De VS hebben de acties veroordeeld; ‘risico op escalatie’
China lanceerde maandagochtend ‘blokkadeoefeningen rond Taiwan, een paar dagen nadat Beijing kritiek had geuit op een provocerende toespraak van de leider van het eiland, Lai Ching-te’, meldt South China Morning Post.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze militaire manoeuvres ‘worden uitgevoerd in gebieden ten noorden, zuiden en oosten van Taiwan, met als doel het testen van de gezamenlijke operationele capaciteiten’ van het Chinese leger, en zijn gericht op ‘het voorbereiden van zee- en luchtgevechten en het vermogen om belangrijke havens en andere gebieden te blokkeren’, aldus kapitein Li Xi, woordvoerder van het Oostelijk Commando van het Chinese leger.
China, dat Taiwan beschouwt als een integraal onderdeel van zijn grondgebied, dreigt regelmatig om het eiland met geweld in te nemen. Het Taiwanese ministerie van Defensie veroordeelde het ‘irrationele en provocerende gedrag’ en zei dat het ‘de juiste strijdkrachten had ingezet om adequaat te reageren’. De Taiwanese president riep een veiligheidsvergadering bijeen, terwijl de Verenigde Staten de ‘ongerechtvaardigde’ manoeuvres veroordeelden, die ‘een risico op escalatie’ inhouden.
De militair stak in juli de grens met Noord-Korea over
Noord-Korea heeft woensdag voor het eerst publiekelijk gereageerd op de actie van de Amerikaanse militair Travis King, die in juli de grens met het land overstak vanuit Zuid-Korea. The Guardian citeert een verklaring van het staatspersbureau Korean Central News Agency (KCNA), dat verklaart dat King ‘een slecht gevoel koesterde tegen onmenselijke mishandeling en rassendiscriminatie binnen het Amerikaanse leger’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
King was als toerist in Zuid-Korea toen hij de gedemilitariseerde zone (DMZ) tussen de twee landen overstak. Hij volgde een militaire opleiding van de VS in Korea, maar zou vanwege geweldpleging uit het leger worden gezet en daarom terugkeren naar de VS. Eén dag voordat hij zou teruggaan, besloot hij naar Noord-Korea te gaan.
Autoriteiten in de VS benadrukken bezig te zijn om de militair weg te halen uit Noord-Korea, al is de vraag of King dat wil. Volgens KCNA zou de Amerikaan juist asiel in het Aziatische land willen aanvragen. De familie van de man heeft hem opgeroepen van zich te laten horen en zegt te hopen dat hij goed wordt behandeld door het regime.
In Myanmar leven de militairen apart van de rest van de samenleving. Ze mogen hun bases nauwelijks onbegeleid verlaten en hebben geen toegang tot internet. In combinatie met een gestaag propagandadieet, leidt dit tot tot de overtuiging dat burgers – de zogenaamde vijand – zonder pardon mogen worden gedood.
Kapitein Tun Myat Aung boog zich over het hete wegdek in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en raapte kogelhulzen op. Hij voelde zich misselijk worden. De hulzen, wist hij, betekenden dat er geweren waren gebruikt, dat er met echte kogels op echte mensen was geschoten.
Diezelfde avond, begin maart, ontdekte hij op Facebook dat er in Yangon meerdere burgers waren gedood door soldaten van de Tatmadaw, zoals het Myanmarese leger wordt genoemd. Door mannen in uniform, net als hij.
Enkele dagen later glipte de kapitein van de 77ste Lichte Infanteriedivisie, berucht om het massaal afslachten van burgers in heel Myanmar, de basis uit en deserteerde. Hij zit nu ondergedoken.
‘Ik hou zoveel van het leger,’ zegt hij. ‘Maar de boodschap die ik aan mijn medemilitairen wil meegeven is: Als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan alsjeblieft voor het land.’
Robotleger
De Tatmadaw, die over een half miljoen parate manschappen zegt te beschikken, wordt vaak afgeschilderd als een robotleger dat getraind is om te doden. Na het afzetten van de burgerregering van Myanmar twee maanden geleden, dat overal in het land tot protesten heeft geleid, hebben de militairen hun meedogenloze reputatie alleen maar versterkt door het doden van meer dan 420 mensen en het aanvallen, gevangenzetten of martelen van duizenden anderen.
Op zaterdag 27 maart, de dodelijkste dag sinds de coup op 1 februari, hebben de veiligheidstroepen volgens de Verenigde Naties meer dan honderd mensen gedood. Zeven van hen waren kinderen, onder wie twee jongens van dertien en een jongen van vijf.
‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen’
Uit diepgaande interviews met vier officieren, van wie er twee na de coup zijn gedeserteerd, komt een complex beeld naar voren van een institutie die Myanmar al zes decennia lang domineert. Vanaf het moment dat ze aan hun opleiding beginnen leren manschappen van de Tatmadaw dat ze hoeders zijn van een land en een religie die zonder hen ten onder zullen gaan.
Ze vormen een geprivilegieerde staat binnen een staat, waarin militairen apart van de rest van de samenleving leven en werken en een ideologie ingeprent krijgen die hen ver boven de burgerbevolking verheft. De beschreven officieren worden continu in de gaten gehouden door hun meerderen, zowel in de kazerne als op Facebook. Een gestaag propagandadieet voedt hun idee dat er op iedere straathoek vijanden staan.
Dit leidt alles bij elkaar tot een wereldbeeld dat het rechtvaardigt om ongewapende burgers zonder pardon dood te schieten. Hoewel er volgens de militairen enige onvrede over de staatsgreep bestaat, achten ze het onwaarschijnlijk dat het leger op grote schaal in opstand zal komen. Dat maakt meer bloedvergieten tijdens de komende dagen en maanden des te waarschijnlijker.
‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld,’ zegt een kapitein die is afgestudeerd aan de prestigieuze militaire academie van Myanmar. Net als de twee anderen met wie The New York Times heeft gesproken, wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien vanwege mogelijke represailles; hij is nog in actieve dienst.
‘Ik ben bij de Tatmadaw gegaan om het land te beschermen, niet om tegen ons eigen volk te vechten,’ zegt hij. ‘Ik vind het zo verschrikkelijk om soldaten onze eigen mensen te zien doden.’
De Tatmadaw verkeert al sinds het land onafhankelijk werd in 1948 op voet van oorlog met militaire guerrilla’s, etnische opstandelingen en pleitbezorgers van de democratie. Binnen de cultachtige grenzen van de Tatmadaw wordt het boeddhistische Bamar-volk, dat de etnische meerderheid vormt, verheerlijkt ten koste van de vele etnische minderheden die Myanmar rijk is en die al decennia lang met militaire onderdrukking worden geconfronteerd.
De vijand kan zich ook in de eigen gelederen bevinden. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Daw Aung San Suu Kyi, de burgerleider die na de staatsgreep van twee maanden geleden is afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, heeft de Tatmadaw opgericht.
Tegenwoordig komen de vijanden van de Tatmadaw niet langer uit het buitenland maar uit eigen land: de miljoenen mensen die de straat op zijn gegaan om tegen de staatsgreep te protesteren of die aan stakingen hebben deelgenomen.
Beschermen
Op zaterdag 27 maart, de Dag van de Strijdkrachten, hield generaal Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber die de staatsgreep in gang heeft gezet, een toespraak waarin hij zwoer ‘het volk tegen alle gevaar te beschermen’. Terwijl tanks en soldaten over de brede avenues van Naypyidaw paradeerden, de hoofdstad vol bunkers die door een eerdere junta is gebouwd, schoten in meer dan veertig steden veiligheidstroepen op zowel demonstranten als omstanders.
‘Ze beschouwen demonstranten als criminelen omdat iedereen die niet aan het leger gehoorzaamt of ertegen protesteert een crimineel is,’ zegt kapitein Tun Myat Aung. ‘De meeste soldaten hebben hun hele leven nog geen democratie meegemaakt. Ze weten nog niet wat dat inhoudt.’
Hoewel de Tatmadaw in de vijf jaar die aan de staatsgreep voorafging enige macht met een gekozen regering heeft gedeeld, behielden de militairen hun greep op het land. Ze hebben hun eigen conglomeraten, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, aandelenopties, mobiele netwerk en groentekwekerijen.
‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen’
Het leger runt televisiestations, uitgeverijen en een filmindustrie met opwindende titels als Happy Land of Heroes en One Love, One Hundred Wars. De Tatmadaw heeft dansgroepen, traditionele muziekensembles en vragenrubrieken waarin vrouwen worden gemaand zich zedig te kleden.
Verreweg de meeste officieren en hun gezinnen wonen op een militair complex, waar al hun bewegingen worden gevolgd. Sinds de staatsgreep hebben de meesten van hen die complexen niet langer dan een kwartier zonder toestemming mogen verlaten.
‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen,’ zegt een officieren die na de staatsgreep is gedeserteerd. ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen. We mogen de juistheid of onjuistheid ervan niet aan de orde stellen.’
Officierskinderen
Kinderen van officieren trouwen vaak met andere officierskinderen, of met het nageslacht van rijke zakenlieden die van hun militaire connecties hebben geprofiteerd. Infanteristen brengen dikwijls de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de Raad voor het Staatsbestuur, zoals de junta die vorige maand de macht heeft gegrepen zichzelf noemt, is een kluwen van onderling verstrengelde stambomen.
Zelfs tijdens de vijf jaar van politieke openheid was een kwart van de parlementszetels voor mannen in het groen gereserveerd. Ze mengden zich niet met andere parlementsleden en stemden alleen maar en bloc. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen.
‘Ik wil heel graag het volk dienen, maar militair zijn betekent dat je de leiders van de Tatmadaw dient,’ zegt een legerarts in Yangon. ‘Ik wil ontslag nemen, maar dat kan niet. Als ik dat doe, sturen ze me naar de gevangenis. Als ik vlucht, martelen ze mijn familie.’
De geïsoleerde positie van de Tatmadaw verklaart misschien mede waarom de leiding de felheid van het verzet tegen de putsch heeft onderschat. Officieren die in psychologische oorlogvoering zijn getraind, planten dikwijls complottheorieën over democratie in Facebookgroepen die worden bezocht door militairen, aldus socialmedia-experts en een van de officieren die met onze krant sprak.
Een moslimsamenzwering wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof de kop in te drukken
In deze paranoïde wereld viel de dreun die Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie tijdens de verkiezingen van afgelopen november toebracht aan de partij die de steun van het leger genoot, gemakkelijk af te schilderen als verkiezingsfraude.
Een moslimsamenzwering, gefinancierd door rijke oliesjeiks, wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof van de Myanmarese meerderheid de kop in te drukken. Invloedrijke monniken, aan wier voeten ook generaals bidden, prediken dat de Tatmadaw en de boeddhistische monniken zich moeten verenigen om de islam te bestrijden.
De Tatmadaw wil doen geloven dat het roofzuchtige Westen Myanmar elk moment kan veroveren. Angst voor een invasie geldt als een van de redenen waarom de militaire machthebbers de hoofdstad begin deze eeuw van Yangon, dat aan de kust ligt, naar de landinwaarts gelegen stad Naypyidaw hebben verplaatst.
‘Nu doden soldaten mensen met het idee dat ze hun land voor buitenlandse interventie behoeden,’ zegt de kapitein die nog in actieve dienst is. Zijn brigade is in een niet nader genoemde stad ingezet om een woedende volksmenigte in toom te houden.
De gevreesde invasie hoeft niet per se door de lucht of over zee te komen, maar kan ook door de ‘zwarte hand’ van buitenlandse invloed worden bewerkstelligd. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger voor de democratie, wordt in kringen van de Tatmadaw beschuldigd van pogingen het land te ondermijnen met grote sommen geld voor activisten en politici. Een legerwoordvoerder impliceerde tijdens een persconferentie dat ook mensen die tegen de staatsgreep protesteren door het buitenland worden gefinancierd.
Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij tijdens zijn eerste jaar op de militaire academie een film te zien kreeg waarin democratische activisten uit 1988 werden afgeschilderd als dolgedraaide beesten die soldaten het hoofd afsneden. In werkelijkheid werden dat jaar duizenden betogers en anderen door de Tatmadaw gedood.
Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung werd kortgeleden in het oog getroffen door een projectiel uit de katapult van een betoger, zegt hij. Maar de kapitein erkent dat de andere kant beduidend veel meer slachtoffers heeft gemaakt.
‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld’
Op Facebookberichten van de Tatmadaw zie je soms soldaten die worden belegerd door gewelddadige betogers met zelfgemaakte brandbommen. Maar in werkelijkheid zijn het de veiligheidstroepen die artsen hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders hebben gedwongen nederig door het stof te kruipen.
Volgens de militairen die met onze krant hebben gesproken was het opschorten van de toegang tot mobiele data de afgelopen twee weken evenzeer bedoeld om manschappen te isoleren die twijfels begonnen te krijgen over de bevelen die ze kregen, als om de bevolking onwetend te houden.
Kort na de staatsgreep verklaarden enkele militairen zich op Facebook solidair met de betogers. ‘Het leger is aan het verliezen. Geef niet op, mensen’, schreef een inmiddels ondergedoken kapitein in een Facebookbericht. ‘Uiteindelijk zal de waarheid zegevieren.’
Loyaliteit
De geïsoleerde positie van de Tatmadaw dient ook een ander doel. Decennia lang heeft het leger op talrijke fronten tegen talrijke vijanden gevochten, voornamelijk gewapende etnische groeperingen die op zelfbestuur aandrongen. Een sterk gevoel van saamhorigheid is nodig om desertie te beperken en loyaliteit te bevorderen.
Dodentallen worden niet gepubliceerd in Myanmar omdat ze als een staatsgeheim worden beschouwd. Maar uit uitgelekte documenten die The New York Times heeft kunnen inzien, zoals over een aantal gesneuvelde soldaten in de westelijke staat Rakhine een paar jaar geleden, blijkt dat er elk jaar minimaal honderden militairen omkomen.
Volgens de kapitein die nog in actieve dienst is, is het gebruikelijk dat ongetrouwde militairen lootjes trekken om met de weduwe van een in de strijd gesneuvelde collega te kunnen trouwen. De vrouw, zegt hij, heeft weinig te zeggen over wie haar nieuwe man wordt. ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld.’
Etnische minderheden, die ruwweg een derde van de Myanmarese bevolking uitmaken, leven in voortdurende angst voor de Tatmadaw, die door onderzoekers van de Verenigde Naties van genocidale acties is beschuldigd, waaronder massaverkrachtingen en executies. De bekendste slachtoffers van zulke campagnes zijn de Rohingya-moslims, maar ze hebben zich ook op andere etnische groeperingen gericht, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine.
Kapitein Tun Myat Aung zegt dat toen zijn 77ste Lichte Infanteriedivisie in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar vocht, hij de weerzin van mensen uit diverse etnische groeperingen kon voelen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid maar al te goed.
‘Etnische minderheden haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan’
Hoewel hij zegt alleen te hebben geschoten om te verwonden, niet om te doden, heeft kapitein Tun Myat Aung acht jaar in de frontlinies doorgebracht. Volgens hem heeft hij in al die tijd maar met één dorpeling contact gehad. ‘Mensen haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan,’ zegt hij.
Maar de Tatmadaw heeft hem ook gered. Zijn moeder overleed toen hij tien was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een kostschool voor leerlingen uit etnische minderheden gestuurd, waar hij uitblonk. Op de militaire academie leerde hij natuurkunde en Engels. ‘Het leger werd mijn familie,’ zegt hij. ‘Ik was automatisch blij als ik mijn uniform zag.’
In de vroege uurtjes van 1 februari klom een nog half slapende kapitein Tun Myat Aung in Yangon in een legertruck en gordde zijn helm vast. Hij wist pas wat er aan de hand was toen een collega iets over een staatsgreep fluisterde. ‘Op dat moment was het alsof ik alle hoop voor Myanmar verloor,’ zegt hij.
Enkele dagen later zag hij zijn majoor met een doos kogels, echte, niet van rubber. Die nacht huilde hij. ‘Ik realiseerde me,’ zegt hij, ‘dat de meeste militairen het volk als de vijand beschouwen.’
Een jaar na zijn verkiezingsoverwinning zette Macron voor het eerst militair geweld in.
Nadat hij de toon eerst flink had opgevoerd, gaf de Franse president zijn strijdkrachten uiteindelijk opdracht toe te slaan in Syrië. Een beslissing waarmee hij zich onderscheidt van eerdere presidenten.
Het symbool was er meteen al, vanaf zijn eerste minuten als staatshoofd. Nauwelijks had hij zijn ambt aanvaard, of Emmanuel Macron verliet op 14 mei 2017 het Elysée om de Avenue des Champs-Elysées op te rijden aan boord van een geblindeerde command car, een verkennings- en ondersteuningsvoertuig dat veel bij interventies in Afrika wordt gebruikt. Vanaf het begin heeft de president willen tonen dat hij, ondanks zijn jeugdige leeftijd – hij behoort tot de generatie die niet meer dienstplichtig is – van plan is zich ten volle te kwijten van zijn taak als militair opperbevelhebber.
Symbolen zijn één ding, daden een ander. Tot dusver legde Emmanuel Macron een zekere terughoudendheid aan de dag. Hoewel hij niet besloot Franse troepen uit het buitenland terug te roepen, bijvoorbeeld uit de Sahel, waar het plaatselijke leger nog niet wordt geacht het stokje te kunnen overnemen, waagde hij zich ook niet op nieuwe fronten. In die zin verschilde zijn handelwijze van die van zijn voorganger François Hollande.
Drie uur ’s ochtends op 14 april jongstleden was dus een historisch keerpunt. Het moment waarop de president, door zich in het tenue van een krijgsheer te hullen, in alle eenzaamheid de ultieme beslissing moest nemen, namelijk de inzet van militair geweld. ‘Ik heb de Franse strijdkrachten bevel gegeven te interveniëren in het kader van een internationale operatie die samen met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk werd uitgevoerd, en die was gericht tegen het verboden chemische arsenaal van het Syrische regime,’ verklaarde Macron in een communiqué. Hij voegde eraan toe dat het Franse parlement krachtens artikel 35 over de interventie zal debatteren.
Direct daarna werd er een officiële foto openbaar gemaakt, waarop het staatshoofd te zien is in de Jupiterbunker, het militaire commandocentrum onder het Elysée, samen met minister Florence Parly van Defensie, de presidentiële stafchef Bernard Rogel, de stafchef van de Franse strijdkrachten François Lecointre en andere hoge militairen. Op het moment dat de foto werd gemaakt ‘hadden we al actie ondernomen en liet de president zich informeren over het verloop van de missie’, zei een van de deelnemers tegen Reuters. De foto doet denken aan de fameuze scène waarin Barack Obama getuige is van de inval in de Pakistaanse woning van Osama Bin Laden in 2011.
Dit keer staat Frankrijk er in militair opzicht niet alleen voor, zoals in augustus 2013, toen François Hollande bij gebrek aan steun van de Amerikanen en de Britten moest afzien van een aanval op het regime van Bashar al-Assad
Tijdens de spoedvergadering van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties feliciteerde de president zichzelf met ‘de uitstekende coördinatie tussen onze strijdkrachten en die van onze Britse en Amerikaanse bondgenoten’. Hij drong er vervolgens op aan dat de Veiligheidsraad ‘eensgezind initiatieven zou nemen ten aanzien van politieke, chemische en humanitaire kwesties in Syrië om de burgerbevolking te beschermen en eindelijk de vrede in het land te laten terugkeren’. Daarna telefoneerde hij met respectievelijk Donald Trump en Theresa May.
De afgelopen dagen heeft Emmanuel Macron de toon opgevoerd door op TF1 te verklaren dat hij ‘bewijs’ had dat er chemische wapens waren gebruikt. Vanaf dat moment kon hij moeilijk terug. ‘Hij heeft zich de afgelopen weken afgebeuld in de coulissen en zeer belangrijke telefoongesprekken gevoerd met Erdogan, Poetin en de Iraanse president Rohani,’ deelde een minister enkele dagen geleden vertrouwelijk mee.
Maar dit keer staat Frankrijk er in militair opzicht niet alleen voor, zoals in augustus 2013, toen François Hollande bij gebrek aan steun van de Amerikanen en de Britten moest afzien van een aanval op het regime van Bashar al-Assad. Dit keer worden de Franse aanvallen samen met Washington en Londen uitgevoerd.
Grote, rechts georiënteerde zakenkrant. Eigendom van de zakentycoon Serge Dassault, die regelmatig de neiging moet onderdrukken om zich persoonlijk met de inhoud te bemoeien.
In 2012 kozen de Russen iemand die borg stond voor de verworvenheden van de jaren 2000 en die werd uitgedaagd door een protesterende liberale middenklasse. Maar in 2018 hebben ze hun steun uitgesproken voor een opperbevelhebber die wordt uitgedaagd door een externe vijand.
Keuze uit het archief
In Rusland worden dit weekend presidentsverkiezingen gehouden. Aangezien de tegenstanders van de zittende president Vladimir Poetin gedood zijn, gevangen zitten of van deelname uitgesloten zijn, is het geen verrassing wie er als winnaar uit de bus zal komen.
In 2018 deed de Russische onafhankelijke krant Nezavisimaya Gazeta verslag van de vorige presidentsverkiezingen. In dit artikel beschrijft de krant hoe de campagneretoriek van Poetin sinds zijn eerste verkiezingen in 2000 veranderd is. Met zijn militante discours over een ‘externe dreiging’ is ‘opperbevelhebber’ Poetin erin geslaagd om het merendeel van de Russische bevolking achter zich te scharen, aldus het dagblad. Een omineus voorteken voor de oorlog in Oekraïne.
Aan de vooravond van de presidentsverkiezingen waarin Vladimir Poetin naar een vierde ambtstermijn dong, wilde hij indruk maken op zijn electoraat en de internationale gemeenschap met een nieuw kernwapenarsenaal. De Russen hebben dus op 18 maart een opperbevelhebber gekozen. Om ervoor te zorgen dat de ‘met voeten getreden’ belangen van zijn land worden gerespecteerd, is hij vastbesloten om van Rusland een even geduchte macht te maken als de Sovjet-Unie. Het Westen is nu aan zet.
Militaire kracht
Op 5 maart 2018 stroomde het Loezjnikistadion in Moskou helemaal vol voor een verkiezingsbijeenkomst ter ondersteuning van de kandidatuur van Vladimir Poetin met als leuze ‘Voor een krachtig Rusland’. Het thema ‘kracht’ is de afgelopen weken uitgebreid uitgemolken door de president. Hij noemde het bij de uitreiking van de nationale onderscheidingen, die op 23 februari plaatsvond, en in een twee uur durende rede in de Doema. En hij had het niet over het concept van soft power dat zo populair is in het Westen, maar hoofdzakelijk over militaire kracht en ultramoderne wapens.
De officiële televisiezenders en de partijen in de Doema moesten het wel oppikken. Het protest tegen Poetin domineerde de verkiezingen en daarom werd de campagne van Poetin ontworpen in reactie op deze protestbeweging.
De verkiezingsbijeenkomst in februari 2012 op de Poklonnajaheuvel met als leuze ‘We hebben iets te verliezen’ was een reactie op de protestmars ‘Voor eerlijke verkiezingen’. De macht had gemikt op dat deel van het electoraat dat afhankelijk was van overheidssteun, dat de armoede in de moeilijke jaren negentig [onder Boris Jeltsin] had meegemaakt en dat zijn levensstandaard in de jaren 2000 aanzienlijk had zien stijgen. Dat electoraat werd gemobiliseerd tegen een binnenlandse dreiging. De bijeenkomsten van de oppositie werden gepresenteerd als de eerste tekenen van een terugkeer naar de jaren negentig. De macht had ingezet op de sociale tegenstellingen, en zelfs gesproken van een soort klassenstrijd: tegenover de luie middenklasse, de ‘valse’ stedelijke intelligentsia, plaatste hij de ‘echte’ intelligentsia – de arbeiders.
Met andere woorden: Poetin heeft zes jaar geleden de verkiezingen gewonnen dankzij een politiek betoog over de klassieke kloof.
Degenen die profiteerden van de veranderingen die werden doorgevoerd door de heersende macht moesten het systeem verdedigen tegen degenen die het systeem bedreigden. En dat is ook wat er feitelijk is gebeurd. De macht had gemikt op een kloof in reactie op een steeds complexere samenleving, waarin de middenklasse initiatieven begon te ontplooien en politieke wil ten toon begon te spreiden. Daar is toen een nieuw legitimeringsmechanisme uit ontstaan: verkozen worden door de overwinning op een reële en niet-fictieve tegenstander.
Sinds die tijd is het betoog verhard. Eerst was er de affaire-Bolotnaya [massa-arrestaties en processen tegen oppositieleiders] en de aanscherping van de wetgeving over samenscholingen.
Betogingen in de publieke ruimte werden ‘afgegrendeld’. Daarna waren er de Krim en de Donbas, de sancties en de snelle verzuring van de betrekkingen met het Westen. Het jaar 2014 was het meest delicate voor de zittende macht die zich er desalniettemin goed doorheen sloeg dankzij de zwakke roebel en de olie. De Russische samenleving schaarde zich achter de bezetting van de Krim en het idee dat Rusland een belegerde vesting was. De politieke boodschap beperkte zich tot de strijd tegen de externe dreiging. In grote lijnen is dat nu nog steeds zo.
Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief
De macht gebruikte een bijna martiale retoriek. Zo moest er bij de verkiezingen in 2018 niet meer een manager worden gekozen die geacht wordt de overheidsmiddelen te beheren, maar moest er steun worden uitgesproken voor een opperbevelhebber. Het ging niet meer over de tegenstelling tussen witte boorden en blauwe boorden, tussen co-workers en fabrieksarbeiders. De macht stelt dat er een externe dreiging is. In die context zou iedere vorm van oppositie tegen de heersende elite die verder gaat dan discussiëren over details de indruk kunnen wekken dat de oppositie de vijand in de kaart speelt. Als dat de setting is, gaat het electoraat er met gestrekt been in. Het kritische betoog over de jaren negentig is veranderd: het gaat niet meer om een periode van armoede maar om een periode van zwakte, van afwezigheid van geopolitiek initiatief. Het electoraat van Poetin heeft deze benadering geaccepteerd. En in tijden van oorlog – of dat nu een ‘mogelijke’, een ‘lauwe’ of een ‘koude’ is – is iedereen bereid ontberingen te lijden.
Gedwongen tot vrede
In 2002 stapten de Amerikanen zonder zich een zier aan te trekken van de bittere kritiek van Moskou uit het akkoord van 1972 over de wederzijdse beperking van antiraketsystemen, roept de krant Moskovski Komsomolets in herinnering. En ze verspreidden die systemen, met name ook in Oost-Europa. Dat droeg bij tot een onderschatting van het Russische nucleaire potentieel, waardoor een antwoord op een Amerikaanse aanval onmogelijk zou zijn geworden. In die situatie besloot Moskou de Amerikaanse defensieve capaciteit te devalueren met een strategisch wapen van de nieuwste soort, dat in staat is het westerse schild te doorboren.
In het kader van het armpje drukken met de VS lijkt dat logisch – met die nuance, aldus de Russische krant, dat een verdedigingssysteem tegen raketten nog altijd een defensief systeem is, terwijl Vladimir Poetin op 1 maart jongstleden met een offensief wapen op de proppen kwam.
De wereld is aanzienlijk dichter bij een nucleair conflict gekomen en zal zich rekenschap moeten geven van deze nieuwe werkelijkheid. ‘Formeel wil niemand oorlog. Maar in feite willen beide kanten de wapenwedloop winnen. De uitkomst is dus simpel: of men wordt zich er wederzijds van bewust dat de nieuwe realiteit die van “een gedwongen vrede” is, óf men koerst met gezwinde snelheid op de catastrofe af. Of men tekent nieuwe akkoorden, óf een radioactieve schemering zal onze toekomst verduisteren’, aldus Moskovski Komsomolets.
Vladimir Poetin wil niet terug naar het politieke model van de Sovjet-Unie, maar wel naar de economische ambities waartoe de perestrojka de aanzet gaf. Dat gaat niet zonder militaire macht.
De lasershow met kruisraketten op het reusachtige scherm tijdens de presidentiële redevoering op 1 maart jl. heeft misschien niet alle sceptici van het land overtuigd, maar wel de buitenlandse functionarissen: Rusland heeft de stoutste verwachtingen van de patriotten overtroffen én de angstigste visioenen van zijn vijanden. Russische wetenschappers hebben kruisraketten ontworpen die niet ‘klem zullen komen te zitten in de Eiffeltoren’, maar veel verder en veel sneller zullen vliegen, volgens een volstrekt onvoorspelbare koers.
Laten we de afgelopen weken nog eens de revue laten passeren. Een nog altijd onmetelijk land – ondanks het verlies van enkele gebieden – dat in het discours van het Westen meermaals op de schroothoop is gegooid, heeft blijk gegeven van een buitengewone wil om weer het evenbeeld te worden van de indertijd geduchte Sovjet-Unie. Vladimir Poetin maakte deze vergelijking niet voor niets.
Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had
De Sovjet-Unie moest op een gegeven moment het welvaartspeil verhogen en de mate van vrijheid in het land vergroten. Dat lukte haar bijna in de jaren zestig. Maar in de geschiedenis worden problemen zelden afdoende opgelost. En eind jaren tachtig stortte de Sovjet-Unie alsnog in.
De vraag die Poetin stelde, heel wat jaren geleden al, over de aard van de onzichtbare catastrofe die zich parallel aan de geopolitieke catastrofe [de ineenstorting van de Sovjet-Unie] afspeelde, is nog altijd niet definitief beantwoord. Oud-premier Jegor Gajdar had op een dag gedecreteerd dat de Sovjeteconomie niet te hervormen was. Maar communistisch China heeft vervolgens aangetoond dat deze stelling niet klopt. Natuurlijk, we hebben nationale conflicten gehad, maar het waren niet alleen de mechanismen van de ‘unie’ die blokkeerden. Dat gebeurde ook met de mechanismen van de ‘socialistische Sovjetmachine’, terwijl die diepgaand hervormd had kunnen worden en nog altijd had kunnen functioneren in het grootste deel van de uiteengevallen Sovjet-Unie, namelijk de Russische Federatie.
Een van de beroemdste ruimtevaarders van de Sovjet-Unie, Boris Tsjertok, heeft geschreven dat de technocratische elite van de Sovjet-Unie, de beste ter wereld, indertijd had gewezen op ‘het onvermogen van de intelligentsia, met name de Russische, om zich op het politieke vlak te organiseren’.
Toen Rusland een tiental jaren geleden weer ‘opkrabbelde’ – waar sommigen over lasterden – herinnerde men zich plotseling weer dat ‘de versnelling en de perestrojka’ [het programma voor de hervorming van de Sovjet-Unie van Michail Gorbatsjov in de jaren 1985-1991] niet gericht waren op achteruitgang. Ze waren erop gericht een grote, egalitaire en machtige natie te transformeren tot een even grote, militair iets minder machtige (op gelijke voet met de VS) en nog steeds egalitaire natie, maar op een iets andere, liberalere en welvarendere leest geschoeid. En dat is de uitdaging waar we nu voor staan. Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had. En die niet is gerealiseerd. Want een van de voorwaarden – de handhaving van een sterke militaire capaciteit – was verwaarloosd. Zoals een van onze lezers die thuis is in de natuurkunde, ons schreef: ‘Een nieuwe thermonucleaire kruisraket, daar hadden we ons al veel eerder mee moeten uitrusten. Dan waren ons al die sancties bespaard gebleven.’
Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht. Maar hoe zit het met de andere gebieden? In zijn redevoering wordt de snelle groei van het bbp als doelstelling aangekondigd. ‘Een bbp dat met 1,5 wordt vermenigvuldigd voor het midden van het volgende decennium, dat wil zeggen voor de jaren 2024-2025, dat wil zeggen een gemiddelde stijging van het bbp met 6 procent’, zo is uitgerekend door Aleksej Koedrin, directeur van het Centrum voor Strategisch Onderzoek. Volgens hem heeft de president ‘de lat een stuk hoger gelegd dan de ramingen van de deskundigen, zelfs als ervan uit wordt gegaan dat er structurele hervormingen worden doorgevoerd’. Iedere deskundige heeft natuurlijk zijn eigen visie. In zijn redevoering heeft de president ook een beroep gedaan op de onafhankelijke, centrale bank om zich bezig te houden met de economische groei, wat in de ‘structurele hervormingen’ niet is opgenomen. Dialoog is dus noodzakelijk.
Nieuwe kans
Er is iets zeldzaams gebeurt in de geschiedenis: door onze fouten hebben we een nieuwe kans om te realiseren wat ooit is mislukt. Een van de belangrijkste lessen die we geleerd hebben is dat we leven in een wereld waar de concurrentie meedogenloos is. Die is niet verdwenen met de Koude Oorlog, of met het einde van de communistische ideologie, die zal nooit verdwijnen. Je kunt het je concurrenten niet naar de zin maken. Je kunt ze alleen overwinnen. Door te concurreren natuurlijk en, alleen in geval van agressie, met geweld. Hoe kunnen we in deze context een innovatieve, onbeperkte groei van de productiemiddelen bevorderen zonder een buitensporige druk uit te oefenen op de bevolking? We weten het niet. Maar er zijn veel elementen van dit mechanisme aangedragen in deze redevoering. De Russische samenleving staat voor de uitdaging ze aan te grijpen en te ontwikkelen en ‘zich op het politieke vlak te organiseren’.
In 1995 opgericht door oud-medewerkers van dagblad Kommersant.Gezaghebbend in economische kringen, kritisch waarnemer van de Russische samenleving.
Nieuwe spelregels
Onder de kop ‘Daarentegen bouwen wij raketten’ wijdt het Russische magazine Profil zijn openingsartikel aan de toespraak van Vladimir Poetin, die ‘verbazing en schrik, en tezelfdertijd hoop heeft gewekt’. In een artikel met als kop ‘Destabilisering van de instabiliteit’ stelt het blad dat het militaire aspect van diens boodschap urbi et orbi erg lijkt op ‘een totale herziening van de spelregels op het gebied van een evenwicht van militaire en politieke machten’.
Het Franse Vreemdelingenlegioen is allang geen toevluchtsoord meer voor staatloze criminelen en verdwaalde huurlingen. Er wordt nog wel druk gemarcheerd, maar nu door elitecommando’s, vergelijkbaar met de Britse SAS of de Amerikaanse Navy Seals.
Waar denk je aan bij het Franse Vreemdelingenlegioen? Waarschijnlijk aan mannen met een zware blauwe uniformjas en witte pet die moeizaam door de woestijn ploegen. Mannen die dienst hebben genomen na een leven in de misdaad en dapper doorvechten tot ze ofwel het Legioen weer verlaten om hun achtergrond te gelde te maken als keiharde, anonieme huurling, of anders sterven in de modder van Dien Bien Phu, terwijl de laatste helikopters naar La Belle France vertrekken.
De werkelijkheid is anders. De eerste versie van het Legioen werd gezien als een ruw stel huurlingen, een toevluchtsoord voor misdadigers die er konden ontkomen aan vervolging en een nieuw leven konden beginnen om uiteindelijk Frans staatsburger te worden. In zijn tweede incarnatie werd het Legioen een soort surrogaatfamilie. En nu, in zijn derde fase, presenteert het zich als elitecommando, vergelijkbaar met de Britse SAS of de Amerikaanse Navy Seals. De legionairs van nu zijn veel meer dan een bende ‘wegwerpsoldaten’.
Toch vertoont ook het moderne Legioen nog de sporen van die vroegere incarnaties. Nog steeds is er die nadruk op marcheren (om erbij te mogen moet je eerst verschillende marsen van afstanden tussen de 50 en 120 kilometer afleggen, met volle bepakking) en nog steeds nemen mannen er dienst omdat ze graag willen vechten. Maar het salaris is tegenwoordig goed, zeker als je in gevechtsgebied dient. Zelfs een beginnend rekruut verdient nu 1205 euro per maand, terwijl hij geen vaste lasten heeft of eten hoeft te betalen, en dat is heel iets anders dan de 5 centimes per dag uit de negentiende eeuw. In die tijd kon een legionair zich wijn óf tabak veroorloven, niet allebei, en zeker geen andere luxeartikelen.
Nog steeds staan jonge mannen in de rij om dienst te nemen. Elk jaar melden enkele duizenden zich aan, en zo’n 80 procent van hen wordt afgewezen. Het moderne Legioen telt rond de achtduizend man en heeft per jaar maar duizend nieuwe rekruten nodig om op sterkte te blijven. De nieuwelingen zijn gemiddeld 23 jaar oud. De laatste jaren is 42 procent van de rekruten afkomstig uit Oost- en Midden-Europa, 14 procent uit West-Europa en de VS en rond de 10 procent uit Frankrijk. Zo’n 10 procent komt uit Latijns-Amerika en nog eens 10 procent uit Azië. Deze jonge mannen zonder vaste wortels zweren geen trouw aan Frankrijk, maar aan het Legioen zelf. Dat is de enige loyaliteit die ze kennen.
Helse training
Het Legioen heeft verschillende onderdelen: genietroepen, parachutisten, gewapende cavalerie, infanterie en de zogenaamde pioniers. De parachutisten zijn gelegerd in Calvi op het eiland Corsica (sinds een couppoging in 1961 worden ze nog steeds niet betrouwbaar genoeg geacht om op het vasteland te mogen verblijven). Andere onderdelen hebben kazernes in Frans-Guyana en in de Verenigde Arabische Emiraten. De laatste keer dat het Legioen in actie kwam was in Mali, waar het de regering ondersteunde in de strijd tegen opstandige Al-Qaidastrijders.
Zijn ze eenmaal door de strenge selectie, dan tekenen rekruten een vijfjarig contract en worden ze naar ‘de boerderij’ in de Pyreneeën gestuurd voor een helse training van zes weken, waarin het kaf nog verder van het koren wordt gescheiden. Dit is waarschijnlijk minder zwaar dan de selectie voor de Britse SAS, maar er komt zeker meer poetsen, marcheren, zingen en discipline bij kijken – veel meer. Algemeen heerst de overtuiging dat keiharde discipline de enige manier is om mannen van zo’n verschillende achtergrond samen te smeden tot één hechte gevechtseenheid. Officieren die hun ondergeschikten slaan zijn een normaal verschijnsel in het Legioen. De methode is simpel en al zo oud als de wereld: breek de man, ontdoe hem van zijn oude loyaliteiten en geef hem dan een nieuwe familie. In die nieuwe familie mogen rekruten een nieuwe naam kiezen – de naam die ze vanaf dat moment voorgoed zullen dragen. En zo zijn ze uiteindelijk een nieuw persoon geworden, met een nieuw land en een nieuwe identiteit. En dit is dan ook voor veel mannen de grootste aantrekkingskracht van het Legioen: een nieuw leven. Maar wel een leven in een wereld waarin de dood heilig is.
De redenen van de moderne rekruten zelf om bij het Vreemdelingenlegioen te gaan, kunnen prozaïsch klinken. Gareth Carins, een voormalige bestekmaker in de bouw, wees een aanbod van het Britse leger af en koos voor het Legioen. ‘Ik hield gewoon van dat leger’, schrijft hij in Diary of a Legionnaire (Dagboek van een legionair, 2007). ‘Ik maakte graag bergtochten, ik hield van reizen en ik was op zoek naar avontuur.’ Hij vertelt dat mensen hem meestal aankijken met ‘een blik vol ongeloof en zelfs teleurstelling’ als hij dit zegt – en dat is niet zo vreemd, want de mystiek van het legioen is niet gemakkelijk te begrijpen. Het enige wat Carins niet noemt is de dood, terwijl die toch een belangrijke rol speelt in de aantrekkingskracht van het Legioen.
Hierin verschilt het van de reguliere legers van andere moderne landen. Als je bij het Britse of Amerikaanse leger gaat, krijg je te maken met zwaarden en saluutschoten op het exercitieterrein, maar bij de inwijdingsceremonie van het Legioen in Aubagne wordt overduidelijk ingespeeld op de doodswens van velen. In het hoofdkwartier, dat sterk doet denken aan een graftombe, bevindt zich een monument: een houten kunsthand die ooit heeft toebehoord aan legioenskapitein Jean Danjou, die in 1863 in Mexico sneuvelde bij de verdediging van een weg voor een al lang vergeten militaire noodzaak. De plek is afgezet met een koord en rond de kunsthand hangen plaquettes waarin heel precies de namen van de doden zijn gegraveerd – alle 40.000 gesneuvelden sinds de oprichting van het Legioen in 1831. De boodschap is duidelijk. Opoffering hoort erbij, maar je zult niet worden vergeten.
Natuurlijk is deze nihilistische liefde voor de dood niet de enige motivatie om bij het Legioen te gaan. Kameraadschap, avontuur, gevaar, het verlangen om jezelf te bewijzen spelen ook allemaal een rol, zoals in elk leger. En vaker misschien dan bij de meeste reguliere legers is het een ongelukkige liefde die iemand in de armen van het Legioen drijft. Toen de Britse schrijver Douglas Boyd in Guyana aan een instructeur in jungle-oorlogsvoering vroeg waarom hij bij het legioen was gegaan, was het antwoord: ‘Histoire de nana, le plus souvent’ (liefdesperikelen, vooral). Romantici die een romantische oplossing zoeken door zich te offeren aan de mannelijke fantasie van het Legioen.
De pet die legionairs dragen, de zogenaamde kepie, is zo wit als de botten van een kameel in de Sahara. Het is een symbolische verwijzing naar Algerije, het geboorteland van het Legioen. Na de Franse invasie van Algerije in 1830 was er een krijgsmacht nodig om het land onder de duim te houden. Er waren al eerder buitenlandse huurlingen in het Franse leger ingezet, maar die waren georganiseerd naar nationaliteit. De enige uitzondering was het Hohenlohe-regiment, waarin wel voornamelijk Duitsers zaten, maar ook mannen van andere nationaliteiten. Deze strijdmacht was in 1815 op de been gebracht na de nederlaag van Napoleon, toen Frankrijk in chaos verkeerde. In 1831 was het regiment weer ontbonden en in datzelfde jaar werden de buitenlandse manschappen opgenomen in het nieuw gevormde Franse Vreemdelingenlegioen. Daarmee kreeg het Legioen een zekere hoeveelheid Duits DNA mee, en nog leeft er onder de legionairs een stiekeme eerbied voor Duitse militaire moed. Na de Eerste Wereldoorlog en ook na de Tweede vormden Duitsers zelfs de meerderheid in het Legioen.
Als een man tijdens een mars flauwviel, werd hij vastgebonden aan een paal die opzij uit een wagen stak
De langzame en wrede kolonisatie van Algerije in de negentiende eeuw bezorgde het Legioen zijn reputatie van keiharde strijdmacht die goed uit de voeten kon in de woestijn. Hier kwam het mooi uit dat het Legioen gewend was aan marsen van 40 kilometer: het kon zich sneller verplaatsen dan welke andere strijdmacht tot dan toe ook. Het Legioen was innovatief op militair gebied en beschikte over het snelste systeem om infanterie te verplaatsen vóór de introductie van gemotoriseerd vervoer. Het hield in dat twee mannen samen een muildier deelden dat hun uitrusting droeg. De een liep snel naast het dier mee, terwijl de ander erop reed. Om de paar kilometer ruilden ze van plaats. Zo konden de legionairs 70 tot 80 kilometer per dag reizen met volle bepakking, even snel als de bedoeïenenstrijders met hun kamelen.
Toen Frankrijk in 1881 Tunesië binnentrok en in 1911 Marokko, kwam het Legioen met zijn woestijnervaring mee. De periode in de Sahara heeft het Legioen gevormd. De romantiek van de woestijn versmolt met die van de ontsnapte-boef-die-huurling-werd, en zo ontstond een westerse tegenhanger van het verhaal van die andere woestijnnomaden, de Toeareg. Deze romantiek trok niet alleen voormalige criminelen aan, maar ook veel mannen uit hogere kringen, onder wie koning Peter I van Servië, prins Aage van Denemarken, kroonprins Bao van Vietnam, prins Louis Napoléon VI en prins Louis van Monaco. Ook kunstenaars hebben tot de gelederen van het Legioen behoord, onder wie schrijver Arthur Koestler, Eerste Wereldoorlogsdichter Alan Seeger, componist Cole Porter en filmregisseur William Wellman.
In het verleden leidde de strenge discipline tot zware straffen. Als een man tijdens een mars flauwviel, werd hij vastgebonden aan een paal die opzij uit een wagen stak. Zijn armen werden ondersteund, maar als zijn benen geen lopende beweging konden maken, werd hij meegesleurd, zodat er gaten in zijn laarzen en voeten brandden. Deze wrede behandeling vond men niet onrechtvaardig, want een man die het tempo niet kon bijhouden zou anders toch worden gedood door de Arabische troepen die vaak het spoor van de expeditie volgden.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin een op de drie Franse mannen in de soldatenleeftijd omkwam, werd het Legioen aan veel fronten ingezet om tegen de Duitsers en Oostenrijk-Hongaren te vechten. Duitsers van het Legioen werden in Algerije gehouden, uit vrees dat ze zouden deserteren. De rest vocht mee. In de oorlog van 1914-1918 was het Legioen samen met de Marokkaanse divisie de meest gedecoreerde Franse eenheid. Het Legioen vocht aan elk front, ook in Gallipoli, maar aan het eind van de oorlog waren er nog maar zo weinig manschappen over dat men overwoog om het op te heffen, ondanks al die betoonde moed.
Dit was een cruciaal moment: het Legioen moest zichzelf opnieuw uitvinden, of ten onder gaan (als een echo van het eigen mantra ‘marcheer of sterf’), en een zekere kolonel Paul-Frédéric Rollet bracht redding. Hij was een kleine, tengere man met een volle baard, die liever op espadrilles met touwzolen marcheerde dan op soldatenlaarzen, en hij begreep dat het Legioen zijn reputatie als toevluchtsoord voor ontsnapte misdadigers moest vervangen door een nieuwe mythe van erbij horen en zelfopoffering. Het Legioen heeft sinds zijn oprichting veel gevechten gewonnen, maar is eigenlijk vooral beroemd om zijn schitterende nederlagen: die bij Camarón in 1863 en die bij het Vietnamese Dien Bien Phu in 1954 (waar een eenarmige officier, kolonel Charles Piroth, opperste moed vertoonde voordat hij zichzelf ombracht met een granaat).
Rollet was een militair genie en begreep de symbolische waarde van heroïsche nederlagen, vreemde uniformen en verloren ledematen – denk aan Sir Adrian Carton de Wiart, een van de meest gedecoreerde officieren van Groot-Brittannië, José Millán-Astray, oprichter van het Spaanse Vreemdelingenlegioen, en ook admiraal Horatio Nelson: zij misten allemaal een hand of arm. Paul Rollet ging dan ook niet voor niets slechts gewapend met een opgerolde paraplu de strijd in. Volgens hem toonde een commandant een gebrek aan vertrouwen in zijn manschappen als hij het nodig vond om zich te bewapenen en trouwens, dat leidde maar af van zijn eigenlijke taak: zijn soldaten inspireren om te vechten. Dat Rollet teruggreep op de heroïsche nederlaag bij Camarón is niet toevallig: mannen die zijn getraind om dood en verminking te aanvaarden als de prijs voor het nooit vergeten worden door hun superfamilie (het Legioen), zijn sterker dan soldaten die zijn gelokt met de troostrijke beelden van overwinning en roem. Rollet wist dat een leger niet op zijn voeten marcheert, en zelfs niet op zijn maag. Het marcheert op de verhalen die het zichzelf vertelt. Dus zorgde hij ervoor dat het Legioen allerhande tradities, verhalen en rituelen kreeg. Hij vormde enkele marcheerliedjes om tot complete hymnes. Hoe gehard ze ook waren, de legionairs moesten leren om uit volle borst de liederen over vroegere strijders te zingen. Eens per jaar (natuurlijk op Camarón-dag) brengen de officieren de mannen hun ontbijt. Dat alleen al is een nabootsing van een zorgzame familie. Elke Legioen-autobiografie (en daarvan zijn er veel) beschrijft, naast alle klaagzangen over pesterijen of incompetentie, ook altijd met diepe dankbaarheid de liederen en tradities die met de gedwongen dagmarsen zijn opgezogen.
Rollet had in de Eerste Wereldoorlog gevochten en de gemechaniseerde toekomst van het oorlogsbedrijf gezien. Hij besefte dat mannen er niet goed tegen kunnen om behandeld te worden als machines. Hij had in 1917 de muiterij in het Franse leger gezien en zelfs zijn eigen legionairs gebruikt om zo’n opstand neer te slaan. Dit was een Frans leger dat was behandeld als kanonnenvoer voor de grote doodsmachine van het Westelijke Front. Rollet besloot een andere koers te varen. Op de honderdste verjaardag van het Legioen in 1931, en de eerste Camarón-dag, liet hij de infanterie voorafgaan door bebaarde pioniers die een enorme bijl over hun schouder droegen.
Het was een eigenzinnige weigering om met wapens te pronken, maar hij wist dat discipline en moreel belangrijker waren dan vuurkracht alleen. Niet dat ze die niet óók hadden. Rollet breidde het Legioen uit met een infanterie, cavalerie en genietroepen. Te veel Franse jongens waren in de Eerste Wereldoorlog gesneuveld, dus van nu af aan moesten buitenlanders de Franse kolonies verdedigen. Hij posteerde hen in de Marokkaanse steden Fez en Marrakesh, in het Algerijnse Sidi-bel-Abbès en ook in Tunesië, Syrië en Indochina. Tussen de twee Wereldoorlogen in bereikte het Legioen zijn grootste omvang, van zo’n 33.000 man.
Heel slim greep Rollet terug op de Duitse wortels van het Legioen door het langzame marstempo van het oude Hohenlohe-regiment – 88 stappen per minuut – uit te roepen tot het officiële tempo. Hij hield de woestijntraditie levend via het officiële hoofddeksel, de witte kepie met de nekflap als bescherming tegen de zon. En misschien wel de belangrijkste erfenis die Rollet achterliet was dat hij het Legioen elementen gaf waarmee het later van een gewoon koloniaal huurlingenleger kon veranderen in een elitegevechtseenheid.
Maar in de tijd van Rollet zou het nog wel wat jaren duren voor die elitekwaliteit ontstond. Het Legioen van het interbellum en de superfamilie is misschien nog wel het bekendst vanwege de spelletjes die er werden bedacht. Van nieuwe Russische collega‘s leerden de verveelde legionairs het spel ‘koekoek’. Twee mannen met geladen revolver gaan een kelder of een verduisterde kamer binnen. Een van hen roept ‘koekoek!’ en duikt weg. De ander schiet. Dan roept de ander ‘koekoek’ en is het aan de eerste om te schieten. Het spel is afgelopen als er ofwel een dode of zwaargewonde is gevallen, of als beide revolvers leeg zijn. Een ander spelletje heette ‘buffel’; daarbij drinkt elke deelnemer een fles vermout en stormt vervolgens met zijn handen vastgebonden op zijn rug en zijn hoofd vooruit op zijn tegenstander af, zodat de koppen letterlijk tegen elkaar knallen. Als beiden daarna nog overeind staan, wordt er opnieuw een fles soldaat gemaakt, en weer een kop-tegen-kopcharge uitgevoerd. Meestal duurde het twee flessen, soms drie, per man voordat een kapotte schedel of een ernstige hersenschudding het duel besliste.
Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.