Tag: mededinging

  • Poolse David tegen Deense Goliath

    Poolse David tegen Deense Goliath

    De Pool Ryszard Florek is de op een na grootste dakramenfabrikant ter wereld. Al jaren voert hij een verbitterde strijd met de Deense marktleider Velux over oneerlijke concurrentie. Dat Brussel hem hierin niet steunt beschouwt hij – en met hem de rest van Polen – als een groot onrecht.

    Hij ging nooit meer naar Brussel, had hij boos geroepen, en er een stroom verwensingen aan toegevoegd. Zelfs het woord ‘maffia’ viel. Maar nog geen vier weken later staat Ryszard Florek opnieuw in de aankomsthal van Zaventem. Een gedrongen man, midden zestig, weinig haar, weinig nek. Zijn toch al kleine ogen staan deze morgen nog wat slaperig, hij ziet er afwisselend vermoeid en strijdvaardig uit.

    Midden in de nacht is Florek thuis in het Poolse Nowy Sacz opgestaan. Zijn vrouw heeft twee boterhammen voor hem gesmeerd, daarna is hij in anderhalf uur met de auto naar Krakau gereden, daarvandaan naar Frankrijk gevlogen en uiteindelijk naar Brussel. Veel moeite, alleen maar om een vrouw te ontmoeten over wie hij zegt: ‘Ik vertrouw haar niet.’

    Ergens moeite voor moeten doen heeft hem nooit afgeschrikt, Florek is een man van de lange termijn. En had hij echt kunnen weigeren toen de EU-commissaris voor Mededinging hem voor een gesprek uitgenodigde? Margrethe Vestager is een van de machtigste vrouwen van de EU, en Florek heeft haar nodig. Of hij haar nu wel of niet vertrouwt. Daarom heeft hij zijn eerdere voornemen laten varen en is hij weer naar Brussel gekomen. De afgelopen jaren was hij hier al vier keer. ‘Dit is echt de laatste keer,’ zegt hij bezwerend.

    Oneerlijke concurrentie

    Florek is ondernemer. In het zuiden van Polen heeft hij een fabriek voor dakramen, Fakro, met 3400 werknemers de op een na grootste dakramenfabriek ter wereld. Na Velux, veruit de grootste speler op deze kleine, zeer gespecialiseerde markt. Al jaren voeren Fakro en Velux een verbitterde strijd. Om marktaandeel, winst, oneerlijke concurrentie, mogelijk om spionage.

    En niet in de laatste plaats gaat het over Europese cohesie. Want Fakro is een paradepaardje uit de nieuwe EU-landen, terwijl Velux uit het oude deel van de EU komt. De groep behoort tot de Deense VKR-holding, haar hoofdkantoor staat in Hørsholm, ten noorden van Kopenhagen. Het gevecht tussen de twee ondernemingen laat zien hoe snel de oude kloof tussen Oost en West weer kan opensplijten. 
Het verklaart ook waarom de huidige Poolse regering zo’n succes heeft met haar agressieve anti-Europese stemmingmakerij.

    Florek verwijt zijn concurrent dat deze misbruik maakt van zijn dominante positie en oneerlijke methodes gebruikt om Fakro te bestrijden. Daarom heeft hij vijf jaar geleden bij de EU een klacht ingediend vanwege oneerlijke concurrentie. Zijn hoop was dat de EU hem zou bijspringen en voor gerechtigheid zou zorgen, en dat ze hem zou compenseren voor de ongelijkheid tussen de opkomende onderneming uit het Oosten en de dominante reus uit het Westen. Maar de Commissie heeft nog steeds niets besloten, en hoe langer het onderzoek duurt, des te bozer Florek wordt – op Velux, zijn nare concurrent, op de EU, en op Margrethe Vestager, de commissaris voor Mededinging die hij vandaag voor het eerst ontmoet.

    Ryszard Florek komt uit Tymbark, een klein plaatsje in het zuiden van Polen, niet ver van de Slowaakse grens. Zijn vader was meubelmaker, zijn ouders hadden daarnaast een kleine boerderij. Dat was mogelijk omdat de communisten hier, ver van Warschau, oogluikend toestonden dat de mensen privé grond bezaten. Enthousiast vertelt Florek hoe hij als kind op het land van zijn tante appels ging plukken, die in kisten verpakte en daarna verkocht: ‘Mijn eerste onderneming!’ Na de val van het communisme heeft de regio enkele zeer succesvolle middelgrote bedrijven voortgebracht: een ijsfabriek, een vleesfabrikant, een
specialist in garagedeuren. En natuurlijk Florek, de dakramenkoning. Je moet je deze streek een beetje voorstellen als Baden-Württemberg: een broedplaats van zelfbewuste middenstanders. ‘De mensen werken hier harder dan elders,’ zegt Florek.

    © Fakro
    © Fakro

    Buitenlandse investeerders daarentegen hebben zich hier tot nu toe nauwelijks laten zien. Het landschap is prachtig, maar Nowy Sacz en Tymbark zijn nog altijd moeilijk te bereiken. Traag slingert de weg zich door het heuvelachtige land dat aan de Karpaten grenst; het maanzaad bloeit, appels hangen te rijpen. Overal langs de weg staan kerken en kruisen. Politiek is de streek stevig op de hand van regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). De enige ondernemingen uit het Westen die de weg hiernaartoe hebben gevonden, zegt Frolek, zuigen geld weg in plaats van te investeren: ‘Lidl en [de Duitse drogisterijketen] Rossmann helpen niet om de economie te ontwikkelen, ze romen haar alleen af.’ Recht tegenover zijn fabriek heeft de Duitse supermarkt een filiaal geopend.

    Het bedrijfsterrein ligt aan de rand van Nowy Sacz. Ter ere van de komst van de Duitse verslaggever heeft Florek de zwart-rood-gouden vlag laten hijsen. In de entreehal staat op een witte, marmeren sokkel een gouden plaquette met de Poolse adelaar, een onderscheiding van de president. Florek vertelt: in 1977 mocht hij voor het eerst naar het Westen, hij was toen voorzitter van de academische sportbond aan de Technische Universiteit van Krakau. Een vriend zorgde voor een stage in Hannover. Daar zag de aankomend ingenieur dat wat zijn verdere leven zou bepalen: dakramen. Die waren tot dan toe in het Oosten onbekend, het communisme stopte de daken dicht met karton. Terug in Polen richtte Florek zijn eerste bedrijf op, een meubelfabriek, maximaal tien werknemers mocht hij aanstellen. Machines haalde hij uit Duitsland: een niet meer gebruikte kegelsnijder, een vierzijdige schaafmachine. Investeringen voor een toekomst die snel zou beginnen.

    Het begrip wereldmarkt moet je met een korreltje zout nemen, want lang niet elk klimaat en type woning is geschikt voor dakramen. Meer dan de helft wordt in Duitsland en Frankrijk verkocht

    In 1990, na de val van het IJzeren Gordijn, was Floreks grote moment aangebroken. Hij was 38, een man in zijn beste jaren, hij had ervaring en was ambitieus. Met open armen begroette hij de nieuwe, aanvankelijk ongebreidelde vrijheid: ‘In die tijd was alles toegestaan wat niet verboden was.’ In zijn garage ontwikkelde Florek het eerste dakraam. Samen met een partner richtte hij Fakro op. Zijn vrouw deed de boekhouding. Al snel waren de garage en de oude meubelmakerij te klein. Florek kocht het huidige terrein aan de rand van stad. De verkoopcijfers gingen snel omhoog, de inhaalvraag in Oost-Europa was groot. En stap voor stap waagde Fakro zich ook in het Westen. In 1997 produceerde hij voor het eerst meer dan honderdduizend dakramen.

    Ryszard Florek is een van degenen die in Oost-Europa bleven maar het kapitalisme snel omarmden. Ongetwijfeld een van de ‘winnaars van de Wende’ – tot Velux op het toneel verscheen.

    Eerlijk gezegd bestond Velux allang. De Deense ingenieur Villum Kann Rasmussen was er in 1941 in geslaagd iets te doen waarvan veel ondernemers alleen maar konden dromen: hij had een product uitgevonden en korte tijd later een bedrijf opgericht, waarvan de naam voortaan identiek was met het product. Dakramen en Velux zijn voor veel mensen hetzelfde. Al even sterk is de positie van het bedrijf. De Europese Commissie gaat ervan uit dat de Denen met hun dakramen in 2012 een wereldmarktaandeel van 72 procent hadden. Velux heeft zeventien fabrieken in negen landen, wereldwijd heeft de VKR-holding meer dan 14.000 werknemers. Het begrip wereldmarkt moet je overigens met een korreltje zout nemen, want lang niet elk klimaat en type woning is geschikt voor dakramen. Meer dan de helft wordt in Duitsland en Frankrijk verkocht.

    De markt in Oost-Europa was nog niet open, of Velux breidde uit naar Polen. In 1990 openden de Denen een kantoortje in Warschau. Toen Fakro net begon, was de westerse concurrent al aanwezig. In 1993, zegt Florek, attaqueerde Velux voor de eerste keer: de wereldmarktleider verlaagde de prijs van zijn standaardramen met 30 procent. De Poolse markt was voor Velux bijzaak, maar voor Fakro van levensbelang. ‘Dat was de eerste slag,’ zegt Florek. ‘Toen begreep ik dat het niet makkelijk zou worden en dat we zelf moesten groeien.’ Een paar jaar later kwam de tweede slag: Velux verplaatste een groot deel van zijn productie naar Polen. Voor Florek stond dit gelijk aan een oorlogsverklaring, maar voor de managers in Hørsholm was het een voor de hand liggend besluit: de productiekosten, vooral de lonen, waren in Oost-Europa een fractie van die in het Westen. Tel daarbij op dat Polen over enorme bossen beschikt. Polen beschikte dus niet alleen over goedkope arbeidskracht, maar ook over een massa grondstoffen.

    Het Westen dat het Oosten uitbuit: een verhaal dat in de Midden- en Oost-Europese landen tot op de dag van vandaag veel weerklank vindt en ook door de regering in Warschau graag wordt gebruikt. Die zou een deel van de economie het liefst ‘herpoloniseren’. Daarom heeft ze de op een na grootste bank van het land, een dochter van Unicredit, genationaliseerd. 
En ze heeft een ‘supermarktbelasting’ ingevoerd die uitsluitend op grote, buitenlandse detailhandelsketens is gericht. ‘We zijn niet principieel tegen buitenlandse investeringen. Maar kapitaal heeft altijd een paspoort,’ is de onderbouwing van Piotr Glinski, plaatsvervangend minister-president, voor het wantrouwen in buitenlandse beleggers en de poging van zijn regering om binnenlandse ondernemingen te beschermen. Aan de extra belasting voor zeer grote supermarkten heeft de EU-commissaris voorlopig een einde gemaakt.

    Velux heeft zich door deze vaderlandslievende koers niet laten afschrikken. Het Deense concern heeft nu vier productievestigingen in Polen, bijna uitsluitend voor de export. Daar, op de markt in Frankrijk, Duitsland en Rusland, wordt geconcurreerd. Van de oorspronkelijk bijna 25 fabrikanten van dakramen zijn er nog maar een handvol over. Velux heeft ook zijn bedrijf willen kopen, vertelt Florek, dat was in 1999. Maar de Pool wees dat af. Daarop is de strijd geëscaleerd.

    David en Goliath

    In dit debat beschouwt Florek zichzelf als de Poolse David die tegen de Deense Goliath vecht. Maar in plaats van zijn slinger te gebruiken, vertrouwde Florek op de belofte die de EU voor zijn land betekende: bindende regels en gelijke rechten voor toegang tot de interne Europese markt. In zijn ogen beschikt de EU over een geweldige macht. Inderdaad wordt de mededingingsautoriteit in Brussel over de hele wereld gevreesd, en Margrethe Vestager, de EU-commissaris, heeft daar haar aandeel in geleverd door de Amerikaanse internetgigant Google onlangs tot een recordboete van 2,2 miljard euro te veroordelen. Want tot de regels voor de binnenlandse markt hoort een apart hoofdstuk. ‘Ondernemingen die de markt beheersen’ mogen hun positie niet misbruiken, bijvoorbeeld door kleine ondernemingen met dumpprijzen uit de markt te drukken. Maar de mededingingsautoriteit moet wel kunnen bewijzen dat het om misbruik gaat: lage prijzen zijn niet per definitie verboden.

    Tien jaar geleden heeft de Europese Commissie de klachten tegen Velux voor het eerst onderzocht. Ze zag er toen, bij gebrek aan bewijs, van af om in te grijpen. Maar Florek is niet iemand die snel opgeeft en makkelijk grenzen accepteert. Het terrein waarop hij in de loop der tijd zijn bedrijf heeft opgebouwd ligt langs een spoorlijn, een lastig obstakel. Desondanks heeft Florek verder gebouwd: een tunnel van honderd meter lang en vijf meter breed verbindt het oude en het nieuwe fabrieksterrein. Volgens Florek is het ‘de eerste privétunnel van het land’.

    Zomer 2102 begint hij opnieuw en dient bij Brussel een tweede mededingingsklacht in. De opsomming van de vergrijpen die Florek zijn concurrent ten laste legt, is lang. Velux zou in het geheim prijsafspraken hebben gemaakt met de vakhandel. Door ontoelaatbare exclusiviteitsafspraken werden bouwmarkten en dakdekkersbedrijven gedwongen om geen Fakro-ramen meer in te zetten. Met een goedkoop merk, Rooflite, heeft Velux zogenaamd geconcurreerd, maar alleen om Fakro uit de markt te drukken. En helemaal bizar: om zijn Poolse concurrent in diskrediet te brengen zou Velux deze goedkope ramen hebben voorzien van een warrige, onbegrijpelijke montagehandleiding in het Pools. ‘De dakdekkers moesten denken: Poolse rotzooi!’ zegt Florek boos.

    Fabro-fabriek in Polen. – Fabro
    Fabro-fabriek in Polen. – Fabro

    Florek en zijn juristen hebben 184 gevallen van misbruik verzameld, het originele klaagschrift telt 300 pagina’s. De bijlagen beslaan nog eens 1100 pagina’s: documenten, cijferreeksen, getuigenverklaringen. Een voormalig werknemer van Velux verklaart bij notariële akte dat hij nog nooit voor een bedrijf heeft gewerkt dat zo tegen concurrenten te werk ging als Velux. Op de afleveringsbon voor een bouwmarkt staat: ‘Om te voorkomen dat Fakro-ramen worden gebruikt, bieden wij u Velux-ramen aan, waarbij we het prijsverschil door middel van een creditnota zullen vergoeden.’ Naar de mening van Florek zijn de bewijzen eenduidig en zijn de vergrijpen tegen het mededingingsrecht openlijk zichtbaar. De Commissie kan zo beslissen. Maar de Commissie beslist niet. Ze onderzoekt.

    Dus doet Fakro er nog een schepje bovenop, stuurt meer documenten, nog meer bewijs. Drie juristen van de onderneming en een advocatenkantoor in Krakau houden zich ermee bezig. Ook huurt Florek een Duitse advocaat in. Wellicht, hoopt hij, worden Duitsers in Brussel serieuzer genomen dan Polen. Bovendien hopen de rechtsgedingen tussen de firma’s zich op. Inbreuken op patenten, merkenrecht, voorlopige beschikkingen: meestal is de Deense onderneming de klagende partij. Advocaten van Fakro vergaderen met experts van de Europese Commissie, en in juli 2013 gaat Florek voor het eerst zelf naar België. ‘Wat moeten we doen als Brussel niet naar ons luistert?’

    In de eerste jaren na de toetreding van Polen tot de EU stijgt de omzet van Fakro nog, maar sinds enige tijd stagneert de verkoop van dakramen. In Duitsland, een van de belangrijkste afzetmarkten, zit het Poolse bedrijf al jaren in de rode cijfers. Florek zegt: ‘We zouden zo tweeduizend nieuwe mensen kunnen aannemen, als Velux ons niet zo tegenwerkte.’ Behalve dakramen produceert Fakro ook schuiftrappen, een markt waarop de Denen zich niet begeven.

    In december 2015 krijgt Florek eindelijk een brief. ‘Betreft: zaak AT.40026 − Velux’. Afzender is Johannes Laitenberger, directeur-generaal van de Brusselse mededingingsautoriteit. In 25 kantjes legt Laitenberger ‘namens de Commissie’ uit dat de EU tot nu toe niet voldoende aanknopingspunten heeft gevonden om een zaak tegen Velux te openen. Onder verwijzing naar Europese verdragen schrijft hij dat de Commissie slechts ‘beperkte middelen’ ter beschikking heeft en daardoor niet in staat is ‘bij ieder mogelijk vergrijp tegen het Europese mededingingsrecht een onderzoek te beginnen’. Ze moet ‘prioriteiten stellen’.

    De brief is een eerste waarschuwing, er ligt nog geen besluit. Maar Florek is sprakeloos. Uitgerekend de zogenaamd almachtige Commissie, die geweldige Brusselse machinerie die het tegen Google opneemt, zou niet genoeg middelen hebben om de zaak van een Poolse middenstander op te pakken? Drieënhalf jaar heeft hij zitten wachten, en nu legt een directeur-generaal hem uit dat zijn verzoek geen prioriteit heeft. De ondertoon die hij meent te horen is nog moeilijker te verdragen dan het vooruitzicht dat zijn klacht misschien wordt afgewezen. ‘Het gaat niet over onze levensstandaard, daar zorgen we zelf wel voor,’ zegt hij, ‘maar we willen gelijke kansen en gelijke rechten! We willen geen witte neger zijn!’ We, dat zijn de Midden- en Oost-Europeanen.

    Afrekening

    Het antwoord dat zijn advocaten opstellen lijkt op een afrekening. Ze verwijten de Commissie een ‘gebrek aan integriteit’, de Brusselse ambtenaren zouden ‘onbetrouwbaar’ handelen, ze zijn ‘onverschillig’, ‘oppervlakkig’ en ‘unfair’. De autoriteit veronachtzaamt haar taak en benadeelt kleinere bedrijven, vooral uit de nieuwe lidstaten, die juist extra bescherming nodig hebben. Want de westerse concurrentie heeft tenslotte tientallen jaren voorsprong.

    Door deze reactie wordt de klacht definitief tot een politieke kwestie. En de woede van Florek verandert het gebruikelijke perspectief volledig: terwijl de Europese Commissie de regering in Warschau voorhoudt dat die de rechtstaat ontmantelt, verwijt Florek de Brusselse autoriteit juist dat die het vertrouwen in het recht ondermijnt. ‘Dit is niet de Unie die we willen. Nu hebben we alleen Kaczynski nog’. Jaroslaw Kaczynski, voorzitter van de PiS, geldt in Warschau als de sterke man. Voor de meeste mensen in de westelijke EU-landen werkt hij als een rode lap. Florek weet dat heel goed, hij provoceert opzettelijk.

    Florek is geen aanhanger van de Poolse regeringspartij, hij heeft er nooit op gestemd. Maar in dit gevecht is elke ondersteuning welkom. En zijn verwijten passen prima in het verhaal dat de Poolse regering vertelt: de Europese Unie staat aan de kant van de grote concerns en de oude lidstaten. ‘Veel kleine landen hebben al moeten meemaken dat hun belangen in 
de EU met voeten werden getreden,’ zei Witold Waszczykowski, de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, onlangs in een interview. Florek rekent voor dat het grootste deel van de winst en de waarde-creatie die Velux met zijn dakramen uit Polen realiseert, naar Denemarken gaat.

    Om zijn verwijten tegen de Europese Commissie te onderbouwen heeft Florek een onderzoek laten uitvoeren. Het heeft als titel: ‘(On)eerlijke concurrentie: Worden bepaalde landen door het Europese mededingingsrecht bevoordeeld?’ Een Poolse denktank heeft de mededingingszaken van de afgelopen jaren geanalyseerd en komt tot een verrassende conclusie. Sinds de toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen heeft de Brusselse beschermer van de vrije concurrentie ‘nooit de kant van een onderneming uit de nieuwe lidstaten gekozen’, als die een klacht had ingediend tegen een onderneming uit de oude EU. In maart, bij zijn tot nu toe laatste bezoek aan Brussel, heeft Florek het rapport overhandigd. Naast hem zat Ryszard Legutko, Europarlementariër voor de PiS. ‘Het is bedroevend en schokkend dat ondernemingen uit het zogenaamde nieuwe Europa niet op gelijke behandeling kunnen rekenen,’ zei Legutko. Fakro is er een ‘stuitend voorbeeld’ van.

    In Brussel worden de verwijten beslist van hand de gewezen. ‘Een van de fundamentele principes van ons onderzoek is onpartijdigheid,’ zegt Margrethe Vestager. Dat betekent ‘dat we alle ondernemingen gelijk behandelen, of ze nu Europees zijn of uit het buitenland komen, of ze uit het oosten, het westen, het noorden of het zuiden van Europa komen.’ Nooit, en dat is heel belangrijk voor haar, heeft de Commissie zich aan de zijde van een onderneming geschaard, zoals in de studie wordt geformuleerd. ‘Wij staan aan de kant van de feiten en van de wet, en aan die van de Europese consument.’ Inderdaad is het onderzoek dat Florek in Brussel presenteerde slechts gebaseerd op een klein aantal gevallen. Er zijn sinds 2006 slechts vier zaken door de Commissie onderzocht waarbij een onderneming uit Oost-Europa een West-Europese onderneming verweet dat ze misbruik maakte van haar dominante marktpositie.

    ‘We betalen lokale belastingen, we geven meer dan vierduizend mensen werk, we investeren en we ontwikkelen een keten van toeleveranciers. Dat is allemaal pure meerwaarde’

    Niet ver van het vliegveld van Warschau, gemakkelijk bereikbaar voor zakenreizigers, ligt The Park: zes splinternieuwe kantoorgebouwen, veel glas, veel grind, met praktische hokjes voor rokers ertussenin. Carlsberg, Goodyear, IBM, het internationale kapitaal dat in Polen opereert heeft hier zijn bruggenhoofd. In een van de gebouwen op de eerste verdieping bevindt zich het bureau van Jacek Siwinski. Sinds vier jaar is hij directeur van Velux Polen; daarvoor heeft hij lang voor een Duitse firma gewerkt.

    Siwinski vraagt begrip voor het feit dat hij niet in detail op de beschuldigingen van Fakro kan ingaan. Het enige wat hij erover kwijt wil, is dit: ‘Alles waarvan Fakro ons beticht is ongegrond en niet gebaseerd op feiten.’ Siwinski weet ook dat daarmee niet alles gezegd is. Nu Floreks verwijten in steeds bredere kring aandacht trekken − zelfs de plaatsvervangend minister-president heeft zich erover uitgesproken − dreigt de Deense onderneming in Polen imagoschade te lijden. Ook Velux heeft daarom onderzoek laten doen, eveneens door een Pools instituut. In vijftig pagina’s worden het belang van de onderneming en het nut van buitenlandse investeerders voor de Poolse economie beschreven.

    We lezen het volgende. In de afgelopen vijf jaar heeft Velux in Polen 138 miljoen euro geïnvesteerd. Op de vier vestigingen werken intussen meer dan vierduizend werknemers, en zelfs het management bestaat vrijwel uitsluitend uit Polen. Daarmee werken er meer Polen bij Velux dan bij Fakro. Tot de eigenaardige aspecten van dit debat hoort dat in zekere zin Polen tegen Polen worden opgezet. Kostenefficiency was bij het besluit over de vestigingsplaats ook belangrijk, geeft directeur Siwinski toe, ‘maar inmiddels gaat het veel meer over kwaliteit’. Poolse arbeiders zijn goed opgeleid, het Poolse hout is uitstekend.

    Klopt het, zoals Florek beweert, dat de belasting en de winst vooral naar Denemarken vloeien? ‘Wij doen hetzelfde als lokale ondernemingen,’ antwoordt Siwinski. ‘We betalen lokale belastingen, we geven meer dan vierduizend mensen werk, we investeren en we ontwikkelen een keten van toeleveranciers. Dat is allemaal pure meerwaarde.’ Waar en hoeveel belasting Velux betaalt, verklapt hij niet.

    Maar een woordvoerder van de onderneming uit Hørsholm stuurt ongevraagd twee artikelen op uit een Deense krant, in Engelse vertaling. De Deense politie heeft een onderzoek ingesteld naar een voormalig medewerker van Velux op verdenking van industriële spionage, zo luidt het bericht. Via een Duitse tussenpersoon zou hij Fakro documenten met inside-informatie hebben aangeboden. Florek bevestigt dat hij inderdaad met de tussenpersoon heeft gebeld, maar zegt dat hij nooit documenten heeft ontvangen. Ook de Deense onderzoekers hebben zich nog niet bij hem gemeld. Hij vermoedt ‘een nieuwe provocatie van Velux. Die Denen zijn rovers.’

    Voor het hoofdkantoor van de Europese Commissie in Brussel wapperen 28 EU-vlaggen, een voor elke lidstaat. Een obelisk herinnert aan Robert Schuman, de ‘voorvechter van het verenigde Europa’. Ryszard Florek draagt een grijze aktetas; voor het gesprek met Margrethe Vestager wordt hij begeleid door drie juristen en een voormalig parlementslid dat nu voor Poolse firma’s lobbyt. De commissaris moet beslissen: ofwel haar autoriteit begint formeel een zaak tegen Velux, maar dan moeten de ambtenaren wel tamelijk zeker zijn van hun zaak, of ze wijst Floreks klacht af en speelt zodoende de EU-kritische krachten in Polen in de kaart. Dat Vestager zelf uit Denemarken komt en daardoor vooringenomen kan zijn, maakt de zaak er niet eenvoudiger op.

    Onrecht

    Mededingingszaken worden in Brussel uiterst discreet behandeld zolang er nog geen besluit is genomen. Florek ontmoet de commissaris op de tiende verdieping van het hoofdkantoor van het commissariaat, waar ze kantoor houdt. Een van de Poolse juristen moet tijdens het gesprek tolken, want Florek spreekt wel vloeiend Duits maar geen Engels. De commissaris en twee medewerkers zitten tegenover de Fakro-delegatie.

    Van tevoren heeft Florek aantekeningen gemaakt. Hij wil de commissaris nog eens de situatie van zijn bedrijf schetsen, maar hij wil vooral vertellen wat hij verwacht – van Europa, van de mededingingsautoriteit, van Vestager. Tot slot wil hij de bedrijfsresultaten van Fakro in Duitsland laten zien, die steeds slechter zijn geworden omdat Velux, naar zijn idee, unfair te werk gaat. ‘Wat moet ik doen?’ wil hij haar tot slot vragen. Maar de commissaris heeft een ander doel. Zij moet Florek erop voorbereiden dat ze hem mogelijkerwijs moet teleurstellen.

    De mededingingsautoriteit van de EU mag dan veel macht hebben, er werken maar achthonderd mensen. Dat is niet veel als je de grootste economie ter wereld wilt reguleren. De ambtenaren in Brussel moeten fusies controleren, staatshulp toetsen, het mededingingsrecht handhaven. Alleen al het [Duitse] Bundeskartellamt heeft 375 medewerkers, bijna de helft van dat in de EU, voor die paar nationale zaken. Het almachtige Brussel lijkt alleen van veraf een reus: hoe dichterbij je komt, hoe kleiner hij wordt. De Commissie moet daarom voor ieder individueel geval de afweging maken: hoe waarschijnlijk is het dat een onderneming heeft gezondigd tegen het mededingingsrecht? En, wat vaak over het hoofd wordt gezien: hoe waarschijnlijk is het dat dat vergrijp ook bewezen kan worden? ‘De Commissie moet haar zaken zo goed onderbouwen dat ze de toetsing door de rechters van de EU kan doorstaan,’ zegt Vestager nadrukkelijk.

    Aan de ene kant de emoties en belangen van een hartstochtelijk ondernemer, aan de andere kant de koele – vaak al te koele – ratio van de Brusselse autoriteit. In het kantoor van de commissaris stuiten die twee vanmiddag op elkaar. In Vestagers visie zou er al veel gewonnen zijn als Florek een beetje tot bedaren kon worden gebracht. En als hij ermee zou willen stoppen de EU in Polen als maffia te blijven aanduiden, zelfs als de Commissie uiteindelijk niet in zijn voordeel beschikt. Het gesprek duurt bijna twee uur, veel langer dan verwacht. Ongebruikelijk weinig spraakzaam haast Florek zich na afloop naar Zaventem. Heeft hij gelijk gekregen? Is de man uit Polen groot onrecht aangedaan? Of heeft hij zich vergaloppeerd?

    Ongetwijfeld speelt Velux het keihard. Of de Denen in strijd handelen met de regels voor de binnenlandse markt is voor een buitenstaander nauwelijks te zien. Maar de verwijten van Florek gaan veel verder dan hetgeen waarvoor Vestager verantwoordelijk is. De economische achterstand die de ‘nieuwe’ landen dertien jaar na hun intrede in de EU nog steeds hebben, kan ook door het mededingingsrecht niet worden opgeheven. Maar de strijd van Florek weerspiegelt een stemming die overal in Midden- en Oost-Europa heerst: het gevoel tweederangs Europeanen te zijn. Zijn aanklacht is niet alleen van belang voor Fakro, zegt Florek: ‘Heel Oost-Europa wacht op het resultaat.’

    Auteur: Matthias Krupa
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.