Tag: monopolie

  • Amerikaanse overheid onderneemt juridische stappen tegen Visa

    Amerikaanse overheid onderneemt juridische stappen tegen Visa

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Libanon: militaire leider van Hezbollah gedood bij Israëlische aanval

    » Argentijnse president Javier Milei vaart uit tegen VN in eerste speech

    Visa zou de markt voor debetkaarten hebben gemonopoliseerd

    Het Amerikaanse ministerie van Justitie kondigde dinsdag aan dat het betaalkaartuitgever Visa gaat vervolgen wegens schending van de concurrentiewet, de zogeheten ‘antitrust law’. Volgens de aanklacht heeft Visa ‘de markt voor debetkaarten illegaal gemonopoliseerd, waardoor banken en bedrijven geen keuze meer hebben en de concurrentie van nieuwkomers in de kiem wordt gesmoord’, aldus Fortune.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze praktijken hebben geleid tot ‘een markt waarop Visa illegaal de macht heeft verworven door vergoedingen te vragen die veel hoger zijn dan wat het zou kunnen krijgen op een competitieve markt’, zegt minister van Justitie Merrick Garland. Volgens Garland wordt 60 procent van de debetkaarttransacties in de Verenigde Staten afgehandeld door het Californische bedrijf.

  • EU neemt baanbrekende wetgeving aan om big tech te reguleren

    EU neemt baanbrekende wetgeving aan om big tech te reguleren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verdachte schietpartij 4 juli-parade wordt aangeklaagd voor zeven moorden

    » Meer dan twintig Malinese migranten komen om bij schipbreuk voor Libische kust

    EU wil illegale content en monopolievorming tegengaan

    Het Europese Parlement heeft dinsdag met een overweldigende meerderheid nieuwe EU-wetgeving goedgekeurd om een einde te maken aan machtsmisbruik van techreuzen en wetteloosheid op het internet, bericht de Amerikaanse techsite Gizmodo. De voornaamste wet die het parlement heeft aangenomen, is die op digitale diensten (Digital Services Act, DSA), die onlineplatforms verplicht meer te doen om illegale inhoud op het web te controleren. De andere wet, de Digital Markets Act (DMA), richt zich op het bestrijden van concurrentiebeperkende bedrijfspraktijken, zoals monopolievorming.

    Toch blijft ‘de afdwingbaarheid van deze (…) ingrijpende wetten een vraagteken’, merkt Gizmodo op. ‘De EU heeft al eerder grote techwetgeving aangenomen, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van 2018, die uiteindelijk is geflopt, deels omdat de handhaving ongeorganiseerd en diffuus was.’

    Lees ook:

  • Cummings doet vernietigend verslag van Johnsons corona-aanpak | Jacob Zuma voor de rechter

    Cummings doet vernietigend verslag van Johnsons corona-aanpak | Jacob Zuma voor de rechter

    Boris Johnsons voormalige rechterhand hekelt zijn aanpak van de coronacrisis

    De aanval is ‘vernietigend’, schrijft Financial Times: Dominic Cummings, de vroegere rechterhand van Boris Johnson, deed op woensdag 26 mei een boekje open over het chaotische beheer van de coronaepidemie in het Verenigd Koninkrijk en beschuldigde de premier ervan ‘ongeschikt’ te zijn om het land te leiden.

    Tijdens een bijna zeven uur durende hoorzitting voor een parlementaire commissie, vertelde de voormalig adviseur over de ‘chaos, besluiteloosheid en bedrog’ die naar zijn zeggen ‘in het hart van de regering’ heersten toen de coronacrisis uitbrak. Hij zei dat de Britse aanpak van de pandemie duizenden onnodige sterfgevallen heeft veroorzaakt in het land, dat met bijna 128.000 aan covid-19 gerelateerde sterfgevallen het hoogste dodental van Europa heeft.

    Johnson was ‘als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd’

    ‘Op een moment dat de mensen ons het meest nodig hadden, faalde de regering. Tienduizenden mensen stierven terwijl ze niet hoefden te sterven’, verklaarde Cummings.

    Dominic Cummings, de strateeg achter de brexitcampagne in 2016 en de verpletterende verkiezingsoverwinning van Boris Johnson in 2019, ‘gaf een vernietigend verslag van het optreden van de regering’, schrijft The Guardian. De minister-president zou de ernst van de ziekte herhaaldelijk hebben gebagatelliseerd en het een ‘scare story’ (‘paniekverhaal’) hebben genoemd.

    Groepsimmuniteit

    In maart 2020 streefden de ministers eerst een plan A na, ‘waarbij “groepsimmuniteit” een bijproduct was van een strategie om de verspreiding van het virus te beheersen, in plaats van deze in de kiem te smoren’, schrijft Financial Times. Greg Clark, voorzitter van het wetenschappelijk comité, zei toen dat er geen ‘ingewikkelde modellen’ nodig waren om te begrijpen dat Plan A tot 400.000 doden zou kunnen leiden. Plan B, een landelijke lockdown, werd uiteindelijk op 23 maart ingevoerd – ‘te laat’, aldus de zakenkrant.

    Cummings beschreef tegenover de parlementsleden een door de media geobsedeerde Boris Johnson die voortdurend van aanpak veranderde. ‘Als een supermarktkarretje dat van de ene kant van het gangpad naar de andere wordt geslingerd.’

    Hij beweerde zelfs dat ambtenaren Boris Johnson opzettelijk buiten de ‘Cobra’-vergaderingen, het spoedoverleg van de regering, hielden uit vrees dat hij de aanpak van de crisis zou belemmeren.

    ‘Veel ambtenaren in Downing Street 10 waren van mening dat het niet zou bijdragen aan een serieuze aanpak als de minister-president tijdens Cobra-vergaderingen zou zeggen: “Maakt u zich geen zorgen, ik laat Chris Whitty [medisch hoofdadviseur van de regering] mij live op televisie inenten met het coronavirus, zodat iedereen begrijpt dat er niets is om u zorgen over te maken”.’

    Lees ook:

    De voormalig adviseur, die in november 2020 uit Downing Street werd ‘verdreven’ nadat hij de regels tijdens de tweede lockdown had geschonden door naar County Durham te reizen, zei eerder al dat hij Boris Johnson had horen zeggen dat hij liever zag dat ‘de lichamen zich opstapelden’ dan dat hij de tweede reeks beperkingen zou opleggen – iets wat de premier afgelopen woensdag in het Lagerhuis ontkende.

    Cummings beweerde ook dat minister van Volksgezondheid Matt Hancock bij ‘talrijke’ gelegenheden had gelogen.

    Gevraagd naar de kwestie tijdens het wekelijkse vragenuurtje in het Parlement, ontkende Boris Johnson de kritiek. ‘We hebben hard gewerkt om het aantal slachtoffers te verminderen’, zei hij. Volgend voorjaar gaat een openbaar onderzoek van start dat, volgens de premier, lessen zal trekken uit de aanpak van de crisis.

    De Britten zijn nu meer bezig met de succesvolle vaccinatiecampagne

    Hoewel Cummings door velen wordt gezien ‘als verbitterd na de behandeling die hij van zijn voormalige baas heeft gekregen’, vormen zijn opmerkingen een van de eerste openbare verslagen van een sleutelfiguur uit Downing Street 10 over wat daar tijdens het hoogtepunt van de pandemie is gebeurd, schrijft The Guardian.

    Kunnen deze onthullingen de regering van Boris Johnson schaden? Cummings blijft een ‘impopulaire figuur’ in het land, aldus Financial Times. En Johnsons adviseurs, geciteerd door de krant, zeggen dat de Britten nu vooral bezig zijn met de succesvolle vaccinatiecampagne.

    The Telegraph schrijft ‘bedroefd’ te zijn over Cummings’ ‘aanval’ op de minister-president. ‘Het was een tragisch moment, de definitieve ontmanteling van een historisch partnerschap waarmee het referendum [over brexit] werd gewonnen, we tegen de wil van het establishment uit de EU traden, werden gered van [ex-Labour leider] Jeremy Corbyn en de Britse politiek voor een generatie lang opnieuw werd vormgegeven.


    Komt voormalig president Jacob Zuma eindelijk voor de rechter wegens corruptie?

    Na een aanloop van twintig jaar wordt op woensdag 26 mei het proces geopend tegen voormalig president Jacob Zuma. Zoals gewoonlijk zal niets gaan zoals gepland.

    Het openbaar ministerie herhaalt het al maanden: het is ‘er klaar voor’, schrijft de Zuid-Afrikaanse krant Times, de vervolging te starten van voormalig president Jacob Zuma. Na een tiental uitstelrondes zal het proces tegen de voormalig president, die ook van fraude wordt beschuldigd, op woensdag 26 mei worden geopend. Maar op 79-jarige leeftijd is Jacob Zuma begonnen aan wat lijkt op een ‘laatste wanhoopspoging’, aldus City Press. Na verscheidene vruchteloze beroepen eist de voormalig president dat de aanklager van de zaak wordt gehaald.

    ‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’

    Tijdens de laatste hoorzitting op 17 mei benadrukte de verdediging dat Zuma er ook ‘klaar voor’ was om voor het gerecht te verschijnen en dat zijn beroep niet mocht worden gezien als de zoveelste poging om het proces te vertragen, aldus de Zuid-Afrikaanse website News24. Bij het verlaten van de rechtbank beloofde het voormalige staatshoofd zijn aanhangers echter dat hij de hoorzittingen zou boycotten als zijn verzoek zou worden afgewezen.

    ‘Als ik eenmaal heb besloten niet mee te werken, zal niemand mij op andere gedachten brengen’, voegde Jacob Zuma eraan toe, die nu al weigert voor een onderzoekscommissie naar corruptie te verschijnen ondanks een bevel van het Constitutionele Hof. In zijn laatste verzoekschrift, waarvan de details werden onthuld door City Press en News24, beschuldigt hij aanklager Billy Downer ervan medeplichtig te zijn aan een politieke samenzwering waarbij ‘buitenlandse inlichtingendiensten’ zouden zijn betrokken.

    Wapendeal

    Centraal in de zaak staat een groot bewapeningsprogramma dat de jonge Zuid-Afrikaanse democratie eind jaren negentig lanceerde. Onder de tientallen overheidscontracten die deel uitmaakten van het pakket dat bekendstaat als de ‘Arms Deal’, kreeg de Franse wapenfabrikant Thales in 1999 via een plaatselijk bedrijf een contract ter waarde van 1,3 miljard rand (bijna 200 miljoen) voor de uitrusting van korvetten (kleine oorlogsschepen).

    Naast Thales is een zakenman betrokken die naar verluidt dicht bij Jacob Zuma staat. Shabir Shaik deed zich voor als de financieel adviseur van de man die weldra de vicepresident van Zuid-Afrika zou worden. De aanklager beschuldigt Zuma ervan direct of indirect meer dan 4 miljoen rand van Shabir Shaik te hebben ontvangen in ruil voor diens politieke steun. Volgens de aanklager was het ook via deze deal dat Thales het contract voor de uitrusting van de korvetten zou hebben gekregen. De Zuid-Afrikaanse dochteronderneming van de Franse wapengigant wordt beschuldigd van corruptie, fraude en witwassen. 

    Al eind jaren negentig werd Thales ervan beschuldigd een overeenkomst te hebben gesloten om Zuma 500.000 rand per jaar te betalen in ruil voor zijn bescherming tegen mogelijke gerechtelijke procedures en zijn steun voor bedrijfsuitbreidingen in Zuid-Afrika.

    Shabir Shaik werd in 2005 veroordeeld voor omkoping van Zuma. In het verzoekschrift dat hij op het punt staat aan de rechtbank voor te leggen, geciteerd door City Press, legt de voormalige president uit dat ondanks de 783 betalingen die de zakenman aan hem heeft gedaan, hij nog steeds gelooft dat Shabir Shaik ‘niets meer [van hem] verwachtte dan de mogelijkheid om vrij zaken te doen’.


    Nieuwe antitrustrechtszaak tegen Amazon in de VS

    Amazon wordt door de Amerikaanse justitie aangeklaagd wegens misbruik van zijn markmacht. De onlineretailgigant wordt door een aanklager van de stad Washington beschuldigd van het kunstmatig opdrijven van online prijzen. Dit is ‘de eerste antitrustzaak van de overheid tegen Amazon in de Verenigde Staten’, aldus The New York Times, die de aanklacht ziet als een teken van ‘de prille maar groeiende belangstelling voor beschuldigingen dat Amazons agressieve praktijken kleine bedrijven hebben uitgeknepen, innovatie de nek om hebben gedraaid en het bedrijf een monopolie hebben gegeven over de handel in het digitale tijdperk’.

    De advocaat van het District of Columbia (het federale district van de stad Washington), Karl Racine, die van mening is dat het commerciële beleid van het concern ‘de consument schade berokkent’, beschuldigde het bedrijf van Jeff Bezos op dinsdag 25 mei van het verhinderen van ‘verkopers op zijn online winkelplatform om elders betere aanbiedingen te doen, wat resulteert in hogere prijzen voor de consument’, meldt The Wall Street Journal

    ‘Precies het tegenovergestelde is het geval’, protesteerde een woordvoerster van Amazon. ‘Verkopers bepalen hun eigen prijzen voor de producten die ze in onze winkel aanbieden.’

    De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’

    De reikwijdte van de rechtszaak zou echter beperkt kunnen zijn, volgens BBC. De aanklacht is alleen gebaseerd op ‘regelgeving in het District of Columbia’, en als Amazon wordt veroordeeld, zou dat alleen in de federale hoofdstad zijn. Voorlopig, bevestigt The New York Times, heeft Karl Racine ‘geen aansluiting gezocht bij andere staten’, in tegenstelling tot de ‘tientallen aanklagers’ die eind 2020 een gezamenlijke klacht indienden tegen Facebook en Google.

    Naast Amazon worden ook ‘andere grote technologieconcerns steeds meer bekritiseerd’, schrijft Die Zeit. De techreuzen ‘staan onder verscherpt toezicht’, des te meer sinds de pandemie hun posities heeft geconsolideerd, zo bevestigt BBC.

    Lees ook:

    De juridische problemen blijven zich opstapelen voor Amazon, dat zijn winst in het eerste kwartaal verdrievoudigde ten opzichte van dezelfde periode in 2020 tot 8,1 miljard dollar. ‘De e-commercegigant wordt [sinds november] al door de Europese Commissie beschuldigd van misbruik van zijn machtspositie’, schrijft BBC. Brussel is van mening dat het bedrijf ‘gegevens over externe verkopers op zijn platform heeft gebruikt om de verkoop van eigen producten te stimuleren’.

    Ook in Duitsland houdt de mededingingsautoriteit Amazon in de gaten, aldus Die Zeit. ‘Een week geleden is het Bundeskartellamt een procedure tegen het bedrijf gestart.’ Amazon loopt het risico om als ‘preventieve maatregel’ een verbod te kunnen krijgen op bepaalde concurrentiebeperkende activiteiten.

  • 4. Context: Hoe kan het beter?

    4. Context: Hoe kan het beter?

    Suggesties voor een ander sociaal netwerk, en meer.

    Belastingen: Brussel komt in actie

    Op 21 maart presenteerde de Europese Commissie een plan om de internetreuzen zwaarder te gaan belasten. Een dergelijke belasting zou de Europese Unie bij een tarief van 3 procent jaarlijks 5 miljard euro kunnen opleveren, zo bericht de Financial Times.

    Brussel probeert door deze maatregelen de grote internetbedrijven, die van belastingontduiking worden beschuldigd en inderdaad weinig aan de fiscus in Europa afdragen, alsnog te laten dokken. Het plan maakt deel uit van een 
veel breder initiatief, geleid door de OESO, om de belastingwetgeving te hervormen in een sector waarvan de activiteiten nu veelal nog tussen de mazen van het net van nationale belastingwetgevingen door glippen.

    De Commissie wil met name ‘de regels met betrekking tot het belasten van ondernemingen zodanig aanpassen dat de winsten worden geregistreerd en belast daar waar 
de ondernemingen een belangrijke interactie hebben met de gebruikers’.

    Voorlopige belasting

    De Europese Commissie is overigens van plan een voorlopige belasting te gaan opleggen voor activiteiten op het internet die vandaag de dag nog onbelast zijn. Dat betreft dan de opbrengsten uit reclame, 
de kosten die door gebruikers voor diensten worden betaald zoals bij Apple en Spotify het geval is, en 
ook het geld dat de verkoop van persoonsgegevens aan derden oplevert. De belasting zou alleen gelden voor ondernemingen met een bruto jaaromzet van ten minste 750 miljoen euro wereldwijd, en 50 miljoen euro binnen de EU.

    ‘Wij nemen absoluut niet speciaal Amerikaanse ondernemingen op de korrel,’ bezwoer de Eurocommissaris voor Economische Zaken en Financiën, de Fransman Pierre Moscovici, bij de presentatie van 
de nieuwe belastingmaatregelen. 
In dezelfde week onderhandelden de Europeanen met de Amerikanen over een uitzonderingspositie bij de heffing van invoerrechten op staal en aluminium, die door Donald Trump in het leven zijn geroepen. Maar Brussel moet toegeven dat van de 120 tot 150 ondernemingen die te maken krijgen met de gevolgen als de voorstellen van de Commissie worden aangenomen, de helft Amerikaans is en eenderde Europees.

    Geen hamerstuk

    Onder de grote namen uit Silicon Valley bevinden zich bijvoorbeeld Google en Facebook, maar van Europese kant alleen het Zweedse Spotify. De internethandel – dus Amazon – zou in eerste instantie deels worden gevrijwaard van de nieuwe belasting, meldt de Financial Times.

    Het aanvaarden van de maatregelen die de Commissie voorstelt, wordt overigens geen hamerstuk. Alle 
28 lidstaten van de EU moeten hun akkoord geven. Maar de landen 
die tot dusverre een fiscale politiek hebben gevoerd die zeer gunstig 
is voor het bedrijfsleven, zoals met name Ierland en Luxemburg, zouden wel eens dwars kunnen gaan liggen.

    Eurocommissaris Pierre Moscovici kondigde maatregelen aan. – © Virginia Mayo / HH
    Eurocommissaris Pierre Moscovici kondigde maatregelen aan. – © Virginia Mayo / HH

    Het schandaal 
Cambridge Analytica

    Mark Zuckerberg, oprichter en hoogste baas van Facebook, ligt zwaar onder vuur sinds het aan 
het licht treden van de affaire-
Cambridge Analytica.

    Maar al op 17 maart verwierp hij categorisch 
het idee om terug te treden. ‘Ik heb dit bedrijf opgezet. Ik heb de leiding. En ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt,’ verklaarde hij. ‘Ik probeer niet de schuld te leggen bij wie dan ook.’

    Het sociale netwerk wilde een paar dagen later, op 4 april, ternauwernood toegeven dat de gegevens van mogelijk wel 87 miljoen Facebookgebruikers terecht waren gekomen bij Cambridge Analytica, een adviesbureau dat in 2016 had gewerkt voor de campagne van Donald Trump. Aanzienlijk meer dus dan de 50 miljoen die waren genoemd door The New York Times en The Observer, de Amerikaanse krant en het Britse weekblad die op 17 maart de affaire hadden onthuld.

    De nummer twee van Facebook, Sheryl Sandberg, die zoals de Financial Times in herinnering roept, bij Google en voor het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft gewerkt, erkende dat het bedrijf ‘vergissingen’ heeft begaan en te lang heeft gewacht met een reactie op de onthullingen. Terwijl op de beurs de aandelen Facebook omlaag denderden en de politiek uitleg eiste, wachtten Zuckerberg en Sandberg 
vijf dagen eer ze iets van zich lieten horen.

    Als gevolg van de onthullingen heeft Facebook maatregelen genomen om de toegang van ontwikkelaars van apps tot gebruikersgegevens te beperken. Een instrument voor adverteerders 
is eveneens geblokkeerd en de onderneming heeft haar beleid op het punt van vertrouwelijkheid herzien.

    Suggesties voor een ander sociaal netwerk

    Nationalisatie

    Facebook vaarwel zeggen is een luxe die niet iedereen zich kan permitteren, betoogt Blayne Haggart, hoogleraar Politicologie aan Brock University in St. Catharines (Canada) op de website The Conversation. Of het nu om persoonlijke of professionele redenen is, sommige mensen hebben bijna een levensbehoefte aan de sociale media. Maar ‘een organisatie die voortdurend problemen schept 
en waarvan de verdwijning de maatschappij in een chaos zou storten, is duidelijk geen normale onderneming. Facebook is een essentieel onderdeel geworden van onze communicatieve infrastructuur, en als zodanig zullen we het verschijnsel moeten behandelen.’

    Haggart vindt dat Facebook daarom genationaliseerd moet worden. Wie anders, zo luidt zijn argument, dan 
de democratische staat heeft de legitimiteit om regels vast te stellen inzake expressiviteit en gegevensbeheer voor de maatschappij als geheel?

    Maar, zo moet Haggart toegeven, 
het is een voorstel dat in de Verenigde Staten moeilijk serieus zal worden genomen. ‘Daar staat ingrijpen door de staat in een kwade reuk.’ In het merendeel van de overige landen daarentegen meent men ‘dat het staatstoezicht meer rechtvaardigheid en gelijkheid garandeert op gebieden waar de sociale stabiliteit belangrijker is dat het monopolistische streven naar geldelijk gewin’.

    Een organisatie zonder winstoogmerk

    ‘Facebook in in wezen een controleapparaat, en hopen dat dit verandert, getuigt van een misplaatst optimisme’, schrijft Tim Wu in een column 
in The New York Times. Volgens deze advocaat en hoogleraar Rechten aan de Columbia-universiteit in New York, een erkend specialist op het gebied 
van internet en schrijver van het boek The Attention Merchants (in Nederland verschenen onder de titel Aandacht is het nieuwe goud) is het onbegonnen werk Facebook te willen ‘repareren’: het moet vervangen worden. Maar door wat?

    Om te kunnen concurreren met de schepping van Mark Zuckerberg en die vervolgens te overvleugelen, zal het nieuwe sociale netwerk een kritische massa gebruikers moeten zien aan te trekken. Volgens Wu zou dat nieuwe netwerk op poten kunnen worden gezet door oud-medewerkers van Facebook – van wie velen zich hebben aangesloten bij het Center for Humane Technology, een beweging die tot doel heeft de cultuur van Silicon Valley te veranderen – in de vorm van een organisatie zonder winstoogmerk.

    Wikipedia, dat evenveel gebruikers – ‘traffic’ in vaktermen – trekt als Facebook, kan daarbij als model dienen. En het project zou gefinancierd kunnen worden door de Corporation for Public Broadcasting, een niet-gouvernementele organisatie in de Verenigde Staten die tot doel heeft de Amerikaanse publieke media te ondersteunen.

    De gebruikers aan de macht

    Het zal Mark Zuckerberg, die zo ‘hard gevochten heeft om de controle over Facebook te behouden’, allerminst bevallen, maar waarom niet gedacht aan een sociaal netwerk dat wordt beheerd door de gebruikers zelf, stelt columnist Kevin Roose in The New York Times voor.

    Nathan Schneider, hoogleraar Mediastudies aan de Universiteit van Colorado, opperde in 2016 al dat de gebruikers van Twitter het platform zouden moeten opkopen om het verder zelf 
te gaan beheren, een manier om te laten zien dat het sociale netwerk 
‘de democratie serieus neemt’.

    Het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven

    Een federatie

    In plaats van ‘een dik, vet Facebook’ zou het ook een idee kunnen zijn een federatie van sociale netwerken in het leven te roepen die ‘een gemeenschappelijk protocol’ overeenkomen, volgens het model dat ook gebruik wordt voor e-mail, zo luidt een ander idee van Kevin Roose. Dan zou bijvoorbeeld Mammabook kunnen ontstaan, en Sportbook of Gamebook, die onafhankelijk zouden opereren en zich zouden aanpassen aan de behoeften van hun gebruikers. En als een van die netwerken ‘zich verkeerd zou ontwikkelen’, zou het uit de federatie gezet kunnen worden ‘zonder dat men genoodzaakt zou zijn het hele netwerk te sluiten’.

    Een resetknop

    Nog een suggestie van Kevin Roose, 
en wel de meest radicale: bied de gebruikers van sociale netwerken de mogelijkheid hun sporen uit te wissen, een soort ‘zelfreinigingsoptie’, zodat iedereen zijn profiel kan wissen, of applicaties die niet meer worden gebruikt, ‘vrienden’ kan verwijderen die geen vrienden meer zijn of bestanden kan wissen waaraan de gebruiker geen behoefte meer heeft. Of het zou mogelijk moeten zijn dat bestanden van gebruikers automatisch worden gewist na een bepaald aantal maanden of desnoods jaren, tenzij die gebruiker formeel aangeeft dat de gegevens bewaard moeten blijven.

    De valstrik

    ‘Nog niet zo heel lang geleden stonden de sociale media bekend als fantastische wapens voor het verspreiden van liberale waarden,’ schrijft het Duitse weekblad Der Spiegel. De baas van Facebook, Mark Zuckerberg, bleef maar uitventen dat zijn onderneming als ‘missie’ had ‘de wereld open te breken’ en ‘de mensen tot elkaar 
te brengen’.

    Maar nu blijkt het een valluik te zijn dat zich boven ons sluit, aldus het blad op 24 maart, enkele dagen na de onthulling van het schandaal rond Cambridge Analytica. Facebook is ‘een gevaar voor de democratie geworden’. ‘Iedere gebruiker moet zelf beslissen of hij dit systeem wil blijven voeden met zijn eigen gegevens’, aldus het blad, dat blijft aandringen op de noodzaak om regels voor de sociale media op te stellen.

    Het monopolie 
van de titanen

    ‘Hoe temmen we de titanen van de technologie?’ vroeg The Economist zich op 20 januari af. Het Britse weekblad komt tot de bittere constatering dat de overheersing door giganten als Google, Facebook en Amazon niet goed is voor de consument, noch voor de concurrentie, en dat er geen eenvoudige oplossingen voorhanden zijn om aan 
die hegemonie een einde te maken.

    ‘Het ontbreken van een eenvoudige oplossing berooft politici van gemakkelijke slogans, maar niet in die mate dat de tegenstanders van de monopolisten nu alle wapens uit handen geslagen zijn’, schrijft het blad, dat meent dat een beter gebruik van het concurrentiebeding Facebook bijvoorbeeld had kunnen beletten Instagram op te slokken, of Google om de navigatie-app GPS Waze op te kopen.

  • 7. Context: ‘Dit is pas het begin’

    7. Context: ‘Dit is pas het begin’

    Brazilië, Mexico, Algerije, de rest van Afrika, Griekenland, Groot-Brittannië, Oost-Europa…

    Sociale verantwoordelijkheid in Brazilië

    Sinds 2010 overweegt de Chinese graanmaatschappij Chongqing twee miljard dollar te investeren in het aanleggen van sojaplantages in de Braziliaanse deelstaat Bahia. ‘Maar in die zes jaar is er verder niets gebeurd, behalve dat de Chinezen er studie na onderzoek op hebben losgelaten. En nu dreigt het project zelfs te worden afgeblazen’, schrijft de Chinese zakenkrant Shiji Jingji Baodao. Waarom? Het project had immers de steun van de Braziliaanse overheid? ‘We denken dat Chongqing het vraagstuk van de sociale verantwoordelijkheid in Brazilië over het hoofd heeft gezien’, schrijft de krant.

    Volgens de Braziliaanse wet bestaat naast het recht op grondbezit ook het recht op vruchtgebruik van grond, aldus de krant uit Kanton, die zich baseert op een recent rapport van de Chinese overheid over agrarische investeringen in het buitenland. ‘In Bahia hebben bezitloze landarbeiders de gronden bezet die Chongqing op het oog had. De landarbeiders protesteren tegen de verkoop van de grond door de lokale overheid, omdat die transactie met een buitenlandse eigenaar de plaatselijke bevolking geen enkel perspectief biedt.’

    Voorzichtigheid in Mexico

    De Chinese investeringen in Latijns-Amerika zijn niet zonder risico voor de ontvangende partij. Daar hamert Jorge Guajardo op, de voormalige Mexicaanse ambassadeur in Beijing. In een interview met de Argentijnse televisiezender Cadena 3 zei de diplomaat dat de ontvangende landen geconfronteerd kunnen worden met het afbrokkelen van hun industriële capaciteit.

    De Chinezen verbinden als voorwaarde aan hun investeringen, vooral in de petrochemie en de metaal, dat zij uitsluitend willen werken met Chinese ingenieurs, Chinese arbeiders en Chinees materiaal. Dat leidt volgens Guajardo voor het betrokken land tot een definitief verlies aan banen en vooral ook van kennis in de betreffende sector.

    ‘Made in USA by China’

    Het ‘Made in USA’ verdwijnt langzamerhand en maakt plaats voor ‘Made in USA by China’, aldus U.S. News & World Report. De Chinese investeringen in de VS bereikten vorig jaar een recordbedrag van 15,7 miljard dollar, 30 procent meer dan het jaar daarvoor. Ruim 90.000 Amerikanen werken inmiddels voor een bedrijf met Chinese eigenaren.

    Sommige investeringen roepen weerstand op, zoals de aangekondigde overname van de aandelenbeurs in Chicago door de Chinese Chongqing Group. De transactie wacht nog op de goedkeuring van de federale overheid.

    Andere aankopen liggen minder gevoelig, zoals dat van onroerend goed, een markt waarop de Chinezen steeds actiever worden. ‘Probeert China de Amerikaanse economie binnen te dringen?’ vraagt U.S. News zich af. Maar volgens David Dollar van de denktank Brookings Institution getuigen de Chinese investeringen simpelweg van het streven naar diversificatie in een economie die stabieler is dan de Chinese.

    ‘De Chinese Exim Bank verschaft het geld, Chinese ondernemingen bouwen de fabriek, China legt heffingen op de natuurlijke bronnen van het land waarin wordt geïnvesteerd, verkoopt die op de wereldmarkt en lost zo de bankschuld weer af’

    Bruggenhoofd naar Afrika

    ‘Een Chinese onderneming gaat in Algerije mobiele telefoons produceren’, kondigde in september de website Tout sur l’Algérie aan. Volgens de directie van het Chinese bedrijf KVD, fabrikant van het merk Doogee, betreft het ‘de eerste telefoonfabriek in Afrika die naar andere landen op het continent zal exporteren’.

    Het is de eerste belangrijke Chinese investering in de Maghreb. Daar was een schenking aan voorafgegaan van Beijing aan de Algerijnse regering van 15 miljoen dollar, te besteden aan culturele projecten. ‘Maar laat men zich niet verkijken op de Chinese strategie bij het investeren in de Maghreb’, aldus de Algerijnse krant El Watan. ‘De Chinese Exim Bank verschaft het geld, Chinese ondernemingen bouwen de fabriek, China legt heffingen op de natuurlijke bronnen van het land waarin wordt geïnvesteerd, verkoopt die op de wereldmarkt en lost zo de bankschuld weer af.’

    Duits wantrouwen

    De Duitse regering heeft goedkeuring verleend voor de overname (voor 4,6 miljard euro) van de Duitse fabrikant van industriële robots Kuka door de Chinese fabrikant van huishoudelijke apparaten Midea. ‘Er is geen enkele aanwijzing dat door de overname de nationale veiligheid in gevaar wordt gebracht.’

    Toch heeft de overname in de politiek zo veel debat opgeleverd ‘dat Midea op voorhand gewaarschuwd is’, schrijft de _Frankfurter Allgemeine Zeitun_g. ‘Bij het minste geringste wordt Kuka een politieke affaire.’

    Volgens Handelsblatt belegden de Chinezen in het eerste semester van dit jaar al 10,8 miljard dollar in kleinere Duitse bedrijven, tegen 526 miljoen in heel 2015.

    Chinese columnist: ‘Dit is pas het begin’

    De Chinezen die door Europa reizen beperken zich niet langer tot de aankoop van luxe goederen, ze kopen de bedrijven op die deze goederen produceren, schrijft columnist Tao Duanfang op de economische website Caixin Wang. De poging dit jaar van de staalreus Jinjiang om zijn aandeel in het Franse staalbedrijf Accor van 15,6 tot 29 procent te verhogen, joeg de Fransen schrik aan.

    ‘Die angst van “het oude Europa” is niet onterecht, want deze episode is slechts het topje van de ijsberg van Chinese aankopen van de laatste tijd in Europa. Er zijn nog maar twee economische grootmachten in de wereld: China en de Verenigde Staten. De Europese weerstand daartegen, of die zich nu zachtjes manifesteert of hardop wordt uitgesproken, heeft niet veel om het lijf. Wat zal er van Europa overblijven?’


    Welkom in Griekenland

    De Chinezen, zowel toeristen als investeerders, zijn van harte welkom in Griekenland waar de Chinese onderneming Cosco sinds augustus voor 280 miljoen euro eigenaar en beheerder is van de haven van Piraeus, tot groot genoegen van zelfs een linkse krant als Efimerida Ton Syntakton. De krant zwijgt daarbij over de staking van de dokwerkers, die wekenlang uit protest de haven platlegden.

    To Vima meldt dat Piraeus door toedoen van de Chinezen dit jaar 14 procent meer containers zal verwerken dan vorig jaar, en het huidige record van 2 miljoen stuks ruimschoots zal verbeteren.

    Britse kerncentrale

    ‘De Chinese business rijst de pan uit’, zette de Britse krant i onlangs boven een bericht over de toenemende Chinese investeringen in de Britse economie, die in zes jaar tijd met 500 procent zijn gestegen. In 2016 hebben de Chinezen nu al al 4,1 miljard euro gestopt in Britse fusies en overnames. En als klap op de vuurpijl nemen zij voor 6,9 miljard euro een aandeel in de bouw van een kerncentrale in Hinkley Point in Engeland.

    In september gaf premier Theresa May het groene licht voor de centrale van het type EPR. De Chinese president Xi Jinping noemde dit volgens de Financial Times ‘een lichtend voorbeeld’ in ‘de gouden eeuw’ van de Chinees-Britse samenwerking.

    Toch hebben sommigen bedenkingen. In dezelfde krant schreef een Britse hoogleraar in internationale betrekkingen dat ‘Chinese staatsondernemingen een probleem kunnen gaan vormen’. Niet zozeer omdat het staatsondernemingen zijn, maar ‘omdat ze gecontroleerd worden door de Communistische Partij en in sommige gevallen door het Volksbevrijdingsleger’. ‘Het is zonneklaar dat als het om een politiek strategische industrie gaat als de energie-industrie, men dit soort instanties op afstand dient te houden.’

    1000 miljard voor Oost-Europa

    China is in 2012 een samenwerkingsverband aangegaan met zestien landen in Midden- en Oost-Europa. In deze gebieden investeren de Chinezen vooral in energie en infrastructuur. Zo heeft Beijing een contract gesloten met Bosnië en Herzegovina voor de bouw van een energiecentrale in Tuzla, en in 2015 een akkoord bereikt met Roemenië over een kerncentrale in Cernavoda. Eerder dit jaar opende een Chinese fabrikant van windmolens een kantoor in de Servische hoofdstad Belgrado met de bedoeling de hele Balkan van windmolens te voorzien.

    ‘Ter vergelijking’, schrijft de Servische krant Politika; ‘de Amerikaanse hulp bij de wederopbouw van Europa na de Tweede Wereldoorlog bedroeg 130 miljard dollar (omgerekend naar de huidige waarde). Nu zijn de Chinezen bereid om duizend miljard dollar in Europa te investeren!’

    Chinese ontwikkelingshulp: win-winsituatie?

    Er is veel kritiek op de Chinese ontwikkelingshulp in met name Afrika. Toch werkt het systeem wel, stellen onderzoekers.

    De Chinese strategie van ontwikkelingshulp bestaat sinds kort naast de westerse variant en verdient nadere beschouwing, schrijven drie onderzoekers in een artikel op de website The Diplomat. Hoewel zeer omstreden, lijkt de Chinese methode niettemin doelmatiger, stellen de auteurs – Ron Matthews, hoogleraar economie aan de Britse Defence Academy, Pling Xiaojuan, onderzoekster aan het Instituut voor Oost-Azië van de Universiteit van Singapore, en Li Ling, die economie doceert aan Chinese militaire academie. ‘De Chinese methode biedt (…) de mogelijkheid om gelijktijdig zowel de ontwikkeling van het betreffende land als de Chinese belangen te bevorderen.’

    Dankzij de ‘naar buiten gerichte’ Chinese regeringspolitiek hebben op dit moment 28 sectoren die voor China van strategisch belang zijn geïnvesteerd in meer dan 160 multinationale ondernemingen, waarmee voordelige handelscontracten zijn afgesloten in het kader van hulpprojecten, voornamelijk in Afrika. De investeringen richten zich voornamelijk ‘op sectoren die van gemeenschappelijk belang zijn voor de economische zekerheid, zoals voedsel, energie en delfstoffen’.

    ‘De hulp is niet altruïstisch, maar een mechanisme dat bedoeld is om de autonome ontwikkeling te bevorderen van het ontwikkelingsland’

    ‘De hulp is niet altruïstisch, maar een mechanisme dat bedoeld is om de autonome ontwikkeling te bevorderen van het ontwikkelingsland, waarbij wordt vermeden dat de burgers van het donorland een te zware last moeten dragen.’

    Een kenmerk van de Chinese strategie zou zijn dat ‘de hulp niet aan voorwaarden is gebonden, in tegenstelling tot de paternalistische westerse hulp, die wordt geboden op voorwaarde dat de ontvanger zich houdt aan de principes van de vrijemarkteconomie en van democratische hervormingen’.

    De Chinese hulp wordt vrijwel volledig bilateraal verstrekt, hetgeen Beijing in staat stelt de projecten te controleren die geheel worden uitgevoerd met Chinese partners. De hulp is verder samengesteld uit giften en renteloze leningen of leningen tegen lage rente, en gaan vergezeld van tal van scholingsprogramma’s en het sturen van medisch personeel en preventie- of hulpteams bij rampen.

    De miljarden dollars aan hulp en investeringen vanuit China hebben niets te maken met een neokoloniaal imperialisme, ondanks de westerse beschuldigingen van het tegendeel, concluderen de auteurs.

    Samengesteld door Lambiek Berends

  • Het morele kompas van de EU

    Het morele kompas van de EU

    Ze stond model voor de principiële premier Birgitte Nyborg in de tv-serie Borgen en voert onvervaard rechtszaken tegen Apple en Google. Maak kennis met de Deense Eurocommissaris Margrethe Vestager.

    Niemand had van haar, de dochter van twee lutherse pastores uit het strenge Jutland, zo’n pikante toespeling verwacht. Het was halverwege 2014 en Margrethe Vestager, op dat moment vicepremier van Denemarken, lag onder vuur vanwege haar pakket groeimaatregelen om de economie aan te jagen. De oppositie, onder aanvoering van Lars Løkke Rasmussen, smaalde dat haar bestedingsplannen ‘klein’ waren.

    ‘Sommigen vinden het een nogal klein plan,’ riposteerde ze met een ondeugende grijns. ‘Maar als mannen het over formaat hebben, zegt me dat niet zoveel – misschien omdat ik het vanuit vrouwelijk perspectief bekijk – mij interesseert vooral het effect.’ Het is een typerend voorbeeld van Vestagers scherpe humor en haar vermogen om verrassend uit de hoek te komen. Beide eigenschappen waren een goede basis voor haar reputatie als EU-commissaris, de rol die ze later dat jaar ging vervullen.

    Rasmussen, inmiddels premier, kan opgelucht ademhalen sinds zij is afgereisd naar Brussel, maar nu ontdekken de topmensen van de grootste multinationals tot hun frustratie hoe lastig Vestager te peilen is.

    Onlangs was het de beurt aan Apple-topman Tim Cook om te proberen haar van haar ingeslagen koers af te brengen, nu een onderzoek naar belastingconstructies in Ierland de makers van de iPhone miljarden kan gaan kosten. Maar naar verluidt waren zelfs de verwoede pogingen van de hartstochtelijke Cook om door haar koele, klinische gereserveerdheid heen te breken, 
tevergeefs.

    Antitrustzaken

    Apple is misschien wel haar meest politiek beladen dossier, want de zaak kan tot een ernstige diplomatieke breuk met Washington leiden. Maar Vestager is ook geruchtmakende antitrustzaken begonnen tegen het Amerikaanse technologiebedrijf Google en het Russische gasexportmonopolie van Gazprom. Beide bedrijven verwerpen beschuldigingen dat ze misbruik maken van hun dominante positie op de markt. Daarnaast heeft Vestager onlangs aangekondigd dat ze de belastingpraktijken van Google in het Verenigd Koninkrijk onder de loep gaat nemen en heeft ze miljoenenboetes opgelegd aan een kartel van Japanse auto-onderdelenproducenten. De EU zelf mag dan op belangrijke punten uiteen dreigen te vallen, de EU-commissaris voor Mededinging baant zich onvervaard een weg door de dossiers die variëren van multimiljardenfusies in de telecomwereld tot subsidies aan Poolse kolenmijnen. Maar het is de vraag hoe standvastig 
ze zal blijken in het afronden van haar opvallendste zaken. Nog niet duidelijk is of ze Google en Gazprom grote boetes zal opleggen, of uit is op een schikking.

    Voor de koffiedikkijkers die proberen te voorspellen hoelang ze haar rug recht zal houden, is Vestager een lastig te vangen persoonlijkheid. In de ogen van sommigen is haar benadering ongebruikelijk moreel gedreven, misschien als gevolg van haar kerkelijke opvoeding in het stadje Ølgod. Over haar meest complexe zaken praat ze vaak in krachtige termen: eerlijk of niet eerlijk.

    Margrethe Vestager in haar kantoor in het Berlaymont-gebouw in Brussel. – © Nick Hannes / HH
    Margrethe Vestager in haar kantoor in het Berlaymont-gebouw in Brussel. – © Nick Hannes / HH

    In veel interviews komt ze over als een harde tante, die liefst al voor zonsopkomst haar rondjes rent. Maar ze vertelt ook graag dat ze het leuk vindt om wollen olifantjes te breien en koekjes 
te bakken. De 47-jarige Vestager heeft een brede culturele belangstelling 
en noemt als haar favoriete fictie Het Alexandriakwartet, de vier boeken van Lawrence Durrell over de verwikkelingen van verschillende personages 
in het Egypte van de jaren dertig. Om niet al te intellectueel te klinken voegt ze daaraan toe dat de films die ze het vaakst heeft gezien die van de _Die Hard_-reeks zijn, over de heldendaden van Bruce Willis als onkwetsbare agent.

    Het moederschap is een belangrijk onderdeel van haar politieke identiteit. Ze vertelde enthousiast over het internetgebruik van haarzelf en haar drie dochters tijdens de persconferentie waarop ze de finesses van de antitrustzaak tegen Google uiteenzette.

    Op haar bureau staat altijd een hand van keramiek met een geheven middelvinger, die haar eraan herinneren moet dat er altijd wel iemand kwaad zal worden om haar beleid

    Voordat ze eind 2014 in Brussel aan de slag ging, werd Vestager beschouwd als de drijvende kracht in de centrumlinkse regering van Helle Thorning-Schmidt, waarin ze zowel minister van Economische Zaken als vicepremier was. Sidse Babett Knudsen, de hoofdrolspeelster van de Deense televisieserie Borgen, heeft zich in Vestager verdiept om zich voor te bereiden op haar rol als de principiële premier Birgitte Nyborg.

    Vestager, afgestudeerd econome, steeg snel op de politieke ladder; op haar negenentwintigste werd ze benoemd tot minister van Onderwijs en Kerkelijke Zaken, waarmee ze in feite de baas van haar ouders werd.

    Ze bracht zichzelf in problemen toen ze als minister van Economische Zaken de werkloosheidsuitkeringen moest verlagen. In een interview daarover gebruikte ze de zin ‘Sådan er det jo’ – zo is het gewoon. Die woorden veroorzaakten een storm van protest, waarin ze ervan werd beschuldigd gevoelloos en onverschillig te zijn. Met de uitdagende houding die typerend voor haar is speelde ze de controverse later uit door dezelfde zin negen keer in een belangrijke toespraak te gebruiken. 
Op haar bureau staat altijd een hand van keramiek met een geheven middelvinger, die een boze vakbond haar stuurde in de woelige nasleep van dit incident; die hand moet haar eraan herinneren dat er altijd wel iemand kwaad zal worden om haar beleid.

    Alec Burnside, een ervaren Brusselse advocaat die al zes commissarissen voorbij heeft zien komen, heeft Vestagers harde opstelling al bij eerdere dossiers gesignaleerd. Hij wijst op de ingrijpende beslissingen die ze heeft genomen door een fusie op de Deense telecommarkt te blokkeren en door haar voornemen om Google en Gazprom te vervolgen. Daarentegen heeft ze ook twee van de belangrijkste kartelzaken van de Commissie afgesloten, omdat ze niet verwachtte dat die nog ergens toe zouden leiden. ‘Je kunt dus niet zeggen dat ze een hardliner is,’ concludeert hij, ‘maar wel dat ze de regels toepast en bereid is moeilijke besluiten te nemen, ten goede of ten kwade.’

    Auteurs: Christian Oliver en Alex Barker
    Vertaler: Annemie de Vries

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Facebook, Google en 
de strijd om India

    Facebook, Google en 
de strijd om India

    De helft van de wereldbevolking heeft nog geen toegang tot internet. Soms zijn de obstakels van economische aard, zoals in India of Angola. Soms ook is er sprake van censuur, zoals in China, Cuba of Ethiopië. Voor bedrijven uit Silicon Valley zijn dit soort landen potentiële goudmijnen, waar een verbeten strijd om wordt gevoerd. Critici spreken van digitaal kolonialisme. 

    Onzeker wiebelend legt een jonge vrouw in sari haar eerste paar meters op de fiets af. Ze rijdt rondjes in een zanderige binnentuin in Ambaji, een plaatsje in Gujarat, in het noordwesten van India. Het is een stoere, blauwe fiets met brede banden, bedoeld om grip te bieden op oneffen terrein. Op de bagagedrager van de fiets staat een doos met kostbare inhoud: geen pizza, geen post, maar internet.

    Google stuurt honderden van dit soort fietsen het Indiase platteland op. Elke fiets wordt geleverd met twee Androidsmartphones en twee tablets, met mobiele dataverbindingen die worden geleverd door de Amerikaanse zoekgigant. De vrouwen die de fietsen krijgen worden eerst getraind in het gebruik van internet voordat ze naar allerlei dorpen fietsen om hun kennis door te geven aan andere vrouwen.

    Gamar Nirama Bhambroo, een tweeëntwintigjarige kleermaker uit Kochi, neemt kleine slokjes uit een kartonnen bekertje thee in een pauze van de anderhalve dag durende digitale cursus, die wordt gegeven in een eenvoudig pensionnetje dat normaal gesproken onderdak biedt aan gelovige pelgrims. Ze heeft net voor het eerst iets opgezocht op Google, terwijl haar dochtertje op een hoekje van de verpakking van de Androidtelefoon sabbelt. ‘Ik kan nu kijken wat de nieuwste mode is, hoe ik de stof moet knippen en hoe ik bepaalde dingen moet ontwerpen – dingen die ik nog niet weet,’ zegt ze, om eraan toe te voegen dat ze slechts herhaalt wat de docent heeft gezegd.

    Vrouwen verdringen zich rond een informatiestand over het fietsenproject van Google. – © Google
    Vrouwen verdringen zich rond een informatiestand over het fietsenproject van Google. – © Google

    Gujarat is de streek van Ghandi, de streek waar de politiek leider is geboren en getogen en waar hij in 1930 een mars leidde om te protesteren tegen de zoutbelasting die de Engelse kolonialen hadden doorgevoerd. Nu komen de bedrijven uit Silicon Valley hierheen, onder aanvoering van Google en Facebook, die toegang bieden tot een onmisbare hulpbron in de eenentwintigste eeuw: connectiviteit.

    Indiase criticasters, die bezwaar maken tegen bepaalde aspecten van zowel de aanpak als de retoriek van die bedrijven, spreken wel van ‘digitale kolonialen’. De verhitte toon van het debat maakt duidelijk hoeveel er op het spel staat: met een inwonertal van 1,2 miljard zou India kunnen uitgroeien tot de grootste open internetmarkt ter wereld (China, het land met de meeste inwoners ter wereld, maakt er geen geheim van dat het de toegang aan banden legt). In 2014, het meest recente jaar waarover gegevens beschikbaar zijn bij de International Telecommunication Union (ITU), een instituut van de VN, waren meer dan een miljard mensen in India verstoken van internet.

    Zendelingen

    Mensen op hoge posities bij zowel Google als Facebook praten met de gedrevenheid van zendelingen over de kansen die internettoegang zou bieden aan de gewone man en vrouw in India, over de manieren waarop het de armoede kan verlichten, het onderwijs kan verbeteren en voor nieuwe banen kan zorgen. Toch zijn de beweegredenen van de internetbedrijven complex. Ze hebben de macht om levens, regeringen en economieën te beïnvloeden op manieren die voor leveranciers van gewone consumentengoederen ondenkbaar zijn. Ze opereren vaak in wat economen een winner-takes-allmodel noemen. Dat betekent dat bedrijven, wanneer ze zich eenmaal hebben gevestigd, vaak garen spinnen bij het netwerkeffect: hoe meer mensen een app gebruiken, hoe aantrekkelijker die wordt en hoe minder ruimte er overblijft voor plaatselijke concurrentie. Het lot van Facebooks Free Basics-app, die onlangs werd verboden door de Indiase toezichthouder, biedt een glimp van de strijd die ons op breder vlak mogelijk nog te wachten staat in de ontwikkelingslanden, waar bedrijven met elkaar wedijveren om de gunst van miljarden toekomstige internetgebruikers.

    In 2013 gaf Mark Zuckerberg, de oprichter en algemeen directeur van Facebook, een tien pagina’s tellend witboek uit met als titel ‘Is Connectivity a Human Right?’ (Is internettoegang een mensenrecht?) Het was een retorische vraag: Zuckerberg stelde dat we ‘door iedereen internettoegang te bieden niet alleen miljarden mensen een beter bestaan bieden, maar er ook zelf bij gebaat zijn doordat we ons voordeel doen met de ideeën en productiviteit die deze mensen bijdragen aan de wereld als geheel’. Momenteel staat de Facebookpagina van de eenendertigjarige Zuckerberg vol met foto’s van de twee bezoeken die hij het afgelopen jaar heeft gebracht aan India, waar zijn bedrijf dit uitgangspunt handen en voeten wil geven.

    India is ook het speerpunt van Googles streven om ‘het volgende miljard’ internettoegang te bieden. Google richt zich daarbij op India, Indonesië en Brazilië. De zevenenveertigjarige Rajan Anandan, die aan het hoofd staat van India en Zuidoost-Azië, deelt Zuckerbergs bezieling. ‘Om de belofte van India waar te maken, moeten we zorgen dat onze bevolking internettoegang krijgt,’ zegt hij.

    De leidinggevenden in Silicon Valley laten zich in evangelische, haast filantropische bewoordingen uit over wereldwijde internettoegang

    De bedrijven onderschrijven niet alleen het standpunt van de Verenigde Naties, dat wereldwijde internettoegang heeft opgenomen in de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030, maar ook dat van de Indiase regering, dat zijn eigen langetermijnplanning heeft – hoewel die regelmatig wordt opgeschoven – om tot een ‘digitaal India’ te komen. Silicon Valley is stellig van plan voortvarender te werk te gaan.

    Google en Facebook, die een geweldig kapitaal achter de hand hebben en een vrijwel onaantastbare positie innemen binnen de westerse markt, investeren in een aantal verschillende projecten. Google hoopt met de hulp van Tata Trusts, een ngo, tegen het einde van dit jaar met de internetfietsen in zo’n honderdduizend dorpen de vrouwen te hebben bereikt (op het platteland hebben beduidend minder vrouwen dan mannen internettoegang). Het bedrijf hoopt ook dit jaar een pilotproject op te starten met de ambitieuze ‘Project Lion’-technologie, waarbij boven India ballonnen de lucht in worden gestuurd om afgelegen gebieden te voorzien van internet. Het bedrijf heeft ook de handen ineengeslagen met het ministerie van vervoer om nog dit jaar op honderd treinstations snelle wifi te installeren.

    Het meest prestigieuze project van Facebook is ‘Free Basics’, een mobiele app die deel uitmaakt van het Internet.org-initiatief van het sociale netwerk. Facebook gebruikt de app om gebruikers van telecompartners gratis toegang te bieden tot Facebook en een beperkt aantal andere sites zoals Wikipedia, BBC News, AccuWeather en enkele gezondheidssites. Sinds Free Basics in 2014 is geïntroduceerd in Zambia, is het uitgerold over achtendertig andere landen, waaronder India (in samenwerking met Reliance Communications), Kenia (in samenwerking met Bharti Airtel) en Indonesië (in samenwerking met Indosat). Het bedrijf werkt ook samen met telecomgroepen om meer dorpen te voorzien van wifi, waarbij via lokale ondernemers toegang kan worden gekocht. Ook Facebook wil de lucht in: er worden drones op zonne-energie ontwikkeld om afgelegen gebieden internettoegang te bieden.


    Terwijl de leidinggevenden in Silicon Valley zich in evangelische, haast filantropische bewoordingen uitlaten over wereldwijde internettoegang, financieren Google en Facebook hun connectiviteitsprojecten niet met geld dat is gereserveerd voor maatschappelijk verantwoord ondernemen – nee, ze gebruiken hun kernkapitaal. Daaruit blijkt dat er wel degelijk een bedrijfsmatige logica zit achter het project om te investeren in internettoegang in India en andere opkomende markten.

    Het belangrijkste is misschien nog wel de kans om honderden miljoenen nieuwe smartphonegebruikers meteen vanaf het begin bij de hand te kunnen nemen – als er nog geen gewoonten zijn ingesleten. Facebook zou het moeilijk krijgen in een wereld waarin Google de toegang tot de gebruikers beheert door middel van haar Android-operating system, dat momenteel marktleider is. Op dezelfde manier zou Google grote moeite hebben om data te vergaren als de gebruikers al hun tijd doorbrengen op WhatsApp, dat weer in bezit is van Facebook. En hoewel de advertentiemarkt in India momenteel heel klein is – afgelopen jaar maar net 940 miljoen dollar, afgaande op gegevens van het onderzoeksinstituut eMarketer – praat Facebook al met groot enthousiasme over multinationals zoals Coca-Cola en Nestlé, die zich met specifieke mobiele advertenties op het Indiase platteland zouden willen richten.

    Kiran Jonnalagadda roert een lepeltje boter door zijn zwarte koffie, net als de mensen in Silicon Valley die op dieet zijn. De zevenendertigjarige Kiran, die als ‘hobby’ software ontwikkelt, voor zijn werk techconferenties organiseert en die bekendstaat als internetactivist, zit in een aangenaam briesje op de bovenste verdieping van een café in Bangalore, India’s technologiehoofdstad in het zuiden van India. Hij draagt een blauw hemd met korte mouwen, uit de kraag bungelt een koptelefoontje, om zijn ene pols zit een Fitbit en om de andere een smartwatch. Hij legt uit waarom hij vindt dat Facebook de bijnaam ‘digitale koloniaal’ verdient.

    schermafbeelding 2016 04 21 om 10 35 16

    Facebook was nooit van plan zich te verzetten tegen netneutraliteit. Sterker nog, in Amerika heeft het bedrijf zich hard gemaakt voor netneutraliteit. Wereldwijd gezien zou het bedrijf geld kunnen verliezen als dit principe in het geding zou komen waardoor, bijvoorbeeld, telecombedrijven extra geld zouden kunnen vragen voor WhatsApp omdat ze de pest in hebben dat ze sms-inkomsten mislopen.

    Volgens Chris Daniels, de veertigjarige vicepresident van Facebook die aan het hoofd staat van Internet.org, zag het bedrijf Free Basics als een manier om mensen het internet op te krijgen door ze gratis te laten kennismaken met de voordelen van internet – een soort voorproefje.

    Voor Facebook werd het pas echt pijnlijk toen de Indiase toezichthouder in februari de zogeheten ‘gedifferentieerde prijsstelling’ van internetbedrijven verbood, waarmee de facto Facebooks Free Basics-systeem van tafel was. Het bedrijf liet weten teleurgesteld te zijn over de uitspraak maar verder te gaan met andere internettoegangsprojecten in India. Vervolgens wekte Marc Andreessen, een investeerder en lid van de raad van bestuur van Facebook, de woede van velen met zijn tweet: ‘Antikolonialisme al decennia economische ramp voor Indiase bevolking. Waarom nu stoppen?’ Zuckerberg was er als de kippen bij om die opmerking scherp te veroordelen. Hij noemde de opmerking ‘ronduit schokkend’. Andreessen bood zijn excuses aan maar volgens Jonnalagadda hebben zijn opmerkingen velen gesterkt in de opvatting dat Facebook volkomen terecht als koloniale macht wordt gezien.

    Het is niet eenvoudig om het hele land van internet te voorzien: er moeten greppels worden gegraven, er moeten websites worden vertaald en er moeten zelfs apen worden getemd

    ‘Vanuit economisch perspectief is kolonialisme het onttrekken van bronnen en handel aan de consument zonder dat er een kapitalistische tussenklasse wordt gecreëerd,’ zegt hij. ‘En dat is precies wat we nu zien: ze onttrekken data aan de consument, ze proberen persoonlijke gegevens los te krijgen en ze proberen hun diensten te verkopen. Maar ze willen niet dat daar mensen tussen staan.’

    De kapitalistische klasse die voor Jonnalagadda’s gevoel ontbreekt in de plannen van Facebook komt naar zijn idee van de grond in Bangalore, een stad die hard bezig is op te klimmen van een geliefde outsourcinglocatie voor westerse bedrijven tot een bedrijvig centrum van plaatselijke start-ups. Jonnalagadda was een van de vier oorspronkelijke leden van Save The Internet, een groep van zo’n honderd activisten die destijds de strijd aanbonden met Facebooks Free Basics-app – een strijd die afgelopen februari in hun voordeel is beslecht.

    De activisten bepleitten dat telecombedrijven niet in staat gesteld zouden mogen worden om bepaalde sites of apps gratis aan te bieden terwijl voor het overige internetgebruik wel betaald moet worden, aangezien ze op die manier een inherente ongelijkheid aanbrengen in het systeem van internettoegang. Gewapend met een grappige video die viraal is gegaan, heeft het bedrijf gelobbyd voor ‘netneutraliteit’, een ruim begrip dat erop neerkomt dat al het internetverkeer gelijk moet worden behandeld. Dat uitgangspunt is inmiddels wettelijk vastgelegd in vele landen, van Amerika tot Nederland.

    Free Basics was in de meeste landen probleemloos van start gegaan, maar in India was het al snel omstreden. Toen activisten en mensen van diverse start-ups hun vraagtekens plaatsten bij de beweegredenen van Facebook om een dergelijke beperkte versie van internet beschikbaar te stellen, reageerde het bedrijf nogal agressief. Er verschenen paginagrote advertenties in kranten waarin de beweringen van de activisten werden weerlegd, in alle grote steden werden posters geplakt en Facebookgebruikers werd gevraagd de toezichthouder te laten weten dat men achter het bedrijf stond. Wat de activisten vooral in het verkeerde keelgat schoot was het feit dat Facebook met alle geweld het beeld probeerde uit te stralen dat het bedrijf een weldoener was die arme mensen internettoegang bood, terwijl ondertussen werd verzwegen dat het bedrijf er garen bij spon.

    Het is niet eenvoudig om het hele land van internet te voorzien: er moeten greppels worden gegraven, er moeten websites worden vertaald en er moeten zelfs apen worden getemd. Toen Jonnalagadda in 2007 bezig was met een publiek-privaat project om internetcentra op te zetten in Indiase dorpen, kwam hij tot de ontdekking dat apen het enig vinden om satellietschotels van het dak te duwen.

    Van de 1,2 miljard inwoners van India zijn er meer dan driehonderd miljoen mensen (voornamelijk in de steden, voornamelijk in de hogere of middenklasse) die internet gebruiken, afgaande op cijfers van de Internet and Mobile Association of India. De technologieindustrie in Bangalore doet het bijzonder goed dankzij een groep ondernemers, en vele Indiërs maken carrière bij Amerikaanse techbedrijven (zoals Googles bestuursvoorzitter Sundar Pichai, of Satya Nedella, die aan het hoofd staat van Microsoft – beiden zijn in India geboren en na hun studie naar Amerika gegaan om te promoveren). Over het hele land neemt het aantal internetverbindingen jaarlijks toe met zo’n twee tot drie procent, afgaande op gegevens van ITU. Die toename valt deels toe te schrijven aan de sterke economische groei in India en de dalende prijs van smartphones – in 2015 heeft India de koppositie van Amerika overgenomen als de op een na grootste smartphoneproducent ter wereld, volgens Counterpoint Research.

    Lessen trekken

    Een onderzoek van Deloitte, uitgevoerd in opdracht van Facebook, toont aan dat met een vergroting van de internetdekking in India de economische-groeicijfers op zijn minst zouden kunnen verdubbelen, waarmee het bruto nationaal product zou stijgen met vijfhonderd dollar per hoofd van de bevolking. Maar de bestaande programma’s om de technologie door het land te verspreiden – programma’s die zijn opgezet door de Indiase overheid, telecombedrijven en ngo’s – krijgen maar heel langzaam hun beslag. De trage voortgang is een van de redenen dat veel activisten de pogingen van Silicon Valley om het internet te verspreiden, niet geheel en al verwerpen. Google wordt geprezen om een pr-beleid dat fijnzinniger zou zijn dan dat van Facebook, maar ook projecten van Facebook hebben geen massale kritiek gekregen – zo lang ze maar toegang boden tot het héle internet.

    Silicon Valleys kapitaal, technologie en de wil om snel te handen, zouden de implementatie van internet kunnen versnellen. Wanneer er wordt gepraat over connectiviteitsprojecten laten Google en Facebook weten dat ze alleen al in de komende paar jaar honderdduizenden gemeenschappen hopen te bereiken. Techbedrijven kunnen investeren in grootschalige projecten en ze kunnen talent inhuren om satellieten, drones en ballonnen te vervaardigen die overal ter wereld kunnen worden ingezet. De kosten die hiermee gepaard gaan zijn betrekkelijk voor bedrijven als Facebook en Google.

    Caesar Sengupta, het veertigjarige hoofd productmanagement van Google, zegt dat India op twee manier heel leerzaam blijkt te zijn voor het bedrijf. Om te beginnen wordt duidelijk hoe men producten moet maken voor mensen die voor het eerst in aanraking komen met internet via een smartphone. Door deze lessen kan het bedrijf niet alleen producten ontwikkelen die geschikt zijn voor opkomende markten, maar ook de apps in het westen verbeteren, zegt hij. Want ook daar komt de nieuwe generatie als eerste via een mobieltje in aanraking met internet.


    Het Free Basics-debacle heeft de Indiase regering en de telecombedrijven met de neus op de feiten gedrukt: men zal voortvarender te werk moeten gaan bij het verbinden van mensen zonder verbinding. Parminder Jeet Singh van IT for Change, een in Bangalore gevestigde ngo die zich inzet om technologie te gebruiken voor sociale doeleinden, zegt dat door deze strijd, die op hoog niveau is uitgevochten, internettoegang nu voor het eerst op de politieke agenda terecht is gekomen.

    In een Facebookpost de avond voor de Free Basics-uitspraak liet Zuckerberg ook al doorschemeren dat het bedrijf lessen probeerde te trekken uit het mislukken van dit project.

    ‘Naarmate onze community in India groter is geworden ben ik beter gaan begrijpen dat we ons moeten verdiepen in de geschiedenis en de cultuur van India,’ schreef Zuckerberg. ‘Ik vind het zeer inspirerend om te zien hoeveel vooruitgang India heeft geboekt bij het opbouwen van zowel een sterk land als de grootste democratie ter wereld, en ik verheug me erop om mijn banden met het land nog verder aan te halen.’

    Het is goed om snel lessen te trekken uit de rel rond het digitale kolonialisme, aangezien dit geschil zich in razend tempo over de wereld zou kunnen verspreiden. Mishi Choudhary van het Software Freedom Law Center, dat pro bono diensten verleent aan ontwikkelaars van opensourcesoftware en dat zich sterk heeft gemaakt voor netneutraliteit in India, is al benaderd door activisten die maar wat graag elders de strijd aanbinden met Free Basics.

    Reizigers op het Centraal Station van Mumbai. Samen met onder meer de Indiase Spoorwegen gaat Google op 400 stations snel internet aanleggen. – © Dhiraj Singh / Getty Images
    Reizigers op het Centraal Station van Mumbai. Samen met onder meer de Indiase Spoorwegen gaat Google op 400 stations snel internet aanleggen. – © Dhiraj Singh / Getty Images

    ‘Ik heb gehoord van mensen in Kenia, in Mexico en ook in landen in Zuidoost-Azië, die zeggen dat wat hier is gebeurd als lichtend voorbeeld dient,’ zegt ze. ‘Men heeft zich gedwongen gezien nog eens goed te kijken naar de zogenaamde keuze die Facebook hen in de maag probeert te splitsen.’

    Maar de misschien wel belangrijkste les beperkt zich niet tot India. Die gaat over het beeld dat de rest van de wereld heeft van de complexe drijfveren van Silicon Valley, en hoe dat beeld botst met het beeld dat de Valley zelf uitdraagt: een stel technici met goede ideeën. In India leiden de zorgen over de macht van de Amerikaanse techbedrijven tot debatten over kolonialisme; in Europa leiden ze tot campagnes over belastingvoordelen en privacy.

    De techbedrijven in India zullen ook onder ogen moeten zien dat het verhelpen van sommige problemen die wereldwijde internettoegang verhinderen, domweg tijd zal kosten. Zolang de stroomvoorziening in bepaalde gebieden gebrekkig is en geregeld uitvalt, zal ook de toegang tot internet moeizaam verlopen. Daarnaast zullen dorpelingen die nooit hebben leren lezen en schrijven niet optimaal gebruik kunnen maken van internet, zelfs al zou het beschikbaar zijn. Zo heeft Google in bepaalde gebieden grote moeite moeten doen om voldoende geschoolde vrouwen te vinden voor de blauwe fietsen.

    Een moeder en haar drie kinderen zitten op een smartphone naar een Bollywoodfilm te kijken die ze binnenhalen via de wifiverbinding van het station

    Op het centraal station van Mumbai heeft Google onlangs snelle wifi geïnstalleerd: dit station is het eerste van honderd stations die dankzij een samenwerking van Google en RailTel van wifi zullen worden voorzien. Dit project staat vermeld in de Indiase begroting als een voorbeeld van een publiek-private samenwerking die, hoewel het nog drie jaar kan gaan duren, het soort internettoegang biedt waar de Indiërs naar hunkeren.

    Om halfzes die middag, terwijl het station zich opmaakt voor een zweterige spits en de mensen binnenstromen om de trein naar Delhi te nemen, is er één gezin dat niet voor de trein is gekomen maar voor de wifi. Een moeder en haar drie kinderen zitten op een smartphone naar een Bollywoodfilm te kijken die ze binnenhalen via de wifiverbinding van het station, terwijl de vader even wat dingen in de buurt doet. Het drama ontvouwt zich, de dansjes wekken verwondering en de film wordt afgespeeld zonder ook maar één seconde te haperen.

    Auteur: Hannah Kuchler
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Hannah Kuchler is correspondent voor de Financial Times in San Francisco.

    In nummer 92 van 360 kunt u een controverse teruglezen over de vraag of de kritiek op Free Basics in India terecht was.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

    kaartje dossier
    Chinezen die in een internetcafé het web op willen, moeten hun identiteitsbewijs tonen. Om zich te registreren op sociale media moet men vaak het eigen telefoonnummer opgeven

    China: Een niet zo nette reus

    1367 miljard inwoners van wie 50,3 % online

    In juni 2015 telde China 688 miljoen internetgebruikers, bijna een op de twee Chinezen, volgens het ‘Jaarrapport ontwikkeling internet’, aangehaald in het tijdschrift Zhongguo wenhua bao. Dat betekent dat het aantal gebruikers in zes maanden tijd met 19 miljoen was toegenomen. Van deze gebruikers heeft 90 procent toegang tot internet via de smartphone.

    Bijna de helft van de nieuwe gebruikers woont op het platteland, waar men bezig is met een forse inhaalslag. De plattelandsbevolking vertegenwoordigt nu slechts 28 procent van de Chinezen met toegang tot internet, hoewel zij nog ongeveer de helft van de totale bevolking uitmaakt. De meest achtergebleven delen van het land (Tibet, Qinghai, Xinjiang) hebben ook het laagste internetgebruik.

    De censuur blokkeert met regelmaat pagina’s, of delen van een site waarvan de inhoud de censor niet bevalt, en laat aansluitingen opheffen. Tegelijkertijd is de toegang tot internet sinds 2009 steeds vaker onderworpen aan het bekendmaken van de identiteit van de gebruiker. Chinezen die in een internetcafé het web op willen, moeten hun identiteitsbewijs tonen. Om zich te registreren op sociale media moet men vaak het eigen telefoonnummer opgeven, waarvan het verkrijgen doorgaans weer afhankelijk is van het tonen van een identiteitsbewijs.

    Buitenlandse websites kunnen binnenkort de verplichting tegemoetzien zich te registreren bij een in China gevestigde provider als zij voor de Chinese internetgebruikers bereikbaar willen blijven.

    Informaticapiraten hebben de gratis diensten van Wikipedia en Facebook gebruikt om de Angolese burger vrije toegang te verschaffen tot films, televisieprogramma’s en muziek

    Angola: Piraterij via Facebook en Wikipedia

    20 miljoen inwoners van wie 19,4 % online

    Zoals onder elk autoritair regime speelt vindingrijkheid een grote rol in Angola. Informaticapiraten hebben de gratis diensten van Wikipedia en Facebook gebruikt om de Angolese burger vrije toegang te verschaffen tot films, televisieprogramma’s en muziek, zo meldt de Amerikaanse website Motherboard.

    In 2014 sloot Wiki een samenwerkingsovereenkomst met de distributeur van telecommunicatie Unitel om de Angolezen met hun smartphone gratis toegang te geven tot de databank van Wikipedia. Het programma, met de naam ‘Wikipedia Zero’, bestaat in 64 landen. Tezelfdertijd introduceerde Facebook in de voormalige Portugese kolonie zijn gratis app Free Basics (die in India de voorpagina’s haalde – zie hoofdartikel).

    Nadat zij data hadden verstopt in de pagina’s van Wikipedia in de Portugese versie, bedienden de Portugese piraten zich van Facebook om hun verbindingen te delen met hun vrienden op het sociale netwerk.

    Dat misbruik van zijn pagina’s stoort de Wikimedia Foundation, die een ‘interventiegroep’ heeft samengesteld om de piraterij tegen te gaan. ‘Indien men in overweging neemt dat Angola al meer dan dertig jaar wordt geleid door een alleenheerser [president José Eduardo dos Santos kwam in 1979 aan de macht], zouden de talenten van de piraten op een dag zeer wel van pas kunnen komen,’ aldus de website. ‘Zij hebben geleerd zich online te organiseren, hun sporen te wissen en documenten te verstoppen en te delen.’

    Op 28 maart van dit jaar werden zeventien politieke tegenstanders van het regime in Angola veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee tot achtenhalf jaar.

    Vandaag de dag betalen de Cubanen twee dollar voor een uur toegang tot een naar adem snakkend internet, een bedrag dat gelijk staat aan tien procent van het gemiddelde maandsalaris

    Cuba: Google in het kielzog van Obama

    Cuba: 11 miljoen inwoners van wie 27,5 % online

    Tijdens zijn officiële bezoek aan Cuba in maart kondigde Barack Obama een enthousiasmerende overeenkomst aan: de komst naar het eiland van de gigant Google in een zaal van het cultureel centrum van een bekende beeldhouwer in Havana, Kcho, met een internetproject dat zeventig keer sneller is dan het bestaande. De ruimte is door Google ingericht met computers, smartphones en onlineverbindingen, en kan veertig mensen tegelijk ontvangen voor gratis toegang tot het web. ‘Een luxe in een land waar de toegang tot een snelle internetverbinding niet hoger is dan één procent,’ aldus de Cubaanse website 14ymedio.

    De inwoners van Cuba moeten met tot dusver doen met een van de veertig plekken waar een wifistation is die tot nu toe door de autoriteiten sinds juli 2015 zijn toegestaan (aan het eind van het jaar zullen het er tachtig zijn), een honderdtal centra waar internet tegen betaling toegankelijk is en een zeer klein aantal privéverbindingen met uitdrukkelijke toestemming van de overheid. En alles wordt beheerd door de officiële en enige provider van alle telecommunicatie op het eiland, Etecsa.

    Vandaag de dag, meldt de website El Toque (een nieuwssite gericht op de jeugd), betalen de Cubanen twee dollar voor een uur toegang tot een naar adem snakkend internet, een bedrag dat gelijk staat aan tien procent van het gemiddelde maandsalaris. De verbinding wordt in 91 procent van de gevallen gebruikt om nieuwe vrienden te maken op Facebook.

    CONTEXT: Welke technologie is nodig voor een snel internet?

    Om van internet gebruik te kunnen maken, moet men er vooraleerst toegang toe hebben. En dat dan met minder vertraging dan eertijds met de oude modems het geval was. In India bijvoorbeeld – waar de verbindingssnelheid een van de traagste ter wereld is, volgens een rapport uit 2015 van Akamai Technologies – zijn er diverse initiatieven van de overheid en uit de privésector om internet met een hoge capaciteit (en dus snelheid) te ontwikkelen. ‘Het Indiase ministerie van telecommunicatie heeft aangekondigd dat het staatsbedrijf BSNL tussen nu en 2017 2500 nieuwe wifistations zal bouwen met een spreiding over het hele land,’ aldus de Amerikaanse website Mashable. ‘Microsoft werkt onderwijl aan het gebruik van de ruimte in het spectrum die niet wordt benut voor het doorgeven van tv-signalen om de Indiërs een betere wifiverbinding te bezorgen.’

    Andere grote Amerikaanse ondernemingen, waaronder Google en Facebook, werken aan de ontwikkeling van innovatieve toegangswegen tot internet voor gebieden die nu nog moeilijk bereikbaar zijn. Beide richten zich vooral op drones die het internetsignaal zouden kunnen doorgeven vanuit de stratosfeer, op meer dan 18 kilometer boven het aardoppervlak. Het Loon-project van Google, waarbij ballonnen worden gebruikt en dat al op kleine schaal is getest, zal in de nabije toekomst op grotere schaal worden ingezet om Sri Lanka te bedienen.

    Volgens Bloomberg is Loon ‘een minder dure oplossing dan onderzeese kabels, die drukke knooppunten als Singapore en Hongkong zouden moeten passeren’. Maar het tijdschrift MIT Technology Review waarschuwt dat alle lopende projecten belangrijke wijzigingen noodzakelijk maken op het gebied van nationale en internationale regelingen en verdragen.

    Beeld bovenaan: Een vrouw checkt haar smartphone in bed. Driehonderd miljoen Indiërs, voornamelijk stedelingen uit de middenklasse, maken nu al gebruik van internet. – © Ramnath Bhat