Tag: natuurbescherming

  • Natuurorganisatie roept 2025 uit tot ‘Jaar van de Octopus’

    Natuurorganisatie roept 2025 uit tot ‘Jaar van de Octopus’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Libische stafchef omgekomen bij vliegtuigcrash in Turkije

    » VS: Hooggerechtshof blokkeert inzet Nationale Garde in Chicago

    Het aantal octopussen was dit jaar in Engeland op zijn hoogst

    Een natuurbeschermingsorganisatie heeft 2025 uitgeroepen tot ‘het Jaar van de Bloeiende Octopus’ nadat recordaantallen octopussen werden waargenomen voor de zuidwestkust van Engeland, schrijft de BBC. In haar jaarlijkse rapport over de mariene flora en fauna meldt de Wildlife Trusts dat het aantal octopussen deze zomer het hoogste niveau sinds 1950 bereikte.

    Warmere winters, die verband houden met klimaatverandering, worden beschouwd als de oorzaak van de sterke toename van de populatie, ook wel een ‘bloei’ genoemd. De bevindingen van de organisatie worden ondersteund door officiële cijfers die aantonen dat er in de zomer van 2025 meer dan 1200 ton octopus door vissers in Britse wateren is gevangen.

    Dit is een drastische stijging ten opzichte van voorgaande jaren. Slechts één keer sinds 2021 werd er meer dan 200 ton octopus aan land gebracht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naast het goede nieuws voor octopusliefhebbers bevat het rapport van de Wildlife Trusts over de mariene flora en fauna ook minder fraai nieuws.

    Zo werd dit jaar volgens het rapport gekenmerkt door milieurampen, zoals een aanvaring tussen een olietanker en een containerschip op de Noordzee in maart, waarbij enorme hoeveelheden plastic korrels in het water terechtkwamen, en de lozing van bijna 4,5 ton biokorrels uit een waterzuiveringsinstallatie in Sussex in november.

    Er was ook beter nieuws voor de fauna elders: een recordaantal van 46.000 papegaaiduikers werd waargenomen op Skomer in Pembrokeshire, terwijl de charismatische zwart-witte vogel een comeback maakte op het Isle of Muck dankzij natuurbeschermingsinspanningen van de Ulster Wildlife Trust om de invasieve bruine rat te verwijderen.

  • Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Stop met het redden van (alleen) schattige bedreigde diersoorten

    Een miljoen soorten worden bedreigd, maar slechts een handjevol krijgt alle aandacht. Het is tijd voor een nieuwe beschermingsstrategie.

    De biodiversiteitscrisis is een cijfermatig probleem. Maar in tegenstelling tot de meeste rekenkundige problemen zet dit je op een dwaalspoor als je vasthoudt aan exacte getallen. Misschien wel een miljoen soorten worden bedreigd met uitsterven. Als je uitgaat van soorten die wetenschappers specifiek aanmerken als bedreigd, zijn het er 42.100. Maar geen van beide getallen is accuraat. In ieder geval zijn we het erover eens dat de mate van uitsterven duizend keer zo groot is als historische gemiddelden. Of is het honderd keer zo groot?

    Uiteindelijk gaat het hierom: welke aantallen je ook in de berekening stopt, de uitkomst blijft hetzelfde. De planeet is er slecht aan toe. Er zijn veel meer soorten die dreigen uit te sterven dan we realistisch gezien kunnen redden. We bevinden ons in een noodsituatie, en in noodsituaties is triage van slachtoffers noodzakelijk.

    De solenodon is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan

    De kern van natuurbehoud is kiezen welke soorten moeten worden beschermd en welke we aan hun lot overlaten, maar we praten onvoldoende over hoe deze beslissingen worden genomen. Kiezen we soorten die van cultureel belang zijn, zoals de zeearend? Of moeten we ons richten op planten die bruikbaar zijn voor medicijnen? Hoe zit het met soorten die een cruciale rol spelen binnen hun ecosysteem? Of met soorten die het meest bedreigd worden? En dan zijn er natuurlijk nog de dieren die onze aandacht trekken omdat ze schattig of charismatisch zijn, of – in het geval van stokstaartjes – het vrolijke, antropomorfe gezicht vormen van een langlopende Britse reclamecampagne voor autoverzekeringen.

    Er is ook een andere manier van denken over dieren die zou ons kunnen helpen bij de beslissing welke soorten we moeten beschermen. Rikki Gumbs, natuurbeschermer bij de Zoological Society of London, vindt dat we ons meer moeten richten op soorten die evolutionair onderscheidend zijn én bedreigd worden. Die visie brengt ons bij allerlei vreemde en wonderlijke wezens. Neem bijvoorbeeld de solenodon. Dit dier, dat wel iets wegheeft van een spitsmuis, is een van de weinige giftige zoogdieren die vandaag de dag bestaan. Ongeveer 76 miljoen jaar geleden begonnen de twee levende soorten solenodons af te wijken van andere zoogdieren; daarmee rust er een forse evolutionaire geschiedenis op hun kleine, harige schoudertjes.

    EDGE

    Gelukkig beschikken wetenschappers over een manier om te meten hoe uniek en bedreigd bepaalde soorten zijn. In 2007 bedachten natuurbeschermers een methode genaamd EDGE; dat staat voor evolutionarily distinct and globally endangered [evolutionair onderscheidend en wereldwijd bedreigd]. De methode werd ontwikkeld om prioriteit te geven aan het behoud van soorten die een groot deel van de evolutionaire geschiedenis vertegenwoordigen. Om een hoge EDGE-score te behalen moet een soort evolutionair onderscheidend zijn, zeer weinig nabije voorouders hebben die nog leven en sterk bedreigd zijn.

    Gumbs noemt die soorten ‘vreemd en wonderlijk’. Ze zijn zo lang geleden afgeweken van hun voorouders en hebben zo weinig levende verwanten dat ze ongewoon op ons overkomen. Dergelijke soorten verkeren, om met Gumbs te spreken, ‘on the edge’, oftewel: op het randje. Een ander dier in die categorie is de Xenotyphlops grandidieri, de blinde slang van Madagaskar, een felroze reptiel dat zich ingraaft en dat ongeveer 65 miljoen jaar geleden begon af te wijken van zijn naaste levende verwant.

    In 2017 riep Gumbs een groep zoölogen bijeen om de EDGE-methode te actualiseren. Inmiddels hebben biologen namelijk een veel beter beeld van de verwantschap tussen de verschillende diersoorten en van hoe bedreigd soorten zijn. Bovendien zocht Gumbs naar een manier om met EDGE-scores soorten te kunnen rangschikken waarvan het behoud onbekend is – en dat is het geval voor de overgrote meerderheid van de dieren op aarde. Na een hoop discussie en na medische omstandigheden die Gumbs ruim een jaar buitenspel zetten, was het vernieuwde EDGE-systeem vorig jaar klaar. De nieuwe meetmethode, EDGE2 genaamd, werd op 28 februari 2023 gepubliceerd in het tijdschrift PLOS Biology.

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien’

    ‘Er zijn veel soorten die over het hoofd worden gezien. Maar als je ze leert kennen, zijn ze net zo charismatisch en net zo mooi als de soorten die we kennen,’ zegt Gumbs. Volgens de EDGE2-methode zou de bergdwergbuidelmuis van alle zoogdieren onze hoogste prioriteit moeten hebben. Dit buideldiertje komt in het wild voor op een paar vierkante kilometer in de Victorian Alps in Australië. Van de zoogdieren waarvoor we geen goede data hebben over het behoud van de soort, bevindt de Hylomys megalotis, een haaregel die vooral in Laos voorkomt en verwant is aan de egel, zich het meest in de gevarenzone. Er zijn EDGE-ranglijsten gemaakt voor amfibieën, vogels, koralen, reptielen, haaien en roggen, en voor gymnospermen, een groep planten waar naaldbomen en cicaden onder vallen.

    Het kijken naar dieren op basis van hun evolutionaire eigenheid slaat aan. De EDGE-score is een van de indicatoren die zijn geselecteerd voor het Post-2020 Global Biodiversity Framework, een belangrijk verdrag over biodiversiteit dat in december 2022 door de VN werd aangenomen. De International Union for the Conservation of Nature, de organisatie die de rode lijst met bedreigde soorten opstelt, heeft ook een taakgroep fylogenetische diversiteit, waarvan Gumbs plaatsvervangend voorzitter is. In plaats van te concentreren op enkele soorten, zegt Gumbs, is er groeiende aandacht voor de bescherming van complete ecosystemen die veel evolutionair verschillende planten en dieren in stand houden.

    Focus

    Natuurlijk is evolutionaire eigenheid slechts één manier om te kijken naar prioriteiten voor natuurbehoud. Organisaties die beslissen welke projecten gefinancierd moeten worden, welke gebieden beschermd moeten worden en op welke soorten de focus moet liggen, bekijken doorgaans een groot aantal factoren alvorens grote beslissingen te nemen. Maar de EDGE2-methode raakt aan iets interessants, zegt Rafael Molina Venegas, hoogleraar biodiversiteit van planten aan de Autonome Universiteit van Madrid. Als je alle soorten beschouwt als unieke boeken, dan zijn soorten met evolutionaire eigenheid zeer oude, unieke boekwerken waarvan slechts een handvol exemplaren bestaat. Verlies je deze zeldzame soorten, dan verdwijnt er voorgoed een schat aan evolutionaire geschiedenis van de wereld.

    En er is nog een reden om aandacht te schenken aan evolutionaire bijzonderheden. Uit het werk van Molina Venegas blijkt dat als we plantensoorten kiezen op basis van hun evolutionaire uniciteit, we uiteindelijk meer plantensoorten beschermen die nuttig zijn voor de mens dan als we een willekeurige aanpak kiezen. Met andere woorden, focussen op uniciteit is een praktische manier om na te denken over welke soorten beschermd moeten worden.

    ‘We leven in een wereld waarin soorten moeten vechten tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid’

    Eén manier om naar de EDGE-methode te kijken is om je een armageddon voor te stellen. Een losgeslagen asteroïde staat op het punt de aarde te vernietigen. Gelukkig hebben wetenschappers elders in het heelal een aarde-achtige planeet gevonden die nog helemaal leeg is. Het enige wat we hoeven te doen, is beslissen welke soorten we in ons ruimteschip mee willen nemen naar de nieuwe planeet. Evolutionaire eigenheid is daarbij geen slecht uitgangspunt, zegt Molina Venegas. Op die manier neem je een breed scala aan schepsels mee, waarvan elk een unieke functie heeft op de nieuwe planeet. ‘De hoop is dan dat ze elkaar zullen aanvullen in het nieuwe ecosysteem dat daar zal moeten groeien,’ zegt hij.

    In veel opzichten zorgt de mens voor een armageddon in slow motion, als het gaat om de biodiversiteit op aarde. We hoeven het ruimteschip nog niet klaar te zetten, maar we moeten wel goed nadenken over de middelen om het verlies van onvervangbare soorten te stoppen. We beschikken over instrumenten zoals wetenschappelijk onderzoek, genenbanken en natuurreservaten. Maar ook de manier waarop we naar biodiversiteit kijken is een cruciaal instrument. Iedereen wil dieren redden, maar we leven in een wereld waarin soorten moeten vechten om de beperkte middelen voor natuurbehoud, en tegen de roofzuchtige expansie van de mensheid.

    We moeten moeilijke beslissingen nemen over welke soorten we willen beschermen, anders klopt het cijfermatig gewoon niet meer.

  • Natuurfotograaf waarschuwt met fotoboek voor uitsterving van wilde dieren

    Natuurfotograaf waarschuwt met fotoboek voor uitsterving van wilde dieren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Overvallers plegen inbraak in het Louvre en nemen negen juwelen mee

    » Bolivia slaat een nieuwe weg in met centrumrechtse Rodrigo Paz

    De foto’s zijn bedoeld om te ‘provoceren’

    De Britse natuurfotograaf Margot Raggett heeft het afgelopen decennium geld ingezameld voor natuurbeschermingsprojecten over de hele wereld, maar nu maakt ze zich zorgen over de toekomst. ‘Het voelt alsof we een stap terug hebben gezet,’ zegt ze.

    Ze heeft de afgelopen tien jaar 1,2 miljoen pond ingezameld voor het goede doel met haar serie Remembering Wildlife, een jaarlijks verschijnend, non-profit fotoboek met foto’s van dieren van ‘s werelds beste natuurfotografen. De eerste editie verscheen in 2015, toen het klimaatakkoord van Parijs werd opgesteld, maar in de jaren daarna zijn de inspanningen om de klimaatcrisis aan te pakken teruggeschroefd.

    ‘In vergelijking met een paar jaar geleden was er wereldwijd een verlangen naar hernieuwbare energie in plaats van naar olieboringen. Ik denk dat het belang van de natuur iets is waar we allemaal aan vast moeten houden’, aldus Raggett, geciteerd door The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Om ons eraan te herinneren hoe somber de vooruitzichten voor wilde dieren op dit moment zijn, wordt de publicatie van dit jaar, getiteld Ten Years of Remembering Wildlife, uitgebracht samen met originele en bewerkte foto’s van dieren zoals ijsberen, cheeta’s en schubdieren die in hun natuurlijke habitat leven en vervolgens uit die habitat worden geschrapt.

    Raggett vertelt dat de foto’s bedoeld zijn om te ‘provoceren’ en een glimp te geven van de toekomst als we de huidige koers aanhouden. ‘De afname van het aantal wilde dieren gaat wereldwijd zo snel dat er veel werk moet worden verzet om deze trend te keren. We zouden weleens een toekomst tegemoet kunnen gaan waarin deze landschappen verstoken blijven van wilde dieren’, aldus Raggett. ‘Daarom hebben we deze publicatie gemaakt, om mensen even stil te laten staan en te laten beseffen wat er kan gebeuren als we geen actie ondernemen.’

  • Australië: 157 zwarte zwaardwalvissen gestrand op Tasmanië

    Australië: 157 zwarte zwaardwalvissen gestrand op Tasmanië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël beschuldigt Hamas ervan het lichaam van moeder Bibas achter te houden

    » Bolivia: ex-president Evo Morales wil opnieuw meedoen aan presidentsverkiezingen

    Het is lastig de dieren terug in het water te brengen

    Der Spiegel meldt dat er 157 zwarte zwaardwalvissen zijn aangespoeld op de kust van Arthur River op het Australische eiland Tasmanië. Volgens Tasmania Parks and Wildlife Services, een regeringsorgaan dat verantwoordelijk is voor natuurbescherming, lagen de dieren al vierentwintig tot achtenveertig uur op het strand voordat mensen ze ontdekten. Vanwege het gewicht van de vissen is het lastig om ze terug in het water te brengen. Arthur River is ook nog eens lastig te bereiken vanwege bosbranden en de organisatie kampt met een gebrek aan hulpverleners en apparatuur.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Van de 157 zwarte zwaardwalvissen waren er nog negentig in leven. Voor het eerst in vijftig jaar spoelen zwarte zwaardwalvissen aan in dit gebied van Tasmanië. Zwarte zwaardwalvissen horen bij de dolfijnensoort en bij de onderfamilie zwartvissen. Waarom de zwartvissen zijn aangespoeld, is nog niet bekend.

  • Twee bedreigde slakkensoorten opnieuw uitgezet in hun habitat op Madeira

    Twee bedreigde slakkensoorten opnieuw uitgezet in hun habitat op Madeira

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne en Rusland wisselen opnieuw gevangenen uit

    » Azerbeidzjan: ‘Poetin moet aansprakelijkheid voor vliegtuigcrash erkennen’

    Lange tijd werd gedacht dat ze voorgoed waren verdwenen

    Zo’n dertienhonderd slakken van twee bedreigde soorten zijn opnieuw uitgezet op de Portugese archipel Madeira, hun oorspronkelijke leefgebied. Om de twee inheemse slakkensoorten terug te brengen naar de Ilhas Desertas [Verlaten Eilanden] – die onderdeel zijn van de Portugese Madeira-archipel – waren de gecombineerde inspanningen van drie dierentuinen en drie Europese landen nodig.

    Wetenschappers hebben lang gedacht dat deze kleine weekdieren, ongeveer zo groot als een erwt, voorgoed verdwenen waren en ten prooi waren gevallen aan erosie, muizen en droogte. Tijdens een reeks expedities tussen 2012 en 2017 herontdekten experts van Madeira’s Instituut voor Natuurbehoud en Bossen (ICNF) echter ‘minuscule populaties van twee slakkensoorten, elk bestaande uit minder dan tweehonderd overlevenden’, meldt The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Er werd toen een reddingsproject opgezet en de weekdieren werden naar de dierentuin van Beauval in Frankrijk en naar de dierentuinen van Bristol en Chester in het Verenigd Koninkrijk gestuurd, waar natuurbeschermingsteams ‘een nieuw thuis voor ze bouwden in mini-aquaria, als onderdeel van een kweekprogramma om hun aantal snel te vermeerderen’, legt het Britse dagblad uit.

    Elk van de opnieuw uitgezette slakken is individueel gemerkt zodat ze kunnen worden gevolgd en gemonitord. Als het programma succesvol is, zullen er nog veel meer slakken bijkomen. Dinarte Teixeira, bioloog bij de ICNF, is optimistisch. ‘Deze slakken zijn ongelooflijk kostbaar. De Ilhas Desertas zijn de enige plek ter wereld waar ze voorkomen en we doen er alles aan om hun toekomst veilig te stellen,’ zegt ze. ‘Honderd jaar lang dachten we dat ze voor altijd verdwenen waren, maar nu is er weer hoop.’

  • De egel is nu bijna met uitsterven bedreigd

    De egel is nu bijna met uitsterven bedreigd

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran executeert Iraans-Duitse dissident Jamshid Sharmahd

    » Pentagon: Noord-Korea heeft 10.000 soldaten naar Rusland gestuurd

    De egelpopulatie is in het VK met 75 procent afgenomen

    In West-Europa neemt de populatie egels af: ze worden door stadsuitbreiding uit hun leefgebied verdreven, op wegen neergemaaid door auto‘s en worden het slachtoffer van pesticiden en de achteruitgang van insecten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Erinaceus europaeus is van de categorie ’niet bedreigd‘ naar ’bijna met uitsterven bedreigd‘ gegaan. Dit blijkt uit de bijgewerkte Rode Lijst van de International Union for Conservation of Nature (IUCN), die maandag werd gepubliceerd in Cali tijdens de COP16 over biodiversiteit.

    De populatie is afgenomen in meer dan de helft van de landen waar de soort voorkomt. Het gaat voornamelijk om de volgende landen: het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, België en Duitsland. In 2022 onthulde een onderzoek volgens The Daily Telegraph dat de egelpopulaties in het Verenigd Koninkrijk sinds 2000 met 75 procent waren afgenomen.

  • Vrouwen op de Balkan komen in opstand voor het behoud van de natuur

    Vrouwen op de Balkan komen in opstand voor het behoud van de natuur

    In Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Slovenië pikken vrouwen het niet langer hoe rivieren en bossen in hun regio worden vervuild. Een strijdbare generatie komt nu in opstand tegen de milieuverontreiniging en klimaatverandering.

    Dappere vrouwen uit het Bosnische Kruščica hebben meer dan vijfhonderd dagen gewaakt bij de rivier om de bouw van miniwaterkrachtcentrales tegen te gaan. Ook in Kraljevo (Servië) strijden vrouwen voor het behoud van hun rivieren. In Kroatië werpen ze zich op voor het behoud van het milieu en de publieke ruimte tegen de exploitatie door onder andere de toeristische sector.

    De vrouwen in Kruščica hadden met de mannen geruild die normaal gesproken nachtdiensten voor hun rekening namen, omdat ze verwachtten dat de politie hen niet zou aanvallen. Rond vijf uur ’s ochtends arriveerde er een speciale eenheid. ‘Ze zeiden dat we opzij moesten gaan en als we dat niet deden, ze het bevel hadden ons in het water te gooien. Een paar minuten later begonnen ze met hun schilden op ons in te slaan. Op onze armen, benen… Vreselijk. Overal gekerm, gegil,’ vertelt Amela Zukan.

    Trauma’s

    De trauma’s van die nacht dragen de vrouwen nog altijd met zich mee. Sommigen zijn ziek geworden en dragen hun verwondingen als een ereteken. Maar ze zijn nog even vastberaden. Natuurlijke rijkdommen zijn onze laatste verdedigingslinie, zeggen ook andere vrouwen die in Servië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina en Slovenië op de barricades staan voor de natuur.

    ‘Als de donkerste scenario’s uitkomen, krijgen we te maken met extreme droogte, watertekorten en steeds frequentere overstromingen,’ zegt Zukan, die benadrukt dat de kwetsbaren en gemarginaliseerden, de armen en zieken, mensen in ontwikkelingslanden, meer te lijden hebben onder de klimaatverandering. De bijeenkomsten van bewoners in Kruščica begonnen aanvankelijk spontaan, toen deze tweeduizend zielen tellende gemeenschap lucht kreeg van de plannen voor de bouw van een miniwaterkrachtcentrale.

    Ze hebben ons misleid, bestolen, verdeeld, wat al erg genoeg is

    Het protest had succes. ‘We hebben heel wat mensen wakker weten te schudden, veel mensen zagen dat we onze rivier met succes hebben verdedigd en zijn onze methode zelf gaan toepassen. Wij strijden vandaag niet alleen maar voor ónze rivier, maar voor alle rivieren in Bosnië en Herzegovina en daarbuiten, in de hele regio,’ zegt Zukan. Dat beaamt ook natuuractivist Bojana Minović uit het Servische Kraljevo, die strijdt voor het behoud van de bergrivieren in haar streek. ‘Ze hebben ons misleid, bestolen, verdeeld, wat al erg genoeg is. Deze waanzin begon al in de oorlog: de sluiting van de fabrieken, het wegvallen van verschillende sociale, maatschappelijke en economische zekerheden. En te midden van dat alles storten ze zich nu ook nog eens op onze natuurlijke rijkdommen,’ zegt ze.

    Minović merkt op dat het groot kapitaal tot in alle poriën van de maatschappij is doorgedrongen. Ze omschrijft hoe alles tegenwoordig jong, flitsend en strak moet zijn. De goede oude bergrivieren voldoen niet langer aan de standaarden, ze zijn niet Instagram-waardig. De mensen zwemmen niet meer in de Ibar [een van de rivieren rondom Kraljevo], ‘maar alleen nog in zwembaden, omdat het daar mooier, toegankelijker is.’ Minović vertelt dat er langs de bergrivieren zwembaden worden opgetuigd.

    ‘En zo’n stomme Ibar, waar opa’s vroeger in hun socialistische onderbroek zwommen, vinden we niks meer aan’

    ‘Alles moet nieuw, aantrekkelijk, mooi en leuk zijn. We willen dat alles comfortabel en toegankelijk is. ‘En zo’n stomme Ibar, waar opa’s vroeger in hun socialistische onderbroek zwommen, vinden we niks meer aan.’ Het is een vorm van prestige geworden om badhuizen te bezoeken, die inmiddels de helende mineraalwaterbronnen bij Vrnjačka Banja bedreigen. De badhuizen ‘leveren namelijk mooie kiekjes op voor Instagram, net als de zwembaden dat doen: cocktails, muziek, jonge, gezonde en strakke lijven.’

    In haar werk wordt Minović ook geconfronteerd met de maatschappelijke kant van de ecologische problemen. Daarbij noemt ze twee belangrijke factoren: naast de schade aan de natuur vindt er ook een verarming van de bevolking plaats. ‘Hier zegt men dat de grond rondom de bergrivieren schraal is. Armer dan arm, onbruikbaar. En dus dalen de grond en het bos in waarde. Daardoor wordt het makkelijker deze natuurlijke hulpbronnen te verkopen,’ zegt ze.

    Het gaat hier om economisch achtergestelde regio’s waar de verkoop van stukken bos of welke vorm van natuurlijke hulpbronnen dan ook voor sommige mensen vaak een laatste redmiddel is. ‘Degenen die stukken bos bezaten, kapten die om hun kinderen naar school te kunnen sturen, om voor eten te zorgen, om te overleven, om hun kinderen de mogelijkheid te geven hier weg te gaan,’ zegt Minović.

    Pas wanneer een investeerder de aarde helemaal omwoelt en de veiligheid zichtbaar in gevaar komt na een overstroomde weg door een lekkende dijk, of als de forel uit de rivieren verdwijnt, pas dan zien ze de gevolgen in van al die bouwprojecten in en rondom hun bergrivieren. Maar de bewoners zeggen ook dat ze hun huizen moeten verwarmen en dus het bos moeten verkopen om te kunnen leven. Ook Minović ziet de teloorgang van het ecosysteem, de klimaatverandering, de buitengewoon zachte winters, de afnemende neerslag in de steeds warmer wordende zomers.

    ‘Ik weet echt wel wat winter is, hoe vier jaargetijden eruitzien,’ verzucht ze. Dat klimaatverandering overal is doorgedrongen en niet meer te negeren valt, vindt ook Irena Burba, een klimaatactivist die al zestien jaar bij de Kroatische ngo Groen Istrië werkt en actief deelnam aan talloze sociale en klimaatprotesten, zoals destijds in Lungomare en Plomin. ‘In ons werk merken we dat de aanval op het publieke domein en de publieke ruimte ieder jaar intensiveert,’ zegt ze.

    Baai van Lapad

    Irena Woelle is een Sloveense designer en activist die actief is op het snijvlak van milieu, maatschappij en cultuur. Ze houdt zich bezig met thema’s als stedelijk tuinieren en urbane imkerijen, maar ze zet zich ook in tegen fracking, glyfosaat, jachttoerisme en de ontgroening van het stadsbeeld. In een van haar projecten, getiteld Ik ben toch niet zo gek om daarheen te gaan, legde ze de link tussen het kapitalisme en het patriarchaat, die volgens haar veel gelijkenissen vertonen en langs dezelfde lijnen opereren.

    Brandpunt was de baai van Lapad, geschilderd door de uit Dubrovnik afkomstige schilder Flora Jakšić, die op haar zeventiende, tegen haar wil in, werd uitgehuwelijkt en vervolgens tien jaar in een gewelddadig huwelijk opgesloten zat.

    Gedurende haarleven was Flora’s huis een toonaangevend centrum voor schilderkunst in Dubrovnik; ze liet in haar testament opnemen dat Vila Flora aan de baai van Lapad een plek moest worden waar kunstenaars konden exposeren en hun vakanties konden doorbrengen. Van de baai van Lapad is niet veel meerover: een en al beton, kitsch en asfalt. De titel van het project is ontleend aan het antwoord van een jonge moeder aan haar partner, die voorstelde om met hun kind in de snikhete, verbouwde baai van Lapad te gaan zwemmen.

    Met haar initiatief om het centrum van Rijeka gezonder en leefbaarder te maken door het Matija Vlačić Flacius-plein om te dopen tot Theeplein, wilde Woelle geneeskrachtige kruiden op het plein laten planten. Daarmee hoopte ze de in vergetelheid geraakte kennis omtrent de helende werking van planten en hun gebruik bij de bestrijding van kwaaltjes nieuw leven in te blazen. ‘Publieke ruimtes worden mateloos ingepikt,’ zegt Woelle. ‘We kunnen niet eens meer een wandeling maken door onze eigen steden, omdat alles is geprivatiseerd; overal zijn cafés en restaurants die er in feite alleen maar zijn voor toeristen.’

    Ook Burba benadrukt de desastreuze gevolgen van het leunen op toerisme. ‘De stranden worden op illegale wijze opgespoten en de kust wordt almaar verder ingelijfd. Hotelketens en campings dijen almaar uit. Er blijft steeds minder ruimte over voor de inwoners. Er zijn wel een miljoen winkelcentra,’ zegt ze.

    ‘De leefbaarheid is bij ons flink verslechterd door het grenzeloze toerisme’

    De publieke ruimte raakt in het gedrang. ‘De leefbaarheid is bij ons flink verslechterd door het grenzeloze toerisme,’ zegt Burba. ‘In de zomer staan er ellenlange files, waardoor je amper toegang hebt tot bepaalde diensten, zoals de eerste hulp. We hebben een enorm afvalprobleem, de hoeveelheid afval die wordt geproduceerd kunnen we simpelweg niet op een adequate manier verwerken.’ ‘Mensen zijn vaak pas bereid te reageren als er een probleem in hun achtertuin ontstaat, maar we zagen dat er in het geval van Lungomare ook veel mensen in opstand kwamen vanwege de emotionele binding met het gebied,’ zegt Burba.

    Ze zagen in dat er al zoveel is gecommercialiseerd, dat ze bereid waren te strijden voor dat laatste strookje publieke ruimte. ’Niet veel anders was het in Kruščica. Alle inwoners verdedigden de rivier ‘met hart en ziel’, aldus Zukan. Weer of geen weer. Voor ons was het net alsof we naar ons werk gingen. Iedereen was verplicht zijn eigen dienst te draaien,’ zegt ze. ‘Zonder de inwoners was de rivier allang vernietigd. Nu is het weer een prachtige plek, die alle aandacht dubbel en dwars waard was.’

  • In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    In de Ecuadoraanse Amazone voeren de bewoners een lange strijd tegen oliewinning

    Een referendum moet uitsluitsel geven over de vraag of de Ecuadoraanse regering ruwe olie mag exploiteren in een gebied van ruim 1 miljoen hectare met de grootste biodiversiteit ter wereld. De oorspronkelijke bewoners, de Waorani, doen er alles aan om hun leefomgeving te beschermen.

    Op 15 augustus 2013 maakte de president van Ecuador, Rafael Correa, de stopzetting van het Yasuní ITT-initiatief bekend. Het betrof een project dat was opgezet om de aanwezige aardolie in blok 43 van Nationaal Park Yasuní in de grond te houden. Dit park, het grootste beschermde gebied van Ecuador, beslaat meer dan een miljoen hectare verdeeld over de provincies Orellana en Pastaza, in het noordoosten van het Amazoneregenwoud.

    De annulering van het project liep vooruit op de plannen van de regering om genoemd blok te exploiteren, ook al bevond het zich in een van de gebieden met de grootste biodiversiteit ter wereld; dit gebied is door de Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat en is domicilie van de Tagaeri en de Taromenane, de laatste inheemse groepen die in Ecuador in vrijwillig isolement leven. Vanwege de stopzetting vroeg het milieucollectief Yasu­nidos om een referendum, met de bedoeling de burgers zelf te laten beslissen. Tien jaar later, na talloze juridische obstakels, gaf het Constitutioneel Hof toestemming; het referendum zal nu op 20 augustus worden gehouden.

    Een dag na de gunstige beschikking om een referendum uit te schrijven begon de minister van Energie, Fernando Santos, over de te verwachten verliezen voor de staat als de exploitatie van blok ITT zou worden geblokkeerd: ‘Het gaat om 1,2 miljard dollar aan (jaarlijkse) inkomsten in een land met enorme problemen,’ zei hij. De regering gaf te kennen dat er irrationele verlangens ten grondslag lagen aan het verzet tegen het genereren van inkomsten die overduidelijk hard nodig waren. Ze liet welbewust de schaduwkanten van haar eigen pleidooi buiten beschouwing.

    Koolstofdioxide

    Het Yasuní ITT-initiatief hield in dat Ecuador zich verplichtte 846 miljoen vaten in de grond te houden, wat de uitstoot van 400 miljoen ton koolstofdioxide moest tegenhouden. In ruil daarvoor zou het land een financiële compensatie van de internationale gemeenschap krijgen van 3600 miljoen dollar, 50 procent van wat, heette het, de baten zouden zijn als de olie wel werd geëxploiteerd. Toen het initiatief, zes jaar nadat het was gelanceerd, werd afgeblazen, was er 13 miljoen dollar binnengekomen, amper 0,37 procent van het verwachte bedrag.

    Het Nationaal Park Yasuní, dat in 1989 door de Unesco tot biosfeerreservaat werd verklaard, en het aangrenzende Voorouderlijk Leefgebied van de Waorani behoren tot de gebieden met de hoogste biodiversiteit ter wereld. In het park wees de Ecuadoraanse staat in 1999 een zona intangible aan, een ‘onaantastbare zone’ (ongeveer 74 procent van het totale oppervlak), die eeuwig moest worden gevrijwaard van oliewinning. Het aardolieblok ITT grenst aan een deel van de onaantastbare zone, waar de Tagaeri en Taromenane wonen; zij zijn verwant zijn met de Waorani, een van de veertien oorspronkelijke inheemse groeperingen van het land.

    Tot halverwege de jaren vijftig leefden alle stammen met een Waorani-origine in vrijwillig isolement. Ze kregen met gedwongen verhuizing te maken toen zendelingen van het Linguïstisch Zomerinstituut hen, met toestemming van de staat, uit hun gebied weghaalden en verplaatsten naar een bepaald stuk grond met de bedoeling hen te ‘kerstenen’. Een deel van het territorium dat ze achterlieten werd prompt ingepikt door Texaco, waarmee het begin van de ecologische verwoesting door aardoliewinning een feit was.

    Toen in 2008 de huidige grondwet werd opgesteld, werd revolutionair genoeg gedecreteerd dat de natuur moest worden erkend als rechtspersoon en dat de inheemse dorpen moest worden gegarandeerd dat ze tevoren zouden worden geraadpleegd over eventuele exploitatieplannen van hun territorium. Niettemin verzocht de toenmalige president Correa het parlement met een beroep op dezelfde grondwet, na de mislukking van het Yasuní ITT-initiatief te hebben afgekondigd, om de exploitatie van de aardolie in blok ITT van nationaal belang te verklaren.

    Jongeren

    Uit verontwaardiging over de teleurstellende beschikking vormden leden van mensenrechtenorganisaties, milieuactivisten en feministen, veelal jongeren tussen de zestien en dertig, het collectief Yasunidos, een onafhankelijk front dat inmiddels alle kritische geluiden tegen het grove verdienmodel bundelt en van de casus Yasuní ITT zijn speerpunt heeft gemaakt.

    Niet veel later later deponeerde Yasunidos een vraag bij het Constitutioneel Hof om het genoemde referendum uit te schrijven: ‘Bent u het ermee eens dat de regering van Ecuador de ruwe olie van het ITT, bekend als blok 43, voor onbepaalde tijd in de grond houdt?’

    Tegen april 2014 waren vrijwillige inzamelaars erin geslaagd 757.623 handtekeningen binnen te halen, veel meer dan het vereiste aantal. Ze werden diezelfde maand ter verificatie overhandigd aan de Nationale Kiesraad. Maar via een proces dat jaren later frauduleus zou worden bevonden schrapte dat instituut meer dan vierhonderdduizend handtekeningen en weigerde het toestemming tot het referendum. Er werden de idiootste redenen aangevoerd om de ongeldigverklaring van de handtekeningen te onderbouwen: dat er alleen met een blauwe balpen mocht worden ingevuld, dat de formulieren niet allemaal even groot waren of evenveel wogen, dat de kopie van de achterkant van het identiteitsdocument van de inzamelaars ontbraken, dat iemand die Batman heette niet mocht tekenen, al zijn er in Ecuador mensen die zo heten en had inderdaad een zekere Batman zich pro Yasuní uitgesproken.

    Er was een kronkelig proces begonnen, waarin vanuit vijf regeringsinstanties een onbeschrijfelijke wirwar aan juridische beletselen naar voren kwam om maar te verhinderen dat het referendum werd uitgeschreven. Het proces zou tien jaar duren en drie regeringen overleven. ‘Het is duidelijk dat de staat, onafhankelijk van het zittende staatshoofd, waakt over de belangen van de grondstofwinning die het levensbloed van het kapitaal zijn,’ zegt zegt Pedro Bermeo, juridisch adviseur en spreekbuis van Yasunidos.

    Uiteindelijk, in september 2022, toen het Constitutioneel Hof erkende dat de rechten van Yasuní en de ondertekenaars waren geschonden, gaf de Landelijke Kiesraad dan toch toestemming voor het uitschrijven van het referendum. Wel moest nog de vraag worden goedgekeurd die tien jaar eerder was voorgelegd.

    De grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd

    Als de uitslag ‘ja’ wordt, zou dat de geleidelijke ontmanteling moeten betekenen van de olievelden die daar al in werking zijn. Niets had kunnen verhinderen dat dat gebeurde. In 2016, zodra de verklaring over het vermeende nationaal belang van kracht werd, begon het staatsoliebedrijf Petroamazonas met de exploitatie van de velden Tiputini en Tambobocha, en in 2022 ging het een stap verder met het bodemonderzoek van het Ishpingo-veld.

    Alicia Cahuiya en haar voorouders werden geboren in de gemeenschap Ñuneno, in het hart van wat nu het huidige Nationaal Park Yasuní is, in de zona intangible. Halverwege de jaren zeventig, toen ze zes maanden oud was, werden zij en haar familie uit hun grondgebied gehaald en overgeplaatst naar wat door de zendelingen als een protectoraat werd betiteld. Meer dan tien jaar lang woonden ze ver van hun geboortegrond.

    Alicia, nu zevenenveertig en moeder van vijf kinderen, begon ze zich af te vragen hoe die ondernemingen hun land konden binnenkomen zonder de daar wonende gemeenschappen te hebben geraadpleegd. Op haar vijftiende kwam ze al met vrouwen van haar eigen stam samen te komen om het verzet te organiseren en begon een politieke loopbaan die ze tot nu toe vastberaden heeft volgehouden.

    Op een gegeven moment besefte ze dat het complot tussen de staat en de zendelingen uiteindelijk zijn beslag kreeg dankzij de medewerking van corrupte leiders van hun eigen mensen die, in ruil voor privileges, de plundering toestonden. Om het recht op financiële autonomie te verkrijgen en politieke bewegingsvrijheid af te dwingen richtte ze de Amwae op, het Verbond van Waorani-vrouwen uit het Ecuadoraans Amazonegebied; later werd ze de op een na belangrijkste persoon van de Nawe, de organisatie die de hele Waorani-gemeenschap van Ecuador omvat.

    Economisch profijt

    Sinds Ecuador in 1972 veranderde in een olie exporterend land, heeft in de collectieve verbeelding het argument postgevat van economisch profijt als gevolg van de oliewinning. Dat groeide langzaamaan uit tot een panacee van jewelste: het zou een einde maken aan honger en armoede. Dit is doel niet gehaald, sterker nog, de grootste armoede heeft zich juist in het Amazonegebied geconcentreerd.

    Wat betreft de bodemonderzoeken in het Ishipingo-veld, het kwetsbaarste omdat het grenst aan de zona intangible, zei minister Santos begin mei in een lokale krant dat ‘het een teleurstelling was, omdat er een heel dikke teer naar boven kwam’.

    Vanwege alle complicaties die samenhangen met het oppompen van ruwe olie in blok ITT heeft [de nationale oliemaatschappij] Petroecuador erop gewezen dat van de 846 miljoen vaten die in 2007 werden geacht nog als oliereserve aanwezig te zijn, er vandaag de dag nog maar 136 miljoen resteren. Ter verdediging voerde het bedrijf aan dat de winst de komende 33 jaar zo’n 4800 miljoen dollar zou bedragen, dat wil zeggen 148 miljoen per jaar, een bedrag dat hooguit 0,47 procent van de nationale begroting in 2023 bedraagt.

    ‘De plek met de meeste biodiversiteit ter wereld wordt vernietigd vanwege een verwaarloosbaar getal,’ zegt Pedro Bermeo. Fernando Benalcázar, de voormalige onderminister van Mijnbouw, verdedigt de exploitatie van blok ITT en houdt vol dat juist het deel van het Nationaal Park Yasuní dat aangetast zou worden te verwaarlozen is. ‘Voorkomen dat beslag wordt gelegd op 85 hectare ten behoeve van 18 miljoen Ecuadoranen lijkt mij niet op z’n plaats,’ zei hij.

    Als een van de alternatieven voor het oliewinningsmodel stelt Bermeo het schrappen van de belastingvrijstellingen voor de rijksten van het land voor. Volgens gegevens van de Dienst Interne Inkomsten liep Ecuador om die reden in 2021 6338 miljoen dollar mis, wat per jaar alleen al zo’n 30 procent meer is dan wat het in 33 jaar zou ontvangen met de exploitatie van blok ITT.

    Als de inkomsten door de aardolieverkoop niet ten goede komen aan ontwikkeling, als ze bijna gelijk zijn aan wat wordt besteed aan het importeren van derivaten, als de reserves afnemen, wie wordt er dan rijker van die handel? ‘Dat zijn de grote ondernemingen die de branche diensten verlenen,’ antwoordt Ramiro Ávila, een raadsman van Yasuní en universitair hoogleraar.

    Als de uitslag ‘ja’ is, zouden olievelden in werking ontmanteld moeten worden

    Ecuador zou in een ander land veranderen sinds het een aardolie-economie werd. ‘De staat werd pas corrupt doordat er veel geld in het geding was,’ zegt Ávila. ‘Het exploitatiemodel is aan alle kanten corrupt: er wordt gesjoemeld om een aanbesteding te bemachtigen, en de winst te verdelen. Het is een ramp.’ Minister Santos zelf deed er een schepje bovenop in zijn inaugurale toespraak in oktober 2022. ‘De olie heeft vooruitgang gebracht, maar ook de kanker van de corruptie.’

    Ondanks de bewijzen waaruit de huidige zwakte van de economie blijkt en ondanks de veelsoortige schade van ecologische aard die de exploitatie veroorzaakt, zal Ecuador in de nabije toekomst niet kiezen voor een verantwoordelijker en rechtvaardiger beleid. Toch kan het tegenhouden van de exploitatie van blok ITT wel degelijk symbolische betekenis hebben. ‘Het land stort niet in als blok 43 niet langer wordt geëxploiteerd,’ zegt Ávila. ‘Maar als we daarvoor kiezen, kiezen we voor een manier van leven die niet is gebaseerd op de exploitatie van de mens of de agressieve uitputting van de natuur. Dat is wat er op het spel staat.’

    Lees ook:

  • Moet Nieuw-Zeeland katten vergiftigen om vogels te beschermen?

    Moet Nieuw-Zeeland katten vergiftigen om vogels te beschermen?

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » TikTok speelt grote rol in het verspreiden van desinformatie over Oekraïne

    » Brazilië: presidentskandidaat Lula spreekt zich uit voor abortus en doorbreekt taboe

    Kattenliefhebbers verzetten zich tegen uitroeiing wilde katten

    Nieuw-Zeeland doet er alles aan om zijn bijzondere, inheemse vogelpopulatie te beschermen en wil invasieve roofdiersoorten indammen met pesticide. Niet alleen ratten en andere knaagdieren worden aangepakt, ook katten zijn het doelwit. Omdat katten erg geliefd zijn, is verdelging een taboeonderwerp geworden, zeggen milieubeschermers.

    Katten zijn verantwoordelijk voor de dood van 1,12 miljoen vogels per jaar

    Volgens de nieuwssite Wellington Stuff zijn er 1,2 miljoen huiskatten in Nieuw-Zeeland en lopen er nog eens miljoenen wilde katten rond, waarvan de meeste niet gesteriliseerd zijn. Deze enorme aantallen zijn rampzalig voor de vogelpopulaties, waaronder de kiwi, het symbool van Nieuw-Zeeland.

    Het Britse dagblad The Guardian publiceerde de schattingen van de Nieuw-Zeelandse milieuorganisatie Forest and Bird: katten zijn verantwoordelijk voor de dood van 1,12 miljoen vogels per jaar. De Nieuw-Zeelandse publieke omroep RNZ meldt dat sommige dierenbeschermingsorganisaties aarzelen om een standpunt in te nemen, omdat ze de kattenliefhebbers niet voor het hoofd willen stoten. Zij zijn echter van mening dat de kat ‘een van de ernstigste ecologische bedreigingen vormt van Nieuw-Zeeland’.

    Stuff meldt dat de SPCA, een stichting voor het welzijn van dieren, nu campagne voert voor nationale sterilisatie van wilde katten.

    Lees ook:

  • Ecoloog Mordecai Ogada: ‘Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme’

    Ecoloog Mordecai Ogada: ‘Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme’

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden, zegt ecoloog Mordecai Ogada. Volgens hem gelden in werkelijkheid nog altijd de regels uit de koloniale tijd: houd zwarte mensen weg bij de natuur, zodat witte mensen ervan kunnen genieten. GEO sprak met de Keniaanse ecoloog.

    U hebt het boek The Big Conservation Lie geschreven. Wie liegt er?

    ‘Natuurbescherming doet zich bij zijn donateurs in het Westen voor als vreedzaam en linksliberaal. In het mondiale Zuiden draagt ze echter groene uniformen, is ze elitair, gewelddadig en vaak racistisch. Een rechtse agenda die met geld van links wordt gerealiseerd: dat is de grootste leugen.’

    Dat zijn zware verwijten.

    ‘Ik heb de milieubescherming in Afrika vanbinnen gezien. Veel van wat ik zeg, komt voort uit eigen ervaring. Ik heb meer dan achttien jaar voor ngo’s gewerkt.’

    Toch doet u in uw boek uw beklag over een ‘apartheid in de natuurbescherming’. Waarom?

    In Kenia en een groot deel van Afrika worden natuurbeschermingsprojecten door witte mensen geleid.

    1b46c742efa51c378e44cb5fb2493ebaa3f5d270
    ‘De toerismesector in Kenia verkoopt vakantie nog altijd als Out of Africa. Zonder zwarte mensen.’ Robert Redford en Meryl Streep in Out of Africa (1985).

    Maar er zijn toch veel zwarte wetenschappers actief in die projecten?

    Ja, je kunt meedoen, maar niet als beleidsbepaler. Als je de positie van directeur bereikt, merk je plotseling dat beslissingen worden opgedrongen door mensen die minder gekwalificeerd zijn en vaak wit. Daarop is het hele systeem ingericht, althans in Kenia. Wie zwart en gekwalificeerd is, kan heel succesvol zijn – zolang hij zich maar aanpast aan de witte structuur.

    Kenia is al 56 jaar onafhankelijk. Hoe ziet die witte structuur er dan uit?

    Natuurbescherming in Afrika volgt nog altijd de regels uit de koloniale tijd: houd zwarte mensen weg bij de natuur, zodat witte mensen ervan kunnen genieten. Tot nu toe heeft nog geen minister, geen president, geen directeur van een natuurbeschermingsorganisatie geprobeerd om dat systeem te doorbreken. In Kenia hebben zwarten de controle over de banken, de economie en het onderwijs. Maar als iemand iets wil weten over natuurbescherming in Afrika, dan vraagt hij het aan een witte.

    Aan wie dan?

    In het Amerikaanse Congres werd voor het debat over de stroop van olifanten in Kenia Iain Douglas-Hamilton uitgenodigd. Dat is een Brit. Was er geen Keniaan die iets wist over olifanten in Kenia?

    Hamilton is een gelauwerde zoöloog en olifantenbeschermer. Is dat echt een bewijs voor racisme in de natuurbescherming?

    Het begint al bij de taal: we noemen het wild als witten het eten, maar bushmeat als zwarten dat doen. Vaak gaat het om dezelfde diersoort.

    Wild of bushmeat, in Kenia is de jacht sinds 1977 voor iedereen verboden.

    Dat klopt. Maar in 2018 hebben witte toerisme-investeerders een vergunning aangevraagd bij de regering om dieren te mogen schieten voor dure restaurants. En een werkgroep van de minister is bizar genoeg tot de conclusie gekomen dat die kon worden verstrekt. Dat is tot nog toe niet in de praktijk gebracht, maar het is toch gek dat iemand het politiek houdbaar acht om toeristen een impalasteak te serveren terwijl een zwarte dorpsbewoner wordt doodgeschoten zodra hij het nationaal park ook maar betreedt.

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden

    Doodgeschoten? Nu overdrijft u.

    Het is nog niet zo lang geleden dat Kenia een soort politiestaat was, die heel meedogenloos optrad tegen de oppositie. We zijn altijd onder druk gezet, vooral vanuit Europa, om de mensenrechten te respecteren. Sinds 2010 hebben we een nieuwe grondwet, die garant staat voor veel van die rechten. Maar als iemand ervan wordt verdacht een stroper te zijn, dan wordt hij zomaar doodgeschoten. En we worden niet meer onder druk gezet door Europa en de VS. Integendeel, we horen: ‘Goed werk!’

    In Kenia nemen we dieven, kidnappers en moordenaars gevangen en berechten hen. Maar stropers schieten we dood. Soms overkomt het iemand die alleen maar door een beschermd natuurgebied loopt. Natuurbescherming laat deze wetsovertredingen gewoon worden en komt daarmee weg. Het lijkt wel tovenarij.

    Hoe verklaart u die magie?

    Natuurbeschermingsorganisaties geven miljoenen uit om hun romantische boodschap aan de man te brengen, namelijk dat witte weldoeners de dierenwereld in Afrika redden – en wel voor de Afrikanen. Dat verhaal dateert uit de negentiende eeuw. En niemand heeft tot nog toe iets anders bedacht.

    Maar het is toch een feit dat criminelen in Afrika olifanten, neushoorns en leeuwen doden?

    Georganiseerde, gecommercialiseerde stroperij heeft de potentie om onze wilde dieren uit te roeien. Er zijn gewoon niet genoeg olifanten om alle mensen die ivoor willen tevreden te stellen. De meesten van hen wonen overigens buiten Afrika. Daarom moeten we gecommercialiseerde stroperij beperken.

    Maar u wilt toch niet dat er op stropers wordt geschoten?

    Ik verzet me tegen de uitwassen. Tegen het verhaal dat natuurbescherming in Afrika oorlog betekent. Dat we bereid moeten zijn om te doden. Sommige rangers zeggen dingen als: ik zal die gorilla’s met mijn leven beschermen. In vredesnaam, nee! Je hebt een vrouw en kinderen, waarom zou je sterven voor een gorilla?

    In nationaal park Virunga in Congo zijn sinds 2006 meer dan honderdvijftig rangers gedood. Eind april nog hebben rebellen daar twaalf rangers en vijf burgers doodgeschoten.

    Ja, Virunga. Dat is een afschuwelijke plek. Het voorval in april heeft wat mij betreft niets te maken met natuurbescherming, ook al wordt het zo afgeschilderd. Het laat eerder zien hoe mensen het doelwit van criminelen worden als je ze uitrust met uniformen en wapens zonder dat ze officiële bevoegdheden hebben.

    Maar daar zijn toch stropers actief?

    In 2007 zijn daar die gorilla’s gedood, weet u nog? Gedood en gewoon achtergelaten, als een boodschap.

    De corrupte directeur van het park was betrokken bij de illegale houthandel en heeft ze doodgeschoten als waarschuwing aan zijn eigen rangers.

    Ja, ze werden slachtoffer van een conflict tussen mensen. Maar het ergste was dat er in Virunga in die tijd dagelijks honderden vrouwen werden verkracht, kinderen gedood. En niets daarvan heeft het nieuws gehaald. Alleen die zes dode gorilla’s. En dat is zo fundamenteel verkeerd.

    Zijn we bereid om natuurbeschermers te bewapenen omdat de dreiging zo groot is?

    Niet alleen maar. Misschien wel de succesvolste leugen in de natuurbescherming is die dat internationale terroristen zichzelf financieren met de handel in ivoor. Daar is geen bewijs voor. Maar natuurbeschermers hebben de Amerikaanse regering daarvan overtuigd en dat heeft de sluizen geopend.

    Wat bedoelt u daarmee?

    Geld uit het antiterreurbudget vloeit naar de natuurbescherming. Zo veel dat particuliere veiligheidsbedrijven naar Afrika komen. Figuren die eerder voor het Amerikaanse leger in Irak of Afghanistan hebben gewerkt. Geen van deze mensen is opgeleid voor politiewerk. Het enige wat ze kunnen, is doden. Ze komen naar Afrika om mensen te doden. Omdat er te veel geld is.

    Maar er komt toch genoeg geld voor de natuurbescherming ten goede aan de dieren?

    Nee. Het geld maakt enkele mensen heel rijk. Die organisaties betalen hoge salarissen. Ze kopen wapens, munitie en helikopters. Ze richten een soort parallelle regering op, inclusief veiligheidsorganen. Sommige ngo’s in Oost- en Centraal-Afrika hebben bewapende milities die over grenzen heen opereren. Iets wat overheidsorganen niet mogen. En daarmee hebben ze de grote donateurs in een val gelokt.

    Wat bedoelt u daarmee?

    Ze zeggen: we hebben met jullie vijf miljoen dollar honderd mensen bewapend en drie helikopters gekocht. Dit jaar hebben we weer vijf miljoen dollar nodig om die militie te betalen. De donateurs hebben een monster gecreëerd en moeten het te eten geven. Als je gewoon een streep door het geld zou zetten, dan worden enkele militieleden crimineel: rovers, stropers, veedieven. Ze hebben nu wapens en een militaire opleiding.

    Wat is de oplossing?

    We hebben ngo’s nodig, maar we mogen hun geen geld voor wapens geven. Als we milieudelicten in Kenia willen voorkomen, dan moeten we het geld aan de Keniaanse milieuautoriteiten geven. Veel van die westerse miljardairs hebben geen flauw benul van natuurbescherming. En ze kunnen giften aftrekken van de belasting, dus overstelpen ze die ngo’s met geld.

    ‘Beschermde gebieden zijn een ongelooflijk primitief en gewelddadig middel van de natuurbescherming’

    Maar particuliere projecten nemen op veel plaatsen taken op zich die de staat niet kan verrichten. Wat is daar slecht aan?

    Ik heb in Kenia gezien hoe ngo’s in een gemeenschap komen en alles in de war raakt. Ze brengen geld mee, ze kopen toestemming, ze verdelen posten. Dan horen enkelen erbij en anderen niet. En plotseling is er iemand dood.

    Er stroomt veel geld naar nationale parken. Vindt u die ook verkeerd?

    Beschermde gebieden zijn een ongelooflijk primitief en gewelddadig middel van de natuurbescherming.

    Maar we hebben toch plekken nodig waar dieren ongestoord kunnen leven?

    Die we hebben, moeten we behouden. Maar we moeten nooit meer een nieuw Yellowstone creëren, nooit meer een nieuwe Serengeti. De stichting van een nationaal park schendt de soevereiniteit van de mensen die daar wonen.

    De evolutiebioloog E.O. Wilson heeft zelfs voorgesteld om de helft van het aardoppervlak in een beschermd gebied zonder mensen te veranderen.

    Niemand vraagt hem: en wat doen we dan met de mensen die in die helft van de wereld wonen? Brengen we ze naar Europa? Naar de VS? Schieten we ze dood? Ik weet het, de soortenrijkdom wordt niet in New York of Londen of Hamburg gered. Maar in Afrika. Het is ongelooflijk dat dit idee medestanders krijgt. Op een dag zal iemand proberen het te realiseren en dat zal met geweld moeten gebeuren. Anders kun je mensen hun geboortegrond niet afnemen.

    De wildernis slinkt wereldwijd. Beschermde gebieden worden bedreigd door uitdijende steden, illegale houtkap, olieboringen.

    Daar moeten we oplossingen voor vinden. Maar wat we nu doen, is zo primitief. Mensen met een doctorstitel die niets anders kunnen verzinnen dan gebieden te omheinen. We weten allemaal dat dat tot conflicten leidt. Denk maar aan de Berlijnse Muur.

    Vergelijkt u een omheining tegen koeien nu serieus met de Berlijnse Muur?

    Die hekken moeten mensen weghouden. In het noorden van Kenia heeft een ngo een beschermd gebied voor neushoorns omheind. Daar ligt goede weidegrond en is er voor lange tijd water. Het gebied is heel droog, dus water is heel belangrijk. Maar door de hekken kunnen mensen daar hun kuddes niet meer laten drinken. Ze maken er een opening in en worden gearresteerd. Dat is een conflict dat er zonder die omheining niet was geweest. Natuurbescherming is niet alleen biologie. Het is sociologie, geschiedenis, politiek, antropologie. Die neushoorns leven niet op een afgelegen eiland. En dus draagt de wetenschap bij aan de apartheid.

    U hebt het opnieuw over apartheid.

    De wetenschappers doen alsof Afrikanen niet bestaan. Mijn masterscriptie ging erover hoe je het aantal stuks vee kunt beperken dat door leeuwen en hyena’s wordt buitgemaakt. Mijn Amerikaanse mentor zei tegen me: je doet een thesis over de ecologie van roofdieren. Stop met mij te vertellen wat de Masai met hun runderen doen.

    Terwijl de herders bij conflicten met wilde dieren een belangrijk element zijn.

    Ja, en uiteindelijk kwamen we erachter dat kleine dingen een grote invloed hadden. Zoals of herders honden inschakelden. Maar niet hoeveel impala’s er in het gebied leefden. We doen alsof we bijvoorbeeld de ecologie van leeuwen en zebra’s kunnen onderzoeken zonder de mensen in ogenschouw te nemen. Mensen maken al miljoenen jaren deel uit van de Oost-Afrikaanse wereld. Dat is nog zo’n leugen die ons in het mondiale Zuiden in het hart raakt, dat onze aanwezigheid in die levensruimten niet natuurlijk zou zijn.

    Maar er zijn toch echt regelmatig conflicten tussen herders en wilde dieren?

    Veeteelt is de enige reden waarom we nog open savannes hebben. Waarom zo veel gebieden in Kenia niet omheind zijn. In het wild levende dieren maken gebruik van de paden van de kuddes. Als we de veeteelt afschaften, zoals natuurbeschermingsorganisaties proberen te bewerkstelligen, dan zou het land opgedeeld en omheind worden. De natuurbescherming moet zich uitspreken over de soorten die we willen behouden, de ecosystemen. Niet over geografische gebieden. Want dat worden microkolonies.

    ‘Vroeger ontnam men de Afrikanen de grond met geweld. Tegenwoordig is een neushoorn het nuttigste instrument om aan grond te komen’

    U noemt die gebieden microkolonies, anderen zeggen dat de omheining beschermt tegen overbeweiding.

    Overbeweiding is een probleem. Maar die wordt veroorzaakt doordat natuurbeschermers de verplaatsing aan banden hebben gelegd. Het overleven van die mensen en het herstel van het landschap zijn afhankelijk van de vraag of de herders vrij kunnen bewegen. Veel gebieden waaruit het vee is verdrongen, beginnen daaronder te lijden. Het gras wordt hard, daar houden ook wilde dieren niet van. Dus trekken ze naar de omgeving van de dorpen, waar het gras vers is.

    En dat leidt weer tot conflicten.

    De mensen doen hun beklag: jullie hebben gezegd dat wij daar niet naartoe mogen gaan omdat dat een gebied voor wilde dieren is. Maar nu komen de wilde dieren in onze dorpen. Als er al een toverformule is om de problemen met natuurbescherming in Oost-Afrika op te lossen, dan is het veeteelt.

    Niet het toerisme?

    Allereerst: toerisme kan altijd alleen enkel een bijproduct van natuurbescherming zijn, niet de reden ervoor. We maken nu mee hoe gevaarlijk het is om mensen afhankelijk te maken van het toerisme. Door covid-19 komt er niemand meer en veel dorpen in Kenia zijn aangewezen op voedselhulp. Maar de rangers patrouilleren nog altijd, zij worden door de regering betaald. En daar gaat de bewering dat het toerisme de natuurbescherming financiert.

    Wijst u toerisme principieel af?

    Nee. Maar we moeten het opnieuw uitvinden. De toerismesector in Kenia verkoopt vakantie nog altijd als Out of Africa.

    De koloniale ervaring.

    Zonder zwarte mensen. In de advertenties zie je witte toeristen, een savanne tot aan de horizon en geen andere mensen. Ze fotoshoppen dorpen weg en prijzen een product aan dat niet bestaat. Echte wildernis is er in Afrika misschien in Namibië. Daar heeft apartheid het landschap ontvolkt. Maar in Kenia of Tanzania horen er mensen bij. Het mooiste wat de natuur voor mij te bieden heeft, is een kudde olifanten met daarnaast een jongen met een kudde geiten, en ze doen elkaar niets.

    Veehoeders als de Samburu zijn één ding. Maar ook concerns eigenen zich toch onrechtmatig grond toe in Afrika en transformeren bos in plantages.

    De eenvoudigste methode om aan grond te komen, is tegenwoordig natuurbescherming. Als je het vee wegneemt, krijg je de grond. Voor een Samburu maken runderen deel uit van zijn identiteit. Als hij geen runderen meer heeft, zal hij uit Samburu vertrekken. Het gaat om geopolitiek, om macht. Natuurbescherming is het nieuwe kolonialisme. Vroeger ontnam men de Afrikanen de grond met geweld. Tegenwoordig is een neushoorn het nuttigste instrument om aan grond te komen.

    Waarom een neushoorn?

    Als je een neushoorn hebt, dan krijg je meteen een paar duizend hectare grond. Je krijgt een wapenvergunning om het dier te bewaken. En je ontvangt een hoop geld, want beschermingsprogramma’s voor neushoorns behoren tot de best betaalde ter wereld.

    De zwarte neushoorn wordt met uitsterven bedreigd. Alles wat die dieren helpt, is toch toe te juichen?

    De neushoorns worden heen en weer verplaatst, bijvoorbeeld door die ngo in Noord-Kenia waarover ik het zojuist had. In 2018 zijn na een andere verhuizingsactie alle elf dieren gestorven. We hebben een zwaar verlies geleden.

    U noemt ngo’s ‘piraten’.

    Ik heb mensen zien huilen toen ze bewijzen aan hen lieten zien voor de daden van die organisaties, die ‘helden’. Het is alsof je een christen bewijs levert dat God niet bestaat.

    Wat is de oplossing?

    We moeten natuurbescherming helemaal opnieuw uitvinden. We kunnen niets dekoloniseren wat op een koloniale structuur berust. Alles wat een witte over natuurbescherming in Afrika zegt, wordt voor waar aangenomen. We accepteren geen leugens van onze bankiers. We accepteren geen leugens van onze leraren. Maar bij natuurbescherming zeggen we: het is een leugen, maar het is voor een goed doel.

    Over welke concrete leugens hebt u het?

    Er zijn organisaties die beweren dat er in Afrika om het kwartier een olifant wordt gedood. En dat er tegen 2025 geen olifanten in vrijheid meer zullen leven. Dat is een leugen. Puur rekenkundig is dat helemaal niet mogelijk.

    U zegt dat olifanten niet worden bedreigd?

    Jawel. Maar ik kan met zekerheid zeggen dat de Afrikaanse landen waar nu olifanten rondlopen, die in de komende vijftig jaar niet zullen kwijtraken.

    Daarmee weerspreekt u de wetenschappelijke consensus. Een groot onderzoek, de Great Elephant Census, is tot alarmerende conclusies gekomen.

    Stelt u zich honderdduizend dode olifanten voor. Die kun je niet verstoppen. Waar zijn de kadavers? Paul Allen, een van de oprichters van Microsoft, heeft miljoenen uitgegeven aan dit onderzoek. En de wetenschappers hebben geleverd wat hij wilde horen. Het zijn prostituees.

    ‘De natuurbescherming is een business. En milieubeschermers zijn geen engelen’

    Ngo’s zijn piraten, uw collega’s in de wetenschap prostituees – wilt u iedereen beledigen die de dierenwereld in Afrika na aan het hart ligt?

    Laat één ding duidelijk zijn: milieucriminaliteit is een probleem. Maar we kunnen dat niet met leugens oplossen. Die mensen liegen tegen het Amerikaanse Congres, ze liegen tegen het Britse koningshuis, ze liegen tegen de Duitse regering. De natuurbescherming is een business. En milieubeschermers zijn geen engelen.

    Welk belang zouden ze erbij hebben om de situatie erger voor te stellen dan die is?

    De grote organisaties proberen een permanente crisis voor te wenden om hun werk te rechtvaardigen. Natuurbescherming is het enige terrein waarop we falen belonen. We plaatsen mensen op een voetstuk die zeggen: al veertig jaar strijd ik voor deze diersoort. Als je als ingenieur veertig jaar lang aan een probleem werkt zonder het op te lossen, dan raak je je baan kwijt. Maar natuurbeschermers bewonderen we om hun doorzettingsvermogen. Terwijl ze veertig jaar lang niets of het verkeerde hebben gedaan.

    Er zijn geen weldoeners. Je moet niet naar Afrika gaan om olifanten te redden

    Jane Goodall is driehonderd dagen per jaar op pad. Ze zet zich onvermoeibaar in voor chimpansees. Dian Fossey is gestorven voor gorilla’s.

    Ja, als jonge student hebben die mensen mij ook geïnspireerd. Maar in de loop der jaren besefte ik dat hun erfenis er vooral een van de zelfpromotie is. Dian Fosseys milities hebben mensen gedood die ze verdachten van stroperij. Zij werd uit wraak vermoord omdat ze de rechten van andere mensen had geschonden. De gorilla’s zijn er 34 jaar later trouwens nog steeds. Velen hanteren andere maatstaven voor deze mensen. En alle helden in Afrika zijn wit. Waarom? Zijn er geen zwarten die de natuur na aan het hart ligt? Waarom zijn er dan in Afrika meer wilde dieren over dan in Europa?

    Moeten we de natuurbescherming in Afrika aan de Afrikanen overlaten?

    Nee, we zijn een mondiaal dorp. Maar je moet anderen niet de westerse zienswijze opdringen: ‘Wij willen dat de Kenianen verliefd worden op hun natuur.’ Nee. Afrikanen respecteren wilde dieren, maar we willen ze niet omhelzen. Ik heb eens voor een ngo kinderen iets bijgebracht over olifanten. Ik zei tegen ze: jullie moeten olifanten waarderen! Dat waren kinderen die elke dag van school naar huis renden om niet door een olifant te worden aangevallen. Ze waren doodsbang voor die dieren. Ik had dus tegen hen moeten zeggen: snij niet af door de jungle. En niet: olifanten zijn prachtig.

    Dus wat moeten we doen?

    Op het moment dat iemand denkt dat hij een redder is, gaat alles mis. Er zijn geen weldoeners. Je moet niet naar Afrika gaan om olifanten te redden. Natuurbescherming in Afrika is een vorm van zelfverwezenlijking geworden. Godzijdank heeft Jeff Bezos – de rijkste mens ter wereld – nog geen interesse getoond in de Afrikaanse dierenwereld. Hij zou ons de genadeklap geven.

    9d094db7b7e580c529e08a78e94deea16efb3e38
  • Natuur beschermen met je leven

    Natuur beschermen met je leven

    In het Nationaal Park Virunga in Congo kwamen de afgelopen twintig jaar al 170 parkwachters om het leven bij gevechten met stropers en rebellen. Toch neemt dankzij hun niet-aflatende inzet het aantal dieren weer toe.

    Het is vroeg in de ochtend, aan het Edwardmeer rijst de zon boven de vulkanen aan de oostelijke horizon. Boven het rimpelloze wateroppervlak hangt een laag mist. In het regenwoud leven olifanten, nijlpaarden en buffels, bewaakt door 26 parkwachters vanuit één enkel versterkt kamp. Plotsklaps wordt de stilte ruw verstoord. Er klinkt geschreeuw, er vallen schoten, het geratel van machinegeweren stijgt op. In groten getale rennen de aanvallers door de dichte begroeiing. Sommigen zijn zo dichtbij dat ze speren werpen en pijlen afschieten.

    Loodzwaar

    Later zullen de parkwachters hun commandanten vertellen dat ze door meer dan honderd man werden belaagd. 
De ongelijke strijd duurt drie kwartier. Wanneer hun ammunitie dreigt op 
te raken, trekken de bewakers zich 
uiteindelijk noodgedwongen terug. 
Ze hebben de lichamen van drie dode collega’s bij zich. Onder hun tegenstanders zijn minstens tien doden gevallen. ‘Dit is een loodzwaar beroep. Het is verschrikkelijk om collega’s en vrienden te verliezen. Maar we hebben hier bewust voor gekozen en kennen de risico’s die eraan kleven,’ zegt Innocent Mburanumwe, adjunct-directeur van het Nationaal Park Virunga, een uitgestrekt gebied van ruim 8000 vierkante kilometer regenwoud, bergen en savanne in het oosten van Congo.

    Het gevecht van vorige zomer was het hevigste in jaren. Er was weinig reden voor vreugde toen het kamp vier uur na de terugtrekking weer werd ingenomen. De ‘sluimerende oorlog’, zoals Mburanumwe deze uitputtingsslag in het Virunga-park noemt, heeft in twintig jaar tijd aan meer dan 170 opzichters het leven gekost, wat het natuurpark de reputatie van een van de gevaarlijkste reservaten ter wereld oplevert. ‘Iedere dag als de opzichters op pad gaan, weten we dat ze onder vuur kunnen komen te liggen. We weten dat een van ons kan sneuvelen, een collega, of wijzelf,’ zegt Mburanumwe.

    Een 25-jarige zilverrug-berggorrila in Nationaal Park Virunga. – © Getty
    Een 25-jarige zilverrug-berggorrila in Nationaal Park Virunga. – © Getty

    Virunga, het leefgebied van tal van zeldzame en beschermde diersoorten, waaronder ’s werelds grootste populatie berggorilla’s, wordt van alle kanten bedreigd. Je hebt de gewapende rebellen, gehard door de jarenlange strijd tegen de Congolese regeringstroepen of die van naburige landen, zelfverdedigingsmilities en lokale bandieten, 
en bushmeat- en ivoorstropers. Tel daarbij op de lucratieve houtskoolindustrie en de bijbehorende houtkap, 
en de illegale visserij.

    De afgelopen maanden werd Congo opnieuw geplaagd door talloze geweldsuitbarstingen, die herinneringen oproepen aan de burgeroorlog die van 1997 tot 2003 in het land woedde en niet alleen aan vijf miljoen mensen het leven kostte maar ook de dierenpopulatie in het oudste Congolese natuurreservaat flink heeft uitgedund.

    Waarnemers hopen dat een catastrofe uitblijft, maar hulporganisaties menen dat het enorme Afrikaanse land ‘op de rand van de afgrond balanceert’. Door het oplaaiende geweld zijn meer dan 4,5 miljoen mensen ontheemd geraakt, rebellen hebben duizenden slachtoffers gemaakt en 2 miljoen kinderen worden met de hongerdood bedreigd. Met het vooruitzicht van verkiezingen aan het einde van het jaar is de strijd om land en natuurlijke rijkdommen verhevigd. De nieuwe instabiliteit vormt een bedreiging voor het natuurreservaat. Sinds januari vinden er gevechten plaats tussen Congolese troepen en soldaten van buurland Rwanda, en in het noordelijke deel 
was er een offensief van de gewelddadige islamitische militie die vorig jaar verantwoordelijk was voor de 
dood van veertien VN-soldaten.

    De parkopzichters worden geworven in omliggende dorpen. Het merendeel is getrouwd en heeft een groot gezin. De parkwachters die zich in de frontlinie bevinden, zijn vaak jong. David Nezehose, 29 jaar, leidt het hondenteam van de opzichters. ‘Ik ben naast het reservaat opgegroeid, dus ik weet hoe belangrijk natuurbehoud is. Mijn opa was hier veertig jaar geleden gids,’ 
zegt hij. ‘Ik wil de gorilla’s, onze buren, graag beschermen.’

    Tegen de tijd dat de relatieve vrede was hersteld, lang na Mobutu’s chaotische val in 1997, was de populatie berggorilla’s geslonken tot een zorgwekkend aantal van driehonderd

    Er is een klein maar groeiend aantal vrouwen onder de zevenhonderd parkopzichters die het reservaat op dit moment verdedigen. Angèle Kavira Nzalamingi, 25 jaar, traint de nieuwe rekruten. Ze heeft de marathon van Londen gelopen en hoopt zich nu aan te sluiten bij de snellereactiemacht. Nzalamingi’s carrièrekeuze viel niet 
bij iedereen in de conservatieve, kleine gemeenschap waar ze vandaan komt in goede aarde. ‘Mijn familie is trots 
op me, maar veel dorpsbewoners vinden dit geen vrouwenwerk,’ zegt Nzalamingi. ‘Maar ik wilde laten zien dat wij hetzelfde kunnen als mannen.’

    Het lot van het Virunga-reservaat gaat hand in hand met de situatie van het land. Het nationaal park werd in 1925 opgericht door de Belgische autoriteiten. In de nasleep van de in 1960 uitgeroepen onafhankelijkheid stond het park er slecht voor, maar onder president Mobutu Sese Seko, de flamboyante, spilzieke dictator die in 1965 de macht greep, keerde het tij.

    Augustin Kambale, een opzichter met een lange staat van dienst, kan zich nog herinneren dat duizenden toeristen het reservaat in de jaren tachtig en de vroege jaren negentig bezochten. ‘De neergang begon met de genocide 
in Rwanda, in 1994, toen een miljoen vluchtelingen de grens overstak en neerstreek in kampen rondom het natuurpark. Ze brachten wapens met zich mee, die zich al snel onder de lokale bevolking verspreidden. De 
situatie was verschrikkelijk,’ zegt de 57-jarige Kambale.

    Tegen de tijd dat de relatieve vrede was hersteld, lang na Mobutu’s chaotische val in 1997, was de populatie berggorilla’s geslonken tot een zorgwekkend aantal van driehonderd. In 2007 voltrok zich ‘een ommekeer’, aldus Kambale, toen verschillende liefdadigheidsinstellingen, de Europese Unie en het Congolese Natuurbeschermingsinstituut de handen ineensloegen. De nieuw aangestelde directeur Emmanuel de Merode, een Belgische aristocraat, voerde ingrijpende hervormingen door. De parkwachters werden beter uitgerust, beter opgeleid én beter betaald. Op dit moment bedraagt 
het maandloon 250 dollar, naar lokale maatstaven een enorme som geld. Er kwamen ontwikkelingsprojecten van de grond – initiatieven, gericht op 
de lokale bevolking, en de bouw van waterkrachtcentrales – om zo de lokale economie een impuls te geven en op die manier, naar men hoopt, de aantrekkingskracht van rebellengroepen en criminele bendes te verminderen onder de zes miljoen Congolezen die 
in de nabije omgeving wonen.

    Een groep gewapende parkwachters poseert bij een van de ingangen van het reservaat. – © Thierry Falise / Getty Images
    Een groep gewapende parkwachters poseert bij een van de ingangen van het reservaat. – © Thierry Falise / Getty Images

    Virunga telt op dit moment duizend berggorilla’s. Ook andere dierpopulaties, zoals die van de bosolifant, zijn toegenomen, en het natuurpark staat weer op de kaart bij toeristen. Lokale bestuurders bejubelen het perspectief dat het park de hele regio, een van de armste van Afrika, biedt. ‘Stel je eens voor wat het betekent als we hier tienduizend toeristen per jaar zouden ontvangen,’ zegt Julien Paluku, gouverneur van de provincie Noord-Kivu.

    Maar de lokale economie valt of staat met de veiligheidssituatie. Toen een rebellengroep in 2012 de provinciehoofdstad Goma binnenviel, werd het park gesloten. Op de hobbelige, stoffige weg naar Virunga zijn militaire checkpoints ingericht. Met roestige AK47’s bungelend aan de schouder, ogen verborgen achter een zonnebril, voeren gedemoraliseerde, slecht uitgeruste regeringssoldaten willekeurige controles uit om de illegale handel in bushmeat en houtskool te bestrijden.

    In een cellenblok op het hoofdkwartier van het park worden smokkelaars en stropers vastgehouden tot ze aan de lokale autoriteiten worden overgedragen. Voor het gebouw staat een vrachtwagen met een lading in het reservaat geproduceerde houtskool ter waarde van circa 7000 dollar. De vracht zal onder ziekenhuizen worden verdeeld. In een van de cellen ligt de 24-jarige chauffeur, Jean-Paul Gambale. ‘Ik weet dat het verkeerd is, maar ik heb vier kinderen die ’s avonds een rammelende maag hebben. Mijn baas had me 15 dollar toegezegd als ik de vrachtwagen zou besturen.’

    Zelden gepakt

    De parkwachten geven toe dat de 
echte verantwoordelijken zelden worden gepakt. Op een muur buiten het cellenblok hangt een aanplakbiljet van een gezochte grote vis, omschreven als een ‘zware crimineel en kandidaat voor de nationale parlementsverkiezingen’.

    ‘Uiteindelijk zullen we al deze problemen overwinnen,’ zegt Kambale, de ervaren parkwachter. ‘Ik weet dat het bergopwaarts zal gaan met Virunga. Op een dag zijn de gewapende groepen, de criminelen en de stropers verdwenen, dan lopen hier toeristen rond en kunnen de dieren ongestoord leven. Daar ben ik heilig van overtuigd.’

    screenshot 2018 05 02 13 25 31

    Auteur: Jason Burke

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 146.766

    Onafhankelijk kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Online een van de grootste kranten ter wereld.