Rusland zou een ‘strategisch partnerschapsverdrag’ met Noord-Korea overwegen
De Russische president Vladimir Poetin prees gisteren de ‘krachtige steun’ van Pyongyang voor de militaire operatie van Rusland in Oekraïne, kort voordat hij woensdag vroeg in Noord-Korea aankwam voor een staatsbezoek. In de nacht, kort nadat het presidentiële vliegtuig was geland op de luchthaven van Pyongyang, verscheen de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un op de Russische televisie en onthaalde hij Poetin op een rode loper.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens een document dat dinsdag door het Kremlin werd gepubliceerd, overweegt Rusland een ‘strategisch partnerschapsverdrag’ met Noord-Korea te ondertekenen. Moskou en Pyongyang zijn bondgenoten sinds het einde van de Koreaanse Oorlog (1950-1953), maar zijn naar elkaar toegegroeid sinds de aanval van Rusland op Oekraïne begon in 2022.
‘Noord-Korea is een van de weinige landen waar Poetin zonder angst voor arrestatie heen kan reizen sinds het Internationaal Strafhof een arrestatiebevel tegen hem heeft uitgevaardigd. Pyongyang erkent dit hof niet’, schrijft The Wall Street Journal.
Poetin verzekerde Kim Jong-un van zijn onwrikbare steun
De Russische president Vladimir Poetin, die vandaag een bezoek brengt aan Noord-Korea, zei dat hij handels- en veiligheidssystemen met Kim Jong-un wil opbouwen die buiten de controle van westerse landen vallen, volgens een brief die dinsdag is gepubliceerd door de Noord-Koreaanse krant Rodong Sinmun, die fungeert als spreekbuis voor de regerende Arbeiderspartij. Poetin verzekert Pyongyang in de brief ook van zijn onwrikbare steun.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Russische president bedankt Noord-Korea voor zijn hulp bij de ‘speciale militaire operatie’ van Rusland in Oekraïne, die Kiev en zijn bondgenoten als een invasie beschouwen, en belooft Pyongyangs inspanningen te steunen om zijn belangen te verdedigen tegen de ‘druk, chantage en militaire dreigementen’ van Washington.
‘Een nauwere samenwerking tussen Pyongyang en Moskou heeft gevolgen voor de veiligheid van de Verenigde Staten en haar bondgenoten’, schrijft The New York Times. ‘Het gebruik van Noord-Koreaanse raketten op het slagveld in Oekraïne zou Noord-Korea volgens defensie-experts waardevolle gegevens kunnen verschaffen over hun weerbaarheid tegen westerse raketafweersystemen’, aldus het Amerikaanse dagblad.
Zoals kenmerkend is voor een autoritaire staat, verspreiden in Rusland de geruchten over de mogelijke daders van de recente aanslag in Moskou zich razendsnel. Gezien de geschiedenis van Rusland en IS is het echter uiterst geloofwaardig dat IS achter de aanslag zit.
Tien jaar geleden, toen buitenlandse strijders Syrië binnenstroomden, werd de hoofdstad van Islamitische Staat, Raqqa, een soort Epcot [attractiepark in de Verenigde Staten] van de wereldwijde jihad: nieuwkomers uit verschillende landen klonterden samen binnen hun nationale groepen. Als je pas uit Frankrijk was aangekomen of gewoon wilde weten waar je een croissant kon krijgen, kon je naar een café vol Fransen gaan en het vragen. Uit verre landen als Chili en Japan trokken tienduizenden buitenlandse strijders naar de stad. Rusland leverde volgens president Vladimir Poetin maar liefst vierduizend mensen, die zich niet bezighielden met croissants bakken maar met oorlogsvoering. De enige landen die vergelijkbare aantallen leverden waren Tunesië en Turkije.
Vrijdag vermoordden terroristen minstens 133 concertbezoekers in een voorstad van Moskou. Amaq, het nieuwsagentschap van Islamitische Staat, publiceerde een video waarin de groep de verantwoordelijkheid opeiste, zoals gebruikelijk in een taal die balanceert tussen de precisie van een persdienst en rabiate gestoordheid. De claim beschreef een aanval ‘tegen een grote bijeenkomst van christenen’ – een vreemde manier om een niet-religieus prog-rockconcert te beschrijven. Op video’s van de plaats delict is te zien hoe gewapende mannen op ineengedoken burgers schieten en anderen achtervolgen. De beelden doen denken aan het bloedbad in Bataclan, dat IS aanrichtte in Parijs in 2015, en de aanslag van 7 oktober, het handwerk van IS’ vijand Hamas. Volgens het Amaq-rapport ‘trokken de moordenaars zich terug naar hun bases’, wat suggereert dat ze nog steeds op vrije voeten zijn en in staat om opnieuw aan te vallen, en dat ze meer dan één basis hebben. Rusland beweerde zaterdag alle vier de daders en verschillende handlangers te hebben gearresteerd. De moordenaars waren volgens Poetin op weg naar de Oekraïense grens.
Geruchten
Net als in veel autoritaire staten verspreiden geruchten zich in Rusland snel na een schokkende gebeurtenis als deze. Velen herhaalden de idiote theorie dat IS door Amerika in het leven is geroepen. De verbannen schaakgrootmeester en dissident Garry Kasparov suggereerde dat Rusland zichzelf had aangevallen om etnonationalistische sentimenten op te wekken. Poetins suggestie dat Oekraïne hierbij betrokken is, lijkt me onlogisch. Het is niet geloofwaardig dat de meest opgejaagde mannen in Rusland in een witte Renault naar de zwaarst gemilitariseerde en bewaakte zone in de hele regio zouden rijden terwijl ze elke andere kant op had kunnen rijden om zich ergens in een berkenbos te verstoppen. Wel past Poetins versie binnen de theorie dat hij de aanval aangrijpt om Oekraïne te demoniseren.
Alles wat we weten over Rusland en zijn geschiedenis met IS ondersteunt de theorie dat IS de aanslag heeft gepleegd. IS is zijn capaciteit aan het opvoeren, vooral in Khorasan, de tak die volgens de Amerikaanse inlichtingendienst verantwoordelijk is voor de aanslag. De provincie Khorasan van Islamitische Staat ‘is een centralere rol gaan spelen bij het plannen van aanslagen in het buitenland’, vertelde Tore Hamming, een onderzoeker op het gebied van jihadisme bij het adviesbureau voor risicobeheer Refslund Analytics. Hij vertelde me per sms dat een aantal recente gebeurtenissen, zoals de arrestaties van verdachte leden in Turkije, erop wijst dat de groep aanslagen plant buiten haar gebruikelijke werkgebied.
IS had in zijn hoogtijdagen een enorm Russisch en Centraal-Aziatisch contingent, en de breuklijnen in de Russische politiek en samenleving de afgelopen eeuwen waren een voorbode van dergelijke gruweldaden. Het zou een verrassend zijn als vier mannen na het plegen van een massamoord in een auto zouden stappen en richting Oekraïne rijden, terwijl een IS-aanslag in deze gevoelige regio haast te verwachten viel.
Ongeveer een op de vijf Russische burgers is moslim, maar die bevolking is geografisch of sociaaleconomisch niet gelijk verdeeld. In de steden hebben veel taxichauffeurs en arme arbeiders namen als Magomedov en Ismailov, wat wijst op een moslimafkomst. Velen hebben hun wortels in Centraal-Aziatische landen waar de meerderheid van de bevolking moslim is en zijn naar Rusland gekomen op zoek naar werk. Een zeer groot deel van de IS-strijders uit die landen kwam via Rusland en radicaliseerde toen ze eenmaal weg waren uit de matigende invloedssfeer van vrienden en familie. De vier vermeende daders die door Rusland zijn gearresteerd, komen naar verluidt uit Tadzjikistan, een Centraal-Aziatische republiek die grenst aan Afghanistan.
De opkomst van IS was nuttig voor Rusland
Het zwaartepunt van de islam in Rusland ligt in de noordelijke Kaukasus, waar al eeuwenlang binnenlandse twisten en bloedvergieten plaatsvinden. In plaats van zich te specialiseren in de perfecte croissant, zijn sommige groepen rond Dagestan en Tsjetsjenië bekwame guerrillastrijders geworden, en Poetin heeft zijn eigen hardvochtige methoden op hen gebotvierd tijdens de Tsjetsjeense oorlogen van de jaren 1990 en 2000. Die oorlogen eindigden met een beslissende Russische overwinning en de installatie van micro-Poetins, zoals Ramzan Kadyrov, zodat Moskou indirect over Tsjetsjenië kon regeren. De loyaliteit van deze figuren is zo groot dat twee jaar geleden, in de eerste dagen na de invasie van Oekraïne, de Tsjetsjeense strijders van Kadyrov tot de eersten behoorden die werden ingezet om aan Poetins kant te gaan vechten.
Het probleem is dat beslissende overwinningen nooit zo beslissend zijn als ze lijken. De meeste inwoners van voorheen onrustige regio’s in de Kaukasus merken niet veel van de ontwikkelingen, als is er als je goed oplet de nodige onvrede te bespeuren. Zo zette tijdens mijn laatste bezoek aan Dagestan een taxichauffeur schaapachtig zijn muziekspeler zachter toen het een jihadistisch liedje begon af te spelen. Ook staat een gedeelte van de bevolking te popelen om te vechten.
De opkomst van IS was nuttig voor Rusland, dat geen betere bestemming voor zijn binnenlandse jihadisten kon bedenken dan een verafgelegen conflict met een hoog sterftecijfer. Iedereen die dat wilde, kon met de stilzwijgende zegen van Moskou naar Irak of Syrië trekken. Dat is een van de redenen waarom het aantal IS-leden uit Rusland zo hoog was: het werd hun min of meer toegestaan om te gaan, zodat ze zichzelf daar zouden vernietigen of in machinegeweervuur verstrikt zouden raken, in plaats van problemen te veroorzaken binnen de grenzen van Rusland. Veel van degenen die gingen zijn nu inderdaad dood. Maar dat geldt niet voor allen, en veel overlevenden hebben aan fanatisme niets ingeboet. Ze hebben alleen een nieuw mikpunt nodig.
Er is dus, met andere woorden, op meerdere manieren een verband tussen Rusland en IS te leggen. De wreedheid van de moord en zelfs de keuze van de locatie – een concertzaal – komen iedereen die bekend is met het jihadisme in Rusland wel erg bekend voor. Wat daarop volgt is al even bekend. De gruwelijke video’s en de verantwoordelijkheidsclaims zijn al binnen. Nu is het wachten op een bruut antwoord van de Russische staat. Of dat gericht zal zijn aan de eigenlijke daders van de aanslag, is een open vraag.
Poetin noemde niet IS, die verantwoordelijkheid voor aanslag opeiste
De Russische president erkende op maandag 25 maart voor het eerst dat de terroristische aanslag op de concertzaal Crocus City Hall bij Moskou was gepleegd door radicale islamisten, meldt Radio Free Europe. Tijdens een bijeenkomst met regeringsfunctionarissen zei Poetin dat de moorden werden gepleegd door extremisten ‘wier ideologie de islamitische wereld al eeuwen bestrijdt’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Poetin noemde niet de Islamitische Staat, die de verantwoordelijkheid voor de aanslag opeiste. In plaats daarvan probeerde hij Oekraïne en de Verenigde Staten erbij te betrekken, zonder hiervoor bewijs te leveren.
‘We weten dat de misdaad werd gepleegd door radicale islamisten… Maar we zien ook dat de Verenigde Staten hun satellietstaten en andere landen van de wereld ervan proberen te overtuigen dat er zogenaamd geen spoor is van Kyiv in de terroristische aanslag in Moskou’, aldus de Russische president. Kyiv en Washington hebben de beschuldigingen van Poetin ontkend.
De Iraanse president bezocht Cuba, Venezuela en Nicaragua
Tijdens een officieel bezoek aan Havana op donderdag ondertekende de Iraanse president Ebrahim Raisi zes overeenkomsten met zijn Cubaanse ambtgenoot Miguel Díaz-Canel ‘over wereldwijde politieke samenwerking, douane en telecommunicatie’, meldt The Tehran Times. Raisi was in Cuba na een bezoek aan Venezuela en Nicaragua. Zowel Iran als de drie Latijns-Amerikaanse landen vallen onder sancties van Washington en zijn bondgenoten van Moskou.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Voordat hij maandagochtend aan zijn tournee door Latijns-Amerika begon, verklaarde Raisi ‘dat Iran, Venezuela, Nicaragua en Cuba zich verzetten tegen hegemonie en unilateralisme in de wereld’, aldus de Iraanse krant. Tijdens het bezoek van de Venezolaanse president Nicolas Maduro aan Teheran in juni 2022 ondertekende Iran een partnerschapsovereenkomst met een looptijd van twintig jaar met Venezuela.
Oekraïne heeft dinsdag een grootschalige droneaanval op Moskou uitgevoerd, schrijft het Russische staatspersbureau TASS. Acht drones zouden in de vroege ochtend richting de Russische hoofdstad zijn gevlogen en onschadelijk zijn gemaakt door de Russische luchtafweer. Er zou enkel schade aan gebouwen zijn.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Oekraïne ontkent alle betrokkenheid bij de aanval. Volgens de Russische president Vladimir Poetin is er sprake van een provocatie. Eerder beschuldigde Rusland Oekraïne al van een inval in een Russische grensregio en een aanslag op het Kremlin. Beide keren zei Oekraïne niet betrokken te zijn.
Desondanks zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken James Cleverly dinsdag dat Oekraïne het recht heeft om uit zelfverdediging aanvallen op Russisch grondgebied uit te voeren. ‘Legitieme militaire doelen buiten de eigen grens maken deel uit van het recht op zelfverdediging van Oekraïne,’ zei Cleverly tijdens een persconferentie in Estland volgens Sky News.
Antony Blinken, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, kondigde woensdag aan dat hij de Russische autoriteiten een ‘substantieel aanbod’ heeft gedaan om twee Amerikaanse gevangenen vrij te krijgen, meldt CNN. Het gaat om Brittney Griner, die was gearresteerd wegens het bezit van cannabis, en voormalig soldaat Paul Whelan, die sinds 2018 wordt vastgehouden nadat hij tot zestien jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens spionage.
Bidens steun voor de ruil verwerpt het verzet van het ministerie van Justitie
Volgens CNN is Washington bereid hen te ruilen tegen ‘Viktor Boet, een wapenhandelaar die in de Verenigde Staten een straf van vijfentwintig jaar uitzit’. De bronnen vertelden CNN dat het plan om Boet te ruilen voor Whelan en Griner de steun heeft gekregen van president Joe Biden nadat er eerder dit jaar over werd gesproken. In Bidens steun aan de ruil gaat hij voorbij aan het verzet van het ministerie van Justitie, dat over het algemeen tegen gevangenenruil is.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde de details van de ruil niet, maar zei dat Blinken de zaak in de komende dagen zou bespreken met zijn Russische ambtgenoot, Sergej Lavrov. Dit zal hun eerste gesprek zijn sinds de oorlog in Oekraïne begon.
Waar het Westen Rusland financiële sancties oplegt, geniet het Kremlin grote invloed en steun in het Oosten. Zo onderhouden de Verenigde Arabische Emiraten innige geostrategische en ideologische relaties met Moskou.
In een snelle reactie op de Russische agressie jegens Oekraïne hebben de NAVO- en EU-bondgenoten een reeks strenge sancties tegen Moskou uitgevaardigd. Zo hopen ze het Kremlin de toegang tot financiële markten en wereldwijde ondersteunende netwerken te ontzeggen. Maar ook al doen deze westerse sancties ongetwijfeld pijn, ze gaan voorbij aan de grote invloed en steun die het Kremlin geniet in het Oosten. Een van de krachtigste aanjagers van de autoritaire Russische koers zijn de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) geweest. Het financiële knooppunt Dubai is een soort Club Med geworden voor despoten en hun rijkdommen.
De sterke mannen, op wie het regime van Poetin steunt, hebben de Emiraten gebruikt als wijkplaats voor witwasactiviteiten
De afgelopen tien jaar heeft Abu Dhabi zich ontwikkeld tot een van de belangrijkste strategische partners van Moskou, ook buiten het Midden-Oosten. De Russen en Emirati bundelen niet alleen hun invloed en informatienetwerken om antirevolutionairen in de Arabische wereld te mobiliseren, maar ook om antiliberalen in het Westen een steuntje in de rug te geven. De sterke mannen (siloviki), op wie het regime van Poetin steunt, hebben de Emiraten gebruikt als wijkplaats voor hun witwasactiviteiten. De staatsinvesteringsfondsen van de Emiraten hebben op hun beurt miljarden geïnvesteerd in strategische Russische activa: energie, petrochemie, logistiek en defensie.
Het is dus niet zo gek dat de VAE het Kremlin ook na de aanval op Oekraïne onvoorwaardelijk blijven steunen. Op hetzelfde moment dat de liberale wereld de Russische handelwijze veroordeelde, trok Bin Zayed voor overleg naar Moskou om de bilaterale samenwerking te versterken. Aan de oorlog maakte hij weinig woorden vuil. In oktober 2021 sprak de presidentieel adviseur van de VAE, Anwar Gargash, over een ‘dreigende Koude Oorlog’ waarin Abu Dhabi neutraal wilde blijven. Het land koos echter alsnog partij door zich van stemming te onthouden in de motie van de VN-Veiligheidsraad die de Russische agressie veroordeelde. Naast geostrategische en economische belangen, delen Rusland en de VAE een diepe ideologische vrees voor maatschappelijke mobilisatie en democratische transitie. Ruslands fobie voor de ‘kleurenrevoluties’ die pro-Russische dictators van hun sokkels trokken, vindt weerklank in Abu Dhabi, dat na de Arabische Lente de voornaamste contrarevolutionaire macht in de Arabische wereld is geworden.
Ondermijning
De pogingen van Rusland om in Oost- en Centraal-Europa de democratie te ondermijnen zijn door de VAE gekopieerd in Egypte, Libië, Syrië en Jemen. In Egypte speelde Abu Dhabi een belangrijke rol bij het organiseren van een contrarevolutie rond de Tamarod-beweging. Dit leidde tot een staatsgreep van sterke man Sisi in 2013. In Libië lijken de VAE de Wagner Group, een schimmig Russisch huurlingen-leger, te hebben gefinancierd, met de bedoeling de door de Emirati gesponsorde sterke man Haftar te helpen om de regering in Tripoli, die steun krijgt van de VN, omver te werpen. In Syrië heeft Abu Dhabi aangestuurd op een genormaliseerde verhouding met het bewind van Bashar Assad, een bond-genoot van het Kremlin. Resultaat: ondermijning van de Amerikaanse sancties tegen Damascus.
De VAE verstrekten in 2014 leningen aan Frankrijks extreemrechtse partij Front National, dat ook financiële steun kreeg van Rusland
Het gezamenlijk front van Rusland en de VAE voor autoritaire stabiliteit gaat echter verder. De invloeds- en informatienetwerken van Moskou en Abu Dhabi maken allebei ook gebruik van rechts-populistische angsten in het Westen voor migratie en voor de islam. De VAE verstrekten in 2014 leningen aan Frankrijks extreemrechtse partij Front National, dat ook financiële steun kreeg van Rusland. De lobby van de Emiraten in Brussel is vooral gericht op eurosceptisch extreemrechts, dat een natuurlijke affiniteit heeft met Rusland – een band die het Kremlin stimuleert.
De ingrijpendste bundeling van informatiemacht uitte zich misschien wel in de avances richting de Amerikaanse presidentskandidaat Trump in 2016 en 2017. De Russische bemoeienis met de Amerikaanse presidentsverkiezingen was tot daaraan toe – tijdens een inmiddels beruchte bijeenkomst op de Seychellen hadden de VAE ook nog eens geprobeerd een soort achter-kamertjesoverleg op te zetten tussen de inkomende regering-Trump en Rusland. Door zijn persoonlijke betrokkenheid werd de sterke man van de VAE, Mohammad bin Zayed, onderwerp van het Mueller-onderzoek, waardoor hij nu een beetje een paria is geworden die de Verenigde Staten sindsdien mijdt.
Terwijl de westerse partners van de Emiraten op dit moment hun uiterste best doen de afbrokkelende liberale orde te stabiliseren, zal Abu Dhabi die waarschijnlijk verder ondermijnen. De assertieve kleine staat heeft de afgelopen tien jaar boven zijn macht gepresteerd, mede dankzij het opkomende Oosten. Rusland en China zien de VAE als belangrijkste partner in een dreigende nieuwe Koude Oorlog. Ideologisch gezien zijn de neo-autoritairen van het Oosten de meest geschikte partners voor Abu Dhabi, aangezien er aan hun steun weinig voorwaarden verbonden zijn, en zij nooit zullen aandringen op liberalisering.
Belangrijk knooppunt
De VAE zijn een belangrijk knooppunt geworden voor de omzeiling van westerse sancties. Ondanks een extreem streng sanctiebewind tegen Iran, verdienen in de VAE gevestigde bedrijven geld door Iran te helpen olie de internationale markt in te sluizen. Nadat de Verenigde Staten sancties aan Venezuela oplegden, hielpen bedrijven in de VAE het Latijns-Amerikaanse land olie naar buiten te smokkelen. In Syrië hebben de VAE actief gelobbyd voor opheffing van de Amerikaanse sancties tegen het Assad-regime, omdat die normalisatie in de weg stonden.
Poetins politieke intimi hebben een fijnmazig mondiaal netwerk geweven van bedrijven en lege bv’s die invloed uitoefenen en toegang verschaffen. Sommige van deze netwerken hebben al gebruikgemaakt van de mogelijk-heden die de VAE als witwascentrale bieden. Russische oligarchen en bondgenoten van Poetin bezitten 76 stuks vastgoed in de VAE, die elk vele miljoenen waard zijn. Sommigen van hen zijn toen de westerse sancties van kracht werden al per privéjet of jacht naar Dubai uitgeweken.
Het zou vreemd zijn als de VAE Poetins netwerken niet zouden helpen om toegang te krijgen tot financiële markten
Poetins vertrouweling in investerings- en financiële zaken, Kirill Dmitriev, heeft nauwe persoonlijke banden met Mohammad bin Zayed. Het Russian Direct Investment Fund (RDIF), dat onder leiding staat van Dmitriev, participeert in het investeringsfonds Mubadala van Abu Dhabi. De huidige westerse sancties tegen Rusland vertonen hiaten die kunnen worden uitgebuit. Het zou vreemd zijn als de VAE Poetins netwerken niet zouden helpen om toegang te krijgen tot financiële markten en investeringen.
Met de oorlog in Oekraïne doet het Kremlin weer een poging de wereldorde van na de Koude Oorlog te herscheppen. De met zichzelf worstelende liberale westerse orde wordt op de proef gesteld. Dit is niet alleen een oorlog over de toekomst van de Europese veiligheidsstructuur, maar ook een oorlog waarin grote strategische narratieven en waarden in het geding zijn. Narratieven en waarden die de liberale, westerse wereld afzetten tegen modern oosters autoritarisme.
Oostelijke kamp
Deze nieuwe koude oorlog is nu heet geworden. Hij laat zien hoe de huidige multipolaire wereld westerse partners en tegenstanders voor keuzes stelt die waarschijnlijk op basis van aantrekkingskracht en soft power zullen worden gemaakt. De VAE, die zich voordoen als een westerse partner, mikken steeds meer op het oostelijke kamp. Het narratief van een nieuwe autoritaire orde dat Rusland en China verspreiden, lijkt het aantrekkelijkst voor een land dat de contrarevolutie in de Arabische wereld heeft geleid, en nu klaar is om zijn tentakels elders uit te slaan.
De delicatessenzaak aan de Tverskajastraat in de Russische hoofdstad moest onlangs de deuren sluiten. De zaak werd opgericht in 1901 en overleefde de revolutie van 1917, de Tweede Wereldoorlog en de val van de Sovjet-Unie.
De grootvader van Grigory Elisejev, die de beroemde, naar zichzelf vernoemde winkels opende in Moskou, Sint-Petersburg en Kiev, was een lijfeigene van graaf Sheremetiev. Volgens de familielegende werkte hij als tuinman op een van zijn landgoederen in de provincie Jaroslavl. Op een feestdag serveerde hij de graaf en zijn gasten, ondanks de wintervorst, een schaaltje aardbeien. Het gezelschap was diep onder de indruk en de meester zei tegen hem: ‘Je mag me vragen wat je wilt.’ Pjotr Elisejevich, Kassatkin van zijn achternaam (1776-1825), vroeg om vrijgelaten te worden en vertrok met zijn vrouw naar Sint-Petersburg.
Eenmaal daar besloot hij zijn knowhow te gebruiken: hij begon sinaasappels te verkopen aan de detailhandel. Geleidelijk groeide het zaakje en hij opende een winkel, waarna hij ook zijn broer kon bevrijden van diens lijfeigenschap en hem bij zijn bedrijf betrok. Zo was het familiebedrijf geboren. De zaak floreerde en Pjotr Elisejevich reisde naar Europa en in het bijzonder naar Madeira, waar hij wijnkelders kocht waar hij de wijnen kon bewaren om uit Spanje en Frankrijk naar Sint-Petersburg te importeren. Er werd een winkel geopend aan de Nevsky Prospekt [een grote straat in Sint-Petersburg, zie openingsbeeld] en vervolgens een in Moskou.
Versierde gevels en koelcellen
In Moskou wilde zijn kleinzoon Grigory Grigorievich Elisejev (1865-1949), die het familiebedrijf inmiddels had overgenomen, zich het liefst vestigen in de residentie van de gouverneur-generaal, maar daar was geen plaats. Een paar goed geïnformeerde vrienden wezen hem op het oude Beloselsky-Belozersky-paleis, op de hoek van de Tverskajastraat en de Kozitskysteeg. Dit prachtige herenhuis werd in de achttiende eeuw ontworpen door Matvey Kazakov Fedorovich. In de tweede helft van de negentiende eeuw, toen het huis toebehoorde aan de koopman Malkiel, werd het verbouwd door architect August Weber. Het eclecticisme had het classicisme inmiddels vervangen. Weber hield van weelde en veel van de huizen die hij in Moskou restaureerde hebben dan ook rijkelijk versierde gevels.
Grigory Elisejev kocht het gebouw inclusief de grond en huurde de architecten Baranovsky en Peretiatkovich in, die het oude Kazakov-paleis opnieuw verbouwden in een zeer rijke eclectische stijl. Elisejev had nu een prachtige verkoopruimte en opslagplaats. Op de binnenplaats kwamen de koelcellen en een toonbank te staan, aangezien de winkel ook een groothandel was.
Voor zijn tijdgenoten was de Elisejev-winkel een soort tempel van Bacchus
Op 5 februari 1901 was de inhuldiging: hooggeplaatste gasten verzamelden zich voor de religieuze doop en het banket. Maar amper twee dagen na de opening zat Elisejev al in de problemen. Natuurlijk verkocht de winkel wijn. Maar de toenmalige wetgeving verbood de verkoop van alcohol of de exploitatie van een drankgelegenheid binnen 280 meter van een kerk. Op dat moment stond de Dmitry Solounski-kerk voor de Elisejev-supermarkt, en bevonden de ramen zich op onvoldoende afstand. Daarom moest Elisejev de wijnafdeling verplaatsen naar het deel van de winkel dat uitkijkt op de Kozitskylaan.
De deuren aan deze kant zijn bewaard gebleven, en de wijnafdeling was er tot het einde toe gevestigd. Tijdens de Sovjetperiode, toen de kerk werd verwoest en de wet werd herschreven, werd deze verplaatst naar de grote zaal en werd in de achterkant een bakkerij gevestigd. Onlangs was de indeling hersteld naar vóór de revolutie, maar de ingang van de Kozitskysteeg was inmiddels gesloten. De enige ingang was aan de Tverskajastraat.
De Elisejev-winkel was geen markthal. Het was de eerste en grootste supermarkt van Moskou. Er waren er nog meer, zoals de kruidenierswinkel van de koopman Andrejev, maar geen enkele was zo groot. Voor zijn tijdgenoten was de Elisejev-winkel een soort tempel van Bacchus en weldaad. Aan het Moskou van begin van de twintigste eeuw bood de enorme ruimte een variëteit aan producten van uitzonderlijke kwaliteit: kruiden, kazen, wijnen en de befaamde vleeswaren. De prijzen logen er dan ook niet om. Het maandsalaris van een gewone werknemer, tussen de 15 en 30 roebel, stelde hem niet in staat er zijn boodschappen te doen.
Men piekerde er niet over een bediende heen te sturen, hier ging je zelf heen
Elisejev stichtte uiteindelijk een ware keten: naast zijn winkels in Sint-Petersburg en Moskou begon hij er ook een in Kiev. Daarbij kwamen nog de wijnhandel, inclusief de groothandel van producten uit de eigen wijngaarden en kelders in Frankrijk en Madeira. De winkel bood alleen producten van topkwaliteit aan, en degenen met geld, meestal edelen en kooplieden, konden er zeker van zijn dat de kwaliteit nooit tegen zou vallen.
Dat was voor Okhotny Riad, de grootste markt in Moskou aan het begin van de twintigste eeuw, wel anders. De kraampjes stonden er zeer dicht op elkaar en de kwaliteit en hygiëne lieten te wensen over. Okhotny Riad krioelde van de ratten, je liep het risico met bedorven producten thuis te komen en ganzen werden er volgepompt met lucht (zodat ze groter leken). De Elisejev-winkel leek daarbij vergeleken op een paleis of een tempel. Men piekerde er niet over een bediende heen te sturen, hier ging je zelf heen. Onder de specialiteiten waren bijvoorbeeld de kleine augurken in pekel, bereid door de restaurateur Krynkine volgens zijn geheime recept.
De kruidenierswinkel bleef honderdtwintig jaar ononderbroken in bedrijf. Na de [bolsjewistische] revolutie van 1917 werd hij genationaliseerd. De Sovjetwinkel werd al snel omgedoopt tot ‘Gastronom no 1’ [gastronom is een algemene Sovjetnaam voor grote voedselwinkels], hoewel de Moskovieten gewoontegetrouw ‘Elisejev’ bleven zeggen. Tijdens het communistische tijdperk bleef de winkel producten van de beste kwaliteit aanbieden in heel Moskou, met uitzondering van winkels die waren gereserveerd voor speciale vergunninghouders.
Tijdens de Sovjetperiode werd het portret van Grigory Elisejev uit het interieur verwijderd, daarna werd het weer op zijn plek gezet
In 1941, tijdens de oorlog, werd de rantsoenering ingevoerd. Maar al in 1944 hervatte de Elisejev-winkel de activiteiten en was het weer mogelijk om producten te kopen zonder rantsoenkaart. Tijdens de Sovjetperiode werd het portret van Grigory Elisejev uit het interieur verwijderd, daarna werd het weer op zijn plek gezet. De kroonluchters zijn, net als de decoratie, bewaard gebleven. Natuurlijk was, zoals in alle Sovjetwinkels, het assortiment veranderd: geen geïmporteerde kazen en wijnen meer die vóór de revolutie de reputatie van de supermarkt hadden gevestigd. Het aanbod bestond nu vooral uit producten van Russische makelij.
Ook in de jaren 1970-1980, gekenmerkt door grote tekorten in de winkels, bleef de Elisejev-winkel beter gevuld dan de andere. Zolang Yuri Sokolov directeur was, ging alles goed. Je moest er altijd in de rij staan en er waren altijd wel drie of vier soorten kaas en vleeswaren te vinden. De keuze van de wijnafdeling was uitstekend. De slagerij was niet slecht en de prijzen waren niet hoger dan die van andere winkels in Moskou. Bij Elisejev kon je alles vinden.
Wat Grigory Elisejev zelf betreft: hij bracht zijn laatste jaren in ballingschap door. Vlak voor de revolutie [van 1917] was hij in een schandaal beland. Zijn eerste vrouw pleegde zelfmoord toen ze hoorde dat hij een minnares had. Elisejev woonde de begrafenis niet bij en trouwde amper een maand later met zijn geliefde. Hierdoor waren zijn vier zoons en dochter zo verbolgen, dat ze de band met hem verbraken en het ouderlijk huis verlieten. Na de revolutie vertrokken Elisejev en zijn tweede vrouw naar het buitenland. Via Constantinopel gingen ze naar Parijs, waar Elisejev onroerend goed en investeringen bezat. Hij woonde er comfortabel tot aan zijn dood en werd begraven op de Russische begraafplaats van Sainte-Geneviève-des-Bois.
Begin jaren tachtig deed in Moskou een legende de ronde. Een vrouw die een pot haring van Elisejev kocht zou in plaats daarvan kaviaar hebben aangetroffen. Twee beroemde voorvallen uit die tijd waren samengekomen in de collectieve mythologie: de zaak van het bedrijf Okean [een Sovjetketen van zeevruchten die betrokken was bij de handel in kaviaar en valuta] en de ‘zaak Sokolov’. Er is geen officieel verband tussen de twee zaken te vinden. Toch werd de beroemde kruidenierswinkel het middelpunt van een rechtszaak.
Yuri Sokolov, de directeur, werd in 1982 gearresteerd voor het betalen van steekpenningen van 300 roebel. In die tijd zat de handel zo in elkaar: als je de top niets gaf, had je geen goederen. Sokolov had uiteraard hoogstaande connecties op zeer hoge functies. Een paar maanden voor zijn arrestatie werd zijn kantoor volgeplant met microfoons, uiteindelijk werd hij gearresteerd.
In eerste instantie weigerde hij te getuigen en ontkende hij volledig. Maar na een tijdje, vermoedelijk moe van zijn gevangenschap, begon hij te spreken. In 1984 werd hij geëxecuteerd.
De talrijke huiszoekingen die in het huis van Sokolov werden uitgevoerd, brachten geen verborgen rijkdom aan het licht. Hij leefde goed, maar meer ook niet. Er werd geen geheime schat of antiekverzameling ontdekt. Bovendien was hij oorlogsveteraan, wat hem verzachtende omstandigheden had moeten opleveren. Maar blijkbaar had hij te veel gezegd wat de autoriteiten niet beviel. Ze namen ofwel wraak, of ze wilden hem het zwijgen opleggen.
We hebben bijna geen van onze beroemde en emblematische merken meer
In wezen was dit slechts het topje van de ijsberg van de Sovjethandel. Onder de agenten van de fraudebestrijding deed zelfs de grap de ronde dat er een speciaal wetsartikel voor de werknemers in de warenindustrie moest komen, die zou bepalen dat ‘elke werknemer die er het er langer dan drie jaar volhield, veroordeeld moeten worden tot het een of ander…’. De hele sector werd geteisterd door corruptie.
‘De sluiting van de Elisejev-supermarkt is heel droevig nieuws. De winkel was een van de symbolen van Moskou, dat al bijna al zijn warenhuizen heeft verloren. We hebben bijna geen van onze beroemde en emblematische merken meer, behalve de Eliseyev supermarkt en de Perlovsky theesalon aan de Miasnitskayastraat. Alle anderen zijn gesloten: de beroemde bakkerij van Filippov werd eenvoudigweg verwoest en geplunderd; de kristal- en porseleinwinkel van Kuznetsovsky stond tot voor kort nog overeind, maar nu niet meer; de Ferrein apotheek aan de Nikolskayastraat is niet langer een apotheek. Het zijn iconische plaatsen, gebouwen en instellingen van de stad. We zouden ze moeten behouden.’
DE OORZAKEN VAN DE SLUITING
Volgens het dagblad Rossiiskaia Gazeta ‘zijn veel experts van mening dat de Elisejev-winkel zich niet heeft kunnen herstellen van de crisis van 2014’. Dat jaar werd de annexatie van de Krim door Rusland gevolgd door westerse sancties en een door Moskou uitgevaardigd embargo op Europese voedselproducten. Daarop kwam de covid-19-pandemie en stortte de omzet in, aldus de krant.
‘Moskovieten moesten een groot deel van 2020 binnen blijven en de Russische hoofdstad schatte het aantal toeristen dat niet kwam op 5 miljoen. Een bezoek aan de beroemde supermarkt was een must voor excursieprogramma’s. Daarnaast was er sprake van een waardedaling van de roebel, waardoor het moeilijker werd om de geraffineerde producten te kopen waar de delicatessenzaak bekend om stond.’
Met de verovering van de Koerdische stad Afrin heeft Turkije de Syrische crisis nog onontwarbaarder gemaakt, schrijft de Turkse oppositiesite Gazete Duvar.
Het tiende leger ter wereld – het tweede van de NAVO – veroverde op 19 maart het stadje Afrin in Syrisch Koerdistan, vlak over de Turkse grens. Als we de Turkse propaganda mogen geloven, had de verovering zelfs maar een dag hoeven duren. Dat zou betekenen dat het stadje 59 dagen de tijd had gekregen om zich over te geven.
Naar goed gebruik werd de zege gevierd door huizen en bedrijven grondig te plunderen. Degenen die in de gelegenheid waren auto’s, tractoren, motorfietsen of generatoren te bemachtigen, hadden geluk. Anderen moesten genoegen nemen met koeien, geiten, dekens en bedden; nog anderen met conservenblikken en flessen ketchup. De foto’s van de plundering laten een onuitwisbare indruk na van deze ‘Operatie Olijftak’.
Holle woorden
De opdrachtgevers van de operatie kunnen nu wel hun afkeuring betuigen over het wangedrag, en de rechtbanken kunnen een aantal plunderaars veroordelen, dat alles neemt niet weg dat hier geen sprake is van een incident. We zijn teruggekeerd naar de aloude traditie van roofmoorden, van het binnenslepen van buit, en van de religieuze sanctionering van dit alles binnen de jihadistische traditie waarop de daders zich beroepen. Maar wat zij hebben aangericht zal voor altijd in het geheugen van hun slachtoffers gegrift staan.
Ongeveer 200.000 mensen moesten van Afrin naar Tell Rifaat, Manbij of Aleppo vluchten. Hun dierbaren werden gedood, hun bezittingen geplunderd, hun levens verminkt. Een bijkomstigheid voor de architecten van de operatie, waarvan de demagogische speeches nochtans worden opgesmukt door humanistische en barmhartige woorden die iedere geloofwaardigheid ontberen.
Door de verovering van Afrin vormt het Syrische gebied tussen Azaz en Idlib nu een door jihadistische groepen bezette halvemaan, bedoeld als Turks schild. Land dat de krijgsheren zullen willen koloniseren en bezetten en dat ze elkaar ongetwijfeld zullen betwisten zodra de plunderingen voorbij zijn. Vanaf het begin van de Syrische crisis hebben sommigen verklaard dat ze Damascus zullen bevrijden en het bewind van Sultan Erdogan de Eerste zullen uitroepen. Op dit moment is alles zo onzeker dat zij zich voorlopig wellicht tevreden zullen stellen met Afrin.
Nu is het zaak ‘Afrin terug te geven aan zijn werkelijke eigenaren’, zoals onlangs werd meegedeeld door de Turkse president, die wil dat er zich families van de aan hem gelieerde Syrische rebellen vestigen. Maar wie zijn deze ‘werkelijke’ eigenaren precies? Het feit dat de ‘bevrijding van Afrin’ wordt toegejuicht door een handjevol naar voren geschoven Koerden die gekant zijn tegen de PYD (de grootste Koerdische partij in de regio), doet niets af aan de lokale werkelijkheid. Mensen die hun huizen hebben moeten verlaten zullen de nieuwe bewoners als bezetters blijven zien.
Ongetwijfeld zullen zich binnenkort in een hotel aan de grens enkele mensen afkomstig uit Afrin verzamelen om deze politiek van bezetting te legitimeren. Maar zij zullen even representatief zijn voor de lokale bevolking als de plunderaars – door Ankara voor de gelegenheid tot ‘Syrisch nationaal leger’ bestempeld – representatief zijn voor de Syrische bevolking.
Het heeft geen zin om lang stil te staan bij de overwinning van een staat met de omvang van Turkije op een militie als de Volksbeschermingseenheden (YPG, de gewapende vleugel van de PYD). Wat veel meer aandacht verdient is het feit dat dit gevaarlijke avontuur er alleen maar toe heeft geleid dat Turkije zich weer van de Koerden heeft vervreemd, dat de jihadisten die een vloek zijn voor de regio nieuw territorium is geschonken, dat nieuwe humanitaire crises in het verschiet liggen en dat de Syrische crisis nog onontwarbaarder is geworden. Waar we ons zorgen om moeten maken is het feit dat nationalisme, racisme en opgeblazen retoriek vaste waarden zijn geworden voor het behalen van binnenlands politiek voordeel.
Deze vraag behoort nu op ieders lippen te liggen: waarom heeft de YPG, die bereid was een zware prijs te betalen in de strijd om Raqqa, Tabka en Deir ez-Zor – ver van de overwegend Koerdische regio – zich zo snel teruggetrokken uit een plaats die zo belangrijk voor ze is en zo veel symbolische betekenis heeft als Afrin? Om de vernietiging van de stad te voorkomen, stelt de YPG zelf, om burgers te sparen. Het zou niet gaan om een volledige terugtrekking, maar om het begin van een guerrilla. Was het verlaten van de stad simpelweg onvermijdelijk, of de vrucht van afwegingen die ons onbekend zijn? Zit achter deze terugtrekking iets anders dan de eenvoudige uitkomst van de militaire machtsverhoudingen ter plaatste? De tijd zal het leren.
In Afrin hebben de Koerden de tol betaald voor hun blinde vertrouwen in en hun afhankelijkheid van de Verenigde Staten. Door hun eigen verlangens ondergeschikt te maken aan hun bondgenootschap met de Amerikanen, hebben ze grote risico’s genomen. In de strijd tegen IS die ze onder Amerikaanse supervisie voerden, raakten de Koerden in de omstandigheid verzeild dat ze overwegend Arabische, op IS veroverde gebieden moesten besturen. Sommige van deze gebieden hebben aanzienlijke olie- en gasreserves. Ze moesten ook de bouw aanvaarden van Amerikaanse kazernes en bases. De andere spelers in het conflict vatten een en ander op als provocaties. Dat gold voor Turkije, dat de Amerikaanse NAVO-bondgenoten het ultimatum stelde: de Koerden of wij? En het gold voor het Syrië van Assad, dat zich om zijn territoriale integriteit bekommerde, en voor zijn Russische bondgenoot, die de Koerden met Afrin een lesje wilden leren.
Ze stelden het zich zo voor dat deze samenwerking hun politieke erkenning, bescherming tegen Turkije, en een belangrijk aandeel in de onderhandelingen met het Syrische regime zou opleveren. Het bleek een misrekening
Daarom heeft Moskou de Turkse operatie mogelijk gemaakt door de Turkse luchtmacht toestemming te geven Afrin te bestoken. De Russen hebben de Turken ook toezeggingen gedaan in ruil voor Ankara’s medewerking en stilzwijgen ten aanzien van de operaties van de Syrische en Russische legers in Ghouta [ten oosten van Damascus] en de regio Idlib [in het noorden van Syrië]. Tezelfdertijd zaaiden de Russen hiermee tweedracht tussen Ankara en Washington en hopen ze de Koerden van de Amerikanen los te weken en in de armen van Damascus te drijven. De Koerden zetten hun kaarten op de Amerikanen door deel te nemen aan operaties tegen de Islamitische Staat in Raqqa en Deir ez-Zor. Ze stelden het zich zo voor dat deze samenwerking hun politieke erkenning, bescherming tegen Turkije, en een belangrijk aandeel in de onderhandelingen met het Syrische regime zou opleveren. Het bleek een misrekening.
Samenvattend: de verovering van Afrin zal Turkije op den duur slecht bekomen. En de Koerden zullen zich nog achter de oren krabben over hun strategische keuzes.
Internetkrant van linkse signatuur met als motto ‘principieel, onafhankelijk, objectief nieuws’. Wordt gepubliceerd door advocaat en media-ondernemer Ali Duran Topuz.
In 1932 en 1933 stierven in de Sovjet-Unie ruim vijf miljoen mensen van de honger. De buitenlandse pers in Moskou hield het nieuws onder de pet, op één dappere freelancer na.
Uit het archief
Net zoals de oorlog in Oekraïne in Rusland momenteel niet bestaat (het is slechts een ‘speciale militaire operatie’), zo bestond de hongersnood in 1932-1933 in Oekraïne niet in de Sovjet-Unie. Er werd door geen krant of journalist over gerept, zelfs niet in het buitenland, behalve door de Brit Gareth Jones. Zijn verhaal laat zien hoe belangrijk onafhankelijke media is.
In 1932 en 1933 werd de Sovjet-Unie getroffen door een rampzalige hongersnood. Deze vond zijn oorsprong in de chaos van de collectivisatie, waarbij miljoenen boeren gedwongen hun land moesten opgeven om te gaan werken op een collectieve staatsboerderij. De algehele situatie in het land verslechterde alleen nog maar toen, in de herfst van 1932, het politbureau, het elitecomité binnen de Communistische Partij van de Sovjet-Unie, een aantal besluiten nam waardoor de hongersnood op het platteland in de Oekraïne nog schrijnender werd. Ondanks de schaarste vorderde de staat niet alleen graan, maar al het beschikbare voedsel.
Op het dieptepunt van de crisis drongen georganiseerde groepen van politieagenten en lokale partijactivisten, gedreven door honger, angst en een decennium van haatpropaganda, de huizen van de boeren binnen en namen al het eetbare mee wat ze maar konden vinden: aardappelen, bieten, pompoenen, bonen, erwten en vee. Tegelijkertijd werd er een kordon om Oekraïne getrokken om te voorkomen dat mensen zouden ontsnappen. De gevolgen waren rampzalig: in de hele Sovjet-Unie kwamen meer dan vijf miljoen mensen om van de honger. Onder de slachtoffers waren bijna vier miljoen Oekraïners, die niet stierven omdat ze hun akkers hadden verwaarloosd of omdat de oogst was mislukt, maar omdat hun bewust voedsel was onthouden.
De USSR heeft noch de hongersnood in de Oekraïne noch de hongersnood in de Sovjet-Unie als geheel op enig moment officieel erkend. Er heerste zo’n nietsontziende terreur dat er sprake was van een totaal zwijgen. Buiten de Sovjet-Unie waren er echter andere, meer subtiele tactieken vereist om dit stil te houden. Die tactieken worden op schitterende wijze blootgelegd door de parallelle verhalen van Walter Duranty en Gareth Jones.
In de jaren dertig leidden alle leden van de pers in Moskou een hachelijk bestaan. Correspondenten hadden toestemming van de staat nodig om er te wonen én om hun artikelen te kunnen doorseinen. Journalisten onderhandelden vaak met censoren van het ministerie van Buitenlandse Zaken om toestemming te krijgen over welke woorden ze mochten gebruiken, en ze hadden een goede relatie met Konstantin Oemanski, de Sovjetfunctionaris die verantwoordelijk was voor de buitenlandse persdienst. William Henry Chamberlin, die toen correspondent in Moskou was voor de Christian Science Monitor, schreef dat de buitenlandse correspondent die weigerde zijn berichtgeving af te zwakken, ‘onder een zwaard van Damocles werkt: het risico het land uit te worden gezet of de geweigerde toestemming om terug te keren, wat vanzelfsprekend op hetzelfde neerkomt’.
Er waren extra beloningen beschikbaar voor diegenen die het spel zeer kundig speelden, zoals Walter Duranty. Hij was tussen 1922 en 1936 de correspondent voor The New York Times in Moskou, een positie die hem enige tijd betrekkelijk rijk en beroemd maakte. Duranty, een Brit van geboorte, had geen banden met ideologisch links, maar nam het standpunt in van een zakelijke en sceptische ‘realist’ die zijn best deed om beide kanten van het verhaal te laten zien. ‘Men kan tegenwerpen dat vivisectie op levende dieren iets treurigs en vreselijks is, en het is waar dat het lot van de koelakken en anderen die zich verzet hebben tegen het Sovjetexperiment niet gelukkig is,’ schreef hij in 1935. Maar ‘in beide gevallen wordt het leed aangedaan met een nobel doel’.
Toestemming
Dit standpunt zorgde ervoor dat Duranty heel nuttig was voor het regime, dat er alles aan deed om hem het bestaan in Moskou aangenaam te maken. Hij had een groot appartement, een auto en een maîtresse, hij had van alle correspondenten de meeste toegang tot bronnen, en twee keer kreeg hij een begeerd interview met Stalin. Maar de aandacht die hij kreeg dankzij zijn artikelen lijkt de primaire beweegreden te zijn geweest voor Duranty’s vleiende verslaggeving over de Sovjet-Unie. In 1932 kreeg hij de Pulitzer Prize voor zijn artikelen over de successen van de collectivisatie en het vijfjarenplan. Korte tijd later nodigde Roosevelt, die toen gouverneur van New York was, Duranty uit in de gouverneursresidentie in Albany. Maar naarmate de hongersnood verhevigde, werd de controle nog scherper. Vanaf 1933 eisten de pr-mensen van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat correspondenten toestemming vroegen en voor een reis een routebeschrijving indienden. Elk verzoek om een bezoek te brengen aan Oekraïne of de Noordelijke Kaukasus werd afgewezen. De censuur controleerde ook berichten op heimelijke reportages over de hongersnood. Eind 1932 kwamen Sovjetfunctionarissen zelfs bij Duranty thuis, waar hij zenuwachtig van werd.
Weinig correspondenten waren in zo’n sfeer geneigd om over de hongersnood te schrijven, hoewel ze er allemaal van op de hoogte waren. ‘Formeel was er geen hongersnood,’ schreef Chamberlin. Maar ‘voor iedereen die in 1933 in Rusland woonde en die zijn ogen en oren openhield, valt er gewoon niet te twijfelen aan het bestaan van de hongersnood’. Duranty zelf besprak eind 1932 de hongersnood met William Strang, een diplomaat op de Britse ambassade. Strang rapporteerde laconiek dat de correspondent van The New York Times zich ‘al enige tijd bewust was van de waarheid’, al had hij ‘het grote Amerikaanse publiek niet op de hoogte gebracht van het geheim’. Duranty vertelde Strang ook dat hij het goed mogelijk [achtte] dat maar liefst 10 miljoen mensen direct of indirect door gebrek aan voedsel omgekomen waren’, al werd dat cijfer nooit in een van zijn artikelen genoemd. Duranty stond daarin niet alleen. Eugene Lyons, de correspondent van United Press in Moskou en ooit een enthousiast marxist, schreef jaren later dat alle buitenlanders in de stad zich terdege bewust waren van wat er speelde in Oekraïne én in Kazachstan en de Wolgaregio:
In werkelijkheid zochten we niet naar bevestiging om de doodeenvoudige reden dat we niet twijfelden over het onderwerp. Er zijn feiten die zo immens zijn dat ze geen bevestiging van ooggetuigen nodig hebben (…) Er was net zomin een noodzaak om onderzoek te doen naar het bestaan van de Russische hongersnood als er een reden was om onderzoek te doen naar het bestaan van de Amerikaanse Grote Depressie. Binnen Rusland werd de zaak niet betwist.
Iedereen wist het, maar niemand meldde het. Dat verklaart de uitzonderlijke reactie van zowel het Sovjetestablishment als de persdienst in Moskou op de journalistieke escapade van Gareth Jones. Jones was een jonge Welshman van nog maar zevenentwintig jaar toen hij in 1933 een reis maakte naar de Sovjet-Unie. Jones studeerde Russisch én Frans en Duits in Cambridge. Vervolgens kreeg hij een aanstelling als privésecretaris van de voormalige Britse premier David Lloyd George. In dezelfde tijd begon hij als freelancer te schrijven over Europese en Sovjetpolitiek en maakte hij korte uitstapjes naar de Sovjet-Unie, waardoor hij in een andere positie verkeerde dan de correspondenten in Moskou, die de goedkeuring van het regime nodig hadden om hun verblijfsvergunning te behouden.
Tijdens een van die reizen, begin 1932, voor het reisverbod werd ingevoerd, trok Jones naar het platteland (in gezelschap van Jack Heinz ii, telg uit het ketchupimperium) waar hij in Sovjetdorpen op ‘vloeren vol ongedierte’ sliep en getuige was van het begin van de hongersnood. Jones keerde in het voorjaar van 1933 terug in Moskou, dit keer met een visum dat aan hem was verleend op grond van het feit dat hij voor Lloyd George werkte. De Sovjetambassadeur in Londen, Ivan Majski, wilde heel graag indruk maken op Lloyd George en had voor Jones gelobbyd. Jones maakte na aankomst eerst een rondgang door de Sovjethoofdstad en ontmoette andere buitenlandse correspondenten en functionarissen. Lyons herinnerde zich hem als ‘een serieus en nauwgezet mannetje, […] het type dat een aantekenboekje bij zich heeft en tijdens het gesprek zonder blikken of blozen opschrijft wat je zegt’. Jones had een ontmoeting met Oemanski, liet hem een uitnodiging voor een bezoek aan de Duitse consul-generaal in Charkov zien, schetste een plan om een Duitse tractorfabriek te bezoeken en vroeg of hij naar Oekraïne mocht. Oemanski ging akkoord. Met die officiële stempel van goedkeuring vertrok Jones naar het zuiden.
Hij nam op 10 maart in Moskou de trein. In plaats van door te reizen naar Charkov, stapte Jones echter ruim 60 kilometer ten noorden van de stad uit de trein. Bepakt met een rugzak met ‘vele witte broden, met boter, kaas, vlees en chocola aangeschaft met buitenlands geld in de Torgsin-warenhuizen’ liep hij langs het spoor in de richting van de Oekraïense hoofdstad. Zonder officiële oppasser of begeleider passeerde hij gedurende drie dagen ruim twintig dorpen en collectieve boerderijen; hij zag Oekraïne op het moment dat de hongersnood op z’n ergst was, en noteerde zijn gedachten en impressies in aantekenboekjes die later bewaard werden door zijn zus:
Ik ging de grens over van Groot-Rusland naar Oekraïne. Overal sprak ik met boeren die ik tegenkwam. Ze vertelden allemaal hetzelfde verhaal. ‘Er is geen brood. We hebben al twee maanden geen brood meer gehad. Heel veel mensen sterven.’ In het eerste dorp waren geen aardappels meer en de winkel voor boerjak [suikerbiet] raakte leeg. Ze zeiden allemaal: ‘Het vee gaat dood, netsjem kormit [er is niets om ze te voeren]. Vroeger voedden wij de wereld en nu hebben wij honger. Hoe kunnen we zaaien als we nog maar een paar paarden hebben? Hoe kunnen we de grond bewerken als we verzwakt zijn door voedselgebrek?’
Jones sliep in boerenhutten op de grond. Hij deelde zijn eten met anderen en luisterde naar hun verhalen. ‘Ze probeerden mijn iconen weg te halen, maar ik zei dat ik een boer was, geen hond,’ vertelde iemand. ‘Toen we in God geloofden, waren we gelukkig en hadden we een goed leven. Toen ze probeerden God weg te nemen, kregen we honger.’ Een andere man vertelde hem dat hij al een jaar geen vlees had gegeten.
‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, en hij blijkt een bedrieger te zijn’
Jones zag een vrouw die stof spon om kleren van te maken, en een dorp waar de inwoners paardenvlees aten. Uiteindelijk werd hij aangesproken door een ‘militieman’ die zijn papieren wilde zien, waarna politiemensen in burger erop stonden hem te begeleiden op de volgende trein naar Charkov en hem naar de ingang van het Duitse consulaat brachten.
Hij bleef aantekeningen maken terwijl hij in Charkov was. Hij zag duizenden mensen in broodrijen staan: ‘Ze vormen om drie à vier uur ’s middags een rij om de volgende ochtend om zeven uur brood te krijgen. Het is ijskoud: enkele graden onder nul.’ Jones bezocht op een avond het theater – ‘Publiek: Heel veel lippenstift maar geen brood’ – en sprak met mensen over de politieke repressie en de massale arrestatiegolven die tegelijk met de hongersnood over Oekraïne neerdaalden. Hij schijnt te hebben geprobeerd in contact te komen met Oemanski’s collega in Charkov, maar die kreeg hij niet te pakken. Stilletjes verliet Jones de Sovjet-Unie. Enkele dagen later dook hij in Berlijn op bij een persconferentie die waarschijnlijk georganiseerd was door Paul Scheffer, de journalist van het Berliner Tageblatt die in 1929 uit de Sovjet-Unie was verbannen. Jones verkondigde dat in de Sovjet-Unie een grote hongersnood aan de gang was en legde een verklaring af:
Overal hoorde je de kreet: ‘Er is geen brood. We gaan dood.’ Deze kreet hoorde je in elke uithoek van Rusland, in het Wolgagebied, Siberië, Wit-Rusland, de Noordelijke Kaukasus, Centraal-Azië (…)
‘We wachten tot we dood zijn,’ luidde mijn welkom. ‘Kijk, wij hebben ons veevoer nog. Ga maar een eindje verder naar het zuiden. Daar hebben ze niets. Veel huizen zijn leeg omdat de bewoners al dood zijn,’ riepen ze.
Twee ervaren Amerikaanse journalisten in Berlijn namen Jones’ persconferentie op in hun krant, in de New York Evening Post (‘Rusland in de greep van hongersnood, miljoenen komen om, stijgende werkloosheid aldus Brit’) en de Chicago Daily News (‘Russische hongersnood nu even erg als uithongering in 1921 aldus secretaris van lloyd george’). Een breed scala aan Britse publicaties volgde. In de artikelen werd uitgelegd dat Jones een ‘lange wandeltocht door Oekraïne’ had gemaakt, zijn perscommuniqué werd geciteerd en er werden details toegevoegd over de grootschalige verhongering.
Ze merkten op, net als Jones zelf, dat hij de regels had geschonden die andere journalisten aan banden legden: ‘Ik trok door het zwarte-aardegebied omdat dat ooit de vruchtbaarste landbouwgrond van Rusland was en omdat de correspondenten daar niet heen mogen om met hun eigen ogen te zien wat er gebeurt’, schreef hij. Jones publiceerde erna nog een tiental artikelen in de London Evening Standard en Daily Express, maar ook in de Cardiff Western Mail.De autoriteiten die Jones met gunsten hadden overladen waren woedend. Maksim Litvinov, de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie, klaagde boos tegen ambassadeur Majski. ‘We stonden dit individu op allerlei manieren bij, hielpen hem bij zijn werk, ik stemde zelfs in met een ontmoeting, en hij blijkt een bedrieger te zijn.’
Direct na Jones’ persconferentie kondigde Litvinov een nog strenger verbod op reizen buiten Moskou door journalisten af. Majski beklaagde zich later bij Lloyd George, die zich distantieerde van Jones, verklaarde dat hij de reis niet gesteund en Jones niet als zijn vertegenwoordiger gestuurd had. Het is niet bekend wat hij echt dacht, maar Lloyd George zag Jones nooit meer terug. De persafdeling in Moskou was zelfs nog bozer. Haar leden wisten vanzelfsprekend allemaal dat het waar was wat Jones had verkondigd, en enkelen zaten al te vlassen op manieren om hetzelfde verhaal te vertellen. Malcolm Muggeridge, die toen de correspondent was voor The Manchester Guardian – in de plaats van Chamberlin, die het land uit was – had net via de diplomatieke post drie artikelen het land uit gesmokkeld.
The Guardian publiceerde ze anoniem, met veel inkortingen die waren uitgevoerd door redacteuren die het niet eens waren met zijn kritiek op de Sovjet-Unie, en daar werd haast geen aandacht aan geschonken: ze botsten met grotere verhalen over Hitler en Duitsland. Maar de rest van de persdienst, die afhankelijk was van de welwillendheid van Oemanski en Litvinov, sloot de gelederen tegen Jones. Lyons beschreef nauwgezet wat er gebeurde:
De vernedering van Jones was de meest onaangename taak die ons wachtte in jaren van gejongleer met feiten om dictatoriale regimes te behagen – maar we vernederden hem wel degelijk, unaniem en in haast identieke ambigue formuleringen. De arme Jones moet de meest verbaasde mens op aarde geweest zijn toen de feiten die hij zo nauwgezet uit onze mond verzameld had, ondergesneeuwd werden door onze ontkenningen (…) In een sfeer van beschaafd geven en nemen werd er onder de schittering van Oemanski’s vergulde glimlach stevig gemarchandeerd, voor een formele ontkenning was uitgewerkt. We gaven voldoende toe om ons geweten te sussen, maar in omslachtige bewoordingen die Jones veroordeelden als een leugenaar. Toen het vuile zaakje was volbracht, bestelde iemand wodka en zakoeski.
Of die bijeenkomst nu wel of niet werkelijk plaatsvond, dit vat metaforisch gezien wel samen wat er vervolgens gebeurde. Op 31 maart, slechts een dag nadat Jones in Berlijn zijn uitspraken gedaan had, reageerde Duranty zelf. ‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ luidde de kop in The New York Times. In het artikel deed Duranty zijn uiterste best om Jones belachelijk te maken. Uit Britse bron verschijnt een enorm griezelverhaal in de Amerikaanse pers over hongersnood in de Sovjet-Unie, met ‘al duizenden doden en nog eens miljoenen voor wie dood en uithongering dreigen’.
De auteur ervan is Gareth Jones, een voormalig secretaris van David Lloyd George die onlangs drie weken in de Sovjet-Unie doorbracht en tot de slotsom kwam dat het land ‘aan de rand van een verschrikkelijke ineenstorting’ stond, zoals hij aan onze verslaggever vertelde. Meneer Jones heeft een scherp en levendig verstand, en hij heeft de moeite genomen om Russisch te leren, dat hij bijna vloeiend spreekt, maar onze verslaggever was van mening dat meneer Jones nogal snel een oordeel geveld had en vroeg hem waar het op gebaseerd was. Hij bleek een wandeling van ruim 60 kilometer te hebben gemaakt langs dorpen in de buurt van Charkov en treurige omstandigheden te hebben gezien. Ik opperde dat dat een nogal gebrekkige dwarsdoorsnede was van een groot land, maar niets kon zijn overtuiging van een naderende ondergang aan het wankelen brengen.
Duranty vervolgde met een uitdrukking die later berucht zou worden: ‘Om het cru te zeggen: waar gehakt wordt vallen spaanders.’
Vervolgens legde hij uit dat hij ‘uitputtend onderzoek’ gedaan had en tot de conclusie gekomen was dat de ‘omstandigheden slecht zijn, maar er geen hongersnood heerst’. Jones schreef een verontwaardigde brief aan de hoofdredacteur van The Times, waarin hij geduldig zijn bronnen opsomde en de persafdeling in Moskou aanviel:
De censuur heeft meesters in eufemismen en understatements van ze gemaakt. Vandaar dat ze ‘hongersnood’ braaf ‘voedseltekort’ noemen en dat ‘omkomen van de honger’ verzacht wordt tot ‘wijdverbreide sterfte door ziekten als gevolg van ondervoeding’.
“Russen lijden honger maar verhongeren niet” werd de algemeen aanvaarde wijsheid
En daar bleef het bij. Duranty overschaduwde Jones: hij was beroemder, werd meer gelezen, was geloofwaardiger. Hij werd ook niet tegengesproken. Lyons en Chamberlin uitten later spijt dat ze hem niet harder bestreden hadden. Maar op het moment zelf schoot niemand Jones te hulp. Wat Jones zelf betreft: hij werd toen hij in 1935 verslag deed vanuit Mongolië ontvoerd en vermoord door Chinese bandieten.
‘Russen lijden honger maar verhongeren niet’ werd de algemeen aanvaarde wijsheid. Ze viel ook mooi samen met de actuele harde politieke en diplomatieke overwegingen. Europeanen gingen zich in 1934 en 1935 nog meer zorgen maken over Hitler. De nieuwe regering-Roosevelt zocht eind 1933 actief naar redenen om slecht nieuws over de Sovjet-Unie te negeren. Het team rond de president was tot de conclusie gekomen dat het door de ontwikkelingen in Duitsland en de noodzaak om de Japanners in toom te houden tijd werd dat de VS eindelijk volwaardige diplomatieke betrekkingen aangingen met Moskou. Roosevelt werd door zijn belangstelling voor centrale planning en voor de in zijn ogen grote economische successen van de Sovjet-Unie – de president las de verslagen van Duranty zorgvuldig – aangemoedigd te geloven dat er ook een lucratieve commerciële relatie mogelijk was.
Uiteindelijk sloten de twee landen een overeenkomst. Litvinov arriveerde in New York om deze te ondertekenen – vergezeld door Duranty. Duranty werd tijdens een overvloedig banket voor de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie in het Waldorf Astoria voorgesteld aan de 1500 gasten. Hij stond op en maakte een buiging. Dit werd gevolgd door een luid applaus. Duranty’s naam, schreef The New Yorker later, veroorzaakte ‘het enige echt langdurige pandemonium’ van de avond. ‘Je kreeg bijna de indruk dat Amerika, in een aanval van scherpzinnigheid, zowel Rusland als Walter Duranty erkende.’ Daarmee leek de doofpotpolitiek voltooid.
Dit is een voorpublicatie uit Rode hongersnood van Anne Applebaum, dat op 25 januari 2018 verscheen bij AmboAnthos.
De tegenstanders van president Assad stapelen, ook bij de vredesonderhandelingen in Astana, fout op fout, oordeelt de Londense krant Al-Hayat.
Voor de Syrische politieke oppositie worden de onderhandelingen in Astana een beschamende vertoning, nu de machtsverhoudingen na de Russische militaire interventie in het land in haar nadeel zijn veranderd. De oppositie heeft altijd gezegd dat Rusland vijandig staat tegenover de revolutie. In haar ogen is het doel van de door Rusland geïnitieerde onderhandelingen niet om een oplossing te vinden die rekening houdt met de wensen en behoeften van de bevolking, maar om het regime in staat te stellen tijd te winnen en om verdeeldheid te zaaien bij de oppositie. Moskou bevoordeelt in die optiek de meest plooibare partijen in het conflict, die naar verwachting akkoord zullen gaan met een politieke oplossing die flagrant in strijd is met internationale juridische regels.
Maar voor de oppositie zou het minstens even beschamend zijn om niet deel te nemen aan de conferentie in Astana en het plan van Moskou voor de beëindiging van de strijd te verwerpen. De meerderheid van de Syriërs wil rust en een eind aan het geweld en de destructie. Wat kan de oppositie doen? Ze weet heel goed dat ze het militaire overwicht mist om de loop van de gebeurtenissen wezenlijk te beïnvloeden. Van de ‘legitimiteit’ die de internationale gemeenschap haar had gegeven, is weinig meer over. Bovendien krijgt zij zware kritiek te verduren: ze wordt ervan beschuldigd hoofdverantwoordelijk te zijn voor de dramatische situatie waarin we ons bevinden en zou schuld dragen aan de rampzalige afloop van de slag om Aleppo.
De politieke oppositie legt zich erbij neer geen rol van betekenis te spelen in de onderhandelingen en tijdens de transitieperiode
Het is beschamend voor de Syrische oppositie dat sommige van haar leiders maar al te bereid zijn om zich te voegen naar de wensen van de organiserende landen en om hun prioriteiten te respecteren. Ze durft nog net bedeesd protest aan te tekenen tegen Moskous keuze van zes personen van buiten de oppositie om deel te nemen aan de onderhandelingen en de transitieperiode mede vorm te geven. Daar komt nog bij dat zelfs de groeperingen die in december in Ankara het akkoord over het staakt-het-vuren ondertekenden, nauwelijks invloed hebben op de keuze van de oppositiefiguren die hen zogenaamd zullen vertegenwoordigen. Maar het meest beschamende is nog wel dat deze groeperingen ideologisch en politiek allemaal van dezelfde kleur zijn [loyaal aan de Arabische Golfstaten], al zijn er enkele facties van het vrije Syrische leger aan toegevoegd om de schijn van pluralisme te wekken. De politieke oppositie legt zich er dus bij neer geen rol van betekenis te spelen in de onderhandelingen en tijdens de transitieperiode.
Het is al even beschamend om te zien hoe de Syrische oppositie zich dan weer in stilzwijgen hult, dan weer schielijk van positie verandert, om de grootmachten in Syrië maar niet te mishagen. Zo heeft ze niet geprotesteerd tegen de plotselinge move van Turkije, dat zijn bondgenootschap met en beloftes aan de Syrische oppositie verbroken heeft. Het buurland heeft een draai van 180 graden gemaakt door een alliantie met Rusland aan te gaan, in een poging om de Koerdische dreiging in toom te houden. Tot voor kort was het land tegen elke vorm van buitenlandse inmenging, maar nu erkent het Moskou als de belangrijkste speler in het Syrische conflict en als de meest geschikte tussenpersoon om tot een politieke oplossing te komen. Pas nog noemde Turkije het vertrek van Assad een conditio sine qua non om überhaupt aan onderhandelingen deel te nemen. Vandaag lijkt dat vergeten.
Ten onrechte legt Turkije de nadruk op de meningsverschillen tussen Rusland en Iran over de toekomst van Syrië. Teheran heeft duidelijk aangegeven dat het de inbreng van Ankara en Moskou bij de conferentie van Astana te groot vindt. Beschamend is het onvermogen van de oppositie om over deze conferentie een helder gezamenlijk standpunt in te nemen. Dit onvermogen komt maar deels voort uit een verschil van opvattingen en is eerder het gevolg van tegenstrijdige bevelen van de kant van de verschillende broodheren binnen eigen kring. Al even beschamend is het om te zien hoe sommige van hun leiders plotseling hun persoonlijk belang vooropstellen, of extremistische standpunten innemen en hoog inzetten met als enig doel om hun politiek bestaansrecht te bewijzen. Ze vergeten hoe door deze vlucht naar voren grote delen van de toch al radeloze bevolking nog meer te lijden krijgen. Uiteindelijk is de onmacht van de oppositie te wijten aan het feit dat haar politieke project zich in een impasse bevindt. Ze is door verraad en machtsmisbruik verzwakt, belangenconflicten en grote ego’s hebben de zaak van de revolutie de das omgedaan. Nu betalen we er de prijs voor dat de oppositie verkeerd gegokt heeft, de situatie herhaaldelijk verkeerd ingeschat, dat ze niet in staat was om haar politieke rol op zich te nemen en weigerde om haar fouten en ontsporingen te onderkennen en te herstellen.
De Syrische oppositie bevindt zich in een weinig benijdenswaardige toestand. Volgens sommigen is haar rol uitgespeeld en zou zij er beter aan doen zich uit het strijdperk terug te trekken om niet tot symbool te worden van teleurstelling, falen en wanhoop. Anderen denken dat zij nog steeds op een dag de fakkel van de revolutie zal kunnen dragen.
Auteur: Akram Al-Bunni
Vertaler: Valentijn van Dijk
‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.
CONTEXT: Het spel van Moskou
Al zijn de gesprekken in Astana meer technisch dan politiek van aard, toch heeft de lichte wijziging van toon bij Moskou over de oppositie voor allerhande speculatie gezorgd. Volgens sommigen verwart de oppositie droom en werkelijkheid, volgens anderen betekent het feit dat Rusland in gesprek gaat met tegenstanders van het regime en hun niet allemaal als terroristen aanmerkt, dat het de schendingen van het staakt-het-vuren door het Assad-regime en de haar loyale sjiitische milities veroordeelt en meer afstand neemt tot Iran, een koerswijziging. In L’Orient-Le jour schrijft een Syrische oppositiepolitica: ‘De Russen zoeken een uitweg uit het conflict omdat ze beseffen dat een militaire overwinning onmogelijk is’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.