Tag: Mountain

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    FILM | Verliefd op zichzelf 
en de vergetelheid

    ‘Hoe heeft ze dat in godsnaam gefilmd?’

    Iedereen die wil weten hoe het is als een adelaar boven de bergen te zweven, zou deze film moeten zien. Al bestaat de kans dat je de openigshots, waarin de beroemdste soloklimmer ter aarde op een bergricheltje 500 meter boven de grond staat, zonder touwen, zonder wat voor uitrusting ook, niet aankan. Daar zijn de kranten het over eens. Regisseur Jennifer Peedom brak door met haar film Sherpa uit 2015, die over de enorme risico’s gaat die Nepalese bergbeklimmers nemen om toeristen de Himalaya op te begeleiden en extra bekendheid kreeg doordat tijdens het filmen in 2014 zestien sherpa’s door een lawine om het leven kwamen.

    Mountain (2017) heeft als luchtiger onderwerp de – soms fatale – fascinatie van de mens voor de bergen, en laat zien hoe we deze ‘steeds meer als speelplaats gebruiken’ . Vooral degenen die bizarre sporten beoefenen als van pieken af mountainbiken, soloclimben en parachutespringen en volgens de voice-over ‘half verliefd zijn op zichzelf, en half op de vergetelheid’.

    Peedom schreef het script samen met de geleerde bergbeklimmer Robert MacFarlane; zijn Mountains of the Mind diende voor haar als lijfboek toen ze zelf begon met klimmen. Hun teksten worden voorgelezen door William Defoe, wiens ‘verweerde stem’ volgens The Irish Times een wat curieuze keuze is om de abnormaal atletische beelden te vergezellen. Het artikel in de Ierse krant heeft de kop ‘Hoe in godsnaam heeft ze dat gefilmd?’ – een vraag die meer recensenten zich stellen. Gevolgd door die andere: ‘En hebben ze het allemaal overleefd?’

    Het eerste antwoord ligt redelijk voor de hand: drones, de meest geavanceerde draagbare apparatuur, getrainde cameramannen, zoals Peedom aan Radiotimes vertelt. Het antwoord op de tweede vraag geeft ze aan Hollywood Reporter en is half geruststellend. Tijdens het filmen is niemand doodgegaan – wat niet wil zeggen dat iedereen die in Mountain voorkomt nu nog leeft. (Ook vertelt ze HR dat ze sinds ze kinderen heeft beter bestand is tegen ‘de sirenen van de top’, zoals McFarlane de soms haast suïcidale behoefte beschrijft om op wat voor manier ook bij de piek te komen.)

    ‘Niets doet je zo beseffen dat je leeft, als de wetenschap dat je elk moment kunt sterven’

    Peter Bradshaw van The Guardian spreekt de wens uit dat Peedom net als David Attenborough een korte making of-montage aan de film had toegevoegd. Hij noemt de beelden ‘zo adembenemend dat je bereid bent een aantal nogal fantasieloze muziekkeuzes door de vingers te zien’. Vivaldi’s Vier seizoenen had van hem niet gehoeven. Het Australian Chamber Orchestra onder leiding van Richard Tognetti initieerde het project en is dan ook nadrukkelijk bij Peedoms beelden aanwezig. Maar soms ook is het even stil – zoals wanneer soloclimber Alex Honnold op dat richeltje staat. Alleen zijn ademhaling is te horen. Hij had even een off-moment, blijkt later. Vroeg zich af waarom hij daar eigenlijk was.

    Omdat niets je zo doet beseffen dat je leeft, als de wetenschap dat je elk moment kunt sterven, licht Defoe met zijn onheilspellende bas toe, die meteen een National Geographic -documentaire in herinnering roept.

    Ondanks dat sommigen de 74 minuten waarin de tweeduizend uur materiaal is gegoten wat aan de lange kant vinden, is Mountain nu al een groter kassucces dan Sherpa. Wie wil dan ook niet voelen hoe het is om als adelaar boven de bergen te zweven?

    Mountain gaat 22 maart in Nederland en België in première.

    fresa

    LITERATUUR | Het meest gekopieerde boek ter wereld

    Waarom mannen wél aardbeienijs mogen eten

    In de vroege jaren van de Cubaanse revolutie serveerde Havana’s beroemde ijssalon Coppelia 54 smaken. Fidel Castro pochte ermee dat dit meer was dan de Yankee-onderneming Howard Johnson in zijn assortiment had. Maar nadat de Cubaanse economie tijdens de crisis was gekelderd, hadden bezoekers van Coppelia al geluk als ze uit twee smaken konden kiezen.

    Chocola, en aardbei. Voor mannen betekende dat eigenlijk geen keuze. Een man die aardbei bestelde was not done, ‘een softie’, in de ogen van de revolutionairen.

    Dit was de tijd waarin duizenden Cubaanse homoseksuelen in concentratiekampen werden gestopt en waarin hiv-patiënten in quarantaine werden geplaatst. En ook de tijd waarin de novelle El Lobo, el bosque y el hombre nuevo van Senel Paz speelt, dat later (in 1995) werd verwerkt tot de film Chocolate en Strawberry en via fotokopieën massaal van hand tot hand ging: het zou het meest gekopieerde boek ter wereld zijn, volgens o.a. de site Escritores.org.

    In het verhaal sluit David, een revolutionair, vriendschap met Diego, die uit porseleinen kopjes drinkt, Maria Callas luistert, zijn liefde voor mannen niet onder stoelen of banken steekt – en aardbeienijs eet. Ondanks dat de clichés er wat dik bovenop liggen, schrijft The New York Times, is de wisselwerking tussen de twee dankzij het nieuwsgierige karakter van David overtuigend. Ook Le Monde vindt het door ‘de tegelijk naïeve en bewuste openhartigheid van de verteller (…) een verrassend verhaal’.

    In feite was het bedoeld als aanklacht tegen alle soorten discriminatie, licht de inmiddels overleden verfilmer Tómas Gutierrez Alea in The Guardian toe. ‘Het gaat over intolerantie en een gebrek aan begrip voor degenen die “anders” zijn. Dat geldt niet alleen voor homoseksuelen, maar voor mensen die voor zichzelf nadenken, voor zwarten, voor iedereen die wordt gediscrimineerd.’

    Paz is dan ook evenmin als Diego een antirevolutionair (‘Dat ik homo ben maakt me nog niet antipatriottisch,’ zegt die laatste in het boek). Hij komt zelf uit een arm gezin en kon dankzij een beurs van de regering gaan studeren, het gezin onderhouden en zijn moeder onderwijzen. De revolutie bracht verandering teweeg, maar ging gepaard met een gebrek aan vrijheid, zegt hij tegen El País. In zijn boek stelt hij een vraag, namelijk: Wie moet er boeten voor de fouten van de revolutie? Die vraag wordt niet beantwoord, maar was genoeg om een doorbraak te betekenen voor hoe er in Cuba tegen homorechten werd aangekeken. (Inmiddels is de dochter van de huidige president van Cuba, Mariela Castro, de grootste activist van homorechten op het eiland.)

    Paz won voor zijn roman de prestigieuze Juan Rulfoprijs, en wordt door La Repubblica o.a. vanwege de eenvoudige setting tot ’uitvinder van de Cubaanse literaire nouvelle vague’ bestempeld; het verhaal speelt zich overwegend af in de huiskamer van David, dat hij omtoverde tot ‘toevluchtsoord binnen het rumoer van de Cubaanse samenleving en de pijlen die daarin op homoseksuelen zijn gericht’ .

    Begin april verschijnt Aardbei & chocola in een vertaling van Pieter Lamberts bij Zirimiri Pers.


    MUZIEK | De Malinese zangeres uit de Ivoorkust

    Zangeres wil met haar muziek de wereld veranderen

    De eerste keer dat Fatoumata Diawara weer in Afrika optrad, op het populaire Festival Sur le Niger, was volgens Tom Pryor van Afropop een zenuwslopend moment. Ze vluchtte op haar negentiende het land uit en keerde niet meer terug, totdat ze zich in 2015 vanwege de crisis in Mali gedwongen zag een steentje bij te dragen. Maar ‘door de Wassoulou-invloeden in haar muziek en haar overtuigende optreden had ze het publiek als snel voor zich gewonnen’, vertelt Pryor erachteraan. Haar lied Mali-ko (Vrede) noemt The Independent zelfs het symbool voor het verzet tegen de islamitische revolutionairen.

    Diawara (Ivoorkust, 1982) werd geboren in een groot gezin van Malinese ouders en moest omdat ze niet naar school wilde bij haar acterende tante in Bomoko verblijven, waar ze op haar negende op de set werd ontdekt. Ze speelde onder andere in een film waarin ze haar man ontvlucht om niet aan God geofferd te worden, en kreeg bij haar eigen middernachtelijke vlucht, om aan een gearrangeerd huwelijk te ontkomen, hulp van haar tante. Ze kwam in Parijs als achtergrondzangeres terecht bij de eveneens vrijgevochten Malinese diva Oumou Sangare en startte een razendsnelle solocarrière. Schreef Robin Denselow in *The Guardia*n in 2013 nog dat ze weliswaar alles mee had (jong, mooi, talentvol), maar zich moest zien te bewijzen als grote Malinese artiest, een paar jaar later prijst hij haar ‘volwaardige, overweldigende optreden’, ‘beheerste en krachtige stem’ en ‘aanstekelijke dans’. De ‘Malinese godin met een zachte, gedempte stem’, zoals Bozar haar aanbeveelt, toerde de wereld over voor optredens en samenwerkingen met grote namen als Herbie Hancock, Bobby Womack en Franz Ferdinand.

    Op de vraag van OkayAfrica waarom ze zich consequent Malinees noemt terwijl ze er niet is geboren en maar enkele jaren woonde, legt Diawara uit dat het de mentaliteit is, de overtuiging dat muziek de wereld kan veranderen. Ze zingt over onderwerpen als besnijdenis en vrouwenrechten, en wil haar teksten ook toegankelijk maken voor de Facebook- en Twitter-generatie: een zo bondig en helder mogelijke boodschap voor een maximaal resultaat.

    Ondanks de ernst van haar thema’s is haar lach opvallend veelbesproken, ArtDesk noemt deze bijvoorbeeld ‘zo breed is dat hij bij ieder ander geforceerd zou lijken. Maar bij haar is [hij] er gewoon, soms sereen, soms vol overgave.’ ‘Ik word zo gelukkig van op het podium staan!’ verzucht de zangeres dan ook tegen CNN. ‘Want ik weet wat ik heb gedaan om hier te komen.’

    Fatoumata Diawara treedt op 25 maart op in Paradiso Noord.

    Auteur: Laura Weeda