Tag: marx

  • 1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’

    De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.

    Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.

    De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.

    Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.

    Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.

    De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.

    Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.

    Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.

    Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.

    De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt

    In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.

    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.

    Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.

    Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.

    • Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.

    Auteur: Dmitri Dobrov
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man (1949).

     Sergej Skripal. – © HH
    Sergej Skripal. – © HH

    CONTEXT: De zaak-Skripal

    Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.

    Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’

    InoSMI
    Rusland | inosmi.ru

    InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.

  • 5. Polen maakt jacht op communistische symbolen

    5. Polen maakt jacht op communistische symbolen

    Of het nu om Lenin gaat of Karl Marx, de regerende Poolse conservatieve partij is vastbesloten alle herinneringen aan het communistische verleden uit te wissen.

    Dankzij een in de lente van 2016 aangenomen wet hadden de Poolse steden tot 2 september van dit jaar om alle straten, gebouwen en openbare plekken om te dopen die ‘personen, organisaties, evenementen of data eren die gelieerd zijn aan het communisme of een ander totalitair regime’.

    Deze wet past bij de manier waarop de ultraconservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (Pis), die sinds bijna twee jaar in Polen aan de macht is en het vaste voornemen heeft de revolutie van 1989 te vervolmaken, omgaat met het verleden. Volgens de PiS werd er tijdens de onderhandelingen die destijds tot een vreedzame overgang van communistische dictatuur naar democratie leidden, onvoldoende gebroken met het oude systeem en werd de verantwoordelijkheid van mensen die zich aan misdaden hadden schuldig gemaakt verzwegen. Al had Polen in het begin van de jaren negentig iedere verwijzing naar de meest controversiële figuren, zoals Lenin en Stalin, uit de publieke ruimte verwijderd, de journalistieke onderzoekssite OKO-press noemt een aantal andere namen die, hoewel ze gelieerd waren aan het communisme, niet per se in ongenade hoeven te vallen: Karl Marx, de verdedigers van Stalingrad of de Poolse vrijwilligers in de jaren dertig van de vorige eeuw.

    ‘De kabouters van Wroclaw’: een serie bronzen kabouters ter ere van verzetsbeweging Oranje Alternatief, die de kabouter als symbool gebruikte. Sinds 2001 worden de beeldjes verspreid door de stad geplaatst. – © Michael Gottschalk/Photothek/Getty
    ‘De kabouters van Wroclaw’: een serie bronzen kabouters ter ere van verzetsbeweging Oranje Alternatief, die de kabouter als symbool gebruikte. Sinds 2001 worden de beeldjes verspreid door de stad geplaatst. – © Michael Gottschalk/Photothek/Getty

    De oppositiekrant Gazeta Wyborcza onthult welke strategie sommige steden volgen om de wet te omzeilen. In Warschau, waar de liberalen de meeste zetels hebben in de gemeenteraad, ‘zullen zes straten van naamgever veranderen. De nieuwe naamgevers hebben dezelfde achternaam maar een andere voornaam en een andere biografie.’

    De burgemeester van Gdańsk, ook een liberaal, weigert vierkant de wet toe te passen, die hij zowel ‘absurd als strijdig met het principe van plaatselijke autonomie en de wil van de burgers’ noemt. De opstandige gemeenten zullen het moeten opnemen tegen de regioprefecten, die allemaal door PiS zijn benoemd toen de partij eind 2015 aan de macht kwam. De laatsten kunnen met de wet in de hand het omdopen van openbare plekken forceren als het Instituut voor Nationale Herinnering dat nodig acht.

    Met het risico dat je straten met twee namen krijgt? Het nationalistische weekblad Gazeta Polska looft niettemin het Poolse ‘model’ en legt uit ‘hoe Polen Oost-Europa van de communistische smet zou moeten ontdoen’, met name Oekraïne, de Baltische staten en Moldavië.

    Vertaler: Peter Bergsma

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 205.000

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • Karl Marx is big business

    Karl Marx is big business

    Het is een boosaardige grap van de geschiedenis. Honderdvijftig jaar nadat Karl Marx met Das Kapital zijn beroemde kritiek op het kapitalisme publiceerde, is hij zelf een product geworden waarmee geld wordt verdiend.

    Het kapitalisme is meedogenloos. Vriend noch vijand ontziend dringt het door tot in de kleinste poriën van de maatschappij; alles en iedereen moet zich eraan onderwerpen. Zo ongeveer beschreef Marx de dynamiek van de moderne economische wereld. De man had gelijk – op een klein schoonheidsfoutje na. Waar Marx als uiteindelijke ommekeer een zegetocht van het proletariaat voorspelde, trok de wereldgeschiedenis een heel ander plan en bezorgde het kapitalisme de definitieve overwinning.

    Wie daarvoor nog bewijs nodig heeft, moet naar Trier gaan. Daar staat in het voetgangersgebied tussen ijssalons en schoenwinkels een huis waar de filosoof zijn kinderjaren en jeugd heeft doorgebracht. Een stenen gedenkplaat herinnert aan de vroegere bewoner. Nu is er een EuroShop gevestigd: zonnebrillen, haarklemmen, fietspompen, alles kost hier een euro. Het is een boosaardige grap van de geschiedenis. In zijn belangrijkste werk Das Kapital (1867) waarschuwde de beroemdste telg van Trier immers voor minimale lonen, bedenkelijke arbeidsomstandigheden en globalisering. In 2017 is hijzelf allang een product waarmee geld wordt verdiend.

    De man met de volle baard die zijn hele leven kritiek uitoefende op de rijken en met zijn grote gezin in soms bittere armoede leefde, maakt vlak voor zijn tweehonderdste geboortedag een revival door. Hij wordt weer gelezen, zijn werk is voor honderdduizenden mensen over de hele wereld een geestelijk kompas door bewogen tijden en zijn naam is de garantie voor toeristen en bezoekers. ‘Het is interessant om te zien hoe de grote analyticus van producten, waarde en prijsmechanismen nu zelf een product wordt,’ zegt Marien van der Heijden, hoofd Collectievorming van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) in Amsterdam. Daar liggen diep weggestopt in de archieven handgeschreven documenten en alle bewaard gebleven manuscripten van Marx.

    De recente financiële crisis heeft hernieuwde belangstelling gewekt voor de crisisprofeet en ook het komende jubileum zorgt voor een opleving in de Marx-business: in Trier, in Berlijn, in China – en ook een beetje in Londen. In de Britse hoofdstad heeft Marx meer dan de helft van zijn leven doorgebracht. Op de Highgate Cemetery in het noordwesten van Londen, waarvoor de toegangsprijs vier pond bedraagt, ligt hij begraven. Wie op een lentezondag in de metropool op zoek gaat naar sporen van Marx, stuit op Piccadilly Circus op een clubje geïnteresseerden – en op Heiko Khoo, een overtuigd marxist.

    Khoo geeft enkele toeristen een twee uur durende rondleiding door de wijk Soho. Tien pond betalen ze ervoor. ‘U mag van geluk spreken dat u er op tijd bij bent,’ zo begroet hij zijn klanten, ‘want zodra de Chinezen horen dat Marx in Londen is geweest, komen er miljoenen hiernaartoe om deze excursie te maken.’ Een grap die maar ten dele grappig is bedoeld. De Marx-kenner heeft onlangs een boek geschreven over de Londense periode van de grote man. Dat wordt allereerst in China uitgegeven, zegt Khoo, daar waar hij de grote groeimarkt voor zijn nering vermoedt. De Chinese ambassade benadert hem nu al voor rondleidingen. Ook Chinese bankiers die op zakenreis in Londen zijn, volgen samen met hem het spoor van Marx. Maar op deze zondagmorgen zijn er geen Chinezen van de partij. Er is een bont gezelschap uit de hele wereld komen opdagen, onder wie de Amerikaan Joe. ‘Het kapitalisme is negentiende-eeuws. Wij hebben een economisch model voor de eenentwintigste eeuw nodig,’ vindt hij. Daarom is hij hier.

    De eerste stop is bij een kroeg op een hoek, maar een paar straten van Piccadilly Circus. Tegenwoordig is hier een cocktailbar gevestigd, maar in de tijd van Marx heette deze zaak The Red Lion. In de vergaderruimte op de bovenverdieping van de pub kwamen Marx en zijn aanhangers in 1847 bijeen. Hier kreeg hij opdracht om Het Communistisch Manifest te schrijven. Khoo citeert de beroemde eerste zin: ‘Een spook waart door Europa. Het spook van het communisme.’

    Armzalige jaren in Soho

    Tijdens zijn leven was vrijwel niemand geïnteresseerd in de Duitse immigrant uit Trier, die in het Engeland van de industriële revolutie het grootste deel van zijn werk schreef. Hij was naar de stad aan de Theems gekomen omdat hij in Frankrijk en Duitsland als revolutionair werd vervolgd door de overheid. Een hoogopgeleide rebel.

    Londen was de wereldhoofdstad van het kapitaal. Het was groot, rijk en duur. Het waren armzalige jaren voor Marx in Soho, zegt Khoo. Op de gevel van een huis in Dean Street is een blauwe gedenkplaat geschroefd. Vijf jaar heeft het gezin hier in een klein huisje gewoond, drie kinderen zijn hier gestorven. In de British Library verderop in de stad werkte Marx aan zijn boek. Tegenwoordig parkeren er dure sport- en terreinauto’s in Dean Street. Aan het einde van de rondleiding heft Khoo op straat De Internationale aan: ‘Makkers, ten laatste male.’ De voorbijgangers trekken hun wenkbrauwen op, de deelnemers applaudisseren.

    In het IISG-archief in Amsterdam staan tientallen dikke boeken met daarin de bekendste citaten, stellingen en uitdrukkingen van Marx. Het manuscript van _Das Kapita_l is in juli 1943 verbrand bij het bombardement van Hamburg, zegt Van der Heijden. Het manuscript van Het Communistisch Manifest is vlak na de druk in 1848 door de zetter in Londen verscheurd. In Amsterdam hebben ze nog de handgeschreven eerste bladzijde van het manifest en de eerste druk van Das Kapital, met persoonlijke notities van Marx.

    Van der Heijden heeft voor beide een aanvraag ingediend voor opname op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, en op beide een positieve reactie gekregen. De twee geschriften zijn tegenwoordig onbetaalbaar. Op veilingen in Londen kost een simpele brief van de hand van Marx nu evenveel als een Volkswagen Golf en een kopie van Das Kapital met een handtekening van de auteur heeft de prijs van een Porsche. De kostbaarheden in Amsterdam liggen achter dikke deuren van staal. De archivarissen hebben er een waardevol pakket uit samengesteld, dat volgend jaar in bruikleen wordt gegeven aan Duitsland. In Trier moet de handel in Marx een economische factor van belang worden.

    In zijn geboortehuis, waar hij ook zijn eerste levensjaar doorbracht, is al lange tijd een museum van de Friedrich-Ebert-Stiftung gevestigd. Meer dan 40.000 bezoekers heeft het afgelopen jaar getrokken, van wie een op de drie Chinezen. Een kaartje kost € 4, een fles Marx-wijn uit het Moezelgebied € 8,99. Dat is alleen maar een voorproefje: volgend jaar viert Trier de tweehonderdste geboortedag van Marx. Uit de hele wereld zullen bewonderaars toestromen. De oude Romeinse stad is zich aan het opmaken voor die stormloop.

    De straten van de grote steden zijn weliswaar het decor van Porsches en Gucci-winkels, maar dat is niet meer dan een tussenstap op China’s pad naar het einddoel van de klasseloze maatschappij

    Rainer Auts, verantwoordelijk voor de organisatie, bereidt met tien medewerkers de Groβe Landesausstellung in de zomer van 2018 voor. Dat moet een ‘kritisch eerbetoon’ aan de denker worden. De Bondsregering stelt 1,5 miljoen euro beschikbaar. De stad en de deelstaat doneren samen nog een miljoen. Het gemeenschapsgeld verhoogt de druk. ‘De wereld zal toekijken hoe we het doen,’ zegt Auts.

    Evenals in Londen heeft men in Trier zijn hoop gevestigd op de Chinezen. Auts heeft een medewerkster naar een beurs in Xiamen gestuurd, de partnerstad van Trier. ‘Het potentieel is daar enorm,’ zegt hij. Een juiste bewering, want in China, het land dat binnenkort zeventig jaar lang door één partij wordt geregeerd die volgens velen alleen nog in naam communistisch is, heeft de commercialisering van Marx net een hoogtepunt bereikt. Bovendien is China het land met de meeste nieuwe rijken ter wereld.

    Er zijn inmiddels meer dan een miljoen miljonairs. Sinds Deng Xiaoping aan het einde van de jaren zeventig met zijn hervormingen begon, propageert de Partij namelijk een ongebreideld kapitalisme in plaats van de klasseloze maatschappij. Juist daarom wordt de merknaam Marx graag gebruikt door de heersers van China: als bewijs voor het bestaansrecht van de dictatuur van het proletariaat in de vorm van de Partij. Zo’n 250 miljoen yuan (ongeveer 34 miljoen euro) aan subsidies stelt de Chinese president Xi Jinping, die zijn doctorstitel in de marxistische theorie behaalde, elk jaar beschikbaar: aan universiteiten, scholen, denktanks en nieuwe Marx-archieven ter ere van de denker. Een etikettenzwendel waar iedereen van weet.

    Marx, aldus de propaganda, is voor China nog altijd actueel. De straten van de grote steden zijn weliswaar het decor van Porsches en Gucci-winkels, maar dat is niet meer dan een tussenstap op China’s pad naar het einddoel van de klasseloze maatschappij. Zo vond anderhalf jaar geleden in Beijing de eerste ‘wereldconferentie van het marxisme’ plaats. De Partij had professoren uit de hele wereld laten invliegen. Ze luisterden naar de toespraken van wetenschappers van de Partijscholen, die probeerden te motiveren waarom Marx nog een rol speelt in het China van nu.

    Marx-merchandising.
    Marx-merchandising.

    In China oefent de staat controle uit over de Marx-business. In Duitsland loopt die vlak voor het kroonjaar helemaal vanzelf. In de bioscopen heeft wekenlang de film Der junge Karl Marx gedraaid, met August Diehl in de hoofdrol. In de boekhandels liggen pas verschenen biografieën. En dan zijn er nog de werken van Marx zelf, waarmee – dankzij verlopen auteursrechten – goed geld kan worden verdiend. In Duitsland wordt dat in praktijk gebracht door de Karl Dietz Verlag, een kleine uitgeverij van vakliteratuur met een ‘lang en ondanks alle verdiensten op uitgeefgebied toch roemloos verleden’, aldus directeur Martin Beck.

    Tot 1989 heeft de Dietz Verlag als ‘een vlaggenschip van de SED-rechtvaardigingspropaganda’ gefungeerd, nu verschijnt daar Das Kapital als onderdeel van de Marx-Engels-Werke. Het boek behoort ‘tot onze kassuccessen’, zegt Beck. Op het dieptepunt van de financiële crisis in 2008 zijn er van het eerste deel ruim 3100 exemplaren verkocht, twee jaar daarvoor waren het er nog geen 800. Nu ligt het aantal ergens daartussen. De toenemende belangstelling in tijden van crisis heeft hebzucht gekweekt. Ook de uitgeverijen Kröner en Faber & Faber hebben de dikke pil opnieuw uitgegeven.

    Geld verdienen met Marx is in trek. Maar is het niet een contradictie om de criticus van het kapitalisme zelf tot product te maken? Rainer Auts, de tentoonstellingsmanager in Trier, moet daar even over nadenken. Dan zegt hij: ‘Tegen dat verwijt kun je niets inbrengen.’ Voor hem staat de educatieve taak echter duidelijk op de voorgrond. Zullen de kaartjes in Trier dan goedkoper zijn dan bij vergelijkbare tentoonstellingen? Auts schudt het hoofd. ‘Ook wij staan bloot aan het kapitalistische streven naar meerwaarde.’

    Auteur: Johannes Pennekamp, Marcus Theurer, Hendrik Ankenbrand, Stephan Finsterbusch
    Vertaler: Pieter Streutker

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

  • Stop het gepreek aan de universiteit

    Stop het gepreek aan de universiteit

    De kwaliteit van de studie politicologie in Libanon is beneden alle peil, klaagt een journalist van het dagblad As Safir. Dat komt doordat docenten hun colleges doorspekken met religieuze opvattingen. ‘Sommigen weigeren zelfs Marx en Engels te behandelen omdat ze atheïsten waren.’

    Veel Libanese jongeren kiezen voor een studie politicologie. Helaas slaagt het merendeel voor zijn tentamens zonder over de vereiste kennis te beschikken of ook maar iets af te weten van methodologie. Hoe worden deze jonge mensen opgeleid die op een dag werkzaam zullen zijn als politicus, universitair onderzoeker of op het gebied van internationale betrekkingen?

    Geconstateerd moet worden dat de politieke wetenschappen steeds meer politiek op zijn Libanees zijn geworden. Sommige docenten laten opzettelijk informatie achterwege die niet strookt met hun politieke overtuiging. Soms doorspekken ze hun colleges met religieuze opvattingen, zonder dat daar enige kritiek op komt.

    Deze docenten vragen hun studenten bijvoorbeeld teksten te lezen waarin wordt uitgelegd dat ‘het economische project van de Europese Unie is mislukt omdat het niet het islamitische economische model heeft gevolgd’ of dat ‘de oplossing voor de wereldeconomie ligt in het overnemen van de economische regels van de gouden eeuw van de islam’.

    ‘Studenten leren dat de Sovjet-Unie ten onder is gegaan omdat ze ‘alcohol had gelegaliseerd’ en omdat het een regime was van ‘balletdanseressen, actrices en operazangeressen’’

    Alle historische feiten worden op die manier verpulverd. De studenten leren dat de Sovjet-Unie ten onder is gegaan omdat ze ‘alcohol had gelegaliseerd’ en omdat het een regime was van ‘balletdanseressen, actrices en operazangeressen’. Dit alles wekt de indruk dat men colleges volgt over de persoonlijke opvattingen van deze of gene religieuze persoonlijkheid, waarbij een preek tot een verhandeling over economische theorie kan worden verheven. Daarmee wordt de studierichting politicologie een manier om het idee te verspreiden dat de islam een totaalsysteem is dat alle terreinen bestrijkt, niet in de laatste plaats dat van de politiek.

    Omdat religie op de eerste plaats komt, worden de politieke theorieën van grote intellectuelen onder de mat geveegd. De studenten studeren vaak af zonder dat ze ooit van Marx en Engels hebben gehoord. Er zijn zelfs docenten die over deze twee filosofen weigeren te spreken omdat ze atheïsten waren. Een hoogleraar aan de Libanese universiteit weigerde college over Marx te geven omdat hij een ‘utopist’ zou zijn en achtte het voldoende als zijn studenten Deugdzame stad van Al-Farabi zouden lezen om het marxisme te doorgronden. Daarmee wordt Deugdzame stad het enige boek aan de hand waarvan de student geacht wordt de strekking van het communisme, de klassenstrijd en de kapitalistische uitbuiting te begrijpen.

    Een Libanese studente beschrijft wat zij graag zou willen voor haar land. – © Jamal Saidi / Reuters
    Een Libanese studente beschrijft wat zij graag zou willen voor haar land. – © Jamal Saidi / Reuters

    Ook het politieke gedachtegoed van Michel Foucault wordt op een karikaturale manier samengevat en uiteindelijk aan onontkoombare morele opvattingen getoetst. Zelfs onderwerpen als de aanwezigheid van olie en aardgas in Libanon worden vanuit een bijzondere insteek behandeld. Als je sommige teksten mag geloven die op de universiteit circuleren, kunnen die alleen worden verdedigd [tegen veronderstelde Israëlische agressie] door de wapens van Hezbollah in te zetten.

    Evenzeer kan men zich verbazen over leerstof waarin de ins en outs van de Libanese diaspora, met name in Afrika, tot racistische oprispingen leiden. Zo leren de studenten niet alleen dat de inwoners van Ivoorkust niet van de Libanezen houden die zich daar hebben gevestigd omdat ze hun banen inpikken, maar ook dat Libanese meisjes er de straat niet op durven uit vrees door jonge Ivorianen te worden lastiggevallen.

    Persoonlijke opvattingen

    Ten slotte zijn tijdens de tentamens de persoonlijke opvattingen van de docent van invloed op de antwoorden die de studenten geven. Ze zorgen er uitdrukkelijk voor dat ze de naam vermelden van de partij die hun docent aanhangt. En als ze het over leugenachtigheid in de Libanese politiek moeten hebben, zullen ze als voorbeeld een Libanese politicus gebruiken die tot het kamp van de tegenstanders van hun examinator behoort.

    Het valt te betreuren dat op de Libanese universiteit het onderwijs in een belangrijk vak als politicologie zo weinig te maken heeft met wetenschap, en zelfs met politiek in de nobele zin van het woord, maar ontaardt in godsdienstlessen met een flinke vleug racisme en partijdigheid.

    Auteur: Maher El-Khochen
    Vertaler: Peter Bergsma

    As Safir
    Libanon | dagblad | 20.000

    ‘De Ambassadeur’ is het tweede dagblad in Libanon. Linksgezind. Pro-Arabisch en pro-Hezbollah.