Tag: nb20256

  • Leonardo da Vinci, een geniale mislukkeling

    Leonardo da Vinci, een geniale mislukkeling

    Leonardo da Vinci, kunstenaar, ingenieur en filosoof, heeft de manier waarop de mens naar zichzelf kijkt veranderd. Vijfhonderd jaar na zijn dood vinden we hem nog steeds fascinerend. Hoe komt dat?

    Keuze uit het archief

    De Franse president Emmanuel Macron heeft vorige week plannen aangekondigd om het Louvre in Parijs te renoveren en uit te breiden. Een van de maatregelen is dat de Mona Lisa zal worden ondergebracht in een speciale tentoonstellingsruimte. Het schilderij is dé grote trekpleister van het Louvre. Grote massa’s mensen verdringen zich altijd weer voor het schilderij in de hoop een glimp van het kunstwerk op te kunnen vangen.
    Over de maker van het schilderij, de befaamde Leonardo da Vinci, doen de meest buitenissige verhalen de ronde. Deze analyse van Die Zeit van zes jaar geleden prikt een aantal mythes door die zich in de loop der eeuwen rond deze ‘geniale mislukkeling’ hebben gevormd.

    Wat hij niet allemaal zou hebben uitgevonden: de ijskast, de wc-bril, het vliegtuig, zelfs de computer en daarmee eigenlijk ons, de moderne mens.

    Is dat de reden waarom we hem aanbidden, toejuichen en de loftrompet over hem steken? Geen kunstenaar is zo geliefd als hij. Leonardo da Vinci, de vrijdenker met de wapperende lokken, die al schilderend brak met alle regels, die niemands knecht was, en die eeuwenlang werd en nog altijd wordt geadoreerd. Leonardo, onze heilige!

    Giorgio Vasari, zijn eerste biograaf, noemde hem al de ‘allergoddelijkste kunstenaar’ en ook nu, vijf eeuwen na zijn dood, wordt hij bewonderd alsof hij de verlosser is. Ontelbaar veel nieuwe boeken, speciale tentoonstellingen, de nieuwsgierigheid van kenners en van het grote publiek kent geen grenzen. Deze kunstenaar is high en low tegelijk, hij staat op koffiekopjes en in koffietafelboeken. Leonardo DiCaprio is van plan een film over de wonderschilder te maken, met in de hoofdrol: Leonardo als Leonardo.

    Maar behalve DiCaprio en popmusici als Beyoncé en Jay-Z – die onlangs voor de Mona Lisa poseerden alsof ze de supermoeder zelf zijn – komen jaarlijks miljoenen bezoekers naar zijn werk kijken. Leonardo straalt, en iedereen wil in dat licht staan. Waar komt dat enorme verlangen vandaan? Wat is Leonardo’s geheim?

    Wilde plannen

    Om daar maar meteen mee te beginnen: het is niet het verhaal van een zondagskind. Leonardo was geen succesnummer en niet de superkunstenaar die veel mensen in hem willen zien. Niet zelden sloeg de twijfel toe en vroeg hij zich af of hij, het zogenaamde genie, wel echt iets tot stand kon brengen. Leonardo had altijd de meest wilde plannen, maar haast niets daarvan werd werkelijkheid. Jarenlang droomde hij ervan te vliegen, hij tekende honderden modellen en schreef er lange toelichtingen bij, maar afgezien van een paar sprongetjes moest hij met beide benen op de grond blijven. Hij ontwierp futuristische steden, enorme tempels en villa’s, waarvan geen enkele ooit werd gebouwd. Hij bedacht een reusachtige brug over de Bosporus bij Istanboel, zonder dat het ergens toe leidde. Ook de spin- en boormachines, de meeste van zijn wonderwapens, vestingen en oorlogsrobots, die hij tot in de kleinste details op papier zette, zouden nooit gerealiseerd worden.

    Slechts een dozijn schilderijen van zijn hand is bewaard gebleven, en zelfs daarvan zijn er een paar niet afgemaakt. Andere stukken vielen uiteen zodra hij ermee klaar was, Het Laatste Avondmaal in Milaan bijvoorbeeld, dat al spoedig veranderde in een ‘wirwar van vlekken’, zoals tijdgenoten klaagden, omdat de experimentele gronderingslaag van pek en hars verbrokkelde.

    Merkwaardigerwijs leken al die mislukkingen Leonardo nauwelijks te deren. Als hij door twijfel werd gekweld, ging hij gauw verder met iets anders, werd hij altijd weer aangetrokken door het volgende grote idee. Hij was een geniale mislukkeling. Sommige mensen zeggen dat Leonardo zijn tijd hopeloos heeft verdaan. Maar voor hem was het een levenshouding: zich nergens en op niemand vastleggen.

    In Florence en Milaan stond hij hoog in aanzien als zanger die zichzelf op de lier, een snaarinstrument, kon begeleiden. Ook had hij naam gemaakt als sneldichter en allround entertainer. Tegenwoordig zou hij een gevierd festivaldirecteur zijn, toentertijd ensceneerde hij grote optochten en denderende nachten in het theater, met vliegende mensen, kunststerren en magische monsters. Leonardo organiseerde spektakelstukken, hij was een grootmeester van de zinsbegoocheling, en de daarvoor benodigde toneeltechniek vond hij uiteraard zelf uit. Hij hield van illusies, en van de koele berekening daarachter.

    1. De Mona Lisa is eindeloos gebruikt voor commerciële en artistieke doeleinden. – © Getty; 2.) De dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci is de publiekstrekker van het Czartoryski Museum in Krakau.
    1. De Mona Lisa is eindeloos gebruikt voor commerciële en artistieke doeleinden. – © Getty; 2.) De dame met de hermelijn van Leonardo da Vinci is de publiekstrekker van het Czartoryski Museum in Krakau.

    Hij koesterde zijn eigenaardigheden, viel op door zijn voorliefde voor roze mantels en rode leren laarzen en zijn voorkeur voor mannen. Leonardo at geen vlees en hield de kerk verre van zich, waardoor veel van zijn tijdgenoten hem een vreemde snoeshaan vonden. Tegelijk was híj allesbehalve een kluizenaar. Hij had juist plezier in andermans eigenaardigheden, kon een innemend en gezellig man zijn, die alleen al daarom nauw contact zocht met de geleerden van zijn tijd omdat zij meer wisten dan hij, en dat mocht absoluut niet zo blijven. Ook leidde hij een grote werkplaats waar hij zijn collega’s voorzag van ideeën voor schilderijen, wat hem veel geld opleverde. Leonardo hechtte er veel waarde aan dat veel van zijn kennis niet alleen uit boeken kwam. Hij zag zichzelf als een discepolo della sperientia, een leerling van de ervaring.

    Hemelbestormer

    De renaissance was hét tijdperk voor zulke ervaringen. Europa stelde zich open: voor de verten waarachter onbekende continenten opdoken. Voor de geschiedenis, om van de Ouden te leren hoe je een rijk, cultureel leven kunt leiden. Bij deze expeditie naar het onbekende kon men onconventionele denkers goed gebruiken. Mensen als Leonardo, die niets liever deden dan met hun experimenten naar nieuwe waarheden zoeken.

    Als een verbaasd kind stelde hij overal vragen over. Waarom is de hemel blauw? Waarom moeten mensen slapen? Waar woont de ziel? Hij heeft ooit de gezichtshuid van een lijk verwijderd om beter te begrijpen waar de lach vandaan komt. Dan weer bestudeerde hij de wind, de wolken of kolkend water, omdat hij eindelijk wilde weten welke onzichtbare krachten daar aan het werk waren. Zijn aantekenboekjes puilen uit, duizenden pagina’s boordevol berekeningen, schetsen en uitvindingen. Leonardo wilde uitzoeken wat oorzaak was en wat gevolg. Hoe het kleine en het grote, hoe de micro- en de macrowereld in elkaar grijpen. Want alleen als je begrijpt hoe vogels vliegen, kun je zelf de hemel bestormen. Dat was zijn hoop, een begeerte naar wijsheid uit pure lust om te weten. Een heel moderne pretentie, een streven naar empowerment.

    De mens bijvoorbeeld: Leonardo had schedels opengezaagd, benen van mensen stukgehakt, lichamen als machines uit elkaar gehaald om de logica ervan te ontdekken zoals bepaald door geometrie en natuurkunde. Op zijn wellicht beroemdste tekening staat de Vitruviusman, die zijn armen en benen ofwel naar opzij uitstrekt, ofwel rechtop staat. En afhankelijk van hoe hij zijn ledematen houdt, past zijn lichaam precies in het vierkant of precies in de cirkel. De mens is hier de kwadratuur van de cirkel, het product van een kosmische ordening, alles aan hem is te berekenen.

    Maar hoe meer Leonardo zijn tijd versnipperde, aan het meten was en al tekenend het menselijk lichaam ontsloot, hoe minder tevreden hij was over zijn bevindingen. Want één ding liet zich niet vastpakken en fixeren, ook niet door hem: de inborst van de mens, diens vitaliteit.

    Leonardo mocht dan streven naar perfectie, hij interesseerde zich evenzeer voor het onvolmaakte

    Alleen al daarom had Leonardo verf en penseel nodig, had hij de kunst nodig en werd hij niet moe in zijn schilderijen te zoeken naar een andere, niet noodzakelijk berekenbare waarheid. Voor Leonardo was wetenschap een kunst, en op dezelfde manier was kunst een wetenschap. Alleen golden in de wereld van het schilderij andere regels.



    Dat Leonardo streefde naar perfectie, naar een schoonheidsideaal, zoals veel kunsthistorici beweren, mag dan waar zijn, maar hij interesseerde zich minstens evenzeer voor het onvolmaakte en afwijkende. Als je hem over straat zag gaan, of het nou in Florence, Milaan, Rome of Venetië was, altijd droeg hij een klein aantekeningenboekje in zijn gordel om bij gelegenheid zijn medemensen in tekeningen vast te leggen, hun woede, hun geluk, hun idiote grijns, verdraaide ogen, de twijfel op hun gezicht. Als ‘leerling van de ervaring’ maakte hij de mens niet ondergeschikt aan een of andere schoonheidsformule. Integendeel, hij bevrijdde hen uit hun vaste poses, en vooral de vrouwen.



    In die tijd werden vrouwen meestal zedig afgebeeld, en profil, zodat ze niemand met hun blik konden verleiden. Leonardo verloste ze uit hun verstarring, ze wenden zich voorzichtig tot de toeschouwer, krijgen volume, een eigen ik. En soms, zoals bij de De dame met de hermelijn, sluimert onder die lieflijkheid het ontembare.



    Anders dan op de schilderijen van zijn leermeester Verrocchio, laat Leonardo’s werk geen scherpe grenzen zien. Elke contour, elke lijn lost op, verdwijnt in een zachte, wazige nevel van kleur, in het sfumato zoals schilders zeggen. En juist in deze nevel ligt het geheim van Leonardo. Zijn personages zijn ongrijpbaar. Ze onttrekken zich aan het moment, ze ontkomen aan het harde ritme van de tijd. Ze worden tijdloos, de tijd overstijgend.

    Het onbeproefde

    Het echt mooie aan deze schilderijen is dat ze de geportretteerde de vrijheid laten die de kunst aan zichzelf te danken heeft. Leonardo beeldt het menselijk wezen niet af als een dier, hij wil het niet bedwingen. En daarom mogen wij, zijn publiek, ons onbevangen voelen. Hij vertrouwt ons toe dat we zelf kijken.

    Leonardo’s collega’s houden het liever op ondubbelzinnigheid, op een goede herkenbaarheid. In hun optiek moet een populair motief, bijvoorbeeld Johannes de Doper, aan vaste eisen voldoen: hij moet er mager uitzien, ruig, gekleed in een schapenvacht, 
en hij moet aan het dopen zijn. Niets daarvan bij
Leonardo: hier is alles donker, geen dopeling te zien, alleen deze jongeman met zijn schelmse blik, 
niets ruigs aan, niet heilig, amper als Johannes te herkennen. Hij doet maar één ding: hij licht op in 
de duisternis die dicht om hem heen hangt en hem bijna opslokt. Als Johannes een stapje opzij deed, 
zou het beeld verdwenen zijn, niets dan een zwarte rechthoek.

    Hier valt de kunst samen met wat ze laat zien. Ze is geen afbeelding van vitaliteit, ze ís vitaliteit. En ze trekt ons, het publiek, naar binnen, die vitaliteit in.

    Dankzij de destijds nieuwe olieverf kon Leonardo een sluier van wel dertig laagjes buitengewoon dunne bruine, rode of blauwe verf over elkaar aanbrengen, zodat het voor de toeschouwers inderdaad doorschijnend lijkt. Het werk is translucide, het nodigt uit om in de diepte te kijken, het brengt in 
de letterlijke zin van het woord iets tevoorschijn. 
En dat is vermoedelijk het wonderbaarlijkste aan de wonderbare Leonardo.

    Ontgrens het begrensde

    Als man van de exacte wetenschap noteerde hij: ‘Lijnen horen niet bij het oppervlak van een object. En ze horen ook niet bij de lucht die het object omringt.’ De enig logische conclusie van deze waarneming was voor Leonardo: Ontgrens het begrensde. Wees matig en mateloos tegelijk. Juist in zijn tekeningen volgt hij dit inzicht met grote vrijheid: al kriebelend, arcerend, in losse krullen gaat hij op weg, en ook vandaag nog lijkt het alsof je naar zijn kunst kijkt terwijl die zichzelf ontdekt. Of is zijn kunst alleen naar zichzelf op zoek?

    Op een van zijn tekeningen laat Leonardo het Jezuskind zien met een kat die het per se wil aaien en tegen zich aan wil drukken, maar het dier verzet zich spartelend en het tekenpotlood volgt zijn bewegingen tot het blad vol staat met een wilde, haast blazende werveling van lijnen. Hier probeert Leonardo iets uit, steekt hij zijn nek uit, trekt zich weer terug, hij zal het onbeproefde nooit uit de weg gaan. Soms raast Leonardo’s bevrijdingslust als een orkaan over het papier. Een noodweer van duizend streepjes, nergens vaste grond. Ook het verliezen van de controle, is een deel van zijn genie.

    Dat is anders op Leonardo’s schilderijen, waar een zachte gratie overheerst. De onstuimigheid is opgelost in het innerlijke licht van de schilderijen, de wereld is tot rust gekomen. De vrijheid heeft een stevig kader gekregen, wie weet vond hij het daarom zo moeilijk afscheid te nemen van zijn schilderijen. De Mona Lisa en de Anna te Drieën nam hij overal mee naartoe, waar hij ook ging, zelfs op zijn laatste reis, die hem naar Frankrijk bracht. Hij wilde eraan verder werken, altijd verder. Op 2 mei 1519 overleed Leonardo, je zou kunnen zeggen: onvoltooid. Hij stierf in de armen van de Franse koning, zeggen zijn biografen. En in het bijzijn van zijn kunst.