De hokjes en de labels, generaties indelen in demografische groepen om ze daarna de schuld te kunnen geven van de woningnood of van klimaatschade: het leidt alleen maar tot ongekende verdeeldheid in de samenleving. Terwijl generaties juist veel overeenkomsten hebben.
Het typeren van generaties heeft alles te maken met verdeeldheid. We worden in groepen ingedeeld op basis van de periode waarin we zijn geboren, en die periode krijgt vervolgens een pakkend label, dat het goed doet in de media, waarna alle aandacht uitgaat naar de veronderstelde conflicten tussen de verschillende groepen.
We vinden het veel makkelijker om de schuld voor ongewenste veranderingen in de schoenen te schuiven van bepaalde generaties dan van willekeurig welke andere demografische groep. Zo hebben de babyboomers alle huizen ingepikt, alle rijkdom weggekaapt en de aarde verwoest; millennials zijn verantwoordelijk voor het einde van het huwelijk, de teloorgang van feestjes op kantoor en zelfs voor de ondergang van marmelade (sinds 2013 daalt de verkoop).
Ondertussen hebben de ouderen altijd al commentaar gehad op de jongeren: in 400 v.Chr. mopperde Socrates al over de jeugd met hun ‘slechte manieren, hun minachting voor gezag en hun gebrek aan respect voor ouderen’. Maar tegenwoordig beschikken we over de middelen om deze eeuwige vooroordelen op grote schaal uit te dragen.
Misleidend
Dat vormt een cruciaal element van wat inmiddels is uitgegroeid tot een generatiegekleurde cultuuroorlog. We worden bestookt met verhalen over een ‘woke’ generatie die is geobsedeerd door ‘safe spaces’ en die een ‘cancelcultuur’ cultiveert. Maar dat beeld is misleidend. Het is waar dat jonge mensen een andere kijk hebben op verschuivende sociale normen – maar dat is nooit anders geweest.
Jongere generaties voelen zich gewoon beter op hun gemak bij nieuwe culturele opvattingen, omdat ze niet zijn opgegroeid met de oude opvattingen. Sterker nog, als je over een langere termijn kijkt naar trends, is het min of meer een constante dat de jongste generatie zich twee keer zo goed op haar gemak voelt bij de nieuwste culturele opvattingen dan de oudste generatie. In de jaren tachtig, toen de babyboomers jongvolwassenen waren, speelden kwesties als de rol van vrouwen op de werkplek en de acceptatie van homoseksualiteit; voor de jongeren van nu is het belangrijkste onderwerp vermoedelijk genderidentiteit, of de manier waarop we naar de geschiedenis kijken. De hete hangijzers verschillen, maar de generationele patronen vertonen griezelig veel overeenkomsten.
Het feit dat we nu zo’n ongekend grote kloof ervaren heeft meer te maken met de tijd waarin we leven dan met fundamentele generationele kenmerken.
We hebben een ongekende toename gezien van de persoonlijke rijkdom bij ouderen
Er zijn twee wezenlijke contextuele veranderingen die een verklaring kunnen bieden. De eerste is van economische aard. We hebben een ongekende toename gezien van de persoonlijke rijkdom bij ouderen, waarbij de babyboomers op kop lopen. Zoals blijkt uit een recent rapport van de Resolution Foundation [een Britse denktank], bezit deze oudere groep meer dan de helft van al het privévermogen, zeven keer zoveel als de millennials. Natuurlijk is rijkdom in grote mate gekoppeld aan levensloop, in die zin dat vermogen wordt opgebouwd met het ouder worden. Maar deze kloof is van een andere orde dan die in het verleden, en dat patroon zien we in veel landen terug.
Neem de Verenigde Staten: toen de babyboomers gemiddeld 45 jaar waren, hadden ze 42 procent van al het Amerikaanse privévermogen in handen. Toen generatie X diezelfde mijlpaal bereikte, was dat slechts 15 procent – en voor de millennials zal dit ongetwijfeld nog lager zijn. Dat is een ingrijpende nieuwe verdeling, het gevolg van historische ontwikkelingen en van de bescherming van de belangen van de boomers, door hun electorale gewicht.
Clickbait
Daarnaast kan ons toegenomen besef van een intergenerationele kloof niet los worden gezien van onze nieuwe informatieomgeving, die ongekende verdeeldheid zaait. Conflicten zijn clickbait, en de generationele groepen staan vaak in de frontlinie.
Ik heb zonder het te weten een klein voorbeeld van die zogenaamde verdeeldheid in het leven geroepen met een onderzoek dat we in 2022 uitvoerden om na te gaan wat voor beeld de verschillende generaties in het Verenigd Koninkrijk van elkaar hebben. In een van de vragen kwam een opmerking aan de orde uit een interview met tv-persoonlijkheid Kirstie Allsopp, die leek te impliceren dat jongeren geen huis konden kopen omdat ze te veel geld uitgaven aan Netflix, sportschoolabonnementen, dure koffietjes en vakanties naar het buitenland. Het schokkende was dat de helft van het publiek het met Allsopp eens was – en nog schokkender: generatie Z was het er percentueel gezien net zozeer mee eens als oudere generaties.
De huidige lichting jongeren heeft zich duidelijk een zeker zelfverwijt eigen gemaakt, terwijl het feit dat de huizenprijzen al decennialang de hoogte in schieten, de lonen stagneren en het veel lastiger is geworden om een hypotheek te krijgen veel logischere verklaringen zijn voor het geringe eigenhuisbezit.
Maar de belangrijkste les school voor mij niet in de vraag of de bewering al dan niet klopte, het interessantste was de berichtgeving over onze opiniepeiling. De koppen waren stuk voor stuk variaties op ‘Boomers wijten het aan Netflix en afhaalmaaltijden dat jongeren geen huis kunnen kopen’, terwijl de boomers die mening niet in sterkere mate waren toegedaan dan wie ook. Nieuwssites weten als geen ander dat stukken waarin een generatiekloof wordt opgevoerd, zeker als boomers de boosdoener zijn, beter worden gelezen en meer worden gedeeld.
Ondanks alle retoriek zijn we in werkelijkheid innig verbonden met de generaties onder en boven ons
Hoe dan ook, ondanks alle geforceerde, overtrokken maar natuurlijk ook daadwerkelijke scheidslijnen is het onwaarschijnlijk dat het tot een echte breuk zal komen tussen de generaties, of dat de jongeren een politieke tegenaanval zullen inzetten. Dat komt deels doordat ze de neiging hebben hun sombere situatie aan zichzelf te wijten, maar er zijn ook nog andere redenen.
Ondanks alle retoriek zijn we in werkelijkheid innig verbonden met de generaties onder en boven ons, vanwege onze familie. We houden van onze ouders en onze grootouders en we willen, voor een belangrijk deel uit eigenbelang, dat ze het kapitaal behouden dat ze hebben vergaard, en dat ze alle mogelijke steun blijven ontvangen – want anders blijft er minder voor ons over of draaien wij op voor de kosten. De ontstellende hoeveelheid kapitaal bij de oudste generatie zal uiteindelijk doorsijpelen naar beneden. Het probleem is alleen dat het ongelijk verdeeld zal zijn – en dat ondermijnt de gezamenlijke inspanning van jongere generaties om verandering te bewerkstelligen.
Het gebrek aan woede en actiebereidheid onder jongeren is frustrerend voor diegenen onder ons die vinden dat er hoognodig een betere regeling tussen de generaties moet komen. Maar om dat voor elkaar te krijgen moeten er eerst twee reusachtige beleidskwesties worden aangepakt: de vraag hoe we kapitaal belasten, en de vraag hoe we de ontwrichte huizenmarkt weer vlot trekken. Vermogen en huisvesting zijn zo nauw verbonden aan de periode waarin je bent geboren, dat alleen radicale actie de keten van intergenerationeel privilege kan doorbreken. Maar gezien het gebrek aan wrok jegens diegenen in onze omgeving die daardoor zouden worden getroffen, is de kans op dergelijke actie niet groot. De ironie wil dat de verschillen tussen de generaties niet groot genoeg zijn, noch voldoende emotioneel beladen, om tot een eerlijkere uitkomst te leiden. We zullen dus een andere manier moeten zoeken om om dat voor elkaar te krijgen.
Lees ook:




