Schuren, boerderijen, landerijen en hoofdkantoren van ministeries werden door de Venezolaanse inlichtingendiensten gebruikt als clandestiene martelcentra voor tegenstanders van het regime van Nicolás Maduro, volgens het dinsdag gepresenteerde verslag van de onafhankelijke onderzoeksmissie van de VN, waarover El País bericht. De deskundigen, die spraken met slachtoffers, getuigen en voormalige functionarissen van de inlichtingendienst, baseerden hun bevindingen op 122 gevallen die zich voordeden in 2017, 2018 en 2019, ’de jaren waarin er de meeste arrestaties waren’, aldus de Spaanse krant.
’Uit onze onderzoeken en analyses blijkt dat de Venezolaanse staat de inlichtingendiensten en hun agenten gebruikt om afwijkende meningen in het land te onderdrukken. Dit leidt tot het plegen van ernstige misdrijven en mensenrechtenschendingen, waaronder martelingen en seksueel geweld. Aan deze praktijken moet onmiddellijk een einde komen en de verantwoordelijken moeten overeenkomstig de wet worden onderzocht en vervolgd’, aldus Marta Valiñas, voorzitter van de VN-onderzoeksmissie.
‘In een ijzingwekkend kort verslag van vier zinnen, dat vanmorgen werd gepubliceerd, verklaarde de door de staat gecontroleerde krant Global New Light of Myanmar dat de gevangenisautoriteiten het doodvonnis hebben voltrokken tegen Phyo Zeyar Thaw, parlementariër in de afgezette regering van de Nationale Liga voor Democratie (NLD), pro-democratie-activist Ko Jimmy en twee anderen. In de verklaring staat dat de vier het brein waren achter ‘brute en onmenselijke terreuraanslagen’.
Erwin van der Borght – regionaal directeur Zuid- en Zuidoost-Azië
‘Deze executies komen neer op willekeurige levensberoving en zijn het zoveelste voorbeeld van de afschuwelijke staat van dienst van Myanmar op het gebied van mensenrechten. Al meer dan een jaar houden de militaire autoriteiten van Myanmar zich bezig met buitengerechtelijke executies, martelingen en een heel scala aan mensenrechtenschendingen. De militairen zullen doorgaan als ze niet ter verantwoording worden geroepen. Wij dringen er bij de autoriteiten op aan onmiddellijk een moratorium op executies in te stellen, als een eerste stap.’
Yoshimasa Hayashi – minister van Buitenlandse Zaken van Japan
‘Met de executie van deze vier strijders voor de democratie door de junta van Myanmar raakt het land verder geïsoleerd van de internationale gemeenschap. Het is een zaak van grote zorg. Deze stap zal nationale gevoelens verscherpen en het conflict verder aanwakkeren en gaat in tegen het herhaalde en dringende verzoek van Japan om de situatie in Myanmar op vreedzame wijze op te lossen. De executies druisen ook in tegen de Japanse eisen om de gevangenen vrij te laten.’
Tom Andrews – speciaal rapporteur mensenrechten Myanmar
‘Ik ben verontwaardigd en verbijsterd dat de junta deze voorvechters van mensenrechten en fatsoen in Myanmar heeft geëxecuteerd. Ze werden berecht door een militair tribunaal, zonder recht op beroep en zonder juridische bijstand, wat in strijd is met de internationale wetgeving over mensenrechten. Het systematisch vermoorden van demonstranten, de willekeurige aanvallen op dorpen en de executie van oppositieleiders vragen om een onmiddellijke reactie van de lidstaten van de Verenigde Naties.’
Ooit waren er ‘grote verhalen’ die alles verklaarden, van het morele gedrag van staten tot aan literatuur. Met het wegvallen van overkoepelende verhaallijnen is er behoefte ontstaan aan een nieuwe manier van denken over wat ons verbindt, van Manilla tot Silicon Valley tot aan Moskou, aldus de Russisch-Britse journalist.
‘Beste Peter. Ik heb lang gewacht voor ik je schreef, maar het laatste nieuws maakt duidelijk dat het eenvoudigweg gevaarlijk is om nog langer te zwijgen.
Mijn ex-collega’s zitten in de gevangenis. Maandenlang hebben mijn vrienden en ik moeite gehad om ook maar enige aandacht van de media te krijgen. Nu is er iets gebeurd dat wel degelijk de aandacht van de belangrijkste nieuwsagentschappen heeft getrokken – maar ik vraag me af hoelang het zal duren. Is er een manier om die aandacht vast te houden? Ik heb het gevoel dat wij allemaal gijzelaars zijn hier – en het is angstaanjagend. Alles, iedere misdaad, is hier mogelijk geworden.’
Ik kreeg deze boodschap deze zomer van een vriend in Belarus, een paar dagen nadat de dictator van het land, Alexander Loekasjenka, een MIG-straaljager had ingezet om een internationale passagiersvlucht te onderscheppen bij de doorkruising van ‘zijn’ luchtruim en een journalist uit Belarus en zijn vriendin, die in vermeende veiligheid in Litouwen hadden gewoond, van boord had gehaald. Een paar dagen later verscheen de gevangengenomen journalist, Roman Protasevitsj, met duidelijke sporen van marteling op de staatstelevisie. In een setting die de showprocessen onder Stalin in herinnering roept, bekende hij verraad.
In het kort
• De stuitende ontvoering van een journalist uit Belarus en zijn vriendin door Loekasjenka is alweer in de vergetelheid geraakt.
• De reden is dat Loekasjenka’s schandelijke misdaden niet in een ruimere betekenisketen terecht zijn gekomen.
• Alles is onderdeel van één samenhangende geschiedenis.
Er was sprake van enige verontwaardiging in wat we graag de internationale gemeenschap noemen; de woorden ‘kaping’ en zelfs ‘terroristische daad’ vielen. En vervolgens raakte, zoals mijn vriend al vreesde, het voorval in vergetelheid. Loekasjenka kreeg te maken met milde represailles, zoals een verbod aan de staatsluchtvaartmaatschappij van Belarus om op Europa te vliegen. Zijn boodschap aan iedereen die het waagde hem tegen te werken was krachtiger: ik kan met je doen wat ik wil, waar je ook bent.
Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader
Het kostte me moeite het verzoek van mijn vriend te beantwoorden. Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader. Iedereen die weleens een geheugenspelletje heeft gedaan weet dat je afzonderlijke dingen onthoudt door ze in een reeks te plaatsen, zodat ze betekenis krijgen als onderdeel van een groter geheel. Zo is het ook in de media en politiek: een voorval krijgt pas zeggingskracht als onderdeel van een brede narratief.
Maar Loekasjenka’s schandelijke misdaden zijn niet in een ruimere betekenisketen terechtgekomen. En dit geldt niet alleen voor Belarus. Van Birma tot Syrië, van Jemen tot Sri Lanka hebben we meer bewijs dan ooit van misdaden jegens de menselijkheid – van marteling, chemische aanvallen, clusterbombardementen, verkrachting, repressie en willekeurige vrijheidsberoving. Maar de verhalen dwingen maar moeizaam aandacht af, laat staan consequenties. We hebben meer mogelijkheden om te publiceren dan ooit; er zijn geen geografische beperkingen; ons publiek behelst in potentie de hele wereld. Toch komt op de meeste onthullingen of onderzoeken geen respons. Hoe kan dat?
DE SELECTIE VAN 360
360 selecteerde dit jaar drie verhalen, uit de categorieën Distinguished Reporting, Public Discourse en Investigative Reporting.
In deze en in alle andere tijden hebben we een journalistiek nodig die ons informeert over wat er buiten ons blikveld gebeurt, over wat politici proberen geheim te houden, en die regeringen dwingt verantwoording af te leggen over beslissingen die de welvaart van gewone mensen bedreigen. En daar hoort geen enkel ander streven bij dan het zo gewetensvol mogelijk de werkelijkheid proberen te beschrijven. Of zoals Peter Pomerantsev het in zijn artikel beschrijft: ‘We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou.’
Instorting
De instorting van de Sovjet-Unie had moeten aanzetten tot bespiegeling en ons moeten aanmoedigen niemand uit te sluiten van het grotere mensenrechtenverhaal tegen politieke repressie. En in de jaren negentig leek dit ook even mogelijk. Toen de democratiseringsgolf zowel de pro-Sovjet- als de pro-Amerika-dictaturen over de hele wereld omverwierp; toen in 1998 het Internationaal Hof van Strafrecht in Den Haag werd opgericht; toen met succes humanitaire interventies werden uitgevoerd van in de westerse Balkanlanden tot in Oost-Afrika. Even leek het er inderdaad op dat de rechtvaardigheid eerlijker zou worden verdeeld.
Maar er gebeurde iets anders. In plaats van dat er meer deelnemers werden toegelaten in het mensenrechtenverhaal, stortte het hele verhaal in elkaar. Eerst kregen sommige slachtoffers meer aandacht dan andere, geleidelijk aan kregen geen enkele slachtoffers meer langdurige aandacht. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden de wereld gedwongen de Verklaringen van de Rechten van de Mens van de VN te onderschrijven, althans in principe, en de post-Koude Oorlog-rampen in Srebrenica en Rwanda hadden humanitaire interventies in de hand gewerkt en de weg geopend naar het ‘recht op bescherming’.
Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus
Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus. Van Auschwitz tot Srebrenica tot Rwanda konden leiders beweren dat ze zich ofwel niet bewust waren van de feiten, ofwel dat de feiten twijfelachtig waren of de gebeurtenissen te snel gingen om in te grijpen. Maar inmiddels hebben we toegang tot alwetende media, die vaak met overvloedig en ogenblikkelijk bewijsmateriaal komen. En toch hebben die minder effect dan ooit. Het misdaadportret bestaat nog altijd uit allemaal losse beelden.
Dat voelde in de Koude Oorlog anders. Toen leek er een verband te bestaan tussen de arrestatie van één enkele Sovjet-dissident en een bredere geopolitieke, institutionele, morele, culturele en historische strijd. In de media, boeken en films uit die tijd werden de verhalen van afzonderlijke politiek gevangenen en mensenrechtenschendingen verteld als onderdeel van een breder, overkoepelend verhaal over de algemene vrijheidsstrijd tegen dictatuur, een strijd met de ziel van de geschiedenis als inzet. En dankzij dat complete verhaal voelden inwoners van democratieën zich deel uitmaken van een identiteit: wij staan aan de kant van de vrijheid versus de tirannie. Er waren instanties die dit narratief en deze identiteit ondersteunden. Politiek gevangenen voelden zich minder kwetsbaar wanneer informatie over hun arrestatie bekend werd gemaakt op de BBC of Radio Free Europe, of opgepikt door Amnesty International, in de Verenigde Naties ter sprake kwam, naar voren werd gebracht door Amerikaanse presidenten in bilateraal topoverleg met het Sovjetleiderschap.
Hierdoor hielden we onze aandacht erbij. En toen de zonden van het Westen zelf werden onthuld, zoals het CIA-programma met Koude Oorlog-gerelateerde heimelijke moorden en coups in de jaren zeventig, ontstond er bovendien een kader om de aandacht en de verontwaardiging van het westerse publiek te kanaliseren.
Er was wat je een ‘groot verhaal’ zou kunnen noemen, dat alles omvatte: van het morele gedrag van staten tot aan literatuur en kunst en hoe de mensen zichzelf zagen. Het was verbonden met verlichtingsidealen aangaande ‘vooruitgang’ en ‘bevrijding’, waarbij feiten en bewijzen iets waren om gerespecteerd, bevestigd of verworpen te worden met redelijke argumenten of verifieerbaar bewijs. Zelfs het Sovjetregime maakte deel uit van een taal en wereldbeeld waarin rechten – de rechten van gekoloniseerde of voorheen economisch onderdrukte volken – er althans in theorie toe deden. Het zette zelfs een handtekening onder mensenrechtenbeloftes, die Sovjet-dissidenten in staat stelden van de Kremlinleiders te eisen ‘hun eigen wetten te eerbiedigen’.
In deze strijd tussen verheven ideeën, waarin beide partijen hun idealen superieur verklaarden, ontstond ruimte voor dissidenten om van de macht te eisen dat ze haar idealen na zou leven. In de periferie werden deze idealen aangeheven om steun te vragen voor vrijheidsbewegingen van een van beide kampen.
Haken en ogen
Natuurlijk zaten er haken en ogen aan die grote verhalen. Vaak werden slachtoffers van rivaliserende ideologieën bevoorrecht terwijl er continentwijde blinde vlekken bleven bestaan. Priesters die in Polen door de communisten waren vermoord kregen meer aandacht in de westerse media dan priesters die door bondgenoten van de VS waren vermoord in El Salvador. Het Rode Leger dat opstanden in Boedapest en Praag neersloeg werd oneindig intensiever gevolgd dan de neergeslagen antikoloniale opstanden in Kenia.
Vooralsnog worden ‘de cheques die in 1945 werden uitgeschreven aan de kwetsbaarste volken in de wereld – aangeduid als “internationale humanitaire wet” – niet verzilverd’, aldus David Miliband, de voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en het huidige hoofd van het IRC (International Rescue Committee). Wij zijn wat hij noemt het Straffeloze Tijdperk ingegaan: ‘Een tijd waarin militairen, milities en huurlingen in conflicten over de hele wereld menen met alles weg te komen. En omdat ze met alles wegkomen, doen ze ook alles.’
Het verval kwam deels van binnenuit. De taal voor rechten en vrijheden werd uitgehold door leiders die haar misbruikten en lege hulzen achterlieten. Het Sovjetregime versjacherde de taal die bestemd was voor economische gerechtigheid en gelijkheid – tegenwoordig klinkt alleen al het woord ‘socialist’ velen in het voormalige communistische blok als een vloek in de oren. In het Westen werden verheven begrippen als vrijheid en tirannie ingezet als excuus voor niet-uitgelokte oorlogen en bezoedeld door de onvermijdelijke consequenties van de oorlog. In 2003 koppelde president George W. Bush voorafgaand aan de invasie van de Verenigde Staten in Irak doelbewust de tweespalt uit de Koude Oorlog aan zijn visie op het Midden-Oosten door beloftes te maken als ‘de democratie zal overwinnen’ en ‘vrijheid kan de toekomst zijn van ieder land’. In werkelijkheid had de invasie een burgeroorlog tot gevolg en honderdduizenden doden, werd de macht van Iran vergroot en veranderde Syrië in een vazalstaat van een nieuwe autoritaire as. Onder de bevolking in rijke democratieën leidde de invasie tot cynisme en een verbitterde zoektocht naar de eigen identiteit. Woorden die in Oost-Berlijn en Praag nog volop betekenis hadden, verloren in Bagdad hun strekking. En voor beelden gold dat net zo goed.
Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel
Dit rottingsproces van binnenuit ging gepaard met de aanval van buitenaf. Het grote leidmotief van de huidige Russische en nu ook Chinese propaganda is dat het verlangen naar vrijheid en de strijd voor mensenrechten niet leiden tot voorspoed maar tot ellende en bloedvergieten. Russische propagandakanalen koppelen graag flitsen van volksopstanden in Syrië of Oekraïne aan beelden van de daaruit voortvloeiende conflicten in die landen, alsof de oorlog het onvermijdelijke gevolg van de revoltes was en niet de reactie van dictaturen om ze neer te slaan. Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel.
Nobelprijs
De Nobelprijs voor de Vrede werd vorig jaar toegekend aan twee journalisten: Maria Ressa, de uitgever van Rappler, uit de Filippijnen, en Dmitri Moeratov, de uitgever van Novaja Gazeta, uit Rusland. Als we goed naar hun werk kijken, tekent zich iets interessants af.
Maria Ressa’s situatie had heel goed zo’n ver-van-mijn-bedshow voor de rest van de wereld kunnen zijn. Ze staat als journalist bloot aan kritiek van de Filippijnse regering, omdat ze de wederrechtelijke moorden aan de kaak stelt die onder president Rodrigo Duterte zijn gepleegd. Journalisten in de hele wereld staan dag in dag uit bloot aan kritiek en in de Filippijnen worden ze regelmatig vermoord zonder dat er veel aandacht in het buitenland voor is. Zelfs de massamoorden door proregeringbendes, waar Maria (die zitting heeft in de Raad van Commissarissen van Coda Story) verslag van deed, zijn nauwelijks goed voor een krantenkop in het buitenland. Toch wist Maria onze aandacht vast te houden. Hoe?
Toen ze zich verdiepte in wat haar overkwam, merkte Maria dat iets aan Duterte’s aanvallen – zijn gebruik van trollenlegers en cybermilitia’s om zijn tegenstanders te intimideren, bekladden en breken – zowel nieuw was als universeel. Hij paste niet alleen censuur toe, hij zorgde daarnaast voor een hoop heisa op de sociale media, zodat de waarheid werd overstemd en de werkelijkheid vervormd. Maria beperkte haar onderzoek niet tot de Filippijnen, maar breidde het uit naar Facebook, de schadelijke kanten van de sociale media, de rechteloosheid van digitale misinformatie. Haar campagne en de manier waarop ze haar verhaal vertelde voerden niet alleen naar het presidentieel paleis in Manilla maar ook naar Silicon Valley, naar iedere verkiezing waarmee online was gesjoemeld, naar ieder conflict dat werd gevoed door digitale haatcampagnes, naar iedere vrouw of minderheid die werd getiranniseerd of getreiterd op sociale media, naar iedere ouder die bezorgd was over wat hun kinderen online overkwam. Haar verhaal kreeg belang voor iedere wetgever en civiel ambtenaar die zich afvragen hoe ze deze nieuwe grens moeten trekken. Het actualiseerde ons denken over vrijheid van meningsuiting in het digitale domein en dwong technologiebedrijven om op z’n minst toe te geven dat illegaal gecoördineerde campagnes geen rechtmatige uitingsvorm waren maar een vorm van censuur. Eén bestaand persoon die iets onaangenaams zegt, alla. Maar als een handvol trollen pretendeert dat duizenden niet-bestaande personen hetzelfde zeggen, ligt dat anders.
Maria bracht in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht
Daarnaast bracht Maria in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht. Niemand had ooit Rusland en de Filippijnen op één lijn gezien. Hun dissidenten ontmoeten elkaar niet. Ze stonden in de Koude Oorlog aan verschillende kanten. Maar inmiddels zijn deze twee prominente gebieden op het gebied van online manipulatie onderdeel van een samenhangend verhaal geworden. Maria bekeek research van Russische journalisten om te begrijpen wat in haar eigen land gaande was en begon Rusland en de Filippijnen te zien als één frontlinie van digitaal autoritarisme.
Wereldomspannend narratief
In Rusland ontstond bovendien nog een andere schijnbaar lokale kwestie die uitgroeide tot een wereldomspannend narratief. Toen Russische activisten en journalisten voor het eerst, in het vroege Poetin-tijdperk, de wereld probeerden duidelijk te maken dat het regime stoelde op diefstal uit staatsbezittingen en witwaspraktijken in westerse landen, haalden de meesten hun schouders op. Wat kan het schelen? Het was misschien niet goed voor Rusland, maar Londen en New York werden er rijker van en het Kremlin zwakker. Het kostte tien jaar moeizaam argumenteren en bewijs verzamelen om te laten zien dat het bij de corruptie in Rusland en Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten niet alleen ging om een lokale tragedie. Wij werden er net zo goed door geraakt. Corruptie was ook een manier om democratieën te infiltreren en ondermijnen, onze buitenlandpolitiek in opspraak te brengen, politici om te kopen, uiterst rechtse politiek een podium te geven. Er werd een elite gecreëerd die haar invloed en macht aanwendde om oorlogen te beginnen en ermee weg te komen, omdat westerse landen inmiddels afhankelijk waren van de onrechtmatige investeringen. Er werd een wereld gecreëerd waarin de rijken der aarde er andere regels op na houden, niet geplaagd door het binnenlandse recht waar dan ook. En zo werden de ongelijkheid en woede gevoed waardoor het geloof van burgers in democratische instellingen werd ondermijnd. En de vijand zat niet alleen in het Kremlin, het betrof ook tussenpersonen en witwassers op achtenswaardige kantoren in New York en Londen.
Het was een hele klus om aan te tonen dat de tragedie van een ziekenhuis in Noord-Rusland, dat door bureaucraten was geplunderd om vastgoed in Londen te kopen, ook de mensen in het Pentagon aanging. Tegenwoordig staat corruptie (of preciezer: kleptocratie en witwasserij) centraal op de veiligheidsagenda van de nieuwe regering van de VS. Maar het heeft jaren hard werken gekost om de verbanden bloot te leggen die begraven liggen onder al het nepnieuws en de narcistische blik van de sociale media, en om van iets wat op het eerste oog een randverschijnsel leek een verhaal te maken dat in al onze levens speelt.
Dus dat is de opdracht: de als ranken ineengrijpende geschillen aan het licht brengen, de vervlochten wortels van de problemen die de wereld heviger dan ooit teisteren en waarvan de diepere betekenis nog moet worden onthuld. Vroeger bestond het grote verhaal van de democratie ergens boven ons hoofd, als een vliegtuig waar je in kon stappen vanaf een platform dat ‘mensenrechten’ heette. Nu gebruiken we schoppen. We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou. Het onverwachte raakpunt vinden tussen landen waarvan niemand ooit eerder dacht als onderdeel van een en dezelfde kaart. Want deze nieuwe lijnen bestaan. Ze hoeven niet te worden gecreëerd – ze moeten worden opgediept. En dan kan één afzonderlijk voorval staan voor vele andere en kan één krantenartikel over de grenzen resoneren. Nieuwe kijkers en lezers, die er nooit bij stilstonden dat ze iets gemeen hadden, kunnen worden bijeengebracht. En deze nieuwe journalistiek moet meer doen dan alleen nieuwe verbanden leggen en nieuwe kijkers en lezers verbinden – ze moet de contouren aangeven van de discussie die de oplossing aanreikt voor de blootgelegde kwesties en haar publiek de kans bieden om van passieve spelers te veranderen in deelnemers aan een herformulering van een toekomst.
We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was
Want hoewel het oude verhaal over ‘democratiseringsgolven’, over makkelijk gedefinieerde en herkenbare ‘mensenrechtenverklaringen’ is verbleekt, riskeren mensen nog steeds hun leven en levensonderhoud om te protesteren en te vechten voor… ja, waarvoor? We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was. Van Hongkong tot Tbilisi, van Soedan tot Chili. En in Belarus natuurlijk. Belarus dat altijd werd weggezet als tevreden met z’n ontaarde dictator, met het compromis tussen stabiliteit en eenmansbewind. En toen ineens, hoe bestaat het, kwam het hele land in opstand. Niet alleen stedelijke liberalen, maar ook gepensioneerden en fabrieksarbeiders lieten van zich horen.
Maar anders dan in 1989 denken we bij al deze protesten over de hele wereld niet aan een geheel. We zien ze niet als onderdeel van één onvermijdelijke, samenhangende Geschiedenis. De rechten waarvoor wordt opgekomen zijn erg verschillend. De regimes waartegen wordt gevochten houden zich niet per se aan de oude verschillen tussen democratieën en dictaturen. En toch kriebelt er nog steeds iets. Een soort onderliggende urgentie, een behoefte die niet kan worden bevredigd. Wat verbindt al deze uiteenlopende bewegingen? Wat zullen we aantreffen tijdens ons graafproces? Misschien houdt zich daarbeneden wel iets samenhangends schuil en leiden alle ranken naar een allesomvattend geheugen, iets levends, enorms, globaals, vreselijks – dat zich klaarmaakt om de epische bewijsschatten, de gigantische hoeveelheid data die getuigen van misbruik en misdaden jegens de menselijkheid, een doel én een betekenis te geven.
PCATI: Israël gebruikt marteling tegen Palestijnen als wapen
Het Openbaar Comité tegen Foltering in Israël (PCATI) heeft vrijdag een klacht ingediend tegen het eigen land bij het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag, zo meldt Middle East Eye. Het PCATI heeft geconcludeerd dat ‘Israël niet geïnteresseerd en niet in staat is om marteling als wapen tegen Palestijnen te stoppen’.
Het in 1990 opgerichte comité zei dat het na dertig jaar strijd tegen marteling ‘tot de ongelukkige conclusie was gekomen’ dat Israël geen einde wil maken aan foltering, en dat het noch de aanklachten van slachtoffers serieus wil onderzoeken en de verantwoordelijken wil vervolgen.
Tussen 2001 en 2021 werden er dertienhonderd klachten ingediend tegen marteling
Tal Steiner, directeur van het PCATI, zei Middle East Eye dat beroep aantekenen bij het ICC een zeer radicale stap is. ‘Na dertig jaar begrijpen we dat het Israëlische rechtssysteem niet bereid of in staat is om verandering teweeg te brengen. Het houdt een cultuur van bedrog en wegstoppen in stand.’
Tussen 2001 en 2021 werden dertienhonderd klachten ingediend tegen marteling, maar volgens het PCATI is er geen enkele klacht gegrond verklaard en is slechts uit twee gevallen een strafrechtelijk onderzoek uit gekomen.
Concreet vertegenwoordigt de PCATI zeventien cliënten die volgens Steiner ‘zeer zware fysieke marteling’ hebben ondergaan. ‘In Israël werden al hun klachten afgewezen. Misschien kan er eindelijk gerechtigheid worden bereikt bij het ICC.’
Recent is een ‘horrorhuis’ in de buurt van Belgrado ontdekt, waar Servische gangsters hun rivalen martelden. De ontdekking toont aan dat criminele organisaties wreedheid van Mexicaanse kartels kopiëren om controle te krijgen over de drugshandel op de Balkan.
De brede glimlach op hun gezichten toont de voldoening na een geslaagde operatie. In een roze huis in het dorp Ritopek, niet ver van Belgrado, poseren op 3 augustus 2020 twee gespierde, getatoeëerde mannen van in de dertig voor hun laatste trofee: een naakte man, de voeten en handen gebonden. Een van de beulen, die zwarte handschoenen draagt, tilt het hoofd van de gemartelde man op richting de lens van de fotograaf. Het gezicht van de man is gezwollen, de ogen zijn gesloten; waarschijnlijk is hij al dood. De cocaïneoorlog op de Balkan heeft weer een slachtoffer geëist.
Op een andere opname, een paar minuten later genomen, zien we zijn voet naast zijn hoofd staan. Het lichaam is in stukken gesneden in een nabijgelegen kamer, die volledig is afgedekt met zeil. Op de achtergrond staat een professionele vleesmolen klaar om de stukken van het lichaam te vermalen. Daarna wordt het in zakken gestopt en in de nabijgelegen Donau gedropt.
Balkanbendes zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van de Europese cocaïne-invoer
De foto’s die zijn genomen in een gebouw dat door de plaatselijke pers nu ‘het horrorhuis’ wordt genoemd, en waren nooit bedoeld om ooit op het bureau van een Servische rechter te belanden. Maar een van de twee lachende dertigers, Veljko Belivuk, alias ‘Velja Nevolja’ [Velja het probleem], beging samen met zijn handlangers de fout de foto’s te delen met de app Sky ECC. Ze dachten dat de encryptie daarvan niet te kraken was en wisten niet dat de Belgische, Nederlandse en Franse politie zouden doordringen tot de versleutelde geheimen van deze chatapp.
De uitwisselingen (gesprekken, sms’jes, foto’s, et cetera) bieden een blik achter de coulissen van de georganiseerde misdaad en vormen de belangrijkste bewijsstukken tegen Belivuk en zijn bende. Ze getuigen ook van de barbaarsheid van deze criminelen, die bereid zijn tot elke vorm van geweld, om de controle te behouden over de cocaïnehandel vanuit de Balkan, een regio die de laatste jaren een belangrijke doorvoerzone is geworden voor de aanvoer uit Latijns-Amerika. Balkanbendes die rechtstreekse banden hebben met Latijns-Amerikaanse kartels, zijn volgens Europol goed voor ongeveer 30 procent van de cocaïne-invoer in Europa.
Twee duimen omhoog en een mes
Een ongepubliceerd rapport, ingezien door Le Monde, verschaft inzicht in de methoden van bepaalde Servische en Montenegrijnse bendes. Het is opgesteld door de Franse gerechtelijke politie en aan het eind van de zomer van 2021 aan de Servische justitie overhandigd, in het kader van het onderzoek naar het ‘horrorhuis’. De auteur van het rapport, een commissaris van het Centraal Bureau voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad, bundelde tal van berichten die door de bende van Belivuk werden uitgewisseld met Sky ECC, alsook 56 foto’s, waaronder die van vijftien slachtoffers.
In deze stroom van berichten, bevinden zich screenshots van overschrijvingen in bitcoins; betalingen aan de moordenaars te betalen. Op de foto’s zijn partijen cocaïne te zien, wapens (automatische 9mm-pistolen en semi-automatische Tsjechische Skorpios), valse identiteitspapieren en stapels geld. Een bericht van één regel volstaat voor een opdracht tot ontvoering of executie. ‘Wij zijn er voor’, schrijft Belivuk onder het pseudoniem ‘Soprano’ bijvoorbeeld, gevolgd door drie emoji’s: twee duimen omhoog en een mes.
Alleen al Belivuk wordt van zeven moorden beschuldigd
‘Tot op heden’, schrijft de auteur van het verslag, ‘zijn er negentien geïdentificeerde slachtoffers van moord geregistreerd, zeven niet-geïdentificeerde slachtoffers van moord en negen slachtoffers van extreem geweld dat waarschijnlijk tot de dood heeft geleid.’ Alleen al Belivuk, die in januari 2021 werd gearresteerd en nog steeds op zijn proces wacht, wordt van zeven moorden beschuldigd.
Het verhaal begint in een idyllische omgeving, in de kuststad Kotor, genesteld in een fjord aan de ruige kust van Montenegro. Deze kleine haven was lange tijd het bolwerk van Darko Saric, bijgenaamd de ‘cocaïnekoning’. Zo’n vijftienjaar lang zwaaide hij de scepter over de handel, met inkomsten die door sommige bronnen in totaal op een slordige 1 miljard euro worden geschat. Maar na zijn arrestatie in 2014 kregen potentiële erfgenamen ambities. De roof van een lading van 200 kilo coke in het Spaanse Valencia, eind 2014, maakte dat de groep uiteenviel.
Zo begon de ‘oorlog van Kotor’, het epicentrum van een conflict tussen voormalige ‘broeders’ die vijanden werden. Aan de ene kant stond de clan van Kavac, genoemd naar het dorp waar zij een toevluchtsoord vonden en geleid door Slobodan Kascelan en Radoje Zvicer. Aan hen heeft Belivuk, de man van het ‘horrorhuis’, trouw gezworen. Aan de andere kant van de heuvel, huist een andere clan: de Skaljari, gevestigd in het centrum van Kotor, die onder bevel staan van de gebroeders Vukotic en gelieerd zijn aan de Servische clan van Zemun. Op het spel staat het geld dat in de cocaïnehandel omgaat.
Om de aard van het conflict te begrijpen, is nog een kleine omweg nodig naar de voetbalstadions van Belgrado. Want voordat hij de sterke man werd van de Kavac-clan, maakte Belivuk, alias ‘Velja het probleem’, naam bij het gevolg van Partizan Belgrado, een van de voetbalclubs in de Servische hoofdstad. In de loop der jaren werd hij leider van de groep meest radicale deel van de toeschouwers. Zijn bende, die terug te vinden is op de tribunes bekend onder de naam Principi, werd gevormd door een groep bijzonder gevreesde hooligans: de Grobari (‘doodgravers’). Na in elkaar te zijn geslagen door enkelen van hen overleed Toulouse-supporter Brice Taton in september 2009 voor de wedstrijd Partizan-Toulouse in Belgrado. ‘De supportersgroepen, met name die van Partizan, zijn volledig geïntegreerd in de drugshandel. Zij beschikken over het vermogen tot snelle mobilisatie, geweldspotentieel en de dekmantel van de clubs en dat maakt hen tot ideale doorgeefluiken’, schrijft politicoloog Loïc Tregourès en auteur van het boek Le Football dans le chaos Yougoslave [voetbal in de chaos van Joegoslavië] uit 2019.
Gevoel van straffeloosheid
Bij ‘Velja het Probleem’ begint een soort opwaartse trend naar zware criminaliteit. Zijn Principi hebben niet alleen de zeggenschap over de zuidelijke tribune van het stadion van Partizan overgenomen; hun netwerken reikt tot ver daarbuiten. Sommige van hen, met een rol in de nachtclub-, security- en restaurantsector, werden sleutelfiguren bij het witwassen van geld dat afkomstig was van de illegale handel in drugs, sigaretten of wapens. Nadat ze een hal van het stadion annexeerden en tot hun hoofdkwartier maakten, breidden ze hun invloed verder uit tot het punt waarop ze, net als andere bendes, goede connecties hadden binnen de politie en in de politiek.
Maar hoe kwam Belivuk, de hooligan die sleutelfiguur werd, terecht bij de Kavac-clan die met zijn rivalen in de badplaats Kotor in oorlog was? Dat is een van de raadselen die door het onderzoek ontrafeld zullen moeten worden. Intussen blijkt de zaak veel groter te zijn dan een simpel misdaadverhaal.
De zoon van president Vucic verschijnt regelmatig in het openbaar met bendeleden
Zowel in Podgorica als in Belgrado is het algemeen bekend dat er banden zijn tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Sommige waarnemers spreken zelfs van ‘maffiastaten’. Zo zouden aanhangers van Belivuks bende de inwijdingsceremonie van de Servische president Aleksandar Vucic hebben beschermd, wiens zoon Danilo regelmatig in het openbaar verschijnt met bendeleden, ook op de tribune. En wordt de president van Montenegro, Milo Dukanovic, niet al sinds begin jaren 2000 met name door de Italiaanse justitie verdacht van banden met de Camorra, de Napolitaanse maffia?
Zo ver gaat de Franse politie niet, maar ze wijst wel op de greep die de twee rivaliserende clans van Kotor (de Kavacs en de Skaljaris) op Servië en Montenegro hebben. ‘Een aanzienlijke mate van corruptie op verschillende niveaus stelde de twee organisaties in staat grote invloed uit te oefenen op verschillende Balkanlanden’, schrijft de auteur van het verslag. Over de onderschepte berichten schrijft hij: ‘Deze gegevens stelden ons ook in staat de hoge mate van corruptie waar te nemen waardoor deze clan [Kavac, van Velja het Probleem] kon opereren ten gunste van overheidsfunctionarissen zoals politieagenten of hoge ambtenaren van Montenegrijnse instellingen.’
In feite verraadt analyse van de Sky-uitwisselingen het gevoel van straffeloosheid dat de clan in kwestie koesterde. Zo nemen haar leiders, Velja het Probleem of Slobodan Kascelan, soms zelf deel aan executies. Dat gebeurde bijvoorbeeld in augustus 2020, na de ontvoering van een zekere Nikola Stanisic, lid van de Skaljari. Hij was een zeer symbolisch doelwit want hij is de zoon van een van de rechterhanden van ‘Arkan’, een krijgsheer die in 2000 werd vermoord. Arkan was de leider van de ultra’s van Rode Ster, de andere voetbalclub uit Belgrado, en daarna van de Tijgers, een paramilitaire groep. De erfenis die Nikola Stanisic met zich meedroeg, rechtvaardigt op deze augustusdag in 2020 de aanwezigheid van Kascelan zelf in het ‘horrorhuis’. Na te zijn vernederd en vervolgens gemarteld om de codes van zijn telefoon te verkrijgen, wordt Stanisic doodgeschoten. Zijn lichaam wordt verbrand en begraven in een park.
Mexico in Belgrado
Dergelijke methoden waren niet altijd de regel. ‘Vóór Belivuk was extreem geweld niet kenmerkend voor lokale criminele organisaties. Saric [‘de cocaïnekoning’] bijvoorbeeld, deed er alles aan om onder de radar te blijven en voerde zijn illegale activiteiten uit onder het mom van een legaal bedrijf,’ aldus Sasa Djordjevic van de afdeling Belgrado van Global Initiative Against Transnational Organized Crime, een onafhankelijke organisatie gevestigd in Genève. Maar nu nemen de leiders Mexicaanse ‘narco’s’ als model. ‘Kijk, schat, Mexico in Belgrado,’ merkte Belivuk op bij de foto van een lijk.
Deze organisaties beperken hun invloedssfeer niet tot de Balkan. Elders in Europa zijn ze te vinden bij strategische havens als Rotterdam en Antwerpen, maar ook in landen waar de diaspora gevestigd is (Duitsland, Oostenrijk, Zweden). De moordenaars van de ‘Kotor-oorlog’ waren ook daar actief. Weer andere regio’s worden gezien als toevluchtsoorden. ‘Deze gewelddadige criminele organisaties gebruiken Frans grondgebied als incidentele uitvalsbasis na het plegen van moorden in het buitenland, alsmede als plek voor het witwassen van geld en de circulatie van wapens en drugs’, aldus de Franse gerechtelijke politie.
Een van de slachtoffers van het ‘horrorhuis’ is een befaamde bankovervaller
De analyse van de via Sky uitgewisselde gegevens heeft nog niet alle geheimen van de folterkamer aan het licht gebracht. In het laboratorium worden DNA-sporen onderzocht in een poging de slachtoffers te identificeren. De lijst met bekende gevallen biedt al een overzicht van de vijanden van de clan, en het gaat allemaal een stuk verder dan wat opstootjes op de voetbaltribunes. Een van de slachtoffers is een man wiens faam tot buiten de grenzen van Servië reikte: Milan Ljepoja, destijds lid van de Pink Panthers, een bende van bankovervaller die meesters waren in vermommingen en spectaculaire bankovervallen, of het nu in Parijs, Zwitserland of Dubai was. Ljepoja werd in 2008 in Frankrijk gearresteerd en gevangengezet, keerde enkele jaren later terug naar Servië en hield zich een tijdje gedeisd, maar kwam toen te dicht in de buurt van de cocaïnehandel. Hij betaalde een hoge prijs voor zijn nabijheid tot de Skaljari. Op een foto van 8 december 2020 is zijn gemutileerde lijk zonder armen te zien.
Tot dusver zijn ongeveer dertig personen door de gerechtelijke autoriteiten van Servië in staat van beschuldiging gesteld. Verschillende van hen hebben gepraat. ‘Sommigen van hen hebben, geconfronteerd met bewijsmateriaal, meegewerkt met de onderzoekers en uitvoerig verslag gedaan van de werking van de organisatie en de gepleegde misdaden’, aldus het rapport van de gerechtelijke politie. Verzwakt door de arrestaties van hun leiders, opgeschrikt door de verbanning van andere leden en geconfronteerd met het feit dat politieke allianties opnieuw moeten worden opgebouwd, gaan de clans van Kotor een nieuwe fase in hun geschiedenis in, die onvoorspelbaarder is dan ooit. Eén ding is in ieder geval zeker delen ze: de cocaïneoorlog is nog niet voorbij.
Onlangs lekten politiedossiers met foto’s van Oeigoerse gevangenen in zogenaamde ‘heropvoedingscentra’ uit. Ze geven een ontluisterend beeld van de massale vervolging van de islamitische minderheid in China. ‘De kampen zijn bedoeld om de Oeigoerse cultuur, geschiedenis en religie uit te roeien.’
China’s brute en grootschalige onderdrukking van de Oeigoerse islamitische minderheid in Xinjiang heeft voor het eerst een gezicht gekregen. Tienduizenden politiedossiers, foto’s en officiële documenten van hoge ambtenaren van de Communistische Partij van China (CPC), waar El País toegang toe had, leveren een ongekend bewijs van de omvang van het gevangenissysteem in deze westelijke regio van China en van het paranoïde beleid van Beijing ten aanzien van etnische minderheden.
Het journalistieke onderzoek van dit archief vond plaats onder leiding van de Duitse wetenschapper Adrian Zenz, expert in het analyseren van de Chinese onderdrukking in de regio, in samenwerking met nog dertien media in elf landen. Het onderzoek, dat De Politiedossiers van Xinjiang is genoemd, maakte het mogelijk om duizenden gevangenen, onder wie minderjarigen, in de door China gebouwde heropvoedingscentra te identificeren. De aanklachten op basis waarvan mensen gevangen worden gehouden en die doorgaans weinig consistent zijn, konden worden geclassificeerd; dankzij beelden die in de inrichtingen zijn gemaakt kunnen detentie-, ondervragingsmethoden en mishandeling van bewakers tegen gevangenen worden getoond.
Ook werden transcripties geanalyseerd van openbare toespraken door de hoogste leiders van de CPC in Xinjiang. Waarom ook toespraken van secretaris-generaal Chen Quanguo die, overeenkomstig de instructies van Beijing, de doctrine van maximale veiligheid verkondigde en verklaarde dat gevangenen zelfs zullen worden doodgeschoten als zij in opstand komen of proberen te ontsnappen.
Systematische repressie
‘Achter deze systematische repressie,’ zegt Zenz in een telefoongesprek, ‘schuilen de angst en paranoia van president Xi Jinping vanwege het verzet van de Oeigoeren tegen pogingen van de staat om hen te controleren.’ Volgens onderzoek van Zenz, die lid is van de in Washington gevestigde Victims of Communism Memorial Foundation, is de opsluiting van Oeigoeren in heropvoedingskampen de ‘meest omvangrijke internering van een etnische religieuze minderheid sinds de Holocaust’. Ten minste 1 miljoen burgers, van wie de meesten Oeigoeren, zijn opgesloten in heropvoedingskampen verspreid over Xinjiang. Over dat aantal bestaat consensus onder journalisten, academici en de Verenigde Naties.
Een anonieme externe bron kwam aan De politiedossiers van Xinjiang via geraffineerde hacks van de computersystemen van het Bureau voor Openbare Veiligheid van de Chinese politie (afgekort de PSB), in de districten Konasheher in de prefectuur Kashgar en Tekes in het district Ili Kazachstan. De hacker, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, handelde op eigen initiatief, zonder enige betrokkenheid bij of steun van onderzoekers die bij het project betrokken zijn. De documenten, beelden en de aanwezigheid van drie heropvoedingscentra waarop de dossiers betrekking hebben, zijn door de groep journalisten geverifieerd middels geolokalisatie op basis van foto’s die door agenten zijn genomen. Hany Farid, expert en professor aan de universiteit van Berkeley op het gebied van forensische beeldanalyse, heeft verklaard dat er geen bewijs is dat de fotoarchieven zijn gemanipuleerd.
Het district Kashgar op de grens met Kazachstan en Kirgizië, die officieel de Autonome Oeigoerse Regio Xinjiang heet, is een van de geplande haltes tijdens de officiële reis die de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de voormalige Chileense president Michelle Bachelet, afgelopen maandag is begonnen. Bezoek aan de heropvoedingscentra voor Oeigoeren, de grootste etnische groep in deze regio met ongeveer 25 miljoen inwoners, was een van de fundamentele eisen die mensenrechtenorganisaties bij Bachelet hadden neergelegd. In een en referentiedocument voor overheidsbeleid erkende de regering van Xi in oktober 2018 voor het eerst het bestaan van deze faciliteiten. Beschuldigingen van onderdrukking van minderheden in Xinjiang wijst Beijing echter van de hand, en de regering houdt vol dat deze faciliteiten zijn bestemd voor onderwijs en vorming van ‘studenten’, die zich vrijelijk kunnen bewegen. Het regime noemt dergelijke gevangenisinternaten ‘onderwijs- en vormingscentra voor beroepsvaardigheden’.
12 procent van de volwassen bevolking is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra of gevangenissen
De politiedossiers van Xinjiang tonen een heel andere werkelijkheid. Zo blijkt uit een analyse van duizenden politiedocumenten in Konasheher (het register van de veiligheidsdiensten telt zo’n 286.000 burgers, bijna de complete bevolking van dit district) dat in de periode 2017-2018 ten minste 12,3 procent van de volwassen bevolking op de een of andere manier is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra (voor mensen die zijn opgepakt en die een veroordeling afwachten) of gevangenissen.
In een e-mail als antwoord op vragen over de inhoud van het lek schreef Liu Pengyu, woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten: ‘De Xinjiang-kwesties hebben in wezen te maken met de strijd tegen gewelddadig terrorisme, radicalisering en separatisme, niet met mensenrechten of religie. Gezien de ernstige en complexe situatie aangaande terrorismebestrijding heeft Xinjiang een reeks doortastende, solide en effectieve maatregelen voor deradicalisering genomen. Als gevolg daarvan heeft zich in Xinjiang al verscheidene jaren achtereen geen enkel geval van gewelddadig terrorisme meer voorgedaan’.
Na publicatie van de documenten deed de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, Wang Wenbin, de berichten dinsdag af als ‘een nieuw voorbeeld van anti-Chinese krachten die China belasteren’, aldus correspondent Macarena Vidal Liy vanuit Beijing. ‘Het is gewoon een herhaling van een oude truc,’ zei hij op de dagelijkse persbriefing van zijn ministerie. ‘De wereld laat zich niet voor de gek houden door de verspreiding van geruchten en leugens die niet kunnen verhullen dat Xinjiang stabiliteit en welvaart kent en dat de inwoners een gelukkig en tevreden leven leiden,’ zei hij. Daarmee herhaalde hij het argument van Beijing in reactie op beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Xinjiang.
5074 portretfoto’s
De politiedossiers van Xinjiang bevatten, naast andere documenten, 5074 portretten die tussen 6 januari en 25 juli 2018 zijn gemaakt op politiebureaus of in gesloten centra in het district Konasheher. Het vormt een van de belangrijkste bijdragen van de analyse van de Chinese repressie. Van deze foto’s konden 4989 worden gekoppeld aan een persoon en worden voorzien van gedetailleerde informatie. El País analyseerde een steekproef van 2884 foto’s met specifieke gegevens van gedetineerden uit deze bestanden die afkomstig zijn uit het informatienetwerk van het Chinese PSB. De meerderheid van de gedetineerden, 2001 burgers, is jonger dan 30 jaar (69 procent). Mannen zijn in de meerderheid, 2490 (86 procent), tegenover 394 vrouwen (14 procent). Uit de analyse blijkt dat zich onder de gevangenen mensen bevinden van alle leeftijden (tussen 15 en 73 jaar) en van alle opleidingsniveaus (van ongeschoolden tot universitair gediplomeerden).
Dit journalistieke onderzoek wordt bij een half dozijn andere onderzoeken gevoegd waarmee sinds 2019 wordt geprobeerd de omvang aan te tonen van de systematische onderdrukkingscampagne van het communistische regime tegen de Oeigoeren, een etnische groep die voornamelijk islamitisch is. Xinjiang, dat in het westen aan zeven Centraal-Aziatische landen grenst, is van bijzonder belang voor Beijing. Ten eerste omdat het een doorvoerpunt is op de Nieuwe Zijderoute, ten tweede om veiligheidsredenen: het zogenaamde binnen-China wordt sociaal, politiek en economisch gedomineerd door etnische Han-Chinezen, die er in de meerderheid zijn. Maar deze regio, gelegen in het oostelijke deel van het historische Turkestan, tussen de Kaspische Zee en de Gobiwoestijn, met een geschiedenis en een cultuur die verbonden zijn met de Turkse volkeren en waar de gelaatstrekken verschillen van die van de Han, heeft traditioneel altijd een verlangen naar autonomie gekend. Dit is door Beijing sterk verworpen en nu vrijwel vernietigd.
De verhuizing van etnische Han-Chinezen in een poging om de demografie van Xinjiang te veranderen, leidde rond 2009 tot hevige botsingen. Een van de bloedigste episodes was de botsing tussen de Oeigoerse en de Han-gemeenschap in juli 2009 in Urumqi, de hoofdstad van de regio, waarbij ongeveer tweehonderd doden vielen. Na verschillende aanvallen door gewapende separatistische groeperingen gaf Xi in mei 2014 het groene licht voor een campagne onder de naam Een dreun tegen gewelddadig terrorisme, en die vormt nog steeds het kader voor het huidige keiharde optreden in de regio.
Abdurahman Hasan herkende zijn vrouw op een van de foto’s
Abdurahman Hasan, een Oeigoer, is een van de personen die de juistheid van de politiedossiers kon bevestigen; hij identificeerde zijn vrouw tijdens een interview in Istanboel met BBC News, dat ook deel uitmaakt van de journalistieke onderzoeksgroep. Hasan is een zakenman uit Kashgar die vaak naar het buitenland reisde, wat vaak argwaan wekt in Beijing. Hij verliet Xinjiang in januari 2017, op het hoogtepunt van de hardhandige repressie. In de zomer van dat jaar werd zijn destijds eenentwintigjarige vrouw Tunsagul Nurmemet gearresteerd, samen met zijn moeder. Volgens haar dossier werd Nurmemet veroordeeld wegens ‘het bijeenbrengen van een menigte om de maatschappelijke orde te verstoren, ruzies uit te lokken en problemen te veroorzaken’. ‘Haar leven draaide om haar familie en ze ging ook niet veel met anderen om,’ aldus Hasan tijdens het gesprek in de Turkse hoofdstad. ‘Ze ging alleen op bezoek bij familie, ik weet niet of ze veel vrienden had. Ze had geen groot sociaal netwerk, dus hoe kon ze een menigte bijeenbrengen?’ Ze kreeg zestien jaar hechtenis opgelegd.
De Nurmemet op de foto in De Politiedossiers van Xinjiang is onherkenbaar vergeleken met de pasfoto die tot dusver beschikbaar was in de databanken met Oeigoerse slachtoffers van de Chinese repressie. Volgens informatie die Hasan in de zomer van 2017 kreeg, waren zijn vrouw en moeder ‘meegenomen om te studeren’.
Haar verhaal komt overeen met dat van veel andere families van mensen die zijn verdwenen. Zo ging het bijvoorbeeld ook met Nursiman Abdureshid, drieëndertig, die door El País eveneens in Istanboel werd geïnterviewd. Haar familieleden komen voor in politiedossiers van de prefectuur van Kashgar. In de zomer van 2017 hoorde Abdureshid, die toen al twee jaar in Turkije woonde, via een telefoontje van familieleden dat haar vader en jongere broer naar een ‘onderwijsprogramma’ waren gebracht. De oudste van haar broers zat sinds 2016 gevangen wegens een vermeend niet-afbetaalde schuld. Ze werd verzocht niet meer te bellen en kreeg te horen dat haar familie in orde was. In juni 2020 slaagde Abdureshid erin de Chinese ambassade in Turkije te laten bevestigen dat haar familieleden straffen van meer dan tien jaar waren opgelegd. ‘Ik vroeg wat de redenen waren voor hun veroordeling,’ vertelt Abdureshid tijdens het interview, ‘en ik kreeg te horen dat het ging om “verstoring van de openbare orde” en dat ze mogelijk van plan waren terroristische activiteiten te ontplooien.’ Haar vader was een voormalig staatsambtenaar en lid van de CPC. Zij meent dat zijn vertrek uit Xinjiang, samen met dat van haar andere zuster, die in de VS woont, achterdochtig maakte en tot de onderdrukking van haar familie heeft geleid.
In De politiedossiers van Xinjiang bevinden zich ook tientallen foto’s die door de autoriteiten en veiligheidsdiensten zijn gemaakt in het district Tekes, in de prefectuur Illi Kazachstan. Ongeveer dertig van de beelden, gemaakt tussen april 2017 en september 2018, lijken te zijn gemaakt in het heropvoedingscentrum in het district. Het optreden van de officieren in die inrichting, hun bewapening en de manier waarop gevangenen worden behandeld, staan haaks op wat je in een centrum voor beroepsopleiding zou verwachten en ook haaks op publiekelijke berichten uit Beijing.
Martelingen
Op de foto’s worden gedetineerden met kappen over hun hoofd en met handboeien om van de ene plek naar de andere gebracht. Agenten gewapend met stokken zijn meestal etnische Oeigoeren, maar er zijn ook agenten met aanvalsgeweren en oproeruitrusting; dat zijn meestal etnische Han. Volgens de foto’s die in Tekes gemaakt zijn, vinden de verhoren plaats op zogenaamde tijgerstoelen, die volgens Human Rights Watch deel uitmaken van het repertoire van martelwerktuigen dat China gebruikt. Verscheidene reeksen van deze documenten tonen praktijken die in 2017 ook in de zogenoemde Secret China Cables, andere gelekte officiële documenten, aan het licht kwamen. Het gaat om het injecteren van gevangenen, in dit geval van mannen, meestal voor voedselvoorziening of voor analyse. Andere praktijken betreffen de verplichting om dagelijks de doctrine van het kamp te reciteren of in groepen te luisteren naar de propaganda van de lokale autoriteiten.
Naar schatting hebben al een miljoen burgers in deze heropvoedingscentra gezeten, maar dat cijfer zou wel eens zeer conservatief kunnen zijn, blijkens een van de meest onthullende politieke toespraken die door het lek aan het licht zijn gekomen. Het document is een transcriptie van een toespraak die Zhao Kezhi, minister van Openbare Veiligheid, hield tijdens zijn bezoek aan Urumqi op 15 juni 2018 en geclassificeerd als ‘geheim document’. De transcriptie klopt met plaatselijke persberichten en foto’s van de communistische leider gedurende zijn verblijf in de hoofdstad van Xinjiang. Volgens het document sprak Zhao in zijn toespraak van 2 miljoen burgers van Xinjiang die ‘beïnvloed’ waren door ideeën over onafhankelijkheid, en nog eens 2 miljoen mensen die religieuze extremistische gedachten koesterden. Daarmee noemde hij twee van de drie ‘demonen’ die Beijing nadrukkelijk in de as van het kwaad plaatst: terrorisme, separatisme en radicaal islamisme.
De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘
Zhao toont zich verheugd over de stabilisering van Xinjiang dankzij de ‘dreun tegen gewelddadig terrorisme‘ die in werking treedt ‘zodra zij hun gezicht laten zien’. De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘, waarbij hij niet specificeerde wie zij waren of wat er met hen is gebeurd. Het aantal is meer dan vijf keer zo groot als het totaal in de voorafgaande tien jaar. Zhao feliciteerde in zijn toespraak ook Chen Quanguo, de algemeen secretaris van de CPC in de regio tussen 2016 en 2021 en leider van de campagne om Xinjiang te ‘stabiliseren’. Diezelfde Chen staat op de Amerikaanse sanctielijst wegens schending van mensenrechten van etnische minderheden in Xinjiang.
Chen was al een rolmodel in Beijing vanwege zijn optreden in Tibet voordat hij in Xinjiang aantrad. Hij wordt beschouwd als het brein achter het hardhandige optreden tegen de Oeigoeren en, in het bijzonder, de wildgroei aan heropvoedingscentra sinds 2017. Chens woorden in de toespraken in De politiedossiers van Xinjiang geven een nauwkeurig beeld van de mate van onderdrukking in deze straf- en detentiecentra. In een van zijn toespraken voor zijn mensen op 28 mei 2017 noemt hij de opsluiting in deze faciliteiten ‘humaan’, alleen al vanwege de airconditioning, de dagelijkse voedselrantsoenen en de mogelijkheid voor gevangenen om bezoek te ontvangen.
‘Eerst doden, dan rapporteren’
Een analyse van de documenten in de uitgelekte Secret China Cables leidde tot de conclusie dat de gebruikelijke duur van detentie in de heropvoedingscentra één jaar was, maar de gezant van Beijing in de regio zette met zijn woorden in mei 2017 vraagtekens bij de vrijlating van enkele gevangenen. ‘Als ze weggaan,’ zei Chen, ‘keren de problemen onmiddellijk terug, dat is de realiteit in Xinjiang.’ In een nieuwe transcriptie van 18 juni 2018 is zijn toon radicaler. ‘Niemand zal ooit plannen moeten smeden om de inrichtingen voor internering aan te vallen,’ verklaarde Chen. ‘Zodra iemand toch een stap in die richting doet, moet vastberaden het vuur worden geopend.’ In diezelfde toespraak, waarin hij herinnerde aan het geweld in Urumqi in 2009, betoogde Chen dat veiligheidstroepen tegen degenen die de wet overtreden moeten optreden onder het motto ‘eerst doden, dan rapporteren‘.
‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen’
De woorden van de algemeen secretaris van de CPC in Xinjiang waren tot vorig jaar niet aan dovemansoren gericht. Verschillende documenten uit het archief, afkomstig uit de computersystemen van de Chinese politie in de regio, laten zien dat de doctrine van Chen een fundamentele pijler in de actieprotocollen is geworden. Bijvoorbeeld als het gaat om ontsnappingspogingen door ‘studenten’ [lees: gevangenen] – een obsessie vanwege Beijings surveillanceparanoia. Een document beschrijft hoe moet worden gehandeld bij een ontsnapping: de plaatselijke autoriteiten moeten worden gewaarschuwd, wegen geblokkeerd en speciale troepen gestuurd. ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen,’ aldus de instructie, ‘mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen.’ Volharden ze in hun poging te ontsnappen, dan moet worden geschoten ‘om te doden’.
‘De heropvoedingskampen,’ concludeert Zenz, de academicus die vanwege zijn studie van de Chinese repressie in Xinjiang door de autoriteiten in Beijing op de zwarte lijst is gezet, ‘zijn bedoeld om de hoofden en harten van de Oeigoeren te veranderen, evenals hun cultuur, geschiedenis en Turkse erfenis, met inbegrip van hun religie uit te roeien. Dat alles zodat ze zich compleet aan de Communistische Partij van China zullen overgeven.’
Generaal Ahmed Nasser Al-Raisi uit de VAE heeft een duister verleden
‘Ahmed Nasser Al-Raisi is verkozen tot de nieuwe voorzitter’ van Interpol, zo heeft de internationale politieorganisatie donderdag 25 november bekendgemaakt op haar Twitter-account. ‘Dit illustreert het hoge aanzien dat de Verenigde Arabische Emiraten en hun politie- en veiligheidssysteem genieten’ in de wereld, aldus de krant Al-Ittihad uit Abu Dhabi, die verwijst naar Al-Raisi’s profiel als inspecteur-generaal bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.
De VAE is de afgelopen jaren de op een na grootste contribuant aan Interpol is geworden, wat waarschijnlijk niet los staat van hun meest recente diplomatieke succes. ‘Hij is de eerste kandidaat uit het Midden-Oosten die deze positie bekleedt’, aldus de Engelstalige krant The National uit Abu Dhabi.
Zijn benoeming is echter niet voor iedereen in de regio een bron van trots. Zo wijst de pers in het naburige Qatar erop dat Al-Raisi van foltering wordt beschuldigd. ‘Ook al is zijn functie in feite honorair, en is het de secretaris-generaal die zorgt voor het functioneren van de organisatie, toch waren verschillende mensenrechtenorganisaties en Europese afgevaardigden tegen zijn verkiezing‘, schrijft de website Al-Araby Al-Jadid.
‘Al-Raisi is betrokken is bij mensenrechtenschendingen, arrestaties van politieke tegenstanders, hacken en spionage’
‘In oktober 2020 maakten negentien ngo’s, waaronder Human Rights Watch, zich al zorgen over de mogelijke keuze van de generaal uit de VAE die ”lid is van een veiligheidsapparaat dat zich systematisch richt tegen de vreedzame oppositie”’, schrijft het Libanese dagblad L’Orient-Le Jour.
‘Hij is de veiligheidschef van een dictatoriaal en onderdrukkend regime’, hekelde de Saoedische mensenrechtenactivist Taha Al-Hajji op Twitter. Al-Hajji wijst erop dat Al-Raisi ‘betrokken is bij mensenrechtenschendingen, arrestaties van politieke tegenstanders, hacken en spionage’.
‘Dit is een verontrustend bericht’, aldus de mensenrechtenorganisatie Mena Rights Group uit het Midden-Oosten, die op Twitter schrijft dat Interpol ‘nu wordt vertegenwoordigd door een autocratisch regime dat het uiten van kritiek als terrorisme beschouwt en dat zijn tegenstanders bespioneert, arresteert en martelt’. Volgens de Britse krant The Guardian is deze bezorgdheid des te meer gerechtvaardigd omdat de Emiraten ervan worden verdacht ‘misbruik te hebben gemaakt van het opsporingssysteem van Interpol om politieke tegenstanders te vervolgen’.
Eyad A. is de eerste handlanger van het Assad-regime die veroordeeld is voor oorlogsmisdaden. Woensdag deed een Duitse rechter de historische uitspraak. ‘Het vonnis schept een precedent om degenen die in Syrië blijven moorden ter verantwoording te roepen voor hun daden.’
In ’s werelds eerste proces wegens misdaden tegen de menselijkheid door de Syrische staat, heeft de rechtbank in de Duitse stad Koblenz een vonnis geveld. Eyad A., werkzaam voor de Syrische geheime dienst, moet een gevangenisstraf van vierenhalf jaar uitzitten, bericht Deutsche Welle.
Eyad A. werd schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan foltering en ernstige vrijheidsberoving. In het vonnis staat dat A., als onderdeel van ‘een wijdverbreide en systematische aanval op de burgerbevolking’, anderen heeft geholpen bij het van hun vrijheid beroven en het folteren van dertig in hechtenis genomen personen, meldt de Frankfurter Allgemeine Zeitung. ‘De rechtbank noemt Eyad A. een “medeplichtige” en beschuldigt hem niet persoonlijk van marteling, maar stelt dat hij op de hoogte was van de “regelmatige en systematische folteringen in de gevangenis (…) en de folteringen van de gedetineerden heeft gedoogd”.’
De federale aanklager had vijfenhalf jaar gevangenisstraf geëist tegen A. Maar de verdediging vroeg om vrijspraak met het argument dat A.’s leven in gevaar zou zijn geweest als hij bevelen niet had opgevolgd en dat hij zou zijn terechtgesteld als hij was gevlucht. Inderdaad nam hij weliswaar deel aan de arrestatie van demonstranten tegen het Assad-regime, maar gehoorzaamde hij niet aan het bevel van een meerdere om op hen te schieten.
(1/3) PRESS RELEASE⁰ Verdict in the #AlKhatib trial: In the first worldwide trial to address state crimes in #Syria, Eyad A. was sentenced today to 4 years & 6 months in prison for aiding and abetting crimes against humanity
Eyad A. was slechts een ‘radertje’, oordeelt de Süddeutsche Zeitungin een commentaar. Omdat zijn verklaringen de procedure tegen hem in de eerste plaats mogelijk maakten en de procedure tegen hoofdverdachte Anwar R., die als kolonel van de Syrische geheime dienst leiding had over de beruchte Al-Khatib-gevangenis, vergemakkelijkten, viel de straf lager uit.
Anwar R. wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan ten minste 4000 gevallen van foltering en 58 moorden. Zijn proces werd vorige week gescheiden van het proces tegen Eyad A., in oktober wordt een vonnis verwacht, schrijft de Neue Zürcher Zeitung.
‘De naar Duitsland gevluchte mensen zijn in eerste plaats slachtoffers van de oorlog, maar er zitten ook daders tussen’
De rechtszaken tegen Eyad A. en Anwar R. tonen sterke gelijkenissen: beiden waren als vluchteling Duitsland binnengekomen nadat ze zich hadden losgemaakt van het regime van Assad en Syrië waren ontvlucht, aldus SZ in een ander artikel. De rechtszaak tegen R. loopt nog.
‘De naar Duitsland gevluchte mensen zijn in eerste plaats slachtoffers van de oorlog, maar er zitten ook daders tussen. Syriërs die in naam van de staat of als lid van milities misdaden begaan hebben’, schrijft Süddeutsche Zeitungin april bij de start van het proces tegen Eyad A. en Anwar R. In het artikel ‘De spion, de aanklager, de meeloper en het regime’ beschrijft SZ hoe de Syrische vluchteling Anwar al-Bunni strijdt voor de berechting van Syrische oorlogsmisdadigers in Duitsland.
De rechtszaak in Koblenz is het eerste strafproces tegen leden van het Syrische regime wegens misdaden tegen de menselijkheid. Het proces werd mogelijk gemaakt door het sinds 2002 in Duitsland geldende beginsel van ‘universele jurisdictie’ dat het mogelijk maakt ernstige misdrijven op het gebied van de mensenrechten te bestraffen, ongeacht waar zij zijn gepleegd en tegen wie zij zijn gericht.
Zulke procedures in derde landen zijn des te belangrijker omdat een rechtszaak bij het Internationaal Strafhof niet mogelijk is, schrijft NZZ in een commentaar. De reden hiervoor is dat Syrië geen lid is van het tribunaal en dat Rusland in de VN-Veiligheidsraad een proces in het hof in Den Haag blokkeert.
‘Voor veel Syriërs heeft de uitspraak een grote symbolische betekenis’, schrijft de Frankfurter Allgemeine. Zij hopen dat het proces een signaal aan Damascus zal zijn dat geen enkele dader nog veilig is.
Ook SZ schrijft dat ‘het vonnis in Koblenz een precedent schept om degenen die in Syrië blijven moorden ter verantwoording te roepen voor hun daden’.
Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen bij de veroordeling. ‘Nu kan men aanvoeren dat een proces tegen een simpele stroman als Eyad A. slechts een zwak substituut is voor een proces tegen de werkelijke plegers van foltering en oorlogsmisdaden in Syrië, in de eerste plaats president Bashar al-Asad’, aldus het commentaar van NZZ. ‘Hij wordt niet alleen als staatshoofd beschermd door immuniteit tegen vervolging in derde landen. Hij is ook veilig voor het Internationaal Strafhof, dankzij de bescherming Rusland.’
‘Voor het eerst erkent een rechtbank de martelingen voor wat ze zijn: een misdaad tegen de menselijkheid’
‘Ook kan worden aangevoerd dat een vonnis tegen een deserteur als Eyad A. een verkeerd signaal afgeeft aan andere aanhangers van het regime die overwegen naar het buitenland over te lopen’, vervolgt NZZ. ‘De medewerker van de Al-Khatib-gevangenis in Damascus brak al vrij vroeg met het regime en toonde tijdens het proces berouw voor zijn daden. Zijn advocaten voerden aan dat hij geen andere keuze had dan om mee te werken met het regime.’
NZZ plaatst ook vraagtekens bij het feit dat de rechtszaak in Duitsland wordt gevoerd: ‘Is een proces in Koblenz, dat niet eens in het Arabisch wordt vertaald, een geschikte manier om de burgeroorlog in Syrië aan te pakken? Kan een Duitse provinciale rechtbank recht doen aan de complexiteit van een conflict waarbij verschillende machten betrokken zijn, die ook bloed aan hun handen hebben?’
Al die bezwaren zijn gerechtvaardigd, concludeert NZZ, maar ‘dankzij de zorgvuldige voorbereiding van het federale parket en de geëngageerde steun van Syrische advocaten en Duitse mensenrechtenactivisten, heeft het proces ook belangrijke inzichten opgeleverd in het martelapparaat van Assad. Voor de overlevenden en alle andere gemartelde slachtoffers van het regime biedt het vonnis voldoening, omdat voor het eerst een rechtbank hun mishandeling erkent voor wat die is: een misdaad tegen de menselijkheid.’
Martelgevangenissen
De folterpraktijken in de Syrische gevangenissen zijn nauwgezet onderzocht in het proces dat sinds april vorig jaar bij de rechtbank van Koblenz loopt. Zowel overlevenden als familieleden van slachtoffers van foltering zijn als getuige en medeaanklager opgetreden. Zij beschreven herhaaldelijk gruwelijke details uit de martelgevangenissen.
Volgens hen was er sprake van verkrachtingen, werden gevangenen aan hun polsen opgehangen, mishandeld met elektrische schokken, overgoten met kokend water en werden hun vingernagels uitgetrokken, aldus het dagblad uit Frankfurt. Volgens een getuigenissenrapport waren systematische foltering, uithongering en afranselingen aan de orde van de dag in de gevangenissen van het Syrische regime, aldus FAZ.
Sinds hun arrestatie zijn bijna 100.000 Syriërs ‘verdwenen’, onder wie bijna 1740 kinderen
‘De getuigenissen werden geïllustreerd door schokkende foto’s die door een ex-militair fotograaf het land uit werden gesmokkeld en die in het geheugen blijven hangen van iedereen die ze ooit onder ogen kreeg’, aldus SZ.
Volgens de organisatie Syrian Network for Human Rights zijn van maart 2011 tot eind 2020 in Syrië bijna 15.000 mensen aantoonbaar vermoord door foltering, waarvan 98,7 procent door medewerkers van het Syrische regime. Bovendien zijn sinds hun arrestatie bijna 100.000 Syriërs ‘verdwenen’, onder wie bijna 1740 kinderen.
Niet alleen in Duitsland, maar ook in Zweden, Noorwegen en Oostenrijk zijn aanklachten tegen hooggeplaatste ambtenaren van het Syrische staatsapparaat ingediend. Tot dusver wordt alleen in Koblenz een proces gevoerd, bericht FAZ.
Volgens schattingen van Syrische mensenrechtenactivisten, zoals Al-Bunni, die het proces in Koblenz steunen en begeleiden, wonen in Duitsland tussen de vierhonderd en vijfhonderd criminele handlangers van het regime.
Syrische oorlogsmisdadigers in Nederland
Ook in Nederland zijn aanwijzingen dat zich hier Syrische oorlogsmisdadigers bevinden die asiel hebben gekregen, zo blijkt uit onderzoek van NRC van afgelopen december. Het artikel rept van ‘enkele tientallen [Syriërs in Nederland] die door het regime zijn ingezet om demonstranten in elkaar te slaan, burgers te martelen of te vermoorden’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.