Tag: microbioom

  • Hoe een bacterievrij jaar een generatie van ‘coronakinderen’ heeft veranderd

    Hoe een bacterievrij jaar een generatie van ‘coronakinderen’ heeft veranderd

    Kinderen in wiens leefomgeving in de eerste jaren veel ontsmettingsmiddel gebruikt is, hebben vast en zeker een ander microbioom gevormd. De vraag in dit geval is of ‘anders’ ook slecht is.

    In het voorjaar van 2021 deed Brett Finlay, microbioloog aan de Universiteit van British Columbia, een gewaagde en zorgwekkende voorspelling. ‘Ik gok dat we over vijf jaar een grote groep kinderen met astma en obesitas gaan zien,’ zei hij tegen tijdschrift Wired. Hij noemt deze generatie de ‘coronakinderen’: zij die net vóór of tijdens het hoogtepunt van de crisis zijn geboren, toen het coronavirus alom aanwezig was en we collectief alles schoonmaakten om maar niet besmet te raken.

    Finlays voorspelling is niet ongegrond. Zoals James Hamblin vorig jaar in The Atlantic schreef, hangt onze gezondheid af van een constante wisselwerking met triljoenen microben die op en in ons lichaam leven. De microben die tot het zogenaamde microbioom behoren, zorgen ervoor dat we ons voedsel kunnen verteren, ons immuunsysteem kunnen trainen en onze cognitieve functies optimaliseren. Die wisselwerking begint in de kindertijd, waarbij de eerste drie levensjaren cruciaal zijn: eerst moeten bacteriën zich in zogenaamde kolonies op baby’s nestelen en vervolgens moeten beide partijen fysiologisch op elkaar afgestemd raken. Als er in deze vormende periode grote verstoringen plaatsvinden, ‘kan het systeem uit balans raken’, aldus Katherine Amato, biologisch antropoloog aan de Northwestern University. En dat vergroot de kans dat een kind later allergieën, astma, obesitas en andere chronische aandoeningen ontwikkelt.

    Hoe vroeger die verstoringen plaatsvinden en hoe intenser en langduriger ze zijn, hoe dramatischer de gevolgen. Zware antibioticakuren kunnen bijvoorbeeld de microbiële diversiteit vernietigen – baby’s die op jonge leeftijd zo’n kuur ondergaan, lopen een groter risico op eerdergenoemde complicaties. Min of meer hetzelfde geldt voor baby’s die via een keizersnede worden geboren, flesvoeding krijgen of opgroeien in een natuurarme omgeving. Als de coronamaatregelen zelfs maar een fractie van die effecten teweeg hebben gebracht, zijn door de strijd tegen schadelijke microben een heleboel kleine kinderen ook allerlei nuttige microben misgelopen – en dat kan grote problemen veroorzaken.

    Dreiging

    Nu, meer dan anderhalf jaar nadat Finlay zijn oorspronkelijke voorspelling deed, zijn kinderen weer op de crèche en op school te vinden. Mensen houden geen afstand meer en mijden niet langer de grote menigten. En, afgaand op de grote golf luchtwegvirussen die het noordelijk halfrond overspoelt, kan men stellen dat kinderhandjes en -mondjes weer druk microben uitwisselen. Maar voor de coronageneratie hangt de dreiging van de chronische ziektes die Finlay vanaf pakweg 2026 verwacht, nog steeds in de lucht. Het zal nog wel even duren voordat onderzoekers met zekerheid kunnen zeggen hoeveel verschil die maanden van microbiële leegte daadwerkelijk hebben gemaakt. 

    Voorlopig ‘bevinden we ons in het domein van speculatie’, aldus Maria Gloria Dominguez Bello, microbioloog aan Rutgers University. Wetenschappers weten nog niet hoe de samenstelling van onze darmflora zich in de toekomst in ons lichaam zal gedragen. Bovendien duurt het lang voordat chronische ziekten zoals obesitas en astma zich manifesteren. Er is nog geen bewijs dat ze bij de huidige generatie kinderen vaker voorkomen, en als dat inderdaad het geval blijkt te zijn, kunnen onderzoekers het pas over een paar jaar of zelfs langer vaststellen. 

    Finlay blijft bij zijn oorspronkelijke voorspelling dat de pandemie een netto negatief microbioom zal opleveren. ‘We hebben een enorme maatschappelijke verschuiving ondergaan,’ vertelt hij. ‘Ik weet zeker dat we daarvan de gevolgen gaan zien.’ En hij is niet de enige die dat denkt. ‘Ik denk dat gevolgen haast onvermijdelijk zijn, zegt Graham Rook, medisch microbioloog aan University College London. Als zich halfweg dit decennium geen incidenten voordoen, zou Rook ‘zeer verbaasd zijn’. Andere onderzoekers zijn minder overtuigd. ‘Ik denk niet dat we een generatie kinderen de verdoemenis in hebben geholpen,’ zegt Melissa Manus, antropoloog en microbioomonderzoeker aan de Universiteit van Manitoba. Enkele wetenschappers menen zelfs dat de pandemie het microbioom van de coronakinderen wellicht ten positieve heeft beïnvloed. Martin Blaser, microbioloog aan de Rutgers University, gelooft dat het aantal astma- en obesitasgevallen de komende jaren ‘met een beetje geluk’ zelfs zou kunnen dalen.

    Het is bekend dat het microbioom van mens tot mens sterk varieert: soms is er tussen individuen geen enkele overlap

    Wat de mogelijke gevolgen van de pandemie betreft, zijn de onderzoekers het over één ding eens: de coronababy’s hebben een ongewone kindertijd gehad. Hun micriobioom zal er dus gemiddeld heel anders uitzien. Maar anders hoeft niet per se slecht te zijn. ‘Het is niet zo dat er één winnend microbioom is,’ zegt Efrem Lim, microbioloog aan de Arizona State University. Neem bijvoorbeeld de zonen van Liz Johnson. Die werden geboren in maart 2018, augustus 2020 en maart 2022, alle drie vaginaal, in hetzelfde ziekenhuis, met de hulp van dezelfde vroedvrouw. Vervolgens kregen ze alle drie borstvoeding, en geen van hen onderging op jonge leeftijd een zware antibioticakuur. En toch ‘begonnen ze allemaal met een ander microbioom aan hun leven,’ vertelt Lim. 

    Op zich is dat niks zorgbarends. Het is bekend dat het microbioom van mens tot mens sterk varieert: mensen kunnen honderden bacteriesoorten op en in hun lichaam dragen en het is dus ook mogelijk dat er tussen individuen geen enkele overlap is. Bacteriële gemeenschappen lijken in zekere zin op kookrecepten: als je een ingrediënt niet bij de hand hebt, kun je het meestal door iets anders vervangen. 

    Lucas, Johnsons tweede zoon, kwam op een heel andere manier ter wereld dan zijn oudere broer – en in veel opzichten ook anders dan zijn jongere broer. Lucas werd geboren in een verloskamer vol gemaskerde gezichten. In de dagen na zijn geboorte kwam er geen familie op bezoek in het ziekenhuis. En terwijl zijn broers gedurende de eerste maanden van hun leven met hun moeder meegingen op werkreisjes over de hele wereld, bleef Lucas thuis. ‘Bijna niemand wist überhaupt dat hij geboren was,’ vertelt Johnson. Maar tijdens zijn eerste twee levensjaren kreeg Lucas wel borstvoeding en had hij veel contact met zijn familie thuis en met kinderen op de crèche. Bovendien was hij vaak in de natuur. 

    Maar Johnson en anderen weten nog niet precies in hoeverre dat alles opweegt tegen de extreme hygiëne en het weinige sociale contact tijdens Lucas’ eerste dagen. Zowel een teveel als een gebrek aan voorzichtigheid kunnen negatieve gevolgen hebben. Als het erop aankomt, weten wetenschappers gewoonweg niet hoeveel microbiële blootstelling precies goed is. 

    Arm en rijk

    Onder coronababy’s zal het microbioom waarschijnlijk eveneens variëren, afhankelijk van wat voor beslissingen hun ouders op het hoogtepunt van de pandemie namen – wat weer afhangt van de financiële en sociale middelen waarover deze beschikten. Amato maakt zich vooral zorgen kinderen van wie de gezinnen niet alleen flink hebben ontsmet, maar wier microbiome diversiteit daarnaast ook op andere manieren is aangetast: bijvoorbeeld door keizersneden, flesvoeding en antibioticagebruik. Meghan Azad, onderzoekster op het gebied van kindergezondheid aan de Universiteit van Manitoba, legt uit dat het voor sommige nieuwe ouders tijdens de ergste fases van de pandemie aanzienlijk moeilijker kan zijn geweest om borstvoeding te geven. Bijvoorbeeld doordat het lastig was om persoonlijke begeleiding te krijgen, of door werkonzekerheid. Het microbioom kan ook zijn aangetast door een aanhoudend slecht dieet en door stress, waar veel mensen de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad.

    Volgens Rook is het probleem deels dat veel risicofactoren onevenredig veel voorkomen bij mensen die sociaaleconomisch zijn achtergesteld en daardoor vaak toch al een minder divers microbioom hebben. ‘Ik ben bang dat deze ontwikkeling de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk verder zal vergroten. Zelfs coronabesmettingen zelf lijken het microbioom te veranderen, en die komen nog steeds het meest voor onder mensen met essentiële beroepen en mensen die dicht op elkaar leven. Hoewel de verandering bij volwassenen misschien maar tijdelijk is, kan dat bij zuigelingen anders liggen, aangezien hun microbioom nog geen stabiele toestand kent. 

    Veel gezinnen zitten ertussenin. Het ene gezin vond het bijvoorbeeld belangrijk om het huis te ontsmetten, maar kon vanwege het thuiswerken gemakkelijker borstvoeding geven en gezonde maaltijden koken. Het andere gezin hield de kinderen weg van peuters op de crèche, maar had wel gelegenheid om ze buiten te laten spelen, wat ook contact met bijvoorbeeld honden mogelijk maakte. Wetenschappers hebben nog geen handige formule gevonden om aan de hand van de verschillende factoren de gezondheid van een kind kunnen bepalen. Momenteel wordt uitgezocht hoe zwaar elke component weegt en hoe eventuele aanvullende factoren kunnen worden geïdentificeerd.

    Zelfs in het geval van mensen die niet in aanraking kwamen met extra buitenlucht of hondenkwijl, maakt Lim zich geen zorgen over de gedragsbeperkingen waaraan ze zich moesten houden. We worden allemaal ‘voortdurend blootgesteld aan duizenden microben’, vertelt Lim, die zelf een dochtertje van anderhalf jaar oud heeft. Wat vaker handen wassen, een mondkapje dragen en wat meer tijd thuis doorbrengen verandert daar niet zoveel aan. Zelfs kinderen die behoorlijk afgezonderd waren, ‘hebben niet in een bubbel geleefd’. Mogelijk hebben ze zelfs geprofiteerd van de sociale beperkingen. Kinderen die de crèche of kleuterschool hebben overgeslagen, hebben mogelijk een hele reeks virussen kunnen omzeilen die hen anders een antiobioticakuur hadden opgeleverd en zo hun microbioom hadden beschadigd. Het antibioticagebruik daalde in de ambulante zorg in 2020 aanzienlijk ten opzichte van het jaar ervoor. Volgens Blaser is het mogelijk dat het voordeel van afgenomen antibioticagebruik zwaarder weegt dan de relatief kleine tol van de coronamaatregelen. Als antibioticakuren afnemen, daalt bijvoorbeeld ook het aantal astmagevallen. 

    Deskundigen hebben goede hoop dat bepaalde microbiële verliezen nog kunnen worden hersteld door een combinatie van voeding, buitenspelen en genoeg sociaal contact (met mensen die niet ziek zijn)

    Finlay en anderen houden de komende jaren hun ogen open voor mogelijke signalen. Kinderen wier familie in de eerste paar maanden van hun leven in de ‘hyper-hygiënemodus’ gingen, lopen het grootste risico. Die eerste maanden zijn cruciaal, aangezien microben het immuunsysteem in die fase leren hoe het op gepaste wijze op ziekteverwekkers moet reageren. Als kinderen die kans mislopen, kunnen hun afweercellen vijanden voor bondgenoten gaan aanzien, of andersom, wat zeer ernstige infecties of auto-immuunziekten tot gevolg kan hebben. Als een kind dergelijke aanpassingen eenmaal heeft geïnternaliseerd, kunnen ze moeilijk ongedaan worden gemaakt, zo stelt Finlay. Maar andere deskundigen hebben goede hoop dat bepaalde microbiële verliezen nog kunnen worden hersteld door een combinatie van voeding, buitenspelen en genoeg sociaal contact (met mensen die niet ziek zijn). Die herstellende interventies vinden idealiter zo vroeg mogelijk plaats. ‘Hoe eerder we het oplossen, hoe beter,’ aldus Blaser. 

    Niemand kan kiezen aan welke microben hij of zij precies wordt blootgesteld: het tegengaan van de overdracht van bekende ziekteverwekkers kan ook de overdracht van goedaardige bacteriën stoppen. Maar de context waarin dat gebeurt, is belangrijk. Microben-gunstig gedrag, zoals buitenspelen, kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met tactieken die microben uit de weg gaan, zoals het ventileren van binnenruimtes. Tijdens de pandemie zorgden de coronamaatregelen er tevens voor dat griepgevallen en RSV afnamen. Nu die virussen weer actief zijn, herinneren deskundigen ons eraan dat we dus weten hoe we ze kunnen tegenhouden. 

    Coronakinderen kunnen dat concept ook onderschrijven. Zo was Koziks zevenjarige zoon een peuter toen de pandemie begon. Zelfs te midden van de algemene hygiënegekte rolde hij met plezier rond in de modder en speelde hij graag met de twee honden van het gezin. ‘Ik heb hem geleerd dat niet alle bacillen hetzelfde zijn,’ zegt Kozik. Haar zoon heeft bovendien een hygiënische gewoonte opgepakt waar zijn moeder erg trots op is: elke dag als hij uit school komt, loopt hij naar de wasbak om zijn handen te wassen. ‘Het is het eerste wat hij doet,’ vertelt Kozik, ‘zelfs zonder dat het hem gevraagd wordt.’

    Lees ook: