Plastic is slecht voor de planeet, en toch is het overal. De bevindingen van een Amerikaanse journalist die een dag zonder probeert te leven.
Keuze uit het archief
Volgens onderzoek dat deze week in het tijdschrift The Lancet eBioMedicine is gepubliceerd, is plastic verantwoordelijk voor honderdduizenden doden per jaar. Zo zouden in 2018 alleen al wereldwijd ruim 356.000 mensen gestorven zijn door hartziekten als gevolg van dagelijkse blootstelling aan DEHP, een toxische stof die in veel plastic spullen zit.
We zouden plastic uit ons leven moeten bannen, maar dat is onmogelijk, want het is overal. Daar kom je pas achter als je probeert één dag zonder plastic te leven. Journalist Arnold Jacobs nam de proef op de som en schreef zijn ervaringen op in deze longread van The New York Times.
Toen ik wakker werd op de dag dat ik ging proberen geen plastic producten te gebruiken – of zelfs maar aan te raken – zette ik vrijwel meteen mijn blote voeten op het tapijt. Het is gemaakt van nylon; een soort plastic. Mijn experiment was net tien seconden bezig en ik was al in overtreding.
Sinds plastic meer dan een eeuw geleden werd uitgevonden, is het in elke vezel van ons leven binnengedrongen. Het is moeilijk om ook maar een paar minuten niet met dit onverwoestbare, lichte, veelzijdige materiaal in aanraking te komen. Plastic heeft elk modern gemak mogelijk gemaakt en kan op duizenden manieren worden toegepast. Maar het heeft ook nadelen, vooral voor het milieu. Vorige week probeerde ik als experiment om vierentwintig uur lang helemaal zonder plastic te leven. Zo wilde ik erachter zien te komen welke plastic spullen we niet kunnen missen en welke eventueel overbodig zijn.
Meestal check ik ’s morgens nadat ik wakker word mijn iPhone. Op die bewuste dag was dat niet mogelijk, want elke iPhone bevat behalve aluminium, ijzer, lithium, goud en koper ook plastic. Ter voorbereiding op het experiment had ik mijn toestel in een kast opgeborgen. Al snel voelde ik me gedesoriënteerd maar ook stoutmoedig, alsof ik een soort onverschrokken tijdreiziger was.
Ik liep naar de badkamer, maar ging niet meteen naar binnen. ‘Kun je de deur voor me opendoen?’ vroeg ik aan Julie, mijn vrouw. ‘Op de deurknop zit een plastic coating.’ Ze deed voor me open en zuchtte: ‘Dit wordt een lange dag.’
Routine
Mijn ochtendroutine moest compleet op de schop. Daarvoor had ik de dagen voorafgaand aan mijn experiment zorgvuldige voorbereidingen getroffen. Zo kon ik mijn normale tandpasta, tandenborstel, shampoo en vloeibare zeep alvast niet gebruiken.
Gelukkig is er een enorm aanbod van plasticvrije producten voor milieubewuste consumenten. Ik had er een hele trits van aangeschaft, waaronder een bamboe tandenborstel met haren van wilde zwijnen van Life Without Plastic. ‘De borstelharen zijn volledig gesteriliseerd,’ vertelde Jay Sinha, mede-eigenaar van het bedrijf, toen ik hem de week ervoor sprak.
In plaats van tandpasta gebruikte ik mijn potje grijze tandpastakorrels van houtskool met munt. Ik kauwde erop, nam een slok water en poetste mijn tanden. De smaak was lekker, mijn askleurige spuug oogde minder fris.
Het shampooblok dat ik had aangeschaft beviel me wel. Een shampooblok is precies dat: een blok shampoo. De mijne ruikt naar roze grapefruit en vanille, en schuimt goed. Voorstanders van het shampooblok zeggen dat het per wasbeurt goedkoper is dan shampoo in flessen (een blok kan 80 keer gebruikt worden). En dat is mooi, want het plasticvrije leven kan duur zijn. Package Free, een stijlvol verkooppunt in de NoHo-buurt van Manhattan dat grenst aan de Goop-winkel van Gwyneth Paltrow, verkoopt scheermessen van zink en roestvrijstaal voor 84 dollar, ongeveer 77 euro. Ze verkopen er overigens ook ‘de eerste biologisch afbreekbare vibrator ter wereld’.
Op advies van een blogger heb ik een doe-het-zelfdeodorant gemaakt van tea tree-olie en zuiveringszout. De geur doet denken aan een middeleeuwse kathedraal, maar is niet geheel onaangenaam. Je eigen spullen maken is zeker een manier om plastic te vermijden, maar je hebt er wel vrije tijd voor nodig – een luxe. Voordat ik in de badkamer klaar was, had ik de regels een tweede keer overtreden; ik moest naar de wc.
Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi
Ook aankleden was een uitdaging, aangezien zoveel kledingstukken plastic bevatten. Ik had een wollen broek besteld, maar die was nog niet gearriveerd. In plaats daarvan koos ik een oude, comfortabele chino van Banana Republic. Op het label staat ‘100 procent katoen’, maar toen ik het de dag ervoor navroeg bij een behulpzame vertegenwoordiger van Banana Republic, bleek het iets ingewikkelder te liggen. De hoofdstof is inderdaad 100 procent katoen, maar er zit plastic in de rits, en verder in de tailleband, het geweven label, de zakken en de draden, aldus de vertegenwoordiger. Ik sneed in mijn duim toen ik probeerde het zwarte merklabel eraf te snijden met een volledig metalen mes. In plaats van een pleister – ja, plastic – moest ik gegomde tape van papier gebruiken om het bloeden te stoppen.
Gelukkig was ik met mijn ondergoed niet in overtreding: blauwe boxers van Cottonique van 100 procent biologisch katoen met een katoenen koord in plaats van de elastische tailleband, die vaak van plastic is. Na een zoektocht op internet koos ik het uit een lijst met ‘14 Hot & Sustainable Underwear Brands for Men’.
Verder had ik het geluk dat onze vriendin Kristen als verjaardagscadeau voor mijn vrouw een trui had gebreid met blauwe en paarse rechthoeken van 100 procent merinowol. ‘Mag ik die trui van Kristie een dagje lenen?’ vroeg ik aan Julie. ‘Maar dan lubbert ie uit,’ zei ze. ‘Het is voor de planeet, hè?’ antwoordde ik.
Kunststoffen
Volgens een rapport van de Verenigde Naties produceert de wereld jaarlijks ongeveer 400 miljoen ton plastic afval. Ongeveer de helft wordt na eenmalig gebruik weggegooid. Het rapport merkt op dat ‘we verslaafd zijn geraakt aan plastic producten voor eenmalig gebruik – met ernstige gevolgen voor het milieu, de maatschappij, de economie en de gezondheid’.
Ik ben een van die verslaafden. Op basis van onderzoek schat ik dat ik ongeveer 800 plastic voorwerpen per jaar in de vuilnisbak gooi – verpakkingen voor afhaaleten, pennen, bekers, verpakkingsmateriaal van Amazon met piepschuim erin en nog veel meer. Voor mijn Dag Zonder Plastic verdiepte ik me in een aantal no-plastic en zero waste-boeken, video’s en podcasts. Een van die boeken, Life Without Plastic: The Practical Step-by-Step Guide to Avoiding Plastic to Keep Your Family and the Planet Healthy van Jay Sinha en Chantal Plamondon, was door Amazon verpakt in doorzichtig plastic, als een stuk kaas. Toen ik dit aan Sinha vertelde, beloofde hij erachteraan te gaan.
Ik belde ook met Gabby Salazar, een sociaal wetenschapper die zich verdiept in wat mensen motiveert om milieuzaken te steunen. Ik vroeg haar om advies voor mijn plasticvrije dag. ‘Het is misschien beter om klein te beginnen,’ zei Salazar. ‘Eerst één gewoonte – bijvoorbeeld altijd een roestvrijstalen waterfles meenemen. Als je dat onder de knie hebt, doe je er iets bij. Je neemt bijvoorbeeld altijd een tasje mee naar de supermarkt. Als je geleidelijk opbouwt, kom je tot echte veranderingen. Anders raak je alleen maar overweldigd.’ ‘Misschien dat dat wel verhelderend werkt?’ opperde ik. ‘Dat zou mooi zijn,’ zei Salazar.
Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen
Toegegeven, helemaal zonder plastic leven is waarschijnlijk een absurd idee. Ondanks de nadelen vormt de stof een cruciaal onderdeel van medische apparatuur, rookmelders en helmen. De slagzin van de plasticindustrie uit de jaren negentig bevat een waarheid: ‘Kunststoffen maken het mogelijk’.
In veel gevallen kan plastic het milieu helpen. Zo zijn plastic vliegtuigonderdelen lichter dan metalen, wat minder brandstof en minder CO₂-uitstoot betekent. Zonnepanelen en windturbines hebben kunststof onderdelen. Maar de aarde ligt bezaaid met het spul, vooral in wegwerpvorm. Het Earth Policy Institute schat dat mensen er jaarlijks een biljoen plastic tassen voor eenmalig gebruik doorheen jagen.
De crisis zat er al lang aan te komen. Er is enige discussie over wanneer plastic zijn intrede deed, maar velen houden 1855 aan, toen de Britse metaalbewerker Alexander Parkes een thermoplastisch materiaal patenteerde als waterdichte coating voor stoffen. Hij noemde de stof ‘Parkesine’. In tientallen jaren tijd zijn in laboratoria over de hele wereld andere soorten ontstaan, allemaal gebaseerd op soortgelijke chemie. Het zijn polymeerketens en de meeste worden gemaakt van aardolie of aardgas. Door chemische toevoegingen variëren kunststoffen enorm. Ze kunnen ondoorzichtig of transparant zijn, schuimend of hard, rekbaar of breekbaar. Ze zijn bekend onder vele namen, zoals polyester en piepschuim, en met afkortingen als PVC en PET.
Prefab-afval
De productie van kunststof nam een hoge vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kunststof was cruciaal voor de oorlogvoering, denk aan nylon parachutes en plexiglas vliegtuigramen. Na de oorlog ontstond een ware hausse, aldus Susan Freinkel, auteur van Plastic: A Toxic Love Story, een boek over de geschiedenis en de wetenschap van plastic. ‘Plastic werd verwerkt in dingen als formica toonbanken, koelkastzakken, auto-onderdelen, kleding, schoenen, kortom in alles wat werd ontworpen om lange tijd mee te gaan,’ volgens Freinkel.
En toen kwam de ommekeer. ‘We zijn in de problemen gekomen toen we overgingen op spullen voor eenmalig gebruik,’ aldus Freinkel. ‘Ik noem dat prefab-afval.’ De overdaad aan rietjes, bekertjes, zakjes en andere kortstondig te gebruiken zaken heeft geleid tot rampzalige gevolgen voor het milieu. Volgens een studie van de Pew Charitable Trusts komt er elk jaar meer dan 11 miljoen ton plastic in de oceanen terecht.
Bijna een vijfde van het plastic afval wordt verbrand, waarbij CO2 in de lucht terechtkomt, aldus de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Deze meldt ook dat slechts 9 procent van het plastic wordt gerecycled. Sommige plastics zijn niet rendabel om te recyclen, andere soorten nemen door recycling af in kwaliteit.
Plastic kan bovendien schadelijk zijn voor onze gezondheid. Bepaalde plastic additieven – zoals BPA en ftalaten – kunnen volgens het National Institute of Environmental Health Sciences het endocriene systeem bij mensen verstoren. Verontrustende effecten zijn onder meer gedragsproblemen en een lagere testosteronspiegel bij jongens en een lagere hormoonspiegel van de schildklier en vroeggeboorten bij vrouwen.
‘Het oplossen van het plasticprobleem mag niet volledig in de schoot van de consument worden geworpen,’ vindt Salazar. ‘We moeten er op alle fronten aan werken.’
Rauw voedsel
Al aan het begin van mijn dag zonder plastic, begon ik de wereld anders te bekijken. Alles zag er bedreigend uit, alsof overal polymeren in zaten. Vooral de keuken was bijzonder beladen. Alles wat ik kon gebruiken om te koken was verboden terrein – broodrooster, oven, magnetron. Mijn zoon zwaaide met een plastic zakje gevuld met wentelteefjes. ‘Wil je hier wat van?’ En of ik dat wilde. Maar in plaats daarvan ging ik op zoek naar rauw voedsel.
Ik verliet mijn woning via de trap, in plaats van de lift met zijn plastic knoppen, en liep naar een natuurvoedingswinkel in de buurt van ons appartement aan de Upper West Side in Manhattan.
Ik probeer altijd een stoffen tas mee te nemen als ik ga winkelen. Deze keer had ik wel zeven tassen van verschillende grootte bij me, allemaal van katoen. Ik had ook twee glazen bakjes meegenomen.
In de winkel vulde ik een van mijn katoenen tassen met appels en sinaasappels. Bij nadere inspectie zag ik dat op elke schil een sticker met een code zat. Een mogelijke overtreding, die ik negeerde. Met een schone stalen pollepel die ik van huis had meegenomen, schepte ik walnoten en havermout in mijn glazen bakjes. Dat de winkelbakken van plastic waren, negeerde ik, want ik had honger.
Ik ging naar de kassa om af te rekenen. Maar dat was een probleem. Creditcards konden niet. Apple Pay met mijn iPhone kon ook niet. Ook papiergeld zou een overtreding zijn. Want ook al is Amerikaans papiergeld voornamelijk gemaakt van katoen en linnen, elk biljet bevat ongetwijfeld synthetische vezels, en de grotere biljetten bevatten een veiligheidsdraad van plastic om vervalsing te voorkomen.
Voor de zekerheid had ik een katoenen zak vol munten meegenomen. Ja, een grote zak vol kwartjes, dubbeltjes en centen – ongeveer 60 dollar die ik had opgenomen bij Citibank en uit de spaarpotten van mijn kinderen had gehaald. Bij de kassa begon ik vliegensvlug de muntjes te stapelen, terwijl ik af en toe een nerveuze blik wierp naar de klanten achter me in de rij.
‘Het spijt me echt dat dit zo lang duurt,’ zei ik. ‘Dat geeft niks,’ zei de man achter de kassa. ‘Ik mediteer elke ochtend om met dit soort dingen om te kunnen gaan.’ Hij voegde eraan toe dat hij mijn inzet voor het milieu waardeerde. Het was mijn eerste positieve feedback. Ik telde 19 dollar en 2 cent neer – allemaal muntjes! – en ging naar huis om te ontbijten: noten en sinaasappels op een metalen koekblik, dat ik op schoot hield.
De passagiers waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging
Een paar uur later liep ik, op zoek naar een plasticvrije lunch, naar Lenwich, een broodjes- en saladezaak bij mij in de buurt. Ik was er al vroeg in de middag, met een rechthoekige glazen schaal en bamboebestek. ‘Kunt u de salade in deze glazen schaal bereiden?’ vroeg ik, terwijl ik het geval omhoog hield. ‘Ogenblik alstublieft,’ zei de man achter de toonbank kortaf. Hij riep een manager, die het oké vond. Maar mijn volgende verzoek, om mijn stalen schep te gebruiken, wees de manager af.
Na de lunch ging ik naar Central Park, in de veronderstelling dat dit de plek in Manhattan zou zijn waar ik kon ontspannen in een plasticvrije omgeving. Ik nam de metro, wat me nog meer overtredingen opleverde, aangezien de treinen zelf plastic onderdelen hebben en je een MetroCard of smartphone nodig hebt om op het perron te komen. Maar de plastic oranje stoelen vermeed ik. Ik had mijn eigen stoel meegenomen: een ongeverfde, opklapbare teakhouten stoel in Scandinavische stijl, hard en strak. Die had ik ook al in mijn appartement gebruikt om het plastic van stoelen en banken te omzeilen. Ik zette mijn stoel neer bij een paal in het midden van de wagon. Een van de passagiers had zo’n spreek-me-alsjeblieft-niet-aan-blik in de ogen, de andere waren zo verdiept in hun telefoon dat de aanblik van een man op een houten stoel hen ontging.
Tijdens mijn parkwandeling zag ik plastic tandenstokers op de grond liggen, een zwart plastic mes en een plastic tas.
Microplastics
Thuisgekomen legde ik enkele van mijn indrukken vast. Ik schreef op papier met een ongeverfd cederhouten potlood uit een ‘Zero Waste Pencil tin set’ (gewone potloden bevatten namelijk met plastic gevulde gele verf). Na een tijdje haalde ik wat water. En toen kreeg ik te maken met misschien wel het meest alomtegenwoordige probleem van alle: microplastics. Die kleine deeltjes zijn echt overal – in ons drinkwater, in de lucht die we inademen, de oceanen. Microplastics zijn onder meer afkomstig van plastic afval dat is vergaan.
Zijn ze schadelijk voor ons? Ik sprak met verschillende wetenschappers, en over het algemeen was het antwoord: we weten het nog niet. ‘Ik denk dat we hier de komende jaren een beter inzicht in zullen krijgen,’ aldus Todd Gouin, consultant op het gebied van milieuonderzoek. Voor wie extra voorzichtig wil zijn, bestaan er producten die beweren microplastics uit water en lucht te filteren.
Ik had een kan gekocht van LifeStraw waar een membraanmicrofilter in zit. Natuurlijk bevatte de kan zelf plastic onderdelen, dus kon ik hem niet gebruiken op de grote dag. In plaats daarvan stond ik de avond ervoor enige tijd aan het aanrecht om water te filteren en er weckpotten mee te vullen. Onze keuken zag eruit alsof we ons voorbereidden op de apocalyps.
Het water smaakte bijzonder zuiver, wat volgens mij een soort placebo-effect was. Ik zat een tijdje op mijn houten stoel te schrijven. Zonder telefoon. Zonder internet. Julie had medelijden met me en bood aan een kaartspelletje te doen. Ik schudde mijn hoofd. ‘Plastic coating,’ zei ik.
Rond negen uur ’s avonds nam ik onze hond mee voor haar avondwandeling. Ik had online een riem gekocht van 100 procent katoen. De poepzakjes had ik thuisgelaten, want zelfs de duurzame die ik had zijn gemaakt van gerecycled of plantaardig plastic. In plaats daarvan had ik een metalen spatel bij me. Gelukkig hoefde ik die niet te gebruiken.
‘Vergeet niet dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand’
Om halfelf ging ik uitgeput op mijn geïmproviseerde bed liggen: katoenen lakens op de houten vloer, want mijn matras en kussens bevatten plastic. De volgende ochtend werd ik wakker, blij dat ik mijn beproeving had overleefd en mijn telefoon weer terug had – maar ergens voelde ik me ook verslagen. Ik had 164 overtredingen begaan.
Zoals Salazar had voorspeld, was het overweldigend geweest. En er was nog veel onduidelijk, zelfs nadat ik me wekenlang in het onderwerp had verdiept. Welke plasticvrije artikelen maken echt het verschil, en wat is louter greenwashing? Is het een goed idee om tandenborstels met zwijnenhaar te gebruiken, deodorant van tea tree, apparaten die microplastics filteren en papieren rietjes, of maakt al die moeite ons zo gek dat we de zaak uiteindelijk juist schaden? Ik belde Salazar voor peptalk.
‘Je kunt jezelf zeker gek maken,’ zei ze. ‘Maar het gaat niet om perfectie, het gaat om vooruitgang. Geloof het of niet, individueel gedrag is belangrijk. Het telt op. En vergeet niet,’ ging ze verder, ‘dat plastic niet de vijand is. Eenmalig gebruik is de vijand. De cultuur om iets maar één keer te gebruiken en dan weg te gooien.’
Ik dacht terug aan iets wat Susan Freinkel me had verteld: ‘Ik ben helemaal geen absolutist. Als je in mijn keuken zou komen, zou je zeggen, wat krijgen we nou? Je hebt dit boek geschreven en kijk eens hoe je leeft!’ Maar Freinkel doet wel moeite, vertelde ze. Ze vermijdt onder andere wegwerpzakjes, bekers en verpakkingen.
Ondanks mijn niet geheel geslaagde poging tot een eendagsonthouding beloof ik dat ook te proberen. Ik begin met kleine dingen, om eraan te wennen. Zoals het shampooblok. En ik kan zakjes voor groente en fruit meenemen naar de supermarkt. Misschien neem ik zelfs mijn stalen waterfles en bamboe bestek mee als ik naar Lenwich ga. En daarna, wie weet? Ik draag in ieder geval met trots het T-shirt met de tekst ‘Keep the Sea Plastic Free’ dat ik online kocht in de dagen voorafgaand aan mijn experiment. Het bevat maar 10 procent polyester.