Tag: Meta

  • Meta schrapt achtduizend banen om hoge investeringen in AI te compenseren

    Meta schrapt achtduizend banen om hoge investeringen in AI te compenseren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De VS willen Rusland uitnodigen voor de G20-top in december in Miami

    » Topuitgeverij Rusland onder druk om ‘lhbt-literatuur’

    Het bedrijf schrapt ook zesduizend openstaande vacatures

    Meta heeft donderdag aan zijn werknemers bekendgemaakt dat het bedrijf 10 procent van zijn personeelsbestand, oftewel ongeveer achtduizend banen, zal inkrimpen ‘om de efficiëntie te verhogen en de hoge uitgaven aan kunstmatige intelligentie (AI) te compenseren’, aldus Bloomberg. Het moederbedrijf van Facebook, WhatsApp en Instagram schrapt ook zesduizend openstaande vacatures.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De beslissing werd bekendgemaakt in een interne memo, waarin werd gespecificeerd dat de ontslagen op 20 mei ingaan. ‘Andere techreuzen voeren personeelsreducties door als reactie op de sterk stijgende uitgaven aan AI’, merkt het zakenmedium op. Microsoft bijvoorbeeld presenteerde donderdag een vrijwillig vertrekplan ‘voor duizenden werknemers in de Verenigde Staten’.

  • Meta lanceert zijn nieuwe AI-model Muse Spark

    Meta lanceert zijn nieuwe AI-model Muse Spark

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VK: dierenorganisatie ontdekt in een huis ruim 250 totaal verwaarloosde honden

    » Iran: ondanks bestand ligt verkeer in de Straat van Hormuz nog helemaal stil

    Het model zal alle applicaties van Meta gaan aandrijven

    Meta onthulde woensdag zijn nieuwste AI-model, ‘het eerste sinds CEO Mark Zuckerberg een miljardeninvestering in de AI-afdeling van het bedrijf heeft gedaan om concurrerend te blijven’, aldus Bloomberg. Dit langverwachte model, genaamd Muse Spark, werd ontwikkeld door Meta Superintelligence Labs, het nieuwe, ‘zeer dure’ team van AI-onderzoekers van de groep.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Muse Spark zal de Meta AI-chatbot en alle applicaties van de groep, waaronder Facebook, WhatsApp en Instagram, aandrijven. ‘Het aandeel van Meta steeg met 6 procent in New York na de aankondiging’, merkt de zakenkrant op.

  • Meta aansprakelijk gesteld voor het in gevaar brengen van minderjarigen

    Meta aansprakelijk gesteld voor het in gevaar brengen van minderjarigen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland schiet binnen één etmaal bijna duizend drones op Oekraïne af

    » NASA gaat 20 miljard dollar investeren in een basis op de maan

    Het bedrijf heeft aangegeven in beroep te gaan

    Een jury in Santa Fe in de Amerikaanse staat New Mexico heeft de techgigant dinsdag veroordeeld tot een schadevergoeding van 375 miljoen dollar, een aanzienlijk bedrag, maar minder dan de circa 2 miljard dollar die de procureur-generaal van New Mexico, Raúl Torrez, had geëist. Torrez had Meta eind 2023 aangeklaagd en het bedrijf ervan beschuldigd kinderen bloot te stellen aan ongepaste inhoud en grensoverschrijdend gedrag. Het bedrijf heeft aangegeven in beroep te gaan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Dit vonnis is een zeldzame juridische overwinning voor eisers die de techindustrie verantwoordelijk willen houden voor wat er op haar platforms gebeurt, ondanks de brede juridische bescherming die het bedrijf sinds de jaren negentig geniet’, aldus The Washington Post. De jury had nog geen dag nodig om tot een besluit te komen, na zes weken beraadslagingen.

    Een soortgelijk proces is gaande in Los Angeles, tegen zowel Meta als Google. De jury in dat proces zal woensdag haar negende dag van beraadslagingen voortzetten. Deze twee processen worden beschouwd als belangrijke testcases voor de toekomst van duizenden andere soortgelijke rechtszaken in de Verenigde Staten.

  • VS: Zuckerberg berecht om schadelijke effecten van sociale media op kinderen

    VS: Zuckerberg berecht om schadelijke effecten van sociale media op kinderen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peru verkiest José María Balcázar tot nieuwe interim-president

    » Californië: acht skiërs omgekomen bij een lawine

    Zijn bedrijf Meta zou verantwoordelijk zijn voor verslavingen

    In een volle rechtszaal, aldus The New York Times, getuigde Mark Zuckerberg woensdag voor een rechter en jury in een rechtbank in Los Angeles. De rechtszaak betreft de platforms van Meta, maar ook Google, TikTok en Snapchat. Een twintigjarige vrouw uit Californië beschuldigt hen ervan verantwoordelijk te zijn voor haar socialemediaverslaving, een verslaving die bij haar angst, depressie en zelfmoordgedachten heeft veroorzaakt.

    Deze ‘historische’ rechtszaak is ‘de eerste in een reeks rechtszaken aangespannen door minderjarigen, schooldistricten en openbare aanklagers’ die stellen dat sociale media, ‘net als sigaretten of gokautomaten in casino’s’, ‘verslavend en schadelijk’ zijn, vat de krant samen. Als Meta en de anderen de zaak verliezen, ‘zouden ze miljarden dollars aan schadevergoeding moeten betalen en gedwongen kunnen worden om veranderingen door te voeren aan platforms die het leven van veel mensen hebben gevormd’, meldt CNN.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Mark Zuckerberg arriveerde rond 8.30 uur ‘s ochtends bij de rechtbank, gekleed in een donker pak met een grijze stropdas en met zijn kenmerkende, licht warrige bruine krullen, aldus de Los Angeles Times. Volgens een onderzoek van het Pew Research Center is ‘het percentage volwassenen dat een positieve mening over hem heeft vergelijkbaar met het percentage dat gelooft dat de aarde plat is of dat er buitenaardse wezens onder ons leven,’ schrijft de krant.

    ‘Zoals verwacht verdedigde de 41-jarige zakenman zijn bedrijf met hand en tand’, schrijft El País. De Spaanse krant bericht over ‘een intense woordenwisseling’ toen de advocaat hem vroeg of een bedrijf misbruik zou moeten maken van mensen die minder fortuinlijk zijn op het gebied van onderwijs of die uit achterstandswijken komen. Zuckerberg antwoordde dat ‘een redelijk bedrijf zou moeten proberen de mensen die van zijn diensten gebruikmaken te helpen’.

  • Hoe een online fout van je kind je leven overhoop kan gooien

    Hoe een online fout van je kind je leven overhoop kan gooien

    Google hanteert een zerotolerancebeleid voor content waarin kinderen worden misbruikt. Maar bij het screeningproces kan weleens iets misgaan, waardoor een onschuldig persoon als misbruiker wordt bestempeld.

    Toen Jennifer Watkins een bericht van YouTube kreeg waarin stond dat haar kanaal werd afgesloten, maakte ze zich in eerste instantie geen zorgen. Zelf gebruikte ze YouTube namelijk niet.

    Haar zevenjarige tweelingzonen daarentegen wel: via een Samsung-tablet dat was ingelogd op haar Google-account, keken ze naar inhoud voor kinderen en plaatsten ze video’s van zichzelf waarop ze gekke dansjes deden. Enkele van de video’s waren meer dan vijf keer bekeken. Maar er was een ander soort video, van een van haar zoons, die Watkins in de problemen bracht.

    ‘Blijkbaar was het een video van zijn achterste,’ zegt Watkins, die de video zelf nooit heeft gezien. ‘Een klasgenoot had hem uitgedaagd om een naaktfilmpje te maken.’

    YouTube, dat eigendom is van Google, heeft AI-systemen die de honderden uren aan video’s controleren die elke minuut worden geüpload. Maar bij dat screeningproces kan soms iets misgaan, waardoor onschuldige mensen als misbruiker worden bestempeld.

    Grappig

    The New York Times heeft ook andere voorvallen beschreven van ouders van wie het digitale leven overhoop lag nadat hun kinderen naaktfoto’s en -filmpjes hadden geüpload. De content werd door de AI-systemen van Google gemarkeerd, waarna  menselijke beoordelaars aangaven dat het niet door de beugel kon. Sommige ouders werden als gevolg hiervan door de politie ondervraagd.

    Het ‘naaktfilmpje’ van de zoon van Watkins werd in september geüpload en binnen enkele minuten gemarkeerd als mogelijke seksuele uitbuiting. Dat is een schending van de servicevoorwaarden van Google, met zeer ernstige gevolgen.

    Watkins, een verpleegkundige uit New South Wales (Australië), ontdekte al snel dat ze niet alleen haar toegang tot YouTube, maar tot al haar Google-accounts kwijt was. Ze kon niet meer bij haar foto’s, documenten en e-mail, wat betekende dat ze geen berichten over haar werkschema kon inzien, geen bankafschriften meer kon bekijken en ‘zelfs geen thick shake kon bestellen’ via haar McDonald’s-app, waarop ze inlogde met haar Google-account.

    De inlogpagina van Google liet haar weten dat haar account uiteindelijk zou worden verwijderd, tenzij ze tegen de beslissing in beroep ging. Ze klikte op een knop waardoor ze in beroep kon gaan en schreef dat haar zevenjarige zoontjes ‘billen grappig vonden’ en verantwoordelijk waren voor het uploaden van de video. ‘Ik lijd hier financieel onder’, voegde ze eraan toe.

    Google heeft het algoritme ter beschikking gesteld van andere bedrijven, waaronder Meta en TikTok

    Kinderrechtenactivisten en wetgevers over de hele wereld hebben er bij technologiebedrijven op aangedrongen om de onlineverspreiding van aanstootgevend beeldmateriaal te stoppen en hun platforms te controleren op dergelijk materiaal. Veel providers screenen nu door gebruikers opgeslagen en gedeelde foto’s en video’s op zoek naar beelden van misbruik die bij de autoriteiten zijn gemeld.

    Google wil daarnaast ook content kunnen markeren die bij de autoriteiten nog niet bekend is. Een paar jaar geleden ontwikkelde het bedrijf op basis van bekende beelden een algoritme dat nieuwe misbruikcontent moet detecteren. Google heeft het algoritme ter beschikking gesteld van andere bedrijven, waaronder Meta en TikTok.

    In het geval van Watkins stelde een medewerker dus vast dat de video problematisch was. Vervolgens heeft Google de video gemeld bij het National Center for Missing and Exploited Children, een non-profitorganisatie die fungeert als officieel meldpunt voor verdachte content. Het centrum kan de video dan toevoegen aan zijn database met bekende afbeeldingen en beslissen of deze al dan niet aan de lokale politie moet worden gerapporteerd.

    Volgens statistieken van het National Center is Google een van de voornaamste melders van ‘ogenschijnlijke kinderpornografie’. Google deed vorig jaar meer dan 2 miljoen meldingen – veel meer dan de meeste digitale communicatiebedrijven. Maar minder dan Meta.

    Volgens experts is het moeilijk om de omvang van kindermisbruik te beoordelen enkel op basis van de cijfers. In één onderzoek werd een kleine steekproef gedaan met gebruikers die ongepaste afbeeldingen van kinderen zouden hebben gedeeld. Datawetenschappers bij Facebook lieten weten dat meer dan 75 procent van hen ‘geen kwade bedoelingen had’. Onder de gebruikers bevonden zich tieners die intieme beelden van zichzelf stuurden naar hun partners en mensen die een ‘meme deelden van de genitaliën van een kind waar een dier in bijt, omdat ze dat grappig vonden’.

    Draconische straf

    Apple op zijn beurt heeft de druk weerstaan om iCloud te scannen op uitbuitingsmateriaal. Een woordvoerder wijst op een brief die het bedrijf dit jaar naar een belangengroep heeft gestuurd. Daarin staat dat Apple bezorgd is over de ‘veiligheid en privacy van onze gebruikers’ en ‘dat onschuldige partijen worden meegesleurd in dystopische sleepnetten’.

    Afgelopen herfst schreef Susan Jasper, hoofd trust and safety van Google, op een blog dat het bedrijf van plan is om de procedure waarmee gebruikers in beroep kunnen gaan, aan te passen. Zo willen ze ‘de gebruikerservaring verbeteren’ voor mensen die ‘menen dat we verkeerde beslissingen hebben genomen’. Een belangrijke verandering is dat het bedrijf nu meer informatie geeft over waarom een account is geschorst, in plaats van een algemene melding over een ‘ernstige schending’. Watkins bijvoorbeeld kreeg te horen dat ze geschorst was wegens het uitbuiten van kinderen.

    Hoe dan ook, de herhaalde verzoeken van Watkins werden afgewezen. Ze had een betaald Google-account, waardoor zij en haar man berichten konden uitwisselen met medewerkers van de klantenservice. Maar in die digitale correspondentie zeiden medewerkers dat de video hoe dan ook in strijd was met het bedrijfsbeleid, ook al ging het om de handeling van een onwetend kind.

    Watkins vindt het oneerlijk dat zo’n draconische straf wordt opgelegd na één domme video. Ze snapt niet waarom ze van Google niet eerst een waarschuwing kon krijgen voordat haar de toegang tot al haar accounts en meer dan tien jaar aan digitale herinneringen werd ontzegd.

    Na meer dan een maand van mislukte pogingen om het bedrijf op andere gedachten te brengen, nam Watkins contact op met The New York Times. Een dag nadat een verslaggever naar haar zaak had geïnformeerd, werd haar Google-account hersteld.

    ‘We willen niet dat onze platforms worden gebruikt om kinderen in gevaar te brengen of uit te buiten, en veel mensen willen dat internetplatforms de strengste maatregelen nemen om CSAM op te sporen en te voorkomen’, verklaarde het bedrijf. CSAM is een veelgebruikte afkorting die staat voor ‘child sex abuse material’ [content met seksueel misbruik van kinderen]. ‘In dit geval hebben we begrepen dat de aanstootgevende inhoud niet met kwade opzet is geüpload.’ Het bedrijf gaf geen antwoord op de vraag wat voor verdere stappen mensen – afgezien van The New York Times mailen – kunnen nemen als hun bezwaar wordt afgewezen.

    De positie van Google is lastig als het aankomt op het beoordelen van dergelijke bezwaren, zegt Dave Willner, medewerker van het Stanford University’s Cyber Policy Center die bij verschillende grote technologiebedrijven heeft gewerkt op het gebied van vertrouwen en veiligheid. Zelfs als een foto of video van oorsprong onschuldig is, kan deze met kwade bedoelingen worden gedeeld.

    ‘Pedofielen delen of verzamelen foto’s die ouders met onschuldige intenties hebben genomen, gewoon omdat ze naakte kinderen willen zien,’ zegt Willner.

    ‘Ze nemen honderdduizenden of miljoenen beslissingen per jaar. Als je zo vaak dobbelstenen gooit, gooi je een keer mis’

    ‘Het is gewoon heel, heel moeilijk om op deze schaal waardeoordelen te reguleren,’ zegt Willner. ‘Ze nemen honderdduizenden of miljoenen beslissingen per jaar. Als je zo vaak dobbelstenen gooit, gooi je een keer mis.’

    Hij zegt dat Watkins’ problemen met Google ‘een goed argument zijn om je digitale leven te spreiden’ en niet op één bedrijf te leunen voor zoveel diensten.

    Watkins heeft uit haar ervaring een andere conclusie getrokken: ouders moeten niet hun eigen Google-account gebruiken voor de internetactiviteiten van hun kinderen, maar voor hen een eigen account instellen. Dat is ook iets wat Google aanmoedigt.

    Maar ze heeft het account voor haar tweelingzoons nog niet aangemaakt. Voorlopig mogen ze nog even niet op internet.

  • Meta ontslaat twintig werknemers wegens het lekken van informatie

    Meta ontslaat twintig werknemers wegens het lekken van informatie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Britse premier Starmer weet Trump gunstiger te stemmen tijdens bezoek aan VS

    » Ethiopische migranten liggen onder het vuur van Saudische grenswachten

    Het moreel bij het bedrijf is de laatste tijd laag

    Het bedrijf Meta beschuldigt de twintig werknemers van het lekken van interne informatie, maar heeft niet publiekelijk verklaard om welke informatie het gaat of aan wie die werd doorgegeven. Andere werknemers zouden hetzelfde lot kunnen ondergaan. Volgens The Verge heeft het Californische bedrijf ‘zijn inspanningen opgevoerd na recente artikelen waarin plannen voor nieuwe producten en interne vergaderingen gedetailleerd worden beschreven’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De website die gespecialiseerd is in technologie wijst erop dat het moreel bij het bedrijf de afgelopen weken niet op zijn hoogst was, met name door de wijziging in het moderatiebeleid die begin januari werd aangekondigd, het einde van diversiteitsprogramma’s in de nasleep van de komst van de Trump-regering en het ontslag van ongeveer drieduizend werknemers die volgens Meta te onproductief waren.

  • Is het einde van de moderatie op Meta goed nieuws?

    Is het einde van de moderatie op Meta goed nieuws?

    Mark Zuckerberg wil ‘de vrijheid van meningsuiting herstellen’ op Facebook en Instagram. Is het verdwijnen van de moderatie op die platforms een goede ontwikkeling? Twee redacteurs gaan met elkaar in debat.

    ‘Het markeert de terugkeer van de vrijheid van meningsuiting’

    Benjamin WeingartenNew York Post 

    Twee weken voor de inauguratie van Donald Trump – een man die heeft gezworen het regime dat hem en miljoenen andere Amerikanen het zwijgen oplegde te ontmantelen en te vernietigen – sprak een van de figuren die het meest verantwoordelijk is voor dit regime zich uit. Meta CEO Mark Zuckerberg gaf toe dat zijn bedrijf zich ‘te veel met censuur’ had beziggehouden en verklaarde dat met het ‘culturele kantelpunt’ van de recente verkiezingen, zijn platforms zich vanaf nu zouden inzetten om ‘de vrije meningsuiting te herstellen’.

    Maar heeft de tech-titaan echt het licht gezien op het gebied van vrije meningsuiting? Of is dit een cynische en egoïstische poging om zich te beschermen tegen de verschuivende politieke wind? 

    Want vergeet niet dat Meta na de verkiezingen van 2016 interne tools gebruikte om conservatieve inhoud te verbergen. Ook maakte Meta deel uit van het Election Integrity Partnership (EIP, een groep onderzoekers en experts op het gebied van desinformatie tijdens de presidentsverkiezingen), dat werd geleid door de federale overheid en de taak had om ‘onjuiste gedachten’ over de integriteit van de verkiezingen van 2020 en de resultaten ervan te weren.

    Meta heeft Trump na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen

    Meta heeft Trump daarnaast na 6 januari (2021, de datum van de Capitool-bestorming) twee jaar lang van Facebook verbannen – en herstelde zijn accounts alleen onder de voorwaarde dat Trump bij nieuwe overtredingen nog zwaardere sancties zou worden opgelegd. Ook heeft Meta meningen die in strijd zijn met de covid-orthodoxie massaal laten verdwijnen.

    De gevolgen waren onmetelijk. Moeten degenen van wie de rechten zijn geschonden toen Meta optrad als afgevaardigde van de taalpolitie van de FBI, deze totale ommekeer accepteren?

    Het minste wat Zuckerberg kan doen, is het Facebook-archief openen, zodat Amerikanen een volledig beeld kunnen krijgen van Meta’s censuurpogingen. Dit archief zou vervolgens de basis kunnen leggen voor mogelijke rechtszaken.

    Maar vindt Zuckerberg echt dat Meta miljoenen Amerikanen onterecht het zwijgen heeft opgelegd? En, zo ja, ziet hij de veranderingen die hij voorstelt dan als een vorm van rechtvaardigheid? Zuckerberg veranderde in ieder geval pas van mening toen het censuurregime en Meta’s rol daarin aan het licht kwamen én toen de politieke toekomst van Trump er weer rooskleuriger uitzag. Hiermee treedt de Meta-CEO in de voetsporen van vele anderen. 

    Het Global Engagement Center van het State Department (een federaal agentschap dat in 2016 werd opgericht om buitenlandse desinformatie op het internet te bestrijden) sloot eind 2024 onder druk van de Republikeinen zijn deuren.

    Het is goed nieuws dat deze hervormingen een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen

    Verschillende grote organisaties, zoals het Stanford Internet Observatory (een instituut van de Californische universiteit, gespecialiseerd in desinformatie) hebben hun personeelsbestand en activiteiten teruggeschroefd. De Meta-wijziging volgt bovendien op de ‘bevrijding’ van X door Elon Musk, die na zijn overname in 2022 de teams verantwoordelijk voor de contentmoderatie ontsloeg.

    Zelfs als Zuckerbergs voorgestelde hervormingen opportunistisch zijn, is het goede nieuws dat ze een radicale verschuiving in de culturele en politieke macht weerspiegelen ten gunste van de vrijheid van meningsuiting.

    Feit blijft dat het ecosysteem van ‘contra-desinformatie’ nog steeds bestaat. Het omvat het administratieve staatsapparaat, bepaalde overheidsinstanties, een groot deel van Big Tech, grote universiteiten, bekende ngo’s, specialisten op het gebied van risicobeoordeling, factcheckers en regeringen die overal ter wereld censuur uitoefenen. Stuk voor stuk machtige spelers die niet van de ene op de andere dag zullen verdwijnen.

    Het is aan de regering-Trump en het Congres om het censuurregime uit te hongeren, te beroven van publieke fondsen en alle middelen in te zetten om het eerste amendement te bewaken.


    ‘Mark Zuckerberg geeft zich over’

    Torsten Kleinz – Der Spiegel

    Elon Musk en Mark Zuckerberg zijn uiteindelijk niet met elkaar op de vuist gegaan. In de zomer van 2023 raakten de twee miljardairmagnaten verzeild in een kinderachtige ruzie: Musk daagde de oprichter van Facebook uit voor een gevecht, maar trok zich terug toen duidelijk werd dat zijn tegenstander, een fervent liefhebber van vechtsporten, hem met speels gemak zou verslaan. In het virtuele gevecht tussen hen is Mark Zuckerberg daarentegen ongetwijfeld de grote verliezer.

    In zijn video op Instagram van 7 januari probeerde Zuckerberg over te komen als een vroege Trump-aanhanger: occulte krachten zouden hem hebben aangespoord om fact-checkingprogramma’s op te zetten op zijn platforms, maar dat tijdperk van ‘censuur’ is nu voorbij. Mark Zuckerberg kondigde aan dat hij Elon Musk wilde imiteren, direct verwijzend naar diens rivaliserende platform X. Wat een strijd had moeten zijn, is in feite een capitulatie.

    Berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden

    Sinds de herverkiezing van Donald Trump heeft Zuckerberg afscheid genomen van zijn hoofdlobbyist Nick Clegg, die met zijn ervaring in de Britse regering de kritische opmerkingen over sociale netwerken probeerde te temperen. Zijn opvolger, Joel Kaplan, is een harde Republikein die in het Witte Huis werkte onder George W. Bush. Dana White, baas van de grootste Amerikaanse competitie MMA en fervent Trump-aanhanger, is ook net toegetreden tot de raad van bestuur van Facebook. Als klapper op de vuurpijl heeft Meta 1 miljoen dollar gedoneerd om de inauguratie van Donald Trump te financieren.

    Ook in hun content bereiden Facebook en Instagram zich voor op de terugkomst van Trump. Mark Zuckerberg heeft onder meer het einde aangekondigd van bepaalde beperkingen op publicaties met betrekking tot gender en immigratie, omdat deze niet langer in lijn zouden zijn met ‘het dominante discours’. Met andere woorden: berichten die voorheen als grensoverschrijdend werden beschouwd, zullen de nieuwe norm worden.

    De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren

    De grote lijnen die Mark Zuckerberg schetst, wijzen op een systeemverandering ten koste van de zwakkeren: gebruikers kunnen binnenkort ongestraft racistische beledigingen uiten, zolang ze zich beperken tot sferen waar niemand zich er aanstoot aan neemt. De grote winnaars worden degenen die het meeste lawaai gaan maken.

    Het bestrijden van haatzaaiende taal en desinformatie kost enorm veel tijd en geld. Mark Zuckerberg heeft duidelijk het gevoel dat hij er niets meer mee te winnen heeft. Hij kiest liever de kant van Donald Trump en valt de Europese regels aan die platforms aanmoedigen om te censureren. Daarmee stelt hij wetten zoals de (Europese) Digital Services Regulation (DSA) gelijk aan staatscensuur in China.

    Mark Zuckerbergs handen zijn niet zo vrij als die van Elon Musk, wiens immense fortuin uit andere bedrijven dan alleen X komt. Wil de oprichter van Facebook een van de rijkste mensen ter wereld blijven, dan moet hij een aantrekkelijke omgeving creëren voor advertenties. Uiteindelijk zullen de adverteerders beslissen of hij er goed aan heeft gedaan zich over te geven aan de politieke tijdgeest.

  • ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    Mark Zuckerberg kiest voor een radicale koerswijziging op zijn socialemediaplatforms: minder moderatie, meer vrijheid. Hoewel de timing en motivatie dubieus zijn, kan deze stap de Amerikaanse democratie sterker maken in de turbulente tijden die komen gaan, aldus The Economist.

    Afgezien van het polshorloge van een miljoen dollar was het net een gijzelingsfilmpje. Op 7 januari postte Mark Zuckerberg een clip op Facebook en Instagram waarin hij veranderingen aankondigde in de contentmoderatie op zijn sociale netwerken, als reactie op wat hij het ‘culturele omslagpunt’ van de verkiezing van Donald Trump noemde. Volgens hem was er ‘te vaak sprake van fouten en censuur’, waaraan hij toevoegde dat Trumps terugkeer ‘een kans biedt om de vrijheid van meningsuiting te herstellen’. Ook benoemde hij Dana White, een medestander van Trump, tot lid van de raad van bestuur van Meta (evenals John Elkann, de baas van Exor, dat mede-eigenaar is van het moederbedrijf van The Economist).

    Ondanks al het gepraat over vrijheid illustreerde Zuckerbergs filmpje eens te meer hoe de aankomende president de Amerikaanse zakenwereld intimideert en in zijn greep heeft. Eerder noemde Trump Facebook een ‘vijand van het volk’ en dreigde hij ervoor te zorgen dat Zuckerberg ‘de rest van zijn leven achter de tralies zou doorbrengen’. Zuckerberg is niet de enige bestuurder die zich gewonnen geeft: iedereen, van Tim Cook van Apple tot Sam Altman van OpenAI, heeft naar verluidt gedoneerd aan Trumps ijdele inauguratiefonds. Deze week kondigde Amazon een veertig miljoen dollar kostende biopic aan over de aankomende First Lady.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers

    Al zijn de omstandigheden nog zo grotesk en de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht. De vrijheid van meningsuiting online moet hoognodig worden verruimd, om de Amerikaanse democratie bestand te maken tegen alles wat ze komende jaren voor haar kiezen zal krijgen. 

    Zuckerberg was ooit een vurig pleitbezorger van de vrijheid van meningsuiting, die content als holocaustontkenning ondanks talrijke protesten toestond. Maar na beweringen over Russische online-inmenging in de eerste verkiezing van Donald Trump in 2016 en een golf van desinformatie rond de covid-19-pandemie in 2020 trad het bedrijf hard op tegen een breed scala van ‘legale maar verwerpelijke’ content, van kwakzalverij tot bizarre groeperingen als QAnon.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers. Om nog maar te zwijgen van de vrijheid van vergissing; in enkele gevallen zijn volstrekt juiste beweringen geblokkeerd, zoals toen Facebook een New York Post-verhaal over Joe Bidens zoon Hunter tegenhield, dat waar bleek te zijn. De definitie van hatespeech is zodanig verruimd dat er bijvoorbeeld lang niet meer zo vrijelijk over transgenderrechten kan worden gedebatteerd. Geautomatiseerde filters zijn zo streng dat zelfs Meta toegeeft dat 10-20 procent van de verwijderde content ten onrechte is verwijderd. Het is dan ook verheugend dat Zuckerberg heeft toegezegd factchecking te vervangen door meldingen van gebruikers zelf en de regels voor gevoelige onderwerpen als gender te versoepelen.

    Risico’s

    Toch zijn er ook risico’s. Zuckerberg erkent dat moderatie vaak een kwestie van water bij de wijn is en dat zijn nieuwe regels voor meer ‘narigheid’ online zullen zorgen. Adverteerders, die gebrand zijn op ‘merkveilige’ content, zullen zich hiertegen verzetten. Een ander gevaar is dat platforms ‘vrijheid van meningsuiting’ als excuus gaan gebruiken om te beknibbelen op het indammen van illegale content, een kostbare en ingewikkelde procedure. Op X, waar Elon Musk een groot deel van het moderatieapparaat heeft ontmanteld, nam tijdens een recente reeks rellen in Groot-Brittannië het aantal posts dat aanzette tot geweld – een strafbaar feit – hand over hand toe. Telegram, een libertair netwerk dat populair is in Rusland, is vanwege zijn gebrek aan aanpak een toevluchtsoord geworden voor criminelen.

    De beste manier om je tegen deze gevaren te wapenen is door transparant te zijn over hoe de regels tot stand komen. De onafhankelijke raad van toezicht van Meta die sinds 2020 over de waarden en normen waakt, lijkt door de aankondiging van deze week op het verkeerde been gezet en heeft zijn zorgen over de maatregelen geuit na die eerst nog te hebben gesteund. De regels voor wat al dan niet online kan worden gezegd, moeten transparant worden uitgelegd en verdedigd, en niet al vóór de inauguratie door een paniekerige CEO worden afgeschaft.

    Desondanks heeft Meta een stap in de goede richting gezet. Sociale netwerken moeten illegale content weren. Met het oog op adverteerders en gebruikers willen ze het waarschijnlijk beschaafd houden. Maar ze moeten zich niet langer bezighouden met wat goed of fout is. Alleen een dwaas gelooft alles wat op zijn sociale netwerk verschijnt.

  • Threads werd gebouwd om X omver te werpen. Meta denkt dat het nog steeds kan

    Threads werd gebouwd om X omver te werpen. Meta denkt dat het nog steeds kan

    Ondanks de 175 miljoen actieve gebruikers en samenwerking met grote namen als Taylor Swift heeft Threads nog niet de verwachtingen ingelost om Elon Musks X te overtreffen. Toch blijft Meta optimistisch over de toekomst van het platform.

    Een jaar na de lancering lijkt Meta’s nieuwste sociale netwerk een geduchte rivaal te zijn van Elon Musk’s X. Het platform heeft 175 miljoen actieve gebruikers, werkt samen met beroemdheden als Taylor Swift en combineert de Twitter-achtige feed van tekst, afbeelding en video’s met de aanlokkelijke uitstraling van Instagram.

    Volgens Instagram-chef Adam Mosseri kan Threads X overtreffen zonder het soort inhoud te promoten dat laatstgenoemde app zo invloedrijk maakte: hard nieuws, politiek en actuele sociale kwesties.

    De komende vier maanden, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen, zal die theorie worden getest.

    Threads, dat haastig werd gebouwd om mee te kunnen liften op de onrust rond de overname van Musk op Twitter, trok miljoenen gebruikers in één nacht. Beroemdheden, politici, Instagram-gebruikers en bedrijfsmerken stroomden massaal naar de eenvoudige, op tekst gebaseerde app. Een onstuimig moment leek het erop dat het het wereldberoemde vogeltjesplatform zou inhalen en zelfs omverwerpen.

    Threads groeit nog steeds. Meta-CEO Mark Zuckerberg maakte woensdagochtend bekend dat het de afgelopen drie maanden zo’n 25 miljoen actieve gebruikers heeft verwelkomd. Toch blijft het slechts een fractie van de grootte van X.

    Mosseri gokt erop dat mensen – en de adverteerders die Meta-producten sowieso al lucratief maken – hongerig zijn naar een platform dat actueel nieuws en commentaar biedt over beroemdheden, sportteams en modetrends, zonder zich in te laten met het politieke debat. Het doel, zei hij in een recent interview, is om ‘een minder boze plek te creëren waar mensen hun ideeën kunnen delen’.

    Feelgoodmentaliteit

    Die feelgoodmentaliteit was vorige week terug te vinden op VidCon, de jaarlijkse conventie voor makers van videocontent in Anaheim, Californië. Meta organiseerde een uitgestrekt ‘Creator Cafe’, met gratis koffie en gebak voor influencers die bereid waren naar hun pitch te luisteren voor het gebruik Threads. Donderdag hield het bedrijf een verjaardagsviering, waarbij een chocoladetaart werd aangesneden, versierd met zwarte linten en het Threads-logo erop.

    Tussen de happen door gaven gebruikers aan blij te zijn met het platform, niet als alternatief voor X – dat ze meestal toch niet gebruikten – maar als een simpeler alternatief voor Instagram.

    Sohee Carpenter, een fitnessinfluencer met meer dan 639.000 volgers op Instagram en minder dan 100.000 op Threads, vertelde bijvoorbeeld dat ze Threads ‘veel relaxter’ vindt.

    De aantrekkingskracht van influencers op Instagram is algemeen bekend. De vraag is of hun berichten even aantrekkelijk zijn voor gebruikers van een snel, tekstrijk platform als Threads.

    ‘Threads heeft geen volledig uitgedachte identiteit,’ zegt Jasmine Enberg, VP en hoofdanalist bij Emarketer, een marktonderzoeksbureau. Om op de lange termijn te kunnen gedijen, zegt ze, ‘zijn er een community en een doel nodig die losstaan van Instagram’.

    Toen Threads op 5 juli 2023 werd gelanceerd, was het een van de vele wannabe Twitter-vervangingen. Van Mastodon tot Bluesky, Twitter-vluchtelingen probeerden een reeks nieuwe alternatieven – meestal om ze weer te verwerpen.

    Maar Threads, gesteund door de machtigste socialemediagigant ter wereld, veroverde al snel terrein. In de eerste vijf dagen meldden zich meer dan 100 miljoen gebruikers aan, dankzij een ingebouwd netwerk van mensen die kunnen worden gevolgd via zusterapp Instagram, waaronder cabaretier Ellen DeGeneres, vertegenwoordiger Alexandria Ocasio-Cortez (D-N.Y.) en zangeres Selena Gomez. Maar naarmate de nieuwigheid eraf was, stagneerde de groei.

    Muskus zei in mei dat X 600 miljoen maandelijkse actieve gebruikers had, waarmee het ruim drie keer zo groot is als Threads. Maar sommige onafhankelijke analisten hebben ontdekt dat X aan het krimpen is in plaats aan het groeien sinds Musk het in oktober 2022 kocht. Emarketer schat dat X eind 2023 ongeveer 56 miljoen gebruikers had in de Verenigde Staten, vergeleken met 29 miljoen voor Threads – een gat dat Threads in 2024 verder verwacht te verkleinen.

    Volgens Mosseri is de groei van Threads niet het resultaat van een enkele gedurfde zet. Hij schreef deze eerder toe aan expansie in overzeese markten – vooral Japan, Taiwan en Vietnam –, een aanhoudend verlies van X en een gestage stroom nieuwe functies en updates van zijn snel evoluerende team. De app is ook uitgegroeid tot een volwaardig X-alternatief, met een chronologische ‘next’-feed, een bewerkingsknop, zoekfuncties, trending hashtags en een Desktopversie met aanpasbare feeds (maar geen privéberichten).

    Merken geven er de voorkeur aan hun producten naast minder controversiële onderwerpen te promoten

    Hoewel deze functies cruciaal waren om aan de behoeften van de ‘meest gepassioneerde gebruikers’ van Threads te voldoen, zijn deze niet verantwoordelijk voor de grootste groei. ‘De meest succesvolle zijn het minst sexy,’ zegt Mosseri. Het gaat bijvoorbeeld om verbeteringen achter de schermen van het algoritme dat Threads gebruikt voor de standaard ‘For You’-feed, die sommige gebruikers hebben bekritiseerd omdat berichten aangeboden kregen die ze niet leuk vinden. Volgens Mosseri wordt Threads steeds beter in ‘interessemodellering’ – uitzoeken wat voor soort berichten een gebruiker wil zien – hoewel ‘Instagram er nog steeds veel beter in is’.

    Meta heeft zijn redenen om zich af te keren van de politiek. Amerikanen besteden er minder aandacht aan volgens het Pew Research Center, en het vertrouwen in mediamerken is gekelderd. De meeste mensen gebruiken platforms als Facebook en Instagram meer om updates over hun leven te delen en anderen te volgen dan om op de hoogte te blijven van het nieuws.

    Twitter kreeg culturele relevantie door te profiteren van nieuws en commentaar, en de ‘burgerjournalistiek’ van zijn gebruikers aan te prijzen als een superieur alternatief voor kranten. Maar adverteerders hebben zich een tijd geleden al laten afschrikken vanwege de giftigheid en de laffe marketingtools. Grote merken vermijden vaak het plaatsen van advertenties in de buurt van politieke inhoud en geven er de voorkeur aan hun producten naast minder controversiële onderwerpen te promoten.

    Aanvankelijk beschouwde Meta Threads als een ‘Instagram voor woorden’: een plek voor influencers, beroemdheden en ‘gewone gebruikers’ van sociale media om op tekst gebaseerde updates te delen met vrienden en volgers. (Voordat het Threads heette, noemde het team het project gekscherend Textagram.)

    Maar het was onwaarschijnlijk dat Generatie Z – die zich aangetrokken voelde tot TikTok en Snapchat, waarop je kortstondig foto’s kan delen – het alleen bij tekst zou laten. Volgens Meta bevat een op de vier Threads-berichten minstens één foto.

    Mosseri zegt dat hij Threads nu niet alleen als een plek beschouwt ‘voor gesprekken’, maar ook om commentaar te geven op gebeurtenissen die zich in realtime afspelen, van sport tot tv-programma’s en natuurrampen – onderwerpen die hun relevantie verliezen als ze niet snel worden gezien. Dienovereenkomstig heeft Threads aan de knoppen van zijn ‘For You’-algoritme gedraaid – die oorspronkelijk zijn overgenomen van het langzamere systeem van Instagram – om actuele berichten voorrang te geven.

    ‘Het is nog steeds een beetje te langzaam,’ zegt Mosseri. ‘Maar het gaat de goede kant op.’

    Als voorbeeld noemt hij een aardbeving in april met een kracht van 4,8, die de oostkust in rep en roer bracht. ‘Je weet wel, als er een aardbeving is en iedereen post: “Was dat een aardbeving?’” zegt hij, verwijzend naar een fenomeen dat al lang met Twitter wordt geassocieerd. ‘De eerste keer dat dit daadwerkelijk in realtime gebeurde op Threads, dacht ik: Oké, we beginnen vooruitgang te boeken.’

    Threads heeft ook een aantal beperkte overwinningen behaald in de popcultuur, met regelmatige postst van beroemdheden als Serena Williams, Cardi B en Shonda Rhimes. Toch lijken de meeste sterren content met Instagram.

    In april maakte Taylor Swift, bekend om haar enorme impact op de economie, haar debuut op Threads met de promotie van haar nieuwste album. De app investeerde technische middelen in de promotie, wat resulteerde in een speciaal schittereffect en feestelijke harten bij reacties op of bij het delen van Swift-gerelateerde inhoud. Volgens het bedrijf stond het album gedurende de afgelopen drie maanden in de top vijf van meest gebruikte tags, samen met ‘PhotographyThreads’, ‘BookThreads’, ‘GymThreads’ en ‘ArtThreads’.

    Maar ondanks haar 10 miljoen volgers op Threads heeft Swift sinds april geen berichten meer geplaatst.

    Sociale kwesties

    Mosseri erkent dat het voor hem moeilijk was om het standpunt van het bedrijf met betrekking tot nieuws en politiek goed te verwoorden en te verdedigen. Socialemediaplatforms, waaronder die van Meta, hebben al lange tijd invloed op de politiek en sociale bewegingen, van het versterken van de Arabische Lente en #MeToo-bewegingen tot de politieke carrière van Donald Trump.

    ‘Het is niet zo dat we geen interesse hebben in nieuws,’ zegt Mosseri. ‘Wat we echter niet willen, is politiek versterken door berichten over verkiezingen, oorlogen of zelfs “maatschappelijke kwesties” te tonen aan gebruikers die hier geen interesse in hebben.’

    Een voorbeeld: het aanbevelen van een bericht met een ‘sterke mening’ over bijvoorbeeld pro-Palestina of pro-Israël kan op verschillende manieren problemen veroorzaken. Aanbevelingen aan gebruikers die het met het verkondigde eens zijn, zouden een ‘echokamereffect’ kunnen versterken, terwijl het aanbevelen aan gebruikers die het er niet mee eens zijn het risico met zich meebrengt dat de site verandert in een ‘giffabriek’.

    Politici lijken deze boodschap te hebben begrepen. Uit een analyse van Washington Post bleek dat nog geen honderd leden van het Congres een officieel Threads-accounts heeft. Onder hen bestaat grote partijdige verdeeldheid: ongeveer 1 op de 5 Democratische wetgevers heeft in juni minstens één keer op de app gepost, terwijl hetzelfde geldt voor slechts negen Republikeinen – oftewel 3 procent. Ongeveer 97 procent van de congresleden van beide partijen plaatste in juni een bericht op een ander platform.

    Meta laat weinig los over de manier waarop het bepaalt welke berichten en accounts als politiek worden beschouwd en hoe het sociale kwesties definieert. Woordvoerster Seine Kim zegt dat het bedrijf machine learning-algoritmen gebruikt om potentieel politieke berichten en accounts op Threads en Instagram te identificeren, zodat het kan voorkomen dat deze worden aanbevolen aan mensen die deze accounts nog niet volgen. Ze merkt op dat gebruikers op beide platforms hun instellingen kunnen wijzigen om politieke aanbevelingen te ontvangen.

    Voorlopig richt Threads zich vooral op het ondersteunen van influencers, makers en entertainers, en Mosseri verwacht niet dat het platform X volledig zal vervangen. Dat zou kunnen betekenen dat de socialemediamarkt meer gefragmenteerd raakt dan voorheen, doordat mensen gedwongen worden meerdere netwerken te gebruiken om hetzelfde publiek en dezelfde inhoud te vinden die ze voorheen allemaal op Twitter tegenkwamen.

    Anil Dash, een softwaremanager die tools ontwikkelt voor socialemediabedrijven, merkt op dat het ontbreken van één enkele ‘Twitter-killer’ misschien juist goed is voor ‘het bredere ecosysteem van sociale media’.

    ‘Je maakt iets niet gezonder dan McDonald’s door nog een fastfoodrestaurant te openen,’ aldus Dash. ‘Dat doe je door veel verschillende keuzes te bieden, inclusief enkele leuke lokale restaurants met goede ingrediënten. Hetzelfde geldt voor technologie: een mix van veel verschillende opties, sommige gezonder, sommige meer op maat gemaakt, kan ook op dit gebied bevorderlijk werken.’

  • EU pakt Meta aan met nieuw onderzoek naar ‘verslavende’ algoritmen

    EU pakt Meta aan met nieuw onderzoek naar ‘verslavende’ algoritmen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije legt Koerdische leiders zware straffen op

    » VS: aantal doden door overdosis voor het eerst in vijf jaar gedaald

    Brussel richt pijlen op sociale mediagigant vanwege zogenaamde ‘rabbitholes’

    De Europese Commissie heeft zojuist een tweede onderzoek geopend naar Meta en beschuldigt het bedrijf van het mogelijk ‘stimuleren van verslavend gedrag bij kinderen’ door middel van zogenaamde rabbitholes. Dat meldt Politico. Dat wil zeggen dat de website van het bedrijf linkjes bevat waarmee je naar een andere pagina van de website kunt doorklikken. Facebook en Instagram, beide eigendom van Meta, zouden ook onvoldoende effectieve tools hebben om de leeftijd van gebruikers te verifiëren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘We willen dat jonge mensen een veilige en bij hun leeftijd passende online ervaring hebben’, zegt een woordvoerder van de groep, eraan toevoegend dat er al zo’n vijftig instrumenten en beleidsregels zijn ontwikkeld.

    Politico wijst erop dat de onderzoeken van de commissie kunnen leiden tot boetes die oplopen tot 6 procent van de jaarlijkse inkomsten van Meta.

  • Mark Zuckerberg maakt excuses voor mentale schade bij kinderen door sociale media

    Mark Zuckerberg maakt excuses voor mentale schade bij kinderen door sociale media

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Armenië treedt toe tot het Internationaal Strafhof tegen zin van Rusland

    » Peru: staking beëindigd bij Machu Picchu

    ‘Het spijt me voor alles wat jullie hebben doorstaan’

    Tijdens een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat heeft Mark Zuckerberg, CEO van Meta (o.a. Facebook, Instagram en WhatsApp), zijn excuses aangeboden voor de schade die zijn sociale netwerken hebben toegebracht aan de mentale gezondheid van kinderen. ‘Het spijt me voor alles wat jullie hebben doorstaan,’ zei de miljardair volgens CNN tegen familieleden van slachtoffers.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Woensdag getuigden de directeurs van Meta, TikTok, X (voorheen Twitter), Snap en Discord voor de Senaat over wat ze doen om kinderen te beschermen tegen schade door het gebruik van hun sociale netwerken. Zowel Democraten als Republikeinen riepen de techgiganten op tot concrete actie om minderjarigen te beschermen tegen seksuele uitbuiting en zelfmoord door socialemediagebruik. ‘Jullie hebben bloed aan je handen,’ zei de Republikeinse senator Lindsey Graham.

    Voorafgaand aan de hoorzitting hebben techbedrijven nieuwe initiatieven aangekondigd om kinderen te beschermen. Apps als Instagram en TikTok vragen kinderen om pauzes te nemen of hun schermtijd te beperken en hebben hun algoritmes aangepast om schadelijke inhoud, zoals posts over eetstoornissen, minder te tonen.

  • Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS

    Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ontwikkelingsbanken geven miljarden klimaatsteun aan bioindustrie

    » Onderzoek: In 2050 heeft 1 op de 10 mensen wereldwijd diabetes

    De meest gehate bedrijven van de VS

    De Trump Organization is het meest gehate bedrijf van de VS volgens de 2023 Axios Harris Poll, schrijft het Amerikaanse nieuwsnetwerk CNBC. Ook drie sociale­mediabedrijven – Twitter, Meta en TikTok – prijken in de top 7 van deze lijst, die reputaties van bedrijven meet. Ruim 16.000 Amerikanen wijzen daarvoor honderd van de ‘zichtbaarste’ bedrijven aan, waaraan ze vervolgens scores toekennen. De top 7 bestaat uit de Trump Organization, FTX, Fox Corporation, Twitter, Meta, Spirit Airlines en TikTok.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Meta en Twitter scoren slecht op ‘cultuur’ en ‘ethiek’: beide kregen onlangs zware kritiek na het ontslag van duizenden werknemers per e-mail. Voor Twitter, dat nog slechts een derde waard is van de 44 miljard dollar die Elon Musk ervoor betaalde, was dat slechts één drama in een lange reeks. TikTok presteert ondermaats op ‘burgerschap’ en ‘karakter’. De Trump Organization scoorde vooral slecht op ‘karakter’, ‘vertrouwen’ en ‘ethiek’.

    Lees ook:

  • ‘Banen verdwijnen niet door technologie, maar door hebzucht’

    ‘Banen verdwijnen niet door technologie, maar door hebzucht’

    Sommige economen, technologiefreaks en CEO’s zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom. Maar volgens Harvard-professor Shoshana Zuboff is het allerminst onvermijdelijk dat menselijke arbeid in de toekomst overbodig wordt. 

     

    Keuze uit het archief

    In 2014 publiceerden we dit artikel uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung over hoe CEO’s in de techwereld niet in lijken te zien hoe belangrijk menselijke arbeidskrachten zijn. Acht jaar later tonen de acties van Elon Musk als nieuwe baas bij Twitter en Mark Zuckerberg recent bij Meta dat ze nog steeds geloven dat technologie mensen overal kan vervangen. Zoals Shoshana Zuboff hier schrijft: ‘Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de “grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers” die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.’

    Volgens de legende keek Newton hoe de appel uit de boom viel, maar zag hij eigenlijk iets heel anders: een onzichtbare kracht die sterk genoeg was om de appel naar zich toe te trekken. Was hij een ingenieur of econoom uit Silicon Valley geweest, dan was hij waarschijnlijk in de ban geraakt van het vallende voorwerp: ‘Wow, moet je die appel zien!’ Hij had een algoritme kunnen ontwikkelen om de beweging van de appel te simuleren, of de efficiëntie van zijn naar de aarde gerichte beweging kunnen berekenen.

    In plaats daarvan formuleerde hij zijn theorie van de universele zwaartekracht, een onzichtbare kracht die aanwezig is in elk materieel lichaam, en in staat is zijn invloed over honderden miljoenen kilometers uit te oefenen. Soms helpt het om te denken als Newton – vooral wanneer het de economie en onze vooruitzichten voor de toekomst betreft. Net als de zwaartekracht trekken verborgen krachten digitale technologieën aan en bepalen ze hoe deze in onze economie en onze banen ‘vallen’. Om ze op de proef te stellen en vorm te geven moeten we deze krachten opsporen en benoemen.

    Ons publieke debat wordt beheerst door een gevoel van onheil en hulpeloosheid. Als herten verblind door koplampen kijken we toe hoe economen, technologiefreaks en CEO’s in vervoering raken van de nieuwe digitale mogelijkheden. Ze zeggen dat de machines bijna al ons werk zullen kunnen overnemen en dat de onverbiddelijke wetten van de markt gebieden dat mensen worden vervangen door almaar goedkoper wordende digitale krachten in de vorm van robots en algoritmen.

    Hierdoor raakt de mens verwikkeld in een dodelijke race tegen de machine. Sommige van deze lieden lijken zich zelfs af te vragen in hoeverre de mens nog een bijdrage kan leveren aan deze gerobotiseerde toekomst. *Ze zijn zo vol van de geautomatiseerde wereld dat ze zich niet kunnen herinneren wat mensen doen of waarom.

    Er is niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt

    42 57317248

    Eerder deze maand namen Google-oprichters Sergey Brin en Larry Page deel aan een zeldzame publieke ‘chat’ met medemiljardair en durfkapitalist Vinod Khosla. Daarbij bleek dat Page een wereld voorziet waarin machines bijna al het werk doen. Mensen, die in deze situatie niets meer te doen hebben, zullen volgens hem blij zijn ‘dat ze meer tijd met hun gezin kunnen doorbrengen of zich aan hun eigen interesses kunnen wijden’.

    In zijn utopische visie ziet Page echter één punt over het hoofd: de meesten van ons zijn geen miljardair. Zullen de kapitaalbezitters hun winsten werkelijk herverdelen zodat we allemaal voorgoed afscheid kunnen nemen van banen die, althans naar de mening van Page, meestal toch onnodig zijn? Als Page zijn roze wolk een dag zou verlaten, zou hij ontdekken dat voor de rest van ons werkloosheid geen vrije tijd betekent; het betekent strijd, onzekerheid en almaar toenemende sociale ongelijkheid. Zelfs degenen die boven aan de banenladder staan ontkomen niet aan deze nieuwe angst. Zoals Bill Gates het onlangs formuleerde: ‘Over twintig jaar zal de vraag van werkgevers naar veel vaardigheden aanmerkelijk lager zijn.’

    Er is maar één probleem met dit perspectief: het is een goocheltruc. Er is in feite niets onvermijdelijks aan de manier waarop digitale technologie wordt gebruikt. Net als bij elke goede truc leidt het verhaal onze aandacht af naar de digitale appel, terwijl de werkelijke krachten die de baan van de appel bepalen aan het oog worden onttrokken. Wat zijn deze verborgen krachten? Het zijn bekrompen businessmodellen en economische aannames die kostenbesparing boven alles stellen, vooral als het om lonen gaat.

    In veel gevallen gaat het alleen maar om vormen van bijgeloof waarop de machtigen een beroep doen om de status quo te handhaven. Er bestaat niet maar één beste manier om markten of technologieën te laten werken. Integendeel, er zijn gegronde redenen om te denken dat deze toekomstvisie evolutionair gezien een doodlopende straat is, net als een vogel met tanden. In plaats van de Apocalyps kunnen digitale technologieën een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis aankondigen.

    Vaak gaat het om bijgeloof waarmee de machtigen de status quo proberen te handhaven

    Laten we even inzoomen op de taal van onvermijdelijkheid en digitaal determinisme, zodat we later weer kunnen uitzoomen om te zien welke verborgen krachten aan deze formuleringen ten grondslag kunnen liggen. Het proces van misleiding blijkt alleen al uit de koppen en de sleutelpassages van veel artikelen die op mijn bureau liggen. De auteurs daarvan wijzen ‘technologie’ aan als de drijvende kracht achter automatisering, in plaats van ‘kapitaal’ of ‘zakelijke belangen’.

    In een recente studie bijvoorbeeld van economen van de Universiteit van Chicago, waarbij vijftien jaar lang gegevens van 56 landen zijn onderzocht, wordt geconstateerd dat in 47 van die landen het arbeidsaandeel in het inkomen is afgenomen. De auteurs concluderen dat hun resultaten ‘de visie ondersteunen dat technologische veranderingen, die waarschijnlijk verband houden met het computer- en informaticatijdperk, belangrijke factoren zijn voor het verklaren van langetermijnveranderingen’ in het arbeidsaandeel.

    Een andere veelgeciteerde studie van twee Oxford-onderzoekers betoogt dat ‘computers steeds meer cognitieve taken overnemen van de menselijke werknemer’. Een artikel in de Technology Review van het Massachusetts Institute of Technology [MIT] is getiteld ‘Hoe technologie banen vernietigt’. Een boek van twee MIT-hoogleraren, The Second Machine Age, voorspelt een nieuwe economie van ‘winnaars en verliezers’: ‘Sommige mensen zullen achterblijven terwijl de technologische vooruitgang voortraast, misschien zelfs heel veel mensen (…); digitale technologie heeft de neiging de economische baten voor winnaars te vergroten, terwijl andere mensen minder nodig worden, en daarom minder goed beloond.’

    Hogere goochelkunst

    Een veel geciteerd artikel uit The Economist stelt dat een nieuw automatiseringstijdperk, ‘mogelijk gemaakt door steeds krachtiger en capabeler computers’, tot massale werkloosheid kan leiden. ‘De combinatie van “big data” en slimme machines zal sommige beroepen in hun geheel overnemen; in andere gevallen zal ze bedrijven in staat stellen meer te doen met minder werknemers.’

    Een ander voorbeeld komt van het World Economic Forum van dit jaar, waar Google-CEO Eric Schmidt een ‘haardvuurgesprek’ voor vijftig uitverkorenen organiseerde, waarin hij verkondigde dat de ‘technologisch gerelateerde banenvernietiging nog maar net begint, dat de ongelijkheid erger zal worden en dat de oplossing is dat de bevolking zich tot ondernemers omschoolt om in dit nieuwe tijdperk te kunnen overleven’. Schmidt waarschuwde: ‘De race gaat tussen computers en mensen, en de mensen moeten winnen (…). In deze wedstrijd is het heel belangrijk dat we de dingen ontdekken waarin mensen echt goed zijn.’

    Volgens The Economist zullen Big Data en slimme machines beroepen geheel overnemen

    Schmidts woorden suggereren dat hij de CIA-handboeken van John Mulholland heeft gelezen, ‘de goochelaar aller goochelaars’. Hoewel hij minder bekend is dan Harry Houdini, genoot Mulholland veel respect binnen het goochelvak vanwege de verfijnde precisie waarmee hij te werk ging, vooral zijn vingervlugheid – het vermogen om mensen van dichtbij te misleiden.

    ‘Alle goochelaars’, schreef Mulholland, ‘zijn voor een groot deel afhankelijk van het feit dat ze niet bekendstaan als goochelaars, of daar zelfs maar van verdacht worden (…); ze moeten zo normaal te werk gaan, en hun handelingen moeten zo natuurlijk zijn, dat niets aan hen argwaan wekt (…). Goochelen staat of valt met een bepaalde manier van denken. Het is een geacteerde leugen (…). Het doel van de goochelaar is eerder om de geest te misleiden dan het oog.’

    Mulholland werd in 1953 ingehuurd om een uiterst geheim officieel CIA-handboek voor list en bedrog te schrijven en agenten te trainen. Mulholland benadrukte dat bedrog afhankelijk was van het vermogen om te verwarren, met de bedoeling om te misleiden. Hij hamerde op het belang van ensceneringstechnieken en de manipulatie van zichtlijnen om de aandacht strategisch te af te leiden. Met de juiste enscenering en afleiding, stelde hij, konden feiten worden vervangen door plausibele redenen om echte bedoelingen te camoufleren en de aandacht van de toeschouwer af te leiden van de leugen.

    De triomf van Schmidts haardvuurenscenering, vermoedelijk bedoeld om associaties te wekken met de wekelijkse radiopraatjes van Franklin Delano Roosevelt, duidt erop dat hij de goochelkunst machtig is. Wat zit er verstopt onder zijn mantel? Om te beginnen, denk aan Newton, de taal die de aandacht naar ‘de computer’ trekt in plaats van naar de verborgen businessmodellen, aannames en keuzes van leidinggevenden die bepalen hoeveel computers er zullen worden gebruikt.

    Dan is er nog een andere vorm van misleiding: het idee dat we er op de een of andere manier achter moeten zien te komen ‘waar mensen echt goed in zijn’. De implicatie is dat mensen te slordig, dom, onvoorspelbaar en onbeheerst zijn om in de toekomst nog een rol van betekenis te kunnen spelen. Onze talenten zijn Schmidt een raadsel.

    Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?
    Wordt dit soort handwerk in de toekomst alleen nog maar door robots verricht?

    Ten slotte is er het beroep op de elite om iets te vinden om de massa’s bezig te houden, te vermaken en bovenal af te leiden van het geheim dat de kern vormt van de truc. Schmidts commentaren roepen een angst op die mensen afleidt van woede. In plaats van naar de leugen te zoeken, vragen we ons bezorgd af hoe we onszelf en onze kinderen kunnen behoeden voor deze onontkoombare golf van verdringing en verbanning.

    Men herinnere zich dat de vingervlugheid van de goochelaar afhankelijk is van de nabijheid van de toeschouwer. Wat gebeurt er met deze argumenten wanneer we uitzoomen om de cyaankalikogels en giftige pennen te zien die verborgen liggen achter de zichtlijnen van de truc? Wat voor geheimen gaan er schuil in deze elektronische hoge hoed? Als we naar het grotere plaatje kijken, is een eerste voor de hand liggende vraag: wie profiteert van de schijnbaar onontkoombare digitale krachten die klaarstaan om je baan over te nemen?

    U hebt waarschijnlijk gehoord dat de bedrijfswinsten naar recordhoogte zijn gestegen terwijl het arbeidsaandeel afneemt en de inkomensongelijkheid groeit. Maar al sinds Henry Fords ‘vijf dollar per dag’ gaan economische modellen ervan uit dat bedrijven liever een grote vraag hebben, ook al moet daarvoor een hoger loon worden betaald. Deze aanname maakt het idee dat de technologie de schuldige is geloofwaardig. Lage lonen zouden immers nooit het resultaat kunnen zijn van keuzes van het management.

    Maar econoom Paul Krugman vraagt zich af of ‘een bescheiden crisis bedrijven misschien niet in de kaart speelt’. Hij stelt dat elke werkgever zijn winst probeert te maximaliseren door lonen te verlagen of banen af te schaffen. Collectief leiden deze individuele keuzen tot meer werkloosheid, aangezien bedrijven liever investeren in goede hardware die kan worden afgeschreven dan in het aannemen van mensen.

    Karikatuur van bedrijven

    Wat Krugmans hypothese plausibeler maakt, is de wetenschap dat CEO’s volgens de regels van het huidige businessmodel van het financieel kapitalisme worden beloond voor het verlagen van de kosten, vooral arbeidskosten. Dit is een van die onzichtbare krachten achter onze zichtlijn. Het zou ook kunnen verklaren waarom, blijkens een antitrustonderzoek uit 2010 door het Amerikaanse ministerie van Justitie, Steve Jobs van Apple en Eric Schmidt van Google in het geheim afspraken de werknemerssalarissen kunstmatig te verlagen door geen mensen bij elkaar te rekruteren en door informatie over inkomens uit te wisselen. Deze illegale deal, door Michael Bloomberg gekarakteriseerd als ‘onvoorstelbare overmoed’, strekte zich uiteindelijk ook uit tot Adobe, Pixar, Intel en Intuit en reduceerde de loonkosten met meer dan 9 miljard dollar, geld dat ten goede kwam aan de bedrijfswinsten.

    Bestuursvoorzitters zijn verplicht de aandeelhouderswaarde te maximaliseren

    Hier nog zo’n exploderende zeeschelp: de betaling van CEO’s wordt vaak gelinkt aan de aandelenkoers van hun bedrijven, en analisten taxeren de koersen van bedrijven hoger naarmate ze de kosten en salarissen verder verlagen. Dit verklaart mede waarom volgens het Institute for Policy Studies Amerikaanse CEO’s die ‘het diepst in hun loonkosten hadden gesneden’ in 2009 met 42 procent meer compensatie naar huis gingen dan het dat jaar toch al ijzingwekkend hoge CEO-gemiddelde.

    NBC News maakte dit verhaal wereldkundig en voegde er een nadere verklaring aan toe: ‘Er mag niet worden vergeten dat de bestuursvoorzitter van een bedrijf de fiduciaire verplichting heeft de aandeelhouderswaarde van zijn bedrijf te maximaliseren.’ Dat mag tegenwoordig gebruikelijk zijn, het is een nieuwe wending in de geschiedenis van het kapitalisme. Volgens economisch historicus Alfred Chandler is dit nieuwe financieel kapitalisme een uitzondering op de aloude logica van industrieel succes.

    Volgens zijn lezing is de veronderstelde onvermijdelijkheid van grootscheepse arbeidsvervanging het resultaat van een specifieke en recente geschiedenis die sterk afwijkt van wat eerder gebruikelijk was. Businessmodellen die kortetermijnmaatregelen voor kostenverlaging belonen, zijn een uitgeholde karikatuur van de ‘grote productkennis en de continue ontwikkeling van productspecifieke vaardigheden van managers en werknemers’ die bedrijven ooit groot hebben gemaakt.

    Vluchtelingen in eigen land

    Dit alles suggereert dat banen niet door de technologie worden vernietigd, maar door mensen. Door businessmodellen en economische aannames. Hebzucht speelt een rol. Automatisering hoeft het belang van de aanwezigheid van mensen en hun probleemoplossend vermogen niet per se in de weg te staan. Evenmin worden winnaars er onvermijdelijk door beloond en zogeheten ‘verliezers’ uitgerangeerd. Denk aan de luchtvaartmaatschappijen en de gevolgen van hun businessmodel.

    Luchtvaartmaatschappijen zijn voorbeelden van economische modellen die erop vertrouwen dat de automatisering van menselijke arbeid kostenbesparend werkt. Van het kopen van tickets tot aan vertrek en aankomst heeft men niet langer met luchtvaartpersoneel te maken, maar met een gigantisch computersysteem. Reizigers onderhandelen met een anonieme kolos, waarbij het menselijk contact is beperkt tot enkele personeelsleden die de sociale orde moeten handhaven.

    De luchtvaartmaatschappijen hebben de kosten verlaagd door ze op de reiziger af te wentelen. Men moet zelf online gaan om tickets aan te schaffen en informatie te verwerken, krijgt te maken met substantiële en niet onderhandelbare extra kosten wanneer wordt afgeweken van systeemregels en ondervindt stress op de luchthaven wanneer er in het geval van problemen, veranderde omstandigheden of onzekerheid letterlijk niemand is tot wie men zich kan wenden.

    Banen worden niet door technologie vernietigd, maar door mensen

    The New York Times berichtte onlangs over de situatie op de luchthaven van Atlanta, waar 225.000 dagelijkse passagiers geen enkele hulp krijgen. Hun behoefte daaraan is zo groot dat vrijwilligers van lokale kerken zich ermee zijn gaan bemoeien, in weerwil van het businessmodel. Zij hebben de klantenservice op zich genomen die de luchtvaartmaatschappijen niet langer geven en verlenen bijstand bij alles wat varieert van gemiste vluchten tot discussies aan de ticketbalie. De onnodige ‘verliezers’ bij het businessmodel van de luchtvaartmaatschappijen – de werknemers – waren in feite nog de enigen die de verder gerobotiseerde ervaring een menselijk tintje gaven.

    De luchthaven van Atlanta is een concreet voorbeeld van het soort wereld dat sommige CEO’s, economen en beursanalisten voor onze toekomst in gedachten hebben. In zo’n wereld zijn we vluchtelingen in ons eigen land, uitgesloten van de activiteiten die de kwaliteit en effectiviteit van ons leven bepalen. Er dreigt een soortgelijke situatie in de onderwijssector, waar online leren als een manier wordt gezien om kosten te besparen en docenten te ontslaan.

    Technologische netwerken zullen ons in staat stellen in elke uithoek van de aarde veel meer mensen op te leiden tegen veel geringere kosten, maar onderzoek toont aan dat het een misvatting is te denken dat dit met minder docenten kan worden gedaan. Een onlangs gepubliceerde studie van Gallup-Purdue wees de drie universitaire ervaringen aan die succes in leven en werk het beste voorspellen: 1) een docent door wie je leren leuk ging vinden, 2) een docent die om je gaf als persoon en 3) een mentor die je aanmoedigde om je dromen na te volgen. Geen van deze ervaringen kun je bij geautomatiseerd onderwijs opdoen. Er zullen vele nieuwe manieren komen om les te geven, te leren en hulpmiddelen te configureren, maar die zullen stuk voor stuk mensen vereisen – docenten, facilitators, begeleiders, opvoeders, coördinators, visionairs, integrators, ondersteunende gemeenschappen en medestudenten. Het zal geen robotwereld van winnaars en verliezers zijn zoals de modellen suggereren, maar eerder een rijke menselijke wereld met vele winnaars.

    Begrip te boven

    Hier nog zo’n leugen van de goocheltruc: kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden – maar juist om meer. Of het nu om geprogrammeerde financiële producten of militaire drones gaat, complexe systemen verhogen de behoefte aan mensen die kritisch kunnen redeneren en strategisch overzicht hebben. Dit is een van de meest beangstigende lessen van de financiële crisis geweest. Het eindrapport van de Amerikaanse commissie die de oorzaken van de financiële en economische crisis in de VS onderzocht, beschrijft de wankele fundamenten van de industrie van subprime-hypotheken: ‘Deze gehele markt was afhankelijk van vernuftige computermodellen – die los bleken te staan van de realiteit (…). Toen die zeepbel barstte, barstte ook de zeepbel van de complexiteit: de schuldbrieven die bijna niemand begreep (…) waren de eerste dominostenen die omvielen.’

    Bedrijven op Wall Street vertrouwden op quants, wiskundigen die complexe financiële producten en handelsalgoritmes ontwierpen. De managers zelf begrepen de producten of de werking daarvan niet, evenmin als de financiële toezichthouders die ‘het steeds meer aan de banken overlieten om hun eigen risico’s te managen’.

    Kunstmatige intelligentie vraagt niet om minder menselijke vaardigheden, maar om meer

    Deze menselijke fouten stortten de wereld in een nachtmerrie waarvan de meesten van ons nog niet geheel zijn bekomen. Toen de mantel van de goochelaar werd weggerukt, bleek er een wezenloze blik en een vraagteken achter schuil te gaan. De bedrijven op Wall Street vertrouwden op hun gerobotiseerde digitale circuits. Ze koesterden de algoritmes en lieten het menselijk systeem tot verontrustende passiviteit en afhankelijkheid vervallen. Economische waarde werd vernietigd, en de menselijke tol bestond uit chaos en pijn. Het komt goed uit om deze feiten over het hoofd te zien, maar rationeel is het beslist niet.

    Wat blijft er ten slotte over onder de mantel van de goochelaar? Louter één doorklinkende gedachte: dezelfde technologieën waarmee ze ons wilden verbannen, kunnen ons in staat stellen om de oude businessmodellen aan flarden te schieten. ‘Alles wat we hebben bereikt wordt door de machine bedreigd, zolang die het waagt als Idee te bestaan, en niet als een gehoorzaam hulpmiddel,’ schreef Rilke.

    De door velen voorspelde robotinvasie gaat uit van een economie van minachting die leidt naar een doodlopende straat van uitsluiting en stagnatie. In plaats daarvan kunnen we een nieuwe, menselijke economie opzetten. Ze zal nieuwe beroepen ontsluiten, nieuwe relaties kweken en nieuwe vormen van participatie voorstaan. Onder de goochelaarsmantel zal de valse dichotomie van winnaars en verliezers verdwijnen.

    We kunnen het ons niet veroorloven alle informatierijkdom en de activiteiten die daarmee gepaard gaan over te laten aan een elite. We kunnen de technologie allemaal vooruithelpen en er ons voordeel mee doen. Belangrijke nieuwe onderzoeksliteratuur over ‘neurale plasticiteit’ [veranderingen in de organisatie van de hersenen als gevolg van ontwikkeling, leren of ervaring] suggereert dat ieder van ons in staat is om veel meer te begrijpen, te voelen en te presteren dan de wereld ons ooit heeft gevraagd of toegestaan. En toch blijven we ons lichaam en onze geest opsluiten in werkplekken, scholen en ziekenhuizen waarvan de organisatieprincipes eeuwenlang nauwelijks veranderd zijn.

    Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel

    Ik zie een wereld waarin nog maar een fractie van het menselijk potentieel wordt benut. De digitale technologie kan ons helpen een nieuwe menselijke wending in de economische geschiedenis te bewerkstelligen en onze hardnekkigste problemen in elke sector aan te pakken, vooral op het gebied van klimaat, onderwijs en gezondheid. Elk daarvan zal vereisen dat mensen elkaar op nieuwe manieren steunen om moeilijke problemen op te lossen.

    Er is geen andere reden dan de gewoonte om te veronderstellen dat markteconomieën maar op één manier kunnen werken. In feite is juist het tegendeel het geval. Ons kapitalisme is defect geraakt. De vroegere successen van het kapitalisme waren het gevolg van zijn vermogen om zich voortdurend aan te passen aan de nieuwe behoeften van nieuwe mensen. Er is niets onvermijdelijks of noodzakelijks aan de huidige regels van het marktspel of de politiek die daardoor wordt ingegeven. Dit is geen utopische gedachte. Integendeel, het zou onrealistisch zijn te denken dat het huidige bestel niet kan en moet worden uitgedaagd.

    De meesten van ons hoeven geen ‘dingen te zoeken waar mensen echt goed in zijn’. Dat weten we al: we zijn goed in het mens zijn. Op die manier maken we de wereld menselijker, en dat gaat beter als we in de gelegenheid zijn om te leren en een bijdrage te leveren. We hebben lief, en dat doen we beter als we zelf worden liefgehad en op waarde geschat. Het sonnet van Rilke vervolgt: ‘Maar ons kan het bestaan nog altijd bekoren; op een honderdtal plekken is het nog altijd de Oorsprong.’ Laat dit onze elektronische wereld zijn. ‘Ik bezing het elektrische lichaam,’ schreef [de Amerikaanse dichter] Whitman, ‘de legers van degenen die ik liefheb omgorden mij en ik omgord hen…’ Laat ook dit onze elektronische wereld zijn.

  • Ierland: Instagram krijgt boete van 405 miljoen euro

    Ierland: Instagram krijgt boete van 405 miljoen euro

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: een van de verdachten van steekpartij dood aangetroffen

    » Rusland stelt referendum annexatie Zuid-Oekraïne uit

    Instagram schendt privacy minderjarigen

    De Ierse toezichthouder (DPC) heeft de Meta-groep (voormalig Facebook), eigenaar van Instagram, een zware sancties van 405 miljoen euro opgelegd wegens het schenden van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De boete is met name uitgevaardigd voor het schenden van de privacy van minderjarigen.

    Het onderzoek, dat al twee jaar loopt, richtte zich op twee overtredingen, legt techsite The Verge uit. Ten eerste het feit dat Instagram ‘jonge gebruikers tussen dertien en zeventien jaar toestaat professionele accounts aan te maken op het platform, waarbij hun gegevens openbaar worden gemaakt’. Ten tweede wordt het sociale netwerk ervan beschuldigd ‘de accounts van sommige jonge gebruikers standaard openbaar te maken’.

    Dit is de derde en grootste boete die de Ierse toezichthouder aan Meta heeft opgelegd. In 2021 werd al 225 miljoen euro van WhatsApp geëist vanwege het gebrekkige privacybeleid, schrijft The Verge. Het bedrijf van Mark Zuckerberg heeft verklaard in beroep te gaan.

    Lees ook:

  • Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Waarom big tech zo geheimzinnig doet over zijn inkomstenbronnen

    Uit een diepgravend onderzoek van The Economist blijkt dat de almachtige techreuzen kwetsbaarder zijn dan je zou vermoeden. De winstgevende onderdelen zijn weliswaar uiterst lucratief, maar verzwegen informatie wijst ook op zwakheden.

    De Amerikaanse techgiganten verdienen onchristelijk veel geld. In 2021 bedroeg de gezamenlijke jaaromzet van Alphabet, Amazon, Apple, Meta en Microsoft 1,4 biljoen dollar. Dat geld komt uit een breed en continu groeiend scala aan inkomstenbronnen, van telefoons en geneesmiddelen tot videostreaming en virtuele assistenten. Analisten verwachten dat de gecombineerde omzet van de grote vijf in het eerste kwartaal van 2022 boven de 340 miljard dollar zal komen, zo’n 7 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.

    Het driemaandelijkse ritueel van opzienbarende kwartaalcijfers begon dit jaar op 26 april, toen de eerste van de grote vijf zijn cijfers bekendmaakte: Alphabet kon bogen op een omzet van 68 miljard dollar, een stijging van 23 procent ten opzichte van vorig jaar, al was door een dalende groei van de advertenties de nettowinst gedaald tot 16,4 miljard. Diezelfde dag rapporteerde Microsoft een omzet van 49,4 miljard, 18 procent meer dan vorig jaar, en een nettowinst van 16,7 miljard. Een dag later rapporteerde Meta een omzet van 27,9 miljard met een nettowinst van 7,5 miljard dollar. Amazon en Apple moesten op het moment van schrijven nog met hun cijfers komen.

    Ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten

    Het is begrijpelijk dat de grote techbedrijven zich graag op deze indrukwekkende cijfers en hun gevarieerde productaanbod beroemen. Maar ze zijn een stuk zwijgzamer over hoeveel ze nu eigenlijk verdienen met hun verschillende producten en diensten. In de jaarcijfers en andere openbare stukken worden de inkomstenstromen meestal zo veel mogelijk op één hoop gegooid en zo vaag mogelijk omschreven. Vorig jaar waren de verkoopcijfers van de grote vijf bijvoorbeeld verdeeld over 32 bedrijfssegmenten. Vergelijk dat eens met de in totaal 56 segmenten van de vijf best presterende Amerikaanse bedrijven in andere sectoren. 

    Apple verdeelt zijn omzet in vijf segmenten, Meta maar in drie (zie grafiek 1). De categorie ‘Google Other’ was bij Alphabet vorig jaar goed voor 28 miljard dollar aan inkomsten. Daaronder vallen Googles appstore, de verkoop van smartphones en andere apparaten, en abonnementen van dochteronderneming YouTube. De advertentie-inkomsten van YouTube, die Alphabet pas in 2020 voor het eerst bekendmaakte, bedroegen vorig jaar 29 miljard dollar. Dat betekent dat Google Other en de advertentieafdeling van YouTube allebei meer opbrachten dan vier vijfde van de bedrijven in de S&P 500-index van de grootste Amerikaanse bedrijven.

    Niet te veel openheid

    Het is logisch dat je daar als bedrijf niet te veel openheid over wilt geven. Zolang concurrenten in het duister tasten, kunnen ze je goedlopende businessunits niet kopiëren en niet aan je marges gaan knibbelen. Andy Jassy, de algemeen directeur van Amazon, klaagt over het vooruitzicht dat hij zijn bedrijfscijfers nader zou moeten specificeren, omdat die cijfers ‘concurrentiegevoelige informatie’ bevatten.

    Helaas voor de techbaronnen wordt het ze steeds moeilijker gemaakt om die informatie te versluieren. Toezichthouders, politici en investeerders zien daar steeds meer een probleem in en roepen de grote platforms op tot meer transparantie over alles, van de werking van hun betaalsystemen tot de CO2-uitstoot waarvoor ze verantwoordelijk zijn. En er is ook steeds meer informatie beschikbaar uit andere bronnen, zoals rapporten van vermogensbeheerders, analyses van hedgefondsen en vooral uit mededingingsrechtszaken die overal ter wereld door concurrenten en toezichthouders worden aangespannen. Daaruit komen steeds meer details naar voren over hoe het er in de big tech intern aan toegaat.

    Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden

    Om daar inzicht in te krijgen heeft The Economist rechtbankdocumenten, interne e-mails, rapporten van analisten en uitgelekte dossiers uitgeplozen over Alphabet, Amazon, Apple en Meta (Microsoft heeft onderzoek naar monopolievorming ditmaal kunnen voorkomen, waardoor er over de inkomsten van dat bedrijf minder geheime cijfers naar buiten zijn gekomen). Daaruit rijst het beeld op dat de techreuzen kwetsbaarder zijn dan hun schijnbare almacht doet vermoeden. De winstgevende onderdelen van hun bedrijf zijn wel zo lucratief dat ze diepe zakken hebben, maar de verzwegen informatie wijst toch ook op enkele zwakheden. Drie daarvan springen eruit: grote winstconcentratie, afnemende klantentrouw en de enorme tegenvallers die ze riskeren op te lopen in de verschillende mededingingsrechtszaken.

    Winstmakers

    Allereerst de winstmakers. De grootste zijn meestal heel helder. De iPhone blijft de grote melkkoe van Apple, Amazon harkt het meeste geld binnen met clouddiensten, en Alphabet en Meta zouden nergens zijn zonder advertentie-opbrengsten. Maar de bedrijven zijn niet scheutig met gegevens over andere, kleinere maar snelgroeiende bedrijfsonderdelen.

    De grootste stille winstmakers voor Alphabet en Apple zijn misschien wel hun appstores. Voor alle aankopen binnen apps strijken ze een commissie op, meestal van wel 30 procent (al zijn ze als tegemoetkoming aan de toezichthouders wel bezig om die percentages te verlagen voor kleine softwareontwikkelaars en apps die afhankelijk zijn van abonnees). De resulterende inkomstenstroom is nog niet opzienbarend. Volgens een door diverse Amerikaanse staten aangespannen rechtszaak bedroeg de appstore-omzet voor Google in 2019 zo’n 11 miljard dollar, en analisten schatten dat die van Apple vorig jaar op zo’n 25 miljard dollar uitkwam. Maar doordat de onderhoudskosten van die appstore miniem zijn, is de winstmarge enorm. Uit de stukken van een rechtszaak die gamefabrikant Epic Games tegen de appstores heeft aangespannen, blijkt dat de winstmarge voor Apple wel 78 procent bedraagt, en voor Google 62 procent. Ter vergelijking: de operationele marge van heel Apple is 35 procent en van Alphabet (dat nog steeds vooral op advertentie-inkomsten leunt) 31 procent.

    Bij Apple werken vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps

    De appstores zijn dus booming. Volgens de Competition and Markets Authority (CMA), de Britse mededingingsautoriteit, is de opbrengst van opdrachten die tussen 2017 en 2020 voor Google en Apple zijn uitgevoerd grofweg verdubbeld. In 2020 werkten acht- tot negenhonderdduizend ontwikkelaars aan tweeënhalf tot drie miljoen apps voor de Google appstore. Dat was iets meer dan bij Apple, waar vijf- tot zeshonderdduizend ontwikkelaars aan 1,8 miljoen apps werkten. Afgaande op de rechtszaak van Epic en het onderzoek van de CMA wijst niets erop dat deze groei afneemt of dat de marges slinken. Voor de Google appstore is de brutomarge de laatste jaren een paar procentpunt gestegen.

    In de jaarcijfers van Apple valt de opbrengst van de appstore onder de categorie ‘diensten’, die vorig jaar 68 miljard dollar opleverde, oftewel 19 procent van de totale bedrijfsomzet. Maar de appstore is nog niet Apples meest winstgevende dienst. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar de CMA schat dat de brutomarge op Apples zoekadvertenties nog groter is. Dat is volgens de toezichthouder het gevolg van een deal die het met Google heeft gesloten om Google als standaardzoekoptie in te stellen op de meeste Apple-apparaten. In ruil daarvoor krijgt Apple van Google tussen de 8 en 12 miljard dollar per jaar (2 tot 3 procent van zijn totale omzet). En het kost Apple praktisch niets, dus dit is bijna zuivere winst.

    Diepe zakken

    Amazon en Meta zijn (iets) minder geheimzinnig over de herkomst van hun inkomsten en winsten. Meta mag zich nu anders in de markt willen zetten en het accent willen verleggen naar de virtual reality van het ‘metaverse’, maar het steekt niet onder stoelen of banken dat het nog steeds 97 procent van zijn omzet haalt uit onlinereclameopbrengsten. Amazon doet ook niet moeilijk over de omzet van zijn omstreden Marketplace, waar derden producten kunnen aanbieden en dan op elke verkoop, waarmee ze direct concurreren met Amazons eigen aanbod, een commissie afdragen van 19 procent (was 11 procent in 2017). In 2021 droeg Marketplace 103 miljard dollar bij aan Amazons omzet, wat een verzesvoudiging is ten opzichte van 2015 en 22 procent van de bedrijfsomzet.

    Maar het vergde spitwerk van analisten om te komen tot de schatting dat Instagram vorig jaar goed was voor 42 miljard omzet, bijna twee vijfde van Meta’s totaal en een flinke stijging ten opzichte van 2019, toen Instagrams aandeel nog 20 miljard bedroeg. Met andere woorden, de rol van het fotoplatform in het succes van dit socialemedia-imperium is spectaculair gegroeid. En uit een door het District of Columbia aangespannen rechtszaak tegen Amazon blijkt dat de winstmarge van Marketplace 20 procent bedraagt, vier keer zo hoog als die voor Amazons eigen verkoopactiviteiten. (Uit de rechtbankstukken blijkt niet of het hier gaat om bruto-, netto- of operationele marges.)

    Zulke big spenders worden intern ‘whales’ genoemd, net als in casino’s

    Dankzij die inkomstenbronnen hebben de bedrijven dus diepe zakken. Maar kijk je nog eens goed, dan blijkt de basis toch verrassend smal. In de appstore van Apple komt 70 procent van alle inkomsten bijvoorbeeld uit games, zo blijkt uit stukken in de door Epic aangespannen rechtszaak. Het leeuwendeel daarvan is afkomstig van aankopen die gamers binnen een app doen, bijvoorbeeld voor gekke attributen voor hun avatar of om virtueel geld te kopen. In 2017 was 88 procent van de gameomzet van de appstore afkomstig van 6 procent van de gameconsumenten. Die grootverbruikers geven gemiddeld ieder meer dan 750 dollar per jaar uit aan hun apps.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt ook dat 1 procent van Apples gamers goed was voor 64 procent van de omzet in de appstore, en dat die gamers er jaarlijks 2694 dollar aan uitgaven. Zulke big spenders worden intern ‘whales’ (walvissen) genoemd, net als in casino’s. Uit onderzoek van de CMA kwam bij de Google appstore hetzelfde patroon naar voren: in 2020 was ongeveer 90 procent van de Britse omzet afkomstig van nog geen 5 procent van de apps. En weer kwam het leeuwendeel van de omzet hier van aankopen binnen de app.

    Ook in de onlineadvertentiesector zie je een grote concentratie van het uitgavenpatroon. De CMA boog zich over cijfers over Britse adverteerders die in 2019 samen 7 miljard pond uitgaven aan Google Ads, een advertentiekanaal dat vooral bedoeld is voor kleine bedrijven. De bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders (gerangschikt naar besteding) was goed voor meer dan 85 procent van de omzet van Google Ads. De grootste klanten zaten in de detailhandel, de financiële sector en de reissector. Bij Facebook bleek die concentratie nog groter. Daar was de bovenste 5 à 10 procent van de adverteerders goed voor meer dan 90 procent van de omzet (zie grafiek 2). In de segmenten detailhandel, entertainmentsector en consumentengoederen werd er het meest aan uitgegeven.

    Van concentratie is ook sprake als het gaat om het aantal vertoningen of ‘impressies’, het vakjargon voor elke keer dat een advertentie op iemands scherm verschijnt. Dat bleek uit intern onderzoek van Google, dat naar buiten kwam in een rechtszaak die tegen het bedrijf werd aangespannen door weer een andere groep Amerikaanse staten. Uit dat onderzoek bleek dat in de VS 20 procent van alle vertoningen van advertenties goed was voor 80 procent van de advertentieopbrengst voor onlineadverteerders. De waardevolste vertoningen zijn gericht op gebruikers bij wie er een grote kans bestaat dat ze een aankoop zullen doen. Bij Google werd dit verschijnsel intern ‘cookieconcentratie’ genoemd.

    Afhankelijkheid

    Naast die grote afhankelijkheid van een paar grote winstmakers is er nog een andere zwakte in het bedrijfsmodel die zelden wordt benoemd: klantenverloop. Men gaat er vaak van uit dat de klanten van de techgiganten verknocht, ja zelfs verslaafd zijn aan hun diensten en producten. De bedrijven zullen dat niet openlijk ontkennen, want het bevestigt het beeld dat ze de markt in hun greep hebben – een beeld dat investeerders graag zien. Maar in werkelijkheid kan die greep weleens een stuk zwakker zijn.

    Uit de Epic-rechtszaak blijkt dat pakweg 20 procent van de iPhone-gebruikers die in 2019 en 2020 een nieuwe telefoon kochten op een ander merk is overgestapt. Uit gelekte documenten van Meta blijkt dat steeds minder tieners zich bij Facebook aanmelden en dat ze er minder tijd op doorbrengen. Zelfs het bij de jeugd populairdere Instagram begint het af te leggen tegen concurrenten. Uit een gelekt intern rapport uit maart vorig jaar blijkt dat tieners meer dan twee keer zoveel tijd doorbrengen op het hippere TikTok.

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren

    Jongeren zijn niet de enige klanten die de grote platforms de rug beginnen toe te keren. Je ziet het ook bij jonge bedrijven. Start-ups beleefden vorig jaar gouden tijden. Het mondiale reservoir aan durfkapitaal bedroeg dat jaar 621 miljard dollar, meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. Volgens een rapport van Bridgewater Associates, het grootste hedgefonds ter wereld, gaat ongeveer een vijfde van al het in start-ups geïnvesteerde geld naar clouddiensten, een markt die wordt gedomineerd door Alphabet, Amazon en Microsoft. Nog eens twee vijfde gaat naar marketing, waarbij in de digitale wereld Alphabet, Meta en in toenemende mate Amazon de dienst uitmaken. En Bridgewater schat dat alles bij elkaar zo’n 10 procent van de totale omzet van Alphabet, Amazon en Meta afkomstig is uit het ecosysteem van start-ups. Dat staat gelijk aan 84 miljard dollar per jaar.

    Die geldstroom kan weleens gaan slinken. Door zorgen over de stijgende inflatie, de oorlog in Oekraïne en de kans op een recessie zijn de aandelen van de techbedrijven gekelderd. De Nasdaq, waar de technologiesector zwaar in meeweegt, is na zijn hoogtepunt in november al met 20 procent gedaald. De dalingen van de beurskoersen krijgen nu ook gevolgen in de start-upwereld. Instacart, een bezorgdienst voor supermarkten, heeft op 24 maart zijn bedrijfswaardering met 38 procent verlaagd. Met een lagere waardering krijgen bedrijven het moeilijker om kapitaal aan te trekken. Investeerders zeggen te verwachten dat start-ups de komende maanden de broekriem gaan aanhalen. Dat leidt tot minder bestedingen aan clouddiensten en advertenties.

    Wat betekenen al deze kwetsbaarheden bij elkaar? In het ergste geval heel veel, als de strengste toezichthouders in de VS, Groot-Brittannië en de EU hun zin krijgen. Vorige maand is de laatste hand gelegd aan de Wet inzake digitale markten (WDM), een verstrekkend pakket aan nieuwe EU-regels om de grote techbedrijven aan banden te leggen. Dat zal alleen sommige bedrijfsonderdelen treffen en is vooral gericht op de Europese activiteiten. Volgens vermogensbeheerder Bernstein verdienen Alphabet, Apple, Amazon en Meta 267 miljard dollar in Europa, pakweg een vijfde van hun gezamenlijke totaalomzet. En een snelle rekensom leert ons dat de Europese WDM een gevaar vormt voor 40 procent van de Europese omzet van deze vier bedrijven.

    Vrezen voor omzetdaling

    Wereldwijd is Alphabet het kwetsbaarst: dat moet vrezen voor bijna 90 procent van zijn Europese inkomsten (27 procent van zijn wereldwijde omzet). In de VS wordt het zoekmonopolie van Google onder vuur genomen door een team aanklagers uit diverse Amerikaanse staten. Het federale ministerie van Justitie overweegt ook stappen te zetten. Zo komt ook de 70 miljard aan Amerikaanse omzet op zoekadvertenties in gevaar – een kwart van Alphabets totale omzet. Verlaagt Alphabet zijn commissie op aankopen binnen apps van 30 naar 11 procent, het percentage dat Google op 23 maart overeenkwam met Spotify, dan keldert de omzet van de Amerikaanse appstore van 11 naar 4 miljard. Alles bij elkaar vormt dit een bedreiging voor misschien wel 150 miljard dollar aan omzet, zo’n 60 procent van Alphabets mondiale totaalomzet.

    Het gevaar dat Apple bij dit doemscenario loopt is kleiner, maar nog steeds aanzienlijk. Als de monopoliebestrijders een eind maken aan de afspraak met Google, scheelt dat al 8 tot 12 miljard per jaar. Verlaagt Apple net als Alphabet de commissies in zijn appstore, al dan niet onder dwang van nieuwe wetgeving, dan kunnen de app-gerelateerde inkomsten dalen van 25 tot circa 9 miljard dollar. In totaal kan Apple er zo’n 35 miljard dollar bij inschieten, een tiende van zijn mondiale omzet. Amazon kan rekenen op een daling van 77 miljard per jaar, 16 procent van zijn mondiale omzet, als het zijn eigen verkoopactiviteiten op Marketplace moet loskoppelen van die van derden.

    Sommige politici en toezichthouders zijn al begonnen over de noodzaak om Amazon helemaal op te splitsen, in bijvoorbeeld een winkelbedrijf en een clouddienst. Het bedrijf dat Amazon blijft heten verliest dan dus ofwel zijn onlineverkoopkanaal (momenteel goed voor 70 procent van zijn omzet) of zijn winst uit clouddiensten (goed voor ongeveer driekwart van zijn winst). Zo gaan er ook stemmen op om Meta op te splitsen. Als de Amerikaanse Federal Trade Commission haar zin krijgt en Facebook wordt gedwongen Instagram en WhatsApp af te stoten, derft het bedrijf 42 miljard dollar aan inkomsten uit Instagram en nog eens 2 miljard dollar uit WhatsApp, twee vijfde van het totaal.

    Een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven flink ontregelen

    Als alles tegenzit moeten Alphabet, Amazon, Apple en Meta dus vrezen voor maar liefst 330 miljard dollar aan omzetdaling, oftewel een kwart van het totaal. En dat is nog buiten de gevolgen gerekend van twee grote mededingingswetten die momenteel in het Amerikaanse Congres worden behandeld. Die zouden de eigenaren van platforms zoals appstores en zoekmachines onder meer verbieden hun eigen producten een voorkeursbehandeling te geven. De financiële gevolgen daarvan zijn nog niet duidelijk, maar zouden net als die van de Europese wet aanzienlijk kunnen zijn.

    Het is niet waarschijnlijk dat dit rampscenario voor de grote techbedrijven zich echt zal voltrekken. Eerdere pogingen om hun macht te beteugelen zijn al vaak gestrand. De huidige pogingen zullen waarschijnlijk nog worden afgezwakt en het kan jaren duren voordat ze echt in werking treden. Maar een paar geslaagde aanvallen op de bedrijven kunnen hun toekomstperspectieven wel flink ontregelen. En doordat rechtszaken een tipje van de sluier oplichten over hun geldstromen, krijgen potentiële concurrenten meer zicht op waar de marges zitten waarvan ze kunnen proberen iets af te snoepen.