Tag: MO

  • Thuiskomen in Damascus. ‘Het was ijskoud, maar mijn hart voelde alsof het in brand stond’

    Thuiskomen in Damascus. ‘Het was ijskoud, maar mijn hart voelde alsof het in brand stond’

    Voor het eerst in bijna tien jaar keert Zida Qanawati terug naar Damascus, naar het huis waar ze opgroeide. Ze slaapt in haar kinderbed, loopt door de straten van oud Damascus en spreekt met vrouwen die uit de gevangenissen zijn vrijgelaten. Een persoonlijk verslag van een thuiskomst die te lang op zich liet wachten.

    Het duurde bijna tien jaar voordat ik een kopje Arabische koffie kon drinken in de keuken van mijn moeder. Daar, waar de warme zon van het land schijnt en de stad ’s avonds door het gebrek aan elektriciteit in duisternis gehuld is. Daar, waar de muren volhingen met afbeeldingen van vermisten en vermoorden, in plaats van met portretten van de president, die voorheen de straten van de stad vulden. Een groot deel van ons leven wachtten we tot de oorlog voorbij was, tot de tiran stierf en wij weer toegang kregen tot onze steden. Tot 8 december 2024 was mijn leven verscheurd. Ik leefde met een wond die nooit leek te genezen: de wond van ballingschap, vervreemding en isolatie.

    In Europa, en in veel steden daarbuiten, heb ik twee kinderen alleen opgevoed. Ik heb tientallen keren gedroomd dat mijn moeder ze samen met mij opvoedde en dat mijn gezin een huis in mijn stad zou hebben, waar we de weekends samen door konden brengen, hun favoriete gerechten voor ze kon koken en in hun armen kon huilen over het verdriet van mijn alleenstaande moederschap.

    Ik droomde dat de afgelopen vertien jaar niet zo eenzaam zouden zijn.

    En daar was het dan, dat historische moment dat ik nog steeds kan bevatten: Syrië heeft volgehouden en Assad is gevallen.

    Diepe littekens

    Het vliegtuig landde op het vliegveld van Beiroet, een stad die indruk op me maakte vanwege de diepe littekens van de recente oorlog en de verwoeste gebouwen langs de vliegveldweg in de zuidelijke buitenwijken.

    Er lag veel sneeuw op de weg, net zoals toen ik Damascus verliet.

    Bij de grensovergang tussen Syrië en Libanon stond mijn hart even stil. Mijn angst voor arrestatie kwam even terug. Ik dacht aan de vrienden die op exact deze grensovergang verdwenen waren.

    Hij [Bashar Al Assad] daarentegen stak veilig over, zonder enig spoor van de veiligheidstroepen van het voormalige regime. Hoe had hij plotseling kunnen verdwijnen? Hoe was hij ontsnapt? Waarom gebeurde dit allemaal?

    Waarom moesten Syriërs veertien jaar wachten op vrijheid?

    Waarom moesten Syriërs veertien jaar wachten op vrijheid? Waarom moesten wij zo veel levens verliezen, moesten mensen gemarteld worden in de slachthuizen van een tirannieke familie, kennismaken met de moderne hel, verpletterd worden in gevangenissen, van al hun rechten beroofd?

    Waarom stopte de wereld niet bij het eerste bloedbad van Assad? Dit zijn vragen waar geen zinvol antwoord op bestaat. In een absurde wereld kunnen we enkel absurde antwoorden verwachten. Ik ontmoette mijn vader en moeder in het huis waar ik ben opgegroeid. We omhelsden elkaar stevig en ik heb veel gehuild…

    Dit keer waren mijn kinderen er niet bij, ik wilde deze emotioneel zware ervaring niet met hen delen. Die nacht viel ik in slaap in mijn kinderlijk bed, in mijn eerste kamer, te midden van mijn eigen schoolboeken en die van mijn zus en van het speelgoed dat mijn moeder voor onze kinderen had bewaard om mee te spelen. Voordat ze die kans kregen, waren ze al volwassen.

    Het was ijskoud en ik trilde tot op het bot, maar mijn hart voelde alsof het in brand stond.
    Niet alleen onze huizen en onze dierbaren, onze levensjaren zijn ons ontnomen, ver buiten Syrië.

    Kortstondige vreugde

    Ik keek uit het raam waar ik al jaren van droomde. Ik zag een oude kerk en moskee, een palmboom vol mals, rood fruit, een tuin en Damasceense daken vol met zonnepanelen; de enige energiebron voor gezinnen die het zich konden veroorloven.

    Had het er altijd zo uitgezien? vroeg ik me af.

    Op de eerste dag nam mijn moeder me mee naar oud Damascus. Ik realiseerde me dat dit vroeger onze vaste route was. We gingen winkelen, dronken koffie en maakten lange wandelingen onder het dak van de historische Hamidiyeh Souq. Bij de baden van Khan Asaad Pasha rustten we zwijgend uit.
    Een kortstondig gevoel van vreugde komt op, waarna ik weer besef hoeveel verwoesting, wreedheid en armoede de bevolking hier heeft gekend.

    De gezichten in Damascus zijn getekend door honger als gevolg van jaren van belegering en onderdrukking. Hun huid hangt over de dunne botten in het gezicht.

    Maar deze gezichten dragen ook menselijke waardigheid, vanwege het onverwoestbare verlangen dat het leven doorgaat, de hoop op gerechtigheid, al is het maar gedeeltelijk, en de liefde voor degenen die terugkeren uit een gedwongen ballingschap die eeuwig leek te duren.

    Ik ruik de geuren van Damascus, een mengeling van diesel, uitlaatgassen, specerijen en thee. Ik denk aan alle inwoners van de gebieden die zijn gebombardeerd. Kunnen de wonden in de harten van de overlevennden worden genezen?

    Ik besef dat mijn familie heeft overleefd en dat iedereen die nog in Syrië is die alomaanwezige dood heeft weten te trotseren.

    Stap-voor-stapafspraken

    Politicoloog Amr Hamzawy betoogt dat voor Gaza een gefaseerde, verifieerbare aanpak kansrijker is dan een totaalakkoord.

    Het nieuwe, in Egypte ondertekende Gaza­akkoord heeft juist dankzij zijn gefaseerde opzet kans van slagen, betoogt Hamzawy in Foreign Affairs, mits het stevig wordt bewaakt en begeleid. Zijn punt: ‘gradualisme’ werkte eerder in het Midden-­Oosten, zolang er monitoring, prikkels en druk bestonden; waar die ontbraken (zoals bij Oslo) ging het mis.

    De geschiedenis biedt voorbeelden. Na 1948 legden de wapenstilstands­akkoorden van 1949 niet ‘de vrede’ vast, maar wel een werkbare pauze met duidelijke lijnen en gemengde commissies die incidenten moesten temperen: een klassiek stap­-voor­-stap kader.

    In de jaren zeventig volgden de Sinaï­ disengagements tussen Egypte en Israël (1974 en 1975): eerst scheiding van troepen en zones van beperking, daarna pas verdere politieke stappen. Die sequentie, onder intensieve Amerikaanse druk, effende de weg naar Camp David en het vredesver­drag van 1979 (met de MFO als toezichthouder).

    Parallel aan die logica stond het Israël-­Syrië­akkoord van 1974 op de Golan, waarbij een VN-­missie (UNDOF) decennialang de scheidslijn bewaakte; een voorbeeld van hoe volgehouden, extern toezicht een fra­giel bestand kan stabiliseren. Hamzawy plaatst daar tegenover dat Oslo niet struikelde over het principe van fasering, maar over gebrekkige borging: te weinig harde afspraken, prikkels en sancties om partijen door de moeilijke fases heen te duwen. Dat is volgens hem de les voor Gaza nu.

    In het huidige akkoord – met staps­gewijze vrijlatingen en gefaseerde veiligheids­ en hulpafspraken – staat of valt de vooruitgang met conse­quente internationale betrokkenheid en verificatie. Zonder die combinatie wordt een gefaseerd plan een verza­meling tactische pauzes; mét die combinatie kan het, zoals eerder in de regio, ‘de brug slaan tussen een wapenstilstand vandaag en politieke afspraken morgen’.

    Die nacht slaap ik niet gemakkelijk. De pijn van de stad ligt me zwaar op het hart en ik huil om alles wat ik verloren heb. Daarna heb ik het elke dag kouder en met de toenemende stroom- en wateruitval wordt het leven met de dag moeilijker. De afgelopen acht jaar, na mijn afstuderen aan de Media-universiteit in Tsjechië, heb ik gewerkt voor feministische organisaties die zich inzetten voor de rechten van Syrische vrouwen. Ik heb de schendingen gedocumenteerd waarmee zij te maken krijgen onder de druk van oorlog, militarisering en de strijdende krachten binnen Syrië, gedomineerd door de duistere kant van het patriarchaat. De oorlogsjaren hebben interne conflicten aangewakkerd en in veel opzichten de generaties-oude geweldscycli vergroot, met een directe impact op het leven van Syrische vrouwen.
    Maar ze bleven strijden. En hoewel de strijd van de Syrische vrouwen werd beperkt door bombardementen, ontheemding, verbanning, arrestaties en zelfs moord, gaven ze niet op. Zodra het oude Syrische regime viel, voelde ik dat alles waar we ons voor hadden ingespannen zinvol was en dat we binnenkort de zon zouden zien, of in ieder geval een glimp daarvan.

    Ik ben niet voor een persoonlijk bezoek naar Damascus gekomen. Ik wilde vrouwen ontmoeten die uit de gevangenis zijn vrijgelaten. Ik wilde hun overlevingsverhalen vastleggen en de moedige keuzes die ze hebben gemaakt door zich te verzetten. Ik wilde hen vragen waar ze de moed vandaan halen om om ondanks de angst voor dood en marteling te blijven strijden. Hoe gaan ze om met het stigma waarmee ze te maken krijgen tijdens hun detentie en na hun vrijlating, en met welke gevolgen hiervan hebben ze vandaag de dag nog steeds te maken? Ondanks de somberheid meen ik hoop in hun blikken te ontwaren…

    Hoop

    In Damascus heb ik mezelf herhaaldelijk afgevraagd wat hoop betekent en wat het is dat ons aanmoedigt om eraan vast te houden. Ik besefte dat we geen andere keus hebben.

    Wat hebben we in een land waar grote delen met de grond gelijk zijn gemaakt en de gezichten van de bevolking zijn weggevaagd, behalve hoop om te overleven? Na tien jaar ontmoette ik mijn levenslange vriendin Lama in Damascus. Terwijl ik daar naast haar zat en de tranen me over de wangen stroomden voelde ik hoe erg ik haar miste, hoeveel liefdevoller mijn leven zou zijn geweest als ik dicht bij haar was geweest, bij iedereen van wie ik hou.

    Lama zei: ‘Ik had niet verwacht dat we elkaar ooit nog zouden zien. Mijn droom om Damascus te bezoeken was een fantasie geworden, zoals veel van van onze wensen zijn dromen geworden.’
    Maar sommige fantasieën zijn uitgekomen. Zou ook de vrede die we zo vurig voor Syrië wensen ooit hersteld kunnen worden?

    ’s Avonds, terwijl ik tussen mijn moeder en vader zit op het wollen kleed, naast een kleine oliekachel die nauwelijks warmte brengt, pak ik mijn tas weer in. Uit de enorme boekenkast kies ik mijn favoriete boek van Isabel Allende, Liefde en schaduw, om mee te nemen naar Berlijn, mijn nieuwste ballingsoord, waar ik al anderhalf jaar woon.

    In dat boek las ik voor het eerst over een massagraf. Ik vond het een schokkend idee, en had nooit verwacht dat ik op een dag in mijn eigen prachtige stad over massagraven zou lopen, met daarin misschien wel de botten van mijn schoolvrienden, mijn stadsgenoten en kinderen die de smaak van brood, de geur van tijm en goedkoop snoepgoed onthouden werd.

    Mijn moeder blijft hardop herhalen: ‘Als een droom… je kwam bij ons als een droom.’

    Ik open de laatste pagina van Allendes boek en lees:

    ‘Bij het gouden ochtendgloren bleven ze even stilstaan om voor de laatste keer naar hun thuisland te kijken. Erin fluisterde: “Komen wij nog eens terug?”
    Francesco antwoordde: “Wij komen terug.”

    Deze belofte zou hun lot voor de komende jaren bepalen: Wij komen terug, wij komen terug.’


  • Een preventieve oorlog? ‘Van een acute dreiging was geen sprake’

    Een preventieve oorlog? ‘Van een acute dreiging was geen sprake’

    In een interview met Le Monde analyseert Jeffrey Lewis van het Middlebury Institute of International Studies in Californië de aanvallen van de regering-Netanyahu op de nucleaire en militaire infrastructuur van Iran.

    Israëlische raketten hebben Natanz in Iran getroffen, een van de belangrijkste verrijkingsinstallaties in het land. Ook heeft Israël enkele van de beste Iraanse kernwetenschappers gedood. In hoeverre is het nucleaire programma van Iran verzwakt?

    ’Ik geloof niet dat het nucleaire programma van Iran ernstige schade heeft opgelopen. Israël is er niet in geslaagd de diep gelegen installaties in Natanz en Isfahan te vernietigen. Zolang Israël niet alle wetenschappers doodt en niet alle centrifuges en de hele uraniumvoorraad heeft verwoest, heeft het Iraanse nucleaire programma misschien vertraging opgelopen maar is het niet geëlimineerd.’

    Israël verklaart dat het om een preventieve oorlog gaat omdat er sprake was van een nucleaire dreiging. Hoeveel tijd had Iran om een bom te fabriceren?

    ‘Volgens de Israëlische premier Benjamin Netanyahu kon Iran binnen een jaar of enkele maanden over een eigen atoombom beschikken. Dat is zorgwekkend. Maar van een acute dreiging was geen sprake.’

    ‘Voor Israël gaat het niet zozeer om de kernwapens, maar om de val van het regime’

    Waarom is er dan nu toegeslagen?

    ‘In werkelijkheid ging het Israël om de militaire leiding van Iran en het vermogen van het land om terug te slaan met raketten. Voor Israël gaat het niet zozeer om de kernwapens, maar om de val van het regime. Wat de dreiging zo acuut maakte, was de politieke situatie in Israël. Benjamin Netanyahu is sinds het conflict in Gaza geïsoleerd geraakt; een aanval op Iran kon zijn internationale reputatie geen werkelijke schade meer toebrengen. De Israëlische premier moest de nucleaire onderhandelingen tussen de VS en Iran afwachten. Toen die ten einde waren, ging er een raam op een kier en heeft Israël aangevallen.’

    Experts van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) hebben drie nucleaire locaties aangewezen. Sommige experts spreken over een vierde, onbekende locatie…

    ‘Het tellen van de gemelde locaties is een ingewikkelde exercitie. Natanz telt voor twee. Dan is er Fordo. Iran heeft gemeld dat het een derde verrijkingsfabriek met centrifuges heeft gebouwd en het IAEA daarover heeft geïnformeerd. Waar deze fabriek staat is onbekend. En dan is er nog een faciliteit in Isfahan, waar uranium wordt omgezet in gas, en het verrijkte gas vervolgens in metaal. Deze faciliteit is licht beschadigd. Maar er zijn ook ondergrondse installaties die ongedeerd zijn gebleven. Vervolgens zijn er nog andere installaties, zoals een kernreactor in aanbouw vlak bij Irak. Volgens Iran is dat een nieuwe ondergrondse installatie, maar zonder centrifuges. Maar het IAEA heeft daar geen informatie over.’

    Wel gevaarlijk dat het IAEA deze locaties niet kent…

    ‘Dat maakt het veel makkelijker voor Iran om in een later stadium later in het geheim een nieuw kernprogramma op te starten. Israël, de VS en Europa zullen aangewezen zijn op informanten ter plaatse, satellietbeelden en andere inlichtingenbronnen. Als de Iraanse regering sterk geïnfiltreerd is door buitenlandse inlichtingendiensten, zullen ze niet ongestoord hun gang kunnen gaan. We hebben deze week kunnen zien hoe slecht het met hun operationele veiligheid is gesteld. Maar ze kunnen leren van hun fouten.’

    ‘Als de operatie niets oplevert en het regime blijft zitten, zal Iran weinig aandrang voelen om het kernwapenprogramma te beëindigen’

    Wat wilt u daarmee zeggen?

    ‘De gok van Israël is riskant, want als de operatie niets oplevert en het regime blijft zitten, zal het maar weinig aandrang voelen om het kernwapenprogramma te beëindigen. De nucleaire kwestie kan een spectaculaire ontwikkeling doormaken in Iran. Denk aan de groep mensen in Iran die over dit onderwerp discussieert. Die zullen bij zichzelf zeggen: al diegenen die zes maanden geleden hebben afgezien van kernwapens zijn vermoord, dus misschien moeten we toch maar kernwapens gaan fabriceren.’

    Zou deze aanval het regime uiteindelijk kunnen versterken, in plaats van het ten val te brengen?

    ‘De Israëli’s richtten zich op alle niveaus van de militaire capaciteit van Iran en beginnen de Iraanse bevolking veel leed te berokkenen. De vraag die je je kunt stellen, is of deze aanvallen ertoe zullen leiden dat de Iraniërs zich meer achter de huidige regering scharen of juist niet.’

    Hoe belangrijk is de faciliteit in Fordo voor het Iraanse nucleaire programma?

    ‘Fordo is een replica van de installatie in Natanz en kan geheel zelfstandig uranium van militaire kwaliteit produceren. Israël heeft Fordo niet aangevallen en zou tegen de VS hebben gezegd dat dat zonder hun hulp onmogelijk is. Het nucleaire akkoord bepaalde dat Iran zich in Fordo niet met verrijking mocht bezighouden, omdat de VS destijds al het vermoeden hadden dat de faciliteit moeilijk te vernietigen zou zijn.’

    ‘Trump is verantwoordelijk voor deze crisis’

    Is er een antibunkerbom nodig om de faciliteit te vernietigen of zijn er ook andere oplossingen?

    ‘De faciliteit ligt heel, heel diep onder de grond. Israël zou kunnen proberen de aanvoerlijnen te vernietigen en de ventilatie af te sluiten zodat ze niet langer kan functioneren. Maar haar laten ontploffen wordt nogal moeilijk. Je kunt aan een cyberaanval denken, of aan zelfmoordcommando’s. Een kernwapen gebruiken om de bunker op te blazen is een andere optie, maar dat zou gigantische gevolgen hebben, met name voor de buren van Israël.’

    Wat zijn volgens u de gevolgen geweest van het feit dat Trump zich in 2018 heeft teruggetrokken uit het Joint Comprehensive Plan of Action?

    ‘Trump is verantwoordelijk voor deze crisis. Natuurlijk, zijn opvolger Joe Biden is medeverantwoordelijk, want die had na 2021 weer orde op zaken kunnen stellen. Maar het is allemaal begonnen met de opzegging van het verdrag door de VS. Voor degenen die uit waren op een regimewisseling in Iran, zoals Netanyahu altijd wilde, was het akkoord slecht omdat het de sancties ophief en Iran weer een plaats in de internationale gemeenschap gaf. In hun ogen was het handhaven van de sancties belangrijker dan het oplossen van de nucleaire kwestie. Dat is de kern van het probleem.’

  • Hoe Iran de Europese onderwereld als machtsmiddel gebruikt

    Hoe Iran de Europese onderwereld als machtsmiddel gebruikt

    Teheran maakt gebruik van gewelddadige netwerken zoals het Zweedse Foxtrot en het Ierse Kinahan-kartel om geheime staatsoperaties uit te voeren. ‘Het vervagen van de grens tussen criminaliteit en staatsbeleid heeft grote gevolgen.’

    Op 1 oktober 2024 klonk er een geweerschot bij de Israëlische ambassade in de Zweedse hoofdstad Stockholm. Later die dag ontploften twee handgranaten bij de Israëlische ambassade in de Deense hoofdstad Kopenhagen. De aanslagen werden gepleegd door jongemannen, naar verluidt tussen vijftien en twintig jaar oud, die banden hebben met de Zweedse georganiseerde misdaad. Zweedse en Israëlische speurders verdachten Foxtrot, een keihard Zweeds misdaadsyndicaat dat een leidende positie heeft in de Noord-Europese onderwereld. Maar waarom zou een bende die zich vooral bezighoudt met drugshandel in Noord-Europa het op Israëlische ambassades hebben gemunt? Had hun ongrijpbare maffiabaas, Rawa Majid, ineens de Palestijnse zaak omarmd?

    Opmerkelijk was dat ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, op 12 maart 2025 sancties instelde tegen Majid en zijn netwerk. Was dit het zoveelste staaltje trumpiaanse impulsiviteit, of was er meer aan de hand? Rubio suggereerde dat hier machinaties van Teheran in het spel waren; Majid zou een waardevol stuk zijn op het Iraanse schaakbord.

    Op het eerste gezicht lijkt het erop dat Washington Majid gebruikt om een van zijn stokpaardjes te berijden: de toename van criminaliteit en maatschappelijke problemen zouden het gevolg zijn van een ruimhartig immigratiebeleid. Donald Trump heeft Zweden als afschrikwekkend voorbeeld gesteld. Majids Koerdisch-Iraanse ouders ontvluchtten in de jaren tachtig de oorlog tussen Iran en Irak en vestigden zich in de lommerrijke universiteitsstad Uppsala, waar hun zoon vervolgens niet uitblonk als student, maar als crimineel. Majid maakte gebruik van hechte vriendschaps-, familie- en clanbanden om zijn netwerk op te bouwen. En hij was meedogenloos. Toen zijn vriend Ismail Abdo een eigen splintergroep oprichtte die zich bezighield met vergelijkbare criminele activiteiten als Foxtrot, betekende dat het einde van hun vriendschap. Majid wordt ervan verdacht in 2023 opdracht te hebben gegeven voor de moord op Abdo’s moeder.

    Majid (‘Koerdische Vos’) groeide uit tot een beruchte figuur. Zijn organisatie haalt regelmatig de Zweedse tabloids. Hij zou Noord-Europa overspoelen met drugs. Hij liet drugs uit Zuid-Amerika komen, verborgen in containers vol bananen en landbouwproducten. Hij smokkelde wapens en verdovende middelen over de Sontbrug die Denemarken met Zweden verbindt en kwam in contact met drugskartels in heel Europa.

    Majid deinsde er niet voor terug kinderen in te zetten voor moordaanslagen

    Majid deinsde er niet voor terug kinderen in te zetten voor moordaanslagen. Het liberale Zweedse rechtssysteem, dat bij minderjarigen de nadruk legt op rehabilitatie boven straf, speelde hem daarbij in de kaart. Tot zijn kindsoldaten behoorden de jongemannen die de aanslagen op de Israëlische ambassades zouden hebben gepleegd. Volgens de Zweedse en Israëlische veiligheidsdiensten overtuigden Majids activiteiten Iran ervan dat hij de ideale figuur was om bepaalde klussen in het buitenland op te knappen. Zijn ervaring en netwerk in de onderwereld reikten van Europa tot het Midden-Oosten. Hij beweegt zich als een kameleon tussen werelden, zonder vaste loyaliteit aan een land, ideologie of vlag, enkel gedreven door geld. Die kenmerken maakten hem aantrekkelijk voor de Iraniërs.

    In de huidige oorlogen lijken de zwakkeren in het voordeel te zijn. Steeds vaker gaat het om asymmetrische conflicten, waarin minder krachtige partijen met eenvoudige, dodelijke technologieën aanzienlijke schade kunnen aanrichten zonder dat het op een directe confrontatie met hun sterkere tegenstanders hoeft aan te komen. Een drone van hondervijftig dollar kan een stuk artillerie van twee miljoen dollar uitschakelen. Een Noord-Koreaanse hacker kan de Britse nationale gezondheidsdienst platleggen of de nationale bank van Bangladesh leegtrekken. Met gemodificeerde piepers kun je een paramilitaire organisatie buiten gevecht stellen. Met een man als Majid kon een staat als Iran zijn doelen op een goedkope en effectieve manier bereiken, en beschuldigingen simpel van de hand wijzen.

    Om te begrijpen waarom Teheran een Zweedse gangster als pion in zijn buitenlandse beleid zou inzetten, moeten we kijken naar de geschiedenis van Iraanse geheime operaties in het buitenland. Die strategie heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld. Majid is slechts één schakel in een groter plan om politieke doelen op het wereldtoneel te verwezenlijken.

    ‘Wees als water’

    Kort na de Islamitische Revolutie in 1979 begon Iran al gedurfde en brute plannen uit te voeren om zijn vijanden in Europa, Latijns-Amerika, Azië en Noord-Amerika uit te schakelen. Enkele maanden na de revolutie werd Shahriar Shafiq – een neef van de afgezette sjah Mohammed Reza Pahlavi – in Parijs vermoord. Dat was niet ongebruikelijk in die tijd; Israël schakelde zijn vijanden in het buitenland op soortgelijke wijze uit. Iran had echter geen machtige vrienden of bondgenoten zoals de Verenigde Staten. Zijn optreden leidde tot internationale isolatie en bevestigde zijn status als paria. De jonge republiek realiseerde zich al snel dat het inzetten van eigen agenten voor wereldwijde liquidaties contraproductief was: te riskant en te opzichtig.

    Tegelijkertijd moest het land, gebukt onder internationale sancties en afgesloten van de wereldwijde financiële markten, manieren vinden om strafmaatregelen te omzeilen en zo inkomsten te genereren om zijn militaire apparaat draaiende te houden. Het moest essentieel militair materieel aanschaffen om zijn strijdkrachten en bondgenoten te bevoorraden, en ondertussen geduchte tegenstanders uitschakelen, zoals de Volksmoedjahedien in het buitenland en de binnenlandse Groene Beweging. Hoe? Hiervoor werd Bruce Lees beroemde adagium gevolgd: ‘Wees als water.’ 

    Iran veranderde zijn tactiek en ging pragmatischer te werk. Het maakte zich minder afhankelijk van ideologische bondgenoten zoals Hezbollah in Libanon en wist transnationale misdaadkartels succesvol in te zetten als instrument van buitenlands beleid. Zowel Iraanse als buitenlandse criminele organisaties werden gebruikt om de eigen belangen te behartigen, en altijd op zo’n manier dat ontkenning mogelijk was.

    Iran is afhankelijk van gangsterbazen van eigen bodem als Naji Sharifi Zindashti om vijanden over de grens aan te vallen. Zindashti’s criminele connecties reiken tot Istanbul, Londen en Toronto. Hij huurde Canadese leden van de Hells Angels in om Iraanse dissidenten te vermoorden. Volgens de Turkse autoriteiten was Zindashti betrokken bij de ontvoering van een Zweeds-Iraanse activist in 2020, die in Iran werd geëxecuteerd. Majids Foxtrot lijkt dus slechts een van de vele criminele organisaties wereldwijd te zijn die Iran inzet voor zijn geheime operaties.

    [Zindashti] huurde Canadese leden van de Hells Angels in om Iraanse dissidenten te vermoorden

    Je kunt Foxtrot zelfs klein bier noemen vergeleken met het Ierse Kinahan-kartel, dat veel oudere banden heeft met Iran. Het Kinahan-kartel begon wellicht enigszins bescheiden in Dublin, maar tegen de tijd dat het zaken deed met de Iraniërs, strekte zijn criminele invloed en netwerk zich wereldwijd uit. De banden van het kartel met Teheran tonen aan hoe geraffineerd Irans beleid was geworden. De relatie tussen Iran en de Ierse misdaadfamilie gaat ten minste terug tot 2016. Onder leiding van de gangsters Christopher ‘Christy’ Kinahan sr. en zijn zonen Daniel en Christy jr. is het kartel ongeveer een miljard dollar waard geworden, voornamelijk door drugshandel. Ondanks zijn betrokkenheid bij meerdere moorden, werd de flamboyante Daniel – de feitelijke leider – zelfs positief genoemd door voormalig wereldkampioen boksen Tyson Fury.

    De Kinahans bewezen Iran goede diensten met hun criminele connecties en expertise in het witwassen van illegale inkomsten op plaatsen waar weinig financieel toezicht was, zoals Cyprus, Malta en Dubai. In 2016 ontdekte de Ierse politie dat de groep een Nederlands-Marokkaanse crimineel had ingehuurd om een ​​Iraanse tegenstander van het regime te vermoorden. Later, nadat de Kinahans zich in Dubai hadden gevestigd, ontdekte de Amerikaanse Drug Enforcement Administration dat het kartel geld witwaste op het Iraanse eiland Kish – een vrijhandelszone in Iran die bekendstaat om haar snelle en ruwe omgang met geld. Er doken ook berichten op over zakelijke banden met Hezbollah en geldstromen die via Syrië en Libanon werden doorgesluisd. Christy Kinahan zou zelfs hebben geprobeerd vliegtuigonderdelen te kopen voor Teheran, waar de luchtvaartmaatschappijen met hun verouderde vloten voortdurend behoefte aan hebben.

    De connectie tussen Kinahan en Iran maakte voor Europese veiligheidsdiensten duidelijk hoe Iran transnationale criminele netwerken had geïntegreerd in zijn staatsstructuur. Daarmee werd georganiseerde misdaad niet langer uitsluitend een kwestie voor justitie – het raakte rechtstreeks aan de nationale veiligheid. In 2022 zette de regering-Biden een beloning van 5 miljoen dollar per persoon uit voor informatie die zou leiden tot de arrestatie van leden van de organisatie. Inlichtingen- en opsporingsdiensten hebben inmiddels ook Iraanse banden blootgelegd met onder meer de Japanse Yakuza, de Nederlandse Mocromaffia, Peruaanse drugskartels en Oost-Europese misdaadgroepen – aanwijzingen dat het Iraanse regime zich doelbewust heeft aangepast aan de hedendaagse geopolitiek.

    Criminaliteit en staatsbeleid

    De sancties die senator Rubio tegen Majid instelde, lijken dan ook meer dan symbolisch. Ze weerspiegelen het groeiende besef dat het geopolitieke speelveld fundamenteel is veranderd. Een tactiek die ooit tot de schimmige marge van machiavellistische staatspraktijken behoorde, zou in het tijdperk van sterke leiders weleens gemeengoed kunnen worden. Het ligt dan ook voor de hand dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in de toekomst vaker sancties zal instellen tegen actoren die georganiseerde misdaad en buitenlandse belangen met elkaar verweven.

    Deze ontwikkeling maakt het er voor westerse veiligheidsdiensten niet makkelijker op. De inzet is hoog – het raakt aan de wereldorde, maar ook aan de rechtsstaat, de handhaving van de wet, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Het vervagen van de grens tussen criminaliteit en staatsbeleid heeft grote gevolgen. Diaspora uit het Midden-Oosten zullen met grotere argwaan worden bekeken, simpelweg op basis van hun geloof of politieke overtuiging.

    Criminelen als Majid en de Kinahans dreigen ondertussen aan het recht te ontsnappen – ze weten immers als geen ander hoe in grijsgebieden te opereren. Ze kunnen altijd terecht in Teheran, Moskou of in andere landen die graag gebruikmaken van hun diensten.

    Nadat Majid een visum voor Turkije had gekocht, zou hij nu voortvluchtig zijn. Sommigen denken dat hij in Iran zit, of in Afghanistan. Het Kinahan-kartel is niet meer in Dubai gezien sinds de sancties die tegen hen werden opgelegd. Er gaan geruchten dat kartelleden in Iran van hun bescherming profiteren, en nog altijd actief zijn. De vraag is inmiddels niet of Iran de georganiseerde misdaad blijft inzetten, maar of het Westen bereid en in staat is om daar effectief tegen op te treden.

    Afgelopen weekend zaten Amerikaanse en Iraanse functionarissen in Oman aan tafel voor indirecte gesprekken over het Iraanse nucleaire programma. De VS eisten de volledige ontmanteling daarvan, terwijl de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi zich alleen bereid verklaarde directe onderhandelingen te blijven voeren als Trump de militaire optie opgeeft. Maar zelfs als Araghchi erin slaagt de oorlogsdreiging weg te nemen, kan Iran een schaduwoorlog blijven voeren met een leger van internationale criminele netwerken. Nu is het afwachten of de VS erin slagen zowel Irans nucleaire ambities in te dammen als hun inzet van georganiseerde misdaad zónder de regio te destabiliseren. Als er vooruitgang wordt geboekt in de nucleaire onderhandelingen, geeft dat Washington mogelijk meer ruimte om de criminele dreiging aan te pakken.

  • Hoe Imkers in Jemen een oude nomadische traditie nieuw leven inblazen

    Hoe Imkers in Jemen een oude nomadische traditie nieuw leven inblazen

    Om de productiviteit van hun bijenkorven te verhogen, hebben Jemenitische imkers klassieke nomadische gebruiken overgenomen. Ze migreren door het land om de bloeiperiodes van verschillende planten te kunnen benutten.

    Toen imker Mosad Al-Humairi zag hoe zijn truck met 48 bijenkorven plotseling scheef kwam te staan, de rechterwielen in de modder wegzakten en het dak overhelde richting de afgrond, stond de tijd even stil. De 288 kilometer lange reis van Ibb, in Centraal-Jemen, naar Al-Usaymat in de noordelijke provincie Amran was bedoeld om de voortplanting van zijn bijen te bevorderen en de beestjes productiever te maken. Maar door zware regenval was de onverharde weg veranderd in een grote modderpoel, en hing zijn broodwinning opeens aan een zijden draadje. ‘Het moment leek oneindig lang te duren en ik stond daar maar, als de dood dat mijn halve bijenkolonie verloren ging, terwijl mijn drie zoons de truck weer recht probeerden te zetten,’ vertelt hij over die noodlottige septembernacht.

    Al-Humairi had al een week extra gewacht op mooier weer, zodat hij de bijenkorven van de hooglanden in Ibb, waar hij sinds maart verbleef, kon verplaatsen naar Al-Usaymat. Daar was namelijk de bloeitijd van de inheemse sidr-boom begonnen. Die zeven dagen zijn van onschatbare waarde in het korte leven van de kostbare sidr-bloem, die van half september tot half november bloeit en waar Jemenitische honing wereldwijd om bekendstaat. Hij wilde niet nog meer kostbare tijd verliezen, dus laadde hij al zijn bijenkorven in en ging hij door weer en wind de weg op. Hij moest ’s nachts rijden, omdat de bijen dan allemaal weer in hun korven zitten.

    Seizoensmigratie

    Deze eeuwenoude seizoensmigratie, ook wel de Tazeeb genoemd, is een belangrijk onderdeel van het Jemenitische leven. Veel Jemenieten zijn rundveehouders, en zijn eraan gewend om als nomaden het dorre landschap af te reizen om hun vee te laten ­grazen. Door de klimaatverandering stijgt de temperatuur en valt er in Jemen, een van de droogste landen ter wereld, nog minder regen. Daarom hebben Jemenitische imkers sinds kort deze nomadische gebruiken overgenomen om zo meer bloeiende ­bloemen te vinden en het diverse maar fragiele ecosysteem in het land optimaal te gebruiken. 

    Volgens experts en imkers hebben de mobiele bijenstallen een grote invloed gehad op bijenpopulaties en hun productiviteit. Alleen al in de periode 2017-2020 zijn er minstens honderdduizend bijenkorven bij­gekomen, aldus het Jemenitische ministerie van Landbouw. 

    ‘In 2010 heb ik 61 bijenkorven geërfd van mijn vader. Na vijf jaar goede zorg waren dat er 67,’ zegt Al-Humairi. ‘En toen begon ik met de Tazeeb. In 2024 zat ik op 97 korven. Dat komt doordat we altijd de bloeiende bloemen opzoeken; zo bieden we de bijen het hele jaar door vruchtbare en gezonde omstandigheden.’

    Door habitatverlies, landbouwgif en klimaatverandering daalt de wereldwijde bijenpopulatie schrik­barend snel

    Door habitatverlies, landbouwgif en klimaatverandering daalt de wereldwijde bijenpopulatie schrik­barend snel, maar de migrerende bijenstallen in Jemen vormen een natuurlijke methode om de populatie snel te doen stijgen. ‘Vóór de Tazeeb kreeg ik wel langzaam meer bijen, maar het tempo kon nooit op tegen de sterfte tijdens koude of juist hete periodes, waarin er minder eten is,’ legt Al-Humairi uit.

    Volgens Abdulaziz Al-Junaid, hoofd veevoorzieningen bij het ministerie van Landbouw in Sanaa, vervoert naar schatting 80 procent van de honderdduizend imkers in Jemen zijn bijen­korven seizoensmatig om de bloei van verschillende planten te kunnen benutten. Een van de belangrijkste migraties is die tijdens de bloeiperiode van de sidr-boom. Deze grote, doornige bomen groeien in heel Jemen en bloeien maar een heel korte periode. Sidr-honing kan tot wel 140 euro per kilo opleveren en wordt geprezen om zijn medicinale eigenschappen. 

    ‘Als de sidr-bloemen beginnen te vallen en de vruchtvorming begint, trekken de meeste imkers naar een gebied met veel bomen,’ aldus imker Mabrouk Al-Muntasir. Er is dan van september tot november een toestroom aan imkers naar Hadramaut in het oosten, Hajjah in het noorden, en sommige delen van Ibb, Dhamar en Taiz.

    Uitputting

    Tijdens het sidr-seizoen werken de bijen keihard, alsof ze zich ervan bewust zijn dat er maar weinig tijd is, merkt Al-Muntasir op. ‘Ze putten zichzelf uit, dus brengen we ze naar groenere gebieden, zodat ze kunnen aansterken en zich kunnen voortplanten,’ zegt hij, ter verklaring van de periode van acht maanden in het graasland. Deze bijenmigratie zorgt voor verschillende types honing, aangezien verschillende planten de nectarvoorraad beïnvloeden.

    Het ministerie van Landbouw in Jemen, dat onder de Houthi-regering in Sanaa valt, schat in dat de honingproductie in de laatste tien jaar fors is gestegen. Alleen al in 2024 produceerde Jemen 7000 ton honing, waaronder sidr-honing en andere soorten. In 2017 was dit nog 2500 ton. 

    Net als elders ter wereld zijn imkers in Jemen in gevaar. Wereldwijd onderzoek heeft aangetoond aan dat pesticiden een drastische invloed hebben op het voortplantingsvermogen van bijen. In Jemen zijn sommige imkers door chemische besproeiing een kwart van hun korven verloren, aldus Al-Junaid. ‘Pesticiden veroorzaken massale bijensterfte,’ zegt hij. Volgens hem heeft dit geleid tot conflicten tussen imkers en malaria­bestrijdingsteams die die met pesticiden werken, recentelijk nog in Ibb, in april.

    Al-Junaid zegt dat het ministerie van Landbouw er bij het ministerie van Volksgezondheid op heeft aangedrongen om bij het plannen van de besproeiing rekening te houden met de Tazeeb-routes, maar dit wordt weinig gehandhaafd. ‘Soms beginnen ze zonder aankondiging aan een campagne, en dat leidt dan tot ­conflicten,’ vertelt hij. 

    ‘Zonder samenwerking tussen boeren en imkers zal de bijenpopulatie steeds meer gevaar lopen’

    Het illegaal kappen van sidr-bomen vormt ook een groot probleem. Vanwege de economische crisis in Jemen, die door bijna tien jaar oorlog alleen maar is verergerd, is het kappen van bomen voor houtskool en brandhout fors toegenomen. ‘Ontbossing is voor sommigen hun broodwinning geworden,’ zegt Al-Junaid. ‘Ze vellen niet meer alleen de dode bomen; ze hakken ook levende bomen om, laten ze drogen en maken er houtskool van.’ Gesprekken met lokale autoriteiten om ontbossing tegen te gaan hebben weinig resultaat opgeleverd en de sidr-bossen blijven krimpen, voegt hij toe. 

    De klimaatverandering zorgt voor extra obstakels. De Tazeeb begon ooit als oplossing voor een verandering in weerpatronen, maar door toenemende woestijnvorming, overstromingen en habitatverlies hebben de migratie nog noodzakelijker gemaakt, zegt Al-Junaid. ‘Imkers uit gebieden zoals Shabwa in het zuiden en Tihama in het westen hebben hun geboortegrond verlaten en trekken het hele jaar rond om hun bijen van voedsel te kunnen voorzien,’ zegt hij. Volgens Al-Junaid zijn er in Jemen nu naar schatting 1,3 miljoen bijenkorven; dat waren er drie jaar geleden nog 1,197 miljoen. De Tazeeb is naar zijn mening cruciaal geweest bij het behouden en uitbreiden van de bijenpopulaties. Bijenonderzoeker Abdulsalam ­Al-Samawi merkt op dat ontbossing, voedsel­gebrek in de winter en onbegrensd pesticidegebruik de voordelen van de Tazeeb het meest in de weg zitten. ‘Zonder samenwerking tussen boeren en imkers zal de bijenpopulatie steeds meer gevaar lopen,’ waarschuwt hij. 

    Inspanning

    De Tazeeb is een fysieke zware inspanning, waarbij regelmatig wordt gereisd en waarbij minstens twee volwassenen nodig zijn om de korven constant in de gaten kunnen houden. Dat is het dagelijks leven van de twintigjarige Montaser Al-Harazi, die dag in, dag uit de bijen­korven nauwkeurig monitort. ‘Er hoeft maar één hoornaar binnen te komen en het valt allemaal in duigen,’ zegt hij. ‘Zo’n beest kan niet alleen heel veel bijen doden, maar de kolonie kan ervan op de vlucht slaan.’ 

    Om de korven te beschermen plaatst hij vallen voor slangen en andere roofdieren. Ook heeft hij een zelfgemaakte katapult bij zich, in elkaar geknutseld van rubber en ijzer, om elke vorm van bedreiging mee te bekogelen. Hij is steeds ervarener geworden in het jagen op dieren die het op zijn bijen hebben gemunt.

    Maar de Tazeeb eist zijn tol. ‘Ik leef nu net als de bijen: ik reis altijd rond en blijf nooit op één plek,’ zegt hij. ‘Zoals de ­klimaatverandering de stabiliteit van de bijen heeft aangetast, hebben de oorlog en de strijd om te overleven onze stabiliteit weggenomen.’ 

  • De Islamitische Republiek Iran zal vallen

    De Islamitische Republiek Iran zal vallen

    De Iraanse winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede maakte van haar voorlopige vrijlating gebruik om te vertellen over haar land en haar hoop, in een tijd waarin het regime van de ayatollahs kwetsbaarder lijkt dan ooit.

    Narges Mohammadi was negentien jaar toen ze voor het eerst gearresteerd werd voor het dragen van een simpele oranje outfit. Sindsdien is ze niet opgehouden met haar activisme tegen de doodstraf en gendersegregatie in Iran. Haar strijd voor mensenrechten heeft ertoe geleid dat ze dertien keer gevangen is gezet, is mishandeld, vier keer in eenzame opsluiting is geplaatst en tien jaar lang haar twee kinderen, een tweeling, heeft moeten missen. De tweeling woont nu in Frankrijk bij hun vader, de verbannen dissident Taghi Rahmani. Maar niks kan Narges Mohammadi het zwijgen opleggen. Met de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging die in september 2022 ontstond terwijl zij gevangenzat, is ze een leidende figuur geworden in het verzet tegen de Islamitische Republiek. Toen in oktober 2023 de Nobelprijs voor de Vrede werd uitgereikt, zat ze nog steeds in de gevangenis. 

    Op 4 december werd ze vrijgelaten, vanwege een medisch verlof. Ze maakte gebruik van deze tijdelijke vrijheid om begin februari dit interview te geven. Ze weet dat het kan leiden tot een strafverhoging op de twaalf jaar gevangenisstraf die ze nog heeft. 

    Maar in een tijd waarin het regime in Teheran zowel intern als extern verzwakt is, blijft Mohammadi op 52-jarige leeftijd de repressie in Iran veroordelen en pleit ze met bewonderenswaardige vastberadenheid voor een democratische transitie.

    U hebt uw kinderen tien jaar niet gezien. Hoe ervaart u deze scheiding?

    Het is een ongeneesbare wond. Ali en Kiana werden geboren terwijl ik al in mijn activisme verwikkeld was. Ik herinner me het eerste afscheid nog: ze waren drieënhalf jaar oud en Kiana werd ziek terwijl ik gevangenzat. Dat ik niet bij ze kon zijn was pure marteling. 

    De gevangenis heeft mij nooit kunnen breken

    Twee jaar later werd ik opnieuw in isolatie geplaatst en hun vader was al in Frankrijk op dat moment. Toen ze achtenhalf jaar oud waren hebben ze op hun beurt Iran verlaten voor Frankrijk. Het was hartverscheurend, maar ook een opluchting, omdat ik wist dat ze eindelijk veilig zouden zijn. Sindsdien heb ik ze niet meer gezien. Sterker nog, de laatste twee jaar heeft de Islamitische Republiek mij verboden om met ze te bellen. Daarvoor had ik recht op vijftien minuten bellen per week met elk van hen… 

    Het is een onbeschrijfelijk lijden dat ik ze niet zie opgroeien. Ik hoop dat ze mijn keuze zullen begrijpen en mij zullen vergeven voor mijn afwezigheid.

    U werd op 4 december vrijgelaten vanwege medische redenen. Hoe gaat het nu met u?

    Ik werd vrijgelaten uit de gevangenis om een medische behandeling te ondergaan, na een zware operatie waarbij een tumor uit mijn rechterbeen was verwijderd. Maar mijn vrijlating blijft voorwaardelijk. Ik maak van de gelegenheid gebruik om weer in contact te komen met mijn dierbaren, om zo veel mogelijk mensen te zien die mij thuis komen bezoeken en om getuigenis af te leggen van de Iraanse gevangenissen en de onderdrukking door het regime. Mijn been doet pijn en ik voel ook de gevolgen van mijn jarenlange opsluiting. Maar ik ben goedgehumeurd en psychologisch sta ik nog steeds sterk. De gevangenis heeft mij nooit kunnen breken.

    U zou na drie weken, op 25 december, opnieuw worden opgesloten…

    Mijn botten zijn nog steeds broos, dus is er om verlenging van mijn medische verlof gevraagd. De procureur heeft hier niet op gereageerd. De autoriteiten wilden mijn vrijlating niet officieel bekendmaken, maar ze hebben me ook niet teruggestuurd naar de gevangenis. Ik weet niet wat hun plan is, maar wel dat ik niks heb misdaan. Ze hebben me vrijgelaten zonder enige uitleg en dat stilzwijgen is een repressietactiek: ik leef met de angst dat ik elk moment opgepakt kan worden zonder te weten wat er met mij zal gebeuren. Op die manier voorkomen ze dat ik mij engageer. 

    Waar haalt u de kracht vandaan om door te gaan?

    Er is geen scheiding tussen mijn privéleven en mijn activisme. Al meer dan dertig jaar zet ik mij in voor iedereen van wie de rechten worden geschonden. Sinds mijn studie wist ik al dat ik zou vechten voor de vrijheid van Iran. Deze strijd is de rode draad in mijn leven.

    Ondanks de scheiding van mijn kinderen, ondanks de gevangenis, ondanks de pijn blijft het geloof in een toekomst met respect voor menselijke waardigheid mij motiveren. De moed van het Iraanse volk geeft mij ook enorm veel kracht. Vrouwen, jongeren, arbeiders, leraren, families van gevangenen… iedereen vecht. 

    Sommigen zien uw voorlopige vrijlating als een teken dat het regime is verzwakt… 

    Mijn voorlopige vrijlating betekent niet dat het regime instort, maar het is duidelijk verzwakt. Ten eerste door de huidige gebeurtenissen in het Midden-Oosten: Iran had enorm geïnvesteerd in buurlanden door middel van proxyoorlogen. Het land heeft veel van deze investeringen verloren, vooral door de val van Bashar al-Assad, waardoor Irans geopolitieke positie in de regio is verzwakt.

    Iraniërs geven niet langer alleen kritiek in persoonlijke kringen, ze discussiëren openlijk met elkaar. Ze dagen het regime uit

    Tegelijkertijd moeten we ook de positie van de Iraanse bevolking ten opzichte van de staat bekijken: veel mensen accepteren het regime niet. Vroeger was repressie voldoende om elk protest de kop in te drukken. Tegenwoordig kijken we de Islamitische Republiek recht in de ogen. Ze kunnen dit regime niet voor altijd met geweld opleggen.

    U zat al in de gevangenis toen de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging begon in september 2022. Welk Iran trof u aan in december 2024?

    Een veranderd Iran. De opstanden zijn niet in 2022 begonnen: er wordt al meer dan veertig jaar gestreden. Maar nu heeft de bevolking veel meer moed. Tijdens bijeenkomsten zijn leuzen te horen die vijandig tegenover de regering zijn. Dat is ongekend. En in Teheran lopen vrouwen zonder sluier. Iraniërs geven niet langer alleen kritiek in persoonlijke kringen, ze discussiëren openlijk met elkaar. Ze dagen het regime uit.

    U wilt een einde aan de ‘tirannie’. Hoe stelt u zich dat voor?

    De vraag is niet langer of dit regime valt, maar wanneer het zal vallen. Er is corruptie, werkloosheid, een economische crisis en de vernietiging van natuurlijke hulpbronnen… 

    Iran zal niet overleven onder dit regime. Het verlangen naar verandering heeft zich inmiddels over de hele samenleving verspreid. Ik zeg niet dat de transitie gemakkelijk zal zijn, maar ik weet dat het zal gebeuren, omdat de Iraniërs qua mentaliteit de Islamitische Republiek al achter zich hebben gelaten. Ik hoop oprecht dat de machtswisseling vreedzaam zal verlopen, zodat de bevolking niet hoeft te lijden onder het geweld dat daarmee gepaard kan gaan.

    Werd u onder druk gezet om Iran te verlaten?

    Natuurlijk! De activisten in de gevangenis zijn voortdurend in dialoog met de samenleving en daarom drijven ze ons systematisch in ballingschap. Toen mijn man dertien jaar geleden naar Frankrijk vluchtte, weigerde de overheid mij een paspoort te geven. Ze probeerden mij te dwingen illegaal de grens met Koerdistan over te steken. Dat zou betekenen dat ik niet meer legaal naar Iran kon terugkeren. Het regime wilde mij voorgoed weg hebben, maar ik ga niet weg. Mijn strijd is hier, naast de mensen.

    In Torture blanche, dat in 2024 in Frankrijk werd gepubliceerd, hekelt u de detentieomstandigheden in Iran. U bent bezig met het voorbereiden van een nieuw boek over seksueel geweld in de gevangenis.

    Het probleem is niet nieuw. Twintig jaar lang heb ik talloze gevallen van seksueel geweld tegen vrouwelijke gevangenen waargenomen en de schadelijke effecten op zowel hun psyche als hun lichaam gezien. Sinds 2022, en het begin van de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging, merk ik dat dit seksuele geweld in gevangenissen op een systematische manier wordt toegepast om activisten het zwijgen op te leggen.

    Tijdens de protesten in 2019 organiseerden we een sit-in tegen de onderdrukking van demonstranten. Toen werd ik hevig geslagen

    Wie pleegt het seksuele geweld? De bewakers?

    Veel misdaden worden gepleegd tijdens verhoren in inlichtingencentra buiten de gevangenissen. Maar ik heb ook de getuigenis van iemand die seksueel misbruik heeft ondergaan op het kantoor van de officier van justitie, wat erg verontrustend is. Geweld vindt ook plaats binnen de gevangenis: niet door bewakers, maar meestal door agenten van de inlichtingendienst die daar komen om verhoren af te nemen. De plekken waar dat het meest voorkomt, zijn de isoleercellen, waar geen toezicht is.

    U heeft zelf onlangs 64 dagen in eenzame opsluiting doorgebracht, na de publicatie van Torture blanche. Heeft u daar te maken gehad met mishandeling of seksueel geweld?

    Isolatiecellen zijn op zichzelf al martelwerktuigen. Dat is de plek waar ‘white torture’ wordt toegepast, een vorm van psychologisch geweld om gevangenen gek te maken. Er is geen licht, geen frisse lucht, het is er piepklein, je kunt maar drie keer per week een kwartier naar buiten en je kunt maar beperkt douchen. Ikzelf heb vier keer in eenzame opsluiting gezeten.

    Ik heb ook geweld meegemaakt in de gevangenis. Tijdens de protesten in 2019 organiseerden we een sit-in tegen de onderdrukking van demonstranten. Toen werd ik hevig geslagen. Ik zat onder de blauwe plekken en mijn ledematen waren wekenlang verlamd door de pijn. De littekens zijn nog zichtbaar. 

    Op 23 januari vroeg u de internationale gemeenschap om u te steunen tijdens een hoorzitting in de Franse Senaat…

    Voor duurzame vrede moeten onze samenlevingen menselijker worden. Ons concept van democratie mag geen ongelijkheden bevatten. Dit geldt voor alle landen. Democratie in Iran zal bijdragen aan stabilisatie en vrede in de hele regio. Het is daarom van cruciaal belang dat de internationale gemeenschap naar het maatschappelijk middenveld luistert in landen waar de vrijheden in gevaar zijn.

    Dwangmatige controle over het lichaam van vrouwen begint al bij jonge meisjes die zichzelf moeten bedekken

    Het zijn tegenwoordig deze maatschappelijke organisaties die het voortouw nemen. Mijn strijd voor de erkenning van genderapartheid geldt niet alleen voor Iraanse vrouwen, maar ook voor anderen wier rechten worden bedreigd. Je inzetten voor vrouwenrechten betekent ook het bevorderen van democratie. Het begrijpen hiervan zou een even belangrijke stap zijn als het erkennen van raciale apartheid.

    U heeft The Handmaid’s Tale in de gevangenis gelezen, de roman van Margaret Atwood waarin vrouwen tot slaaf worden gemaakt. Welke overeenkomsten ziet u tussen deze dystopie en Iran?

    Wat in dit boek aansluit bij de situatie van Iraanse vrouwen, is de manier waarop de overheid beperkingen oplegt om vrouwen te onderwerpen. Dwangmatige controle over het lichaam van vrouwen begint al bij jonge meisjes die zichzelf moeten bedekken. Dat is wat ik heb meegemaakt, net als miljoenen andere vrouwen in Iran. De hoofddoek heeft dezelfde symbolische functie als
    de hoofdtooi van de slaven in The Handmaid ’s Tale. We moeten aantonen dat er macht over ons lichaam wordt uitgeoefend. 

    De cultuur van democratie en het verlangen naar vrijheid zíjn al krachtig verankerd in de mentaliteit van de Iraniërs

    Nog een opvallende overeenkomst tussen de roman en Iran zijn de openbare executies van dienstmeisjes die ervan worden beschuldigd onrein te zijn. Het lijkt sterk op de executies van Iraanse vrouwen die tot openbare steniging worden veroordeeld vanwege buitenechtelijke affaires. Ik heb met een van deze vrouwen in de gevangenis gezeten. Ze zou eerst gestenigd worden, maar dankzij internationale druk kon zij aan deze barbaarse praktijk ontsnappen.

    Welke boodschap zou u willen meegeven aan Iraanse vrouwen, maar ook aan de mannen die samen met hen strijden in de Vrouw, Leven, Vrijheid-beweging?

    Ik ben ervan overtuigd dat het Iraanse volk bereid is om verder te kijken dan de Islamitische Republiek en democratische principes te omarmen. Het moet vrijheden voor iedereen garanderen, ongeacht etnische, religieuze, gender- en politieke verschillen. Het is niet alleen mógelijk, de cultuur van democratie en het verlangen naar vrijheid zíjn al krachtig verankerd in de mentaliteit van de Iraniërs.

    Heeft u nog persoonlijke dromen buiten uw politieke engagement?

    Mijn grootste wens is om mijn twee kinderen in mijn armen te kunnen nemen en ze dicht bij me te kunnen houden. Ik droom ervan dat deze hereniging in Iran zal plaatsvinden, in ons land…

    Maar voordat ik dit interview afsluit, wil ik de leraren van Ali en Kiana bedanken en de families van hun klasgenoten. Ze hebben mijn kinderen in Frankrijk verwelkomd, gesteund en getroost. Daarnaast wil ik de hele Franse samenleving bedanken voor haar solidariteit en steun: bedankt voor het opvangen van mijn kinderen, maar ook van alle mensen wier rechten zijn geschonden. 

    Narges Mohammadi werd in 1972 geboren in Zanjan (Iran) en is talloze keren gevangengenomen door de Islamitische Republiek vanwege haar inzet voor vrijheid en mensenrechten. Ze is de auteur van het boek Torture blanche (Albin Michel, 2024), waarin de omstandigheden in detentie in Iran worden gedocumenteerd. In 2023 won ze de Nobelprijs voor de Vrede. Ze is nu veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf.

  • ‘Turkije is veel groter dan Turkije’

    ‘Turkije is veel groter dan Turkije’

    In eigen land ziet het er slecht uit voor president Erdogan, maar dankzij zijn steun aan de islamisten die in Syrië president Assad ten val brachten heeft hij veel verloren stemmen teruggewonnen. En meteen liet hij zijn neo-Ottomaanse dromen doorschemeren, aldus deze Turkse columnist.

    Jarenlang pochte Turkije met zijn jonge bevolking, maar nu is de bevolkingsgroei gedaald tot een historisch dieptepunt. Waren er zeven jaar geleden nog 2,11 kinderen per vrouw, nu zijn dat er nog maar 1,51, ondanks de oproep van Erdogan om minstens drie kinderen te krijgen. En de crisis betreft niet alleen het geboortecijfer. Veel mensen hebben überhaupt weinig belangstelling om een gezin te stichten. De stijgende kosten van het levensonderhoud hebben geleid tot minder huwelijken, het scheidingspercentage is bijna verdubbeld. De reactie van een student bij een straatenquête op de vraag wat hij verwacht van 2025 is bijna tragisch: ‘Het belangrijkste is dat ik niet doodga.’

    Wat brengt een student ertoe om zo’n uitspraak te doen? De oorzaken moeten worden gezocht in de economie. De huurprijzen van appartementen stegen in 2024 met 52 procent. De meubelprijzen zijn de afgelopen vijf jaar met 555 procent gestegen en de prijzen voor grote en kleine huishoudelijke apparaten zelfs met 615 procent. Voor jongeren is het om economische redenen al moeilijk geworden om verder te studeren, laat staan om een gezin te stichten. In de afgelopen vijf jaar hebben ongeveer 325.000 studenten de universiteit verlaten om bij te dragen aan het gezinsinkomen.

    Groeiende armoede

    Degenen die ervoor kiezen om werk te zoeken in plaats van te studeren, moeten het vaak doen met een minimumloon van omgerekend ongeveer 600 euro – net als minstens de helft van alle werkende mensen in het land. Van de werkenden in Turkije verdient 90 procent minder dan 1200 euro per maand. Deze situatie betekent dat de armoede zich blijft uitbreiden. Ongeveer 40 procent van de Turkse bevolking kan zich niet meer regelmatig vlees of vis veroorloven, 15 procent kan zijn verwarmingskosten niet meer betalen, 12 procent kon vorige maand de huur niet betalen, 60 procent kan versleten meubilair niet vervangen, 31 procent kan zelfs een lekkend dak niet laten repareren. Een week vakantie per jaar is voor 58 procent van de werkende Turken onbetaalbaar.

    Deze cijfers kun je lezen als pure statistieken. Maar voor ons is het de realiteit. Als we onze huur betalen, hebben we niet genoeg te eten; als we genoeg eten, belanden we op straat. De uitspraak van de student verbaast ons dus minder. Ook vinden we het niet meer dan logisch dat het aantal stemmen voor Erdogan, die deze situatie heeft gecreëerd, afneemt. En toch is niet gezegd dat de regering zal gaan veranderen. Erdogan is een meester in het inzetten van nationalistische en islamistische retoriek om de massa’s die hij laat verhongeren voor zich te ­winnen. 

    Door de jaren heen heb ik beschreven hoe Erdogan er herhaaldelijk in is geslaagd om externe gebeurtenissen om te zetten in stemmen. Net toen je dacht dat hij tegen een grens was aangelopen, werd de situatie in Syrië een reddingslijn. Nadat zijn partij tweede was geworden in de lokale verkiezingen van 2024, joeg Erdogan, die zich in 2028 niet opnieuw kandidaat mag stellen, het proces aan dat leidde tot de omverwerping van Assad.

    Een obstakel voor persoonlijke vrijheid

    In Turkije heerst na de ­herverkiezing van president Erdogan vooral onder jongeren een groot gevoel van uitzichtloosheid, schrijft Süddeutsche Zeitung in een artikel dat in editie 231 van 360 werd gepubliceerd.

    Veel jonge, hoogopgeleide mensen overwegen Turkije te verlaten, niet alleen door de economische crisis, maar ook vanwege de politieke situatie. Een onderzoek wees uit dat maar liefst twee derde van de jongeren bereid is te emigreren. De sfeer is bedrukt; gesprekken gaan vaak over hoe ze naar Europa of de VS kunnen ontsnappen, bijvoorbeeld via visumafspraken of illegale routes. Zelfs de jeugd uit de hogere klasse voelt zich nu steeds meer gemarginaliseerder. ‘Wij zijn beschaafder geworden – in tegenstelling tot de aanhangers van de president.’

    Veel jongeren beschouwen de regering als een obstakel voor hun carrière en hun persoonlijke vrijheid. Onderwijsinstellingen blijven oases van intellectuele vrijheid, maar buiten de muren ervaren jongeren de groeiende kloof tussen de seculiere en conservatieve delen van de samenleving. Voor velen is emigratie niet alleen een economische keuze, maar ook een manier om zich aan de toenemende autoritaire controle en de politieke verdeeldheid te onttrekken. Zo dreigt het land een hele generatie te verliezen, net als tijdens de eerdere gastarbeider­migratie. En dat terwijl Europa dichterbij is dan ooit.

    Tot 2010 noemde Erdogan Assad een vriend en brachten de families samen vakanties door. Na het uitbreken van de Arabische Lente werd Assad plotseling zijn vijand en stookte hij gewapende milities op Syrisch grondgebied op om hem ten val te brengen. Toen de omverwerping van Assad een gemeenschappelijke zaak werd voor het Westen, moedigde Ankara de milities van Hayat Tahrir al-Sham (HTS) aan om naar Damascus op te rukken. De omverwerping van Assad in minder dan twee weken bezorgde Erdogan zowel in eigen land als in het Westen nieuwe faam. 

    Hoewel Erdogan eerder met betrekking tot militaire operaties in Syrië had gezegd dat hij ‘het op niemands grondgebied had gemunt’, liet hij na de val van Assad zijn neo-Ottomaanse dromen doorschemeren door te zinspelen op het Turkse grondgebied: ‘Turkije is groter dan Turkije. Als natie kunnen we onze horizon niet beperken tot 782.000 vierkante kilometer. Net zoals een mens zijn lot niet kan ontlopen, kunnen Turkije en de Turkse natie hun lot niet ontlopen, ze kunnen zich er niet voor verstoppen.’ Zijn extreemrechtse bondgenoot Devlet Bahçeli deed er nog een schepje bovenop: ‘Zoals Damascus werd veroverd, zo staat ook de verovering van Jeruzalem voor de deur.’

    Na het succes dat hij in Syrië boekte, gaat Erdogan in eigen land nog brutaler te werk

    Na de val van Assad kwam het eerste officiële bezoek aan Damascus uit Turkije. De Turkse inlichtingenchef Ibrahim Kalın, die jarenlang woordvoerder van het presidentieel paleis was geweest, had een ontmoeting met HTS-chef Ahmed al-Sharaa. Daarna woonde hij het vrijdaggebed bij in de Umayyad-moskee, die eveneens deel uitmaakte van Erdogans fantasieën om Assad omver te werpen. Na het hoofd van de inlichtingendienst bezocht de Turkse minister van Buitenlandse Zaken de ­nieuwe politieke leider van Syrië. Vervolgens was Erdogan zelf aan de beurt. Ik durf te wedden dat hij zichzelf biddend in de Umayyad-moskee liet fotograferen voor op zijn campagneposter voor de volgende ­verkiezingen, die vermoedelijk vervroegd zullen plaatsvinden.

    Door HTS te steunen, heeft Erdogan de val van Assad versneld en de stemmen teruggewonnen die hij had verloren. Mede door delegaties naar Damascus te sturen gaf hij de internationale gemeenschap een signaal: als jullie iets willen bereiken in de regio, moeten jullie bij mij zijn. Tegelijkertijd haastte hij zich om PKK-leider Öcalan, die momenteel een levenslange gevangenisstraf uitzit in Turkije, in te zetten om de Koerden, die een deel van Syrië controleren, te ontwapenen en te integreren in de nieuwe regering die in Damascus zou worden opgericht. Vier jaar lang was elk bezoek aan Öcalan verboden, maar nu heeft Erdogan vertegenwoordigers van de pro-Koerdische partij ontmoet en verklaard bereid te zijn om samen te werken.

    Na het succes dat hij in Syrië boekte, gaat Erdogan in eigen land nog brutaler te werk en probeert hij alles uit de weg te ruimen waarvan hij denkt dat het zijn herverkiezing in de weg kan staan. Dit zou er weleens toe kunnen leiden dat we allemaal voor 2025 slechts die ene wens kunnen doen: het belangrijkste is dat we niet doodgaan. 

    Aartsrivalen

    Ten eerste verklaarde Erdogan de financiële oorlog aan gemeenten die bestuurd worden door de grootste oppositiepartij, zijn aartsrivaal. In dezelfde week opende hij de aanval op drie journalisten van de oppositie. Tegen een van hen werd een proces aangespannen: ze werd voor zevenenhalf jaar naar de gevangenis gestuurd. De tweede werd ’s ochtends vroeg voor haar huis gearresteerd. De derde, Özlem Gürses, presentatrice van een van de populairste nieuwsprogramma’s, kreeg huisarrest en een enkelband. Haar tv-zender verplaatste de studio vervolgens naar haar woonkamer, waar zij het ochtend­programma nu ter plekke opneemt.

    Degenen die Gürses onder huisarrest plaatsten, ­lieten tegelijkertijd IS-terroristen vrij die bloedige aanslagen hadden gepleegd in Turkije. Bij de aanslag op de luchthaven van Istanboel in 2016 doodde IS 45 mensen, onder wie drie buitenlandse terroristen. Zes Turkse burgers die de terroristen hadden geholpen en een rol hadden gespeeld bij het plannen van de aanslag werden onmiddellijk gearresteerd en veroordeeld tot 46 keer ‘levenslang’. Maar wat een toeval: op het moment dat Erdogans inlichtingenchef in Damascus de hand van Al-Sharaa schudde, liet onze rechterlijke macht deze IS-terroristen vrij. Een paar dagen later werden bovendien achttien mensen vrijgelaten die IS aantoonbaar financieel hadden gesteund. 

    En terwijl de straffen tegen deze terroristen werden herroepen, nam de rechter vorige week een ‘gevaarlijke’ persoon onder handen: een zestien­jarige middelbare scholier werd veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor het beledigen van de president. En met dit vonnis werd de wens van de student om in 2025 niet te sterven ook een leuze van middelbare scholieren.