Tag: moestuin

  • Een landbouwtraditie krijgt nieuwe wortels in de Mississippi-Delta

    Een landbouwtraditie krijgt nieuwe wortels in de Mississippi-Delta

    In een landbouwgebied waar de meeste gewassen voor de export zijn bedoeld, kiest een groeiend aantal boeren er nu voor om gewassen te verbouwen voor de lokale bevolking.

    Dorothy Grady trekt aan een plukje groen dat de kop heeft opgestoken in een van de vele met aarde gevulde emmers op de oprit van haar huis. Er komt een stevige wortel tevoorschijn, van een centimeter of twaalf. Een stukje verderop groeit een saliestruik in een andere emmer, een lage kweekzak zit vol lente-uitjes.

    Over een week of drie begint voor Grady het voorjaarsseizoen op het land dat ze bewerkt in en om Shelby, in Mississippi. Haar land omvat ook twee stukken grond bij de inmiddels gesloten school aan de overkant van de straat, een kleine boomgaard met perziken en peren even verderop in de straat, en nog twee hectare buiten de stad. Grady staat op het punt om aubergines, meloenen, tomaten en een scala aan andere gewassen te planten die uiteindelijk op het bord belanden van 127 mensen uit de buurt.

    Shelby ligt een paar kilometer ten oosten van de Mississippi en is omgeven door vlakke, vruchtbare landbouwgrond. Maar Grady’s groenten en fruit behoren tot de weinige gewassen die bestemd zijn voor de plaatselijke bevolking. De overgrote meerderheid van de boeren in de Mississippi Delta is gespecialiseerd in handelsgewassen zoals soja en maïs.

    Het ‘voedsel is medicijn’-project

    Grady is een van de ongeveer tien lokale telers die leveren aan Delta GREENS, een gezamenlijk onderzoeksproject dat verse ingrediënten levert aan inwoners met diabetes in de counties Bolivar, Sunflower en Washington. Vervolgens worden de effecten op de gezondheid in kaart gebracht. Dit ‘voedsel is medicijn’-project is een van de initiatieven in deze westelijke regio van Mississippi om boeren te steunen en om de markt voor lokale producten te vergroten. Het mes snijdt aan twee kanten: de voedzame voedingsmiddelen komen binnen het bereik van de lokale bevolking én de kleinschalige boeren die ze verbouwen krijgen een steuntje in de rug.

    ‘Ons streven is een coöperatieve ontwikkeling tussen de verschillende landbouwbedrijven,’ zegt Julian Miller, oprichter en directeur van het Reuben V. Anderson Institute for Social Justice in Jackson. Miller is ook een van de belangrijke onderzoekers bij Delta GREENS, en hij maakt zich al sinds jaar en dag sterk voor lokaal voedsel in de Delta-regio. ‘Uiteindelijk willen we landbouwers de capaciteit bieden om op te schalen en een bredere markt aan te boren.’

    De 300 kilometer lange Delta-regio, gelegen op de vruchtbare uiterwaarden tussen twee rivieren, de Mississippi en de Yazoo, heeft een rijke agrarische geschiedenis. Ooit stond het gebied bekend om de katoenteelt, maar tegenwoordig wordt het getekend door velden waar voren in zijn getrokken, waarin gewassen worden verbouwd die worden verwerkt tot diervoeding of ethanol. 

    ‘Die traditie, om je eigen voedsel te verbouwen, is verloren gegaan’

    In het verleden verbouwden veel inwoners van de Delta groente en fruit, zegt Miller, maar in de loop der tijd is die praktijk onder druk komen te staan door mechanisatie en een verlies aan landbouwgrond. Miller, een vijfdegeneratieinwoner van de Delta, die een paar kilometer van Shelby is opgegroeid, heeft nooit iemand gekend met een eigen moestuin. ‘Die traditie, om je eigen voedsel te verbouwen, is verloren gegaan.’

    Ondanks een overvloed aan vruchtbaar land wordt maar een heel klein deel ervan gebruikt voor eetbare gewassen. Zo’n negentig procent van het voedsel dat hier in de regio wordt gegeten, wordt elders verbouwd en vervolgens geïmporteerd. ‘Dat is het schrijnende,’ zegt Miller.

    Zelfs geïmporteerd vers voedsel is soms moeilijk te verkrijgen. Sinds 2021 staan 63 van de 82 counties in Mississippi te boek als zogeheten ‘voedselwoestijnen’, wat wil zeggen dat er in de directe omgeving geen winkel of andere mogelijkheid is om aan verse ingrediënten te komen.

    Deze regio wordt gekenmerkt door grote verschillen in gezondheid en door een grote inkomensongelijkheid. In Bolivar, Sunflower en Washington – de counties waar het Delta GREENS’ onderzoek zich specifiek op richt – leeft bijna een derde van de inwoners op of onder de armoedegrens. Ondertussen komt er twee keer zo veel diabetes voor als het landelijk gemiddelde.

    Moestuinen

    Deze combinatie van een grote economische ongelijkheid en aanzienlijke verschillen op het gebied van gezondheid, en daarnaast ook nog eens een gebrek aan voedselsoevereiniteit, is de motor geweest achter de pogingen om de traditie van het voedsel verbouwen weer in ere te herstellen, onder aanvoering van telers zoals Grady. Grady, een kind van pachters, herinnert zich dat haar ouders altijd een moestuintje hadden en dat er groente en fruit werd geruild met buren. Ze is al betrokken bij het uitbouwen van de lokale voedselbeweging in de Delta sinds de jaren 1990, toen ze begon met schooltuinprojecten.

    Niet alleen heeft ze geholpen om honderden moestuintjes op te zetten voor scholen en kerken in de wijde omgeving, ze heeft bovendien haar eigen landbouwproject uitgebouwd, en inmiddels gaat haar oogst naar de mensen die in en om Bolivar County wonen. Vorig jaar hebben haar perzik- en perenbomen zo’n 900 kilo fruit opgebracht, wat naar plaatselijke scholen is gegaan en via groente- en fruitpakketten is gedistribueerd onder deelnemers aan het Delta GREENS-onderzoek.

    Deze wekelijkse groentepakketten zijn een middel om een van de structurele problemen te ondervangen bij het ontwikkelen van een lokaal voedselsysteem, legt Miller uit: het ontbreken van een structurele markt. Hoewel veel mensen graag meer lokale producten willen eten, hebben telers geen betrouwbare distributielijnen om hun producten bij de mensen te krijgen. Maar met voedsel- en voedselveiligheidsprojecten, die producten betrekken van lokale boeren, worden deze bedrijfjes nu geholpen om op te schalen.

    Het verbouwen van groente en fruit is ingewikkelder dan het telen van handelsgewassen, legt Pollard uit

    Zo’n zestig kilometer ten noordoosten van Shelby is Robbie Pollard druk in de weer met het planten en verzorgen van meer dan vier hectare groente- en fruitgewassen. 

    Pollard is opgegroeid met het telen van gewassen – zijn opa verbouwde handelsgewassen. Maar naar eigen zeggen wist hij maar weinig van het verbouwen van voedsel totdat hij het zelf ging proberen, in zijn achtertuin. Het bleek een roeping te zijn, zegt hij, en al snel zegde hij zijn baan in de IT op om zich er fulltime op te richten.

    Het verbouwen van groente en fruit is ingewikkelder dan het telen van handelsgewassen, legt Pollard uit. Om te beginnen is het arbeidsintensiever – met de hand wieden, verzorgen en oogsten. Handelsgewassen kunnen vaak direct bij de lokale groothandel worden afgeleverd, maar met groente en fruit ligt dat ingewikkelder. Zoals Pollard zegt: ‘Wij moeten zelf op zoek gaan naar onze markten.’

    Pollard heeft verschillende manieren gevonden om zijn producten te distribueren via zijn boerderij, Start 2 Finish, en via zijn daaraan gelinkte gezondheidsvoedingsinitiatief Happy Foods project. Momenteel is hij een van de belangrijkste telers die leveren aan Delta GREENS, en daarnaast levert hij aan vergelijkbare projecten die huishoudens op regelmatige basis voorzien van pakketten met lokale producten. Hij levert ook aan Northern Mississippi FoodRx, weer een ander voedselproject, in samenwerking met de University of Mississippi. Deze zomer gaat hij ook voedsel distribueren via een mobiele markt, en onlangs is hij begonnen met de verkoop via een net geopende supermarkt in Clarksdale, die zich sterk richt op lokale producten.

    Uitbreiding

    De groente- en fruitpakketten bieden hem de mogelijkheid zijn boerderij geleidelijk uit te bouwen door jaarlijks te investeren in kleine verbeteringen. Zo deed hij in het begin alles met de hand, later met een grondfrees en inmiddels met een kleine tractor. Hij pacht nu twintig hectare landbouwgrond. Vorig jaar heeft hij twee hectare verbouwd. Dit seizoen heeft hij meer dan vier hectare ingezaaid, en hij heeft plannen om de hydro- en aquaponic-capaciteit uit te breiden. Hij hoopt binnenkort een samenwerking aan te gaan met andere lokale telers om in het hele gebied een aantal verschillende technieken uit te proberen.

    Tyler Yarbrough, projectmanager van het Mississippi Delta-project voor de landelijke organisatie Partnership for a Healthier America, heeft samen met Pollard aan verschillende projecten gewerkt om de lokale voedselbeweging in de regio te versterken. Een van die projecten betrof het gedurende een beperkte tijd leveren van producten aan lokale huishoudens – zoals Good Food at Home, dat zo’n 500.000 wekelijkse groente- en fruitpakketten heeft geleverd aan gezinnen in de omgeving, waarbij elk huishouden in aanmerking kwam voor twaalf weken. Via dit soort kortlopende projecten kunnen telers stappen zetten naar een stabielere bedrijfsvoering, terwijl bij de consument de vraag naar lokale producten wordt gestimuleerd.

    ‘Je kunt het gebruiken om de consistentie te vergroten en om die markten dichter naar je toe te halen,’ aldus Yarbrough.

    ‘Het gaat erom dat je alle lijntjes in de markt met elkaar verbindt, het moet een holistische benadering zijn’

    Hoewel de groente- en fruitpakketten een succes zijn, leveren ze de boeren het meeste op als ze worden gecombineerd met andere initiatieven, zegt Yarbrough. Het is cruciaal om de telers flexibiliteit te bieden wat betreft de financiering zodat ze alles in de loop der tijd kunnen uitbouwen.

    ‘Het kan niet alleen maar één ding zijn,’ zegt Yarbrough. ‘Je moet het koppelen aan financiering zodat deze boeren ook echt de capaciteit van hun bedrijf kunnen vergroten. Het gaat erom dat je alle lijntjes in de markt met elkaar verbindt, het moet een holistische benadering zijn.’

    Binnen de Delta-regio staat de lokale voedselbeweging nog voor veel uitdagingen, aldus Natalie Minton, een onderzoekster die is verbonden aan de University of Mississippi en die samen met Pollard de lokale voedselmarkt bestudeert. Ook werkt ze voor North Mississippi Food Rx. Telers hebben moeite om arbeiders te vinden – en te betalen. En zonder betrouwbare markt is het heel moeilijk om het bedrijf uit te bouwen.

    Ook omgevingsfactoren spelen een rol. Nog los van het extreme weer, zoals droogte en zware stormen, krijgen ze te maken met problemen die zijn gerelateerd aan het dominante handelsgewas. Voor de handelsgewassen wordt stelselmatig gebruikgemaakt van pesticiden en chemicaliën, die schadelijk zijn voor de voedselgewassen.

    Succes

    Maar toch, zegt Minton, zie je dat veranderingen in het lokale voedselsysteem voet aan de grond krijgen. Het succes van boeren als Pollard laat zien dat specialistisch telen een levensvatbare toekomst kan bieden.

    Voor projecten die afhankelijk zijn van beurzen en financiering van buitenaf is er nog een grote uitdaging bij het werken met federale programma’s, zegt Miller. Lokale voedselsystemen staan zwaar onder druk nu Trump diep heeft gesneden in de overheidsuitgaven, waaronder ook subsidies om het kopen van lokale producten te bevorderen. Delta GREENS wordt gefinancierd door de National Institutes of Health, en volgens Miller is het onzeker of die steun gecontinueerd zal worden.

    Ondanks alle onzekerheid is de lokale voedselindustrie in de Mississippi Delta uniek omdat het allemaal lokaal wordt aangestuurd, zegt Marlene Manzo van HEAL Food Alliance, een voedselrechtvaardigheidscoalitie die werkt met groepen uit het hele land, waaronder Mississippi Fresh. Volgens Manzo toont de groei van de lokale voedselvoorziening in de Mississippi Delta de kracht van initiatieven op kleine schaal, die veranderingen in gang kunnen zetten die echt aansluiten bij de gemeenschap.

    ‘Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het genereren van collectieve kracht binnen onze gemeenschappen en binnen regionale systemen echt van wezenlijke, blijvende invloed kan zijn,’ zegt ze.

    Grady bespeurt een verschuiving binnen de gemeenschap. Ze kent steeds meer mensen, onder wie ook familieleden, die zelf voedsel gaan verbouwen. Een voormalige student is nu kok op een school in de buurt. Hij heeft een moestuin en gebruikt wat hij verbouwt in de schoolkeuken.

    ‘Dat andere mensen nu ook dit soort dingen gaan doen is de mooist denkbare beloning,’ zegt ze.

  • Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Wereldnieuws: Belarus pakt Wikipedia-redacteur op & Meer

    Ruikende telefoon als ziekte-ontdekker

    Honden kunnen kanker, Parkinson, malaria en andere aandoeningen ruiken die veranderingen in de lichaamsgeur veroorzaken. Ze kunnen zelfs corona ruiken. Het zou enorme gevolgen voor de volksgezondheid hebben om dat vermogen van honden in een draagbare, toegankelijke vorm te hebben zodat ziekten in een vroeg stadium kunnen worden gesignaleerd, aldus Vox. Een smartphone kan al horen, zien en voelen, maar nog niet ruiken.

    Het zal niet lang duren voordat het zover is, denkt Andreas Mershin, onderzoeker en uitvinder aan het MIT. ‘Ik denk dat het nog ongeveer vijf jaar zal duren om geurdetectie in een telefoon te krijgen. In miljoenen telefoons.’ De privacy-implicaties zijn niet gering, maar het voordeel lijkt duidelijk: een robotneus in zakformaat kan immers levensreddend zijn. ‘Ieder van ons kan een moedervlek hebben die kwaadaardig wordt,’ zegt Mershin. ‘Als je zes maanden wacht, wordt dat soms een doodvonnis.’ Maar met een telefoon die een geurverandering waarneemt, word je mogelijk eerder gewaarschuwd.

    lucas ludwig RTG5GeI6aQ0 unsplash kopie
    © Unsplash

    Moestuin van Europa

    In de Zuidspaanse provincie Almeria, ook wel de moestuin van Europa genoemd, wordt behalve veel groente en fruit elk jaar ook zo’n 30.000 ton plastic afval geproduceerd. In The Greenhouse Series II brengt de Duitse fotograaf Tom Hegen dit door landbouw overspoelde landschap, dat zich uitstrekt over 360 vierkante kilometer ruig, bergachtig terrein, in beeld als een abstracte landkaart. De meestal zelfgebouwde kassen bestaan bijna volledig uit een soort folie dat wordt achtergelaten zodra het niet meer bruikbaar is. De kleine plastic deeltjes komen uiteindelijk in de zee terecht, dus in de vis en uiteindelijk bij de consument.

    N°TGSII 08 640x480@2x 1
    © Tom Hegen / Colossal

    Mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    Recent onderzoek keek naar verschillen tussen mannen en vrouwen die hun eigen intelligentie of IQ moesten schatten. Het blijkt dat eerst het biologische en daarna het psychologische geslacht het sterkst de overschatting van IQ voorspellen, aldus The Conversation. Oftewel: geboren zijn als man of sterke mannelijke eigenschappen hebben (zowel mannen als vrouwen) vergroot de kans op een opgeblazen intellectueel zelfbeeld. Over het algemeen denken mannen dat ze beduidend slimmer zijn, terwijl vrouwen zichzelf veel bescheidener inschatten. 

    Dit effect wordt wel het probleem van de mannelijke hybris en de vrouwelijke nederigheid genoemd. Voor onderwijspsychologen is dit onderzoek belangrijk omdat het iets zegt over bijvoorbeeld vakkenkeuze op school: als je denkt dat je iets niet kunt, doe je het niet. De onderzoekers denken dat de uitkomsten voor een deel ook de genderloonkloof kunnen verklaren.


    Bibliotheek voor verboden boeken

    In de bibliotheek van het afgelegen, honderd inwoners tellende Matinicus Isle, 35 kilometer voor de kust van Maine, zijn alle boeken welkom, maar de bibliotheek heeft een speciale voorkeur voor boeken die elders in het land verboden zijn. Zo kwam bewoner Eva Murray onlangs terug van het vasteland met onder meer And Tango Makes Three, het verhaal van twee mannelijke pinguïns die samen een kuiken grootbrengen. Volgens de American Library Association is dat een van de meest verboden boeken in de VS. ‘We kopen verboden boeken om publiekelijk weerstand te bieden tegen de drang om boeken te verbieden,’ zegt vrijwilliger Murray in gesprek met Bangor Daily News. Het past bij Matinicus, waar tolerantie voor leven en laten leven en waardering voor verschillen essentieel is. ‘Wij zijn in de bevoorrechte positie om te zeggen: we verbieden geen boeken.’


    Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand meisjes in India

    In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken, uit angst dat ze online mogelijk jongens zullen ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van 15 tot 19 jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.

    Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.


    Belarus pakt Wikipedia-redacteur op

    Half maart werd Mark Bernstein uit Minsk gearresteerd door Belarussische troepen. Hij zou zijn gearresteerd voor ‘het verspreiden van valse anti-Russische informatie’, meldt Haaretz. Bernstein, die werkt onder de gebruikersnaam Pessimist2006, is een van de meest prominente en productieve redacteuren van het Russische Wikipedia. Zijn artikelen worden door het Kremlin gezien als kritisch ten aanzien van de Russische president Vladimir Poetin.

    Toen de eerste Russische troepen de grens met Oekraïne overstaken, startten vrijwilligers in Rusland een Russischtalig Wikipedia-lemma over de ‘Russisch-Oekraïense oorlog’ van 2022. Dat is sindsdien omgedoopt tot ‘Russische invasie van Oekraïne’ en werd al miljoenen keren gelezen. Bernstein had er verschillende artikelen over de invasie voor geredigeerd.

    Wikimedia Foundation (WMF), een in de VS gevestigde non-profitorganisatie die toezicht houdt op verschillende ‘wiki’-projecten waaronder Wikipedia’s in verschillende talen, ontving onlangs een brief met het verzoek sommige artikelen over de invasie te verwijderen. Afzender: het Russische bureau dat de facto de autoriteit is op het gebied van internetcensuur. WMF, die zich nooit bemoeit met de inhoud van de open encyclopedie, weigerde dat. In een verklaring aan de San Francisco Examiner gaf Maryana Iskander, CEO van WMF, daar een verklaring voor: ‘In een tijd waarin kennis en informatie steeds meer gepolitiseerd worden, is het belangrijker dan ooit om de betrouwbaarheid van de informatie op Wikipedia te handhaven.’ 

    De arrestatie van Mark Bernstein is de meest recente en expliciete poging van het Kremlin om de online-encyclopedie, die wordt gemaakt door vrijwilligers in de hele wereld, te ondermijnen. Moskou verzet zich al langer tegen Wikipedia. In het kader van een breder optreden tegen onafhankelijke media dreigde Poetin eerder al de toegang tot Wikipedia te blokkeren. Drie jaar geleden suggereerde hij plannen te hebben voor een Grote Russische Encyclopedie online die, anders dan Wikipedia, ‘betrouwbare’ informatie zou bevatten.

    Wiki Report 14 09 2014 18
    Mark Bernstein op een bijeenkomst van de Russische Wikipedia in Moskou. – ©  Wikipedia

  • ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    Na de nimby’s heb je nu ook de yimby’s (yes, in my backyard). Deze snelgroeiende beweging van boze millennials eist dat er betaalbare woningen worden gebouwd. Oók als daarvoor een moestuintje moet sneuvelen.

    Toen een vrouw deze zomer tijdens een gemeenteraadsvergadering van de stad Berkeley opstond en met een courgette zwaaide, terwijl ze klaagde dat haar moestuin door een nieuw woningbouwproject geen zonlicht meer zou krijgen, ging 
ze er waarschijnlijk van uit dat haar medeburgers aan haar kant zouden staan. Het waren tenslotte haar soort klachten – kleinschalig, zinnig, herkenbaar – die overal ter wereld jarenlang stedelijke woningbouwprojecten hadden tegengehouden.

    De toorn van de yimby’s viel haar koud op haar dak. ‘Hebt u het over courgettes? Echt waar? Want ik kan mijn huur nauwelijks opbrengen,’ foeterde een verontwaardigde Victoria Fierce tijdens die vergadering op 13 juni. Fierce voegde eraan toe dat juist door het tekort aan nieuwe woningen de huren in San Francisco de pan uit rijzen, zodat ze het zich nauwelijks nog kan permitteren in de Bay Area te wonen.

    Victoria Fierce leidt een afdeling van een nieuwe beweging die in tal van steden de kop opsteekt, van Seattle tot Sydney en van Austin tot Oxford, en die niet tégen nieuwbouw lobbyt maar ervóór. Ze zeggen dat hun leven wordt bedreigd door de woningnood en de torenhoge huurprijzen. Ze noemen zichzelf ‘yimby’s’, een afkorting van ‘yes, in my backyard’. En aan courgettes hebben ze maling.

    Schreeuwen

    De beweging teert op de woede van jongeren van de millenniumgeneratie, van wie velen nu achter in de twintig of begin dertig zijn. In plaats van lijdzaam te zwijgen terwijl ze uit alle macht betaalbare woonruimte proberen te vinden, bezoeken ze en masse inspraakbijeenkomsten om te betogen voor meer huisvesting – bij voorkeur het soort opvulprojecten in dichtbebouwde binnensteden waartegen 
dikwijls heftig werd geprotesteerd 
door nimby’s (‘not in my backyard’).

    De geboorteplaats van de yimby-beweging, de San Francisco Bay Area, kent de hoogste huurprijzen van Amerika. Volgens schattingen van de staat Californië kwamen er tussen 2010 en 2013 circa 307.000 banen bij in het gebied, maar nog geen 40.000 nieuwe woningen. ‘Er is duidelijk een woningtekort, en het antwoord is nieuwbouw,’ zegt Lara Foote Clark, die leiding geeft aan het in San Francisco gevestigde Yimby Action. ‘Beleid dwing je af als je over dingen gaat schreeuwen.’

    Clark en andere leden van yimby-bewegingen beschouwen zichzelf als progressief en milieubewust, maar ze zijn niet bang om af en toe de knuppel in het gebruikelijke linkse hoenderhok te gooien. Ze richten hun pijlen veelvuldig op eigenaren van ruimteslurpende eengezinswoningen en brengen antikapitalistische groeperingen in verwarring door de kant van projectontwikkelaars te kiezen, zelfs ontwikkelaars van luxeprojecten. Ze zijn een ‘klaag de buitenwijken aan’-campagne begonnen tegen steden die geen grote woningbouwprojecten goedkeuren.

    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images
    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images

    Door hun bereidheid om te lobbyen voor vrijesectorwoningen in traditionele minderheidswijken zijn ze afgeschilderd als loopjongens van projectontwikkelaars. Ook heeft hun voorkeur voor vrijesectoroplossingen hun een reputatie opgeleverd van ‘libertariërs’ die uitgaan van het ‘economische doorsijpeleffect’ [een theorie die zegt dat belastingvoordeel voor de rijken uiteindelijk ten goede komt aan iedereen].

    Tijdens een yimby-conferentie, afgelopen zomer in Oakland, werd geprotesteerd door Gay Shame, een radicale groep homoactivisten. Een stuk of tien van hen stonden buiten leuzen te roepen als ‘Homo’s vermoorden tech-yuppen’ en ‘Het is jullie achtertuin niet’. Maar van dat gescheld trekken de yimby’s zich niets aan. Na die gemeenteraadsvergadering in Berkeley hebben ze de courgette als mascotte voor 
hun woede gekozen. Ze maken online courgettegrappen, geven tips voor het kweken van courgettes in de schaduw en deelden zelfs een foto van een jager met een geweer op ‘de openingsdag van het courgetteseizoen’.

    ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’

    Sonja Trauss (35), een voormalige 
wiskundelerares die in San Francisco woont, zegt dat de woningnood waarmee veel grote westerse steden kampen niet financieel, technisch of het gevolg van materiële tekorten is. ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’, schreef Trauss in 2015 in een bericht op internet, wat haar hielp een leger volgelingen op te bouwen die spreken tijdens inspraakbijeenkomsten, brieven sturen en online steun verwerven voor woningbouw.

    Het idee verspreidde zich razendsnel. De yimby-beweging, die Trauss in 2013 startte als een brievenschrijfcampagne, heeft overal ter wereld navolging gevonden. In Oakland hielpen plaatselijke yimby-organisatoren om plannen goedgekeurd te krijgen voor een 24 verdiepingen hoge woontoren in de buurt van het metrostation MacArthur, waar alleen maar laagbouw stond. In Seattle hebben activisten het stadsbestuur er mede toe gedwongen dichtere bebouwing toe te staan in bepaalde wijken, zoals het University District.

    In Vancouver organiseren yimby-groeperingen rondleidingen langs delen van de stad waar de meeste ruimte wordt verspild, zoals een chique wijk waar maar vierhonderd mensen wonen op 60 hectare. Engeland kent inmiddels groepen in Londen, Oxford en Cambridge die kijken hoe de overheid ertoe kan worden bewogen meer nieuwbouw toe te staan. In Australië proberen pas opgerichte yimby-groepen wetten te veranderen zodat mensen de vliering boven hun garage kunnen verhuren.

    In Californië hebben yimby-activisten de Democraten geholpen om er een ingrijpend pakket nieuwe staatswetten door te drukken dat de bouw van betaalbare woningen mogelijk maakt. In San Francisco is zelfs een politieke yimby-partij opgericht; Sonja Trauss heeft zich voor 2018 kandidaat gesteld voor een plaats in de Raad van Toezichthouders van het gelijknamige district.

    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images
    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images

    David Chiu zegt dat toen hij nog voorzitter was van de Raad van Toezicht van het district San Francisco, bewoners maar zelden voorstander waren van plaatselijke woningbouwprojecten. ‘De enige stemmen die we hoorden waren vaak van buren die ertegen waren,’ zegt Chiu, die dit jaar de steun van de yimby-beweging inriep om wetten voor betaalbare woningbouw goedgekeurd te krijgen. ‘Ik denk dat 
ze een nieuw tegenwicht bieden. Ze hebben de discussie in andere banen geleid, zowel op plaatselijk niveau 
als op staatsniveau.’

    Yimby-groeperingen willen de behoefte aan auto’s verminderen door middel van geconcentreerde woningbouw in de buurt van het openbaar vervoer. 
Ze willen af van de weids opgezette buitenwijken. En vóór alles willen ze een plek om te wonen. Die eenvoudige roep om huisvesting kan in de praktijk allerlei complicaties met zich meebrengen. In de loopgraven van de 
lokale politiek kan elk gevecht om 
één enkel project in een genadeloze buurtoorlog ontaarden.

    Nergens zijn deze gevechten verbitterder geweest dan in het Mission District in San Francisco, traditioneel een buurt met voornamelijk latino’s met lage inkomens, die zich in hoog tempo heeft ontwikkeld tot een enclave voor voornamelijk blanke, gefortuneerde werknemers van de techindustrie. Het gigantische aantal techbanen dat in San Francisco en het nabije Silicon Valley is gecreëerd heeft de huren in het Mission District opgedreven tot gemiddeld 4250 dollar per maand. Deels als gevolg van huisuitzettingen en het gebrek aan betaalbare woningen is het aantal latino’s in de wijk drastisch gedaald. Volgens een studie uit 2014 zullen tussen 2000 en 2020 meer dan tienduizend latino’s, oftewel eenderde van de Latijns-Amerikaanse bevolking van de Mission, uit de wijk verdwenen zijn.

    Boze betogers

    Boze betogers hebben gezworen de gentrificatie een halt toe te roepen door alle nieuwbouwprojecten tegen 
te houden die niet in een aanzienlijk aantal sociale huurwoningen voorzien. Yimby-groeperingen hebben onmiddellijk op deze discussie ingespeeld door te betogen dat elk nieuwbouwproject beter is dan helemaal geen project. Op 14 september hebben Trauss en andere yimby-activisten bij de Commissie Ruimtelijke Ordening van San Francisco gepleit voor plannen voor de bouw van een project van 75 woningen in de Mission die voornamelijk voor de vrije sector bestemd zullen zijn. Latinoactivisten protesteerden daartegen. ‘Van de woningen die zullen worden gebouwd, zal 89 procent buiten het inkomensbereik vallen van de 
overgrote meerderheid van de latinobevolking van het Mission District,’ zei Carlos Bocanegra van La Raza Centro Legal, een organisatie die rechtsbijstand aan latino’s verleent.

    Maar Trauss wierp tegen dat niet bouwen geen antwoord op het woningtekort is. ‘Het honderdtal mensen met hogere inkomens dat niet in dit project gaat wonen als het niet wordt gebouwd, gaat ergens anders wonen,’ zei ze. ‘Ze zullen ergens anders iemand verjagen, want de vraag zal niet verdwijnen.’

    Yimby-groeperingen hebben financiële steun ontvangen van oprichters van diverse hightechbedrijven, waaronder 10.000 dollar van Jeremy Stoppelman, medeoprichter van Yelp, en van het Open Philantropy Project, dat mede gefinancierd wordt door Dustin Moskovits, een van de oprichters van 
Facebook.

    Deepa Varma, directeur van de Huurdersbond van San Francisco, zegt dat het frustrerend is geweest om latino’s die voor het behoud van hun buurt vochten, door een nieuwe groepering afgeschilderd te zien worden als nimby’s. ‘Ze hebben de zaak omgedraaid. Het zijn voornamelijk blanke, voornamelijk jonge, voornamelijk gezonde mensen die suggereren dat bewoners van arbeidersbuurten nimby’s zijn,’ zegt Varma.

    Wat tegenstanders van gentrificatie ook irriteert, is dat yimby’s vaak lobbyen voor projecten die ver van hun bed zijn. ‘Het helpt om je buurt een tijdje te kennen voordat je besluit hem te veranderen,’ zegt Andy Blue, een activist van Plaza 16 Coalition, een groepering die de latinocultuur van 
de Mission probeert te behouden. 
‘De mensen in de Mission voelen zich enorm geschoffeerd door die mensen die hun vertellen wat goed voor ze is.’


    Volgens Young Invincibles, een onderzoeks- en advocatenkantoor in Washington, is de nettorijkdom van de millennials in de VS momenteel ongeveer half zo groot als die van de generatie van hun ouders – de babyboomers – in 1989, toen die ongeveer net zo oud waren. De typische millennial heeft voor ongeveer 29.000 dollar aan bezittingen verzameld, terwijl babyboomers in 1989 gemiddeld 61.000 dollar bezaten. ‘Ze verdienen minder, hebben meer studieschuld en komen moeilijker aan een koophuis,’ zegt Tom Allison, adjunct-directeur Beleid en Onderzoek van Young Invincibles. Maar hij voegt eraan toe dat ze meer dan andere generaties bereid zijn om de wereld te veranderen. ‘Deze generatie is veerkrachtig. Ze reageren op tegenslagen door dingen te veranderen. Dat is de zonnige kant van het verhaal.’

    Greg Magofna (33), een werknemer van een non-profitorganisatie, is opgegroeid in de lommerrijke stad Alameda in de East Bay. Hij heeft zijn eigen yimby-afdeling opgericht in zijn geboortestad, omdat hij financieel het hoofd bijna niet meer boven water kon houden. Hij heeft het geluk dat de instanties in Berkeley erop toezien dat de huur van zijn minuscule appartementje van 28 vierkante meter beperkt blijft tot 1200 dollar per maand. Maar hij kan zich nog steeds geen auto permitteren en zijn fietsen, koelkast, ketel en lievelingsstoel vechten om ruimte langs één overvolle muur van zijn woning. ‘Er is een generatiekloof. Veel mensen van de oudere generatie zien niet in dat de wereld veranderd is,’ 
zegt hij, om eraan toe te voegen dat 
het nogal confronterend kan zijn voor yimby’s om naar een openbare bijeenkomst te gaan waar tegenstanders hen voor gentrificeerders of erger uitmaken. ‘De wereld verandert en er is veel om boos over te zijn,’ zegt hij. ‘De yimby’s zeggen: “Wij kunnen er wat aan doen.”’

    Auteur: Erin McCormick

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    CONTEXT: Yimby’s in drie soorten

    Niet alle groepen die zich achter het vaandel van ‘yimby’ 
scharen (of die daar door de media toe worden gerekend) lijken op elkaar. Sommige lopen te hoop tegen ongelijkheid tussen 
de generaties, terwijl andere zich bezighouden met het lot van de meest kwetsbaren, los van hun leeftijd. Sommige richten zich vooral op de volkshuisvesting, andere willen op een breder front de problemen van de jeugd aanpakken.

    Lobbyisten. Generation Squeeze (de ‘Uitgeperste Generatie’) wil ‘de problemen van de millennials (de generatie geboren tussen begin jaren tachtig en medio jaren negentig) onder de aandacht van de politiek brengen’, zo legt The Toronto Star uit. De oprichter van de beweging, Paul Kershaw, is lector aan de Universiteit van Brits-Columbia. Geïnspireerd door diens werk over de ongelijkheid tussen de generaties, wil Generation Squeeze vooral opkomen voor de belangen van de generatie onder de veertig op het gebied van huisvesting, maar ook met betrekking tot salaris, openbaar vervoer en kinderopvang. In 2015 was de beweging vooral bezig op Twitter om, onder de hashtag #donthaveonemillion, de exorbitant hoge huizenprijzen in Vancouver aan de kaak te stellen.

    Altruïsten. ‘Praten over manieren om wonen betaalbaarder te maken spoort mensen er niet noodzakelijkerwijs toe aan om maatregelen te steunen die de bouw stimuleren’, schrijft The Atlantic. Volgens het blad is de beweging voor betere huisvesting niet louter een optelsom van de individuele klachten van jongere werknemers die zich druk maken om hun eigen toekomst. Het gaat ook om het streven naar sociale rechtvaardigheid. Het blad citeert Clayton Nall, een politicoloog aan de Stanford-universiteit, die stelt dat er ‘een sterk verband is 
tussen mensen die menen dat de rijken zwaarder belast moeten worden, en mensen die streven naar voor iedereen betaalbare huisvesting’.

    Deze progressieve filosofie ligt bijvoorbeeld ten grondslag aan het project A Place for You, dat wordt uitgevoerd door Multnomah County in de Amerikaanse staat Oregon, waaronder de stad Portland valt. Het project financiert de bouw van kleine zelfstandige woningen op het terrein van een handvol grondbezitters, die zich vrijwillig hebben aangemeld. Die moeten in ruil daarvoor een dakloos gezin (doorgaans een eenoudergezin) vijf jaar lang gratis huisvesten, meldt de plaatselijke website Willamette Week. Als het project aanslaat, zal het worden uitgebreid.

    Festivalgangers. Yimby Town in Oakland (Californië), het Yimby Festival in Toronto en zelfs Yimby Con in de Finse hoofdstad Helsinki: de laatste jaren wemelt het van bijeenkomsten waar de schaarste aan betaalbare huisvesting centraal staat, met inbegrip van manieren om daar een einde aan te maken. Zoals de website Citylab meldt, trok de tweede versie van Yimby Town (de eerste werd in 2016 georganiseerd in Boulder in Colorado) in de voorbije zomer ‘honderden deelnemers uit alle landen, onder wie onderzoekers, mensen van techbedrijven en zelfs leden van de Senaat van Californië, die debatteerden over de politiek achter en de oplossingen voor de huidige crisis in de volkshuisvesting.

    ‘De term nymby wordt steeds vaker in ongunstige zin gebruikt’

    CONTEXT: ‘Niet in mijn achtertuin’

    Het acroniem ‘nimby’ (voor: not in my backyard – letterlijk: niet in mijn achtertuin) wordt in de Angelsaksische wereld gebezigd ter aanduiding van een bewonersgroep die wordt gevormd om een woningbouw- of infrastructuurproject tegen te houden. Zoals het Amerikaanse weekblad The Atlantic onderstreept wordt de term steeds vaker in ongunstige zin gebruikt om groepen aan te duiden die het erom te doen is ‘de waarde van vastgoedbezittingen hoog te houden, maar ook om via de huisvesting de scheiding tussen inwonersgroepen in stand te houden’ (bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat scholen in de buurt uitsluitend door kinderen uit eenzelfde milieu worden bezocht).

    Het letterwoord ‘yimby’ (voor: yes in my backyard) wordt gebruikt voor een nieuw soort actievoerders, die proberen een einde te maken aan wat zij beschouwen als plaatselijke vormen van egoïsme. Sommige schrijvers over het onderwerp zien desalniettemin positieve kanten aan bepaalde vormen van protest die als nimby worden bestempeld. In haar boek This Changes Everything: Capitalism vs The Climate (in het Nederlands verschenen onder de titel No Time: verander nu voordat het klimaat alles verandert) ziet de Canadese journaliste Naomi Klein lokale protestbewegingen tegen grote infrastructurele projecten die als een gevaar voor het milieu worden beschouwd ‘niet als een nimby-achtige uitdrukking van verontwaardiging, maar als een absoluut moreel gebod’, benadrukt de Canadese krant The Globe and Mail (Toronto).