Tag: Moslimbroederschap

  • Overspeelde de jonge Tamim, de nieuwe emir van Qatar, zijn hand?

    Overspeelde de jonge Tamim, de nieuwe emir van Qatar, zijn hand?

    De pas 33-jarige emir van Qatar erfde zijn baldadigheid van zijn ouders. Maar hij lijkt de politieke dynamiek in de Golf verkeerd te hebben ingeschat.

     

    Keuze uit het archief

    Onder de huidige emir van Qatar is het kleine oliestaatje hard bezig een prominente plek op het wereldtoneel te verwerven. Hoewel Qatar al langer een belangrijke factor in het Midden-Oosten was, wordt onder Tamim bin Hamad Al Thani meer naar het Westen gekeken. Daar heeft Tamim hard aan moeten werken, lezen we in dit stuk uit 2017.

    Het was juni 2013, en het kleine emiraat Qatar deed van zich spreken. Het toonde zijn diplomatieke spierballen in een Midden-Oosten waar de revolutie gistte. Het pompte miljarden aan gasdollars in prestigieuze buitenlandse investeringen. En toen, op de toppen van zijn succes, deed sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, de emir van Qatar, iets wat de verkalkte politieke elite in de Golf diep schokte: hij trad af ten gunste van zijn 33-jarige zoon Tamim. Daarmee gaf Qatar een ultiem blijk van een non-conformistische geest.Naburige autocraten, die de emir dikwijls te nationalistisch en overmoedig hadden gevonden, reageerden deels onthutst en deels opgelucht. Onthutst omdat Hamad de heersende traditie aan zijn laars had gelapt – men treedt hier niet vrijwillig af – en het overige leiderschap in de Golf te kijk had gezet als een bejaardenclub die zich aan de macht vastklampte. Opgelucht omdat de nieuwe, jongere bewindvoerder wellicht gemakkelijker was in te tomen.Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hadden zich al geruime tijd mateloos opgewonden over de democratische wind die sinds de Arabische Lente door het Midden-Oosten leek opgestoken, en over de geestdrift waarmee Qatar allerlei revolutionairen, onder wie islamisten, aan de borst drukte.

    Qatar koesterde de stille hoop dat de geest van de revolutie, onder aanvoering van een opgeleefde Moslimbroederschap, ook tot de Golfregio zou doordringen

    Qatar koesterde de stille hoop dat de geest van de revolutie, onder aanvoering van een opgeleefde Moslimbroederschap, ook tot de Golfregio zou doordringen. Ondertussen wilden de leiders van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten de politieke islam juist tegen elke prijs tijdig de kop indrukken. En dus probeerden ze de nieuwe emir van Qatar onmiddellijk in het gareel te dwingen.Het uitzonderlijke besluit van de twee staten (samen met een paar anderen) om de betrekkingen met Doha te verbreken, Qatari’s uit te wijzen en het emiraat economisch te isoleren, laat zien hoe spectaculair sjeik Tamim heeft gefaald en tot welk een spectaculaire koppigheid zijn buren in staat zijn. Volgens diplomaten is een van de oorzaken van de crisis het feit dat het Qatarese regime een rookgordijn is. ‘Het is hetzelfde Qatar, de vader van de emir trekt nog steeds aan de touwtjes,’ vertelde een hoge diplomaat me onlangs.

    Wensdenken

    Zo zou je het kunnen zien. Feit blijft dat sjeik Tamim de zoon is van zijn vader — en van Sjeika Moza, de mooie en al even non-conformistische voormalige first lady van Qatar. Hij heeft hun onconventionele geest en hang naar baldadigheid geërfd. Dat hij een radicaal andere koers zou gaan varen, was wensdenken, ook al leek de nieuwe heerser even bereid zich te gedragen. Nadat de Saoedi’s en anderen de druk in 2014 opvoerden en hun diplomaten terugtrokken, nam Tamim afstand van de islamisten, zowel de gematigde als de extremistische. Maar dat was een tactische terugtocht. Qatar, zo is mij verteld, is het enige land dat nog steeds bereid is steun te geven aan groepen in Syrië die banden hebben met Al-Qaeda – groepen die ooit geld kregen uit de hele regio.Sjeik Tamim lijkt vooral de nieuwe politieke dynamiek in de Golf verkeerd te hebben ingeschat. Sinds de Saoedische koning Salman in 2015 de troon besteeg en zijn lievelingszoon Mohammed bin Salman zeer ruime bevoegdheden schonk [en inmiddels zelfs tot zijn troonopvolger heeft benoemd], heeft het koninkrijk zijn status van dominante regionale grootmacht versterkt en actief geprobeerd om aartsvijand Iran te isoleren. De houding van Saoedi-Arabië ten opzichte van Qatar is almaar minder toegeeflijk geworden. Het Saoedische zelfvertrouwen werd ook gevoed door de onvoorwaardelijke steun van president Donald Trump aan het koninkrijk – het eerste land dat hij officieel bezocht. Hoe misplaatst de politiek van Riyad ook mag zijn, een verstandiger heerser van Qatar zou er terdege rekening mee hebben gehouden.

    De ouders van emir Timam – sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani en sjeika Moza – tijdens een bezoek aan Engeland in 2012. – © Getty
    De ouders van emir Timam – sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani en sjeika Moza – tijdens een bezoek aan Engeland in 2012. – © Getty

    De druppel die de emmer deed overlopen was waarschijnlijk de één miljard dollar kostende gevangenenruil waarmee Qatar een gegijzeld koninklijk jachtgezelschap in Irak vrij kreeg. Dat gebeurde door betalingen aan twee organisaties, waarvan de een steun geniet van Iran, en de ander banden heeft met Al-Qaeda. Waaruit maar weer eens blijkt dat Doha bereid is zaken te doen met de ergste vijanden van zijn Arabische buren. De zware straf van Saoedi-Arabië – dat zelf, ironisch genoeg, bedenkelijke tegenstanders vaak genoeg heeft afgekocht – kan een averechts effect hebben: Qatar kan erdoor worden gedwongen nauwere betrekkingen aan te knopen met Iran. Maar voorlopig zit sjeik Tamim behoorlijk in de knel. En de Saoedi’s zijn nog niet klaar: de speculaties in de Saoedische media over een staatsgreep in Qatar zijn misschien wishful thinking, ze maken ook deel uit van een op vele fronten ingezette aanval: diplomatiek, economisch, psychologisch. Afgaande op de recente geschiedenis zal Sjeik Tamim eerst tegenstribbelen en vervolgens inbinden, in de hoop dat een nieuwe tactische terugtocht hem zal redden. Gezien het venijn van het Saoedische optreden en de mogelijke steun van Trump zou dat deze keer een ijdele hoop kunnen zijn.

  • Tien leden van Moslimbroederschap ter dood veroordeeld in Egypte

    Tien leden van Moslimbroederschap ter dood veroordeeld in Egypte

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Patent coronapil vrijgegeven voor ontwikkelingslanden

    » Google ziet winst verdubbelen in 2021

    Doodvonnissen in Egypte

    Een Egyptische rechtbank heeft op 30 januari tien leden van de verboden Moslimbroederschap ter dood veroordeeld voor het coördineren en beramen van aanvallen op de politie, meldt staatspersbureau MENA. De identiteit van de beklaagden is niet bekendgemaakt, evenmin als hun verweer tegen de beschuldigingen.

    De doodstraf in Egypte wordt voltrokken door ophanging

    Het vonnis zal nu worden voorgelegd aan de grootmoefti, de hoogste theologische autoriteit van Egypte, voordat de rechtbank op 19 juni bijeenkomt om de vonnissen te bekrachtigen. Dit is slechts een formaliteit in doodstrafzaken, schrijft Al Jazeera. De doodstraf voor civiele veroordeelden in Egypte, het dichtstbevolkte land van de Arabische wereld, wordt voltrokken door ophanging.

    Egypte was vorig jaar na China en Iran het land dat het hoogste aantal executies ter wereld uitvoerde, volgens Amnesty International. Al vaker hebben de Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties protest aangetekend bij Egypte tegen het uitspreken van doodvonnissen, of tegen veroordelingen tot lange gevangenisstraffen na massaprocessen.

    Lees ook:

  • Egypte ‘is gewelddadige politiestaat geworden’ | Markt voor oude games explodeert

    Egypte ‘is gewelddadige politiestaat geworden’ | Markt voor oude games explodeert

    Egypte beschuldigd van buitengerechtelijke executies

    Een ‘verontrustend rapport’ dat blootlegt hoe Egypte onder onder het bewind van Abdul Fatah Al-Sisi, die sinds 2014 aan de macht is, een ‘steeds gewelddadigere politiestaat‘ is geworden. Zo omschrijft The Washington Post het vernietigende rapport dat op dinsdag 7 september werd gepubliceerd door Human Rights Watch (HRW), waarin de Egyptische veiligheidstroepen ervan worden beschuldigd tientallen buitengerechtelijke executies van vermoedelijke ‘terroristen’ te hebben uitgevoerd.

    Tussen 2015 en 2020 zijn volgens het Egyptische ministerie van Binnenlandse Zaken ten minste 755 mensen gedood bij 143 schietpartijen. Volgens de autoriteiten werden alle slachtoffers gezocht wegens terrorisme en hadden de meesten banden met het Moslimbroederschap. Maar uit een onderzoek naar veertien van de slachtoffers die tijdens vermeende vuurgevechten zijn omgekomen, blijkt dat velen van hen op het moment van hun dood werden vastgehouden na te zijn gearresteerd. Sommigen vertoonden tekenen van marteling.

    De Egyptische veiligheidsdiensten hebben de volledige vrijheid om alle vormen van oppositie te elimineren’

    ‘Onder het mom van de strijd tegen het terrorisme’, schrijft HRW, heeft de regering van Sisi ‘de veiligheidsdiensten volledige vrijheid’ gegeven ‘om alle vormen van oppositie te elimineren, met inbegrip van vreedzame dissidentie’.

    Human Rights Watch heeft de internationale gemeenschap opnieuw opgeroepen om sancties op te leggen aan Egyptische veiligheidsfunctionarissen en om wapenzendingen naar Egypte op te schorten.


    Verkiezingsnederlaag voor regerende islamitische partij in Marokko

    ‘Het einde van het avontuur voor de PJD, na tien jaar regeren’, schrijft Telquel. De Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (PJD), die sinds 2011 aan de macht is, is bij de Marokkaanse parlementsverkiezingen van woensdag op de achtste plaats geëindigd met slechts twaalf zetels, tegenover 125 in 2016, volgens de voorlopige resultaten die donderdag door de minister van Binnenlandse Zaken zijn bekendgemaakt.

    De Nationale Rally van Onafhankelijken behaalde het grootste aantal zetels (97), ‘nek aan nek’, in de woorden van de krant, met de Partij voor Authenticiteit en Moderniteit (82). In totaal telt het Marokkaanse Huis van Afgevaardigden 395 zetels.


    Markt voor oude games explodeert

    Twee jaar geleden werd voor het eerst een bedrag van zes cijfers betaald voor een vintagevideogame. Bij een privéverkoop werd toen 100.150 dollar betaald voor een verzegeld exemplaar van Super Mario dat in 1985 voor de testmarkt in de VS was gemaakt. De prijzen zijn sindsdien rap gestegen. Vorige maand werd het voorlopige recordbedrag voor ’s werelds duurste videogame neergeteld: 2 miljoen dollar voor een ongebruikt exemplaar van Super Mario uit 1985, schrijft ArtNews. Experts verwachten dat dit pas het begin is van een trend die in 2020 op stoom kwam, toen tijdens de pandemie de vraag begon te stijgen naar verzamelobjecten zoals Nintendo-producten en Pokémon-kaarten.

    In de eerste drie maanden van de pandemie steeg de verkoop van videogames op eBay met meer dan 110 procent. De verkoop van producten die worden beoordeeld door Wata Games, een bedrijf dat videogames controleert op conditie en authenticiteit, steeg tussen februari 2020 en juni 2021 met 330 procent.

  • Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Biden roept op tot strengere wapenwetgeving na schietpartij | Netanyahu geen meerderheid

    Na bloedbad in Boulder, verklaart Joe Biden de oorlog aan aanvalsgeweren

    Het was met een Ruger AR-556 semi-automatisch wapen dat Ahmad Al Aliwi Alissa, de vermeende dader van de schietpartij in Boulder, maandag tien mensen, waaronder een politieagent, zou hebben gedood in een supermarkt, meldt CNN.

    ‘Eerst Atlanta en nu Colorado’, schrijft The New York Times. De dodelijke schietpartij in Boulder, ‘is de tweede massamoord in de Verenigde Staten in minder dan een week’.

    Volgens een getuige die door The Denver Post werd geïnterviewd, kwam de schutter binnen met een aanvalswapen en begon zonder een woord te zeggen te schieten. De motieven van de schutter zijn nog niet vastgesteld, aldus The Daily Camera, een lokale krant.

    ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie’

    De recentste massamoord heeft de Amerikaanse president Joe Biden er dinsdag toe aangezet het Congres op te roepen dergelijke aanvalswapens te verbieden. De Democraat riep de Senaat ook op om een wetsvoorstel aan te nemen dat deze maand door het Huis van Afgevaardigden werd goedgekeurd om de achtergrondcontroles bij de aankoop van een wapen te versterken. ‘Dit is geen partijkwestie en zou dat ook niet moeten zijn. Dit is een Amerikaanse kwestie,’ benadrukte Biden. ‘We moeten actie ondernemen.’

    Dinsdag was de Amerikaanse pers echter niet erg optimistisch over het feit dat er daadwerkelijk nieuwe wetgeving wordt aangenomen. Het is ‘een triest ritueel’ geworden, schrijft The New York Times. ‘Met elke nieuwe massamoord, is er een roep om strengere wapenwetgeving. Zonder dat het Congres er echt in slaagt enige vooruitgang te boeken in deze kwestie.’

    Politico merkt op dat Joe Biden tot nu toe geen grote haast leek te hebben om iets te doen aan de wapenwetgeving. ‘President Joe Biden zei dinsdag dat hij “geen minuut langer” wilde wachten om de nationale epidemie van wapengeweld aan te pakken. Maar na 63 dagen presidentschap heeft hij nog geen enkele unilaterale actie ondernomen om het wapenbezit te beperken, hoewel hij dat op zijn eerste ambtsdag had beloofd’, aldus het nieuwsportal.


    Netanyahu de grootste, maar geen regeringsmeerderheid

    De Israëlische premier claimde dinsdagavond een ‘enorme overwinning voor rechts’, de vierde in bijna twee jaar, maar hij zal nog hard moeten werken om genoeg steun te verzamelen om een regering te vormen, schrijft Ha’aretz.

    Hij en zijn Likoed-partij eindigden volgens de prognoses op de eerste plaats, maar de Netanyahu-coalitie heeft nog enkele stemmen nodig om een meerderheid van zetels te behalen, waardoor de schijnwerpers zijn gericht op Naftali Bennett, een vooraanstaande radicaal-rechtse figuur die nog niet heeft gezegd of hij zich al dan niet bij het kamp-Netanyahu zal aansluiten.

    Lees ook:

    Oud-minister Bennet wordt gezien als een sleutelfiguur in de formatie en kan zich ook aansluiten bij oppositieleider Yair Lapid, die rekent op een akkoord met partijen ter linker-, midden- en rechterzijde die teleurgesteld zijn in Netanyahu.

    Op weg naar vijfde verkiezingen

    Maar volgens de laatste stand van zaken, met 87 procent van de stemmen geteld, komt het bloc-Netanyahu zelfs met de steun van Bennet 2 zetels te kort om een meerderheid van 61 zetels in de Knesset te behalen, meldt The Times of Israel. Dat is allemaal te danken aan het behalen van de kiesdrempel door de Arabische partij Ra’am, oftewel de United Arab List.

    ‘De komende twee dagen zullen gespannen zijn, omdat elke getelde stembus de zetelverdeling kan veranderen’, zegt Ha’aretz-journalist Anshel Pfeffer. Voorlopig bevindt Israël zich dus ‘in een nieuwe impasse. En hoe ongelooflijk het ook lijkt’, het is mogelijk dat het land binnenkort ‘op weg is naar vijfde verkiezingen’.

    Lees ook:


    Dodelijke brand Rohingya-vluchtelingenkamp

    Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) heeft het aantal mensen dat is omgekomen bij de brand die maandagavond een vluchtelingenkamp in de buurt van de stad Cox’s Bazar in Bangladesh in de as legde, naar boven bijgesteld naar minstens vijftien doden en vierhonderd vermisten, meldt de Britse krant The Times. In een eerder rapport werd het dodental op vijf geschat.

    Het vuur maakte het moeilijk voor de brandweer om ter plaatse te komen, omdat het kamp dichtbevolkt is, vertelde de plaatselijke inwoner Saiful Arakani aan de BBC. Er is een onderzoek ingesteld om de oorzaak van de brand te achterhalen.

    Lees ook:


    Turkije slaat nieuwe diplomatieke koers in

    ‘In de afgelopen maanden hebben woordvoerders van de AKP geprobeerd positieve boodschappen te sturen naar Europa en de Verenigde Staten’, aldus het Turkse dagblad Evrensel. ‘Aan de lange vijandige tirades van president Erdoğan is een einde gekomen, in plaats daarvan laat hij geen gelegenheid meer voorbijgaan om uitspraken te doen als: “Wij kijken naar het Westen, daarheen leidt onze weg, wij hebben geen probleem dat niet door dialoog kan worden opgelost.”’

    De Turkse president, die steeds meer geïsoleerd raakt op het diplomatieke wereldtoneel, probeert, althans in woorden, toezeggingen te doen aan zijn westerse partners. En in het bijzonder aan Frankrijk, waar een nieuwe ambassadeur, Ali Onaner, is aangesteld met de opdracht de breuken te lijmen van een relatie die sinds afgelopen zomer ernstig is verslechterd, met de Franse steun aan Griekenland in de Middellandse Zee tegenover intimidatie door de Turkse marine en de verklaringen van Erdoğan tegen de Franse president.

    ‘De regering maakt een ommekeer in het neo-Ottomaanse buitenlandse beleid dat zij de afgelopen tien jaar heeft gevoerd’, vervolgt de linkse krant Evrensel. ‘En in de afgelopen weken heeft Erdoğan ook een draai gemaakt naar de Arabisch-islamitische wereld, Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en ook Israël.’

    Gevechtsdrones

    Zo bestudeert Turkije de mogelijkheid om gevechtsdrones te verkopen aan Saudi-Arabië. Sommige geruchten spreken zelfs van het mogelijke zenden door Ankara van Syrische huurlingen (door Turkije bewapende en opgeleide strijders, reeds ingezet in Libië en Azerbeidzjan).

    Exclusief voor abonnees:Turkije voorloper gebruik dodelijke drones’

    De ommezwaai in het beleid is voor de oppositiepers in de eerste plaats een brevet van onvermogen, zoals de krant Birgün opmerkt: ‘De duizelingwekkende draai in het buitenlands beleid van Erdoğan, zijn de laatste stuiptrekkingen van een macht die in wanhoop verkeert, zowel intern als naar buiten toe. Ook al probeert zij de nieuwe koers aan haar aanhangers te verkopen als een opleving, toch erkent de islamitische macht hiermee impliciet het falen van haar avontuurlijke buitenlandse beleid van de afgelopen tien jaar.’

    Een onderdeel van die nieuwe koers is Egypte. De twee landen knoopten in maart opnieuw diplomatieke betrekkingen aan, maar Caïro wacht nu ‘op acties die in overeenstemming zijn met de belangen en principes van Egypte om de betrekkingen tussen de twee staten te normaliseren’, zo werd de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Sameh Shukri geciteerd door de online krant Gazete Duvar. Een van de geschilpunten is de steun van Ankara aan het Moslimbroederschap, tot woede van Saoedi-Arabië, de VAE en Egypte.

  • Qatar: het probleemkind van de Golf

    Qatar: het probleemkind van de Golf

    Het is niet de eerste keer dat de buurlanden de betrekkingen met Qatar verbraken. Maar ditmaal zijn er ook economische sancties ingezet en lijkt het spel harder te worden gespeeld.

    De diplomatieke breuk tussen Qatar en vijf andere landen in de regio – Bahrein, Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en Jemen (althans de internationaal erkende regering-in-ballingschap van die Golfstaat-in-problemen) – heeft een al lang sluimerend conflict over de aanpak van regionale kwesties naar de oppervlakte gebracht.

    De vorige keer dat Bahrein, Saoedi-Arabië en de VAE hun banden met Qatar verbraken was in 2014, toen ze hun ambassadeurs voor een periode van negen maanden terugtrokken. De jongste confrontatie is duidelijk ernstiger. Er is nu sprake van economische sancties – en aangezien Qatar alleen met Saoedi-Arabië een grens deelt, kan een onderbreking van verkeer van goederen en mensen, ter land, ter zee of door de lucht, de economie snel ontwrichten en dus ook leiden tot sociale en politieke onrust.

    Het is nog onduidelijk wat Saoedi-Arabië en de Emiraten uiteindelijk beogen. In ieder geval dateren de spanningen tussen Qatar en zijn buren niet van gisteren. Ze bestonden al vóór de Arabische Lente van 2011 en Qatars spraakmakende steun aan islamisten die in die periode de macht in Noord-Afrika en Syrië probeerden te grijpen. Goed beschouwd was Qatar de afgelopen kwart eeuw betrokken bij elke ‘crisis’ in de zes leden tellende Raad voor Samenwerking in de Golf (Gulf Cooperation Council of GCC). Nu lijken de overige leiders in de Golf helemaal hun bekomst te hebben gekregen van het soms tegendraadse regionale beleid van Doha.

    Emir Tamim. – © Jordan Pix / Getty
    Emir Tamim. – © Jordan Pix / Getty

    Qatar is een schiereiland dat in noordelijke richting in de Perzische Golf steekt. Halverwege de negentiende eeuw ontpopte de familie al-Thani zich er als de voornaamste machthebbers. In 1868 kwam het tot een akkoord met Groot-Brittannië, destijds de machtigste politieke en militaire speler in de Golf, die de familie het leiderschap over het schiereiland gunde. Voorafgaand aan hun opkomst waren delen van het schiereiland bewoond door de familie al-Khalifa, die sinds 1783 heerst over Bahrein, een eiland ten westen van Qatar, maar ook aanspraak maakte op de Hawar-eilandjes, die vlak voor de kust van Qatar liggen. In 1986 kwam het bijna tot een militaire botsing. De kwestie sleepte zich voort tot aan een bindend schikkingsbesluit in 2001 van het Internationaal Hof van Justitie in Den Haag. De twee staten onderhielden toen nog niet zo lang diplomatieke betrekkingen. Die waren ze pas in 1997 aangegaan, 26 jaar nadat ze onafhankelijk waren geworden.

    Qatars enige landsgrens is nooit precies vastgesteld. Hoe gevaarlijk zoiets kan zijn, bleek in september 1992, toen er drie doden vielen bij een schotenwisseling met Saoedi-Arabië. De twee landen ondertekenden in 1965 een grensverdrag, dat nooit echt werd geratificeerd. Bovendien zegde Qatar het op na het grensincident. Op vele andere fronten kwamen beide landen in botsing. Qatar en Saoedi-Arabië steunden verschillende partijen in de korte Jemenitische burgeroorlog van 1994, en Qatar maakte fel bezwaar tegen de voorgestelde benoeming van een Saoedi als secretaris-generaal van de GCC in 1995. Vanwege deze kwestie verliet de delegatie van Qatar de slotzitting van de jaarlijkse top van de GCC, waarbij het voornemen kenbaar werd gemaakt alle door de secretaris-generaal bijgewoonde vergaderingen te zullen boycotten. Naar verluidt overwoog Qatar zelfs het lidmaatschap van de Golfclub op te zeggen.

    Zelfstandige politiek

    Een groot deel van het ongenoegen dat de betrekkingen tussen Qatar en zijn buren sinds 2011 kenmerkt, komt voort uit het beleid van de emir van Qatar, sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, die de macht overnam van zijn vader na een geweldloze paleiscoup in juni 1995. Samen met zijn minister van Buitenlandse Zaken, sjeik Hamad bin Jassim al-Thani, speelde de emir een belangrijke rol in de spectaculaire opkomst van Qatar sinds de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij versnelde de ontwikkeling van de infrastructuur voor vloeibaar aardgas en sloot langlopende energiecontracten met geïndustrialiseerde en opkomende economieën wereldwijd.

    De troonsbestijging van de emir werd elders in de Golf niet met gejuich begroet. Saoedi-Arabië was betrokken bij een mislukte poging tot een tegencoup in februari 1996, waarbij de afgezette sjeik Khalifa weer de macht in handen had moeten krijgen. Na een tweede poging in 2005, waar volgens Qatar de Saoedi’s opnieuw achter zaten, ontnam de Qatarese overheid zo’n vijfduizend leden van de Bani Murra-stam hun burgerschap. Een aantal leden van de stam, waarvan het traditionele woongebied voor een deel in Saoedi-Arabië ligt, zou bij beide coups betrokken zijn geweest.

    Het huidige Qatarese leiderschap heeft altijd groot belang gehecht aan een zelfstandige regionale politiek, waarmee het land uit de schaduw van Saoedi-Arabië kon treden. Aanleiding tot intense frictie waren ook de steun van Qatar aan islamisten in de regio – met name aan de Moslimbroederschap – en het podium dat het in Doha gevestigde tv-station Al Jazeera bood aan allerlei groeperingen die staten in de regio bekritiseerden. In 2002 trok Saoedi-Arabië zijn ambassadeur terug uit Doha. Dat was een reactie op de wijze waarop Al Jazeera verslag deed van wat er zich in het naburige koninkrijk afspeelde. Vijf jaar duurde het voordat de zaak was bijgelegd. De spanningen namen opnieuw toe door de steun van Qatar aan islamistische bewegingen voor, tijdens en na de Arabische Lente. Wat de aanpak van de Moslimbroederschap betreft kwamen Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten lijnrecht tegenover elkaar te staan. Egypte en Libië werden slagvelden waar Doha en Abu Dhabi om regionale invloed streden door verschillende partijen te steunen.

    Vooral de Emiraten, die de Moslimbroederschap hard aanpakten, waren des duivels toen ze ontdekten dat leden van al-Islah, een in de Emiraten actieve tak van de Broederschap, een veilige haven in Doha hadden gevonden

    Toen emir Hamad in juni 2013 de macht overdroeg aan zijn 33-jarige zoon, emir Tamim, hoopten Riyad en Abu Dhabi dat de nieuwe jonge heerser Qatars regionale politiek zou bijstellen. Maar in november 2013 – Tamim was nog maar vijf maanden aan de macht – werden de leiders van Saoedi Arabië en de Emiraten opgeschrikt door berichten in Amerikaanse media dat leden van de Moslimbroederschap zich in Doha hergroepeerden nadat de Egyptische president Mohamed Morsi ten val was gebracht en de militaire dictatuur er was hersteld. Emir Tamim moest bij koning Abdoellah van Saoedi-Arabië op het matje komen. De eis luidde dat hij Qatar weer op het rechte pad zou brengen. Het land moest weer in de pas lopen bij de overige leden van de GCC als het ging om regionale vraagstukken. Tamim kreeg verder te horen dat hij een aanvullend veiligheidsakkoord diende te ondertekenen dat ‘non-interventie’ behelsde in de ‘interne aangelegenheden van de andere landen van de GCC’.

    De crisis bereikte in maart 2014 een hoogtepunt nadat Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten hadden geoordeeld dat Qatar de door Tamim aangegane overeenkomst onvoldoende naleefde. Ze trokken hun ambassadeurs terug uit Doha. Bahrein volgde hun voorbeeld. Vooral de Emiraten, die de Moslimbroederschap hard aanpakten, waren des duivels toen ze ontdekten dat leden van al-Islah, een in de Emiraten actieve tak van de Broederschap, een veilige haven in Doha hadden gevonden nadat ze de Emiraten in 2012 hadden moeten verlaten. Maanden van animositeit volgden, met af en toe pogingen tot onderhandelen waarbij de emir van Koeweit, sjeik Sabah, die nauwe banden met emir Tamim schijnt te hebben, als bemiddelaar optrad.

    De zaak werd in november 2014 bijgelegd door enkele Qatarese concessies: deportatie van Moslimbroeders naar Turkije, het bevel aan dissidenten uit de Emiraten om Qatar te verlaten, uitvoering van een Intern Veiligheidspact van de GCC, en nauwe samenwerking op het gebied van inlichtingen en politietaken. Ook het plaatselijke bureau van Al Jazeera werd opgeheven [en nog altijd wordt de website van Al Jazeera in zowel de Emiraten als in Saoedi-Arabië geblokkeerd].

    500 miljoen

    De huidige crisis heeft zich dus al jarenlang opgebouwd. Aanleiding was deze keer mogelijk een ingewikkelde gevangenenruil, die Qatar in april tot stand bracht om een 26-koppig Qatarees jachtgezelschap, dat veel leden telde van de regerende familie, vrij te krijgen. De groep was in december 2015 in Irak ontvoerd en werd vastgehouden door Kata’ib Hezbollah, een sjiitische militie die banden onderhoudt met Iran. Qatar had naar verluidt onderhandeld met Iran, Hezbollah en de Syrische rebellengroep Jabhat al-Nusra om hun vrijlating te bewerkstelligen.

    Het gerucht dat Qatar wel 500 miljoen dollar had betaald voor de gevangenenruil wekte grote woede in regionale hoofdsteden, waaronder Bagdad. Volgens de Iraakse premier Haider al-Abadi was de deal tot stand gekomen zonder medeweten en goedkeuring van de Iraakse regering. De exacte inhoud van de overeenkomst is onbekend. Voor de Golfstaten volstaat de verdenking dat er enorme bedragen zijn betaald aan milities in Irak die geen deel uitmaken van de overheid en stilzwijgend steun krijgen van Iran. Daarmee is het idee versterkt dat Qatars contact met dergelijke groepen een bedreiging vormt voor de stabiliteit en veiligheid in de regio.

    De maatregelen lijken tot op heden niet tot een echte oorlog te voeren, maar alle partijen hebben hun hakken in het zand gezet. Of ze hun va-banque politiek nog willen terugdraaien, is zeer de vraag. De beleidsmakers van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten kunnen evenwel maar beter niet te veel rekenen op steun van de regering-Trump. De Verenigde Staten hebben in Qatar grote belangen op het gebied van defensie, veiligheid en energie, die niet zomaar zijn af te bouwen of naar elders kunnen worden overgebracht.

    Hoe dan ook zit Washington door deze plotselinge opleving van regionale spanningen met een probleem opgescheept dat niet eenvoudig is op te lossen. Het is een domper op de feestvreugde, na het bezoek dat Trump vorige maand aan de Golf bracht.
    Kristian Coates Ulrichsen

    Auteur: Kristian Coates Ulrichsen
    Vertaler: Carl Stellweg

    Openingsbeeld: De Villagio shopping mall in Doha, Qatar. – © Sarfraz Abassi

    The Atlantic
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

    Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

  • Moedigt Saoedi-Arabië het jihadisme aan?

    Moedigt Saoedi-Arabië het jihadisme aan?

    Saoedi-Arabië stak al honderd miljard dollar in het financieren van islamitische instellingen – ook in Nederland. Helpen die mee aan de verspreiding van het islamisme?

    JA

    De Saoedische koningen hebben met de wahabieten – aanhangers van een puriteinse, intolerante interpretatie van de islam – een faustiaans pact gesloten dat heeft geleid tot de grootste religieuze campagne in de geschiedenis. Naar schatting heeft Saoedi-Arabië honderd miljard dollar besteed aan de financiering van islamitische culturele instellingen overal ter wereld en aan het aanknopen van nauwe banden met niet-wahabitische moslimleiders en geheime diensten in diverse islamitische landen.
Zo kreeg het wahabisme in de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn plaats in de wereldwijde moslimgemeenschap en ontstonden er allerlei islamistische bewegingen en organisaties. De beïnvloedingscampagne – niet los te zien van de strijd om de macht met Iran – heeft resultaat gehad, vooral in landen als Maleisië, Indonesië, Bangladesh en Pakistan, waar het religieus sektarisme en de opstelling tegenover minderheden en tegenover Iran steeds harder wordt.

    De Saoedi’s hebben het wahabisme gebruikt om het Arabisch nationalisme en de Iraanse revolutie tegen te werken. Maar bij de door hen gefinancierde instellingen stonden anderen aan het roer, vaak met eigen agenda’s, zoals de Moslimbroeders, nog militantere islamisten of zelfs jihadisten. Met hun campagne kwam de geest uit de fles.

    In westerse politieke en inlichtingenkringen heerst de onuitgesproken mening dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan

    
Toen bleek dat de meeste aanslagplegers van 11 september uit Saoedi-Arabië kwamen, werden er kritische blikken op het land gericht. Maar de Saoedi’s hadden niet verwacht dat de kritiek zich zou richten op het wahabisme en het salafisme zelf. Twee grote Nederlandse politieke partijen hebben hun regering onlangs gevraagd of er een verbod mogelijk is op wahabitische of salafistische organisaties en opleidingen die vanuit Saoedi-Arabië of Koeweit worden gefinancierd.

    De Duitse onderkanselier Sigmar Gabriel beschuldigde Saoedi-Arabië er vorig jaar van moskeeën en gevaarlijke extremistische groeperingen te financieren en zei dat het daarmee moest stoppen. ‘We moeten de Saoedi’s duidelijk maken dat de tijd van wegkijken voorbij is. Saoedi-Arabië financiert overal ter wereld wahabitische moskeeën. Heel wat islamisten uit zulke gemeenschappen komen naar Duitsland,’ zei hij.


    Een teken van de veranderende houding tegenover het Saoedische religieuze sektarisme is dat in westerse politieke en inlichtingenkringen de onuitgesproken mening heerst dat de crisis in Syrië deels is veroorzaakt doordat de internationale gemeenschap Saoedi-Arabië zijn gang heeft laten gaan bij de verspreiding van het wahabisme.

    Kortom, de complexe relatie tussen de Saoedi’s en het wahabisme leidt tot politieke dilemma’s en compliceert de relaties met de VS en de opstelling tegenover Syrië, IS en Jemen. 


    Auteur: James M. Dorsey
    Vertaler: Tess Visser

    James M. Dorsey (rechts op de foto) is senior fellow aan de S. Rajaratnam School of International Studies in Singapore. Ook is hij columnist en auteur van het blog The Turbulent World of Middle East Soccer.

    The Straits Times 
    Singapore, dagblad, oplage 380.000

    De meest gelezen Engelstalige krant in Zuidoost-Azië. In die regio geniet het dagblad een invloedrijke status. Schurkt tegen de Singaporese overheid aan maar staat garant voor goede analyses.

    schermafbeelding 2016 09 21 om 20 19 08

    NEE

    Al decennialang loopt er een polemiek over de wereldwijde steun van Saoedi-Arabië aan de salafisten. Dankzij de opkomst van IS is dit debat nu weer uiterst actueel. Maar meestal lopen daarbij nogal wat zaken door elkaar. Je kunt Saoedi-Arabië niet gelijkstellen met het salafisme, ook al is dat in het land sterk aanwezig. Net zomin als je het salafisme gelijk kunt stellen aan het jihadisme. Er is inderdaad een tak die de wapens tegen de leiders wil opnemen. Maar er is ook een tak die de politieke autoriteit absoluut niet ter discussie wil stellen. 


    Ook wordt vaak gezegd dat het salafisme voor Saoedi-Arabië een soft power is en richting geeft aan zijn politieke allianties. Maar Saoedi-Arabië gaf en geeft nog steeds steun aan neutrale prominenten en instellingen. Zoals aan Abdullah Saleh in Jemen, aan Rafik Hariri in Libanon tot 2005 en aan de politieke partij die nu wordt geleid door diens zoon Saad Hariri, aan Iyad Allawi in Irak, en aan het leger [van Al-Sisi] in Egypte.

    Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme

    Het salafisme is voor Saoedi-Arabië nooit een politieke soft power geweest zoals het sjiisme is voor Iran. Want dat laatste eist trouw aan de Iraanse leider Ali Khamenei.

    
Overigens is de Saoedische islam heel breed; er zijn soennitische hanbalisten, hanafieten, malekieten, sjafeieten en ook sjiieten. Maar belangrijker is: het jihadisme is niet zozeer een product van het salafisme als wel van het samengaan van het salafisme en de in Egypte ontstane Moslimbroederschap. Wat er over de hele moslimwereld is geëxporteerd, is niet salafistisch of wahabitisch, maar een mix van het militante islamisme van de Moslimbroederschap en het salafisme. En juist die heeft steun gekregen van religieuze leiders en vooraanstaande zakenlieden in diverse Golfstaten, maar ook van theoretici in vele andere moslimlanden.

    De verschillen met het traditionele salafisme in Saoedi-Arabië zijn vooral politiek van aard. Het traditionele salafisme wantrouwt de overheid, maar keert zich er niet tegen. Het kan kritiek hebben op de leiders, maar zal nooit de wapens tegen hen opnemen en predikt juist gehoorzaamheid aan de politieke autoriteit. Kortom, het is apolitiek.


    Daartegenover staat het activistische islamisme dat juist zeer politiek is. Het predikt ‘het rijk Gods’, een concept dat ver van Saoedi-Arabië is uitgedacht door Maududi in Pakistan en Said Qutb in Egypte.


    En moet ik nog zeggen dat wereldwijd het activistische islamisme dat daaruit is voortgekomen, zich sinds de Golfoorlog tegen Saoedi-Arabië heeft gekeerd?

    Auteur: 
Badr Al-Rached
    Vertaler: Tess Visser

    Badr Al-Rached (links op de foto) is de Saoedische correspondent van Al-Arabi Al-Jadid. Hij publiceerde onder meer in Al Monitor en Al-Hayat. Ook was hij redacteur bij Al-Ekhbariya TV en Qawafil magazine.

    Al-Arab Al-Jadid
    VK | alaraby.co.uk

    Opgericht in Londen, gefinancierd door Qatar. De nieuwssite wordt geleid door Azmi Bishara, een Palestijnse academicus, en vertrouweling van de Emir Sheikh Tamim bin Hamad al-Thani.