Tag: NAFTA

  • Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Volgens president Trump leidt de huidige drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’. Maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Het gebruik van illegale verdovende middelen in de Verenigde Staten varieert met de jaren, maar volgens velen – onder wie de president – is het drugsgebruik in het land nog nooit zo groot geweest.

    Methamfetamine- en heroïnevangsten aan de Mexicaanse grens hebben een hoogtepunt bereikt. Het cocaïnegebruik neemt weer hand over hand toe. De opioïde-epidemie heeft tot meer dan 60.000 sterfgevallen door overdoses per jaar geleid, een record.

    ‘Vroeger hadden we de “Age of Aquarius”, waarin het drugsgebruik volgens iedereen de pan uitrees,’ zei president Trump afgelopen januari, verwijzend naar de tegencultuur uit de jaren zestig. ‘Dat was niks 
vergeleken bij wat er nu gebeurt.’

    Minister van Justitie Jeff Sessions bereed diezelfde maand tijdens een toespraak in Pittsburgh twee van zijn stokpaardjes: geweldsmisdrijven en de opioïde-epidemie. Hij heeft strengere wetgeving ingevoerd, die officieren van justitie dwingt het geweld met alle beschikbare middelen in te perken. En eind vorig jaar maakte hij bekend dat iedereen die illegaal fentanyl – een krachtige synthetische opioïde – bezit of het middel importeert, distribueert of produceert, gerechtelijke vervolging tegemoet kan zien.

    De president en zijn minister van Justitie zeggen dat de drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’ leidt, maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Grote steden lijken veiliger

    In Atlanta, Houston, Los Angeles en andere centra voor drugshandel is het dodental vorig jaar gedaald. Grote Amerikaanse steden lijken veiliger te worden, ook al worden ze overspoeld door drugs.

    Nergens is deze trend duidelijker dan in New York City. In 2016 telde de stad bijna 1400 sterfgevallen door overdoses heroïne en fentanyl, een record. Maar vorig jaar meldde de politie slechts 290 sterfgevallen, het laagste aantal sinds 1951 en een daling van 87 procent ten opzichte van 1990, toen er 2245 doden vielen.

    De kans om in New York City om te komen als gevolg van drugs is ongeveer even groot als in Montana of Wyoming, zelfs in een tijd dat drugsvangsten tot recordhoogte stijgen.

    In Los Angeles, het grootste heroïne-, cocaïne- en fentanylcentrum aan de Westkust, daalde het aantal levensdelicten in 2017 met 6 procent; in Los Angeles County met 20 procent. Ook in Houston, Washington en zelfs Chicago, waar het geweld een jaar geleden zo erg was dat Trump de FBI dreigde te sturen, daalde het aantal levensdelicten vorig jaar met dubbele cijfers.

    Deze cijfers lijken te duiden op een wijdvertakte, duurzame ontkoppeling tussen het aantal levensdelicten en de illegale drugshandel in veel Amerikaanse steden, een trend die in tegenspraak is met de gangbare verhalen over de oorsprong van stedelijk geweld.

    screenshot 2018 05 31 11 14 58

    Criminologen zien veel mogelijke oorzaken, maar één daarvan speelt misschien wel de belangrijkste rol in de afname van het aantal drugsdoden: smartphones.

    Zoals de mobiele technologie de gebruikelijke handel heeft veranderd, heeft ze ook een revolutie ontketend op de illegale markten door de drugshandel voorspelbaarder en minder dodelijk te maken. gps-navigatie, versleutelde communicatie en messaging-apps hebben de noodzaak voor drugsdealers om fysieke controle over stedelijke gebieden uit te oefenen en die desnoods met dodelijk geweld te verdedigen enorm verkleind, zeggen deskundigen.

    ‘De technologie voor de kleinhandel in drugs is radicaal veranderd, vooral de afgelopen tien jaar,’ zegt Mark Kleiman, criminoloog bij New York University. ‘Er staan geen mensen meer op straathoeken. Nu vinden de transacties plaats via de mobiele telefoon, wat de betrokkenen veel minder kwetsbaar maakt.’ Bovendien is het voor de politie, veel moeilijker om in te grijpen, voegt Kleiman eraan toe.

    Er zijn veel Amerikaanse steden waar de drugshandel nog grotendeels via de traditionele kanalen verloopt, waaronder Baltimore, waar vorig jaar een recordaantal van 343 doden viel. De drugshandel in de openlucht blijft een aanjager van geweld in St. Louis, 
New Orleans en andere steden waar het aantal levensdelicten is opgelopen. Maar dat businessmodel is niet overal meer dominant, en zeker niet in steden met grote aantallen drugsgebruikers uit de hogere middenklasse die het zich kunnen permitteren hun spul via hun iPhone te bestellen in plaats van naar uiterst misdadige buurten te rijden.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt’

    In Houston, waar het moordcijfer in 2017 met 11 
procent daalde, heeft de narcoticabrigade geleerd 
de online-handel in de gaten te houden, zoals op 
de handelssite EC21. Als je op die site naar ‘fentanyl’ zoekt komen er geen hits. Maar als je het als ‘fentanyll’ spelt, krijg je een fotootje van wit poeder te zien met een telefoonnummer en e-mailadres, mogelijk van een handelaar in China.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt,’ zegt inspecteur Stephen Casko van de narcoticabrigade in Houston. ‘Nu kun je je drugs gewoon via e-mail bestellen en hoef je geen dealer te zien.’

    Postinspecteurs op John F. Kennedy International Airport in New York hebben vorig jaar bijna tachtig fentanylzendingen onderschept, drie keer zoveel als in 2016. FBI-agenten in Atlanta arresteerden afgelopen zomer zestien postmedewerkers op verdenking van het aannemen van steekpenningen om zendingen van een kilo cocaïne af te leveren met hun bestelbusje.

    Sanho Tree, verbonden aan de afdeling Drugsdecriminalisering van het Institute for Policy Studies in Washington, zegt dat er geen ‘organisch verband’ bestaat tussen drugs en geweld. ‘Maar er is wel een verband tussen illegale drugshandel en geweld,’ zegt hij.

    In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verliep het dealen betrekkelijk geweldloos, zegt Tree. ‘Gewoonlijk was er een dealer met een rugzak die van deur tot deur ging om bestellingen af te leveren.’

    Dat veranderde met de invoering van minimumstraffen, zegt hij, toen straatdealers lange gevangenisstraffen riskeerden. ‘Daardoor werd het te gevaarlijk om met een rugzak vol drugs rond te lopen, wat aanleiding was om minderjarigen in te schakelen 
bij de drugshandel in de openlucht – als uitkijkpost, runner enzovoort – die niet dezelfde strenge straffen riskeerden.’

    screenshot 2018 05 31 11 15 07

    Het domineren en verdedigen van de fysieke ruimte was onmisbaar voor grote winsten. ‘Daarom werden straathoeken zo waardevol,’ zegt Tree.

    Geweldsmisdrijven in de Verenigde Staten – met name moord – bereikten een hoogtepunt in de jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw, toen steden werden bedolven onder de crack. Maar toen het cocaïne- en heroïnegebruik afnam, daalde ook het aantal levensdelicten. Vandaag de dag is het aantal levensdelicten in Amerika per hoofd van de bevolking ongeveer de helft van dat in 1985. Criminologen schrijven de daling toe aan een reeks van factoren, waaronder beter politietoezicht, meer kansen op werk en mogelijk zelfs verminderde blootstelling aan lood.

    Na het bereikten van een historisch laagtepunt in 2014 namen de moordcijfers in Amerikaanse steden in 2015 en 2016 abrupt toe. Deskundigen merken op dat ondanks deze stijging het aantal geweldsmisdrijven veel lager is dan een kwart eeuw geleden, maar de plotselinge opleving was voor de regering-Trump reden om de wetshandhaving te intensiveren. ‘De geweldsmisdrijven rijzen de pan uit als nooit tevoren,’ verklaarde Sessions, en hij beloofde daartegen op te treden met strengere gevangenisstraffen, harde maatregelen tegen illegale immigratie en het verstrekken van meer militair materieel aan politiebureaus.

    Landelijk steeg het aantal levensdelicten in de eerste zes maanden van 2017 met 1,5 procent ten opzichte van diezelfde periode in 2016, terwijl het totale aantal geweldsmisdrijven – waaronder verkrachting, beroving en ernstige mishandeling – lichtelijk daalde, zo blijkt uit cijfers die de FBI afgelopen januari heeft vrijgegeven. In het zuiden en middenwesten steeg het aantal levensdelicten. In het noordoosten daalde het sterk, en in geringe mate ook in het westen.

    In een artikel in USA Today voerde Sessions de nieuwe gegevens aan als bewijs van het snelle succes van de regering. ‘Toen president Trump werd ingehuldigd, deed hij het Amerikaanse volk een belofte: “Dit Amerikaanse bloedbad stopt hier en nu,”’ schreef Sessions, citerend uit Trumps inaugurele toespraak. ‘En die belofte heeft hij gehouden.’ Maar in veel Amerikaanse steden is het geweld maar in beperkte mate teruggekomen. In sommige steden met de hoogste uitschieters, zoals Chicago en Washington, blijft het aantal levensdelicten teruglopen.

    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images
    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images

    De psychotische effecten van narcotica kunnen daarbij ook een rol spelen, zeggen criminologen. Waar een crackroes vaak gepaard gaat met een golf van manische energie en extreem zelfvertrouwen, brengen opioïden de gebruikers tot rust zodat ze misschien minder geneigd zijn tot gewelddadig gedrag.

    Anders dan de crack-epidemie van de jaren tachtig, die vooral arme zwarte Amerikanen trof, trekt de opioïdecrisis zich niets aan van geografische of sociale scheidslijnen. ‘Veel huidige verslaafden behoren tot de hogere middenklasse en wonen niet in buurten die worden geteisterd door geweld,’ zegt Volkan Topalli, hoogleraar Strafrecht aan Georgia State 
University.

    ‘In de buurten waar zij wonen bestaat geen hoog geweldsniveau,’ zegt hij, ‘en zijn de distributienetwerken niet primair in handen van grote bendes.’

    Richard Rosenfeld, criminoloog bij de University 
of Missouri-St. Louis, zegt dat de opioïdecrisis sinds 2014 de belangrijkste reden lijkt voor het gestegen aantal levensdelicten onder blanke Amerikanen. Maar hij zegt dat de stijging waarschijnlijk nog veel sterker zou zijn ‘als de straathandel nog even wijdverbreid was als vijfentwintig jaar geleden’.

    Mexicaanse drugskartels

    Er lijkt nog een factor te zijn in het nieuwe tijdperk van de Amerikaanse drugshandel die het dalende moordcijfer kan verklaren: een doelbewuste poging van Mexicaanse drugskartels om het gebruik van geweld aan de Amerikaanse kant van de grens tot een minimum te beperken.

    Dezelfde smokkelorganisaties die het moordcijfer 
in Mexico tot ongekende hoogte hebben opgejaagd gaan in de Verenigde Staten volgens een andere logica te werk, net als de grote bedrijven die profiteren van de economische voordelen van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA.

    De verschillende geweldsniveaus langs de grens tussen de VS en Mexico onderschrijven dit patroon. Steden als El Paso en San Diego hebben de laagste moordcijfers in de Verenigde Staten, ook al liggen 
ze recht tegenover Ciudad Juárez en Tijuana, twee van de moordzuchtigste plekken van Mexico.

    Het ontbreken van een ‘overloopeffect’ wordt in elk geval ten dele toegeschreven aan een gedisciplineerde bedrijfsstrategie die erop gericht is zo min mogelijk aandacht te trekken van de Amerikaanse rechtshandhavingsinstanties, zegt Sam Quinones, auteur van Dreamland: The True Tale of America’s Opiate Epidemic.

    Anders dan de Colombiaanse kartels, wier pogingen om de drugsmarkt in Miami, New York en andere Amerikaanse steden over te nemen een generatie geleden tot een vloedgolf van moorden leidden, schuwt het merendeel van de moderne Mexicaanse handelaren het gebruik van geweld aan Amerikaanse kant.

    ‘Ze hebben een scherp oog voor het enorme verschil tussen het strafrecht in Mexico en dat in de Verenigde Staten,’ zegt hij. Uit vrees voor een lange straf in een strenge Amerikaanse gevangenis vechten de gangsters hun geschillen met rivalen liever in Mexico uit, waar minder dan 5 procent van de misdrijven tot een veroordeling leidt. In zijn boek beschrijft Quinones een groep Mexicaanse heroïnedealers in Denver en omgeving, de ‘Xalisco Boys’, wier koeriers de drugs in ballonnetjes afleverden. Ze hielden die ballonnetjes in hun mond en hadden flesjes water bij zich om ze door te slikken als ze werden aangehouden door de politie.

    De heroïnedealers bleven zelden lang in één Amerikaanse stad en reden vaak op hun motorfiets op en neer naar Mexico. Ze trokken zich zo weinig aan van hun straatreputatie dat ze ook aan klanten verkochten die hen hadden bestolen of bedrogen, waarbij ze het verlies eerder als een bedrijfsrisico beschouwden dan als een persoonlijke belediging die gewroken moest worden. Ze meden gebieden met veel misdaad en waren ongewapend.

    ‘Veel van die kerels waren verlegen boerenjongens,’ zegt Quinones. ‘Ze waren geïntimideerd door de VS en beslist niet geïnteresseerd in een bloedige onderlinge oorlog.’

    En als de dealers zich bedreigd voelden door politiemensen of concurrerende handelaren verplaatsten ze hun mobiele heroïnehandel gewoon naar een andere Amerikaanse stad. Ze vonden geweld het risico niet waard, zegt Quinones, ‘en de markt in 
de VS was groot genoeg voor iedereen’.

    Grootschalige Mexicaanse handelaren lijken op dezelfde manier te opereren. Toen narcotica-agenten in New York vorig jaar een inval deden in een appartement in Queens en 63 kilo pure fentanyl aantroffen, arresteerden ze een echtpaar van middelbare leeftijd dat een paar weken eerder uit Mexico was gekomen.

    Het was de grootste fentanylvangst in de Amerikaanse geschiedenis, met een waarde van tientallen miljoenen dollars. Maar het echtpaar had niet eens een wapen.

    Auteur: Nick Miroff
    Vertaler: Peter Bergsma

    Met een bijdrage van Mark Berman en Sari Horwitz.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). 
Een van de invloedrijkste kranten ter wereld. Eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • Wat er gebeurde met banen die van Ohio naar Mexico werden verplaatst

    Wat er gebeurde met banen die van Ohio naar Mexico werden verplaatst

    Tien jaar geleden verhuisde Delphi Automotive zijn onderdelenfabriek van Warren, Ohio naar Ciudad Juárez in Mexico. Zo kreeg Berta Alicia Lopez de baan van Chris Wade.

    In het donker steekt Chris Wade zijn hand uit om zijn blèrende wekker tot zwijgen te brengen. 
Het is halfvijf op een ijskoude winterochtend in Warren, Ohio en buiten ligt een verse laag sneeuw. Godzijdank, denkt Wade bij zichzelf. Nu kan hij er met zijn sneeuwschuiver opuit om 
snel een paar dollar te verdienen.

    Vroeger was geld nooit een probleem voor Wade (47). Hij bezat een huis met zwembad in de tijd dat hij voor Delphi Automotive werkte, een fabriek van auto-onderdelen die jarenlang een 
van de grootste werkgevers was in dit bebosWadte stukje in het noordoosten 
van Ohio. Tien jaar geleden besloot Delphi grote delen van de productie naar Mexico en China te verplaatsen. Wade kreeg een afvloeiingsregeling en nu behoren het huis en het zwembad tot het verleden.

    Berta Alicia Lopez (54) is het nieuwe gezicht van Delphi. Op een kille ochtend wordt ze voor dag en dauw wakker en neemt een onverwarmde bus die haar na een uur rijden afzet bij de Delphi-fabriek. Lopez verdient 1 dollar per uur met het in elkaar zetten van kabels en elektronica die uiteindelijk 
in auto’s zullen worden geïnstalleerd – hetzelfde werk dat Wade vroeger voor 30 dollar per uur deed. Als boerendochter uit een verarmd stukje Mexicaans platteland is Lopez trots op haar tweedehands Toyota en haar betonnen flatje. Vaak dankt ze God dat ze werk heeft, ook al is het in een stad die kampt met drugsgeweld en ziet ze weinig kansen op salarisverhoging of promotie.

    Tussen deze twee arbeiders ligt 2500 kilometer en een grens, en ze hebben elkaar nooit ontmoet; maar samen belichamen ze de enorme 
economische verschuiving die de opkomst van de vrijhandel met zich mee heeft gebracht.

    Onlosmakelijk verbonden

    In de Verenigde Staten heeft die verschuiving bijgedragen aan het verlies van de banen die arbeiders ooit in staat stelden om een eigen huis te kopen, een zorgverzekering te betalen en 
hun kinderen naar de universiteit te sturen. In Mexico kwamen er door 
die verschuiving juist banen hij – al brachten die niet de brede welvarende middenklasse die ze ooit in Amerika hadden opgeleverd.

    President Trump heeft gezworen de fabrieken terug te brengen. Maar het zou wel eens te laat kunnen zijn om het krachtige tij nog te keren dat 
bepalend is geweest voor het leven van Wade en Lopez, en voor de ontwikkelingen in twee steden, een Amerikaanse en een Mexicaanse, die op de kaart van de wereldeconomie onlosmakelijk met elkaar verbonden blijven.

    In het verhaal van Trump hebben de vrijhandelsakkoorden en de globalisering duidelijke winnaars en verliezers opgeleverd. Maar Delphi was al jarenlang bezig zijn Amerikaanse personeelsbestand in te krimpen, voordat het bedrijf in 2006 zijn productielijnen naar het buitenland overbracht. ‘Elke keer 
als ik een Delphi zie en andere bedrijven die het land verlaten, wordt die muur een beetje hoger, en hij blijft maar omhoog gaan,’ zei Trump op een 
campagnebijeenkomst in Ohio, een paar dagen voor de verkiezingen. ‘We gaan de strijd aan met Delphi en andere bedrijven en we zeggen: verlaat ons niet, want dat zal gevolgen hebben.’

    Op haar tiende 
haalde haar moeder haar van school: “Waarom zou je verder leren, als je 
toch alleen maar gaat werken en baby’s gaat krijgen?”

    Trump heeft gezworen invoerrechten te zullen heffen op producten uit Mexico en opnieuw te gaan onderhandelen over de North America Free Trade Agreement (NAFTA), het verdrag dat een eind maakte aan de meeste handelstarieven op het continent en waardoor, in de ogen van Trump, Mexico zich heeft verrijkt ten koste 
van Midden-Amerika.

    Maar de werkelijke erfenis van NAFTA, dat van kracht werd in 1994, is gecompliceerder. Niemand zal bestrijden dat het verlies aan maakindustrie pijnlijke littekens heeft achtergelaten in delen van de VS, zoals in de Rust Belt, waar lager betaalde banen in de dienstensector steeds meer de plaats innemen van middenklassebanen in de industrie. Maar volgens veel economen ligt de oorzaak daarvoor eerder bij technologische veranderingen en de concurrentie met China dan bij NAFTA. De scherpe afname van het aantal fabrieksbanen tussen 2000 en 2010, van 17 miljoen naar 11 miljoen, is volgens Gordon 
Hanson, econoom en handelsexpert aan de Universiteit van San Diego, voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de vrije import van goederen die goedkoop in China worden gemaakt en aan het toenemende gebruik van machines die het werk doen dat vroeger door mensen werd gedaan. Ten zuiden van de grens heeft de vrije handel Mexico inderdaad geholpen om te moderniseren; sinds de ondertekening van 
het NAFTA-akkoord zijn in het land 
miljoenen banen gecreëerd, heeft de investeringsstroom een stimulans gekregen en is de Mexicaanse maakindustrie diverser geworden. Mexicaanse arbeiders fabriceren nu allerlei producten, van Whirlpool-wasmachines tot Bombardier-vliegtuigen. Maar de 
lonen zijn laag gebleven, zodat Mexico aantrekkelijk blijft voor fabrikanten 
die anders in de verleiding zouden kunnen komen om zich in China of elders in Azië te vestigen. Sinds NAFTA in werking trad, is er niets veranderd 
in het aantal Mexicanen dat onder de armoedegrens leeft – meer dan de helft.

    Nu Trump bedrijven onder druk zet 
om plannen voor nieuwe fabrieken in Mexico af te blazen en bezweert dat 
hij handelsakkoorden gaat openbreken, doemen er aan de horizon nog meer dramatische veranderingen op. 
Zijn regering heeft voorgesteld om 20 procent invoerrechten te heffen 
op de import van goederen uit Mexico en andere landen waarmee de VS 
een handelstekort hebben. Volgens economen vormt dat plan een reële bedreiging voor Mexico, dat zo’n 80 procent van zijn export naar de VS verscheept en waarvan de nationale munt, de peso, sterk is gedaald als gevolg van de zorgen over wat de 
regering-Trump zal gaan doen.

    Bertha Lopez in haar huis. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times
    Bertha Lopez in haar huis. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times

    Lopez denkt niet na over Trump – zij heeft het te druk voor politiek. Wade zegt dat hij alleen maar wil dat alles weer wordt zoals vroeger. Maar zelfs hij vraagt zich soms af: ‘Is het te laat?’

    De sneeuw blijft vallen, dus Wade 
belt een paar maten met wie hij vaak samenwerkt en start zijn sneeuwschuiver. Zijn eerste klus: de oprit schoonvegen van een industrieterrein dat ooit van Delphi was. ‘Toen waren de tijden nog goed,’ zegt Wade in zijn slepende tongval. ‘Ik kwam hier graag.’

    De geschiedenis van Delphi begint in 1890, toen het bedrijf onder de naam Packard Electric in Warren begon met de productie van gloeilampen. Later kwamen daar auto-onderdelen bij. In 1932 werd het bedrijf onderdeel van General Motors en breidde het zich steeds verder uit, tot het overal in de VS fabrieken had.

    De vestigingen in Warren betaalden middenklassesalarissen en droegen zo bij aan de bouw van een welvarende stad met aantrekkelijke bakstenen gebouwen aan levendige straten. Wades beide ouders werkten voor 
Packard Electric en verdienden genoeg om zomers met het gezin op vakantie te gaan en zich een zwembad in de achtertuin te kunnen veroorloven. Wade groeide op met de verhalen die elke avond aan tafel werden verteld over wat er die dag op de werkvloer in de fabriek was gebeurd. Packard was toen al begonnen met het reduceren van het personeelsbestand in de VS, door delen van de productie over te brengen naar Mexico. Daar kon het bedrijf profiteren van de lagere loonkosten in steden als Ciudad Juárez, dat fabrieken van buitenlandse bedrijven lokte door ze heel weinig belasting te laten betalen. De dreiging dat er nog meer banen naar het buitenland zouden verdwijnen dwong de vakbonden in Ohio tot concessies op het gebied van salarissen en arbeidsvoorwaarden.

    Toen NAFTA toesloeg, veranderde 
Ciudad Juárez van het ene moment op het andere van een woestijnoase die vooral bekendstond om zijn nachtclubs en casino’s, in een uitgestrekt netwerk van betonnen bedrijfsgebouwen langs stoffige zandwegen

    Toch gingen Wades broer en schoonzus na de middelbare school bij de fabriek in Warren werken, en Wade ging ervan uit dat hij dat ook zou doen. Toen het zover was, werkten er nog krap negenduizend mensen bij de vestiging in Warren, tegen dertienduizend tien 
jaar daarvoor. Maar Wade was tevreden met zijn leven. Hij werkte in de avonddienst aan de lopende band en kon elke donderdagavond zijn looncheque gaan verzilveren in de bar aan de overkant van de straat. Op zijn vrije dagen ging hij eenden jagen met zijn chocoladebruine labrador Hunter.

    Aan het begin van deze eeuw, nadat Packard was omgedoopt tot Delphi Automotive Systems en los van General Motors verder was gegaan, bezat Wade zijn huis met zwembad. Zijn vrouw reed in een gloednieuwe Trailblazer 
en hijzelf in een nieuwe Chevrolet pick-up. Hij had geen idee wat hem boven het hoofd hing.

    Lopez groeide op in Bermejillo, een stoffig stadje in de staat Durango, 
waar haar stiefvader hele dagen in de brandende zon werkte op zijn katoen- en meloenakkers. Op haar tiende 
haalde haar moeder haar van school: ‘Waarom zou je verder leren, als je 
toch alleen maar gaat werken en baby’s gaat krijgen?’

    En inderdaad: op haar zeventiende kreeg ze een zoon, de eerste van haar vijf kinderen. De mensen in Bermejillo verdienden al eeuwenlang de kost op hun akkers en Lopez had weinig reden om aan te nemen dat voor haar iets anders weggelegd zou zijn.

    Maar het NAFTA-verdrag maakte het 
de kleine Mexicaanse boeren moeilijk. Zij moesten nu concurreren met de importproducten van reusachtige agrobedrijven uit de VS, die vaak flinke subsidies kregen van de Amerikaanse regering. In plaatsjes als Bermejillo raakte een hele generatie jonge 
mensen werkloos en velen trokken naar het noorden, de VS in. Anderen gingen naar grenssteden zoals Ciudad Juárez.

    Toen NAFTA toesloeg, veranderde 
Ciudad Juárez van het ene moment op het andere van een woestijnoase die vooral bekendstond om zijn nachtclubs en casino’s, in een uitgestrekt netwerk van betonnen bedrijfsgebouwen langs stoffige zandwegen. De bevolking groeide sneller dan de overheid snelwegen, scholen en andere infrastructurele voorzieningen kon bouwen.

    Lopez werkte voor 5 dollar per avond in een café, toen een vrachtwagenchauffeur op doorreis haar vertelde over de nieuwe banen in de fabrieken in het noorden. In 1996 arriveerde ze met haar man en vijf kinderen in Ciudad Juárez. Haar oudste zoon was toen zestien en vond meteen werk in een maquiladora, zoals ze de Amerikaanse fabrieken noemden die zich in hoog tempo aan de Mexicaanse kant van de grens 
vestigden. Dat gold ook voor Lopez, 
die zo nerveus was dat ze op haar eerste dag op het werk aanbood om de toiletten schoon te maken in plaats van op de fabrieksvloer te werken.

    ‘God hielp me,’ vertelt ze nu. ‘We hadden tenminste werk, hoe goed of slecht dat ook was.’ Ze raakte gewend aan het fabriekswerk – roddelde met de andere arbeiders tijdens de pauzes, volgde lessen die na werktijd werden aangeboden en waarmee ze een diploma algemene ontwikkeling behaalde, legde zich neer bij het leven in een grote stad ver van huis. Toen, in 2001, pleegde haar op één na oudste zoon zelfmoord. Na zijn dood was ze zo verslagen dat ze voor het eerst thuisbleef van haar werk.

    Een van haar leidinggevenden kwam haar thuis opzoeken en haalde haar over om weer naar de fabriek te komen. Lopez overwoog vervolgens om naar Durango terug te gaan, maar ze wist dat daar geen goede banen waren. Ze legde zich neer bij het feit dat de Delphi-fabriek waarschijnlijk de beste plek was waar ze ooit zou kunnen werken en dat Ciudad Juárez nu haar thuis was. ‘Zonder die baan had ik niet te eten,’ zegt ze.

    1. Chris Wade werkt ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer; 2. Na een dag belt Wade over zijn werkrooster voor de rest van de week. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times
    1. Chris Wade werkt ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer; 2. Na een dag belt Wade over zijn werkrooster voor de rest van de week. – © Katie Falkenberg / Los Angeles Times

    Delphi had een notering aan de beurs van New York, maar was nog steeds afhankelijk van zijn grootste klant, General Motors. Toen die in 2004 instortte, raakte ook de transnationale auto-onderdelenfabrikant in een vrije val. Het jaar daarna volgde bovendien een boekhoudfraudeschandaal waarin verscheidene topmanagers werden bestraft, en Delphi stevende af op een faillissement.

    Er kwam een nieuwe topman, Robert Miller, die klaagde dat de Amerikaanse personeelsleden van het bedrijf te 
veel betaald kregen, waardoor de loonkosten in de VS-vestigingen drie keer zo hoog waren als die van andere 
auto-onderdelenleveranciers. In maart 2006 kondigde Delphi de sluiting van 21 van zijn 29 Amerikaanse fabrieken aan, waarmee 29.000 banen verloren gingen, zo’n twee derde van het totale personeelsbestand. De productie werd overgebracht naar fabrieken in China en Mexico, waar Delphi nu zo’n 70.000 mensen in twintig steden aan het werk heeft.

    De meeste bedrijfsonderdelen in 
Warren bleven wel open, maar met veel minder mensen. Terwijl Miller een vertrekregeling meekreeg die volgens sommigen 35 miljoen dollar waard was, kregen de arbeiders het dringende advies om een afvloeiingsregeling 
te accepteren en werden ze gewaarschuwd dat hun salaris, als ze bleven, gemiddeld van 29 naar 16,50 dollar 
per uur zou dalen.

    Op de dag dat hij Delphi verliet met een vertrekregeling van in totaal 140.000 dollar, was Wade, zoals hij het noemt, ‘laaiend’. ‘De directeuren en 
de mannen aan de top verdienen 
miljoenen, terwijl alle anderen maar nauwelijks overleven,’ zegt hij. ‘Dat deugt niet.’

    in Trumbull County, het vroeger 
fabricage- en staalbastion waar Warren toe behoort, voelde men de ontslagen bij Delphi als een laatste dodelijke dreun. Wades jaren na Delphi waren niet gemakkelijk. Kort na zijn vertrek bij de fabriek maakte hij een scheiding door en hij ontsnapte op een haar na aan gevangenisstraf, nadat hij dronken achter het stuur was aangehouden met in zijn achterbak een paar wapens waarvoor hij geen vergunning bezat. Hij had zijn groot rijbewijs gehaald om vrachtwagenchauffeur te kunnen worden, maar zijn veroordeling voor rijden onder invloed haalde een streep door dat carrièreplan. Hij behaalde een certificaat om verzekeringen te mogen verkopen, maar ook dat werd geen succes.

    Nu werkt hij ’s zomers als dakdekker 
en ’s winters als sneeuwruimer. Na tien jaar verdient hij ongeveer wat hij ook bij Delphi kreeg, maar zonder de zekerheid van een pensioen, doorbetaalde vakanties of een ziektekostenverzekering. Had hij zijn baan bij Delphi behouden, dan had hij over zeven jaar met pensioen gekund.

    Wade wil geen woord horen over de Mexicaanse arbeiders die zijn plaats hebben ingenomen. Hij kookt van woede als hij hoort hoe weinig zij betaald krijgen en windt zich al even erg op over immigranten die illegaal 
in de VS werken.

    Stem aan Trump

    Hij vond het goed dat Trump Mexico op dit onderwerp aanviel. Dat is dan ook de reden waarom Wade, die zijn hele leven Democraat en vakbondslid was geweest, dit keer besloot zijn stem aan Trump te geven. Net als veel 
anderen in Trumbull County, dat bij 
de afgelopen presidentsverkiezingen voor het eerst sinds 1972 in meerderheid Republikeins stemde.

    Vakbondsman Brian Lutz van de bond die ooit ook Wade vertegenwoordigde, zegt dat hij die woede tegen het 
establishment wel begrijpt. ‘Ik hoor voortdurend mensen zeggen: waarom zou ik op een Democraat blijven stemmen, als alle mensen met wie ik heb gewerkt weg zijn en de Democraten niet gedaan hebben waarvoor wij ze hadden gekozen?’ Zijn bond heeft onlangs een cao afgesloten waarin arbeiders een startsalaris krijgen van 13 dollar per uur. Dat is zo’n tien keer zoveel als Lopez nu verdient, na twintig jaar werken bij de Delphi-fabriek 
in Ciudad Juárez.

    Het effect van Trumps waarschuwingen aan bedrijven om hun productie in Amerika te houden, wordt al zichtbaar in de Mexicaanse economie. Autofabrikant Ford had plannen om een fabriek van 1,6 miljard dollar in Mexico te 
bouwen, maar kondigde vorige maand aan daarvan af te zien, na kritiek van Trump via Twitter. In plaats daarvan gaat het bedrijf in Michigan extra mensen aannemen.

    Een arme buurt in Juárez waar veel fabrieksarbeiders wonen.
    Een arme buurt in Juárez waar veel fabrieksarbeiders wonen.

    Maar sommige bedrijven die nu in Mexico hun producten fabriceren, zeggen dat ze zeker niet terug zullen gaan naar de VS. Dat geldt ook voor Delphi. Het bedrijf heeft net een plan aangekondigd voor nieuwe ontslagen in Warren, waar dan nog 1500 medewerkers overblijven.

    Op de Barclay’s Automotive Conference in New York zette Delphi’s financieel directeur Joe Massaro afgelopen december uiteen wat er met Delphi zou gebeuren bij verschillende handelsscenario’s van Trump. Als Trump de grens met Mexico helemaal zou sluiten, zouden ‘alle mensen in 
Michigan en Ohio die op hem hebben gestemd binnen een week zonder werk zitten’, omdat, zo benadrukte Massaro, veel fabrieken in de VS, waaronder autofabrikanten in Detroit, afhankelijk zijn van onderdelen die in Mexico 
worden gemaakt.

    Als de Verenigde Staten zich terugtrekken uit NAFTA en weer invoerrechten gaan heffen voor producten uit Mexico, blijft Delphi in Mexico produceren, 
zei Massaro. Het bedrijf zou de extra kosten dan doorberekenen aan zijn leveranciers of aan de consumenten, 
of op zoek gaan naar een manier om zijn productiekosten te verlagen – wat ontslagen of salarisverlagingen in Mexico zou kunnen betekenen.

    Wat de gevolgen van dit alles voor Lopez en haar gezin zullen zijn, weet ze niet. Drie van haar vier kinderen werken in een fabriek. De afgelopen paar jaar is elke peso die ze kon missen opgegaan aan de universitaire opleiding voor haar jongste zoon, Sergio, 
die computerwetenschappen studeert. Zijn droom is om een eigen softwarebedrijf te starten dat de concurrentie met Amerikaanse bedrijven aankan. Hij heeft gezien hoe het leven van zijn moeder eruitzag en wil meer dan een fabrieksloontje verdienen. ‘Dat is hard werken voor weinig geld,’ zegt hij.

    Auteur: Kate Linthicium
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: © Katie Falkenberg

    Los Angeles Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 657.000

    Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.