ironie! Terwijl de architectuur van Skopje onherstelbaar wordt beschadigd, herontdekt de wereld de waarde van het Joegoslavische modernisme,’ aldus Marusa Zorec, architectuurdocent aan de Universiteit van Ljubljana. Het MoMa in New York heeft inderdaad voor 2018 een expositie aangekondigd die gewijd is aan deze stroming. Een van de curatoren van deze tentoonstellingen, Vladimir Kulic, architectuurdocent aan de University Florida Atlantic, is van plan er de wederopbouw van Skopje na de aardbeving te presenteren ‘als een van de hoogtepunten van de internationalisering van de architectuur in de Koude Oorlog’. Er zullen maquettes tentoon worden gesteld van de Opera en het Nationaal Ballet, evenals kaarten en originele tekeningen van Kenzo Tange voor het stadscentrum.
‘Sommige gebouwen die in het MoMa worden getoond, zijn nog niet “gerestaureerd”, maar andere, waaronder de belangrijkste voorbeelden van de Macedonische architectuur, zijn zo ingrijpend gewijzigd dat ze onherkenbaar zijn geworden,’ aldus Kulic. Daartoe behoort onder meer het regeringsgebouw, waar ooit het Centraal Comité van de Communistische Partij zetelde. Het werd ontworpen in de jaren zeventig. De architect, Petar Mulickovski, had zich laten inspireren door elementen van de traditionele Macedonische architectuur. Volgens Kulic was dit gebouw een belangrijk voorbeeld van regionaal modernisme. ‘Het is het toppunt van ironie om dit gebouw, dat geïnspireerd was op de lokale architectuur, nu te verhullen achter een onpersoonlijke façade van internationaal classicisme, zogenaamd om de nationale identiteit te versterken,’ meent hij.
‘Veel mensen, ook architecten en kunsthistorici, associëren modernistische architectuur met het socialisme, het doet hen denken aan de negatieve aspecten van het systeem’
We namen contact op met Zarko Causevski, de architect die de ontwerpen van de nieuwe façade heeft getekend. Hij weigerde ons te woord te staan. Architectenbureau Arhitektonika, waarvan hij de directeur is – en zijn broer de eigenaar – heeft gezorgd voor de uitvoering van de werkzaamheden. Uit onderzoek van het BIRN in 2015 bleek dat de broers meer dan een half miljoen euro aan honoraria hebben ontvangen. In een interview met de website Faktor legde Causevski in 2014 uit waarom hij zo gefascineerd is door het neoclassicisme: ‘Waarom zetten zo veel Macedoniërs foto’s van Europese hoofdsteden op hun Facebookpagina’s? Dat bewijst dat ze willen laten zien dat ze deel uitmaken van de Europese culturele invloedssfeer. In die zin geven ze een duidelijke boodschap af.’
Aleksandar Dimov, die de nieuwe façade ontwierp voor het winkelcentrum, weigerde ook onze vragen te beantwoorden. Hij heeft ook meegewerkt aan de nieuwe voorgevel van het gebouw Paloma Bianca, dat gelegen is naast de neoclassicistische zetel van de VMRO–DPMNE [de centrum-rechtse partij die nu aan de macht is]. De architect van het oorspronkelijke gebouw, Trajko Dimitrov, is nu 86 jaar oud. Niemand had hem iets verteld over de wijzigingen die werden aangebracht aan zijn gebouw – hij las erover in de pers. ‘Toen het grootste monument van het Byzantijnse Rijk, de Hagia Sophia in Istanboel, met islamitische symbolen werd gedecoreerd, werd de architecturale integriteit van het gebouw gerespecteerd. De mensen moeten begrijpen dat dit soort ingrepen niet alleen ons auteursrecht schenden, maar ook de identiteit van ons land zelf.’
Het modernisme ligt ook elders onder vuur, maar in Macedonië wordt de stroming het meest bedreigd. ‘Veel mensen, ook architecten en kunsthistorici, associëren modernistische architectuur met het socialisme, het doet hen denken aan de negatieve aspecten van het systeem. Het makkelijkste is om het over te schilderen of er een nieuwe façade voor te zetten,’ aldus Maja Ivanic uit Ljubljana. In Polen wordt de architectuur uit de communistische tijd beschouwd als een ongewenste erfenis van de Sovjetoverheersing, een periode die de Polen het liefst zo snel mogelijk vergeten. Er wordt al jarenlang verwoed gedebatteerd over het lot van die gebouwen.
‘Als ik de kans had, zou ik alles in de oorspronkelijke stijl restaureren, ik zou alles wat bedorven is repareren,’ zegt Slavko Brezoski, als hij het over de toegetakelde modernistische gebouwen heeft. ‘Ik zie geen andere oplossing.’
Sinds de verkiezingen van afgelopen december is de politieke chaos in Macedonië compleet. Zelfs het parlement werd bestormd. ‘Een conflict zou de hele regio instabiel kunnen maken.’
Het kleine Macedonië, de armste republiek van voormalig Joegoslavië, worstelt met een politieke crisis. Op 27 april bereikte deze crisis haar apotheose toen radicale nationalisten van de beweging Voor Een Verenigd Macedonië het parlement binnenvielen. Nog altijd weigeren parlementsleden van de VMRO–DPMNE, de partij van demissionair premier Nikola Gruevski, hun nederlaag te erkennen bij de parlementsverkiezingen van vijf maanden geleden.
Het parlement had juist Talat Xhaferi (de leider van de Albanese minderheid) tot parlementsvoorzitter gekozen toen de manifestanten het parlement binnenstormden. Ten minste één van hen droeg een bivakmuts, een ander een T-shirt met daarop het symbool van de HOS (Kroatische bevrijdingskrachten) en de slogan ‘Pal voor het vaderland’ [gebruikt door Kroatische nazi’s en later weer opgepikt door extreem-rechts]. De inval verliep bijzonder gewelddadig: minstens honderd mensen raakten gewond. Zoran Zaev, leider van de grootste oppositiepartij, de sociaal-democratische SDSM, werd met bloedend hoofd afgevoerd. De burgemeester van de stad Struga moest zelfs in kritieke toestand in het ziekenhuis worden opgenomen.
Verontrustend genoeg zijn ook Servische voetbalsupporters, bekend om hun gewelddadigheid, uit Belgrado gekomen om “de strijd van de Macedoniërs vóór het orthodoxe geloof en tegen de Albanezen” te steunen
Dokter Milan Risteski, lid van de VMRO–DPMNE en tevens directeur van een academisch oncologisch centrum in de Macedonische hoofdstad, vertelt dat de politieke situatie erg gespannen is; volgens hem is er weinig voor nodig voordat die tot ontploffing komt. Hij hoopt maar dat ‘redelijke mensen en niet de heethoofden de overhand krijgen, zodat het ergste vermeden kan worden’.
Heethoofden zijn er zowel aan Macedonische als aan Albanese kant [25 procent van de bevolking]. Zij grijpen de crisis aan om het land aan de rand van de afgrond te brengen. Hoogstwaarschijnlijk waren de gewelddadige actievoerders in het parlement sympathisanten van de VMRO–DPMNE. Op het moment dat Xhaferi werd gekozen, riepen de parlementsleden van deze partij: ‘Dit is een staatsgreep!’
De huidige crisis begon bij de parlementsverkiezingen van 11 december, waarbij geen van de partijen een meerderheid kreeg. De zittende VMRO–DPMNE-regering van Nikola Gruevski kreeg twee zetels meer dan de sociaal-democratische SDSM van Zoran Zaev. Maar sinds de SDSM een coalitie sloot met de Albanese partijen en zo een meerderheid in het parlement verwierf, probeert de VMRO–DPMNE op alle mogelijke manieren te verhinderen dat de coalitie een regering vormt. Ook president Gjorge Ivanov weigerde Zaev deze taak toe te vertrouwen. Zaevs politieke tegenstanders beschuldigen hem ervan Macedonië te hebben ‘verkwanseld’ aan de Albanezen, van het land een federale staat te willen maken en het Albanees als tweede officiële taal te willen invoeren.
Macedonië is momenteel zonder twijfel het ziekste land van de Balkan. De politieke chaos is zo groot dat het land het risico loopt dat grote mogendheden er gaan ingrijpen. Gruevski wordt openlijk gesteund door Rusland, terwijl Zaev de steun van de Verenigde Staten en de Europese Unie geniet. Vorig jaar protesteerden Zaevs aanhangers tegen president Ivanov, nadat hij personen amnestie had verleend die verdacht werden van het afluisteren van oppositieleiders en onafhankelijke intellectuelen. Rusland noemde dit toen een ‘poging om via straatprotesten een legitiem gekozen regering af te zetten’.
De laatste tijd is het juist de tegenpartij die de straat opgaat. Dagelijks protesteren de aanhangers van de VMRO–DPMNE. Verontrustend genoeg zijn ook Servische voetbalsupporters, bekend om hun gewelddadigheid, uit Belgrado gekomen om ‘de strijd van de Macedoniërs vóór het orthodoxe geloof en tegen de Albanezen’ te steunen.
Risteski vermoedt dat de spanningen tussen Macedoniërs onderling op het moment sterker zijn dan die tussen Macedoniërs en Albanezen. Hij vertelt dat Zaev tijdens de campagne pleitte voor een ‘internationale staat’, oftewel een Macedonisch-Albanese eenheidsstaat. ‘Zijn kiezers wisten dus waar ze aan toe waren,’ aldus Risteski.
De Macedonische crisis komt niet uit het niets. Het land heeft nooit echt deelgenomen aan de Europese integratie. In 2006 zou het lid worden van de NAVO, maar Griekenland blokkeerde dit proces omdat het bezwaar had tegen de naam Macedonië (volgens Athene heeft Griekenland historische en geografische rechten op deze naam). Toen er geen overeenstemming kon worden bereikt, kreeg Macedonië in internationale organisaties de volstrekt bizarre en zelfs tragikomische naam ‘voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’ toebedeeld.
Identiteitscrisis
Sinds 2005 is het land kandidaat-lid van de Europese Unie, maar dit stadium is het nog niet voorbij gekomen. Zo werd Macedonië het doodlopende straatje van Europa, terwijl wel verlangd werd dat de politieke situatie in het land zich zou stabiliseren. Onderwijl doet de Europese Unie geen enkele handreiking, bijvoorbeeld door de Grieken over te halen hun blokkade op te geven of door – op zijn minst symbolische – toetredingsonderhandelingen te beginnen.
De Macedoniërs maken een ernstige identiteitscrisis door. Macedonië houdt vast aan de ongefundeerde en onredelijke claim de erfgenaam te zijn van het antieke Macedonië, wat niet spoort met de geschiedenis van het land en zijn bevolking. Een conflict zou de hele regio instabiel kunnen maken, gezien de claims van allerlei landen op het Macedonische grondgebied en de bevolking. Zowel Albanië als Kosovo eisen een deel van het grondgebied op, Griekenland de naam, Bulgarije de taal en het volk (maar wil wel de staat erkennen) en Servië de Macedonisch-Orthodoxe kerk.
Vlado Vurusic
Auteur: Vlado Vurusic
Vertaler: Valentijn van Dijk
Opgericht na de onafhankelijkheid van Kroatië in 1991. De ‘Ochtendkrant’ is de op een na grootste krant van het land, liberaal georiënteerd en biedt veel ruimte voor columns van nieuw Kroatisch schrijftalent.
Het is weer eens hommeles in Skopje, waar het corrupte bewind van premier Gruevski tot steeds terugkerende onrust leidt. Valt het land uiteen tot een federale staat?
Het besluit van de Macedonische president Gjorge Ivanov vorige maand om gratie te verlenen aan 56 politici die werden vervolgd vanwege betrokkenheid bij illegale afluisterpraktijken, was de laatste druppel waardoor de emmer met een al jaren broeiende politieke crisis in Macedonië overliep. Dat er tussen voor- en tegenstanders van de regering een nieuwe confrontatie zou volgen, was slechts een kwestie van tijd. De demonstraties in een aantal steden tegen de regering, de tegenbetogingen, de gewonden, de aanhoudingen en de onwrikbare standpunten van beide kampen behoren in een diep verdeeld Macedonië voortaan tot het politieke landschap.
De gratieverlening is niet meer dan een aanleiding. De oorzaak van de langdurige politieke crisis ligt in het beleid van premier Nikola Gruevski, die sinds negen jaar aan de macht is met zijn conservatief-nationalistische VMRO–DPMNE [maar op 15 januari voor de vorm is afgetreden]. Gruevski wordt beschuldigd van het afluisteren van tienduizenden mensen, van het entameren van processen tegen zijn tegenstanders, van verkiezingsfraude, van een te grote greep op de media, van vriendjespolitiek en corruptie, en van verrijking van zijn eigen clan.
Sinds Zoran Zaev, de leider van de sociaaldemocratische SDSM, in februari 2015 de afluisteraffaire in de openbaarheid bracht en bandopnamen liet uitlekken, zagen de minister van Binnenlandse Zaken en het hoofd van de geheime dienst zich gedwongen op te stappen. Gruevski liet het er niet bij zitten: begin 2016 beschuldigde hij Zaev ervan dat die ‘met hulp van buitenlandse geheime diensten een illegaal netwerk had opgezet om de hoogste staatsleiding af te luisteren’. En wel met het doel ‘compromitterende informatie’ te verzamelen en zo ‘de regering ten val te brengen’.
Op de registers van stemgerechtigden staan meer dan 300.000 mogelijk niet-bestaande kiezers
Gruevski stelde het afluisterschandaal op één lijn met ‘een poging tot staatsgreep’ en liet vier politiek verantwoordelijken, onder wie Zaev, gerechtelijk vervolgen vanwege ‘geweld tegen de politie en het in gevaar brengen van de rechtsorde en de democratische instituties’. Na bemiddeling van de Europese Unie en overeenkomstig het Akkoord van Przino* van 2015 keerde de rust weer. Maar niet voor lang.
De huidige machthebbers zijn tot geen enkel compromis bereid. Op de registers van stemgerechtigden staan meer dan 300.000 mogelijk niet-bestaande kiezers [in een land met amper twee miljoen inwoners]. De verkiezingen, die oorspronkelijk voor 24 april waren voorzien, zijn nu verschoven naar 5 juni. Maar volgens Zaev is nog steeds niet voldaan aan de voorwaarden voor eerlijke en rechtvaardige verkiezingen. En hij heeft geen ongelijk.
Verziekt
Zowel in juridisch als in moreel opzicht is het schandalig dat president Ivanov gratie heeft verleend aan de politici die bij het afluisterschandaal waren betrokken. Het argument van de regering daarvoor luidde dat het nodig was om weer met een schone lei te kunnen beginnen. Maar het besluit komt op het moment dat de politiek in Macedonië totaal door misdaad en corruptie verziekt is. Men kan onmogelijk volhouden dat men voor de belangen van het land opkomt, als men tegelijkertijd de schatkist plundert – en dat doet de regering onder Gruevski al jaren.
De premier zit klem. Hij heeft verkiezingen uitgeschreven voor begin juni, ook al adviseerde de EU tot uitstel en weigert de oppositie eraan deel te nemen. Als Gruevski afziet van de datum die hij zelf gekozen heeft, dreigt hij de macht te verliezen en zelf door justitie te worden vervolgd. Maar als hij eraan vasthoudt, komt hij onder druk te staan van Europa. Brussel zou de Macedoniërs het recht op vrij verkeer in de Schengenzone kunnen ontzeggen of de financiële steun kunnen intrekken voor de bestrijding van de vluchtelingencrisis in het land. Geen enkel scenario valt uit te sluiten, ook niet dat waarin de sinds 12 april dagelijkse demonstraties uiteindelijk de kiem blijken te zijn van een opstandige beweging.
Gruevski heeft een lange weg afgelegd en is nogal eens van standpunt veranderd: van fel voorstander van de EU en een goede leerling van het Westen die de economie heeft hervormd, is hij uiteindelijk een bewonderaar van Poetin en diens bestuursmodel geworden. Brussel heeft zich inmiddels van hem gedistantieerd vanwege het werkloosheidscijfer dat de 30 procent gepasseerd is, vanwege de falende economie en vanwege zijn steeds uitgesprokener autocratische trekjes.
Volgens sommige analisten is de crisis in Macedonië weer een voorbeeld van de krachtmeting op de Balkan tussen Rusland en het Westen. De waarschuwing van het Kremlin dat een scenario ‘à la Kiev’ zich ook in Skopje kan voordoen, is daarvan het bewijs. Op zijn beurt beschouwt het Westen Gruevski als een obstakel voor de plannen die het met de Balkan heeft. Andere waarnemers sluiten niet uit dat Macedonië een federale staat wordt, en dat zou neerkomen op het uiteenvallen van het land.
Zaev heeft zich tot op heden op dit punt niet duidelijk uitgesproken. Hierbij speelt mee dat hij vreest hoe de Albanezen zullen reageren – en dat blijft afwachten [25 procent van de bevolking bestaat uit etnische Albanezen]. Denk alleen maar aan de actie van gewapende groepen die vorig jaar uit Kosovo kwamen en een rechtstreekse aanval pleegden op de Macedonische politie in Kumanovo. Ook voor Servië is federalisering van Macedonië een verontrustend scenario, want daarmee komt ook het noorden van Kosovo in het geding, evenals de status van de aan Macedonië grenzende gemeenten in het zuiden van Servië waar een Albanees sprekende bevolking woont.
Hoe we de gebeurtenissen in Macedonië ook betitelen – als ‘hybride oorlog’, als een nieuwe ‘kleurenrevolutie’ of als ‘Macedonische Lente’ – er is overduidelijk sprake van een explosieve toestand. Maar de werkelijkheid ontkennen, zoals de regering doet om haar eigen hachje te redden, kan wel eens heel gevaarlijk blijken te zijn. Gruevski is niet de enige die dat weet.
Het akkoord van Przino werd op 15 juli 2015 onder auspiciën van de Europese Unie getekend en had als doel dat de SDSM in het parlement zou terugkeren en dat er een zakenkabinet zou komen om nieuwe verkiezingen te organiseren.
Heét weekblad van voormalig Joegoslavië kende een nationalistische periode, maar slaat nu weer een gematigder toon aan. De website heeft ook een Engelstalig gedeelte.
CONTEXT: Laat de EU Macedonië in de steek?
In 2004 vroeg Macedonië het lidmaatschap van de EU aan. Sta-in-de-weg bij de onderhandelingen is Griekenland, dat een naamswijziging eist van de Republiek Macedonië die ontstond toen Joegoslavië uiteenviel. Athene wil het alleenrecht op de naam Macedonië, dat het ziet als de bakermat van het hellenisme, en heeft herhaaldelijk zijn veto uitgesproken over toetreding van Macedonië tot de EU, en ook tot de NAVO. Sinds 2012 krijgt Griekenland steun van Bulgarije, dat protesteert tegen de hernieuwde ‘nationalistische retoriek’ van Skopje. Daarnaast is ook het separatisme van de etnische Albanezen een probleem voor Macedonië.
De Sloveense journalist Boštjan Videmšek is aan de Grieks-Macedonische grens getuige van een onvergetelijk tafereel: een Syrische vluchteling haalt zijn viool tevoorschijn en speelt Ode an die Freude, het Europese volkslied.
Langzaam viel de duisternis in over het savanneachtige landschap bij de grens tussen Macedonië en Griekenland. Vluchten duiven zweefden over velden met uitgedroogde en verwelkte zonnebloemen. In de verte trok een plaatselijke jager met zijn drie honden langzaam door met struikgewas overwoekerd terrein. Onder de bomen en geleund tegen de verlaten grensposten die nog steeds de grens van het vroegere Joegoslavië markeerden, zaten vermoeide groepen Syrische en Afghaanse vluchtelingen, die leken te wachten op een teken.
In werkelijkheid wachtten ze op officiële toestemming om aan de volgende etappe van hun smartelijke odyssee naar het hart van Europa te beginnen. Bij het schrijven van dit artikel hadden dit jaar al zo’n tweehonderdduizend migranten en vluchtelingen hun bestemming bereikt, via Turkije, Griekenland, Macedonië, Servië en Hongarije, en minstens evenveel waren onderweg.
Aan de Griekse kant van de grens sjokte groep na groep nieuw aangekomenen in de richting van het geïmproviseerde opvangcentrum bij het spoorwegstation. In een zorgvuldig gecoördineerde poging lieten de Griekse en Macedonische politie ze door de flessenhals van de ‘wilde grens’, waar alleen al in de afgelopen week meer dan drieduizend mensen doorheen waren gekomen.
De gesprekken tussen de vluchtelingen stokten; het geschreeuw van de kinderen sloeg om in een eerbiedige stilte. Zelfs de politiemensen begonnen te glimlachen
Bij het opvangcentrum, dat twee weken geleden was opgezet door de Macedonische autoriteiten, haalde Rami Basisah zijn viool uit zijn bundel bagage. Deze vierentwintigjarige musicus streek een paar keer zacht, bijna verliefd over zijn instrument en begon het te stemmen. En toen ging deze ogenschijnlijk verlegen en introverte Rami, eerder nog een jongen dan een man – voor de ruim zeshonderd migranten en vluchtelingen staan, die daar zaten te wachten op de speciale trein naar de Servische grens waarmee ze weer een eindje verder hoopten te komen naar wat sommigen van hen nog steeds zagen als het beloofde land.
Rami, die muziek had gestudeerd in de Syrische stad Homs, moest even moed verzamelen om zijn viool te laten klinken. Zijn vrienden moedigden hem aan om diep adem te halen en gewoon te beginnen met spelen. De Macedonische politiemensen – van wie sommigen al dertig uur in touw waren – konden alleen maar toekijken, half bezorgd, half verward. Enkelen wisselden zwijgend een blik uit – ze vroegen zich duidelijk af of ze het instrument in beslag moesten nemen. Ze hadden een uiterst stressvolle en veeleisende taak te vervullen, waarvoor de meesten nauwelijks waren opgeleid. Maar toen gaf een van hen een simpel knikje aan Rami, als teken dat hij mocht beginnen.
Pure liefde
Rami verplaatste zijn gewicht een paar keer van het ene been op het andere, terwijl hij de sfeer in zich opnam. Het werd duidelijk dat hij gewoon móést spelen. Hij begon langzaam. De toon klonk zo zacht, dat het bijna een trilling was. De gesprekken tussen de vluchtelingen stokten; het geschreeuw van de kinderen sloeg om in een eerbiedige stilte. Zelfs de politiemensen begonnen te glimlachen. Zo te zien herkenden ze de melodie, een aantal van hen had hem vast eerder gehoord.
Door deze positieve ontvangst kon de jonge Syrische musicus zich ontspannen en hij speelde met heel zijn hart. Zelfs in de meest onverschillige oren vond de melodie weerklank. Rami raakte steeds meer op dreef. Zijn zorgelijke gedachten verdwenen naar de achtergrond en het was duidelijk dat hij speelde uit pure liefde. Er verscheen een lach op zijn gezicht. Zijn hele uitdrukking werd levendig, en een beetje ironisch. De lucht in het opvangcentrum was vervuld van Beethovens Ode an die Freude. Het officiële volkslied van Europa.
Ironie? Een grap? Een vlaag van briljante politieke analyse? Instantpsychotherapie? De politiemensen stampten nu met hun laarzen de maat. De migranten klapten enthousiast om de jongen aan te moedigen. Na het stuk van Beethoven wachtte Rami een paar seconden met spelen. Daarna zette hij een treurig, maar uiterst trots traditioneel Syrisch patriottisch lied in. Zijn vrienden, goed opgeleide, stadse jonge mannen en vrouwen die net als hij afkomstig waren uit het verwoeste Homs, begonnen te zingen. Al snel vielen steeds meer vluchtelingen in. Geharde oudere mannen die onuitsprekelijke dingen hadden gezien en doorstaan, begonnen te huilen. De vrouwen drukten hun kinderen nog wat vaster tegen zich aan. Even smolt de ijzige pijn in hun borst weg, door deze opflakkering van nieuwe hoop.
Rami speelde maar door, hij was zich niet eens meer bewust van zijn vluchtelingenpubliek. Over de horizon daalde de schemering neer. Het verbijsterende optreden eindigde met De vier jaargetijden van Vivaldi, een voor de hand liggende, maar toch door enthousiasme ingegeven keus. Onder donderend applaus maakte Rami een onhandige buiging en borg hij zijn instrument weg.
‘Ik moet me verontschuldigen. Ik maakte zo veel fouten. Ik was zo zenuwachtig,’ zei de jonge musicus tegen me, nog steeds hijgend van inspanning. ‘Weet je, dit is mijn reserveviool – die is veel slechter dan de viool die in zee terecht is gekomen.’
Rami was zo’n veertig dagen eerder uit Syrië vertrokken. Daarvóór was hij twee jaar lang op de vlucht geweest in zijn eigen land. Twee weken geleden hadden hij en zijn vrienden gekozen voor de ‘klassieke’ route van Turkije naar het Griekse eiland Kos. De zeereis was voor hen het moeilijkste, gevaarlijkste en meest bloedstollende deel van hun reis geweest. De koffer met Rami’s allereerste viool was in de Egeïsche zee verdwenen. ‘Het doet nog steeds pijn,’ zei hij met een klein stemmetje, terwijl hij een manmoedige poging deed om te glimlachen.
De gespannen jongeman die zijn studie hoopt te kunnen voortzetten op elke Europese universiteit die hem een kans wil geven, wilde niet veel over zichzelf loslaten. Zodra hij zijn reserveviool had neergelegd, werden zijn bewegingen houterig en verscheen op zijn gezicht weer die getraumatiseerde frons. De dromerigheid was verdwenen en nu keerden de zorgen dubbel en dwars terug. ‘Mijn doel is om mijn broer te gaan helpen, die twee jaar geleden uit Homs naar Libanon is gevlucht,’ vertelde Rami me. ‘Voor hij vertrok, beloofde hij me dat hij mij zou helpen om mezelf ook in veiligheid te brengen. Hij heeft zo hard gewerkt in Libanon. Zodra hij genoeg geld had voor mijn reis naar Europa heeft hij dat aan mij gestuurd. Nu is hij zijn baan kwijt en het is mijn plicht hem te helpen. Ik heb mijn leven aan hem te danken.’
Overlevingsinstinct
Boven de horizon kwam snel een volle maan op, die met de minuut helderder werd. Op weg naar het vlak bij de grens gelegen opvangcentrum deden de vluchtelingen en de politiejeeps wolken stof opdwarrelen en de vogels die al hun plekje voor de nacht hadden opgezocht, schrokken op. In de stilte van de gespannen verwachting klonk af en toe hondengeblaf. De vluchtelingen zaten op kartonnen matjes, soms onder een stoffig dekzeil. De plaatselijke hulpverleners, allemaal vrijwilligers, deelden voedsel, water en ingezamelde kleren uit. Ze werden geholpen door de zichtbaar uitgeputte Macedonische soldaten en politiemensen, die voor de journalisten maar één vraag hadden: ‘Wanneer houdt dit op?’
‘Dit’ was de eindeloze karavaan van menselijke tragedie, die op zijn lange mars naar de vrijheid was gestuurd door de aardschok van de geschiedenis en door die diepst ingewortelde van alle beweegredenen: het overlevingsinstinct.
Vanuit het nabijgelegen Gevgelija kwam een speciale trein aangereden om de volgende lading uitgeputte en getraumatiseerde mensen naar Tabanovce aan de Servisch-Macedonische grens te brengen. De afgelopen tien dagen had het opvangcentrum ook gediend als treinstation voor de vluchtelingen. Dit was al de vierde trein vandaag, en in elke trein konden tussen de zeshonderd en zevenhonderd mensen mee. De rest van de vluchtelingen bereikte de Servische grens met behulp van speciale bussen en taxi’s. Voor de plaatselijke ‘vervoersbusiness’ waren de afgelopen weken een gouden tijd geweest, ook al was er sinds het vorige weekend, toen de stroom op zijn hevigst was, een officiële controle ingesteld om deze smerige handel tegen te gaan. Maar dat was nauwelijks een belemmering voor de oorlogseconomie, die per slot van rekening een speciale diersoort is. Officieel was dit verboden gebied, maar het wemelde in de bosjes van de lokale ‘handelaren’ die de vluchtelingen voor exorbitant hoge prijzen sigaretten, water en snacks verkochten. En als je hun vroeg hoe het met de zaken ging, spuugden ze op de grond en zeiden: ‘Man, die Afghanen, verdomme, die hebben echt geen geld meer!’
Nog een paar dagen en het zou niet meer mogelijk zijn om de Hongaarse grens te passeren
Aan de andere kant van de grens ging het al net zo. Daar had een plaatselijke handelaar zelfs een tot ijscokar omgebouwd bestelbusje geparkeerd. En volgens de verhalen had hij uitstekende zaken gedaan, afgelopen zondag, toen er wel honderdvijftig bussen waren gearriveerd, die zo’n zevenduizend migranten en vluchtelingen hadden afgezet.
Met krijsende remmen kwam de trein vol vluchtelingen langzaam tot stilstand. Om chaos te voorkomen verdeelde de politie de vluchtelingen in een aantal kleinere groepen. Telkens weer zeiden de vermoeide, vuile reizigers dat ze haast hadden en vroegen ze wanneer de volgende trein nar de Servische grens zou vertrekken. In de harten en hoofden van deze uitgeputte mannen en vrouwen begon paniek op te komen. Nog een paar dagen en het zou niet meer mogelijk zijn om de Hongaarse grens te passeren. Voor de duizenden en duizenden wanhopige mensen zou dit betekenen dat ze vastzaten in Balkangebied.
‘Nee, ik wil niet praten over wat we hebben doorgemaakt. Het enige wat nu telt is dat we eindelijk hier zijn. Ons leven is niet langer in gevaar. We willen wat lucht krijgen en misschien even uitrusten, maar helaas gaat dat niet… We moeten vandaag vertrekken. Waar moeten we heen, wat denk jij dat de beste route is?’ vroeg een verward ogende studente uit Deir ez-Zor, een van de belangrijkste slagvelden in de Syrische oorlog, aan mij. Nadat deze zichtbaar getraumatiseerde vluchtelinge alle nodige informatie van de politie had gekregen, ging ze nog een nieuwe voorraad drinkwater halen. Daarna grepen zij en haar twee jongere broers de handvaten van de aftandse rolstoel waarin ze de hele weg vanuit Syrië hun ernstig zieke vader hadden vervoerd. ‘We gaan naar waar ze ons willen hebben. We hebben geen andere keus. We moeten voor onze vader zorgen,’ zei de jonge studente, die anoniem wilde blijven. ‘We vinden het zelfs goed om hier in Servië te blijven, zolang we maar niet buiten in de kou hoeven te slapen. Natuurlijk zouden we het liefst zo snel mogelijk terug naar huis willen, maar onze huizen zijn er niet meer.’
Een driejarig meisje ontwaakte uit een diepe slaap. Ze zag de chaotische avondlijke taferelen van de onrustige menigte mensen, en meteen stroomden de tranen over haar wangen. De politie liet de gehandicapten, de gewonden, de ernstig zieken en de moeders met baby’s voorgaan in de lange rij mensen die stonden te wachten om de grens over te gaan. Ik hoorde hoe een van de politiemensen aan een collega vroeg waarom een bepaalde vijfenzeventigjarige man – die duidelijk ernstig ziek was en aan het eind van zijn Latijn – het zelfs maar in zijn hoofd haalde zo’n reis te gaan maken en de halve wereld door te trekken om Duitsland te bereiken.
Ja, waarom?
Omdat het Syrische conflict erger is dan alle conflicten die in ons opmerkelijk slechte geheugen gegrift staan. Omdat in dat conflict de afgelopen vierenhalf jaar al 260.000 mensen zijn omgekomen. Omdat 11 miljoen mensen hun huizen hebben moeten verlaten, van wie 4,5 miljoen naar een van de buurlanden zijn gevlucht. Omdat grote delen van het land totaal verwoest zijn. Omdat het heden elke mogelijkheid van een draaglijke toekomst vernietigt en – denk aan Palmyra! – elke herinnering aan het verleden uitwist. Omdat de westerse landen die deze mensen nu behandelen als radioactief afval, niets hebben gedaan om een eind aan de oorlog te maken, integendeel, zelfs veel hebben gedaan om te zorgen dat die maar door en door gaat.
Hoop mag dan altijd leven in de menselijke borst, er is geen hoop als jij en je hele familie dood zijn.
‘We hebben haast. We zijn bang dat de Hongaarse grens gesloten wordt voor we daar zijn. We móéten gewoon die trein halen! We hebben geen geld voor een taxi. In Turkije zijn we beroofd door de mensensmokkelaars,’ vertelde een man die Said heette me en nerveus bijna achteraan in de rij stond. Deze zesentwintigjarige leraar Engels kwam uit de Syrische stad Latakia, het bastion van het Assad-regime aan de Middellandse Zee. Said was deze kustplaats ontvlucht omdat hij weigerde dienst te nemen in het regeringsleger. Dankzij de aanwezigheid van de regeringstroepen was de stad tot dan toe grotendeels voor gevechten behoed gebleven, maar een algehele mobilisatie werd onvermijdelijk. Said weigerde op zijn eigen landgenoten te schieten en deel te nemen aan de totale vernietiging van zijn geboorteland. Toen het zijn beurt was om naar het front te gaan, kon hij kiezen: zijn landgenoten, de vrijheidsstrijders gaan vermoorden, of wegrotten in een gevangeniscel en op gezette tijden onderworpen worden aan het soort wrede martelingen dat in het DNA van het Assad-regime zit. Said koos voor de derde mogelijkheid – vluchten.
Zwemmen naar Kos
‘Een paar maanden geleden ben ik vanuit Latakia naar de heuvels daar in de buurt gevlucht, waar het Vrije Syrische Leger de macht heeft. Zij wilden dat ik met hén mee ging vechten, maar ook dat wilde ik niet. Mijn vrouw had net een baby gekregen. Ahmed is nu zeven maanden en ik wilde niet dat hij zonder vader zou opgroeien. Dus heb ik een tijdje Engels gegeven op een school in door het Vrije Syrische Leger beheerst gebied, maar toen werd het hele dorp verwoest door een luchtaanval van het regeringsleger,’ vertelde Said. De meeste van mijn buren en vrienden werden daarbij gedood. Ik was degene die wat er van hun lichaam over was moest oprapen en de stukken bij elkaar moest zoeken. Het scheelde weinig of ik was gek geworden. Er zijn geen woorden om die verschrikking te beschrijven. Zo snel ik kon haalde ik mijn vrouw en zoontje op en vluchtte naar Turkije,’ ging Said verder met zijn afgrijselijke verhaal, terwijl zijn ogen ongeduldig heen en weer schoten tussen de trein en de politie.
Said was met zeven andere Syrische vluchtelingen zwemmend van Turkije naar Griekenland overgestoken. Nadat ze door de Turkse mensensmokkelaars waren opgelicht, hadden ze geen andere keus dan te proberen de twaalf kilometer naar het Griekse eiland Kos te zwemmen. Ze lagen zes uur in het water. Ze hadden het heel koud, maar hadden reddingsvesten te pakken weten te krijgen, waardoor ze vaak konden uitrusten. Ze hadden al hun bezittingen in een paar waterdichte zakken gestopt, die ze aan hun middel hadden bevestigd. Terwijl ze langzaam vorderden werden ze ingehaald door rubberboten met medevluchtelingen.
‘Ik was helemaal niet bang,’ zei Said tegen me met het optimisme van een geharde overlever. ‘Geloof je me niet? Maar het was helemaal niet zo bijzonder. Ik heb mijn hele leven vlak bij de zee gewoond. Ik kan heel goed zwemmen. Ik wist dat ik het kon halen. Ik hoefde alleen maar te denken aan mijn vrouw en mijn zoon die in Turkije waren achtergebleven. Zodra het kan, laat ik ze overkomen naar Europa. O, en de vrienden met wie ik samen zwom? Voor hen was het ook geen probleem.’
Said en zijn medezwemmers bereikten Kos op een moment dat de chaos daar een hoogtepunt bereikte. De politie sloeg openlijk in op de migranten, die ook met elkaar slaags raakten. Op zo’n vijfhonderd meter van de kust werden de verkleumde en uitgedroogde Syrische zwemmers opgepikt door de Griekse kustwacht. ‘Zij beledigden en intimideerden ons. Toen we aan land kwamen, werden we geslagen. Het was vreselijk,’ vertelde hij. ‘We wisten niet wat we moesten doen of waar we heen moesten. Van andere vluchtelingen hoorden we dat we ons moeten laten registreren bij een politiebureau, omdat we niet verder mochten reizen zonder de noodzakelijke papieren. Na vijf dagen kregen we onze vergunning. Toen zijn we meteen op de veerboot naar Athene gestapt. Daar zijn we niet eens even gebleven – we wisten wat er bij de Hongaarse grens gaande was. We namen een bus naar Thessaloniki en vandaar verder naar de grens, waar we vanochtend om zes uur aankwamen.’
Said vertelde me ook dat hij niet meer wist wanneer hij voor het laatst goed had geslapen. ‘Maar we mogen niet aan onze vermoeidheid toegeven. Dat zijn we verplicht aan ons gezin. Ik ben het verplicht aan mijn zoon. We zullen doorgaan en niets zal ons tegenhouden,’ besloot de langharige jongeman vastberaden en hij drukte me stevig de hand.
Said is nu een van de verscheidene duizenden vluchtelingen die door de Hongaarse regering in het Keleti-spoorwegstation in Boedapest ‘verzameld’ worden. Hij heeft gehoord dat zijn beste vriend is omgekomen terwijl hij van Turkije naar Griekenland probeerde over te steken.
Auteur: Boštjan Videmšek
Vertaler: Annemie de Vries
Boštjan Videmšek (1975) werd vooral bekend met internationale oorlogsrepor- tages. Veel van zijn werk verscheen in Sloveense media, zoals het weekblad MLADINA en het dagblad Delo. Maar hij publiceerde ook in The New York Times, The International Herald Tribune en El Periodico. Hij werd zowel in binnen- als buitenland bekroond.
Delo is een liberaal dagblad op broadsheet dat al een halve eeuw actief werkt aan een openbaar debat in Slovenië over politiek, economie en sport.
Genomineerden in de categorie Special award – refugee crisis
Ioannis Papadopoulos (Griekenland):
An Aegean Journey of Despair
Anders Fjellberg & Tomm W. Christiansen (Noorwegen):
The Wetsuitman
Gert van Langendonck (Nederland):
Op naar Europa
Daniel Nolan (Hongarije):
Spinning the Crisis: How the Hungarian Government Played Europe’s Migrant Influx
Amrai Coen & Henning Susse- bach (Duitsland):
Im Gelobten Land
Dialika Neufeld (Duitsland):
Arme Schweine
Boštjan Videmšek
A Syrian ‘ode to joy’ on Europe’s border
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.