De kiesgerechtigde latino’s worden gezien als de grote belofte voor de Democratische Partij. Maar dan moeten ze wel naar de stembus gaan.
Als de Democraten de Senaat weer in handen willen krijgen of terug in het Witte Huis willen komen, zijn ze aangewezen op de steun van vrouwen en minder-heden. Bijna zeven op de tien vrouwen die zich hebben laten registreren als kiezer, zijn negatief over Trumps presidentschap. Zwarte Amerikanen zullen ongetwijfeld ook in meerderheid op de Democraten stemmen. Slechts 10 procent van de zwarte kiezers staat achter Trump. En dan is er nog de stem van de latino. Je zou mogen verwachten dat Trump – na drie jaar waarin hij Latijns-Amerikaanse immigranten onafgebroken heeft gedemoniseerd, verbannen en vervolgd – een hoge prijs zal moeten betalen wanneer de latino’s in november naar de stembus gaan. Maar vreemd genoeg valt dat nog te bezien. De kiesgerechtigde latino’s zijn ondoorgrondelijk en drijven de Democraten bijna tot wanhoop.
2016 zou het jaar zijn waarin Amerika’s demografische ‘slapende reus’ dan eindelijk zou ontwaken, ruw opgeschud door de retoriek van Trump. Er werd een ongekende ‘latino-golf’ voorspeld, die duidelijk zou maken dat de hispanic-kiezers feitelijk de sleutels van het Witte Huis in handen hadden.
Op de verkiezingsdag zelf bleek die immense golf niet meer dan een rimpeling. Er waren heus succesverhalen, zoals in Colorado en Nevada, maar latino’s namen geen stelling tegen Trump op de krachtige, haast absolute manier waarop bijvoorbeeld zwarte Amerikanen dat deden. Volgens de exitpolls wist Trump 29 procent van de latino-stemmen binnen te halen.
Sindsdien zijn er twee ontwikkelingen geweest. Ten eerste hebben Trumps aanvallen op Latijns-Amerikaanse immigranten een verbijsterend dieptepunt van grofheid bereikt. Hij heeft individuele voorbeelden van bendeleden gebruikt om een hele bevolkingsgroep aan de schandpaal te nagelen: hardwerkende immigranten, die een vredig en ingetogen bestaan leiden in Amerika. Hij heeft van de immigratie- en grensbewakingsdiensten een huiveringwekkende deportatiemachine gemaakt. Hij heeft een einde gemaakt aan de bescherming van de zogeheten Dreamers [een groep van zo’n 800.000 jonge immigranten die als kind illegaal met hun ouders naar de Verenigde Staten zijn gekomen] en hij heeft aan de grens hele gezinnen uit elkaar gehaald.
Latino’s hebben hem niet met gelijke munt terugbetaald. Terwijl Trump gestalte gaf aan zijn anti-immigratiebeleid, zijn zij steeds positiever over de president gaan denken. Uit een recente peiling blijkt 41 procent achter Trumps optreden te staan (tegenover 12 procent van de zwarte Amerikanen). Bij een andere recente peiling sprak 35 procent zich uit vóór Trump. Gemiddeld genomen scoort Trump daarmee slechts zo’n 10 procent lager dan Barack Obama in min of meer dezelfde fase van zijn presidentschap.
Dat wil niet zeggen dat Donald Trump geliefd is onder latino’s. Maar ze keren hem ook niet de rug toe. In een interview met onlinemagazine Vox zei professor Roberto Suro van de Universiteit van Zuid-Californië onlangs dat latino-kiezers weliswaar ‘een negatief beeld hebben van Donald Trump’, maar dat we hier ‘een veel kleinere marge dan bij de gemiddelde Democratische kiezer’ zien. Suro oppert dat latino’s veel meer overeenkomsten hebben met zwevende kiezers dan met een ‘onwrikbaar Democratisch electoraat’. Tevens weerleggen de peilingen volgens Suro ‘de veronderstelling dat Trump met zijn immigratiebeleid grote aantallen latino’s van zich heeft vervreemd’.
Het feit dat maar liefst een op de vier latino-kiezers nog betrekkelijk gunstig over Donald Trump denkt, zal de Democraten ongetwijfeld zorgen baren. Maar het is niet hun grootste zorg. Dat is namelijk de opkomst.
Lage opkomst
Latino-kiezers maken zo’n 12 procent uit van het Amerikaanse electoraat. Dat percentage zal de komende jaren oplopen. De vraag is of de opkomst onder latino’s ook zal toenemen. Tot nog toe beloven de voortekenen weinig goeds. Op landelijk niveau is het opkomstpercentage stelselmatig lager dan dat onder witte, zwarte of Aziatische kiezers. Sterker, bij elke verkiezing sinds 1996 besloten er meer latino’s om thuis te blijven dan om naar de stembus te gaan. Om de zaak mogelijk nog erger te maken: meer dan 40 procent van de potentiële latino-kiezers is millennial, ook een ontmoedigend demografisch gegeven.
De electorale apathie onder hen mag dan zorgwekkend zijn voor de Democraten, de latino-gemeenschap zelf zou zich er nog grotere zorgen over moeten maken. In de loop der jaren heb ik vele verklaringen gehoord. Volgens sommigen schuwen latino’s maatschappelijke betrokkenheid of kampen ze met een gebrek aan politieke kennis. Anderen zeggen dat latino’s een diepgeworteld wantrouwen hebben jegens het democratische proces, doordat ze dat in hun thuisland hebben zien falen. Ik vind geen van deze verklaringen bevredigend. Wat de reden voor de lethargie ook mag zijn, het latino-electoraat moet de ketenen afwerpen. Zelfs als dat – in het ergste geval – zou betekenen dat ze zich achter een man scharen die erop gebrand is miljoenen immigranten het recht te ontnemen in de Verenigde Staten te blijven. Waar hun voorkeur ook ligt, de latino’s moeten gaan stemmen, en wel nú. De positie van onze hele gemeenschap binnen de Amerikaanse samenleving hangt ervan af.
León Krauze
De onlinejournalistiek heeft veel te danken aan dit webzine, dat in 1996 in Seattle werd opgericht. Overzichtelijk en humoristisch. Sinds december 2004 is de financiering in handen van de Washington Post-groep. Sinds 2009 is er ook een Franse variant, slate.fr.
Vroeger hadden de Ieren een harde grens met Engeland toegejuicht. Maar nu de Brexit nadert vinden ze het jammer, schrijft de Ierse columnist Fintan O’Toole. ‘De tijd dat Iers-zijn het tegenovergestelde was van Engels-zijn is voorbij.’
Die zomer hing in Londen een soort hitte die ik in Ierland nog nooit had gevoeld, zo drukkend en benauwd als je alleen in heel grote steden meemaakt. Het was 1969, ik was elf en dit was mijn eerste dag in Engeland. Samen met mijn vader en mijn broer was ik met de boot van Dublin naar Liverpool gekomen. Met de bus waren we door de Midlands gereden, een intens onbekend landschap van autowegen, benzinestations en reusachtige energiecentrales. Mijn vaders neef Vincent had ons opgewacht bij het busstation en een volgende bus bracht ons naar East End, waar we logeerden bij mijn moeders zus Brigid. Brigid was een non, dus eigenlijk logeerden we in een katholiek klooster.
Vanwege de hitte en het vooruitzicht van drie dagen achter de kloostermuren besloot mijn vader dat hij wel een biertje kon gebruiken. Dus mijn vader en Vincent lieten mijn broer en mij met een flesje Fanta achter op een laag muurtje en verdwenen zelf de kroeg in. Ik weet nog dat ik op dat muurtje hard op mijn rietje zat te zuigen om de paniek te onderdrukken. We waren alleen in Engeland, van iedereen verlaten, op een wezensvreemde plek. ‘Engeland’ was een angstaanjagend begrip voor me.
Uit de geschiedenislessen op school wist ik dat de Engelsen alleen maar slechte dingen tegen de Ieren hadden gedaan. En ik wist dat de kern van al die slechtigheid het protestantisme was. Er was maar één waar geloof en dat dat was natuurlijk het katholicisme, dus Engeland was in principe al abnormaal. Je wist nooit wat je van zulke mensen kon verwachten – alleen dat ze niet aardig waren.
De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen
Toen kwam er over de weg een enorm grote man aan in een wapperend wit gewaad, en zijn lengte werd nog geaccentueerd door een hoge muts van luipaardbont. Hij had een gevolg van vijf of zes mannen, ook in het wit, zij het minder flamboyant. Hij was kennelijk een soort hoogwaardigheidsbekleder, een koning of een stamhoofd. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Hij zag me kijken en op zijn gezicht verscheen een grote glimlach. Hij gaf me een klopje op mijn hoofd en zei in een voor mij onbekende taal iets tegen zijn kompanen. Hij vroeg: ‘Geniet je van je fles prik?’ ‘Prik’ was een woord dat we in Ierland niet gebruikten voor frisdrank, maar ik wist wat het betekende. Ik kende het woord uit de Britse stripverhalen die we verslonden. Het verbaasde me dat hij mijn broer en mij voor Engelsen hield. Ik wilde hem uitleggen dat hij zich vergiste, dat wij net als hij buitenlanders waren. Maar ik was te perplex om iets te kunnen zeggen en hij vervolgde majestueus zijn weg.
Soms vraag ik me af wat ik als elfjarige tegen dat koninklijke personage zou hebben gezegd als ik in staat was geweest om mijn gevoelens uit te spreken. Stel dat hij mijn protest had weggewuifd: ‘Ik vind jou er Engels uitzien, dus wat is het probleem?’ Stel dat hij had gevraagd wat we daar überhaupt deden. Dan had ik moeten uitleggen dat mijn oom Vincent die in het café achter ons zat, uit het arbeidersmilieu in Dublin was weggegaan en erin geslaagd was om af te studeren op de universiteit van Oxford. En dat we logeerden bij mijn tante, de non, die als verpleegster in East End werkte. En dat we daarna in Maidstone zouden logeren bij mijn vaders broer Kevin die foerier was in het Britse leger en op de Tories stemde. En dat we daarna zouden logeren bij mijn moeders broer Pete en zijn vrouw in Manchester; hij was buschauffeur en zij stemden Labour.
En dat al hun kinderen – de neven en nichten die Engels met het plaatselijke accent spraken – net zo waren als ik: we speelden dezelfde spelletjes, keken naar dezelfde tv-programma’s, luisterden naar dezelfde popmuziek en we konden meteen goed met elkaar opschieten omdat we familie waren.
Ik weet niet of hij ervan overtuigd zou zijn dat mijn Iers-zijn iets meer was dan een kleine lokale variatie op het Engels-zijn. Het was natuurlijk veel meer – en dat is het nog steeds. Het Iers-zijn is niet iets wat je hoeft te bewijzen. Maar het ligt ook weer niet zo simpel en het is zeker niet wat ik als jongetje dacht dat het was: het tegenovergestelde van Engels-zijn.
Meerduidig en complex
Relaties binnen wat we nu ‘de eilanden’ noemen zijn meerduidig en complex. Engeland, Schotland, Wales, Noord-Ierland en de Ierse Republiek vormen een soort matrix, maar die verschuift voortdurend en is nooit stabiel. De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen. Engeland was industrieel, dus Ierland moest zijn onderontwikkelde en gedeïndustrialiseerde economie tot deugd verheffen. Engeland was urbaan, dus Ierland moest een exclusief rustiek imago van zichzelf creëren. De Engelsen waren wetenschappelijke rationalisten, dus wij moesten als Ieren de mystieke dromers van dromen zijn. Zij waren Angelsaksen, dus wij waren Keltisch. Zij hadden een monarchie, dus wij een republiek. Zij ontwikkelden een welvaartstaat, dus wij vertrouwden op de genade van de liefdadigheid.
Maar zo simpel was het leven niet. Mijn tantes en ooms waren dolblij met hun werk in de fabriek en de dienstverlening in Engelse steden. Ze emigreerden niet zozeer naar Engeland als wel naar de welvaartsstaat. De Ieren hielpen de National Health Service opbouwen en genoten van de voordelen ervan. Ze maakten gebruik van de onderwijsmogelijkheden die de Britse sociale democratie hun bood. En hoewel ze zeker wel racistische trekjes hadden, genoten ze van het leven in een multi-etnische samenleving.
Hoewel het katholicisme een belangrijk punt van onderscheid was, gaven veel Ieren er de voorkeur aan om in Engeland te wonen omdat ze dan verlost waren van seksuele vooroordelen. Zes jaar na mijn eerste bezoek werkte ik als zeventienjarige in de zomervakantie in een bioscoop in Piccadilly Circus. Daar werd me voor het eerst gevraagd: ‘Ben je homo of hetero?’ Me bijna verontschuldigend mompelde ik dat ik hetero was – verontschuldigend omdat ik me meteen realiseerde dat bijna iedereen die daar werkte homo was. De manager was homo en hij nam homo’s in dienst om van het bedrijf een soort veilige haven te maken. Ik had de baan gekregen op basis van een verkeerde inschatting, maar ik werd getolereerd. Het was voor mij een belangrijke, zij het wat vreemde ervaring: ik kon even meemaken hoe het was om tot een seksuele minderheid te behoren.
Op verschillende manieren betekende Engeland dat voor veel Ieren: het land leerde ons dat ‘meerderheid’ en ‘minderheid’ willekeurige typeringen waren. In Ierland maakten de meesten van ons deel uit van een meerderheidscultuur; in Engeland moesten we leren wat het was om tot de weinigen te behoren in plaats van tot de velen. Dus we hadden twee verschillende ideeën over Engeland: als het tegenovergestelde van Ons en als een plek waar Wij iets veel ruimers betekende.
Maar de opvatting dat Ierland en Engeland elkaars tegenovergestelde zijn is allang achterhaald. Ierland is veel minder katholiek en Engeland veel minder protestants; in elk geval speelt religie een veel minder belangrijke rol in de identiteit van beide landen dan vroeger. De historische vijandigheid heeft plaatsgemaakt voor intense samenwerking en een gedeeld belang in vrede. En wellicht het belangrijkste: Engeland en Ierland zijn niet langer de tegenovergestelde nationaliteitspolen op de ‘eilanden’ – Wales en in het bijzonder het zelfstandigere Schotland zijn veel assertievere delen van de matrix.
Het wegvallen van deze simplistische tegenstelling is alleen maar goed. Maar de andere, positievere, kant van de oude tegenstelling is ook aan het verdwijnen, deels omdat Ierland is veranderd. De tijd is allang voorbij, bijvoorbeeld, dat Ieren de zee moesten oversteken om het leven in een multi-etnische samenleving te ervaren – de sinds de jaren negentig snel toenemende immigratie heeft ertoe geleid dat ze dat ook in hun eigen land kunnen ervaren. De strijd is ook voorbij dat LHBT-ers het gevoel hadden dat ze naar Engeland moesten om een tolerantere cultuur te vinden. Ierse vrouwen gaan nog steeds wel naar Engeland voor een abortus die ze in hun eigen land niet kunnen krijgen, maar die tijd zal ook langzaam voorbijgaan nu Ierland op het punt staat de strenge abortuswet te veranderen. Als Engeland in mindere mate een toevluchtsoord is voor Ieren, komt dat deels doordat er minder is om voor te vluchten.
Paradox
Als de tegenstellingen waar we aan gewend waren verdwenen zijn, blijft voor ons de paradox over: de Ierse Zee heeft nog nooit zo smal geleken en de twee kanten zijn nog nooit zo gelijk geweest. Toch zullen Ierland en Engeland binnenkort wellicht meer gescheiden zijn dan voorheen, omdat er dan een EU-grens tussen ligt. Er was natuurlijk een tijd dat veel Ieren van zo’n situatie zouden hebben gedroomd, dat nationalisten niets liever wilden dan dat de hoogst mogelijke barrières tussen Ierland en Engeland werden opgeworpen.
Maar nu kom je bijna geen Ier meer tegen die het niet diep betreurt. Dat zegt op zichzelf al veel. Onder al dat politieke gedoe heeft alles zich heel fatsoenlijk geschikt, in een over het algemeen tevreden nabuurschap. Na zo veel eeuwen van verbittering is dat geen sinecure. De Engelsen en de Ieren hebben onderling geen problemen meer. En juist het feit dat er geen problemen meer zijn is nu een big deal.
In 1859 opgericht door protestanten. Tegenwoordig staat de krant onder controle van een groep ‘trustees’, die de politieke en religieuze onafhankelijkheid bewaakt. The Irish Times heeft nog altijd een groot correspondentennetwerk en vele prominente ‘pennen’.
Vroeger bestond de moslimpopulatie in de VS vooral uit zwarte aanhangers van de Nation of Islam. Maar intussen vormen autochtone zwarte moslims nog maar 9 procent van de Amerikaanse moslimbevolking. In Mississippi maakt een oudere gemeenschap zich zorgen over de toekomst.
Wanneer Abdul Hakim Shareef uitkijkt over deze heuvels, over deze moskee – een werkelijk geworden islamitisch ideaal – hoopt hij dat dit alles niet met hem zal eindigen.
Shareef is nu 86, maar was drie decennia jonger toen hij en een kleine groep medemoslims hier in Mississippi het geld bij elkaar legden voor de oprichting van deze gemeenschap, zo’n veertig kilometer ten westen van Hattiesburg. Hun droom: een eigen gemeenschap waarin ze hun brood konden verdienen, zich konden scholen en een islamitisch leven konden leiden.
Maar Shareefs kleinkinderen zijn bijna allemaal weggetrokken en hij weet dat New Medinah mensen nodig heeft – jonge mensen – wil de gemeenschap kunnen voortbestaan als hij er niet meer is.
‘Konden we hun maar duidelijk maken wat dit betekent, zodat ze hier ook voor kiezen,’ zegt Shareef. ‘Daar hoop ik nu op. Dat zij het stokje overnemen.’
Er is een tijd geweest, zo’n vijf decennia geleden, dat ‘Amerikaanse moslims’ meestal betekende ‘zwarte moslims’ – in de VS geboren zwarte Amerikanen zoals Shareef, die als jonge man lid werd van de Nation of Islam, een zwarte nationalistische groepering uit de tumultueuze dagen van de burgerrechtenbeweging.
Maar het huidige beeld van de Amerikaanse moslim heeft die geschiedenis grotendeels verdrongen. De verhalen van Malcolm X en Muhammad Ali zijn in de Amerikaanse herinnering verdrongen door beelden van moslims als immigranten, mensen met een buitenlands accent en een andere ideologie. En dat betekent, zo heeft Shareefs gemeenschap zich gerealiseerd, dat de relevantie van de Amerikaanse stroming naar de achtergrond verdwijnt en New Medinah wel eens mét zijn oprichters zou kunnen sterven.
Het algemene beeld van de Amerikaanse moslim is veranderd met de aantallen: door een toestroom van islamitische immigranten na 1965 zijn de in het land geboren zwarte moslims snel in de minderheid geraakt. Volgens schattingen van het Pew Research Center hebben in de twee decennia voor 2012 zo’n 1,7 miljoen moslims een wettige verblijfsstatus gekregen in de Verenigde Staten. In 2014 vormden autochtone zwarte Amerikaanse moslims maar 9 procent van de totale moslimpopulatie in het land.
Leden van Shareefs gemeenschap zijn volgelingen van Warith Deen (W.D.) Mohammed, een zoon van voormalig Nation of Islam-leider Elijah Muhammad. W.D., die in 2008 is overleden, had weliswaar gebroken met de Nation, maar wel vastgehouden aan enkele culturele praktijken daarvan; in zijn ogen was de Amerikaanse islam onlosmakelijk verbonden met de ervaringen en lessen van de slavernij en de onderdrukking van de zwarten. Zo’n honderdtachtig moskeeën in het hele land volgen zijn leer.
Maar als gevolg van de veranderende demografie van het land zijn er nu minder Amerikaanse moslims die hun religieuze identiteit in verband brengen met hun raciale geschiedenis in de Verenigde Staten. De kennis van de islam onder moslims uit het Midden-Oosten wordt gezien als superieur, en daardoor is de Amerikaanse interpretatie van de religie de afgelopen decennia steeds verder overschaduwd.
‘De Afro-Amerikaanse gemeenschap is niet bang als mensen zoals onze nieuwe president moslims bedreigen. Voor ons is dat niets nieuws’
Vandaag de dag is het erfgoed van de Nation of Islam en van W.D. Mohammed voor veel zwarte Amerikaanse moslims ‘niet meer relevant’, volgens Nicqan Church (40) uit Philadelphia, die zelf naar een salafistische moskee gaat, een strikt orthodoxe sekte van de soennitische islam.
Amerikaanse zwarten die moslim zijn, vormen nu een diverse groep van verschillende sektes, ideologieën, culturen en nationaal erfgoed. Zo staat het soort islam dat in de moskee van Church wordt gepraktiseerd dichter bij dat van sommige Saoedische of Egyptische moskeeën dan bij de traditie van W.D. Mohammed – ook al zijn de meeste moskeegangers er, net als Church, zwarten van Amerikaanse afkomst. Niemand daar beschouwt de islam als een religie die speciaal verbonden is met de zwarte Amerikaanse ervaring, volgens Church.
Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw hebben Shareef, zijn vrouw Ruth en hun leeftijdgenoten deze gemeenschap – 26 hectare grond met huizen, boerderijen en een moskee – opgezet, op aanmoediging van W.D. Mohammed, vertelt Shareef. De bedoeling was om een plek te creëren waar moslims konden wonen, bedrijfjes opzetten, groenten verbouwen en vee, kippen en honingbijen houden. Met hun islamitische gemeenschap wilden ze een tegenwicht bieden aan de problemen waarmee zwarte Amerikanen te maken hadden, vooral hier in het Zuiden.
Ze noemden hun gemeenschap New Medinah, naar een van de twee heiligste steden van de islam en de plek in Saoedi-Arabië waar de profeet Mohammed zijn eerste volgelingen aantrok. Ze richtten een school op waar hun kinderen konden leren, ondergedompeld in de islam en de rust van het plattelandsleven.
Moslimverbod
Maar in 2009 werd de school gesloten. En uiteindelijk was het stroompje nieuwkomers dat binnendruppelde veel kleiner dan de uitstroom van kinderen die naar de universiteit gingen of een baan in de stad kregen en oudgedienden die stierven.
Afgelopen zomer nog kwamen tientallen volgelingen van W.D. Mohammed uit het hele Zuiden in auto’s en minibusjes naar New Medinah om samen de eenendertigste verjaardag van de kleine islamitische gemeenschap te vieren. Het waren voornamelijk mensen in de pensioenleeftijd, die tai chi deden bij zonsopkomst, nostalgische herinneringen ophaalden aan de goede oude tijd en verder zorgelijk zaten te praten over de problemen waar de volgende generatie mee te kampen had.
Elders in het land had president Trump het over het instellen van reisbeperkingen, het ‘moslimverbod’ zoals critici het noemden, en de moord op twee mensen in Portland, Oregon door een notoire moslimhater, was nationaal nieuws. Maar de onderstroom aan antimoslimgevoelens in het land was nooit doorgedrongen tot de veilige haven van New Medinah.
Voor zwarte Amerikaanse moslims is het niet nieuw om onderwerp zijn van argwaan vanuit de overheid en angst van burgers. In de jaren zestig gebruikte de FBI informanten die nauwe banden met de Nation of Islam hadden om de groepering en haar meest vooraanstaande leden te controleren.
‘Wij hebben altijd onder vuur gelegen, als Afro-Amerikanen en als moslims,’ zegt Youssef Kromah (27) uit Philadelphia. Die stad was ooit een bolwerk van de Nation of Islam en herbergt nu een grote islamitische gemeenschap, waarvan de meerderheid zwart is.
‘De Afro-Amerikaanse gemeenschap is niet bang als mensen zoals onze nieuwe president moslims bedreigen,’ zegt Kromah, ‘want voor ons is dat niets nieuws. Wij hebben altijd geleden.’
De regering, de media, de denktanks en andere opinievormende centra zetten nu de bruine moslims neer als mogelijke vijand van de Verenigde Staten,’ zegt hij. ‘Institutionele islamofobie maakt de bruine moslim zichtbaar en brengt de stem van zwarte moslims tot zwijgen.’
Blanke duivels
Volgens Samory Rashid, hoogleraar politieke wetenschappen aan Indiana State University, werd de term ‘zwarte moslim’ voor het eerst gebruikt door een journalist die zwart noch moslim was: CBS-verslaggever Mike Wallace. Hij gebruikte de term in de tv-documentaire The Hate That Hate Produced (De haat die haat voortbracht) die hij in 1959 maakte over de Nation of Islam, en tegenwoordig wijzen veel moslims het idee van een duidelijke ‘black muslim’-identiteit van de hand.
Elijah Muhammad, de leider van de Nation, hield zijn volgelingen een ideologie voor waarin blanken duivels waren en die integratie, het bredere doel van de burgerrechtenbeweging, afwees. Die ideologie sprak indertijd veel jonge zwarte mensen uit de arbeidersklasse aan.
‘Ik zat vol vuur, omdat Elijah Muhammad ons tot goden had gemaakt,’ zegt Shareef, die is opgegroeid in het gesegregeerde Mississippi, waar hij ‘getraind was om opzij te gaan’ als hij een blanke op het trottoir zag.
Maar het idee van de zwarte superioriteit strookte niet met de bredere islam, en na de dood van Muhammad in 1975 brak zijn zoon W.D. Mohammed met de Nation en haar nieuwe fakkeldrager Louis Farrakhan. Hij leerde zijn volgelingen de algemene islam kennen, die volgens hem mensen sterker maakte: een geloofssysteem dat berustte op het idee van ‘één natie onder één god’. De gemeenschap leerde bidden en de islamitische geboden naleven zoals miljoenen andere moslims over de hele wereld dat deden. Ze gingen op les om Arabisch te leren en de Koran en de Hadiths. Ze omarmden het idee van rassengelijkheid.
Mohammed hield wel vast aan de zwarte Amerikaanse wortels van zijn gemeenschap. De culturele praktijken van de Nation, zoals het commercieel kweken van wijting en het eten van bonentaart, bleven bestaan, net als Elijah Muhammads nadruk op ondernemerschap en economisch succes als een manier om zwarte Amerikanen onafhankelijk te maken.
‘Met Imam [W.D.] Mohammed hadden we een leider uit ons eigen land,’ zegt Abd’Allah Adesanya uit Columbia, South Carolina, die de traditie van W.D. Mohammed volgt. ‘Wij zijn niet ondergeschikt aan een of andere sjeik in het Midden-Oosten.’
Zelf vinden ze dat zij bij uitstek geschikt zijn om de kloof tussen nieuwere moslimgemeenschappen en de rest van Amerika te overbruggen, maar de leiders van de W.D. Mohammed-stroming zeggen dat hun raad zelden wordt gevraagd. Hun vroegere band met de Nation of Islam wordt hen nog steeds nagedragen, en van andere moslims krijgen ze soms het verwijt dat ze op religieus gebied minder authentiek of minder gezaghebbend zouden zijn. Daar komt volgens hen bij dat geïmmigreerde moslims vanuit racistische motieven niet naar moskeeën gaan die van oorsprong zwart zijn.
‘Ze komen alleen naar ons toe als de blanken het hun moeilijk maken,’ zegt Sameeh Ali uit Newark, die eigenaar van een bakkerij is en tot de W.D. Mohammed-stroming behoort. De zwarte moslims weten wat het is om gediscrimineerd en slecht behandeld te worden, benadrukt hij. ‘Wij hebben het antwoord! Ik ga al driehonderd jaar met blanken om. Ik begrijp blanken al sinds mijn geboorte.’
Anderen zeggen dat de leer van W.D. Mohammed simpelweg minder relevant wordt in een land dat de tijd van de gesegregeerde lunch counters voorbij is en de opkomst van een grotere, meer diverse moslimgemeenschap heeft meegemaakt. In Philadelphia, waar volgens plaatselijke leiders de moslimgemeenschap nog steeds in meerderheid zwart is, volgen maar drie van de zevenendertig moskeeën de W.D. Mohammed-traditie.
De moslimbegraafplaats in New Medinah telt meer graven dan het aantal vaste bewoners
In New Medinah, dat ooit het ideaal van de W.D. Mohammedgemeenschap belichaamde, is het probleem nu de ouderdom.
De school heeft in 2009 haar deuren gesloten na het vertrek van de laatste leerlingen, en andere W.D Mohammedscholen in grotere steden hebben hetzelfde lot ondergaan. De moslimbegraafplaats in New Medinah telt nu enkele tientallen graven – meer dan het aantal vaste bewoners.
Shareef vertelt vol verlangen over de kostschool die de gemeenschap zou willen openen en die ooit misschien de sleutel voor de toekomst van New Medinah kan zijn. Op een met gras begroeide heuvel staat een groot bord: ‘Hier komt de W. Deen Mohammed Boarding School’.
Op het jaarfeest benadrukte een bezoekende imam uit Houston in zijn lezing dat de volgende generatie ontwikkeld moet worden wil de gemeenschap blijven voortbestaan. Zelf kwam Tyerre El Amin Boyd (41) uit een moskee die geregeld nieuwe, jonge leden aantrok. Tegen de oudere mannen en vrouwen die ingespannen zaten te luisteren op het tapijt van de gebedsruimte, zei Boyd dat ook zij een manier moesten bedenken om jongeren te trekken.
‘We bidden dat Allah onze kinderen opvoedt,’ zei hij, ‘zodat we het erfgoed van imam W.D. Mohammed niet verloren laten gaan.’
De auteur is journalist voor landelijke media en gespecialiseerd in de islam en Arabische aangelegenheden in Amerika. Voor ze in 2015 naar Washington kwam, schreef ze zeven jaar over oorlog, politiek en religie in het Midden-Oosten en was ze correspondent van de Post in Caïro. Ze heeft ook geschreven over regionale politiek en de overheid.
Bekijk hier het Facebook-propagandafilmpje voor de commune.
Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.