Tag: mythen

  • ‘De pure moed van deze tijd zal voortleven’

    ‘De pure moed van deze tijd zal voortleven’

    Het ontbrak Oekraïne aan nationale mythen. Wat in het ene deel van het land als heldendaad geldt, brandmerkt men elders als verraad of onderdrukking. Maar sinds de oorlog wemelt het van de nationale helden, die de bevolking houvast geven, aldus de Oekraïense schrijver Andrej Koerkov.

    Vóór de oorlog sms’ten Oekraïense tieners elkaar vaak foto’s van Russische rappers. Nu tonen hun telefoonschermpjes een gezichtsloze man met een helm op: de zogeheten ‘spook van Kyiv’. Deze levende legende zag het licht op de tweede dag van de Russische invasie. Een onbekende piloot zou de lucht boven Kyiv patrouilleren in een oude Sovjet MiG-29. Al snel zou hij ten minste tien Russische straaljagers hebben neergeschoten. Hoewel het ministerie van Defensie volhoudt dat deze schimmige crack geen mooi verzinsel is, ontbreekt overtuigend bewijs voor zijn bestaan – sommige video’s van hem in actie bleken afkomstig te zijn van computergames.

    Nog veel meer memes overspoelen de virtuele ruimte: de soldaten op het Slangeneiland in de Zwarte Zee die met een ondubbelzinnig ‘val dood’ reageerden op de oproep van een Russisch oorlogsschip om zich over te geven; Vitaly Skakoen, de (genie)soldaat die zich als vrijwilliger aanmeldde om mijnen te leggen onder de brug naar het stadje Henitsjesk aan de Zee van Azov om een colonne Russische tanks te stuiten en zichzelf daarbij opblies (het Russische leger veroverde de plaats alsnog). Zelfs de president, Volodymyr Zelensky, is met zijn uitdagende video‘s op social media stoerder geworden dan het droes van Sint-Petersburg.

    Sinds de onafhankelijkheid in 1991 heeft het Oekraïne ontbroken aan helden waaromheen nationale sprookjes konden worden gesponnen. De historische coryfeeën die de geschiedenis ons heeft geschonken, voldoen om allerlei redenen matig. De afgelopen dagen zijn er echter tientallen helden opgestaan. In zekere zin is het passend als de meest romantische van hen, de geheimzinnige piloot, misschien niet echt is. Als deze helden niet bestonden, zouden we ze moeten uitvinden. Op dit moment voelt het alsof alleen moed ons van de totale vernietiging kan redden.

    De geniesoldaat

    Ik ben geen soldaat. Gedurende mijn dienstplicht was ik gevangenisbewaker. Ik kan loopgraven aanleggen, maar ik ben een zestigplusser. Ik weet dat mijn frontlinie op het informatieslagveld ligt, toch moet ik in Oekraïne blijven. Mensen zoals Skakoen, de geniesoldaat, overtuigen me ervan dat ik niet hoef te vluchten. Ze geven me een gevoel van veiligheid, ook al vechten ze ver van mij vandaan. Ze geven me het gevoel dat Oekraïne stand zal houden.

    Veel sokkels in Kyivv die als bronnen van patriottische inspiratie zouden moeten dienen, worden nu nog bezet door figuren die onbekend of onbemind zijn en het volk verdelen. Oekraïne heeft moeite om nationale helden te vinden vanwege zijn bewogen verleden. We zijn een multi-etnische, veeltalige samenleving waar allerlei grootmachten over hebben gebakkeleid – het Pools-Litouwse gemenebest, het tsaristische rijk, de nazi’s. Wat in het ene deel van het land als moed wordt geprezen, brandmerkt men in een ander deel als verraad of onderdrukking. Oekraïners houden er niet van dat hun iets wordt opgelegd, en al helemaal geen helden. Toegegeven, weinigen hebben iets tegen de nationale dichter Taras Sjevtsjenko. Evenzo lopen weinigen voor hem warm. De tsaristische keizerlijke politie verbande hem ooit vanwege zijn patriottische verzen, en slachtoffers zijn zelden goede helden, vooral voor een volk in oorlog.

    Oekraïne heeft moeite om nationale helden te vinden vanwege zijn bewogen verleden

    De Sovjets probeerden van de zeventiende-eeuwse Kozakkenleider Bohdan Chmelnytsky een nationaal symbool te maken. Het Kremlin had een voorkeur voor hem omdat hij de tsaar in 1654 formeel vroeg hem te helpen de Polen te bestrijden. Geen slimme zet, want kort daarop verbood de tsaar het Kozakkenleger en verloren de Oekraïense gebieden hun onafhankelijkheid. Nu nog is zijn standbeeld te vinden in het centrum van de oude stad van Kyiv, op het Sofiyskaya-plein, pal naast mijn huis. Het is niet vernield nadat Oekraïne zich in 1991 onafhankelijk verklaarde van de Sovjet-Unie, maar er legt ook nooit iemand bloemen bij hem neer. Misschien komt dat omdat zijn aanhangers duizenden Oekraïense joden, die van collaboratie met Polen werden beticht, hebben vermoord.

    De meest omstreden Oekraïense ‘held’ is Stepan Bandera, een ultranationalist die de nazi’s in 1941 in Oekraïne verwelkomde omdat hij het land wilde bevrijden van communisten. Vanwege zijn diepe hang naar Oekraïense onafhankelijkheid voerden de nazi’s hem uiteindelijk af naar een concentratiekamp. Het grootste deel van de oorlog zat hij er gevangen. Daarna vestigde hij zich in München, waar een KGB-agent hem in 1959 liquideerde. Veel Oekraïners waarderen zijn inspanningen voor de onafhankelijkheid van het land (sommige vrijwilligers die nu tegen Poetin vechten noemen hun molotovcocktails Bandera-smoothies). Bij anderen roept hij weerzin op door het geweld waaraan zijn volgelingen zich hebben overgegeven.

    Recentere pogingen tot nationale mythevorming mislukten eveneens. Even leek het erop dat Viktor Joesjtsjenko uit het juiste hout was gesneden. Tijdens de verkiezingen in 2004 was hij de tegenstander van de kandidaat van het Kremlin, Viktor Janoekovitsj, en werd hij vergiftigd, wat zijn gelaat misvormde. De daaropvolgende golf van verontwaardiging mondde uit in de Oranjerevolutie, die leidde tot hernieuwde verkiezingen. Nadat Joesjtsjenko tot president was gekozen, was hij maar al te snel bereid om compromissen te sluiten met de oude garde.

    De Maidan-opstand in 2014 had een geschikte held kunnen voortbrengen. Nadija Savstjenko, een gevechtspiloot en officier in het Oekraïense leger, werd gevangengenomen door de Russen, die een proces tegen haar voerden in Moskou, waar ze de rechter uitschold en weigerde diens gezag te erkennen. Na haar vrijlating werd ze parlementslid, maar verbaasde ze vriend en vijand door voor vriendschap met de separatisten van het Donbas-bekken te pleiten. Sommigen vermoedden dat de Russen haar hadden gehersenspoeld. Inmiddels is ze helemaal vergeten.

    Helden en antihelden

    Zal er voor Zelensky ooit een standbeeld zijn weggelegd? Zo ja, zullen mensen dat bezoeken? Misschien dat we niet langer vast zullen zitten in die eindeloze cyclus van helden die in antihelden veranderen. Voor het eerst sinds de hoogtijdagen van Bohdan Chmelnytsky in de zeventiende eeuw werd Oekraïne in 1991 een onafhankelijk land. De Oekraïners hechten sterker aan die onafhankelijkheid dan aan wat dan ook.

    Zelfs degenen die weinig op hebben met de regering van Zelensky of het Oekraïense politieke systeem, zijn bereid ervoor te vechten. Liever dat dan te worden verpletterd door een buitenlandse macht. Ook als de helden van deze oorlog later dingen doen die hun reputatie zullen bezoedelen, zal de pure moed van deze tijd voortleven. Ik denk dat mensen zich de naam van geniesoldaat Vitaly Skakoen zullen herinneren. We zullen een nieuwe nationale identiteit om hem heen bouwen.

    Andrej Koerkov is een Oekraïense schrijver. Zijn meest recente roman is Grijze Bijen (Grey Bees, Deep Vellum/MacLehose Press)

  • Eetlezen doe je in een fantasyboek

    Eetlezen doe je in een fantasyboek

    Al vanaf de tijd van Tolkien wemelt het in de fantasyliteratuur van de smakelijke voedselbeschrijvingen. Schrijfster Anne Ewbank zocht uit waar die voorliefde voor botertaart en stoofpotjes vandaan komt.

    Als jonge tiener verslond ik het ene fantasyboek na het andere. Op een dag bleef mijn oog hangen bij de beschrijving van iets wat er werd gegeten. In Diana Wynne Jones’ A Tale of Time City eten de tijdreizende protagonisten een versnapering, een botertaartje. Het is geel ijs op een stokje, ijskoud vanbuiten en gesmolten vanbinnen, en wordt omschreven als ‘boterig en romig … met een vleugje koffie en twintig andere nog lekkerdere smaken’. Een botertaartje bestaat niet echt, alleen in het verhaal van Jones en in de fantasie van de lezers. Maar het klonk verrukkelijk.

    In die tijd was internet nog betrekkelijk nieuw, dus ik kon geen tientallen recepten opdiepen die fans van Jones’ verhalen hadden bedacht. Maar ook toen ik van jeugdfantasy was overgestapt naar de volwassenenfantasy, viel me op dat auteurs uitgebreide beschrijvingen gaven van wat er werd gegeten. Dat wekte niet alleen mijn eetlust, maar ook mijn nieuwsgierigheid op: waarom schrijven fantasy-auteurs zo vaak over eten?

    Terwijl ik me fanatiek door de fantasycanon heen las, besefte ik dat het geweldige botertaartje een uitschieter was. Helden en heldinnen eten over het algemeen bekende kost, ook als ze kunnen toveren en draken berijden. Pagina’s lang doen personages die mazzel hebben zich tegoed aan taart en bier. Andere personages krijgen alleen stoofpotten, die vreemd genoeg steeds weer terugkomen. In haar satirische reisgids van de fantasyliteratuur, The Tough Guide to Fantasyland, maakt Jones de grap dat ‘de stoofpot het belangrijkste voedsel is in Fantasyland, dus u bent gewaarschuwd. Binnenkort snakt u misschien naar een omelet, een steak of witte bonen in tomatensaus, maar dat is allemaal niet voorhanden.’

    chilled cold colorful ice cream 1051098

    Eten in fantasy gaat terug naar de vroegste mythen en legenden, waarin het wemelt van symbolisch, vaak gevaarlijk voedsel. De Griekse godin Persephone at zes granaatappelpitjes in de onderwereld, waardoor ze zes maanden per jaar bij Hades, de god van de dood, moest doorbrengen. In Europese verhalen en gedichten komt het veelvuldig voor dat mythische feeën of elven voedsel gebruiken om mensen te verleiden. In het gedicht La Belle Dame Sans Merci, in 1819 geschreven door de romantische dichter John Keats, wordt een ridder verliefd op een fee, die hem ‘zoet smakende wortels en wilde honing en hemelse dauw’ te eten geeft. Maar op een dag wordt de ridder wakker en ontdekt hij dat ze hem heeft verlaten en wordt hij half gek van wat hij is kwijtgeraakt. In 1859 schreef Christina Rossetti Goblin Market, over angstaanjagende, bovenaardse wezens die vruchten verkopen waar mensen, als ze er eenmaal van gegeten hebben, alleen maar meer van willen hebben.

    De trope van gevaarlijk feeënvoedsel bestaat nog steeds in de moderne fantasy, vertelt dr. Robert Maslen. Maslen is hoofddocent aan de University of Glasgow, waar hij een van ’s werelds eerste masterstudies in de fantasyliteratuur heeft opgezet. Hij geeft twee moderne voorbeelden: de film Pan’s Labyrinth en Ellen Kushners roman Thomas the Rymer. Als voedsel niet zonder gevolgen is, is dat een teken ‘dat we ons in een wereld bevinden waar heel andere regels gelden’.


    De vader van het moderne fantasyverhaal, J.R.R. Tolkien, werd in deze traditie gevormd. Als kind las hij de sprookjesboeken van Andrew Lang, een reeks die uit twaalf delen bestond en waren gerangschikt op kleur, van rood naar blauw en van roze naar bruin.

    Tolkiens dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken

    Tolkiens neiging om voortdurend over het belang van voedsel te schrijven werd ook beïnvloed door zijn schokkende ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Hij was officier en was ervan overtuigd dat hij zou sneuvelen. In de ban van de ring is Tolkiens visie van het ideale dorp, een plek waar wordt gefeest en paddenstoelen in overvloed aanwezig zijn en die zo op het oog niet wordt geteisterd door oorlogen. In het eerste hoofdstuk van De hobbit wordt de weinig avontuurlijke Bilbo Baggins ondersteboven gelopen door de tovenaar Gandalf en een bende hongerige dwergen, die zijn provisiekast plunderen. ‘En misschien een klein beetje rode wijn voor mij,’ vraagt Gandalf. De dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken. Ook al keert Bilbo zijn huis mismoedig ondersteboven om de dwergen te voeden, het is een teken van overvloed dat hij al dat eten in huis heeft.

    Een andere beroemde fantasyschrijver, Brian Jacques, was net zo gevormd door de oorlog, in zijn geval door de Tweede Wereldoorlog. Jacques is het bekendst geworden om zijn jeugdfantasyboeken, de Redwall-reeks. In al die eenentwintig boeken strijden geantromorfiseerde dieren tegen het kwaad en richten overdadige feestmalen aan. Een pagina’s lang durend banket behelst twaalf verschillende salades, acht soorten brood, tien drankjes, ‘verse room, zoete room, slagroom, lichte room, custardroom’, en een reusachtige vis. In interviews heeft Jacques gezegd dat de fictieve maaltijden in zijn boeken stammen uit de eetfantasieën van zijn jeugd toen in Engeland het eten op de bon was. Lezers uit de begin jaren genoten van zijn boeken om dezelfde reden.

    Als toonaangevend fantasyauteur bereidde Tolkien met zijn aandacht voor eten de weg voor andere fantasyschrijvers. De in Midden-aarde altijd aanwezige kookkunsten en Tolkiens manier van etenswaren beschrijven werden ook standaard omdat die zo geschikt waren voor het creëren van een aparte wereld: eten helpt heel goed bij het neerzetten van een plaats van handeling.

    Zowel Tolkien als Jacques werkten hun werelden verder uit met geschiedenis, liedjes en verschillende talen en dialecten. Voor Maslen is voedsel een andere manier om een fantasie werkelijkheid te laten lijken. ‘Veel fantasy is gesitueerd in andere werelden,’ zegt hij. ‘Stel dat je een fantasyverhaal schrijft dat zich afspeelt in een andere wereld, dan wil je die zo volledig, geloofwaardig en voelbaar voor alle zintuigen maken als maar mogelijk is.’ Liedjes appelleren aan het oor, landkaarten aan het oog en voedselbeschrijvingen aan de maag van de lezer.

    Maslen gelooft dat voedsel een van de onderscheidende kenmerken van fantasyliteratuur is. Of het nu een botertaartje of een stoofpot is, voedsel dient als anker voor de verschrikkingen en de hoogoplopende spanning. ‘Fantasyschrijvers’, zegt hij, ‘zijn erop uit om niet alleen afgrijzen en angst op te roepen, maar ook verwondering, verrassing, plezier en verbazing.’ Als lezers worden geconfronteerd met het angstwekkende en het vreemde, ‘verankert voedsel die ervaringen in iets wat ze goed kennen.’ Zelfs George R.R. Martins Game of Thrones, dat erom bekendstaat te breken met veel fantasystijlfiguren en tradities, houdt nog steeds vast aan de verplichte breed uitgewerkte voedselbeschrijvingen (vooral van soep).


    Maslen geeft een voorbeeld uit In de ban van de ring, waarin Frodo en Sam samen eten op de grens van Mordor, ‘precies op de rand van de ergste plek ter wereld’. Zelfs vlak voor hun wereldreddende missie verzamelt Sam laurierbladeren en salie om konijnenstoofpot te maken. Midden in een prachtig, overwoekerd landschap is er een kort moment van verwondering bij de aanblik van wat Malsen omschrijft als ‘het extreemste voorbeeld van het onbekende en het afschuwwekkende’.

    In onzekere tijden is het bereiden van troosteten vlak voor een ramp zeker herkenbaar. Als er zo veel betekenis wordt meegegeven aan fantasyeten is het geen verrassing dat er boeken en blogs in overvloed zijn die zijn gewijd aan het nauwkeurig namaken van lembasbrood en ketelkoek. Dit weekend ga ik ze allemaal doornemen. Ik weet zeker dat er ergens wel een recept voor botertaartjes is te vinden dat net zo wonderbaarlijk lekker is als ik me vijftien jaar geleden had voorgesteld.

    Auteur: Anne Ewbank
    Vertaler: Paul Bruijn

    Gastro Obscuro
    Vs | www.atlasobscura.com/gastro

    Onderdeel van Atlas Obscura, waarop de mooiste plekken en restaurants wereldwijd worden gedeeld.