In Downing Street wordt steeds vaker gekeken naar het Noorse model, nu het er (vooralsnog) naar uitziet dat premier Theresa May haar deal niet door het Lagerhuis zal krijgen.
Ruim twintig jaar geleden werd Noorwegen verscheurd door een referendum dat de uitslag van de brexit weerspiegelt: 52 procent van de kiezers wees het lidmaatschap van de Europese Unie af. Bedrijven, politieke partijen en zelfs hele gezinnen werden in twee kampen verdeeld: een dat vond dat overheersing door Brussel een gruwel was en een dat graag deel uitmaakte van het succesverhaal van het naoorlogse West-Europa.
‘We besloten tot een nationaal compromis dat beide kampen als plan B hadden,’ zegt Espen Barth Eide, parlementslid van de Noorse arbeiderspartij en voormalig minister van Buitenlandse Zaken. ‘Destijds zei iedereen in het [pro-Europese] ja-kamp dat het beter was dan niets, terwijl het nee-kamp zei dat het beter was dan een volledig EU-lidmaatschap.’
Dat compromis hield in dat Noorwegen buiten de EU bleef, maar wel deel zou blijven uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER), een club rijke landen die toegang hebben tot de markt van de EU. De prijs: ze moeten voldoen aan de meeste EU-regels, waaronder vrij verkeer van personen en goederen. Noorwegen draagt bovendien een forse 670 miljoen euro bij aan de Europese begroting. Als Groot- Brittannië het voorbeeld van Noorwegen zou volgen, zou het de EU naar rato een bedrag van 2,7 miljard euro betalen.
Industrieën die van nationaal belang zijn voor Noorwegen, zoals landbouw en visserij, vallen niet onder de regeling. En omdat het land geen deel uitmaakt van de douane-unie, kan het vrijhandelsovereenkomsten met landen buiten Europa sluiten. Het betekent wel dat er wordt gecontroleerd aan de grens met EU-lidstaat Zweden, met ingewikkelde regels voor de herkomst van personen en producten. Zoiets zou onverenigbaar zijn met de Britse wens in de Brexit-onderhandelingen om een harde grens met Ierland te voorkomen.
Lobbyisten en ‘wetsuitvoerders’
Juridische kwesties worden afgehandeld door het hof van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA), dat in de meeste gevallen EU-jurisprudentie volgt, maar onafhankelijk opereert van het Europese Hof van Justitie. Dat ‘EER/EVA-tweezuilenmodel’, in het Verenigd Koninkrijk bekend als het ‘Noorse model’, is in Londen steeds vaker onderwerp van discussie, nu Labour en het Hogerhuis er bij de regering op aandringen een oplossing voor de brexit te vinden die de impasse met Brussel doorbreekt.
Critici zeggen dat het EER/EVA-lidmaatschap de kernleden – Noorwegen, Liechtenstein en IJsland – louter tot lobbyisten en ‘wetsuitvoerders’ reduceert, die hun tijd verdoen in de schaduw van de macht in plaats van zelf aan tafel te zitten. Maar Eide zegt dat de regeling Noorwegen sinds het referendum van 1994 tot een eenheid heeft gesmeed en het land tot een Scandinavisch succesverhaal heeft gemaakt. ‘Ik zou het zo weer verdedigen en verwacht dat we het zo zullen blijven doen.’
‘Als Groot-Brittannië een betere deal krijgt, dan willen wij die ook’
Buiten Oslo neemt de onvrede over het EER-model echter toe. Een reeks controversiële EU-wetten op het gebied van bankieren, de bescherming van data en energie heeft geleid tot een roep om de banden met het EER-blok door te snijden. Helle Hagenau, een belangrijk lid van de 23.000 man sterke pressiegroep ‘Nee tegen de EU’ slaat haar ogen ten hemel als ze de uitspraak krijgt voorgelegd dat de EER de Noorse soevereiniteit intact laat. ‘Flauwekul. Onze soevereiniteit wordt bijna elke dag ondermijnd. We zijn in de val gelopen,’ zegt de geharde euroscepticus, die in 1994 het anti- EU-kamp aanvoerde.
Hoewel er zorgen bestonden dat migratie naar de EU de lonen en de werkomstandigheden zou aantasten, benadrukt Hagenau dat soevereiniteit voor de meeste Noren een veel belangrijker punt was. ‘De EER is totaal ondemocratisch,’ zegt ze. ‘Je mag niet één wet voorstellen, alleen maar ja of nee zeggen. Er wordt telkens gezegd dat het belangrijk is om aan tafel te zitten. Nou, wij staan op de gang. We houden de Brexit-onderhandelingen nauwlettend in de gaten, want als Groot-Brittannië een betere deal krijgt, dan willen wij die ook.’
De Noorse bedrijven, die meer dan 80 procent van hun goederen naar de interne markt van de EU exporteren, kijken er heel anders tegenaan. Wat Tore Myhre betreft, hoofd internationale betrekkingen van de NHO, Noorwegens grootste handelsorganisatie, is minder soevereiniteit een prima prijs voor een bloeiende economie die zich mag verheugen in hoge lonen, een hoge levensstandaard en lage werkloosheid.
‘De EER-regeling is een enorm succes en van groot belang voor Noorse bedrijven,’ aldus Myhre. Volgens hem is er, anders dan bij de brexit-aanhangers, weinig animo voor vrijhandelsovereenkomsten buiten Europa, want de EU-standaard los-laten zou Noorwegens substantieel grotere aandeel in de EU-markt op het spel zetten. ‘Wij willen die hoge EU-standaard en gaan daar niet aan tornen met andere vrijhandelsovereenkomsten. Daarom zullen we nooit zo’n overeenkomst met de VS sluiten.’
Myhre verwerpt de bewering van Nee tegen de EU dat de EER Noorwegen tot een vazalstaat heeft gedegradeerd. ‘Het is juist goed dat de EER Noorwegen het recht geeft zich al vroeg met het werk van de Europese Commissie te bemoeien. Daardoor hebben we invloed op de wetgeving en kunnen we belangrijke kwesties aan de Commissie voorleggen.’ Eide heeft als voormalig minister van Buitenlandse Zaken veel ervaring in het kruisen van de degens met de eurocraten en is het daarmee eens. ‘Tot op zekere hoogte voeren we onze eigen strijd,’ zegt hij. ‘Als het om citrusfruit gaat, kan de EU doen wat ze wil, want dat raakt ons niet. Maar gaat het om gas, dan willen we meepraten. Dan moeten we snel en slim opereren en aan het begin van de onderhandelingen beter beslagen ten ijs komen dan de andere partij.’
EER-leden hebben het recht elke EU-richtlijn die ze niet bevalt af te wijzen, maar Noorwegen heeft dat nooit gedaan. Het zou anders het risico lopen de toegang tot de EU-markt te verliezen. Zou het Verenigd Koninkrijk lid worden van de EER en ruzie krijgen over bijvoorbeeld een bankenrichtlijn, dan zou afwijzing daarvan betekenen dat het land belangrijke voordelen zou verspelen, zoals het recht om diensten en producten in de EU te verkopen. In 2011 weigerde Noorwegen bijna een Europese richtlijn voor de postdienst, maar een nieuwe regering kwam op het standpunt terug.
Het betekent allemaal dat onbekend is wat de gevolgen zijn van verzet tegen EU-wetgeving, en dat maakt de Noorse overheid argwanend over toetreding van Groot-Brittannië tot de EER. ‘De vraag is of je een olifant als Boris Johnson in de porseleinkast van de EER wilt,’ zegt Nick Sitter, hoogleraar aan de Norwegian Business School. ‘Het zou de katalysator voor een crisis kunnen zijn.’
De verschillen tussen Groot-Brittannië en Noorwegen gaan verder dan hun houding tegenover Europese integratie. Migratie vanuit de EU naar Noorwegen is hoog, vooral vanuit Oost-Europa. In 2017 woonden er 97.000 Polen en 37.000 Litouwers in het land. Maar anders dan het Verenigd Koninkrijk is Noor-wegen er niet op gebrand de migratie terug te dringen. Als gevolg van het lage geboortecijfer van het land zijn er talloze banen te vervullen, vooral in de dienstensector.
‘Er bestaat geen echte antipathie tegen Polen en Litouwers,’ zegt Eide. ‘De Noren verzetten zich tegen de invloed die ze op de arbeidsmarkt uitoefenen, niet tegen hun aanwezigheid zelf.’ De overheid probeert illegale werknemers uit te bannen met een ID-kaartensysteem voor risicovolle sectoren, zoals de bouw.
Vrij verkeer
Intussen stelt een hoog minimumloon in bepaalde sectoren, zoals 197 Noorse kronen (ruim 16 euro) voor bouwvakkers, vakbonden gerust die zich zorgen maakten over goedkope arbeid. Sommige gastarbeiders in Noorwegen sturen hun toeslagen naar Oost-Europa, maar de overheid maakt zich daar niet druk om, omdat het gaat om een relatief laag bedrag.
In theorie kan Noorwegen gebruikmaken van een vrij onbekende juridische bepaling in het EER-verdrag die het vrije verkeer van werknemers beperkt, iets wat de warme belangstelling heeft van de vele voorstanders van een ‘zachte Brexit’.
Maar Ulf Sverdrup, directeur van het NUPI (Norwegian Institute of International Affairs), betwijfelt of Noorwegen dan wel Groot-Brittannië zich erop zal kunnen beroepen. ‘Die clausule is voor uitzonderlijke omstandigheden en er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt,’ zegt hij. Alleen Lichtenstein heeft een keer een beroep gedaan op deze zogeheten noodremclausule, met als argument dat de 37.000 inwoners de massale immigratie niet aankonden. Volgens Sverdrup heeft Noorwegen helemaal niet de behoefte om een einde te maken aan het vrije personenverkeer, zelfs al zou dat mogen.
‘Migratie is hier iets positiefs. Buitenlandse werknemers kwamen toen de economie de pan uitrees en hebben de kansen voor bedrijven vergroot, terwijl de overheid toezicht houdt op de arbeidsmarkt en optreedt tegen sociale dumping.’ Eide wijst erop dat EER-leden binnen het EU-beleid van vrij verkeer zelf invloed op de arbeidsmarkt kunnen uitoefenen zolang ze zich aan de regels houden. ‘Er is best ruimte,’ zegt hij. ‘Je kunt de wetgeving letterlijk nemen, zeggen dat het gaat om vrij verkeer van arbeid en niet van personen, en iemand uitzetten als hij niet binnen drie maanden een baan heeft gevonden en zichzelf financieel niet kan bedruipen.’
Bijna een kwart eeuw nadat Noorwegen ervoor koos om zich bij de EER aan te sluiten, zou een krappe meerderheid in het land volgens recente peilingen vóór het behoud van de EER-regeling stemmen, mocht daar morgen een referendum over worden gehouden. Dat cijfer lijkt te wijzen op een duurzaam draagvlak. Maar Nee tegen de EU gelooft dat wanneer de Brexitonderhandelingen Groot-Brittannië een betere deal zouden opleveren, een Noorse meerderheid voor uittreding uit de EER zou zijn, iets wat Brexit-onderhandelaar Michel Barnier en zijn team in Brussel niet is ontgaan.
‘De politieke elite wil niets liever dan dat we tot de EU toetreden,’ zegt Morten Harper, onderzoeksleider van Nee tegen de EU. ‘Er is een gebrek aan democratie. Tot nu toe heeft de EU 11.000 wetsartikelen aangenomen, maar er zitten er elk jaar een paar tussen die we niet zouden hebben gekozen als we het zelf voor het zeggen hadden.’ En met een waarschuwing aan het adres van Groot-Brittannië vergelijkt hij het Noorse model met een kaasschaaf, die de nationale wetgeving plakje voor plakje uitholt. ‘Eén plakje is zo erg nog niet. Maar als je alles wegsnijdt, kun je net zo goed in de EU blijven.’
The Daily Telegraph
Verenigd Koninkrijk | dagblad |
oplage 840.000
Anti-Europees tot op het bot, strijdlustig en imagobewust, kortom: het conservatieve dagblad van Engeland op broadsheet.






