De weldoeners die in Marokko de ene moskee na de andere uit de grond stampen, kunnen beter zorgen voor meer scholen, ziekenhuizen en wegen, vindt journalist Karim Bukhari.
Ik zal me altijd dat godverlaten vissersdorp aan de Middellandse Zee blijven herinneren. Aan alles was gebrek. Aan een school, aan medische voorzieningen, aan bestrating. De mensen leefden er in een totaal isolement. Stromend water hadden ze niet, noch riolering of een vuilophaaldienst. De elektriciteit kwam van één haperende generator. In dit gehucht viel werkelijk niets te halen. Omdat er niets was. Op een kleine moskee na…
Het wonderlijke was dat de inwoners hun schamele spaarcenten bij elkaar hadden gelegd om die moskee te laten bouwen. Ze hadden minder behoefte aan een school, een gezondheidscentrum, een fatsoenlijke weg dan aan een ‘godshuis’, zoals een van hen tegen mij zei. Want daarmee verdiende elke goede gever een woning in het hiernamaals – zo stond het immers in een beroemde Hadith, ofwel overlevering van de profeet Mohammed.
Als u dit land doorkruist, zult u nooit verlegen zitten om een plek waar u kunt bidden
Dit verhaal staat niet op zichzelf. Overal in Marokko, tot in de verste uithoek, zijn er godshuizen te vinden – maar niet zo gek veel meer.
Met andere woorden: als u dit land doorkruist, zult u nooit verlegen zitten om een plek waar u kunt bidden. Mocht u echter aan iets anders behoefte hebben: grote kans dat u van een koude kermis thuiskomt.
De moskee is dus kennelijk de moeder aller prioriteiten. Dat wil zeggen, de moskee en haar belofte van zielenrust, een comfortabel leven in het hiernamaals. Dat is veel belangrijker dan de vele ‘aardse’ behoeften aan ontwikkeling, sanitaire voorzieningen en beheer van de openbare ruimte. Zo zit dat. En eigenlijk is dit niets nieuws. Duizend jaar geleden ontbrak het ook aan scholen en klinieken, maar waren er ongetwijfeld wel meer dan genoeg godshuizen. Het verschil is dat die na verloop van tijd ook dienst gingen doen als opvang voor behoeftigen, als scholen, als opleidingscentra waar mensen leerden lezen en schrijven aan de hand van de Koran.
De moskee is in de geschiedenis van de islamitische wereld altijd meer geweest dan alleen maar een ruimte om te bidden. Men volgde er ook opleidingen, leerde er over diverse wetenschappen, besprak de politieke actualiteit, vernam de laatste nieuwtjes van binnen de gemeenschap, leerde er kritisch denken… Het was een complete leefomgeving, de belangrijkste van haar tijd, een grote en veilige plek van samenkomst voor een hele gemeenschap.
Het probleem is dat er sindsdien meer dan duizend jaar zijn verstreken, waarin veel is veranderd. Beetje bij beetje zijn de moskee en andere religieuze plaatsen teruggekeerd naar hun oorspronkelijke functie: bidden. Hun overige ‘beschavende’ taken zijn overgenomen door scholen, universiteiten, verenigingen, ziekenhuizen, vakbonden, gaarkeukens, bibliotheken, culturele centra, enzovoort.
Wie heden ten dage nog een moskee wil bouwen – of dat nu is tot nut van de gemeenschap, om God dichterbij te brengen, of om een huis in het hiernamaals te verdienen – kan beter een school bouwen. Of een ziekenhuis. Een bibliotheek. Een opvangcentrum. Een bejaardenhuis. Een weg aanleggen. Dat is wat onze gulle weldoeners, zij die nog meer moskeeën bouwen dan de overheid, dienen te beseffen.
Vijftigduizend godshuizen in het hele land (volgens de officiële cijfers) met daarnaast nog vele clandestiene en tijdelijke moskeeën, alsmede vele openbare plekken (rijstroken, trottoirs) die regelmatig in bidplekken worden omgetoverd… de gebedsbehoefte is ruimschoots vervuld, men kan moeilijk anders beweren. Als de weldoeners dit nog niet weten, dan wordt het tijd dat ze dit tot zich laten doordringen – en hetzelfde geldt voor de overheid. Marokkaanse burgers hebben tegenwoordig andere noden.
In een opiniestuk in een krant die dicht bij president Erdogan staat, betoogt de Turkse historicus Mustafa Armagan dat de voormalige kathedraal in Istanboel weer een islamitisch gebedshuis moet worden, zoals in de Ottomaanse tijd.
In 1453 schonk Mehmet de Veroveraar de islamitische geloofsgemeenschap na de verovering van Constantinopel door de Ottomanen de Hagia Sophia-moskee. Tot in 1934 bleef die als moskee dienstdoen, tot er tijdens de seculiere republiek een koud en zielloos museum van gemaakt werd. Sindsdien kijken de Turkse en buitenlandse bezoekers, die er bij duizenden doorheen schuifelen, er met een onverschillig oog naar, ongeacht hun religie. De Hagia Sophia lijkt tegenwoordig nog het meest op een karakterloos stationsgebouw. Afgezien van de mozaïeken en een stel gekalligrafeerde schilden is alles met een heilig karakter eruit verdwenen, zorgvuldig weggeborgen. ‘Hagia Sophia! Wie heeft je zo durven ontbloten?’ weeklaagde de dichter Serdengeçti. De vraag is nog altijd actueel.
Wij eisen dat er in de Hagia Sophia weer islamitische diensten gehouden worden. Wij eisen dat de as van deze heilige plaats weer gaat gloeien, dat de islamitische wetten, de heilige Koran en de lof van de profeet dit prachtige monument nieuw leven inblazen. Sommigen brengen hiertegen in dat als de Hagia Sophia weer een moskee wordt, zij niet meer door iedereen bezocht kan worden en dat het toerisme daaronder zal lijden. Dat is een onzinargument. Is er ook maar één moskee in Turkije die niet openstaat voor bezoek?
Anderen vragen zich af hoe een bezoek dan zal gaan verlopen. Welnu, een deel van de centrale ruimte zal tijdens het gebed afgesloten worden. Zo gaat het ook in alle andere Ottomaanse moskeeën, met het verschil dat hier de galerijen op de eerste verdieping altijd open zullen zijn. Dat is sowieso praktischer, aangezien het grootste deel van de mozaïeken zich bovenin bevinden. Er zijn prima oplossingen te bedenken, als we maar willen. Ik zal hier niet ingaan op de overwegingen die ertoe hebben geleid dat van de Hagia Sophia een museum werd gemaakt. Liever vertel ik welke moeite is gedaan is om deze heilige plaats van zijn islamitische karakter te ontdoen.
Ottomaanse kunst
We weten dat sultan Mehmet de Veroveraar, nadat hij van de Hagia Sophia een moskee had gemaakt, er een mihrab [gebedsnis die de richting van Mekka aangeeft voor het gebed] en een minbar [hoge preekstoel] in liet plaatsen, evenals een bibliotheek, en dat hij naast het gebouw een Koranschool liet neerzetten. De kandelaars die om de mihrab heen staan, heeft Süleyman de Grote meegenomen van zijn veldtocht in Hongarije. De vier minaretten, gebouwd door de beroemde architect Mimar Sinan, zijn van Ottomaans ontwerp, net als de versterkingen die het instorten van het gebouw moesten voorkomen. In gebouwen naast de Hagia Sophia bevinden zich de tombes van de sultans Selim II, Murad III, Mehmed II en die van de onfortuinlijke kroonprinsen van Ibrahim I en Mustafa i, die er samen met hun ouders een laatste rustplaats hebben gevonden.
Ook de minbar, de verhoogde preekstoel van de muezzin en vier marmeren gebedsnissen zijn geslaagde toevoegingen uit het Ottomaanse tijdperk, net als de twee enorme marmeren vazen die Murad III uit Pergamon meebracht. Een van de keizerlijke gebedsnissen en de grote kroonluchter die aan de centrale koepel hangt werden geschonken door Ahmed III. De nis op de bovenetage, de soepkeuken [imaret], de Koranschool, de bibliotheek en de fontein voor de rituele wassing, de grootste in zijn soort, dateren uit de tijd van Mahmud i [de achttiende eeuw].
In de negentiende eeuw gaf Abdülmecid I de gebroeders Fossati de opdracht voor een renovatie. Er werden een keizerlijke galerij, een nieuwe trap naar de preekstoel en een muvakkithane (gebouw voor tijdmeting) aangelegd, en kalligrafische schilden aangebracht van befaamde artiesten, waaronder zelfs een paar van de sultans eigen hand. De acht enorme cirkelvormige schilden die de centrale koepel versieren en de schoonheid van het monument nog vergroten, zijn het werk van de geniale componist en dichter Kazasker Mustafa Izzet Efendi.
De Hagia Sophia in ca. 1849.
Op deze schilden staan de namen geschreven van Allah, Mohammed, de eerste vier kaliefen – Aboe Bakr, Omar, Othman en Ali – Ali’s zonen Hassan en Hoessein, de Basmala, en verder midden in de koepel vers 35 van de soera An-Noer. Vroeger herbergde de moskee ook vierkante schilden uit de tijd van Mehmed IV, van de hand van Teknecizade Ibrahim Efendi. De nieuwe schilden van elk 7,5 meter zijn door hun grootte uniek binnen de Ottomaanse kunst.
Toen men van de Hagia Sophia een museum maakte en alle islamitische verwijzingen verwijderde, was dat met de bedoeling het monument weer terug te brengen in de toestand van het Byzantijnse tijdperk. Het vaste meubilair zoals de gebedsnissen en de hoge preekstoel van de imam konden niet worden gedemonteerd, maar de rest – tapijten, gekalligrafeerde schilden, exemplaren van de Koran – werd weggehaald. Het verwijderen van Kazaskers schilden bleek echter niet eenvoudig. Toen ze naar beneden werden gehaald, merkte men dat ze ter plekke waren geschilderd, in elkaar gezet en omlijst. Hoe men het ook probeerde, het was onmogelijk om de schilden door de deuren van de Hagia Sophia te krijgen. De schilden bleken expres zo reusachtig te zijn gemaakt om te verhinderen dat ze ooit uit de kerk zouden worden verwijderd. Men durfde ze niet te demonteren, want dat zou het risico van onherstelbare schade aan deze meesterwerken met zich meebrengen. Uiteindelijk werden de onvergelijkelijke schilden maar tegen de muur gezet, en daar bleven ze jarenlang staan.
… vijftien jaar waarin deze kunstschatten op de grond hadden gestaan, te lijden hadden gehad onder het vocht en bedekt waren geraakt met spinnenwebben
Professor Semavi Eyice vertelde me dat hij eind jaren veertig de schilden tegen de muur zag staan en de directeur van het museum vertelde dat deze verantwoordelijk zou worden gesteld als er iets mee gebeurde. Zo lukte het hem om de werken terug op hun plek te krijgen. Het had vijftien jaar geduurd, vijftien jaar waarin deze kunstschatten op de grond hadden gestaan, te lijden hadden gehad onder het vocht en bedekt waren geraakt met spinnenwebben. Sommige delen van de schilden bevonden zich in een miserabele toestand. Ook de beroemde schrijver en conservator Ibnülemin Mahmud Kemal Bey wond zich erg op over de toestand van de schilden. Lees hoe deze vooraanstaande Ottomaanse intellectueel het verloop van de gebeurtenissen beschrijft:
‘Deze heilige schilden, waarop de prachtige Naam Gods en de Naam van de Profeet geschreven staan, werden door een stel malloten naar beneden gehaald en zomaar op de vloer neergezet, waar ze beschadigd raakten. Een aantal gelovigen mannen, waaronder wijzelf, die deze situatie niet konden aanzien, probeerden tevergeefs tussenbeide te komen. Toen ik mijn best deed om de directeur van het museum van de Hagia Sophia ervan te overtuigen ze weer terug te hangen, vertrouwde hij me uiteindelijk toe dat daarvoor het geld ontbrak. Pas dankzij de vrijgevigheid van de handelaar Nazif Beyler en de ingenieur Ekrem Hakki Ayverdi, die zich ook al langer zorgen maakten over de situatie, konden de schilden eindelijk worden hersteld en teruggeplaatst. Godzijdank hingen de heilige schilden op 28 januari 1949 weer op hun plek. Toen ik ze daar terugzag, huilde ik van geluk. Ik zegen Ekrem, dank Nazif en Muzaffer en bid voor hen.’
Zo behield de Hagia Sophia haar islamitische identiteit, de oplettende islamitische gemeenschap zij gezegend voor haar inspanningen. Laat ons er nu voor zorgen dat de Hagia Sophia weer een moskee wordt. Zodat wij deze onttoverde tijd weer iets van heiligheid kunnen inblazen.
Het betoog van Mustafa Armagan staat niet op zich. De afgelopen jaren is de roep toegenomen om van de Hagia Sophia opnieuw een moskee te maken. Eerder werden de Hagia Sophia-kerken van Trabzon en Iznik al tot moskeeën omgedoopt. De regerende AKP van Recep Tayyip Erdogan is een warm pleitbezorger van het idee. Ook de extreem-rechtse MHP is voor. Tegenstanders zien in de plannen een verdere poging tot islamisering van het land.
‘Nieuwe dageraad’ is een conservatieve, gematigd islamitische krant, dicht bij de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (APK).
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.