Tag: mensheid

  • Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    AI heeft het besturingssysteem van de menselijke beschaving gehackt, wat de loop van de menselijke geschiedenis zal veranderen, aldus historicus en denker Yuval Noah Harari. ‘Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.’

    De angst voor kunstmatige intelligentie (AI) heeft de mensheid sinds het allereerste begin van het computertijdperk achtervolgd. Eerst richtte deze angst zich op machines die fysieke middelen gebruikten om mensen te doden, tot slaaf te maken of te vervangen. Maar de afgelopen paar jaar zijn er nieuwe AI-tools opgedoken die het overleven van de menselijke beschaving vanuit onverwachte hoek bedreigen. AI is inmiddels in staat om taal te manipuleren en te genereren, of het nu is met woorden, geluiden of beelden, en heeft daarmee het besturingssysteem van onze beschaving gehackt.

    Bijna de hele menselijke cultuur bestaat uit taal. Mensenrechten zitten bijvoorbeeld niet in ons DNA. Het zijn culturele artefacten, die we hebben gecreëerd door het vertellen van verhalen en het schrijven van wetten. Goden zijn geen fysieke realiteiten, maar culturele artefacten die we hebben gecreëerd door het verzinnen van mythen en het schrijven van heilige geschriften.

    Ook geld is een cultureel artefact. Bankbiljetten zijn gewoon kleurige stukjes papier, en momenteel bestaat meer dan negentig procent van het geld niet eens meer uit bankbiljetten, maar uit digitale informatie in computers. Geld ontleent zijn waarde aan de verhalen die bankiers, ministers van Financiën en cryptogoeroes ons erover vertellen. Sam Bankman-Fried, Elizabeth Holmes en Bernie Madoff waren niet zo goed in het creëren van werkelijke waarde, maar ze waren allemaal uiterst kundige verhalenvertellers.

    Wat zou er gebeuren als een niet-menselijke intelligentie beter wordt in verhalen vertellen, melodieën componeren, tekeningen maken en wetten en heilige geschriften schrijven dan de gemiddelde menselijke intelligentie? Wanneer mensen het over ChatGPT en andere nieuwe AI-tools hebben, denken ze vaak aan scholieren die AI gebruiken om hun opstellen te schrijven. Wat zal er met het schoolsysteem gebeuren als kinderen dat doen? Maar dit soort vragen gaat voorbij aan het algehele beeld. Vergeet opstellen. Denk aan de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024, en probeer je de impact van AI-tools voor te stellen waarmee op massale schaal politieke content, nepnieuws en heilige geschriften voor nieuwe cultussen kunnen worden gecreëerd.

    Alwetend orakel

    De afgelopen jaren heeft de QAnon-cultus zich uitgeleefd in anonieme onlineberichten, de zogenaamde ‘q-drops’. Volgers verzamelden, vereerden en interpreteerden deze q-drops als een heilige tekst. Hoewel voor zover wij weten alle eerdere q-drops door mensen werden opgesteld, en bots alleen maar hielpen om ze te verspreiden, zouden we in de toekomst de eerste cultussen in de geschiedenis kunnen zien waarvan de heilige teksten door een niet-menselijke intelligentie zijn geschreven. Religies hebben de hele geschiedenis lang beweerd dat hun heilige boeken van een niet-menselijke bron afkomstig waren. Dat zou spoedig de werkelijkheid kunnen worden.

    Op een prozaïscher niveau zouden we weldra langdurige onlinediscussies over abortus, klimaatverandering of de Russische invasie in Oekraïne kunnen voeren met entiteiten die we aanzien voor mensen, maar die in werkelijkheid AI zijn. Addertje onder het gras is dat al onze pogingen om een AI-bot op andere gedachten te brengen volstrekt zinloos zullen zijn, terwijl de AI haar boodschappen zo loepzuiver kan afstemmen dat de kans groot is dat we ons erdoor laten beïnvloeden.

    Dankzij haar taalbeheersing zou AI zelfs intieme relaties met mensen kunnen aangaan en de kracht van de intimiteit kunnen gebruiken om onze meningen en ons wereldbeeld te veranderen. Hoewel er geen enkele aanwijzing is dat AI over een eigen geweten of eigen gevoelens beschikt, hoeft ze alleen maar een emotionele band met mensen te kweken om op intieme voet met ze te geraken. In juni 2022 beweerde Blake Lemoine, een softwareontwikkelaar van Google, publiekelijk dat de AI-chatbot Lamda, waaraan hij werkte, gevoelens had ontwikkeld. Deze controversiële bewering kostte hem zijn baan. Het interessantst aan het voorval was niet Lemoines bewering, die vermoedelijk onwaar was, maar zijn bereidheid om zijn lucratieve baan op het spel te zetten ten behoeve van de AI-chatbot. Als AI mensen zo ver kan krijgen dat ze hun baan op het spel zetten, waar kan ze hen dan nog meer toe verleiden?

    In een politiek gevecht om het hoofd en hart van mensen te winnen, is intimiteit het meest efficiënte wapen, en AI is inmiddels in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken. We weten allemaal dat de strijd om de aandacht van mensen het afgelopen decennium in toenemende mate in de sociale media is gevoerd. Met de nieuwe generatie AI-tools wordt deze strijd van aandacht naar intimiteit verlegd. Wat gebeurt er met de menselijke samenleving en de menselijke psychologie wanneer AI in het strijdperk treedt tegen AI om intieme neprelaties met ons te kweken, die vervolgens kunnen worden gebruikt om ons ervan te overtuigen dat we op bepaalde politici moeten stemmen of bepaalde producten moeten kopen?

    Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken

    Zelfs zonder het kweken van ‘nepintimiteit’ zouden de nieuwe AI-tools al een immense invloed hebben op onze meningen en ons wereldbeeld. Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken. Geen wonder dat Google doodsbang is. Waarom zou ik nog op zoek gaan als ik het gewoon aan het orakel kan vragen? De nieuws- en reclame-industrie zou ook doodsbang moeten zijn. Waarom nog een krant lezen als ik gewoon aan het orakel kan vragen me het laatst nieuws te vertellen? En wat hebben advertenties voor zin als ik gewoon aan het orakel kan vragen wat ik moet kopen?

    En zelfs deze scenario’s weten het totaalbeeld niet echt te schetsen. We hebben het hier over het mogelijke einde van de menselijke geschiedenis. Niet het einde van alle geschiedenis, alleen van het door mensen gedomineerde deel daarvan. Geschiedenis is de interactie tussen biologie en cultuur; tussen enerzijds onze biologische behoefte aan dingen als eten en seks en anderzijds onze culturele scheppingen als religies en wetten. Geschiedenis is het proces waarmee wetten en religies eten en seks vormgeven. 

    Wat zal er met de loop van de geschiedenis gebeuren als AI de cultuur overneemt en verhalen, melodieën, wetten en religies gaat creëren? Eerdere hulpmiddelen als de drukpers en de radio hielpen de culturele ideeën van mensen te verspreiden, maar ze hebben nooit uit zichzelf nieuwe culturele ideeën gecreëerd. Met AI is het wezenlijk anders gesteld. AI kan geheel nieuwe ideeën creëren, een geheel nieuwe cultuur.

    De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken

    Aanvankelijk zal AI vermoedelijk de menselijke prototypes imiteren waarop ze in haar kinderjaren heeft geoefend. Maar met elk jaar dat verstrijkt zal de AI-cultuur onversaagd meer terreinen gaan verkennen waar nog geen mens ooit is geweest. Al duizenden jaren lang leven mensen in de dromen van andere mensen. De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken.

    De angst voor AI achtervolgt de mensheid pas de afgelopen decennia. Maar duizenden jaren lang is de mens achtervolgd door een veel grotere angst. We hebben altijd oog gehad voor de manier waarop verhalen en beelden onze geest kunnen manipuleren en illusies kunnen scheppen. Bijgevolg is de mens al sinds onheuglijke tijden bang in een wereld van illusies verstrikt te raken.

    Illusies

    In de zeventiende eeuw vreesde René Descartes dat een boze geest hem misschien in een wereld van illusies verstrikte en alles schiep wat hij zag en hoorde. In het oude Griekenland schreef Plato zijn beroemde ‘Allegorie van de Grot’, waarin een groep mensen zijn leven lang geketend in een grot zit, met uitzicht op een blinde muur. Een scherm. Op dat scherm zien ze diverse schaduwen geprojecteerd. De gevangenen zien de illusies die ze daar waarnemen voor de werkelijkheid aan.

    In het oude India verkondigden boeddhistische en hindoeïstische sages dat alle mensen verstrikt waren in de Maya, de wereld van illusies. Wat we normaliter voor de werkelijkheid aanzien zijn vaak slechts verzinsels van onze eigen geest. Vanwege hun geloof in deze of gene illusie kunnen mensen hele oorlogen voeren, anderen doden en bereid zijn ook zelf gedood te worden.

    De AI-revolutie confronteert ons met de boze geest van Descartes, met de grot van Plato, met de Maya. Als we niet oppassen, kunnen we verstrikt raken achter een gordijn van illusies, dat we niet kunnen wegrukken en waarvan we de aanwezigheid misschien niet eens vermoeden.

    De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte

    Natuurlijk kan de nieuwe macht van AI ook voor goede doelen worden aangewend. Daar zal ik verder niet over uitweiden, want dat doen de ontwikkelaars ervan zelf al genoeg. Het is de taak van historici en filosofen zoals ik om op de gevaren te wijzen. Maar AI kan ons zeker ook op talloze manieren helpen, van het ontdekken van nieuwe middelen tegen kanker tot het vinden van oplossingen voor de ecologische crisis. De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte. Daarvoor moeten we eerst begrijpen waar deze tools werkelijk toe in staat zijn.

    Sinds 1945 weten we dat kerntechnologie goedkope energie kan genereren ten bate van mensen, maar ook de menselijke beschaving fysiek te gronde kan richten. We hebben de hele internationale orde opnieuw vorm gegeven om de mensheid te beschermen en ervoor te zorgen dat kerntechnologie voornamelijk ten goede zou worden aangewend. Nu krijgen we te maken met een nieuw massavernietigingswapen dat de ondergang kan betekenen voor onze geestelijke en maatschappelijke wereld.

    We kunnen de nieuwe AI-tools nog steeds aan een systeem van regels onderwerpen, maar dan moeten we wel snel zijn. Waar kernwapens niet in staat zijn krachtiger kernwapens uit te vinden, is AI in staat tot het ontwikkelen van AI die exponentieel krachtiger is. De eerste cruciale stap is het eisen van rigoureuze veiligheidscontroles voordat krachtige AI-tools tot het publieke domein worden toegelaten. Zoals een farmaceutisch bedrijf geen nieuwe medicijnen mag vrijgeven voordat de bijwerkingen op zowel de korte als de lange termijn zijn getest, zouden techbedrijven geen nieuwe AI-tools moeten mogen vrijgeven voordat die gegarandeerd veilig zijn. Er zou een soort keuringsdienst van waren voor nieuwe technologie moeten komen, en wel gisteren.

    Zal het vertragen van de inzet van AI voor openbare doeleinden er niet toe leiden dat democratieën achter gaan lopen op gewetenloze autoritaire regimes? Integendeel. Het ongereguleerd inzetten van AI zou sociale chaos veroorzaken, wat voordelig zou zijn voor autocraten en funest voor democratieën. Democratie is een vorm van gesprek, en voor gesprekken is taal nodig. Wanneer AI de taal hackt, kan het ook ons vermogen vernietigen om zinvolle gesprekken te voeren, en daarmee de democratie.

    De eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is

    We hebben net kennisgemaakt met een buitenaardse intelligentie, hier op aarde. Veel weten we er nog niet van, behalve dat ze onze beschaving te gronde kan richten. We moeten een halt toeroepen aan het onverantwoordelijk inzetten van AI-tools in de openbare ruimte, en AI reguleren voordat ze ons reguleert. En de eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is. Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.

    Deze tekst is gegenereerd door een mens.

    Toch?

    Lees ook:

  • Yuval Noah Harari: ‘We kunnen van de Oekraïeners leren dat verandering mogelijk is’

    Yuval Noah Harari: ‘We kunnen van de Oekraïeners leren dat verandering mogelijk is’

    Volgens historicus en schrijver Yuval Noah Harari wordt in Oekraïne bepaald welke richting de geschiedenis van de mensheid uit zal gaan. De grootste politieke prestatie van de mensheid was het terugdringen van oorlog. Die ontwikkeling staat nu op het spel.

    Aan de crisis in Oekraïne ligt een fundamentele vraag ten grondslag over de aard van de geschiedenis en de aard van de mensheid: is verandering mogelijk? Kunnen mensen hun gedrag veranderen, of blijft de geschiedenis zich eindeloos herhalen en zijn mensen ten eeuwigen dage gedoemd tragedies uit het verleden telkens opnieuw op te voeren zonder dat er iets verandert behalve het decor?

    Eén stroming ontkent ten stelligste dat verandering mogelijk is. Ze betoogt dat de wereld een jungle is, dat de sterke aast op de zwakke en dat militaire kracht de enige manier is om te voorkomen dat het ene land het andere opslokt. Zo is het altijd geweest, en zo zal het altijd blijven. Mensen die niet in de wet van de jungle geloven houden zichzelf niet alleen voor de gek, ze zetten ook hun bestaan op het spel. Ze zullen niet lang overleven.

    Een andere stroming betoogt dat de zogenaamde wet van de jungle helemaal geen natuurwet is. Ze is door mensenhanden gemaakt, en mensen kunnen haar veranderen. Archeologische annalen wijzen uit dat, in tegenstelling tot wat vaak wordt geloofd, het eerste duidelijke bewijs voor georganiseerde oorlogvoering pas van dertienduizend jaar geleden stamt. Ook daarna zijn er veel periodes geweest waarin ieder archeologisch bewijs voor een oorlog ontbreekt. Anders dan de zwaartekracht is oorlog geen fundamentele natuurkracht. De intensiteit en het bestaan ervan zijn afhankelijk van onderliggende technologische, economische en culturele factoren. Als deze factoren veranderen, verandert de oorlog mee.

    Het bewijs van zo’n verandering zien we overal om ons heen. De afgelopen generaties hebben kernwapens de oorlog tussen supermachten in een krankzinnige vorm van collectieve zelfmoord doen ontaarden die de machtigste landen op aarde ertoe dwingt conflicten op een minder gewelddadige manier op te lossen. Hoewel oorlogen tussen grote mogendheden, zoals de Tweede Punische Oorlog of de Tweede Wereldoorlog, een vooraanstaande plaats innemen in de geschiedenisboeken, is er de afgelopen zeven decennia geen rechtstreekse oorlog tussen supermachten geweest.

    Kenniseconomie

    In diezelfde periode is de wereldeconomie veranderd van een materiële economie in een kenniseconomie. Waar materiële bezittingen als goudmijnen, graanvelden en oliebronnen ooit de belangrijkste bronnen van rijkdom waren, is tegenwoordig kennis de belangrijkste bron. En waar je olievelden met geweld kunt veroveren, zal dat met kennis niet lukken. Gevolg is dat de gewapende strijd aan winstgevendheid heeft ingeboet.

    Ten slotte heeft er wereldwijd een culturele aardverschuiving plaatsgevonden. Veel elites in de geschiedenis, zoals Hunnenhoofdmannen, Vikingjarls en Romeinse patriciërs, hadden een positieve kijk op oorlog. Heersers van Sargon de Grote tot Benito Mussolini probeerden zichzelf onsterfelijk te maken door middel van veroveringen (en kunstenaars als Homerus en Shakespeare gingen daar maar al te graag in mee). Andere elites, zoals de christelijke kerk, zagen oorlog als een noodzakelijk kwaad.

    Maar de afgelopen generaties werd de wereld voor het eerst in de geschiedenis gedomineerd door elites die oorlog niet als een noodzakelijk kwaad beschouwden. Zelfs types als George W. Bush en Donald Trump, laat staan de Merkels en Arderns van deze wereld, zijn heel andere politici dan Attila de Hun of Alarik de Goot. Zij dromen als ze aan de macht komen gewoonlijk eerder over binnenlandse hervormingen dan over oorlog in het buitenland. In kringen van kunstenaars en denkers staan de meest toonaangevende vertegenwoordigers – van Pablo Picasso tot Stanley Kubrick – eerder bekend om het uitbeelden van de zinloze gruwelen van de oorlog dan om het verheerlijken van de architecten daarvan.

    Gevolg van al deze veranderingen is dat de meeste regeringen aanvalsoorlogen niet langer als een acceptabele manier beschouwen om hun belangen te behartigen en dat de meeste landen niet langer fantaseren over het veroveren en annexeren van hun buren. Het is gewoon niet waar dat alleen militaire macht kan voorkomen dat Brazilië Uruguay verovert of dat Spanje Marokko binnenvalt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Parameters van de vrede

    Dat oorlog op zijn retour is blijkt uit talloze statistieken. Sinds 1945 gebeurt het relatief zelden dat internationale grenzen opnieuw worden getrokken door een buitenlandse invasie, en geen enkel internationaal erkend land is volledig van de kaart geveegd door een buitenlandse verovering. Aan andere soorten conflicten, zoals burgeroorlogen en opstanden, is geen gebrek geweest. Maar zelfs wanneer je alle soorten conflicten in beschouwing neemt, zijn er in de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw minder slachtoffers gevallen door menselijk geweld dan door zelfmoord, auto-ongelukken en obesitas-gerelateerde aandoeningen. Buskruit is minder dodelijk geworden dan suiker.

    Geleerden kibbelen over de exacte cijfers, maar het is belangrijk om verder te kijken dan rekenmodellen. De afname van oorlog is zowel een psychologisch als een statistisch verschijnsel. Het belangrijkste kenmerk ervan is een grote verandering in de betekenis van het woord ‘vrede’. Gedurende het grootste deel van de geschiedenis betekende vrede alleen maar ‘de tijdelijke afwezigheid van oorlog’. Toen mensen in 1913 zeiden dat er vrede was tussen Frankrijk en Duitsland, bedoelden ze dat er op dat moment geen rechtstreekse confrontatie was tussen het Franse en het Duitse leger, maar iedereen wist dat een oorlog elk moment zou kunnen uitbreken.

    De afgelopen decennia is de betekenis van het woord ‘vrede’ veranderd in ‘de onwaarschijnlijkheid van oorlog’. Voor veel landen is het bijna ondenkbaar geworden dat ze zouden worden binnengevallen en veroverd door buurlanden. Ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet heel goed dat er uitzonderingen zijn op deze regel. Maar het erkennen van de regel is minstens even belangrijk als het kunnen benoemen van de uitzonderingen.

    De ‘nieuwe vrede’ is geen statistische meevaller of hippieverzinsel. Ze komt het duidelijkst tot uiting in kille begrotingscijfers. De afgelopen decennia voelden veel regeringen op de wereld zich veilig genoeg om maar zo’n 6,5 procent van hun begroting aan defensie te besteden, terwijl er veel meer naar onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijk werk ging.

    Wij zijn geneigd dat als vanzelfsprekend te beschouwen, maar het is een verbazingwekkende noviteit in de geschiedenis van de mensheid. Duizenden jaren lang was het leger veruit de grootste post op de begroting van iedere vorst, khan, sultan en keizer. Aan onderwijs of medische zorg voor de massa werd nauwelijks een cent uitgegeven.

    Dat er minder oorlog werd gevoerd kwam doordat mensen betere keuzes maakten

    Dat er minder oorlog werd gevoerd kwam niet door een goddelijk wonder of een verandering in de natuurwetten. Het kwam doordat mensen betere keuzes maakten. Je kunt het met recht een van de grootste politieke en morele prestaties van de moderne beschaving noemen. Maar dat het een gevolg is van een menselijke keuze betekent helaas ook dat het omkeerbaar is.

    Technologie, economie en cultuur blijven veranderen. De opkomst van cyberwapens, AI-gestuurde economieën en nieuwe militaristische culturen zou een nieuw oorlogstijdperk kunnen inluiden, erger dan alles wat we tot dusver hebben meegemaakt. Om in vrede te leven moet bijna iedereen de juiste keuzes maken. Een slechte keuze door maar één partij kan daarentegen tot oorlog leiden.

    Daarom zou de Russische inval in Oekraïne iedereen op aarde zorgen moeten baren. Als het opnieuw doodnormaal wordt dat machtige landen hun zwakkere buren opslokken, dan zou dat van invloed zijn op het denken en doen van alle mensen op de wereld. Het eerste en duidelijkste gevolg van een terugkeer naar de wet van de jungle zou een sterke toename van de defensiebegrotingen zijn ten koste van alle andere begrotingen. Het geld dat naar leraren, verpleegkundigen en sociaal werkers zou moeten gaan zou in plaats daarvan aan tanks, raketten en cyberwapens worden besteed.

    Ook zou een terugkeer naar de jungle de wereldwijde samenwerking ondermijnen bij het tegengaan van bijvoorbeeld catastrofale klimaatverandering of het reguleren van ontwrichtende technologieën zoals kunstmatige intelligentie en genetische manipulatie. Het is niet eenvoudig om met landen samen te werken die van plan zijn je te elimineren. En naarmate klimaatverandering en de AI-wapenwedloop versnellen, zal de dreiging van een gewapend conflict alleen maar toenemen en zou een vicieuze cirkel die fataal kan zijn voor onze soort zich kunnen sluiten.

    De richting van de geschiedenis

    Wie gelooft dat historische verandering onmogelijk is, en dat de mensheid de jungle nooit heeft verlaten en dat ook nooit zal doen, rest alleen nog maar de rol van roofdier of prooi. Als ze voor die keus zouden komen te staan, zouden de meeste leiders liever de geschiedenis ingaan als alfaroofdieren en hun naam willen toevoegen aan de lugubere lijst van veroveraars die die arme leerlingen uit hun hoofd moeten leren voor hun geschiedenisexamens.

    Maar zou een verandering misschien mogelijk zijn? Zou de wet van de jungle een keus kunnen zijn in plaats van iets onontkoombaars? Zo ja, dan zou elke leider die ervoor koos een buurland te veroveren een speciale plek in de geschiedenis van de mensheid krijgen waarbij die van Timoer Lenk verbleekt. Hij zou de geschiedenis ingaan als iemand die onze grootste prestatie teniet heeft gedaan. Net toen we dachten dat we uit de jungle waren, sleurde hij ons er weer in.

    Ik weet niet wat er in Oekraïne zal gebeuren. Maar als historicus geloof ik dat verandering mogelijk is. Dat beschouw ik niet als naïviteit, maar als realisme. De enige constante in de menselijke geschiedenis is verandering. En dat kunnen we misschien leren van de Oekraïners. Vele generaties lang kende Oekraïne weinig anders dan tirannie en geweld. Ze kregen twee eeuwen tsaristische autocratie te verduren (die uiteindelijk bezweek tijdens de grote ommekeer van de Eerste Wereldoorlog). Een korte poging tot onafhankelijkheid werd in de kiem gesmoord door het Rode Leger dat de Russische heerschappij weer invoerde. Daarna werden de Oekraïners geteisterd door de gruwelijke door mensen veroorzaakte Holomodor (letterlijk vertaald de hongerpest), de stalinistische terreur, de nazibezetting en decennia ondraaglijke communistische dictatuur. Toen de Sovjet-Unie instortte, leek de geschiedenis te garanderen dat de Oekraïners opnieuw de weg van wrede tirannie zouden inslaan – ze waren immers niet anders gewend?

    Maar ze maakten een andere keus. Ondanks de geschiedenis, ondanks de schrijnende armoede en ondanks schijnbaar onoverkomelijke obstakels stichtten de Oekraïners een democratie. Anders dan in Rusland en Belarus werden in Oekraïne functionarissen herhaaldelijk vervangen door oppositiekandidaten. Toen ze in 2004 en 2014 opnieuw door autocratie werden bedreigd, kwamen de Oekraïners tot tweemaal toe in opstand om hun vrijheid te verdedigen. Hun democratie is iets nieuws. Net als de ‘nieuwe vrede’. Beide zijn kwetsbaar, en wellicht is ze geen lang leven beschoren. Toch zijn beide mogelijk, en kunnen ze diepgeworteld raken. Alles wat oud is, is ooit nieuw geweest. Het ligt er alleen maar aan waar mensen voor kiezen.

    Lees ook:

  • ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    ‘We zijn niet tevredener dan in het Stenen Tijdperk’

    De Israëlische auteur Yuval Noah Harari kreeg na het immense succes van zijn boek Sapiens de status van een wijsgeer ‘die van alle markten thuis is’. Voor The Observer beantwoordde hij morele vragen van lezers en enkele bekende persoonlijkheden.

    In zijn ontbijtprogramma op de BBC-radio las presentator Chris Evans de eerste bladzijden voor van Sapiens, het boek van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. Als je bedenkt dat een radiopubliek op dat tijdstip in de ochtend meestal niet bepaald zit te wachten op intellectuele uitdagingen, was dat een ongebruikelijke actie. Maar, zei Evans; ‘Dit is de meest verbijsterende eerste bladzijde van een boek ooit.’

    Dj’s willen nogal eens schromelijk overdrijven, maar daar was deze keer geen sprake van. De ondertitel van het boek verwijst naar het beroemde werk van Stephen Hawking en luidt: A brief History of Human Kind (Een kleine geschiedenis van de mensheid). In helder, aanstekelijk proza geeft Harari op die eerste bladzijde een sterk ingedikte geschiedenis van het heelal, gevolgd door een samenvatting van wat hij eigenlijk wil zeggen in dit boek: hoe de cognitieve revolutie, de agrarische revolutie en de wetenschappelijke revolutie de mens en zijn medeorganismen hebben beïnvloed.

    Dit is zo’n boek waarvan je onontkoombaar het gevoel krijgt dat je slimmer bent geworden als je 
het uit hebt. In de kern wil het boek duidelijk maken hoe het kwam dat homo sapiens de meest succesvolle menselijke soort werd, die zelfs rivalen als de neanderthalers wist te verdringen: dat kwam door ons vermogen om te geloven in verzonnen verhalen en die met elkaar te delen. Religies, naties, geld, 
zegt Harari, zijn allemaal door mensen verzonnen verhalen, en die hebben grootschalige samenwerking en organisatie mogelijk gemaakt.

    Naar zijn beste vermogen

    Harari (41) is opgegroeid in een seculier Joods gezin in Haifa. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem en is gepromoveerd in Oxford. Hij is veganist, mediteert dagelijks twee uur en gaat vaak lang op retraite. Dat helpt hem, zegt hij zelf, 
om zich te concentreren op de dingen die er echt toe doen. Hij woont met zijn echtgenoot op een mosjav, een landbouwcoöperatie even buiten Jeruzalem. 
Zijn homoseksualiteit heeft hem geholpen om 
vraagtekens te plaatsen bij vaststaande meningen, zegt hij. ‘Je moet niets zomaar voor waar aannemen, ook al gelooft iedereen het.’

    Harari is een geboren verteller en heeft altijd wel een veelzeggende anekdote of gedenkwaardige gelijkenis paraat. Daardoor is het verleidelijk om hem niet zozeer te zien als een historicus, maar eerder als een wijsgeer die van alle markten thuis is. The Observer vroeg enkele bekende persoonlijkheden en lezers om vragen aan Harari te stellen, en een selectie daarvan vind je op deze pagina’s. Veel vragen waren moreel 
of ethisch van aard, en gingen eerder over wat er gedaan zou moeten worden dan over wat er gebeurd is. Maar kennelijk is Harari gewend aan die rol en vindt hij het prima om die vragen naar zijn beste vermogen te beantwoorden. Als historicus van het verre verleden en van de nabije toekomst heeft hij een eigen, geheel nieuwe discipline uitgevonden. 
Dat is een unieke prestatie van deze man met zijn indrukwekkend veelzijdige geest.

    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.
    Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.

    Helen Czerski, arts:

    De globalisering gaat razendsnel. Zal er in de toekomst één wereldwijde cultuur zijn of zullen we sommige, opzettelijk kunstmatige tribale groepen handhaven?

    ‘Ik weet niet zeker of het opzettelijk zal zijn, maar 
ik denk wel dat we waarschijnlijk maar één stelsel zullen hebben en in die zin dus maar één beschaving. In zeker opzicht is dat nu al zo. Over de hele wereld 
is het politieke stelsel van de staat ruwweg hetzelfde. Over de hele wereld is het kapitalisme het overheersende economische model en over de hele wereld is de wetenschappelijke methode of wereldvisie de basis van waaruit mensen de natuur, ziekte, biologie, natuurkunde, enzovoort verklaren. Er zijn geen 
fundamentele beschavingsverschillen meer.’

    Lucy Prebble, toneelschrijver:

    Wat is de grootste misvatting van de mens over zichzelf?

    ‘Misschien is dat het idee dat we door meer macht 
te krijgen over de wereld, over het milieu, onszelf gelukkiger kunnen maken en tevredener met ons leven zullen zijn. Gezien over duizenden jaren 
hebben we inmiddels enorme macht over de wereld, en toch zijn mensen zo te zien tegenwoordig niet aantoonbaar tevredener dan in het Stenen Tijdperk.’

    Online gepost door TheWashingtonPlace:

    Kan het gebeuren dat de ecologische achteruitgang de 
technologische vooruitgang zal stoppen?

    ‘Ik denk juist het tegenovergestelde – dat de druk om technologische vooruitgang te boeken groter wordt, niet kleiner naarmate de ecologische crisis toeneemt. Ik denk dat de ecologische crisis in de eenentwintigste eeuw eenzelfde rol zal vervullen als de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, wanneer het gaat 
om het versnellen van de technologische vooruitgang.

    Zolang alles goed gaat, zullen mensen heel terughoudend zijn om bij mensen te experimenteren 
met genetische manipulatie of om kunstmatige intelligentie de macht geven over wapensystemen. Maar als er een ernstige crisis optreedt, bijvoorbeeld veroorzaakt door ecologische achteruitgang, dan 
zullen mensen zich toch laten verleiden om allerlei risicovolle, veelbelovende technologieën uit te proberen, in de hoop het probleem op te lossen. Dan krijg 
je zoiets als het Manhattanproject [ontwikkeling van de atoomboom] in de Tweede Wereldoorlog.’

    Andrew Solomon, schrijver:

    Welke rol speelt moraliteit in een toekomstige wereld van kunstmatige intelligentie, kunstmatig leven en onsterfelijkheid? Zal een verlangen om het goede en juiste te doen nog steeds een groot deel van onze soort motiveren?

    ‘Ik denk dat moraliteit belangrijker is dan ooit. 
Naarmate we meer macht krijgen, wordt de vraag wat we daarmee doen steeds wezenlijker en het is 
nu bijna zover dat we echt goddelijke macht tot scheppen en vernietigen bezitten. De toekomst van het hele ecologische systeem en de toekomst van alles wat leeft ligt nu werkelijk in onze handen. Wat je daarmee doet is een ethische vraag, en ook een wetenschappelijke. Dus om een voorbeeld te geven: wat gebeurt er als verscheidene voetgangers voor een zelfrijdende auto springen en die moet beslissen of hij een stuk of vijf voetgangers zal doodrijden of zal uitwijken, zodat zijn eigenaar omkomt? De technici die zelfrijdende auto’s maken moeten een antwoord vinden op deze vraag. Dus ik zie geen reden om te denken dat AI of biotechniek de moraliteit minder relevant zullen maken dan die vroeger was.’

    Matt Haig, schrijver:

    Wij zijn het enige dier dat is geobsedeerd door vooruitgang. Moeten we proberen de toekomst niet langer te zien als een toekomst van onvermijdelijke technologische vooruitgang, maar een ander soort futurisme scheppen?

    ‘Je kunt de technologische vooruitgang niet zomaar stopzetten. Stel dat een land het onderzoek naar kunstmatige intelligentie stopt, dan zullen andere landen daar toch mee doorgaan. De echte vraag is: wat doen we met die technologie? Je kunt een en dezelfde technologie voor heel verschillende maatschappelijke en politieke doelen gebruiken. Als we naar de twintigste eeuw kijken, zien we dat we met dezelfde technologie van elektriciteit en treinen een communistische dictatuur of een liberale democratie konden creëren. Hetzelfde geldt voor kunstmatige intelligentie en biotechniek. Dus ik denk dat mensen zich niet zouden moeten richten op de vraag hoe je de technologische vooruitgang kunt stopzetten, want dat is onmogelijk. De vraag zou moeten zijn wat voor soort gebruik je moet maken van de nieuwe technologie. En we hebben nog steeds heel wat macht om die keuzes te beïnvloeden.’

    Sarah Shubinsky, lezeres:

    Zullen mensen altijd manieren vinden om elkaar te haten 
of neig je meer naar het idee dat de samenleving veel 
minder gewelddadig is dan vroeger en dat die trend zich zal voortzetten?

    ‘We leven nu in de meest vreedzame tijd uit de geschiedenis. Er is natuurlijk nog steeds geweld – ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet dat maar al te goed. Maar in vergelijking met vroeger tijden is er minder geweld dan ooit. Tegenwoordig sterven meer mensen aan te veel eten dan door menselijk geweld, en dat is werkelijk een fantastisch succes. Hoe het in de toekomst zal zijn kunnen we niet weten, maar er zijn ontwikkelingen die erop wijzen dat deze trend blijvend is. Om te beginnen is er de dreiging van een kernoorlog, die misschien wel de belangrijkste reden vormt voor het afnemen van oorlogen sinds 1945, en die dreiging bestaat nog steeds. En ten tweede is er de verandering in de aard van de economie: die is overgegaan van een op materie gebaseerde economie naar een op kennis gebaseerde economie.

    Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld

    In het verleden waren de belangrijkste goederen van de economie materieel – dingen als graanvelden en goudmijnen en slaven. Dus oorlog had zin, want je kon jezelf verrijken door oorlog te voeren tegen je buren. Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld. De meeste grote conflicten in de wereld van vandaag spelen zich nog steeds af in gebieden als het Midden-Oosten, waar de belangrijkste bron van welvaart materieel is – olie en gas.’

    Esther Rantzen, programmamaker:

    Je hebt gezegd dat onze voorkeur om abstracte concepten zoals godsdienst, nationaliteit, et cetera te creëren, de kwaliteit is die sapiens onderscheidde van andere mensensoorten. Die concepten vormen ook de inspiratie voor oorlogen die 
onze ondergang kunnen betekenen. Is dat dan een kracht of een zwakte?

    ‘Als je het over macht hebt: het is duidelijk dat dit vermogen homo sapiens tot het machtigste dier ter wereld heeft gemaakt en ons nu de controle over de hele planeet heeft gegeven. Ethisch gezien, of dat goed of slecht was, dat is een veel gecompliceerdere vraag. Onze macht hangt af van collectieve hersenspinsels en het probleem is dat we niet goed onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid. Mensen vinden het heel moeilijk om te zien wat echt is en wat alleen een fictief verhaal in hun eigen hoofd, en dat veroorzaakt veel rampen, oorlogen en problemen. De beste test om te onderzoeken of iets werkelijk of fictief is, is de test van het lijden. Een natie kan niet lijden, kan geen pijn of angst voelen, heeft geen bewustzijn. Zelfs als de natie een oorlog verliest, dan zijn het de soldaten en de burgers die lijden, maar de natie zelf zal niet lijden. Zo kan ook een naamloze vennootschap niet lijden, net zo min als de euro: als deze entiteiten hun waarde verliezen, lijden ze niet. Al die dingen zijn fictie.

    Als we dat onderscheid in gedachten houden, kan dat de manier waarop we met elkaar en met de andere 
dieren omgaan, verbeteren. Het is niet zo’n goed idee om het lijden van andere wezens te veroorzaken, alleen maar om verzonnen verhalen te dienen.’

    Andrew Anthony: Maar die verzinsels inspireren ons vaak 
tot grote daden. Zouden we even gemotiveerd raken door de naakte werkelijkheid?

    ‘We hebben inderdaad bepaalde verzonnen verhalen nodig voor grootschalige samenlevingen. Dat is waar. Maar we moeten die verhalen wel zo gebruiken dat zij óns dienen, in plaats van dat ze ons tot slaaf maken. Je kunt het vergelijken met een voetbalwedstrijd. De spelregels zijn fictief, door mensen bedacht, nergens in de natuur zijn die spelregels vastgesteld. Zolang je niet vergeet dat dit gewoon regels zijn die door mensen zijn bedacht om jouw doel te dienen, kun je het spel spelen. Zet je de regels geheel en al overboord, omdat ze verzonnen zijn, dan kun je geen voetbalwedstrijd spelen.

    Mijn aanbeveling is dus zeker niet dat mensen maar moeten ophouden met deze fictieve grootheden. Er kan geen grootschalige economie bestaan zonder geld. Maar je kunt geld op dezelfde manier gebruiken als voetbalspelregels en je blijven realiseren dat dit alleen maar door ons bedacht is. En zo is het ook met de natie. Er is in principe niets mis mee om loyale gevoelens tegenover de groep te koesteren. Maar vergeet je dat dit begrip door mensen is gecreëerd, dan kan het gebeuren dat je miljoenen mensen 
offert voor het belang van de natie, dus voor dat door mensen bedachte verhaal.’

    AA: Je betoogt dat het humanisme een product van het 
kapitalisme is. Is het niet los te zien van elkaar?

    ‘De twee zijn nauw met elkaar verbonden, maar ik geloof wel dat ze los van elkaar kunnen bestaan. Ze kunnen in de eenentwintigste eeuw zeker elk een eigen kant op gaan. Een van de grote gevaren waarmee we te maken hebben is juist dat kapitalisme gescheiden raakt van het humanisme, met name 
het liberale humanisme. Regeringen over de hele wereld hebben de afgelopen decennia hun politiek 
en economie geliberaliseerd, niet omdat ze overtuigd waren van de ethische argumenten van het humanisme, maar omdat ze dachten dat het humanisme goed zou zijn voor de kapitalistische economie.

    Nu bestaat het gevaar dat in de eenentwintigste eeuw het kapitalisme en het humanisme gescheiden worden, zodat er zeer goed werkende en geavanceerde economieën kunnen bestaan waarvoor het niet nodig is om het politieke systeem te liberaliseren of om te investeren in het onderwijs en het welzijn van de massa’s.’

    Philippa Perry, schrijver en psychotherapeut:

    Was de overgang van jager-verzamelaar naar agrariër een fout? En zo ja, hoe kunnen we er dan nu het beste van maken?

    ‘Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Vanuit het perspectief van de middenklassen in de rijke 
samenlevingen van vandaag, was het zeker een heel goed idee. Vanuit het perspectief van iemand in Bangladesh die twaalf uur per dag in een sweatshop werkt, was het een heel slecht idee.

    Het is onmogelijk om de klok terug te draaien en acht miljard mensen weer te laten leven als jagers-verzamelaars. Dus de vraag is eigenlijk hoe we het beste kunnen maken van de situatie waarin we nu zitten, en hoe we kunnen voorkomen dat we de 
fouten van de agrarische revolutie opnieuw maken. Het gevaar bestaat dat in de nieuwe revolutie, die van kunstmatige intelligentie en biotechnologie, wederom alle macht en voordelen gemonopoliseerd worden door een kleine elite, zodat de meeste 
mensen uiteindelijk slechter af zijn dan voorheen.’

    Jacy Reese, Lezer:

    Je hebt gezegd dat het houden van dieren misschien wel de ergste misdaad in de geschiedenis is. Wat zou de maatschappij volgens jou kunnen doen om daar een eind aan te maken?

    ‘Onze beste kans ligt bij de zogenoemde cellulaire agricultuur, of schoon vlees, waarbij vlees wordt gekweekt uit cellen en niet uit dieren. Wil je een biefstuk, dan kweek je er gewoon een uit cellen – 
zo hoef je geen koe groot te brengen en die vervolgens te slachten voor de biefstuk. Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar het is al een realiteit. Drie jaar geleden is de eerste hamburger gemaakt van cellen. Weliswaar kostte die tegen de 300.000 euro, maar zo gaat het altijd met nieuwe technologie. Nu, in 2017, is de prijs, voor zover ik weet, nog geen tien euro per hamburger. En met het juiste onderzoek en genoeg investeringen verwachten de ontwikkelaars dat ze er binnen tien jaar een kunnen maken die goedkoper is dan een hamburger van slachtvlees. Het duurt nog wel even voor je hem bij de supermarkt of bij McDonald’s zult vinden, maar 
ik denk dat het de enige mogelijke oplossing is. Als we vlees kunnen produceren uit cellen, heeft dat ook heel veel ecologische voordelen, want de enorme vervuiling die wordt veroorzaakt door intensieve veeteelt zal dan sterk worden verminderd.’

    Bettany Hughes, historicus:

    Betekent de term ‘de moderne geest’ iets voor jou en zo ja, wanneer is die moderne geest ontstaan en hoe ziet hij eruit?

    ‘We weten heel weinig over de geest. We begrijpen niet goed wat het is, wat de functies ervan zijn en hoe hij is ontstaan. Als miljoenen neuronen in de hersens elektrische ladingen opwekken in een bepaald patroon, hoe creëert dit dan een geestelijke ervaring, de subjectieve ervaring van liefde of woede of plezier? We hebben geen flauw idee. En omdat 
we maar zo weinig over de geest weten, kunnen 
we ook niet zeggen hoe en waarom hij is ontstaan. We nemen aan dat de mensen aan het eind van de steentijd die de grottekeningen in Lascaux en Altamira maakten, fundamenteel dezelfde geest hadden als wij nu. En we nemen ook aan dat neanderthalers een ander soort geest hadden, ook al waren hun 
hersens groter dan de onze. Maar het fijne ervan weten we op dit moment nog bij lange na niet.’

    Online gepost door guneydas:

    Is het anti-intellectualisme in het Westen in opkomst? 
En zo ja, is er een verband tussen de opkomst van het 
anti-intellectualisme en de neergang van het liberalisme?

    ‘Ik ben er niet zo zeker van dat het in opkomst is. 
Het is er natuurlijk, maar het is er altijd geweest en ik vraag me af of de situatie nu erger is dan in de jaren vijftig of dertig van de vorige eeuw, of in de negentiende eeuw of in de Middeleeuwen. Dus ja, het is zeker een zorg. En ik zou zeggen dat het niet zozeer anti-intellectualisme is als wel antiwetenschap. Want zelfs de meest fundamentalistische religieuze fanaten zijn intellectuelen. Zij hechten 
te veel belang aan het menselijk intellect. Een van 
de problemen met religieus fanatisme is dat het 
veel te veel belang hecht aan de scheppingen van 
het menselijk intellect en veel te weinig aan het empirische bewijs vanuit de wereld buiten ons.’

    AA: Denk je dat de radicale islam niets meer is dan een van 
de laatste oprispingen van het premoderne tijdperk?

    ‘In de eenentwintigste eeuw wordt de mensheid geconfronteerd met een aantal heel moeilijke problemen, of dat nu de opwarming van de aarde is, de ongelijkheid in de wereld of de opkomst van technologieën als biotechniek en kunstmatige intelligentie, die alles zullen veranderen. Op die uitdagingen 
hebben we antwoorden nodig en ik heb tot nu toe vanuit de islam niets relevants gehoord op dat gebied. Dus daarom denk ik niet dat de radicale islam de samenleving van de eenentwintigste eeuw zal vormgeven. Hij blijft misschien wel bestaan en kan nog steeds een hoop narigheid en geweld veroorzaken, maar ik zie niet dat hij het pad dat de mensheid volgt gaat scheppen of vormgeven.’

    Paul Barker, lezer:

    Wat raad je het individu aan dat een goed leven wil leiden 
en wil bijdragen aan het welzijn van degenen die nog niet geboren zijn en van degenen die er al zijn?

    ‘Leer jezelf beter kennen, en realiseer je vooral wat je echt wilt in het leven. De technologie heeft namelijk de neiging om mensen hun doelen in het leven te dicteren, en dan dient de technologie niet langer 
om onze doelen te realiseren, maar worden wij de slaaf van wat de technologie wil bereiken. Het is heel moeilijk om te weten wat je echt wilt in het leven. 
Ik zeg niet dat dit gemakkelijk te doen is.’

    AA: Als we de dood tot in het oneindige kunnen voorkomen, 
is het dan nog mogelijk om betekenis te geven, zonder 
‘de donkere achterkant die een spiegel nodig heeft als we iets willen zien’, zoals Saul Bellow het noemde?

    ‘Ja, dat denk ik wel. Je krijgt te maken met andere problemen, als je de ouderdom overwint, maar gebrek aan betekenis zal denk ik geen groot probleem zijn. De nieuwe ideologieën van de afgelopen drie eeuwen trokken zich al niets meer aan van de dood, of tenminste, ze zagen de dood niet als iets wat betekenis gaf. De meeste vroegere culturen, vooral traditionele godsdiensten, hadden de dood nodig om de betekenis van het leven te verklaren. Zoals in het christendom – zonder de dood heeft het leven geen betekenis. De hele betekenis van het leven komt voort uit wat er met je gebeurt als je doodgaat. Is er geen dood, geen hemel, geen hel, dat heeft het christendom geen betekenis. Maar de afgelopen drie eeuwen hebben 
we de opkomst gezien van veel moderne ideologieën zoals het socialisme, het liberalisme, het feminisme, het communisme, die de dood helemaal niet nodig hebben om het leven betekenis te geven.’

    Auteur: Andrew Anthony
    Vertaler: Annemie de Vries

    The Observer
    Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000

    Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.