Twee meisjes van 10 en 12 zouden in Napels zijn verkracht
In een buitenwijk van Napels zijn negen jongeren aangehouden die een rol zouden hebben gespeeld in een schokkende misbruikzaak, die Italië nu al dagen in zijn greep houdt. De groep, waarvan slechts twee meerderjarig waren, zou vorige maand twee meisjes van 10 en 12 jaar hebben verkracht, meldt RaiNews.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De twee meisjes zouden naar een verlaten sporthal in de achterstandswijk Caivano zijn gelokt, waar de jongens, die vermoedelijk een jeugdbende vormden, de meisjes verkrachtten en hun acties livestreamden. Volgens autoriteiten zou de groep meerdere aanrandingen en verkrachtingen op hun naam hebben.
Door de actie wordt in de politiek en in de media in Italië gesproken over de situatie in achterstandswijken in het land, waar veel jeugdcriminaliteit en georganiseerde misdaad aanwezig is. De Italiaanse premier Meloni ging naar Caivano en beloofde de situatie in de wijk aan te pakken.
De burgemeester van Napels vloekt in de kerk met de nieuwe verordening om geen druipende was meer buiten te hangen – het visitekaartje van de Zuid-Italiaanse havenstad. En balsporten mogen ook niet meer? Wat bezielt de burgervader?
De lucht hangt vol met onderbroeken, rode, zwarte, groene. Met witte beddenlakens, streepjesoverhemden, badhanddoeken aan wasknijpers en met een bh, lichtblauw.
En wat ruikt het toch fris in de straatjes van Napels. ‘Dash,’ zegt Teresa Sola. Ze draait zich om naar haar dochter: ‘Maria, dat is toch Dash?’ Voor een flinke was gebruikt ze Dash. Soms ook volstaat Blu Oxygen of Soft Liquid Gel, 3 euro per fles. Sola komt overeind uit de stoel voor haar basso, zoals de gelijkvloerse woningen in de arme wijk Quartieri Spagnoli genoemd worden. Deuren en ramen altijd open naar de straat. Ze haalt de fles met het goedkope spul. ‘Dit hier,’ zegt ze met een kritische blik, ‘ja, desnoods gaat het hiermee ook.’
Met harde knallen raast er weer een motorfiets voorbij. Sola knijpt haar ogen dicht, alsof die ook haar oren afsluiten. ‘Zijn ze niet prachtig, de Quartieri Spagnoli?’
Wij komen niet met kwade bedoelingen. Dat zij ooit gevraagd zou worden naar haar was had ze nooit voor mogelijk gehouden. Niet op haar leeftijd, niet zelfs dat nog. Maar de was in de straatjes van Napels is nou eenmaal een politiek item. Er dreigde iets ongelooflijks te gebeuren, niets minder dan een keerpunt in de geschiedenis. De gemeente wilde de was verbieden. Dat is toch onvoorstelbaar.
Ze konden het gewoonweg niet geloven. De was moet weg. Echt waar, geen ondergoed meer in de lucht?
Teresa Sola is 83. Ze is opgeleid als naaister. Vroeger verkocht ze kauwgom, snoep en cola; ze had een stalletje voor de deur van haar huis op nummer 36. En pizza maakte de familie ook, toen haar moeder nog leefde. Pizza fritta, gefrituurde pizza. Opgegroeid is ze even verderop, op nummer 31. Een heel leven op 50 meter. En al die tijd hing ze haar was te drogen in de straat. De kleinere kledingstukken komen aan de lijn bij de muur aan de overkant, de rest aan de lijn onder het raam van de slaapkamer. De was hangt dan wel over de straatschildering van Diego Armando Maradona.
Doolhof van straatjes
‘Met helder weer,’ vertelt Sola, ‘komt de zon rond de middag van daar aan de overkant, verdwijnt dan eventjes achter de huizen en rond half twee is ze weer terug. ’s Avonds is de was droog.’ Zo doet iedereen dat in het doolhof van straatjes in het oude centrum van Napels, ook in Forcella en in Rione Sanità.
Al sinds de zestiende eeuw, misschien zelfs wel langer. ‘Waar moeten we de was anders laten?’ vraagt Sola. De huizen zijn te klein, één kamer, een keuken, een badruimte, daar is geen plek voor een droogrek. En wie kan zich nou een droger veroorloven, of de elektriciteit daarvoor? Boven Sola’s wasmachine in de keuken hangt een prent van de maagd Maria.
De Napolitanen zeggen van zichzelf dat ze zo sociaal zijn omdat ze altijd alles delen, zelfs hun waslijnen
Op de bovenverdiepingen zijn de lijnen over de straat gespannen, van het ene huis naar het andere, van balkon naar balkon, van raam naar raam. De ene keer is de linkerkant van de straat aan de beurt om te wassen en te drogen, de andere keer de rechterkant. Soms ruilen overburen van dag. Dat schept een band voor heel het leven. De Napolitanen zeggen van zichzelf dat ze zo sociaal zijn omdat ze altijd alles delen, zelfs hun waslijnen.
Voor toeristen vormen de panni stesi, de kleren aan de waslijn, natuurlijk een leuke folklore, het fotomotief van Napels bij uitstek. In grote groepen staan ze dan beneden op de Via Toledo en fotograferen naar boven in de kleurige straatjes, waar soms minuscule slipjes en verleidelijke lingerie hangen. Maar dat is uiteraard niet waar het hier om gaat.
Decoro
Een paar weken terug heerste er ineens grote opwinding. ‘Ik heb het vanuit mijn raam meegemaakt,’ vertelt Sola, het nieuws kwam kort na de berichten over de oorlog. Ze kwamen erachter dat de gemeenteraad een nieuwe verordening ter vergroting van de veiligheid en de hygiëne had bedacht. Het concept werd gepubliceerd. In paragraaf 11 stond de volgende zin: ‘Het is verboden ondergoed, lakens, kleding e.d. op te hangen buiten de private ruimte, dit geldt ook voor ramen, terrassen en balkons boven de straat indien als gevolg hiervan druppels op openbaar terrein vallen.’ De gemeenteraad was dus voornemens druppelende was te beboeten omdat die kennelijk uit de toon valt en afbreuk doet aan Napels’ glorie – aan het decoro, zoals de Italianen zeggen.
‘Ik stond perplex,’ zegt Sola.
Wat de burgemeester in vredesnaam bezielde? De verontwaardiging was groot, maar nog groter was het onbegrip. Hoe haalde hij het in zijn hoofd?
Tijd om af te reizen naar San Giovanni a Teduccio, een wijk aan de oostkant van de stad. Vroeger, toen Cirio [een grote Italiaanse voedselfabrikant] hier nog dozen vulde met tomaten, werkten er tienduizenden mensen in fabrieken, een hoge schoorsteen getuigt er nog van. De rest is afgebroken. In plaats daarvan verscheen er een trotse dependance van de Federico II, een van ’s werelds oudste universiteiten: moderne gebouwen opgetrokken uit grijze steen en groenblauw glas, als coulisse van de Vesuvius en de zee. Apple opende hier een academie voor masteropleidingen, andere bedrijven volgden. Het kapitaal hier belichaamt de hoop van een zuidelijke jeugd die verder eerder arm is aan verwachtingen.
Straks komt Gaetano Manfredi, de burgemeester. Hij is pas een half jaar in functie, hiervoor was hij lange tijd rector van de Federico II en in Rome minister van Hoger Onderwijs en Onderzoek.
Feest
Manfredi was ook de man die Apple naar Napels haalde, om eindelijk een revolutie door te kunnen voeren in de onderwijsmethodieken. Er kwam natuurlijk weerstand. Maar vandaag is het feest. De vicepresident van Apple is gekomen, studenten presenteren hun apps, waaronder een voor blinden en slechtzienden.
Manfredi zit op de eerste rij, een slanke man van 58, de handen gevouwen voor zijn mond. Als hij aan de beurt is, wordt hij geïntroduceerd met de volgende woorden: ‘Drieduizend hoogleraren moest hij ervan overtuigen dat zijn idee met Apple goed was, nu heeft hij een veel eenvoudiger job. Dames en heren, de burgemeester van Napels.’
Maar de stad moet heel nodig innoveren, ze moet zich aanpassen aan een veranderende wereld, aan de moderne tijd
Applaus, hier staat een ster. Napels, zegt Manfredi, is een stad met een grote geschiedenis, grote kunst, grote tradities en een groot hart. Maar de stad moet heel nodig innoveren, ze moet zich aanpassen aan een veranderende wereld, aan de moderne tijd.
Moet dat echt? Op elk gebied? Verliest ze dan niet haar schitterende hart? Zijn mensen als Teresa Sola dan misschien een sta-in-de-weg voor de nieuwe tijd?
Manfredi staat nu in een zijgang, een kwartiertje heeft hij, daarna moet hij weer door. ‘Ja, dat risico bestaat,’ zegt hij. Een stad met zo veel geschiedenis is nu eenmaal geneigd te denken dat het volstaat de geschiedenis te bewaren, dat deze geschiedenis zelf al de sleutel tot de toekomst is. ‘Maar zo dreigt ze gevangene te worden van haar eigen historie en clichés.’
Geldt dat ook voor de was in de straatjes?
‘Ja: pizza, mandoline en panni stesi.’ Zo kijkt de buitenstaander naar Napels. ‘Wel wat erg clichématig, wat erg simpel. En de Napolitanen spiegelen zichzelf ook aan dat beeld. Ze verlustigen zich erin.’
Smoesjes
Natuurlijk, vervolgt hij met een glimlach, de was hoort bij Napels, dat moet ook zo blijven. Het concept is van tafel, weggeblazen door een storm van verontwaardiging. Manfredi had kunnen zeggen: oké het was wat kort door de bocht, het spijt me. Maar dat deed hij niet, hij zocht een uitvlucht in smoesjes. Het betrof een oud concept, zei hij, in feite al achterhaald. En die hele polemiek dan? Volkomen onnodig. Zo blijft de geschiedenis juist aan hem kleven.
De burgemeester kent Napels nu eenmaal niet zo goed, hij wandelt te weinig door de straatjes van de stad, zegt Pino De Stasio. ‘Als rector zat hij te lang achter zijn bureau.’ En: ‘Hij komt tenslotte uit Nola.’ Voor wie dat niet weet: Nola ligt in het achterland van Napels, met de auto ben je er in twintig minuten. Maar als je De Stasio zo hoort, lijkt het om een andere planeet te gaan.
Het is even na achten in bar Settebello, in het historische centrum. Vijf marmeren tafeltjes. De 62-jarige De Stasio maakt zijn bar gereed voor de avond. Met een afstandsbediening zorgt hij voor donkerrood licht uit de lampen. Pier Paolo Pasolini kwam hier over de vloer toen hij in Napels Il Decameron draaide en sondes de buik van de stad instuurde om haar te kunnen doorgronden. ‘Pasolini vond dat Napels een dorp was, met al zijn tegenstrijdigheden, zijn diepe culturele en sociale wortels,’ vertelt De Stasio. ‘Hij hield van dit Napels dat in verzet was tegen de wereld en het kapitalisme.’ Rechts van de bar staat een piano, lounge-achtige jazzmuziek dreunt uit de luidsprekers. Hond Arielle heeft honger, ze blaft.
Als De Stasio niet zo veel stennis over de was zou hebben geschopt, was het verhaal waarschijnlijk niet in de Milanese Corriere della Sera gekomen en had het thema niet eerst nationaal en later zelfs internationaal de aandacht getrokken.
De Stasio is gemeenteraadslid in een van de districten van het centrum, Municipalità II. Tot zijn portefeuille behoort het behouden van alles wat het historische centrum karakteristiek maakt. Dat staat tenslotte op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Politiek staat hij dicht bij Manfredi, beiden zijn links. ‘Maar dat betekent niet dat ik hem in alles zijn gang maar laat gaan,’ zegt hij glimlachend. Napels kun je niet besturen zoals Turijn, niet als een gegoede burgerman die daar ergens hoog boven alles zweeft alsof het oude hart van de stad er absoluut niet toe doet. Apple is natuurlijk superbelangrijk, zegt De Stasio. ‘Maar de stad is geen hogeschool en al evenmin laat zij zich besturen als een universiteit.’
Klopt het dan niet dat Napels in haar eigen gemeenplaatsen gevangenzit? Maar dat is toch ook een cliché, zegt De Stasio, terwijl hij zijn leesbril in de kraag van zijn T-shirt steekt. ‘Sommigen willen deze stad van haar kleur ontdoen, globaliseren, haar wegleiden van het portret dat Pasolini van haar schilderde, ze willen haar gelijkmaken aan welke stad dan ook.’ Mogelijk gebeurt dat zelfs onbewust, zoveel wil De Stasio de cultuurbarbaren nog wel toegeven. ‘De burgemeester had slechte adviseurs om zich heen. Mensen die hem influisterden dat hij met een simpele verordening de was kon weghalen uit de steegjes.’
We mogen niet alles opofferen voor het toerisme. Anders lijkt het hier binnenkort op Venetië.
Het stel aan het tafeltje ernaast stapt op. Waarschijnlijk stamgasten. ‘Ciao Pino.’ Hij steekt zijn hand op. ‘Bacio [kus],’ zegt hij en praat meteen weer verder. Voor hem zou dit verbod een breuk hebben betekend, een culturele breuk die veel verder reikt dan Dash. Vroeger hingen immers niet alleen arme Napolitanen hun was buiten. Op de dag van San Gennaro, de beschermheilige van de stad, deden rijken hetzelfde, adellijke families. Alleen waren dat in hun geval lakens van wit linnen, mooie kleren en dekens van satijn. Ter ere van San Gennaro. Ook toen was de was een heilig ritueel, een mythe, diep verankerd in het volksgeloof.
Er moest ook een verbod komen op balspelen in de straten en op de pleinen van de stad
In het concept van de gemeenteraad voor ordening van de openbare ruimte stond nog een monstruositeit, die tot nog toe weinig aandacht heeft getrokken. Er moest ook een verbod komen op balspelen in de straten en op de pleinen van de stad. Uitgerekend dat. Je ziet in Italië nog maar weinig kinderen op straat voetballen. Misschien komt dat door de vele playstations, maar beslist ook door de ‘agressieve toeristificering’ van de Italiaanse cultuursteden, zoals De Stasio dat noemt. Alles wordt opgeofferd aan het toerisme. Florence? Onherkenbaar. ‘Om van Venetië maar te zwijgen.’ Ook Rome wordt aan alle kanten getoeristificeerd.
Napels is toch anders, een wereld aan oorspronkelijkheid. Ietwat lastig te hanteren, een rauwe, echte wereld, die je rechtstreeks raakt. Het is de tegenpool van de Disneyparken in deze wereld.
‘Maar eens kijken wat ze met het voetbalverbod gaan doen,’ zegt De Stasio. Als dat toch nog in een nieuw conceptreglement voorkomt, gaat hij opnieuw voor een hoop stennis zorgen. Napels zonder voetbal in haar straatjes? Ondenkbaar. Wat zou Maradona daar wel niet van zeggen.
Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro
De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.
Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.
‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.
De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.
Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19
Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’
Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.
Beladen controverse in Napels
Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit.
‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.
In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”
Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.
Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.
Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’
Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’.
Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’
Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond
Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.
Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.
De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.
Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’
Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.
Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.
Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand doorUSA Today werd gepubliceerd.
Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.
‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’
In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.
Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’
Door haar Napolitaanse vierluik is ze in het buitenland de ster van de Italiaanse literatuur geworden. Is die reputatie terecht? Schrijver Paolo Di Paolo heeft zo zijn twijfels.
Het amusantst is het klakkeloos verwijzen naar Elena Ferrante. Zodra er in het buitenland een vertaling van een Italiaanse roman verschijnt, wordt ze van stal gehaald. Komt de roman La Ferocia van Nicola Lagioia uit in de Verenigde Staten, dan ademt het boek de sfeer van Elena Ferrante. Verschijnt Lettera a Dina van Grazia Verasani in Portugal, dan ‘zullen de fans van Elena Ferrante hun geluk niet op kunnen’. Zelfs Anna Maria Ortese, oneindig veel briljanter dan ‘de ster van de Italiaanse letteren’, ziet zich met haar vergeleken: het toppunt is wel dat op het omslag van de Engelse uitgave van Orteses boek Il mare non bagna Napoli een zin van Elena Ferrante prijkt.
Moeten we daar blij om zijn, of is het reden voor ongerustheid? Het lijdt geen twijfel dat het buitenland door dit verpletterende succes de indruk heeft gekregen dat de Italiaanse literatuur niet is gestorven met Italo Calvino en Umberto Eco. Met name in de Amerikaanse cultuur waren het essay ‘Lezioni americane’ van de eerste en de roman De naam van de roos van de tweede de laatste teksten die de muur van de academische en intellectuele elite hadden geslecht. Elena Ferrante is nog verder gegaan door zowel miljoenen lezers als de critici te verleiden. Italiaanse faculteiten in het buitenland laten geen gelegenheid voorbijgaan om De geniale vriendin aan een kritische analyse te onderwerpen. In Italië heeft de universiteit over het algemeen weinig op met contemporaine creaties. Maar het feit blijft dat de schrijfster zonder gezicht een uitgevershype is geworden.
Marketing
Marketing alleen is duidelijk niet voldoende (zoals meestal) om deze geestdrift te verklaren. Recentelijk is mij door een Franse en een Zweedse journaliste naar de redenen gevraagd voor dit immense succes van Elena Ferrante. Ik kwam niet verder dan wat bête gestamel. Maar het verstandigste antwoord is ook het meest voor de hand liggende: ik weet het niet.
Eminente bewonderaars, variërend van Ferrante-vertaalster Ann Goldstein en romanschrijfster en Pulitzer-winnares Jhumpa Lahiri tot Hillary Clinton en Jonathan Franzen, hebben op de Amerikaanse markt duidelijk gewicht in de schaal gelegd. Maar ook in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje voert Elena Ferrante de bestsellerlijsten aan.
De fervente aanhangers van de schrijfster zien daarin een bewijs van haar grootsheid, van de universele kracht van haar verhalen en haar personages. Maar als we het alleen maar over Nutella of Kindersurprise hadden, zou het adjectief ‘goed’ volstaan. Literair gezien echter zou die vlag de lading naar ik vrees hooguit bij benadering dekken. Met als resultaat dat willekeurig welke vertaalde Italiaanse schrijver aan Elena Ferrante doet denken. Dat is niet goed, en het is jammer.
Elena Ferrante heeft weinig te maken met de rest van de Italiaanse literatuur van de afgelopen jaren, of preciezer gezegd met de meest vernieuwende literatuur van de afgelopen jaren. Ze praat met een zachte en lichtelijk fletse stem die aan een boek uit rond 1950 doet denken. Het is een schrijfster (of schrijver, je weet maar nooit, in elk geval nog niet) die door de leden van de literaire bewegingen Gruppo 63 of Cannibali uit de jaren negentig als ongenietbaar zou zijn beschouwd. Ze mist de inventiviteit en de herkenbare stijl van haar evenzeer aanbeden (Franse) generatiegenote Annie Ernaux – en wie het tegendeel beweert begrijpt weinig van boeken.
Les Années van Annie Ernaux volgt zijn personages grosso modo gedurende een even lange periode als De geniale vriendin, met dien verstande dat Ernaux de kaarten opnieuw schudt, ze door elkaar husselt, ze in stukjes hakt, er lyriek van maakt, een elegie, er een unieke stem aan geeft. Elena Ferrante rangschikt de feiten in een lineaire volgorde, met een futloze stem die niet valt te onderscheiden van een menigte identieke stemmen. De surrealisten karikaturiseerden in één zin – ‘Om vijf uur verliet de markiezin het huis’ – alles wat hun aan de realisten tegenstond. Gingen ze daarmee niet een beetje ver? Jawel. Maar in de romans van Elena Ferrante kun je lezen – al is dat op zichzelf niet slecht, let wel – dat ‘ze op een avond op de deur klopten’.
Er schuilt altijd veel waars in gemeenplaatsen. Maar je kunt niet zeggen dat het Napels van Ferrante een Napels is dat afwijkt van de platgetreden paden, een Napels waarvan de lezer in Parijs, Düsseldorf of Manhattan zal opkijken
Als je de tweetalige lezers mag geloven is de Amerikaanse vertaling van Goldstein mooier dan het origineel, rijker. De Duitse vertaling is Duitser, de Franse vertaling eleganter. Een glibberig terrein, waar objectiviteit praktisch onmogelijk is. Je kunt je waarschijnlijk gemakkelijker afvragen of het imaginaire van haar verhalen vertaalbaar is en zo ja, tot op welke hoogte.
Het Napels uit het eerste deel, De geniale vriendin, staat bol van de clichés: het rumoerige verkeer, de stemmen, de kleuren, de feestelijke sfeer die overal heerst. Er is meteen al een pizzabakker, een verkoper van groente en fruit. De Vesuvius heeft een tere pastelkleurige vorm, met aan de voet de witte stenen van de stad, het aardkleurige silhouet van het Castel dell’Ovo, de zee. En wat voor zee! Vreselijk woelig, die zee. Er hangt een buitengewoon licht en vervolgens, bij wijze van contrast, de zwartheid van een wijk die verzadigd is van spanning en geweld. De stralende stad en de zwarte stad.
Er schuilt altijd veel waars in gemeenplaatsen. Maar je kunt niet zeggen dat het Napels van Ferrante een Napels is dat afwijkt van de platgetreden paden, een Napels waarvan de lezer in Parijs, Düsseldorf of Manhattan zal opkijken. Het is geen Malaparte, geen Domenico Rea, geen Raffaele La Capria en zelfs geen Fabrizia Ramondino, met wie Ferrante toch vergeleken is. Het is op en top Ferrante – met heel wat minder verrassingen, zowel qua taal als qua beelden.
Elena (bijgenaamd Lénu) en Lila, de twee vriendinnen uit het vierluik, zijn zonder twijfel sterke personages die indruk maken, en hoewel Elena Lila als de kwaaie pier afschildert, is haar eigen personage ook niet bepaald sympathiek. Je krijgt vaak het idee dat het aan het personage ligt wie de grootste gemenerik is, en ook de mannen doen hier een niet onbelangrijke duit in het zakje. De sage blijft op koers, het is een vervolgverhaal in de goede zin van het woord (binnenkort te zien als televisieserie van de hand van Saverio Costanzo), maar de lof die de onzichtbare Ferrante van haar Italiaanse collega’s krijgt toegezwaaid lijkt desondanks lichtelijk overdreven.
Idolate hofhouding
Ook al zijn ze nog niet half zo lovend over andere succesauteurs – en verwaardigen ze zich niet eens die te lezen – hun bewondering voor Elena Ferrante steken ze niet onder stoelen of banken. Het is de idolate hofhouding van de Onzichtbare, of liever gezegd Semi-Onzichtbare, sinds ze een wekelijkse column op pagina 3 van The Guardian ondertekent. En als ik er nog een ironisch schepje bovenop mag doen, sommigen putten zich uit in conformisme en pluimstrijkerij; lees alleen maar de begeesterde interviews in de bundel La Frantumaglia, waaruit een eerbied spreekt waarop zelfs Elsa Morante in haar hoogtijdagen niet hoefde te rekenen.
In een recent interview zei de grote Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss, in plaats van als een papegaai de naam van Elena Ferrante te herhalen, van Fleur Jaeggy te houden. En raad eens in welke taal Fleur Jaeggy schrijft? In het Italiaans. En ze schotelt ons schitterende bladzijden voor. Het immense succes van een schrijfster zonder gezicht is op zichzelf niet slecht, integendeel, maar de Italiaanse literatuur van gisteren en vandaag is allesbehalve ‘geferrantiseerd’. Ik zal nooit nalaten daarop te wijzen. Zo wordt het tenminste ergens geboekstaafd.
Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD).
Elena Ferrante
Ondanks talloze naspeuringen is de identiteit van Elena Ferrante nog steeds niet met zekerheid bekend, behalve dat we weten dat het om een man, een vrouw of meerdere personen gaat. De schaarse interviews die de schrijfster/schrijver heeft gegeven waren schriftelijk. Haar Napolitaanse vierluik, in Italië gepubliceerd tussen 2011 en 2014, is in meer dan veertig talen vertaald. Het dagblad La Repubblica wist in oktober 2017 te melden dat er wereldwijd al meer dan tien miljoen exemplaren over de toonbank waren gegaan. De afgelopen weken hebben diverse Italiaanse schrijvers in L’Espresso het fenomeen Elena Ferrante besproken, hetzij om de intrinsieke kwaliteiten van haar werk te benadrukken, hetzij om die te relativeren, zoals Paolo Di Paolo hier doet.
Paolo Di Paolo
Paolo Di Paolo (Rome, 1983) heeft Italiaanse taal- en letterkunde gestudeerd en diverse literaire prijzen ontvangen. Hij debuteerde in 2003 met de verhalenbundel Nuovi cieli, nuove carte en heeft sindsdien romans, toneelstukken en verhandelingen over met name Italiaanse literatuur geschreven. Hij publiceert regelmatig in kranten en tijdschriften.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.