Tag: Molenbeek

  • Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Deze Brusselse theatermaker wil af van het beeld van Molenbeek als broeinest van terreur

    Het Brusselse stadsdeel Molenbeek wordt beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Maar de Molenbekenaars zijn niet allemaal aanslagplegers en willen het ook graag eens over iets anders hebben. Theatermaker Ben Hamidou geeft hun een stem.

    Othello hoeft niet te doden. Othello heeft de keuze. Hij is aan relatietherapie begonnen, samen met zijn geliefde Desdemona, om zijn jaloezie onder controle te krijgen. In lange discussies met vrienden en bekenden heeft hij geleerd om zijn rol in het stuk te bevragen: is hij, als zwarte man in een witte samenleving, voorbestemd om te doden? Hij kan nu zelfs van gender wisselen. En zo houdt hij Desdemona aan het einde weliswaar bevend van jaloezie en haat met beide handen bij haar keel vast, het lukt hem op het laatste moment toch om haar los te laten. Applaus, bravo’s, algemene ontroering in de theaterzaal. Ben Hamidou staat applaudiserend naast het podium, terzijde, en toch in het middelpunt. Hij straalt.

    In het kort

    • Theatermaker Ben Hamidou is opgegroeid in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject.

    • Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels.

    • De Marokkaanse gemeenschap wordt buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Ben Hamidou is zesenvijftig jaar, film- en tv-acteur, komediant, theatermaker, opgegroeid in Molenbeek. Hij heeft het stuk ingestudeerd met een stuk of twaalf jonge vrouwen en mannen uit de wijk. Het heet ‘À peu près Othello d’ à peu près Shakespeare’, ‘Ongeveer Othello, van ongeveer Shakespeare’, en is vooral gericht tegen racisme en femicide. Hamidous hele artistieke carrière is geworteld in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject. Door de pandemie hebben de repetities voor de uitvoering van Othello vertraging opgelopen; twee jaar lang hebben ze eraan gewerkt. Nu gunt hij het slotapplaus aan de jongelui. Iedereen op de volle tribune in het sociaal-cultureel centrum van Molenbeek – ouders, grootouders, broers en zusters, bekenden, mensen uit de wijk – is ontroerd en ook hij vindt het moeilijk om het droog te houden. Pas helemaal op het laatst komt Hamidou het toneel op en voegt zich bij Anass, Matteo, Lina, Jawad, Jeremy, Steve, Julie, Maya, Jihan en de anderen. Het is een jong, divers gezelschap waarvoor hier geapplaudisseerd wordt: zwart en wit en alle tinten daartussenin, typisch Molenbeek met zijn 100.000 inwoners en honderden nationaliteiten. Samen buigen ze voor het laatste open doekje, met achter hen het omgewoelde huwelijksbed van Othello en Desdemona, een liefdesnest, niet bevlekt door dodelijk geweld.

    Zo mooi kan het zijn in ‘Molem’, zoals ze hun wijk hier noemen. Maar ook heel anders.

    In België wordt Molenbeek gebruikt als een politiek begrip, het Brusselse stadsdeel wordt door velen beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Toen Marokko tijdens het WK voetbal won van België trokken jonge moslims de binnenstad in en schopten rellen. Er brandden auto’s, ruiten van politie- en brandweerauto’s gingen aan diggelen, straatmeubilair werd vernield. Zulke uitbarstingen van haat tegen de Belgische samenleving en van vernielzucht maakt Brussel keer op keer mee. En hoewel de woedende jongeren niets te maken hebben met islamistische terroristen, roepen ze toch herinneringen op aan Molenbeeks donkerste momenten.

    Broeinest van terreur

    Sinds een paar weken loopt het proces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Er kwamen toen 32 mensen om het leven. De aanslag werd gepleegd door dezelfde terreurcel die op 13 november 2015 in Parijs toesloeg. In de beklaagdenbank zitten mannen als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, opgegroeid in Molenbeek, tot het laatst toe geholpen door vrienden uit Molenbeek. De krantenkoppen over Molenbeek als broeinest van terreur gingen de wereld over. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen schuldgevoel en koppigheid. Hoe meer ze van Molem houden, hoe meer ze er ook onder lijden.

    Nee, zegt Ben Hamidou als hij ons uitnodigt een rondgang door Molenbeek te maken, hij gaat het niet over terrorisme hebben. Hij wil de mooie kanten van de wijk laten zien. Op het eerste gezicht wekt die de indruk een buurt in Rabat te zijn: mannen in theehuizen, gesluierde vrouwen op de markt, de koran in de etalages van boekhandels. Maar ook studenten bepalen het beeld; zij vinden hier betaalbare woonruimte. Toch verrijzen op de braakliggende industrieterreinen langs het kanaal al luxewoningen; de laatste tijd klinken er protesten tegen gentrificatie.

    Voor hem als kind was het je reinste paradijs, zegt Ben Hamidou, terwijl hij midden in de winkelstraat Chaussée de Gand, tussen supermarkt Tanger en bakkerij Hassan een keer om zijn as draait. Het is zijn podium.

    Hij kwam halverwege de jaren zestig met zijn familie naar hier. België wierf arbeidskrachten in Noord-Afrika. Zijn ouders zijn van Marokkaanse origine, maar woonden in Algerije. Ze spraken vloeiend Frans. Zulke mensen wilden ze graag hebben, vooral in Molenbeek, dat indertijd het centrum was van de industriële bloei in België. De wijk ligt langs het kanaal van Brussel. Vanuit het zuiden, uit Wallonië, werden via het kanaal kolen aangevoerd; richting Noordzee vonden de waren hun weg naar de wereld. Ben Hamidou loopt nu La Fonderie binnen. Deze voormalige gieterij is het symbool van Molenbeeks bloeitijd, en is inmiddels omgetoverd tot een industriemuseum. Hier vind je Sultan de leeuw, een pleisteren gietmodel voor de vervaardiging van een bronzen beeld – mogelijk het beroemdste exportproduct uit Molenbeek. 

    Berberleeuw

    Hij is gemaakt naar voorbeeld van een berberleeuw die aan het begin van de negentiende eeuw de bezoekers van de dierentuin in de Bronx fascineerde. Daar siert het bronzen beeld tot op heden de toegangspoort, samen met twintig andere dierenbeelden die in Molenbeek werden gegoten. Ook de jonge Lincoln begon als bronzen beeld in Molenbeek zijn reis naar de VS.  Zelfs de Belgische koning Leopold II ligt als model nog ergens in het bakstenen gebouw. Hij ging de geschiedenis in als schepper van het moderne België – en als een meedogenloze kolonialist, wiens honger naar rubber en ivoor volgens schattingen van historici 10 miljoen mensen het leven  heeft gekost.  

    Ben Hamidou was als kind al bekend in Molenbeek, als begeleider van zijn grootmoeder, een getatoeëerde Berbervrouw. Ze werd ‘Geronimo’ genoemd omdat ze eruitzag als een Apache-krijger. ‘Stel je voor,’ zegt Hamidou, ‘je bent tien jaar oud en loopt met Geronimo over het schoolplein.’ Wat kon hij anders worden dan een podiumbeest?

    Een paar jongemannen hebben met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam bezorgd

    Hamidou heeft een monument voor zijn grootmoeder opgericht in de vorm van het soloprogramma Sainte Fatima van Molem, dat hij voor het eerst opvoerde in 2010 in Molenbeek. Daarin schetst hij het beeld van een immigrantengemeenschap die met grote nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen toenadering zoekt tot de Belgische samenleving. Hamidou werd ervoor geprezen in Molenbeek.

    Ben Hamidou YouTube
    Film- en tv-acteur, komediant, theatermaker Ben Hamidou. – © YouTube

    In 2016, een paar maanden na de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hamidou in Molenbeek ineens geboycot. Met een collega bracht hij Les enfants de Dom Juan, de kinderen van Don Juan, op de planken. Hamidou, de voorbeeldige Belgische moslim, maakt zich vertrouwd met de ongelovige losbol Don Juan. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, een voorzichtige provocatie voor de moslimgemeente en hun waarden. Maar in Molenbeek werden affiches verscheurd en uitvoeringen afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Na de aanslagen betreurde Hamidou het ‘communitarisme’ in Molenbeek, de terugtrekking van de moslimgemeenschap in zichzelf en in haar religie. Molenbeek zou een ghetto zijn geworden. Hij noemde de situatie een ‘catastrofe’.

    Nee, zegt Ben Hamidou dus nog eens, geen woord over terrorisme, wat zou hij ook moeten zeggen, behalve dat een paar jongemannen met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam hebben bezorgd. De gemeenschap is nog steeds getraumatiseerd door de storm in de media, die toen op iedere straathoek een jihadist vermoedden. Nog steeds wordt iedereen die op straat een camera tevoorschijn haalt om een foto te maken wantrouwig bekeken. Hamidou wil in geen geval als kroongetuige tegen zijn wijk optreden. Hij wil zijn kunst laten spreken. Ooit, zegt hij, heeft hij getrouwde moslimvrouwen samen laten optreden in een stuk, dat was een heel bijzonder avontuur geweest, vooral voor hun echtgenoten.

    Horrorverhaal

    Maar natuurlijk is het onmogelijk om bij een rondgang door Molenbeek niet te praten over terrorisme. Op het Place communale, het plein voor het gemeentehuis, sta je midden in het horrorverhaal. ‘Daar,’ wijst Ben Hamidou, ‘is Salah Abdeslam opgegroeid.’

    Salahs broer Brahim blies zich op 13 november 2015 namens de Islamitische Staat op bij de aanslagen in Parijs. Salah besloot op het laatste moment anders. Hij vluchtte terug naar Brussel. In de Vierwindenstraat, slechts een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis, werd hij op 18 maart 2016 door de politie opgepakt in een kelder waar hij zich verstopte. Ben Hamidou herinnert zich die middag nog goed. Hij voerde in de buurt een stuk op met een theatergroep. Ze schrokken allemaal toen er schoten vielen.

    14119424629 1c9f5e3830 o kopie 2
    Molenbeek is meer dan alleen het proces over de aanslagen. – © Flickr

    Vier dagen later stierven er in Brussel 32 mensen bij zelfmoordaanslagen in het metrostation Maalbeek en op de luchthaven Zaventem. Salah Abdeslam had meegewerkt aan de voorbereiding daarvan. Daarom zit hij, terug uit Parijs, waar hij al tot levenslang werd veroordeeld, nu in Brussel in de beklaagdenbank. Naast hem zit zijn schoolvriend Mohamed Abrini, die opgroeide in de Graaf van Vlaanderenstraat, hier om de hoek. Hij zou zich op de luchthaven opblazen, maar maakte rechtsomkeert.

    Veel van hun strijdmakkers uit Molenbeek zitten in de gevangenis, velen zijn omgekomen. Bijvoorbeeld Abdelhamid Abaaoud, die als IS-strijder in Syrië gedode vijanden met een jeep door de woestijn sleepte. Op 13 november 2015 ging hij in Parijs met een kalasjnikov op mensenjacht en blies zich enkele dagen later op na een vuurgevecht met de politie. Zijn ouderlijk huis staat op vijf minuten lopen van het gemeenteplein, in de Darimonstraat.

    Het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden

    Het waren maar een paar mannen, het is meer dan zes jaar geleden, en velen vragen zich hier af: wat heeft dat nog met ons te maken? Natuurlijk willen veel mensen de gebeurtenissen verdringen en vergeten. Maar het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden.

    Een van de tweeëndertig slachtoffers van 22 maart 2016 in Brussel heette Loubna Lafquiri.  Zij was 34 jaar oud en woonde in Molenbeek. Haar echtgenoot Mohamed El Bachiri groeide op in Molenbeek en woont hier nog steeds. Als hem naar zijn identiteit gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik ben een product van Molenbeek.’

    Halfuur te laat

    El Bachiri, 42 jaar, heeft als ontmoetingsplek een café voorgesteld aan het kanaal dat het toeristische centrum van Brussel van Molenbeek scheidt. Hij komt een halfuur te laat. Een kaal voorhoofd, zorgvuldig getrimde baard, witte coltrui. Een uiterst vriendelijke man. Hij verontschuldigt zich: hij moest nog met een lerares spreken, zijn middelste zoon zorgt voor problemen op school. Hij heeft drie zonen, van zestien, veertien en acht jaar oud. Sinds 22 maart 2016 voedt hij ze alleen op. El Bachiri werkte toen als metrobestuurder. Die dag had hij vrij en was thuis. Zijn echtgenote Loubna Lafquiri, een gymlerares, was met de metro onderweg naar haar werk. Ze stond vlak naast de zelfmoordterrorist. Duizenden mensen kwamen naar de rouwplechtigheid, Loubna Lafquiri was bekend als een moderne moslima en pedagoge die jonge vrouwen wilde helpen een zelfstandig leven te leiden. 

    Mohamed El Bachiri heeft een boek geschreven over de tragedie van zijn leven: Jihad van liefde. Er werden ruim honderdduizend exemplaren van verkocht en het werd in 2019 onderscheiden met de Konstanzer Konzilspreis. Hij heeft zijn woede in liefde veranderd, zegt hij, en er is veel wat hij de verdachten uit het boek zou kunnen voorlezen. Vooral dat haat niet thuishoort in de religie. Hij zou als civiele partij als getuige kunnen optreden, maar dat durft hij niet. 

    Slachtoffers en hun nabestaanden spelen slechts bijrollen in het terreurproces

    Wat er tot dusver in het proces is gebeurd, ervaart hij als theater. De verdachten en hun advocaten hebben voor elkaar gekregen dat de rechtszaal werd verbouwd omdat ze niet in aparte cabines geplaatst wilden worden. Abdeslam en Abrini klagen over het isolement in de gevangenis, over vermeende onmenselijke behandeling bij het transport naar de rechtbank. Ze weigeren verklaringen af te leggen. Tot dusver spelen de slachtoffers en hun nabestaanden slechts bijrollen in het terreurproces.

    In een vitrine voor de balie waarachter de rechters zitten, liggen bewijsmiddelen. Een geweer, een pistool, spuiten die gebruikt werden voor het mengen van de springstof, spijkers en schroeven die door de springstof gemengd werden. De afgerukte handgreep van een bagagekar. Het gedeukte blik van een metrostel.

    Lang merkte men weinig van de verschrikking van de misdaden in deze rechtszaal, die eruitziet als een grote kantoorruimte. Dat veranderde pas toen de officieren van justitie de aanklachten voorlazen en de 32 overleden slachtoffers bij name noemden.

    Loubna Lafquiri, in stukken gereten in het metrostation Maalbeek. Zij was het enige moslimslachtoffer. Haar moeder zat in de rechtszaal toen haar naam werd genoemd.  Daarna heeft ze vier dagen lang gehuild, zegt Mohamed El Bachiri, haar schoonzoon.

    Dat wil hij zichzelf niet aandoen. Hij heeft zijn energie nodig voor zijn kinderen en zijn werk, dat vooral met Molenbeek te maken heeft. Hij houdt voordrachten op scholen en in kerken om te strijden tegen de haat die mensenlevens verwoest.

    Stigmatiseren

    Meteen na de aanslag wilde hij met de kinderen alleen maar weg uit Molenbeek, naar Marokko, het vaderland van zijn ouders. Toch is hij gebleven. ‘Het is mijn gemeenschap, waar ik van houd. Ze mogen niet iedereen stigmatiseren vanwege een paar criminelen,’ zegt hij. Niemand uit de familie van de daders heeft zich bij hem verontschuldigd. ‘Veel mensen schamen zich, ze verstoppen zich,’ zegt hij. ‘Op een andere manier dan ik zijn ook zij slachtoffers van deze daden.’ Maar een jongeman die van Molenbeek naar Syrië was afgereisd om voor IS te vechten, heeft zich wel verontschuldigd. Hij dacht dat hij voor het goede vocht, maar hij had zich vergist.

    Om te verklaren wat er in Molenbeek misgegaan is, vertelt Mohamed El Bachiri het verhaal van zijn jeugd. Dat gaat niet over een hoopvolle generatie migranten zoals die van Ben Hamidou, maar over de industriële neergang die leidde tot werkeloosheid, hopeloosheid en criminaliteit.

    Wie de postcode van het stadsdeel in zijn identiteitsbewijs heeft staan, had het altijd al moeilijk

    Toen hij begon uit te gaan met meisjes van buiten Molenbeek, stelde hij zich aan hun ouders altijd voor als een Siciliaan. Hij noemde zich Antonio en zei dat hij in het stadsdeel Jette woonde. Mohamed, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek: dat was niet te verkopen aan potentiële schoonouders. Het was ook onmogelijk om met zijn identiteitsbewijs buiten de grenzen van de wijk een disco binnen te komen. Zodra de portiers het postcodenummer 1080 zagen, zeiden ze dat het hun speet, maar dat de baas geen jongelui uit Molenbeek in zijn zaak wilde hebben. 1080, dat was toen al een code voor vechtersbazen en dieven. 

    YOUTUBEMohamed El Bachiri
    Mohamed El Bachiri werd in 2018 weggepest van de kieslijst voor de gemeenteraad. – © YouTube

    Als men dus nu de moslimgemeenschap in Molenbeek verwijt dat ze zichzelf geïsoleerd heeft, dan was dat een ‘opgedrongen communitarisme’, zegt Mohamed El Bachiri. Hij en zijn vrienden voelden zich buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’

    Monsters

    Het is verre van hem om deze haat te accepteren als verklaring van en rechtvaardiging voor de weg naar de militante islam en het terrorisme. Hij noemt de mensen die zijn vrouw hebben gedood monsters. Maar hij ziet deze haat van het merkteken 1080 nu ook weer bij de jongeren die de straat op gaan om te rellen als Marokko van België wint. Er zijn nu meer maatschappelijk werkers in Molenbeek, de staat houdt de moskeeën strenger in de gaten, maar de jeugdwerkloosheid ligt nog altijd op 30 procent. ‘De jongeren voelen zich niet Belgisch,’ zegt Mohamed El Bachiri, ‘ze voelen zich hier niet thuis. Als dit probleem niet wordt opgelost, riskeert men steeds weer nieuwe drama’s.’

    En ja, ook hij was vurig voor Marokko tijdens de WK-wedstrijd tegen België, zegt hij. ‘Het Marokkaanse deel van mijn identiteit wordt normaal gesproken niet gewaardeerd.’ 

    Mohamed El Bachiri zou bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de kieslijst staan van de liberale burgemeesterskandidaat, maar hij werd weggepest door het establishment van de partij, zegt hij.

    Er zijn schattingen volgens welke ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels heeft, maar nog nooit heeft iemand van hen het in de gemeente voor het zeggen gehad. De vrouwelijke burgemeester is de socialiste Catherine Moureaux. Zij heeft het ambt overgenomen van haar vader Philippe, die door velen nu nog verantwoordelijk gehouden wordt voor het drama in Molenbeek. Hij zou te weinig nadruk gelegd hebben op het belang van integratie, waardoor de islamgemeenschap zichzelf isoleerde onder het mom van multiculturaliteit. ‘Als ik door Molenbeek rijd, heb ik niet het gevoel in België te zijn,’ zei een Vlaamse socialist onlangs.

    Ik zit nog heel lang met Mohamed El Bachiri te praten. Hij heeft een bijna kinderlijk plezier in discussiëren en filosoferen. Na de voordelen van de klassiek-Griekse politiek en de dwaalwegen van het salafisme komen we ten slotte nog te spreken over de Franse laïcité. Een gevaarlijk dogma, vindt hij, dat moslims wil dwingen tot assimilatie. De spotprent van de profeet met een bom op zijn hoofd in het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was volgens hem ‘aanzetten tot haat’, wat natuurlijk geen rechtvaardiging van het geweld is. Twee van de door de jihadisten gedode tekenaars, Charb en Cabu, waren in zijn jeugd zijn helden. ‘Ook zij,’ zegt hij, ‘zijn voor niets gestorven.’

    Dan neemt Mohamed El Bachiri afscheid. Hij gaat via de brug over het kanaal terug naar Molenbeek, zijn thuis, naar zijn drie zonen, uit wier leven hij de haat wil weren. De jongste, heeft hij verteld, houdt van toneel-spelen. Misschien zal hij ooit bij Ben Hamidou terechtkomen, op het podium van het sociaal-cultureel centrum in Molenbeek, met zijn moeder in zijn hart en de rest van de familie in het publiek. Op die magische plek, waar zelfs Othello een keus heeft.

  • Amerikaanse lessen voor Molenbeek

    Amerikaanse lessen voor Molenbeek

    Waarom zijn er in de VS geen aanslagen als in Parijs en Brussel, en vertrekken er zo weinig Amerikaanse moslims naar Syrië? Voor het antwoord op die vragen moet je in ‘de Arabische hoofdstad van Noord-Amerika’ zijn: 
Dearborn, Michigan.

    Van alle Amerikaanse voorsteden lijkt Dearborn, Michigan, 
misschien wel het meest op Molenbeek, waar de terroristen 
vandaan kwamen die de aanslagen pleegden op het vliegveld en in de metro van Brussel en afgelopen najaar in Parijs. Deze gewone voorstad van Detroit, die wel ‘de Arabische hoofdstad van Noord-Amerika’ wordt genoemd, heeft de grootste moskee van het land; in Dearborn vind je ook het Arabisch Museum, Arabische cafés, en halal beefburgers. De laatste tijd is Dearborn doelwit van rechtse angstzaaierij en bijtende, islamofobe commentaren. Ron Haddad, hoofd van de politie in Dearborn, vertelt dat hij op reizen door het land altijd maar één vraag krijgt. ‘Dan komt er iemand naar me toe, priemt zijn vinger in mijn gezicht, 
en vraagt: “Zullen de mensen in uw gemeenschap terroristische daden bij jullie melden?”’

    Wat ze bedoelen is: zullen moslims andere moslims aangeven? Haddad heeft dan zijn antwoord klaar: ‘Niet alleen zouden ze dat doen, ze doen het ook,’ zegt hij. ‘Ze hebben het al gedaan.’

    Amerikaanse moslims zijn sterker geassimileerd en patriottischer

    Dearborn en Molenbeek, ze verschillen van elkaar als dag en nacht. In een stad waar bijna een derde van de 95.000 inwoners Arabisch-Amerikaans is, heeft Haddads politiedienst een wijdvertakt netwerk aan contacten in de islamitische gemeenschap. Zijn politiemensen gaan geregeld op bezoek bij de achtendertig scholen en de vele moskeeën die de stad telt. Haddad ondersteunt een programma dat ‘Stepping Up’ heet, en dat onder andere een jaarlijkse prijsuitreiking organiseert voor bewoners die criminele activiteiten aangeven. 
De afgelopen jaren heeft zeker twee keer per jaar een moslimvader die zich zorgen maakte over de invloed van IS 
of andere onlinepropaganda op zijn kind, zijn eigen zoon aangegeven. 
Ook is het voorgekomen dat leerlingen van een overwegend islamitische 
middelbare school problemen rond 
een medeleerling kwamen melden.

    Dat komt volgens Haddad deels doordat er een plek is waar ze hun meldingen kúnnen doen, en deels doordat ze zich verbonden voelen met de rest van Dearborn, Michigan en de Amerikaanse samenleving. Het contact- en informantenprogramma dat hij leidt wordt door de Amerikaanse politie- en contraterrorisme-autoriteiten als voorbeeld gezien. En het is maar één klein onder-
deel van de weinig bekende, maar wijdverbreide inspanningen die in het hele land gaande zijn om netwerken op te bouwen binnen moslimgemeenschappen. Dat gebeurt zowel op landelijk als op federaal niveau, en binnenkort gaat er een nieuw financieringsprogramma van start voor deze inspanningen. 
Toch zijn slechts weinig Amerikanen van deze ontwikkelingen op de hoogte.

    In de race om het Amerikaanse presidentschap is het antimoslimsentiment weer een geliefd onderwerp, en niet alleen bij Donald Trump, met zijn voorstel om moslims te weren. Ook Ted Cruz heeft zijn steentje bijgedragen, toen hij zei: ‘We moeten de politie de middelen geven om de orde in 
islamitische wijken te handhaven, voordat die radicaliseren.’

    Een politieman in Dearborn houdt de wacht terwijl bezoekers de moskee verlaten, vlak na de aanslagen van 11 september 2001. – © Bill Pugliano / Getty Images
    Een politieman in Dearborn houdt de wacht terwijl bezoekers de moskee verlaten, vlak na de aanslagen van 11 september 2001. – © Bill Pugliano / Getty Images

    Amerikaanse politiemensen die betrokken zijn bij de pogingen om 
terrorisme tegen te gaan, voelen zich hier bepaald niet prettig bij: volgens hen is er al veel contact tussen Amerikaanse moslimgemeenschappen en de Amerikaanse politie- en inlichtingendiensten. En die gemeenschappen 
blijken niet ‘geradicaliseerd’ te zijn, maar juist verbazingwekkend coöperatief. Verschillende bronnen binnen de Amerikaans politie- en inlichtingendiensten schetsen een beeld van een grotendeels stilgehouden maar wijdverbreide manier van werken: om terrorisme tegen te gaan en inlichtingen te verkrijgen is de federale overheid diep doorgedrongen in moslimgemeenschappen. Hun aanpak bestaat niet zozeer uit surveilleren, maar uit geavanceerde, zij het soms inbreukmakende programma’s gericht op het versterken van contacten en het winnen van informanten. Het resultaat is volgens Amerikaanse functionarissen dat Amerikaanse moslimwijken veel meer meewerken aan het bestrijden van 
islamitisch terrorisme dan hun Europese tegenhangers.

    Bij de bron

    Onlangs ging de grootste van deze federale programma’s van start: een taskforce met vertegenwoordigers 
van de verschillende diensten, 
gecoördineerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat betekent dat geld en bevoegdheden die voorheen altijd over verschillende diensten waren verdeeld nu voor het eerst op één plek terechtkomen. Als onderdeel van dat programma zet de FBI zogenaamde ‘Shared Responsibility Committees’ 
op, waarin mensen uit de federale (FBI) en plaatselijke politie, de geestelijke gezondheidszorg, binnenstads- en schoolprogramma’s, maatschappelijk werkers en imams en andere religieuze leiders samen een aanpak bedenken – en tevens verdacht gedrag onder de aandacht van de FBI brengen.

    Het gaat er niet om verdachten in de val te lokken, zeggen de autoriteiten. De bedoeling is juist om de vervreemding bij de bron aan te pakken en jonge mensen die zich aangetrokken voelen tot IS of andere radicale propaganda, op andere gedachten te brengen en 
ze via therapie en gespreksgroepen terug te brengen naar de samenleving, voordat het te laat is. Maatschappelijk werkers en therapeuten zullen toegang krijgen tot geheime informatie en de Shared Responsibility Committees 
zullen onder andere bespreken of er sprake is van duidelijk misdadige opzet en of ‘alternatieve straffen’ in plaats van lange gevangenisstraffen misschien beter zullen werken.

    Antimoslimgraffiti op de muur van het Islamic Center in de stad. – © Bill Pugliano / Getty Images
    Antimoslimgraffiti op de muur van het Islamic Center in de stad. – © Bill Pugliano / Getty Images

    Maar natuurlijk geeft het programma ook een stevige basis aan het informantennetwerk van de FBI. Er is veel discussie geweest over dit soort programma’s. In New York maakte burgemeester Bill de Blasio een eind aan een controversieel profilingprogramma van het New York Police Department dat volgens de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU [American Civil Liberties Union] zo ongeveer elke mannelijke moslim als verdachte aanmerkte.

    In de val

    Een van de middelen die het hoofd van de FBI kan inzetten in de strijd tegen potentiële terroristen – via agressieve undercoveroperaties – staat in de ogen van veel mensen bovendien gelijk met ouderwets in de val lokken. Uit een onderzoek uit 2014 door Human Rights Watch bleek dat ‘in sommige gevallen de FBI misschien wel terroristen heeft gemaakt van gezagsgetrouwe individuen door infiltratieoperaties uit te voeren die de bereidheid van het doelwit om een aanslag te plegen onderzocht en die vervolgens faciliteerde’. In het geval van de ‘Newburgh Four’ (vier moslimmannen uit Upstate New York die in 2014 door de FBI in de val werden gelokt en gearresteerd), zei een rechter dat ‘de overheid de misdaad en de middelen leverde en alle relevante belemmeringen uit de weg ruimde.’

    Volgens politiefunctionarissen zijn deze methodes wel degelijk effectief, al hebben ze ‘lone wolf’-aanslagen, zoals de schietpartij in San Bernardino en de bomaanslag op de marathon van Boston in 2013, niet weten te voorkomen.

    De Amerikaanse aanpak van moslimgemeenschappen is in het algemeen genuanceerder dan die in Frankrijk, waar de politie duizenden moslims 
in de gaten houdt die niets te maken hoeven te hebben met terreurplannen. En veel waarnemers geloven dat die genuanceerdheid een grote rol speelt bij het beantwoorden van die grote vraag: waarom hebben de Verenigde Staten, die toch lange tijd het hoofddoelwit zijn geweest van jihadistische haat, geen terreurprobleem van eigen bodem zoals Europa?

    De agressieve FBI-operaties staan volgens velen gelijk aan uitlokking

    Enkele redenen liggen voor de hand. Europa is geografisch verbonden met Syrië en andere terroristische vrijhavens, en de VS is dat niet. Maar de meeste deskundigen zijn het erover eens dat een deel van de verklaring ligt in de Amerikaanse moslimgemeenschappen zelf. De Amerikaanse moslims zijn veel sterker geassimileerd en patriottischer dan de vervreemde islamitische onderklasse in Frankrijk en België – die vaak bestaat uit ontevreden Algerijnse of Marokkaanse jongeren. En volgens Amerikaanse autoriteiten zijn Amerikaanse moslims zelf enorm behulpzaam geweest bij het verhinderen van aanslagen. ‘In de meer dan tien jaar dat ik nu bij de federale overheid werk, zijn Arabische en Zuid-Aziatische islamitische gemeenschappen in het hele land een van de grootste hulpbronnen geworden voor de bescherming van de veiligheid van ons land en het bevorderen van de Amerikaanse waarden,’ zegt George Selim, die bij Binnenlandse Zaken verantwoordelijk is voor de nieuwe taskforce.

    Volgens radicaliseringsexpert Jessica Stern is één probleem voor IS-ronselaars in Amerika – waarvandaan procentueel tien keer minder moslims geprobeerd hebben af te reizen naar Islamitische Staat dan vanuit veel West-Europese landen – dat ‘Amerikaanse moslims gewoon te gelukkig zijn. Uit opiniepeilingen blijkt dat Amerikaanse moslims patriottisch zijn. Zij zijn aantoonbaar gelukkiger met de koers van het land dan niet-moslims. Als jongeren in de verleiding komen om zich bij een jihadistische groep te voegen, doen hun ouders vaak alles om ze tegen te houden. Gelukkig heeft de politie in verscheidene Amerikaanse steden een goede vertrouwensband met ze opgebouwd.’

    Dearborn en Molenbeek verschillen van elkaar als dag en nacht

    Een aantal gevallen in de afgelopen jaren illustreert hoe bepaalde situaties in de Verenigde Staten uit hadden kunnen groeien tot aanslagen à la Brussel, maar dat niet deden. In 2010 werd Farooque Ahmed, een genaturaliseerde Pakistaan uit Noord-Virginia, aangegeven door iemand uit zijn moskee en vervolgens aangeklaagd wegens het beramen van een aanslag op metrostations. In 2014 werd de FBI door een plaatselijke informant gewaarschuwd dat drie islamitische tieners van plan waren zich bij IS in Syrië te voegen.

    Moskeegangers passeren een auto met Amerikaanse vlag, eind 2001. –  © Bill Pugliano / Getty Images
    Moskeegangers passeren een auto met Amerikaanse vlag, eind 2001. – © Bill Pugliano / Getty Images

    Maar zoals altijd verplaatst de dreiging zich. John D. Cohen, die aan het hoofd stond van het programma tegen gewelddadig extremisme van Binnenlandse Zaken en nu doceert aan Rutgers University, zegt dat de IS-dreiging nu diffuus is en wordt verspreid via internet, zodat het niet veel zin meer heeft om zich op speciale moslimgemeenschappen te richten – althans niet in de Verenigde Staten. ‘Wat we nu zien 
is dat terroristen in spe niet gewoon in moslimgemeenschappen leven, en zelfs niet altijd een islamitische achtergrond hebben,’ zegt Cohen. ‘Het gaat vaak 
om verwarde mensen die hun leven betekenis willen geven door voor zo’n zaak te gaan vechten. Ze weten vaak nauwelijks iets van de islam.’

    Het is ook een kwestie van het efficiënt uitwisselen van inlichtingen, een belangrijk onderdeel van de inspanningen van Binnenlandse Zaken, dat in Europa veel minder ver gevorderd is. ‘Er zijn twee verschillen met West-Europa,’ zegt Cohen. ‘De ene is dat de immigrantengemeenschappen daar veel minder vertrouwen hebben in de 
politie en in andere mensen. Maar de andere reden waarom wij in dit land zo veel aanslagen hebben ontdekt en voorkomen, is dat de inlichtingenstroom tussen plaatselijke en nationale diensten ongelooflijk verbeterd is sinds 9/11. Ik vermoed dat de informatie over de verdachten die Turkije doorgaf aan de Belgische autoriteiten, wel naar de inlichtingendienst ging, maar misschien niet naar politiemensen. Het zou wel eens kunnen dat die er niet vanaf wisten.’

    Schadelijk

    In de Verenigde Staten vrezen veel betrokkenen nu dat de antimoslimretoriek uit de verkiezingscampagne schadelijk is voor hun zo zorgvuldig opgebouwde programma’s, waaronder ook de nieuwe task force.

    Haddad in Dearborn en andere Amerikaanse politiemensen zijn bang dat deze nieuwe golf openlijke islamofobie de radicalisering die zij juist hebben geprobeerd te beteugelen, weer aanwakkert. Tot nu toe lijken hun inspanningen te werken: Charles Kurzman, socioloog aan de University of North Carolina, zegt dat het relatief kleine aantal moslims in Amerika dat zich aangetrokken voelde tot de IS-ideologie, de laatste tijd nog verder is afgenomen. ‘Het aantal dat naar het buitenland wil reizen (waarschijnlijk naar Islamitische Staat) was tussen half 2014 en half 2015 op zijn hoogtepunt en is daarna aanzienlijk gedaald. Een mogelijke reden daarvoor is dat de aantrekkingskracht van IS is afgenomen door de gewelddadige en wrede beelden.’

    Auteur: Michael Hirsch
    Vertaler: Annemie de Vries

    Politico
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000

    Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.

  • Dossier Brussel 2. Molenbeek genezen van zijn kankers

    Dossier Brussel 2. Molenbeek genezen van zijn kankers

    De hoofdredacteur van La Libre Belgique is klaar met de Franse kritiek op zijn land. Maar tegelijk roept hij zijn landgenoten op om nu eindelijk de problemen eens aan te pakken.

    Laten we niet in de wanhoop en zwaarmoedigheid blijven hangen die ons overvalt bij het lezen van de reacties, vooral uit Frankrijk, waarin België uiteindelijk verantwoordelijk wordt gesteld voor de 130 slachtoffers van de aanslagen in Parijs, op 13 november jongstleden. Poujadisme [Franse politieke stroming die zich keerde tegen het establishment en de bestaande politiek], demagogie en hooghartig nationalisme vieren nog altijd hoogtij. En in een mediawereld die zwakzinnige commentaren verkiest boven diepgravende analyses, gaan de auteurs van verwerpelijke verhalen, belust als ze zijn op stompzinnige simplificeringen en venijnige oordelen, gouden tijden tegemoet.

    Om maar tolerant te lijken hebben sommige politici en intellectuelen verzuimd te voorkomen dat er haat werd gezaaid in de geest van een kwetsbare jeugd die geen enkel houvast heeft

    Moeten we daaruit afleiden dat de Belgische politie, de Belgische politiek en de Belgische media niet hebben gefaald en deze zaak – die van het radicalisme – met de nodige strengheid, zorgvuldigheid en visie hebben aangepakt? Het antwoord is uiteraard ontkennend. Er zijn gruwelijke blunders begaan. Dat men heeft toegestaan dat er zich in de hoofdstad van België en Europa salafistische netwerken hebben ontwikkeld die zich aan alle regels onttrokken was een magistrale fout waarvoor België een zware prijs betaalt, en nog lang zal moeten betalen. Om maar tolerant te lijken hebben sommige politici en intellectuelen verzuimd te voorkomen dat er haat werd gezaaid in de geest van een kwetsbare jeugd die geen enkel houvast heeft.


    Nog onverdraaglijker is het dat dit lakse beleid het imago heeft beschadigd van een creatieve, multiculturele wijk – Molenbeek – die zich zo goed en zo kwaad als het ging probeerde te verzetten tegen de funeste invloed van oncontroleerbare haatpredikers. Het is een enorme maar onontkoombare opgave om een deel van de jeugd te resocialiseren. Een eerste stap is gezet. Maar de weg zal lang en moeilijk zijn.

    Ook moeten we ons vragen stellen over het volgende: hoewel hij in heel Europa door de politie werd gezocht, is Salah Abdeslam zijn wijk dus kennelijk 126 dagen niet uit geweest. Hij heeft in die tijd op de steun van talrijke handlangers kunnen rekenen. Deze laatsten vormen ook een gevaar en moeten als potentiële bommen worden beschouwd. Want het laat zich raden dat de vrienden van de terrorist uit zijn op wraak. We mogen hopen dat ze zo goed mogelijk in de gaten zullen worden gehouden. Is Molenbeek gedoemd een broeinest van terrorisme te blijven? Natuurlijk niet. We moeten geen ‘opruiming’ houden in Molenbeek. We moeten Molenbeek vooral genezen van de kankers die we hebben laten groeien: armoede, radicalisering en uitsluiting.

    Auteur: Francis Van de Woestyne

    La Libre Belgique
    België | dagblad | oplage 60.900

    Franstalige pendant van De Standaard. Katholiek en heldhaftig tijdens WOII. La Libre verscheen clandestien in het bezette België. Met de naam werd met een knipoog gerefereerd aan de collaborerende krant La Belgique.