Tag: Nairobi

  • Tijdens het Keniaanse Disconnect voelt niets doen bijna radicaal

    Tijdens het Keniaanse Disconnect voelt niets doen bijna radicaal

    De Serenity Social Club in Nairobi laat zien hoe verbinding tot stand komt: door in een persoonlijke setting offline te gaan.

    In Karen, een rijke, groene buitenwijk van Nairobi, levert een dertigtal mensen om 10 uur ’s ochtends hun mobiele telefoon in. Het is regel nummer 1 van ‘Disconnect’, een event van de Serenity Social Club: een hele dag zonder scherm of digitale meldingen. In plaats daarvan: yoga, pottenbakken, haken, gesprekken met onbekenden – of simpelweg een dutje doen op het gras.

    Wanjiru Wanjohi richtte Disconnect een jaar geleden op uit behoefte aan verbondenheid, aan een toevluchtsoord in geval van digitale vermoeidheid. ‘Ik had het gevoel dat ik nergens echt contact kon maken met mensen,’ vertelt ze. Het event vindt plaats in Afrika House, een drie verdiepingen tellende kunstgalerie die wordt omringd door een weelderige tuin. De dag begint met een yogasessie onder leiding van Victor Alfayo. ‘Je wordt er soepel oud mee,’ houdt hij de groep voor. ‘Door yoga leer je te aarden, en leer je hoe je te midden van de chaos de wereld kunt bezien.’

    Dutje op het gras

    Na de rekoefeningen is het tijd voor soloactiviteiten, waarbij de deelnemers verspreid door de tuin gaan zitten haken of schrijven. Eén deelnemer doet doodleuk een dutje op het gras.

    ICT’er Marvin Denis werd even bevangen door lichte paniek toen hij zijn telefoon moest inleveren, maar dat gevoel sloeg al snel om, zegt hij. ‘Ik heb een nieuwe kijk gekregen op wat offline-zijn inhoudt: het is terugkomen bij jezelf, weer contact maken met je innerlijke kind en met andere mensen.’

    Alice Kimani ontdekte het event op TikTok. Ze werkt als programmamanager vanuit huis en haar sociale leven was geslonken tot een venstertje in Zoom. ‘Ik zocht iets waar ik me zonder telefoon of laptop kon opladen en andere mensen kon ontmoeten,’ vertelt ze.

    ‘Ik zocht iets waar ik me zonder telefoon of laptop kon opladen en andere mensen kon ontmoeten’

    In een wereld waarin alles draait om productiviteit, had nietsdoen – en je daarvoor niet te hoeven te schamen – bijna iets radicaals.

    Nancy Maina woont in Meru, een stadje aan de voet van Mount Kenya, 220 kilometer ten noorden van de hoofdstad. ‘In Meru sta ik in contact met mezelf,’ zegt ze. ‘Maar ik weet niet wat er precies gebeurt als ik in Nairobi ben, op een of andere manier raak ik hier mijn balans kwijt.’ Om haar heen wordt er driftig geknikt: iedereen lijkt het gevoel te herkennen. Maina komt hier om te haken, wat haar helpt te aarden.

    Vieze handen

    In de middag is er een sessie pottenbakken bij keramist Lorine Otieno. Ze moedigt de deelnemers aan hun handen vies te maken, te vertrouwen op het proces en niet meteen te willen toewerken naar een eindproduct. ‘Werken met klei vraagt om vertraging en aandacht.’ Terwijl de kommen langzaam vorm krijgen, komen de tongen los. Eén deelnemer vertelt over zijn keuze voor een kinderloos bestaan, een ander over een pijnlijke beslissing uit het verleden. Met onbekenden die bereid zijn te luisteren, zonder steeds te worden afgeleid, voelt de ruimte verrassend veilig. Aan het eind van de middag is de workshop uitgemond in een groepsgesprek over burn-out, genezing en manieren voor een aangenamer leven in de hoofdstad.

    ‘Ik geef het event dubbel en dwars een tien. Ik ben echt helemaal opgefrist,’ zegt Denis, terwijl de telefoons aan het eind van de dag weer worden uitgedeeld. ‘Ik voel me als herboren.’

    Voor oprichter Wanjohi, die de weekends ooit afrekende op het aantal flessen dat ze had weggeklokt, is de aanblik van onbekenden die tijdens het haken en pottenbakken een band opbouwen het bewijs dat je geluk ook anders kunt vormgeven. ‘In Nairobi kun je makkelijk kopje-onder gaan,’ zegt ze. Het is haar droom om de gemeenschap verder te laten groeien en uiteindelijk een lotgenotengroep op te zetten voor mensen die worstelen met alcohol.

  • De extravagante Sonko klom op van buschauffeur tot gouverneur van Nairobi – totdat hij in ongenade viel

    De extravagante Sonko klom op van buschauffeur tot gouverneur van Nairobi – totdat hij in ongenade viel

    Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko schopte het tot senator en gouverneur van Nairobi dankzij zijn populariteit en het fortuin dat hij maakte met zijn enorme wagenpark. De heersende bovenklasse stak uiteindelijk een spaak in de wielen van de politieke ambities van deze onbetwiste koning van de matatusubcultuur.

    Halverwege het eerste decennium van deze eeuw nam Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko, die toen nog net geen veertig was, als een soort kolossus plaats in het zadel van Nairobi’s Eastlands: een koning en zijn uitpuilende leengoed. Eastlands is van alles, en niet in de laatste plaats een verzameling koloniale buitenhuizen en de vele imitaties daarvan uit de tijd van na de onafhankelijkheid. Ooit was Eastlands dé plek waar de Zwarte Afrikaanse elite zich vestigde. Maar toen die elite de macht in handen kreeg, trok ze en masse naar de buurten waar tot dan toe enkel Europeanen hadden gewoond. De wijk werd aan haar lot overgelaten en aan de randen ontstonden getto’s. Latere pogingen tot urbanisatie resulteerden in slecht ontworpen hoogbouw: flatgebouwen met krap bemeten en slecht verlichte woningen.

    Maar Eastlands ging niet bij de pakken neerzitten. Op de stoffige, onverlichte straten waar soms nauwelijks nog water uit de kraan kwam, ontstond de populaire straattaal Sheng, een fascinerende mengeling van Engels en Swahili, met her en der wat invloeden van andere straattalen. Het Sheng maakte de weg vrij voor de Keniaanse rapcultuur uit de jaren negentig, een uitdagende imitatie van de Amerikaanse gangsterrap.

    Matatu

    Mede dankzij deze evolutie veranderden de matatu [het informele openbaar vervoer van Nairobi] van eenvoudig ogende busjes, jalopies, in manyanga: gepimpte voertuigen met een opzichtige carrosserie, versierd met avant-gardistische kunstwerken, waaruit oorverdovende muziek schalt. Matatucrews – chauffeurs, kaartjesverkopers en mensen die wat bijverdienen als chauffeur of kaartjesverkoper – maken hun naam waar als de meest modieuze inwoners van Nairobi. Piekfijn gekleed en met veel blingbling, alsof ze zo uit een videoclip van Snoop Dogg zijn gestapt – tatoeages, geverfd haar, gouden en zilveren tanden, kettingen en ringen – zijn deze deres en kanges hiphopversies van de smetteloos geklede sapeurs uit de Democratische Republiek Congo. Deze extravagante figuren, die een schamel loon verdienen dat net zo snel weer wordt uitgegeven als het wordt verdiend, zijn een soort halfgoden op de straathoeken vol werklozen in Eastlands. Ze trakteren geregeld op flessen goedkope drank en op bundels qat, de bladeren met een stimulerende werking, tot grote vreugde van hun minder draagkrachtige leeftijdsgenoten en bewonderaars.

    116153189 233a7f07 fbad 4343 a4ae 8be714a044e0 2
    Blingbling met voodookrachten. © Facebook Mike Sonko

    De matatusubcultuur groeide uit tot een onlosmakelijk onderdeel van Eastlands. In 2010, toen de rest van Nairobi en Kenia Mbuvi leerde kennen, was de vijfendertigjarige al de onbetwiste koning van de matatusubcultuur. Hij bezat een aantal van de mooiste nganya – het Sheng-woord voor de versierde matatu was geëvolueerd van manyanga in de jaren negentig tot nganya rond 2000, en onlangs tot choda. Ze reden allemaal op route 58, tussen downtown Nairobi en het Buru Buru-winkelcentrum, een enorm druk gebied met cafés, gigantische supermarkten en discotheken.

    Voor matatu geldt: hoe uitbundiger, hoe beter. Dus Mbuvi leefde zich helemaal uit, experimenteerde met de installatie van grote tv-schermen in zijn 32-persoonsmatatu, en gaf de busjes namen als Brown Sugar, Convict, Ferrari, Lakers en Ruff Cuts. De passagiers konden nu naar de clips kijken van de muziek die ze hoorden. Mbuvi verrijkte zijn wagenpark zelfs met een dubbeldekker, zodat de Buru Buru-passagiers een mooi uitzicht hadden terwijl ze door hun stad reden. Voor Mbuvi, die nog geen twaalf jaar eerder in een extra beveiligde gevangenis had gezeten, had het leven een opmerkelijke wending genomen. Maar weinig mensen realiseerden zich dat dit nog maar het begin was.

    Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi

    Op 12 maart 1998 was Mbuvi naar de Shimo La Tewa Maximum Security Prison gestuurd. Hij was gevangene P/No. SHO/477/1998. Na een maand achter de tralies deed hij alsof hij ziek was en werd overgeplaatst naar het Coast General Hospital in Mombassa, waar hij op 16 april 1998 uit ontsnapte, om later terug te keren in Buru Buru. Samen met zijn vrouw Primrose wist Mbuvi voldoende geld bij elkaar te schrapen om een hair salon, een barber shop, een videobibliotheek, een cybercafé, een zaak in tweedehands auto-onderdelen en een kledingboetiek op te zetten.

    Omdat Mbuvi voortvluchtig was, hield hij zich op de achtergrond. Primrose hield de boel draaiende en de zaken floreerden. Het stel opende een populaire nachtclub en stortte zich vervolgens in de matatu-business. In het begin kon Mbuvi zich geen nganya veroorloven. En dus nam hij genoegen met een paar aftandse matatu, die hij inzette in Dandora, diep in Eastlands: een uitgestrekte nederzetting waar zich de grootste stortplaats van Nairobi bevindt.

    Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi. Daarmee waren zij heer en meester op de Buru-route. Het geld begon binnen te stromen. Er bestaat een hiërarchie in de wereld van de nganya, die ongeveer net zo werkt als bij hitlijsten. Hoe langer een nummer op één staat, hoe meer de artiest eraan verdient. Bij de nganya geldt dat de busjes die bovenaan staan, meer verdienen op een dag: door een hogere prijs te vragen of door vaker op en neer te rijden, of beide.

    Groupies

    Dat men hogere prijzen durft te vragen komt voort uit het feit dat er altijd een gestage stroom passagiers is die bij de halte blijven wachten op hun favoriete nganya – je zou ze fans of groupies kunnen noemen. Deze mensen vinden het geen probleem om wat extra te betalen voor comfort, muziekkeuze of prestige als ze in hun favoriete nganya kunnen zitten. En wat nog belangrijker is: de nganya aan de top kunnen vaker op en neer rijden, omdat zij zich niet hoeven te houden aan bepaalde protocollen binnen het matatu-ecosysteem, zoals de regel dat bij de haltes het busje dat het eerst komt, het eerst maalt. Dus hoefden Mbuvi’s nganya in het centrum van Nairobi niet achter in de rij aan te sluiten, maar konden ze onmiddellijk passagiers aan boord nemen en weer terugrijden. Hetzelfde gold in het Buru-winkelcentrum, waar ze de motor niet eens uit hoefden te zetten. Zolang de nganya in beweging waren, waren Mbuvi’s geldschieters tevreden. Maar het grootste voordeel van de nganya was dat ze hun eigen wetten maakten. Om maar zo vaak mogelijk op en neer te kunnen rijden, haalden ze aan de verkeerde kant in, sneden af, drukten motoren van de weg en reden soms op de verkeerde weghelft.

    Dat deze ‘matatuwaanzin’ al die tijd werd gedoogd door de inwoners van Nairobi, komt door de corruptie van de verkeerspolitie, die op de loonlijst staat van de matatubaronnen. Volgens de bestuurders van enkele van de populairste nganya van Nairobi (de routes die ze rijden moeten geheim blijven uit angst voor represailles) heeft er altijd een corruptievoedselketen bestaan. De belangrijkste agenten krijgen elke maand betaald en het bedrag daalt naarmate men lager in de rangorde zit. De verkeersagenten krijgen het minst betaald, een halve dollar per nganya per dag. Nganya moesten de verkeersregels wel breken, zo was de gedachte, want het is een geweldige investering om een gewoon minibusje om te bouwen tot een nganya.

    Nog los van het feit dat Mbuvi hier een godsvermogen mee verdiende – volgens een schatting die Mbuvi zelf ooit maakte, zou hij op een gemiddelde dag al tegen het einde van de ochtend zo’n 200 dollar per nganya hebben verdiend, en dan moest het spitsuur nog komen – heeft hij het door de matatu ook geschopt tot baas.

    ‘Sonko’

    In deze periode van zijn leven kreeg Mbuvi de bijnaam ‘Sonko’ – Sheng voor baas, of de man met het geld. Mbuvi’s andere bijnaam, die nooit hardop is uitgesproken, is Kabumba – een Sheng-term die verwijst naar zwarte magie. Mbuvi’s ster rees zo snel dat sommige mensen tovenarij vermoedden. De gefluisterde geruchten werden deels gevoed door het feit dat Mbuvi is geboren en getogen aan de kust, en ze steunden op de populaire mythe dat er een krachtige vorm van tovenarij is die haar kracht ontleent aan de Indische Oceaan. Mbuvi heeft geen moeite gedaan dit beeld weg te nemen; hij draagt aan al zijn vingers gouden ringen met merkwaardig uitziende dieren – het idee is dat er voo­dookrachten schuilen in blingbling.

    ANP 409337621 1
    Een door Sonko gefinancierd Rescue Team ontsmet de straten tijdens de pandemie. – © AFP

    Dus tegen de tijd dat er in april 2010 tussentijdse parlementsverkiezingen werden gehouden in Nairobi’s Makadara-kiesdistrict, was Mbuvi in Eastlands al een factor om rekening mee te houden. Mbuvi was niet langer alleen de flamboyante eigenaar van de coolste nganya, hij was bovendien uitgegroeid tot woordvoerder van alle Eastlands-matatu, die hem tot voorzitter hadden gekozen. Toen de overheid in 2007 de haltes van de Eastlands-matatu wilde verplaatsen van het centrum naar de randen van de stad, stapte Mbuvi naar de rechter en wist er een stokje voor te steken. Buiten Eastlands had Mbuvi nog altijd iets mystieks: de geheimzinnige eigenaar van beruchte Buru-matatu, die zich nergens iets aan gelegen liet liggen. Maar Nairobi zou al snel meer over hem te weten komen.

    Mbuvi’s belangstelling voor de tussentijdse verkiezing was gewekt doordat hij meende dat niemand anders in het kiesdistrict beschikte over zo’n netwerk, zo veel mankracht en zo’n uitgebreide infrastructuur als hij, met het Buru-winkelcentrum als middelpunt. Als hij zou besluiten zijn uitgebreide nganyanetwerk van chauffeurs, kaartjesverkopers en losse krachten te gebruiken als campagnetool, zou hij een enorme voorsprong hebben op de andere kandidaten. Bovendien had Mbuvi dankzij zijn nganya grote hoeveelheden contant geld, waar hij kwistig mee strooide.

    Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom

    Mbuvi zorgde onmiddellijk voor ophef in de doorgaans zo rustige politiek in Nairobi. Wie was die magere knul op dat billboard, met dat opzichtige uiterlijk? En hoezo noemde hij zichzelf Sonko? Maar al snel deed het nieuws de ronde dat Mbuvi de eigenaar was van de beruchte nganya, en toen vielen de puzzelstukken op hun plek. Door de nganya verdiende Mbuvi schatten geld – vandaar de naam Sonko – en als eigenaar genoot hij immuniteit.

    Vanaf dat moment, en gedurende zijn hele theatrale decennium in de politiek, werden Mbuvi’s vele misstappen hem vergeven omdat hij de verpersoonlijking was van umatatu: een anarchistisch fenomeen dat wordt gekenmerkt door brutaliteit, vulgariteit en bravoure, en belichaamd door zorgeloze matatucrews.

    Maar umatatu leverde Mbuvi niet alleen geld en roem op, het leidde ook tot opgetrokken wenkbrauwen. De gevestigde politieke partijen wilden zich niet met Mbuvi inlaten, ondanks zijn herhaaldelijke toenaderingspogingen. Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom.

    Parlementslid

    Hoewel hij het opnam tegen lokale kandidaten, won Mbuvi de verkiezingen en daarmee had Makadara een nieuw parlementslid. Mbuvi liet er geen gras over groeien. Hij wilde zo snel mogelijk zijn stempel op de politiek drukken aangezien hij nog maar twee jaar de tijd had voor de algemene verkiezingen van 2013. Mbuvi maakte zijn naam, Sonko, waar door in het wilde weg stapeltjes knisperende bankbiljetten uit te delen zodra hij een behoeftige Nairobiaan tegenkwam en ventte zijn vrijgevigheid handig uit op social media. Om te zorgen dat er over hem werd gepraat, reed hij rond in vergulde SUVs, droeg kilo’s gouden sieraden en verfde zijn haar goud. Zo trok hij meer dan genoeg aandacht – niet allemaal even positief.

    Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie

    Drie maanden nadat Mbuvi was gekozen, deed de politie een inval in zijn kantoor en in zijn huis in Buru, op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel, na een tip van de Amerikaanse ambassade (de minister van Binnenlandse Veiligheid heeft in het parlement toegegeven dat de Amerikanen dit hebben gelekt). Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie en deed in het parlement op hoge toon zijn beklag over intimidatie door de politie.

    Op 10 november 2005 landden Artur Margaryan en Artur Sargasyan, twee met gouden kettingen behangen Armeniërs, in Nairobi. Door zich eerst voor te doen als zakenlieden, vervolgens als playboys en uiteindelijk als veiligheidsexperts, wist het stel connecties te leggen op het hoogste niveau van de Keniaanse samenleving. Uiteindelijk bleken de beide mannen zo nuttig voor degenen met wie ze verwikkeld waren in allerlei schimmige zaakjes, dat ze allebei werden benoemd tot adjunct-commissaris van politie.

    ANP 408379752
    Aanhangers van Sonko tijdens de Dag van de Arbeid. – © AFP via Getty Images

    Keniaanse journalisten brachten de beide Arturs herhaaldelijk in verband met drugshandel. En hoewel de politie niet kon bewijzen dat Mbuvi zelf was betrokken bij drugshandel, leek de politie, door nadrukkelijk te verwijzen naar de nganya die Mbuvi Artur had gedoopt – en door ARTUR zelfs in hoofdletters te schrijven – te impliceren dat hij dan misschien niet direct schuldig mocht zijn, maar dat zijn voorliefde voor vermoedelijke dealers veelzeggend was.

    Terecht of niet, het stempel van drugsdealer bleef aan Mbuvi kleven (misschien dat hij daarom in 2012 besloot zijn naam te veranderen van Mbuvi Gidion Kioko in Mbuvi Gidion Kioko Mike Sonko). Niet dat dit hem schade berokkende: zijn populariteit steeg tot ongekende hoogten.

    Drugshandelaanklacht

    Mbuvi zag de drugshandelaanklacht als een schot voor de boeg en hij begreep dat hij politieke bescherming moest zoeken – en snel ook. Zijn succes bij de tussentijdse verkiezing was natuurlijk geen garantie voor toekomstige politieke successen, zeker niet nu hij zijn zinnen erop had gezet de eerste senator ooit te worden voor Nairobi (een functie die in 2010 in de Keniaanse grondwet was opgenomen). Hij moest aansluiting zoeken bij een van de twee politieke partijen. Dit keer was zijn timing perfect. Uhuru Kenyatta, destijds een van de twee vicepremiers, stond op het punt zich kandidaat te stellen voor het presidentschap namens de Nationale Alliantie Partij. Als zoon van Jomo Kenyatta, de grondlegger van de Keniaanse onafhankelijkheid, behoort Kenyatta tot de politieke royalty, maar hij zat in ernstige problemen en hij had alle vrienden nodig die hij maar kon vinden.

    Hij ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren

    Kenyatta was een van de vier Kenianen die door het Internationaal Strafhof in Den Haag werden vervolgd wegens misdaden tegen de mensheid. De aanklachten houden verband met het geweld in 2007 en 2008, voorafgaand aan de verkiezingen, waarbij meer dan duizend mensen zouden zijn vermoord. Mbuvi wierp zich op als Kenyatta’s belangrijkste pleitbezorger. Hij trok Kenyatta’s situatie naar zich toe en ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren. Hij vloog naar Den Haag om demonstraties vóór Kenyatta te leiden, telkens wanneer Kenyatta moest voorkomen. Dan droeg hij steevast een T-shirt met de woorden Respect our Prezzo, Takataka nyinyi ghasia! (Respect voor onze president, stelletje eikels!)

    Mbuvi’s steun voor Kenyatta loonde. Tijdens de verkiezingen van 2013 wisten Kenyatta en zijn running mate William Ruto – die ook in Den Haag was aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid – met een minieme marge het presidentschap in de wacht te slepen. De zaak tegen beide leiders werd vervolgens geseponeerd.

    Mbuvi liftte mee op dit succes en werd de eerste senator van Nairobi, met maar liefst 808.705 stemmen: het hoogste aantal stemmen dat tot dan toe in Kenia was uitgebracht op een afzonderlijke politicus die niet opging voor het presidentschap. Mbuvi was niet te stuiten.

    Misrekening

    Zoals de meeste net gekozen senatoren realiseerde Mbuvi zich dat hij misschien een misrekening had gemaakt. De titel mag dan nog zo indrukwekkend zijn, de baan zelf beperkt zich tot toezicht houden. De echte macht lag bij de gouverneurs, die zeggenschap hadden over enorme budgetten en die zodoende levens en leefomstandigheden konden beïnvloeden. Dus bedacht Mbuvi een plan. Hij richtte een particulier gefinancierde, pro-bono opererende dienstverlenende instantie op, het Sonko Rescue Team, dat bestond uit ambulances, brandweerauto’s en watertanks. Hij schakelde honderden jongeren in om het geheel te bemannen, en liet ze ondertussen afval van de straat halen. Hij zorgde dat de nieuwe organisatie de ziekenhuisrekening betaalde van mensen die een gespecialiseerde behandeling moesten ondergaan in Kenia of in het buitenland. Mocht diegene onverhoopt overlijden, dan stelde Mbuvi gratis een van zijn beroemde nganya beschikbaar als lijkwagen.

    Tijdens een senaatsbijeenkomst ging Mbuvi bijna op de vuist met gouverneur Kidero, de man die hij uit het zadel wilde wippen. Het had geen negatieve gevolgen voor hem. Niets kon Mbuvi raken. Voorlopig niet, in ieder geval.

    Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’

    Maar hoewel de doorgaans achteloze Kenyatta zich niet leek te storen aan Mbuvi’s umatatu en zijn anarchistische streken keer op keer door de vingers zag, was er een groepje hoge ambtenaren dat daar anders over dacht. Zij maakten zich zorgen over wat er zou gebeuren als Mbuvi gouverneur van Nairobi zou worden. Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’ – een operatie waar Mbuvi zich herhaaldelijk in het openbaar over beklaagde, zodra hij tegenwerking ervoer van de overheid.

    Op zeker moment zag het ernaar uit dat Mbuvi naar een zijspoor was gedirigeerd. Op een avond laat vroeg hij belet aan bij Kenyatta. Naar het schijnt raakte Mbuvi overstuur en vroeg hij Kenyatta waarom die hem verloochende terwijl Mbuvi de president juist had gesteund tijdens het proces in Den Haag. De volgende ochtend om acht uur ontving Mbuvi een bewijs van goed gedrag van de politie, waarmee hij toch aan de voorverkiezingen kon meedoen. Die hij won.

    Toontje lager

    Nadat de president had laten zien dat hij Mbuvi dan misschien niet steunde maar wel naar hem luisterde, zagen de hoge ambtenaren en hun geldschieters zich gedwongen een toontje lager te zingen. Maar daar wilden ze dan iets voor terug: zij wilden bepalen wie Mbuvi’s running mate zou worden. Het was de bedoeling om op die manier Mbuvi’s umatatu te beteugelen, door hem te koppelen aan een ingetogener iemand. Maar vooral hoopte men op deze manier bepaalde commerciële belangen veilig te stellen. De politiek was belangrijk, maar nog belangrijker was het geld. Polycarp Igathe, een loyale protégé die ervaring had opgedaan binnen het Keniaanse bedrijfsleven, leek dé man voor deze klus.

    Het plan was eenvoudig. Mbuvi zou de stemmen binnenhalen. Igathe zou regeren, met als uiteindelijke bedoeling Mbuvi uit het zadel te wippen, zodat de paar uitverkorenen Nairobi konden overnemen, met Igathe als mogelijke gouverneur. Mbuvi ging op dat moment niet de directe confrontatie aan, maar verliet zich op realpolitik. Hij gaf toe aan de eisen van zijn tegenstanders en veinsde gedurende de hele campagneperiode een vriendschappelijke band met Igathe.

    De merkwaardige combinatie werkte. Mbuvi won met 871.974 stemmen – waarmee hij zijn eigen record uit 2013 brak. Het overgrote deel van de stemmen was afkomstig van het Eastlands-proletariaat.

    Igathe walste het gemeentehuis binnen en foeterde het personeel uit toen hij afval zag liggen in de parkeergarage. De overname van het stadhuis door Igathe was in volle gang. Maar Mbuvi was hem een stap voor. Hij vulde het stadhuis met loyale rouwdouwers uit Eastlands. De meesten hadden nauwelijks een taakomschrijving, behalve kijken en luisteren. Dankzij hen was Mbuvi alomtegenwoordig. Er kon geen papiertje worden verplaatst zonder zijn toestemming.

    ANP 408438949
    Gouverneur Mike Sonko in tweedelig pak op een politieke bijeenkomst in Nairobi,  2018. © AFP

    Vervolgens omringde hij zich met een legertje lijfwachten, personal assistants en handlangers uit zijn matatuhoogtijdagen. De achterdocht greep om zich heen. Nairobi werd geregeerd door paranoia.

    Om de chaos te vergroten had Mbuvi een handvol mobiele telefoons en hij was de enige die wist welke waarvoor was. Hij bepaalde zelf wanneer hij bereikbaar was en wanneer hij van de aardbodem verdween. Uit angst dat er een administratieve maalstroom dreigde, deed Igathe verwoede pogingen de bureaucratie op het gemeentehuis vlot te trekken. Maar het was te laat. Na zes maanden liet de man die Mbuvi in het gareel had moeten houden om hem uiteindelijk te vervangen, op Twitter weten dat hij ontslag nam.

    Plaatsvervanger

    Mbuvi moest een nieuwe plaatsvervanger benoemen, maar dat deed hij niet. Toen er druk op hem werd uitgeoefend om dat toch te doen, stuurde hij in het wilde weg kandidaten naar het districtsbestuur, ter goedkeuring. Die werden automatisch afgewezen. Maar met elke stap won hij tijd. Vervolgens zorgde hij dat alle telefoongesprekken werden opgenomen: kruisraketten die hij afvuurde al naargelang de hoeveelheid schade die hij wilde berokkenen, wíé hij wilde schaden en wáár. Toen Igathe ontslag nam, lekte Mbuvi hun gesprekken, waarmee Igathe in een slecht daglicht kwam te staan. Toen er een woordenwisseling ontstond met Esther Passaris, parlementslid voor Nairobi, liet Mbuvi screenshots lekken met berichten waarin zij hem vroeg haar campagnes te financieren.

    Met eenzelfde machiavellistische tactiek bestuurde Mbuvi Nairobi. Zijn kabinet moest op eieren lopen omdat hij wekelijks de samenstelling veranderde. Om iedereen in het gemeentehuis scherp te houden, zorgde Mbuvi ook dat alle hoge ambtenaren een tijdelijke functie kregen, zodat hij hen zonder enig probleem kon ontslaan, overplaatsen of degraderen. Hij regeerde enerzijds door angst en corruptie; anderzijds door chaos en verwarring. Alles leek te gaan zoals hij wilde.

    Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden

    Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden. Op een zaterdagochtend in april 2018 leken ze toch te ver te gaan. Een groep stevig gebouwde kleerkasten stormde Hotel Boulevard in het centrum van Nairobi binnen en verstoorde met veel geweld een persconferentie van de ingetogen Timothy Muriuki, een voormalig hoofd van de Nairobi Central Business District Association. Muriuki werd gezien als een onbeduidende criticaster die een lesje moest leren. De mannen takelden hem toe terwijl de journalisten zich uit de voeten maakten. De knokploeg, die er enkel op was gericht Muriuki de mond te snoeren en de pers uiteen te drijven, sleurde Muriuki het terrein af. Hij werd in een modderpoel geduwd en hij viel. Muriuki wist overeind te krabbelen en wilde wegrennen, waarop de aanvallers zijn jasje grepen en weer begonnen te slaan en te trappen. Muriuki wist te ontsnappen terwijl journalisten de bewakers van een naburig gebouw wisten over te halen hem een veilig heenkomen te bieden.

    Kenia’s deep state

    Toen de inwoners van Nairobi dit alles op social media zagen, realiseerden velen zich dat ze een stommiteit hadden begaan door Mbuvi met zijn umatatu te kiezen.

    De ambtenaren en zakenlieden die er niet in waren geslaagd hem uit het zadel te wippen, besloten een nieuwe poging te wagen. Ze probeerden gebruik te maken van Mbuvi’s paranoia. Uit angst dat het gemeentehuis werd afgeluisterd besloot Mbuvi Nairobi te besturen vanuit afwisselend een onopvallend pied-à-terre in de Upper Hill-buurt – een huis dat hij had omgebouwd tot kantoor – en zijn gigantische villa op een heuveltop in Mua Hills, vol opzichtig goud, midden in de buitenwijken van Nairobi.

    Mbuvi liet zijn kabinet bijeenkomen in deze privéwoningen. Mbuvi’s tegenstanders gebruikten de pers als spion en zo kwam de ene na de andere weinig lovende krantenkop uit, totdat Mbuvi uiteindelijk liet weten slachtoffer te zijn van Kenia’s deep state, gerund vanuit het kantoor van de president. Voor de zoveelste keer noemde hij minister Karanja Kibicho een marionettenspeler. De inkt van al deze schadelijke krantenberichten – dat hij dronk tijdens het werk, dat hij het gemeentehuis bestuurde als een maffiabaas, dat hij nooit naar zijn kabinet luisterde en dat hij bijna failliet was – was nog niet droog of de landelijke anticorruptie-eenheid sloeg toe. Verschillende van Mbuvi’s banktransacties werden als verdacht aangemerkt. Mbuvi liet in niet mis te verstane bewoordingen weten dat hij weliswaar in armoede was opgegroeid, maar dat hij geen pauper was. Hij zei handenwringend: ‘Als ik al mijn eigendomsakten te gelde maak, heb ik meer geld dan het jaarlijkse budget van heel Nairobi.’ Het budget van Nairobi voor de periode 2019-2020 bedroeg 320 miljoen dollar. Hij probeerde het publiek te bespelen, maar daarmee wist hij nog niet de autoriteiten af te schudden. Eind 2019 stond zijn arrestatie gepland.

    Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen

    Toen hij vernam dat hem verschillende aanklachten boven het hoofd hingen, van witwassen tot corruptie, nam Mbuvi de benen en probeerde zich schuil te houden in een van zijn huizen aan de kust. Zijn konvooi werd onderschept bij Voi, tussen Nairobi en Mombassa, en Mbuvi werd in een helikopter gewerkt en teruggevlogen naar de hoofdstad. Het machtsvertoon maakte iedereen duidelijk dat de voormalige matatukoning het opnam tegen niemand minder dan Kenyatta.

    Mbuvi moest een duizelingwekkende borgsom betalen, van 150.000 dollar, en de rechtbank legde hem een verbod op om het stadhuis te betreden totdat de zaak helemaal was afgehandeld. Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen.

    Op de avond van 24 februari 2020 kreeg Mbuvi het bericht dat hij zich moest melden op het State House, de officiële residentie van de president. Hij kwam twee uur te laat voor zijn afspraak van 6 uur ’s ochtends. Kenyatta was er niet meer. Toen Kenyatta die middag terugkwam, droeg hij Mbuvi op een aantal functies binnen het districtsbestuur van Nairobi over te dragen aan de landelijke overheid – onder meer functies met betrekking tot planning, gezondheid, transport, openbare werken, ondersteunende diensten en belastinginning. Als troost mocht Mbuvi aanblijven als gouverneur, zij het eentje zonder werkelijke macht. Om 4 uur ’s middags verscheen een duidelijk geslagen Mbuvi op een persconferentie met de president, waar hij deemoedig een document ondertekende waarmee hij afstand deed van zijn electorale mandaat.

    Afzettingsprocedure

    En zo was de grootste stad van Kenia, tevens de hoofdstad, van de ene op de andere dag zijn gekozen gouverneur kwijt en werd de stad geleid door een keiharde generaal. Ondanks zijn eerdere berusting kwam Mbuvi in opstand. Als gouverneur was Mbuvi de officiële ondertekenaar geweest van de rekeningen bij Nairobi County-bank, en nu weigerde hij geld over te maken naar gemeentelijke diensten. Kenyatta sloeg terug en zette een afzettingsprocedure in gang. Mbuvi greep terug op umatatu en liet een aanzienlijke groep leden van de County Assembly overvliegen naar de kust, zodat het stadsbestuur niet de vereiste hoeveelheid stemmen kon binnenhalen om hem af te zetten. Er doken video’s op van tientallen leden van de gemeenteraad, mannen en vrouwen, die dikke pakken geld toonden terwijl ze met Mbuvi feestvierden in een van zijn vele kustresorts. De gemeenteraad besloot echter dat vanwege het covid-protocol niet alle leden van de gemeenteraad lijfelijk hun stem hoefden uit te brengen. Dus de mensen aan de kust konden digitaal stemmen.

    Mbuvi werd vlak voor kerstmis 2020 afgezet. Een verbitterde en ongelovige Mbuvi, die zonder werk was komen te zitten en in ongenade was gevallen, ging in de aanval. Hij liet een telefoongesprek lekken waarin de jongere zus van de president, Christina Pratt, Mbuvi zou hebben geprobeerd over te halen haar vriend te benoemen als vicegouverneur.

    Vervolgens ging Mbuvi naar bijeenkomsten door het hele land, waar hij publiekelijk allerlei corruptieschandalen in de schoenen van de presidentiële familie schoof. Zijn aanvallen sorteerden effect en Kenyatta kon niet langer de schijn ophouden. Tijdens een bijeenkomst met andere leiders in de buurt van Mount Kenya, bekende hij dat hij zelf de hand had gehad in het afzetten van Mbuvi. ‘Ik heb geprobeerd mijn vriend te helpen… uiteindelijk sloeg hij dat aanbod af omdat hij zich wilde blijven verschuilen achter zijn zonnebril, wilde blijven opscheppen en blijven stelen… dus heb ik gezegd: als dat het geval is, scheiden onze wegen. Tegenwoordig is hij druk bezig mij zwart te maken. Ik heb niets tegen hem, maar Nairobi is nu in betere handen.’

    Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren

    Een verhitte Mbuvi ging binnen een uur in de tegenaanval en sloeg een aloud Swahili-gezegde in de wind: usishandane na ndovu kunya, utapasuka msamba – een waarschuwing dat je nooit een wedstrijdje poepen moet doen met een olifant omdat jij dan je ingewanden scheurt. Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren.

    ANP 433163533
    De Keniaanse DJ Slice draait in een tot luxueuze club omgebouwde matatu. – © ANP

    In februari sprak Mbuvi tijdens een demonstratie in Machakos. Hij liet Kenyatta’s speech door de luidsprekers horen en noemde de president vervolgens een dronkenlap met wie hij nog marihuana had gerookt. ‘Ik zal zijn naam niet noemen omdat hij me anders laat oppakken of vermoorden, dat is zijn probleem,’ zei Mbuvi. ‘Maar wat mijn vriend er niet bij vertelt is dat hij me heeft aangeraden die zonnebril op te zetten toen we samen marihuana rookten. Hij heeft me geleerd mijn bloeddoorlopen ogen te verbergen achter die bril als we hadden gerookt… van hem heb ik alles geleerd over zonnebrillen, drank en marihuana.’

    Mbuvi had in de ogen van de president nu dan toch eindelijk een grens overschreden met zijn umatatu. Hij werd achtenveertig uur later opgepakt en meer dan een maand vastgehouden op verdenking van terrorisme. De openbaar aanklager stelt dat Mbuvi een privéleger heeft dat een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid.

    Umatatu had gunstig uitgepakt voor Mbuvi, totdat alles ineens anders was. En diegenen die hij had geprobeerd te verslaan – de zakenlieden en de politici van de oude stempel – waren hem te slim af geweest. De matatukoning was geveld. 

    Lees ook:

  • ‘Hier zijn ze veilig.’ Bij deze club kunnen Keniase meisjes terecht nu de scholen dicht zijn

    ‘Hier zijn ze veilig.’ Bij deze club kunnen Keniase meisjes terecht nu de scholen dicht zijn

    Sinds de scholen in Kenia zijn gesloten, organiseert de 23-jarige Winnie Achieng activiteiten voor tienermeisjes in haar wijk in Nairobi. De lockdown maakt hen kwetsbaar voor seksueel geweld. ‘Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding.’

    Op de eerste verdieping van een buurtcentrum in Mathare, een sloppenwijk in Nairobi, steken een aantal meisjes hun hand op nadat ze een vraag is gesteld. Christine, zeventien jaar, krijgt het woord. ‘Een relatie is als twee of meer mensen een band met elkaar hebben, zoals ik en mijn zus,’ antwoordt ze zelfverzekerd. 

    De bijeenkomst staat in het teken van relaties: zowel familierelaties als vriendschappelijke en romantische relaties. Deze meisjes nemen deel aan een workshop die is georganiseerd door de 23-jarige Winnie Achieng. Toen de Keniase scholen begin 2020 vanwege corona hun deuren sloten, zag Achieng in haar wijk veel doelloze tienermeisjes met een vergrote kwetsbaarheid voor seksueel misbruik. 

    Ze besloot een project op te starten om meisjes door middel van sociale en educatieve activiteiten van de straat te houden. Het doel van de workshops is de veiligheid en het welzijn van de tienermeisjes te bevorderen door middel van ervaringsgerichte lessen. 

    ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief’

    ‘Tijdens deze pandemie zijn jongeren overgeleverd aan tal van zaken: gesloten scholen, seksueel geweld, politiegeweld, het virus zelf. Pedofielen maken misbruik van jonge meisjes door ze te lokken met geld, snacks, maandverband en zelfs kleding,’ vertelt Achieng. ‘Tot nu toe heb ik in onze wijk gelukkig nog geen tienerzwangerschappen gezien, dus dat is in ieder geval positief.’

    De eerste workshop van Achieng en vrijwilligster Sarah Milanoi, 27 jaar, telde vijftien deelneemsters. Inmiddels is hun aantal gegroeid tot veertig, verdeeld over twee groepen. Het project vormt een veilige thuishaven voor tienermeisjes, die er dagelijks terecht kunnen. 

    Het belang van een veilige plek wordt benadrukt door de veertienjarige Shameem: ‘We weten dat meisjes worden aangerand en verkracht, en we moedigen al onze vriendinnen aan om ook hierheen te komen, zodat we gezellig samen zijn.’ 

    ‘Soms maak ik dingen mee waar ik mijn ouders liever niet mee wil lastigvallen’

    ‘De workshops houden ons bezig en bovendien is het veel leuker om je tijd met leeftijdgenoten door te brengen dan de hele dag thuis te zitten,’ voegt de zeventienjarige Alicia hieraan toe. Maar ze prijzen ook de ervaringsgerichte lessen, nu de scholen alweer bijna zeven maanden dicht zijn. ‘Tijdens de bijeenkomsten krijgen we toch een beetje het gevoel dat we op school zitten,’ zegt Shameem. 

    ‘Onze ouders hebben het met deze lockdown al moeilijk genoeg een fatsoenlijk inkomen te verdienen om in onze levensbehoeften te voorzien,’ vertelt Christine, zeventien jaar. ‘Soms maak ik dingen mee waarmee ik ze liever niet wil lastigvallen. Hier kunnen we onze verhalen kwijt. Winnie is als een zus, een vriendin, zelfs als een moeder voor ons.’ 

    ‘En ze regelt ook nog eens dingen als maandverband,’ zegt de dertienjarige Jackline. ‘Er wordt ons regelmatig op het hart gedrukt situaties te vermijden die ons in de problemen kunnen brengen,’ vertelt de veertienjarige Adelaine. ‘Winnie, Akinyi [een andere vrijwilligster] en Sarah geven ons vaak advies hoe we met seksuele intimidatie om moeten gaan en seksueel misbruik kunnen melden.’ 

    Intuïtie

    Milanoi helpt Achieng bij de lessen over onderwerpen als menstruatie, reproductieve gezondheid, seksuele instemming, voorbehoedsmiddelen en het opbouwen van een gezonde relatie. ‘Bij onze gesprekken over seksuele veiligheid komt ook misbruik aan de orde,’ vertelt Milanoi. ‘We leren de meisjes om voor zichzelf op te komen en te vertrouwen op hun intuïtie als ze het gevoel hebben dat er iets niet klopt.’ 

    Zoals zoveel Kenianen hoorde Achieng in april op het nieuws over de toename van tienerzwangerschappen in Kenia, hoewel er vraagtekens kunnen worden gezet bij de betrouwbaarheid van de gebruikte statistieken, want onderstaande grafieken tonen een ander beeld. Maar als jonge moeder van twee had Achieng geen statistieken nodig om te weten welke gevaren voor jonge tienermeisjes in Huruma en Mathare bij de schoolsluiting op de loer liggen. 

    ‘Ik zag al van verre aankomen dat gezondheidscentra zich volledig zouden richten op het coronavirus en dat zaken als reproductieve gezondheid en seksueel misbruik naar het tweede plan zouden verschuiven,’ vertelt ze. ‘Ik ben in deze buurt opgegroeid, dus ik ken het hier goed. Ik maakte me zorgen dat jonge meisjes door de coronabeperkingen geen toegang hadden tot informatie over seksueel misbruik en de aangifte daarvan.’ 

    Schermafbeelding 2021 02 17 om 15.56.59
    Data die verzameld zijn door de auteurs.

    Achiengs initiatief steunt op vrijwilligers die op verschillende manieren bij het project zijn beland. ‘Een paar weken nadat de scholen sloten, hoorde ik via de Community Health Volunteers in Huruma dat ze vrijwilligers zochten,’ vertelt Mary Meul, 22 jaar, bijvoorbeeld. ‘We kregen allemaal een aantal huishoudens toegewezen, die we bezochten om te kijken of er hulp nodig was. Aan het begin van de pandemie gaven we vooral informatie over het nut van handen wassen en het dragen van mondkapjes.’ 

    Een paar weken nadat ze met het vrijwilligerswerk was begonnen, hoorde Mary over een incestslachtoffer in haar wijk. ‘Ze was pas tien. Dat raakte me enorm. Daarop besloten mijn vriendin en ik om ons bij Winnie aan te sluiten. We moedigen meisjes in verschillende delen van Mathare aan om naar het buurtcentrum te komen,’ vertelt ze. ‘Hier zijn ze veilig, al is het maar voor een paar uur.’

    Natuurlijk zijn niet alleen meisjes getroffen door de lockdown. Achieng zou dolgraag ook een project voor jongens willen optuigen, maar stuit vooralsnog op te veel hobbels. ‘Voor jongens moet je andere activiteiten organiseren,’ zegt ze. ‘Ze kunnen niet zoals meisjes urenlang stilzitten. Iets sportiefs zou perfect zijn, maar ik heb nog geen middelen gevonden om een speelveld, voetballen en dat soort zaken te regelen.’

    ‘Toen de scholen sloten,’ vertelt de 17-jarige Charles, ‘veranderde in één klap alles. Ik moet voor mijn broertjes en zusjes zorgen, dus ik moest op zoek naar een inkomen. Eerst sloot ik me aan bij een straatbende, omdat ze me geld boden.’ 

    Een paar weken later werd zijn beste vriend voor zijn ogen vermoord. ‘Toen ben ik afgehaakt en tweedehands kinderkleding gaan verkopen,’ vertelt hij. ‘Het valt allemaal niet mee, maar het is wel een stuk veiliger.’ 

    ‘Tienerjongens worden ook hard geraakt door de sluiting van de scholen,’ zegt Achieng. ‘De meeste ouders zijn hun bron van inkomsten door de pandemie kwijtgeraakt, waardoor hun toch al moeilijke levensomstandigheden verder verslechteren. Er zijn talloze tieners zoals Charles die hun families met kleine bedrijfjes onderhouden.’

    Beperkte internetbundels

    Na de sluiting van de Keniase scholen was Achieng niet de enige die in actie kwam. Andrew Muli, een 26-jarige middelbareschooldocent in Mathare, vond een nieuwe manier om les te blijven geven toen livelessen niet langer mogelijk waren.

    ‘Ik heb een WhatsAppgroep opgezet waar zo’n honderd leerlingen in zitten. Ik deel aantekeningen en toetsen, en de leerlingen sturen me hun antwoorden,’ vertelt hij. Zo geeft hij vier virtuele lessen per week waarmee hij een klein percentage van de jongeren bereikt. 

    ‘De opkomst is erg laag omdat maar twintig procent van de leerlingen toegang heeft tot het internet. De meeste leerlingen die in de WhatsAppgroep zitten, gebruiken de mobiele telefoon van hun ouders. Dat betekent dat ze afhankelijk zijn van hun werktijden en beperkte databundels.’ 

    Zijn lessen komen natuurlijk niet in de buurt van de ondersteuning die leerlingen op school zouden krijgen en die Winnie met haar workshops probeert te geven. ‘Op school kunnen leerlingen bij eventuele problemen meteen terecht bij een docent, die niet alleen helpt, maar ook naar ze luistert. Virtueel kun je onmogelijk dezelfde hulp bieden,’ besluit Muli.

  • Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    Maakt basisinkomen een einde aan de armoede in Kenia?

    ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, luidt de officiële coronarichtlijn in Kenia. Welk thuis? Welk werk? vragen veel Kenianen zich af. Oby Obyerodhyambo pleit, ondanks alle kritiek, voor een economisch ‘vaccin’ dat de kwetsbaren beschermt.

    Op het hoogtepunt van de coronapandemie deed de Keniaanse minister van Volksgezondheid Mutahi Kagwe een uitspraak die hem tot het mikpunt van spot maakte op sociale media. Hij zei: ‘Als we doorgaan ons normaal te gedragen, zal de ziekte ons abnormaal behandelen. Je onder deze omstandigheden normaal gedragen komt neer op het koesteren van een doodswens.’ Het getuigt van defaitisme, dit klagen over de vermeende onwil van de bevolking om zich aan officiële preventiemaatregelen te houden.

    De regering heeft het verkeer van en naar de hoofdstad Nairobi aan banden gelegd, evenals dat van en naar de provincies Mombassa en Kilifi. In het hele land geldt een avondklok en alle Kenianen moeten een mondkapje dragen, sociale gelegenheden en drukke plaatsen mijden, waaronder religieuze gebouwen, en geregeld de handen wassen met zeep en stromend water. ‘Blijf thuis. Werk vanuit huis’, is de officiële richtlijn.

    ‘Welk werk? Welk huis?’ vraagt een 32-jarige vader van twee kinderen zich af, een man die door de economische gevolgen van het virus zijn baan heeft verloren en kampt met gezondheidsproblemen. ‘Die verplichte thuisisolatie vond ik te streng, veel te streng. Mijn gezin moet toch eten? Ik leef van dag tot dag. We kunnen net eten van wat ik op een dag verdien. De volgende dag ga je zonder een cent op zak de deur uit. En je kunt zeggen wat je wilt, maar ontbijt of lunch koop je er niet voor. Zodra ik op tafel zet wat ik verdiend heb, gaat het schoon op. Dus social distancing is een doodsvonnis, en thuiswerken ook. Ik heb thuis helemaal geen werk. Hoe stel je je dat voor, als ik alleen met mijn handen kan werken?’

    ‘Normaal’

    Zijn verhaal illustreert dat de regering niet goed beseft wat ‘normaal’ betekent voor de meerderheid van de Kenianen. Ze mag dan wel zeggen dat doorgaan met je normale leven getuigt van een stille doodswens, maar het tegendeel is waar.

    De minister richtte zich tot een klein deel van de Keniaanse bevolking, namelijk diegenen die het zich kunnen veroorloven om feestjes te organiseren en gezondheidsadviezen in de wind te slaan. Voor de meerderheid van de Kenianen, die leven in armoede, gaan zijn woorden niet op. Het coronavirus heeft hun leven overhoop gehaald en om te overleven moeten ze, zoals altijd, hun bestaan bij elkaar schrapen.

    In een rapport van [de Zweedse armoedebestrijdingsorganisatie] SIDA staat dat bijna 80 procent van de Kenianen arm is of net boven de armoedegrens leeft. Dat betekent dat de meerderheid van hen zich op de rand van de afgrond bevindt en maar een klein zetje nodig heeft om erin te vallen. Het rapport schetst een somber beeld van de economische situatie in Kenia: ‘De informele sector bestaat uit kleine zelfstandigen, bijvoorbeeld huishoudelijk personeel, groente- en fruitverkopers, wasvrouwen, straatverkopers, ambachtslieden, motor- en fietstaxichauffeurs en bouwvakkers. 72 procent van de huishoudens van mensen die in deze informele sector werken, heeft geen vast inkomen en leeft van dag tot dag.’

    Volgens een verkenning door het Keniaanse Rode Kruis uit april 2020 lijdt de meerderheid van de bevolking ernstig honger. Slechts één op de vier huishoudens in de krottenwijken van Nairobi kan rekenen op een stabiel inkomen.

    Water is in krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten

    Al voordat het coronavirus toesloeg, ging het slecht met de Keniaanse economie; covid-19 was de nagel aan de doodskist. Wie maar met moeite rondkwam, vecht nu om te overleven. Toen de pandemie om zich heen greep, schoten de voedselprijzen omhoog en bereikten het hoogste punt in drie jaar. Veel essentiële producten, zoals paraffine, voor de verlichting en om op te koken, werden ruim 20 procent duurder.

    Mildred Lucia, een alleenstaande moeder van vier kinderen, die voor de coronacrisis als wasvrouw werkte, klaagt over de stijgende prijzen van alledaagse producten: ‘Alles is opeens veel duurder geworden, maismeel was eerst 40 shilling en kost nu 50 tot 55 shilling. Of rijst: dat kostte altijd 40 shilling voor een halve kilo, maar nu opeens ook 55!’

    Sinds het uitbreken van de pandemie zijn de voedselprijzen met ruim 25 procent gestegen. Voedsel en huur zijn voor de meeste mensen in de krottenwijken de grootste doorlopende kostenpost, gevolgd door gezondheid. Doordat ze geen of te weinig werk hebben, moeten veel bewoners zich in de schulden steken. In andere steden is de situatie al even desolaat.

    Coronamaatregelen

    Bouwvakkers kwamen zonder werk te zitten nadat veel bouwplaatsen moesten worden gesloten. En ging het werk wel door, dan konden er door de avondklok minder uren worden gedraaid. De bouwvakkers werkten hierdoor niet alleen minder uren, maar kregen ook minder per uur betaald. De vrouwen die voedsel en water aan de bouwvakkers verkochten, raakten hun waren niet meer kwijt. Wasvrouwen, die een magere 200 shilling per dag verdienden, werden opeens tot persona non grata verklaard in de huizen van de rijken, die bang waren dat de vrouwen het virus aan hen zouden overdragen. Verkopers van groenten, fruit en andere waren kregen niet alleen te maken met allerlei restricties, maar verkochten ook een stuk minder, doordat hun klanten bijna niets meer verdienden. En boda boda [fiets- en motorfietstaxi]-chauffeurs hadden door de reisbeperkingen en het thuiswerken nauwelijks nog klanten.

    Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen

    Van de ene dag op de andere kregen kinderen uit krottenwijken helemaal geen onderwijs meer, omdat ze geen computer bezaten om de onlinelessen te volgen. Kinderen liepen doelloos buiten rond, wat hun ouders veel zorgen baarde. In de overbevolkte krottenwijken is het vaak geen optie om thuis te blijven, maar als kinderen alleen rondlopen, maken ouders zich zorgen dat ze besmet raken. Nadat ze de hele dag hebben geprobeerd wat geld te verdienen voor het avondeten, kunnen ouders bij thuiskomst niet eens hun kinderen omarmen, omdat ze geen water hebben om hun handen te wassen. Water is in de krottenwijken 150 procent duurder dan in welgestelde buurten, waar het uit de kraan komt.

    Toen er geen werk meer was en al het spaargeld was opgebruikt, maakten mensen schulden om voedsel, brandstof en de huur te kunnen betalen. Huisbazen zetten hun huurders zonder pardon op straat en deden een slot op het huis, soms nog met de spullen van de bewoners erin. Veel mensen in krottenwijken bouwden een enorme huurachterstand op, wat veel van hen aanzette tot wanhoopsdaden.

    Universeel basisinkomen

    ‘Het universeel basisinkomen is het antwoord op de door covid-19 verscherpte ongelijkheid.’ Deze boude stelling is de titel van een blog van Kanni Wignaraja en Balazs Horvath van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties. Kanni pleitte er al eerder voor om het universeel basisinkomen een prominente plek te geven in het coronabeleid. Ze schreef dat de sociale gevolgen op de lange termijn zeer ernstig kunnen zijn, als er niet iets aan de armoede wordt gedaan. Alle maatregelen om getroffen economieën weer aan de praat te krijgen, zouden dan voor niets zijn geweest.

    Van alle vormen van sociale hulp is het universeel basisinkomen waarschijnlijk de radicaalste. Sociale hulp is eigenlijk een verzamelnaam voor een scala aan interventies – zowel directe als indirecte, in geld of in goederen. Denk aan sociale dienstverlening, publieke en private initiatieven om mensen minder kwetsbaar te maken, onder andere voor catastrofes als de huidige pandemie, steun bij het overwinnen van acute en chronische armoede en verbetering van de sociale status en rechten van gemarginaliseerde groepen.

    Toen het coronavirus om zich heen begon te grijpen, startte een consortium van niet-gouvernementele organisaties met steun van de Europese Unie een financieel hulpprogramma in de krottenwijken van Nairobi. Het begon in juni en was bedoeld als aanvulling op een al bestaand programma van de Keniaanse overheid. 11.250 huishoudens die maandelijks 2000 shilling van de regering ontvingen, kregen daar nog eens 5668 shilling bovenop.

    Daarnaast wees het project via deze al bestaande structuur nog eens 8250 huishoudens aan die vervolgens maandelijks hetzelfde bedrag kregen als de anderen: 7668 shilling. Dit bedrag was zo gekozen dat het kon voorzien in tenminste 50 procent van de zogenaamde Minimum Expenditure Basket, oftewel het geld dat een gemiddeld huishouden nodig heeft om te kunnen overleven. De Deense ambassade gaf ook geld, waarmee nog eens veertigduizend kwetsbare huishoudens in krottenwijken in Mombassa en Nairobi konden worden ondersteund. Een druppel op een gloeiende plaat, maar wie weet kan zo’n model worden opgeschaald om chronische armoede tegen te gaan.

    Meer effect

    Over het algemeen hebben sociale hulpprogramma’s waarin direct geld wordt overgedragen meer effect dan initiatieven van de overheid. Sociale hulpprogramma’s van de Keniaanse regering wisten zo’n 90 procent van de informele werknemers niet te bereiken, zo bleek uit onderzoek, terwijl dat in Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied maar 50 procent is. Mensen in de informele sector hebben niet, zoals vaste werknemers, via hun werk toegang tot medische hulp. En ouderen en gehandicapten zijn vaak nog slechter af.

    Kanni Wignaraja van het UNDP stelde dat het absoluut nodig is om een minimuminkomen te garanderen; anders dreigen de allerarmsten te sterven van de honger of als gevolg van andere ziekten, nog voordat covid-19 hen te pakken neemt. In de krottenwijken van Nairobi wist het sociale hulpprogramma mensen te redden uit de klauwen van de dood.

    Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag

    Beatrice Mbendo, een 39-jarige zwangere, alleenstaande moeder van drie kinderen, die als wasvrouw bijna niets meer verdiende, kon met het geld eindelijk haar huur- en andere schulden aflossen. Zij vindt dat de regering ook als de pandemie voorbij is een sociaal hulpprogramma zou moeten instellen. Mildred Lucia, die nu zakdoekjes verkoopt op straat, is het daarmee eens. De moeder van vier kinderen kreeg toen de pandemie begon opeens geen werk meer als wasvrouw, omdat klanten bang waren het virus van haar op te lopen. Het bedrag dat aan steun ontving gaf ze bijna helemaal uit aan voedsel voor haar gezin, dat daarvóór maar één maaltijd per dag kreeg. Een klein deel investeerde ze in haar business en zo hoopt ze de armoede te kunnen ontvluchten.

    De ontvangers vertellen hoe ze dankzij deze financiële steun weer overeind konden krabbelen. Albert Otieno liep zijn huurachterstand in, kocht voedsel voor zijn gezin en kankermedicijnen voor zichzelf. Ook zorgde het geld voor minder spanningen in huis en bracht het een glimlach op het gezicht van zijn vrouw. Voor het eerst sinds hij zijn baan was verloren, at zijn gezin weer drie maaltijden per dag. Otieno kan nog steeds niet geloven dat hij aan het programma mocht meedoen zonder daarvoor iemand te hoeven kennen, een peetoom in te schakelen of iemand om te kopen.

    Margaret Mutambi werd na een gewelddadig huwelijk van elf jaar uit huis gegooid. Met de financiële steun kon zij haar nieuwe huis een beetje inrichten, achterstallige huur betalen en haar kinderen te eten geven. Ze vindt het belachelijk dat er geen echte banen zijn voor al die vrouwen die in de informele sector werken; volgens haar zijn zij door hun afhankelijkheid van mannen kwetsbaarder voor seksueel en andere geweld.

    Als sociale ontwikkelingsstrategie stuit het direct uitkeren van geld ook op kritiek. Het zou economisch onhaalbaar zijn en afhankelijkheid in de hand werken. Ontvangers zouden niet langer hun best doen om zelfredzaam te worden. Anderen vinden ‘gratis geld’ oneervol; het zou het zelfrespect van de ontvangers schaden. Ook wordt wel beweerd dat het lethargie en luiheid in de hand zou werken, dat de ontvangers eraan gewend raken en geen reden hebben om ervan af te zien zodra hun omstandigheden verbeteren. Veel tegenstanders zeggen dat arme mensen niet met geld kunnen omgaan en het geld dat ze krijgen alleen maar uitgeven aan onzinnige dingen. Talloze onderzoeken en evaluaties hebben deze mythes echter ontkracht: de directe overdracht van geld blijkt een prima manier om sociale hulp te bieden.

    Steuntje in de rug

    Een goed ontworpen sociaal hulpprogramma moet hele gemeenschappen kunnen helpen om zich op te werken uit diepe armoede en door sociale bedrijvigheid de eigen levensstandaard te verhogen. Het model van de Grameen Bank [uit Bangladesh] heeft overtuigend aangetoond dat armen zich vanuit de armoede omhoog kunnen werken als ze aan het begin een financieel steuntje in de rug krijgen. Eind 2008 had de bank 7,6 miljard dollar uitgeleend aan armen op het platteland van Bangladesh; 99,6 procent van het geld werd netjes terugbetaald. 97 procent van de leners waren vrouw. De bank en zijn oprichter Muhammad Yunus kregen er in 2006 de Nobelprijs voor de Vrede voor.

    De Grameen Bank gaat ervan uit dat armen zelf het best weten hoe zij hun situatie moeten verbeteren. De bank gelooft niet dat armen misbruik zullen maken van onvoorwaardelijke steun en alleen maar dieper in de armoede raken. Onderzoek laat zien dat het hun inderdaad de steun geeft die ze nodig hebben om weer op te krabbelen. Het idee dat ze niet geneigd zouden zijn om weer aan het werk te gaan, klopt simpelweg niet.

    In krottenwijken gaat het normale leven noodgedwongen door. Het is een schamel normaal, dat nog schameler wordt door alle pogingen het virus te beteugelen. Zolang er voor de bewoners geen directe financiële ondersteuning komt, is het minder gevaarlijk de officiële richtlijnen te negeren dan je eraan te houden.

    Inmiddels is de geldelijke steun van de staat en zijn partners opgedroogd, terwijl miljoenen mensen nog steeds gevangen zitten in armoede. Welke lessen kunnen we leren uit deze tijdelijke ‘vaccinatie’ tegen armoede met een universeel basisinkomen? Een tijdlang beschermde ze twintigduizend huishoudens tegen covid-19. Is het wellicht een blauwdruk voor nationale en regionale overheden, voor een sociaal hulpprogramma dat mensen iets van bestaanszekerheid kan bieden?

  • ‘Wie zich engelen kan voorstellen, kijkt niet op van buitenaardse wezens’

    ‘Wie zich engelen kan voorstellen, kijkt niet op van buitenaardse wezens’

    Astrofysicus Guy Consolmagno is de baas van de sterrenwacht van het Vaticaan. 
Wetenschapsjournalist Stefan Klein van Die Zeit sprak met hem over de vraag of wetenschap en religie te verenigen zijn, het verschil tussen mens en dier, en buitenaards leven.

    Als we de wereld met natuurwetten kunnen verklaren, waar blijft God dan? Wie zich bezighoudt met het ontstaan en de opbouw van het universum wordt onvermijdelijk met dit soort vragen geconfronteerd. In het lastige grens-gebied tussen weten en geloven beweegt zich de astrofysicus Guy Consolmagno. Hij is jezuïet en zwaait de scepter over de sterrenwacht van de paus in diens zomerresidentie Castel Gandolfo bij Rome, waar de telescoopkoepel al van verre is te zien. Het Vaticaanse observatorium werd in de huidige vorm in 1891 gesticht om de uitwisseling tussen wetenschap en religie te bevorderen; als internationaal onderzoeksinstituut heeft het ook een grote telescoop in de woestijn van Arizona.

    Consolmagno komt uit Detroit. Hij is expert in meteorieten en doet onderzoek naar het ontstaan van de hemellichamen in het zonnestelsel. Hij heeft een lange witte baard, draagt een sweatshirt, praat snel en lacht veel. Als 
ik niet beter wist, dan zou ik denken dat hij een 
professor van een Amerikaanse universiteit in het Midwesten is.

    Met ruimteobservatoria kunnen we tegenwoordig het eerste licht van het universum na de 
oerknal opvangen, de kosmische achtergrondstraling. De Amerikaanse astrofysicus George Smoot heeft enkele jaren geleden bij een presentatie over deze straling gezegd: ‘Als je religieus bent, dan is het alsof je oog in oog staat met God.’ Bent u dat met hem eens?

    Guy Consolmagno: Smoot heeft die ervaring heel nauwkeurig beschreven. Plotseling zie je iets waarvan je nooit gedacht had het ooit te kunnen zien. Dat heeft inderdaad veel weg van een religieuze beleving.

    Wat voelt u als u naar de sterrenhemel kijkt?

    Dezelfde verwondering die ik als kind voelde, maar met het voordeel meer te weten. Door wat ik weet waardeer ik de dingen die ik waarneem nog meer. Ik heb zelf een kleine telescoop. Wie daardoor naar de Orionnevel kijkt, zal zeggen: wat prachtig! Ikzelf kijk echter naar de Orionnevel in de wetenschap dat daar sterren worden geboren. Met een grotere telescoop kun je zelfs de processen waarnemen die leiden tot het ontstaan van planetenstelsels. Het is vergelijkbaar met naar muziek luisteren of een zonsondergang bewonderen. De bloedrode zon is mooi en 
hetzelfde geldt voor de maxwellvergelijkingen die beschrijven hoe haar licht ons bereikt. Die elegantie van de natuur ervaar je echter alleen als je kennis hebt van de wetenschap erachter.

    Ik begrijp wat u bedoelt, een bijna extatische verwondering over het feit dat de schoonheid van de wereld zich op zo veel terreinen aan ons vertoont.

    Het simpelste woord daarvoor is ‘vreugde’. Als ik 
me niet goed voel, kijk ik door de telescoop. Daarna ben ik gelukkiger.

    Zou u dat geluk een religieus gevoel willen 
noemen?

    Ja. Met de nadruk op gevoel. Religie is meer dan emoties. Maar de vreugde die ik ervaar bij een blik door de telescoop of ook wanneer ik gegevens uit 
de computer heb geprint en plotseling iets doorzie, 
is vergelijkbaar met de vreugde die ik in het gebed heb beleefd.

    Guy Consolmagno bij de uit 1935 daterende Zeiss-telescoop in de koepel van de sterrenwacht in het Vaticaan. – © Annette Schreyer / HH
    Guy Consolmagno bij de uit 1935 daterende Zeiss-telescoop in de koepel van de sterrenwacht in het Vaticaan. – © Annette Schreyer / HH

    U hebt twintig jaar als wetenschapper gewerkt voordat u jezuïet werd. Hoe bent u bij de orde gekomen?

    Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin en heb me altijd zeer op mijn gemak gevoeld bij mijn Ierse moeder en mijn Italiaanse vader. En ik had bewondering voor mijn leraren, dat waren jezuïeten. Religie was een belangrijk deel van ons leven, maar ik heb me er nooit met schuldgevoelens beladen of onderdrukt door gevoeld. Integendeel, ik geniet van de religie. 
De dagelijkse gang naar de mis geeft me nog altijd grote voldoening en als ik niet ga, ervaar ik dat als een gemis.

    U bent gelovig uit hedonisme.

    Zou ik dat woord gebruiken? Maar inderdaad, ik 
heb nooit dingen gedaan die ik niet leuk vond. Toen we achttien waren dronken mijn vrienden whisky. 
Ik vond dat naar mondspoeling smaken. Waarom zou ik die rommel drinken?

    Je moet wennen aan de smaak van whisky. Net 
als aan de mis.

    Bij de mis heeft het in elk geval voor me gewerkt. Wetenschapper werd ik omdat ik sciencefictionfan ben. Dat was ik al in mijn tienerjaren. Toen ik in 
Boston de bibliotheek van de Science Fiction Society in het Massachusetts Institute of Technology (MIT) zag, wilde ik per se daar studeren. In een bevlieging schreef ik me in voor geowetenschappen. Het was geweldig. Wij studenten mochten onderzoek doen en ik schreef mijn eindscriptie over de oceanen op de ijsmanen van Jupiter. Destijds, in de jaren zeventig, was dat allemaal nog speculatie. De ruimtesondes die daar in de afgelopen jaren zijn geweest, hebben mijn voorspellingen over vloeibaar water onder de ijskorsten bevestigd. Mijn verklaringen ervoor waren evenwel onjuist. Toen ik naar de dertig liep, haalde ik geen voldoening meer uit onderzoek. Ik vroeg me af: wat ben je eigenlijk aan het doen met je leven? Hoe kun je je het hoofd breken over manen van Jupiter als mensen op aarde verhongeren?

    En tot welke conclusie kwam u?

    Ik nam ontslag bij het MIT en meldde me aan bij 
het Peace Corps, dat Amerikaanse vakmensen naar andere landen stuurt. Ik ging naar Nairobi om les 
te geven in astronomie, maar ik had wel gedacht praktischer bezig te zullen zijn voor de armen. In 
het weekend trok ik met mijn kleine telescoop door afgelegen dorpen. En de mensen daar, die nauwelijks in hun primaire levensbehoeften konden voorzien, waren verrukt als ze door het oogglas mochten 
kijken. Ze ervoeren natuurlijk precies die vreugde waarover we zojuist spraken. Toen begreep ik dat 
de vreugde om het universum te zien alle mensen verenigt.

    In 
het weekend trok ik met mijn kleine telescoop door afgelegen dorpen. En de mensen daar, die nauwelijks in hun primaire levensbehoeften konden voorzien, waren verrukt als ze door het oogglas mochten 
kijken

    Omdat we zien dat we deel uitmaken van een 
groter geheel. Ik denk dat daar een diep verlangen achter schuilgaat: we willen weten wie we eigenlijk zijn en waar we vandaan komen. Veel mensen hopen een antwoord te krijgen in de religie, 
anderen zoeken dat in de wetenschap.
    Een vriend van mij zoekt de verklaring daarvoor in 
de omvang van onze hersenen. Kennelijk zitten daar delen in die meer willen dan alleen maar dat er de volgende ochtend genoeg te eten is. En ja, u kunt het verlangen toeschrijven aan het bewustzijn van 
onszelf, op wat de grote filosofen de menselijke ziel noemden. Ik zou dat gevoel omschrijven als de vreugde om dicht bij God te zijn. Maar ik probeer 
dat niet te verklaren. Ik observeer de vreugde alleen maar en neem die serieus. Ze hoort bij het menselijk leven. Met die gevoelens onderscheiden we ons van weldoorvoede runderen.

    Maar dat is niet de reden dat u jezuïet bent 
geworden.

    Nee. Nadat ik na twee jaar was teruggekeerd uit Kenia heb ik een paar jaar lesgegeven aan een 
Amerikaans college. Ik was gelukkig. Maar toen liep mijn relatie op de klippen en werd me duidelijk dat een gezin hebben niet strookt met mijn persoonlijkheid. De tijd leek me rijp om toe te treden tot de orde. Hier kan ik het onderzoek doen dat ik altijd al wilde doen en tegelijkertijd mijn geloof beleven.

    U zag geen contradictie in het als wetenschapper afleggen van de kloostergelofte?

    Waarom zou dat moeten?

    Omdat een wetenschapper alleen gebonden zou moeten zijn aan kennis. Als jezuïet hebt u uw 
kerk echter onvoorwaardelijke gehoorzaamheid gezworen. ‘Wat in mijn ogen wit lijkt te zijn, beschouw ik als zwart als de hiërarchische kerk dat zo beslist,’ heeft Ignatius, de stichter van 
uw orde, geschreven. Niet bepaald een heel wetenschappelijke instelling.

    Een metafoor. Hopelijk.

    Waarom denkt u dat Ignatius dat niet zo heeft bedoeld?

    U moet die zin in zijn context zien. Wij jezuïeten hebben altijd al de naam gehad rebels te zijn. Maar rebellie en overgave zijn niet in strijd met elkaar. 
Het een brengt het ander met zich mee.

    Soms.

    In mijn geval is er geen sprake van tegenstrijdigheid. Onze missie bij het Vaticaanse observatorium is 
heel eenvoudig om goede wetenschap te bedrijven. Niemand geeft ons opdracht waarnaar we onderzoek moeten doen en met welke resultaten.

    In 1996 bent u voor de sterrenwacht van de paus 
in Antarctica geweest om naar meteorieten te zoeken.

    Ja. Meteorieten bieden informatie over de geschiedenis van het zonnestelsel. Maar de meeste meteorieten die op aarde terechtkomen worden niet als zodanig herkend. De mensen denken dat het doodgewone stenen zijn en op een gegeven moment verdwijnen ze in de bodem. Maar in Antarctica beweegt het ijs zich vanuit het midden naar de rand van het continent, waar het smelt. Daarbij komen meteorieten tevoorschijn die duizenden jaren geleden zijn ingevroren. 
Je hoeft alleen maar je ogen open te houden: de 
zwarte stenen die zich tegen het blauwe ijsoppervlak aftekenen, zijn meteorieten.

    Hoe lang bent u in die ijswereld geweest?

    Maanden. Meestal waren we met z’n zessen, telkens twee onderzoekers in een tent. Elke ochtend reden we met de sneeuwmobiel verder naar een ander gebied. Als je langere tijd in zo’n kale omgeving 
doorbrengt, verandert je waarneming. Kleuren 
worden intenser, geuren worden krachtiger. Je begint zelfs de lucht te proeven. Hoewel je je een vreemde voelt in die natuur besef je dat ook die bij onze wereld hoort. En dat het universum veel rijker en gecompliceerder is dan we ons voorstellen.

    Heb je nog behoefte aan religie als je dat soort ervaringen in de natuur hebt?

    Ik wel. Ik had een plastic doosje met geconsacreerde hosties bij me. Elke nacht om twee uur nam ik er eentje en sprak een gebed uit. Voor mij was het in 
die volledige afzondering zelfs nog belangrijker om verbinding te zoeken, mezelf eraan te herinneren 
dat de wereld groter is dan onze drie tenten.

    Consolmagno met zijn baas: paus Franciscus. – © L’Osservatore Romano / HH
    Consolmagno met zijn baas: paus Franciscus. – © L’Osservatore Romano / HH

    Waarom midden in de nacht?

    Omdat ik altijd wakker word rond dat uur. En 
omdat ik niet wilde dat mijn reisgenoten het zouden meekrijgen. Wat ik deed was te belangrijk en te intiem. Wie in die mate op elkaar is aangewezen, zoals wij dat waren, kan het best al het persoonlijke overboord zetten.

    Uw collega’s in de tent zouden u waarschijnlijk ook niet hebben begrepen. Ik ken maar heel 
weinig wetenschappers die religieus zijn.

    Die ervaring deel ik niet. Normaal gesproken 
schrikken wetenschappers ervoor terug om over 
religie te spreken. Maar toen ik toetrad tot de orde vertelden veel collega’s me over hún geloof. Wetenschappers zijn even religieus als andere mensen.

    Onderzoeken leiden tot een andere conclusie. 
In de VS gelooft bijvoorbeeld bijna 90 procent van de bevolking in God, maar slechts 30 procent van de hoogleraren. En van de geleerden die vanwege bijzondere prestaties in de Amerikaanse 
Academie van Wetenschappen zijn gekozen, is zelfs maar 7 procent religieus.

    Ik denk dat wetenschappers de vraag bij dergelijke onderzoeken anders interpreteren dan andere mensen, niet of ze geloven maar of ze regelmatig bidden en naar de kerk gaan. Zo komt u natuurlijk op lagere percentages. En de Academie is een verzameling oude mannen. Wie in zo’n instituut wordt gekozen, heeft buiten zijn research nooit een leven gehad.

    Wat mij betreft is er een veel voor de hand liggendere verklaring voor deze cijfers. De wetenschappers zijn niet gelovig omdat de religie 
hun niet plausibel voorkomt. De kerk verkondigt een leer die meer dan tweeduizend jaar geleden is ontstaan, in een heel andere wereld. En dat doet ze bovendien nog in een taal die geen mens meer begrijpt. Toen het Oude Testament werd geschreven, dacht men dat de aarde plat was. 
En men kon zich geen andere voorstelling maken dan dat een hoger wezen de mensen op 
de wereld had gezet. Tegenwoordig hebben we betere verklaringen.

    Maar ook een rijkere theologie. In Babylon, waar 
het scheppingsverhaal van het boek Genesis zijn oorsprong vindt, dachten de mensen dat de aardschijf werd begrensd door gebergten en dat daaroverheen een firmament was gespannen. Men vroeg zich af wat daarachter zou zijn. Tegenwoordig weten we dat de horizon, waar we niet achter kunnen 
kijken, miljarden lichtjaren verwijderd is.

    Zo’n horizon is er omdat het licht uit nog verder verwijderde delen van de ruimte sinds de oerknal niet genoeg tijd heeft gehad om ons te bereiken. Maar daarachter gaat het heelal verder. We 
kunnen alleen niet weten hoe het er daar uitziet.

    We moesten astronomie bedrijven om daarachter 
te komen. In elk geval houdt de vraag wat er aan de andere kant van de horizon is ons nog altijd bezig. Die vraag is er alleen maar fascinerender op geworden. Er wordt vaak gezegd dat wij astronomen met onze telescopen naar de laatste antwoorden zoeken. Dat is niet zo. In werkelijkheid geven we de aanzet tot het stellen van filosofische vragen.

    Hoe nuttig zijn geloofsbegrippen uit een tijd waarin de mensen dachten dat de wereld in zeven dagen is geschapen?

    Ik geloof niet dat we te maken hebben met nieuwe vragen. We zien de oude vragen alleen op een nieuwe manier. Het boek Genesis verhaalt niet over wetenschap, want die was er toen nog niet. Maar alles 
wat er over de schepping in de Bijbel staat, heeft één thema gemeen: het universum is het werk van een bovennatuurlijke god die deze wereld wilde en 
liefheeft. Dat is een diepzinnige overweging die overeind blijft, ook al breidt onze kosmologische 
kennis zich uit.

    Eens. In een wereldse taal zou ik die gedachte als volgt uitdrukken: het universum is in beginsel goed. Maar een dergelijk geloof heeft helemaal niets te maken met wat we over het ontstaan van de kosmos kunnen ontdekken.

    Een ander voorbeeld: in de oudheid vermoedde 
men de aanwezigheid van monsters op de 
onbekende continenten aan de andere kant van de oceanen. Natuurlijk weten we nu dat die monsters er niet zijn. Maar in de afgelopen jaren zijn er wel bijna duizend planeten in andere zonnestelsels 
ontdekt. En het zou heel, heel merkwaardig zijn 
als niet op enkele van deze exoplaneten intelligente wezens wonen. Hoe denken die schepsels over de grote vraagstukken? Welke ideeën hebben zij over de reden van hun bestaan en het ontstaan van het universum? Dan kijk ik naar mijn religie en besef dat de wereld niet alleen maar uit de mensheid bestaat.

    Als ik me goed herinner, spelen andere schepsels van de natuur nauwelijks een rol in de Bijbel.

    De christenen in de middeleeuwen geloofden in elk geval helemaal niet dat de mensheid het middelpunt van alles vormde. Die fout hebben de humanisten pas veel later gemaakt.

    Een aanzienlijk deel van het christelijk geloof bestaat erin te beseffen dat er ontelbare versies van God zijn waarin je niet kunt geloven

    In de Middeleeuwen geloofden de mensen in engelen. Die wilt u toch niet gelijkstellen met buitenaardse wezens?

    Wie zich een voorstelling kan maken van engelen, heeft geen problemen met buitenaardse intelligentie.

    Ik heb nooit echt begrepen wat het woord ‘god’ eigenlijk betekent.

    Er zijn veel voorstellingen van God, verkeerde en 
zelfs gevaarlijke voorstellingen. Een aanzienlijk deel van het christelijk geloof bestaat erin te beseffen dat er ontelbare versies van God zijn waarin je niet kunt geloven.

    En waarin kunt u geloven? Laten we het met een betekenis proberen waarover we het misschien eens kunnen worden: ‘god’ is de oorzaak van alles. Het woord is een omschrijving van de onbeantwoordbare vragen waarom de wereld bestaat en waarom die is zoals hij is.

    Eens. Maar voor mij is het meer dan dat. De God 
die verantwoordelijk is voor de supernova’s en de natuurwetten hóúdt ook van mij.

    Waarom zou hij uitgerekend in u geïnteresseerd zijn? Of in mij?

    Tja, waarom vinden mijn vrienden me leuk? Als ik daarvoor een lijst van argumenten moet opstellen, ben ik verloren. Eigenlijk zijn er geen redenen. 
Desondanks is de vraag beslist niet triviaal. De liefde komt voor al het andere.

    Gevoelens zijn menselijke emoties. Ik vind 
het moeilijk te begrijpen hoe je zoiets kunt toekennen aan een oergrond van het universum. 
Wilt u ook beweren dat God een wil heeft en 
handelend optreedt?

    Ja.

    Alsof hij een persoon is? De gedachte dat achter 
de laatste onbeantwoorde vraag uitgerekend een wezen met menselijke trekken schuilgaat, lijkt me zachtjes uitgedrukt onwezenlijk.

    Onwezenlijk, ja. Zelfs wonderbaarlijk: God verricht wonderen. Maar dat vind ik niet ongelooflijk.

    Dan moeten we maar eens een wonder tegen 
het licht houden. Gelooft u in de opstanding van het vlees?

    Ja. Als het eenmaal gebeurd is, dan kan het opnieuw.

    Wat doet u aannemen dat Jezus na zijn dood fysiek is opgestaan?

    De mensen die de Verrezene hebben gezien, geloofden er zo heilig in dat ze liever zouden sterven dan die gebeurtenis te verloochenen.

    Hebt u een verklaring voor het fenomeen?

    Natuurlijk niet.

    En als ik zeg dat ik mensen heb ontmoet die bij hun leven zweren dat ze een werkend perpetuum mobile hebben gezien, zou u dat geloven?

    Nee. De opstanding gaat samen met alles wat ik 
verder over God weet. Het perpetuum mobile 
daarentegen is onverenigbaar met alles wat ik over 
machines weet.

    Zowel de opstanding als het perpetuum mobile zijn onverenigbaar met alles wat we over de natuurwetten weten.

    Inderdaad. Beide zijn in tegenspraak met het natuurwetenschappelijke model dat we van het 
universum hebben. Dus kloppen ofwel de data of 
het model niet.

    Welke data?

    De getuigenissen van de mensen die de Verrezene en naar u beweert het perpetuum mobile hebben gezien. Nu gaat u me natuurlijk vragen waarom ik in het ene geval de getuigenissen wel geloof en in het andere niet.

    Of waarom u in de opstanding gelooft, maar niet in het scheppingsverhaal zoals het in de Bijbel staat.

    Omdat er niet zomaar iemand is opgestaan en 
omdat de getuigen met hun leven instonden voor de waarheid van hun verklaring. En vooral omdat de opstanding de kern vormt van een hele theologie 
die het universum zinvol maakt en omdat die mij waarachtig in de oren klinkt.

    Ik wil graag geloven dat de discipelen Jezus na de kruisiging echt hebben gezien. Ze moeten in een enorme shock hebben verkeerd en hallucinaties na een traumatische ervaring zijn een bekend verschijnsel. Ook ik vind dat de opstanding een krachtig verhaal is, maar ik kan dat verhaal niet letterlijk opvatten. Ik lees het als een parabel 
die laat zien hoe het goede soms op verbazingwekkende wijze de haat en het geweld overwint. Zoals ook u Genesis figuurlijk en niet letterlijk opvat.

    Maar wat is dan het verschil tussen uw lezing en 
de mijne? Het komt op het volgende neer: als de opstanding daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, dan mogen ook wij die verwachten. En als God tegen mij zegt dat er een eeuwig leven is, dan zeg ik geen nee.

    Twijfelt u wel eens aan uw geloof?

    Natuurlijk. Een religieus leven zonder twijfel bestaat niet. Maar ik twijfel niet vaak. In wezen ligt het aan mijn hedonisme. Ik vraag me dan af wat ik eraan heb als ik afstand doe van mijn geloof.

    Eerlijkheid. Waarheid is niet iets wat ik zo wil draaien dat het me het best uitkomt.

    Goed. Maar dan moet u me eens vertellen waarom 
u zo veel waarde hecht aan de waarheid dat u er geen afstand van wilt nemen. Ik zou zeggen dat u ook daarmee een religieus besluit hebt genomen.

    Auteur: Stefan Klein
    Vertaler: Pieter Streutker

    Die Zeit
    Duitsland | oplage 540.000

    Tolerant en liberaal met grote politieke analyses. 
Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.

  • Kenia doet plastic tas in de ban

    Kenia doet plastic tas in de ban

    Kenia sluit zich aan 
bij enkele andere Afrikaanse landen en verbiedt de plastic tas, 
die tot gigantische milieuvervuiling leidde.

    In de afgelopen veertig jaar hebben ecologen en dierenrechtenactivisten in Kenia twee grote overwinningen behaald. In mei 1977 verbood Kenia de jacht op wilde dieren om de toenemende stroperij tegen te gaan. 
En op 28 augustus van dit jaar dwongen ecologen een verbod af op plastic tasjes. Sindsdien worden de winkels overspoeld met stoffen tassen uit China, wat niet goed is voor de verkoop van lokaal geproduceerde papieren tassen.

    Ecologen gingen voorop in de strijd tegen de plastic tas. Zee-ecologen hadden al jaren gewaarschuwd dat plastic zakken schadelijk zijn voor het zeemilieu, omdat dieren het plastic vaak voor voedsel aanzien. Plastic is onverteerbaar en kan hun spijsvertering verstoren, zodat ze van honger kunnen sterven. Het meest frappante voorbeeld is dat van schildpadden, 
die plastic tassen vaak aanzien voor kwallen.

    Verantwoordelijk voor overstromingen

    Specialist oceaanvervuiling Habib El-Habr werkt voor het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in Nairobi. Eind augustus legde hij aan persagentschap Reuters uit dat ‘het tussen de vijfhonderd en duizend jaar kost om plastic af te breken’. Uiteindelijk komt het ook in onze voedselketen terecht, en niet alleen als we vis eten. In abattoirs in Nairobi bleken sommige dieren wel twintig plastic zakken in hun maag te hebben.

    Maar ecologen maken zich vooral zorgen over de plastic tassen die in meren en oceanen terechtkomen. Onderzoekers van UNEP voorspellen dat er, als wij niets doen, ‘in 2050 meer plastic in de oceaan zal zitten dan vis’.

    Niemand weet precies hoeveel plastic tassen er al in de natuur terecht zijn gekomen. Een indicatie geeft de stad Kigali in Rwanda, met 900.000 inwoners. Een paar jaar geleden verzamelde men daar bij een schoonmaakactie maar liefst een miljoen plastic tassen. Tegenwoordig is Rwanda een van de schoonste landen ter wereld en heeft het de import en fabricage van polyethyleentassen verboden [net als Zuid-Afrika, Senegal en Ivoorkust].

    Ook verstopt plastic vaak afwateringssystemen. Het materiaal wordt verantwoordelijk gehouden voor overstromingen in Bangladesh waarbij tussen 1988 en 1998 duizenden mensen de dood vonden. Twee derde van het land stond onder water en daarom besloot Bangladesh in 2002 als eerste land ter wereld om plastic tassen te verbieden – hoe handig ze ook waren voor de boodschappen.

    Een marktkraam in Nairobi, vóór de ingang van het plastictas-verbod. – © HH
    Een marktkraam in Nairobi, vóór de ingang van het plastictas-verbod. – © HH

    De ellende begon in de jaren zestig, toen het Zweedse bedrijf Celloplast een patent deponeerde voor een plastic zak uit één stuk, met handvatten eraan. Plastic werd weliswaar al gebruikt sinds het eind van de negentiende eeuw, maar tot in de jaren zestig was het als verpakkingsmateriaal weinig populair. Vanaf dat moment begonnen plastic tassen de papieren varianten in hoog tempo te vervangen.

    Jarenlang had Celloplast het monopolie op de verkoop van plastic tassen, totdat het Amerikaanse bedrijf Mobil naar de rechter stapte en het patent aanvocht. Vanaf dat moment lag de markt open, met een ecologische ramp als gevolg. Inmiddels worden er jaarlijks ongeveer een biljoen plastic zakken geproduceerd en achtergelaten in de natuur, in zeeën en oceanen.

    In Kenia kwam het fenomeen plastic zak in het midden van de jaren tachtig op, toen supermarktketens papieren zakken door plastic exemplaren begonnen te vervangen. Zo rond 2004 waren rivieren ernstig vervuild geraakt met compacte massa’s bijeengedreven plastic tassen. De toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Moses Wetangula besloot zich toen actief met het thema te gaan bezighouden. Op dienstreis naar Venezuela zag hij hoe dat land, dankzij een verbod op de plastic tas, de bosbouwsector een stimulans had gegeven. ‘We moeten het gebruik van bosbouwproducten als houtpulp en papier voor verpakkingen stimuleren en het gebruik van plastic tassen verbieden,’ verklaarde hij.

    In Kenia werden vóór het verbod maandelijks 24 miljoen plastic tassen gebruikt

    Toch zou een verbod dus nog dertien jaar op zich laten wachten. In 2007 besloot de Keniaanse regering al om bepaalde typen plastic tassen te verbieden. Een paar parlementsleden vroegen de minister van Milieu en Grondstoffen echter om ‘creatiever te zijn en zich niet tot een eenvoudig verbod te beperken’. Zij voelden meer voor een belasting op plastic tassen, waarvan de opbrengst gebruikt zou kunnen worden om het afval op te ruimen. In 2008 diende een andere parlementslid, Charles Kilonzo, een wetsvoorstel in om productie, distributie, gebruik, recycling en verwerking van plastic tassen beter te reguleren.

    Ook de Green Belt Movement (GBM) speelde een rol. De beweging berekende dat er in Kenia vóór het verbod maandelijks 24 miljoen plastic tassen werden gebruikt. Als deze worden weggegooid, voegen ze zich bij allerlei bronnen van afval, met een reusachtig afvalprobleem in grote steden en in rivieren als gevolg. De inmiddels overleden oprichter van de GBM en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, Wangari Maathai, begon lokaal actie te voeren voor een verbod op de plastic tas. Beslissend was een rede in het parlement in 2007, waarin zij sprak over de bedreiging die wegwerpplastictassen voor het milieu betekenen, en haar zorg uitsprak over het feit dat er nog steeds geen wetsvoorstel lag voor een verbod.

    Auteur: John Kamau
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Daily Nation
    Kenia | dagblad | oplage 220.000

    Deze meest gelezen krant van Kenia schroomt niet om zich kritisch uit te laten over de regering en andere autoriteiten in Nairobi. Daily Nation is onderdeel van Nation Media Group, het grootste onafhankelijke mediaconcern van Centraal- en Oost-Afrika.