Tag: narcotica

  • ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’

    Keuze uit ons archief

    Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.

    Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.

    Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.

    Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.

    Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld

    Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.

    Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.

    In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.40 AM

    In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.

    Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt

    De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.

    In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.

    Slachtoffers noch monsters

    Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.

    Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.

    De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.

    Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.

    Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.

    Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden.
    Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’

    Niets te verliezen

    Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.

    De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).

    Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).

    De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’

    “Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”

    In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).

    Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).

    Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas).
    Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).

    ‘Echte man’

    In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.

    De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.

    In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’

    In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).

    Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.22 AM 2 1

    In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.

    Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.

    De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’

    Macho-ideologie

    De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.

    Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.

    Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.

    Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.

    Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.

  • Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Amerikaans drugsgebruik explodeert, maar geweld neemt af

    Volgens president Trump leidt de huidige drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’. Maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Het gebruik van illegale verdovende middelen in de Verenigde Staten varieert met de jaren, maar volgens velen – onder wie de president – is het drugsgebruik in het land nog nooit zo groot geweest.

    Methamfetamine- en heroïnevangsten aan de Mexicaanse grens hebben een hoogtepunt bereikt. Het cocaïnegebruik neemt weer hand over hand toe. De opioïde-epidemie heeft tot meer dan 60.000 sterfgevallen door overdoses per jaar geleid, een record.

    ‘Vroeger hadden we de “Age of Aquarius”, waarin het drugsgebruik volgens iedereen de pan uitrees,’ zei president Trump afgelopen januari, verwijzend naar de tegencultuur uit de jaren zestig. ‘Dat was niks 
vergeleken bij wat er nu gebeurt.’

    Minister van Justitie Jeff Sessions bereed diezelfde maand tijdens een toespraak in Pittsburgh twee van zijn stokpaardjes: geweldsmisdrijven en de opioïde-epidemie. Hij heeft strengere wetgeving ingevoerd, die officieren van justitie dwingt het geweld met alle beschikbare middelen in te perken. En eind vorig jaar maakte hij bekend dat iedereen die illegaal fentanyl – een krachtige synthetische opioïde – bezit of het middel importeert, distribueert of produceert, gerechtelijke vervolging tegemoet kan zien.

    De president en zijn minister van Justitie zeggen dat de drugsexplosie in Amerika tot een ‘bloedbad’ leidt, maar uit recente cijfers blijkt dat het verband tussen illegale verdovende middelen en geweld in de VS helemaal niet zo duidelijk is.

    Grote steden lijken veiliger

    In Atlanta, Houston, Los Angeles en andere centra voor drugshandel is het dodental vorig jaar gedaald. Grote Amerikaanse steden lijken veiliger te worden, ook al worden ze overspoeld door drugs.

    Nergens is deze trend duidelijker dan in New York City. In 2016 telde de stad bijna 1400 sterfgevallen door overdoses heroïne en fentanyl, een record. Maar vorig jaar meldde de politie slechts 290 sterfgevallen, het laagste aantal sinds 1951 en een daling van 87 procent ten opzichte van 1990, toen er 2245 doden vielen.

    De kans om in New York City om te komen als gevolg van drugs is ongeveer even groot als in Montana of Wyoming, zelfs in een tijd dat drugsvangsten tot recordhoogte stijgen.

    In Los Angeles, het grootste heroïne-, cocaïne- en fentanylcentrum aan de Westkust, daalde het aantal levensdelicten in 2017 met 6 procent; in Los Angeles County met 20 procent. Ook in Houston, Washington en zelfs Chicago, waar het geweld een jaar geleden zo erg was dat Trump de FBI dreigde te sturen, daalde het aantal levensdelicten vorig jaar met dubbele cijfers.

    Deze cijfers lijken te duiden op een wijdvertakte, duurzame ontkoppeling tussen het aantal levensdelicten en de illegale drugshandel in veel Amerikaanse steden, een trend die in tegenspraak is met de gangbare verhalen over de oorsprong van stedelijk geweld.

    screenshot 2018 05 31 11 14 58

    Criminologen zien veel mogelijke oorzaken, maar één daarvan speelt misschien wel de belangrijkste rol in de afname van het aantal drugsdoden: smartphones.

    Zoals de mobiele technologie de gebruikelijke handel heeft veranderd, heeft ze ook een revolutie ontketend op de illegale markten door de drugshandel voorspelbaarder en minder dodelijk te maken. gps-navigatie, versleutelde communicatie en messaging-apps hebben de noodzaak voor drugsdealers om fysieke controle over stedelijke gebieden uit te oefenen en die desnoods met dodelijk geweld te verdedigen enorm verkleind, zeggen deskundigen.

    ‘De technologie voor de kleinhandel in drugs is radicaal veranderd, vooral de afgelopen tien jaar,’ zegt Mark Kleiman, criminoloog bij New York University. ‘Er staan geen mensen meer op straathoeken. Nu vinden de transacties plaats via de mobiele telefoon, wat de betrokkenen veel minder kwetsbaar maakt.’ Bovendien is het voor de politie, veel moeilijker om in te grijpen, voegt Kleiman eraan toe.

    Er zijn veel Amerikaanse steden waar de drugshandel nog grotendeels via de traditionele kanalen verloopt, waaronder Baltimore, waar vorig jaar een recordaantal van 343 doden viel. De drugshandel in de openlucht blijft een aanjager van geweld in St. Louis, 
New Orleans en andere steden waar het aantal levensdelicten is opgelopen. Maar dat businessmodel is niet overal meer dominant, en zeker niet in steden met grote aantallen drugsgebruikers uit de hogere middenklasse die het zich kunnen permitteren hun spul via hun iPhone te bestellen in plaats van naar uiterst misdadige buurten te rijden.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt’

    In Houston, waar het moordcijfer in 2017 met 11 
procent daalde, heeft de narcoticabrigade geleerd 
de online-handel in de gaten te houden, zoals op 
de handelssite EC21. Als je op die site naar ‘fentanyl’ zoekt komen er geen hits. Maar als je het als ‘fentanyll’ spelt, krijg je een fotootje van wit poeder te zien met een telefoonnummer en e-mailadres, mogelijk van een handelaar in China.

    ‘Toen ik in 1998 bij de narcoticabrigade kwam, reed je naar een appartementencomplex waar je de drugs door je raampje kreeg aangereikt,’ zegt inspecteur Stephen Casko van de narcoticabrigade in Houston. ‘Nu kun je je drugs gewoon via e-mail bestellen en hoef je geen dealer te zien.’

    Postinspecteurs op John F. Kennedy International Airport in New York hebben vorig jaar bijna tachtig fentanylzendingen onderschept, drie keer zoveel als in 2016. FBI-agenten in Atlanta arresteerden afgelopen zomer zestien postmedewerkers op verdenking van het aannemen van steekpenningen om zendingen van een kilo cocaïne af te leveren met hun bestelbusje.

    Sanho Tree, verbonden aan de afdeling Drugsdecriminalisering van het Institute for Policy Studies in Washington, zegt dat er geen ‘organisch verband’ bestaat tussen drugs en geweld. ‘Maar er is wel een verband tussen illegale drugshandel en geweld,’ zegt hij.

    In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verliep het dealen betrekkelijk geweldloos, zegt Tree. ‘Gewoonlijk was er een dealer met een rugzak die van deur tot deur ging om bestellingen af te leveren.’

    Dat veranderde met de invoering van minimumstraffen, zegt hij, toen straatdealers lange gevangenisstraffen riskeerden. ‘Daardoor werd het te gevaarlijk om met een rugzak vol drugs rond te lopen, wat aanleiding was om minderjarigen in te schakelen 
bij de drugshandel in de openlucht – als uitkijkpost, runner enzovoort – die niet dezelfde strenge straffen riskeerden.’

    screenshot 2018 05 31 11 15 07

    Het domineren en verdedigen van de fysieke ruimte was onmisbaar voor grote winsten. ‘Daarom werden straathoeken zo waardevol,’ zegt Tree.

    Geweldsmisdrijven in de Verenigde Staten – met name moord – bereikten een hoogtepunt in de jaren tachtig en begin jaren negentig van de vorige eeuw, toen steden werden bedolven onder de crack. Maar toen het cocaïne- en heroïnegebruik afnam, daalde ook het aantal levensdelicten. Vandaag de dag is het aantal levensdelicten in Amerika per hoofd van de bevolking ongeveer de helft van dat in 1985. Criminologen schrijven de daling toe aan een reeks van factoren, waaronder beter politietoezicht, meer kansen op werk en mogelijk zelfs verminderde blootstelling aan lood.

    Na het bereikten van een historisch laagtepunt in 2014 namen de moordcijfers in Amerikaanse steden in 2015 en 2016 abrupt toe. Deskundigen merken op dat ondanks deze stijging het aantal geweldsmisdrijven veel lager is dan een kwart eeuw geleden, maar de plotselinge opleving was voor de regering-Trump reden om de wetshandhaving te intensiveren. ‘De geweldsmisdrijven rijzen de pan uit als nooit tevoren,’ verklaarde Sessions, en hij beloofde daartegen op te treden met strengere gevangenisstraffen, harde maatregelen tegen illegale immigratie en het verstrekken van meer militair materieel aan politiebureaus.

    Landelijk steeg het aantal levensdelicten in de eerste zes maanden van 2017 met 1,5 procent ten opzichte van diezelfde periode in 2016, terwijl het totale aantal geweldsmisdrijven – waaronder verkrachting, beroving en ernstige mishandeling – lichtelijk daalde, zo blijkt uit cijfers die de FBI afgelopen januari heeft vrijgegeven. In het zuiden en middenwesten steeg het aantal levensdelicten. In het noordoosten daalde het sterk, en in geringe mate ook in het westen.

    In een artikel in USA Today voerde Sessions de nieuwe gegevens aan als bewijs van het snelle succes van de regering. ‘Toen president Trump werd ingehuldigd, deed hij het Amerikaanse volk een belofte: “Dit Amerikaanse bloedbad stopt hier en nu,”’ schreef Sessions, citerend uit Trumps inaugurele toespraak. ‘En die belofte heeft hij gehouden.’ Maar in veel Amerikaanse steden is het geweld maar in beperkte mate teruggekomen. In sommige steden met de hoogste uitschieters, zoals Chicago en Washington, blijft het aantal levensdelicten teruglopen.

    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images
    Amerikaanse douanebeambten checken vrachtwagens op de grens tussen Mexico en de VS bij San Diego. 
– © David Maung / Getty Images

    De psychotische effecten van narcotica kunnen daarbij ook een rol spelen, zeggen criminologen. Waar een crackroes vaak gepaard gaat met een golf van manische energie en extreem zelfvertrouwen, brengen opioïden de gebruikers tot rust zodat ze misschien minder geneigd zijn tot gewelddadig gedrag.

    Anders dan de crack-epidemie van de jaren tachtig, die vooral arme zwarte Amerikanen trof, trekt de opioïdecrisis zich niets aan van geografische of sociale scheidslijnen. ‘Veel huidige verslaafden behoren tot de hogere middenklasse en wonen niet in buurten die worden geteisterd door geweld,’ zegt Volkan Topalli, hoogleraar Strafrecht aan Georgia State 
University.

    ‘In de buurten waar zij wonen bestaat geen hoog geweldsniveau,’ zegt hij, ‘en zijn de distributienetwerken niet primair in handen van grote bendes.’

    Richard Rosenfeld, criminoloog bij de University 
of Missouri-St. Louis, zegt dat de opioïdecrisis sinds 2014 de belangrijkste reden lijkt voor het gestegen aantal levensdelicten onder blanke Amerikanen. Maar hij zegt dat de stijging waarschijnlijk nog veel sterker zou zijn ‘als de straathandel nog even wijdverbreid was als vijfentwintig jaar geleden’.

    Mexicaanse drugskartels

    Er lijkt nog een factor te zijn in het nieuwe tijdperk van de Amerikaanse drugshandel die het dalende moordcijfer kan verklaren: een doelbewuste poging van Mexicaanse drugskartels om het gebruik van geweld aan de Amerikaanse kant van de grens tot een minimum te beperken.

    Dezelfde smokkelorganisaties die het moordcijfer 
in Mexico tot ongekende hoogte hebben opgejaagd gaan in de Verenigde Staten volgens een andere logica te werk, net als de grote bedrijven die profiteren van de economische voordelen van het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA.

    De verschillende geweldsniveaus langs de grens tussen de VS en Mexico onderschrijven dit patroon. Steden als El Paso en San Diego hebben de laagste moordcijfers in de Verenigde Staten, ook al liggen 
ze recht tegenover Ciudad Juárez en Tijuana, twee van de moordzuchtigste plekken van Mexico.

    Het ontbreken van een ‘overloopeffect’ wordt in elk geval ten dele toegeschreven aan een gedisciplineerde bedrijfsstrategie die erop gericht is zo min mogelijk aandacht te trekken van de Amerikaanse rechtshandhavingsinstanties, zegt Sam Quinones, auteur van Dreamland: The True Tale of America’s Opiate Epidemic.

    Anders dan de Colombiaanse kartels, wier pogingen om de drugsmarkt in Miami, New York en andere Amerikaanse steden over te nemen een generatie geleden tot een vloedgolf van moorden leidden, schuwt het merendeel van de moderne Mexicaanse handelaren het gebruik van geweld aan Amerikaanse kant.

    ‘Ze hebben een scherp oog voor het enorme verschil tussen het strafrecht in Mexico en dat in de Verenigde Staten,’ zegt hij. Uit vrees voor een lange straf in een strenge Amerikaanse gevangenis vechten de gangsters hun geschillen met rivalen liever in Mexico uit, waar minder dan 5 procent van de misdrijven tot een veroordeling leidt. In zijn boek beschrijft Quinones een groep Mexicaanse heroïnedealers in Denver en omgeving, de ‘Xalisco Boys’, wier koeriers de drugs in ballonnetjes afleverden. Ze hielden die ballonnetjes in hun mond en hadden flesjes water bij zich om ze door te slikken als ze werden aangehouden door de politie.

    De heroïnedealers bleven zelden lang in één Amerikaanse stad en reden vaak op hun motorfiets op en neer naar Mexico. Ze trokken zich zo weinig aan van hun straatreputatie dat ze ook aan klanten verkochten die hen hadden bestolen of bedrogen, waarbij ze het verlies eerder als een bedrijfsrisico beschouwden dan als een persoonlijke belediging die gewroken moest worden. Ze meden gebieden met veel misdaad en waren ongewapend.

    ‘Veel van die kerels waren verlegen boerenjongens,’ zegt Quinones. ‘Ze waren geïntimideerd door de VS en beslist niet geïnteresseerd in een bloedige onderlinge oorlog.’

    En als de dealers zich bedreigd voelden door politiemensen of concurrerende handelaren verplaatsten ze hun mobiele heroïnehandel gewoon naar een andere Amerikaanse stad. Ze vonden geweld het risico niet waard, zegt Quinones, ‘en de markt in 
de VS was groot genoeg voor iedereen’.

    Grootschalige Mexicaanse handelaren lijken op dezelfde manier te opereren. Toen narcotica-agenten in New York vorig jaar een inval deden in een appartement in Queens en 63 kilo pure fentanyl aantroffen, arresteerden ze een echtpaar van middelbare leeftijd dat een paar weken eerder uit Mexico was gekomen.

    Het was de grootste fentanylvangst in de Amerikaanse geschiedenis, met een waarde van tientallen miljoenen dollars. Maar het echtpaar had niet eens een wapen.

    Auteur: Nick Miroff
    Vertaler: Peter Bergsma

    Met een bijdrage van Mark Berman en Sari Horwitz.

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). 
Een van de invloedrijkste kranten ter wereld. Eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.