Tag: Mizrachim-feministen

  • Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Een nieuwe beweging komt met een ander model om te strijden voor de rechten van de meest onzichtbare en gemarginaliseerde groepen binnen de Israëlische maatschappij. Heeft dat kans van slagen?

    Sapir Sluzker Amran werkte nog voltijds als advocaat toen ze Dalal Daoud leerde kennen. Dat was in November 2018. Zoals elk jaar was Sluzker Amran op zoek naar een manier om aandacht te besteden aan de komende International Day for the Elimination of Violence Against Women (Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen).

    Destijds zat Daoud, een Palestijnse inwoner van Israël, een gevangenisstraf uit van vijfentwintig jaar in Israëls enige vrouwengevangenis, Neve Tirtza, voor de moord op haar man, die haar stelselmatig had mishandeld, verkracht en haar binnenshuis had geketend. Nadat Sluzker Amran had gehoord over Daouds verhaal, en ze haar aan de telefoon had gesproken, stond haar besluit vast: dit jaar zou ze geld inzamelen voor Daoud, zodat ze wat spullen zou kunnen kopen in het gevangeniswinkeltje. Op die manier wilde Sluzker Amran haar duidelijk maken dat er buiten de gevangenis vrouwen waren die zich haar lot aantrokken.

    Maar meteen bij hun eerste ontmoeting begreep Sluzker Amran dat geld voor het gevangeniswinkeltje slechts het begin was van hun relatie. Ze besloot een campagne op te zetten om Daoud vrij te krijgen en ging minder werken zodat ze één dag per week kon besteden aan de coördinatie van dit project.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij

    ‘Een kleine groep vrouwen en enkele organisaties sloten zich aan bij de campagne, en alle plannen werden samen met Dalal uitgewerkt,’ vertelt Sluzker Amran aan +972 Magazine. In de campagne werden straatprotesten gecombineerd met breed opgezette acties op social media en aandacht in de traditionele media, en daarnaast werd er gelobbyd in de Knesset – dit alles met de bedoeling om het verhaal van Dalal in een ander perspectief te plaatsen. De nadruk kwam te liggen op haar veerkracht en haar vermogen om zich te handhaven in een onmogelijke situatie.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij. Niet alleen had het leven van Daoud een radicale wending genomen, het succes van de campagne betekende ook een keerpunt voor Sluzker Amran nadat ze bijna tien jaar lang had geprobeerd haar radicale activisme te combineren met haar carrière in de advocatuur. ‘Op de dag dat Daoud vrijkwam, besloot ik te stoppen met mijn werk als advocaat omdat ik merkte dat ik op deze manier meer effect kon sorteren,’ zegt ze.

    Formule voor succes

    Sluzker Amran beschikte over een formule voor succes, maar ze beschikte nog niet over de middelen om die formule ook op grotere schaal toe te passen. Daar had ze een beweging voor nodig, en ze wist precies tot wie ze zich zou moeten wenden om een dergelijke beweging van de grond te krijgen: Carmen Elmakiyes Amos, met wie ze al heel lang samen actievoerde. De beide vrouwen zetten zich in op verschillende terreinen die allemaal te maken hebben met armoede en huisvesting. Ze droomden er allebei van hun activisme naar ‘een hoger plan te tillen en meer te structureren’, zegt Elmakiyes Amos. 

    En zo zag eind 2019 een nieuwe beweging het licht: Shovrot Kirot (Hebreeuws voor ‘Muren neerhalen’, in de vrouwelijke vorm).

    De naam van de beweging is een hommage aan een gedicht van Vicki Shiran – een van de grondlegsters van het Mizrachim-feminisme [Mizrachim zijn Joden die uit Arabische of moslimlanden naar Israël zijn geëmigreerd]. Het gedicht vertelt het verhaal van een Mizrachim-vrouw uit de periferie die de muren waartussen ze gevangen zat neerhaalde en vervolgens wegvloog. De naam is ook bedoeld als een veeg uit de pan naar het traditionele ‘liberale’ feminisme, dat geen oog zou hebben voor racisme en de financiële problemen waar veel niet-witte vrouwen mee worstelen.

    ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken’

    ‘[Liberale feministen] hebben het altijd over het glazen plafond en over op het schild gehesen, geprivilegieerde vrouwen die een inspiratie voor ons zouden moeten zijn,’ zegt Sluzker Amran. ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken – vrouwen die niet eens een huis hebben, of die geen geld hebben om de elektriciteitsrekening te betalen, of die bang zijn te worden vermoord door hun man. Dat zijn de meest inspirerende leiders die we hebben.’

    Het verhaal van Sluzker Amran en Elmakiyes Amos begint meer dan tien jaar geleden, in de zomer van 2011. De demonstraties in Israël voor ‘sociale rechtvaardigheid’ hebben zich uitgebreid naar de chique Rothschild Boulevard in Tel Aviv, midden in het financiële district, en in het hele land grijpt de onvrede in razend tempo om zich heen. Honderdduizenden mensen gaan de straat op en slaan tenten op, in reactie op de krapte op de woningmarkt en het onbetaalbare levensonderhoud op het platteland. Ze schreeuwen de bekende leuze die is geïnspireerd op de Arabische Lente: ‘Het volk eist sociale rechtvaardigheid!’

    Voor Sluzker Amran, die destijds twintig was, betekende de golf van protesten het begin van haar activistische reis: nadat ze had gelezen over de demonstraties, besloot ze naar de tenten op Rothschild Boulevard te gaan en zich aan te sluiten. Maar wat ze daar aantrof was geen radicale beweging die iets wilde doen aan de benarde omstandigheden van de meest gemarginaliseerde groeperingen binnen de samenleving, maar een groep van voornamelijk Ashkenazi-activisten uit de middenklasse, die op de allereerste plaats probeerden de huren in Tel Aviv naar beneden te krijgen. Gedesillusioneerd keerde ze huiswaarts. 

    Dezelfde financiële problemen

    In het belangrijkste tentenkamp van de demonstranten leek men zich niet bewust van het feit dat niet alle Israëli’s worstelen met dezelfde financiële problemen. De Mizrachim worden al tientallen jaren gediscrimineerd en gemarginaliseerd door het Ashkenazi-Zionistisch establishment, waardoor er binnen de Joods-Israëlische maatschappij een etnische onderklasse is ontstaan. De Mazrachim verzetten zich al sinds de oprichting van de staat tegen hun onderdrukking – van opstanden in de ma’abarot [doorgangskampen] begin jaren vijftig en de rebellie van 1959 in Wadi Salib, een wijk in Haifa, tot de protesten van de Black Panthers begin jaren zeventig. Maar de strijd voor enerzijds een eerlijke herverdeling van de natuurlijke rijkdommen en anderzijds de erkenning van het onrecht uit het verleden, gaat tot vandaag de dag door.

    Toen de protesten in 2011 om zich heen bleven grijpen, ging Sluzker Amran met een eigen tent terug naar de protesten en vond aansluiting bij een andere groep mensen, het zogenaamde ‘No Choice’-kamp, bestaande uit mensen die geen enkele andere vorm van onderdak hadden, een groep waarmee ze meer affiniteit voelde. ‘Ik vond niet per se aansluiting bij de studenten of bij mensen van mijn eigen leeftijd, maar veel meer bij de daklozen, de alleenstaande moeders, de mensen die net uit de gevangenis kwamen en een plek moesten hebben om te wonen,’ zegt ze. Geleidelijk vond Sluzker Amran haar weg naar de parallelle tentenkampen die waren opgeslagen in de over het algemeen armere en voornamelijk door Mizrachim bevolkte buurten in het zuiden van Tel Aviv, waar een gemeenschappelijke kennis haar in contact bracht met Elmakiyes Amos.

    ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd’

    Dat bleek een van de vele bepalende ontmoetingen te zijn tussen Mizrachim-activisten, in die zomer waarin overal de initiatieven uit de grond schoten. De vrouwen vonden elkaar in hun kijk op de mainstream protestkampen. ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over armoede, over sociale huisvesting, over kindertoeslagen – over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd,’ zegt Elmakiyes Amos. Zo stak ze op een avond met een groep activisten de koppen bij elkaar en werd er besloten een nieuwe beweging in het leven te roepen, Lo Nechmadim/Lo Nechmadot (‘niet aardig’, zowel mannelijk als vrouwelijk, een ironische verwijzing naar de beschrijving die de toenmalige premier Golda Meir had gegeven van de Israëlische Black Panthers, nadat ze die in de jaren zeventig had ontmoet).

    Nadat de mainstream protesten van 2011 weer waren geluwd, bleef Lo Nechmadim/Lo Nechmadot jaren onvermoeibaar strijd leveren voor sociale huisvesting in Israël, samen met een aantal andere grassrootsbewegingen en -organisaties. Deze groeperingen demonstreerden geregeld voor de deur van ministers; in hun ogen waren de privéwoningen van gekozen bestuurders legitieme plekken om te demonstreren als deze politici er verantwoordelijk voor waren dat andere mensen uit hun huis werden gezet. Maar al hun inspanningen leverden frustrerend weinig resultaat op en zowel Sluzker Amran als Elmakiyes begreep dat, zoals de eerste het formuleerde, ‘de manier waarop we ons hadden georganiseerd in het begin prima had gewerkt, maar dat het nu tijd werd voor iets anders’.

    Geen enkele link

    Terugkijkend op hun ervaringen met ngo’s, en in het besef dat ze niet in staat waren gebleken de gewenste veranderingen binnen de Israëlische maatschappij te realiseren, zagen Sluzker Amran en Elmakiyes Amos een structureel probleem, dat zij de ‘ngo-driehoek’ noemden. Er is geen enkele link, betogen zij, tussen de ‘experts’ die werkzaam zijn binnen mensenrechtenorganisaties; hun cliënten binnen de gemarginaliseerde groepen in de samenleving, die vaak afhankelijk zijn geworden van de steun van de ngo’s; en diegenen die het werk van de ngo’s financieren, meestal grote internationale stichtingen, rijke buitenlandse geldschieters of zelfs buitenlandse regeringen.

    Het Shovrot Kirot-model beoogt deze drie categorieën samen te voegen tot één: de ‘cliënten’ zouden zelf het voortouw moeten nemen in de strijd voor hun rechten, goeddeels gefinancierd door kleine donaties die de beweging in staat stellen haar onafhankelijkheid te bewaren. ‘Mensen die ooit dit soort werk hebben gedaan weten precies hoe wezenlijk die vrijheid is,’ zegt Elmakiyes Amos. Na twee jaar zijn de eerste successen van dit model al zichtbaar: ‘We zien vrouwen die een jaar geleden nog door ons werden geholpen, maar die nu partner kunnen worden in de beweging – als donor of als activist – omdat ze het hoofd boven water kunnen houden,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt’

    Daoud is hier een uitstekend voorbeeld van. Nadat ze was vrijgelaten uit de gevangenis sloot ze zich als activist aan bij Shovrot Kirot, en inmiddels geeft ze leiding aan een ‘community’ (de naam die binnen de beweging wordt gebruikt voor een groep activisten die strijden voor een specifiek doel) die zich bezighoudt met gevangenisstraffen en rehabilitatie, specifiek van vrouwen. ‘De mensen buiten de gevangenis hebben geen idee wat zich daar afspeelt,’ zegt Daoud tegen +972. ‘Maar ik weet nu hoe ik mensen kan helpen als ze in de gevangenis zitten, en nadat ze zijn vrijgekomen – met zaken als geld, zorg en opvang. Er zijn wezenlijke dingen die we kunnen doen zodat deze vrouwen een nieuwe start kunnen maken en niet afhankelijk hoeven te zijn. Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt.’

    Maar ondertussen blijkt het niet eenvoudig om de beweging gaande te houden met alleen kleine donaties. Elmakiyes Amos legt uit dat het met name bij dit soort projecten moeilijk is om financiering te krijgen. Er zijn namelijk maar weinig mensen die zich hiervoor willen inzetten als ze er niet zelf direct mee te maken hebben gekregen – omdat ze bijvoorbeeld in sociale huurwoningen zitten, de elektriciteitsrekening niet kunnen betalen of zelf ooit hebben vastgezeten. Deze situatie werd nog eens verergerd door de uitbraak van de corona-epidemie kort na het opzetten van hun beweging. ‘We houden het hoofd nog net boven water, maar als we nog langer willen doorgaan, zal ons maandelijkse budget van kleine donaties omhoog moeten,’ zegt Elmakiyes Amos.

    ‘Dat vrouwen in armoede leven, en dan met name Mizrachim of vrouwen uit Ethiopië, laat de meeste mensen min of meer koud,’ vervolgt ze. ‘Het lijkt erop dat veel mensen die zich mensenrechtenactivist noemen zich niet zo graag bezighouden met onze problemen en onze mensen. Het is echt lastig om mensen ervan te doordringen dat kwesties als armoede, het recht op onderdak en het recht op elektriciteit een onlosmakelijk deel zijn van de strijd voor mensenrechten in Israël, en dat deze kwesties even belangrijk zijn als de strijd tegen de bezetting en de strijd voor democratie. Natuurlijk is die strijd belangrijk, maar er spelen ook nog andere dingen die volkomen uit beeld zijn verdwenen.’

    Speerpunt

    Voor Shovrot Kirot blijft de strijd voor sociale woningbouw een speerpunt, in navolging van Lo Nechmadim/Lo Nechmadot en andere bewegingen die daaraan voorafgingen. Momenteel staan er in Israël meer dan dertigduizend gezinnen op een wachtlijst voor sociale huurwoningen, terwijl duizenden andere gezinnen zich niet eens kunnen inschrijven vanwege de stringente criteria die de regering heeft opgesteld. En omdat binnen dit systeem arme Mizrachim-vrouwen het sterkst worden uitgebuit, is het een strijd met een uitgesproken feministisch en Mizrachim-karakter.

    Nog los van het gebrek aan sociale huurwoningen en het feit dat het ongekend moeilijk is zo’n woning te bemachtigen, hebben de huurders nauwelijks een poot om op te staan als de autoriteiten besluiten ze uit hun huis te zetten, waardoor hun woonsituatie zeer hachelijk is. In de afgelopen jaren is Givat Amal, een buurt in het noorden van Tel Aviv, uitgegroeid tot een krachtig symbool van dit verrotte systeem en van de strijd voor rechtvaardigheid – een strijd waarin Shovrot Kirot weer haar unieke organisatiemodel heeft ingezet.

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat’

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat,’ zegt Ronit Aldouby, die lid is van het actiecomité van Givat Amal, en die in de buurt heeft gewoond totdat in november 2011 de laatste bewoners met geweld uit hun huis werden gezet, waarna de huizen met de grond gelijk werden gemaakt.

    Het verhaal van Givat Amal is een verhaal van uitbuiting, verwaarlozing en verbroken beloften. Givat Amal is ontstaan in 1947, oorspronkelijk vanuit een Ashkenazi-Zionistisch establishment dat de Mizrachim beschouwde als ‘menselijk materiaal’ voor de kolonisatie van Palestina. De eerste Joodse inwoners vestigden zich daar om te voorkomen dat de Palestijnse vluchtelingen uit al-Jammasin al-Gharbi zouden terugkeren. Maar het werd de Mizrachim-families wettelijk onmogelijk gemaakt om de panden te kopen waarin ze woonden. 

    Ondanks veelvuldige beloften dat de inwoners van Givat Amal niet uit hun huis zouden worden gezet zonder volledig te worden gecompenseerd en zonder dat er voor andere woonruimte werd gezorgd, werd het land waarop ze woonden herhaaldelijk doorverkocht. Totdat de huidige eigenaar, onroerend goed tycoon Yitzhak Tshuva, in 2005 uiteindelijk instemde met een grootschalig project waarmee hun uitzetting een feit werd. De inwoners hebben jaren strijd geleverd, wat heeft geresulteerd in een pakket compensatiemaatregelen waarmee de laatst overgebleven inwoners uiteindelijk akkoord zijn gegaan vlak voordat ze zouden worden uitgezet. Maar het geld is blijven steken op het ministerie van Justitie onder Gideon Sa’ar (wiens New Hope-partij tegenwoordig ook het ministerie van Huisvesting in handen heeft).

    Sleutelrol

    Shovrot Kirot heeft een sleutelrol gespeeld in wat Aldouby de ‘Sisyfusstrijd’ van de inwoners heeft genoemd, een strijd die ze voeren sinds de oprichting van de groep in 2019 – al zijn de oprichters en de activisten al bij de strijd betrokken sinds 2014, het jaar waarin zo’n tachtig gezinnen in deze buurt uit hun huis werden gezet. ‘Die jaren leverden we strijd om een einde te maken aan de uitzettingen, en Carmen en Sapir begeleidden ons bij alle protestacties. Ze waren ook bij de uitzettingen – Sapir is zelfs een keertje opgepakt.’

    Tijdens een demonstratie begin februari, mede georganiseerd door Shovrot Kirot, om rechtvaardigheid te eisen voor de bewoners die uit hun huis waren gezet, blokkeerden zo’n honderd actievoerders het drukke kruispunt tussen Givat Amal en het appartement van Gideon Sa’ar – een appartement dat, wrang genoeg, uitkijkt op wat nu de ruïnes van een platgegooide buurt zijn. Met bordjes, megafoons en trommels, en met in hun kielzog tientallen agenten, scandeerden de actievoerders: ‘Criminele regering, maak een einde aan de uitzettingen!’ en ‘We blijven strijden voor compensatie!’ Bij de toegang tot Givat Amal, naast een tiental waxinelichtjes die zo waren neergezet dat ze de woorden ‘We zullen niet vergeven’ vormden, stond een handgeschreven bord met daarop de naam Shovrot Kirot, en als tekst: ‘Het beleid om mensen uit hun huis te zetten is geweld tegen vrouwen.’

    Hoewel de vrouwen nog altijd wachten op de door de regering toegezegde compensatie, putten ze er kracht uit dat ze er in ieder geval in zijn geslaagd de regering onder druk te zetten. Het feit dat ze, op instigatie van Shovrot Kirot, nieuwe tactieken hebben ingezet – en vooral het besluit om het juridische strijdperk te betreden, naast het organiseren van demonstraties en het werven van steun via nieuwe én traditionele media – heeft hier ook een rol gespeeld.

    ‘Carmen en Sapir gingen met andere activisten naar de debatten in de Knesset,’ zegt Aldouby. ‘Ze zitten zelfs in de WhatsAppgroep van het buurtcampagneteam, ontvangen alle updates en denken met ons mee over wat de volgende stappen moeten zijn. Ze staan naast ons, bij alles wat er gebeurt en bij elke beslissing die er wordt genomen.’ 

    Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid

    Hoewel Shovrot Kirot zichzelf bestempelt als Mizrachim-feministische beweging, zit de beweging zo in elkaar dat er makkelijk aansluiting kan worden gevonden tussen de strijd van de Mizrachim en de strijd van andere onderdrukte bevolkingsgroepen in Israël – zoals de Palestijnse inwoners. De afgelopen maanden is de beweging steeds actiever geworden in Jaffa, waar als gevolg van een agressieve gentrificatie het leven onbetaalbaar wordt voor de Palestijnen die er na de Nakba zijn blijven wonen. Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid en het feit dat het gemeentebestuur niet in sociale woningbouw investeert.

    In november 2021, in de week dat de laatste inwoners van Givat Amal uit hun huis werden gejaagd, besloot Farida Najar, een alleenstaande Palestijnse moeder die al vier jaar op de wachtlijst stond voor een woning, een tent op te zetten in een park in Jaffa, en daar met haar vier kinderen te gaan wonen. Al snel kreeg Najar gezelschap van acht andere moeders met hun kinderen, die ook hun tent opzetten in het park om te protesteren tegen het falende stadbestuur van Tel Aviv-Jaffa, dat geen oplossing had weten te vinden voor hun nijpende situatie. Uiteindelijk werd er een tijdelijke oplossing overeengekomen.

    Ohad Amar, een sociaal-advocaat die in de raad van bestuur zit van Shovrot Kirot, ging naar het park om met de moeders te praten, en zette zich vanaf dat moment in om rechtsbijstand voor hen te regelen. ‘Toen ik de vrouwen sprak, werd me duidelijk dat ze geen van allen hebben waar ze recht op hebben, in termen van sociale zekerheid of huisvesting. Ze hebben geen van allen een advocaat, ze hebben niemand die hen kan helpen met het aanvragen van een uitkering,’ zegt hij tegen +972.

    ‘We proberen een groep vrijwilligers samen te stellen om dat te regelen, want het is ongekend moeilijk voor mensen om hun recht te halen,’ vervolgt hij. Voor de negen vrouwen in Jaffa die op deze manier hulp hebben gekregen is er een tijdelijke oplossing gevonden, en hun bijstandsaanvragen zijn ingediend. Maar, zo zegt Amar, zelfs als dat allemaal is geregeld, ‘leven deze vrouwen nog altijd in armoede’.

    Ethiopische vrouwen

    Ook Ethiopische vrouwen zijn oververtegenwoordigd in sociale woningbouwprojecten in Israël. Elmakiyes Amos herinnert zich een episode waarin een Mizrachim-vrouw, Rachel Levy, met haar kinderen uit huis werd gezet nadat haar moeder was overleden, omdat ze niet langer voldeed aan de voorwaarden voor een sociale huurwoning. ‘De autoriteiten wezen de woning toe aan een andere Ethiopische vrouw,’ zegt Elmakiyes Amos. ‘Toen zij Rachel zag, die na haar uithuisplaatsing een tent had opgezet in het gras voor de deur, bood ze haar verontschuldigingen aan. Maar Rachel antwoordde: “Jij kunt hier niets aan doen. We zouden niet hoeven te vechten om dit appartement; er zou een appartement voor jou moeten zijn en een appartement voor mij.” Naar mijn idee is dat de essentie van deze tragedie. Toen ik dat zag, werd me duidelijk hoe intrinsiek kwalijk dit beleid is, waarmee verzwakte groepen tegen elkaar op worden gezet. Het illustreert ook perfect de noodzaak voor verzwakte bevolkingsgroepen om samen op te trekken en dit soort verbonden aan te gaan.’

    Het bevorderen van solidariteit tussen onderdrukte groepen is zeker een van de ambities van de activisten van Shovrot Kirot, al is het momenteel slechts een neveneffect van hun inspanningen. Voor nu is Amar ervan overtuigd dat er nog altijd spanning bestaat tussen mensen die strijden voor ‘sociale rechtvaardigheid’ en mensen die ‘politieke rechten’ propageren – hoofdzakelijk de Palestijnse strijd.

    Een deel van deze spanning is terug te voeren op de aard van de links/rechts-dichotomie in Israël, waarin wat als ‘links’ wordt gezien – en dan met name als ‘zionistisch links’ – grotendeels wordt gelijkgesteld aan de rijkere, voornamelijk Ashkenazi-delen van de samenleving; terwijl dat wat als ‘rechts’ wordt beschouwd van oudsher het armere deel van de samenleving is, voornamelijk Mizrachim.

    ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme’

    ‘We hebben nog niet de basis gevonden om samen op te trekken in alle campagnes en voor alle strijdpunten,’ zegt Amar. ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme, en of we onze krachten al moeten bundelen. Links Israël kan zich makkelijker verhouden tot de bezette gebieden dan tot mensen die bijvoorbeeld zijn afgesneden van de elektriciteit, waarbij zij zich de vraag moeten stellen: “Tja, wil dat zeggen dat ik meer belasting zou moeten betalen?”’

    ‘Aan de andere kant,’ vervolgt hij, ‘staat onze gemeenschap open voor het idee van sociale rechtvaardigheid, dus we willen het graag in één en hetzelfde gesprek kunnen hebben over het debat over de rechten van de Palestijnen en het recht op sociale huisvesting. Volgens mij is dat de functie van Shovrot Kirot: mensen meer bewust maken van sociale rechtvaardigheid, zodat we strijd kunnen voeren tegen zowel het kolonialisme als kapitalisme.’

    Eigen gemeenschap

    Sluzker Amran is ervan overtuigd dat het strategische waarde heeft om je allereerst op de eigen gemeenschap te richten. ‘Niet dat we ons verzet tegen de bezetting opgeven – ik denk dat de Palestijnen een einde zullen maken aan de bezetting,’ benadrukt ze. ‘Maar tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze eigen gemeenschappen sterker worden. En we kunnen er samen over praten op een manier waar iedereen zich in kan vinden en waarbij we de overeenkomsten benoemen.’

    ‘Mij staat geen “vredeskamp” voor ogen, waarin de meeste mensen zeer geprivilegieerd zijn en afkomstig uit een milieu dat al behoorlijk links is,’ vervolgt Sluzker Amran. ‘Ik richt me op mensen die weten hoe het is om met politiegeweld te maken te krijgen, mensen die niet verbaasd opkijken als de politie Iyad al-Hallaq vermoordt [een 32-jarige autistische Palestijnse man die werd neergeschoten en gedood door de Israëlische politie toen hij niet stopte bij de controlepost Lions’ Gate in Jeruzalem], of als ze zien hoe de politie zich opstelt tegenover de Bedoeïenen in de Negev-woestijn of bij de vrijdagse demonstraties in het bezette Oost-Jeruzalem. In Givat Amal, maar ook op andere plekken, zien ze de uitzettingen in Sheikh Jarrah en in de Negev-woestijn, ze zien de foto van een oude vrouw die de agenten of de soldaten smeekt om in haar huis te mogen blijven.’

    ‘Het is niet hetzelfde,’ verduidelijkt Sluzker Amran. ‘Maar mensen zien de gelijkenissen. Dat is niet de reden dat ik dit doe, maar ik heb wel het idee dat ik me op deze manier verzet tegen de bezetting.’

    Sivan Tahel, een activist van Shovrot Amran die zich voornamelijk bezighoudt met politiegeweld, ziet er geen meerwaarde in als de beweging zich zou voegen naar traditionele politieke labels. ‘Zeggen dat ik een Mizrachim-vrouw ben is al een politieke stellingname,’ betoogt ze, ‘omdat daarmee de machtsverhoudingen worden benoemd; niet of ik tot het “linkse” of het “rechtse” kamp behoor.’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk, want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk,’ vervolgt ze. ‘Want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur. En wat is er zo radicaal aan om binnen het systeem op zoek te gaan naar een politieke kleur? Wij zijn activisten, waar wij naar streven is een verandering van het hele systeem, niet alleen van de mensen aan de top.’

    Maar hoewel Tahel de overeenkomsten ziet tussen verschillende gemarginaliseerde groepen die met dezelfde sociale problemen worstelen, waarschuwt ze ook dat de verschillen niet moeten worden uitgevlakt. ‘Door bevolkingsgroepen met elkaar te verbinden, creëer je een mechanisme dat de tactiek van verdeel-en-heers ondermijnt,’ zegt ze. ‘Maar als we ons willen verenigen in de strijd, is het belangrijk om te onderkennen dat elke bevolkingsgroep uniek is.’

    Ze licht toe: ‘Het is schadelijk om de Mizrachim-strijd altijd te zien als een poort naar de strijd van een andere gemeenschap die een zwakkere positie zou hebben dan wij, aangezien de Mizrachim meer dan zeventig jaar lang zijn onderdrukt en uitgesloten zonder dat er ook maar sprake is van enige rechtvaardigheid of compensatie. Als Mizrachim moet je constant strijd leveren om je plek op te eisen, en je moet mensen er voortdurend van overtuigen dat je de waarheid vertelt over het feit dat je wordt onderdrukt. Dus de Mizrachim hebben een eigen strijd, die ook gevoerd moet worden. En Shovrot Kirot geeft ons daar de kracht voor.’