Tag: Michelle Obama

  • 1. Yes, he tried

    1. Yes, he tried

    Obama werd gekozen op een golf van optimisme, met de belofte dat hij Amerika’s wonden zou helen. Is dat hem gelukt? Gary Younge kijkt terug op een adembenemende verkiezingsnacht in 2008 – en op wat volgde.

    Toen op de avond van de verkiezingen van 2008 Ohio was binnengehaald, steeg er luid gejuich op in de President’s Lounge, een bar in de overwegend zwarte south side van Chicago. Er werd champagne ontkurkt, onbekenden vielen elkaar om de hals, agenten in patrouillewagens riepen de naam van de zojuist gekozen president door hun luidspreker: ‘Obama!’

    Terwijl ik mijn blik over alle gezichten aan de bar liet glijden, keek een vrouw me stralend aan, hief haar margarita en riep: ‘Mijn man zit in Afghanistan. Nu komt hij naar huis!’ Barack Obama had nooit gezegd dat hij een einde zou maken aan de oorlog in Afghanistan. Hij had juist beloofd dat hij de inzet van het Amerikaanse leger daar zou vergroten. Het was niet zo dat deze vrouw hem verkeerd had begrepen; ze had domweg haar hoop op hem geprojecteerd.

    Dat was het effect dat Obama destijds op mensen had. Meestal werd er niet al te goed geluisterd naar wát hij zei, omdat men viel voor de manier waaróp hij het zei. Weloverwogen, welbespraakt, goed geïnformeerd: dit was een politicus die sprak in volzinnen met werkwoorden. Hij zou niet alleen de opvolger worden van George W. Bush. Hij was de anti-Bush.

    En dan was er nog Obama’s uiterlijk: lang, knap, zwart – een stijlvolle verschijning, een representant van een bevolkingsgroep

    En dan was er nog Obama’s uiterlijk: lang, knap, zwart – een stijlvolle verschijning, een representant van een bevolkingsgroep die is ondervertegenwoordigd en gemarginaliseerd. Het idee dat deze man aan het hoofd van het land zou staan, amper drie jaar na de orkaan Katrina, vervulde velen van ontzag. De details leken ineens onbelangrijk, waar het om ging was dat deze man president zou kunnen worden.

    Ik hoorde voor het eerst over Barack Obama van wijlen mijn schoonmoeder, Janet Mack, die in Chicago woonde en al in 2003 deel uitmaakte van zijn campagneteam toen hij een Senaatszetel probeerde te behalen. Dat was het jaar waarin ik als correspondent van The Guardian naar Amerika verhuisde. Ik heb eerst in New York gewoond en later in Chicago, om afgelopen augustus weer terug te keren naar Londen. Janet had Obama een paar keer op een lokale televisiezender gezien en vond dat hij zinnige dingen zei. Ze was aanwezig geweest bij een demonstratie waar hij zich, als staatssenator, uitsprak tegen de invasie in Irak. Toen hij zich net verkiesbaar had gesteld was ze bang dat hij vermoord zou worden, maar langzaam raakte ze eraan gewend dat hij in de schijnwerpers stond. ‘Vergelijk het met mensen die in Californië wonen, met de aardbevingen,’ zei ze tegen me. ‘Je kunt niet voortdurend in angst leven.’

    obamafamilie 1

    In 2008 gingen we samen naar het zuiden van Chicago voor Obama’s nominatiespeech, en we stonden met een paar honderd anderen in het Regal Theatre, waar een groot scherm hing. Er werd gehuild en er werden vuisten in de lucht gestoken. Onderweg naar huis kneep Janet, die als zwarte vrouw in het Zuiden was opgegroeid, even in mijn arm en lachte. Gewoonlijk was ze heel spraakzaam. Maar gedurende het halfuur dat we naar huis reden zei ze alleen maar, tegen niemand in het bijzonder: ‘Ik kan het nauwelijks geloven.’

    Obama’s campagne voor de presidentsverkiezingen was in veel opzichten weinig opzienbarend. In de Senaat had hij in 90 procent van de gevallen net zo gestemd als Hillary Clinton. Hij stond ergens in het midden van de partij, beloofde herzieningen van de gezondheidszorg en een iets eerlijkere verdeling van de welvaart – precies die standpunten waar de gemiddelde Democraat zich al een generatie lang sterk voor maakte. Maar hij schoot als een komeet omhoog. Zijn verhaal was zo aansprekend, zijn retoriek zo meeslepend, zijn gedrevenheid zo overduidelijk – en zijn overwinning, toen die eenmaal was behaald, zo onwaarschijnlijk.

    Obama was zich er al lange tijd van bewust dat de kiesgerechtigden in hem zagen wat ze in hem wilden zien. ‘Ik fungeer als een leeg scherm waarop kiesgerechtigden van zeer diverse politieke pluimage hun eigen visie kunnen projecteren,’ schreef hij in 2006 in De herovering van de Amerikaanse droom. ‘Ik zal dan ook sommige van die mensen teleurstellen, zo niet allen.’ Maar hij had er deels zelf de hand in gehad. Hij beweerde te zijn gevormd door de suffragettes, de burgerrechtenbeweging en de vakbonden, haalde toespraken aan uit die traditie en positioneerde zich als een man die voor een omwenteling kon zorgen. Op de laatste avond van de voorverkiezingen, in juni 2008, beloofde hij de menigte in Saint Paul, Minnesota, letterlijk de aarde: ‘Later zullen we onze kleinkinderen kunnen vertellen dat dit het moment was … waarop de stijging van de zeespiegel werd afgeremd en onze planeet weer kans kreeg om op krachten te komen.’

    Herstelwerkzaamheden

    Er waren flink wat herstelwerkzaamheden nodig. Toen Obama aan de macht kwam, had Amerika net een oorlog in de Golf verloren en was het aan de verliezende hand in Afghanistan. In een peiling onder negentien landen bleek twee derde van die landen een negatieve kijk te hebben op Amerika. De Amerikanen zelf hadden ook geen al te best zelfbeeld. Door de bankencrisis was hun economie in een vrije val beland. De armoede nam hand over hand toe, de aandelen kelderden in recordtempo en slechts 13 procent van de bevolking had het idee dat het de goede kant op ging met het land.

    Dit was het Amerika waarmee Obama werd opgezadeld toen hij op de verkiezingsavond van 2008 in een overwinningsroes met zijn gezin het podium betrad in Grant Park in Chicago – een visioen in het zwart voor een land dat nog niet van de schok was bekomen.

    Toen de Irakoorlog nog maar net een jaar bezig was, leek de Amerikaanse samenleving meer gepolariseerd dan ooit. Maar het dieptepunt bleek nog niet te zijn bereikt

    In Marshalltown, Iowa, staat op 26 januari van dit jaar een menigte urenlang in de ijzige kou te wachten op een toespraak van Donald Trump. Er worden petjes verkocht met ‘Make America Great Again’ (made in China), badges met de tekst ‘Bomb The Shit Out Of Isis’ en ‘Hillary For Prison 2016’. Een man loopt rond met een poster van Hitler die een rekening voor zorgkosten in zijn hand houdt en zegt: ‘Nu ben je te ver gegaan, Obama!’ Aan de overkant van de weg staan demonstranten, voornamelijk hispanics. In de loop van het afgelopen halfjaar heeft Trump Mexicanen uitgemaakt voor verkrachters, heeft hij beloofd alle moslims de toegang tot het land te ontzeggen en heeft hij Chinezen, gehandicapten, vrouwen en joden beledigd.

    Binnen neemt sheriff Joe Arpaio uit Arizona het woord. Arpaio, die fel gekant is tegen immigranten en nog altijd volhoudt dat Obama’s geboortebewijs is vervalst, kondigt Trump aan, die tevoorschijn komt vanachter een gordijn. ‘Heeeeeere’s Donald!’ De menigte zwelt aan, er zijn honderden mensen op afgekomen, en ook de onoverdekte tribunes worden opengesteld om alle mensen te kunnen herbergen. Trump kraamt allerlei nonsens uit, een beetje als een dronken oom op een barbecue. Hij pocht over zijn muur om de Mexicanen buiten de deur te houden. ‘Het wordt een prachtige, reusachtige muur. O, wat zullen jullie die muur mooi vinden.’ Na afloop zegt Brian Stevens, 37 jaar, dat Trump grote indruk op hem heeft gemaakt. ‘Ik ben het niet in alles met hem eens. Maar ik denk wel dat hij kan zorgen dat er iets verandert. Iemand moet zich sterk maken voor Amerika. We hebben hem gewoon nodig.’

    Obama vergaarde in één klap landelijke roem met de woorden dat dit soort dagen tot het verleden zouden behoren. Op de Democratische conventie in 2004 zei hij dat het leek alsof de politieke tweedeling van het land van buitenaf was opgelegd, door cynische arbeiders en simplistische media. Destijds, toen de Irakoorlog nog maar net een jaar bezig was, leek de Amerikaanse samenleving meer gepolariseerd dan ooit. Maar het dieptepunt bleek nog niet te zijn bereikt.

    Toen Obama in 2008 presidentskandidaat was, was een van de belangrijkste beloften van zijn campagne dat hij boven de strijdende partijen zou gaan staan en zou zoeken naar een samenwerking die de partijen oversteeg. Zo liep het echter niet. In 2010 liet de toenmalige minderheidsleider in de Senaat, Mitch McConnell, weten dat het voor de Republikeinse partijtop ‘een politieke prioriteit was om te voorkomen dat president Obama een tweede termijn zou dienen’. Republikeinse Congresleden, die zelfs weigerden samen te werken met hun eigen partijleiding, dreigden herhaaldelijk de Verenigde Staten naar de rand van de afgrond te brengen, of domweg de hele overheid lam te leggen – tenzij Obama terug zou komen op gedane beloften, of wetten zou terugdraaien die al waren aangenomen.

    Een paar jaar geleden, toen het door de Republikeinen gedomineerde Huis van Afgevaardigden ervoor zorgde dat de federale overheid gedurende een korte periode ‘op slot’ ging, maakte Congreslid Marlin Stutzman duidelijk hoezeer Obama’s tegenstanders dwarslagen: ‘We moeten zien dat we hier iets uit slepen,’ zei hij. ‘Al heb ik geen idee wát.’

    Wat president Obama ook zei of deed, hij zou altijd een katalysator zijn voor politieke polarisatie. Volgens sommigen is dat te wijten aan het feit dat rechts zich niet kon neerleggen bij het feit dat de president zwart was, en vermoedelijk zit daar wel wat in. Maar er zat veel meer achter dan alleen de rassenkwestie: Obama belichaamt op heel veel verschillende manieren de zorgen van een deel van blank Amerika. Hij is de zoon van een Keniaanse immigrant in een periode waarin Amerika het heel moeilijk heeft met de gevolgen van immigratie en buitenlandse handel. Hij is de zoon van een niet-praktiserende moslim die aan de macht kwam op het moment dat het land oorlogen verloor in landen met een bevolking die in meerderheid uit moslims bestaat. Hij komt voort uit een gemengd huwelijk in een periode waarin de snelst groeiende etnische groepering in het land de groep is die zich identificeert met ‘meer dan één ras’. Hij is een niet-blanke president die zijn presidentschap eindigt in een tijd waarin in Amerika de meerderheid van de kinderen onder de vijf niet blank is.

    Zowel in demografische als geopolitieke zin betekent het niet meer hetzelfde als vroeger om een blanke Amerikaan te zijn. Voor wie zich niet bij die ontwikkeling kon neerleggen groeide Obama uit tot de belichaming van zowel de gevoelde dreiging als de vernedering. Trump is in veel opzichten hun antwoord.


    In zijn laatste State of the Union, in januari, erkende Obama dat er niet veel was terechtgekomen van zijn droom van een politiek klimaat van consensus. ‘Een van de weinige dingen van mijn presidentschap die ik betreur,’ zei hij, ‘is dat de rancune en de argwaan tussen de partijen niet is afgenomen, maar alleen maar is verhevigd. Ik twijfel er geen seconde aan dat een president met de talenten van een Lincoln of een Roosevelt beter in staat zou zijn geweest de kloof te dichten, en ik verzeker u dat ik me zal blijven inzetten om het beter te doen zolang ik dit ambt bekleed.’ Met nog maar negen maanden te gaan in een verkiezingsjaar is het nauwelijks voorstelbaar dat de impasse nog kan worden doorbroken.

    Tegen het einde van Obama’s eerste termijn, in 2012, was er een wijdverbreid gevoel dat het allemaal niet snel genoeg ging, dat hij te makkelijk zwichtte voor zijn tegenstanders. Het was alsof hij eerst met zichzelf in onderhandeling ging voordat hij een handreiking deed naar de tegenpartij, die de uitgestoken hand vervolgens laatdunkend wegsloeg. Nadat hij was verkozen op een golf van optimisme, leek hij gereserveerd en stuurloos. Nadat hij harten had beroerd met zijn toespraken, leek hij niet langer in staat de mensen te bereiken.

    Tijdens een op televisie uitgezonden bijeenkomst in een gemeentehuis, twee jaar na zijn verkiezing, richtte Velma Hart, een Afro-Amerikaanse vrouw met twee kinderen, het woord tot Obama en verwoordde de desillusie van velen. ‘Ik kan het niet langer opbrengen,’ zei ze tegen hem. ‘Ik kan het niet langer opbrengen om u te verdedigen, om uw beleid te verdedigen, om het stelsel van veranderingen te verdedigen waar ik me sterk voor heb gemaakt, en ik ben diep teleurgesteld hoe we er nu voor staan.’ In relatie tot Obama moeten mensen hun teleurstelling onder ogen zien. Vaak zegt die net zoveel over henzelf als over Obama.

    Ik was voor Obama in de strijd met Hillary Clinton, omdat hij zich tegen de oorlog in Irak had gekeerd in een tijd waarin dat zijn politieke carrière had kunnen schaden; zij had de oorlog gesteund omdat dat gunstig was voor haar carrière. Naar mijn idee was hij de meest progressieve kandidaat. Al snel sloeg de teleurstelling toe.

    Tweede campagne

    Ik was blij met het raciaal symbolische belang van Obama’s overwinning, en ik verheugde me. Maar ik verheerlijkte het niet, omdat ik niet verwachtte dat het veel concreets zou opleveren. Als kandidaat speelde zijn ras een essentiële rol, maar in zijn boodschap kwam het niet aan de orde. Toen ik de tekst van zijn aanvaardingsspeech van 2008 doornam, viel me op dat hij Martin Luther King had geciteerd zonder hem bij naam te noemen – hij verwees naar hem als ‘de oude prediker’. Als een zwarte kandidaat niet onomwonden Martin Luther King kan citeren, dacht ik, wie kan hij dan wel citeren?

    Obama heeft nooit radicale veranderingen beloofd, en gezien de structuren waarbinnen hij moest opereren had hij ook nauwelijks kans die daadwerkelijk door te voeren. Het is uitgesloten om president van Amerika te worden zonder vele miljoenen aan sponsoring te krijgen van rijke mensen en bedrijven (tenzij je zelf miljardair bent). Die mensen zullen zich allemaal tegen je keren als je niet hun belangen behartigt. Het Congres, waar Obama de strijd mee moest aanbinden, is al evenzeer gecorrumpeerd door financiële belangen.

    Dat pleit Obama niet vrij. Op vele terreinen, met name op het vlak van de economie, de banken en de persoonlijke vrijheid, had hij meer kunnen doen, of het beter kunnen doen. Dat heeft hij ook zelf toegegeven; in 2011, kort voor zijn herverkiezing, heeft hij een lijst samengesteld van punten waarop hij onvoldoende heeft gepresteerd: hervormingen op het gebied van immigratie, armoede, het Midden-Oosten, Guantanamo Bay en het homohuwelijk. In 2011 zagen ook de mensen die dicht bij Obama stonden dat hij niet alleen zijn basis dreigde te verliezen, maar ook zijn bestaansrecht als de man die voor verandering zou zorgen.

    Destijds zag het er niet al te rooskleurig uit voor Obama. Zijn tweede campagne was bij lange na niet zo euforisch als de eerste. De redenering van de president was kort gezegd als volgt: ‘Het land stond er belabberd voor toen ik aan de macht kwam, het gaat nu veel beter dan wanneer ik niet aan de macht zou zijn geweest, en het zal veel slechter gaan als ik de macht verlies.’ Wat begon als ‘Yes we can’ was verworden tot ‘Het had erger gekund’. Maar Obama heeft het altijd getroffen met zijn vijanden. Mitt Romney bleek een kansloze kandidaat.

    Naarmate het einde van Obama’s ambtsperiode naderbij komt, hoeven we ons niet langer te beperken tot de discussie over wat zijn presidentschap betekent; we kunnen het nu ook in duidelijke bewoordingen hebben over wat Obama heeft klaargespeeld.

    Vanuit esthetisch oogpunt is Obama’s publieke imago altijd een beetje retro geweest

    Iedereen heeft zijn eigen lijstje. Die lijstjes zijn geen van alle uitputtend. Obama heeft de Amerikaanse soldaten teruggetrokken uit Irak (om daar later weer te gaan bombarderen), hij heeft de betrekkingen met Cuba aangehaald, heeft Osama Bin Laden gedood, heeft een nucleaire overeenkomst gesloten met Iran en heeft het aanzien van Amerika in de wereld aanzienlijk vergroot. Twintig miljoen onverzekerde volwassen hebben nu een zorgverzekering dankzij Obamacare. Toen Obama aan de macht kwam, was er een werkloosheid van 7,8 procent, die ook nog eens opliep; vandaag de dag ligt het op 4,9 procent en is het dalende. Obama heeft het uitzetten van ouders van in Amerika geboren of legaal in Amerika verblijvende kinderen weten te traineren, en ook heeft hij ervoor gezorgd dat kinderen die illegaal met hun ouders het land zijn binnengekomen meer bescherming genieten (de Dream Act). De opbrengst van wind- en zonne-energie is verdriedubbeld; de auto-industrie is gered. Hij heeft zich uiteindelijk in krachtige bewoordingen uitgesproken voor maatregelen om het wapenbezit aan banden te leggen. Hij heeft twee vrouwen benoemd in het Hooggerechtshof, Elena Kagan en Sonia Sotomayor (de eerste Latina).

    Er zijn natuurlijk ook feiten die een heel ander beeld schetsen. Onder Obama is de strijd in Afghanistan geëscaleerd, en de troepen zitten er nog altijd; er zijn meer mensen uitgezet dan onder welke Amerikaanse president in de geschiedenis ook; hij heeft de Espionage Act uit 1917 gebruikt om twee keer zoveel klokkenluiders te vervolgen als alle eerdere presidenten bij elkaar; onder zijn bewind is het aantal drone-aanvallen in Pakistan met 700 procent toegenomen (om nog maar te zwijgen van Jemen, Somalië en andere gebieden), waarbij tussen de 1900 en de 3000 slachtoffers zijn gevallen, onder wie meer dan honderd burgers; er zijn Amerikanen zonder proces geëxecuteerd; de ongelijkheid in welstand en de inkomensongelijkheid zijn toegenomen en de bedrijfswinsten hebben een hoge vlucht genomen; zijn partij heeft legendarische tussentijdse verkiezingsnederlagen geleden. In Syrië heeft hij een rode lijn in het zand getrokken en vervolgens ontkend dat hij dat had gedaan; hij zei dat hij geen troepen zou sturen en deed het vervolgens toch.

    De discrepanties tussen Obama’s campagnebeloften en de daadwerkelijke maatregelen zijn het sterkst waar het om burgerrechten gaat. ‘Deze regering spiegelt ons een valse keuze voor tussen de vrijheden die we koesteren en de veiligheid die we kunnen bieden,’ zei hij als presidentskandidaat op 1 augustus 2007. ‘Honderd procent veiligheid en honderd procent privacy, zonder daar op wat voor manier dan ook hinder van te ondervinden, is uitgesloten,’ zei hij op 7 juni 2013, toen de Edward Snowden-affaire speelde. ‘We zullen bepaalde keuzes moeten maken.’

    Tot slot zijn er de dingen die Obama heeft nagelaten. Hij heeft niet één medewerker van de geheime dienst vervolgd wegens marteling; hij heeft niet één topman uit de financiële wereld vervolgd wegens misdrijven in verband met de crash van 2007/2008; hij heeft Guantanamo Bay niet gesloten.

    Foto’s van Obama in het Witte Huis wekken de indruk dat zowel hij als Michelle zich hun rol moeiteloos hebben aangemeten. – © Amanda Lucidon
    Foto’s van Obama in het Witte Huis wekken de indruk dat zowel hij als Michelle zich hun rol moeiteloos hebben aangemeten. – © Amanda Lucidon

    Maar een nalatenschap is iets anders dan een grootboek. Het is tegelijkertijd minder concreet dan een opsomming, én van diepere betekenis. Een nalatenschap gaat net zozeer om wat mensen voelen als om wat ze weten, het gaat net zozeer om het heden als om het verleden. Vanuit esthetisch oogpunt is Obama’s publieke imago altijd een beetje retro geweest – denk aan de oorspronkelijke campagneposters met ‘Hope’ en ‘Change’. Met zijn gezin aan zijn zijde straalde het merk Obama niet zozeer glamour uit, maar eerder stijl. Net als John F. Kennedy droeg hij een beeld uit dat voldoende Amerikanen nastreefden of waaraan ze behoefte hadden, of beide: een jong, aantrekkelijk gezin, een stralende toekomst.

    Foto’s van Obama in het Witte Huis wekken de indruk dat zowel hij als Michelle zich deze rol moeiteloos hebben aangemeten.

    Toen Virgina McLaurin, een Afro-Amerikaanse vrouw van 106, haar droom in vervulling zag gaan en eerder dit jaar een bezoek mocht brengen aan het Witte Huis, dansten de president en zijn vrouw heel ontspannen met haar. ‘Rustig aan, niet zo snel,’ grapte Obama. Naarmate we verder in zijn tweede ambtstermijn komen, lijkt hun positie hun steeds meer te passen als een tweede huid – dat die huid zwart is, is voor velen nog altijd iets bijzonders. ‘Ik had niet gedacht ooit van mijn leven in het Witte Huis te zullen komen,’ zei McLaurin, opkijkend naar de gastheer en gastvrouw. ‘Ik ben zo gelukkig. Een zwarte president, een zwarte vrouw, en ik ben hier om het zwarte verleden eer te bewijzen.’

    Een nalatenschap is geen statisch 
gegeven; het is aan voortdurende verandering onderhevig. Een paar jaar voor Martin Luther Kings dood moest bijna twee derde van de Amerikaanse bevolking maar weinig van hem hebben, vanwege zijn opstelling in de Vietnamoorlog en vanwege het feit dat hij een herverdeling van de welvaart voorstond. Maar nog geen generatie later werd 
zijn geboortedag landelijk gevierd.

    Ronald Reagan wordt inmiddels bejubeld als held van de conservatieven, hoewel hij zich sterk maakte voor een pardon voor ongeregistreerde migranten en het overheidstekort gigantisch liet oplopen. Tijdens de laatste jaren van Clintons presidentschap gingen de meeste mensen ervan uit dat hij voornamelijk herinnerd zou worden om alle schandalen. Maar nee, hij werd geroemd omdat hij het land uit het financiële dal had laten klimmen. Toen zijn vrouw zich kandidaat stelde als presidentskandidaat voor de Democraten, moest hij terugkomen op wezenlijke onderdelen van die nalatenschap – de aanpak van de misdaad, de hervorming van de gezondheidszorg, de financiële deregulatie – maatregelen waardoor Afro-Amerikanen er disproportioneel op achteruitgingen en waar de banken garen bij sponnen.

    ‘De geschiedenis zal veel milder oordelen dan het huidige Republikeinse Huis van Afgevaardigden,’ zegt Mitch Stewart, die een belangrijke rol speelde in beide verkiezingscampagnes van Obama. ‘De geschiedenis zal stilstaan bij de onderbelichte successen die deze regering heeft geboekt. Een efficiënter gebruik van energie, het terugdraaien van de CO2-uitstoot. Hij heeft het studiefinancieringsstelsel hervormd, wat grote gevolgen heeft voor een nieuwe generatie studenten. Hij heeft de Verenigde Staten een impuls gegeven die nog lang na zijn presidentschap vruchten zal afwerpen. Zijn nalatenschap draait om al deze kleinere successen die nauwelijks aandacht hebben gekregen, maar waar een hele generatie de gevolgen van ondervindt.’

    Rassengelijkheid

    De ironie wil dat het aspect van Obama’s nalatenschap waar hij vooral om zal worden herinnerd – het feit dat hij de eerste zwarte president was – betrekking heeft op een terrein waarop nauwelijks echte vooruitgang is geboekt: rassengelijkheid. De inkomensongelijkheid tussen zwarte en blanke Amerikanen is alleen maar toegenomen, evenals de werkloosheid en de armoede onder zwarten; de zwarte inkomens zijn gestagneerd. Dat wil niet zeggen dat hij niets heeft bereikt. Hij heeft meer zwarte rechters benoemd dan ooit, duizenden niet-gewelddadige drugdealers in vrijheid gesteld, het verschil in strafmaat voor crack en cocaïne verkleind. Alles wat hij heeft gedaan voor de armen, zoals Obamacare, pakt disproportioneel gunstig uit voor Afro-Amerikanen.

    Maar over het geheel genomen is Obama’s raciale nalatenschap eerder van een symbolische dan van een concrete orde. Het feit dat hij president kon worden dwong Afro-Amerikanen om hun eigen beeld van Amerika kritisch onder de loep te nemen. Hun eigen leven was er niet structureel beter op geworden, maar dat veranderde weinig aan hun kijk op de Amerikaanse samenleving. Toen Obama overwoog een gooi te doen naar het presidentschap, vroeg zijn vrouw hem wat hij dacht te kunnen bereiken als hij zou winnen. ‘De dag dat ik word ingezworen als president,’ antwoordde hij, ‘zal de wereld met andere ogen naar ons kijken. En miljoenen kinderen in dit land zullen een andere kijk op zichzelf krijgen. Dat alleen al is belangrijk.’

    Uiteindelijk bleek het echter nog niet zo eenvoudig dat beeld overeind te houden. Toegegeven, toen in 2012 Trayvon Martin werd doodgeschoten door George Zimmerman, kon Obama de woorden spreken die geen enkele president voor hem had kunnen spreken: ‘Trayvon Martin had mijn zoon kunnen zijn.’ Toch is het niet erg waarschijnlijk dat Zimmerman naar Trayvon keek en dacht: ‘Daar gaat de toekomstige president van Amerika.’ Dankzij Obama zijn Amerikanen anders tegen racisme gaan aankijken; ze hebben echter geen andere kijk gekregen op zwarten. Obama’s presidentschap eindigt in een periode van oplopende raciale spanningen vanwege politiegeweld.

    ‘Zijn presidentschap zou een periode inluiden van postracisme en kleurenblindheid,’ zegt Keeanga-Yamahtta Taylor, hoogleraar aan Princeton en schrijver van From #BlackLivesMatter To Black Liberation. ‘Tijdens zijn presidentschap is de Black Lives Matter-beweging tot grote hoogten gestegen. Het is de belangrijkste antiracistische beweging van de afgelopen veertig jaar, en die is opgekomen tijdens het bewind van een zwarte president. De ongekende opkomst van deze beweging kan worden gezien als een teleurstelling over de tekortkomingen van de regering-Obama. Voor sommige van die tekortkomingen bestaat een externe oorzaak, zoals de vijandigheid waarmee het overwegend Republikeinse Congres hem tegemoet treedt. Maar een deel van de oorzaak schuilt erin dat zijn eigen beleid tekortschiet.’

    De afgelopen paar jaar is het #BlackLivesMatter-debat vrijwel zonder enige verwijzing naar Obama gevoerd. Dat wijst erop dat, op een bepaald niveau, zijn betrokkenheid bij enkele van de belangrijkste aspecten van zwarte levens haast voor de sier is. Hij is de poster die in de etalage van de kapper of de nagelstudio prijkt, de muurschildering in een metrogang – een ideaal dat niet verward moet worden met de slijtageslag van de dagelijkse realiteit. De vraag of Amerika een zwarte president kan kiezen is beantwoord; de vraag wat zwarte levens waard zijn is nog immer actueel.

    Barack en Michelle Obama maken een dansje met de 106-jarige Virginia McLaurin.
    Barack en Michelle Obama maken een dansje met de 106-jarige Virginia McLaurin.

    Op 29 januari, in de Col Ballroom in Davenport, Iowa, is het moeilijk om niet weemoedig te worden. De Col Ballroom dateert van 1914 en staat op de lijst van het National Register of Historic Places. De kroonluchters verlichten en belichten het oude gebouw met de vorstelijke uitstraling, en de posters getuigen van alle beroemdheden die er hebben opgetreden, van Duke Ellington tot Jimi Hendrix.

    Dus op het moment dat de swingband stilvalt en Bill Clinton het podium betreedt om zijn vrouw Hillary aan te kondigen, heb je helemaal het gevoel dat je bent teruggegaan in de tijd. Hillary is alleen maar gedrevener geworden sinds ze hier acht jaar geleden van Obama verloor. Maar ze kampt nog altijd met dezelfde kwetsbaarheden als in 2008. Ze wordt gezien als een insider, terwijl de mensen nu juist verandering willen. Ze wordt achtervolgd door schandalen – haar e-mails op een privéserver – en men vindt haar onbetrouwbaar. Ze belooft vooruitgang door groei, niet door verandering. Ze probeert zelfs te scoren met het feit dat haar programma weinig opwindend is. ‘Ik geloof meer in doen dan in van alles beloven,’ zegt ze tegen de aanwezigen. In feite beoogt zij Obama’s derde termijn te dienen, en ze vraagt om een kans om zijn werk af te maken.

    Obama’s tweede termijn was overtuigender dan zijn eerste. Na de schietpartij in Sandy Hook, waar de twintigjarige Adam Lanza twintig schoolkinderen, zes leerkrachten, zijn moeder en zichzelf om het leven bracht, beloofde Obama eindelijk iets te doen aan het juridische gebrek aan daadkracht om het wapenbezit aan banden te leggen – iets waarvoor hij zich is blijven inzetten. De Republikeinen hebben laten zien dat ze niet in staat zijn compromissen te sluiten, maar ondertussen heeft Obama de ruimte gevonden om zijn stempel te drukken op de politieke toekomst. Een paar maanden na de tussentijdse verkiezingen tekende hij de Dream Act; afgelopen november heeft hij zijn veto uitgesproken over de Keystone Pipeline – een pijpleiding die van Canada naar de Mexicaanse Golf loopt – vanwege de schade aan het milieu. Terwijl andere presidenten zich de laatste maanden van hun ambtstermijn, waarin ze feitelijk aan handen en voeten zijn gebonden, voornamelijk bezighouden met de bouw van hun zogeheten presidential library, heeft Obama nog allerlei losse eindjes afgehecht.

    Obama’s nalatenschap is een voorwaardelijke wijs – hoe het had kunnen zijn

    Karen Sanchez, een negentienjarige Sanders-aanhanger uit Marshalltown, Iowa, zegt dat ze vindt dat Obama het geweldig heeft gedaan. ‘Hij heeft gedaan wat hij kon. Ik denk dat hij meer had kunnen doen, maar ze bleven hem maar tegenwerken.’ Een Hillary-aanhanger op een bijeenkomst in Adel, Iowa, die anoniem wil blijven, beaamt dat. ‘Hij heeft gedaan wat hij kon,’ zegt ze.

    Dat is de standaardreactie op elke Democratische bijeenkomst waar ik vraag hoe mensen denken dat Obama herinnerd zal worden: niet per se om wat hij heeft bereikt, maar om wat hij bereikt had kunnen hebben als de tegenpartij zich wat inschikkelijker had opgesteld. Obama’s nalatenschap is een voorwaardelijke wijs – hoe het had kunnen zijn. Yes. We. Tried.

    Maar naarmate de verkiezingen naderen lijkt de gedeeltelijke en terughoudende goedkeuring om te slaan in een onvoorwaardelijker enthousiasme. Te midden van alle politieke zwaargewichten, onheilsprofeten en showmannen lijkt Obama alleen maar te zijn gegroeid, en hij lijkt intelligenter dan ooit.

    De dag na een Republikeins debat kopte CNN: ‘Trump verdedigt de afmetingen van zijn penis’. Trump had zich verweerd tegen de suggestie van Marco Rubio dat hij, omdat hij kleine handen heeft, vast ook een kleine penis zou hebben. ‘Kijk naar deze handen – zou je dit kleine handen noemen?’ vroeg Trump aan een joelende menigte. ‘Wees gerust, er is bepaald geen probleem.’

    Als het politieke debat tot een dergelijk niveau daalt, als er zo weinig wordt verwacht van de kandidaten en er zo bedroevend weinig keuze is, gaat het feit dat Obama het heeft geprobeerd – en de manier waarop hij het heeft geprobeerd – haast als vanzelf zwaarder wegen dan het feit dat het hem bij lange na niet altijd is gelukt.

    Nu er een einde komt aan zijn ambtstermijn, begint het langzaam tot de Amerikanen door te dringen dat Obama een volwassene in het Witte Huis was, en men realiseert zich ineens hoe prettig het is dat het Witte Huis niet voortdurend in schandalen en drama’s was verwikkeld. Terwijl de lonen werden bevroren, bedrijven over de kop gingen, de onzekerheid toenam en de hoop verflauwde, probeerde Obama iets voor elkaar te boksen. Niet veel, niet genoeg – maar beter dan niets. Men kan serieuze, morele bedenkingen hebben bij Obama en zijn nalatenschap, en toch erkennen dat hij van grote waarde is geweest, gezien de alternatieven.

    Met Obama verliezen de Amerikanen een man die zowel zijn werk in dienst van het volk áls het volk zelf serieus nam; iemand die iets symboliseerde wat hemzelf oversteeg. Dit is het einde van de rit voor een leider die oprecht gelooft dat feiten van belang zijn; dat Amerikanen niet onnozel zijn; dat hun democratie een waarde vertegenwoordigt en dat de regering een bepaalde verantwoordelijkheid heeft; dat Amerika beter verdient.

    Auteur: Gary Younge
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Gary Younge (46) is verslaggever van The Guardian. Na te hebben rondgereisd in Soedan, Zuid-Afrika en tal van Europse landen, vestigde hij zich in 2003 in de Verenigde Staten. Hij is de auteur van No Place Like Home, een boek over de cultuur van zwarte Amerikanen in het zuiden van de VS.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 3. Toonbeeld van klasse

    3. Toonbeeld van klasse

    Hoe je ook over Obama’s politieke prestaties denkt, het staat buiten kijf dat hij als mens een schoolvoorbeeld van waardigheid was. Dit in tegenstelling tot menig voorganger en zijn mogelijke opvolger Trump.

    We wisten al dat hij het hoofd koel kon houden wanneer anderen het hunne verloren en hem overal de schuld van gaven, dat wisten we al vanaf de financiële crisis van 2008 tot en met de harde, onvergetelijke woorden die hij sprak bij de herdenking van de vermoorde politieagenten in Dallas. Wat we niet wisten, wat niet te voorspellen was bij iemand die zo jong was en zo weinig ervaring had met de onmogelijke taak om 24 uur van de dag het oog van de wereld op zich gericht te weten, was hoe Barack Obama zich zou houden als vader, als echtgenoot, als man.

    Hoe je ook denkt over Obama als uitvoerende macht, het staat buiten kijf dat Obama als mens een toonbeeld van klasse en waardigheid is geweest. Tegen zwarte pioniers in de sport is vaak gezegd dat je twee keer zo goed moet zijn om te slagen, maar Obama heeft met zijn persoonlijke gedrag de lat op een hoogte gelegd die maar weinig presidenten ooit hebben bereikt.

    Voorbeeld

    Je ziet hem zijn dochter Malia toezingen op haar achttiende verjaardag, de afgelopen vierde juli – Onafhankelijkheidsdag, je ziet hem zijn dochter Sasha coachen bij het basketballen, en je ziet hoe hij, nog steeds, zijn best doet om ‘de vader te zijn die ik zelf nooit heb gehad’. Je ziet hoe hij de vrouw met wie hij al bijna 25 jaar getrouwd is, plaagt, grapjes met haar maakt of met haar danst. En al kan geen buitenstaander weten wat zich binnen andermans huwelijk afspeelt, je voelt de vreugde van die verbintenis. Ze maken nog steeds elkaars zinnen af.

    Het zou niet eerlijk zijn om hem alleen maar als persoon te prijzen, een hoge waardering te geven voor zijn karakter, voor het feit dat er in zijn privéleven geen schandalen zijn, omdat een mogelijke opvolger geen karakter of klasse bezit en elke keer als hij zijn mond opendoet, een nieuwe bres in de muur van het fatsoen slaat. Als Obama had opgeschept over buitenechtelijke affaires en het formaat van zijn geslachtsdeel, als Obama had gezegd dat hij best met zijn eigen dochter uit zou willen en vrouwen had gereduceerd tot cijfers op een bangalijst, dan zou de discussie over ras gaan. Maar nu Donald Trump zulke dingen zegt, begint niemand erover dat hij blank is, en dat is maar goed ook. Trump is een uitzonderlijk soort proleet.

    En wie Obama prijst als voorbeeldvader en voorbeeldechtgenoot voor het zwarte gezin, doet hem geen recht. Hij is een voorbeeld, zonder verwijzing naar ras. Het is geen sinecure om acht jaar lang de machtigste man van de wereld te zijn, zonder het ambt tekort te doen of je gezin van je te vervreemden. Hij heeft dat gepresteerd en ook nog een eigen stijl en humor laten zien, plus een haarscherp gevoel voor de rol van oppertrooster.

    Dat hebben we in Dallas gezien, toen hij de diepe zucht slaakte voor ons, toen hij ons smeekte om ons hart niet van steen te laten worden wanneer de wereld een groeve van haat is. Hij is dan op zijn best, terwijl wij op ons slechtst zijn. We zullen niet snel vergeten hoe hij ‘Amazing Grace’ zong tijdens de dienst voor de mensen die waren vermoord in een kerk in Charleston, omgekomen door een daad van haat. En we zullen ons lang herinneren hoe hij zijn best deed nog een les te trekken uit de aanval op politiemensen – ook hun dood was een daad van haat.


    ‘We maken allemaal fouten,’ zei hij. ‘En soms dwalen we af. En naarmate we ouder worden, leren we dat we niet altijd alles in de hand hebben – zelfs een president niet. Maar we hebben wel in de hand hoe we reageren op de wereld. We hebben wel in de hand hoe we met elkaar omgaan.’

    Historische vergelijkingen zullen goed voor hem uitvallen. Je kunt respect hebben voor president John F. Kennedy om zijn intelligentie en zijn flair, maar terugschrikken voor de manier waarop hij met zijn vele affaires zijn vrouw kwetste. Je kunt Lyndon B. Johnson bewonderen om zijn moed in de kwestie van de burgerrechten, maar de platvloerse liederlijkheid van hem als privépersoon verafschuwen. Je kunt Ronald Reagan waarderen om zijn charme en vriendschap met heel diverse mensen, maar zijn verstoorde gezinsleven was niet over het hoofd te zien. Onder Richard Nixon werd het Witte Huis een crime scene. Onder Bill Clinton werd het een Tuin der Lusten.

    Opmerkelijk genoeg is Obama niet nixoniaans of hard geworden. Hij was de enige president ooit aan wiens Amerikaans-zijn werd getwijfeld, de enige president die in een voltallig Congres toegebeten kreeg: ‘U liegt!’ En de verdachtmakingen houden niet op. In juli toonde Fox News beelden van een jonge Obama in islamitische kledij bij de bruiloft van zijn halfbroer – het bewijs volgens presentator Bill O’Reilly voor ‘de sterke emotionele band die de president met de islam heeft’.

    ‘Ik heb gezien hoe ontoereikend mijn eigen woorden zijn geweest’

    Dat hij als mens overeind bleef, heeft Obama maar een enkele keer een politieke overwinning opgeleverd. De eerste Afro-Amerikaanse president treedt af op een moment dat meer dan twee derde van de Amerikanen vindt dat de verhouding tussen de rassen slecht is – veel meer dan in het begin van zijn presidentschap. Hij erkende iets van deze mislukking in Dallas. ‘Ik ben niet naïef,’ zei hij. ‘Ik heb gezien hoe ontoereikend woorden kunnen zijn om blijvende verandering te brengen. Ik heb gezien hoe ontoereikend mijn eigen woorden zijn geweest.’

    Bij elf gelegenheden – in Newtown, Tucson, Charleston, Dallas, en andere ‘plekken van wanhoop’ – heeft hij geprobeerd woorden te vinden om de wonden te helen. Die woorden mogen, voor hem en voor ons, soms tekortgeschoten zijn, de man in zijn persoonlijke gedrag is dat niet.

    Auteur: Timothy Egan

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • 1. Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie

    1. Wat maakt Trump, Le Pen en Wilders zo sterk? Onze arrogantie

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen op Trump en co. Eigen schuld, dikke bult.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is. Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.


    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?


    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    © Studio Odilo Girod
    © Studio Odilo Girod

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het
    verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

    Auteur: Elisabeth Raether m.m.v. Bernd Ulrich
    Vertaler: Izaak Hilhorst

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.