Door de stijgende temperatuur in de Himalaya wordt het ijs op de Mount Everest steeds dunner. Dat is niet alleen levensgevaarlijk voor klimmers, maar ook desastreus voor de Nepalese economie. ‘Door kampeerders die buiten plassen belandt er dagelijks zo’n 4000 liter warme vloeistof op de gletsjer.’
Sherpa Lhakpa Rita (24) mocht een bergbeklimming doen die bepalend zou zijn voor zijn carrière. Hij had namelijk een plek weten te bemachtigen in het team van klimmers dat dit jaar de route naar de top van de Mount Everest zou heropenen.
Voor hem lag de Khumbu-ijsval in het verschiet: een hindernisbaan op weg naar de top, vol torenhoge ijsformaties en diepe afgronden. Door deze bevroren waterval voor het eerst te beklimmen zou hij zich scharen onder de top van de sherpa’s die tegen betaling rijke buitenlanders de berg op loodsen.
Toen Lhakpa Rita en tientallen andere sherpa’s in de ochtend van 12 april vertrokken, stond de omgeving echter op instorten. Een ‘zuilengalerij’ van ijzige pieken die sinds mensenheugenis het landschap bepaalde, was de afgelopen jaren weggesmolten tot een reeks stompjes. Een besneeuwde helling aan de voet van de ijsval was veranderd in een vijver, waarop slechts een dun laagje ijs lag.
De Khumbu-gletsjer was snel aan het veranderen, bevestigde sherpa Sonam Tshering, als ‘ijsdokter’ verantwoordelijk voor het onderhoud van de route over deze bevroren ijswand. Twee dagen ervoor had hij eroverheen geschuifeld en geconstateerd dat de gletsjer ‘langzaam veranderde in een meer’.
De gletsjer vormde lange tijd de poort naar de top van de Mount Everest. Op deze zeldzame bron van drinkwater in een winderige woestenij is het Everest Base Camp gevestigd, waar elk jaar duizenden mensen naartoe komen, van wie velen er weken verblijven. Maar op dit moment is de gletsjer er slecht aan toe.
IJsverlies
Door de stijgende temperatuur in de Himalaya wordt het ijs steeds dunner. De toenemende drukte in het basiskamp, dat boven op de gletsjer is gebouwd, verergert het probleem. Overal in de wereld smelten gletsjers sneller dan voorheen, maar volgens onderzoekers gaat het ijsverlies in de Himalaya wel heel erg hard. Daardoor dreigen vitale waterwegen te worden verstoord, met alle gevolgen van dien voor de landbouw en de leefomstandigheden van honderden miljoenen mensen.
Op de Mount Everest zijn de gevolgen voelbaar. De Nepalese regering overweegt het basiskamp naar beneden te verplaatsen. Dat is een omstreden stap, aangezien de zware beklimming daardoor nog langer en gevaarlijker zou worden. Volgens de Himalayan Database zijn er vorig jaar achttien mensen omgekomen op de berg; daarmee was 2023 het dodelijkste jaar in de geschiedenis van de Mount Everest.
Het smeltende ijs tast een belangrijke pijler van de Nepalese economie aan. De Everest vormt het middelpunt van het toerisme. Het Himalayagebergte was in 2022 goed voor meer dan een miljoen banen en droeg 2,2 miljard euro bij aan de Nepalese economie. Dat is 6,1 procent van het bbp, volgens de World Travel and Tourism Council.
De valleien van de Himalaya zijn afhankelijk van internationale klimmers en wandelaars die slapen en eten in theehuizen langs de route naar de Mount Everest. Sherpa’s die in de omgeving wonen, dragen voorraden – van soms wel 80 kilo – van dorp naar dorp op jaks of op hun eigen rug.
Het centrum van deze economie is het basiskamp, waar tenten staan met bedden en eigen badkamers, alle voorzien van elektriciteit en verwarming. In keukententen worden maaltijden bereid die niet onderdoen voor die in hotels in Kathmandu. Rijke klanten, die tot wel 150.000 euro betalen om de Mount Everest te beklimmen, hebben de mogelijkheid om naar de heliport van het kamp te vliegen.
‘Betere faciliteiten, beter eten. Het is net alsof je in een stad bent,’ zegt sherpa Mingma Gyalje, een Nepalese klimmer met een eigen expeditiebedrijf, Imagine Nepal. Veel van zijn klanten brengen ruim een maand door in het basiskamp om te wennen aan het ademhalen op grote hoogte, waar de lucht minder zuurstof bevat, en om te oefenen door de nabijgelegen ijsval te beklimmen.
‘Als de menselijke overlast op deze manier aanhoudt, kan het basiskamp binnenkort zonder ijs komen te zitten’
Begin april 2023 opende een team van ijsdokters de route via de ijsval voor de start van het klimseizoen. Zij onderhouden de ladders en zekeringen die klimmers gebruiken om de seracs, reusachtige ijsblokken, te beklimmen waar de Khumbu-ijsval uit bestaat. Door het steeds sneller smeltende ijs is dit werk veranderd van een wekelijkse in een dagelijkse klus.
De ijsvaldokters zijn niet de enigen die de veranderingen opmerken. Toen Khim Lal Gautam, een landmeter voor de Nepalese overheid, in het voorjaar van 2021 het basiskamp bezocht, was hij verbijsterd over het lawaai dat het smeltwater onder het oppervlak van de gletsjer maakte.
Doordat boven op de gletsjer klimorganisaties bezig waren puin te ruimen om plekken voor tenten te creëren, drongen zonlicht en andere warmtebronnen door tot het ijs. Gautam, opgeleid tot ingenieur, schat dat door het gebruik van propaangas in het kamp elk seizoen 3 miljard kilo ijs smelt. En door kampeerders die buiten plassen belandt er dagelijks zo’n 4000 liter warme vloeistof op de Khumbu, aldus Gautam. ‘Door dit alles bij elkaar ontstaat er een zeer alarmerende situatie.’ Hij hielp in 2022 bij het opstellen van een rapport voor de Nepalese regering, waarin wordt aanbevolen het basiskamp te verplaatsen. ‘Als de menselijke overlast op deze manier aanhoudt, kan het basiskamp binnenkort zonder ijs komen te zitten.’
De organisaties vragen zich af of er wel een andere locatie te vinden is voor het basiskamp. Het rapport adviseert het gebied rond Gorak Shep, een klein gehucht verderop langs de route. Maar dat heeft geen goede watervoorziening. Daarom brengen sherpa’s er momenteel water naartoe, met vaten van ruim 30 liter op hun rug. Khumbu biedt water, een vlakker oppervlak om op te kamperen en de ijsval is nabij, waardoor het geschikt oefenterrein is voor het dodelijkste stuk van de gletsjer. Het kamp verplaatsen naar het gebied rond Gorak Shep zou de klim naar de top nog gevaarlijker maken dan hij al is.
Op 12 april vertrok een team van 26 sherpa’s van Imagine Nepal vanuit het basiskamp met touwen, tenten, zuurstofflessen en andere uitrusting. Hun missie: de heropening van de route naar de top van de Everest. Daarvoor moesten ze wel de ijsval zien te bedwingen. Slechts enkele dagen daarvoor hadden de ijsdokters een route in het bevroren doolhof uitgezet. De sherpa’s van Imagine Nepal zouden de eersten zijn om deze te testen.
Volgens de plannen van sherpa Dawa Gyalje, de leider van het team, droegen ze die dag de uitrusting in etappes bergopwaarts. Sherpa’s met de taak om vracht te dragen op hogere delen van de Mount Everest trokken licht bepakt door de ijsval om energie te besparen. De sterkste klimmers tilden zware klossen touw op hun rug mee en bewogen snel vooruit om lawines te vermijden. Onder hen bevond zich Dawa’s goede vriend Pemba Tenzing, met wie hij had afgesproken om wereldwijd alle veertien toppen boven de 8000 meter te beklimmen. Het tweetal had er al negen afgevinkt.
Pemba Tenzing bracht zijn neef Lhakpa Rita mee, voor wie dit de eerste beklimming was. Nadat de groep het basiskamp had verlaten, gingen de twee mannen voorop met sherpa’s Da Chhiree, een familielid van de teamleider, en Lakpa Sona (31). Ongeveer halverwege de ijsval bereikte de groep de gevaarlijke dum [zinkput]. Voor zonsopgang is deze ijskoud en zijn de enorme seracs gehuld in duisternis. Lakpa Sona zag alleen het pad direct voor zich, dankzij zijn hoofdlamp, en hoorde hoe de puntige stijgijzers zich vastzetten in het ijs.
De serac had het formaat van een gebouw; andere ijsformaties waren er niets bij
De groep bereikte om zeven uur ’s ochtends de eindbestemming, waar ze de klossen touw achterlieten en even op adem konden komen, voordat ze weer afdaalden naar het basiskamp. Ze hadden niet veel tijd te verliezen. De zon kwam al op en de omstandigheden op de ijsval zouden snel verslechteren. Op weg naar beneden passeerden ze Dawa Gyalje, die nog bezig was met de klim naar boven.
Om tien uur kwam de groep weer aan bij de rand van de dum. De zon scheen en de gletsjer was aan het opwarmen. Lakpa Sona stopte voor een sigaretje terwijl zijn teamgenoten verder gingen. Vanaf zijn hogere positie zag hij hoe Pemba Tenzing zijn neef door het woud van puntige seracs leidde, gevolgd door Da Chhiree.
Toen het trio de opening van een ijzige kloof bereikte, daalden ze een voor een af met een ladder, vertelt Lakpa Sona. Toen ontwaarde hij een enorme serac. Deze torende gevaarlijk uit boven de kloof en boven zijn collega’s, die zich ongeveer vijftig meter verderop bevonden. De serac had het formaat van een gebouw; andere ijsformaties waren er niets bij.
Ongeluk
Terwijl Lakpa Sona zijn sigaret aanstak, zag hij hoe de serac in elkaar stortte. Hij haastte zich naar de plek van het ongeluk, maar het instortende ijs had het puntige oppervlak van de gletsjer al bedekt en alles was veranderd in één witte helling. De kloof was verdwenen. Hij probeerde contact te leggen met zijn teamgenoten, maar er kwam geen reactie.
Later arriveerde Dawa Gyalje op de plek waar Lakpa Sona al 45 minuten lang probeerde de bedolven sherpa’s te bevrijden. Tegen één uur ’s middags was het ijs te onstabiel geworden om te betreden, en de mannen zagen geen andere mogelijkheid dan hun reddingspogingen op te schorten.
Ze riepen de ijsdokters op om opnieuw touwen te spannen zodat ze naar het basiskamp konden terugkeren. De nieuwe touwen leidden de mannen rechtstreeks over de plek waar het ijs hun collega’s had begraven. ‘Er was geen alternatieve route,’ vertelt Lakpa Sona.
Gewoonlijk deed Dawa Gyalje drie uur over de tocht naar beneden. Dit keer kostte het hem tien uur. Hij was uitgeput en zag op tegen het moment dat hij het basiskamp zou naderen en zijn telefoon weer bereik zou hebben. Hij was degene die de families van de dode sherpa’s moest bellen. ‘De hele weg naar beneden dacht ik: wat moet ik straks tegen ze zeggen?’ vertelt hij.
In de dagen erna opende zich op de plek van het ongeluk een gletsjerspleet, zo breed dat er drie ladders aan elkaar moesten worden bevestigd om de kloof te kunnen overbruggen.
De route naar de top van ’s werelds hoogste berg was nog intact. Maar het scheelde niet veel.