Tag: middenklasse

  • Een kleuterschool voor onze kinderen!

    Een kleuterschool voor onze kinderen!

    In Marokko ontbreken openbare kleuterscholen, waardoor kinderen onder de zes jaar vaak zijn aangewezen op privéonderwijs. Dit vergroot de ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen steden en het platteland.

    Het Marokkaanse nationale onderwijsstelsel, dat tot de eenentwintig zwakste ter wereld wordt gerekend, kent geen openbare kleuterschool voor kinderen jonger dan zes jaar, hoewel die al voor 2004 was aangekondigd. Om de leemte te vullen hebben de private, verenigings- en informele sector het voortouw genomen. Driekwart van de Marokkaanse kinderen kan na afronding van de lagere school niet goed lezen, schrijven of rekenen. En toch wil die openbare kleuterschool er maar niet van komen, hoe sterk het maatschappelijk middenveld er ook op aandringt.

    Het ministerie van Nationaal Onderwijs had met steun van diverse economische en sociale actoren en verenigingen een nationaal werkplan voor kinderen (2006-2015) ontwikkeld, getiteld ‘Een Marokko dat zijn kinderen verdient’ (‘Maroc digne de ses enfants’). Op het gebied van kleuteronderwijs is van vooruitgang echter nauwelijks sprake geweest. Het deelnamepercentage is onder het streefcijfer gebleven.

    Met name op het platteland bleef die deelname met 41,7 procent onder de maat, zeker bij meisjes: 28,3 procent. Volgens het Marokkaanse nieuwsagentschap (MAP) lag het landelijk gemiddelde in het jaar 2013-2014 rond 64,3 procent. Het agentschap herinnerde aan een noodprogramma voor de periode tussen 2009-2012, genaamd ‘Samen de schouders eronder voor een succesvolle school’ (‘Ensemble pour l’école de la réussite’).

    Bij gebrek aan openbare kleuterscholen zijn er particuliere initiatieven. De lessen zijn informeel en worden gehouden in privéwoningen, of door gelovigen in moskeeën. Het aanbod is dus ongestructureerd en ontbeert een gemeenschappelijke visie.

    Informele klassen

    Sidi Moumen, Casablanca. In deze wijk – een van de meest achtergestelde van Marokko – is de vereniging Umm El Ghait de afgelopen jaren met kleuteronderwijs begonnen. Braaf op hun stoeltjes gezeten, zeggen de kinderen de tafels op in het Frans. ‘We beginnen onmiddellijk met Frans,’ zegt Amal Kadiri Berrada, van Oum El Ghait, ‘want tweetaligheid is erg belangrijk om ongelijkheid te bestrijden.’ In dit gloednieuwe klaslokaal geeft Samira Benali, een gekwalificeerde onderwijzeres, op alle werkdagen van halfnegen tot halfvijf, les aan vierentwintig leerlingen van vier tot zes jaar oud.

    ‘Het doel van de kleuterschool is om het kind van de moederwereld naar de wereld van de school te begeleiden. Je speelt er, maar leert er vooral wat school is. Volgens mij moet je alleen maar Frans onderwijzen, omdat het kind niet kan spelen en tegelijkertijd Arabisch, Frans en soms zelfs Engels leren,’ zegt Amine Mejjari, directeur van een basisschool in Sidi Moumen.

    Scholen die kouttab (ook wel m’sid) heten, bieden informele lessen op grond van ‘oorspronkelijk’ ofwel sterk op islamitische leest geschoeid onderwijs. Volgens overheidsstatistieken waren de kouttab in 2016 goed voor 60,5 procent van het kleuteronderwijs in Marokko. Op het platteland was dit percentage 71,3 procent. In de kouttab staat de islam centraal. De kinderen leren lezen en schrijven aan de hand van boekjes waarin koranverzen worden uitgelegd. Ze moeten zich die eigen maken en opzeggen.

    ‘Er zijn informele structuren, zoals geïmproviseerde kinderdagverblijven in sloppenwijken, maar ze hebben onvoldoende uitrusting, voldoen niet aan hygiënische normen en zijn over het algemeen overvol. Het onderwijzend personeel is ongeschoold en soms zitten er negentig kinderen in één ruimte,’ zegt Amal voor de school waar zijn vereniging lesgeeft, terwijl ouders hun kinderen komen ophalen. Voor Oujour Hssain, directeur informeel onderwijs bij het ministerie van Nationaal Onderwijs ‘is Marokko zoekende naar een voorschools model dat duurzaam is en dat de staat zou kunnen financieren. Maar eerst moet de lagere school van voldoende niveau zijn om de kleuterschool te kunnen integreren. We hebben nog een lange weg te gaan.’

    Een schooltje in het Atlasgebergte. – © Sabine Joosten / HH
    Een schooltje in het Atlasgebergte. – © Sabine Joosten / HH

    Toumliline, een klein dorp op ongeveer tien uur rijden van Casablanca, kent wel een lagere school, maar geen kouttab of kleuterschool. Terwijl kinderen op straat in de winterzon spelen, zegt onderwijzeres Raibah dit gebrek aan scholing voor peuters en kleuters te betreuren: ‘Het is heel moeilijk voor een basisschoolleraar om kinderen in de eerste klas te hebben die nog nooit naar school zijn geweest.’

    Driehonderd meter verderop, aan de andere kant van de rivier, heeft een vereniging in Aït Daoud een kleuterschool gebouwd, maar daar kunnen de kinderen van Toumliline niet naartoe. Mohamed Gourou, 32, woont in Toumliline en is vader van twee kinderen, van wie een de lagere school van het dorp bezoekt: ‘We willen graag een school voor de jongste, maar dat kan hier niet,’ zegt hij bij de schoolpoort, waar hij op zijn zoontje wacht.

    Auteurs: Louis Witter en Sebastian Castelier
    Vertaler: Carl Stellweg

    Le Desk
    Marokko | ledesk.ma

    Le Desk, dat in 2015 werd gelanceerd, is een onafhankelijke informatie- en onderzoekssite. Het bedrijfskapitaal is in handen van het team dat de site heeft opgericht en dat voornamelijk uit journalisten bestaat. ‘Een dergelijke structurele economische onafhankelijkheid is vrij zeldzaam in Marokko.’

    CONTEXT: 84 %

    van de Marokkaanse kinderen zit op scholen waar achtergestelde bevolkingsgroepen dominant zijn. Dat blijkt uit een in 2016 in vijftig landen uitgevoerd onderzoek van PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study), een internationaal vergelijkende studie naar de leesprestaties van leerlingen in het basisonderwijs. Volgens het Marokkaanse economisch dagblad L’Économiste is het internationale gemiddelde bijna drie keer zo laag (29 procent). ‘Slechts 8 procent van de Marokkaanse kinderen bezoekt onderwijsinstellingen met een evenwichtige sociale samenstelling; internationaal is dat gemiddeld 33 procent.’

  • ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    ‘Opperbevelhebber’ Poetin heeft alle touwtjes in handen

    In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.

    Keuze uit het archief

    In Rusland worden dit weekend presidentsverkiezingen gehouden. Aangezien de tegenstanders van de zittende president Vladimir Poetin gedood zijn, gevangen zitten of van deelname uitgesloten zijn, is het geen verrassing wie er als winnaar uit de bus zal komen.
    In 2018 deed de Russische onafhankelijke krant Nezavisimaya Gazeta verslag van de vorige presidentsverkiezingen. In dit artikel beschrijft de krant hoe de campagneretoriek van Poetin sinds zijn eerste verkiezingen in 2000 veranderd is. Met zijn militante discours over een ‘externe dreiging’ is ‘opperbevelhebber’ Poetin erin geslaagd om het merendeel van de Russische bevolking achter zich te scharen, aldus het dagblad. Een omineus voorteken voor de oorlog in Oekraïne.

    Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te 
zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.

    Militaire kracht

    Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze 
‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.

    De officiële televisiezenders en de partijen in de Doema moesten het wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin ontworpen in reactie op deze protestbeweging.

    De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.

    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images
    Vladimir Poetin met medewerkers van de Uralvagonzavod Scientific and Industrial Corporation. – 
© Mikhail Metzel / Getty Images

    Met andere woorden: Poetin heeft zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen dankzij een politiek betoog over de klassieke kloof.

    Degenen die profiteerden van de veranderingen die werden doorgevoerd door de heersende macht moesten het systeem verdedigen tegen degenen die het systeem bedreigden. En dat is ook wat er feitelijk is gebeurd. De macht had gemikt op een kloof in reactie op een steeds complexere samenleving, waarin de middenklasse initiatieven begon te ontplooien en politieke wil ten toon begon te spreiden. Daar is toen een nieuw legitimeringsmechanisme uit ontstaan: verkozen worden door de overwinning op een reële en niet-fictieve tegenstander.

    Sinds die tijd is het betoog verhard. Eerst was er de affaire-Bolotnaya [massa-arrestaties en processen tegen oppositieleiders] en de aanscherping van de wetgeving over samenscholingen.

    Betogingen in de publieke ruimte werden ‘afgegrendeld’. Daarna waren er de Krim en de Donbas, de sancties en de snelle verzuring van de betrekkingen met het Westen. Het jaar 2014 was het meest delicate voor de zittende macht die zich er desalniettemin goed doorheen sloeg dankzij de zwakke roebel en de olie. De Russische samenleving schaarde zich achter de bezetting van de Krim en het idee dat Rusland een belegerde vesting was. De politieke boodschap beperkte zich tot de strijd tegen de externe dreiging. In grote
lijnen is dat nu nog steeds zo.

    Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief

    De macht gebruikte een bijna martiale retoriek. Zo moest er bij de verkiezingen in 2018 niet meer een manager worden gekozen die geacht wordt de overheidsmiddelen te beheren, maar moest er steun worden uitgesproken voor een opperbevelhebber. Het ging niet meer over de tegenstelling tussen witte boorden en blauwe boorden, tussen co-workers en fabrieksarbeiders. De macht stelt dat er een externe dreiging is. In die context zou iedere vorm van oppositie tegen de heersende elite die verder gaat dan discussiëren over details de indruk kunnen wekken dat de oppositie de vijand in de kaart speelt. Als dat de setting is, gaat het electoraat er met gestrekt been in. Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief. Het electoraat van Poetin heeft deze benadering geaccepteerd. En in tijden van oorlog – of dat nu een ‘mogelijke’, een ‘lauwe’ of een ‘koude’ is – is iedereen bereid ontberingen te lijden.

    Gedwongen tot vrede

    In 2002 stapten de Amerikanen zonder zich een zier aan te trekken van de bittere kritiek van Moskou uit het akkoord van 1972 over de wederzijdse beperking van antiraketsystemen, roept de krant Moskovski Komsomolets in herinnering. En ze verspreidden die systemen, met name ook in Oost-Europa. Dat droeg bij tot een onderschatting van het Russische nucleaire potentieel, waardoor een antwoord op een Amerikaanse aanval onmogelijk zou zijn geworden. In die situatie besloot Moskou de Amerikaanse defensieve capaciteit te devalueren met een strategisch wapen van de nieuwste soort, dat in staat is het westerse schild te doorboren.

    In het kader van het armpje drukken met de VS lijkt dat logisch – met die nuance, aldus de Russische krant, dat een verdedigingssysteem tegen raketten nog altijd een defensief systeem is, terwijl Vladimir Poetin op 1 maart jongstleden met een offensief wapen op de proppen kwam.

    De wereld is aanzienlijk dichter bij een nucleair conflict gekomen en zal zich rekenschap moeten geven van deze nieuwe werkelijkheid. ‘Formeel wil niemand oorlog. Maar in feite willen beide kanten de wapenwedloop winnen. De uitkomst is dus simpel: of men wordt zich er wederzijds van bewust dat de nieuwe realiteit die van “een gedwongen vrede” is, óf men koerst met gezwinde snelheid op de catastrofe af. Of men tekent nieuwe akkoorden, óf een radioactieve schemering zal onze toekomst verduisteren’, aldus Moskovski Komsomolets.

  • De shoppingmall 
is koning in Siam

    De shoppingmall 
is koning in Siam

    In de Thaise hoofdstad Bangkok schieten de overdekte winkelcentra als paddenstoelen uit de grond. Staan ze symbool voor het lege consumptiekapitalisme? Of juist voor de veerkracht van de nieuwe middenklasse?

    Ik ben geboren en getogen in Bangkok. Over welke stad ik ook fantaseer om er te wonen, altijd kom ik uiteindelijk weer uit bij de verstopte, vervuilde, bruisende straten van de hoofdstad van Thailand. Bangkok is mijn thuis. Maar het is wel een vreemd soort thuis. Mijn familie en vrienden wonen er, maar het is ook niet per se een thuis waar je dol op bent. Bangkok is een stad die wordt beleefd en ervaren, en minder een stad die wordt bewonderd of waarvan wordt genoten. Het is een soort haat-liefdeverhouding die moeilijk valt te begrijpen – tenzij je ervandaan komt. Altijd als buitenlandse vrienden vragen wat er te doen is in Bangkok, of wat wij er doen, luidt mijn antwoord: ‘Niet veel.’

    Vanwege de hitte kun je er in de openlucht niet zo actief zijn, en Bangkok is dermate dichtbevolkt dat een wandeling in het park of een bezoek aan een museum meer gedoe dan plezier oplevert. Het verkeer en het openbaar vervoer in de stad zorgen ervoor dat het twee keer zo lang duurt als elders eer 
je ergens bent. Sporten of iets kunstzinnigs doen kost geld – je moet je deze creatieve en fysieke inspanningen wel kunnen veroorloven. Wat blijft er dan voor de meeste inwoners van Bangkok over om te doen? De activiteit die het meest geschikt is, en waar we allemaal van kunnen genieten, is het bezoeken van shoppingmalls.

    Alles wat je mogelijkerwijs zou willen hebben, kun je kopen in een shoppingmall in Bangkok

    Alles wat je mogelijkerwijs zou willen hebben, kun je kopen in een shoppingmall in Bangkok. En je kunt er naar de film gaan, of bowlen. Iedere inwoner van Bangkok kan bevestigen dat we de meeste tijd doorbrengen in die shoppingmalls. Daar ontmoeten we mensen, daar wandelen we, eten we, winkelen we. Daar gaan we heen om gezien te worden – of om gewoon ergens heen te gaan. De laatste jaren 
is er een grote toename geweest van het aantal gewone overdekte winkelcentra en duurdere malls, vooral in 
de wijken Siam, Thonglor en Ekamai. Veel oude shoppingmalls, zoals het Emporium, zijn opgeknapt, terwijl kleinere overdekte winkelcentra zoals K Village, The Commons en Seenspace als paddenstoelen uit de grond schieten.

    In haar boek Meeting of Masks probeert Sophorntavy Vorng de reden van die snelle opkomst te achterhalen. Zij stelt dat de spectaculaire toename van het aantal shoppingmalls en andere stedelijke hotspots gelijke tred houdt met de opkomst van de middenklasse. De gewone man zou zeggen dat je tot de middenklasse behoort als je genoeg te eten en genoeg te besteden hebt. En in shoppingmalls kun je eten en geld uitgeven. Er is een ingewikkeld verband tussen de klasse waartoe je behoort en welke shoppingmall je bezoekt in Bangkok. Malls zoals EmQuartier, Siam Paragon en Central Embassy zijn chic, terwijl Tesco Lotus, Central Rama 3 en Big C minder klasse hebben. De middenklasse is de enige groep is het zich kan permitteren om zich in al die verschillende malls te laten zien. De middenklasse eet graag van meer walletjes, wil de luxe van de hogere klasse, maar gaat er ook prat op zich in verschillende sociale milieus te kunnen bewegen.

    In dit tijdperk van sociale media is het voor de Thaise middenklasse gebruikelijk om het beeld van ‘een perfect leven’ neer te zetten. De toename van het aantal shoppingmalls en ‘eetplekken’ is daar een gevolg van. Eten is altijd een integraal onderdeel geweest van de Thaise maatschappij, maar de sociale media hebben iets van prestige toegevoegd aan het uit eten gaan. Als in een restaurant het eten wordt geserveerd, halen de mensen hun telefoon tevoorschijn om een foto te maken van het gerecht en die op Facebook of Instagram te posten.

    Volgens Sophorntavy Vorng weerspiegelt het gedrag van de middenklasse het verlangen om de status te verwerven van de elite of de hogere kringen, met hun rijkdom, macht, roem en connecties. Dat klopt, maar vaak wordt over het hoofd gezien dat die middenklasse ongelooflijk hard moet werken om de huidige positie in de maatschappij vast te houden, in het besef dat ze misschien wel nooit door het Thaise glazen plafond heen kan breken.

    De Siam Paragon shoppingmall met beneden de ingang naar Siam Ocean World. – © Massimo Borchi / HH
    De Siam Paragon shoppingmall met beneden de ingang naar Siam Ocean World. – © Massimo Borchi / HH

    Afglijden in de voedselketen is geen optie, en de ultieme droom is natuurlijk dat je meer dan genoeg geld hebt om uit te geven. Geld maakt niet gelukkig, zoals het gezegde luidt, maar je kunt er wel dingen mee kopen die kunnen bijdragen aan het geluk. Met geld kun je luxe kopen voor jou en je familie. In de Thaise samenleving worden kinderen geacht te werken en te zorgen voor hun ouders als die oud zijn. Daarom doen ze jarenlang werk dat goed betaalt, maar niet het soort werk waar hun hart ligt. Daarom ook leven sommigen zich op sociale media uit in het scheppen van het imago dat ze alles hebben – een knap uiterlijk, een prachtig huis, schitterende kleren en een liefdevol gezin. Het is een soort koesteren van een illusie.

    Vorng beweert ook dat de onvrede van 
hen die niet tot de hogere klasse behoren de oorzaak is van de politieke onlusten tussen de roodhemden [aanhangers van oud-premier Thaksin, meestal afkomstig uit de lagere middenklasse] en de geelhemden, die zich al sinds 2005 voordoen. De macht, de mogelijkheden en de onschendbaarheid van een kleine groep in de samenleving hebben demonstranten aangezet tot geweld, schrijft ze. In mei 2010 stichtten roodhemden tijdens een demonstratie brand in shoppingmall Central World, een daad die wordt omschreven als een ‘bijzonder schrijnend voorbeeld van de reactie van de arbeidersklasse op hun uitsluiting van de Thaise economische vooruitgang en de shoppingmalls, die zo uitbundig symbool staan voor het moderne consumptiekapitalisme’. Maar naar mijn mening is het hele verhaal, zoals de meeste dingen in dit land, te ingewikkeld om één partij de schuld te geven, en is de waarheid te gecompliceerd om te simplificeren.

    In Thailand zijn politieke onlusten niets nieuws, vooral niet in de hoofdstad. Ik ben geboren ten tijde van de Black May-protesten in 1992, toen tweehonderdduizend mensen demonstreerden tegen het militaire bewind van generaal Suchinda Kraprayoon. Verhalen over bruut militair optreden en burgerslachtoffers mogen dan op scholen overal in het land weggemoffeld worden, ze maken nog steeds deel uit van de geschiedenis van Bangkok, er wordt nog steeds fluisterend over gesproken, zij het alleen onder heel goede vrienden. Die verhalen volgen ons overal, net als schaduwen, maar 
we draaien ons zelden om en testen 
ze op hun waarheidsgehalte.

    Wandelen en dromen

    Hoewel Vorngs onderzoek naar het Thaise klassenstelsel belangrijk is, slaagt ze er niet in een overtuigend verband aan te tonen tussen klasse 
en de politieke onrust in het land. 
Door zich alleen te richten op klasse 
als factor voor het geschil tussen de geelhemden en de roodhemden, negeert Vorng andere invloedrijke 
factoren die verweven zijn met het leven in Thailand, zoals propaganda, opvoeding, onderwijs en religie.

    Mijn ervaring als Thaise vrouw, opgegroeid met mensen uit verschillende milieus, heeft me geleerd dat niet alles in mijn land zo zwart-wit is als het lijkt. Klasse is niet altijd de factor die ons verdeelt. De geelhemden zijn niet alleen burgers uit de middenklasse, de roodhemden niet alleen woedende arbeiders.

    Ik heb een arbeider gekend die als het maar even kon naar bijeenkomsten van de roodhemden in Sanam Luang ging, maar ik heb ook een arbeidster gekend die de geelhemden hielp bij de blokkade van luchthaven Suvarnabhumi. Ik heb een vriendin gehad uit de middenklasse wier familie de straat op ging om de ochtend na de militaire coup in 2006 te feesten, maar ik heb ook een docente uit de middenklasse gehad die zonder scrupules haar lessen gebruikte om de standpunten van de roodhemden te verkondigen. Ook heb ik vrienden, familieleden en kennissen uit alle klassen die geen belangstelling meer hebben voor de politiek en die zich uit het debat hebben teruggetrokken, omdat ze alle partijen even slecht vinden. Het maakt nauwelijks uit wie het land bestuurt, zeggen ze: ons dagelijks leven zal daar echt niet beter van worden. Dus ja, het klassenonderscheid wordt misschien gebruikt om de woede bij sommige demonstranten aan te wakkeren, maar het is niet altijd de factor die iemands politieke voorkeur bepaalt.

    We weten alleen zeker dat voor veel mensen in Thailand het leven niet eerlijk is. Sommigen proberen die onrechtvaardigheid te bestrijden door zich aan te sluiten bij een politieke partij, anderen door hard te werken en te overleven en weer anderen door te dromen over en te streven naar betere tijden. In het bijzonder de mensen uit de middenklasse dromen van verandering. Altijd. Daar zijn ze beter in dan de meeste anderen. Ze kunnen dromen omdat ze glimpjes van het paradijs hebben opgevangen in een of andere duistere fantasie, die is ingegeven door manipulaties van de hogere klasse en door hun eigen hoop dat het gras aan de andere kant groener moet zijn.

    Misschien zijn de mensen in de middenklasse niet de onechte, zielloze mensen zoals ze vaak worden afgeschilderd

    Thai zeggen dat we naar de duurdere shoppingmalls gaan om te duen len, wat simpelweg betekent ‘om te wandelen’. En diezelfde wandeling ondernemen we allemaal, keer op keer. We struinen dezelfde winkels af en eten hetzelfde voedsel. Toch komen we steeds terug omdat er niets beters is om naartoe te gaan.

    Misschien vat die wandeling wel samen wat het betekent om tot de middenklasse van Bangkok te behoren. Misschien zijn de mensen in de middenklasse niet de onechte, zielloze mensen zoals ze vaak worden afgeschilderd. Misschien zijn het juist mensen die eeuwig in het tussengebied leven, die doelloos kuieren in helverlichte ruimten, etalages bekijken en maar een heel klein hapje van het feestmaal proeven.

    En schuilt daar niet een ingetogen soort veerkracht in, in dat wandelen en dromen? Ik zou het graag willen geloven. Anders wordt het allemaal zo ondraaglijk treurig.

    Auteur: Pim Wangtechawat
    Vertaler: Paul Bruijn

    Mekong Review
    Cambodja | oplage onbekend

    Kwartaalblad dat in 2010 werd opgericht in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh en tegenwoordig wordt gemaakt in Australië. Recensies, essays, poëzie, fictie, interviews en achtergrondjournalistiek over wat er op cultureel en politiek vlak speelt in Zuidoost-Azië. Zowel een platform voor schrijvers en geleerden in de regio als een politieke stem in landen waar de vrijheid van meningsuiting nogal eens wordt ingeperkt.

    CONTEXT: Shoppingmall in Indonesië minder populair

    De 82 winkelcentra in de Indonesische hoofdstad Jakarta maken een revolutie door om te kunnen overleven. De krant Kompas neemt een tiental van deze malls, zoals ze ook hier worden genoemd, onder de loep. Veertig jaar na de opening is in Blok M, een van 
de oudste winkelcentra, nog maar 37 procent van het oppervlak bestemd voor de detailhandel, tegenover 100 
procent een kleine twee jaar geleden. 
‘Met de indeling die we in 2018 zullen doorvoeren, willen we erkenning krijgen als cultureel centrum,’ zegt Medina Latief, de directrice. Er komen meer cafés en restaurants, en daarnaast zal 5000 vierkante meter worden bestemd voor gedeelde werkruimten (coworking), terwijl een hele etage wordt verhuurd aan onlinewinkels.

    Een ander voormalig winkelcentrum, Pasaraya, is in zijn geheel – zeven verdiepingen – verhuurd aan Go-Jek, het Indonesische Uber. ‘Dat trekt jonge, creatieve mensen. Het centrum is er trots op dat het beschikt over de meest “professionele” moskee van Indonesië’, aldus de krant.

    Pondok Indah Mall daarentegen, een van de luxere winkelcentra, houdt vast aan ‘tastbare koopwaar’. ‘De mensen komen omdat ze producten in het echt willen zien en kunnen aanraken,’ meent de directie. ‘Goedkope spullen kun je online kopen, maar duurdere niet.’