Tag: mensenrechtenschending

  • Escaperoom simuleert ervaring van vluchten uit Noord-Korea

    Escaperoom simuleert ervaring van vluchten uit Noord-Korea

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru: parlement verwerpt twee moties van wantrouwen tegen president Boluarte

    » Amylyx Pharmaceuticals haalt medicijn ALS van de markt

    Het spel moet het bewustzijn over de mensenrechtenkwesties in de DVK vergroten

    In Seoul is een nieuw soort escaperoom gebouwd die de ervaring van het overlopen uit Noord-Korea simuleert. Dat schrijft NK News. De tijdelijke installatie nabij het Gwanghwamun-plein wil de ervaring van het vluchten uit Noord-Korea nabootsen om zo het bewustzijn over de mensenrechtenkwesties in de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) bij een jonger publiek te vergroten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Escaperooms, een interactief spel op een fysieke locatie waarbij deelnemers samenwerken om aanwijzingen te vinden, puzzels op te lossen en taken uit te voeren om binnen een beperkte tijd te ‘ontsnappen’, zijn populair sinds 2010.

    Maar de nieuwe escaperoom in het centrum van Seoul, gecreëerd door de Citizens’ Alliance for North Korean Human Rights en gefinancierd door het ministerie van Eenwording van Seoul, heeft tot doel meer te bieden dan alleen een leuke ervaring met vrienden.

    “Als het gaat om educatieve inhoud over de Noord-Koreaanse mensenrechten, wordt het grootste deel ervan gegeven via seminars of lezingen”, vertelde Miri Cha, de maker van de escaperoom voor Citizens’ Alliance, aan NK News. “Maar dit is een goede gelegenheid voor families en vrienden om op een zinvollere manier na te denken over de mensenrechtenschendingen in Noord-Korea, zoals ze nog nooit eerder hebben gedaan.”

  • Europa’s immigratiebeleid staat in schril contrast met mensenrechten

    Europa’s immigratiebeleid staat in schril contrast met mensenrechten

    In Europa staat het aanpakken van immigratie weer hoog op de politieke agenda, ook als de methodes die landen daarvoor gebruiken in strijd zijn met mensenrechten en internationale verdragen. ‘Opsluiting of arrestatie van onschuldige mensen en mishandeling aan de grenzen worden steeds normaler.’

    Een drijvend schip dat aandoet als een gevangenis om asielzoekers te huisvesten in het VK. Megakampen in Griekenland waar vluchtelingen worden opgejaagd door de lokale bevolking en in de smerigste troep hun zelfbeheersing verliezen. Kooien in Bulgarije. 

    De omstandigheden zijn anders, maar ze dienen eenzelfde doel: de migratiestromen indammen. Deze maatregelen moeten voorkomen dat mensen – op zoek naar veiligheid of een kans op welvaart – Europa bereiken, en ze zijn de afgelopen jaren steeds intensiever geworden. Opsluiting of arrestatie van onschuldige mensen en mishandeling aan de grenzen is steeds normaler geworden. Er zijn wetten aangenomen – in Denemarken bijvoorbeeld – die de autoriteiten toestaan al het geld en alle waardevolle spullen van migranten in beslag te nemen, met uitzondering van trouwringen. De duizenden doden op zee – het raakt ons steeds minder.

    ‘Sinds het begin van deze eeuw heeft Europa een reeks maatregelen ontwikkeld die in strijd zijn met de meest fundamentele grondslagen van de mensenrechten, terwijl Europa sinds de Tweede Wereldoorlog belangrijk is geweest voor het opstellen van die mensenrechten,’ zegt Pablo Ceriani, lid van het VN-Comité voor de bescherming van de rechten van arbeidsmigranten. Het beleid van bestraffing – dat niet geldt voor miljoenen Oekraïners die zich op het continent hebben gevestigd – wordt toegepast op Europese bodem, en ook in landen waar het leven van een vluchteling zoveel waard is als zijn familie of de EU ervoor overheeft.

    In Libië is de transit van migranten een vorm van moderne slavenhandel geworden

    In Libië is de transit van migranten een vorm van moderne slavenhandel geworden: migranten worden geïnterneerd, gemarteld en gedood met medeweten van Europese instellingen die een kustwacht hebben opgezet en gefinancierd die deze sadistische praktijken voedt. In Tunesië, dat het belangrijkste vertrekpunt naar Europa is geworden, is de strijd tegen zwarte mensen geïnstitutionaliseerd. Marokko, dat met succes aast op Europees geld, vuurt met geweren op boten, zo vertelden overlevenden na aankomst in Spanje.

    Een internationaal wettelijk kader, ondertekend door 145 landen, is al 72 jaar van kracht en garandeert de rechten van mensen die op zoek zijn naar een toevluchtsoord. Maar door de grote aantallen vluchtelingen worden de waarden waarop deze regels zijn geïnspireerd op de proef gesteld – volgens een rapport van de UNHCR waren eind 2022 108,4 miljoen mensen gedwongen op de vlucht. Toch is Europa lang niet de belangrijkste bestemming voor mensen die een toevluchtsoord zoeken. 

    ‘De grootste uitdaging voor Europa betreft mensen die hun land moeten verlaten op zoek naar veiligheid,’ stelt Ceriani. ‘Het Europese beleid draagt niet bij aan het beteugelen van de menselijke mobiliteit en nog minder aan het ontmoedigen van migratie via irreguliere routes. Het draagt echter wel bij aan een dramatische toename van het aantal sterfgevallen en verdwijningen,’ aldus de deskundige.

    FINLAND

    ‘Democratie is altijd weer geweldig,’ zei oud-premier Sanna Marin van Finland toen ze in april de verkiezingen verloor met een uitslag die een ruk naar rechts voor de Finse politiek betekende. Het is de vraag of ze dat nog steeds vindt.

    Premier Petteri Orpo van de conservatieve Nationale Coalitiepartij smeedde in juni een coalitie met onder meer de tweede grootste partij, de omstreden extreemrechtse De Finnen, die enkele belangrijke regeringsposten kreeg in de meest rechtse regering in de moderne Finse geschiedenis. Kort na de start werden verschillende ministers van De Finnen beticht van racisme – sommigen werden zelfs beticht van banden met neonazi’s. De coalitie overleefde amper moties van wantrouwen tegen onder andere De Finnen–ministers Riikka Purra (Financiën) en Wille Rydman (Economische Zaken). Of daarmee xenofobie en racisme bij die partij verdwenen zijn, valt te betwijfelen.

    Partijleider Purra schreef ooit, verwijzend naar een confrontatie met immigranten: ‘Als ze me een pistool hadden gegeven, zouden er lijken in de trein liggen.’ Ze volgde de al even rabiaat rechtse Jussi Halla-aho, de huidige parlementsvoorzitter, op als leider van De Finnen, toen die moest vertrekken wegens racisme. Partijgenoot Vilhelm Junnila moest eind juni – tien dagen na zijn inauguratie – alweer aftreden als minister van Economische Zaken omdat hij op een extreemrechtse bijeenkomst in 2019 sympathie had getoond voor Adolf Hitler. Ook van zijn opvolger Rydman is bekend dat hij racistische uitlatingen heeft gedaan.

    Op de vraag of de EU zich zorgen maakt over haar partners in landen waar de rechten van vluchtelingen niet of nauwelijks gerespecteerd worden, antwoordt Anitta Hipper, woordvoerder van Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie, dat samenwerking met deze landen ‘essentieel is en gebaseerd op volledige eerbiediging van de internationale mensenrechtennormen en het beginsel van non-refoulement’ [het beginsel dat asielzoekers niet mogen worden teruggestuurd vanwege de gevaren die hen bedreigen in het land van herkomst]. Om een einde te maken aan de sterfgevallen op zee wil de Commissie de maffia bestrijden en veilige routes creëren. De focus daarbij ligt op hoogopgeleide en getalenteerde migranten.

    Hierna volgen enkele praktijken en beleidsmaatregelen tegen migranten en vluchtelingen die de afgelopen decennia in Europa genormaliseerd zijn, en waarbij grenscontrole prevaleert boven het respect voor basisrechten.

    Verenigd Koninkrijk

    Ogenschijnlijk goede bedoelingen worden altijd verraden door woorden. De conservatieve regering van Rishi Sunak houdt vol dat haar belangrijkste doel bij het aanpakken van illegale immigratie het bestrijden is van de criminele organisaties die mensen transporteren van de Franse kust naar de kusten van Zuid-Engeland. Maar als minister van Binnenlandse Zaken Suella Braverman het fenomeen een ‘invasie’ noemt, of premier Sunak erop staat om migranten die het Kanaal oversteken ‘illegaal’ te noemen, of als hij over de intenties achter een Stop The Boats-poster spreekt, wordt duidelijk wie de regering als de echte vijand ziet.

    Achter brexit ging uiteindelijk een xenofoob discours schuil. Zeven jaar na het referendum komen er bijna geen EU-burgers meer aan in het VK, maar het aantal asielzoekers uit de rest van de wereld bereikt er recordhoogtes: meer dan 175.000 mensen. De regering-Sunak zorgde met haar voorstellen die de toestroom van mensen moesten afremmen – het ene voorstel nog wreder dan het andere – voor kritiek en woede bij humanitaire organisaties, de Anglicaanse kerk en zelfs bij koning Charles van Engeland. Het Europese Hooggerechtshof heeft deportaties naar een derde land, Rwanda, stopgezet, maar Downing Street geeft niet op. In afwachting van groen licht van het Hof kunnen de vluchten later dit jaar worden hervat.

    De regering is al begonnen de Bibby Stockholm te gebruiken, een drijvende gevangenis die voor anker ligt voor het eiland Portland

    De regering is al begonnen de Bibby Stockholm te gebruiken, een drijvende gevangenis die voor anker ligt voor het eiland Portland. De eerste 39 migranten moesten onmiddellijk weggehaald worden na de ontdekking van een uitbraak van legionella op het schip. Maar ze werden snel elders ondergebracht en Downing Street heeft al opdracht gegeven voor de bouw van twee nieuwe soortgelijke drijvende faciliteiten. Bravermans voorlaatste idee van is om GPS-armbanden te gebruiken om nieuwkomers te kunnen volgen, een maatregel die tot nu toe alleen werd gebruikt op grond van een gerechtelijk bevel voor veroordeelden of in geval van een voorarrest. Het meest recente idee is om migrantenkinderen die over zee aankomen in gevangenissen te plaatsen waar ook zedendelinquenten worden vastgehouden.

    Aanleiding tot deze groeiende onverbiddelijkheid is de nieuwe Illegale Immigratie-wet, die de minister van Binnenlandse Zaken verplicht om koste wat kost te voorkomen dat illegale migranten het land binnenkomen. Het lijkt erop dat alles is toegestaan om dit doel te bereiken.

    Libië

    Vijf jaar geleden toonde CNN de wereld hoe zwarte migranten in Libië werden verhandeld voor ongeveer 400 euro. Camera’s legden een nachtelijke veiling vast in een detentiecentrum en de journalisten spraken met jonge mannen die zich beklaagden over slavenarbeid, marteling en opsluiting voor onbepaalde tijd zonder voedsel of water. Libië blijft een belangrijke locatie voor de tocht naar Europa en deze failed state nam al bijna 700 miljoen euro van de EU in ontvangst om de controle op migratie te verbeteren. De Libische kustwacht is door verschillende Europese instellingen getraind, uitgerust en gefinancierd om – in de officiële versie althans – de levens te redden van degenen die de zee op gaan.

    In werkelijkheid echter maken deze gewapende kustwachten deel uit van een sinistere keten die voorkomt dat vluchtelingen Europa bereiken door ze terug aan land te brengen. Daar worden ze gevangengezet, afgeperst en keer op keer mishandeld in meer dan twintig officiële detentiecentra en een onbekend aantal gevangenissen dat door milities wordt gerund. Verschillende journalistieke onderzoeken en rapporten van ngo’s en Europese autoriteiten hebben deze praktijken in de loop der jaren bevestigd.

    ‘Soms braken ze een hand, een been, ze sloegen je overal zonder reden’

    Wat degenen die op weg naar Europa door Libië reizen waard zijn, hangt af van wat hun families kunnen betalen. Journalist Sally Hayden, die de harde realiteit van de ongeveer 650.000 vluchtelingen in Libië in kaart bracht, analyseerde hoe ze worden gecategoriseerd op basis van hun nationaliteit en wat die opbrengt. In haar boek My Fourth Time, We Drowned: Seeking Refuge on the World’s Deadliest Migratory Route vertelt ze dat Somaliërs en Eritreeërs, vanwege hun grote en nauw verbonden diaspora, het waardevolst zijn omdat ze hun families bereid vinden om compensaties tot wel 10.000 euro te betalen.

    SLOWAKIJE

    De SMER-SD van Robert Fico, die op 30 september de parlementsverkiezingen in Slowakije won, was ooit sociaaldemocratisch. Maar gaandeweg is de partij vervallen tot populisme en nationalisme, met een partijleider die niet alleen de langstzittende premier van het land is (van 2006 tot 2010 en van 2012 tot 2018), maar die ook een geschiedenis heeft van corruptie, vriendjespolitiek en contacten met duistere zakenlieden die banden hebben met de georganiseerde misdaad.

    Fico kon zes jaar geleden vertrekken toen er massale protesten uitbraken na de moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová. De misdaad werd gepleegd tijdens zijn premierschap en was bevolen door een plaatselijke miljonair, Fico’s voormalige buurman.

    De anticorruptiecoalitie die Slowakije vervolgens regeerde maakte er echter een zootje van, en de Slowaken geloofden Fico’s belofte dat hij stabiliteit zou brengen in deze tijd van oorlog in Oekraïne en gierende inflatie. Hij wil militaire hulp aan Oekraïne stoppen, waardoor de internationale gemeenschap bezorgd is over scheuren in de westerse steun aan Kyiv.

    Fico heeft een coalitieregering gevormd met de extreemrechtse SNS, die zijn antivluchtelingenretoriek en populisme deelt. SNS-leider Andrej Danko zei in juli dat de door Rusland bezette gebieden ‘historisch gezien niet Oekraïens’ zijn. De andere coalitiepartner is HLAS-SD, een partij die zich eerder afscheidde van SMER-SD.

    Mohammed Abakir Ayacab, die pas vijftien was toen hij vanuit Soedan in Tripoli aankwam, herinnert zich zijn twee jaar in Libië als het ergste deel van zijn lange migratiereis. Nadat hij in 2021 werd onderschept op zee toen hij Italië probeerde te bereiken, werd hij samen met zevenhonderd anderen naar detentiecentrum Ain Zara gebracht. ‘Ik zat daar drie maanden en daarna kwam ik in een andere gevangenis terecht met vierduizend anderen. Er was nauwelijks water of voedsel, we hadden geen ruimte om te liggen of te slapen en ik werd keer op keer geslagen. Soms braken ze een hand, een been, ze sloegen je overal zonder reden. Als je niet sterk genoeg was, ging je dood,’ vertelt hij in een videogesprek vanuit Marokko, waar hij nog steeds zijn kans afwacht om Europa te bereiken.

    Griekenland

    Er zijn 42 vluchtelingenkampen in Griekenland en daar moeten asielzoekers wachten tot hun aanvraag is afgehandeld. Het kan jaren duren voordat de staat een aanvraag accepteert of afwijst, en de kampen ‘slaan vluchtelingen op’ in plaats van ze op te nemen. In 2020 zaten er in Moria, het kamp op het eiland Lesbos, 20.000 mensen op een plek die geschikt was voor 3500 mensen. Vrouwen gingen ’s nachts niet naar het toilet uit angst voor verkrachting. Als gevolg van het stressvolle, opeengepakte leven braken er elke nacht gevechten uit waarbij honderden mensen gewond raakten en tientallen stierven. Het kamp werd aangevallen door extreemrechtse groepen en de omstandigheden waren erbarmelijk, totdat een brand het kamp in september van dat jaar in de as legde.

    Om protesten van de lokale bevolking te vermijden kwam de regering van de conservatieve Kyriakos Mitsotakis met een nieuw type opvang: gesloten kampen met controle op toegang. Dit model is ontworpen om vluchtelingen weg te houden bij Griekse bewoners. In tegenstelling tot andere kampen bevinden ze zich in bergachtige gebieden die moeilijk toegankelijk zijn.

    ‘Alles is ontworpen om ons duidelijk te maken dat we niet welkom zijn’

    In 2021 ging op het eiland Samos het eerste kamp open. Premier Mitsotakis zei bij de opening: ‘U zult een onberispelijk kamp aantreffen, in niets vergelijkbaar met wat we voorheen hadden.’ Maar uit onderzoek van Miren Bardaji van de Universidad del País Vasco blijkt dat ‘buitensporige beveiligings- en bewakingsmaatregelen en vrijheidsbeperkingen meer doen denken aan gevangeniscomplexen’. Bardaji wijst erop dat vooral de ligging, ver van de bewoonde wereld, een grote barrière vormt.

    Hoewel het in theorie open kampen zijn, zitten de bewoners door de gevangenisstructuur in feite opgesloten. Een Palestijnse vluchteling vatte de situatie als volgt samen: ‘Alles is ontworpen om ons duidelijk te maken dat we niet welkom zijn.’

    Tunesië

    Tunesië was jarenlang een toevluchtsoord voor Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara. Daarom besloten Fati en Pato, een koppel dat elkaar in 2016 ontmoette in een detentiecentrum in Libië, op zoek te gaan naar een beter leven in het land. Onder schrijnende omstandigheden kregen ze een kind en op weg naar Europa werden ze tot vier keer toe onderschept door de Libische kustwacht. ‘We wilden proberen ons kind in te schrijven op een school,’ zegt Pato, een 29-jarige Kameroener wiens volledige naam Mbengue Nyimbilo Crepin is.

    Maar toen ze in juli van dit jaar de Tunesische grens overstaken, was het land dat ooit de democratische hoop van de Arabische wereld was, al veranderd. In februari hield president Kais Said een gewelddadige en racistische toespraak waarin hij waarschuwde voor ‘een crimineel plan’ om de Arabische en moslimbevolking te vervangen door ‘hordes’ zwarte migranten. In de dagen daarna volgde een golf van xenofoob geweld tegen zwarte Afrikanen.

    ‘Ze maakten onze telefoons onklaar, verscheurden onze identiteitspapieren en lieten ons achter in de woestijn’

    Op Tunesisch grondgebied, in de zuidelijke stad Zarzis, onderschepte de politie de familie. ‘Ze maakten onze telefoons onklaar, verscheurden onze identiteitspapieren en lieten ons achter in de woestijn,’ vertelt Pato. Samen met hen werden meer dan duizend mensen achtergelaten in een strook woestijn in het grensgebied tussen Tunesië en Libië. Na vier dagen zonder voedsel en water stortte Pato uitgeput in en in tranen smeekte hij zijn partner om hem daar achter te laten en te proberen de kleine Marie te redden.

    Uren later vonden drie Soedanese migranten hem en hielpen hem Libië te bereiken. Daar zag hij beelden die op sociale media circuleerden van de lijken van een vrouw en een meisje die tegen elkaar aan lagen in het zand – foto’s die het symbool werden van het nieuwe Tunesische beleid tegen vluchtelingen. Het waren Fati en Marie. ‘Ik was liever met hen gestorven…’ jammert Pato. ‘Elke dag als ik wakker word, zoek ik ze naast me. Maar ze zijn weg.’

    Op het moment van deze tragedie werkten Tunesië en de EU al aan een partnerschapsovereenkomst om de migratiestromen te beheersen. Brussel stelt 105 miljoen euro ter beschikking, geld dat uitsluitend bestemd is voor grenscontrole, registratie en terugkeerprogramma’s, naast nog eens 150 miljoen voor directe hulp.

    Bulgarije

    Bakstenen, roestige hekken en houten planken als muren. Een aarden vloer vol afval. Daaruit bestaan de kooien waarin Bulgarije asielzoekers opsluit die aan de grens met Turkije gevangen zijn genomen. Dit blijkt uit een video die werd gepubliceerd als onderdeel van een onderzoek in 2022 door Lighthouse Reports. Soortgelijke detentiepraktijken zijn ook gemeld in Hongarije en Kroatië. Acht maanden na deze onthulling stopte Bulgarije met het gebruik van de kooien. Of dit ook voor de andere landen geldt, is niet bekend.

    DENEMARKEN

    Sinds de verkiezingen van 2022 zitten er in het Folketing, het Deense parlement, drie radicaalrechtse partijen. Ze wijten problemen in de samenleving vooral aan immigratie en zijn dus voorstander van een streng immigratiebeleid. Vaak worden ze betiteld als extreemrechts, populistisch rechts of radicaalrechts – in mei van dit jaar gebruikte de Aarhus Universitet in een overzicht liever de omschrijving Populistisch Radicaal Rechts (PRR) van de Nederlandse politicoloog Cas Mudde: populistisch omdat ze zeggen de belangen van het volk te behartigen tegenover de politieke elite en radicaal omdat ze diepgaande veranderingen in samenleving en politiek nastreven.

    De oudste en belangrijkste is de Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti), die in 1995 werd opgericht. Dan is er de
    Nieuwe Burgerpartij (Nye Borgerlige, uit 2015) en als derde zijn er de Deense Democraten (Danmarksdemokraterne), in 2022 opgericht door oud- immigratieminister Inger Støjberg, die in 2021 werd veroordeeld tot twee maanden celstraf omdat ze als minister echtparen die asiel aanvroegen van elkaar had gescheiden.

    De Deense Volkspartij scoorde zo goed bij de verkiezingen van 2015 dat regeringsdeelname mogelijk was, maar zag daarvan af. Een misrekening: de partij verloor bij verkiezingen in 2019 en 2022 veel aanhang. Naast anti-immigratie is de partij economisch gezien relatief links; ze initieerde samen met linkse partijen belangrijke sociale hervormingen, zoals de pensioenhervorming.

    In een kooi naast het politiebureau in Sredets, op veertig kilometer van de Turkse grens, werden verschillende groepen mensen opgesloten voor perioden die varieerden van een paar uur tot drie dagen. Daarna werden ze met een busje naar de Turkse grens gereden en illegaal gedeporteerd. De gevangenen beweren dat ze geen voedsel of water kregen en dat de politie hun persoonlijke bezittingen, zelfs hun schoenen, in beslag nam.

    ‘Hij richtte heel direct, duidelijk met de bedoeling om me te doden’

    Ook werden voertuigen met het logo van Frontex, het grensagentschap van de EU, aangetroffen op enkele meters van deze kooien. Frontex heeft minstens tien kantoren in de omgeving van Sredets als onderdeel van Operatie Terra, gericht op het bestrijden van mensenhandel.

    In hetzelfde onderzoek werd een video gepubliceerd waarop te zien is hoe op Abdullah Mohammed, die zich aan de Turkse kant van de grens bevindt, wordt geschoten. De negentienjarige Syriër beweert dat de schoten afkomstig waren van de Bulgaarse politie. ‘Hij richtte heel direct, duidelijk met de bedoeling om me te doden,’ vertelt de jongeman. Zowel het ministerie van Binnenlandse Zaken als het Openbaar Ministerie ontkennen dit.

    Human Rights Watch heeft herhaaldelijk laten weten dat Bulgaarse agenten migranten slaan, beroven, van hun kleding ontdoen, met zwepen bewerken en honden op hen loslaten voordat ze worden uitgezet naar Turkije.

    Spanje

    Spanje behoort niet tot de Europese landen met de meeste klachten over de behandeling van migranten. Desondanks zijn ook daar schaamteloze praktijken aan het licht gekomen. Zoals de omstreden uitzettingen die zonder enige vorm van regulering of controle werden uitgevoerd, het scherpe razor wire dat boven op de hekken van Ceuta en Melilla werd geplaatst – en die hekken zelf –, de schoten die door de Guardia Civil werden afgevuurd op het strand van El Tarajal in Ceuta, waar veertien mensen verdronken, en de bestorming van Melilla, waarbij nog eens drieëntwintig doden vielen.

    Spanje is pionier op het gebied van samenwerking met Afrikaanse staten die de mensenrechten niet respecteren – zoals Marokko en Mauritanië – om de komst van migranten zonder papieren in te tomen. Al meer dan tien jaar wordt de subsidiëring geconsolideerd en geleidelijk verhoogd. Mauritanië ontvangt jaarlijks tien miljoen euro, ook al wordt het land door Human Rights Watch bekritiseerd voor het willekeurig vasthouden van migranten en asielzoekers, inclusief kinderen, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Het land maakt zich ook schuldig aan standrechtelijke of collectieve uitzettingen en gedwongen terugkeer, die in sommige gevallen gepaard gaan met geweld.

    Buitengerechtelijke detenties, uitzetting naar andere landen en klopjachten aan de grens zijn veelvoorkomende praktijken

    Marokko is sinds 2019 de grootste begunstigde van Spaanse hulp. In dat jaar ontving het land een directe bijdrage van 32 miljoen euro en in 2021 nog eens 30 miljoen euro. Buitengerechtelijke detenties, uitzetting naar andere landen en klopjachten aan de grens zijn veelvoorkomende praktijken.

    De Spaanse regering beweert dat haar reactie op de grote migratiestromen vanuit Afrika duizenden levens redt. ‘Het beleid is gericht op samenwerking met de landen van herkomst en transitlanden, en op de strijd tegen criminele organisaties die mensen verhandelen, en het heeft zijn effectiviteit bewezen,’ aldus een bron bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, die erop wijst dat Spanje het aantal illegale aankomsten heeft verminderd en nu tot een van de minst gebruikte routes naar Europa behoort. Daarnaast is Spanje erin geslaagd om het vertrek van migranten uit hun thuisland met 30 en 40 procent te verminderen. ‘Dat betekent tussen de 30 en 40 procent minder levens die in gevaar komen tijdens verschrikkelijke zeereizen. Wie een migratiebeleid voorstelt dat geen rekening houdt met de landen van herkomst en de transitlanden, heeft geen kennis van het fenomeen,’ voegt de bron bij het ministerie eraan toe.

    Marokko

    Marokko werkt mee aan het beheersen van illegale migratie vanuit het zuidelijke Middellandse Zeegebied. Als tegenprestatie ontvangt de Marokkaanse regering 500 miljoen euro van de EU. Maar Marokko’s handelwijze werpt een schaduw op de kwestie van migrantenrechten en het eerbiedigen daarvan.

    Rond het busstation van Casablanca en in de buitenwijken van andere steden leven duizenden Afrikanen uit landen ten zuiden van de Sahara in angst. Ze worden bedreigd met deportatie naar Algerije, waar de grenzen al drie decennia gesloten zijn, of met gedwongen verhuizing per bus naar provincies in het binnenland of het zuiden van het land. Ook riskeren ze gevangenisstraf. ‘Marokko blijft veel mensen deporteren uit het noorden van het land,’ zegt Jadiya Inani, directeur van de afdeling migratie van de Marokkaanse Vereniging voor Mensenrechten (AMDH).

    ‘Ik wacht. Ik probeer niet weer over het hek van Melilla te springen, en ik stap ook niet in een boot’

    Elke keer als onder de inwoners van Marokkaanse steden protesten ontstaan over de massale aanwezigheid van illegale migranten in hun straten, bevelen de autoriteiten nieuwe uitzettingen naar andere regio’s, volgens Inani. ‘Op deze manier probeert Marokko de Europese landen te laten zien dat het land als een politieagent zijn grenzen bewaakt,’ zegt hij. ‘En op deze manier voorkomt Marokko dat mensen uit Sub-Saharaans Afrika er een stabiel leven kunnen leiden.’

    De Soedanese Basir (een fictieve naam om zijn identiteit te beschermen) is minstens twee keer uitgewezen naar de regio Oujda, aan de grens met Algerije. Ondergedoken in Marokko wacht hij al zes maanden op antwoord van de Spaanse ambassade in Rabat op zijn verzoek om internationale bescherming. ‘Ik wacht. Ik probeer niet weer over het hek van Melilla te springen, en ik stap ook niet in een boot,’ zegt hij.

    Volgens AMDH zitten sommige illegale migranten ‘gevangen onder onmenselijke omstandigheden in illegale centra die geen deel uitmaken van het Marokkaanse gevangenissysteem’. Velen van hen zijn richting het zuiden van Marokko en de Sahara getrokken in een poging de Canarische Eilanden te bereiken – een veel gevaarlijker route dan via de Middellandse Zee.

    Polen, Litouwen en Letland

    ‘Urgent: elf kinderen en dertien volwassenen uit Syrië en Irak kamperen al drie dagen aan de andere kant van de muur. Vandaag hebben Belarussische diensten gedreigd dat ze hen met honden zullen opjagen als ze niet naar Polen gaan. Als bewijs lieten ze een Congolees meisje zien dat gebeten was.’ Dit bericht werd op 27 mei op het Twitter-account geplaatst van de Granica Group, een Poolse ngo die zich inzet voor hulp aan migranten aan de Poolse grens met Belarus. Het geval staat niet op zichzelf. Op sociale media en in rapporten van grote internationale mensenrechtenorganisaties circuleren tal van verhalen over kinderen die zijn aangevallen door honden, over botten die werden gebroken door klappen van de politie, over gezinnen die in het bos moeten slapen en over doden. Granica heeft 48 doden geteld sinds 2021. Volgens Amnesty International stierven eveneens vluchtelingen aan de Letse en Litouwse grens.

    De migratiestroom over de grenzen die Belarus deelt met Polen, Letland en Litouwen is sinds 2021 toegenomen. En sindsdien hebben deze drie landen de slechtste praktijken van andere Europese landen overgenomen.

    Deze vrijwilligers hebben de bijnaam ‘migrantenjagers’, omdat ze vuurwapens, traangas en afgerichte honden gebruiken

    In de zomer van 2021 deden de drie landen een beroep op de noodtoestand om gedwongen terugkeer te legaliseren. De migrantenstroom steeg gestaag, en die was te danken aan wat deze landen en de Europese Unie beschouwden als een poging van de Belarussische president Aleksandr Loekasjenka om migranten te gebruiken als wapen om politieke druk uit te oefenen. De drie landen verdrijven migranten en asielzoekers illegaal en soms met geweld naar Belarus, waar ze het slachtoffer worden van ernstige mishandeling, afranseling en verkrachting door veiligheidstroepen.

    In 2023 nam de instroom af door repressieve maatregelen. Op 18 augustus sloot Litouwen twee van zijn zes grensovergangen met Belarus en in mei vorig jaar legaliseerde het land de gedwongen terugkeer en richtte het een vrijwillige politiemacht op naar voorbeeld van Hongarije – dat een lange geschiedenis kent van misbruik en mishandeling. Deze vrijwilligers hebben de bijnaam ‘migrantenjagers’, omdat ze vuurwapens, traangas en afgerichte honden gebruiken.

    Letland voerde in april een soortgelijke wetswijziging door. Amnesty International bundelde meer dan vijftig getuigenissen in een rapport over ‘commando’s’ van de veiligheidsdienst, gekleed in camouflagekleding en uitgerust met bivakmutsen, wapenstokken en tasers.

    Lees ook:

  • In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    In de ‘sweatshops’ van Facebook beoordelen moderatoren de gruwelijkste beelden

    Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren voor sociale media werkzaam. Ze worden slecht betaald en door de extreme beelden die ze te zien krijgen, is het werk psychisch zwaar. Daniel Motaung is een van hen. Hij liep een posttraumatische stresstoornis op terwijl hij in Kenia werkte voor Facebook.

    ‘We zijn net mijnwerkers die zonder veiligheidsuitrusting een instortende schacht worden ingestuurd,’ zegt Mukisa Akello [de namen in dit artikel zijn aangepast]. Hij heeft een van de meest bedenkelijke banen in de technologie-industrie: contentmoderator. Wereldwijd zijn er tienduizenden contentmoderatoren werkzaam. Ze houden socialemediaplatforms vrij van geweld, haat en opruiing. Daarvoor moeten ze elke dag honderden berichten doorspitten, de ene extreme post na het andere. Ze zien executies, zelfmoorden, kindermisbruik, oorlogsmisdaden, seksueel geweld en dierenmishandeling voorbijkomen. De berichten zijn zo onmenselijk en wreed, zo moeilijk te verdragen, dat het werk zijn sporen nalaat. Het is een kantoorbaan met fysieke gevolgen.

    Daniel Motaung stapt in 2019 op het vliegtuig van Zuid-Afrika naar Kenia. Hij wil aan een nieuwe levensfase beginnen – als contentmoderator. Op papier klinkt de baan goed. Daniel denkt dat het gewoon administratief werk op de computer zal zijn, een klassieke kantoorbaan. Tijdens zijn studie heeft hij geleerd hoe hij met databases en onlinedocumenten moet werken. Eindelijk zal hij op eigen benen staan en ontsnappen aan de armoede in zijn geboortedorp. 

    Na een paar dagen training begint zijn eerste werkdag. Hij zit in Nairobi, in een kantoor met airconditioning. Wat hij nog niet weet: deze dag zal zijn leven veranderen. De video die hij ziet is binnen een oogwenk weer voorbij, maar zal hem tot in zijn diepste dromen blijven achtervolgen. Het is een video van een executie. Een man wordt voor de camera onthoofd. Het is een korte video, maar genoeg om Daniel Motaung een posttraumatische stressstoornis te bezorgen. Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, worstelt hij met de gevolgen. Hij wordt geplaagd door nachtmerries, flashbacks en rusteloosheid. De zes maanden die David als contentmoderator doorbracht, hebben hem gebroken. Hij woont weer in zijn dorp op het Zuid-Afrikaanse platteland, werkloos en psychisch ziek.

    In stilte

    Contentmoderatoren zoals Daniel hebben jarenlang in stilte gewerkt. Bijna niemand wist van het bestaan van dit werk af, laat staan van de precaire omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Time Magazine noemt de Keniaanse kantoren waar de contentmoderatoren werken de Afrikaanse sweatshops van Facebook. Je vindt deze sweatshops over de hele wereld: in de Filippijnen, Venezuela, India, de Verenigde Staten en vele andere landen. Een standaardwerkdag wordt gekenmerkt door toezicht, tijdsdruk en uitbuiting. Jarenlang zijn de arbeidsomstandigheden stilgehouden, maar sinds kort komen er steeds meer contentmoderatoren in opstand tegen hun werkgevers. 

    Daniel Motaung is een van de eersten die zich, net als zijn collega’s, hard begon te maken voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. Het is een strijd van David tegen Goliath: de bedrijven waar ze tegenover staan zijn haast onoverwinnelijk. Ze behoren tot de rijkste bedrijven ter wereld. Denk aan Meta, Bytedance, Google en Twitter. Iedereen kent de producten die ze leveren en de socialemediaplatforms zoals Instagram, Facebook en TikTok. Maar niemand kent de gezichten van de contentmoderatoren die de platforms op de achtergrond draaiend houden. Als ze in opstand komen, worden ze bestraft of ontslagen. Zo werd Daniel Motaung ontslagen toen hij een vakbond wilde oprichten.

    ANP 472623323
    Nathan Nkunzimana is een van de bijna tweehonderd voormalig contentmoderatoren voor Facebook die het het bedrijf en een lokale onderaannemer aanklagen in een rechtszaak in Kenia die gevolgen zou kunnen hebben voor het werk wereldwijd. – © Khalil Senosi / AP Photo

    De techbedrijven proberen het werk zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ze besteden het uit aan derden. Daniel en zijn collega’s modereren weliswaar voor een aantal van de grootste platforms, maar officieel werken ze voor onbekende outsourcingbedrijven. Dat de banen worden uitbesteed is een van de redenen dat de sector zo ondoorzichtig is. Het is onmogelijk om bij te houden hoeveel moderatoren er wereldwijd werkzaam zijn. Techbedrijven willen niks te maken hebben met het stressvolle werk en de slechte werkomstandigheden; ze willen hun imago behouden en de reputatie van hun merk niet aantasten.

    Doordat het werk wordt uitbesteed, dragen de bedrijven geen verantwoordelijkheid meer voor de contentmoderatie. De contentmoderatoren moeten strikte geheimhoudingsovereenkomsten ondertekenen, zodat er zo weinig mogelijk naar buiten komt over deze praktijken en het precaire werk. De overeenkomsten zijn overdreven streng en verbieden zelfs dat moderatoren met hun collega’s over hun werkomstandigheden praten. Zo wordt een cultuur van angst en geheimhouding gecreëerd.

    Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn

    Ook in Duitsland zijn er contentmoderatoren. Op 9 maart van dit jaar sta ik in de lobby van de vakbond Verdi in Berlijn. Ik werk met mijn organisatie SUPERRR Lab al weken naar deze dag toe. Straks staan er vijftig contentmoderatoren van verschillende bedrijven in de entreehal. Ze komen in het vakbondsgebouw bijeen om ’s werelds eerste bijeenkomst van contentmoderatoren, de ‘Content Moderator Summit’, bij te wonen. Het was niet gemakkelijk om ze te vinden: de outsourcingbedrijven waarvoor ze werken gebruiken voor de functie niet het begrip contentmoderator, maar hanteren termen als ‘systeemanalist’ of ‘medewerker klantenservice’. Een woordkeuze die verhult waar het werkelijk om gaat. 

    Onze partner Foxglove, een Britse non-profitorganisatie in Londen, benaderde de moderatoren via LinkedIn. Er is veel belangstelling voor de bijeenkomst; veel van de aanwezigen willen zich met collega’s van andere bedrijven organiseren en samen strijden voor betere arbeidsomstandigheden. Terwijl ik in de lobby sta, probeer ik me voor te stellen om wat voor mensen het gaat. Hoe zien ze eruit? Waar komen ze vandaan? Wat is hun professionele achtergrond? Voordat ik me een beeld heb kunnen vormen, komen de eersten al binnen. Ze zijn tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud, spreken Engels en lijken op mij. Velen hebben een universitair diploma, sommigen zijn aan het promoveren. Ze komen niet overeen met het beeld van een uitgebuite ‘klikwerker’. Ze zijn niet wanhopig en lusteloos, maar dapper en strijdlustig.

    De contentmoderatoren vertellen over de extreme psychologische tol die hun werk eist. Ze zien per dag tussen de tweehonderd en duizend berichten, waarvan sommige extreem gewelddadig zijn. Het werk is ingedeeld in drie shifts: sommige mensen werken overdag, sommige ’s nachts. De kantoren zijn steriel en de werkplek wordt bewaakt. Het systeem waarmee ze werken registreert elke klik, elke beweging die de cursor maakt en houdt bij hoelang de moderatoren erover doen om een bericht te beoordelen. Idealiter duurt dat slechts een paar seconden. Alleen de snelste en efficiëntste moderatoren mogen zelf kiezen welke diensten ze werken. Nacht- en weekenddiensten worden beter betaald. 

    Het vaste loon bedraagt 14,40 euro per uur, iets boven het minimumloon. Het is een mager bedrag voor een veeleisende baan die veel culturele, politieke en taalkundige kennis vereist. Het belang van het werk kan niet worden onderschat: zonder moderatoren zouden er geen socialemediaplatforms zijn. Veel van de moderatoren die ik ontmoet zijn migrant. In Duitsland wordt niet alleen de Duitstalige markt gemodereerd, ook buitenlandse markten komen aan bod, waaronder berichten in het Arabisch, Perzisch en Turks. Eén moderator vertelt me dat ze naar Duitsland is gekomen om te studeren. Dit werk begon als een parttimebaan, maar sinds ze is afgestudeerd doet ze het fulltime. Ze wil ermee stoppen, maar haar verblijfsvergunning hangt ervan af. Zulke verhalen hoor ik veel.

    De werkgever biedt geen goede, psychologische ondersteuning door externe deskundigen aan, maar iets wat ‘welzijnsbegeleiding’ wordt genoemd. De moderatoren vinden het nutteloos en zelfs bespottelijk. De sessies zijn er volgens hen alleen maar voor de vorm. De moderatoren zijn getraumatiseerd door wat ze dagelijks zien, maar krijgen van hun coaches enkel het advies om ademhalingsoefeningen te doen of een wandeling te maken. Bovendien vertrouwen de moderatoren hun coaches niet: ze zijn bang dat ze bespioneerd worden en dat vertrouwelijke informatie wordt doorgespeeld naar hun werkgever. Toegang tot deskundige psychologische begeleiding en minder tijdsdruk zijn noodzakelijke maatregelen om het werk dragelijk te maken, zo zeggen veel van de mensen die ik spreek.

    ‘Beterschap’

    Om verandering te bewerkstelligen hebben de moderatoren een manifest opgesteld met acht eisen voor betere arbeidsomstandigheden. Naast psychologische begeleiding en een gepast salaris eisen ze dat er een einde komt aan de cultuur van intimidatie en outsourcing. Techbedrijven moeten zelf verantwoordelijkheid nemen voor het werk en zorgen voor betere omstandigheden. Binnen een paar dagen ondertekenen meer dan driehonderd moderatoren in Duitsland het manifest. Half juni wordt het gepresenteerd bij een bijeenkomst van deskundigen in de digitale commissie van de Bondsdag. 

    Het is de eerste keer dat moderatoren ten overstaan van de leden van de Duitse Bondsdag over hun werkomstandigheden spreken. De anders nogal zakelijke en droge sfeer in de commissie wordt opgeschud door de emotionele betogen van de moderatoren. De hele vergaderzaal luistert geboeid naar de verhalen van de twee gespreksleiders, Daniel Motaung uit Zuid-Afrika en Cengiz Haksöz uit Duitsland. Haksöz begint zijn betoog met een citaat uit de Dreigroschenoper van Bertolt Brecht: ‘De mensen in het donker worden niet gezien.’ Hij vertelt dat zijn collega’s elkaar aan het eind van de werkdag geen ‘fijne avond’, maar ‘beterschap’ wensen. Ze hebben hun vrije avond nodig om bij te komen van de stress en spanning van het werk.

    De parlementsleden zijn erg geïnteresseerd en stellen veel vragen. Eén onderwerp komt steeds weer terug: kunstmatige intelligentie. Ze vragen of kunstmatige intelligentie in de toekomst het werk van moderatoren zal kunnen vervangen. Het is een vraag die techbedrijven graag krijgen: zo kunnen ze speculeren over de toekomst, in plaats van zich te bekommeren om de omstandigheden waaronder tienduizenden mensen nu werken. 

    Vooralsnog is kunstmatige intelligentie nog lang niet ontwikkeld genoeg om de complexe taak van een contentmoderator over te nemen. Het is ingewikkeld werk: de beoordeling van veel van de berichten moet genuanceerd gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan satire of aan politiek commentaar. Geautomatiseerde systemen staan erom bekend dat ze videocontent en andere talen dan Engels slecht kunnen beoordelen. Ze zijn dus nog niet geschikt als alternatief voor menselijke moderatoren. Haksöz zegt dat de focus moet liggen op de ondersteuning van mensen nu, in plaats op van speculatie over hun toekomstige vervanging. Aan het einde van de vergadering verzekert Tabea Rößner, de voorzitter van de commissie, dat ze aan de slag gaan om de omstandigheden te verbeteren.

    Als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel

    Haksöz ondervindt onmiddellijk gevolgen van zijn dappere optreden. Slechts een paar dagen na de hoorzitting wordt hij ontslagen door zijn werkgever. Hij mag het bedrijfsgebouw niet meer in. Zo wordt de angstcultuur weer eens bevestigd. Met het ontslag geeft de bedrijfsleiding een duidelijk signaal af aan de werknemers: als ze zich publiekelijk uitspreken over hun arbeidsomstandigheden, zetten ze hun baan op het spel. De werkgever van Haksöz zegt dat hij zijn ‘arbeidsvoorwaarden’ heeft geschonden met zijn uitspraken in de Bondsdag en de media. Maar als burger in een democratie heeft Haksöz het goed recht om over zijn ervaringen te vertellen. 

    Nu moet hij zijn zaak voor de arbeidsrechter brengen om zijn taken als commissielid voor de komende verkiezingen voor de ondernemingsraad weer te kunnen hervatten. Vakbond Verdi stelt het optreden van de werkgever gelijk aan union busting: daarvan is sprake wanneer werkgevers voorkomen of bemoeilijken dat hun werknemers actief zijn in de vakbond. Haksöz bereidt zich voor op de verkiezingen. Ondertussen zegt zijn werkgever bij de arbeidsrechtbank af te zullen dwingen dat hij ontslagen wordt. Samengevat: er worden nog meer intimidatietechnieken ingezet om de vakbondsactiviteiten van de moderatoren te verhinderen.

    Een functionerende ondernemingsraad is een eerste, kleine stap in de richting van betere werkomstandigheden. Maar er moet nog veel meer veranderen om de arbeidsomstandigheden wereldwijd te verbeteren. Zo moet er striktere regelgeving komen voor techbedrijven. Zij zijn verantwoordelijk voor de uitbuiting en dus ook voor de schade. Begin juni deed een arbeidsrechtbank in Nairobi een voorlopige uitspraak waarin precies dat werd vastgelegd. Volgens de rechtbank is Meta de belangrijkste werkgever van de contentmoderatoren van Facebook in Kenia. Als je resultaten wil boeken, is het belangrijk om het probleem vanuit verschillende oogpunten te bekijken. Wat kan er gedaan worden op nationaal, Europees en mondiaal niveau? In Duitsland is in januari de Lieferkettensorgfaltspflichtengesetz van kracht geworden. Deze wet stelt bedrijven die producten leveren verantwoordelijk voor het naleven van mensenrechten in hun wereldwijde toeleveringsketens. Met een vergelijkbare regeling voor digitale diensten zoals contentmoderatie zou het mogelijk worden om het probleem van uitbuiting bij de wortel aan te pakken.

    Tot dat moment zullen moderatoren elke dag blijven afdalen in de mijnschacht van de sociale media om onze gezondheid en democratie te beschermen. Maar ze doen het niet langer in het donker. Ze worden steeds vaker gezien. 

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Wereldnieuws: Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen & meer

    Rechtenschendingen op theeplantages

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog 43 andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’ Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar 47 van de 70 gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.


    Crypto voor Fentanyl

    Fentanyl – een verslavende pijnstiller – werd in de crypto-economie dusdanig gevaarlijk geacht dat veel markten op het darkweb handel erin hebben verboden. Maar uit onderzoek van Elliptic en Chainalysis, die cryptocurrency traceren, blijkt dat Chinese chemische producenten ingrediënten voor fentanyl verkopen aan drugslabs overal ter wereld.

    Meer dan negentig Chinese chemische bedrijven verkopen de ingrediënten openlijk online en 90 procent zegt betaling in cryptocurrency’s te accepteren. Elliptic en Chainalysis traceerden transacties ter waarde van tientallen miljoenen dollars in de afgelopen vijf jaar. Volgens de bedrijven is dat slechts het topje van de ijsberg, schrijft maandblad Wired.

    Drogen Spritze Pulver fentanyl opiods
    Unsplash

    Levende nachtmerrie

    Het echtpaar dat op een dag verrast werd door een enorme Banksy-muurschildering op de zijkant van hun huis in Lowestoft, vertelde aan de Engelse boulevardkrant The Sun hoe zij in een ‘levende nachtmerrie’ terechtkwamen.

    Banksy schilderde een enorme zeemeeuw op de muur die naar beneden duikt om bouwafval uit een (echte) container te pikken. Realiseert de kunstenaar wel waar hij mensen onbedoeld mee opscheept? zei het echtpaar, dat 40.000 pond per jaar zou moeten gaan betalen voor onderhoud en bescherming tegen diefstal. In plaats daarvan besloot het de meeuw met muur en al te laten weghalen; het werk ligt opgeslagen in afwachting van de verkoop.

    ANP 435372890
    © ANP – JUSTIN TALLIS

    New York zinkt

    Op de 777 vierkante kilometer die New York beslaat, drukt 762 miljoen ton beton, glas en staal, aldus de United States Geological Survey (USGS). Dat enorme gewicht betreft de bouwmaterialen, maar niet de inrichting en het meubilair in alle gebouwen, noch de vervoersinfrastructuur en de 8,5 miljoen inwoners. Door de druk van de bovenliggende stad zakt de New Yorkse bodem met een à twee millimeter per jaar. En dat is zorgelijk, vooral als de bodemdaling wordt opgeteld bij de stijging van de zeespiegel. Die wordt geschat op drie tot vier millimeter per jaar, schrijft BBC Future.

    Over een paar jaar gaat dat problemen opleveren en niet alleen voor New York maar ook voor andere kuststeden met een groeiende bevolking, in de VS en elders in de wereld. Zo daalt Jakarta jaarlijks zelfs met twee tot vijf centimeter. Vermindering van het grondwatergebruik en andere manieren van vestigen, zoals in drijvende steden, zou voor oplossingen kunnen zorgen.


    Nieuws als rap

    Om jongeren te trekken verpakt het Zweedse dagblad Aftonbladet het nieuws in rapsongs: AI zorgt ervoor dat verhalen in rap-vorm op muziek worden gezet. Deze vorm is een van de resultaten van overleg met jongeren over meer prikkelende manieren om het nieuws te brengen, aldus adjunct-hoofdredacteur Martin Schori in zijn column. Aftonbladet testte het resultaat begin mei op duizend geselecteerde jonge gebruikers. De reacties waren positief, schrijft Schori, zowel van de proefpersonen als van de jongeren die met het oorspronkelijke idee kwamen. Verreweg het populairst bleek een rap te zijn over het bezoek van Beyonce aan Stockholm in het kader van haar wereldtournee.

    ‘We moeten oude conventies uitdagen en luisteren naar de nieuwsconsumenten van de toekomst,’ aldus Schori. ‘Behalve nieuws als rap gebruiken we AI inmiddels om video’s te ondertitelen en interviews te transcriberen, en meer tools zijn in ontwikkeling.’

    iStock 1217805754
    © Lorado – iStock

    Klimaatverandering bedreigt twee miljard mensen

    Wetenschappers waarschuwen dat meer dan een vijfde van de mensheid tegen het einde van deze eeuw zal worden blootgesteld aan gevaarlijk hoge temperaturen, aldus de Franse nieuwszender Euronews. Volgens een nieuwe studie van de Universiteit van Exeter in het Verenigd Koninkrijk zijn we met het huidige klimaatbeleid op weg naar een opwarming van 2,7°C. De Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties waarschuwt dat daarmee de limiet van 1,5°C – die nodig is om een klimaatramp te voorkomen – wordt overschreden. Als de opwarming van de aarde op deze schaal doorgaat, zullen tegen 2100 twee miljard mensen – dat is ongeveer 20 procent van de verwachte wereldbevolking – worden blootgesteld aan levensbedreigende hitte en extreem weer. De gemiddelde wereldtemperatuur bedraagt dan ruim 29°C en valt buiten de ‘menselijke klimaatniche’, oftewel de omstandigheden waarin mensen goed kunnen gedijen. De optimale temperatuur voor de mens ligt tussen 13 en 25°C.

    De Universiteit van Exeter onderzocht niet de financiële maar de menselijke kosten van de opwarming van de aarde. Extreme hitte beïnvloedt het vermogen om te werken, te denken en te leren, heeft een verwoestend effect op gewassen en vergroot de kans op conflicten, infectieziekten en zwangerschapscomplicaties. Naarmate de gevolgen groter worden, zullen meer mensen uit hun huizen worden verdreven en zich gedwongen zien om naar koelere klimaten te migreren.

    India, waar nu al mensen sterven door de hitte, zal een van de zwaarst getroffen landen blijven, gevolgd door Nigeria, Indonesië, de Filipijnen en Pakistan. Ook plekken die aan de koelere kant van de voorspelde opwarming blijven, krijgen te maken met meer hittegolven en droogtes.

    Door de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C, de richtlijn van het klimaatakkoord van Parijs, zal het aantal mensen dat aan extreme hitte wordt blootgesteld, verminderen tot 400 miljoen, zo blijkt uit het onderzoek dat werd gepubliceerd in Nature Sustainability.

    gettyimages 1253520314 594x594 1
    © Getty Images NurPhoto / Contributor
  • Belarussische oppositieleider Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar cel

    Belarussische oppositieleider Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar cel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Estland: partij van premier Kaja Kallas wint verkiezingen

    » Egypte ontkracht geruchten dat Suezkanaal wordt verkocht

    Tichanovskaja staat bekend als boegbeeld van de oppositie

    Een gerechtshof in Minsk heeft de Belarussische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, schrijft Politico. Ze zou schuldig zijn bevonden aan hoogverraad, het aanzetten tot haat, pogingen tot staatsgreep, lidmaatschap van een ‘extremistische’ groepering en het bedreigen van de nationale veiligheid door publiekelijk op te roepen tot sancties tegen de Belarussische regering.

    Tichanovskaja staat bekend als een van de boegbeelden van de Belarussische oppositie. Ze nam het in de presidentsverkiezingen van 2020 op tegen zittend president Aljaksandr Loekasjenka, maar verloor. Veel Belarussen en Europese landen gaan ervan uit dat er gesjoemeld is met de uitslagen en dat in werkelijkheid Tichanovskaja de verkiezingen had gewonnen. Tichanovskaja tekende dan ook bezwaar aan.

    ‘We zullen blijven doen wat we kunnen om democratische veranderingen in gang te zetten’

    Om aan vervolging door het regime te ontkomen, week ze uit naar Litouwen. Haar man Sergej was in 2020 opgepakt en werd een jaar later veroordeeld tot achttien jaar cel vanwege het aanzetten tot haat en maatschappelijke onrust.

    In een bericht op Telegram reageerde Tichanovskaja op haar vonnis. Ze zei dat zij en andere Belarussische voorstanders van de democratie ‘zullen blijven doen wat we kunnen om onze politiek gevangenen te bevrijden en in ons land democratische veranderingen in gang te zetten’. Volgens Belarussische mensenrechtenwaakhonden zijn er bijna vijftienhonderd politiek gevangenen in het land, waaronder activisten van de oppositie, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en journalisten.

    Lees ook:

  • Het Syrië-proces: de spion, de aanklager, de meeloper en het regime

    Het Syrië-proces: de spion, de aanklager, de meeloper en het regime

    Sinds 2011 vecht het Syrische regime tegen het eigen volk. In Duitsland staan nu de eerste oorlogsmisdadigers voor de rechter. Over een historisch proces en de grijze gebieden tussen goed en kwaad.

    In Berlijn, 2800 kilometer een een vlucht verwijderd van het vaderland, in het land waarin hij eindelijk veilig meent te zijn, haalt de oorlog hem op een winterdag in 2014 weer in. De mensenrechtenadvocaat Anwar al-Bunni had Syrië moeten verlaten omdat hij voor zijn leven vreesde; sinds een of twee weken wonen hij en zijn vrouw in het opvangcentrum voor asielzoekers in Berlin-Marienfelde. En daar blijft zijn blik op zeker moment rusten op een bewoner die hem wat dikker lijkt dan eertijds in Syrië. ‘Hij had ook minder haar, en een bril op. Ik kon hem niet meteen thuisbrengen,’ vertelt al-Bunni nu. Wie is die man met die levervlek onder het linkeroog?

    Woensdag (26 februari) heeft de rechtbank in de Duitse stad Koblenz een vonnis geveld in het Syrië-proces. Eyad A., werkzaam voor de Syrische geheime dienst, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierenhalf jaar. Lees meer in ons artikel van donderdag:

    Twee dagen denkt al-Bunni daarover na, dan schiet het hem weer te binnen: die man is Anwar R., op het laatst kolonel van de Syrische Staatsveiligheidsdienst, in het jaar 2006 nog leider van een commando dat al-Bunni ontvoerde. Hij is de man die al-Bunni naar een gevangenis liet brengen waar hij bedreigd, geslagen en bijna om het leven gebracht werd. Vijf jaar gevangengezet, officieel wegens ‘in gevaar brengen van de nationale eer’. In feite werd al-Bunni gestraft omdat hij tegenstanders van het regime voor de rechtbank had verdedigd en te luid de rechten had opgeëist waarop zijn lastgevers zich volgens de Syrische grondwet konden beroepen.

    Al-Bunni kwam de man nog een paar keer tegen in Berlijn, bijvoorbeeld bij de uitgifte van maaltijden en later in een goedkope meubelzaak. Al-Bunni is er zeker van dat Anwar R. hem ook herkende. ‘Ik was beroemd in Syrië,’ zegt hij, en inderdaad zijn op het internet veel foto’s te vinden die hem tonen bij processen of met buitenlandse gasten. Zijn gezicht was destijds iets voller, net als zijn kruin en zijn baard. In zijn kleine kantoor op een binnenplaats in Prenzlauer Berg heeft hij geen herinneringen aan die tijd opgehangen. Het verleden is ook zonder beelden altijd aanwezig – en dat zal alleen nog maar toenemen wanneer al-Bunni in een historisch proces zal worden behandeld. Als het daar zijn folteraar zal inhalen.

    Achter blinde muren

    Sinds de toevallige ontmoeting met Anwar R. heeft al-Bunni een nieuw doel om voor te leven. Toen in 2015 honderdduizenden Syriërs zoals hij naar Duitsland kwamen, lieten ze weliswaar de oorlog achter zich, maar niet de conflicten die buurten, vriendenkringen en zelfs families verscheurden. De 2800 kilometer tussen het oude en het nieuwe vaderland kunnen veel in het leven veranderen, maar niet alles. Sommigen blijven sympathiseren met oppositionele groepen, anderen blijven nog altijd trouw aan het regime. De naar Duitsland gevluchte mensen zijn in de eerste plaats slachtoffers van de oorlog, maar er zitten ook daders tussen. Syriërs die in naam van de staat of als lid van milities misdaden begaan hebben. Niet lang na zijn toevallige ontmoeting met Anwar begint al-Bunni naar deze mensen te zoeken.

    Anwar R., nu 57 jaar oud, zou verantwoordelijk zijn voor minstens 4000 gevallen van marteling en 58 doden. Hij verliet Syrië eind 2012 en kwam in juli 2014 in Duitsland aan. Bijna zes jaar later wordt hij hier voor de rechter gebracht. Vanaf 23 april zal hij samen met Eyad A., ook lid van de Syrische geheime dienst, voor een Duitse rechtbank staan. Het proces bij het gerechtshof in Koblenz zal geschiedenis schrijven: het is wereldwijd de eerste keer dat handlangers van de Syrische president Baschar al-Assad verantwoording af moeten leggen voor martelingen in opdracht van de staat.

    Bijna 100.000 mensen liet het regime sinds het uitbreken van de opstand in gevangenissen verdwijnen. Het lot van tienduizenden is nog onzeker. Minstens 18.000 mensen werden terechtgesteld of doodgemarteld, berichten organisaties als Amnesty International of het Syrische netwerk voor mensenrechten. Die daden werden begaan achter blinde muren, maar overlevenden kunnen ze geloofwaardig afschilderen.

    Ook naar die mensen is al-Bunni op zoek. Om hun verhalen te documenteren – en om ze te overreden zich als getuigen ter beschikking te stellen van de Duitse Justitie. Zodat het proces tegen Anwar R. zal slagen en er meer soortgelijke processen zullen volgen.

    Voor zijn zoektocht maakt hij gebruik van Facebook en van zijn netwerk in de offline wereld. Tijdens onze ontmoeting in Berlijn, rinkelt Al-Bunni’s telefoon bijna net zo vaak als hij trekjes neemt van zijn e-sigaret. Hij verdient niets met dit werk. Om reizen naar getuigen en andere onkosten te kunnen financieren is hij aangewezen op ondersteuning door mensenrechtenorganisaties.

    Het gaat hem niet om wraak, zegt al-Bunni, zelfs niet in het geval van Anwar R. Hij wil ooit weer terugkeren naar een fatsoenlijk en democratisch Syrië, en zo’n land kun je alleen met gerechtigheid opbouwen. ‘Ik wil verhinderen dat oorlogsmisdadigers een rol kunnen spelen in de toekomst van het land,’ roept de tengere 61-jarige man uit, en van opwinding slaat hij op de tafel. “Hun daden zijn gedocumenteerd. Niemand moet met hen om kunnen gaan!’

    ‘Mijn medestrijders waren mijn beste vrienden. Ik heb ze allemaal verloren’

    Hoessein Ghrer geloofde in een betere toekomst toen hij vanuit Aleppo naar de Syrische hoofdstad verhuisde. Damascus was opwindender, groter, levendiger – heel anders dan zijn conservatieve geboortestad waar de zakenlieden in de bazaars en de imams van de moskeeën het openbare leven bepaalden. Van de sociale controle door familie en buren was Ghrer door die verhuizing verlost, maar echt vrij was hij niet. Aan de universiteit van Damascus maakte hij mee hoe het regime zijn onderdanen tot in detail probeerde te controleren: zelfs een initiatief om samen afval te verzamelen werd door de decaan verboden. ‘Dat kunt u prima alleen doen,’ had hij gezegd, ‘maar niet als groep.’ De systematische onderdrukking van het eigen volk was daar al een traditie.

    Syriës jongste geschiedenis is doortrokken van de heerschappij van de familie Assad. Hafis al-Assad had in 1970 de macht gegrepen en het land met harde hand geregeerd. Na zijn dood in het jaar 2000 hoopten veel Syriërs dat zijn zoon hervormingen zou gaan doorvoeren. Maar de toen pas 34-jarige Baschar stelde die verwachtingen teleur. In 2007 verzekerde hij zich door een volksstemming van een tweede ambtstermijn met zogenaamd 97,62% van de stemmen. Er was niets veranderd. En Hoessein Ghrer begon heimelijk te bloggen. Op het internet schreef hij tegen de dictatuur.

    Ghrer noemde zich ‘freeman’. Ook al hadden de geheime diensten toen nog weinig ervaring met sociale media, toch was zijn activisme gevaarlijk. Ghrers echtgenote maakte zich zorgen, ze hadden al kinderen. En toen de zogeheten Arabische lente ook Syrië bereikte, legde Ghrer in maart 2011 ook nog zijn pseudoniem af. Hij publiceerde zijn artikelen over burgerrechten nu onder zijn echte naam. ‘Ik wilde laten zien dat achter de teksten geen buitenlandse agenten of terroristen schuilgingen,’ zegt hij nu in Berlijn. Hij is 42 jaar oud, draagt een scheiding in het midden en een hoekige bril.

    Als hij vertelt over de hoop van toen, en hoe hij zich voor het eerst echt voelde leven toen hij bij de protesten in 2011 luidkeels zijn mening liet horen, vecht Ghrer tegen zijn tranen. De revolutionaire stemming werd toen abrupt onderdrukt. ‘Mijn medestrijders waren mijn beste vrienden,’ zegt hij, en hij moet even pauzeren omdat zijn stem breekt. ‘Ik heb ze allemaal verloren.’

    f9065e71de3f46c4b6bd729183041e7d 0 1
    Schuldeisers Wassim Mukdad (l), Patrick Kroker, en Hussein Ghrer praten met journalisten na het proces van de eerste dag in Koblenz 23 april 2020. – @ Thomas Frey / dpa via AP

    Ghrer zat juist aan het middagmaal toen hij de eerste keer werd opgehaald. De mannen brachten hem naar het beruchte gebouw van de geheime dienst ‘Afdeling 251’, ook ‘al-Khatib’ genaamd naar de straat waarin het gelegen is. Iedereen in Damascus kent het gebouw, het wordt gevreesd. De onderafdeling ‘Onderzoek’, verantwoordelijk voor de genadeloze verhoren van de gevangenen, werd geleid door Anwar R., de man onder wie ook advocaat al-Bunni heeft geleden.

    Beide voormalige gevangenen, al-Bunni en Hoessein Ghrer, kennen elkaar al uit de tijd dat ze samen in Syrië waren; in Duitsland hebben ze elkaar teruggevonden. Ze worden nu gesteund door het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR). Deze organisatie, gevestigd in Berlijn-Kreuzberg, wil vermoedelijke daders van mensenrechtenschendingen wereldwijd ter verantwoording roepen, met hulp van het Duitse recht. Daartoe staan hun getuigen als Hoessein Ghrer bij, wat tot gevolg heeft dat hij in dit interview niet mag ingaan op details waarover de vrouwelijke rechter in Koblenz hem waarschijnlijk zal ondervragen. Afwijkingen tussen de verklaring van een getuige voor de rechter en voordien gepubliceerde uitlatingen zouden door de advocaten van de verdediging kunnen worden uitgebuit.

    Maar hoe wreed de foltering in het rijk van Anwar R. was, valt na te lezen in de beschrijvingen van de Duitse onderzoekers. ‘Bij de verhoren werd een groot aantal foltermethoden ingezet’, heet het daar, ‘naast slagen met vuisten, stokken, buizen, kabels, zwepen en slangen was ook het toedienen van elektrische schokken aan de orde van de dag.’ De cellen in de kelder van het gebouw waren overvol. In plaats van de 100 personen waar ruimte voor was, propten Anwar R. en zijn mensen er vaak 400 tot 600 in de onderaardse ruimtes. Zelfs tijdens het slapen moesten de gevangenen staan; in het gunstigste geval mochten ze eenmaal per dag naar het toilet. Sommigen werden aan hun polsen opgehangen, velen werden verkracht, vrijwel iedereen werd de slaap onthouden, evenals medische verzorging. Ook na foltering op de ‘Duitse stoel’, waarop de slachtoffers werden vastgebonden. De flexibele leuning van het apparaat werd dan naar achter gedrukt tot op de grond, de rug van de gevangene werd overstrekt totdat vaak de wervelkolom brak. Ook regelmatig werd door de folteraars gekozen voor het ‘rad’, waarbij de gevangene dubbelgevouwen in een autoband gedwongen werd en dan met stokken afgetuigd. Anwar R. zelf maakte zijn handen er niet aan vuil, voor zover de onderzoekers konden nagaan. Hij gaf enkel de bevelen.

    Namen, namen en nog eens namen

    Hoessein Ghrer had geluk – en de juiste kennis om de martelingen te overleven. Andere activisten hadden hem verteld wat hem te wachten stond. Terwijl hij nog vrij was, speelde hij te verwachten scenario’s door, en wist welke informatie hij zou prijsgeven. Meestal wilden de folteraars inderdaad ‘namen, namen en nog eens namen’, zegt Ghrer. Namen van andere activisten en tegenstanders van Assad. Voor het verhoorteam van Anwar R. verzon en bekende Ghrer veel, maar zichzelf ontzegde hij de vlucht in fantasiewerelden. Dat was de snelste manier om gek te worden, volgens hem. ‘Ik heb er een paar gezien die daardoor volledig doordraaiden.’ Na een paar weken werd Ghrer vrijgelaten.

    Maar kort daarop, in februari 2012, werd hij nog eens gearresteerd. Hij was juist begonnen in het ‘centrum voor media en meningsvrijheid’ te werken toen het regime in één klap een einde maakte aan het werk van die groep. Het leger zette de straat af en bestormde het kantoor alsof zich hier ondergrondse strijders verschanst hadden. ‘In Syrië zijn de mensen gewend om weg te kijken,’ zegt Ghrer, ‘maar bij deze actie was dat haast onmogelijk.’

    De soldaten vonden geen wapens, maar alleen papieren en computers. Ze voerden geen strijders af, maar burgers als Ghrer. Deze keer zou hij drieëneenhalf jaar gevangen zitten.

    De eerste activisten die voor hervormingen demonstreerden werden door het regime meteen al als terroristen aangeduid. Onder hetzelfde voorwendsel vielen eenheden van Assad later protestoptochten aan waarbij honderdduizenden de straat opgingen. Daarop bewapenden delen van de oppositie zich en al gauw vochten Assads troepen tegen gedeserteerde soldaten en jihadistische milities. Het land gleed af naar een burgeroorlog die tot op heden voortduurt.

    In de afgelopen negen jaar heeft Assad met Russische hulp de gebieden die onder controle stonden van de opstandelingen in puin gebombardeerd en ook chemische wapens ingezet. De meeste delen van het land heeft de dictator inmiddels heroverd. De prijs daarvoor was hoog: minstens 350.000 Syriërs hebben in deze oorlog het leven verloren, 13 miljoen hun huizen – de helft van de Syrische bevolking is in het land op de vlucht of naar het buitenland gevlucht, zoals Hoessein Ghrer.

    Ghrer werkt nu in Noord-Duitsland als IT-adviseur. Bij het proces zal hij optreden als burgerlijke partij. Hij wil niet meer alleen als slachtoffer gelden. ‘Ik wil weer een mens zijn die handelt,’ zegt hij.

    ‘De koning van alle bewijsmiddelen is het document’

    Getuigenverklaringen zijn belangrijk voor het proces, dat vindt ook Bill Wiley. ‘Maar de koning van alle bewijsmiddelen,’ zegt de Canadees in zijn kantoor, ‘is het document.’

    De rook van Cubaanse cigarillos hangt in de lucht, rondom staan whiskyflessen en ook de afbeelding van een prinses, die zijn dochter in schelle kleuren heeft geschilderd. Wiley is een spion. Zijn functieomschrijving is anders dan die van de onderzoeksrechter of van onderzoekers in dienst van de Verenigde Naties – al was het maar omdat Wiley zijn eigen regels heeft bepaald. De door hem opgerichte Commission for International Justice and Accountability (CIJA), een stichting op basis van het Nederlands recht, stelt bewijzen veilig in oorlogsgebieden. Je zou ook kunnen zeggen: Wiley laat ze stelen.

    Hoe hij de oprichter werd van een organisatie die sommigen ‘waarheidssmokkelaar’ noemen, vertelt de roodblonde man in een huis zonder bel. De locatie is geheim, ergens in West-Europa, zoveel mogen we wel opschrijven. Wiley wil zijn intussen 150 medewerkers beschermen en ongevraagd bezoek ver weg houden van het materiaal dat hier wordt opgeslagen. In een raamloze ruimte staan lange rijen planken gevuld met eenvoudige bruine kartonnen dozen. In die dozen: akten van de Syrische veiligheidsdiensten, nu eens glad, dan weer verkreukeld, soms met drek besmeurd. Met stempels, handtekeningen, en handgeschreven notities. ‘Meer dan 800.000 bladzijden,’ zegt Wiley, ‘ongeveer 3,6 ton.’

    Wiley was ooit soldaat. Het lichaam van de nu 56-jarige maakt nog steeds een gevechtsklare indruk. Hij was actief voor de VN als onderzoeker en juridisch adviseur bij de behandeling van de conflicten in Joegoslavië en Rwanda. Daarna werkte hij bij het Internationale Gerechtshof, tot hij uiteindelijk gefrustreerd de handdoek in de ring wierp. Te zelden lukte het om vermoedelijke oorlogsmisdadigers schuldig te bevinden. Toen in 2011 het conflict in Syrië begon, wist Wiley het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken te overreden om hem een paar honderdduizend pond ter beschikking te stellen voor iets nieuws. Voor een ‘opzet met een hogere risicotolerantie’, zoals hij het noemt.

    Met een paar voormalige collega’s uit zijn VN-tijd organiseerde hij algauw seminars in het zuiden van Turkije die voor de Syrische oppositie dienden als een plek om zich terug te trekken. Ze prentten activisten de grondbeginselen in van het veiligstellen van bewijs, leerden hen om te verzamelen wat ze ook maar te pakken konden krijgen: plaquettes, telefoons, akten, video’s, laptops.

    Maar Wiley had niet alleen jonge idealisten nodig, maar ook de medewerking van de bewapende rebellen. ‘Verover de gebouwen van het regime, plunder wat je maar wilt. Maak wat mij betreft een mooie video hoe jullie vervolgens alles vernielen,’ bezwoer hij de commandanten wanneer die iets in Turkije te doen hadden en hij ze – afhankelijk van hun ideologische achtergrond – ontmoette bij de avondmaaltijd of bij een paar biertjes.

    ‘Maar laat ons verdomme nog an toe de documenten veiligstellen voordat jullie alles in de fik steken!’ En zo begonnen de Syrische medewerkers steeds meer documenten in schuilplaatsen op te slaan.

    De documenten het land uit te krijgen – dat is dan de klus die die ‘hogere risicotolerantie’ vergt waar Wiley het over had. Voordat koeriers de landsgrens bereiken moeten ze door ontelbare checkpoints heen die deels door rebellen, deels door het regime, en tijdelijk ook door de terreurmilitie IS bemand worden. En hoewel koeriers de routes tientallen keren aflegden in testritten, zonder de onopvallende koffers en reistassen waarin ze de papieren vervoeren, werden er toch een paar gearresteerd. Als ze weer vrijkwamen waren ‘sommigen in een betere conditie, anderen in een slechtere’, vertelt Wiley. Maar sommigen verdwenen voorgoed. Een medewerker stierf als gevangene van IS, een ander in gevangenschap onder het regime.

    Beelden van het proces in Koblenz.

    De papieren die Wiley bereikt hebben, belasten niet alleen de handlangers van het regime in de provincie, maar ook de leiding in Damascus, inclusief Baschar al-Assad, wiens handtekening staat op meerdere akten in Wiley’s archief. Assads crisisteam gaf bijvoorbeeld instructies hoe protestdemonstraties gebroken moesten worden. Medewerkers van politiebureau’s meldden vertwijfeld dat ze niet meer wisten wat ze aan moesten met alle lijken van gefolterden. ‘Dictaturen zijn systemen waarin iedereen erop bedacht is zich te verzekeren van rugdekking,’ zegt Wiley. ‘De ironie is: omdat iedereen alles laat ondertekenen door een hogergeplaatste, produceren ze bergen bewijsstukken.’

    Al ziet de CIJA bewust af van een website, toch raakte het werk van de groep snel bekend in kringen van degenen die zich bezighouden met internationaal recht en de vervolging van oorlogsmisdaden. Leden van mensenrechtenorganisaties winden zich weliswaar soms op over de ‘Rambo-methodes’ als men ze aanspreekt op Wiley’s werkwijze, anderen bekritiseren het feit dat de CIJA in Syrië ook met jihadistische milities heeft samengewerkt. Maar voor de onderzoeksrechters van veel landen zijn de bijdragen van Wiley een geschenk – ook daarom pleitten enkele diplomaten bij hun regeringen voor diens werk. Tegenwoordig dragen bijvoorbeeld de USA, de EU en ook Buitenlandse Zaken bij aan het budget, dat inmiddels enkele miljoenen bedraagt. De CIJA verzamelt inmiddels ook allang bewijzen van misdaden die door andere oorlogspartijen en in andere conflicten werden begaan, bijvoorbeeld in Irak.

    In het geval van Syrië is de kwaliteit van het bewijs ‘zo goed als ze sinds de Neurenbergse processen niet meer geweest is’, aldus Wiley. Nu zijn er alleen nog gerechtshoven nodig die het materiaal accepteren. Een groot internationaal tribunaal is nog niet in zicht, maar soms komen er aanvragen, zoals die uit Duitsland. Of de CIJA iets had over een man met de naam Anwar R., wilde het Bundeskriminalamt weten.

    ‘Grappig dat jullie dat vragen,’ antwoordde Wiley. Hij had een heel dossier: documenten met handtekeningen, verklaringen van insiders en getuigen, en ‘contextual evidence’, dus bewijzen die het systeem van foltergevangenissen beschrijven.

    Wiley haalt een stapel papier uit een lade van zijn bureau. ‘High quality stuff’, zegt hij. 61 bladzijden, waarvan Wiley alleen de laatste bladzijden laat zien: 355 voetnoten die naar bewijsstukken verwijzen. ‘100 % zekere gevallen heb je voor een rechtbank nooit,’ zegt Wiley. ‘Maar wat wij tegen Anwar R. hebben is heel, heel veel.’

    De aanklager

    Koel, beheerst en veeleer gereserveerd zijn de juristen achter de metersdikke betonnen muren van het Openbaar Ministerie in Karlsruhe. Een jachtkoorts, zoals die bij CIJA-chef Wiley in elke tweede zin doorklinkt, staan aanklagers als Christian Ritscher zichzelf niet toe, althans niet openlijk. Vreugde over de domheid van een verdachte zou men hier nauwelijks laten blijken. Hoogstens met een verstolen glimlachje.

    De jurist is een grote man, strak in het pak, 55 jaar oud. Zijn team van acht onderzoekers is de ‘warcrimes unit’, een prestigeproject van het Openbaar Ministerie in Karlsruhe. ‘Oorlogsmisdadigers opsporen die in Duitsland mogelijk een schuilplaats gevonden hebben’, zo beschrijft Ritscher zijn opdracht.

    Een juridisch waterdicht bewijs kunnen leveren van een daad die gepleegd is in een ander land, waarvan de autoriteiten geen ambtelijke bijstand kunnen of willen verlenen, dat is meestal een pijnlijk trage puzzelarbeid. Maar dat ze Anwar R. in hun netten hebben gevangen is tot dusver hun grootste vangst – dat komt doordat de vermoedelijke martelmeester hun het genoegen gedaan heeft een Berlijnse politiepost binnen te wandelen en zijn verhaal te vertellen. Waarom? Omdat Anwar R. aannam dat de Duitse politie hem met veel collegiale sympathie aan zou horen. ‘Hij dacht misschien dat er niets verkeerds in stak,’ zegt Ritscher. Om zijn lippen tekent zich nu die glimlach af.

    Wat een bizarre scène: het is februari 2015, Anwar R. wil de Duitse politie om bescherming vragen. Hij voelt zich achtervolgd, in de gaten gehouden door Russische en Syrische geheime diensten: bij doktersbezoeken in Berlijn zijn hem twee keer verdachte mannen opgevallen. Ter verklaring deelt hij vrijmoedig mee dat hij een belangrijk man is geweest in Syrië’s foltermachinerie. Interessant, zeggen de rechercheurs. Vertelt u maar.
    De werelden die hier op elkaar botsen…

    ‘Uiteenlopende voorstellingen van recht en onrecht,’ zo beschrijft Ritscher het nu. Aan de ene kant de Syriër, die meent dat foltering gewoon een onderdeel van zijn werk is. Dat bevel bevel is. Hij maakt er geen geheim van dat hij er graag mee doorgegaan was. Alleen uit angst voor vergeldingsmaatregelen tegen familieleden die in een door de oppositie beheerst gebied woonden, was hij in ballingschap gegaan.

    Ritscher is de man die de vermoedelijke oorlogsmisdadiger nu moet confronteren met de principes van het internationale recht. Dat wil zeggen: er zijn misdaden die een zo duidelijk geval van onrecht zijn dat geen geblaf van een bevelhebber ze ooit legaal kan maken. Ook niet in een oorlog.

    Deze gedachte, geïntroduceerd door de geallieerden bij de Neurenbergse processen tegen de belangrijkste Duitse oorlogsmisdadigers, gaat op voor misdaden tegen de menselijkheid. Daartegen kunnen Duitse onderzoeksrechters op basis van het zogeheten beginsel van ‘universele jurisdictie’ ook in actie komen wanneer die daden in het buitenland gepleegd werden en slachtoffers noch daders Duits zijn. Op die manier zijn er in de Bondsrepubliek al eerder processen gevoerd tegen mannen die in Rwanda bevel gegeven hadden tot massamoorden, en tegen IS-aanhangers.

    Syrische oorlogsmisdaden bleven tot dusver ongestraft. Voor een strafvervolging door het Internationale Gerechtshof hoeven Assad en zijn folteraars niet bang te zijn: het land heeft de autoriteit van het Hof in Den Haag niet erkend. Volgens zijn statuten kan het Gerechtshof alleen optreden tegen burgers van landen die erbij aangesloten zijn of wanneer de Veiligheidsraad van de VN het daartoe oproept. In die raad beschermt Rusland zijn bondgenoot Syrië met zijn veto – reden waarom ook Carla Del Ponte, de legendarische voormalige hoofdaanklager in Den Haag, haar onderzoeksmandaat in een bijzondere VN-commissie voor Syrië twee jaar geleden teruggaf.

    gettyimages 1210875013 1
    Hogere Regionale Hof van Koblenz, waar het tweede proces tegen twee voormalige inlichtingenofficieren van het Syrische regime wordt gehouden. – © Mesut Zeyrek / Anadolu Agency via Getty

    Nu wordt eindelijk een klein deel van de daden behandeld, decentraal in verschillende landen. In Frankrijk bijvoorbeeld onderzoeken aanklagers ook beulsknechten van het Assad-regime. Maar de Duitse aanklacht is de eerste ter wereld die voor de rechter komt. Ritscher en zijn collega’s beschuldigen Anwar R. ervan verantwoordelijk te zijn voor minstens 4000 folteringen en 58 gevallen van doodslag – in de slechts anderhalf jaar tussen het begin van de Syrische burgeroorlog in het voorjaar van 2011 tot het eind van zijn dienstverband in Afdeling 251 op 7 september 2012.

    Hem hangt een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd.

    En ook al wordt Anwar R. intussen juridisch bijgestaan en zwijgt hij als het graf: wat hij op de Berlijnse politiepost officieel heeft verklaard zal voor Ritschers mensen in Koblenz een waardevol bewijsmiddel zijn. Daarbij komt nog het dossier dat Bill Wiley stuurde; bovendien hebben de Duitse onderzoekers de zogeheten Caesar-foto’s forensisch geanalyseerd: toen een militaire fotograaf van het Syrische leger met dit pseudoniem deserteerde nam hij meer dan 53.000 foto’s mee. Ze tonen de lichamen van minstens 6786 doden die door de geheime diensten in Damascus naar ziekenhuizen gebracht werden; de instantie waar ze vandaan kwamen is meestal met viltstift aangegeven op het voorhoofd, een arm of de borst. En dan zijn er nog de verklaringen van talrijke overlevenden: Ritschers team sprak met in totaal 52 getuigen, van wie er 40 zelf slachtoffer van marteling waren in Afdeling 251.

    Velen hebben zich vrijwillig gemeld bij het Openbaar Ministerie. Dat Anwar R. in februari 2019 werd gearresteerd raakte snel bekend in de Syrische gemeenschap in Duitsland, daar zorgde Anwar al-Bunni wel voor. Getuigen uit heel Europa meldden zich bij Ritschers team; al-Bunni en het ECCHR onderzochten er nog meer. Soms, vertelt Ritscher, wilden de Syriërs niet geloven dat de onderzoekers uit Karlsruhe echte ambtenaren waren. Vertegenwoordigers van een staatsmacht die niet schreeuwen en dreigen, maar luisteren en koffie schenken – zoiets kenden ze niet.

    Ook Syriërs die nu in Zwitserland leven, of in Frankrijk of Zweden, willen in Koblenz getuigen tegen Anwar R. en de eveneens aangeklaagde Eyad A. Dat betekende – al voor de Coronacrisis – dat het proces geen snel verloop zal hebben, maar gepaard zal gaan met aanzienlijke logistieke onkosten. Om de getuigen te beschermen, krijgen ze bijna allemaal een pseudoniem. Hun ware namen staan in geen enkele akte, ook de rechters zullen die niet horen – ze staan alleen genoteerd in papieren die liggen in Ritschers gepantserde kluis.

    De meeloper

    Toen Eyad A. werd opgeroepen om op de ochtend van de 16 augustus 2018 naar het stadhuis van Zweibrücken te komen, hoopte hij dat hij daar zijn officiële status als asielzoeker overhandigd zou krijgen. Vier maanden eerder waren hij, zijn vrouw en zijn kinderen in Duitsland aangekomen, na jaren in vluchtelingenkampen in Turkije en Griekenland te hebben gezeten. Maar de ambtenaren die hem opwachten, zijn niet geïnteresseerd in zijn verblijfsstatus. Ze zijn van de Federale Recherche en stellen vragen over Afdeling 251. Als je Anwar R. zou betitelen als de hoofdinquisiteur van die afdeling, dan was Eyad A. een van haar mensenjagers.

    Het ministerie van Migratie had een afschrift van de hoorzitting van Eyad A. doorgestuurd naar Justitie. Daarin had hij verklaard sinds 1996 gewerkt te hebben bij ‘het directoraat van de Algemene informatiedienst’. Laatstelijk als opperwachtmeester van de onderafdeling 40, die haar slachtoffers afleverde aan de beruchte Al-Khatibafdeling. Eyad A. en zijn collega’s arresteerden tegenstanders van het regime en maakten een eind aan protesten, met knuppels eerder dan met megafoons. Soms werd er ook geschoten.

    Wat de nu 42-jarige Eyad bij de ondervraging in het stadhuis van Zweibrücken vertelt, klinkt eenduidig. Voor de ‘onlusten’, zoals hij de protesten van 2011 noemt, was het gebruikelijk om gevangenen in Afdeling 251 de rug te verbranden met kokend water; ‘Elektrische schokken waren er altijd al.’ Vanaf het voorjaar van 2011 werd het nog erger: de bewakers konden doen ‘wat ze wilden’. Dat er lijken afgevoerd werden, zou ‘niets bijzonders’ geweest zijn.

    Als Eyad A. op 19 februari 2019 wordt gearresteerd, wordt hij aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan marteling in minstens 2000 gevallen en tweemaal voor medeplichtigheid aan moord.

    Minder eenduidig is het verhaal dat Ziad al-Hoessein en Akram al-Assaf vertellen. Dat laat zich niet vatten in strafbare feiten en wetsartikelen; zwart en wit lopen door elkaar in hun versies. Beide verwanten van Eyad A. vertellen over de ambivalenties en tegenstrijdigheden die een dictatuur van haar onderdanen vergt. Over de moeilijke beslissingen waartoe ze mensen dwingt die zich niet schuldig willen maken, maar die wel willen overleven.

    Al-Assaf en al-Hoessein zijn neven van Eyad A. Grote delen van de familie hebben zich gevestigd in Rheinland-Pfalz. Dat beiden nu voor de aangeklaagde spreken ligt aan de goede kennis van het Duits van al-Hoessein. Die kwam twintig jaar geleden naar Duitsland en helpt zijn verwant. Hij was bijvoorbeeld samen met Eyad bij de ondervraging in het stadhuis. Al-Assaf daarentegen is wat ze in de rechtbank een getuige à décharge zouden noemen: hij was een aanvoerder van de eerste demonstraties in de Oost-Syrische stad Deir Ezzor, in de streek waaruit de clan afkomstig is. Dat kan hij bewijzen met video’s. Ook was hij lid van de delegatie van de Syrische oppositie die in de Bondsdag sprak, en bij de VN in Genève.

    Ze herinneren zich de geschiedenis op hun manier. Eyad was een goede man, zegt al-Assaf in zijn woning in een uitgewoond huurhuis aan de rand van de binnenstad van Zweibrücken. Jarenlang zou hij niet op medeburgers gejaagd hebben, maar op aankomende leden van de Staatsveiligheidsdienst, op atletiekbanen en voetbalvelden. Sportleraar voor rekruten, dat was een goede baan voor iemand die op school niet bijzonder goed was geweest. Pas later werd Eyad overgeplaatst naar de positie die nu de Duitse justitie interesseert.

    ‘Hoe Assad de oorlog in Syrië won’, een mini-documentaire van Vice.

    In het veilige Duitsland kun je goed en kwaad meestal glashelder onderscheiden, zegt al-Assaf. In een land als Syrië is het leven gecompliceerder. In vredestijd al, en in de oorlog helemaal.

    Elke Syriër begrijpt meteen wat de rechercheurs in Karlsruhe in de ogen van al-Assaf en al-Hoessein niet wilden begrijpen. Zo zou meer dan eens aan Eyad gevraagd zijn waarom hij niets gedaan had toen zijn meerdere eens bij een demonstratie op de menigte schoot en vijf mensen doodde. Nou, die man heette Hafis Makhlouf – een neef van Baschar al-Assad die in de hoogste kringen van de macht verkeerde. ‘Eyads leven zou niet meer waard geweest zijn dan een patroonhuls als hij ook maar één kik gegeven had,’ zegt al-Hoessein.

    Begin 2012 deed Eyad A. het voorkomen alsof hij met zijn gezin naar een begrafenis in zijn geboortestad Deir Ezzor moest. Van daar vluchtten ze en wisten ze ten slotte Zweibrücken te bereiken. Daar bleef Eyad A. – zelfs toen hij na de arrestatie voorlopig vrijgelaten moest worden wegens een vormfout: bij het verhoor had men hem niet afdoende duidelijk gemaakt dat hij niet meer alleen als getuige gold. Om dezelfde reden moesten de aanklagers hun aanklachten reduceren; nu leggen ze Eyad medeplichtigheid aan marteling in 30 in plaats van 2000 gevallen ten laste. Zelfs dat zou voldoende zijn voor vijf tot vijftien jaar gevangenis. Dat hij na de vrijlating niet vluchtte, is volgens de neven omdat Eyad A. een zuiver geweten heeft. Uit kringen van rechercheurs, en ook van Anwar al-Bunni is te horen dat Eyad zijn gevangenschap wil uitzitten omdat zijn moeilijk lopende dochter in Duitsland voor het eerst de noodzakelijke behandeling krijgt.

    Vermoedelijk was vooral de timing van Eyad A. slecht gekozen. Hij reisde naar Duitsland precies op het moment waarop Afdeling 251 vanwege Anwar R. de interesse van het Duitse Openbaar Ministerie had gewekt. Op elk ander tijdstip zou het dossier van de man die zelfs de onderzoekers in Karlsruhe als een ‘kleine vis’ betitelen in een of andere dossierkast onder het stof geraakt zijn. Eyad A.’s neven hebben daarom hun twijfels over het beginsel van ‘universele jurisdictie’. ‘Jullie bestraffen degenen die de moed hadden zich los te maken van Assad,’ zeggen Akram al-Assaf en Ziad al-Hoessein. ‘Zo helpen jullie het regime!’

    Het regime

    Het zijn er nog maar enkelen die dankzij het beginsel van ‘universele jurisdictie’ voor de rechter komen. Maar de documentensmokkelaar Bill Wiley is optimistisch: ooit zullen de kopstukken zich moeten verantwoorden. Op enig moment zal een van de bevelhebbers onvoorzichtig worden, en bijvoorbeeld met een vals paspoort naar Europa reizen voor medische zorg. De chef van de geheime dienst van de luchtmacht bijvoorbeeld, een als bijzonder wreed bekend staande organisatie, wordt door het team van Christian Ritscher al gezocht middels een internationaal arrestatiebevel. En nog hoger? ‘Ik zou mijn huis er niet om durven verwedden,’ zegt Bill Wiley, ‘maar ik kan me voorstellen dat over een paar jaar zelfs Assad zelf voor de rechter staat. Geduld!’

  • Marteling in Belarus | Kritiek Thais vaccinatiebeleid strafbaar

    Marteling in Belarus | Kritiek Thais vaccinatiebeleid strafbaar

    Belarussische demonstranten werden systematisch gemarteld

    ‘De brute onderdrukking van vreedzame protesten en elke vorm van afwijkende mening in Belarus duurt al maanden en is geëscaleerd naar een nieuw niveau’, zegt Jovanka Worner van Amnesty International Duitsland tegen Deutsche Welle. ‘Het gerechtelijk apparaat in Belarus heeft over de hele linie gefaald bij de vervolging van de verantwoordelijken. Daarom moet de internationale gemeenschap nu zorgen voor gerechtigheid.’

    In een nieuw rapport toont de mensenrechtenorganisatie hoe honderden vreedzame demonstranten in de voormalige Sovjetrepubliek op brute wijze werden opgepakt en gemarteld. Volgens het rapport werden de slachtoffers ‘gedwongen zich uit te kleden, krijgen ze slaag en moeten ze lange tijd in stressvolle houdingen blijven staan’. Bovendien kregen zij vaak dagenlang geen voedsel, geen drinkwater en geen medische zorg.

    ‘Amnesty International beschikt over foto’s, video-opnamen en getuigenissen van gearresteerden, slachtoffers en ooggetuigen’

    ‘Groepen mensen werden op hun knieën en met hun handen tegen de muur door de politie met stokken geslagen. Anderen werden gedwongen het volkslied te zingen terwijl ze werden geslagen. De omstandigheden in een horrorgevangenis in Minsk worden bevestigd door filmfragmenten die buiten zijn opgenomen – het geschreeuw van mensen is duidelijk te horen op straat’, schrijft Svenska Dagbladet.

    De ongekende massale protesten tegen president Aleksander Loekasjenka waren het gevolg van de presidentsverkiezingen van begin augustus, legt Die Zeit uit. De afgelopen maanden zijn meer dan 30.000 mensen gearresteerd en honderden gewond geraakt. Verschillende mensen zijn gedood door de ordetroepen, schrijft het Duitse dagblad. ‘Amnesty International beschikt over foto’s, video-opnamen en getuigenissen van gearresteerden, slachtoffers en ooggetuigen die als bewijs dienen van ernstige mensenrechtenschendingen.’

    >> Lees hier ook ‘Alexanderroman in het koninkrijk de augurken’, een portret van de president in reportagevorm.


    In Thailand is kritiek op het vaccinatiebeleid majesteitsschennis

    De vaccinatiecampagne in Thailand zal naar verwachting op 14 februari officieel van start gaan. Momenteel zit het land in een tweede golf, maandag werden er twee nieuwe sterfgevallen als gevolg van covid-19 geregistreerd. Van het vaccin van AstraZeneca, dat vorige week door middel van een spoedprocedure door de overheid werd goedgekeurd, zijn 61 miljoen doses besteld, meldt dagblad Khaosod.

    Maar de laatste dagen is er toenemende kritiek op de vaccinatiestrategie, die lijkt te worden beïnvloed door industriële belangen, aldus critici. Zo is het bedrijf Siam BioScience, dat het vaccin in Thailand gaat produceren, volledig in handen van het Thaise koningshuis, schrijft Khaosod.

    Volthai – een anonieme polemist – spreekt zich in een opinieartikel in Thai Enquirer uit tegen het besluit van de regering om het aanbod van India om onmiddellijk 2 miljoen doses AstraZeneca-vaccin te sturen, af te wijzen. ‘Ze kosten 3 dollar per stuk, minder dan de 5 dollar die hetzelfde vaccin geproduceerd door Siam BioScience kost.’

    Er zijn in dit verband elf klachten wegens majesteitsschennis ingediend

    Thanathorn Juangroongruangkit, een politicus wiens partij Future Forward in februari 2020 werd ontbonden, heeft ook vraagtekens bij dit besluit geplaatst. Het aan BioScience verleende monopolie op de productie van het AstraZeneca-vaccin garandeert BioScience een contract ter waarde van 6 miljard baht [meer dan 160 miljoen euro], aldus Khaosod.

    De kritiek van Juangroongruangkit op het beleid leidde ertoe dat hij door regeringsfunctionarissen werd aangeklaagd voor belediging van de monarchie.

    Er zijn in dit verband elf klachten wegens majesteitsschennis tegen hem ingediend. Enkele dagen eerder werd een voormalig ambtenaar nadat ze in 2015 audiofragmenten op Facebook en Youtube had gedeeld die kritiek uitten op de in 2016 overleden koning Bhumibol en zijn zoon prins Vajiralongkorn, veroordeeld tot 43 jaar gevangenisstraf, schrijft Khaosod.


    In Israël rellen orthodoxe jongeren tegen de coronamaatregelen

    Niet alleen in Nederland gaan gefrustreerde jongeren ’s avonds de straat op om de boel kort en klein te slaan. Ook in Israël moesten de ordediensten op zondag 24 januari optreden tegen jongeren die zich verzetten tegen de coronamaatregelen. Alleen gaat het daar om jongeren uit een hele specifieke gemeenschap: ultraorthodoxe charedim.

    Dit weekend leken sommige Israëlische steden wel een oorlogsgebied: een brandende bus in Bnei Brak; een politieman die in de lucht schiet om de menigte die hem omringt af te schrikken; stungranaten die naar demonstranten worden gegooid in de wijk Méa Shearim in Jeruzalem, schrijft het dagblad Maariv.

    Israël oogst wereldwijde bewondering met een razendsnelle vaccinatiecampagne, maar kent ook nog steeds stijgende besmettingscijfers.

    De rellen liggen volgens Haaretz in het verlengde van een decennialange strijd tussen de Israëlische regering en de ultraorthodoxe gemeenschap, die een hoge mate van autonomie nastreeft. Zo weigert een deel van de ultraorthodoxe joden zich te houden aan de coronamaatregelen, omdat die in veel gevallen botsen met religieuze bijeenkomsten en gebruiken.