Frankrijk heeft momenteel 210.000 actieve militairen
De eerste drieduizend jonge Fransen van 18 of 19 jaar zullen zich in de zomer van 2026 bij de nationale dienst voegen, kondigde de Franse president donderdag aan. ‘Onze jongeren staan te popelen om zich te committeren’, verklaarde hij in zijn toespraak, zoals geciteerd door de Süddeutsche Zeitung.
Deze nieuwe dienst van tien maanden stelt het leger in staat kandidaten te selecteren. Het aantal rekruten zal naar verwachting geleidelijk toenemen en tegen 2030 10.000 vrijwilligers per jaar bereiken, en vervolgens 50.000 in 2035.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Franse strijdkrachten hebben momenteel 210.000 actieve militairen, ondersteund door 45.000 reservisten. Het doel van deze vrijwilligers is om ‘de gelederen van het leger te versterken’ door ‘meer personeel’ te krijgen, legde Macron uit. Na hun militaire dienst kunnen ze zich aansluiten bij het leger of de reserve.
De president beloofde dat er overheidssteun zal worden gegeven aan jongeren die het leger verlaten, om hen te helpen werk te vinden. Bovendien, zo benadrukte hij, zullen deze vrijwilligers ‘uitsluitend binnen Frankrijk’ worden ingezet, nooit in het buitenland.
Het vijftal zou de misdaden in Syrië hebben gepleegd
Vijf leden van de Britse Special Air Service (SAS) zijn gearresteerd door de militaire politie op verdenking van het plegen van oorlogsmisdaden tijdens operaties in Syrië. Dat schrijft The Guardian. De SAS-leden werden opgepakt vanwege hun vermeende betrokkenheid bij de moord op een vermoedelijke jihadist in Syrië twee jaar geleden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De beschuldigingen richten zich op het gebruik van buitensporig geweld tijdens het incident. De soldaten zelf zouden hebben gezegd dat ze de overledene als een legitieme bedreiging zagen. De SAS is actief betrokken bij geheime operaties tegen Islamitische Staat in Syrië en steunt daar Koerdische bondgenoten van het Westen.
De SAS opereert in het grootste geheim en voert risicovolle missies uit op locaties waar het Verenigd Koninkrijk officieel militaire aanwezigheid ontkent. De directeur van de speciale strijdkrachten, de hoogste officier van de SAS, legt alleen verantwoording af aan de minister van Defensie en de premier. Mogelijk moeten de militairen voor een krijgsraad verschijnen.
Uitgerekend aan de vooravond van de vijfenveertigste herdenking van de ontvoering van de Dwaze Moeders heeft militair Alfredo Astiz in een brief aan de rechtbank zijn rol in de Argentijnse junta proberen te rechtvaardigen. ‘Ik ben geen crimineel en al helemaal geen genocidepleger.’
Alfredo Astiz’ verdorvenheid kent geen grenzen. Aan de vooravond van de vijfenveertigste herdenking van de ontvoeringen van de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo en twee Franse nonnen in de Iglesia de la Santa Cruz – ontvoeringen die door zijn infiltratie mogelijk werden gemaakt – heeft Astiz een brief gestuurd naar de federale rechtbank (die kort daarvoor het verzoek van zijn advocaten tot voorwaardelijke invrijheidstelling had afgewezen) om daarin zijn rol in de militaire dictatuur te rechtvaardigen. ‘Ik ben geen crimineel, en al helemaal geen genocidepleger’, stond er in zijn handgeschreven brief, verstuurd vanuit de Ezeiza-gevangenis, waar hij zijn straf uitzit.
Precies vijfenveertig jaar geleden wandelde Astiz de Iglesia de la Santa Cruz binnen. Daar had zich een groep Dwaze Moeders en familieleden verzameld die geld bij elkaar legden en handtekeningen hadden verzameld om een oproep te plaatsen in de landelijke krant La Nación. Ze wilden de verdwijningen van hun geliefden openlijk veroordelen en eisten antwoorden van Jorge Rafael Videla’s militaire dictatuur.
Niemand kon toen vermoeden dat de jonge, blonde, atletische jongeman rapporteerde aan een in de ESMA [de Technische School van de Argentijnse Marine, het grootste foltercentrum tijdens de militaire dictatuur in Argentinië, 1976-1983] opererende eenheid. Voor de Dwaze Moeders was hij Gustavo Niño, een jongeman die op zoek was naar zijn verdwenen broer. Soms kwam Gustavo Niño naar de bijeenkomsten met een eveneens blond meisje van wie hij beweerde dat ze zijn zusje was. In werkelijkheid was ze een van de door de marine ontvoerde Argentijnen en moest ze met hem mee om vertrouwen te wekken.
Alfredo Astiz
Voor de door hem gepleegde misdaden bij de ESMA heeft Astiz twee keer levenslang gekregen. Justitie acht bewezen dat hij medeverantwoordelijk was voor de ontvoering van de twaalf activisten die samenkwamen in de Iglesia de la Santa Cruz en tussen 8 en 10 december 1977 werden gegijzeld. Onder hen bevonden zich de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo Azucena Villaflor (oprichtster van deze burgerbeweging), María Eugenia Ponce de Bianco en Esther Ballestrino de Careaga, alsmede de twee Franse nonnen Alice Domon en Léonie Duquet. De twaalf werden overgebracht naar de ESMA en op 14 december 1977 in zee gegooid tijdens een van de zogeheten ‘dodenvluchten’.
Verzoek afgewezen
Onlangs vroegen de advocaten van Astiz tijdens de rechtszaak om zijn voorwaardelijke vrijlating. De drie leden van de federale rechtbank – Adriana Palliotti, Fernando Canero en Daniel Obligado – wezen zijn verzoek af, de tweeënzeventig jaar oude ex-marineman zal zijn gevangenisstraf moeten uitzitten. Het vonnis van de rechters wekte de woede van Astiz. Vanuit de Ezeiza-gevangenis schreef hij een brief aan de rechtbank waarin hij zei dat hij had deelgenomen aan de strijd tegen het terrorisme, maar zich niet herkende in de kwalificatie ‘genocidepleger’.
‘Ik wil benadrukken dat ik nooit eerder een verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling heb ingediend. En dat terwijl ik twintig jaar geleden onwettelijk van mijn vrijheid ben beroofd, ik eis slechts invrijheidstelling, niets anders,’ aldus Astiz in zijn brief, alsof hij was ontvoerd en niet een gevangenisstraf uitzat voor de misdaden die hij had gepleegd.
‘Ik zit liever in de gevangenis vanwege mijn strijd tegen het terrorisme dan als een ordinaire boef’
De ex-marineman richtte zijn pijlen vooral op een van de rechters, Obligado, die uitweidde over de aard van de door Astiz gepleegde misdaden. ‘Ik laat me niet door Obligado op zo’n vernederende manier bejegenen, want ik ben geen crimineel en al helemaal geen genocidepleger’, aldus Astiz, die hiermee blijk gaf van een grenzeloos cynisme.
‘Ik zit liever in de gevangenis vanwege mijn strijd tegen het terrorisme dan als een ordinaire boef’, schreef Astiz ter afsluiting. De brief werd op dezelfde dag geschreven dat de federale rechtbank Cristina Fernández de Kirchner veroordeelde tot zes jaar gevangenisstraf. Het was haar regering die de rechtszaken tegen de genocideplegers initieerde.
Lange lijst
Astiz heeft een lange lijst van provocaties op zijn naam staan. In 1998 gaf hij in een interview met Gabriela Cerruti van het tijdschrift Tres Puntos toe dat hij was geïnfiltreerd in de groep Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo, al ontkende hij dat hij op de dag van de ontvoeringen in de Iglesia de la Santa Cruz was. In hetzelfde interview zei Astiz: ‘De marine heeft me geleerd hoe ik moet elimineren. Ik kan mijnen en bommen plaatsen, ik weet hoe ik moet infiltreren en een burgerbeweging moet ontmantelen. Ik weet hoe ik moet doden.’ Astiz sloot in 2017 tijdens de rechtszaak die bekendstaat als ESMA Unificada zijn verklaring af met de woorden: ‘Nooit zal ik excuses aanbieden omdat ik mijn land heb verdedigd.’
‘Of je gradaties hebt in volkerenmoord weet ik niet, maar Astiz is er het schoolvoorbeeld van,’ zegt Mabel Careaga, dochter van Esther Ballestrino de Careaga, een van de moeders die op 8 december 1977 ontvoerd werden in de Iglesia de la Santa Cruz. ‘Je had het staatsterrorisme en iemand als Astiz, die infiltreerde, het vertrouwen won van de vrouwen die hun zonen en dochters zochten, en hij wist drommels goed wat er ging gebeuren als ze werden ontvoerd. De daaropvolgende jaren heeft hij niet één keer berouw getoond. Integendeel: hij is altijd gaan staan voor wat hij op zijn kerfstok heeft,’ aldus Careaga.
‘Ik weet hoe ik moet infiltreren en een burgerbeweging moet ontmantelen. Ik weet hoe ik moet doden’
‘In wezen rechtvaardigt hij voor de zoveelste keer zijn daden. In een tijd waarin ontkenning aan de orde van de dag is brengt hij dit weer te berde. En dat nog wel op deze voor ons zo gevoelige dag, die ons eraan herinnert dat we deze rechtse groeperingen en deze genocideplegers nooit meer mogen laten terugkeren in de samenleving. Het is pervers en provocatief,’ zo zegt Careaga.
‘Wie deel uitmaakte van een systeem van uitroeiing, dood en terreur – inclusief de dodenvluchten – kan alleen maar worden beschouwd als een genocidepleger,’ aldus Ana Bianco, dochter van ‘Mary’ Ponce, een van de andere moeders die vijfenveertig jaar geleden werden ontvoerd. ‘Astiz is een onvervalste genocidepleger, hij hield de Dwaze Moeders in de kerk in de gaten om vast te kunnen stellen welke kopstukken moesten verdwijnen om een ontluikende mensenrechtenbeweging in de kiem te kunnen smoren,’ vult ze aan. ‘De enige plek waar een genocidepleger thuishoort is in de gevangenis, met levenslang.’
Vrouwen die zwanger werden door verkrachting waren doelwit
De Nigeriaanse strijdkrachten laten al bijna tien jaar systematisch gedwongen abortussen uitvoeren bij vrouwen die zwanger zijn geworden nadat ze werden verkracht door jihadistische Boko Haram-strijders. Dat blijkt uit onderzoek van persbureau Reuters. Het gaat om zeker tienduizend meisjes en vrouwen bij wie de zwangerschap gedwongen beëindigd is.
De Nigeriaanse autoriteiten ontkennen de uitkomsten van het onderzoek. Volgens journalisten van Reuters, die spraken met militairen en hulpverleners, gaat het echter om een grootschalige operatie waarbij vrouwen naar ziekenhuizen of militaire bases werden gebracht. Vrouwen kregen daar een injectie of pil, en wie niet meewerkte werd fysiek mishandeld.
In sommige gevallen overleden vrouwen nadat de illegale abortus had plaatsgevonden. De Nigeriaanse militairen zouden de abortussen toepassen om te voorkomen dat er nieuwe Boko Haram-strijders geboren zouden worden. De terreurbeweging is zeer actief in het noordoosten van het Afrikaanse land en pleegt met regelmaat dodelijk aanslagen in het gebied.
In augustus stond het dodental nog op 9000 dode soldaten
Het aantal Oekraïense militairen dat is omgekomen in de oorlog met Rusland is opgelopen tot zeker 13.000 soldaten. Dat heeft het Oekraïense leger bekendgemaakt, meldt de BBC. Het is voor het eerst sinds augustus dat Oekraïne cijfers over gesneuvelde militairen vrijgeeft, destijds stond het dodental op 9000.
Intussen gaan de aanvallen door Rusland op Oekraïense energievoorzieningen onverminderd door. Grote delen van het land zitten dagelijks tijdelijks zonder stroom, omdat de nationale netbeheerder in gebieden de elektriciteit afsluit om stroom te besparen en een nationale blackout te vermijden. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, heeft de aanvallen van Rusland op deze infrastructuur verdedigd. Volgens Lavrov stopt Rusland zo de wapenleveringen van het Westen.
Ondanks het aanhoudende geweld blijven Rusland en Oekraïne wel krijgsgevangenen uitwisselen. Op donderdag werd bekendgemaakt dat vijftig Oekraïense en Russische gevangen militairen geruild zijn. Het is voor de derde keer in een week tijd dat een dergelijke uitwisseling plaatsvindt tussen de twee vijandelijke kampen.
‘In een ijzingwekkend kort verslag van vier zinnen, dat vanmorgen werd gepubliceerd, verklaarde de door de staat gecontroleerde krant Global New Light of Myanmar dat de gevangenisautoriteiten het doodvonnis hebben voltrokken tegen Phyo Zeyar Thaw, parlementariër in de afgezette regering van de Nationale Liga voor Democratie (NLD), pro-democratie-activist Ko Jimmy en twee anderen. In de verklaring staat dat de vier het brein waren achter ‘brute en onmenselijke terreuraanslagen’.
Erwin van der Borght – regionaal directeur Zuid- en Zuidoost-Azië
‘Deze executies komen neer op willekeurige levensberoving en zijn het zoveelste voorbeeld van de afschuwelijke staat van dienst van Myanmar op het gebied van mensenrechten. Al meer dan een jaar houden de militaire autoriteiten van Myanmar zich bezig met buitengerechtelijke executies, martelingen en een heel scala aan mensenrechtenschendingen. De militairen zullen doorgaan als ze niet ter verantwoording worden geroepen. Wij dringen er bij de autoriteiten op aan onmiddellijk een moratorium op executies in te stellen, als een eerste stap.’
Yoshimasa Hayashi – minister van Buitenlandse Zaken van Japan
‘Met de executie van deze vier strijders voor de democratie door de junta van Myanmar raakt het land verder geïsoleerd van de internationale gemeenschap. Het is een zaak van grote zorg. Deze stap zal nationale gevoelens verscherpen en het conflict verder aanwakkeren en gaat in tegen het herhaalde en dringende verzoek van Japan om de situatie in Myanmar op vreedzame wijze op te lossen. De executies druisen ook in tegen de Japanse eisen om de gevangenen vrij te laten.’
Tom Andrews – speciaal rapporteur mensenrechten Myanmar
‘Ik ben verontwaardigd en verbijsterd dat de junta deze voorvechters van mensenrechten en fatsoen in Myanmar heeft geëxecuteerd. Ze werden berecht door een militair tribunaal, zonder recht op beroep en zonder juridische bijstand, wat in strijd is met de internationale wetgeving over mensenrechten. Het systematisch vermoorden van demonstranten, de willekeurige aanvallen op dorpen en de executie van oppositieleiders vragen om een onmiddellijke reactie van de lidstaten van de Verenigde Naties.’
Artikel 92-6 verbiedt homoseksueel gedrag onder soldaten
Het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof heeft een uitspraak van de militaire rechtbank te niet gedaan die twee homoseksuele soldaten veroordeelde voor het hebben van seks buiten militaire faciliteiten. De rechtbank is van mening dat de veroordeling de alom bekritiseerde militaire anti-homowet van het land te breed interpreteerde, meldt The Guardian.
De beslissing van de rechtbank afgelopen donderdag om de zaak terug te sturen naar het militaire hooggerechtshof werd toegejuicht door mensenrechtenorganisaties. Mensenrechtenactivisten protesteerden al lang tegen artikel 92-6 van de militaire strafwet van 1962, die homoseksueel gedrag tussen soldaten in het overwegend mannelijke leger van het land verbiedt.
‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd’
Het artikel voorziet in een maximale gevangenisstraf van twee jaar voor ‘anale geslachtsgemeenschap‘ en ‘alle andere onfatsoenlijke handelingen‘ tussen militairen. Na de beraadslaging van het hooggerechtshof, zei opperrechter Kim Myeong-su dat zij tot de conclusie waren gekomen dat de bepalingen niet moeten worden toegepast op consensuele seks tussen mannelijke militairen die buiten militaire faciliteiten plaatsvindt tijdens de uren dat zij geen dienst hebben. ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd,’ zei Kim in een besluit dat online werd uitgezonden.
De twee verdachten – een luitenant en sergeant van verschillende eenheden van de landmacht – waren in 2017 door militaire aanklagers beschuldigd van het hebben van seks buiten diensturen in een woning buiten hun bases in 2016.
Simon Stone geldt als de artistieke wonderboy from Down Under. ‘Katie Mitchell is de koningin in ballingschap van het Britse toneel, Ivo van Hove is de koning uit Amsterdam. Maar Simon Stone is de Australische kroonprins’, schreef The Guardian over de jonge regisseur die in Nederland eerder de aandacht trok met zijn toneelbewerking van Woody Allens film Husbands and Wives en nu terugkeert met een gastregie bij Toneelgroep Amsterdam.
De kwalificatie ‘Aussie’ klopt niet helemaal. Stones ouders, weliswaar Australiërs, woonden in Zwitserland toen Simon ter wereld kwam. Dat was in 1984. Zijn jeugd bracht hij behalve in Melbourne ook deels in Cambridge door. Na de plotselinge dood van zijn vader keerde hij met zijn moeder terug naar Australië en begroef zich in het werk van Shakespeare. Aanvankelijk leek Simon Stone voorbestemd tot een carrière als acteur. Hij speelde in een aantal tv-series en enkele speelfilms. Op zijn 23ste richtte hij in Sidney een theatergezelschap op. ‘Mijn enige reden om theater te gaan maken was dat ik wilde experimenteren met het werken met acteurs’, zei hij in een interview. ‘Omdat ik zelf had geacteerd, wilde ik weten of ik als regisseur een veiligheidsnet voor de makers kon spannen. Het leek me iets dat ik moest doen op de weg naar het maken van films.’
Dat doel heeft Stone niet uit het oog verloren. Naast zijn carrière als toneelregisseur debuteerde hij in 2013 als regisseur op het witte doek. Eigenlijk zou Cate Blanchett de verfilming van een kort verhaal van Tim Winton voor haar rekening nemen. Maar zij voelde zich toch beter op haar plaats vóór de camera, en gaf de regie in handen van Simon Stone.
‘Een toneeltekst is slechts een blauwdruk voor een gebeurtenis in het theater. Het is geen kunstwerk op zich’
Zijn eerste eigen speelfilm was twee jaar later de lovend ontvangen The Daughter, een zeer grondige bewerking (door Stone zelf) van het beroemde toneelstuk De wilde eend van Henrik Ibsen. Met Ibsen is de naam gevallen die de carrière van Stone tot nu toe het sterkst heeft beïnvloed. Diens thematiek van het individu tegenover zijn omgeving (vaak het gezin of de familie) is ook sterk aanwezig in de Australische cinema.
‘In deze vrije, moderne adaptatie ligt de weg naar het geluk bezaaid met landmijnen van lang begraven geheimen’, schreef LA Weekly. Daarmee stijgt de film nog niet uit boven het gemiddelde familiedrama over doorgeprikte leugens en bedrog, ‘maar Stones toevoeging dat hij laat zien hoe een opeenvolging van desillusies een tragedie in gang kan zetten, geeft de film gewicht’. En Variety schreef: ‘Wie bekend is met het stuk van Ibsen, zal de thema’s van een beladen verleden dat tot ontploffing komt in het heden en de schokgolven door sociale klassen en man-vrouwverhoudingen herkennen in hun zuiverste vorm. Maar Stones radicale aanpak van de verhaallijn, de personages en de setting leidt tot iets urgents en nieuws.’ Stone mag met Ibsen doen wat hij wil, omdat hij zich zo’n kenner van de Noorse meester betoont. Voordat hij The Daughter maakte, bewerkte hij De wilde eend al eens voor zijn theatergroep in Sidney.
Ibsen is ook de reden dat het bedje van Simon Stone de komende tijd in Amsterdam zal staan. Als gastregisseur bij Toneelgroep Amsterdam presenteert hij een bewerking van meerdere stukken tegelijk (een formule die TA eerder succesvol op Shakespeare toepaste.) ‘Een toneeltekst is slechts een blauwdruk voor een gebeurtenis in het theater’, verklaarde Stone in een interview met The Guardian. ‘Het is geen kunstwerk op zich.’
Met die instelling bracht hij onlangs Tchjechovs Drie zusters van vier bedrijven terug tot drie. Met dat visitekaartje begon hij zijn aanstelling als vaste regisseur van het Theater Basel (zijn geboortestad), waar hij sinds vorig jaar aan is verbonden. De jonge regisseur van theater en film voelt zich echter overal en nergens thuis. ‘Ik heb letterlijk geen vaste woon- of verblijfplaats’, zei hij vorige zomer tegen The Guardian. ‘Alleen het podium is zijn vaderland’, zo beslechtte Le Monde het pleit.
FILM – Na de oorlog, de strijd
Een film waar iedereen het zijne in ziet
‘De Fransen zijn volstrekt niet geïnteresseerd in deze verre oorlog, of ze staan er afwijzend tegenover vanuit een antimilitaristisch gevoel. Wie sneuvelt voor Frankrijk wordt in het beste geval gezien als een slachtoffer, nooit als een held. Des te meer aangezien deze oorlog niet is gewonnen, ondanks de mensenlevens en het geld dat hij heeft gekost. Iedereen weet dat het een nutteloze oorlog is geweest, maar niemand zegt het. Wat blijft is dat in onze naam mannen en vrouwen daarheen zijn gegaan om te vechten.’ Schrijfster en cineaste Delphine Coulin heeft het, in dit interview in Le Monde, over de oorlog in Afghanistan. Tussen 2001 en 2012 waren daar Franse soldaten betrokken bij de strijd tegen de taliban, eerst in NAVO-verband, later als steun aan de Amerikaanse operatie Enduring Freedom. In totaal 89 Franse soldaten lieten er het leven. Het aantal dat door de missie getraumatiseerd is geraakt, is niet bekend.
Delphine Coulin en haar zus Muriel maakten er een film over: Voir du Pays, die volgende week in première gaat in de Nederlandse bioscoop. Een verrassende wending in onderwerpskeuze, na het debuut van de twee zussen: 17 Filles. Die prachtige film ging over zeventien meiden die besluiten allemaal tegelijk zwanger te worden, uit solidariteit met een vriendin die per ongeluk hetzelfde is overkomen. Voir du Pays gaat over de debriefingperiode die terugkerende soldaten doorbrengen tussen hun dagen aan het front en de daadwerkelijke terugkeer in het vaderland. Nederland herinnert zich de beelden van dronken rond hossende Dutchbatters in een dergelijke situatie van tweespalt. De werkelijkheid van de oorlog is plotsklaps vervangen door die van een vakantieoord, en de soldaat heeft alle tijd om zich af te vragen wie er gek is: hij, of de wereld om hem heen. In Voir du Pays (Engelse titel The Stopover) is de militair een zij.
‘Wij hebben vrouwen en geweld als thema gekozen’, verklaren de Coulins tegenover Télérama. De film speelt zich niet af in Afghanistan maar op Cyprus, waar een terugkerend bataljon een paar dagen mag bijkomen in een luxe resort tussen de toeristen. ‘Het enige slagveld dat we in deze film te zien krijgen is dat in het bewustzijn van de soldaten’, schrijft L’Est Républicain. ‘Zie hier een bijzondere film!’ constateerde Les Echos. ‘Contemporaine conflicten hebben zelden de belangstelling van onze filmmakers, en de plaats van de vrouw in het leger nog minder.’
De film wordt op zijn cinematografische kwaliteiten en gebreken beoordeeld, meer dan op de kwesties waarop hij de aandacht wil vestigen
In het bataljon op Cyprus zitten drie vrouwen, de mannelijke meerderheid blijft op de achtergrond. Le Parisien vindt ‘de voorzichtige manier waarop deze film het drama benadert opmerkelijk’. De twee hoofdrolspeelsters, Ariane Labed en Soko, betoveren elk op haar eigen wijze de critici. Soko, behalve van het scherm ook bekend als zangeres, ‘speelt een keiharde, hard-boiled. Ze bewijst opnieuw wat een toegewijde en intense actrice zij kan zijn’, schrijft Le Figaro. Die overigens aan het tijdschrift Le Point vertelde dat het draaien van deze film haar meer dan eens aan het huilen bracht.
Maar brengt de film de door Delphine gewenste reflectie op de verzwegen en vergeten oorlog op gang? Afgaande op de Franse recensies is het antwoord nee. De film wordt op zijn cinematografische kwaliteiten en gebreken beoordeeld, meer dan op de kwesties waarop hij de aandacht wil vestigen. La Croix ziet een ‘droge en nerveuze regie’. Le Point benadrukt dat het ‘echte soldaten’ zijn die de bijrollen vervullen. Evene prijst de spanningsboog die tot het einde van de film doorloopt. En de Amerikaanse pers ziet vooral het thema van de man-vrouwverhoudingen in het leger. ‘Tijdens de “ontspanningsdagen” na de strijd wordt duidelijk dat sommige van de mannen [in het bataljon] seksistische, om niet te zeggen misogyne gevoelens koesteren, die door de posttraumatische stress worden aangewakkerd’, schrijft The Hollywood Reporter.
Het heeft er steeds meer schijn van dat het Westen militair wil gaan ingrijpen in Libië. Maar zal dit de situatie niet juist verergeren?
Westerse landen staan op het punt een offensief te lanceren tegen IS in Libië, aldus een militaire woordvoerder in de westelijke stad Misrata. Maar ter plekke bestaan grote zorgen dat verdere internationale inmenging in het land de situatie alleen maar zal verergeren.
Libië is de afgelopen weken opgeschrikt door een reeks grote aanslagen van IS, waaronder een bomaanslag op een politiebureau in Zliten, bij Misrata, op 7 januari, waarbij vijfenzestig mensen omkwamen en honderd anderen gewond raakten. Ook heeft IS aanslagen uitgevoerd op de belangrijkste olieterminals van Libië in R’as Lanoef en Sidra. Het zijn deze incidenten die hebben geleid tot speculaties dat de VS en zijn bondgenoten hun strijd tegen IS wel eens zouden kunnen uitbreiden naar Libië.
De situatie op 8 februari.
Het nationale oliebedrijf van Libië (NOC) heeft ook opgeroepen tot een interventie om strategische delen van het land, waaronder de olieterminals, te beschermen. Ibrahim Bate el Mal, een woordvoerder voor de militaire raad van Misrata, verklaarde dat officials al gesprekken hebben gevoerd met Amerikaanse, Franse en Italiaanse militaire contacten. ‘Ik kan alleen maar zeggen dat de Amerikanen, Fransen en Italianen hebben gevraagd hoe zij de Libiërs kunnen helpen tegen IS te vechten, en dat de operatie niet lang zal duren. We zijn dicht bij een interventie,’ aldus Bate el Mal.
Maar hij gaf ook toe dat veel mensen bezorgd zijn dat een militaire interventie kan mislukken en het misschien al te laat zou kunnen zijn. ‘Ik denk dat het verkeerd was om zo lang te wachten. We hebben het gevaar waarschijnlijk onderschat. Ik denk dat zelfs de westerse regeringen het verkeerd hebben gezien,’ zei hij. ‘Het punt is dat enerzijds de expansie van IS uit de hand is gelopen, maar dat anderzijds het gevaar bestaat dat de situatie door een militaire interventie alleen maar slechter wordt. Dat is het gevoel van onze mensen en onze troepen.’
IS zal het spookbeeld oproepen van een westerse overname van het land
In 2011 was een door de NAVO geleide luchtcampagne – met Amerikaanse, Franse, Italiaanse en Britse steun – van cruciaal belang bij het omverwerpen van het regime van de Libische leider Muammar Kadhafi. Maar het land is sindsdien in de greep van instabiliteit en onrust.
Volgens Basher Bernani, lid van de gemeenteraad van Zliten, zijn de meeste mensen tegen buitenlands ingrijpen. ‘Deze situatie kan niet langer worden opgelost door luchtaanvallen,’ aldus Bernani. ‘Ze hadden eerder tussenbeide moeten komen, maar nu heeft IS Sirte helemaal ingenomen. Er zijn fundamentalistische militieleden in Benghazi, Misrata en Bin Jawad, er zijn “sleeper cells” in Tripoli en hier in Zliten en in Sabratha zijn twee trainingskampen.’
Mensensmokkel
Bernani zegt dat de plaatselijke bevolking bang is dat een buitenlandse interventie door IS als propaganda kan worden gebruikt om het spookbeeld op te roepen van een westerse overname van het land. Daardoor wint IS aan steun onder jonge mensen en kan de beweging sympathiserende strijders aantrekken uit Tunesië, Marokko, Algerije en andere landen, via de poreuze grenzen van Libië. ‘Het is waarschijnlijk dat Europese militaire actie de situatie zal verergeren en tientallen buitenlandse strijders hierheen zal brengen,’ zegt hij.
Sinds IS op 7 januari zijn aanwezigheid in Zliten kenbaar maakte door de bomaanslag op het politiebureau, terwijl driehonderd rekruten op het plein daarvóór aan het trainen waren, hebben officials als Bernani voortdurende gewapende bescherming nodig gehad als zij zich door de stad bewogen. Terwijl we over het verwoeste plein lopen, wijst hij op scherven van de bomvrachtwagen, die was volgeladen met stukjes ijzer en scherpe messen om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. ‘We hebben de armen en benen van onze jongens teruggevonden op de derde verdieping van het slaapverblijf,’ zegt hij. ‘Twaalf families hebben zonen verloren en kunnen niet rouwen, omdat de lichamen onherkenbaar zijn verminkt.’
Bersani zegt dat onderzoekers denken dat IS het politiebureau op de korrel heeft genomen vanwege de banden met de Libische Kustwacht, die de faciliteit ook als rekruterings- en trainingscentrum gebruikte. Hij zegt dat Zliten een belangrijk tussenstation is voor mensen die de Middellandse Zee proberen over te steken naar Europa, en dat IS connecties lijkt te zijn aangegaan met andere militiegroeperingen die betrokken zijn bij de mensensmokkel, als een manier om inkomsten te verwerven. ‘Het wordt nu steeds duidelijker dat IS betrokken is bij de mensensmokkel, waardoor ze verzekerd zijn van grote hoeveelheden contanten,’ zegt hij.
Volgens andere officials was de aanval in Zliten voor IS ook belangrijk, omdat de beweging zo aantoonde dat ze aanwezig is in de kuststrook tussen Tripoli en Misrata, en dat ze de middelen en de manschappen heeft om elders in Libië aanslagen te plegen.
Mustafa Ben Aish, een ander lid van de gemeenteraad van Zliten en de directeur van een noodeenheid die in actie kwam na de bomaanslag op het politiebureau, verklaarde dat IS profiteert van de machtsstrijd tussen de rivaliserende regeringen in Tripoli en Tobroek. De situatie werd deze maand verder gecompliceerd door de aankondiging van een nationale regering. Deze wordt gesteund door de VN, maar afgewezen door veel leden van de twee concurrerende parlementen van Libië.
‘De Libiërs zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog’
Martin Kobler, de VN-gezant voor het land, gaf toe dat het politieke vredesproces te traag is verlopen om gelijke tred te kunnen houden met de expansie van IS. Hij betichtte de groepering van het ‘stelen van grondgebied van het Libische volk’.
‘De enige echte winnaar is IS, en de verwoesting van de barakken is daar het bewijs van,’ zegt Ben Aish, terwijl hij een lijst laat zien van de doden en gewonden. ‘De zwaarst gewonden werden geëvacueerd naar andere landen. Er zijn er nu vijftien in Italië en ongeveer twintig in Turkije. Sommigen van hen verkeren in kritieke toestand en iedere keer dat ik een telefoontje van hun familie krijg denk ik dat het in plaats van die jongens ook mijn eigen zoon had kunnen zijn. Dat is heel pijnlijk voor me,’ zegt hij.
Na de bomaanslag in Zliten heeft IS aanvallen gepleegd op de olieterminals in R’as Lanoef en Sidra, waarbij minstens 37 personen zijn omgekomen en een stuk of vijf opslagtanks in brand zijn gevlogen, zodat een nieuwe klap is uitgedeeld aan de toch al zwaar belaagde Libische oliesector.
Olie
Vóór de revolutie van 2011 produceerde Libië 1,6 miljoen vaten ruwe olie per dag, vandaag nog geen 350.000. De aanvallen van IS doen vrezen voor een totale ineenstorting van de industrie. Voor IS lijkt het doel niet het verkopen van olie, zoals de beweging in Syrië en Irak heeft gedaan, maar het saboteren van de economie, waardoor Libië nóg instabieler wordt en IS kan profiteren van het machtsvacuüm.
Volgens Bate el Mal zijn de militaire inlichtingenchefs bang dat een mogelijke interventie het land verder kan destabiliseren. IS-strijders uit Syrië, Irak en van elders zouden aan de oproep gehoor kunnen geven het territorium van het zelf uitgeroepen kalifaat te komen verdedigen. Hij zei dat strijders uit Soedan, Tunesië, Egypte, Algerije en Jemen zich al in Sirte aan het verzamelen waren, en opperde dat Kadhafi-loyalisten die uit zijn op wraak de beweging in de geboortestad van de vroegere leider steunen, net zoals aanhangers van Saddam Hoessein ervan zijn beticht IS in Irak te hebben gesteund.
‘We zien hier gebeuren wat in Irak al met de Baath-partij is gebeurd,’ zei hij.
‘De Libiërs betalen nu de prijs voor de gevolgen van hun revolutie. Ze zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog, maar hun kinderen sterven door toedoen van IS. Al wat de beweging wil is het land verwoesten.’
Onafhankelijke site met een groot reservoir aan correspondenten, die de gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’ op de voet volgen o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.
CHRONOLOGIE: van hoop tot chaos
20 okt 2011 | Dictator Muammar Kadhafi wordt gedood in Sirte. Drie dagen later roept de Nationale Overgangsraad (CNT) ‘de bevrijding’ van het land uit als slotstuk van de opstand die in februari begon en door een westerse coalitie wordt ondersteund.
7 juli 2012 | Eerste vrije verkiezingen. Het Verbond van Nationale Krachten (AFN) komt als winnaar uit de bus. Het correcte verloop van de verkiezingen lijkt hoopgevend. Op 8 augustus draagt de CNT de macht over aan het parlement, de Algemene Nationale Raad (CGN).
14 okt 2012 | Ali Zeidan wordt tot premier benoemd.
2013 | De milities die Kadhafi hebben bestreden, weigeren de wapens neer te leggen en blijven actief in de grote steden. Islamistische stromingen, in het parlement vertegenwoordigd door de Partij voor Recht en Wederopbouw (PJC), blijven de regering in de wielen rijden. In het oosten van het land roeren de federalisten van Ibrahim Jadran zich. Het komt sporadisch her en der tot botsingen.
20 feb 2014 | Vorming van een Grondwetgevende Raad, die in april voor het eerst bijeenkomt.
11 maart 2014 | Ali Zeidan wordt afgezet en ontvlucht het land. Abdallah al-Theni neemt tijdelijk zijn plaats in.
16 mei 2014 | Generaal Khalifa Haftar, ex-balling in de VS, duikt op in Libië en begint de Operatie Waardigheid tegen de islamistische milities.
25 juni 2014 | Opnieuw verkiezingen. Het nieuwe parlement, zetelend in Tobroek, krijgt internationale erkenning.
22 augustus 2014 | Een coalitie van islamistische milities, waaronder de Libische Dageraad, bezet Tripoli en steunt de CGN, die weigert het nieuwe parlement te erkennen.
september 2014 | Er komt een dialoog op gang onder leiding van de VN-gezant Bernardino Léon.
september 2014 | IS duikt op in Derna.
januari 2015 | IS bezet Sirte, maar wordt uit Derna verdreven.
17 dec 2015 | Er wordt in Skhirat (Marokko) een akkoord gesloten tussen een aantal strijdgroepen na bemiddeling van de nieuwe VN-gezant Martin Kobler.
14 jan 2016 | Gevechten met IS rond de belangrijkste olie-installaties.
19 januari | Er wordt een regering van nationale eenheid gevormd onder leiding van de voormalige architect Faiez Sarraj, onafhankelijk van beide ‘parlementen’. De regering zal in Tripoli zetelen. Om alle politieke groeperingen en alle etnische minderheden een stem te geven, telt deze regering 32 ministers, maar zij wordt (nog) niet erkend door alle deelnemers.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.