Tag: multinationals

  • Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Gedwongen ‘bekentenis’ van Protasevitsj op Belarussische tv | Schoolboycot in Myanmar

    Belarus geeft gedwongen ‘bekentenis’ van oppositieleider Protasevitsj vrij

    De Belarussische staatstelevisie heeft donderdag een nieuw interview met Roman Protasevitsj uitgezonden, waarin de oppositieleider toegeeft dat hij president Aleksander Loekasjenka omver wil werpen. Volgens familieleden en de oppositie is de ‘bekentenis’ onder bedreiging verkregen.

    De arrestatie van Protasevitsj op 23 mei leidde tot een golf van internationale verontwaardiging. Zijn vliegtuig van Athene naar Vilnius werd door de Belarussische autoriteiten onderschept en onder het voorwendsel van een bommelding gedwongen in Minsk te landen.

    De 26-jarige journalist, die bij aankomst samen met zijn Russische partner Sofia Sapega werd gearresteerd, werd onmiddellijk gevangengezet op beschuldiging van het organiseren van massale rellen tegen president Loekasjenka na diens controversiële herverkiezing voor een zesde termijn in 2020. Hij riskeert nu tot vijftien jaar gevangenisstraf.

    Derde keer

    Voor de ‘derde keer’ sinds zijn arrestatie verscheen Protasevitsj donderdag vanuit zijn gevangenis op de staatstelevisie met een regelrechte ‘bekentenis’, aldus BBC.

    ‘Protasevitsj gaf toe dat hij Aleksander Loekasjenka omver wilde werpen’ en ‘zeer kritisch’ was over de Belarussische president, maar zei dat hij ‘begon te begrijpen dat hij [Loekasjenka] het juiste deed’, en hem zelfs ‘respecteerde’, aldus de Britse nieuwszender.

    AP meldt dat Roman Protasevitsj aan het eind van het negentig minuten durende interview zei dat hij ‘volledig en openlijk samenwerkte’ met de Belarussische autoriteiten en dat zijn enige doel was om ‘een rustig, normaal leven te leiden met een gezin en kinderen’.

    ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische’

    ‘Toen bedekte hij zijn gezicht met zijn handen en begon te huilen’, voegt het Amerikaanse persbureau eraan toe.

    De Belarussische oppositie heeft gezegd dat deze ‘bekentenis’, net als de andere ‘bekentenissen’ die sinds de arrestatie van het echtpaar zijn gefilmd, ‘onder dwang’ is verkregen, aldus Al-Jazeera. Nog voordat het derde interview op donderdag werd uitgezonden, verklaarde de Belarussische mensenrechtenorganisatie Viasna: ‘Alles wat Protasevitsj zegt, zal onder dwang tot stand zijn gekomen – al is het maar psychologische dwang.’

    De ouders van Protasevitjs zeiden dat het verhoor van donderdag door de autoriteiten was bedoeld om ‘de gijzeling van hun zoon en zijn vriendin te rechtvaardigen’.

    In een interview met Radio Free Europe/RL zei Natalja Protasevitsj, de moeder van de oppositieleider, dat ze ‘handboeien om zijn handen had gezien’ en verbaasd was dat de kwaliteit van de video zo slecht was wanneer het gezicht van haar zoon in beeld kwam. ‘Ik vraag me af of dit met opzet is gedaan, om de blauwe plekken in zijn gezicht en de wurgsporen in zijn nek te verbergen, die vorige week op een andere video te zien waren.’

    Lees ook:


    Transparantie voor multinationals: naar een EU-belastingpact

    Europa heeft een eerste stap gezet op het gebied van een gemeenschappelijk belastingbeleid. Op dinsdag 1 juni hebben de Europese Raad en leden van het Europees Parlement een principeakkoord bereikt over de invoering van een nieuwe wet. Deze zal multinationals met een jaaromzet van meer dan 750 miljoen euro verplichten transparanter te zijn over hun activiteiten.

    In detail zullen zij hun winsten, aantal werknemers en betaalde belastingen per land moeten aangeven – niet alleen in elke lidstaat, maar ook in elk land of rechtsgebied dat door Brussel als een belastingparadijs wordt beschouwd.

    ‘Deze transparantiemaatregel’, zo schrijft El País schrijft in een commentaar, ‘zal het voor de nationale autoriteiten gemakkelijker maken om de meest onrechtmatige fiscale constructies van sommige grote bedrijven uit te roeien of op zijn minst te beperken.’

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU’

    Het voorstel is in 2016 door de Europese Commissie ingebracht als reactie op diverse internationale belastingschandalen, zoals de Panama Papers.

    Tijdens deze vijf jaar van bittere onderhandelingen en blokkades hebben verschillende lidstaten, waaronder Ierland, zich tegen deze verordening verzet. Aangezien Brussel het voorstel echter ‘als een mededingingskwestie en niet als een belastingkwestie had aangemerkt, behoefde het niet met unanimiteit te worden aangenomen. Er was alleen een gekwalificeerde meerderheid nodig [ten minste 55 procent van de lidstaten, die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen], waardoor Ierland kon worden overruled’, aldus The Irish Times.

    ‘Voorstanders zien de wet als een belangrijke stap in het voorkomen van winstverschuiving binnen de EU, waarbij bedrijven gebruikmaken van dochterondernemingen die elkaar diensten in rekening brengen om winsten naar landen met een gunstigere belastingwetgeving te verplaatsen’, aldus de krant.

    Mazen in de wet

    De tekst moet nu formeel worden goedgekeurd door het Europees Parlement in een plenaire zitting en door de Europese Raad, zo meldt de Duitse zakenkrant Handelsblatt. Maar er zijn wat ‘mazen in de [voorgestelde] wet’. Zo hoeven bedrijven zich er niet aan te houden als zij kunnen aantonen dat het publiceren van de informatie ernstige financiële gevolgen zou kunnen hebben.

    Internationaal gaan steeds meer stemmen op om ‘agressieve belastingplanning door multinationals’ te bestrijden, aldus The Irish Times.

    Met name in de Verenigde Staten dringt de regering van president Joe Biden aan op een internationale overeenkomst over het belasten van grote techbedrijven. Zij stelt voor om wereldwijd een minimumtarief voor multinationals van ten minste 15 procent in te voeren.

    Lees ook:

    ‘De EU moet zich bij dit initiatief aansluiten en meewerken aan een belastingstelsel dat investeringsstimulansen combineert met de garantie dat elke onderneming verantwoording aflegt aan de belastingautoriteiten’, aldus El País.

    De belangrijkste Europese partners (Frankrijk, Duitsland en Italië) zullen de kwestie bespreken op de G7-top van ministers van Financiën, die op vrijdag 4 en zaterdag 5 juni plaatsvindt in het Verenigd Koninkrijk.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/14452-2/

    Myanmarese schoolboycot uit protest tegen staatsgreep

    De klaslokalen van Myanmarese scholen waren vrijwel leeg toen het nieuwe lesjaar op 1 juni begon. Als teken van verzet tegen de militaire junta hebben leraren, studenten en ouders besloten het onderwijssysteem te boycotten.

    ‘Kinderen komen naar school zonder uniform’ en in kleine aantallen, zei een getuige tegen het weekblad Nikkei Asian Review op 1 juni, de eerste schooldag in Myanmar. Als teken van protest verkiezen deze schoolkinderen zich pas om te kleden zodra ze in de klaslokalen aankomen. Tegelijkertijd wordt op grote schaal een boycot van het begin van het schooljaar georganiseerd. Volgens een lid van de Bond van Leraren, geciteerd door de Myanmarese website Myanmar Now, heeft 90 procent van de leerlingen geweigerd zich in te schrijven in het door de junta geleide onderwijssysteem.

    De boycot is een ‘verlengstuk van de hevige strijd’ en ‘het jongste teken van verzet’ tegen de militaire staatsgreep van 1 februari, aldus Nikkei Asian Review. Het leger nam toen de macht in het land over en wierp de wettige regering en het pas verkozen parlement omver. De afgelopen vier maanden heeft een grote meerderheid van de bevolking zich tegen het militaire bewind gekeerd. Zij eisen de vrijlating van de afgezette regeringsleider Aung San Suu Kyi.

    ‘Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta’

    Activist Ei Ei Nyein zei tegen Frontier Myanmar dat ze haar dochter niet naar de lagere school zal sturen. Ze zal pas naar school gaan ‘zodra de gekozen regering is hersteld. Ons verzet tegen de junta zal waarschijnlijk tijd kosten, maar dat maakt niet uit! Ik wil niet dat mijn dochter naar school gaat onder deze junta. Ik zal haar zelf leren wat belangrijk is voor haar toekomst.’

    Een 22-jarige masterstudent bevestigt tegen Nikkei Asian Review dat zijn universiteit verlaten is. ‘Geen van mijn studiegenoten is naar de campus gekomen. De staatsgreep is onaanvaardbaar. Het militaire bewind betekent voor ons jonge studenten het einde van al onze dromen.’ De jongeman volgt nu een cursus Engels via het internet en staat op het punt een beurs aan te vragen om in het buitenland te studeren.

    ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood’

    Ouders en leerlingen maken zich ook zorgen over de veiligheidssituatie in de scholen. Sommige scholen zijn gevorderd door het leger. Deze situatie is door UNICEF omschreven als een ‘schending van de rechten van het kind’. ‘Er is geen garantie dat schoolkinderen en studenten niet worden gearresteerd of gedood, of dat jonge meisjes niet worden lastiggevallen door soldaten’, voegt Ei Ei Nyein in Frontier Myanmar eraan toe.

    Het tijdschrift sprak met het echtpaar Soe Soe en Toe Toe Lwin, dat hun elfjarige dochter, Aye Myat Thu, verloor toen zij op 27 maart door veiligheidstroepen in het hoofd werd geschoten terwijl zij in de tuin aan het spelen was. ‘We willen onze andere geliefde kinderen niet verliezen,‘ verklaarden de ouders.

    Meer dan achthonderd mensen zijn sinds het begin van de staatsgreep door de militaire junta gedood. Onder hen zijn ten minste drie leraren en vijf studenten, volgens de Vereniging voor bijstand aan politiek gevangenen, meldt Frontier Myanmar.

    Volgens de lerarenbond, die door Nikkei Asian Review werd geciteerd, zijn bijna 150.000 leraren door de junta geschorst ‘omdat zij weigerden onder militair gezag te werken’. Dit is een derde van het totale aantal leraren.

    Een leraar die actief is in de protestbeweging vertelde het Japanse tijdschrift over de redenen van zijn boycot: ‘Ik wil jongeren geen slavenopleiding geven, zoals het leger dat voorstaat. Ik wil ze rechtvaardigheid, gelijkheid en de ware geschiedenis van ons land bijbrengen. Ik zal me niet onderwerpen aan deze dictatuur. We zullen vechten tot we hebben gewonnen.’

    Lees ook:

  • 2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    Politici als Donald Trump, die tekeergaan tegen de macht van grote internationale bedrijven, lopen in veel opzichten achter. Multinationals waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour.

    Een van de vele dingen waar Donald Trump een hekel aan heeft zijn grote wereldconcerns. Hij verwijt ze een ‘bloedbad’ onder gewone Amerikanen aan te richten door banen en fabrieken naar het buitenland te verhuizen. Hij wil deze plunderende multinationals temmen. Lagere belastingen zullen hun geld naar Amerika laten terugvloeien, importheffingen zullen hun buitenlandse aanvoerketens belemmeren, en de handelsovereenkomsten waardoor ze zaken kunnen doen zullen herschreven worden. Om aan strafmaatregelen te ontkomen ‘hoeven jullie alleen maar hier te blijven’, zei hij tegen de Amerikaanse bazen.

    Trumps agressief protectionistische toon is ongebruikelijk. Maar hij loopt in veel opzichten achter. Multinationals, de aanjagers van globalisering, waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour. Hun financiële resultaten blijven achter, waardoor ze niet langer plaatselijke bedrijven uitkleden. Vele lijken niet meer in staat verder in hun kosten en belastingen te snijden en hun plaatselijke concurrenten te slim af te zijn. De impact op de wereldhandel zal groot zijn.

    Multinationals, die een groot deel van hun zaken buiten hun thuisbasis doen, bieden wereldwijd werk aan slechts een op de vijftig mensen. Maar ze zijn wel belangrijk. Een paar duizend bedrijven bepalen wat miljarden mensen bekijken, dragen en eten. Multinationals als IBM, McDonald’s, Ford, H&M, Infosys, Lenovo en Honda zijn het ijkpunt voor managers. Zij coördineren de aanvoerketens die verantwoordelijk zijn voor 50 procent van de wereldhandel. Zij nemen wereldwijd een derde van de waarde van de effectenbeurzen voor hun rekening en bezitten het leeuwendeel van het intellectuele eigendom – van lingerieontwerpen tot virtual-realitysoftware en medicijnen tegen diabetes.

    Een tentoonstelling van McDonald’s-speelgoed in de Canton Tower in Guangzhou (Kanton), China. – © Zhong Zhenbin / Getty Images
    Een tentoonstelling van McDonald’s-speelgoed in de Canton Tower in Guangzhou (Kanton), China. – © Zhong Zhenbin / Getty Images

    Hun grote bloei kwam begin jaren negentig, toen de markten van China en het voormalige Sovjetblok opengingen en Europa integreerde. De omvang en efficiency van multinationals viel in de smaak bij beleggers. Een Chinese fabriek kon gereedschap uit Duitsland gebruiken, belasting betalen in Luxemburg en verkopen aan Japan. Het was een gouden tijd.

    Belangrijk voor de opkomst van multinationals was hun aanspraak dat ze goudmijnen bij uitstek waren. Die aanspraak ligt inmiddels in duigen. De winsten van multinationals zijn de afgelopen vijf jaar met 25 procent gedaald. Hun investeringsresultaat is in twee decennia niet zo laag geweest. Deze neergang is deels te verklaren door de sterke dollar en een lage olieprijs. Technologische toppers en consumentenbedrijven met sterke merken doen nog steeds goede zaken. Maar de pijn is te wijdverbreid en langdurig om als een dipje te kunnen worden afgedaan. Liefst 40 procent van alle multinationals heeft minder dan 10 procent rentabiliteit van het eigen vermogen, een ongekend slechte prestatie. De meeste industrieën groeien langzamer en zijn minder winstgevend dan de plaatselijke bedrijven die in hun achtertuin zijn blijven hangen. Wereldwijd is de winst waarvoor multinationals verantwoordelijk zijn, gedaald van 35 procent tien jaar geleden tot 30 procent nu. Voor veel bedrijven op het gebied van de maakindustrie, financiële dienstverlening, grondstoffenvoorziening, media en telecommunicatie is de globalisering een last geworden in plaats van een lust.

    Dat komt doordat de winstgevendheid na dertig jaar onder druk staat. Bedrijven hebben hun belastingaanslagen tot het laagste punt teruggeschroefd; in China stijgt het loon van fabrieksarbeiders. Plaatselijke bedrijven zijn slimmer geworden; ze kunnen de innovaties van multinationals stelen, kopiëren of wegconcurreren zonder kostbare kantoren en fabrieken in het buitenland te hoeven bouwen. Van de Amerikaanse schalie-industrie tot de Braziliaanse banken, van de Chinese e-commerce tot de Indiase telecommunicatie, overal voeren plaatselijke bedrijven de boventoon, en niet de multinationals.

    Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen

    Het veranderende politieke landschap maakt het nog moeilijker voor de reuzen. Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen. China wil dat ze niet alleen hun aanvoerketens in het land vestigen, maar ook activiteiten waaraan meer hersenwerk te pas komt, zoals onderzoek en ontwikkeling. Van Duitsland tot Indonesië, overal worden de overname-, antitrust- en dataregels aangescherpt.

    De komst van Trump zal het bloederige herstructureringsproces alleen maar versnellen. Veel bedrijven zijn simpelweg te groot: ze zullen hun imperium moeten afslanken. Andere proberen zich dieper te wortelen in de markten waarop ze opereren. General Electric en Siemens ‘lokaliseren’ aanvoerketens, productie, banen en belastingen tot regionale of nationale eenheden. Een andere strategie is om ‘ongrijpbaar’ te worden. Toppers uit Silicon Valley, zoals Uber en Google, breiden zich nog steeds in het buitenland uit. Fastfood- en hotelketens stappen over van hamburgers bakken en bedden opmaken op het verkopen van merkrechten.

    Dat multinationals op hun retour zijn, zal politici het idee geven dat ze een grotere vinger in de pap krijgen. Maar niet elk land kan een groter deel van de productie, banen en belastingen van hetzelfde bedrijf in de wacht slepen. En een snelle aftakeling van de dominante vorm van zakendoen gedurende de afgelopen twintig jaar kan chaotische gevolgen hebben. Veel landen met een tekort op de handelsbalans (zoals het ‘globale’ Verenigd Koninkrijk) vertrouwen op de kapitaalstroom die multinationals binnenbrengen. Als de bedrijfswinsten dalen, zal de waarde van de effectenbeurzen vermoedelijk instorten.

    Hogere prijzen

    En de consumenten en stemmers? Die raken schermen aan, dragen kleren en slikken geneesmiddelen die worden geproduceerd door bedrijven die ze als immorele, afstandelijke uitbuiters beschouwen. De gouden tijd voor multinationals is ook een gouden tijd geweest voor consumentenkeuze en efficiency. Door hun neergang zal de wereld misschien eerlijker lijken. Maar de inkrimping van multinationals kan niet alle banen terugbrengen die mensen als Trump beloven. En het zal leiden tot hogere prijzen, minder concurrentie en vertragende innovatie. Mettertijd zouden miljoenen kleine bedrijven die zakendoen met het buitenland de grote bedrijven kunnen vervangen als overdragers van ideeën en kapitaal. Maar hun gewicht is gering. Misschien zullen de mensen, als ze terugkijken naar een tijd waarin multinationals de zakenwereld beheersten, betreuren dat die voorbij is.

    Vertaler: Peter Bergsma

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Alle stukken worden anoniem gepubliceerd.

    CONTEXT – VK: Op de terugtocht

    Hoe staan de grote multinationale ondernemingen ervoor in dit tijdperk van herlevend protectionisme, vraagt The Economist zich af. Die zijn ‘op de terugtocht’, concludeert het Britse weekblad in een uitgebreid dossier waarin wordt teruggekeken op het soms overdonderende succes van multinationals als McDonald’s of KFC in de decennia rond de eeuwwisseling en hun verval van de laatste jaren.

    CONTEXT – VS: 11.500 daling koopkracht

    Het gemiddelde Amerikaanse gezin zou de komende vijf jaar een verlies aan koopkracht van 11.500 dollar tegemoet moeten zien als Washington vasthoudt aan een importbelasting van 35 procent op producten uit Mexico en van 45 procent op import uit China en Japan, waarmee Donald Trump heeft gedreigd. Dat zou overeenkomen met het opleggen van een consumentenbelasting van 18 procent aan de 10 procent armste Amerikanen (en van slechts 3 procent aan de 10 procent rijkste), volgens een onderzoek van de National Foundation for American Policy, geciteerd door The Economist.