Tag: milieuvervuiling

  • Incident in de Noordzee: vrachtschip botst tegen Amerikaanse tanker aan

    Incident in de Noordzee: vrachtschip botst tegen Amerikaanse tanker aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland: meerdere luchthavens platgelegd door stakingen

    » Taiwan: onderzoek naar beschadigde onderzeekabels verloopt moeilijk

    Er wordt voor grote milieuschade gevreesd

    Maandag is een vrachtschip voor de kust van Engeland in aanvaring gekomen met een door het Amerikaanse leger gecharterde tanker. Door de botsing ontstond er een grote brand en kwam er paraffine vrij nadat een van de tanks van de tanker scheurde. Eén bemanningslid is als vermist opgegeven en ongeveer dertig mensen konden worden gered.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Bemanningen ter plaatse zijn nu aan het vechten om te voorkomen dat dit een van de ergste milieurampen van de afgelopen jaren zal worden, als de 18.000 ton paraffine aan boord van [de tanker] Stena Immaculate in de Noordzee terecht zou komen,’ merkt The Times op.

    Het vrachtschip MV Solong, dat onder Portugese vlag vaart, vervoerde vijftien containers met natriumcyanide, een zeer giftig en brandbaar gas. De kustwacht is een ‘evaluatie’ gestart om te beslissen welke ‘maatregelen tegen vervuiling waarschijnlijk nodig zijn’ na de aanvaring. De ngo Greenpeace zegt ‘zeer bezorgd’ te zijn over de meervoudige toxische risico’s die deze chemicaliën zouden kunnen opleveren voor het zeeleven.

  • VS: afname aantal vleermuizen leidt tot meer pesticidegebruik en kindersterfte

    VS: afname aantal vleermuizen leidt tot meer pesticidegebruik en kindersterfte

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Politie verijdelt aanslag op Israëlisch consulaat in München

    » Trump wil Musk de leiding geven over drastische hervormingen

    Onder vleermuizen heerst het zogeheten witte-neus-syndroom

    In de Verenigde Staten is door de achteruitgang van het aantal vleermuizen het gebruik van pesticiden en de kindersterfte toegenomen. Eyal Frank, de auteur van de studie die donderdag werd gepubliceerd in het tijdschrift Science, baseerde zijn bevindingen op de plotselinge opkomst van een dodelijke ziekte bij deze zoogdieren, het witte-neus-syndroom. De onderzoeker volgde de verspreiding van de ziekte in het oosten van de Verenigde Staten en vergeleek het gebruik van pesticiden in getroffen en niet getroffen county’s.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij ontdekte dat in county’s waar de vleermuispopulatie was afgenomen, boeren 31 procent meer pesticiden hadden gebruikt omdat door de afname van deze roofdieren het aantal insecten toenam. Met meer pesticiden steeg ook het kindersterftecijfer met bijna 8 procent, omdat deze chemicaliën via verontreinigd water en lucht van de akkers in het menselijk lichaam terechtkwamen. Dit onderzoek is een aanvulling op de reeks studies die de domino-effecten van de verdwijning van wilde dieren op ecosystemen laten zien.

  • Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Hoe schadelijk is mijnbouw in de diepzee voor de onontdekte dieren die er leven?

    Door een groeiende behoefte aan grondstoffen staan ondernemingen in de rij om ertsen en metalen van de zeebodem te halen. Dat gaat uiteraard niet zonder ernstige milieuschade. Het team van wetenschapper Pedro Martínez Arbizu onderzoekt in hoeverre het leven in de diepzee zich kan herstellen.

    Tweeduizend kilometer uit de kust van Mexico glijdt de Sonne over de nachtzwarte Stille Oceaan. Het schip sleept een instrument achter zich aan dat is uitgerust met foto- en videocamera’s en vlak boven de zeebodem zweeft. Aan boord kijkt Lilian Böhringer van het Alfred Wegener Instituut in Bremerhaven gefascineerd naar de livebeelden uit een diepte van 4500 meter. De vlakke bodem is bezaaid met steenklompen zo groot als aardappelen. Op het eerste gezicht lijkt die vreemde wereld op een dood maanlandschap. Maar in het licht van de schijnwerper ontwaart de bioloog overal tekenen van leven in het zachte sediment: kruipsporen, wormgaten, de omtrek van een zeester die zich heeft ingegraven.

    Dan trillen er vreemdsoortige diepzeebewoners op haar beeldscherm. Een paar hebben een houvast gevonden op de stenen: anemonen die op bloemen lijken, fragiele koraalboompjes en sponzen op steeltjes, waaraan slangsterren zich vastklampen. Elke twintig seconden maakt de camera een foto van de bodemfauna. Böhringer vergroot het laatste snapshot. ‘Een prachtige zeekomkommer!’ roept ze enthousiast. Het bizarre wezen draagt een soort zeil op de rug en door het roze, bijna transparante lichaam schemert het spijsverteringskanaal. ‘In de diepzee zijn deze dieren bonter en veelsoortiger dan in de koraalriffen.’ Algauw zijn er ook witte, oranje en violette zeekomkommers te zien, stekelige worsten en buikige zeevarkens met beenstompjes.

    Sonne Expedition CCZ TimK 6
    De mangaanknollen op de bodem van de Stille Oceaan zijn miljoenen jaren oud. Ze worden gevormd door vulkanische processen en bevatten behalve mangaan en ijzer ook kostbaardere metalen zoals kobalt, nikkel en platina. – © Tim Kalvelage

    Geleidelijk verandert het uitzicht: de steenklompen zijn steeds meer bedekt met sediment, de levende wezens worden minder talrijk. Na een paar honderd meter is de zeebodem veranderd in een zandwoestijn. ‘We benaderen bijna het ontginningsgebied,’ zegt de onderzoekster na een blik op haar kaart met de positie van het schip. Kort daarna verschijnen op de bodem de anderhalve meter brede sporen van een tonnen zwaar rupsvoertuig. Op de doorploegde akker zitten een paar zee-egels. Een rood oplichtende garnaal zwemt door het beeld. Het gesteente is verdwenen en daarmee ook de dierenwereld die erop leeft.

    Op een diepte van 4000 tot 6000 meter over een oppervlak groter dan de EU ligt 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen

    In de herfst van 2022 is vanuit Californië in het noordoosten van de Stille Oceaan een expeditie vertrokken met het Duitse onderzoeksschip Sonne. Een team van 38 mensen wil onderzoeken welke schade de mijnbouw in de oceaan achterlaat. Anderhalf jaar geleden testte de Belgische onderneming Global Sea Mineral Resources (GSR) in deze regio een oogstmachine met de afmetingen van een maaidorser. Die werd ontwikkeld om ertsen te verzamelen van de zeebodem: mangaanknollen die in de loop van miljoenen jaren op de diepzeevlaktes zijn ontstaan. Ze bevatten felbegeerde metalen zoals kobalt, koper en nikkel, die van belang zijn voor nieuwe technologie. Maar de ontginning zou een nog nauwelijks onderzocht ecosysteem op grote schaal kunnen verwoesten.

    Maritieme eldorado

    De Clarion-Clipperton Zone (CCZ), een zeegebied tussen Hawaï en Mexico, is het maritieme eldorado. Op een diepte van 4000 tot 6000 meter ligt daar over een oppervlak groter dan de EU ongeveer 25 tot 40 miljard ton mangaanknollen. De Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), een VN-organisatie, beheert deze reusachtige voorraden erts. Ze geeft licenties uit voor internationale wateren – tot dusver alleen voor de verkenning van de bodemschatten. Op dit moment werkt de autoriteit aan een reglement voor de ontginning. Deze Mining Code zou deze zomer goedgekeurd kunnen worden en meteen het startschot zijn voor de diepzeemijnbouw.

    Naast GSR behoort ook de Duitse Bundesanstalt für Geowissenschaften und Rohstoffen tot de zeventien licentiehouders in de CCZ. De claims omvatten elk 75.000 vierkante kilometer, ongeveer de oppervlakte van Beieren. In 2021 heeft GSR in het Belgische en het Duitse licentiegebied twee grote knollenvelden van ongeveer 30.000 vierkante meter geoogst en de klompen aan de rand van de testvelden overgeladen. Tegelijkertijd voerde het Europese onderzoeksproject MiningImpact, gecoördineerd door onderzoeksinstituut Geomar uit Kiel, een onafhankelijke milieustudie uit. Nu keren de wetenschappers met de Sonne terug om de gevolgen voor het ecosysteem te onderzoeken.

    Fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen

    ‘De soortenrijkdom in de CCZ is even groot als in de tropische regenwouden, vooral vanwege de mangaanknollen. Daarop vestigen zich veel dieren, die op hun beurt weer andere organismen aantrekken,’ vertelt expeditieleider Pedro Martínez Arbizu van het Duitse onderzoekscentrum naar mariene biodiversiteit in Wilhelmshaven, tijdens de tocht naar het Duitse licentiegebied. ‘Bij eerdere reizen hebben we honderden nieuwe soorten geregistreerd.’

    Mijnbouw in de diepzee zou hun leefruimte onherstelbaar beschadigen, vreest hij, omdat oogstmachines de knollen verwijderen en veel stof doen opwaaien. ‘De sedimentwolken verspreiden zich tot ver buiten het mijngebied,’ aldus de bioloog. ‘Filtreerdieren zoals sponzen worden onder de deeltjesregen begraven en zouden kunnen stikken.’

    Sonne Expedition CCZ TimK 5
    Met de onderwaterrobot zijn bewegingen op de zeebodem mogelijk met een precisie tot op de centimeter. Met de grijparm neemt het team proefmonsters op een experimenteerveld. – © Tim Kalvelage

    Voor de expeditie, die acht weken zal duren, werden containers vol meetinstrumenten en apparatuur om monsters te nemen ingeladen, waaronder miljoenen kostende hightechapparaten voor diepzeeonderzoek: een op afstand bestuurbare duikrobot met grijparmen en een torpedovormige autonome duikboot om de zeebodem mee in kaart te brengen.

    Haperingen

    Het begin van de reis verloopt moeizaam. Het coronavirus heeft zichzelf aan boord weten te smokkelen. De besmette mensen moeten zich isoleren in hun hutten. Voor de anderen geldt: mondkapjes dragen en afstand houden. Gegeten wordt er in ploegen – haastig en zwijgzaam. Bovendien hapert de techniek: de gps-lokalisering werkt niet goed, de instrumenten landen niet op de bedoelde coördinaten op de zeebodem. De duikrobot heeft een lek en als er een touw breekt, verdwijnen waardevolle instrumenten ongecontroleerd de diepte in.

    Maar onderzoekers en scheepsbemanning lossen de problemen op. Ook de verloren apparatuur kan met behulp van de duikrobot op de oceaanbodem worden gelokaliseerd en onbeschadigd worden geborgen. En na tien dagen klinkt het verlossende bericht van de kapitein door de luidsprekers: ‘Alle PCR-tests zijn negatief!’ Bij het avondeten is de stemming in de eetzaal uitgelaten.

    Nog 100 meter, 50… ‘Stop!’ zegt Martínez Arbizu. De matroos stopt de lier. Het apparaat schommelt nu enkele meters boven de bodem, op 4100 meter diepte. Op het beeldscherm zijn een paar plastic buizen te zien, en daaronder de zeebodem. Geen mangaanknollen te bekennen. De onderzoekers willen het door een dikke laag sediment bedekte gebied rondom de mijnlocatie onderzoeken. De lier loopt weer en de buizen boren zich in het sediment.

    Sonne Expedition CCZ TimK 3
    Sedimentmonsters worden op het schip gehesen. – © Tim Kalvelage

    Ruim een uur later is het apparaat terug aan dek. Meteen stelt een tiental wetenschappers de kostbare monsters veilig. Een tropische regenbui klettert op het scheepsdek. Een paar minuten later zijn de sedimentkernen al op weg naar de laboratoria. Ze moeten onder andere laten zien of door diepzeemijnbouw zware metalen uit de zeebodem vrijkomen en hoe de samenstelling van de bacteriële gemeenschap verandert.

    Het team van Martínez Arbizu speurt in het sediment naar dieren die nog geen millimeter groot zijn. Die vormen een groot deel van de diepzeefauna, volgens de bioloog. Op de werktafel voor hem ligt een plas modderig water. Het ruikt naar ethanol. Hij zeeft een sedimentmonster door een fijnmazige stalen zeef. De kleinste levende wezens die daarop achterblijven worden geconserveerd in alcohol en later in Duitsland geteld en gedetermineerd. ‘Het meest vinden we roeipootkreeftjes,’ zegt hij, ‘en draadwormpjes. Alleen al in het Duitse licentiegebied zijn er daarvan ongeveer tienduizend keer zoveel als sterren in onze Melkweg.’

    Oceaanschatten

    Sinds de eeuwwisseling groeit de belangstelling voor grondstoffen in de diepzee. Naast metaalrijke zwavelertsen en kobaltkorsten op onderzeese bergen zijn de knollenvelden bijzonder gewild. Al in de jaren zeventig werden er pogingen gedaan om ze te benutten, uit angst voor een tekort aan reserves aan land. Nu zijn de energietransitie en de digitalisering de grote aanjagers van de zoektocht naar de oceaanschatten. Mangaanknollen bevatten meerdere metalen die onontbeerlijk zijn voor elektrische auto’s, windmolens en smartphones. Experts schatten dat de hoeveelheid kobalt in de CCZ drie tot zes keer zo groot is als de wereldwijde reserves aan land.

    Voorstanders argumenteren dat diepzeemijnbouw niet alleen zou kunnen voorzien in onze groeiende behoefte aan grondstoffen, maar ook onze afhankelijkheid zou verminderen van politiek instabiele en ondemocratische staten. Bijvoorbeeld van Congo, waar ruim tweederde van alle kobalt ter wereld vandaan komt, en van China, dat dominant is bij de verdere verwerking van het metaal. Bovendien zouden de maatschappelijke en de milieukosten geringer zijn dan bij mijnbouw aan land, aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden, en minder giftig afval ontstaat.

    Sonne Expedition CCZ TimK 4
    Als diepzeegesteente wordt gewonnen, verliezen sedentaire dieren hun leefgebied. Als alternatief biedt Sabine Gollner op proef kunstknollen aan. – © Tim Kalvelage

    Wetenschappers waarschuwen daarentegen voor enorme schade aan het gevoelige ecosysteem door het oogsten van de knollen, die zo belangrijk zijn voor het overleven van veel soorten, door het opgewerveld sediment en het lawaai van oogstvoertuigen in de zeer stille diepzee en het slijk dat transportschepen terugstorten in zee. De traag groeiende fauna zou tientallen tot misschien zelfs duizenden jaren nodig hebben om zich te herstellen. Dat blijkt ook uit een experiment voor de kust van Peru, waar onderzoekers in 1989 een knollenveld omploegden. Bijna dertig jaar later waren de sponzen daar nog niet teruggekeerd.

    Diepzeemijnbouw heeft minder milieukosten aangezien er geen mensen verplaatst en geen bossen gerooid hoeven te worden

    De kennis over de diepzeefauna en hun biotoop is nog heel onvolledig. Hoe oud worden de organismen en hoe groot is hun verspreidingsgebied? Hoe planten ze zich voort? Welke soorten hebben een sleutelpositie in het ecosysteem? Deze vragen moeten worden beantwoord om het risico van de diepzeemijnbouw serieus te kunnen inschatten. Anders sterven soorten uit voordat ze worden ontdekt.

    Desondanks wil de Internationale Zeebodemautoriteit in juli regels voor de diepzeemijnbouw goedkeuren. Reden voor die haast: Nauru, een klein eilandstaatje in de Stille Oceaan met een licentie in de CCZ, heeft in 2021 een beroep gedaan op een paragraaf in het internationale zeerecht. Volgens die paragraaf moet de autoriteit binnen twee jaar een reglement produceren. In de Mining Code moeten de toegestane grootte van de mijngebieden, de milieuvoorwaarden en de verdeling van de opbrengsten worden vastgelegd. Met de resultaten van de ontginningstest willen de onderzoekers aanbevelingen opstellen, bijvoorbeeld voor het aanwijzen van beschermde gebieden en voor milieucontroles.

    Sonne Expedition CCZ TimK 2
    Met de duikrobot verkennen de onderzoekers de zeebodem op ruim 4000 meter diepte. Na een succesvolle inzet wordt de robot weer op het achterschip van de Sonne gehesen. – © Tim Kalvelage

    De Sonne is intussen al vier weken onderweg op de Stille Oceaan. Dag en nacht gaan instrumenten het water in. ’s Nachts zie je vermoeide gezichten van onderzoekers die uit hun kooi zijn gebeld omdat er monsters aan dek komen. Tijdens nachtenlange sessies met de camera verkent Lilian Böhringer de zeebodem. Overdag werkt ze zich in het zweet in de fitnessruimte of geniet ze aan dek van het zonnige weer en maakt ze kruiswoordpuzzels. ’s Avonds haalt ze met een stralende blik zeekomkommers en andere diepzeedieren uit de verzamelbox van de duikrobot, als die weer aan dek komt.

    Prototype

    Bij het expeditieteam hoort ook een vertegenwoordiger van de industrie, François Charlet, die leiding geeft aan de grondstofverkenning van GSR in de CCZ. De geoloog heeft in 2021 al de milieustudie begeleid. Tijdens de dagelijkse meeting voor wetenschappers in de conferentieruimte – de Sonne is nu in het Belgische licentiegebied – laat hij een video zien van de ontginningstest. Te zien is hoe het oogstvoertuig de knollen en de bovenste sedimentlaag opzuigt. In technisch opzicht was de test een succes: ‘De Patania II heeft 90 procent van de knollen geoogst,’ zegt hij.

    De Patania II was slechts een prototype. De Patania III moet drie keer zo groot worden en in 2025 voor het eerst worden ingezet. Dan heeft GSR een ontginningstest gepland met een boorschip en een transportsysteem dat de knollen naar de oppervlakte brengt. Ook GSR meent dat mijnbouw in de diepzee minder verwoestend zal zijn dan aan land vaak het geval is. Op basis van wetenschappelijke inzichten zou men internationaal geldende regels overeen kunnen komen. ‘Wij willen feedback van het wetenschappelijk onderzoek om de mijnbouw zo milieuvriendelijk mogelijk vorm te geven,’ zegt Charlet. Dan zou men in 2028 kunnen beginnen, na verdere milieustudies en als er een milieumanagementplan is opgesteld. Mocht diepzeemijnbouw onverantwoord blijken, dan zal GSR geen licentie voor ontginning aanvragen.

    De concurrentie wil al snel beginnen met de knollenoogst. Kort voor de Sonne was The Metals Company met een boorschip naar de CCZ gevaren. Op basis van een overeenkomst met Nauru, Tonga en Kiribati neemt die Canadese onderneming deel in drie licentiegebieden. In oktober 2022 bracht het meer dan 3000 ton mangaanknollen naar de oppervlakte. De Internationale Zeebodemautoriteit had het plan voor de milieucontroles weliswaar bekritiseerd, maar uiteindelijk toch toestemming gegeven voor de test. Vanaf 2024 wil The Metals Company op industriële schaal gaan ontginnen.

    Zou de fauna van de knollenvelden zich daarvan herstellen? Zou ze daarbij geholpen kunnen worden? Diepzee-ecoloog Sabine Gollner van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel wil dat uitzoeken. In de container op het achterdek kijkt ze naar een wand vol beeldschermen. Voor haar zitten de piloot van de duikrobot en een collega die de grijparm bedient. Na de landing trekt de arm plastic frames uit een box, het ene na het andere, en plaatst deze op het spoor van het rupsvoertuig in het testgebied. Andere komen daarnaast. Aan het frame zijn knollen van klei bevestigd: een pottenbakker heeft er drieduizend voor haar gemaakt. ‘Het experiment moet antwoord geven op de vraag of sponzen, anemonen en koralen zich ook vestigen op kunstmatige knollen,’ zegt ze. ‘Zo ja, dan zouden ontgonnen gebieden daarmee hersteld kunnen worden.’ Maar de kosten zouden enorm zijn.

    Ecosysteem

    Al sinds 2021 worden zulke frames in het testgebied uitgezet. Een aantal daarvan wil de onderzoekster nu weer omhoog halen. Opnieuw strekt de duikrobot zijn grijparm uit. Een grenadiervis met grote ogen duikt kalmpjes op in het licht van de schijnwerper en verdwijnt weer in de duisternis. Later krabt Gollner in het laboratorium met een scheermesje de knollen schoon. Op Texel zal ze de biofilm analyseren. Het zou weleens vele jaren kunnen duren voordat er grotere organismen op de kunstmatige knollen groeien. In het gunstigste geval.

    Sonne Expedition CCZ TimK 1
    Expeditieleider Pedro Martínez Arbizu zoekt in sedimentmonsters naar de kleinste levende organismen. – © Tim Kalvelage

    Na bijna twee maanden op zee is er weer land in zicht. Kort voor Kerst bereikt het schip de Californische kust. In de tussentijd heeft de Duitse Bondsregering verklaard dat ze de diepzeemijnbouw voorlopig niet zal steunen. De risico’s en het ecosysteem van de diepzee moeten eerst beter worden onderzocht. De volgende reizen van de Sonne staan al gepland.

    Lees ook:

  • Wordt het recyclen van kleding ooit net zo makkelijk als van een aluminium blikje?

    Wordt het recyclen van kleding ooit net zo makkelijk als van een aluminium blikje?

    De afgelopen jaren is de kledingindustrie zich steeds bewuster geworden van de noodzaak om kleding te recyclen. Een veelbelovende ontwikkeling, maar is het genoeg om de enorme jaarlijkse hoeveelheid afgedankte kleding te verwerken?

    Het bedrijf Renewcell heeft in het Zweedse kustplaatsje Sundsvall een nieuwe textielrecyclingfabriek geopend die zo groot is dat werknemers een fiets gebruiken om van de ene kant van de productielijn naar de andere te komen. Grote balen katoenafval worden op een lopende band gestort, aan flarden gescheurd en in een natte smurrie veranderd met behulp van chemicaliën. Deze smurrie, die oplossende pulp wordt genoemd, wordt vervolgens gebleekt, gedroogd en tot vellen geperst die lijken op gerecycled kraftpapier en onder de merknaam Circulose naar fabrieken worden gestuurd om tot textielsoorten als viscose te worden verwerkt voor kleding.

    Tot nu toe bevat de meeste kleding die als gerecycled op de markt wordt gebracht maar een klein percentage gerecycled katoen of is ze gemaakt van waterflessen, visnetten en oude tapijten. (Er bestaat al technologie om polyester tot polyester te recyclen maar die is zo duur dat ze maar zelden wordt gebruikt.)

    De fabriek van Renewcell is een van de eerste stappen naar een systeem om van oude kleding nieuwe hoogwaardige kleding te maken die geheel uit gerecyclede weefsels bestaat. Het is ook een manier om de bergen textielafval aan te pakken die zich overal op de wereld ophopen en te zorgen dat er minder bomen uit ecologisch gevoelige bossen worden opgeofferd voor de vervaardiging van kledingweefsels. (Volgens Canopy, een Canadese non-profit die zich samen met de papier- en kledingindustrie inzet voor vermindering van ontbossing, worden er jaarlijks meer dan 200 miljoen bomen gekapt om oplossende pulp te produceren voor uit cellulose vervaardigde vezels als rayon, viscose, modal en lyocell.)

    Tot nu toe bevat de meeste kleding die als gerecycled op de markt wordt gebracht maar een klein percentage gerecycled katoen

    Veel consumenten lijken zich steeds ongemakkelijker te voelen over wat er met hun oude kleren gebeurt en kledingbedrijven zoeken naar manieren om te blijven uitbreiden en zich tegelijkertijd aan hun belofte te houden om hun negatieve ecologische voetafdruk te verminderen door via een circulair systeem te voorkomen dat afgedankte kleding op de vuilstort belandt. De Europese Unie heeft al haar lidstaten verplicht hun textielinzameling voor 2025 te intensiveren, wat naar verwachting tot een aanzienlijke afname zal leiden van de hoeveelheid kledingresten waarvoor geen bestemming bestaat.

    ‘Heel opwindend,’ noemt Ashley Holding, consultant op het gebied van duurzaam textiel en oprichter van het Duitse duurzaamheidsadviesbureau Circuvate, de opening van de fabriek. ‘Geweldig om te zien dat ze al zo ver zijn gekomen.’

    Winstoogmerk

    Circulariteit op kledinggebied is niet altijd zo ingewikkeld geweest. Vóór de industrialisering maakten de meeste mensen hun eigen kleren van geheel natuurlijke materialen. De rijken gaven hun oude kleren aan hun personeel, dat ze vervolgens weer aan mensen in plattelandsgemeenten gaf door wie ze werden versteld totdat ze niet langer draagbaar waren, waarna ze bij de voddenboer belandden. Uiteindelijk werd er papier van gemaakt of kunstwol (teruggewonnen wol) voor goedkope dekens en jassen.

    Als gevolg van het ontstaan van de kledingindustrie aan het eind van de negentiende eeuw begonnen mensen die voorheen al hun kleren thuis naaiden sommige kledingstukken in winkels te kopen. Adam Minter, auteur van het boek Secondhand: Travels in the New Global Garage Sale, schrijft in een e-mail: ‘Naarmate kleding in waarde daalde en meer vrouwen in fabrieken gingen werken, hadden consumenten minder reden en tijd om hun kleding te verstellen en repareren.’

    De stroom aan ongewenste goederen nam toe en het Leger des Heils, dat aan het eind van de negentiende eeuw het licht zag in New York, begon geld voor liefdadige doelen te verdienen met het repareren en doorverkopen van kleding en huishoudelijke artikelen, aldus Minter. ‘Maar rond 1910 was de hoeveelheid ongewenste kleding en andere consumentenproducten in de VS zo groot dat liefdadigheidsinstellingen de reparaties staakten.’

    ‘Tegenwoordig eindigt de kleding van ons Amerikanen grotendeels op de vuilstort,’ zegt Maxine Bédat, die in 2021 het boek Unraveled: The Life and Death of a Garment publiceerde. ‘Het is moeilijk om aan betrouwbare cijfers te komen over hoeveel er wordt afgedankt, vooral in de Verenigde Staten. Maar we gooien onze kleding voornamelijk weg.’ 

    Voor Europa is meer data beschikbaar. Volgens een recente studie eindigt in zes West-Europese landen 62 procent van de kleding die jaarlijks op de markt komt op de vuilstort of in een verbrandingsoven.

    Wat in de VS niet wordt weggegooid komt meestal nog steeds bij liefdadigheidsinstellingen als Goodwill terecht, die alles wat onverkoopbaar is doorsluizen naar sorteerbedrijven met een winstoogmerk, aldus Maxine Bédat. Nog draagbare kleding wordt verkocht aan doorverkopers in ontwikkelingslanden en ondraagbaar textiel wordt tot lompen en laagwaardige vezels verwerkt voor bijvoorbeeld isolatie. Kleding die via inzamelingsacties bij boerenmarkten of goedkope kledingbedrijven belandt, komt meestal ook bij de eerder genoemde sorteerbedrijven met een winstoogmerk terecht.

    Zo’n 40 procent van wat de westerse wereld naar een van de grootste doorverkoopmarkten in het Ghanese Accra verscheept wordt als afval beschouwd, aldus de Or Foundation die zich inzet voor een betere verwerking van kledingafval. Bergen oude kleding zijn gefotografeerd op stranden, vuilstortplaatsen en in woestijnen in Afrika en Latijns-Amerika. ‘De doorverkoopmarkt wordt in wezen verpletterd door het gewicht van de hoeveelheid afval die ze ontvangen,’ zegt Rachel Kibbe, die leiding geeft aan het kledingadviesbureau Circular Services Group. ‘We zien bedrijven die in feite afvalverwerkers aan het worden zijn.’

    We moeten ons goed realiseren dat onze kleren, als we er afstand van doen, in iemands woestijn of waterweg kan belanden of wordt verbrand in iemands veld

    Op dit moment wordt van maar heel weinig textielafval nieuwe kleding gemaakt. Volgens het internationale platform Fashion for Good wordt maar 2 procent van het ingezamelde textiel – zuivere wol, zuiver katoen en acryl – mechanisch tot nieuw textiel gerecycled, voornamelijk modderkleurige dekens van kunstwol voor rampenbestrijding of goedkoop katoen dat met zuiver katoen moet worden vermengd voor nieuw textiel. Tellen we de lage inzamelingsgraad daarbij op, dan komt het erop neer dat minder dan een procent van de in West-Europa verkochte kleding tot nieuwe vezels wordt gerecycled. ‘We moeten ons goed realiseren dat onze kleren, als we er afstand van doen, in iemands woestijn of waterweg kan belanden of wordt verbrand in iemands veld,’ zegt Kibbe.

    Circulose

    De nieuwe fabriek van Renewcell accepteert alleen zuiver katoenafval, en veel kleding wordt van synthetische mengsels gemaakt. Toch zal er een heleboel zuiver katoenafval kunnen worden verwerkt, meer dan 120.000 ton per jaar. Volgens een recente studie van Fashion for Good zijn West-Europese landen jaarlijks goed voor zo’n 163.000 ton laagwaardig katoenafval dat rijp is voor chemische recycling.

    Van wereldwijd ingezameld katoen van denimfabrikanten en tweedehandswinkels maakt de fabriek vellen gedroogde oplossende pulp, Circulose genaamd, die worden verkocht als hoofdbestanddeel voor door mensen gemaakte synthetische vezels als viscose, rayon en modal. ‘Wij creëren circulariteit binnen de kledingindustrie,’ zegt Patrick Lundström, CEO van Renewcell. ‘Op dit moment bestaat circulariteit nog niet echt in de kledingindustrie. We praten al twintig jaar over hoe belastend de sector is voor het milieu, maar er is tot dusver maar bitter weinig vooruitgang geboekt.’

    De oprichters van Renewcell, onderzoekers Mikael Lindstrom en Gunnar Henriksson van het Koninklijk Instituut voor Technologie in Stockholm, ontwikkelden de technologie voor de verwerking van katoenafval in 2012. In 2014 produceerde het bedrijf genoeg gerecyclede stof voor een jurk en in 2017 werd er een demonstratiefabriekje gebouwd. Dat wekte de belangstelling van merken als Stella McCartney, dat een levenscyclusanalyse financierde waaruit bleek dat Circulose de laagste klimaatimpact had van tien verschillende synthetische vezels. In 2017 nam H&M een minderheidsaandeel in het bedrijf.

    Het bedrijf ging naar de beurs en werd in 2020 in Zweden opgenomen in de Eerste Noordelijke Groeimarkt van Nasdaq. H&M, Levi Strauss en Bestseller, een internationale kledingketen uit Denemarken, verwerken inmiddels Circulose in hun kleding. (In 2021 startte Levi’s met een capsulecollectie die 16 procent Circulose bevatte.)

    ‘De Circulose die wordt geproduceerd is heel erg waardevol omdat het een gerecycled weefsel is met de eigenschappen van onbewerkte stof,’ zegt Paul Foulkes-Arellano, de oprichter van Circuthon, een adviesbureau voor circulaire economie.

    Ook een handvol andere bedrijven nam deel aan de wedloop om op een commerciële schaal gerecyclede weefsels te produceren. Twee Finse start-ups, Spinnova en Infinited Fiber Company, hebben een patent op de technologie om van plantaardig afval weefsels te maken die aanvoelen als katoen. Spinnova zegt in 2024 op commerciële basis te zullen gaan draaien. Infinited hoopt in 2026 een fabriek te openen. De Amerikaanse start-up Evrnu zegt 31 miljoen dollar te hebben opgehaald voor zijn recyclingtechnologie en verwacht in 2024 open te gaan.

    De technologie voor de verwerking van polyesterkatoenmengsels loopt nog wat achter terwijl die mengsels een groot deel vormen van de oude kleding die wordt afgedankt. De Australische start-up Block Texx hoopt in 2023 de eerste recyclingfabriek voor de verwerking van polyesterkatoenmengsels op commerciële basis te openen. De Britse start-up Worn Again Technologies verklaarde afgelopen oktober meer dan 30 miljoen dollar te hebben opgehaald en bouwt in Zwitserland een fabriek voor het sorteren en recyclen van textielmengsels. De Amerikaanse start-up Circ maakte afgelopen juli bekend meer dan 30 miljoen dollar te hebben opgehaald via een financieringsronde die werd geleid door Breakthrough Energy Ventures van Bill Gates en waartoe ook een investering behoorde van Inditex, het moederbedrijf van Zara.

    ‘Plotseling loopt het storm,’ zegt Kathleen Rademan, directeur van het innovatieplatform van Fashion for Good dat een aanjager is voor duurzame kledingtechnologie. ‘Maar ik denk dat we nog maar aan het begin staan. Er wordt in dit stadium nog gevochten om geld.’

    Adviesbureau McKinsey schatte in een rapport uit 2022 dat er tot 2030 6 tot 7 miljard euro zou moeten worden geïnvesteerd om ten minste 18 procent van het in Europa gegenereerde textielafval te verwerken.

    De duurzaamste oplossing zou zijn om kleding opnieuw te dragen of te repareren en stoffen tot nieuwe kledingstukken te vermaken

    Gloeiende plaat

    Critici wijzen erop dat het de duurzaamste oplossing zou zijn om kleding opnieuw te dragen of te repareren en stoffen tot nieuwe kledingstukken te vermaken, zoals in de negentiende eeuw gebeurde.

    Zelfs Renewcell, dat op waterkracht draait, is niet helemaal circulair omdat het geen katoen van katoen maakt, al moet daar wel bij worden gezegd dat Levi’s bij sommige producten Circulose heeft gebruikt ter gedeeltelijke vervanging van katoen en dat laboratoriumtesten aantonen dat dit proces tot zeven keer toe kan worden herhaald, net als papierrecycling.

    ‘Recycling is energie-intensief,’ zegt Foulkes-Arellano. ‘Als we verstandig zouden zijn zouden we gewoon alle oude denim en T-shirts in stukken knippen en tot nieuwe kleding verwerken. Ik bedoel, er zijn een heleboel echt goede bedrijven die geupcycled denim verkopen. Maar grote bedrijven willen nu eenmaal nieuwe stoffen.’

    Rademan denkt dat het nog minstens tien jaar zal duren voordat iemand een versleten sweatshirt zal kunnen recyclen zoals een aluminium blikje. Volgens haar is er meer geïnvesteerd kapitaal nodig voor de bouw van recyclingfabrieken, meer bereidheid bij merken om gerecyclede vezels te kopen en meer bereidheid bij kledingfabrikanten om gerecyclede producten in hun aanvoerketen op te nemen. Volgens haar zal er ze pas over tien jaar gerust op kunnen zijn dat als ze een trui in de afvalbak gooit, die niet op een slechte plek terecht zal komen. Maar in de Verenigde Staten, zegt ze, is vooruitgang afhankelijk van het politieke landschap. ‘Het ligt er maar aan wie het voor het zeggen heeft.’ 

    Holding voorspelt dat het nog tot 2050 zal duren voordat textiel op wereldwijde schaal tot nieuw textiel wordt gerecycled. Hoewel Renewcell een belangrijke ontwikkeling is, is het volgens hem nog maar een druppel op een gloeiende plaat vergeleken bij de bestaande hoeveelheid te verwerken textiel en de hoeveelheid materiaal die er elk jaar bij wordt geproduceerd.

    Lees ook:

  • Een dag zonder plastic

    Een dag zonder plastic

    Plastic is slecht voor de planeet, en toch is het overal. De bevindingen van een Amerikaanse journalist die een dag zonder probeert te leven.

    Keuze uit het archief

    Volgens onderzoek dat deze week in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd, is plastic verantwoordelijk voor honderdduizenden doden per jaar. Zo zouden in 2018 alleen al wereldwijd ruim 356.000 mensen gestorven zijn door hartziekten als gevolg van dagelijkse blootstelling aan DEHP, een toxische stof die in veel plastic spullen zit.
    We zouden plastic uit ons leven moeten bannen, maar dat is onmogelijk, want het is overal. Daar kom je pas achter als je probeert één dag zonder plastic te leven. Journalist Arnold Jacobs nam de proef op de som en schreef zijn ervaringen op in deze longread van The New York Times.

    Toen ik wakker werd op de dag dat ik ging proberen geen plastic producten te gebruiken – of zelfs maar aan te raken – zette ik vrijwel meteen mijn blote voeten op het tapijt. Het is gemaakt van nylon; een soort plastic. Mijn experiment was net tien seconden bezig en ik was al in overtreding.

    Sinds plastic meer dan een eeuw geleden werd uitgevonden, is het in elke vezel van ons leven binnengedrongen. Het is moeilijk om ook maar een paar minuten niet met dit onverwoestbare, lichte, veelzijdige materiaal in aanraking te komen. Plastic heeft elk modern gemak mogelijk gemaakt en kan op duizenden manieren worden toegepast. Maar het heeft ook nadelen, vooral voor het milieu. Vorige week probeerde ik als experiment om vierentwintig uur lang helemaal zonder plastic te leven. Zo wilde ik erachter zien te komen welke plastic spullen we niet kunnen missen en welke eventueel overbodig zijn.

    Meestal check ik ’s morgens nadat ik wakker word mijn iPhone. Op die bewuste dag was dat niet mogelijk, want elke iPhone bevat behalve aluminium, ijzer, lithium, goud en koper ook plastic. Ter voorbereiding op het experiment had ik mijn toestel in een kast opgeborgen. Al snel voelde ik me gedesoriënteerd maar ook stoutmoedig, alsof ik een soort onverschrokken tijdreiziger was.

    Ik liep naar de badkamer, maar ging niet meteen naar binnen. ‘Kun je de deur voor me opendoen?’ vroeg ik aan Julie, mijn vrouw. ‘Op de deurknop zit een plastic coating.’ Ze deed voor me open en zuchtte: ‘Dit wordt een lange dag.’

    Routine

    Mijn ochtendroutine moest compleet op de schop. Daarvoor had ik de dagen voorafgaand aan mijn experiment zorgvuldige voorbereidingen getroffen. Zo kon ik mijn normale tandpasta, tandenborstel, shampoo en vloeibare zeep alvast niet gebruiken.

    Gelukkig is er een enorm aanbod van plasticvrije producten voor milieubewuste consumenten. Ik had er een hele trits van aangeschaft, waaronder een bamboe tandenborstel met haren van wilde zwijnen van Life Without Plastic. ‘De borstelharen zijn volledig gesteriliseerd,’ vertelde Jay Sinha, mede-eigenaar van het bedrijf, toen ik hem de week ervoor sprak.

    In plaats van tandpasta gebruikte ik mijn potje grijze tandpastakorrels van houtskool met munt. Ik kauwde erop, nam een slok water en poetste mijn tanden. De smaak was lekker, mijn askleurige spuug oogde minder fris.

    Het shampooblok dat ik had aangeschaft beviel me wel. Een shampooblok is precies dat: een blok shampoo. De mijne ruikt naar roze grapefruit en vanille, en schuimt goed. Voorstanders van het shampooblok zeggen dat het per wasbeurt goedkoper is dan shampoo in flessen (een blok kan 80 keer gebruikt worden). En dat is mooi, want het plasticvrije leven kan duur zijn. Package Free, een stijlvol verkooppunt in de NoHo-buurt van Manhattan dat grenst aan de Goop-winkel van Gwyneth Paltrow, verkoopt scheermessen van zink en roestvrijstaal voor 84 dollar, ongeveer 77 euro. Ze verkopen er overigens ook ‘de eerste biologisch afbreekbare vibrator ter wereld’.

    Op advies van een blogger heb ik een doe-het-zelfdeodorant gemaakt van tea tree-olie en zuiveringszout. De geur doet denken aan een middeleeuwse kathedraal, maar is niet geheel onaangenaam. Je eigen spullen maken is zeker een manier om plastic te vermijden, maar je hebt er wel vrije tijd voor nodig – een luxe. Voordat ik in de badkamer klaar was, had ik de regels een tweede keer overtreden; ik moest naar de wc.

    Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi

    Ook aankleden was een uitdaging, aangezien zoveel kledingstukken plastic bevatten. Ik had een wollen broek besteld, maar die was nog niet gearriveerd. In plaats daarvan koos ik een oude, comfortabele chino van Banana Republic. Op het label staat ‘100 procent katoen’, maar toen ik het de dag ervoor navroeg bij een behulpzame vertegenwoordiger van Banana Republic, bleek het iets ingewikkelder te liggen. De hoofdstof is inderdaad 100 procent katoen, maar er zit plastic in de rits, en verder in de tailleband, het geweven label, de zakken en de draden, aldus de vertegenwoordiger. Ik sneed in mijn duim toen ik probeerde het zwarte merklabel eraf te snijden met een volledig metalen mes. In plaats van een pleister – ja, plastic – moest ik gegomde tape van papier gebruiken om het bloeden te stoppen.

    Gelukkig was ik met mijn ondergoed niet in overtreding: blauwe boxers van Cottonique van 100 procent biologisch katoen met een katoenen koord in plaats van de elastische tailleband, die vaak van plastic is. Na een zoektocht op internet koos ik het uit een lijst met ‘14 Hot & Sustainable Underwear Brands for Men’.

    Verder had ik het geluk dat onze vriendin Kristen als verjaardagscadeau voor mijn vrouw een trui had gebreid met blauwe en paarse rechthoeken van 100 procent merinowol. ‘Mag ik die trui van Kristie een dagje lenen?’ vroeg ik aan Julie. ‘Maar dan lubbert ie uit,’ zei ze. ‘Het is voor de planeet, hè?’ antwoordde ik.

    Kunststoffen

    Volgens een rapport van de Verenigde Naties produceert de wereld jaarlijks ongeveer 400 miljoen ton plastic afval. Ongeveer de helft wordt na eenmalig gebruik weggegooid. Het rapport merkt op dat ‘we verslaafd zijn geraakt aan plastic producten voor eenmalig gebruik – met ernstige gevolgen voor het milieu, de maatschappij, de economie en de gezondheid’.

    Ik ben een van die verslaafden. Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi – verpakkingen voor afhaaleten, pennen, bekers, verpakkingsmateriaal van Amazon met piepschuim erin en nog veel meer. Voor mijn Dag Zonder Plastic verdiepte ik me in een aantal no-plastic en zero waste-boeken, video’s en podcasts. Een van die boeken, Life Without Plastic: The Practical Step-by-Step Guide to Avoiding Plastic to Keep Your Family and the Planet Healthy van Jay Sinha en Chantal Plamondon, was door Amazon verpakt in doorzichtig plastic, als een stuk kaas. Toen ik dit aan Sinha vertelde, beloofde hij erachteraan te gaan.

    Ik belde ook met Gabby Salazar, een sociaal wetenschapper die zich verdiept in wat mensen motiveert om milieuzaken te steunen. Ik vroeg haar om advies voor mijn plasticvrije dag. ‘Het is misschien beter om klein te beginnen,’ zei Salazar. ‘Eerst één gewoonte – bijvoorbeeld altijd een roestvrijstalen waterfles meenemen. Als je dat onder de knie hebt, doe je er iets bij. Je neemt bijvoorbeeld altijd een tasje mee naar de supermarkt. Als je geleidelijk opbouwt, kom je tot echte veranderingen. Anders raak je alleen maar overweldigd.’ ‘Misschien dat dat wel verhelderend werkt?’ opperde ik. ‘Dat zou mooi zijn,’ zei Salazar.

    Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen

    Toegegeven, helemaal zonder plastic leven is waarschijnlijk een absurd idee. Ondanks de nadelen vormt de stof een cruciaal onderdeel van medische apparatuur, rookmelders en helmen. De slagzin van de plasticindustrie uit de jaren negentig bevat een waarheid: ‘Kunststoffen maken het mogelijk’.

    In veel gevallen kan plastic het milieu helpen. Zo zijn plastic vliegtuigonderdelen lichter dan metalen, wat minder brandstof en minder CO₂-uitstoot betekent. Zonnepanelen en windturbines hebben kunststof onderdelen. Maar de aarde ligt bezaaid met het spul, vooral in wegwerpvorm. Het Earth Policy Institute schat dat mensen er jaarlijks een biljoen plastic tassen voor eenmalig gebruik doorheen jagen.

    De crisis zat er al lang aan te komen. Er is enige discussie over wanneer plastic zijn intrede deed, maar velen houden 1855 aan, toen de Britse metaalbewerker Alexander Parkes een thermoplastisch materiaal patenteerde als waterdichte coating voor stoffen. Hij noemde de stof ‘Parkesine’. In tientallen jaren tijd zijn in laboratoria over de hele wereld andere soorten ontstaan, allemaal gebaseerd op soortgelijke chemie. Het zijn polymeerketens en de meeste worden gemaakt van aardolie of aardgas. Door chemische toevoegingen variëren kunststoffen enorm. Ze kunnen ondoorzichtig of transparant zijn, schuimend of hard, rekbaar of breekbaar. Ze zijn bekend onder vele namen, zoals polyester en piepschuim, en met afkortingen als PVC en PET.

    Prefab-afval

    De productie van kunststof nam een hoge vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kunststof was cruciaal voor de oorlogvoering, denk aan nylon parachutes en plexiglas vliegtuigramen. Na de oorlog ontstond een ware hausse, aldus Susan Freinkel, auteur van Plastic: A Toxic Love Story, een boek over de geschiedenis en de wetenschap van plastic. ‘Plastic werd verwerkt in dingen als formica toonbanken, koelkastzakken, auto-onderdelen, kleding, schoenen, kortom in alles wat werd ontworpen om lange tijd mee te gaan,’ volgens Freinkel.

    En toen kwam de ommekeer. ‘We zijn in de problemen gekomen toen we overgingen op spullen voor eenmalig gebruik,’ aldus Freinkel. ‘Ik noem dat prefab-afval.’ De overdaad aan rietjes, bekertjes, zakjes en andere kortstondig te gebruiken zaken heeft geleid tot rampzalige gevolgen voor het milieu. Volgens een studie van de Pew Charitable Trusts komt er elk jaar meer dan 11 miljoen ton plastic in de oceanen terecht.

    Bijna een vijfde van het plastic afval wordt verbrand, waarbij CO2 in de lucht terechtkomt, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze meldt ook dat slechts 9 procent van het plastic wordt gerecycled. Sommige plastics zijn niet rendabel om te recyclen, andere soorten nemen door recycling af in kwaliteit.

    Plastic kan bovendien schadelijk zijn voor onze gezondheid. Bepaalde plastic additieven – zoals BPA en ftalaten – kunnen volgens het National Institute of Environmental Health Sciences het endocriene systeem bij mensen verstoren. Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen en een lagere testosteronspiegel bij jongens en een lagere hormoonspiegel van de schildklier en vroeggeboorten bij vrouwen.

    ‘Het oplossen van het plasticprobleem mag niet volledig in de schoot van de consument worden geworpen,’ vindt Salazar. ‘We moeten er op alle fronten aan werken.’

    Rauw voedsel

    Al aan het begin van mijn dag zonder plastic, begon ik de wereld anders te bekijken. Alles zag er bedreigend uit, alsof overal polymeren in zaten. Vooral de keuken was bijzonder beladen. Alles wat ik kon gebruiken om te koken was verboden terrein – broodrooster, oven, magnetron. Mijn zoon zwaaide met een plastic zakje gevuld met wentelteefjes. ‘Wil je hier wat van?’ En of ik dat wilde. Maar in plaats daarvan ging ik op zoek naar rauw voedsel.

    Ik verliet mijn woning via de trap, in plaats van de lift met zijn plastic knoppen, en liep naar een natuurvoedingswinkel in de buurt van ons appartement aan de Upper West Side in Manhattan.

    Ik probeer altijd een stoffen tas mee te nemen als ik ga winkelen. Deze keer had ik wel zeven tassen van verschillende grootte bij me, allemaal van katoen. Ik had ook twee glazen bakjes meegenomen.

    In de winkel vulde ik een van mijn katoenen tassen met appels en sinaasappels. Bij nadere inspectie zag ik dat op elke schil een sticker met een code zat. Een mogelijke overtreding, die ik negeerde. Met een schone stalen pollepel die ik van huis had meegenomen, schepte ik walnoten en havermout in mijn glazen bakjes. Dat de winkelbakken van plastic waren, negeerde ik, want ik had honger.

    Ik ging naar de kassa om af te rekenen. Maar dat was een probleem. Creditcards konden niet. Apple Pay met mijn iPhone kon ook niet. Ook papiergeld zou een overtreding zijn. Want ook al is Amerikaans papiergeld voornamelijk gemaakt van katoen en linnen, elk biljet bevat ongetwijfeld synthetische vezels, en de grotere biljetten bevatten een veiligheidsdraad van plastic om vervalsing te voorkomen.

    Voor de zekerheid had ik een katoenen zak vol munten meegenomen. Ja, een grote zak vol kwartjes, dubbeltjes en centen – ongeveer 60 dollar die ik had opgenomen bij Citibank en uit de spaarpotten van mijn kinderen had gehaald. Bij de kassa begon ik vliegensvlug de muntjes te stapelen, terwijl ik af en toe een nerveuze blik wierp naar de klanten achter me in de rij.

    ‘Het spijt me echt dat dit zo lang duurt,’ zei ik. ‘Dat geeft niks,’ zei de man achter de kassa. ‘Ik mediteer elke ochtend om met dit soort dingen om te kunnen gaan.’ Hij voegde eraan toe dat hij mijn inzet voor het milieu waardeerde. Het was mijn eerste positieve feedback. Ik telde 19 dollar en 2 cent neer – allemaal muntjes! – en ging naar huis om te ontbijten: noten en sinaasappels op een metalen koekblik, dat ik op schoot hield.

    De passagiers waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging

    Een paar uur later liep ik, op zoek naar een plasticvrije lunch, naar Lenwich, een broodjes- en saladezaak bij mij in de buurt. Ik was er al vroeg in de middag, met een rechthoekige glazen schaal en bamboebestek. ‘Kunt u de salade in deze glazen schaal bereiden?’ vroeg ik, terwijl ik het geval omhoog hield. ‘Ogenblik alstublieft,’ zei de man achter de toonbank kortaf. Hij riep een manager, die het oké vond. Maar mijn volgende verzoek, om mijn stalen schep te gebruiken, wees de manager af.

    Na de lunch ging ik naar Central Park, in de veronderstelling dat dit de plek in Manhattan zou zijn waar ik kon ontspannen in een plasticvrije omgeving. Ik nam de metro, wat me nog meer overtredingen opleverde, aangezien de treinen zelf plastic onderdelen hebben en je een MetroCard of smartphone nodig hebt om op het perron te komen. Maar de plastic oranje stoelen vermeed ik. Ik had mijn eigen stoel meegenomen: een ongeverfde, opklapbare teakhouten stoel in Scandinavische stijl, hard en strak. Die had ik ook al in mijn appartement gebruikt om het plastic van stoelen en banken te omzeilen. Ik zette mijn stoel neer bij een paal in het midden van de wagon. Een van de passagiers had zo’n spreek-me-alsjeblieft-niet-aan-blik in de ogen, de andere waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging.

    Tijdens mijn parkwandeling zag ik plastic tandenstokers op de grond liggen, een zwart plastic mes en een plastic tas.

    Microplastics

    Thuisgekomen legde ik enkele van mijn indrukken vast. Ik schreef op papier met een ongeverfd cederhouten potlood uit een ‘Zero Waste Pencil tin set’ (gewone potloden bevatten namelijk met plastic gevulde gele verf). Na een tijdje haalde ik wat water. En toen kreeg ik te maken met misschien wel het meest alomtegenwoordige probleem van alle: microplastics. Die kleine deeltjes zijn echt overal – in ons drinkwater, in de lucht die we inademen, de oceanen. Microplastics zijn onder meer afkomstig van plastic afval dat is vergaan.

    Zijn ze schadelijk voor ons? Ik sprak met verschillende wetenschappers, en over het algemeen was het antwoord: we weten het nog niet. ‘Ik denk dat we hier de komende jaren een beter inzicht in zullen krijgen,’ aldus Todd Gouin, consultant op het gebied van milieuonderzoek. Voor wie extra voorzichtig wil zijn, bestaan er producten die beweren microplastics uit water en lucht te filteren.

    Ik had een kan gekocht van LifeStraw waar een membraanmicrofilter in zit. Natuurlijk bevatte de kan zelf plastic onderdelen, dus kon ik hem niet gebruiken op de grote dag. In plaats daarvan stond ik de avond ervoor enige tijd aan het aanrecht om water te filteren en er weckpotten mee te vullen. Onze keuken zag eruit alsof we ons voorbereidden op de apocalyps.

    Het water smaakte bijzonder zuiver, wat volgens mij een soort placebo-effect was. Ik zat een tijdje op mijn houten stoel te schrijven. Zonder telefoon. Zonder internet. Julie had medelijden met me en bood aan een kaartspelletje te doen. Ik schudde mijn hoofd. ‘Plastic coating,’ zei ik.

    Rond negen uur ’s avonds nam ik onze hond mee voor haar avondwandeling. Ik had online een riem gekocht van 100 procent katoen. De poepzakjes had ik thuisgelaten, want zelfs de duurzame die ik had zijn gemaakt van gerecycled of plantaardig plastic. In plaats daarvan had ik een metalen spatel bij me. Gelukkig hoefde ik die niet te gebruiken.

    ‘Vergeet niet dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand’

    Om halfelf ging ik uitgeput op mijn geïmproviseerde bed liggen: katoenen lakens op de houten vloer, want mijn matras en kussens bevatten plastic. De volgende ochtend werd ik wakker, blij dat ik mijn beproeving had overleefd en mijn telefoon weer terug had – maar ergens voelde ik me ook verslagen. Ik had 164 overtredingen begaan.

    Zoals Salazar had voorspeld, was het overweldigend geweest. En er was nog veel onduidelijk, zelfs nadat ik me wekenlang in het onderwerp had verdiept. Welke plasticvrije artikelen maken echt het verschil, en wat is louter greenwashing? Is het een goed idee om tandenborstels met zwijnenhaar te gebruiken, deodorant van tea tree, apparaten die microplastics filteren en papieren rietjes, of maakt al die moeite ons zo gek dat we de zaak uiteindelijk juist schaden? Ik belde Salazar voor peptalk.

    ‘Je kunt jezelf zeker gek maken,’ zei ze. ‘Maar het gaat niet om perfectie, het gaat om vooruitgang. Geloof het of niet, individueel gedrag is belangrijk. Het telt op. En vergeet niet,’ ging ze verder, ‘dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand. De cultuur om iets maar één keer te gebruiken en dan weg te gooien.’

    Ik dacht terug aan iets wat Susan Freinkel me had verteld: ‘Ik ben helemaal geen absolutist. Als je in mijn keuken zou komen, zou je zeggen, wat krijgen we nou? Je hebt dit boek geschreven en kijk eens hoe je leeft!’ Maar Freinkel doet wel moeite, vertelde ze. Ze vermijdt onder andere wegwerpzakjes, bekers en verpakkingen.

    Ondanks mijn niet geheel geslaagde poging tot een eendagsonthouding beloof ik dat ook te proberen. Ik begin met kleine dingen, om eraan te wennen. Zoals het shampooblok. En ik kan zakjes voor groente en fruit meenemen naar de supermarkt. Misschien neem ik zelfs mijn stalen waterfles en bamboe bestek mee als ik naar Lenwich ga. En daarna, wie weet? Ik draag in ieder geval met trots het T-shirt met de tekst ‘Keep the Sea Plastic Free’ dat ik online kocht in de dagen voorafgaand aan mijn experiment. Het bevat maar 10 procent polyester.

  • VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    VS: wegwerpplastic vanaf 2032 verboden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden belooft economische hulp en ‘ambitieuze acties’ voor Latijns-Amerika

    » Oekraïens graan: Turks voorstel stuit op bezwaren van Kyiv en Moskou

    VS doen plastic voor eenmalig gebruik in de ban

    De VS gaan plastic voor eenmalig gebruik verbieden tegen 2032, kondigde de regering-Biden woensdag aan. Nu zullen degelijke producten op federaal grondgebied van de VS, met inbegrip van nationale parken, al geleidelijk worden beperkt, met als doel dat wegwerpplastic tegen 2032 helemaal niet meer geleverd of verkocht worden, aldus San Francisco Chronicle. De maatregel omvat onder meer plastic flessen en tassen. Het plastic zal vervangen moeten worden door bijvoorbeeld papieren zakken, biologisch afbreekbare of 100 procent gerecyclede materialen, of glazen flessen.

    Milieuactivisten juichen de aankondiging toe. Onlangs hebben honderden milieuorganisaties bij minister van Binnenlandse Zaken Deb Haaland erop aandrongen het gebruik van wegwerpplastic in natuurgebieden te verbieden. ‘Onze nationale parken zijn per definitie beschermde gebieden, en toch zijn we er al veel te lang niet in geslaagd om ze te beschermen tegen plastic,’ zei Christy Leavitt, directeur van de antiplasticcampagne van Oceana, een groep die opkomt voor de natuur.

    Slechts 9 procent van al het plastic wereldwijd wordt gerecycled

    Het gebruik van plastic is de afgelopen decennia explosief gestegen en heeft een ravage aangericht in zeeën en het milieu, merkt San Francisco Chronicle op. Meer dan 14 miljoen ton plastic stroomt jaarlijks de oceaan in, volgens een rapport van de International Union for Conservation of Nature. Dat komt doordat slechts 9 procent van al het plastic wereldwijd wordt gerecycled, en omdat het materiaal niet biologisch afbreekbaar is.

    Lees ook:

  • Onderzoek: gifstoffen verergeren wereldwijde obesitasepidemie

    Onderzoek: gifstoffen verergeren wereldwijde obesitasepidemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Succesvolle testlancering van passagiersruimteschip Boeing

    » Oscarwinnende componist Vangelis overlijdt op 79-jarige leeftijd

    Gifstoffen uit plastics en pesticiden zorgen voor zwaarlijvigheid

    Chemische vervuiling in het milieu vergroot de wereldwijde obesitasepidemie, zo blijkt uit een belangrijk wetenschappelijk onderzoek dat The Guardian aanhaalt. Verontreinigende stoffen die volgens de onderzoekers zwaarlijvigheid doen toenemen zijn onder meer bisfenol A (BPA), dat op grote schaal aan plastics wordt toegevoegd, alsook sommige pesticiden, vlamvertragers en luchtverontreiniging. De meest verontrustende conclusie uit het onderzoek is dat sommige gifstoffen die het gewicht doen toenemen de werking van de genen veranderen en zo van generatie op generatie kunnen worden doorgegeven, schrijft de Britse krant.

    Wereldwijd is obesitas sinds 1975 verdrievoudigd, waarbij meer mensen nu zwaarlijvig zijn en meer mensen hebben dan ondergewicht. In elk land dat in het onderzoek is meegenomen neemt obesitas toe. Bijna 2 miljard volwassenen zijn nu te zwaar en 40 miljoen kinderen onder de vijf jaar hebben obesitas of overgewicht.

    Obesogenen verstoren de energiebalans, waardoor aankomen gemakkelijker wordt en afvallen moeilijker

    Obesogenen, zoals de gifstoffen worden genoemd, werken door de ‘metabole thermostaat’ van het lichaam te verstoren, aldus de onderzoekers, waardoor aankomen gemakkelijker wordt en afvallen moeilijker. De balans van het lichaam tussen energie-inname en -verbruik berust op het samenspel van verschillende hormonen uit het vetweefsel, de darmen, de alvleesklier, de lever en de hersenen.

    De verontreinigende stoffen kunnen het aantal en de grootte van de vetcellen rechtstreeks beïnvloeden, de signalen die mensen een vol gevoel geven verstoren, en de schildklierfunctie en de dopamineniveaus veranderen, aldus de wetenschappers. Ze kunnen ook het microbioom in de darm beïnvloeden en gewichtstoename veroorzaken door de opname van calorieën door de darmen efficiënter te maken.

    Lees ook:

  • Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    Monsanto aangeklaagd door de stad Los Angeles

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rijkste Russen verliezen gezamenlijk meer dan 83 miljard dollar

    » Moderna geeft vaccinpatenten in arme landen vrij

    Stad eist compensatie voor vervuiling

    De stad Los Angeles heeft een rechtszaak gestart tegen het agrochemische bedrijf Monsanto. Het gemeentebestuur eist ‘compensatie’ voor de kosten die zijn veroorzaakt door tientallen jaren van waterverontreiniging door chemicaliën, schrijft Los Angeles Times. Deze producten, bekend als PCB’s, werden vervaardigd door Bayer, het moederbedrijf van Monsanto, en werden gebruikt in verf, inkt, papier en smeermiddelen.

    Los Angeles vraagt ook om de oprichting van een ‘speciaal fonds voor toekomstige kosten’: de stad heeft tot nu toe ‘miljoenen en miljoenen dollars uitgegeven, en zal miljoenen en miljoenen dollars blijven uitgeven om dit probleem op te lossen’, aldus de aanklacht.

    Lees ook: